Werkwij ze voor het bevestigen van een gesp aan een riem.
Deze uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het bevestigen van een gesp aan riem. In het bijzonder betreft de uitvinding het aanbrengen van een kunststofgesp op het uiteinde van een lint, bij voorkeur een lint uit nylon.
Het doel van de huidige uitvinding bestaat erin een verbinding te verwezenlijken tussen een gesp en een riem, bij voorkeur een lint, die aan zeer hoge trekkrachten kan we ers taan.
Nog e en doel va n de ui tv indi ng be s taat e rin da t de verbinding op een ekonomische wijze, m.a.w. zonder het gebruik van dure materialen en zonder dat hiertoe een omslachtige techniek noodzakelijk is, kan verwezenlijkt worden.
Tot dit doel betreft de uitvinding een werkwijze voor het bevestigen van een gesp aan een riem, met als kenmerk dat . zij hoofdzakelijk bestaat in het in een spuitgietvorm, die de vorm van een gesp omsluit, aanbrengen van een riem die een breedte vertoont die kleiner is dan de breedte van het aanzetstuk van de te vormen gesp; het centraal in de spuitgietvorm vasthouden van de riem door middel van zich vanaf de beide zijwanden van de spuitgietvorm uitstrekkende tandvormige uitsteeksels; het vullen van de spuitgietvorm met kunststof en na het harden van deze laatste, het verwijderen van de spuitgietvorm.
Bi j voorkeur wordt gebruik gemaakt van me erde re vol ge ns de breedte van de riem opgestelde rijen tanden, zodanig dat het zich in de spuitgietvorm bevindende uiteinde van de riem in een golfvorm geforceerd wordt bij het sluiten van de spuitgie tvorm, zoda t na de t oepas sing van de werkwijze een bijzonder stevige verbinding wordt verkregen.
Met het inzicht de ke nmerke n volge ns de uitv inding be ter aan te tonen, zijn hierna, als voorbeelden zonder enig beperkend karakter, enkele voorkeurdragende uitvoeringsvormen beschreven, met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin:
figuur 1 in perspektief een gesp weergeeft die volgens de werkwijze van de uitvinding op het uiteinde van een riem is aangebracht; figuur 2 een doorsnede weergeeft volgens lijn II-II in f igu ur 1 ; figuur 3 een spuitgietvorm weergeeft zoals is toegepast bij de gesp volgens figuren 1 en 2; figuur 4 een doorsnede weergeeft volgens lijn IV-IV in f igu ur 3 ; figuren 5 en 6 verschillende stappen van de werkwijze weergeven wanneer een spuitgietvorm volgens figuur 3 wordt aangewend; figuur 7 het spuitgietstuk weergeeft zoals bekomen na het verwijderen van de spuitgietvorm van figuur 6; figuren 8 tot 10 nog verschillende varianten weergeven.
In figuren 1 en 2 wordt een gesp 1 weergegeven die overeenkomstig aan de werkwijze volgens de uitvinding aan het uiteinde 2 van een riem 3 is bevestigd. De gesp 1 bestaat hierbi j uit een aanzetstuk 4 en een beugel 5.
Voor het verwezenlijken van de werkwijze volgens de uitvinding wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van een sp ui tgie tvorm 6 bestaande ui t twe e vormh el fte n 7 e n 8 zoals weergegeven in figuren 3 en 4. De inwendige breedte B1 van de spuitgietvorm 6, in het bijzonder van het gedeelte ervan dat bedoeld is voor het vormen van het aanzetstuk 4, is hierbij groter dan de breedte B2 van de toegepaste riem 3.
De opeenvolgende stappen van de werkwijze zijn schematisch in figuren 5 tot 7 weergegeven. In een eerste stap volgens figuur 5 wordt de riem 3 in de spuitgietvorm 6 ingebracht en centraal erin vastgehouden door middel van zich vanaf de beide zijwanden 9 en 10 van de vormhelften 7 en 8 uitstrekkende tandvormige uitsteeksels 11.
In een volgende stap, volgens figuur 6, wordt de sp ui tgie tvorm 6 gevuld me t kunstst of .
Nadat de kunststof gehard is worden de twee vormhelften 7 en 8 uit elkaar verwijderd zodanig dat een in het gevormde aanzetstuk 4 vastgegoten riem 3 achterblijft.
Bij voorkeur wordt de riem 3 centraal in de spuitgietvorm 6 gehouden door middel van meerdere zich volgens de breedte van de riem 3 uitstrekkende rijen tanden of uitsteeksels 12 en 13. Bij de spuitgietvorm 6 die in figuren 3 tot 6 wordt toegepast, wordt gebruik gemaakt van rijen 12 en 13 waarvan de uitsteeksels of tanden 11 precies tegenoverliggend aan elkaar gesitueerd zijn en waarbij de tandhoogte H voor alle tanden 11 even groot is en bovendien zodanig gekozen is dat zij pr ecies aansluiten tegen de riem 3 en /of deze inklemmen op het moment dat de spuitgietvorm 6 wordt gesloten.
Volgens een belangrijke variante van de uitvinding, teneinde nog een betere bevestiging van de riem 3 in het aanzetstuk 4 te bekomen, wordt de riem 3 tijdens het spuiten of tijdens het aanbrengen in de spuitgietvorm 6 in een golfvorm gedwongen.
Deze laatst genoemde werkwijze kan volgens verschillende varianten worden verwezenlijkt. Volgens figuur 8 wordt hiertoe gebruik gemaakt van afwisselend, enerzijds, twee tegenovereenliggende rijen tanden, 12A-13A, waarvan de tanden 11 bij het sluiten van de spuitgietvorm 6 aansluiten tegen de riem 3, en, anderzijds, twee tegenovereenliggende rijen tanden 12B-13B, waarvan de tanden 11 in de ge slote n toestand van de sp ui tgie tvorm 6 in een onderlinge ruimte voorzien die groter is dan de dikte van de riem 3, waarbij alle tande n van é én van de vormhelften - in de figuur 8 deze van de vormhelft 7 even hoog zijn. Bij het vullen onder druk van de spuitgietvorm 6 volgens figuur 8 dringt de kunststof tussen de riem 3 en de uiteinden van de tanden van de rijen 12B en 13B.
Hierdoor ontstaat een golfeffekt in de riem 3, met als gevolg dat een zeer goede aanhechting van het aanzetstuk en in het algemeen dus van de gesp 1, aan de riem 3 wordt gerealiseerd.
Volgens figuur 9 wordt gebruik gemaakt van tegenovereenliggende rijen tanden 12C-13C en 12D-13D die aansluiten of nagenoeg aansluiten tegen de riem 3, waarbij de opeenvolgende rijen volgens de lengterichting van de riem 3, verschillende tandhoogten vertonen, één en ander zodanig dat de riem 3 afwisselend op verschillende hoogten H1 en H2 in de spuitgietvorm 6 wordt vastgehouden.
Volgens nog een variante die weergegeven is in figuur 10 wordt gebruik gemaakt van rijen tanden 14 en 15 die respektievelijk met de vormhelften 7 en 8 samenwerken, met als bijzonder kenmerk dat de rijen uitsteeksels 14 en 15 van de bovenste vormhelft 7 en de onderste vormhelft 8 onderling verplaatst staan t.o.v. elkaar. Bij het sluiten
<EMI ID=1.1>
riem 3 automatisch in een golfvorm geplooid.
Om in een bij zonder stevige bevestiging tussen een riem en een gesp te voorzien wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van een riem die bestaat uit een geweven lint, bij voorkeur uit kunststofvezel, zoals nylon. Het geniet de voorkeur dat ook de gesp 1 uit nylon wordt vervaardigd.
Bij voorkeur zijn de uitsteeksels of tanden 11 ééndelig uitgevoerd met de respektievelijke vormhelften 7 en 8. Het is echter duidelijk dat ook uitsteeksels 11 kunnen worden aangewend die doorheen openingen in de vormhelften 7 en 8 geschoven worden nadat de riem 3 hierin is aangebracht.
De huidige uitvinding is geenszins beperkt tot de als voorbeelden beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvormen, doch dergelijke werkwijze voor het bevestigen van een gesp aan een riem kan volgens verschillende varianten geschieden, zonder buiten het kader der uitvinding te treden.
Method of attaching a buckle to a belt.
This invention relates to a method of attaching a buckle to a belt. In particular, the invention relates to the provision of a plastic buckle on the end of a ribbon, preferably a nylon ribbon.
The object of the present invention is to realize a connection between a buckle and a belt, preferably a ribbon, which can withstand very high tensile forces.
A further purpose of the display is to ensure that the connection can be effected economically, i.e. without the use of expensive materials and without the need for a cumbersome technique.
For this purpose, the invention relates to a method for attaching a buckle to a belt, characterized in that. it mainly consists of, in an injection mold, enclosing the shape of a buckle, applying a belt which has a width less than the width of the extension of the buckle to be formed; holding the belt centrally in the injection mold by means of tooth-shaped protrusions extending from both side walls of the injection mold; filling the injection mold with plastic and after curing the latter, removing the injection mold.
Preferably, multiple rows of teeth arranged along the width of the belt are used, such that the injection molded end of the belt is forced into a waveform when closing the injection mold, so that after a particularly strong connection is obtained when the method is used.
With the insight to demonstrate the features of the invention, a few preferred embodiments are described below, as examples without any limitation, with reference to the accompanying drawings, in which:
figure 1 shows in perspective a buckle which is arranged on the end of a belt according to the method of the invention; figure 2 represents a section according to line II-II in figure 1; Figure 3 shows an injection mold as used with the buckle of Figures 1 and 2; figure 4 represents a section according to line IV-IV in figure 3; Figures 5 and 6 show different steps of the method when an injection mold according to Figure 3 is used; figure 7 shows the injection molding as obtained after removing the injection mold of figure 6; figures 8 to 10 show different variants.
Figures 1 and 2 show a buckle 1 which is attached to the end 2 of a belt 3 according to the method according to the invention. The buckle 1 consists of an extension 4 and a bracket 5.
In order to implement the method according to the invention, use is preferably made of an injection mold 6 consisting of two molds 7 and 8 as shown in figures 3 and 4. The internal width B1 of the injection mold 6, in particular of the part thereof which is intended to form the extension piece 4, is larger than the width B2 of the belt 3 used.
The successive steps of the method are schematically shown in Figures 5 to 7. In a first step according to figure 5, the belt 3 is inserted into the injection mold 6 and held centrally therein by means of tooth-shaped projections 11 extending from the two side walls 9 and 10 of the mold halves 7 and 8.
In a next step, according to figure 6, the injection mold 6 is filled with plastic.
After the plastic has hardened, the two mold halves 7 and 8 are removed from each other such that a belt 3 molded into the formed projection 4 remains.
Preferably, the belt 3 is held centrally in the injection mold 6 by means of a plurality of rows of teeth or protrusions 12 and 13 extending along the width of the belt 3. The injection mold 6 used in Figures 3 to 6 uses rows 12 and 13, the protrusions or teeth 11 of which are situated exactly opposite each other and wherein the tooth height H is the same for all teeth 11 and, moreover, is chosen such that they connect exactly to the belt 3 and / or clamp them at the moment that the injection mold 6 is closed.
According to an important variant of the invention, in order to obtain an even better fixing of the belt 3 in the attachment 4, the belt 3 is forced into a waveform during injection or during application in the injection mold 6.
The latter method can be implemented in various variants. According to figure 8, use is made for this purpose alternately, on the one hand, of two opposite rows of teeth, 12A-13A, of which the teeth 11 connect to the belt 3 when closing the injection mold 6, and, on the other hand, two opposite rows of teeth 12B-13B, whose teeth 11 in the closed state of the injection mold 6 provide a mutual space greater than the thickness of the belt 3, all teeth of one of the mold halves - in the figure 8 these of the mold half 7 are the same height. When filling the injection mold 6 according to figure 8 under pressure, the plastic penetrates between the belt 3 and the ends of the teeth of the rows 12B and 13B.
This creates a wave effect in the belt 3, with the result that a very good adhesion of the extension piece and in general therefore of the buckle 1, to the belt 3 is realized.
According to figure 9 use is made of opposite rows of teeth 12C-13C and 12D-13D which connect or almost connect to the belt 3, the successive rows along the length of the belt 3 having different tooth heights, such that the belt 3 is held alternately at different heights H1 and H2 in the injection mold 6.
According to another variant shown in figure 10, rows of teeth 14 and 15 are used which cooperate with the mold halves 7 and 8, respectively, characterized in that the rows of protrusions 14 and 15 of the upper mold half 7 and the lower mold half 8 are mutually displaced relative to each other. When closing
<EMI ID = 1.1>
belt 3 automatically folded into a waveform.
To provide a particularly firm attachment between a belt and a buckle, a belt consisting of a woven ribbon, preferably of synthetic fiber, such as nylon, is preferably used. It is preferred that the buckle 1 also be made of nylon.
Preferably, the protrusions or teeth 11 are formed in one piece with the respective mold halves 7 and 8. However, it is clear that also protrusions 11 can be used which are pushed through openings in the mold halves 7 and 8 after the belt 3 has been fitted therein.
The present invention is by no means limited to the embodiments described as examples and shown in the figures, but such a method for attaching a buckle to a belt can be carried out in various variants, without departing from the scope of the invention.