BE1023775B1 - Controlekraan met aftappunt - Google Patents
Controlekraan met aftappunt Download PDFInfo
- Publication number
- BE1023775B1 BE1023775B1 BE2016/5035A BE201605035A BE1023775B1 BE 1023775 B1 BE1023775 B1 BE 1023775B1 BE 2016/5035 A BE2016/5035 A BE 2016/5035A BE 201605035 A BE201605035 A BE 201605035A BE 1023775 B1 BE1023775 B1 BE 1023775B1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- branch
- side wall
- hollow
- tube
- opening
- Prior art date
Links
- 230000000903 blocking effect Effects 0.000 claims description 15
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims description 10
- 238000011109 contamination Methods 0.000 abstract description 4
- 230000001580 bacterial effect Effects 0.000 abstract description 2
- 239000012530 fluid Substances 0.000 abstract 2
- 239000004033 plastic Substances 0.000 description 8
- 238000005070 sampling Methods 0.000 description 5
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 5
- 229910001369 Brass Inorganic materials 0.000 description 2
- 229910000906 Bronze Inorganic materials 0.000 description 2
- RYGMFSIKBFXOCR-UHFFFAOYSA-N Copper Chemical compound [Cu] RYGMFSIKBFXOCR-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 239000010951 brass Substances 0.000 description 2
- 239000010974 bronze Substances 0.000 description 2
- 229910052802 copper Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000010949 copper Substances 0.000 description 2
- KUNSUQLRTQLHQQ-UHFFFAOYSA-N copper tin Chemical compound [Cu].[Sn] KUNSUQLRTQLHQQ-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 238000003908 quality control method Methods 0.000 description 2
- 238000007789 sealing Methods 0.000 description 2
- 229910001220 stainless steel Inorganic materials 0.000 description 2
- 239000010935 stainless steel Substances 0.000 description 2
- 229920002943 EPDM rubber Polymers 0.000 description 1
- 230000002730 additional effect Effects 0.000 description 1
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 description 1
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 description 1
- 239000011796 hollow space material Substances 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 239000012528 membrane Substances 0.000 description 1
- 238000003466 welding Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L—PIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L41/00—Branching pipes; Joining pipes to walls
- F16L41/08—Joining pipes to walls or pipes, the joined pipe axis being perpendicular to the plane of a wall or to the axis of another pipe
- F16L41/16—Joining pipes to walls or pipes, the joined pipe axis being perpendicular to the plane of a wall or to the axis of another pipe the branch pipe comprising fluid cut-off means
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16K—VALVES; TAPS; COCKS; ACTUATING-FLOATS; DEVICES FOR VENTING OR AERATING
- F16K1/00—Lift valves or globe valves, i.e. cut-off apparatus with closure members having at least a component of their opening and closing motion perpendicular to the closing faces
- F16K1/02—Lift valves or globe valves, i.e. cut-off apparatus with closure members having at least a component of their opening and closing motion perpendicular to the closing faces with screw-spindle
- F16K1/04—Lift valves or globe valves, i.e. cut-off apparatus with closure members having at least a component of their opening and closing motion perpendicular to the closing faces with screw-spindle with a cut-off member rigid with the spindle, e.g. main valves
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L—PIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L27/00—Adjustable joints; Joints allowing movement
- F16L27/08—Adjustable joints; Joints allowing movement allowing adjustment or movement only about the axis of one pipe
- F16L27/087—Joints with radial fluid passages
- F16L27/093—Joints with radial fluid passages of the "banjo" type, i.e. pivoting right-angle couplings
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L—PIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L41/00—Branching pipes; Joining pipes to walls
- F16L41/005—Branching pipes; Joining pipes to walls adjustable and comprising a hollow threaded part in an opening
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L—PIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L41/00—Branching pipes; Joining pipes to walls
- F16L41/18—Branching pipes; Joining pipes to walls the branch pipe being movable
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L—PIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L55/00—Devices or appurtenances for use in, or in connection with, pipes or pipe systems
- F16L55/07—Arrangement or mounting of devices, e.g. valves, for venting or aerating or draining
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Pipe Accessories (AREA)
Abstract
De uitvinding voorziet in een controlekraan om staalafname uit te voeren. De controlekraan is zo geconfigureerd dat, na het controleren van de kwaliteit van de vloeistof, de controlekraan niet bruikbaar is als aftakpunt voor een nieuwe buis. Hierdoor wordt het risico vermeden van bacteriële of andere verontreiniging van de vloeistof in de buis.
Description
Controlekraan met aftappunt Technisch vakgebied
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een controlekraan, ook bekend als een aftapkraan, gemonteerd voor de terugslagklep in een waterleiding en gebruikt om de kwaliteit van het water te onderzoeken.
Stand der techniek
Een controlekraan is gekend in de stand der techniek en bestaat normalerwijs uit twee structuren. De eerste structuur is een holle hoofdbuis met een eerste uiteinde dat een verbindingsmechanisme omvat om het apparaat te verbinden met één van de bestaande buizen en met een tweede uiteinde, gelegen tegenover genoemd eerste uiteinde, dat geconfigureerd is om op de andere van de bestaande buizen gemonteerd te worden, waarbij de holle hoofdbuis een holle aftakking op de zijwand heeft dewelke binnenin een schroefdraad omvat aan het uiteinde van de aftakking. De eerste structuur is gekend in de stand der techniek als een T-stuk en wordt gemonteerd tussen twee bestaande buizen. Een controlekraan omvat verder een tweede structuur monteerbaar op genoemde schroefdraad in de aftakking. De tweede structuur omvat een klepafsluiter en een holle extensie waarbij de holle extensie in verbinding staat met de holle aftakking. De klepafsluiter heeft een open en een gesloten positie waarbij de open positie toelaat dat vloeistof uit de hoofdbuis naar de extensie stroomt en waarbij de gesloten positie dit niet toelaat. Op deze manier is het mogelijk om stalen te nemen van de vloeistof in de bestaande buis. De stalen worden onderzocht en op basis van de resultaten wordt de bestaande buis al dan niet goedgekeurd. Na staalafname wordt de klepafsluiter in gesloten positie gedraaid, bij een nieuwe staalafname wordt deze terug in open positie gedraaid.
Een probleem met dergelijke controlekraan is dat beide structuren op elkaar bevestigd zijn door middel van een schroefdraad. Op die manier is het mogelijk om de volledige tweede structuur los te maken van de eerste structuur. Zodoende blijft er enkel de eerste structuur over dewelke gemonteerd is in de bestaande buis. Op de eerste structuur kan vervolgens een nieuwe aftakking op de bestaande buis aangebracht worden wat niet veilig is aangezien deze nieuwe aftakking zich dan voor de terugslagklep in de bestaande buizen bevindt. Op die manier kan immers verontreiniging van het water via de nieuwe aftakking contaminatie in het volledige waternet veroorzaken.
Beschrijving van de uitvinding
Het is een doel van de onderhavige uitvinding om een apparaat te voorzien voor kwaliteitscontrole van een vloeistof in een bestaande buis welk apparaat, na het uitvoeren van de kwaliteitscontrole, niet kan gebruikt worden als aftakpunt voor een nieuwe buis.
Dit doel wordt gerealiseerd door middel van een apparaat voor aansluiting op tussen twee bestaande buizen, het apparaat omvattende een holle hoofdbuis met een eerste uiteinde dat een verbindingsmechanisme omvat om het apparaat te verbinden met één van de bestaande buizen en met een tweede uiteinde, gelegen tegenover genoemd eerste uiteinde, dat geconfigureerd is om op de andere van de bestaande buizen gemonteerd te worden, waarbij de holle hoofdbuis een holle aftakking op de zijwand van de hoofdbuis heeft en waarbij een opening voorzien is in de zijwand van de aftakking, afsluitmiddelen om het uiteinde van de aftakking en de opening in de aftakking af te sluiten, een holle structuur dewelke een bovenkant, een onderkant en een zijwand omvat en dewelke geconfigureerd is om schuifbaar te monteren omheen de zijwand van de aftakking, waarbij de zijwand van de holle structuur een opening omvat en waarbij de holle structuur verder een holle extensie omvat gepositioneerd op de zijwand van de structuur met de opening van de holle extensie gepositioneerd op de opening in de zijwand van de holle structuur, en middelen om de holle structuur te bevestigen op de aftakking, waarbij de holle hoofdbuis met de holle aftakking uit één geheel vervaardigd zijn, en waarbij de zijwand van de aftakking en de zijwand van de holle structuur zo geconfigureerd zijn dat, na montage van de holle structuur op de aftakking, vloeistof van de aftakking door de opening naar de holle extensie kan stromen.
Dit apparaat heeft als voordeel dat de hoofdbuis en de aftakking samen een geheel vormen en dus niet kunnen losgemaakt worden van elkaar. Verder zorgen de middelen om de holle structuur te bevestigen op de aftakking er voor dat de holle structuur ook niet kan losgemaakt worden van de aftakking. Het apparaat is dus één geheel dat vast gemonteerd tussen twee bestaande leidingen. Dit apparaat kan hierdoor niet gebruikt worden als aftakpunt voor een nieuwe buis. Hierdoor wordt het risico vermeden op bacteriële of andere verontreiniging van de vloeistof in de bestaande buis.
In een uitvoeringsvorm van de uitvinding zijn de holle structuur en de aftakking zo geconfigureerd dat, na montage van de holle structuur op de aftakking, een vloeistofdichte afsluiting aan beide zijden van de opening in de zijwand van de aftakking aanwezig is.
Dit heeft als voordeel dat staalafname kan gebeuren met een verlaagd risico op lekken.
In een uitvoeringsvorm van de uitvinding omvat het apparaat ten minste twee vloeistofdichte elementen aangebracht op de buitenkant van de aftakking waarbij de opening in de zijwand van de aftakking zich tussen de ten minste twee vloeistofdichte elementen bevindt en waarbij, na montage van de holle structuur op de aftakking, de ten minste twee vloeistofdichte elementen zich tussen de zijwand van de structuur en de zijwand van de aftakking bevinden en raken aan zowel de zijwand van de structuur als de zijwand van de aftakking.
Deze uitvoeringsvorm heeft als voordeel dat lekken bij staalafname vermeden wordt.
In een uitvoeringsvorm van het apparaat omvatten de middelen om de holle structuur te bevestigen op de aftakking minstens één blokkeerelement, en omvat de zijwand van de aftakking aan de buitenkant ten minste één groef en ten minste één uitstulping, waarbij het blokkeerelement geconfigureerd is om in de groef te passen, en waarbij de groef en de uitstulping respectievelijk in en op de zijwand gepositioneerd zijn zodat, na bevestiging, de holle structuur tussen de uitstulping en het blokkeerelement gepositioneerd is.
Op deze manier kan de structuur dus geen translatie meer uitvoeren ten opzichte van de aftakking maar is het wel eenvoudig om de structuur te bevestigen op de aftakking. Bovendien moet er maar één blokkeringselement geplaatst worden om de structuur te bevestigen op de aftakking wat voordelig is wat betreft de nodige tijd om de holle structuur te monteren. Verder wordt de positie van de holle structuur bepaald door de uitstulping wat de montage nog makkelijker maakt.
In een alternatieve voordelige uitvoeringsvorm van het apparaat omvatten de middelen om de structuur te bevestigen op de aftakking ten minste twee blokkeerelementen, omvat de zijwand van de aftakking aan de buitenkant ten minste twee groeven, waarbij elk van de blokkeerelementen geconfigureerd is om in minstens één groef van de minstens twee groeven te passen en waarbij de twee groeven in de zijwand gepositioneerd zijn zodat, na bevestiging van de twee blokkeerelementen in de twee groeven, de holle structuur tussen de twee blokkeerelementen gepositioneerd is. In deze alternatieve voordelige uitvoeringsvorm heeft de holle structuur ook geen translatie ten opzichte van de aftakking en is het ook eenvoudig om de structuur te bevestigen op de aftakking.
In een uitvoeringsvorm van het apparaat omvat de zijwand van de aftakking aan de buitenkant ten minste een derde en een vierde groef waarbij de derde en de vierde groef geconfigureerd zijn zodat de ten minste twee vloeistofdichte elementen in de derde en de vierde groef passen.
Op deze manier kunnen de twee vloeistofdichte elementen zeer makkelijk op de correcte plaats aangebracht worden en kunnen ze geen translatie uitvoeren ten opzichte van de aftakking. Hierdoor wordt vermeden dat een vloeistofdicht element zich verplaatst tijdens montage of gebruik.
In een voordelige uitvoeringsvorm van het apparaat omvat de zijwand van de aftakking aan de buitenkant verder een vijfde groef waarbij de vijfde groef geconfigureerd is zodat de opening in de zijwand van de aftakking in de groef gepositioneerd is.
In deze voordelige uitvoeringsvorm is er dus ruimte tussen de zijwand van de structuur aan de binnenkant en de buitenkant van de aftakking door genoemde toegevoegde groef. Hierdoor is het niet nodig dat de opening van de holle extensie gealigneerd is op de opening in de zijwand van de aftakking om vloeistof uit de extensie te laten stromen.
In een uitvoeringsvorm van de uitvinding is, na montage van de holle structuur op de aftakking, de opening in de zijwand van de holle structuur gealigneerd met de opening in de zijwand van de aftakking.
Dit heeft als voordeel dat het goedkoper kan geproduceerd worden.
In een uitvoeringsvorm van het apparaat zijn de aftakking en de holle structuur cilindervormig.
Op deze manier is het mogelijk dat de holle structuur kan roteren ten opzichte van de aftakking. Hierdoor is het mogelijk om de richting van extensie op de structuur aan te passen in functie van ruimtelijke vereisten rond de bestaande buis.
In een uitvoeringsvorm van het apparaat omvat het apparaat een tweede buis dewelke schuifbaar aangebracht is in het eerste uiteinde van de holle hoofdbuis, waarbij de tweede holle buis een verbindingsmechanisme omvat om het apparaat te verbinden met de andere van de bestaande buizen.
In deze uitvoeringsvorm kan de tweede buis gebruikt worden om aan te sluiten op de andere van de bestaande buizen indien de voorziene ruimte in de bestaande buizen niet overeenkomt met de lengte van de hoofdbuis van het apparaat.
In een verdere uitvoeringsvorm van het apparaat omvat het apparaat een vloeistofdichte ring dewelke rond de tweede buis bevestigd is en welke geconfigureerd is om een vloeistofdichte afsluiting te vormen tussen de tweede buis en de hoofdbuis.
Op deze manier is de verbinding tussen de hoofdbuis en de tweede buis vloeistofdicht.
In een voordelige uitvoeringsvorm van het apparaat omvat het apparaat vastzetmiddelen geconfigureerd om de tweede buis vast te zetten ten opzichte van de hoofdbuis.
Hierdoor kan de tweede buis vastgezet worden in de hoofdbuis nadat de tweede buis in de hoofdbuis op de juiste positie geschoven is.
In een verder voordelige uitvoeringsvorm van het apparaat omvat de hoofdbuis aan het tweede uiteinde een verbindingsmechanisme om het apparaat te verbinden met de andere van de bestaande buizen.
Hierdoor kan het apparaat gemonteerd worden tussen twee bestaande buizen.
Korte beschrijving van de tekeningen
De uitvinding zal hierna verder in detail worden verklaard aan de hand van de volgende beschrijving en van de bijgevoegde tekeningen.
Figuur 1 illustreert een perspectief aanzicht van een apparaat volgens een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding.
Figuur 2 toont de uitvoeringsvorm van het apparaat van Figuur 1 in exploded view.
Uitvoeringsvormen van de uitvinding
De onderhavige uitvinding zal hierna beschreven worden aan de hand van welbepaalde uitvoeringsvormen en onder verwijzing naar bepaalde tekeningen, doch de uitvinding is daar niet toe beperkt en wordt enkel gedefinieerd door de conclusies. De hier weergegeven tekeningen zijn enkel schematische weergaven en zijn niet beperkend. In de tekeningen kunnen de afmetingen van bepaalde onderdelen vergroot zijn weergegeven, wat betekent dat de onderdelen in kwestie dus niet op schaal zijn weergegeven, en dit enkel voor illustratieve doeleinden. De afmetingen en de relatieve afmetingen komen niet noodzakelijkerwijze overeen met de werkelijke praktijkuitvoeringen van de uitvinding.
Daarenboven worden termen zoals “eerste”, “tweede”, “derde”, en dergelijke in de beschrijving en in de conclusies gebruikt om een onderscheid te maken tussen gelijkaardige elementen en niet noodzakelijkerwijze om een sequentiële of chronologische volgorde aan te geven. De termen in kwestie zijn onderling verwisselbaar in de daarvoor geschikte omstandigheden, en de uitvoeringsvormen van de uitvinding kunnen in andere volgorden werken dan deze die hier worden beschreven of geïllustreerd.
Bovendien worden termen zoals “top”, “bodem”, “boven”, “onder”, en dergelijke in de beschrijving en in de conclusies gebruikt voor beschrijvende doeleinden en niet noodzakelijkerwijze om relatieve posities aan te duiden. De aldus gebruikte termen zijn onderling verwisselbaar in de daarvoor geschikte omstandigheden, en de uitvoeringsvormen van de uitvinding kunnen in andere oriëntaties werken dan deze die hier worden beschreven of geïllustreerd.
De term “omvattende” en afgeleide termen, zoals die gebruikt worden in de conclusies, moet of moeten niet geïnterpreteerd worden als beperkt zijnde tot de middelen die telkens daarna vermeld worden; de term of termen sluit of sluiten andere elementen of stappen niet uit. De term of termen moet of moeten geïnterpreteerd worden als een specificatie van de vermelde eigenschappen, gehele getallen, stappen, of componenten waarnaar wordt verwezen, zonder dat evenwel de aanwezigheid of het toevoegen wordt uitgesloten van een of meer bijkomende eigenschappen, gehele getallen, stappen, of componenten, of groepen daarvan. De reikwijdte van een uitdrukking zoals “een inrichting omvattende de middelen A en B” is dan ook niet enkel beperkt tot inrichtingen die zuiver bestaan uit componenten A en B. Wat er daarentegen bedoeld wordt, is dat, voor wat betreft de onderhavige uitvinding, de enige relevante componenten A en B zijn.
Figuur 1 illustreert het apparaat 1 volgens een uitvoeringsvorm van de onderhavige uitvinding. Het apparaat 1 omvat een holle hoofdbuis 2 met een holle aftakking 3 op de zijwand van de hoofdbuis 2. In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 is de holle aftakking 3 cilindrisch en heeft dus met name een doorsnede die cirkelvormig is, maar in alternatieve uitvoeringsvormen kan de holle aftakking 3 ook een doorsnede hebben die vierhoekig, vijfhoekig, zeshoekig, enz. is. Verder kan de aftakking ook gekromd zijn. De oriëntatie van de aftakking 3 ten opzichte van de hoofdbuis 2 is ongeveer loodrecht op de zijwand van de hoofdbuis 2 in de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 maar in alternatieve uitvoeringsvormen kan deze oriëntatie ook afwijken van loodrecht op de zijwand van de hoofdbuis. De hoofdbuis 2 en de aftakking 3 kunnen geproduceerd worden uit messing, brons, koper, inox of kunststof.
In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 is de zijwand van de aftakking 3 voorzien van een cirkelvormige opening 4. In alternatieve uitvoeringsvormen kan de opening 4 ook ellipsvormig, een spleet of een veelhoek zijn of er kunnen ook meerdere openingen zijn. De aftakking 3 is verder voorzien van een afsluitmechanisme 5 om het uiteinde van de aftakking 3 en genoemde opening 4 in de zijwand van de aftakking 3 af te sluiten. In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 is dit afsluitmechanisme 5 een klepafsluiter dewelke werkt door middel van een daartoe voorziene schroefdraad binnenin de holle cilindrische aftakking 3. In alternatieve uitvoeringsvormen kan het afsluitmechanisme 5 ook een schuifafsluiter, een vlinderklep, een membraan afsluiter, een plunjerafsluiter, een bolkraan, of een hydraulische afsluiter zijn.
Het apparaat 1 omvat verder ten minste twee vloeistofdichte elementen 6 dewelke bevestigd zijn op de buitenkant van de aftakking 3 waarbij de opening 4 in de zijwand van de aftakking 3 zich tussen de ten minste twee elementen 6 bevindt. In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 zijn deze twee elementen 6 elk een o-ring gemonteerd omheen de holle cilindrische aftakking 3 waarbij er een o-ring boven en een o-ring onder de opening 4 gemonteerd zijn. De twee vloeistofdichte elementen 6 zijn gemaakt van NBR, EPDM, TPE, of kunststof.
Figuur 1 illustreert verder een holle ringvormige structuur 7 dewelke een bovenkant, een onderkant en een zijwand omvat. In alternatieve uitvoeringsvormen kan de structuur 7 ook een doorsnede hebben die vierhoekig, vijfhoekig, zeshoekig, enz. is afhankelijk van de doorsnede van de holle aftakking 3. De structuur 7 is schuifbaar monteerbaar omheen de zijwand van de aftakking 3. De structuur 7 is na montage op de aftakking 3 nog steeds draaibaar ten opzichte van de aftakking 3 in de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1. De holle structuur 7 kan geproduceerd worden uit messing, brons, koper, inox of kunststof. In een alternatieve uitvoeringsvorm kan de holle structuur 7 ook vast gemonteerd zijn op de aftakking 3 zonder daar schuifbaar op gemonteerd te worden. In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 raken de ten minste twee elementen 6 zowel aan de zijwand van de structuur 7 aan de binnenkant als aan de buitenkant van de aftakking 3 om op die manier een vloeistofdichte verbinding te maken tussen de aftakking 3 en de structuur 7.
In een alternatieve uitvoering heeft het apparaat geen afzonderlijke vloeistofdichte elementen 6 maar is de holle structuur 7 gemaakt uit kunststof en is de aftakking 3 voorzien van twee ribben op de buitenkant waarvan één ribbe aan de ene kant van de opening en de andere ribbe aan de andere kant van de opening zodat deze ribben de holle structuur 7 afdichten door de klemming van de holle structuur 7 op aftakking 3. De kunststof waarin de holle structuur 7 geproduceerd is, is hierbij voldoende zacht om de afdichting te bewerkstelligen.
In nog een alternatieve uitvoering is de aftakking 3 geproduceerd uit kunststof en heeft de aftakking 3 ook twee ribben op de buitenkant waarvan één aan de ene kant van de opening en de andere aan de andere kant zodat deze ribben opnieuw de holle structuur 7 afdichten door de klemming van de holle structuur 7 op aftakking 3. De holle structuur hoeft in dit geval niet uit kunststof geproduceerd te zijn en de kunststof waarin de aftakking 3 geproduceerd is, is hierbij voldoende zacht om de afdichting te bewerkstelligen.
In nog een alternatieve uitvoering wordt de holle structuur 7 op de aftakking gepositioneerd en vervolgens vloeistofdicht vastgemaakt aan de randen door bijvoorbeeld een lasverbinding of een lijmverbinding. Het vloeistofdicht vastmaken van structuur 7 op de aftakking 3 kan zowel vooraf in productie gebeuren als tijdens de installatie van het apparaat.
In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 is de buitenkant van de aftakking 3 voorzien van vier groeven 10, 11, 12, 13. Twee van de groeven 10, 11 zijn voorzien om genoemde vloeistofdichte elementen 6 in te plaatsen. Op deze manier kunnen de twee elementen 6 geen translatie uitvoeren ten opzichte van de aftakking 3 en kan het dus niet gebeuren dat een of beide van de elementen 6 loskomt of loskomen. Verder kan het ook niet gebeuren dat beide elementen 6 langs dezelfde kant van de opening 4 terechtkomen wat zou leiden tot een niet vloeistofdichte verbinding tussen de aftakking 3 en de structuur 7. De andere twee groeven 12, 13 worden hieronder besproken.
De structuur 7 is verder voorzien van een opening 8 in de zijwand van de holle structuur 7 dewelke voorzien is om aan te sluiten op genoemde opening 4 in de zijwand van de aftakking 3 en een holle extensie 9 op de zijwand van de structuur 7 dewelke direct aansluit op genoemde verdere opening 8 in de zijwand van de structuur 7. Op die manier is er een verbinding tussen de holle hoofdbuis 2 en de holle extensie 9. In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 is de verdere opening 8 cirkelvormig en de bijhorende extensie 9 cilindervormig, maar in alternatieve uitvoeringsvormen kan de verdere opening 8 ook ellipsvormig, een spleet of een veelhoek zijn en de bijhorende extensie 9 kan ook verschillende vormen aannemen. Er kunnen ook meerdere openingen en meerdere extensies aanwezig zijn waarbij elke opening een overeenkomstige extensie heeft of een extensie meerdere openingen omvat of een opening meerdere extensies heeft. In alternatieve uitvoeringsvormen kan de extensie 9 ook afzonderlijk zijn van de structuur 7 en daarop gemonteerd worden door middel van een schroefdraad, een las, of andere verbindingsmiddelen.
In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 is een verdere bredere groef 12 voorzien zodat de opening 4 in de bredere groef gepositioneerd is. Door de opening 4 in een groef 12 te maken is er een holle ruimte tussen het deel van de zijwand van de aftakking 3 waarin de opening 4 aanwezig is en de zijwand van de structuur 7. Door deze groef 12 over de volledige omtrek van de buitenkant van de aftakking 3 te voorzien kan er dus vloeistof stromen omheen de volledige buitenkant van de aftakking 3 in de groef 12 dewelke tussen de groeven 10,11 ligt waarin de vloeistofdichte elementen 6 zijn geplaatst. Verder sluit de zijwand van de structuur 7 de ruimte waarin de vloeistof kan stromen ook af zodoende is er een vloeistofdichte holte tussen de zijwand van de aftakking 3 en de zijwand van de structuur 7. Het is in de uitvoeringsvorm van Figuur 1 dus onnodig dat de verdere opening 8 in de zijwand van de structuur 7 geaiigneerd is op de opening 4 in de zijwand van de aftakking 3. Op deze manier is het mogelijk om de structuur 7 in zijn geheel te roteren ten opzichte van de aftakking 3 om dus de extensie 9 te veranderen van oriëntatie afhankelijk van de ruimtelijke vereisten van de bestaande buis.
De ruimte die onstaat in de groef 12 wordt afgedicht door één van de hierboven besproken afdichtingsmiddelen. In Figuur 1 is dat bijvoorbeeld door elementen 6. Deze ruimte staat nooit echt onder druk. Wanneer de afsluiter 5 zich in de normale, gesloten positie bevindt, is de ruimte 12 droog en drukloos. Wanneer de afsluiter 5 geopend wordt, stroomt het water onmiddellijk weg via de holle extensie 9 en wordt er dus geen druk opgebouwd in ruimte 12. Daarom, in nog een alternatieve uitvoeringsvorm, zijn er geen specifieke afdichtingsmiddelen voorzien tussen de aftakking 3 en de holle structuur 7. Mogelijks kan er dan een kleine hoeveelheid vloeistof wegstromen tussen de holle structuur 7 en aftakking 3 tijdens de staalafname maar deze stopt zodra afsluiter 5 zich terug in gesloten bevindt. Dit resulteert in een variant van de onderhavige uitvinding die zeer budget vriendelijk is.
Verder omvat het apparaat 1 middelen 10 om de structuur 7 te bevestigen op de aftakking 3. In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 bestaan deze middelen 10 uit een ringvormige uitstulping 16 op de buitenkant van de aftakking 3, groef 13 en een zekeringsring 17, i.e. een platte ring met een kleine onderbreking in de platte ring zodat deze ring open en dicht kan veren om aan te brengen in de groef. De structuur 7 wordt op de aftakking 3 geschoven tot de onderkant van de structuur 7 raakt aan de ringvormige uitstulping 16 waardoor de structuur 7 niet meer naar onder kan schuiven. Wanneer de structuur 7 raakt aan de uitstulping 16 is de groef 13 in de buitenkant van de aftakking 3 zichtbaar. In deze groef wordt dan de zekeringsring 17 gemonteerd door met gereedschap om de zekeringsring te openen en te sluiten In deze uitvoeringsvorm kan de onderkant van de zekeringsring 17 de bovenkant van de structuur 7 raken en kan de zekeringsring 17 vast in de groef 13 zitten. Hierdoor kan de structuur 7 zo gemonteerd worden dat geen translatie meer mogelijk is ten opzichte van de aftakking 3, maar wel nog een rotatie ten opzicht van de aftakking 3 zoals hierboven uitgelegd. In alternatieve uitvoeringsvormen bevindt de holle structuur zicht tussen de uitstulping en de zekeringsring maar is nog enige translatie mogelijk.
In een alternatieve uitvoeringsvorm kan de uitstulping 16 ook vervangen worden door een verdere groef 14 in de buitenkant van de aftakking 3 en een tweede zekeringsring 18. De groef 14 en de tweede zekeringsring 18 werken dan op dezelfde manier als de groef 13 en de zekeringsring 17 om de structuur 7 te bevestigen op de aftakking 3.
In verder alternatieve uitvoeringsvormen kunnen de middelen 10 om de structuur 7 te bevestigen op de aftakking 3 ook bestaan uit het lassen van de structuur 7 op de aftakking 3, of de structuur 7 en de aftakking 3 uit één geheel te maken, of een tweede uitstulping in plaats van de groef 13 en de platte ring 17. Het is ook mogelijk om de ringvormige uitstulping 16 te vervangen door één of meerdere lokale uitstulpingen waarbij de onderkant van de structuur 7 dan maar raakt op één punt aan een lokale uitstulping bijvoorbeeld een uitstulping om de 45° omheen de omtrek van de zijwand van de aftakking 3.
In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 heeft de hoofdbuis 2 een eerste uiteinde 20 en een tweede uiteinde 21 waarbij het tweede uiteinde 21 voorzien is van een schroefdraad 24. Moer 26 aangeduid op Figuur 2 dient dan om het apparaat 1 te monteren op bijvoorbeeld een beugel. In alternatieve uitvoeringsvormen kan het eerste verbindingsmiddel 24 tussen de hoofdbuis 2 en een bestaande buis ook een las omvatten of een flexibele leiding.
In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 is het apparaat 1 voorzien van een tweede buis 19 dewelke schuifbaar ingebracht kan worden in het eerste uiteinde 20 van de hoofdbuis 2. Doordat de tweede buis 19 schuifbaar is ten opzichte van de hoofdbuis 2 is het mogelijk om het apparaat 1 te passen in verschillende bestaande buizen zelfs indien de voorziene ruimte in de bestaande buizen varieert.
Het apparaat 1 is verder voorzien van een vloeistofdichte ring 22 dewelke zorgt voor een vloeistofdichte verbinding tussen de tweede buis 19 en de hoofdbuis 2. De vloeistofdichte ring 22 is omheen de tweede buis 19 gemonteerd en voorzien om direct aan te sluiten op het eerste uiteinde 20 van de hoofdbuis 2. In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 omvat het apparaat 1 verder een tweede schroefdraad en een tweede moer 23 om de tweede buis 19 vast te zetten in de hoofdbuis 2 nadat de tweede buis 19 voldoende ver in de hoofdbuis 2 is geschoven. In alternatieve uitvoeringsvormen kan het vastzetmiddel 23 tussen de hoofdbuis 2 en de tweede buis 19 ook een las omvatten, of een flexibele leiding omvatten, of een beugel omvatten.
In de uitvoeringsvorm geïllustreerd in Figuur 1 omvat de tweede buis 19 verder een derde moer 25 gemonteerd op het uiteinde van de tweede buis 19 dat niet in de hoofdbuis 2 is geschoven en voorzien is om de tweede buis 19 aan te sluiten op de bestaande buis. In alternatieve uitvoeringsvormen kan het tweede verbindingsmiddel 25 tussen de tweede buis 19 en de bestaande ook een las omvatten of een flexibele leiding. In verder alternatieve uitvoeringsvormen omvat het apparaat 1 geen tweede buis 19 en is het tweede verbindingsmiddel 25 aanwezig op het eerste uiteinde 20 van de hoofdbuis 2.
Claims (14)
- Conclusies1. Een apparaat (1) voor aansluiting tussen twee bestaande buizen, het apparaat (1 ) omvattende: - een holle hoofdbuis (2) met een eerste uiteinde (20) dat een verbindingsmechanisme (24) omvat om het apparaat (1) te verbinden met één van de twee bestaande buizen en met een tweede uiteinde (21), gelegen tegenover genoemd eerste uiteinde (20), dat geconfigureerd is om op de andere van de twee bestaande buizen gemonteerd te worden, waarbij de holle hoofdbuis (2) een holle aftakking (3) op de zijwand van de hoofdbuis (2) heeft en waarbij een opening (4) voorzien is in de zijwand van de aftakking (3), - afsluitmiddelen (5) om het uiteinde van de aftakking (3) en de opening (4) in de aftakking (3) af te sluiten, - een holle structuur (7) dewelke een bovenkant, een onderkant en een zijwand omvat en dewelke geconfigureerd is om schuifbaar te monteren omheen de zijwand van de aftakking (3), waarbij de zijwand van de holle structuur (7) een opening (8) omvat en waarbij de holle structuur (7) verder een holle extensie (9) omvat gepositioneerd op de zijwand van de holle structuur (7) met de opening van de holle extensie (9) gepositioneerd op de genoemde opening (8) in de zijwand van de structuur (7), en - middelen (10) om de holle structuur (7) te bevestigen op de aftakking (3), waarbij de holle hoofdbuis met de holle aftakking uit één geheel vervaardigd is, en waarbij de zijwand van de aftakking (3) en de zijwand van de holle structuur (7) zo geconfigureerd zijn dat, na montage van de holle structuur op de aftakking, vloeistof van de aftakking (3) door de opening (4) naar de holle extensie (9) kan stromen.
- 2. Een apparaat (1) volgens conclusie 1, waarbij de holle structuur (7) en de aftakking (3) zo geconfigureerd zijn dat, na montage van de holle structuur op de aftakking, een vloeistofdichte afsluiting aan beide zijden van de opening (4) aanwezig is.
- 3. Een apparaat (1) volgens eender welke van de conclusies 1 tot 2, waarbij het apparaat verder ten minste twee vloeistofdichte elementen (6) omvat aangebracht op de buitenkant van de aftakking (3), waarbij de genoemde opening (4) in de zijwand van de aftakking (3) zich tussen de ten minste twee vloeistofdichte elementen (6) bevindt en waarbij, na montage van de holle structuur op de aftakking, de ten minste twee vloeistofdichte elementen (6) zich tussen de zijwand van de structuur (7) en de zijwand van de aftakking (3) bevinden en raken aan zowel de zijwand van de structuur (7) als aan de zijwand van de aftakking (3).
- 4. Een apparaat (1) volgens eender welke van de conclusies 1 tot 3, waarbij de middelen (10) om de holle structuur (7) te bevestigen op de aftakking (3) minstens één blokkeerelement omvatten, en waarbij de zijwand van de aftakking (3) aan de buitenkant ten minste één groef (13) en ten minste één uitstulping (16) omvat, waarbij het blokkeerelement (17) geconfigureerd is om in de groef (13) te passen, en waarbij de groef en de uitstulping respectievelijk in en op de zijwand gepositioneerd zijn zodat, na bevestiging, de holle structuur tussen de uitstulping en het blokkeerelement gepositioneerd is.
- 5. Een apparaat (1) volgens eender welke van de conclusies 1 tot 3, waarbij de middelen (10) om de structuur (7) te bevestigen op de aftakking (3) ten minste twee blokkeerelementen (17, 18) omvatten, en waarbij de zijwand van de aftakking (3) aan de buitenkant ten minste twee groeven (13, 14) omvat, waarbij elk van de blokkeerelementen (17, 18) geconfigureerd is om in minstens één van de minstens twee groeven (13, 14) te passen en waarbij de twee groeven in zijwand gepositioneerd zijn zodat, na bevestiging van de twee blokkeerelementen in de twee groeven, de holle structuur tussen de twee blokkeerelementen gepositioneerd is.
- 6. Een apparaat (1) volgens eender welk van de voorgaande conclusies 3 tot 5, waarbij de zijwand van de aftakking (3) aan de buitenkant ten minste een derde en een vierde groef (10, 11) omvat waarbij de derde en de vierde groef (10, 11) geconfigureerd zijn zodat de ten minste twee vloeistofdichte elementen (6) in de derde en de vierde groef (10,11) passen.
- 7. Een apparaat (1) volgens eender welke van de voorgaande conclusies, waarbij de zijwand van de aftakking (3) aan de buitenkant verder een vijfde groef (12) omvat waarbij de vijfde groef (12) zo geconfigureerd is dat de genoemde opening (4) in de zijwand van de aftakking (3) in de vijfde groef (12) gepositioneerd is.
- 8. Een apparaat (1) volgens eender welke van de voorgaande conclusies, waarbij, na montage van de holle structuur (7) op de aftakking (3), de opening (9) in de zijwand van de structuur (7) gealigneerd is met de genoemde opening (4) in de zijwand van de aftakking (3).
- 9. Een apparaat (1) volgens eender welk van de voorgaande conclusies, waarbij de afsluitmiddelen (5) een klepafsluiter omvat.
- 10. Een apparaat (1) volgens eender welk van de voorgaande conclusies, waarbij de aftakking (3) en de holle structuur (7) cilindervormig zijn.
- 11. Een apparaat (1) volgens eender welk van de voorgaande conclusies, waarbij het apparaat verder een tweede holle buis (19) omvat, welke tweede holle buis (19) schuifbaar aangebracht is in het eerste uiteinde (20) van de holle hoofdbuis (2), waarbij de tweede holle buis (19) een verbindingsmechanisme (25) omvat om het apparaat (1) te verbinden met de andere van de twee bestaande buizen.
- 12. Een apparaat (1 ) volgens conclusie 11, welk apparaat verder een vloeistofdichte ring (22) omvat, welke rond de tweede buis (19) bevestigd is en welke geconfigureerd is om een vloeistofdichte afsluiting te vormen tussen de tweede buis en de hoofdbuis (2).
- 13. Een apparaat (1) volgens conclusie 11 of 12, welk apparaat verder een vastzetmiddel (23) omvat geconfigureerd om de tweede buis (19) vast te zetten ten opzichte van de hoofdbuis (2), bij voorkeur is het vastzetmiddel (23) een moer die past op een schroefdraad op de buitenkant van de hoofdbuis (2) aan het eerste uiteinde (20) van de hoofdbuis (2).
- 14. Een apparaat (1) volgens eender welk van de voorgaande conclusies 1 tot 10, waarbij de hoofdbuis aan het tweede uiteinde (21 ) een verbindingsmechanisme (25) omvat om het apparaat (1) te verbinden met de andere van de twee bestaande buizen.
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2016/5035A BE1023775B1 (nl) | 2016-01-15 | 2016-01-15 | Controlekraan met aftappunt |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2016/5035A BE1023775B1 (nl) | 2016-01-15 | 2016-01-15 | Controlekraan met aftappunt |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1023775A1 BE1023775A1 (nl) | 2017-07-18 |
| BE1023775B1 true BE1023775B1 (nl) | 2017-07-20 |
Family
ID=55484767
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE2016/5035A BE1023775B1 (nl) | 2016-01-15 | 2016-01-15 | Controlekraan met aftappunt |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| BE (1) | BE1023775B1 (nl) |
Families Citing this family (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CN112539308B (zh) * | 2020-11-30 | 2022-12-27 | 海盐管件制造有限公司 | 一种卡套式过滤管铰接接头 |
Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB686638A (en) * | 1951-02-07 | 1953-01-28 | Ethyl Louie Wigley | Improvements in and relating to liquid-tight or gas-tight joints |
| DE10208376C1 (de) * | 2002-02-27 | 2003-09-25 | Ewe Wilhelm Gmbh & Co Kg | Ventil-Anbohrarmatur |
| EP1462695A1 (en) * | 2003-03-27 | 2004-09-29 | Mark Indigne | Stopcock |
| DE102008058339A1 (de) * | 2007-11-22 | 2009-06-18 | Gwa Hausanschluss Armaturen Gmbh | Anbohrarmatur |
| DE102013110550A1 (de) * | 2013-09-24 | 2015-03-26 | Keulahütte Lüneburg Armaturen Gmbh | Leitungsanordnung mit einer Anbohrschelle |
-
2016
- 2016-01-15 BE BE2016/5035A patent/BE1023775B1/nl active IP Right Grant
Patent Citations (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| GB686638A (en) * | 1951-02-07 | 1953-01-28 | Ethyl Louie Wigley | Improvements in and relating to liquid-tight or gas-tight joints |
| DE10208376C1 (de) * | 2002-02-27 | 2003-09-25 | Ewe Wilhelm Gmbh & Co Kg | Ventil-Anbohrarmatur |
| EP1462695A1 (en) * | 2003-03-27 | 2004-09-29 | Mark Indigne | Stopcock |
| DE102008058339A1 (de) * | 2007-11-22 | 2009-06-18 | Gwa Hausanschluss Armaturen Gmbh | Anbohrarmatur |
| DE102013110550A1 (de) * | 2013-09-24 | 2015-03-26 | Keulahütte Lüneburg Armaturen Gmbh | Leitungsanordnung mit einer Anbohrschelle |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| BE1023775A1 (nl) | 2017-07-18 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NO20082607L (no) | Automatisk klemmeanordning | |
| CN101558258A (zh) | 阀组件和系统 | |
| BE1023775B1 (nl) | Controlekraan met aftappunt | |
| ATE317119T1 (de) | Selbstreinigende probenaufgabevorrichtung | |
| BR112017017789B1 (pt) | Válvula de verificação de bocal | |
| BR112018077332A2 (pt) | dispositivo de encaixe sob pressão, seu uso e método para identifcar um vazamento | |
| CN111656185B (zh) | 用于检测供应管中的液体质量的装置 | |
| EP3196600A1 (de) | Durchflussmesser | |
| CN106907541A (zh) | 用于连接引导流体的管道的耦联元件以及相应的耦联装置 | |
| CN105413245B (zh) | 一种用于油罐自动脱水器的前视装置 | |
| CN103282761B (zh) | 采样装置 | |
| CN205120425U (zh) | 尿液采集装置 | |
| FR2512514A1 (fr) | Soupape anti-retour | |
| BE1023912B1 (nl) | Aanboorzadel met geïntegreerde dichting | |
| JP6861574B2 (ja) | 間接排水用継手 | |
| KR20150023083A (ko) | 배관용 샘플채취장치 | |
| CN106132473B (zh) | 止回阀总成、医学功能装置及血液治疗设备 | |
| BRPI1002924A2 (pt) | tubo para a tomada de amostras de fluido em sistemas | |
| CN107607300B (zh) | 一种拉力试验工装 | |
| AU2008280991B2 (en) | Liquid consumption meter | |
| FR3049467B1 (fr) | Port, systeme de distribution comprenant un tel port, et procede de fabrication | |
| CN221302588U (zh) | 一种idg回油滤压差测试工装 | |
| NL2014127B1 (nl) | Stankafsluiter en stelsel van een transportleiding met een splitsing in een hoofdtak en een zijtak en een dergelijke stankafsluiter. | |
| BE496458A (nl) | ||
| EP3777909A4 (en) | LIQUID SAMPLING DEVICE WITH VALVE |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| FG | Patent granted |
Effective date: 20170720 |