<Desc/Clms Page number 1>
Wegverharding.
De huidige uitvinding heeft betrekking op een wegverharding, meer speciaal een weg waarvan de toplaag samengesteld is uit kleinschalige elementen die in een legbed worden aangebracht.
Men weet dat tot op heden, wegen in hoofdzaak gevormd worden door op een aardebaan een fundering aan te brengen met een dikte van 15 ä 25 cm, afhankelijk van de ondergrond en de te verwachten belasting van de weg, om vervolgens op deze fundering een legbed aan te brengen van zand, zandcement, een mengsel van brekerzand en steenslag, een ternair zandmengsel of mortel, waarbij de dikte van dit legbed maximaal 3 cm bedraagt en waarbij op dit legbed de kleinschalige elementen worden aangebracht.
Bij deze bekende weguitvoeringen met gebruik van kleinschalige elementen, treden plaatselijke verzakkingen op in de oppervlakteafwerking, waardoor onder andere plasvorming ontstaat, met alle gevolgen van dien.
Inderdaad zal bij deze uitvoeringen tussen de voornoemde fundering en de bovenzijde van de kleinschalige elementen, bij regenval, water verzameld worden waardoor op deze plaats als het ware een waterbak wordt gevormd.
Aangezien er maar een beperkte oppervlakteafvoermogelijkheid bestaat voor het regenwater loopt er, tussen de voegen van de kleinschalige elementen water naar de onderbouw van de wegverharding.
<Desc/Clms Page number 2>
Hierdoor ontstaat er een verzepingseffect waardoor, enerzijds, de voegvulling van tussen de kleinschalige elementen wordt weggezogen door het vacuümeffect dat door de banden van de daarover rijdende voertuigen wordt gecreëerd en, anderzijds, het legbed in min of meer vloeibare vorm via de voornoemde voegen opwaarts wordt gedrukt, wat gebeurt onder invloed van de wielen van het verkeer dat op de voornoemde kleinschalige elementen, een aanzienlijke verticale en horizontale druk uitoefent, waardoor blijvende vervormingen van de toplaag van de wegverharding ontstaan.
De huidige uitvinding heeft tot doel de voornoemde en andere nadelen uit te sluiten en voorziet in een wegverharding waarbij het regenwater dat normaal tot in het onderste deel van de wegverharding doordringt, geschikt wordt afgevoerd.
Door het aldus versneld afvoeren van het regenwater wordt het oppervlaktewater eveneens minder belast met de vervuiling van het wegverkeer, vermits het regenwater niet meer stagneert in de vervuilde omgeving van de wegverharding en aldus minder koolwaterstoffen, dooizouten en dergelijke, op hun beurt in de oppervlaktewateren komen.
Hiertoe zal men de wegverharding niet enkel onder een helling uitvoeren van ongeveer 2 %, doch tevens zal men tussen de voornoemde eigenlijke fundering van de wegverharding en het voornoemde legbed waarin de kleinschalige elementen worden aangebracht, een afvoer voorzien zodanig dat het verzamelen van water boven de voornoemde fundering te allen tijde wordt vermeden.
<Desc/Clms Page number 3>
De voornoemde afvoer zal gevormd worden door een voor water doordringbaar materiaal dat doorgangen vertoont.
Deze afvoer zal bij voorkeur gevormd worden door een folie die onderaan voorzien is van ribben, noppen of dergelijke, teneinde boven de voornoemde fundering afvoerkanaaltjes te vormen waarlangs het regenwater kan worden afgevoerd.
Met het inzicht de kenmerken van de uitvinding beter aan te tonen, is hierna als voorbeeld zonder enig beperkend karakter een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van een wegverharding volgens de uitvinding beschreven met verwijzing naar de bijgaande tekeningen waarin ; figuur 1 een dwarsdoorsnede weergeeft van een baan, straat of dergelijke, uitgevoerd volgens de uitvinding ; figuren 2 en 3 op grotere schaal de gedeelten weergeven die in figuur 1 door F2 en F3 zijn aangeduid ;
figuur 4 een doorsnede weergeeft volgens lijn IV-IV in figuur 3 ; figuur 5 een perspectiefzicht weergeeft van de noppenfolie zoals toegepast bij een wegverharding volgens de figuren 1 tot 4 ; figuur 6 een zicht is gelijkaardig aan dit van figuur
4, doch voor een uitvoeringsvariante ; figuur 7 een perspectiefzicht weergeeft van de noppenfolie zoals toegepast bij een wegverharding volgens figuur 6.
De wegverharding volgens de uitvinding bestaat in hoofdzaak uit een aardebaan 1 waarop een fundering 2 is geplaatst die bijvoorbeeld gevormd wordt door schraalbeton, steenslag of
<Desc/Clms Page number 4>
dergelijke waarop, in deze uitvoering, een noppenfolie 3 is aangebracht.
Op deze laatste wordt vervolgens het legbed 4 aangebracht dat bestaat uit steenslag, zand, een mengsel van zand met cement, een ternair zandmengsel of mortel of dergelijke, waarin tenslotte de kleinschalige elementen 5 worden geplaatst.
De verschillende elementen worden met een helling naar een of meerdere zijranden van de baan, weg of dergelijke geplaatst, waarbij deze helling bijvoorbeeld 2 % zal bedragen.
Aan de zijranden van de aldus gevormde baan, weg of dergelijke kunnen boordstenen 6 en 7 worden voorzien die bijvoorbeeld in een bed van schraalbeton 8 zijn geplaatst.
Op het laagste gedeelte van de aldus gevormde wegverharding is in het schraalbeton 8 bij voorkeur een afvoerleiding 9 voorzien die uitgeeft op een gracht, riool of dergelijke 10.
De noppenfolie 3 bestaat in dit geval uit een kunststoffolie 11 waarop, op onderling regelmatige afstanden, zowel in de lengterichting als in de breedterichting, noppen 12 zijn voorzien, bijvoorbeeld met cilindrische en/of conische doorsnede, waarbij op de noppen 12 een waterdoorlaatbare folie 13 is aangebracht, bijvoorbeeld een weefsel uit kunststofmateriaal of een geotextiel.
Vanzelfsprekend kunnen zulke noppen 12 om het even welke andere doorsnede vertonen.
<Desc/Clms Page number 5>
De noppenfolie 3 kan bijvoorbeeld zodanig worden uitgevoerd dat de folie 13 een dikte vertoont van ongeveer 1 mm terwijl de folie 11 met de noppen 12 een hoogte kan vertonen van ongeveer 5 ä 10 mm.
Op deze wijze bekomt men dat over de ganse oppervlakte van de baan, weg of dergelijke, tussen de voornoemde noppen 12, als het ware doorgangen of kanaaltjes 14, worden gevormd, een en ander zodanig dat het hemelwater dat doorheen de voegen tussen de kleinschalige elementen 5 tot in de ondergrond dringt, aanstonds via deze kanaaltjes 14 wordt afgevoerd naar de zijrand van de baan of dergelijke om aldus, bijvoorbeeld via het poreus schraalbeton 8, terecht te komen in de afvoerleiding 9 om verwijderd te worden via de voornoemde gracht, riool of dergelijke 10.
In het algemeen kan dus gesteld worden dat volgens de uitvinding boven de fundering van de baan een waterafvoer wordt gevormd naar een zijrand van de baan waar het verzamelde water wordt opgevangen en weggevoerd.
In de figuren 6 en 7 is in dit verband nog een uitvoeringsvariante weergegeven waarbij de folie 11 voorzien is van holle, of in de weergegeven uitvoeringsvorm volle noppen 12 die rechtstreeks op de fundering 2 worden geplaatst teneinde de voornoemde kanaaltjes 14 te vormen en waarbij in dit geval de folie 11 voorzien is van gaatjes 15 teneinde de folie 11 voor water doorlaatbaar te maken.
Het is duidelijk dat in de plaats van de noppenfolie 3, met hetzelfde doel en resultaat een folie kan toegepast worden waarop evenwijdig aan elkaar geplaatste ribben zijn voorzien waartussen de kanaaltjes 14 worden gevormd.
<Desc/Clms Page number 6>
Vanzelfsprekend is de huidige uitvinding niet beperkt tot de hiervoor beschreven en in de tekeningen weergegeven uitvoering, doch zulke wegverharding kan in allerlei vormen, afmetingen en samenstellingen verwezenlijkt worden zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.
<Desc / Clms Page number 1>
Paved road.
The present invention relates to a road paving, more particularly a road whose top layer is composed of small-scale elements that are arranged in a laying bed.
It is known that to date, roads are mainly formed by applying a foundation with a thickness of 15 to 25 cm on an earth track, depending on the substrate and the expected load on the road, and subsequently laying a bed on this foundation. to apply sand, sand cement, a mixture of crushed sand and crushed rock, a ternary sand mixture or mortar, the thickness of this laying bed being a maximum of 3 cm and the small-scale elements being applied to this laying bed.
In these known road designs with the use of small-scale elements, local subsidence occurs in the surface finish, as a result of which, inter alia, puddling occurs, with all the associated consequences.
Indeed, in these embodiments, between the aforementioned foundation and the upper side of the small-scale elements, in the event of rainfall, water will be collected, as a result of which a water basin is formed at this location.
Since there is only limited surface drainage possibility for rainwater, water runs between the joints of the small-scale elements to the substructure of the pavement.
<Desc / Clms Page number 2>
This results in a saponification effect whereby, on the one hand, the joint filling between the small-scale elements is sucked away by the vacuum effect created by the tires of the vehicles traveling over them and, on the other hand, the laying bed in more or less liquid form via the aforementioned joints becomes upward. printed, which occurs under the influence of the wheels of the traffic exerting considerable vertical and horizontal pressure on the aforementioned small-scale elements, as a result of which permanent deformations of the top layer of the road pavement occur.
The present invention has for its object to exclude the aforementioned and other disadvantages and provides a pavement in which the rainwater which normally penetrates into the lower part of the pavement is suitably discharged.
Due to the accelerated drainage of the rainwater, the surface water is also less burdened with the pollution of the road traffic, since the rainwater no longer stagnates in the polluted environment of the pavement and thus fewer hydrocarbons, thaw salts and the like, in turn, enter the surface waters. .
To this end, the road paving will not only be carried out at a slope of about 2%, but also a drain will be provided between the aforementioned actual foundation of the road paving and the aforementioned laying bed in which the small-scale elements are arranged such that the collection of water above the said foundation is avoided at all times.
<Desc / Clms Page number 3>
The aforementioned drain will be formed by a water-permeable material that has passages.
This drain will preferably be formed by a foil which is provided with ribs, studs or the like at the bottom, in order to form drainage channels above the aforementioned foundation along which the rainwater can be discharged.
With the insight to better demonstrate the characteristics of the invention, a preferred embodiment of a pavement according to the invention is described below as an example without any limiting character with reference to the accompanying drawings in which; figure 1 represents a cross-section of a road, street or the like, executed according to the invention; figures 2 and 3 show on a larger scale the parts indicated by F2 and F3 in figure 1;
figure 4 represents a section according to line IV-IV in figure 3; figure 5 represents a perspective view of the bubble wrap as applied with a road pavement according to figures 1 to 4; Figure 6 is a view similar to that of Figure
4, but for an embodiment variant; figure 7 represents a perspective view of the bubble wrap as applied with a road pavement according to figure 6.
The road pavement according to the invention consists essentially of an earth track 1 on which a foundation 2 is placed which is formed, for example, by abrasive concrete, crushed stone or
<Desc / Clms Page number 4>
the like on which, in this embodiment, a bubble wrap 3 is applied.
The laying bed 4 is then provided on the latter, which consists of crushed stone, sand, a mixture of sand with cement, a ternary sand mixture or mortar or the like, in which finally the small-scale elements 5 are placed.
The different elements are placed with a slope to one or more side edges of the track, road or the like, this slope being, for example, 2%.
Edge bricks 6 and 7 can be provided on the side edges of the path, road or the like thus formed, which stones, for example, are placed in a bed of lean concrete 8.
At the lowest part of the road pavement thus formed, a discharge pipe 9 is preferably provided in the screed concrete 8 which opens onto a canal, sewer or the like.
The bubble film 3 in this case consists of a plastic film 11 on which, at mutually regular distances, both in the longitudinal direction and in the width direction, studs 12 are provided, for example with cylindrical and / or conical section, wherein on the studs 12 a water-permeable foil 13 is provided, for example a fabric made of plastic material or a geotextile.
Of course, such studs 12 may have any other cross-section.
<Desc / Clms Page number 5>
The bubble film 3 can for instance be embodied such that the film 13 has a thickness of approximately 1 mm, while the film 11 with the studs 12 can have a height of approximately 5 to 10 mm.
In this way it is obtained that over the entire surface of the path, road or the like, passages or channels 14 are formed, as it were, between the aforementioned studs 12, such that the rainwater passing through the joints between the small-scale elements 5 penetrates into the subsurface, is immediately discharged via these channels 14 to the side edge of the track or the like so as to end up, for example via the porous shell concrete 8, in the discharge line 9 to be removed via the aforementioned canal, sewer or such 10.
In general, it can therefore be stated that, according to the invention, a water drain is formed above the foundation of the web to a side edge of the web where the collected water is collected and carried away.
Figures 6 and 7 also show an embodiment variant in this connection wherein the foil 11 is provided with hollow or, in the embodiment shown, full studs 12 which are placed directly on the foundation 2 in order to form the aforementioned channels 14 and in which the foil 11 is provided with holes 15 in order to make the foil 11 water-permeable.
It is clear that instead of the bubble film 3, for the same purpose and result, a film can be applied on which ribs placed parallel to each other are provided between which the channels 14 are formed.
<Desc / Clms Page number 6>
Of course, the present invention is not limited to the embodiment described above and shown in the drawings, but such road pavement can be realized in all kinds of shapes, dimensions and compositions without departing from the scope of the invention.