<Desc/Clms Page number 1>
EMI1.1
Vloerdeel en werkwijze voor het vervaardigen van zo ee^VeVdMfl '17 1 ' l De uitvinding heeft betrekking op een vloerdeel omvattende ten minste twee middels de vlakke zijden met elkaar verbonden materiaallagen. De uitvinding heeft tevens betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van zo een vloerdeel.
Bekend zijn vloerdelen uit massief hout (planken, parketdelen et cetera). Deze hebben onder meer als voordeel dat zij de veelal gewenste eigenschap bezitten van een gezochte uitstraling (bijvoorbeeld robuust, solide, authentiek). Een nadeel is echter dat dergelijke vloerdelen relatief snel vervormen onder invloed van bijvoorbeeld vocht, droogte, temperatuurverschillen et cetera. Voorbeelden van vervorming zijn onder andere : krimp,scheurvorming, barsten, kromtrekken en schotelen. Bovendien zijn vloerdelen uit massief hout relatief kostbaar.
Ook bekend zijn laminaatdelen die zijn opgebouwd uit een onderlaag die doorgaans onder meer is vervaardigd uit houtpulp of andere houtdelen op welke onderlaag een dunne deklaag wordt aangebracht. Deze dunne deklaag (filmlaag) kan ieder gewenst uiterlijk hebben en kan daartoe zijn voorzien van een bedrukking. De relatief goedkope onderlaag verschaft de gewenste stevigheid aan een laminaatdeel en de deklaag heeft naast de gewenste mechanische eigenschappen (onder meer hardheid, slijtvastheid en oppervlakte gesteldheid) ook een decoratieve functie. Laminaatdelen hebben als voordeel dat zij relatief goedkoop zijn. Een nadeel is echter dat ook laminaatdelen kunnen vervormen. Een ander nadeel is dat laminaatdelen een uitstraling hebben die afwijkt van de, veelal gewenste, uitstraling van massief houten vloerdelen.
Doel van de onderhavige uitvinding is het verschaffen van vloerdelen die niet snel vervormen, minder kostbaar zijn dan massief houten vloerdelen maar wel een uiterlijk hebben dat in gelegde vorm overeenkomt met massief houten vloerdelen. De uitvinding heeft tevens als doel het verschaffen van een werkwijze ter vervaardiging van dergelijke vloerdelen.
De uitvinding verschaft daartoe een vloerdeel van het in aanhef genoemde type, met het kenmerk, dat ten minste een met een vlakke zijde aan de buitenzijde van het vloerdeel grenzende deklaag is vervaardigd uit massief hout met een dikte van ten minste 6
<Desc/Clms Page number 2>
millimeter, bij voorkeur een dikte van ten minste 8 millimeter. Een dergelijk vloerdeel heeft als voordeel dat de aan de buitenzijde grenzende deklaag het uiterlijk en de eigenschappen heeft van een massief houten vloerdeel. Hierdoor geeft het uiterlijk van het vloerdeel volgens de uitvinding in gelegde toestand de indruk van een massief houten vloerdeel, in het algemeen zonder de bij een massief houten vloerdeel behorende (hoge) prijs.
Nog een voordeel van het vloerdeel volgens de uitvinding is dat het een gelaagde samenstelling heeft, hetgeen resulteert in een constructie met een zodanige mechanische sterkte dat deze niet snel vervormt. In het bijzonder is het hiertoe gewenst dat een op de aan de buitenzijde van het vloerdeel gelegen deklaag grenzende materiaallaag is vervaardigd uit hout met een dikte van ten minste 6 millimeter. In een dergelijk vloerdeel hebben zowel de deklaag als de aangrenzende laag voldoende stevigheid om vervormingen tegen te gaan. Een bijkomend voordeel van het minder makkelijk vervormen van vloerdelen volgens de uitvinding is dat deze eenvoudiger en goedkoper gelegd kunnen worden en dat deze makkelijker herbruikbaar zijn.
Mechanische koppeling van aangrenzende vloerdelen is immers minder relevant waardoor bijvoorbeeld het verlijmen van aangrenzende vloerdelen achterwege kan blijven. Opgemerkt wordt dat alhoewel vloerdelen in de eerste plaats zijn bedoeld ter bedekking van een bodem het ook mogelijk is andere oppervlakken (wanden, plafonds, objecten) hiermee te bedekken. Deze aanvrage omvat tevens dergelijke bedekkingsdelen.
Ter reductie van de kostprijs van het vloerdeel overeenkomstig de uitvinding is het mogelijk dat de op de aan de buitenzijde van het vloerdeel gelegen deklaag grenzende materiaallaag bestaat uit een uit kleinere houtdelen samengestelde materiaallaag. Om het vloerdeel weinig gevoelig te laten zijn voor vocht heeft het de voorkeur dat de twee materiaallagen zijn verbonden middels een watervast kleefmateriaal.
In een andere voorkeursuitvoering is ten minste één van de stapelzijden van het vloerdeel voorzien van een geprofileerd oppervlak dat is ingericht voor vormsluitende samenwerking met een stapelzijde van een aangrenzend vloerdeel. Onder stapelzijden wordt hierbij verstaan de op de vlakke zijden van het vloerdeel aansluitende zijden. Het geprofileerde oppervlak (bijvoorbeeld een oppervlak voorzien van mes ofploeg) maakt
<Desc/Clms Page number 3>
het mogelijk meerdere vloerdelen nauwsluitend samen te voegen op zodanige wijze dat het samenstel extra stevigheid verkrijgt. Een dergelijk vloerdeel wordt door de aanvrager in de handel gebracht onder de naam "Multigarantplank@".
De uitvinding zal verder worden verduidelijkt aan de hand van een niet-limitatief uitvoeringsvoorbeeld. Daartoe toont figuur 1 een perspectivisch aanzicht op een vloerdeel volgens de uitvinding.
Figuur 1 toont een vloerdeel 1 omvattende een massief houten deklaag oftoplaag 2 welke watervast is verlijmd met een multiplex plaatdeel 3. De toplaag 2 heeft bijvoorbeeld een dikte van 8 mm en het multiplex plaatdeel 3 heeft bijvoorbeeld een dikte van 18 mm. Een vlakke zijde 4 van de toplaag 2 vormt de zichtzijde van het vloerdeel 1. Opstaande randen 5 worden ook wel aangeduid als stapelzijden. De opstaande randen 5 zijn voorzien van een mes 6 en groef ofploeg 7 voor vormsluitende samenwerking met een soortgelijk vloerdeel 1. Daar de toplaag 2 een dikte heeft die groter is dan 6 mm zal het vloerdeel 1 in gelegde toestand (dat wil zeggen wanneer de opstaande randen 5 niet meer zichtbaar zijn) de indruk wekken een massief houten vloerdeel te zijn zonder de nadelen daarvan te bezitten.
Hoewel de uitvinding aan de hand van slechts een enkel uitvoeringsvoorbeeld is toegelicht zal het eenieder duidelijk zijn dat de uitvinding geenszins tot het beschreven en getoonde uitvoeringsvoorbeeld is beperkt. Integendeel zijn binnen het kader van de uitvinding voor een vakman nog vele variaties mogelijk.,
<Desc / Clms Page number 1>
EMI1.1
Floor part and method for the manufacture of such a part. The invention relates to a floor part comprising at least two material layers connected to each other by the flat sides. The invention also relates to a method for manufacturing such a floor part.
Floor boards made of solid wood (planks, parquet parts, etc.) are known. Among other things, these have the advantage that they possess the often desired property of a sought-after appearance (for example, robust, solid, authentic). However, a disadvantage is that such floor parts deform relatively quickly under the influence of, for example, moisture, drought, temperature differences, etc. Examples of distortion include: shrinkage, cracking, cracks, warping, and saucers. Moreover, floorboards made of solid wood are relatively expensive.
Also known are laminate parts that are built up from an underlayer which is generally made of, inter alia, wood pulp or other wood parts on which underlayer a thin cover layer is applied. This thin cover layer (film layer) can have any desired appearance and can therefore be provided with a print. The relatively inexpensive bottom layer provides the desired strength to a laminate part and the cover layer has, in addition to the desired mechanical properties (including hardness, wear resistance and surface condition), also a decorative function. Laminate parts have the advantage that they are relatively inexpensive. However, a disadvantage is that laminate parts can also deform. Another disadvantage is that laminate parts have a look that differs from the, often desired, look of solid wood floor parts.
The object of the present invention is to provide floor parts that are not deformed quickly, are less expensive than solid wooden floor parts, but do have an appearance that in laid form corresponds to solid wooden floor parts. The invention also has for its object to provide a method for manufacturing such floor parts.
To this end, the invention provides a floor part of the type mentioned in the preamble, characterized in that at least one cover layer adjacent the outside of the floor part is made of solid wood with a thickness of at least 6
<Desc / Clms Page number 2>
millimeter, preferably a thickness of at least 8 millimeters. Such a floor part has the advantage that the outer layer adjacent to the outer layer has the appearance and the properties of a solid wooden floor part. As a result, the appearance of the floor part according to the invention in laid condition gives the impression of a solid wooden floor part, generally without the (high) price associated with a solid wooden floor part.
Another advantage of the floor part according to the invention is that it has a layered composition, which results in a construction with such a mechanical strength that it does not deform quickly. For this purpose it is in particular desirable that a layer of material adjacent to the outer layer of the floor part is made of wood with a thickness of at least 6 millimeters. In such a floor part, both the cover layer and the adjacent layer have sufficient rigidity to prevent deformation. An additional advantage of the less easy deformation of floor parts according to the invention is that they can be laid in a simpler and cheaper manner and that they are easier to re-use.
After all, mechanical coupling of adjacent floor parts is less relevant, so that, for example, the gluing of adjacent floor parts can be dispensed with. It is noted that although floor parts are primarily intended to cover a floor, it is also possible to cover other surfaces (walls, ceilings, objects) with this. This application also comprises such cover parts.
In order to reduce the cost price of the floor part according to the invention, it is possible that the material layer adjacent to the outer layer of the floor part consists of a material layer composed of smaller wood parts. In order for the floor part to be little sensitive to moisture, it is preferred that the two material layers are connected by means of a water-resistant adhesive material.
In another preferred embodiment, at least one of the stacking sides of the floor part is provided with a profiled surface which is adapted for form-forming cooperation with a stack side of an adjacent floor part. Stacking sides is herein understood to mean the sides connecting to the flat sides of the floor part. The profiled surface (for example, a surface provided with a knife or plow) makes
<Desc / Clms Page number 3>
it is possible to fit several floor parts tightly together in such a way that the assembly acquires extra strength. Such a floor board is marketed by the applicant under the name "Multigarantplank @".
The invention will be further elucidated on the basis of a non-limitative exemplary embodiment. To that end, figure 1 shows a perspective view of a floor part according to the invention.
Figure 1 shows a floor part 1 comprising a solid wood cover layer or top layer 2 which is glued water-tight with a multiplex plate part 3. The top layer 2 has, for example, a thickness of 8 mm and the multiplex plate part 3 has, for example, a thickness of 18 mm. A flat side 4 of the top layer 2 forms the visible side of the floor part 1. Upright edges 5 are also referred to as stacking sides. The upright edges 5 are provided with a knife 6 and groove or plow 7 for form-fitting cooperation with a similar floor part 1. Since the top layer 2 has a thickness that is greater than 6 mm, the floor part 1 will be in the laid state (i.e. when the upstanding edges 5 are no longer visible) give the impression of being a solid wooden floor part without having the disadvantages thereof.
Although the invention has been elucidated with reference to only a single exemplary embodiment, it will be apparent to everyone that the invention is by no means limited to the exemplary and described exemplary embodiment. On the contrary, many variations are possible for a person skilled in the art within the scope of the invention.