[go: up one dir, main page]

BE1023666A1 - Verbeterde jet en werkwijze - Google Patents

Verbeterde jet en werkwijze Download PDF

Info

Publication number
BE1023666A1
BE1023666A1 BE20155734A BE201505734A BE1023666A1 BE 1023666 A1 BE1023666 A1 BE 1023666A1 BE 20155734 A BE20155734 A BE 20155734A BE 201505734 A BE201505734 A BE 201505734A BE 1023666 A1 BE1023666 A1 BE 1023666A1
Authority
BE
Belgium
Prior art keywords
yarn
air
yarns
chamber
alternating
Prior art date
Application number
BE20155734A
Other languages
English (en)
Other versions
BE1023666B1 (nl
Inventor
Erik Gilbos
Hans Evenepoel
Sigurn Vandenbrande
Björn QUIDE
Original Assignee
Gilbos N V
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Gilbos N V filed Critical Gilbos N V
Priority to BE2015/5734A priority Critical patent/BE1023666B1/nl
Priority to CN201680065218.2A priority patent/CN108350617A/zh
Priority to PCT/IB2016/001662 priority patent/WO2017081536A1/en
Priority to EP16813131.6A priority patent/EP3374548B1/en
Priority to US15/774,633 priority patent/US11053612B2/en
Application granted granted Critical
Publication of BE1023666A1 publication Critical patent/BE1023666A1/nl
Publication of BE1023666B1 publication Critical patent/BE1023666B1/nl

Links

Classifications

    • DTEXTILES; PAPER
    • D02YARNS; MECHANICAL FINISHING OF YARNS OR ROPES; WARPING OR BEAMING
    • D02GCRIMPING OR CURLING FIBRES, FILAMENTS, THREADS, OR YARNS; YARNS OR THREADS
    • D02G1/00Producing crimped or curled fibres, filaments, yarns, or threads, giving them latent characteristics
    • D02G1/16Producing crimped or curled fibres, filaments, yarns, or threads, giving them latent characteristics using jets or streams of turbulent gases, e.g. air, steam
    • DTEXTILES; PAPER
    • D02YARNS; MECHANICAL FINISHING OF YARNS OR ROPES; WARPING OR BEAMING
    • D02GCRIMPING OR CURLING FIBRES, FILAMENTS, THREADS, OR YARNS; YARNS OR THREADS
    • D02G1/00Producing crimped or curled fibres, filaments, yarns, or threads, giving them latent characteristics
    • D02G1/02Producing crimped or curled fibres, filaments, yarns, or threads, giving them latent characteristics by twisting, fixing the twist and backtwisting, i.e. by imparting false twist
    • D02G1/04Devices for imparting false twist
    • DTEXTILES; PAPER
    • D02YARNS; MECHANICAL FINISHING OF YARNS OR ROPES; WARPING OR BEAMING
    • D02GCRIMPING OR CURLING FIBRES, FILAMENTS, THREADS, OR YARNS; YARNS OR THREADS
    • D02G3/00Yarns or threads, e.g. fancy yarns; Processes or apparatus for the production thereof, not otherwise provided for
    • D02G3/22Yarns or threads characterised by constructional features, e.g. blending, filament/fibre
    • D02G3/26Yarns or threads characterised by constructional features, e.g. blending, filament/fibre with characteristics dependent on the amount or direction of twist
    • D02G3/28Doubled, plied, or cabled threads
    • D02G3/286Doubled, plied, or cabled threads with alternatively "S" and "Z" direction of twist, e.g. Self-twist process
    • DTEXTILES; PAPER
    • D02YARNS; MECHANICAL FINISHING OF YARNS OR ROPES; WARPING OR BEAMING
    • D02JFINISHING OR DRESSING OF FILAMENTS, YARNS, THREADS, CORDS, ROPES OR THE LIKE
    • D02J1/00Modifying the structure or properties resulting from a particular structure; Modifying, retaining, or restoring the physical form or cross-sectional shape, e.g. by use of dies or squeeze rollers
    • D02J1/08Interlacing constituent filaments without breakage thereof, e.g. by use of turbulent air streams

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Textile Engineering (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Fluid Mechanics (AREA)
  • Yarns And Mechanical Finishing Of Yarns Or Ropes (AREA)

Abstract

De huidige uitvinding betreft een verbeterde inrichtingen voor het vervaardigen van alternerend S/Z gekableerd garen, voor alternerend S/Z getwijnd garen en voor het (al of niet alternerend) aanleggen van een torsie op een garen, waarbij kritische luchtstroomcondities bereikt worden minstens aan de uitgang van de torsiekamer van de inrichtingen. Verder voorziet de uitvinding een werkwijze voor het vervaardigen van alternerend S/Z gekableerd garen, voor alternerend S/Z getwijnd garen en voor het (al of niet alternerend) aanleggen van een torsie op een garen onder kritische luchtstroom condities minstens aan de uitgang van de torsiekamer gebruikt in de werkwijze, en een product volgens deze werkwijzen.

Description

VERBETERDE JET EN WERKWIJZE
TECHNISCH DOMEIN
De uitvinding heeft betrekking op een verbeterd torsieorgaan voor het aanbrengen van een alternerende S/Z twist (of false twist) in één of meerdere garens, en algemeen op verbeterde inrichtingen en werkwijzen voor het vervaardigen van alternerende S/Z gekableerde garens en tussenproducten daarvan.
STAND DER TECHNIEK
Voor praktische overwegingen worden hierin algemene beschrijvingen opgenomen in verband met de processen en producten waartoe deze aanvrage betrekking heeft.
Het is mogelijk om getwijnd of gekableerd garen te maken door verschillende garens te voorzien van een zogenaamde "false-twist" of van een alternerende S/Z twist, de verschillende garens deels te verbinden, waarna de verschillende garens verstrengelen door het ontwinden onder invloed van de torsie van de false-twist.
Dit is conceptueel reeds beschreven in volgende documenten: "Self-Twist Yarn", D.E. Henshaw, Merrow Publishing C°, Ltd., Watford, Herts, England, 1971; RE 27,717 Breen et al; US 3,225,533 Henshaw; US 3,306,023 Henshaw et al. ; US 3,353,344 Clendening, Jr. ; US 3,434,275 Backer et al. ; US 3,443,370 Walls; US 3,507,108 Yoshimura et al. ; US 3,717,988 Walls; US 3,775,955 Shahand and US 3,940,917 Strachan. Daarnaast wordt een het proces voor het vervaardigen van een alternerend S/Z gekableerd garen beschreven in het octrooidocument WO 2012/059560.
Een eerste probleem met de gekende systemen, toestellen, apparaten en inrichtingen voor het alternerend aanleggen van een S respectievelijk Z torsie in een garen, is dat deze er niet in slagen een bevredigende centrale stabilisatie te verzekeren van het garen dat door de jet gevoerd wordt, zodanig dat het garen onvoldoende precies kan gepositioneerd worden ten opzichte van de luchtstroom. Gezien de extreem hoge snelheden waarmee het garen gevoerd wordt, is dit echter van groot belang doordat afwijkingen sterk vergroot worden en moeilijk gecorrigeerd kunnen worden. Op die manier kan garen over een heel grote lengte van een niet voldoende torsie voorzien worden, wat nadelig is voor het eindproduct.
Een verder probleem is het verkrijgen van een stabiele, constante luchtstroom rond het garen, die moet zorgen voor een vaste torsie en twist in het garen. In de praktijk blijkt dat het van groot belang is om een zo gelijkmatig mogelijke luchtstroom te verstrekken om op die manier een gelijkmatig getwist garen te verkrijgen, dat op die manier ook voor een betrouwbare manier kan verstrengelen met andere garens. De gekende systemen kunnen de luchtstroom onvoldoende reguleren om een hoogkwalitatief product te garanderen.
In een poging deze stabiele centrale garenvoering te bereiken, wordt in het verleende patent US 4,621,490 één of meerdere contactpunten voor het garen voorzien, minstens één daarvan aan de ingang van de kamer waarin de alternerende twist wordt aangelegd. Op deze manier kunnen uitwijkingen (bijvoorbeeld trillingen) gecompenseerd worden of zelfs vermeden zodat het garen onverstoord (of minder) doorheen de kamer gevoerd wordt. Een eerste probleem dat hieruit volgt is dat het garen hierdoor op een andere manier verstoord wordt, en bijvoorbeeld afgeplat kan worden vooraleer door de kamer te gaan. Een tweede grote probleem is dat, gezien de extreem hoge snelheden van het garen, dit wrijving als gevolg heeft die nadelig is voor de kwaliteit van het garen, en zelfs voor breuk kan zorgen. Een breuk in het garen heeft grote gevolgen op een productieketen die aan dergelijke snelheden draait. Een laatste probleem is dat de gecreëerde luchtstroom op geen enkele verbeterd wordt in aspecten van gelijkmatigheid.
Een andere mogelijke verbeterde zogenaamde airjet spininrichting wordt gesuggereerd in EP 0,368,108, waar een spininrichting voor alternerende S/Z gekableerde garens wordt vrijgegeven, waarbij het twisten van de garens gebeurt via air jets. Echter, deze inrichting is aangepast om vrije uiteinden van garens, die aangevoerd worden via aanleverrollen, naar binnen te zuigen via een vacuümbron, waarbij deze uiteindelijk vertengelen in een verdere twistkamer en zo verder doorheen de inrichting lopen. Deze vertengeling zet zich terug door naar de aanleverrollen toe. De verbetering van deze inrichting tegenover andere systemen is dat de gecreëerde luchtstraal onder een hoek van 30°-40° met de longitudinale as van de inrichting georiënteerd is, om op die manier een verbeterde aanzuiging een luchtstroom doorheen de inrichting te laten lopen aan een gewenste snelheid. Het document noemt verder geen maatregelen op om tot een stabielere tangentiële luchtstroom rondom de longitudinale as van de inrichting te komen, enkel langsheen de longitudinale as.
Er is nood aan een verbeterd torsieorgaan dat voor een stabiele, verreikende tangentiële luchtstroom zorgt om op die manier een stabielere garenvoering te bereiken langsheen een centrale as in het torsieorgaan, bij voorkeur bij voordelige werkingsomstandigheden voor de inrichting qua druk, luchtsnelheid, garensnelheid en andere factoren. Een stabielere tangentiële luchtstroom zorgt zoals gezegd voor een gelijkmatig getwist garen. Dit leidt bovendien tot een gestabiliseerde centrale garenvoering, die de gelijkmatige twist nog versterkt aangezien de snelheid van de tangentiële luchtstroom plaatsafhankelijk is. Door het garen centraal te voeren met beperkte afwijkingen, wordt ook een constante tangentiële luchtstroom ervaren, eventueel met beperkte afwijkingen, door het garen dat doorheen het torsieorgaan loopt. Daarnaast is het mogelijk garens van een hogere en constantere kwaliteit te verstrekken, en dit aan verhoogde volumes, aangezien de snelheid waarmee het garen doorheen de inrichting gaat, vaak beperkt moet worden om verschillende redenen. Eén van de voornaamste redenen hiervoor is dat een hogere snelheid vaak voor grotere afwijkingen ten opzichte van de centrale, ideale garenvoering zorgt.
Een verder probleem is dat, bij de hoge snelheden waarbij de garens doorheen de inrichtingen worden getrokken, het nodig is om hoge drukken aan te leggen in de inrichtingen om een voldoende sterke torsie over te brengen op het garen, maar ook om stabiele omstandigheden te verzekeren waarbij wervelstromen die energieverlies betekenen, rond het garen zo veel mogelijk vermeden worden. Het verkrijgen en aanhouden van hoge druk is energetisch, en dus financieel, een zeer dure operatie. Om die reden is het dan ook noodzakelijk om het productieproces bij zo laag mogelijke drukken te kunnen laten gebeuren. Momenteel wordt in de meeste systemen een overdruk van ongeveer 9 bar gebruikt, waardoor het duidelijk is dat hierin nog zeer veel progressiemarge is om energiekosten te drukken, alsook kosten op machineonderhoud. Hierbij moet in gedachten gehouden worden dat de gebruikte energie per tijdseenheid (gebruikt vermogen) hier kan berekend worden als het product van volumetrisch debiet en druk (absoluut). Indien het productieproces bij lagere drukken kan gevoerd worden, zou niet alleen veel bespaard worden op energieverbruik, maar daarnaast ook qua materiaal, aangezien de inrichtingen momenteel in gebruik moeten kunnen opereren bij langdurige en zeer hoge overdrukken, en om die reden moet dan ook meer geïnvesteerd worden in de inrichting en is deze moeilijker af te regelen. Verder is de hogere druk waarbij de conventionele systemen werken ook deels nodig om een voldoende hoge luchtmassadichtheid te bereiken, waardoor de lucht beter kan interageren met de filamenten van het garen. Dit specifieke probleem, alsook de meeste van de overige problemen, treedt op bij verschillende subsystemen die gebruikt worden bij het vervaardigen van gekableerd alternerend S/Z getwijnd garen, of verbonden alternerend S/Z getwijnd garen of (al of niet verbonden) false-twisted garen of alternerend S/Z getwijnd garen. Mogelijke subsystemen zijn luchtjetinrichtingen (voor het aanbrengen van een false twist of een alternerende S/Z torsie) bijvoorbeeld als onderdeel van een twijninrichting of van een kableerinrichting, vertengelinrichtingen (voor het verbinden van afzonderlijke garens). Om die reden zijn de oplossingen aangedragen in dit document dan ook van toepassing op alle dergelijke systemen.
Een laatste probleem bij de conventionele systemen is dat daarin grote verliezen optreden door schokgolven, en daaruit volgende ongecontroleerde luchtstromingen, aan de luchtinlaten naar de kamer, doordat binnenstromende lucht te sterk expandeert en zodoende een superkritische luchtstroming veroorzaakt. Dergelijke luchtstromingen gaan gepaard met grote energieverliezen en zorgen bovendien voor een minder gecontroleerde luchtstroming, terwijl het cruciaal is dat de luchtstroming in de kamer kan gecontroleerd worden om zo een uniforme twist of kracht aan te brengen op de garens die doorheen de kamer gevoerd worden.
De huidige uitvinding beoogt een oplossing te vinden voor ten minste enkele van bovenvermelde problemen.
SAMENVATTING VAN DE UITVINDING
In een eerste aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het manipuleren van één of meerdere garens door een luchtstroom, omvattende de stappen: a. het voeren van de één of meerdere garens doorheen een luchtjetinrichting, waarbij de luchtjetinrichting een kamer met een gareningang, een garenuitgang en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de één of meerdere garens doorheen de kamer wordt geleid van de gareningang naar de garenuitgang; b. het creëren van een luchtstroom in de kamer terwijl de één of meerdere garens doorheen de kamer wordt gevoerd, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer via de één of meerdere luchtingangen door luchtinlaatkanalen, waarbij de ingevoerde lucht de kamer verlaat door de gareningang en de garenuitgang; c. het manipuleren van de één of meerdere garens door de luchtstroom; met als kenmerk dat de luchtstroom aan de garenuitgang een kritische stroming is, en waarbij bij voorkeur de luchtstroom aan de gareningang ook een kritische stroming is.
In een verdere uitvoeringsvorm omvat de werkwijze een stap waarbij, na het manipuleren van de één of meerdere garens, één enkel garen of één substantieel getwijnd garen of één substantieel gekableerd garen of één getexturiseerd garen of één vertengeld garen afgevoerd wordt doorheen de garenuitgang.
In een verdere uitvoeringsvorm heeft de overdruk een vooraf bepaald bereik en de ingevoerde lucht een massadebiet heeft met een vooraf bepaald bereik, en zijn het vooraf bepaald bereik van de overdruk en het vooraf bepaald bereik van het massadebiet van de ingevoerde lucht zodanig dat de kritische stroming aan de gareningang, en bij voorkeur ook aan de garenuitgang, voorzien wordt.
In een verdere uitvoeringsvorm is het vooraf bepaald bereik van de overdruk aan de luchtingangen omvat tussen 1 bar en 7 bar, bij voorkeur tussen 2 bar en 5 bar, en bij verdere voorkeur bij ongeveer 3 bar.
In een verdere uitvoeringsvorm wordt de kritische stroming aan de garenuitgang, en bij voorkeur ook aan de gareningang, voorzien rekening houdend met een gekende diameter van de één of meerdere garens aan de garenuitgang en/of aan de gareningang.
In een verdere uitvoeringsvorm heeft de garenuitgang een doorsnede, en hebben de luchtinlaatkanalen doorsneden. Hierbij is de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang tot de doorsnede van de luchtinlaatkanalen die de luchtstroom creëren, omvat tussen 1.5 en 8, bij voorkeur tussen 2 en 6. Mogelijk kan het bereik van deze verhouding hogere en/of lagere buitengrenzen hebben, bijvoorbeeld tussen 1 en 10, of nog nauwer omvat zijn, zoals 2.5, 3.5, 4, 4.5, 5, 5.5, 6, 6.5, 7 en/of 7.5.
In een verdere uitvoeringsvorm omvat het manipuleren van de één of meerdere garens het aanbrengen van een torsie op de één of meerdere garens, en is de luchtstroom in de kamer substantieel tangentieel en geschikt om een torsie, aan te brengen op de één of meerdere garens.
In een verdere uitvoeringsvorm omvat het manipuleren van de één of meerdere garens het aanbrengen van een alternerende S en Z torsie op de één of meerdere garens omvat, en is de luchtstroom in de kamer substantieel tangentieel en geschikt om een alternerende S en Z torsie aan te brengen op de één of meerdere garens.
In een alternatieve uitvoeringsvorm omvat het manipuleren van de één of meerdere garens het vertengelen van filamenten van de één of meerdere garens, en wordt de luchtstroom in de kamer radiaal ingebracht, doorheen een longitudinale as van de kamer, zodanig dat de luchtstroom opgesplitst wordt in twee substantieel parallelle vortexen met tegengestelde draaizin. De vortexen zijn geschikt voor het vertengelen van de filamenten van de één of meerdere garens.
In een alternatieve uitvoeringsvorm omvat het manipuleren van de één of meerdere garens door de luchtstroom het aanbrengen van een false twist op de één of meerdere garens, waarbij de luchtstroom in de kamer substantieel tangentieel is en geschikt is om een false twist aan te brengen op de één of meerdere garens.
In een tweede aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garens, en omvat de werkwijze volgende stappen: a. het separaat aanvoeren van minstens twee garens doorheen een afzonderlijke luchtjetinrichting met een kamer, waarbij de kamer een gareningang, een garenuitgang en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de één of meerdere garens doorheen de kamers worden geleid van de gareningang naar de garenuitgang; b. het alternerend aanbrengen van S en Z torsie op de garens in de kamer, waarbij zones van S torsie afgewisseld worden door zones van Z torsie en omgekeerd, met tussenin korte zones met benaderend geen twist, en waarbij de S en Z torsie aangebracht wordt via een substantieel tangentiële luchtstroom rond de garens, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer via de één of meerdere luchtingangen, waarbij de ingevoerde lucht de kamer verlaat door de gareningang en de garenuitgang; c. het in fase samenvoegen van de alternerend S/Z getwiste garens na de garenuitgang, waarbij de korte zones van de garens benaderend samenvallen en waarbij de zones van gelijke torsie van de garens benaderend samenvallen met elkaar; d. het verbinden van de samenvallende korte zones; e. het laten selftwisten van de garens zodanig dat er alternerend S/Z getwijnde garens ontstaan; f. het afvoeren van de alternerend S/Z getwijnde garens; met als kenmerk dat het alternerend aanbrengen van de S en Z torsie op de garens in de kamer gebeurt volgens een werkwijze zoals hierboven beschreven, en ook verder in dit document.
De uitvinding betreft eveneens een alternatieve werkwijze voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garens, omvattende volgende stappen: a. het separaat aanvoeren van minstens twee garens doorheen een afzonderlijke luchtjetinrichting met een eerste kamer en een tweede kamer die op elkaar volgen, waarbij de eerste kamer een gareningang, en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de tweede kamer een garenuitgang en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de kamers longitudinaal verbonden zijn met een kamerovergang, en waarbij de één of meerdere garens doorheen de kamers wordt geleid van de gareningang van de eerste kamer naar de garenuitgang van de tweede kamer; b. het periodiek aanbrengen van S torsie op de garens in de eerste kamer, waarbij zones van S torsie afgewisseld worden door torsievrije zones, en waarbij de S torsie aangebracht wordt via een substantieel tangentiële luchtstroom rond de garens, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de eerste kamer via de één of meerdere luchtingangen door luchtinlaatkanalen, waarbij de ingevoerde lucht de eerste kamer verlaat door de gareningang en de kamerovergang; c. het periodiek aanbrengen van Z torsie op de garens in de tweede kamer, waarbij zones van Z torsie zones van S torsie afwisselen met korte zones waar benaderend geen twist aanwezig is tussen de Z torsie zones en de S torsie zones, en waarbij de Z torsie aangebracht wordt via een substantieel tangentiële luchtstroom rond de garens met tegengestelde draaizin aan de tangentiële luchtstroom van de eerste kamer, waarbij de luchtstroom van de tweede kamer wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de tweede kamer via de één of meerdere luchtingangen door luchtinlaatkanalen, waarbij de ingevoerde lucht de tweede kamer verlaat door de garenuitgang en de kamerovergang; d. het in fase samenvoegen van de alternerend S/Z getwiste garens na de garenuitgang, waarbij de korte zones van de garens benaderend samenvallen en waarbij de zones van gelijke torsie van de garens benaderend samenvallen met elkaar; e. het verbinden van de samenvallende korte zones; f. het laten selftwisten van de garens zodanig dat er alternerend S/Z getwijnde garens ontstaan; g. het afvoeren van de alternerend S/Z getwijnde garens; met als kenmerk dat het alternerend aanbrengen van de S en Z torsie op de garens in de kamers gebeurt volgens een werkwijze zoals hierboven beschreven, en ook verder in dit document.
In een alternatieve versie van bovenstaande werkwijze worden in stap d. de alternerend S/Z getwiste garens in tegenfase samengevoegd, waarbij de zones van tegengestelde torsie van de garens benaderend samenvallen met elkaar. In deze versie wordt stap f. het laten selftwisten van de garens, niet uitgevoerd, aangezien de tegengestelde torsies van de zones elkaar tegenwerken. Deze werkwijze levert geen alternerend S/Z getwijnd garen op, maar een verbonden alternerend S/Z getwist garen.
In een verdere uitvoeringsvorm omvat de uitvinding een werkwijze voor het vervaardigen van verbonden alternerend S/Z getwijnd garen, omvattende volgende stappen: a. het vervaardigen van minstens twee alternerend S/Z getwijnde garens volgens een werkwijze zoals beschreven in dit document; b. het verbinden van de minstens twee alternerend S/Z getwijnde garens ter verkrijging van het verbonden alternerend S/Z getwijnd garen, bij voorkeur volgens een werkwijze voor het vertengelen van één of meerdere garens zoals beschreven in dit document.
In een derde aspect betreft de uitvinding een werkwijze voor het vervaardigen van alternerend S/Z gekableerde garens, en omvat de werkwijze volgende stappen: a. het separaat aanvoeren van minstens vier garens, verdeeld over minstens twee groepen garens, waarbij elk garen doorheen eerste luchtjetinrichtingen met een kamer, waarbij de kamer een gareningang, een garenuitgang en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de één of meerdere garens doorheen de kamer wordt geleid van de gareningang naar de garenuitgang; b. het alternerend aanbrengen van S en Z torsie op de garens in de eerste kamers, waarbij zones van S torsie afgewisseld worden door zones van Z torsie en omgekeerd, met tussenin korte zones met benaderend geen twist, en waarbij de S en Z torsie aangebracht wordt via een substantieel tangentiële luchtstroom rond de garens, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer via de één of meerdere luchtingangen, waarbij de ingevoerde lucht de kamer verlaat door de gareningang en de garenuitgang; c. het in fase samenvoegen van de alternerend S/ Z getwiste garens van de groep na de garenuitgang van de kamers, waarbij de korte zones van de garens van de groep benaderend samenvallen en waarbij de zones van gelijke torsie van de garens van de groep benaderend samenvallen met elkaar; d. het verbinden van de samenvallende korte zones van de garens van de groep; e. het laten selftwisten van de garens van de groep zodanig dat er voor elke groep een alternerend S/Z getwijnde garen ontstaat; f. het separaat aanvoeren van de alternerend S/Z getwijnde garens doorheen tweede luchtjetinrichtingen, waarbij de tweede luchtjetinrichtingen een ingang, een uitgang omvatten en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de één of meerdere alternerend S/Z getwijnde garens doorheen de kamer van de tweede luchtjetinrichting wordt geleid van de gareningang van de tweede luchtjetinrichting naar de garenuitgang van de tweede luchtjetinrichting; g. het alternerend aanbrengen van een S en Z torsie op de alternerend S/Z getwijnde garens, op die manier overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens makend, waarbij korte zones tussen zones met verschillende torsie samenvallen met de oorspronkelijke korte zones van de alternerend S/Z getwijnde garens, en waarbij de S en Z torsie aangebracht wordt door een luchtstroom te voorzien, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer van de tweede luchtjetinrichting via de één of meerdere luchtingangen van de tweede luchtjetinrichting, waarbij de ingevoerde lucht de kamer van de tweede luchtjetinrichting verlaat door de gareningang van de tweede luchtjetinrichting en de garenuitgang van de tweede luchtjetinrichting; h. het in fase samenvoegen van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens van de groepen, waarbij de korte zones van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens benaderend samenvallen en waarbij de zones van gelijke torsie benaderend samenvallen; i. het verbinden van de korte zones van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens van de groepen; j. het laten selftwisten van de verbonden overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens, zodat een alternerend S/Z gekableerd garen ontstaat; k. het afvoeren van de alternerende S/Z gekableerde garen; met als kenmerk dat het alternerend aanbrengen van de S en Z torsie op de garens in de eerste luchtjetinrichtingen gebeurt volgens een werkwijze hiervoor zoals beschreven dit document, en bij voorkeur verder het alternerend aanbrengen van de S en Z torsie op de alternerend S/Z getwijnde garens in de tweede luchtjetinrichtingen gebeurt volgens een werkwijze hiervoor volgens dit document.
In een aangepaste versie van voorgenoemde werkwijze worden verbonden alternerend S/Z getwijnde garens vervaardigd als volgt: a. het separaat aanvoeren van minstens vier garens, verdeeld over minstens twee groepen garens, waarbij elk garen doorheen eerste luchtjetinrichtingen met een kamer, waarbij de kamer een gareningang, een garenuitgang en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de één of meerdere garens doorheen de kamer wordt geleid van de gareningang naar de garenuitgang; b. het alternerend aanbrengen van S en Z torsie op de garens in de eerste kamers, waarbij zones van S torsie afgewisseld worden door zones van Z torsie en omgekeerd, met tussenin korte zones met benaderend geen twist, en waarbij de S en Z torsie aangebracht wordt via een substantieel tangentiële luchtstroom rond de garens, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer via de één of meerdere luchtingangen, waarbij de ingevoerde lucht de kamer verlaat door de gareningang en de garenuitgang; c. het in fase samenvoegen van de alternerend S/ Z getwiste garens van de groep na de garenuitgang van de kamers, waarbij de korte zones van de garens van de groep benaderend samenvallen en waarbij de zones van gelijke torsie van de garens van de groep benaderend samenvallen met elkaar; d. het verbinden van de samenvallende korte zones van de garens van de groep; e. het laten selftwisten van de garens van de groep zodanig dat er voor elke groep een alternerend S/Z getwijnde garen ontstaat; f. het separaat aanvoeren van de alternerend S/Z getwijnde garens doorheen tweede luchtjetinrichtingen, waarbij de tweede luchtjetinrichtingen een ingang, een uitgang omvatten en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de één of meerdere alternerend S/Z getwijnde garens doorheen de kamer van de tweede luchtjetinrichting wordt geleid van de gareningang van de tweede luchtjetinrichting naar de garenuitgang van de tweede luchtjetinrichting; g. het alternerend aanbrengen van een S en Z torsie op de alternerend S/Z getwijnde garens, op die manier overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens makend, waarbij korte zones tussen zones met verschillende torsie samenvallen met de oorspronkelijke korte zones van de alternerend S/Z getwijnde garens, en waarbij de S en Z torsie aangebracht wordt door een luchtstroom te voorzien, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer van de tweede luchtjetinrichting via de één of meerdere luchtingangen van de tweede luchtjetinrichting, waarbij de ingevoerde lucht de kamer van de tweede luchtjetinrichting verlaat door de gareningang van de tweede luchtjetinrichting en de garenuitgang van de tweede luchtjetinrichting; h. het in tegenfase samenvoegen van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens van de groepen, waarbij de korte zones van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens benaderend samenvallen en waarbij de zones van tegengestelde torsie benaderend samenvallen; i. het verbinden van de korte zones van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens van de groepen zodat een verbonden alternerend S/Z getwijnd garen ontstaat; j. het afvoeren van de verbonden alternerende S/Z getwijnde garen; met als kenmerk dat het alternerend aanbrengen van de S en Z torsie op de garens in de eerste luchtjetinrichtingen gebeurt volgens een werkwijze hiervoor zoals beschreven dit document, en bij voorkeur verder het alternerend aanbrengen van de S en Z torsie op de alternerend S/Z getwijnde garens in de tweede luchtjetinrichtingen gebeurt volgens een werkwijze hiervoor volgens dit document.
Normaliter wordt torsie (of twist) op een garen aangebracht door het garen doorheen een eerste deel van een luchtjetinrichting te voeren, namelijk een twistjet, waar een luchtstroom door een overdruk gecreëerd wordt in een kamer waardoorheen het garen getrokken wordt. De luchtstroom is tangentieel en brengt torsie of twist aan op het garen. De aanvrager heeft hierbij opgemerkt dat de hoeveelheid torsie die per lengte-eenheid op een garen wordt aangebracht, afhankelijk is van de lokale torsie van het garen. Hiermee wordt verwezen naar de torsie aanwezig op het garen dat zich verder en/of eerder in de twistjet of daarbuiten bevindt. Op deze manier is het mogelijk dat een lengte-eenheid van het garen kort na een torsievrije korte zone sterker getorst is dan een lengte-eenheid van het garen verder na de korte zone, doordat reeds aanwezig torsie op verdere zones van het garen korter na de korte zone, het aanbrengen van torsie op de lengte-eenheid verder na de torsievrije korte zone afzwakt. Op deze manier wordt een ongelijkmatige hoeveelheid torsie aangebracht over de lengte van het garen, met in het bijzonder dan een (periodiek terugkerende) ongelijkmatige twist tussen twee opeenvolgende korte zones substantieel zonder twist of torsie. De aanvrager merkte zoals gezegd dat de hoeveelheid twist die per lengte-eenheid op een garen wordt aangebracht, afhankelijk lijkt te zijn van de lokale torsie in het garen. Daarnaast merkte de aanvrager op dat de waarde van de overdruk waarbij de luchtstroom gecreëerd wordt, een invloed uitoefent op de hoeveelheid torsie die aangebracht wordt op een garen met een bepaalde lokale torsie. Door het bereiken van een kritische stroming aan de uitgangen van de kamer, is het mogelijk om een overdruk op te bouwen in de kamer zelf. Door deze twee constataties met elkaar te combineren, kan een garen met een gelijkmatige torsie vervaardigd worden, wat het uniforme uitzicht van het eindproduct zal verbeteren, alsook de kwaliteit door een betere vertengeling.
De uitvinding van de aanvrager berust in de oplossing voor het probleem door het twijnen van de garens in de twijninrichtingen uit te voeren onder een variërende overdruk waarmee de luchtstroom wordt voorzien. Bij voorkeur verloopt de variërende overdruk volgens een substantieel periodiek profiel. Bij het twijnen ter vervaardiging van alternerend S/Z getwijnde garens worden alternerend S/Z getorste garens vervaardigd in een tussenstap. De alternerend S/Z getorste garens hebben opeenvolgende afwisselende zones van S torsie en Z torsie, van elkaar gescheiden door torsievrije korte zones waar de draaizin van de aangebrachte torsie verandert en substantieel geen torsie aanwezig is. Bij verdere voorkeur verloopt de variërende overdruk volgens een substantieel periodiek profiel met als periode een tijdsduur tussen het creëren van een torsievrije korte zone in het garen tot het creëren van een volgende torsievrije korte zone van het garen in de twijninrichting. Deze tijdsduur kan door een operator ingesteld worden. Bij nog verdere voorkeur is het profiel over het verloop van één periode een stijgende functie. Het profiel kan bijvoorbeeld een getrapt verloopt hebben, maar evengoed het verloop van een polynomiale functie, of combinaties. Het valt enerzijds te verwachten dat een vast profiel voor de variërende overdruk kan worden voorzien dat de genoemde problemen kan overwinnen, aangezien het probleem periodiek onder substantieel identieke omstandigheden zal voorkomen. Het is echter raadzaam dat kleine variaties nog steeds kunnen gecompenseerd worden. Vandaar dat, bij een nog verder geprefereerde voorkeur het profiel van de variërende overdruk wordt aangepast aan de hand van informatie in verband met torsie van het getorste garen, zoals de lokale torsie. Op die manier kan sneller worden gecorrigeerd bij variaties en een nog uniformere torsie worden aangebracht. Door de werkwijze met een oplopend profiel voor de overdruk uit te voeren, wordt het bovendien mogelijk om het proces uit te voeren, al of niet gedeeltelijk, bij veel lagere overdrukken dan normaal (9 bar en meer) gebruikt in dergelijke werkwijzen. Dit bespaart veel energie, aangezien het in stand houden van dergelijke hoge overdrukken bijzonder veel energie consumeert. Eenzelfde principe kan gevolgd worden voor de kableerinrichting, waar een overtwijnjet eenzelfde functionaliteit heeft als de twistjet hiervoor beschreven. Opnieuw is het aangeraden dat de overtwijnjet een (tangentiële) luchtstroom voorziet voor het aanbrengen van torsie op de alternerend S/Z getwijnde garens die gemanipuleerd worden in de overtwijnjet. De luchtstroom wordt voorzien door een variërende overdruk wegens gelijkaardige redenen als voor de twistjet, met dezelfde voorkeuren als eerder beschreven. De overdruk kan opnieuw gecontroleerd worden en verloopt bij voorkeur volgens een substantieel periodiek profiel, met opnieuw als periode de tijdsduur tussen het creëren van twee opeenvolgende torsievrije korte zones in de overtwijnjet. Het profiel is bij voorkeur over het verloop van één periode een stijgende functie, bijvoorbeeld getrapt, polynomiaal of combinaties. Bij nog verdere voorkeur kan het profiel aangepast worden aan de hand van gegevens, zoals de lokale torsie van het garen in de overtwijnjet.
Zo kan bijvoorbeeld volgende werkwijze voor het aanbrengen van een torsie op een garen beschreven worden, met volgende stappen: a. het aanvoeren van het garen doorheen een luchtjetinrichting met een kamer, waarbij de kamer een gareningang, een garenuitgang en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij het garen doorheen de kamer wordt geleid van de gareningang naar de garenuitgang; b. het aanbrengen van de torsie op het garen in de kamer, waarbij de torsie aangebracht wordt via een substantieel tangentiële luchtstroom rond het garen, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer via de één of meerdere luchtingangen door luchtinlaatkanalen, waarbij de ingevoerde lucht de kamer verlaat door de gareningang en de garenuitgang; met als kenmerk dat de overdruk waaronder de lucht ingevoerd wordt, periodiek oploopt zodanig dat dat de aangebrachte torsie substantieel gelijkmatig is.
Het systeem volgens de uitvinding is in een voorkeurdragende uitvoeringsvorm ingericht om de stappen in voorgaande paragrafen uit te voeren. Het systeem kan één of meerdere twistjet en/of één of meerdere overtwijnjets omvatten geschikt voor het creëren van een (tangentiële) luchtstroom in een kamer van de twistjet waardoorheen garen gevoerd wordt, waarbij de luchtstroom gecreëerd wordt door het aanvoeren van lucht bij een overdruk. Het systeem is aangepast zodanig dat de aangeboden overdruk aan de twistjet gevarieerd kan worden, bij voorkeur volgens een profiel zoals beschreven in voorgaande paragrafen. Bij voorkeur kan de overdruk door een stuureenheid bijgestuurd worden op basis van gegevens komende van een torsiemetend element kort na de twistjet. De stuureenheid kan dit zowel correctief doen, of eerder in een bijsturen van het profiel van de overdruk.
In een vierde aspect betreft de uitvinding een luchtjetinrichting voor het manipuleren van één of meerdere garens door een luchtstroom, omvattende: a. een zich longitudinaal uitstrekkende kamer omvattende: i. één of meerdere zijwanden; ii. een gareningang aan een eerste longitudinaal uiteinde van de kamer, waarbij de gareningang een doorsnede heeft; iii. een garenuitgang aan een tweede longitudinaal uiteinde van de kamer, waarbij de garenuitgang een doorsnede heeft, waarbij het eerste en het tweede longitudinale uiteinde tegenover elkaar staan; iv. en één of meerdere luchtingangen; b. één of meerdere luchtstroom creërende luchtinlaatkanalen uitmondend in de zijwand van de kamer, waarbij de luchtinlaatkanalen een doorsnede hebben en de luchtinlaatkanalen georiënteerd zijn zodanig dat de luchtinlaatkanalen geschikt zijn om een luchtstroom te veroorzaken in de kamer; met als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang van de kamer tot de doorsnedes van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom zodanig is dat een kritische luchtstroom voorzien kan worden aan de garenuitgang van de kamer wanneer een vooraf bepaalde overdruk wordt aangelegd aan de luchtingangen, en waarbij bij voorkeur ook een kritische luchtstroom voorzien kan worden aan de gareningang van de kamer wanneer de vooraf bepaalde overdruk wordt aangelegd aan de luchtingangen.
De aanvrager merkte hierbij dat door een gepaste keuze van de verhouding, een gewenste overdruk in de kamer bereikt wordt waardoor schokgolven vermeden worden bij de expansie van de luchtstroom uit de luchtinlaatkanalen in de kamer. De schokgolven zorgen voor grote energieverliezen aangezien deze ongecontroleerd zijn, en de luchtstroom in de kamer bij voorkeur zo gecontroleerd mogelijk moet gecreëerd worden. Bovendien kan een schokgolf een bestaande, gewenste luchtstroom in de kamer verstoren. De gewenste overdruk zorgt verder ook nog voor een verhoogde luchtmassadichtheid, wat de interactie van deeltjes in de luchtstroom met de filamenten verhoogt, en op die manier de luchtstroom eenvoudiger en efficiënter gewenste manipulaties kan aanbrengen op de één of meerdere garens.
Alternatief voorziet de uitvinding een luchtjetinrichting volgens eenzelfde principe, voor het alternerend aanleggen van een S respectievelijk Z torsie in een garen ter verkrijging van een S/Z getwiste garen of voor het aanleggen van een false-twist in een garen ter verkrijging van een false-twisted garen, en waarbij de luchtjetinrichting volgende elementen omvat: a. een zich longitudinaal uitstrekkende eerste kamer omvattende: i. één of meerdere zijwanden; ii. een gareningang aan een eerste longitudinaal uiteinde van de eerste kamer, waarbij de gareningang een doorsnede heeft; iii. en één of meerdere luchtingangen; b. een tweede kamer die zich longitudinaal uitstrekt volgend op de eerste kamer, omvattende: i. één of meerdere zijwanden; ii. een garenuitgang aan een ten opzichte van de eerste kamer distaal uiteinde van de tweede kamer, waarbij de gareningang een doorsnede heeft; iii. en één of meerdere luchtingangen; c. een kamerovergang die een ten opzichte van de tweede kamer proximaal uiteinde van de eerste kamer verbindt met een ten opzichte van de eerste kamer proximaal uiteinde van de tweede kamer, waarbij de garenuitgang een doorsnede heeft, waarbij het eerste en het tweede longitudinale uiteinde tegenover elkaar staan, waarbij de kamerovergang een doorsnede heeft; d. één of meerdere luchtstroom creërende luchtinlaatkanalen uitmondend in de zijwand van de eerste kamer, waarbij de luchtinlaatkanalen een doorsnede hebben en de luchtinlaatkanalen georiënteerd zijn zodanig dat de luchtinlaatkanalen geschikt zijn om een substantieel tangentiële luchtstroom te veroorzaken in de eerste kamer, waarbij de substantieel tangentiële luchtstroom geschikt is voor het aanbrengen van de torsie of de twist op het garen; e. één of meerdere luchtstroom creërende luchtinlaatkanalen uitmondend in de zijwand van de tweede kamer, waarbij de luchtinlaatkanalen een doorsnede hebben en de luchtinlaatkanalen georiënteerd zijn zodanig dat de luchtinlaatkanalen geschikt zijn om een substantieel tangentiële luchtstroom te veroorzaken in de tweede kamer, waarbij de substantieel tangentiële luchtstroom geschikt is voor het aanbrengen van de torsie of de twist op het garen en waarbij de substantieel tangentiële luchtstroom een tegengestelde draaizin heeft ten opzichte van de substantieel tangentiële luchtstroom van de eerste kamer; met als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang tot de doorsnedes van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom zodanig is dat een kritische luchtstroom voorzien kan worden aan de garenuitgang, en bij voorkeur eveneens aan de kamerovergang, wanneer een vooraf bepaalde overdruk wordt aangelegd aan de luchtingangen. Bij nog verdere voorkeur wordt onder deze omstandigheden ook nog een kritische luchtstroom voorzien aan de gareningang.
De inrichting zoals hier beschreven verschilt in die zin van het voorgaande dat ze twee opeenvolgende kamers omvat waar een substantieel tangentiële luchtstroom wordt veroorzaakt, en waarbij deze luchtstromen een tegengestelde draaizin hebben ten opzichte van elkaar. De voorgaande luchtjetinrichting voert dit uit in eenzelfde kamer door het periodiek afwisselen van de draaizin tangentiële luchtstroom. Op deze manier is het mogelijk in de eerste kamer zones met S torsie aan te brengen op het garen, en in de tweede kamer zones met Z torsie aan te brengen op het garen. Zowel de beschreven luchtjetinrichtingen met één kamer als met twee kamers zijn gebaseerd op eenzelfde verbetering, en zijn enkel andere toepassingsvormen van dezelfde uitvinding. Alle mogelijke verdere verbeteringen vernoemd in dit document die toepasbaar zijn op de luchtjetinrichting met enkele kamer, zijn, eventueel mits eenvoudige aanpassing, eveneens toepasbaar op de luchtjetinrichting met twee opeenvolgende kamers. Alternatief kan de luchtjetinrichting gebruikt worden op reeds getwijnde garens in plaats van op afzonderlijke garens, en op die manier gebruikt worden als kableerinrichting in plaats van als twijninrichting.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is de luchtjetinrichting geschikt voor het alternerend aanleggen van een S respectievelijk Z torsie in een garen ter verkrijging van een S/Z getwiste garen of alternatief voor het aanleggen van een false-twist in een garen ter verkrijging van een false-twisted garen. Daarbij zijn de luchtinlaatkanalen georiënteerd zodanig dat deze geschikt zijn om een substantieel tangentiële luchtstroom te veroorzaken in de kamer, waarbij de substantieel tangentiële luchtstroom geschikt is voor het aanbrengen van de torsie of twist op het garen, en met als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang tot de doorsnedes van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom zodanig is een kritische luchtstroom voorzien kan worden aan de garenuitgang van de kamer wanneer een vooraf bepaalde overdruk wordt aangelegd aan de luchtingangen, en waarbij bij voorkeur ook een kritische luchtstroom voorzien kan worden aan de gareningang van de kamer wanneer de vooraf bepaalde overdruk wordt aangelegd aan de luchtingangen. De aanvrager merkte hierbij op dat door een gepaste keuze van de verhouding, een gewenste overdruk in de kamer bereikt wordt, die naast de voordelen omtrent het vermijden van schokgolven en de verhoogde luchtmassadichtheid eerder vernoemt, er ook voor zorgt dat de tangentiële luchtstroom langer in stand gehouden wordt, terwijl in de gekende systemen de tangentiële luchtstroom sneller overgaat naar een axiale luchtstroom.
In een verdere uitvoeringsvorm heeft de luchtjetinrichting als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang tot de doorsnede van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom aangepast is om een kritische luchtstroom te voorzien aan de garenuitgang bij een vooraf bepaald bereik van massadebiet van de luchtinlaatkanalen, en rekening houden met een gekend bereik van diameter van het garen dat zich centraal uitstrekt langs de longitudinale richting van de kamer door de gareningang en de garenuitgang, en bij een vooraf bepaald bereik van overdruk aan de luchtingangen.
In een verdere uitvoeringsvorm heeft de luchtjetinrichting als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang tot de doorsnedes van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom en rekening houdend dat het garen met een gekende diameter zich hierbij centraal uitstrekt langs de longitudinale richting van de kamer door de gareningang en door de garenuitgang, zodanig is dat een kritische luchtstroom voorzien wordt aan de garenuitgang bij een vooraf bepaald bereik van overdruk aan de luchtingangen en eventueel bij een vooraf bepaald bereik van luchtdichtheid in de kamer.
In een verdere uitvoeringsvorm heeft de luchtjetinrichting als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de gareningang tot de doorsnedes van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom en rekening houdend dat het garen met een gekende diameter zich hierbij centraal uitstrekt langs de longitudinale richting van de kamer door de gareningang en door de garenuitgang, zodanig is dat een kritische luchtstroom voorzien wordt aan de gareningang. Bij voorkeur zijn de luchtstromen aan de gareningang en aan de garenuitgang zodanig, dat het garen naar binnen wordt geduwd aan de garenuitgang door een concentrische drukgradiënt aan de gareningang.
In een verdere uitvoeringsvorm is de genaamde vooraf bepaalde overdruk aan de luchtingangen omvat tussen 1 bar en 7 bar, bij voorkeur tussen 2 bar en 5 bar, en bij verdere voorkeur ongeveer 3 bar is.
In een verdere uitvoeringsvorm omvat de luchtjetinrichting volgens verder nog: a. een vernauwd kanaal dat zich uitstrekt vanaf de garenuitgang van de kamer met substantieel dezelfde doorsnede als de garenuitgang, in dezelfde longitudinale richting als de kamer; b. een tweede kamer die zich uitstrekt in dezelfde longitudinale richting als de kamer, met één of meerdere zijwanden, een gareningang aan een eerste longitudinaal uiteinde van de tweede kamer waarbij het vernauwd kanaal eindigt in de gareningang van de tweede kamer, en een garenuitgang aan een tweede longitudinaal uiteinde van de tweede kamer, en waarbij het eerste en het tweede longitudinaal uiteinde van de tweede kamer tegenover elkaar staan; waarbij het garen zich centraal verder uitstrekt door het vernauwde kanaal, door de tweede kamer en door de garenuitgang van de tweede kamer, met als kenmerk dat de tweede kamer een doorsnede heeft en het vernauwd kanaal een doorsnede heeft waarbij de verhouding van de doorsnede van de tweede kamer tot de doorsnede van het vernauwd kanaal zodanig is dat de luchtstroom aan de garenuitgang en/of aan de gareningang van de tweede kamer een kritische luchtstroom is.
In een verdere uitvoeringsvorm heeft de garenuitgang een doorsnede, en hebben de één of meerdere luchtinlaatkanalen doorsneden, met als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang tot de doorsnede van de luchtinlaatkanalen die de luchtstroom creëren, omvat is tussen 1.5 en 8, bij voorkeur tussen 2 en 6. Mogelijk kan het bereik van deze verhouding hogere en/of lagere buitengrenzen hebben, bijvoorbeeld tussen 1 en 10, of nog nauwer omvat zijn, zoals 2.5, 3.5, 4, 4.5, 5, 5.5, 6, 6.5, 7 en/of 7.5.
In een verdere uitvoeringsvorm heeft de luchtjetinrichting als kenmerk dat de kamer naar de longitudinale uiteinden toe op een continue manier en/of op een stapsgewijze manier vernauwt.
In een verdere uitvoeringsvorm is de doorsnede van de kamer omvat tussen 12 mm2 en 60 mm2, en is de doorsnede van de garenuitgang omvat tussen 1 mm2 en 10 mm2, en is de cumulatieve doorsnede van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom omvat tussen 0.2 mm2 en 2.5 mm2, en is bij voorkeur de doorsnede van de gareningang omvat tussen 1 mm2 en 10 mm2.
In een verdere uitvoeringsvorm is de gekende diameter van het garen omvat tussen 0.2 mm en 5 mm, bij voorkeur tussen 0.4 mm en 2.5 mm.
In een alternatieve uitvoeringsvorm is de werkwijze aangepast voor het vertengelen van de twee of meerdere garens door het voorzien van een luchtstroom geschikt om de twee of meerdere garens te vertengelen. Hiernaar wordt ook verwezen als een vertengelinrichting. Praktisch zal een radiale luchtstroom voorzien worden in de kamer (te interpreteren als een luchtstroom die de longitudinale as van de kamer snijdt), radiaal ten opzichte van de longitudinale as van de vertengelinrichting, waarlangs ook de garens gevoerd worden. Deze radiale luchtstroom splitst zich in twee afzonderlijke, substantieel parallelle vortexluchtstromen met tegengestelde draaizin, die filamenten van de twee of meerdere garens kan vertengelen.
In een alternatieve uitvoeringsvorm is de werkwijze aangepast voor het false-twisten van een garen door het voorzien van een luchtstroom geschikt om een false-twist aan te brengen op het garen. Het proces van het false-twisten van een garen of het aanbrengen van een false-twist op een garen is reeds overvloedig beschreven in literatuur, zoals bijvoorbeeld in US 4,122,658. Op dit proces zal niet dieper ingegaan worden, tenzij nodig voor het begrijpen van de uitvinding, aangezien de uitvinding kan toegepast worden op alle mogelijke variaties van het proces. De aanvrager merkt op dat de voordelen van de uitvinding ook bij werkwijzen voor het false-twisten van garen van toepassing zijn, aangezien ook daar bij hoge drukken tangentiële luchtstromen gebruikt worden voor het aanbrengen van torsie op één of meerdere garens.
In een vijfde aspect betreft de uitvinding een inrichting voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garen, en omvat deze: a. een aanvoerorgaan voor het separaat voeren van minstens twee individuele garens; b. een orgaan om elk garen onder spanning te zetten; c. minstens één luchtjetinrichting, bij voorkeur twee luchtjetinrichtingen, voor het alternerend aanleggen van een S respectievelijk Z torsie in minstens één van de individuele garens, bij voorkeur in twee van de individuele garens, ter verkrijging van minstens één S/Z getwiste garen, bij voorkeur twee S/Z getwiste garens, waarbij korte zones benaderend zonder netto twist S-torsie zones van het garen en Z-torsie zones van het garen scheiden; d. een fixatieorgaan voor het samenvoegen van de alternerende S/Z getwiste garens, en de alternerende S/Z getwiste garens te verbinden op de plaats van de korte zones, ter verkrijging van de alternerend S/Z getwijnde garens; e. een sturingsorgaan om alle vermelde organen gecoördineerd met elkaar te laten samenwerken; met als kenmerk dat minstens één van de luchtjetinrichtingen, en bij voorkeur allen van de luchtjetinrichtingen, een luchtjetinrichting is zoals beschreven in dit document.
In een zesde aspect betreft de uitvinding een inrichting voor het vervaardigen van alternerend S/Z gekableerd garen of een verbonden alternerend S/Z getwijnd garen, omvattende: a. minstens twee inrichtingen voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garens, waarbij de inrichtingen aangepast zijn om parallel te werken met elkaar; b. minstens één tweede luchtjetinrichting, bij voorkeur twee tweede luchtjetinrichtingen, voor het alternerend aanleggen van een S respectievelijk Z torsie in minstens één van de afzonderlijke alternerend S/Z getwijnde garens, bij voorkeur in twee van de afzonderlijke alternerend S/Z getwijnde garens, ter verkrijging van minstens één overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens, bij voorkeur twee overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens, waarbij korte zones benaderend zonder netto twist S-torsie zones van de alternerend S/Z getwijnde garens en Z-torsie zones van de alternerend S/Z getwijnde garens scheiden, en waarbij de korte zones van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens samenvallen met de oorspronkelijke korte zones van de alternerende S/Z getwijnde garens; c. minstens één aanvoerorgaan voor het aanvoeren van de alternerend S/Z getwijnde garens van de inrichtingen voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garens naar de minstens één tweede luchtjetinrichting; d. een tweede fixatieorgaan voor het samenvoegen van de overgetwijnde alternerende S/Z getwiste garens, en de overgetwijnde alternerende S/Z getwiste garens te verbinden op de plaats van de korte zones, ter verkrijging van het alternerend S/Z gekableerd garen of het verbonden alternerend S/Z getwijnd garen; met als kenmerk dat minstens één van de inrichtingen voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garen of verbonden alternerend S/Z getwijnde garen een inrichting voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garens zoals beschreven in dit document.
In een verdere uitvoeringsvorm heeft de inrichting voor het vervaardigen van een alternerend S/Z gekableerd garen of een verbonden alternerend S/Z getwijnd garen als kenmerk dat minstens één van de tweede luchtjetinrichtingen een luchtjetinrichting is volgens zoals beschreven in dit document.
In een zevende aspect betreft de uitvinding een gemanipuleerd garen vervaardigd volgens een werkwijze zoals beschreven in dit document.
In een achtste aspect betreft de uitvinding een alternerend S/Z gekableerd garen of een verbonden alternerend S/Z getwijnd garen vervaardigd volgens een werkwijze zoals beschreven in dit document.
BESCHRIJVING VAN DE FIGUREN FIG. 1A-D toont longitudinale doorsneden van een kamer voor een luchtjetinrichting volgens de uitvinding. FIG. 2 toont een isometrisch aanzicht van een kamer voor een luchtjetinrichting volgens de uitvinding. FIG. 3 toont een inrichting voor het vervaardigen van alternerend S/Z gekableerde garens volgens de uitvinding. FIG. 4A en FIG. 4B tonen een longitudinale doorsnede van een luchtjetinrichting voor het aanbrengen van torsie op garens, met twee opeenvolgende kamers volgens een mogelijke uitvoeringsvorm. FIG. 5A, FIG. 5B en FIG. 5C tonen doorsneden van een luchtjetinrichting voor het vertengelen van (filamenten van) garens volgens een mogelijke uitvoeringsvorm, FIG. 5A toont een transversale doorsnede, FIG. 5B toont een longitudinale doorsnede loodrecht evenwijdig met het luchtinlaatkanaal, FIG. 5C toont een longitudinale doorsnede loodrecht op het luchtinlaatkanaal.
GEDETAILLEERDE BESCHRIJVING
Tenzij anders gedefinieerd hebben alle termen die gebruikt worden in de beschrijving van de uitvinding, ook technisch en wetenschappelijke termen, de betekenis zoals ze algemeen begrepen worden door de vakman in het technisch veld van de uitvinding. Voor een betere beoordeling van de beschrijving van de uitvinding, worden de volgende termen expliciet uitgelegd. "Een", "de" en "het" verwijzen in dit document naar zowel het enkelvoud als het meervoud tenzij de context duidelijk anders veronderstelt. Bijvoorbeeld, "een segment" betekent een of meer dan een segment.
Wanneer "ongeveer" of "rond" in dit document gebruikt wordt bij een meetbare grootheid, een parameter, een tijdsduur of moment, en dergelijke, dan worden variaties bedoeld van +/-20% of minder, bij voorkeur +/-10% of minder, meer bij voorkeur +/-5% of minder, nog meer bij voorkeur +/-1% of minder, en zelfs nog meer bij voorkeur +/-0.1% of minder dan en van de geciteerde waarde, voor zoverre zulke variaties van toepassing zijn in de beschreven uitvinding. Hier moet echter wel onder verstaan worden dat de waarde van de grootheid waarbij de term "ongeveer" of "rond" gebruikt wordt, zelf specifiek wordt bekendgemaakt.
De termen "omvatten", "omvattende", "bestaan uit", "bestaande uit", "voorzien van", "bevatten", "bevattende", "behelzen", "behelzende", "inhouden", "inhoudende" zijn synoniemen en zijn inclusieve of open termen die de aanwezigheid van wat volgt aanduiden, en die de aanwezigheid niet uitsluiten of beletten van andere componenten, kenmerken, elementen, leden, stappen, gekend uit of beschreven in de stand der techniek.
De term "garen" verwijst naar een gesponnen draad, in dit geval meerdere filamenten omvattend, of BCF-garen (bulked continuous filament). De individuele garens hebben typisch een diameter omvat tussen 0.2 mm tot 2 mm, de reeds getwijnde garens hebben een grotere diameter, omvat tussen 0.5 mm tot 5 mm, afhankelijk van de omstandigheden. Hierbij wordt ook opgemerkt dat BCF-garen samendrukbaar is en dat daarom bij voorkeur met garennumers de diameter of dikte van het garen wordt aangegeven, als de verhouding van de massa en lengte van een stuk garen. Praktisch komt dit neer voor individuele garens op een bereik van 250 dtex tot 4000 dtex, en voor getwijnde garens van 2000 dtex tot 10000 dtex. Nauwere bereiken zijn hierbij mogelijk, bijvoorbeeld 600 dtex tot 2000 dtex voor individuele garens, en 2000 dtex tot 5000 dtex voor getwijnde garens, maar dit is geenszins limiterend voor de toepasbaarheid van de uitvinding.
De term "choked flow" of "kritische stroom", meer specifiek in verband met luchtstromen, verwijst naar omstandigheden in een, in dit geval, luchtstroom door een vernauwing stroomt naar een zone met een lagere druk. Hierbij verhoogt de snelheid van de stroming naarmate het drukverschil voor en na de vernauwing groter wordt, relatief en/of absoluut. Kritische stroom wordt bereikt op een moment dat de snelheid van de luchtstroom niet verder verhoogt bij een groter verschil tussen de druk voor en na de vernauwing. De reden hiervoor is dat de snelheid van de luchtstroom gelimiteerd is tot de lokale geluidssnelheid. Bij een te hoge snelheid van de luchtstroom doorheen de vernauwing, wordt de stroom supersonisch en ontstaan wervelingen en andere effecten die energieverlies met zich meebrengen, en bovendien het effectieve massadebiet kunnen verlagen. Het optreden van kritische stroom geeft in de praktijk dan ook aanleiding tot schokgolven verder stroomafwaarts. Een manier om de kritische stroming aan de uitgang van een luchtjetinrichting vast te stellen is dan ook door te kijken of er schokgolven optreden. Dit kan men doen met behulp van Schlieren fotografie. Schlieren fotografie wordt algemeen gebruikt om de stroming van fluïda te bestuderen, en in het bijzonder om stroming rond en boven de geluidssnelheid te bestuderen. De techniek zelf is bekend en zal niet verder besproken worden in dit document, tenzij nodig voor het begrijpen van de toepassing. Schlieren fotografie kan ook gebruikt worden om de schokgolven na de garenuitgang in beeld te brengen. Dit geldt uiteraard eveneens voor schokgolven aan de gareningang, waar ook een kritische stroom kan optreden.
De term "overdruk" aan luchtingangen verwijst naar het drukverschil tussen de druk aan de luchtingangen en de druk na de uitgang van de kamer, waarbij een positieve overdruk wijst op een hogere druk aan de luchtingangen dan de druk na de uitgang van de kamer. Dit komt met andere woorden neer op de overdruk van de lucht die aangeboden wordt aan de kamer via de luchtingangen.
De term "overdruk" van de kamer verwijst naar het drukverschil tussen de kamer en de gareningang en/of garenuitgang.
De term "twijnen" en "getwijnd" verwijst naar de procedure, of een kenmerk van het product daarvan, waarbij één of meerdere garens zich dooreenvlechten met elkaar met een andere set van één of meerdere garens.
De term "twisten" en "getwist" verwijst naar de procedure, of een kenmerk van het product daarvan, waarbij torsie wordt aangebracht op een garen, leidende tot een vervorming waarbij de energie van de torsie wordt opgeslagen op het garen, en visueel leidt tot een verdraaid garen of getwist garen.
De term "tacken" of "vertengelen" verwijst naar het verbinden van meerdere afzonderlijke garens, of meerdere afzonderlijke, getwijnde garens, waarbij de garens meerdere filamenten omvatten. Bij het tacken worden de garens verbonden door enkele van deze filamenten te verstrengelen met elkaar over een beperkte lengte, bijvoorbeeld door het dicht bijeen brengen van de afzonderlijke garens en deze vervolgens een luchtstroompuls toeleveren, op deze manier via een luchtvortexen de filamentverstrengeling uitvoerend.
De term "gekableerd" verwijst naar een product verkregen door het twijnen van twee of meerdere reeds zelf getwijnde garens.
De term "verbonden alternerend S/Z getwijnd garen" slaat op een garen vervaardigd door het in tegenfase samenbrengen van alternerend S/Z getwijnde garens, en deze in de korte zones zonder torsie te verbinden. Hierbij treedt geen selftwist op aangezien de verbonden garens een tegengestelde torsie hebben. De tegengestelde torsies werken elkaar tegen en verhinderen de onttorsing van de garens.
De term "alternerend S/Z getwist" en "alternerend S en Z getwist" en "alternerend S/Z getorst" en "alternerend S en Z getorst" verwijst naar de toestand van een garen waarop een spatiaal afwisselende torsie is aangebracht.
De termen "alternerend S en Z getwijnd" en "alternerend S/Z getwijnd" verwijst naar garens die rond elkaar getwist zijn als gevolg van het aanbrengen van een alternerende S/Z torsie op de garens en het daarop volgende selftwisten van de garens met elkaar.
De in dit document beschreven uitvindingen, zowel werkwijzen, luchtjetinrichtingen, als overkoepelende inrichtingen, en de producten vervaardigd volgens de werkwijzen hebben verschillende voordelen ten opzichte van de gekende stand der techniek in verband met dit onderwerp. Zoals gezegd worden heel hoge volumes garen geproduceerd met deze systemen, aan heel hoge snelheden. Om een hoogkwalitatief product te vervaardigen, is het aanbrengen van voldoende torsie, die gelijkmatig en gecontroleerd aangebracht wordt, van cruciaal belang. Dit proces wordt in de inrichtingen van de stand der techniek uitgevoerd bij zeer grote overdrukken in de inrichtingen, rond 8 bar of meer. Het aanhouden van deze overdruk kost bijzonder veel energie, en dus geld. Bovendien wordt deze overdruk aangehouden door hiervoor ontwikkelde systemen die, om hogere drukken te kunnen genereren, ook ingewikkelder, fragieler en duurder zijn. Door het bereiken van een kritische luchtstroom aan de garenuitgang wordt verder ook een efficiënter energieverbruik bereikt, zonder de verliezen aan wervelstromen en andere ongewenste stromingseffecten die plaatsvinden bij een superkritische luchtstroom, een probleem dat voorkomt bij de oude gekende systemen en werkwijzen. Door het vermijden van superkritische stromen zonder de overdruk hiervoor overmatig hoog te houden, wordt het energieverbruik bij het gebruik van de inrichtingen en/of volgens de werkwijzen van dit document verder gereduceerd, alsook de garenvoering gestabiliseerd.
Voor de dimensies van de kamer, luchtinlaatkanalen, garenuitgang, gareningang, luchtingang en andere dient rekening gehouden te worden met het feit dat deze aanpasbaar zijn aan de operationele parameters, de garendikte en andere factoren, zonder dat de aanpassingen van de dimensies het principe veranderen waarop de uitvinding gestoeld is, namelijk het voorzien van een kritische luchtstroom aan de garenuitgang en/of de gareningang. De afmetingen waarvan sprake in dit document zijn gangbare dimensies, maar limiteren de toepasbaarheid van deze uitvinding geenszins.
Zo is in een voorkeurdragende uitvoeringsvorm de doorsnede van de kamer omvat tussen 12 mm2 en 60 mm2, maar kan deze ook hogere en/of lagere buitengrenzen hebben, bijvoorbeeld 5 mm2 en/of 100 mm2, of nauwer omvat zijn, bijvoorbeeld tussen 20 mm2 en/of 40 mm2, zoals 25 mm2, 30 mm2 en/of 35 mm2. Daarnaast is de doorsnede van de garenuitgang omvat tussen 1 mm2 en 10 mm2, maar kunnen de buitengrenzen opnieuw hoger en/of lager zijn, bijvoorbeeld 0.5 mm2 en/of 20 mm2, of nauwer zijn, bijvoorbeeld tussen 2 mm2 en/of 7 mm2, 3 mm2, 4 mm2, 5 mm2 en/of 6 mm2 als boven- of ondergrens. De cumulatieve doorsnede van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom is omvat tussen 0.2 mm2 en 2.5 mm2, maar kan deze ook hogere en/of lagere buitengrenzen hebben, bijvoorbeeld 0.1 mm2 en/of 5 mm2, of nauwer omvat zijn, bijvoorbeeld tussen 0.5 mm2 en/of 1.5 mm2. Verder is bij voorkeur is de doorsnede van de gareningang omvat tussen 1 mm2 en 10 mm2, zoals 2 mm2, 3 mm2, 4 mm2, 5 mm2, 6 mm2, 7 mm2, 8 mm2 en/of 9 mm2, maar kan deze ook hogere en/of lagere buitengrenzen hebben, bijvoorbeeld 0.5 mm2 en/of 20 mm2, of nauwer omvat zijn, bijvoorbeeld tussen 2 mm2 en/of 7 mm2, of 3 mm2, 4 mm2, 5 mm2 en/of 6 mm2.
De lengte van de kamer, zijnde de kortste afstand tussen de gareningang en de garenuitgang is omvat tussen 2 mm en 40 mm, bij voorkeur tussen 5 mm en 30 mm, zoals 6 mm, 8 mm, 10 mm, 12 mm, 14 mm, 16 mm, 18 mm, 20 mm, 22 mm, 24 mm, 26 mm en/of 28 mm, hoewel deze afmetingen afhankelijk zijn van garendikte en andere parameters.
De overgang van de luchtinlaatkanalen naar de kamer (via de luchtingangen) kan in alle vlakken met functies beschreven worden. In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm zijn de luchtingangen en/of de luchtinlaatkanalen en/of de kamer aangepast zodanig dat deze functies een derde afgeleide hebben die een continue functie is, dit om een optimale overgang te verzekeren van de luchtstroom uit het luchtinlaatkanaal naar de kamer.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm hebben de luchtinlaatkanalen een lengte die minstens even lang is als de diameter van de luchtinlaatkanalen om zo een uniformere luchtstroom te kunnen ontwikkelen aan de luchtingang naar de kamer toe, om zo wervelingen te vermijden (energieverlies), en/of een ongewenste Laval nozzle in de luchtstroom te vermijden. Bij voorkeur is de lengte omvat tussen 1 en 10 keer de diameter van de luchtinlaatkanalen. Bij verdere voorkeur tussen 1 en 5 keer. Praktisch kan een lengte tussen 1 en 1.5 keer de diameter van de luchtinlaatkanalen aangewezen zijn. Op deze manier wordt een al te grote drukval vermeden over de luchtinlaatkanalen.
In een mogelijke uitvoeringsvorm voor de kamers van een luchtjetinrichting heeft de kamer twee luchtstroom creërende luchtinlaatkanalen die uitmonden in de luchtingangen van de zijwand van de kamer, naar de gareningang van de kamer toe gelegen. De twee luchtinlaatkanalen zijn hierbij zodanig georiënteerd dat een eerste luchtinlaatkanaal geschikt is voor het leveren van de luchtstroom voor het aanbrengen van een S-torsie, en een tweede luchtinlaatkanaal voor het leveren van de luchtstroom voor het aanbrengen van een Z-torsie. Bij voorkeur zijn de luchtinlaatkanalen dichter bij de gareningang gepositioneerd dan bij de garenuitgang.
De luchtinlaatkanalen kunnen een cirkelvormige, ovalen, vierkante, rechthoekige, driehoekige, polygonale, polygonaal afgeronde of andersvormige doorsnede hebben, alsook combinaties van twee of meer van bovengenoemde vormen, of doorsnedes die vernauwen of verbreden, afgestemd op een optimale overgang van de luchtstroom in de luchtinlaatkanalen naar de kamer. Bij een luchtjetinrichting voor het voorzien van een torsie op garen heeft de luchtingang bij voorkeur de vorm van een rechthoek om een zo tangentieel mogelijke luchtstroom te veroorzaken in de kamer. Dit om te zorgen dat de supersone expansie van de luchtstroom het garen niet zou raken. De rechthoek dient zodanig georiënteerd te zijn dat de lange zijden van de rechthoek tangentieel zijn aan de kamer, omdat op deze manier de tangentiële luchtstroom genoeg torsie zou kunnen overdragen op het garen. Hoe korter de korte zijde echter, hoe meer drukval en wrijvingsverliezen optreden. Om die reden dient een evenwicht gevonden te worden tussen de lengte van de lange zijden en de korte zijden. Zo kan een te kleine luchtingang voor hogere hydraulische verliezen zorgen. Alternatief kan ook voor een afgeplatte cirkel gekozen worden als doorsnede van de luchtingang, met soortgelijke oriëntatie voor dezelfde redenen.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm voor de werkwijzen en de luchtjetinrichting, wordt een subsonische luchtstroom gecreëerd aan de uitgang, en bij voorkeur ook aan de ingang, van de kamer. De subsonische luchtstromen kunnen gecreëerd worden door afstemmen van structurele parameters van de kamer, zoals de doorsneden van de gareningang en/of van de garenuitgang en/of van de kamer en/of van luchtinlaatkanalen en/of omgevingsparameters, zoals overdruk aan de luchtingangen en/of massadebiet van de luchtinlaatkanalen en/of diameter van het garen en/of andere.
In een voorkeurdragende uitvoeringsvorm is de kamer minstens gedeeltelijk cilindrisch. De kamer kan echter ook elliptisch cilindrisch zijn of andere vormen hebben, of een combinatie zijn van meerdere delen. Bij voorkeur vernauwt de doorsnede van de kamer naar de garenuitgang en/of naar de gareningang toe op een continue en/of stapsgewijze manier. De vorm van de kamer wordt verder besproken bij de voorbeelden.
Het aantal trappen dat voorkomt bij een stapsgewijze vernauwing, is omvat tussen 1 en 10, bij voorkeur tussen 1 en 5, en bij verdere voorkeur 2 of 3. Bovendien kunnen de trappen schuin aflopen naar een volgende 'trede', om op die manier een vloeiendere overgang te voorzien, wat voordeliger is om lokale wervelstromen te voorkomen. Deze schuin aflopende trappen kunnen onder een hoek van 15° tot net onder 90° voorkomen. Bij voorkeur is dit omvat tussen 45° en 70°, bij verdere voorkeur is dit ongeveer 60°.
Bij een continue vernauwing kan de vernauwing eveneens aflopen ten opzichte van een centrale zone van de kamer met hoeken omvat tussen 15° tot net onder 90°, en bij voorkeur omvat tussen 45° en 70°, bij verdere voorkeur ongeveer 60°. Andere hoeken zijn echter niet uitgesloten hierbij en kunnen afhangen van het ontwerp van de volledige kamer en operationele parameters (overdruk, massadebiet, ...). De zijwanden kunnen bij een continue vernauwing volgens een rechte lopen, zoals ook in voorbeeld 1 beschreven zal worden, of via een kromme, bijvoorbeeld een parabool of een andere functie. Zo kan de vernauwing zelf uiteindelijk een getrunceerde kegel tonen, of een getrunceerde paraboloïde of andere geometrische figuren.
Ten slotte zijn zoals aangegeven ook combinaties mogelijk van getrapte vernauwingen en continue vernauwingen.
De getrapte en/of continue vernauwingen van hierboven zijn gericht om een te sterke praktische doorgangsvernauwing door een te nauwe vena contracta (nauwste praktische doorgang, waar stroom beweegt) te vermijden, waarbij de praktische doorstroomsectie bij een abrupte vernauwing veel kleiner is dan de fysieke doorstroomsectie. Dit maakt het mogelijk om de diameter van de gareningang en van de garenuitgang te minimaliseren zonder dat het effect van de vena contracta dit praktisch nog verder vernauwt. Door de diameter van de gareningang en de garenuitgang te minimaliseren, kan het garen preciezer gepositioneerd worden in de al of niet tangentiële luchtstroming. Dit kan een vermindering van de gebruikte doorstroomsectie tot 64% veroorzaken. Door de overgang van de kamer met een brede stromingsdoorgang naar de vernauwing optimaal te laten verlopen, zal een niet-abrupte overgang zoals voorgesteld dit probleem minstens gedeeltelijk kunnen oplossen. Bovendien gaat met het voorkomen van vena contracta een wervelstroom gepaard, waarbij de wervelstroom sterker wordt naarmate het effect van de vena contracta groter is. Een sterkere wervelstroom leidt zoals gezegd tot energieverliezen en moet daarom vermeden of beperkt worden. Daarnaast wordt herhaald dat de uitvinding geenszins gelimiteerd is door de in dit document vermelde uitvoeringsvormen, maar alle combinaties daarvan ook dienen beschouwd te worden als omschreven.
In een laatste aspect betreft de uitvinding een systeem van twee of meer afzonderlijke luchtjetinrichtingen (bij voorkeur twee) voor het manipuleren van garens door een luchtstroom, waarbij de luchtjetinrichtingen zijn zoals beschreven in dit document, en waarbij de luchtjetinrichtingen geschikt zijn om parallel te werken, en zodat de verwerkte garens aan eenzelfde zijde afgevoerd worden. Niet alleen laat dit een eenvoudigere plaatsingen en afstelling van een dergelijk systeem toe, maar laat dit ook een efficiëntere procesvoering toe. In de praktijk dienen voor het alternerend S/Z twijnen van draden, twee afzonderlijke draden getorst te worden voordat deze vertengeld kunnen worden. Door de afzonderlijke luchtjetinrichtingen parallel te laten werken, kan de afstand beperkt worden die de draden na het torsen nog gevoerd moeten worden vooraleer deze vertengeld worden. Deze afstand dient zo laag mogelijk gehouden te worden, zowel om zogenaamde 'onttorsing' te vermijden en andere problemen, alsook om de draden zo kort mogelijk in getorste toestand te moeten houden.
In wat volgt, wordt de uitvinding beschreven a.d.h.v. niet-limiterende voorbeelden die de uitvinding illustreren, en die niet bedoeld zijn of geïnterpreteerd mogen worden om de omvang van de uitvinding te limiteren. De figuren bij deze voorbeelden zijn, tenzij anders aangegeven, niet voorzien van voorkeursdimensies of -hoeken of -verhoudingen en mogen geenszins als zodanig geïnterpreteerd worden.
VOORBEELDEN VOORBEELD 1:
In een eerste voorbeeld van de vorm van een luchtjetinrichting (4), en meer bepaald de kamer (41) daarvan, hiervoor wordt verwezen naar FIG. 1A. Hierin wordt de longitudinale doorsnede getoond, langs de lengteas van de kamer (41), waarbij de kamer (41) vernauwt naar de gareningang (44) en ook naar de garenuitgang (43), op een continue wijze. De hoek (θ) waaronder de kamer (41) vernauwt, kan variëren, en kan bijvoorbeeld 20°, 25°, 30°, 35°, 40°, 45°, 50°, 55°, 60°, 65°, 70° of meer zijn, maar kan ook een kromme benaderen, of een combinatie zijn van meerdere van bovengenoemde trajecten. Het garen wordt centraal gevoerd langs de lengteas van de luchtjetinrichting (4) van links naar rechts. Een luchtinlaatkanaal (42) met luchtingang is zichtbaar dicht bij het uiteinde van de gareningang (44) van de kamer (41), en is geschikt om een al of niet tangentiële luchtstroom te voorzien rondom het garen, afhankelijk van de plaatsing en oriëntatie van het luchtinlaatkanaal (42). Een tweede luchtinlaatkanaal kan verder aanwezig zijn, bij voorkeur ook bij het uiteinde van de gareningang (44) van de kamer (41).
Deze uitvoering is ook te zien in isometrisch perspectief in FIG. 2.
In een verder uitgewerkte vorm, zoals te zien in FIG. 1B, is er verder nog een getrapte overgang na een centraal, cilindervormig gedeelte van de kamer (41) aanwezig voor de garenuitgang (43), en ook een getrapte overgang voor het centraal, cilindervormig gedeelte van de kamer (41) na de gareningang (44). Optioneel is dit slechts aan één van de uiteinden (43, 44) aanwezig.
Merk hierbij verder op dat bij de luchtjetinrichting (4) de luchtinlaatkanalen (42) georiënteerd zijn om een tangentiële luchtstroom te veroorzaken in de kamer (41), bij voorkeur met de mogelijkheid om dit te voorzien in de twee draairichtingen rond de longitudinale as. Voor zogenaamde tackjetinrichtingen zijn de luchtinlaten georiënteerd om een luchtstroom te voorzien op die de centrale as snijdt, zodanig dat een twee, tegengesteld draaiende vortexen ontstaan die zo de filamenten van één of meerdere garens die door de tack- of vertengelinrichting gevoerd worden, kunnen vertengelen met elkaar. VOORBEELD 2:
In een tweede voorbeeld van de vorm van een luchtjetinrichting (4) en meer bepaald de kamer (41) daarvan, hiervoor wordt verwezen naar FIG. 1C. Hierin wordt de longitudinale doorsnede getoond, langs de lengteas van de kamer (41), waarbij de kamer (41) abrupt vernauwt naar de gareningang (44) en ook naar de garenuitgang (43). Voor verdere beschrijvingen wordt verwezen naar voorbeeld 1. In een verder uitgewerkte vorm volgens FIG. 1D, is er een getrapte overgang na een centraal, cilindervormig gedeelte van de kamer (41) aanwezig voor de garenuitgang (43), en ook een getrapte overgang voor het centraal, cilindervormig gedeelte van de kamer (41) na de gareningang (44). Optioneel is dit slechts aan één van de uiteinden (43, 44) aanwezig.
Opnieuw wordt opgemerkt dat de kamer aangepast kan zijn om te dienen voor een tackjetinrichting, door een aangepaste oriëntering en/of plaatsing van de luchtinlaatkanalen en luchtingangen. VOORBEELD 3:
In dit voorbeeld wordt de inrichting voor het vervaardigen van alternerend S/Z gekableerd garen uit FIG. 3 besproken, alsook de werkwijze volgens dewelke de inrichting opereert.
De weergegeven werkwijze is een continu proces: d.w.z. dat de aangevoerde garens en de geproduceerde garens continu doorheen het proces en de inrichting lopen aan een snelheid van 200 - 1500 m/min en zelfs aan hogere snelheden, en dit zonder intermitterende stops.
De individuele garens (2, 2a, 2b en 2c) komen van een garenaanvoer. Meestal zijn dit bobijnen (1, 1a, 1b en 1c). D.m.v. garenspanners (3, 3a, 3b en 3c) worden de garens (2, 2a, 2b en 2c) op de gewenste garenspanning gebracht, en vervolgens geleid naar de luchtjetinrichtingen (4, 4a, 4b en 4c).
Dergelijke luchtjetinrichtingen zijn algemeen bekend: door perslucht alternerend toe te voeren aan de luchtingangen en/of luchtinlaatkanalen (5 en 6, resp. 5a en 6a, 5b en 6b en 5c en 6c) ontstaan aan de afvoerzijde van deze luchtjetinrichtingen alternerend S/Z getwiste garens (7, 7a, 7b en 7c).
Onmiddellijk na de luchtjetinrichtingen (4 en 4a) worden de alternerend getwiste garens (7 en 7a) bijeengevoegd, bij voorkeur in fase. D.w.z. met de zones van gelijke twistrichting en de korte zones naast elkaar.
Dit bij elkaar brengen kan gebeuren in de nodefixator (8), die de korte zones van de alternerend getwiste garens (7 en 7a) met elkaar verbindt. Met een nodefixator (8) wordt verwezen naar een fixator voor het aan elkaar fixeren van torsievrije korte zones. Zo een nodefixator kan een vertengeljet(inrichting) of tackjet(inrichting) zijn, zoals algemeen bekend in de industrie.
In parallel gebeurt hetzelfde met de garens (7b en 7c): zij worden zo snel mogelijk bijeengebracht, en hun korte zones worden verbonden in nodefixator (8a).
Door een selftwist proces ontstaat er onmiddellijk na de nodefixator (8 resp. 8a) een alternerend S/Z getwijnd garen (9 resp. 9a) met alternerende zones van S-twijn en Z-twijn, met tussenin de korte zones.
In de overtwijnjet of kableerinrichting (11 resp. 11a) worden de alternerend getwijnde garens (9 resp. 9a) op hun beurt alternerend getwist, bij voorkeur in fase met de reeds gevormde alternerende S/Z-twijn op de alternerend getwijnde garens. Hierdoor ontstaan de ongebalanceerde alternerend S/Z getwijnde garens (12 en 12a).
Ook deze garens (12 en 12a) worden zo snel mogelijk samengebracht, en hun korte zones met elkaar verbonden in een nodefixator (15).
Het overtwijnen creëert echter een zeer hoge garenspanning, waardoor de vezels of filamenten in de korte zones nog moeilijk met elkaar kunnen worden vertengeld. Bovendien zijn de vezels of filamenten ook sterk beperkt in hun bewegingsvrijheid t.g.v. de eerder gemaakte internodale verbindingen tussen de alternerend S/Z getwiste garens.
Daarom wordt optioneel tussen de overtwijnjets (11 resp. 11a), en de nodefixator (15) een garenvoeding (13 resp. 13a) worden voorzien, zodat de garenspanning in de ongebalanceerde alternerend S/Z getwijnde garens (14 resp. 14a) kan worden gereduceerd naar een geschikt niveau voor de goede werking van de nodefixator (15). De garenvoedingen (13 en 13a) kunnen op de algemeen bekende manieren worden uitgevoerd, zoals niprollen, capstan overfeed rollen, open-roll systemen, gekartelde rollen, belt nips of zelfs d.m.v. lucht.
Indien de ongebalanceerde alternerend S/Z getwijnde garens (14 en 14a) in fase worden samengebracht, dan zullen deze na de nodefixator (15) spontaan een selftwistproces ondergaan, zodat er een alternerend S/Z gecableerd garen (16) ontstaat. De garenspanningsreductie t.g.v. de garenvoeding (13 en 13a) verbetert ook dit selftwistproces.
Indien de ongebalanceerde alternerend S/Z getwijnde garens (14 en 14a) in tegenfase worden samengebracht, dan zullen deze na de nodefixator (15) geen selftwistproces ondergaan. De torsiespanningen in beide garens zijn dan immers tegengesteld.
Het verbinden van de korte zones in beide garens (14 en 14a) zorgt er dan voor dat beide garens hun ongebalanceerde twist behouden, ook over de korte zones, en het geproduceerde garen 16 bestaat in wezen uit beide garens (14 en 14a) naast elkaar, doch met elkaar verbonden in de korte zones, als zogenaamde verbonden alternerend S/Z getwijnde garens.
In een voorkeursuitvoering van de uitvinding stuurt een sturingssysteem (18) de garenvoedingen (13 en 13a) aan in functie van een garenspanningsmeter (17), die de spanning meet op het garen (16), zodat de garenspanningsvariaties tussen nodefixator (15) en het volgende proces (19) kunnen worden geminimaliseerd.
In nog een uitvoeringsvorm van de uitvinding wordt de spanningsmeter (17) vervangen door een orgaan (20) dat een hoeveelheid garen kan accumuleren tussen nodefixator (15) en het volgende proces (19), bijvoorbeeld een danserarm; in dit geval worden de garenvoedingssystemen (13 en 13a) aangestuurd in functie van de hoeveelheid geaccumuleerd garen, bijvoorbeeld door het meten van de positie van de danserarm.
In een andere uitvoeringsvorm van de uitvinding worden de alternerend S/Z getwijnde garens (9 en 9a) verwarmd vóór de overtwijnjets (11 en 11a), door algemeen bekende garenverwarmers (10 en 10a), zoals infrarood stralers, om zo de filamenten weker te maken en vertengelbaarheid van de korte zones in de nodefixator (15) bijkomend te verbeteren. Hierdoor zullen ook de twijnniveaus bij het overtwijnen kunnen worden verhoogd.
In nog een andere voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding wordt in de overtwijnjets (11 en 11a) een heet fluïdum zoals hete lucht of stoom gebruikt, om zo de filamenten weker te maken en vertengelbaarheid van de korte zones in de nodefixator (15) bijkomend te verbeteren. Hierdoor zullen ook de twijnniveaus bij het overtwijnen kunnen worden verhoogd.
In een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding wordt in de nodefixator (15) een heet fluïdum zoals hete lucht of stoom gebruikt, om zo de filamenten weker te maken en vertengelbaarheid van de korte zones in de nodefixator (15) bijkomend te verbeteren.
In nog een verdere voorkeursuitvoeringsvorm van de uitvinding kunnen ook bepaalde vloeibare additieven op de vezels of filamenten worden aangebracht, om de onderlinge wrijving te verminderen, en zo de vertengelbaarheid van de korte zones in de nodefixator 15 bijkomend te verbeteren. Deze additieven kunnen op de garens worden aangebracht met de algemeen bekende applicatoren (21 en 21a) (kiss-roll, bevochtigingsjets, enz.) in het garenpad vóór de nodefixator (15), of worden vermengd met het fluïdum in nodefixator (15).
Ten slotte moet er in elk van de uitvoeringsvormen een controle-eenheid (22) worden voorzien voor de gecoördineerde aansturing van alle actuatoren. VOORBEELD 4, 5 EN 6:
In een eerste mogelijke uitvoeringsvorm volgens FIG. 2 zijn de afmetingen als volgt: De luchtinlaatkanalen (42) hebben een doorsnede van ongeveer 0.4 mm2, waarbij de garenuitgang (43), en bij voorkeur ook de gareningang (42), een diameter hebben van ongeveer 1.7 mm.
In een tweede mogelijke uitvoeringsvorm van FIG. 2 zijn de afmetingen als volgt: De luchtinlaatkanalen (42) hebben een doorsnede van ongeveer 1.2 mm2, waarbij de garenuitgang (43), en bij voorkeur ook de gareningang (42), een diameter hebben van ongeveer 2.1 mm.
In een derde mogelijke uitvoeringsvorm van FIG. 2 zijn de afmetingen als volgt: De luchtinlaatkanalen (42) hebben een doorsnede van ongeveer 1.6 mm2, waarbij de garenuitgang (43), en bij voorkeur ook de gareningang (42), een diameter hebben van ongeveer 2.7 mm.
Bij deze afmetingen heeft de aanvrager voor twistjets (inrichtingen voor het aanbrengen van een torsie op één of meerdere garens) gemerkt dat bij lagere overdrukken (lager dan 9 bar, en zelfs bij grootteordes van 3 tot 6 bar) een kritische luchtstroom verkregen werd aan de garenuitgang, waarbij een voldoende hoeveelheid torsie aangebracht werd op het garen. VOORBEELD 7:
In een mogelijke uitvoeringsvorm is een luchtjetinrichting voorzien van twee kamers opeenvolgende kamers (41a en 41b). Hiervoor zijn verschillende ontwerpen mogelijk, waarbij verschillende types kamers gecombineerd worden, waarvan voorbeelden zichtbaar zijn in FIG. 1A-1D, en beschreven in VOORBEELD 1. Twee mogelijke combinaties hiervan zijn beschreven in FIG. 4A en FIG. 4B. Hierbij dient opgemerkt te worden dat voor de hoeken θ1, θ2, θ3 en θ4 verschillende mogelijkheden zijn en dat deze niet noodzakelijk gelijk dienen te zijn. Ten slotte dient ook opgemerkt te worden dat, hoewel niet het geval in de configuratie in de figuren, de kamers elkaar niet perfect dienen op te volgen en dat dit onder een hoek of andere assymetrieën kan gebeuren. Beide kamers (41a en 41b) zijn voorzien van luchtinlaatkanalen (42a en 42b), die evenwel verschillend gepositioneerd zijn, zodanig dat beiden een substantieel tangentiële luchtstroom in de kamers ( veroorzaken, echter met een tegengestelde draaizin. De eerste kamer (41a) is voorzien van een gareningang (44) en mondt via een kamerovergang (45) uit in de tweede kamer (41b), die aan het andere uiteinde een garenuitgang (43) heeft. Mogelijke dimensies werden reeds aangehaald in VOORBEELD 4, 5 en 6. VOORBEELD 8:
Een mogelijke uitvoeringsvorm van een zogenaamde vertengelinrichting (of tackjet) wordt getoond in FIG. 5A, FIG. 5B en FIG. 5C. De kamer (41) is aangepast doordat het luchtinlaatkanaal (42) geschikt is om een radiale luchtstroom te voorzien in de kamer (41), en dat het luchtinlaatkanaal (42) dichter bij de garenuitgang (43) voorzien is dan bij de gareningang (44), zoals te zien in FIG. 5B. Daarnaast heeft de garenuitgang (43) een kleinere doorsnede dan de gareningang (44). De kamer (41) heeft in deze uitvoeringsvorm een doorsnede in de vorm van een halve cirkel, waarbij het luchtinlaatkanaal (42) aan de bolle zijde (46) tegenover de vlakke wand (47) uitmondt, zoals duidelijk zichtbaar in FIG. 5A. Op deze manier worden luchtstromen uit dit luchtinlaatkanaal (42) naar de overstaande vlakke wand (47) gericht, zodanig dat deze twee vortexstromen (48a, 48b) veroorzaken die evenwel een tegengestelde draaizin hebben, zoals te zien in FIG. 5A. De vortexstromen (48a, 48b) zijn geschikt om filamenten van garens die doorheen de kamer (41) worden gevoerd te manipuleren en op deze manier te vertengelen met elkaar, om zo garens te verbinden.
Het is verondersteld dat de huidige uitvinding niet beperkt is tot de uitvoeringsvormen die hierboven beschreven zijn en dat enkele aanpassingen of veranderingen aan de beschreven voorbeelden kunnen toegevoegd worden zonder de toegevoegde conclusies te herwaarderen. Bijvoorbeeld, de huidige uitvinding werd beschreven met verwijzing naar het aanbrengen van een alternerende S/Z torsie op een garen, maar het mag duidelijk zijn dat de uitvinding, zowel werkwijzen, torsieorganen en inrichtingen kunnen toegepast worden op bv. meerdere garens in een kamer, of andere grondproducten dan garens, of voor het aanbrengen van een enkele, niet-alternerende torsie op een garen, of op meerdere, al of niet reeds getwijnde, garens, of voor het vertengelen van de filamenten van één of meerdere garens.

Claims (38)

  1. CONCLUSIES
    1. Werkwijze voor het manipuleren van één of meerdere garens door een luchtstroom, omvattende de stappen: a. het voeren van de één of meerdere garens doorheen een luchtjetinrichting, waarbij de luchtjetinrichting een kamer met een gareningang, een garenuitgang en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de één of meerdere garens doorheen de kamer wordt geleid van de gareningang naar de garenuitgang; b. het creëren van een luchtstroom in de kamer terwijl de één of meerdere garens doorheen de kamer wordt gevoerd, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer via de één of meerdere luchtingangen door luchtinlaatkanalen, waarbij de ingevoerde lucht de kamer verlaat door de gareningang en de garenuitgang; c. het manipuleren van de één of meerdere garens door de luchtstroom; met als kenmerk dat de luchtstroom aan de garenuitgang een kritische stroming is, en waarbij bij voorkeur de luchtstroom aan de gareningang ook een kritische stroming is.
  2. 2. Werkwijze volgens de voorgaande conclusie 1, met als kenmerk dat de werkwijze een stap omvat waarbij, na het manipuleren van de één of meerdere garens, één enkel garen of één substantieel getwijnd garen of één substantieel gekableerd garen of één vertengeld garen of één getexturiseerd garen afgevoerd wordt doorheen de garenuitgang.
  3. 3. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies 1 of 2, waarbij de overdruk een vooraf bepaald bereik heeft en waarbij de ingevoerde lucht een massadebiet heeft met een vooraf bepaald bereik, en waarbij het vooraf bepaald bereik van de overdruk en het vooraf bepaald bereik van het massadebiet van de ingevoerde lucht zodanig zijn dat de kritische stroming aan de gareningang, en bij voorkeur ook aan de garenuitgang, voorzien wordt.
  4. 4. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 3, waarbij het vooraf bepaald bereik van de overdruk aan de luchtingangen omvat is tussen 1 bar en 7 bar, bij voorkeur tussen 2 bar en 5 bar, en bij verdere voorkeur bij ongeveer 3 bar.
  5. 5. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 4, met als kenmerk dat de kritische stroming aan de garenuitgang, en bij voorkeur ook aan de gareningang, voorzien wordt, rekening houdend met een gekende diameter van de één of meerdere garens aan de garenuitgang en/of aan de gareningang.
  6. 6. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 5, waarbij de garenuitgang een doorsnede heeft, en de luchtinlaatkanalen doorsneden hebben, met als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang tot de doorsnede van de luchtinlaatkanalen die de luchtstroom creëren, omvat is tussen 1.5 en 8, bij voorkeur tussen 2 en 6.
  7. 7. Werkwijze voor het manipuleren van één of meerdere garens volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 6, waarbij het manipuleren van de één of meerdere garens het aanbrengen van een torsie op de één of meerdere garens omvat, en waarbij de luchtstroom in de kamer substantieel tangentieel is en geschikt is om een torsie, aan te brengen op de één of meerdere garens.
  8. 8. Werkwijze voor het manipuleren van één of meerdere garens volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 7, waarbij het manipuleren van de één of meerdere garens het aanbrengen van een alternerende S en Z torsie op de één of meerdere garens omvat, en waarbij de luchtstroom in de kamer substantieel tangentieel is en geschikt is om een alternerende S en Z torsie aan te brengen op de één of meerdere garens.
  9. 9. Werkwijze voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garens, omvattende volgende stappen: a. het separaat aanvoeren van minstens twee garens doorheen een afzonderlijke luchtjetinrichting met een kamer, waarbij de kamer een gareningang, een garenuitgang en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de één of meerdere garens doorheen de kamer wordt geleid van de gareningang naar de garenuitgang; b. het alternerend aanbrengen van S en Z torsie op de garens in de kamer, waarbij zones van S torsie afgewisseld worden door zones van Z torsie en omgekeerd, met tussenin korte zones met benaderend geen twist, en waarbij de S en Z torsie aangebracht wordt via een substantieel tangentiële luchtstroom rond de garens, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer via de één of meerdere luchtingangen door luchtinlaatkanalen, waarbij de ingevoerde lucht de kamer verlaat door de gareningang en de garenuitgang; c. het in fase samenvoegen van de alternerend S/Z getwiste garens na de garenuitgang, waarbij de korte zones van de garens benaderend samenvallen en waarbij de zones van gelijke torsie van de garens benaderend samenvallen met elkaar; d. het verbinden van de samenvallende korte zones; e. het laten selftwisten van de garens zodanig dat er alternerend S/Z getwijnde garens ontstaan; f. het afvoeren van de alternerend S/Z getwijnde garens; met als kenmerk dat het alternerend aanbrengen van de S en Z torsie op de garens in de kamer gebeurt volgens een werkwijze van één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 8.
  10. 10.Werkwijze voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garens, omvattende volgende stappen: a. het separaat aanvoeren van minstens twee garens doorheen een afzonderlijke luchtjetinrichting met een eerste kamer en een tweede kamer die op elkaar volgen, waarbij de eerste kamer een gareningang, en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de tweede kamer een garenuitgang en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de kamers longitudinaal verbonden zijn met een kamerovergang, en waarbij de één of meerdere garens doorheen de kamers wordt geleid van de gareningang van de eerste kamer naar de garenuitgang van de tweede kamer; b. het periodiek aanbrengen van S torsie op de garens in de eerste kamer, waarbij zones van S torsie afgewisseld worden door torsievrije zones, en waarbij de S torsie aangebracht wordt via een substantieel tangentiële luchtstroom rond de garens, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de eerste kamer via de één of meerdere luchtingangen door luchtinlaatkanalen, waarbij de ingevoerde lucht de eerste kamer verlaat door de gareningang en de kamerovergang; c. het periodiek aanbrengen van Z torsie op de garens in de tweede kamer, waarbij zones van Z torsie zones van S torsie afwisselen met korte zones waar benaderend geen twist aanwezig is tussen de Z torsie zones en de S torsie zones, en waarbij de Z torsie aangebracht wordt via een substantieel tangentiële luchtstroom rond de garens met tegengestelde draaizin aan de tangentiële luchtstroom van de eerste kamer, waarbij de luchtstroom van de tweede kamer wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de tweede kamer via de één of meerdere luchtingangen door luchtinlaatkanalen, waarbij de ingevoerde lucht de tweede kamer verlaat door de garenuitgang en de kamerovergang; d. het in fase samenvoegen van de alternerend S/Z getwiste garens na de garenuitgang, waarbij de korte zones van de garens benaderend samenvallen en waarbij de zones van gelijke torsie van de garens benaderend samenvallen met elkaar; e. het verbinden van de samenvallende korte zones; f. het laten selftwisten van de garens zodanig dat er alternerend S/Z getwijnde garens ontstaan; g. het afvoeren van de alternerend S/Z getwijnde garens; met als kenmerk dat het alternerend aanbrengen van de S en Z torsie op de garens in de kamers gebeurt volgens een werkwijze van één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 7.
  11. 11. Werkwijze voor het manipuleren van één of meerdere garens volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 6, waarbij het manipuleren van de één of meerdere garens het vertengelen van filamenten van de garens omvat, en waarbij de luchtstroom in de kamer substantieel een longitudinale as van de garens snijdt en geschikt is om de filamenten te vertengelen.
  12. 12. Werkwijze voor het manipuleren van één of meerdere garens volgens de voorgaande conclusie 11, waarbij de luchtstroom twee afzonderlijke, substantieel parallelle vortexluchtstromen met tegengestelde draaizin creëert voor het vertengelen van de filamenten van de één of meerdere garens.
  13. 13. Werkwijze voor het manipuleren van één of meerdere garens volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 8, waarbij het manipuleren van de één of meerdere garens door de luchtstroom het aanbrengen van een false twist op de één of meerdere garens omvat, en waarbij de luchtstroom in de kamer substantieel tangentieel is en geschikt is om een false twist aan te brengen op de één of meerdere garens.
  14. 14. Werkwijze voor het vervaardigen van alternerend S/Z gekableerde garens, omvattende volgende stappen: a. het separaat aanvoeren van minstens vier garens, verdeeld over minstens twee groepen garens, waarbij elk garen doorheen eerste luchtjetinrichtingen met een kamer, waarbij de kamer een gareningang, een garenuitgang en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de één of meerdere garens doorheen de kamer wordt geleid van de gareningang naar de garenuitgang; b. het alternerend aanbrengen van S en Z torsie op de garens in de eerste kamers, waarbij zones van S torsie afgewisseld worden door zones van Z torsie en omgekeerd, met tussenin korte zones met benaderend geen twist, en waarbij de S en Z torsie aangebracht wordt via een substantieel tangentiële luchtstroom rond de garens, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer via de één of meerdere luchtingangen door luchtinlaatkanalen, waarbij de ingevoerde lucht de kamer verlaat door de gareningang en de garenuitgang; c. het in fase samenvoegen van de alternerend S/ Z getwiste garens van de groep na de garenuitgang van de kamers, waarbij de korte zones van de garens van de groep benaderend samenvallen en waarbij de zones van gelijke torsie van de garens van de groep benaderend samenvallen met elkaar; d. het verbinden van de samenvallende korte zones van de garens van de groep; e. het laten selftwisten van de garens van de groep zodanig dat er voor elke groep een alternerend S/Z getwijnde garen ontstaat; f. het separaat aanvoeren van de alternerend S/Z getwijnde garens doorheen tweede luchtjetinrichtingen, waarbij de tweede luchtjetinrichtingen een ingang, een uitgang omvatten en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de één of meerdere alternerend S/Z getwijnde garens doorheen de kamer van de tweede luchtjetinrichting wordt geleid van de gareningang van de tweede luchtjetinrichting naar de garenuitgang van de tweede luchtjetinrichting; g. het alternerend aanbrengen van een S en Z torsie op de alternerend S/Z getwijnde garens, op die manier overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens makend, waarbij korte zones tussen zones met verschillende torsie samenvallen met de oorspronkelijke korte zones van de alternerend S/Z getwijnde garens, en waarbij de S en Z torsie aangebracht wordt door een luchtstroom te voorzien, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer van de tweede luchtjetinrichting via de één of meerdere luchtingangen van de tweede luchtjetinrichting door luchtinlaatkanalen van de tweede luchtjetinrichting, waarbij de ingevoerde lucht de kamer van de tweede luchtjetinrichting verlaat door de gareningang van de tweede luchtjetinrichting en de garenuitgang van de tweede luchtjetinrichting; h. het in fase samenvoegen van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens van de groepen, waarbij de korte zones van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens benaderend samenvallen en waarbij de zones van gelijke torsie benaderend samenvallen; i. het verbinden van de korte zones van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens van de groepen; j. het laten selftwisten van de verbonden overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens, zodat een alternerend S/Z gekableerd garen ontstaat; k. het afvoeren van de alternerende S/Z gekableerde garen; met als kenmerk dat het alternerend aanbrengen van de S en Z torsie op de garens in de eerste luchtjetinrichtingen gebeurt volgens een werkwijze van één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 9, en bij voorkeur verder het alternerend aanbrengen van de S en Z torsie op de alternerend S/Z getwijnde garens in de tweede luchtjetinrichtingen gebeurt volgens een werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 9.
  15. 15.Werkwijze voor het vervaardigen van verbonden alternerend S/Z getwijnde garens, omvattende volgende stappen: a. het separaat aanvoeren van minstens vier garens, verdeeld over minstens twee groepen garens, waarbij elk garen doorheen eerste luchtjetinrichtingen met een kamer, waarbij de kamer een gareningang, een garenuitgang en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de één of meerdere garens doorheen de kamer wordt geleid van de gareningang naar de garenuitgang; b. het alternerend aanbrengen van S en Z torsie op de garens in de kamers, waarbij zones van S torsie afgewisseld worden door zones van Z torsie en omgekeerd, met tussenin korte zones met benaderend geen twist, en waarbij de S en Z torsie aangebracht wordt via een substantieel tangentiële luchtstroom rond de garens, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer via de één of meerdere luchtingangen door luchtinlaatkanalen, waarbij de ingevoerde lucht de kamer verlaat door de gareningang en de garenuitgang; c. het in fase samenvoegen van de alternerend S/ Z getwiste garens van de groep na de garenuitgang van de kamers, waarbij de korte zones van de garens van de groep benaderend samenvallen en waarbij de zones van gelijke torsie van de garens van de groep benaderend samenvallen met elkaar; d. het verbinden van de samenvallende korte zones van de garens van de groep; e. het laten selftwisten van de garens van de groep zodanig dat er voor elke groep een alternerend S/Z getwijnde garen ontstaat; f. het separaat aanvoeren van de alternerend S/Z getwijnde garens doorheen tweede luchtjetinrichtingen, waarbij de tweede luchtjetinrichtingen een ingang, een uitgang omvatten en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij de één of meerdere alternerend S/Z getwijnde garens doorheen de kamer van de tweede luchtjetinrichting wordt geleid van de gareningang van de tweede luchtjetinrichting naar de garenuitgang van de tweede luchtjetinrichting; g. het alternerend aanbrengen van een S en Z torsie op de alternerend S/Z getwijnde garens, op die manier overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens makend, waarbij korte zones tussen zones met verschillende torsie samenvallen met de oorspronkelijke korte zones van de alternerend S/Z getwijnde garens, en waarbij de S en Z torsie aangebracht wordt door een luchtstroom te voorzien, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer van de tweede luchtjetinrichting via de één of meerdere luchtingangen van de tweede luchtjetinrichting door luchtinlaatkanalen van de tweede luchtjetinrichting, waarbij de ingevoerde lucht de kamer van de tweede luchtjetinrichting verlaat door de gareningang van de tweede luchtjetinrichting en de garenuitgang van de tweede luchtjetinrichting; h. het in tegenfase samenvoegen van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens van de groepen, waarbij de korte zones van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens benaderend samenvallen en waarbij de zones van tegengestelde torsie benaderend samenvallen; i. het verbinden van de korte zones van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens van de groepen zodat een verbonden alternerend S/Z getwijnd garen ontstaat; j. het afvoeren van het verbonden alternerende S/Z getwijnd garen; met als kenmerk dat het alternerend aanbrengen van de S en Z torsie op de garens in de eerste luchtjetinrichtingen gebeurt volgens een werkwijze van één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 9, en bij voorkeur verder het alternerend aanbrengen van de S en Z torsie op de alternerend S/Z getwijnde garens in de tweede luchtjetinrichtingen gebeurt volgens een werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 9.
  16. 16. Werkwijze voor het vervaardigen van verbonden alternerend S/Z getwijnd garen, omvattende volgende stappen: a. het vervaardigen van minstens twee alternerend S/Z getwijnde garens; b. het verbinden van de minstens twee alternerend S/Z getwijnde garens ter verkrijging van het verbonden alternerend S/Z getwijnd garen; met als kenmerk dat het vervaardigen van de alternerend S/Z getwijnde garens gebeurt volgens een werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 9.
  17. 17. Werkwijze voor het vervaardigen van verbonden alternerend S/Z getwijnd garen volgens één van de voorgaande conclusie 15 of 16, met als kenmerk dat het verbinden van de minstens twee alternerend S/Z getwijnde garens ter verkrijging van het verbonden alternerend S/Z getwijnd garen gebeurt volgens een werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies 11 tot en met 12.
  18. 18. Werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 17, met als kenmerk dat de overdruk waaronder de lucht ingevoerd wordt, periodiek oploopt zodanig dat de aangebrachte torsie substantieel gelijkmatig is.
  19. 19. Werkwijze voor het aanbrengen van een torsie op een garen, omvattende volgende stappen: a. het aanvoeren van het garen doorheen een luchtjetinrichting met een kamer, waarbij de kamer een gareningang, een garenuitgang en één of meerdere luchtingangen omvat, waarbij het garen doorheen de kamer wordt geleid van de gareningang naar de garenuitgang; b. het aanbrengen van de torsie op het garen in de kamer, waarbij de torsie aangebracht wordt via een substantieel tangentiële luchtstroom rond het garen, waarbij de luchtstroom wordt gecreëerd door het onder een overdruk invoeren van lucht in de kamer via de één of meerdere luchtingangen door luchtinlaatkanalen, waarbij de ingevoerde lucht de kamer verlaat door de gareningang en de garenuitgang; met als kenmerk dat de overdruk waaronder de lucht ingevoerd wordt, periodiek oploopt zodanig dat dat de aangebrachte torsie substantieel gelijkmatig is.
  20. 20. Luchtjetinrichting voor het manipuleren van één of meerdere garens door een luchtstroom, omvattende: a. een zich longitudinaal uitstrekkende kamer omvattende: i. één of meerdere zijwanden; ii. een gareningang aan een eerste longitudinaal uiteinde van de kamer, waarbij de gareningang een doorsnede heeft; iii. een garenuitgang aan een tweede longitudinaal uiteinde van de kamer, waarbij de garenuitgang een doorsnede heeft, waarbij het eerste en het tweede longitudinale uiteinde tegenover elkaar staan; iv. en één of meerdere luchtingangen; b. één of meerdere luchtstroom creërende luchtinlaatkanalen uitmondend in de zijwand van de kamer, waarbij de luchtinlaatkanalen een doorsnede hebben en de luchtinlaatkanalen georiënteerd zijn zodanig dat de luchtinlaatkanalen geschikt zijn om een luchtstroom te veroorzaken in de kamer; met als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang van de kamer tot de doorsnedes van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom zodanig is dat een kritische luchtstroom voorzien kan worden aan de garenuitgang van de kamer wanneer een vooraf bepaalde overdruk wordt aangelegd aan de luchtingangen, en waarbij bij voorkeur ook een kritische luchtstroom voorzien kan worden aan de gareningang van de kamer wanneer de vooraf bepaalde overdruk wordt aangelegd aan de luchtingangen.
  21. 21. Luchtjetinrichting voor het alternerend aanleggen van een S respectievelijk Z torsie in een garen ter verkrijging van een S/Z getwiste garen of voor het aanleggen van een false-twist in een garen ter verkrijging van een false-twisted garen, en waarbij de luchtjetinrichting volgende elementen omvat: a. een zich longitudinaal uitstrekkende kamer omvattende: i. één of meerdere zijwanden; ii. een gareningang aan een eerste longitudinaal uiteinde van de kamer, waarbij de gareningang een doorsnede heeft; iii. een garenuitgang aan een tweede longitudinaal uiteinde van de kamer, waarbij de garenuitgang een doorsnede heeft, waarbij het eerste en het tweede longitudinale uiteinde tegenover elkaar staan; iv. en één of meerdere luchtingangen; b. één of meerdere luchtstroom creërende luchtinlaatkanalen uitmondend in de zijwand van de kamer, waarbij de luchtinlaatkanalen een doorsnede hebben en de luchtinlaatkanalen georiënteerd zijn zodanig dat de luchtinlaatkanalen geschikt zijn om een substantieel tangentiële luchtstroom te veroorzaken in de kamer, waarbij de substantieel tangentiële luchtstroom geschikt is voor het aanbrengen van de torsie of de twist op het garen; met als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang tot de doorsnedes van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom zodanig is dat een kritische luchtstroom voorzien kan worden aan de garenuitgang van de kamer wanneer een vooraf bepaalde overdruk wordt aangelegd aan de luchtingangen.
  22. 22.Luchtjetinrichting voor het alternerend aanleggen van een S respectievelijk Z torsie in een garen ter verkrijging van een S/Z getwiste garen of voor het aanleggen van een false-twist in een garen ter verkrijging van een false-twisted garen, en waarbij de luchtjetinrichting volgende elementen omvat: a. een zich longitudinaal uitstrekkende eerste kamer omvattende: i. één of meerdere zijwanden; ii. een gareningang aan een eerste longitudinaal uiteinde van de eerste kamer, waarbij de gareningang een doorsnede heeft; iii. en één of meerdere luchtingangen; b. een tweede kamer die zich longitudinaal uitstrekt volgend op de eerste kamer, omvattende: i. één of meerdere zijwanden; ii. een garenuitgang aan een ten opzichte van de eerste kamer distaal uiteinde van de tweede kamer, waarbij de gareningang een doorsnede heeft; iii. en één of meerdere luchtingangen; c. een kamerovergang die een ten opzichte van de tweede kamer proximaal uiteinde van de eerste kamer verbindt met een ten opzichte van de eerste kamer proximaal uiteinde van de tweede kamer, waarbij de garenuitgang een doorsnede heeft, waarbij het eerste en het tweede longitudinale uiteinde tegenover elkaar staan, waarbij de kamerovergang een doorsnede heeft; d. één of meerdere luchtstroom creërende luchtinlaatkanalen uitmondend in de zijwand van de eerste kamer, waarbij de luchtinlaatkanalen een doorsnede hebben en de luchtinlaatkanalen georiënteerd zijn zodanig dat de luchtinlaatkanalen geschikt zijn om een substantieel tangentiële luchtstroom te veroorzaken in de eerste kamer, waarbij de substantieel tangentiële luchtstroom geschikt is voor het aanbrengen van de torsie of de twist op het garen; e. één of meerdere luchtstroom creërende luchtinlaatkanalen uitmondend in de zijwand van de tweede kamer, waarbij de luchtinlaatkanalen een doorsnede hebben en de luchtinlaatkanalen georiënteerd zijn zodanig dat de luchtinlaatkanalen geschikt zijn om een substantieel tangentiële luchtstroom te veroorzaken in de tweede kamer, waarbij de substantieel tangentiële luchtstroom geschikt is voor het aanbrengen van de torsie of de twist op het garen en waarbij de substantieel tangentiële luchtstroom een tegengestelde draaizin heeft ten opzichte van de substantieel tangentiële luchtstroom van de eerste kamer; met als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang tot de doorsnedes van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom zodanig is dat een kritische luchtstroom voorzien kan worden aan de garenuitgang, en bij voorkeur eveneens aan de kamerovergang, wanneer een vooraf bepaalde overdruk wordt aangelegd aan de luchtingangen.
  23. 23. Luchtjetinrichting volgens één van de voorgaande conclusies 20 tot en met 22, met als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang tot de doorsnede van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom aangepast is om een kritische luchtstroom te voorzien aan de garenuitgang bij een vooraf bepaald bereik van massadebiet van de luchtinlaatkanalen, en rekening houdend met een gekend bereik van diameter van het garen dat zich centraal uitstrekt langs de longitudinale richting van de kamer door de gareningang en de garenuitgang, en bij de vooraf bepaalde overdruk aan de luchtingangen.
  24. 24. Luchtjetinrichting volgens één van de voorgaande conclusies 20 tot en met 23 met als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang tot de doorsnedes van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom en rekening houdend dat het garen met een gekende diameter zich hierbij centraal uitstrekt langs de longitudinale richting van de kamer door de gareningang en door de garenuitgang, zodanig is dat een kritische luchtstroom voorzien wordt aan de garenuitgang bij de vooraf bepaalde overdruk aan de luchtingangen en optioneel bij een vooraf bepaald bereik van luchtdichtheid in de kamer.
  25. 25. Luchtjetinrichting volgens één van de voorgaande conclusies 20 tot en met 24, met als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de gareningang tot de doorsnedes van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom en rekening houdend dat het garen met een gekende diameter zich hierbij centraal uitstrekt langs de longitudinale richting van de kamer door de gareningang en door de garenuitgang, zodanig is dat een kritische luchtstroom voorzien wordt aan de gareningang.
  26. 26. Luchtjetinrichting volgens één van de voorgaande conclusies 20 tot en met 25, waarbij de genaamde vooraf bepaalde overdruk omvat is tussen 1 bar en 7 bar, bij voorkeur tussen 2 bar en 5 bar, en bij verdere voorkeur ongeveer 3 bar is.
  27. 27. Luchtjetinrichting volgens één van de voorgaande conclusies 20 tot en met 26, waarbij de garenuitgang een doorsnede heeft, en de één of meerdere luchtinlaatkanalen doorsneden hebben, met als kenmerk dat de verhouding van de doorsnede van de garenuitgang tot de doorsnede van de luchtinlaatkanalen die de luchtstroom creëren, omvat is tussen 1.5 en 8, bij voorkeur tussen 2 en 6.
  28. 28. Luchtjetinrichting volgens één van de voorgaande conclusies 20 tot en met 27, met als kenmerk dat de kamer naar de longitudinale uiteinden toe op een continue manier en/of op een stapsgewijze manier vernauwt.
  29. 29. Luchtjetinrichting volgens één van de voorgaande conclusies 20 tot en met 28, waarbij de doorsnede van de kamer omvat is tussen 12 mm2 en 60 mm2, en de doorsnede van de garenuitgang omvat is tussen 1 mm2 en 10 mm2, en de cumulatieve doorsnede van de luchtinlaatkanalen voor het veroorzaken van de luchtstroom omvat is tussen 0.2 mm2 en 2.5 mm2, en waarbij bij voorkeur de doorsnede van de gareningang omvat is tussen 1 mm2 en 10 mm2.
  30. 30. Luchtjetinrichting volgens één van de voorgaande conclusies 20 tot en met 29, waarbij de gekende diameter van het garen omvat is tussen 0.2 mm en 5 mm, bij voorkeur tussen 0.4 mm en 2.5 mm.
  31. 31. Luchtjetinrichting voor het manipuleren van twee of meerdere garens volgens één van de voorgaande conclusies 20 of 22 tot en met 30, waarbij de luchtingangen aangepast zijn om de luchtstroom een longitudinale as van de kamer te laten snijden, zodanig dat de luchtstroom twee afzonderlijke, substantieel parallelle vortexluchtstromen met tegengestelde draaizin creëert, waarbij de vortexluchtstromen geschikt zijn voor het vertengelen of twisten van filamenten van de twee of meerdere garens.
  32. 32.Inrichting voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garen, omvattende: a. een aanvoerorgaan voor het separaat voeren van minstens twee individuele garens; b. een orgaan om elk garen onder spanning te zetten; c. minstens één luchtjetinrichting, bij voorkeur twee luchtjetinrichtingen, voor het alternerend aanleggen van een S respectievelijk Z torsie in minstens één van de individuele garens, bij voorkeur in twee van de individuele garens, ter verkrijging van minstens één S/Z getwiste garen, bij voorkeur twee S/Z getwiste garens, waarbij korte zones benaderend zonder netto twist S-torsie zones van het garen en Z-torsie zones van het garen scheiden; d. een fixatieorgaan voor het samenvoegen van de alternerende S/Z getwiste garens, en de alternerende S/Z getwiste garens te verbinden op de plaats van de korte zones, ter verkrijging van de alternerend S/Z getwijnde garens; e. een sturingsorgaan om alle vermelde organen gecoördineerd met elkaar te laten samenwerken; met als kenmerk dat minstens één van de luchtjetinrichtingen, en bij voorkeur allen van de luchtjetinrichtingen, een luchtjetinrichting is volgens één van de voorgaande conclusies 20 tot en met 30.
  33. 33.Inrichting voor het vervaardigen van alternerend S/Z gekableerd garen of verbonden alternerend S/Z getwijnd garen, omvattende: a. minstens twee inrichtingen voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garens, waarbij de inrichtingen aangepast zijn om parallel te werken met elkaar; b. minstens één luchtjetinrichting, bij voorkeur twee luchtjetinrichtingen, voor het alternerend aanleggen van een S respectievelijk Z torsie in minstens één van de afzonderlijke alternerend S/Z getwijnde garens, bij voorkeur in twee van de afzonderlijke alternerend S/Z getwijnde garens, ter verkrijging van minstens één overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens, bij voorkeur twee overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens, waarbij korte zones benaderend zonder netto twist S-torsie zones van de alternerend S/Z getwijnde garens en Z-torsie zones van de alternerend S/Z getwijnde garens scheiden, en waarbij de korte zones van de overgetwijnde alternerend S/Z getwijnde garens samenvallen met de oorspronkelijke korte zones van de alternerende S/Z getwijnde garens; c. minstens één aanvoerorgaan voor het aanvoeren van de alternerend S/Z getwijnde garens van de inrichtingen voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garens naar de minstens één tweede luchtjetinrichting; d. een tweede fixatieorgaan voor het samenvoegen van de overgetwijnde alternerende S/Z getwiste garens, en de overgetwijnde alternerende S/Z getwiste garens te verbinden op de plaats van de korte zones, ter verkrijging van het alternerend S/Z gekableerd garen of verbonden alternerend S/Z getwijnd garen; met als kenmerk dat minstens één van de inrichtingen voor het vervaardigen van alternerend S/Z getwijnde garens een inrichting volgens de voorgaande conclusie 32 is.
  34. 34.Inrichting voor het vervaardigen van alternerend S/Z gekableerd garen volgens de voorgaande conclusie 31, met als kenmerk dat minstens één van de luchtjetinrichtingen voor het alternerend aanleggen van de S respectievelijk Z torsie in de afzonderlijke alternerend S/Z getwijnde garens, een luchtjetinrichting is volgens één van de voorgaande conclusies 20 tot en met 30.
  35. 35. Een gemanipuleerd garen vervaardigd volgens een werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies 1 tot en met 19.
  36. 36. Een alternerend S/Z gekableerd garen of verbonden alternerend S/Z getwijnd garen vervaardigd volgens een werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies 14 tot en met 18.
  37. 37. Een vertengeld garen vervaardigd volgens een werkwijze volgens één van de voorgaande conclusies 9, 10, 11, 12, 14, 15, 16, 17 of 18.
  38. 38. Een false-twisted garen vervaardigd volgens een werkwijze volgens de voorgaande conclusie 13.
BE2015/5734A 2015-11-10 2015-11-10 Verbeterde jet en werkwijze BE1023666B1 (nl)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2015/5734A BE1023666B1 (nl) 2015-11-10 2015-11-10 Verbeterde jet en werkwijze
CN201680065218.2A CN108350617A (zh) 2015-11-10 2016-11-09 改进的喷射装置和方法
PCT/IB2016/001662 WO2017081536A1 (en) 2015-11-10 2016-11-09 Improved jet and method
EP16813131.6A EP3374548B1 (en) 2015-11-10 2016-11-09 Improved jet and method
US15/774,633 US11053612B2 (en) 2015-11-10 2016-11-09 Jet and method

Applications Claiming Priority (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
BE2015/5734A BE1023666B1 (nl) 2015-11-10 2015-11-10 Verbeterde jet en werkwijze

Publications (2)

Publication Number Publication Date
BE1023666A1 true BE1023666A1 (nl) 2017-06-09
BE1023666B1 BE1023666B1 (nl) 2017-06-09

Family

ID=55221190

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
BE2015/5734A BE1023666B1 (nl) 2015-11-10 2015-11-10 Verbeterde jet en werkwijze

Country Status (5)

Country Link
US (1) US11053612B2 (nl)
EP (1) EP3374548B1 (nl)
CN (1) CN108350617A (nl)
BE (1) BE1023666B1 (nl)
WO (1) WO2017081536A1 (nl)

Families Citing this family (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US11708648B2 (en) * 2020-05-05 2023-07-25 Columbia Insurance Company Aspirator for manipulating filaments
EP3954814A1 (de) * 2020-08-10 2022-02-16 Heberlein AG Verwirbelungsdüse für die herstellung von garnen mit knoten und verfahren zum verwirbeln von garn
JP7732647B2 (ja) * 2021-07-13 2025-09-02 Tmtマシナリー株式会社 交絡装置、及び糸巻取機
CN113877885A (zh) * 2021-09-28 2022-01-04 江苏长沐智能装备有限公司 干式超声波清洗除尘设备
CN116815375B (zh) * 2023-08-28 2023-11-24 常州虹纬纺织有限公司 一种竹节纱生产系统及其工作方法
CN117552143B (zh) * 2024-01-12 2024-04-02 江苏欣战江纤维科技股份有限公司 一种空气变形丝机

Family Cites Families (29)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3306023A (en) 1967-02-28 Process for forming twisted fibre assemblies
US3225533A (en) 1961-10-19 1965-12-28 Commw Scient Ind Res Org Apparatus and process for forming yarns and other twisted assemblies
US3353344A (en) 1964-10-13 1967-11-21 Du Pont Fluid jet twister
US3507108A (en) 1965-03-01 1970-04-21 Fujikura Ltd Method of producing s-z alternating twists and the apparatus therefor
GB1144614A (en) 1966-08-09 1969-03-05 Commw Scient Ind Res Org Twisted thread assemblies
US3434275A (en) 1967-04-26 1969-03-25 Stanley Backer Alternate twist yarns and method of forming same
BE762705A (fr) 1970-02-09 1971-07-16 Commw Scient Ind Res Org Appareil et procede pour la formation d'ensembles de fils retors
US3775955A (en) 1971-07-30 1973-12-04 Bigelow Sanford Inc Composite false-twist yarns, methods and apparatus
USRE27717E (en) * 1971-08-19 1973-08-07 Fluid jet process for twisting yarn
US4004329A (en) * 1973-12-05 1977-01-25 Burlington Industries, Inc. Yarn interlacing air jet
US3898719A (en) * 1974-03-20 1975-08-12 Celanese Corp Methods and apparatus for interlacing yarn
US3940917A (en) 1974-09-05 1976-03-02 E. I. Du Pont De Nemours And Company Composite elastic yarns and process for producing them
CH596342A5 (en) * 1975-05-26 1978-03-15 Kriophor Ag Multifilament synthetic yarn having S and Z twist imparted
JPS5928650B2 (ja) * 1975-06-03 1984-07-14 東レ株式会社 仮より未解ねん糸
US4074511A (en) * 1976-12-30 1978-02-21 Champion International Corporation Self twist yarn strand system
US4083172A (en) * 1977-04-28 1978-04-11 Champion International Corporation Control system for pneumatically treated yarns
JPS53139849A (en) 1977-05-10 1978-12-06 Toray Industries Falseetwisted yarn and method of manufacture thereof
BG33984A1 (en) * 1981-01-26 1983-06-15 Petrov A method of and a device for the production of effective yarns
US5392588A (en) * 1982-06-07 1995-02-28 Burlington Industries, Inc. Spinning with hollow rotatable shaft and air flow
JPS5921724A (ja) 1982-07-21 1984-02-03 Toyoda Autom Loom Works Ltd 結束紡績方法並びに装置
JPS59137533A (ja) * 1983-01-26 1984-08-07 ユニチカ株式会社 自己撚糸およびその製造法
JPS62206031A (ja) * 1986-03-03 1987-09-10 Murata Mach Ltd 紡績糸の製造方法
CH676725A5 (nl) 1988-11-07 1991-02-28 Rieter Ag Maschf
US5557915A (en) 1994-11-14 1996-09-24 E. I. Du Pont De Nemours And Company Method and apparatus for making alternate twist plied yarn and product
US6722117B2 (en) * 2000-07-13 2004-04-20 Prisma Fibers, Inc. Apparent twist yarn system and apparatus and method for producing same
BE1019565A5 (nl) * 2010-11-03 2012-08-07 Gilbos Nv Werkwijze en inrichting voor het vervaardigen van alternerend s/z gecableerde of verbonden alternerend s/z getwijnde garens.
US9898719B2 (en) 2012-06-29 2018-02-20 Paypal, Inc. Systems, methods, and computer program products providing push payments
CH709615A1 (de) * 2014-05-13 2015-11-13 Rieter Ag Maschf Spinnstelle einer Luftspinnmaschine sowie Betrieb einer solchen.
US20160348289A1 (en) * 2015-05-28 2016-12-01 Jashwant Jagmohan Shah Automated apparatus for composite self-twist-yarn braiding

Also Published As

Publication number Publication date
US11053612B2 (en) 2021-07-06
EP3374548B1 (en) 2020-03-18
US20180347076A1 (en) 2018-12-06
CN108350617A (zh) 2018-07-31
WO2017081536A1 (en) 2017-05-18
EP3374548A1 (en) 2018-09-19
BE1023666B1 (nl) 2017-06-09

Similar Documents

Publication Publication Date Title
BE1023666B1 (nl) Verbeterde jet en werkwijze
RU2142029C1 (ru) Способ аэродинамического текстурирования, текстурирующее сопло, головка сопла
RU2175695C1 (ru) Способ аэродинамического текстурирования непрерывной комплексной нити и устройство для отделки нити
US5579566A (en) Apparatus and method for stuffer box crimping synthetic filament yarns
US20130205741A1 (en) Process and apparatus for making alternate s/z twist plied braid or joined alternate s/z twist plied yarns
US6438934B1 (en) Apparatus and method for fabrication of textiles
JP2000515206A (ja) フィラメントヤーンをエアー・トリートメントするための方法並びに装置
US7712197B2 (en) Method and apparatus for crimping a multifilament thread
WO2020112703A1 (en) Methods for producing through-fluid bonded nonwoven webs
EP1203114B1 (en) Processing textile materials
CN101120127B (zh) 用于制造卷曲变形的复合丝的方法和设备
JP7536077B2 (ja) 不織布材料の製造のための装置および方法
CN106337257A (zh) 具有多个纤维带引导器的牵伸机构
JP2023537099A (ja) 結び目を有するヤーンの製造のための交絡ノズルおよびヤーンを交絡させるための方法
BE1023286B1 (nl) Spanningscompensator
CA2076414A1 (en) Nozzle device and yarn processing method
US7185406B2 (en) Device and method for treating an elongated medium
CN102971455B (zh) 用于纺纱机的牵伸装置
JP2004531655A (ja) 低収縮性の平滑ヤーンを製作するための方法および装置
CN112301553B (zh) 用于制造由纤维制成的无纺布的设备和方法
JPWO2021018526A5 (nl)
DE102005031765A1 (de) Verfahren zur Überwachung einer Falschdralltexturierung und Vorrichtung zum Falschdralltexturieren multifiler Fäden
JPH0892829A (ja) カーペット・パイル用糸条のフリーズ付与加工方法とその装置
Roux et al. New developments in headbox technology
CN105908299A (zh) 带式假捻装置

Legal Events

Date Code Title Description
MM Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 20221130