BE1021135B1 - Rotorbehuizing samenstel voor een oogstmachine - Google Patents
Rotorbehuizing samenstel voor een oogstmachine Download PDFInfo
- Publication number
- BE1021135B1 BE1021135B1 BE2013/0149A BE201300149A BE1021135B1 BE 1021135 B1 BE1021135 B1 BE 1021135B1 BE 2013/0149 A BE2013/0149 A BE 2013/0149A BE 201300149 A BE201300149 A BE 201300149A BE 1021135 B1 BE1021135 B1 BE 1021135B1
- Authority
- BE
- Belgium
- Prior art keywords
- cover plate
- blades
- rotor housing
- housing assembly
- radius
- Prior art date
Links
- 238000003306 harvesting Methods 0.000 title claims description 38
- 239000000203 mixture Substances 0.000 title description 2
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 46
- 238000011144 upstream manufacturing Methods 0.000 claims description 10
- 230000007704 transition Effects 0.000 claims description 5
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 3
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 3
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 3
- 230000000694 effects Effects 0.000 claims description 3
- 239000000446 fuel Substances 0.000 claims description 3
- 230000003014 reinforcing effect Effects 0.000 claims description 3
- 235000013339 cereals Nutrition 0.000 description 15
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 11
- 230000008859 change Effects 0.000 description 5
- 239000010902 straw Substances 0.000 description 5
- 241001124569 Lycaenidae Species 0.000 description 3
- 241000209140 Triticum Species 0.000 description 3
- 235000021307 Triticum Nutrition 0.000 description 3
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 3
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 3
- 244000046052 Phaseolus vulgaris Species 0.000 description 2
- 235000010627 Phaseolus vulgaris Nutrition 0.000 description 2
- 240000008042 Zea mays Species 0.000 description 2
- 235000016383 Zea mays subsp huehuetenangensis Nutrition 0.000 description 2
- 235000002017 Zea mays subsp mays Nutrition 0.000 description 2
- 238000007599 discharging Methods 0.000 description 2
- 235000009973 maize Nutrition 0.000 description 2
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 2
- 240000007594 Oryza sativa Species 0.000 description 1
- 235000007164 Oryza sativa Nutrition 0.000 description 1
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 1
- 238000004140 cleaning Methods 0.000 description 1
- 230000009977 dual effect Effects 0.000 description 1
- 239000004459 forage Substances 0.000 description 1
- 238000013386 optimize process Methods 0.000 description 1
- 235000009566 rice Nutrition 0.000 description 1
- 238000005070 sampling Methods 0.000 description 1
- 238000004904 shortening Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01F—PROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
- A01F12/00—Parts or details of threshing apparatus
- A01F12/18—Threshing devices
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01F—PROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
- A01F7/00—Threshing apparatus
- A01F7/02—Threshing apparatus with rotating tools
- A01F7/06—Threshing apparatus with rotating tools with axles in line with the feeding direction ; Axial threshing machines
- A01F7/067—Threshing apparatus with rotating tools with axles in line with the feeding direction ; Axial threshing machines with material-flow influencing means
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D41/00—Combines, i.e. harvesters or mowers combined with threshing devices
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01F—PROCESSING OF HARVESTED PRODUCE; HAY OR STRAW PRESSES; DEVICES FOR STORING AGRICULTURAL OR HORTICULTURAL PRODUCE
- A01F7/00—Threshing apparatus
- A01F7/02—Threshing apparatus with rotating tools
- A01F7/06—Threshing apparatus with rotating tools with axles in line with the feeding direction ; Axial threshing machines
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Threshing Machine Elements (AREA)
- Outside Dividers And Delivering Mechanisms For Harvesters (AREA)
Abstract
De uitvinding betreft een rotorbehuizing samenstel (1) voor een oogstmachine, omvattende ten minste één dekplaat (20) met een centrale langsas (L), en een binnenopperviak (201) dat een eerste straal (Ri) heeft, en één of meerdere schoepen (30) die elk roteerbaar gemonteerd zijn op dit binnenopperviak (201), de één of meerdere roteerbare schoepen (30) omvattende een contactoppervlak (301) met dit binnenopperviak (201) met een tweede straal (R2) die groter is dan de eerste straal (R-i) van de dekplaat (20), waarbij dit binnenopperviak (201), per roteerbare schoep (30), een symmetrisch gebogen vorm (202) heeft zodat tijdens een rotatie van de respectieve schoep (30), het contactoppervlak (301) van de schoep (30) met dit binnenopperviak (201) overwegend de vorm (202) volgt en in contact blijft met dit binnenopperviak (201).
Description
ROTORBEHUIZING SAMENSTEL VOOR EEN OOGSTMACH1NE Gebied van de uitvinding [01] De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een rotorbehuizing samenstel voor een oogstmachine, omvattende - ten minste één dekplaat met een algemeen gebogen vorm, die deel uitmaakt van een algemeen cilindrisch gevormde rotorbehuizing, een centrale longitudinale as, en omvattende een binnenoppervlak dat, wanneer gemonteerd, naar de centrale longitudinale as is gericht en een eerste straal heeft, en - een schoepensysteem omvattende één of meerdere roteerbare schoepen die elk roteerbaar zijn gemonteerd op het binnenoppervlak van de dekplaat ter hoogte van een rotatiepunt, waarbij de één of meerdere roteerbare schoepen een contactoppervlak met het binnenoppervlak van de dekplaat omvatten, waarbij het contactoppervlak een tweede straal heeft die groter is dan de eerste straal.
Achtergrond van de uitvinding [02] Oogstmachines zoals maaidorsers en hakselaars hebben doorgaans één of twee grote rotors voor het dorsen en scheiden van het geoogste gewasmateriaal. In een oogstmachine met axiale stroom, zijn de rotors ingericht langs de langsas van de oogstmachine. In dergelijke oogstmachines met axiale stroom wordt het gewasmateriaal blootgesteld aan een veel langere dors- en scheidingscyclus dan in conventionele oogstmachines en daarom is de efficiëntie van de oogstmachine met axiale stroom groter. Een hoge scheidingsgraad wordt verkregen en minder graan gaat verloren.
[03] De rotors van oogstmachines worden voorzien van een toevoergedeelte, ook laad- of inlaatgedeelte genoemd, om geoogst gewasmateriaal te ontvangen dat op het veld werd geoogst, een dorsgedeelte om het graan te dorsen en te scheiden van het gedorste mengsel, een scheidingsgedeelte om resterend graan los te maken dat in het gedorste gewasmateriaal zit dat werd ontvangen van het dorsgedeelte en een uitlaatgedeelte of losgedeelte voor het afvoeren van het weg te werpen deel van het gewasmateriaal.
[04] Een vakman is in staat een behuizing te voorzien voor het ontvangen van een dors- en scheidingsrotor met, bevestigd aan de binnenkant van de behuizing, talrijke spiraalvormige geleidingsschoepen, ook wel stangen of afvoerschrapers genoemd, die zijn opgesteld onder het dekselelement van de rotorbehuizing. Het is gekend dat deze schoepen een grote impact hebben op het transport van het geoogste gewasmateriaal in de rotors op een zodanige manier dat de tijd gedurende welke het gewasmateriaal in het scheidingsgedeelte blijft een functie is van de inclinatie van de schoepen, m.a.w. de inclinatiehoek, ook de instelhoek genoemd, tussen de schoepen en de straal van de rotor.
[05] Variërende gewastoestanden op een veld, zoals dichtheid en opbrengst, vochtgehalte, gecombineerd met weersomstandigheden zoals vochtigheid, hebben een grote impact op het oogstproces. Werkingsparameters of instellingen worden ingesteld tijdens het oogstproces om rekening te houden met de omstandigheden om processen te optimaliseren zoals, maar niet beperkt tot, de snelheid van de dorsrotor en concave opening (aanpasbare afstand tussen een geperforeerd concaaf gebied van de dorsbehuizing en de roterende rotor die erin zit). Verschillende inputs worden gebruikt door de operator om de instellingen te optimaliseren voor een bepaald gewastype en -toestand, bijvoorbeeld graanverlies, nemen van graanmonsters, stroomverbruik enzovoort.
[06] De positie van de schoepen die het transport van het geoogste gewasmateriaal doorheen de axiale rotor(s) regelen, is een erg goede manier om te anticiperen op deze oogstomstandigheden ten behoeve van het zuinigste brandstofverbruik, minder verlies van tarwe, bonen of granen, strokwaliteit, enz., ook rekening houdend met andere factoren zoals het breken van graan en andere schade aan de tarwe, bonen, granen, enz. en het verlies daarvan. Er wordt daarom gebruik gemaakt van verstelbare schoepen om de snelheid van axiale voortgang van het geoogste gewasmateriaal doorheen de scheider te variëren om zo de efficiëntie van het dorsen en scheiden te regelen. Een kleinere instelhoek tussen de schoepen zal de snelheid naar achteren van de stroom gewasmateriaai verlagen en zal doorgaans leiden tot gewasmateriaal dat in een overeenkomstig steiler of nauwer spiraalvormig pad stroomt door het gebied van de dorskooi, en dus langer in het dorsgedeelte van de rotor blijft voor het dorsen en scheiden. Een grotere instelhoek tussen de schoepen zal de snelheid naar achteren van de stroom gewasmateriaal verhogen en zal leiden tot gewasmateriaal dat in een minder steile of bredere spiraal stroomt en tot een kortere bewerkingstijd om te dorsen en scheiden. Gewassen met kleine granen, zoals tarwe en rijst, hoeven niet zo lang in de scheidingszone te blijven als maïs, dus is het wenselijk wanneer kleinere granen worden gedorst dat een grotere instelhoek voor de schoepen wordt gebruikt dan wanneer bijvoorbeeld maïs wordt gedorst.
[07] Een eerste gekende mogelijkheid voor het aanpassen van deze schoepen is dat de operator ze manueel aanpast. Het nadeel hiervan is dat de operator de kabine moet verlaten en ongeveer 20 minuten moet sleutelen om de positie van de schoepen te veranderen. Voorts is de ruimte tussen de graantank en de rotor niet gemakkelijk toegankelijk en bijgevolg worden de schoepen alleen aangepast wanneer er grote problemen zijn, bijvoorbeeld een verlies van vermogen. De oogstmachine wordt bijgevolg niet optimaal gebruikt wegens instellingen die leiden tot minder efficiëntie en productiviteit.
[08] Een tweede mogelijkheid is een afstandsbediening voor de afstelling van de schoepen, waarmee tijdens het werken de schoepen kunnen worden aangepast.
[09] Er zijn al systemen gekend waarmee schoepen vanuit de kabine kunnen worden aangepast, maar alleen wanneer de rotor stilstaat. Met die systemen is geen aanpassing van de oogstmachine mogelijk tijdens het rijden.
[10] In US 2011/0320087 wordt een systeem beschreven voor het bedienen op afstand van een verstelbare dorskooischoep, inclusief terwijl het dorssysteem in werking is, gebruik makend van een actuator in verbinding met een ten minste één schoep en op afstand bedienbaar om de positie ervan verstelbaar te variëren binnen de kooi om het pad of de stroom van het gewasmateriaal erdoorheen te wijzigen.
[11] In US 2010/0093413 zijn alle verstelbare schoepen gegroepeerd en worden ze samen bewogen. Er wordt een mechanisme voorzien om de verstelbare schoepen te zwenken van een positie die overeenkomt met het normale spiraalvormige pad van de vaste schoepen naar een bypasspositie waarbij de gewasstroom doorheen de verstelbare schoepen één of meerdere doorgangen tussen de vaste schoepen zal overslaan bij de volgende doorgang tussen de vaste schoepen.
[12] Een probleem dat zich voordoet met het aanpassen van de schoepen is dat de schoepen aansluiten tegen een cylindrisch gevormd deksel en derhalve een bepaalde kromming hebben. Bijgevolg, om de positie te wijzigen ten opzichte van dit cilindrisch gevormde deksel voor snellere of tragere transportsnelheid van het gewasmateriaal doorheen de rotors, moet de straal van de schoepen wijzigen. Als gevolg daarvan moeten ofwel de schoepen of het deksel worden vervormd. Een eerste nadeel daarvan is dat er een risico bestaat dat de schoepen niet aansluiten tegen het cilindrisch gevormde deksel, en dus openingen ontstaan tussen de schoepen en het deksel die verstopt kunnen raken omdat vuil vast kan komen te zitten in deze openingen waardoor het moeilijker of zelfs onmogelijk is om de schoepen te bewegen zonder dat deze openingen eerst worden gereinigd. Een tweede nadeel hiervan is dat deze vervorming ongewild de eigenschappen van de materiaalstroom voor dit rotorgedeelte significant kan wijzigen.
[13] Het inkorten van de schoepen om vervorming te beperken is nuttig, maar het verlaagt het effect op het transport van het gewasmateriaal doorheen de rotors.
[14] Om het bovenstaande probleem op te lossen, wordt in US 2010/0093413, zoals hierboven al geciteerd, een verstelbaar schoepensysteem voor een roterende oogstmachinebehuizing met axiale stroom beschreven, waarbij deze behuizing ten minste één vlak wandgedeelte omvat als onderdeel van het voor het overige cilindrische of langwerpige, gebogen behuizingsdeksel, en verstelbare schoepen met vlakke basissen waarvan de hoek met het oppervlak van het vlakke wandgedeelte wordt aangepast. De behuizing omvat daarbij op een gebogen deel van het deksel van de behuizing vaste schoepen die een aanloopuiteinde hebben die, in een richting van omtreksgewijze beweging van het gewas, nagenoeg in register zijn met de uitloopuiteinden van de verstelbare schoepen. De verstelbare schoepen omvatten spilverbindingen nabij de uitloopuiteinden en zwenkverbindingen nabij de aanloopuiteinden van de verstelbare schoepen.
[15] Een eerste nadeel hiervan is dat de lengte van rechte schoepen zeer klein is en de impact op het transport van het gewasmateriaal doorheen de rotors bijgevolg ook kleiner is. Een tweede nadeel daarvan is dat de vaste en de verstelbare schoepen geen continue kromming meer vormen en gaten vormen tussen deze schoepen waarin gewasmateriaal verstopt kan raken.
[16] Er bestaat bijgevolg een behoefte om een rotorbehuizing samenstel te voorzien voor een oogstmachine volgens de kop van de eerste conclusie, waarbij de krommingsstraal van de schoepen niet gewijzigd hoeft te worden wanneer de transportsnelheid van het gewasmateriaal doorheen de rotors moet worden gewijzigd en dus worden de werkingseigenschappen van de oogstmachine met axiale stroom niet negatief beïnvloed.
Samenvatting van de uitvinding [17] Volgens een eerste aspect van de uitvinding wordt een rotorbehuizing samenstel voorzien voor een oogstmachine, omvattende - ten minste één dekplaat met een algemeen gebogen vorm, die deel uitmaakt van een algemeen cilindrisch gevormde rotorbehuizing, een centrale longitudinale as, en omvattende een binnenoppervlak dat, wanneer gemonteerd, naar de centrale longitudinale as is gericht en een eerste straal heeft, en - een schoepensysteem omvattende één of meerdere roteerbare schoepen die elk roteerbaar zijn gemonteerd op het binnenoppervlak van de dekplaat ter hoogte van een rotatiepunt, waarbij de één of meerdere beweegbare schoepen een contactoppervlak met het binnenoppervlak van de dekplaat hebben, waarbij het contactoppervlak een tweede straal heeft die groter is dan de eerste straal, waarbij het binnenoppervlak van de dekplaat, per roteerbare schoep, een symmetrisch gebogen vorm omvat die zo is uitgevoerd dat, tijdens rotatie van de respectieve schoep, het contactoppervlak van de schoep met het binnenoppervlak van de dekplaat overwegend de vorm volgt van en in contact blijft met het binnenoppervlak van de dekplaat.
[18] Een dergelijk rotorbehuizing samenstel heeft het voordeel dat de beweging van de één of meerdere geassocieerde schoepen wordt geaccommodeerd. De schoepen sluiten op deze manier goed aan tegen het binnenoppervlak van de dekplaat waardoor geen gaten die verstopt kunnen raken worden gecreëerd tussen de schoep(en) en het binnenoppervlak van de dekplaat en de schoep(en) kan (kunnen) worden bewogen zonder kromtrekking of vervorming van de schoepen en/of de dekplaat. Bijgevolg wordt een duurzamer mechanisme verkregen dat resulteert in een betere instelling van de oogstmachine met minder moeite voor de operator, hetgeen leidt tot een hogere productiviteit en efficiëntie.
[19] De symmetrisch gebogen vorm is bij voorkeur paraboloïdaal, ellipsoïdaal of bolvormig, waarbij die laatste de voorkeur wegdraagt.
[20] In een voorkeursuitvoeringsvorm van een rotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding, zijn de één of meerdere schoepen roteerbaar rond een rotatie-as doorheen het rotatiepunt, en, wanneer bekeken in een richting langs de rotatie-as, zijn de één of meerdere schoepen roteerbaar gemonteerd tussen een eerste positie waarin de één of meerdere schoepen een eerste hoek vormen ten opzichte van een dwarsvlak doorheen het rotatiepunt, en die dwars is op de centrale longitudinale as, en een tweede positie waarin de één of meerdere schoepen een tweede hoek vormen ten opzichte van het dwarse vlak, en waarbij de symmetrisch gebogen vorm in elke hoek die zich tussen de eerste en twee hoek bevindt een straal heeft die gelijk is aan de tweede straal van het contactoppervlak van de één of meerdere schoepen.
[21] In een voorkeursuitvoeringsvorm van een rotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding, is het rotorbehuizing samenstel ingericht om gewasmateriaal erdoorheen te laten stromen, waarbij elk van de schoepen een stroomopwaarts uiteinde heeft dat als laatste in contact komt met de stroom gewasmateriaal, en omvat de dekplaat ten minste één zich in de langsrichting uitstrekkende zijde aan de zijde van de dekplaat, waar het stroomopwaartse uiteinde van de schoep(en) zich bevindt, waarbij de symmetrisch gebogen vorm een overgangszone omvat met een plat oppervlak en beginnend nabij het stroomopwaartse uiteinde van de respectieve schoep en eindigend aan de zich in de langsrichting uitstrekkende zijde van de bovenste dekplaat.
[22] Om obstructies in de stroom gewasmateriaal te voorkomen, heeft de overgangszone de vorm van een halfcirkelvormige schijf. De één of meerdere schoepen zijn korter aan deze zijde.
[23] Om de symmetrisch gebogen vorm(en) te verstevigen tegen de druk van het stromende gewasmateriaal dat tegen de symmetrisch gebogen vorm(en) vliegt en bijgevolg om vervorming als gevolg daarvan te voorkomen, heeft het deksel een algemeen cilindrisch buitenoppervlak, waarbij op het buitenoppervlak één of meerdere versterkingsribben zijn aangebracht tussen één of meerdere van de symmetrisch gebogen vormen.
[24] In een voorkeursuitvoeringsvorm van een rotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding, is de dekplaat een bovenste dekplaat, en omvat de rotorbehuizing verder een algemeen gebogen onderste dekplaat die deel uitmaakt van een algemeen cilindrisch gevormde rotorbehuizing en omvattende een binnenoppervlak met een derde straal, waarbij, indien gemonteerd, de bovenste dekplaat en de onderste dekplaat tegen elkaar aanliggen, en waarbij, wanneer de dekplaten tegen elkaar liggen, de straal van het binnenoppervlak van de dekplaat die het eerst in contact komt met de stroom gewasmateriaal kleiner is dan de straal van het binnenoppervlak van de dekplaat die het laatst in contact komt met de stroom gewasmateriaal.
[25] Dit voorkomt dat de opening die wordt gevormd op de plaats waar de bovenste dekplaat en de onderste dekplaat tegen elkaar liggen, verstopt raakt door gewasmateriaal.
[26] In een voorkeursrotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding, zijn één of meerdere van de schoepen verbonden met één of meerdere beweegbare verbindingsstangen door middel van één of meerdere verbindingselementen. De verbindingselementen bevinden zich bij voorkeur aan ten minste één van de longitudinale zijden van de dekplaat.
[27] In een voorkeursuitvoeringsvorm van een rotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding, omvatten de één of meerdere losmaakbare verbindingselementen een treksysteem dat is geconfigureerd om een trekkracht uit te oefenen op de één of meerdere schoepen om de één of meerdere schoepen tegen het binnenoppervlak van de dekplaat te trekken.
[28] In een voordelige uitvoeringsvorm van een rotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding, is elk van de één of meerdere verbindingselementen beweegbaar in een overeenkomstige sleuf, waarbij elk van de sleuven een wand omvat die naar buiten helt vanaf het buitenoppervlak in de richting van het binnenoppervlak van de dekplaat.
[29] In een mogelijke voorkeursrotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding, is een eerste set schoepen verbonden met een eerste verbindingsstang en is een tweede set schoepen verbonden met een tweede verbindingsstang, waarbij de eerste en tweede verbindingsstangen met elkaar zijn verbonden door middel van een koppelstuk om de eerste posities van de eerste en tweede set schoepen te kunnen variëren ten opzichte van elkaar.
[30] In een voorkeursrotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding, zijn de één of meerdere verbindingsstangen verbonden met één of meerdere actuatoren die zijn aangepast om de verbindingsstang(en) te bewegen.
[31] In een meer voordelig rotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding, is (zijn) de actuator(en) hydraulisch of elektrisch.
[32] In een voorkeursuitvoeringsvorm van een rotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding, wordt, tussen de dekplaat en de één of meerdere actuatoren, een krachtsensor voorzien die is aangebracht om de belasting te meten op de één of meerdere schoepen.
[33] In een voorkeursuitvoeringsvorm van een rotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding omvat het rotorbehuizing samenstel een controller die is aangepast om het effect te meten van de positie van de één of meerdere schoepen op brandstofverbruik, rotor- en zeefverliezen, geprogrammeerd om de positie van de schoep(en) op een optimale positie in te stellen tijdens de werking in functie van de oogstomstandigheden.
[34] Volgens een tweede aspect van de uitvinding wordt een dekplaat voorzien voor gebruik in een rotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding zoals hierboven omschreven.
[35] Volgens een derde aspect van de uitvinding wordt een oogstmachine voorzien omvattende een rotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding zoals hierboven omschreven.
[36] In een voorkeursuitvoeringsvorm van een oogstmachine volgens de uitvinding, omvat de oogstmachine één of meerdere knoppen of één of meerdere aanraakschermen om de één of meerdere actuatoren op afstand te bedienen.
[37] De oogstmachine is bij voorkeur een oogstmachine van het type met axiale stroom. De onderhavige uitvinding kan echter ook worden toegepast op eender welk type van oogstmachine die een rotorbehuizing samenstel omvat volgens de kop van de eerste conclusie.
Korte beschrijving van de tekeningen [38] Fig. 1 illustreert een perspectief bovenaanzicht van twee naast elkaar geplaatste bovenste dekplaten van de rotorbehuizing met elektrisch verstelbare schoepen van een rotorbehuizing samenstel met axiale stroom volgens de uitvinding; [39] Fig. 2 illustreert een bovenaanzicht van de twee bovenste dekplaten van de rotorbehuizing met elektrisch verstelbare schoepen zoals getoond in figuur 1; [40] Fig. 3 illustreert een naar boven gericht aanzicht van de binnenkant van de twee bovenste dekplaten van de rotorbehuizing met elektrisch verstelbare schoepen zoals getoond in figuren 1 en 2, waarbij de rotors zijn verwijderd; [41] Fig. 4 illustreert een bovenaanzicht van een gedeelte van een bovenste dekplaat van de rotorbehuizing met elektrisch verstelbare schoepen zoals getoond in figuren 1 t/m 3; [42] Fig. 5 illustreert een perspectief bovenaanzicht van een gedeelte van een bovenste dekplaat van de rotorbehuizing met elektrisch verstelbare schoepen die beweegbaar zijn door een elektrische actuator via een geleidingsstang, waarbij de elektrische actuator aan de rechterzijde is geplaatst; [43] Fig. 6 illustreert een aanzicht van onderen naar boven in de richting van het gedeelte afgebeeld in figuur 5; [44] Fig. 7 illustreert een onderaanzicht van het gedeelte zoals afgebeeld in figuren 4 t/m 6; [45] Fig. 8 illustreert een sleuf met een vorm die naar buiten toe helt vanaf het buitenoppervlak van de bovenste dekplaat naar het binnenoppervlak van de bovenste dekplaat in dewelke een verbindingselement dat een schoep met een verbindingsstang verbindt, beweegbaar is; [46] Fig. 9 illustreert een dwarsdoorsnede van een gedeelte zoals afgebeeld in figuren 4 t/m 7; en [47] Fig. 10 illustreert een dwarsdoorsnede van een rotorbehuizing met axiale stroom met een rotor en een rotorbehuizing samenstel volgens de uitvinding.
Gedetailleerde beschrijving van de uitvoerinqsvorm(en) [48] Het wordt opgemerkt dat binnen deze specificatie, gemakshalve, de termen "graan" en "stro" principieel worden gebruikt, hoewel moet worden begrepen dat deze termen niet beperkend bedoeld zijn. "Graan" verwijst dus naar dat deel van het gewasmateriaal dat wordt gedorst en gescheiden van het weg te werpen deel van het gewasmateriaal waarnaar wordt verwezen met "stro". Ook de termen "vooraan", "achteraan", "links" en "rechts" wanneer gebruikt in samenhang met de oogstmachine en/of onderdelen daarvan, zijn vastgelegd met verwijzing naar de richting van de voorwaartse verplaatsing van de oogstmachine tijdens de werking, maar mogen opnieuw niet als beperkend worden opgevat. De termen "in de langsrichting" en "dwars" zijn vastgelegd met verwijzing naar de voor-en-achterrichting van de oogstmachine en mogen ook niet als beperkend worden opgevat.
[49] In de figuren 1 tot en met 3 wordt een rotorbehuizing samenstel (1) (hierna "samenstel" genoemd) getoond van een oogstmachine van het type met dubbele axiale rotor. Zoals te zien op deze figuren, omvat het samenstel (1) - een toevoergedeelte (101) voor het ontvangen van geoogst gewasmateriaal dat van het veld werd geoogst, - een dorsgedeelte (102) voor het dorsen van het geoogste gewasmateriaal dat wordt ontvangen van het toevoergedeelte (101), - een scheidingsgedeelte (103) om het graan van het stro te scheiden; en - een uitlaatgedeelte (104) voor het afvoeren van het stro uit het samenstel (1).
[50] In deze oogstmachine van het type met dubbele axiale rotor, zijn twee algemeen cilindrisch gevormde rotorbehuizingen (2), waarvan er één wordt getoond in figuur 9, naast elkaar opgesteld. Elke cilindrisch gevormde rotorbehuizing (2) strekt zich ten minste gedeeltelijk uit rond een roteerbare rotor (13) (zie figuur 9), waarbij de rotorbehuizing (2) een perifeer cilindrisch gevormd binnenoppervlak (200) heeft en de rotor (13) een perifeer cilindrisch gevormd buitenoppervlak (300) heeft dat daartussen een opening (4) rond de omtrek definieert voor de stroom gewasmateriaal daardoorheen. De rotor (13) omvat dorselementen (5) daaromtrent voor doorgang door de concave opening tijdens rotatie van de rotor (13) om graan te dorsen en te scheiden van het gewasmateriaal.
[51] Het moet worden opgemerkt dat de onderhavige uitvinding niet is beperkt tot oogstmachines van het type met dubbele axiale rotor, maar ook kan worden toegepast op eender welk type oogstmachine omvattende één of meerdere rotors (3) elk met zijn eigen rotorbehuizing (2).
[52] Elk van deze algemeen cilindrisch gevormde rotorbehuizingen (2) omvat een algemeen gebogen bovenste dekplaat (20) die deel uitmaakt van een respectief algemeen cilindrisch gevormde rotorbehuizing (2). Zoals kan worden gezien op figuur 9, omvat elk van deze algemeen cilindrisch gevormde rotorbehuizingen (2) voorts een algemeen gebogen onderste dekplaat (21). Deze algemeen gebogen vorm van deze onderste dekplaten (21) maakt daarmee ook deel uit van een respectief algemeen cilindrisch gevormde rotorbehuizing (2).
[53] Elk van deze bovenste dekplaten (20) heeft voorts een centrale longitudinale as (L), en elk omvat een binnenoppervlak (201) (zoals te zien in figuur 3), dat, indien gemonteerd, naar de centrale longitudinale as (L) is gericht. Dit binnenoppervlak (201) heeft een eerste straal (R-i).
[54] De bovenste dekplaat (20), evenals de onderste dekplaat (21) zijn daarmee aan hun longitudinale zijden (204) uitgerust met naar buiten toe uitstrekkende aangrenzende flenzen (22) (zie figuren 1, 4, 5, 7, 8 en 9) zodat de bovenste dekplaat (20) en de onderste dekplaat (21) in hun gemonteerde toestand tegen elkaar liggen en met elkaar kunnen worden verbonden, bijvoorbeeld met bouten. Waar de bovenste en onderste dekplaat (20, 21) tegen elkaar liggen, is de straal van het binnenoppervlak van de dekplaat die eerst in contact met het stromende gewasmateriaal kleiner dan de straal van het binnenoppervlak van de dekplaat die laatst in contact komt met het stromende gewasmateriaal. In de uitvoeringsvorm zoals getoond in figuur 9, waar de dekplaten (20, 21) tegen elkaar liggen (204a, 204b), wegens het feit dat het gewasmateriaal tegenwijzerzin stroomt doorheen de opening (4) rondom de omtrek, is het binnenoppervlak van de dekplaat die eerst in contact komt met de stroom gewasmateriaal het binnenoppervlak (210) van de onderste dekplaat (21) en is het binnenoppervlak van de dekplaat die het laatst in contact komt met de stroom gewasmateriaal het binnenoppervlak (201) van de bovenste dekplaat (20). Derhalve, waar de binnenoppervlakken van de dekplaten (20, 21) eerst tegen elkaar aanliggen (zie 204a), heeft het binnenoppervlak (210) van de onderste dekplaat (21) een derde straal (R10) die kleiner is dan de eerste straal (Ri) van het binnenoppervlak (201) van de bovenste dekplaat (20). Waar de dekplaten (20, 21) laatst tegen elkaar aanliggen (zie 204b), heeft het binnenoppervlak (201) van de bovenste dekplaat (20) een eerste straal (R-i) die kleiner is dan de derde straal (R10) van het binnenoppervlak (210) van de onderste dekplaat (21).
[55] Zoals te zien op figuur 3, is elk van deze bovenste dekplaten (20) aan het dorsgedeelte (102) en het scheidingsgedeelte (103) voorzien van een schoepensysteem (3) op het binnenoppervlak (201) ervan. Dit schoepensysteem (3) omvat één of meerdere roteerbare schoepen (30) die elk roteerbaar zijn langs dit binnenoppervlak (201) ter hoogte van een rotatiepunt (31).
[56] In de uitvoeringsvorm van een samenstel zoals getoond in de figuren, kruist de roterende as (X) van elk van de schoepen (30) de centrale longitudinale as (L) van de algemeen cilindrisch gevormde rotorbehuizing (2) (zie bijvoorbeeld figuur 10). Dit is echter geen vereiste. Het is ook mogelijk dat deze rotatie-as (X) helemaal niet kruist met deze centrale longitudinale as (L). Voorts kruist het dwarsale vlak (T) loodrecht de centrale longitudinale as (L). Ook dit is geen vereiste. Het dwarsale vlak (T) kan deze centrale longitudinale as (L) kruisen onder een andere inclinatiehoek.
[57] Om de één of meerdere schoepen (30) roteerbaar te monteren langs de bovenste dekplaat (20), in een voorkeursuitvoeringsvorm zoals getoond in figuur 8, wordt per schoep een hub (312) voorzien doorheen dewelke zich een spil (311) roteerbaar uitstrekt. Elke spil (311) is bij voorkeur vast verbonden met de respectieve schoep (30). De onderkant van de spil (311) is bij voorkeur plat en strekt zich niet verder uit doorheen de respectieve schoep (30) dan het onderste oppervlak van de respectieve schoep (30) om te voorkomen dat het stromende gewasmateriaal met deze spil (311) zou botsen. De spil (311) wordt centraal voorzien van interne schroefdraad om een bout op te nemen die de respectieve schoep (30) tegen het binnenoppervlak (201) van de bovenste dekplaat (20) trekt. Het wordt opgemerkt dat ook andere mogelijkheden bestaan om de schoepen (30) roteerbaar op de bovenste dekplaat (20) te monteren.
[58] De roteerbare schoepen (30) omvatten een contactoppervlak (301) (zie figuren 6 en 7) met het binnenoppervlak (201) van de bovenste dekplaat (20), waarbij dit contactoppervlak (301) een tweede straal (R2) heeft die groter is dan de eerste straal (R-i) van binnenoppervlak (201) van de bovenste dekplaat (20).
[59] Zoals onder andere te zien in figuur 7, omvat het binnenoppervlak (201) van de bovenste dekplaat (20) per roteerbare schoep (30) een symmetrisch gebogen vorm, bij voorkeur uitgevoerd als een deel van een paraboloïdale, ellipsoïdale of bolvormige vorm, waarbij die laatste de voorkeur wegdraagt, die in een dwarsdoorsnede in een vlak (T) dwars op de centrale longitudinale as (L) doorheen het rotatiepunt (31) (hierna "het dwarse vlak" genoemd) een straal omvat die dezelfde is als de tweede straal (R2) van het contactoppervlak (201) van de roteerbare schoepen (30). Het rotatiepunt (31) kan daarbij een raakpunt vormen tussen de algemeen cilindrische vorm van de bovenste dekplaat (20) en de symmetrisch gebogen vorm. Het is daarbij ook mogelijk dat het rotatiepunt (31) en het raakpunt tussen de algemeen cilindrische vorm van de bovenste dekplaat (20) en de symmetrisch gebogen vorm niet met elkaar samenvallen.
[60] De één of meerdere schoepen (30) zijn roteerbaar gemonteerd rond een rotatie-as omvattende het rotatiepunt (31). De hoek (a) van de schoepen (30) met betrekking tot het dwarse vlak (T) is daarbij verstelbaar en de schoepen (30) zijn daarbij roteerbaar tussen een eerste positie waarin de schoepen (30) een eerste hoek (ai) vormen ten opzichte van het dwarse vlak (T) en een tweede positie waarin de schoepen (30) een tweede hoek (a2) vormen met betrekking tot het dwarse vlak (T). De symmetrisch gebogen vorm (202) van de bovenste dekplaat (20) heeft een straal die bij elke hoek (a) die zich tussen de eerste en tweede hoek (cm, a2) bevindt, gelijk is aan de tweede straal (R2) van het contactoppervlak (301) van de één of meerdere schoepen (30).
[61] Zoals te zien op figuur 9, heeft elk van de schoepen (30) in haar longitudinale richting een stroomafwaarts uiteinde (30a) dat eerst in contact komt met het gewasmateriaal dat doorheen de rotorbehuizing (2) stroomt (zie de pijl A op figuur 9) en een stroomopwaarts uiteinde (30b) dat laatst in contact komt met de stroom gewasmateriaal. Zoals te zien in figuur 7, aan de zijkant van de bovenste dekplaat (20) waar het stroomopwaartse uiteinde (30b) van de schoep (30) zich bevindt, omvat de symmetrisch gebogen vorm (202) een overgangszone (203) met een vlak oppervlak, bij voorkeur in de vorm van een halfcirkelvormige schijf, die begint nabij het stroomopwaartse uiteinde (30b) van de schoep (30) en de zich in de langsrichting uitstrekkende zijde (204b) van de bovenste dekplaat (20).
[62] Zoals te zien in figuren 1, 4 en 8 is een versterkingsrib (5) aangebracht op het buitenoppervlak (205) van de bovenste dekplaat (20), tussen elke twee symmetrisch gebogen vormen (202).
[63] Zoals te zien in figuren 1, 2, 4, 5 en 6 zijn de schoepen (30) van het dorsgedeelte (102), respectievelijk de schoepen (30) van het scheidingsgedeelte (103) aan hun stroomafwaartse uiteinde (30a) verbonden met een beweegbare verbindingsstang (6). Op deze manier wordt de hoek (o) van de schoepen (30) die verbonden zijn met dezelfde beweegbare verbindingsstang (6) op hetzelfde moment gevarieerd en worden deze schoepen (30) bijgevolg samen bewogen. Het wordt echter opgemerkt dat het ook mogelijk is om eender welk aantal schoepen (30) met elkaar te verbinden gebruik makend van eender welk aantal beweegbare verbindingsstangen (6). Het is daarbij ook mogelijk om één of meerdere schoepen (30) aan hun stroomopwaartse uiteinde (30b) te verbinden met één of meerdere beweegbare verbindingsstangen (6) (niet afgebeeld in de figuren).
[64] Zoals te zien in de figuren 1, 2, 4, 5, 6, 8 and 9, is elk van de één of meerdere schoepen (30) verbonden met de verbindingsstang (6) door middel van een respectief verbindingselement (62), dit bij voorkeur aan hun stroomafwaartse uiteinde (30a). Elk van de verbindingselementen (62) is geconfigureerd om een trekkracht uit te oefenen op de één of meerdere schoepen (30) waarbij de één of meerdere schoepen (30) tegen het binnenoppervlak (201) van de dekplaat (20) wordt getrokken. Zoals te zien in figuur 7 zijn deze één of meerdere verbindingselementen (62) beweegbaar in een sleuf (32). In de uitvoeringsvorm zoals afgebeeld in figuren 1, 2, 4, 5, 6, 8 en 9, omvat elk van deze verbindingselementen (62) een pen (621) die zich doorheen de respectieve verbindingsstang (6), de bovenste dekplaat (20) en de respectieve schoep (30) uitstrekt. De onderkant van de pen (621) is bij voorkeur plat en strekt zich niet verder uit doorheen de respectieve schoep (30) dan het onderste oppervlak van de respectieve schoep (30) om te voorkomen dat het stromende gewasmateriaal met deze pen (621) zou botsen. Elk van deze verbindingselementen (62) omvat verder een treksysteem (622) dat is geconfigureerd om een trekkracht uit te oefenen op de respectieve schoep (30) om de respectieve schoep (30) tegen het binnenoppervlak (201) van de bovenste dekplaat (20) te trekken. In de uitvoeringsvorm zoals afgebeeld in figuren 1, 2, 4, 5, 6, 8 en 9 omvat dit treksysteem (622) een veer (6221), meer specifiek een spiraalveer die bij voorkeur op haar plaats en onder spanning wordt gehouden door middel van een moer (6222) die met een bout op de pen (621) is vastgemaakt (zie figuur 9). Dit treksysteem (622) is echter niet beperkt tot het gebruik van een veersysteem, maar kan ook worden uitgevoerd als hydraulisch, pneumatisch, magnetisch, enz. systeem dat een trekkracht uitoefent op de respectieve schoep (30) om die tegen het binnenoppervlak (201) van de bovenste dekplaat (20) te trekken.
[65] Zoals te zien in figuren 1, 2, 5 en 6 zijn de één of meerdere actuatoren (7) geplaatst in verbinding met één of meerdere schoepen (30) via de eerder vermelde verbindingsstang(en) (6). Een verbindingsstang (6) is verbonden met een actuator (7) door middel van een verbindingsstuk (71) zoals te zien in figuren 1,2, 4, 5, 6 en 8.
[66] Om de belasting op de één of meerdere schoepen (30) te meten, zoals te zien in figuur 1, bij voorkeur tussen de dekplaat (20) en de één of meerdere actuatoren (7), kunnen één of meerdere krachtsensoren (8) worden opgesteld.
[67] Het wordt opgemerkt dat in de uitvoeringsvorm van het samenstel zoals getoond in de figuren, het schoepensysteem (3) met alle elementen zoals hierboven beschreven is opgesteld bovenop de bovenste dekplaat (20). Het zou echter mogelijk zijn om het schoepensysteem (3) aan te brengen op eender welk ander element dat gepositioneerd is rond de rotor (13) en deel uitmaakt van de rotorbehuizing (2), deze laatste wordt echter niet getoond in de figuren.
[68] Er zijn verschillende manieren om de schoepen (30) via de verbindingsstang(en) (6) te koppelen met de actuator(en) (7). Een eerste mogelijkheid, zoals kan worden gezien in figuur 1, is om één actuator (7) per rotorbehuizing (2) te plaatsen om de beweging van zowel de schoepen (30) van het dors- als van het scheidingsgedeelte (102, 103) te regelen. Om de eerste positie van de schoepen (30) van het dorsgedeelte (102) te kunnen variëren ten opzichte van de schoepen (30) van het scheidingsgedeelte (103), of met andere woorden om de schoepen (30) van het dorsgedeelte (102) onder een andere eerste hoek (α-ι) te plaatsen ten opzichte van het dwarse vlak (T) in vergelijking met de schoepen (30) van het scheidingsgedeelte (103), tussen de verbindingsstang (6a) die de schoepen (30) van het dorsgedeelte (102) verbindt en de verbindingsstang (6b) die de schoepen (30) van het scheidingsgedeeite (103) verbindt, is een koppelstuk (61) aangebracht. Een tweede mogelijkheid, zoals te zien in figuur 2, is om een actuator (7) aan te brengen voor elke verbindingsstang (6).
[69] De één of meerdere actuatoren (7) zijn bij voorkeur hydraulisch of elektrisch.
[70] De één of meerdere actuatoren (7) zijn bij voorkeur op afstand bestuurbaar. Wat dat betreft kunnen één of meerdere groepen van schoepen (30) op afstand samen en gelijktijdig worden bestuurd, of in groepen van één of meerdere schoepen (30), zoals gewenst of vereist voor een specifieke toepassing.
[71] Het invoerapparaat (niet afgebeeld op de figuren) om de één of meerdere actuatoren (7) op afstand te besturen, wordt bij voorkeur voorzien op een locatie op een afstand van deze één of meerdere actuatoren (7), bijv. in de kabine of aan het platform van de operator van de oogstmachine, en op operationele wijze daarmee verbonden om de positie van de één of meerdere schoepen (30) op afstand te kunnen variëren zoals gewenst. Dit invoerapparaat omvat bijvoorbeeld één of meerdere knoppen of aanraakschermen die worden voorzien in de operatorkabine van de oogstmachine.
[72] Hoewel de onderhavige uitvinding werd geïllustreerd aan de hand van specifieke uitvoeringsvormen, zal het voor de vakman duidelijk zijn dat de uitvinding niet is beperkt tot de details van de voorgaande illustratieve uitvoeringsvormen, en dat de onderhavige uitvinding kan worden uitgevoerd met verschillende wijzigingen en aanpassingen zonder daarbij het toepassingsgebied van de uitvinding te verlaten. De onderhavige uitvoeringsvormen moeten daarom op alle vlakken worden beschouwd als illustratief en niet restrictief, waarbij het toepassingsgebied van de uitvinding wordt beschreven door de bijgevoegde conclusies en niet door de voorgaande beschrijving, en alle wijzigingen die binnen de betekenis en de reikwijdte van de conclusies vallen, zijn hier derhalve mee opgenomen. Er wordt met andere woorden van uitgegaan dat hieronder alle wijzigingen, variaties of equivalenten vallen die binnen het toepassingsgebied van de onderliggende basisprincipes vallen en waarvan de essentiële attributen worden geclaimd in deze octrooiaanvraag. Bovendien zal de lezer van deze octrooiaanvraag begrijpen dat de woorden "omvattende" of "omvatten" andere elementen of stappen niet uitsluiten, dat het woord "een" geen meervoud uitsluit, en dat een enkelvoudig element, zoals een computersysteem, een processor of een andere geïntegreerde eenheid de functies van verschillende hulpmiddelen kunnen vervullen die in de conclusies worden vermeld. Eventuele verwijzingen in de conclusies mogen niet worden opgevat als een beperking van de conclusies in kwestie. De termen "eerste", "tweede", "derde", "a", "b", "c" en dergelijke, wanneer gebruikt in de beschrijving of in de conclusies, worden gebruikt om het onderscheid te maken tussen soortgelijke elementen of stappen en beschrijven niet noodzakelijk een opeenvolgende of chronologische volgorde. Op dezelfde manier worden de termen "bovenkant", "onderkant", "over", "onder" en dergelijke gebruikt ten behoeve van de beschrijving en verwijzen ze niet noodzakelijk naar relatieve posities. Het moet worden begrepen dat die termen onderling verwisselbaar zijn onder de juiste omstandigheden en dat uitvoeringsvormen van de uitvinding in staat zijn om te functioneren volgens de onderhavige uitvinding in andere volgordes of oriëntaties dan hierboven beschreven of geïllustreerd.
Claims (16)
- CONCLUSIES1. Een rotorbehuizing samenstel (1) voor een oogstmachine, omvattende - ten minste één dekplaat (20) met een algemeen gebogen vorm, die deel uitmaakt van een algemeen cilindrisch gevormde rotorbehuizing (2), een centrale longitudinale as (L), en omvattende een binnenoppervlak (201) dat, wanneer gemonteerd, naar de centrale longitudinale as (L) is gericht en een eerste straal (Ri) heeft, en - een schoepensysteem (3) omvattende één of meerdere roteerbare schoepen (30) die elk roteerbaar zijn gemonteerd langs het binnenoppervlak (201) van de dekplaat (20) ter hoogte van een rotatiepunt (31), waarbij de één of meerdere roteerbare schoepen (30) een contactoppervlak (301) met het binnenoppervlak (201) van de dekplaat (20) omvatten, waarbij het contactoppervlak (301) een tweede straal (R2) heeft die groter is dan de eerste straal (Ri), MET HET KENMERK DAT het binnenoppervlak (201) van de bovenste dekplaat (20), per roteerbare schoep (30), een symmetrisch gebogen vorm (202) omvat die zo is uitgevoerd dat, tijdens rotatie van de respectieve schoep (30), het contactoppervlak (301) van de schoep (30) met het binnenoppervlak (201) van de dekplaat (20) overwegend de vorm (202) volgt van en in contact blijft met het binnenoppervlak (201) van de dekplaat (20).
- 2. Een rotorbehuizing samenstel (1) volgens conclusie 1, MET HET KENMERK DAT de één of meerdere schoepen (30) roteerbaar zijn rond een rotatie-as doorheen het rotatiepunt (31), en dat, wanneer bekeken in een richting langs de rotatie-as, de één of meerdere schoepen (30) roteerbaar zijn gemonteerd tussen een eerste positie waarin de één of meerdere schoepen (30) een eerste hoek (ai) vormen ten opzichte van een dwarsvlak (T) doorheen het rotatiepunt (31), en die dwars is op de centrale longitudinale as (L), en een tweede positie waarin de één of meerdere schoepen (30) een tweede hoek (a2) vormen ten opzichte van het dwarse vlak (T), en waarbij de symmetrisch gebogen vorm (202) in elke hoek (a) die zich tussen de eerste en twee hoek (α-ι, (¾) bevindt een straal heeft die gelijk is aan de tweede straal (R2) van het contactoppervlak (301) van de één of meerdere schoepen (30).
- 3. Een rotorbehuizing samenstel (1) volgens conclusie 1 of 2, MET HET KENMERK DAT het rotorbehuizing samenstel (1) is ingericht om gewasmateriaal erdoorheen te laten stromen, waarbij elk van de schoepen (30) een stroomopwaarts uiteinde (30b) heeft dat als laatste in contact komt met de stroom gewasmateriaal, en dat de dekplaat (20) ten minste één zich in de langsrichting uitstrekkende zijde (22) omvat aan de zijde van de dekplaat (20), waar het stroomopwaartse uiteinde (30a) van de schoep(en) zich bevindt, waarbij de symmetrisch gebogen vorm een overgangszone (203) omvat met een plat oppervlak en beginnend nabij het stroomopwaartse uiteinde (30b) van de respectieve schoep (30) en eindigend aan de zich in de langsrichting uitstrekkende zijde (22) van de bovenste dekplaat (20).
- 4. Een rotorbehuizing samenstel (1) volgens conclusie 3, MET HET KENMERK DAT de overgangszone (203) de vorm heeft van een halfcirkelvormige schijf.
- 5. Een rotorbehuizing samenstel (1) volgens één van de conclusies 1 tot en met4, MET HET KENMERK DAT de dekplaat (20) een algemeen cilindrisch buitenoppervlak (205) heeft, waarbij op het buitenoppervlak (205) één of meerdere versterkingsribben (5) zijn aangebracht tussen één of meerdere van de symmetrisch gebogen vormen (202).
- 6. Een rotorbehuizing samenstel (1) volgens één van de conclusies 1 tot en met5, MET HET KENMERK DAT de dekplaat (20) een bovenste dekplaat is, en het rotorbehuizing samenstel (1) verder een algemeen gebogen onderste dekplaat (21) omvat die deel uitmaakt van een algemeen cilindrisch gevormde rotorbehuizing (2) en omvattende een binnenoppervlak (210) met een derde straal (R-ιο), waarbij, indien gemonteerd, de bovenste dekplaat (20) en de onderste dekplaat (21) tegen elkaar aanliggen, en waarbij, wanneer de dekplaten (20, 21) tegen elkaar liggen, de straal (Ri of R-ιο) van het binnenoppervlak (201 of 210) van de dekplaat (20 of 21) die het eerst in contact komt met de stroom gewasmateriaal kleiner is dan de straal (R10 of Ri) van het binnenoppervlak (201 of 210) van de dekplaat (21 of 20) die het laatst in contact komt met de stroom gewasmateriaal.
- 7. Een rotorbehuizing samenstel (1) volgens één van de conclusies 1 tot en met 6, MET HET KENMERK DAT één of meerdere van de schoepen (30) zijn verbonden met één of meerdere beweegbare verbindingsstangen (6) door middel van één of meerdere losmaakbare verbindingselementen (62).
- 8. Een rotorbehuizing samenstel (1) volgens conclusie 7, MET HET KENMERK DAT de één of meerdere losmaakbare verbindingselementen (62) een treksysteem (622) omvatten dat is geconfigureerd om een trekkracht uit te oefenen op de respectieve schoep (30) om de één of meerdere schoepen (30) tegen het binnenoppervlak (201) van de dekplaat (20) te trekken.
- 9. Een rotorbehuizing samenstel (1) volgens conclusie 7 of 8, MET HET KENMERK DAT elk van de één of meerdere verbindingselementen (62) beweegbaar zijn in een overeenkomstige sleuf (32), elk van de sleuven (32) omvattende een wand die naar buiten helt vanaf het buitenoppervlak (205) in de richting van het binnenoppervlak (201) van de dekplaat (20).
- 10. Een rotorbehuizing samenstel (1) volgens één van de conclusies 7 tot en met9, MET HET KENMERK DAT een eerste set schoepen (30) verbonden is met een eerste verbindingsstang (6a) en een tweede set schoepen (30) verbonden is met een tweede verbindingsstang (6b), waarbij de eerste en tweede verbindingsstangen (6a, 6b) verbonden zijn met elkaar door middel van een koppelstuk (61) om de eerste positie van de eerste set schoepen (30) te kunnen variëren ten opzichte van de eerste positie van de tweede set schoepen (30).
- 11. Een rotorbehuizing samenstel (1) volgens één van de conclusies 7 tot en met10, MET HET KENMERK DAT de één of meerdere verbindingsstangen (6, 6a, 6b) verbonden zijn met één of meerdere actuatoren (7) die zijn aangepast om de verbindingsstang(en) (6, 6a, 6b) te bewegen.
- 12. Een rotorbehuizing samenstel (1) volgens één van de conclusies 1 tot en met11, MET HET KENMERK DAT tussen de dekplaat (20) en de één of meerdere actuatoren (7) een krachtsensor (8) wordt voorzien die is ingericht om de belasting op de één of meerdere schoepen (30) te meten.
- 13. Een rotorbehuizing samenstel (1) volgens één van de conclusies 1 tot en met12, MET HET KENMERK DAT het rotorbehuizing samenstel (1) een controller omvat die is aangepast om het effect te meten van de positie van de één of meerdere schoepen (30) op brandstofverbruik, rotor en zeefverliezen, en geprogrammeerd om de positie van de schoep(en) (30) op een optimale positie in te stellen tijdens de werking in functie van de oogstomstandigheden.
- 14. Een dekplaat (20) voor gebruik in een rotorbehuizing samenstel (1) volgens één van de conclusies 1 tot en met 13.
- 15. Een oogstmachine omvattende een rotorbehuizing samenstel (1) volgens één van de conclusies 1 tot en met 13.
- 16. Een oogstmachine volgens conclusie 15, MET HET KENMERK DAT de oogstmachine één of meerdere knoppen of één of meerdere aanraakschermen omvat om de één of meerdere actuatoren (7) op afstand te bedienen.
Priority Applications (5)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2013/0149A BE1021135B1 (nl) | 2013-03-07 | 2013-03-07 | Rotorbehuizing samenstel voor een oogstmachine |
| US14/772,298 US9788491B2 (en) | 2013-03-07 | 2014-03-06 | Rotor housing assembly for a harvester |
| EP14708063.4A EP2964010B1 (en) | 2013-03-07 | 2014-03-06 | Rotor housing assembly for a harvester |
| BR112015021842-3A BR112015021842B1 (pt) | 2013-03-07 | 2014-03-06 | conjunto de alojamento de rotor para uma colheitadeira e colheitadeira |
| PCT/EP2014/054376 WO2014135648A1 (en) | 2013-03-07 | 2014-03-06 | Rotor housing assembly for a harvester |
Applications Claiming Priority (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| BE2013/0149A BE1021135B1 (nl) | 2013-03-07 | 2013-03-07 | Rotorbehuizing samenstel voor een oogstmachine |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| BE1021135B1 true BE1021135B1 (nl) | 2016-01-08 |
Family
ID=48189990
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| BE2013/0149A BE1021135B1 (nl) | 2013-03-07 | 2013-03-07 | Rotorbehuizing samenstel voor een oogstmachine |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US9788491B2 (nl) |
| EP (1) | EP2964010B1 (nl) |
| BE (1) | BE1021135B1 (nl) |
| BR (1) | BR112015021842B1 (nl) |
| WO (1) | WO2014135648A1 (nl) |
Families Citing this family (9)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE212014000200U1 (de) * | 2013-11-25 | 2016-06-13 | Agco Corporation | Leitblechanordnung in einem Mähdrescherverarbeiter |
| US10064333B2 (en) | 2016-02-11 | 2018-09-04 | Cnh Industrial America Llc | Control method and apparatus for a rotor cage with actuated cage vanes in a harvester |
| US9854741B2 (en) * | 2016-05-16 | 2018-01-02 | Cnh Industrial America Llc | Control system and method for controlling two banks of adjustable vanes on a cylindrical rotor cage of an agricultural harvester |
| US10123484B2 (en) | 2016-05-16 | 2018-11-13 | Cnh Industrial America Llc | Adjustable vanes for use in a cylindrical rotor cage of an agricultural harvester |
| US10238038B2 (en) * | 2016-07-06 | 2019-03-26 | Tribine Industries Llc | Adjustable top cover vanes for controlling crop flow in a rotary thresher |
| US10058035B2 (en) * | 2016-12-14 | 2018-08-28 | Cnh Industrial America Llc | Threshing and separating system with adjustable rotor vanes |
| US11234373B2 (en) * | 2019-08-13 | 2022-02-01 | Cnh Industrial America Llc | Crop flow guide vanes |
| EP4225013A1 (en) * | 2020-10-07 | 2023-08-16 | CNH Industrial Belgium NV | System and method for de-slugging a threshing system of an agricultural vehicle |
| US20250089621A1 (en) * | 2023-09-15 | 2025-03-20 | Cnh Industrial America Llc | Combine harvester having progressive separator vanes |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP2055177A1 (en) * | 2007-10-31 | 2009-05-06 | Deere & Company | Adjustable vane system for an axial flow rotor housing of an agricultural combine |
| US20090143123A1 (en) * | 2007-11-29 | 2009-06-04 | Glenn Pope | Adjustable Rear Rotor Discharge Flights |
| US20110320087A1 (en) * | 2010-06-29 | 2011-12-29 | Farley Herbert M | Remote control adjustable threshing cage vane system and method |
Family Cites Families (19)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE2830104C2 (de) | 1978-07-08 | 1980-04-03 | Deere & Co., Moline, Ill. (V.St.A.), Niederlassung Deere & Co. European Office, 6800 Mannheim | Dresch- und Trennvorrichtung fur Mähdrescher |
| USRE31257E (en) * | 1978-07-08 | 1983-05-31 | Deere & Company | Adjustable guide vanes for an axial flow rotary separator |
| US4244380A (en) | 1979-03-20 | 1981-01-13 | International Harvester Company | Adjustable transport vanes for axial flow combine |
| US4611605A (en) * | 1984-08-29 | 1986-09-16 | Deere & Company | Axial flow rotary separator |
| US4739773A (en) * | 1986-05-09 | 1988-04-26 | Deere & Company | Feeding arrangement for an axial flow rotary separator |
| DE3932370A1 (de) | 1989-09-28 | 1991-04-11 | Claas Ohg | Selbstfahrender maehdrescher |
| US5334093A (en) | 1991-05-10 | 1994-08-02 | Deere & Company | Detachable covers for an axial separator |
| US5344367A (en) * | 1993-03-31 | 1994-09-06 | Deere & Company | Infeed plate for an axial agricultural combine |
| AU676037B2 (en) | 1993-07-01 | 1997-02-27 | Deere & Company | An axial flow combine having a concentric threshing section and an eccentric separation section |
| US5688170A (en) * | 1993-07-01 | 1997-11-18 | Deere & Company | Rotary combine having a concentric infeed section and eccentric threshing and separating sections |
| DE19722793A1 (de) * | 1997-05-30 | 1998-12-03 | Claas Selbstfahr Erntemasch | Mähdrescher |
| DE102006040979B4 (de) | 2006-08-31 | 2014-02-20 | Deere & Company | Erntegutbearbeitungseinheit mit wählbaren Leitschienen unterschiedlicher Steigung |
| US7473170B2 (en) | 2007-02-28 | 2009-01-06 | Cnh America Llc | Off-center pivot, two-bolt vane adjustment for combine harvesters |
| DE102010015902A1 (de) * | 2010-03-10 | 2011-09-15 | Claas Selbstfahrende Erntemaschinen Gmbh | Axialabscheider für einen Mähdrescher |
| US8118649B1 (en) | 2010-09-01 | 2012-02-21 | Cnh America Llc | Grain distribution sensor and control |
| US20130137492A1 (en) * | 2011-11-29 | 2013-05-30 | Agco Corporation | Throughput control adjustable vanes on agricultural combine harvester |
| US8926415B2 (en) * | 2012-01-11 | 2015-01-06 | Cnh Industrial America Llc | Depth adjustable crop transport vane |
| US8540559B1 (en) * | 2012-06-12 | 2013-09-24 | Cnh America Llc | Combine varying dimensional vane threshing system |
| US9282696B2 (en) * | 2012-10-19 | 2016-03-15 | Agco Corporation | Adjustable vane in combine harvester |
-
2013
- 2013-03-07 BE BE2013/0149A patent/BE1021135B1/nl not_active IP Right Cessation
-
2014
- 2014-03-06 EP EP14708063.4A patent/EP2964010B1/en active Active
- 2014-03-06 BR BR112015021842-3A patent/BR112015021842B1/pt active IP Right Grant
- 2014-03-06 US US14/772,298 patent/US9788491B2/en active Active
- 2014-03-06 WO PCT/EP2014/054376 patent/WO2014135648A1/en not_active Ceased
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP2055177A1 (en) * | 2007-10-31 | 2009-05-06 | Deere & Company | Adjustable vane system for an axial flow rotor housing of an agricultural combine |
| US20090143123A1 (en) * | 2007-11-29 | 2009-06-04 | Glenn Pope | Adjustable Rear Rotor Discharge Flights |
| US20110320087A1 (en) * | 2010-06-29 | 2011-12-29 | Farley Herbert M | Remote control adjustable threshing cage vane system and method |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| BR112015021842A2 (pt) | 2017-07-18 |
| EP2964010B1 (en) | 2017-01-11 |
| WO2014135648A1 (en) | 2014-09-12 |
| US9788491B2 (en) | 2017-10-17 |
| US20160000009A1 (en) | 2016-01-07 |
| EP2964010A1 (en) | 2016-01-13 |
| BR112015021842B1 (pt) | 2021-01-12 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| BE1021135B1 (nl) | Rotorbehuizing samenstel voor een oogstmachine | |
| US7682236B2 (en) | Harvested crop processing unit with selectable guide rails of differing inclinations | |
| RU2492622C2 (ru) | Система регулируемых лопаток для корпуса аксиального ротора сельскохозяйственного комбайна | |
| US7717779B1 (en) | Combine with a conveyor switchable between swath deposit operation and chopper operation in different directions of rotation | |
| BE1022423B1 (nl) | Hakselaar en strooier voor een oogstmachine | |
| US7950989B2 (en) | Combine with an endless conveyor that can be moved between a swath depositing position and a chopper position | |
| RU2540536C2 (ru) | Устройство для повторного обмолота недомолоченных колосков | |
| US20240224855A9 (en) | Deck plate automatic adjustment system and method | |
| CN113301799B (zh) | 脱粒和分离系统、农业收割机以及相关的方法 | |
| BE1022893B1 (nl) | Graanreinigingssysteem met verbeterde luchtstroming en aanvullende valstap om de graanreinigingsprestaties te verbeteren | |
| CN103503646A (zh) | 具有输送滚筒和脱粒或分离滚筒的切流式脱粒机 | |
| US10952373B2 (en) | Straw deflector for an agricultural combine | |
| CN115443801B (zh) | 脱粒控制系统 | |
| US10398082B2 (en) | Combine harvester with a straw chute and a straw conveyor | |
| US7399223B2 (en) | Sieve with different louvers | |
| RU2479189C2 (ru) | Отражатель недомолоченных колосков устройства повторного обмолота | |
| EP4205527A1 (en) | System for detecting a condition indicative of plugging of an agricultural combine | |
| EP3338528B1 (en) | Straw spreader and chaff spreader for a combine harvester | |
| BE1021147B1 (nl) | Dekplaat voor een schoongraanvijzel in een reinigingssysteem van een oogstmachine | |
| CN112547474B (zh) | 旋转式清粮器 | |
| CN116686534B (en) | Rasp bar arrangement for agricultural implement | |
| US20220053702A1 (en) | Combine feederhouse with crop flow splitter | |
| CN111713247B (zh) | 农业收割机、其脱粒和分离系统和脱粒性能调节方法 | |
| CN116058161A (zh) | 用于联合收割机的脱粒凹板 | |
| US20230276736A1 (en) | Rasp bar configuration for an agricultural implement |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| MM | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 20190331 |