<Desc/Clms Page number 1>
EMI1.1
Inrichting voor het vervaardigen van kunststoffilms. ---------------------------------------------------Deze uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het vervaardigen van kunststoffilms. In een bijzondere toepassing is deze inrichting bedoeld om aangewend te worden voor de vervaardiging van films in plastic, zoals bijvoorbeeld PVC en dergelijke. Bij voorkeur, doch niet uitsluitend, zal zij vooral aangewend worden voor de produktie van dünne PVC films, zoals er bijvoorbeeld gebruikt worden voor het verpakken van voedingswaren.
Men kent reeds machines voor de produktie van dunne plasticfilms dewelke gebruik maken van een vaste extrusiekop die geschikt is om een kontinue buisvormige film te produceren. De dikte van de film wordt onmiddelijk na de extrusie nog op voordelige wijze verminderd door lucht onder druk in de buisvormige film te brengen teneinde een radiale uitrekking van de buisvormige film te bekomen. De buisvormige film wordt vervolgens opgevangen en afgeplat zodanig dat een
<Desc/Clms Page number 2>
band gevormd wordt die hoofdzakelijk uit twee dunne op elkaar liggende plasticfilms bestaat, dewelke uiteraard aan hun boorden in elkaar overgaan. Vervolgens is het tevens bekend om de band op verscheidene plaatsen in langsrichting door te snijden, een en ander zodanig dat de beide films afzonderlijk kunnen opgewikkeld worden op daartoe voorziene bobijnen.
Een nadeel dat zich bij de tot nu toe bekende machines voordoet bestaat erin dat de dikte van de verkregen films niet voldoende konstant is. Dit heeft tot gevolg dat de bobijnen na enige omwikkelingen verdikkingen en golfvormen vertonen dewelke op hun beurt, bij de verdere produktie van de plasticfilm, plaatselijke longitudinale uittrekkingen van de film veroorzaken, waardoor aldus ook een verschil in lengte van de film ontstaat.
De huidige uitvinding heeft tot doel te voorzien in een inrichting waarbij systematisch de voornoemde nadelen worden uitgesloten. Hiertoe bestaat de inrichting voor het vervaardigen van kunststoffilms volgens de uitvinding hoofdzakelijk in de kombinatie van een vaste extrusiekop voor de continue extrusie van een buisvormige film, die voorzien is van middelen die in de film een luchtdruk veroorzaken die groter is dan de omgevingsluchtdruk ; een op enige afstand en hoofdzakelijk coaxiaal voor de extrusiekop gesitueerde ontvangstgroep, die voorzien is van minstens plooimiddelen
<Desc/Clms Page number 3>
voor het plooien, respektievelijk samendrukken van de buisvormige film tot een dubbele band en wikkelmiddelen om de vervaardigde kunststoffilm op te wikkelen, waarbij deze ontvangstgroep op een hoofdzakelijk langs de as van de extrusiekop wentelbaar geraamte is gemonteerd ;
en aandrijfmiddelen om het voornoemde wentelbaar geraamte en de ontvangstgroep een heen en weer gaande rotatiebeweging te laten uitvoeren. Door de heen en weer gaande beweging van de ontvangstgroep worden ongelijkmatigheden, dewelke zieh doorgaans in longitudinale richting zouden uitstrekken, nu over de breedte van de gevormde band, dewelke bestaat uit de twee dunne films, verdeeld waardoor het voornoemd nadelig effekt volledig wordt uitgesloten.
Volgens een ander belangrijk aspekt van de uitvinding wordt gebruik gemaakt van een inrichting voor het vervaardigen van kunststoffilms die hoofdzakelijk bestaat in de kombinatie van de voornoemde vaste extrusiekop ; een ontvangstgroep voorzien van plooimiddelen en wikkelmiddelen ; en translatiemiddelen door middel van dewelke de ontvangstgroep hoofdzakelijk in een richting parallel aan de lengteas van de extrusiekop in beide zinnen kan verplaatst en ingesteld worden.
Dit biedt het voordeel dat de temperatuur van de film, op het moment dat hij in de ontvangstgroep opgenomen wordt, kan geregeld worden, daar deze laatste een funktie i5 van de afstand tussen de extrusiekop en de ontvangstgroep.
<Desc/Clms Page number 4>
Om de meest optimale kondities voor het vervaardigen van een dunne kunststoffilm te bereiken zal de uitvinding bij voorkeur bestaan uit een inrichting waarin de kombinatie gemaakt wordt van, enerzijds, een wentelbare ontvangstgroep en, anderzijds, translatiemiddelen die de verplaatsing van de ontvangstgroep zoals voornoemd toelaten. Zoals nog uit de verdere gedetailleerde beschrijving zal blijken, leent zulke kombinatie zieh zeer goed om in een technisch geheel gerealiseerd te worden.
Met het inzicht de kenmerken volgens de uitvinding beter aan te tonen, wordt hierna, als voorbeeld zonder enig beperkend karakter, een voorkeurdragende uitvoeringsvorm van de uitvinding beschreven met verwijzing naar de bijgaande tekeningen, waarin : figuur 1 in perspektief en gedeeltelijk in doorsnede, schematisch de inrichting volgens de uitvinding weergeeft ; figuur 2 volgens een langsdoorsnede een schematisch zicht van de inrichting weergeeft.
Zoals weergegeven in de figuren bestaat de inrichting volgens de uitvinding in zijn voorkeurdragende uitvoeringsvorm hoofdzakelijk uit een vaste extrusiekop l, een ontvangstgroep 2, een wentelbaar geraamte 3 waarop de ontvangstgroep 2 is gemonteerd, aandrijfmiddelen 4 om in een heen en weer gaande
<Desc/Clms Page number 5>
rotatie van het wentelbaar geraamte 3 te voorzien en translatiemiddelen 5 door middel van dewelke de ontvangstgroep
2 hoofdzakelijk in een richting parallel aan de lengteas 6 van de extrusiekop 1 in beide zinnen kan verplaatst worden.
Eventueel kunnen tussen de extrusiekop 1 en de ontvangstmiddelen 2 nog koelmiddelen 7 worden voorzien.
De vaste extrusiekop 1. die deel uitmaakt van een op zichzelf bekende extruder 8, voorziet in de kontinue extrusie van een buisvormige film 9, bijvoorbeeld in PVC. Met de extrusiekop 1 is een inrichting 10 gekoppeld, die toelaat dat lucht onder druk in de buisvormige film 9 wordt gebracht, of die minstens erin voorziet dat een welbepaalde druk gehandhaafd wordt die groter is dan de luchtdruk van de buitenomgeving. Ten gevolge van de verhoogde druk in de buisvormige of cylindervormige film 9 wordt deze bij het verlaten van de extrusiekop 1 als het ware opgeblazen, waardoor hij uitgerokken wordt met als voordeel dat een film 9 met zeer geringe dikte verkregen wordt.
De ontvangstgroep 2 is op enige afstand coaxiaal voor de extrusiekop 1 gesitueerd en heeft tot doel de buisvormige film 9 op te vangen en verder te behandelen tot een bruikbaar eindprodukt. Hiertoe bestaat deze ontvangstgroep 2 hoofdzakelijk uit plooimiddelen 11. snijmiddelen 12 en 13 en wikkelmiddelen 14.
<Desc/Clms Page number 6>
De plooimiddelen 11 bestaan achtereenvolgens, volgens de bewegingszin van de film 9, uit twee symmetrisch ten opzichte van elkaar opgestelde geleidingsvlakken 15 en 16, en twee met elkaar samenwerkende cylinders 17 en 18. De twee geleidingsvlakken 15 en 16 staan symmetrisch onder hoek opgesteld ten opzichte van de lengteas 6 van de extrusiekop 1, een en ander zodanig dat zij volgens de bewegingszin van de geproduceerde film 9 konvergeren en aan hun uiteinden een rechthoekige spleet 19 definieren die loodrecht staat op de draaias 20 van de wentelbare ontvangstgroep 2, dewelke samenvalt met de voornoemde lengteas 6 van de extrusiekop 1.
De geleidingsvlakken 15 en 16 zijn voorzien van een aantal openingen 21 waarlangs koellucht tegen het buitenoppervlak 22 van de buisvormige film 9 geleid wordt. Hiertoe staan de openingen 21 van elk geleidingsvlak 15, respektievelijk 16, in verbinding met een ruimte 23, respektievelijk 24, waarin men lucht laat circuleren, respektievelijk aanzuigt, door middel van de ventilators 25 en 26.
De voornoemde cylinders 17 en 18 staan zodanig opgesteld dat hun kontaktzone zieh op een korte afstand en parallel aan de voornoemde rechthoekige spleet 19 bevindt. Deze cylinders 17 en 18 zijn voorzien van middelen door middel van dewelke zij naar elkaar toe gedrukt worden met een welbepaalde druk.
<Desc/Clms Page number 7>
Het is duidelijk dat de geleidingsvlakken 15 en 16 de buisvormige film 9 afplatten en reeds in zekere mate in een geplooide toestand brengen, waarna deze film 9 door middel van de cylinders 17 en 18 volledig tot een band 27, bestaande uit twee tegen elkaar aanliggende filmlagen, samengevouwen wordt.
Minstens een van de cylinders 17 en 18, dewelke tegengesteld aan elkaar draaien, wordt bij voorkeur aangedreven door middel van een aandrijving 28 zodanig dat zij in de voortbeweging van de geproduceerde film 9 voorzien door een trekkracht erop uit te oefenen. Doordat de cylinders 17 en 18 naar elkaar toegedrukt worden is het duidelijk dat geen lucht uit de buisvormige film 9 voorbij de cylinders 17 en 18 kan terecht komen, waardoor de band 27 niet opgeblazen wordt en zijn platte vorm behoudt.
De voornoemde snijmiddelen 12 en 13 bestaan in de weergegeven uitvoeringsvorm uit een aantal vast opgestelde lamellen die in de bewegingszin van de band 27 na de cylinders 17 en 18 staan opgesteld, en hebben tot taak de beide folies van de band 27 gemeenschappelijk longitudinaal door te snijden. De snijmiddelen 12 worden gevormd door twee lamellen die respektievelijk met de boorden 29 van de band 27 samenwerken, en hiertoe op geringe afstand van de eigenlijke vouwranden 30 staan opgesteld, een en ander zodanig dat de boorden 29 afgesneden worden en als resten 31 op afzonderlijk geplaatste bobijnen 32 worden opgewikkeld. Het is duidelijk dat door het
<Desc/Clms Page number 8>
afsnijden van de boorden 29 twee afzonderlijke tegen elkaar gelegen filmgedeelten 33 en 34 worden bekomen.
De snijmiddelen
13 bestaan uit een of meerdere lamellen die de band 27 op een aantal tussenliggende plaatsen doorsnijden en zodoende in de vorming van een aantal afzonderlijke filmstroken 35 en 36 voorzien.
De lamellen van zowel de snijmiddelen 12 als 13 zijn bij voorkeur in lijn opgesteld, en wel zo dat zij gesitueerd zijn tussen de voornoemde cylinders 17 en 18 en een spanrol 37 waarlangs de reeds doorgesneden filmband 27 gedeeltelijk omwikkeld wordt. In de direkte nabijheid van de lamellen zijn twee rollen 38 en 39 aangebracht om het vlak te definiëren waarlangs de band 27 zich ter hoogte van de lamellen moet bewegen.
De voornoemde wikkelmiddelen 14 worden hoofdzakelijk gevormd door twee wikkelmechanismen 40 en 41, die respektievelijk bedoeld zijn om in de opwikkeling van de gescheiden filmgedeelten 33 en 34 te voorzien. Hierbij wordt de kunststofband 27 voortgetrokken door middel van de. meeneemrollen 42 en 43. Het is duidelijk dat in de weergegeven uitvoeringsvorm bij elke rol, respektievelijk 42 en 43, een gedeeltelijke omwikkeling van drie enkele filmstroken plaatsvindt omwille van het feit dat de band 27 bestaande uit een dubbele film door middel van de snijmiddelen 12 en 13 in
<Desc/Clms Page number 9>
drie gedeelten werd gesneden en langs geleidingsrollen 44 in enkelvoudige filmgedeelten 33 en 34 werd opgesplitst.
Nadat de filmstroken 35 en 36 over de meeneemrollen 42 en 43 geleid zijn worden zij op respektievelijke bobijnen 45 en 46 opgewikkeld. Deze bobijnen 45 en 46 zijn vrij draaiend en worden door middel van de wrijvingskracht door de meeneemrollen 42 en 43 aangedreven. Hiertoe worden de bobijnen 45 en 46 door middel van de nodige spanmiddelen 47 en 48 tegen de meeneemrollen 42 en 43 gedrukt. Hierbij wordt opgemerkt dat de meeneemrollen 42 en 43 door middel van dezelfde aandrijving 28 als deze van de cylinders 17 en 18 wordt aangedreven. Deze aandrijving 28 kan bijvoorbeeld uit een elektrische motor bestaan. Het is duidelijk dat de snelheid van de meeneemrollen 42 en 43 voldoende groot moet zijn om een konstante spanning in de band 27 en de filmgedeelten 33 en 34 te handhaven.
Het voornoemde wentelbaar geraamte 3 maakt het mogelijk dat de ontvangstgroep 2 volgens twee richtingen roteerbaar is langs de draaias 20. Hiertoe bevat dit geraamte drie hoofdzakelijk twee parallelle wielen of schijven 49 en 50, die vast deel uitmaken van dit geraamte 3, en die op steun-en geleidingsrollen 51 en 52 rusten.
De voornoemde aandrijfmiddelen 4 om in de rotatiebeweging van het geraamte 3 en de erop gemonteerde ontvangstgroep 2 te
<Desc/Clms Page number 10>
voorzien bestaan bij voorkeur uit een kettingoverbrenging 53 en een elektrische motor 54. De aandrijfmiddelen 4 zijn zodanig uitgevoerd en/of met stuurmiddelen 55 uitgerust dat het geraamte 3 en de ontvangstgroep 2 afwisselend bewogen worden zoals aangeduid door de pijlen 56 en 57. Elke beweging bestaat bij voorkeur uit een rotatie van iets minder dan 360 graden. In de weergegeven uitvoeringsvorm voorziet elke beweging in een verdraaiing over een hoek van 355 graden.
De voornoemde stuurmiddelen 55 kunnen bestaan uit een vast opgestelde sensor 58 en een hiermee samenwerkende aanslag 59, dewelke op het wiel 50 is geplaatst. Deze stuurmiddelen 55 kunnen ook aangewend worden om de ontvangstgroep 2 in een horizontale stand te laten stoppen, respektievelijk te blokkeren, m. a. w. in een stand waarbij de cylinders 17 en 18, alsook de bobijnen 45 en 46 zieh in een horizontale positie bevinden. Tevens kunnen niet in de figuren weergegeven meetelementen langs de bobijnen 45 en 46 aangebracht worden om de maximale hoeveelheid opgewikkelde film te bepalen.
Indien deze meetelementen waarnemen dat de bobijnen vol zijn wordt door middel van de stuurmiddelen 55 de ontvangstgroep 2 in de voornoemde horizontale stand tot stilstand gebracht, waarna manueel, zonder enige moeilijkheid, de bobijnen 45 en 46, die op dat moment een welbepaalde hoeveelheid film bevatten, kunnen weggenomen worden, en vervangen worden door lege bobijnen, dit alles terwijl de inrichting in werking blijft,
<Desc/Clms Page number 11>
m. a w. zonder dat de produktie van de film moet onderbroken worden.
De voornoemde translatiemiddelen 5 laten toe dat de ontvangstgroep 2 volgens een richting parallel aan de lengteas
6 van de extrusiekop 1 in beide zinnen kan verplaatst worden, en bestaan hiertoe bij voorkeur uit een wagentje 60 hetwelke gelijktijdig een onderstel vormt voor het wentelbaar geraamte
3. Hierbij wordt opgemerkt dat de rotatiebeweging van de ontvangstgroep 2 onafhankelijk is van de verplaatsingen die door middel van het wagentje 60 kunnen gerealiseerd worden. De laatstgenoemde verplaatsingen laten de wijziging van de afstand tussen de extrusiekop 1 en de ontvangstgroep 2 toe, een en ander zodanig dat de koelingskondities van de buisvormige of cylindervormige film 9 kunnen aangepast worden, zodanig dat deze de ontvangstgroep 2 in zijn meest optimale konditie qua temperatuur bereikt.
Tenslotte bestaan de voornoemde koelmiddelen 7 nog uit een of meerdere koaxiaal ten opzichte van elkaar opgestelde en zich rond de buisvormige film 9 bevindende ringen 61, voorzien van meerdere blaasmonden 62 dewelke koellucht over het buitenoppervlak 22 van de film 9 blazen.
Zoals weergegeven in figuur 1 kunnen de ringen 61 nog voorzien zijn van radiaal naar binnen gerichte steunen 63 die op
<Desc/Clms Page number 12>
geschikte afstanden van elkaar staan opgesteld, en die als taak hebben de buisvormige film 9 te ondersteunen en in een gecentreerde positie te houden met betrekking tot de lengteas van de extrusiekop 1.
De werking van de inrichting kan eenvoudig uit de figuren en de voorgaande beschrijving worden afgeleid. Hierbij wordt hoofdzakelijk zoals voornoemd in de vorming van een buisvormige film 9 voorzien. Deze wordt tussen geleidingsvlakken 15 en 16 en de cylinders 17 en J8 afgeplat, respektievelijk tot een band 27 bestaande uit een dubbele film samengevouwen en vervolgens aan de boorden 29 opengesneden en op enkele plaatsen middendoor gesneden, zodanig dat meerdere filmstroken 35 en 36 afzonderlijk kunnen opgewikkeld worden.
Hierbij wordt opgemerkt dat gedurende de rotatiebeweging van de ontvangstgroep 2 de geleidingsvlakken 15 en 16 over het buitenoppervlak 22 van de buisvormige film 9 glijden. Hierbij is het ook belangrijk dat de rotatiebeweging van de ontvangstgroep 2 voldoende traag gebeurt opdat gedurende de samendrukking van de buisvormige film 9 geen verwikkelde band 27 zou ontstaan.
Het is duidelijk dat de rotatiebeweging van de ontvangstgroep 2 in de verdeling van eventuele ongelijkmatigheden in de dikte van de geëxtrudeerde film voorziet, waarbij deze verspreid worden over de breedte van de band 27 en dus ook over de verschillende opgewikkelde filmstroken 35 en 36, zodanig dat deze ongelijkmatigheden
<Desc/Clms Page number 13>
verdeeld worden over de verschillende bobijnen 45 en 46, waardoor een longitudinale vervorming in de film 9 zieh nu niet meer als een cumulerende fout in een welbepaalde bobijn zal uiten.
De huidige uitvoering is geenszins beperkt tot de als voorbeeld beschreven en in de figuren weergegeven uitvoeringsvorm, doch dergelijke inrichting voor het vervaardigen van films in kunststof kan in allerlei vormen en afmetingen worden verwezenlijkt zonder buiten het kader der uitvinding te treden.
<Desc / Clms Page number 1>
EMI1.1
Apparatus for manufacturing plastic films. -------------------------------------------------- This invention relates to a device for manufacturing plastic films. In a special application, this device is intended to be used for the manufacture of films in plastic, such as, for example, PVC and the like. Preferably, but not exclusively, it will mainly be used for the production of thin PVC films, such as are used, for example, for packaging foodstuffs.
Machines for the production of plastic thin films are already known which use a fixed extrusion head suitable for producing a continuous tubular film. Immediately after extrusion, the thickness of the film is further advantageously reduced by introducing pressurized air into the tubular film to obtain a radial extension of the tubular film. The tubular film is then collected and flattened such that a
<Desc / Clms Page number 2>
a tape consisting mainly of two thin superimposed plastic films, which of course merge at their edges. It is then also known to cut the tape in various places in the longitudinal direction, such that the two films can be wound separately on bobbins provided for this purpose.
A drawback that occurs with the machines known hitherto is that the thickness of the films obtained is not sufficiently constant. As a result, after some wraps, the bobbins exhibit thickenings and waveforms which, in turn, cause local longitudinal pull-outs of the film in the further production of the plastic film, thus also creating a difference in length of the film.
The aim of the present invention is to provide a device in which the aforementioned drawbacks are systematically excluded. To this end, the plastic film manufacturing apparatus according to the invention mainly consists of the combination of a fixed extrusion head for the continuous extrusion of a tubular film, which is provided with means which cause an air pressure in the film greater than the ambient air pressure; a receiving group situated at some distance and mainly coaxially in front of the extrusion head, which is provided with at least pleating means
<Desc / Clms Page number 3>
for folding or compressing the tubular film into a double band and winding means for winding up the produced plastic film, said receiving group being mounted on a frame rotatable mainly along the axis of the extrusion head;
and drive means for causing the said rotatable frame and the receiving group to perform a reciprocating rotational movement. Due to the reciprocating movement of the receiving group, irregularities, which would usually extend in the longitudinal direction, are now distributed over the width of the formed strip, which consists of the two thin films, so that the aforementioned disadvantageous effect is completely excluded.
According to another important aspect of the invention, use is made of an apparatus for manufacturing plastic films mainly consisting of the combination of the aforementioned fixed extrusion head; a receiving group provided with pleating means and winding means; and translation means by means of which the receiving group can be moved and adjusted substantially in both directions parallel to the longitudinal axis of the extrusion head.
This offers the advantage that the temperature of the film can be controlled when it is included in the receiving group, since the latter has a function of the distance between the extrusion head and the receiving group.
<Desc / Clms Page number 4>
In order to achieve the most optimal conditions for manufacturing a thin plastic film, the invention will preferably consist of a device in which the combination is made on the one hand of a revolving receiving group and, on the other hand, translation means which allow the displacement of the receiving group as mentioned above. As will be further apparent from the further detailed description, such a combination lends itself very well to be realized in a technical whole.
With the insight to better demonstrate the features according to the invention, a preferred embodiment of the invention is described below, by way of example without any limiting character, with reference to the accompanying drawings, in which: figure 1 shows in perspective and partly in section, schematically the represents device according to the invention; figure 2 shows a schematic view of the device according to a longitudinal section.
As shown in the figures, the device according to the invention in its preferred embodiment mainly consists of a fixed extrusion head 1, a receiving group 2, a rotatable frame 3 on which the receiving group 2 is mounted, drive means 4 for reciprocating
<Desc / Clms Page number 5>
provide rotation of the rotatable frame 3 and translation means 5 by means of which the receiving group
2 can be moved substantially in a direction parallel to the longitudinal axis 6 of the extrusion head 1 in both sentences.
Optionally, cooling means 7 can be provided between the extrusion head 1 and the receiving means 2.
The fixed extrusion head 1, which forms part of an extruder 8 known per se, provides for the continuous extrusion of a tubular film 9, for example in PVC. A device 10 is coupled to the extrusion head 1, which allows air to be introduced under pressure into the tubular film 9, or which at least provides that a specific pressure is maintained which is greater than the air pressure of the outside environment. Due to the increased pressure in the tubular or cylindrical film 9, it is as it were inflated when leaving the extrusion head 1, whereby it is stretched with the advantage that a film 9 of very small thickness is obtained.
The receiving group 2 is located some distance coaxially in front of the extrusion head 1 and aims to collect the tubular film 9 and further process it into a usable end product. For this purpose, this receiving group 2 mainly consists of crimping means 11. cutting means 12 and 13 and winding means 14.
<Desc / Clms Page number 6>
The pleating means 11 consist successively, according to the sense of movement of the film 9, of two guiding surfaces 15 and 16 arranged symmetrically with respect to each other, and two co-operating cylinders 17 and 18. The two guiding surfaces 15 and 16 are arranged symmetrically at an angle to of the longitudinal axis 6 of the extrusion head 1, such that they could converge according to the motion of the produced film 9 and define at their ends a rectangular slit 19 which is perpendicular to the rotary axis 20 of the rotatable receiving group 2, which coincides with the the aforementioned longitudinal axis 6 of the extrusion head 1.
The guiding surfaces 15 and 16 are provided with a number of openings 21 along which cooling air is guided against the outer surface 22 of the tubular film 9. To this end, the openings 21 of each guide surface 15 and 16 respectively communicate with a space 23 and 24, respectively, in which air is circulated or drawn in, respectively, by means of the fans 25 and 26.
The aforementioned cylinders 17 and 18 are arranged such that their contact zone is at a short distance and parallel to the aforementioned rectangular gap 19. These cylinders 17 and 18 are provided with means by means of which they are pressed together with a specific pressure.
<Desc / Clms Page number 7>
It is clear that the guiding surfaces 15 and 16 flatten the tubular film 9 and already bring it into a crimped state to some extent, after which this film 9 is fully formed by means of the cylinders 17 and 18 into a belt 27, consisting of two film layers abutting one another is collapsed.
At least one of the cylinders 17 and 18, which rotate in opposite directions, is preferably driven by means of a drive 28 such that they provide for the advancement of the produced film 9 by applying a tensile force thereon. Because the cylinders 17 and 18 are pressed together, it is clear that no air from the tubular film 9 can pass the cylinders 17 and 18, so that the belt 27 is not inflated and retains its flat shape.
In the embodiment shown, the above-mentioned cutting means 12 and 13 consist of a number of fixedly arranged slats which are arranged in the sense of movement of the belt 27 after the cylinders 17 and 18, and have the task of cutting the two foils of the belt 27 together longitudinally . The cutting means 12 are formed by two slats which cooperate with the edges 29 of the belt 27, respectively, and are arranged for this purpose at a small distance from the actual folding edges 30, such that the edges 29 are cut off and as residues 31 on separately placed bobbins 32 are wound. It is clear that through it
<Desc / Clms Page number 8>
cutting of the edges 29 two separate film sections 33 and 34 against each other are obtained.
The cutting means
13 consist of one or more slats that intersect the tape 27 at a number of intermediate locations and thus provide for the formation of a number of separate film strips 35 and 36.
The slats of both the cutting means 12 and 13 are preferably arranged in line, such that they are situated between the aforementioned cylinders 17 and 18 and a tension roller 37 along which the already cut film tape 27 is partly wrapped. Two rollers 38 and 39 are provided in the immediate vicinity of the slats to define the plane along which the belt 27 must move at the level of the slats.
The aforementioned winding means 14 are mainly formed by two winding mechanisms 40 and 41, which are respectively intended to provide winding of the separated film parts 33 and 34. The plastic strap 27 is herein pulled by means of the. take-up rollers 42 and 43. It is clear that in the illustrated embodiment with each roll 42 and 43, respectively, a partial wrapping of three single film strips takes place due to the fact that the tape 27 consisting of a double film by means of the cutting means 12 and 13 in
<Desc / Clms Page number 9>
three sections were cut and split along guide rollers 44 into single film sections 33 and 34.
After the film strips 35 and 36 have been passed over the carrier rollers 42 and 43, they are wound on bobbins 45 and 46, respectively. These bobbins 45 and 46 are freely rotating and are driven by the drag rollers 42 and 43 by means of the frictional force. For this purpose, the bobbins 45 and 46 are pressed against the carrier rollers 42 and 43 by means of the necessary tensioning means 47 and 48. It is noted here that the carrier rollers 42 and 43 are driven by the same drive 28 as that of the cylinders 17 and 18. This drive 28 can for instance consist of an electric motor. It is clear that the speed of the take-up rollers 42 and 43 must be sufficient to maintain a constant tension in the belt 27 and the film portions 33 and 34.
The aforementioned revolving frame 3 makes it possible for the receiving group 2 to be rotatable in two directions along the pivot axis 20. To this end, this frame comprises three mainly two parallel wheels or discs 49 and 50, which form a fixed part of this frame 3, and which are supported and guide rollers 51 and 52 rest.
The aforementioned drive means 4 for moving in the rotational movement of the frame 3 and the receiving group 2 mounted thereon
<Desc / Clms Page number 10>
preferably consist of a chain transmission 53 and an electric motor 54. The drive means 4 are designed and / or equipped with control means 55 such that the frame 3 and the receiving group 2 are moved alternately as indicated by the arrows 56 and 57. Any movement exists preferably from a rotation of slightly less than 360 degrees. In the illustrated embodiment, each movement provides a rotation through an angle of 355 degrees.
The aforementioned control means 55 may consist of a fixed sensor 58 and a stop 59 co-operating therewith, which is placed on the wheel 50. These control means 55 can also be used to stop or block the receiving group 2 in a horizontal position, a. W. in a position where cylinders 17 and 18, as well as bobbins 45 and 46, are in a horizontal position. Measuring elements not shown in the figures can also be arranged along bobbins 45 and 46 to determine the maximum amount of wound film.
If these measuring elements detect that the bobbins are full, the receiving group 2 stops the receiving group 2 in the aforementioned horizontal position, after which the bobbins 45 and 46, which at that moment contain a specific amount of film, are manually adjusted. , can be removed, and replaced with empty bobbins, all while the device remains in operation,
<Desc / Clms Page number 11>
m. a w. without interrupting the production of the film.
The aforementioned translation means 5 allow the receiving group 2 to follow a direction parallel to the longitudinal axis
6 of the extrusion head 1 can be moved in both sentences, and for this purpose preferably consist of a trolley 60, which simultaneously forms a frame for the revolving frame
3. It is noted here that the rotational movement of the receiving group 2 is independent of the movements that can be realized by means of the trolley 60. The latter displacements allow the distance between the extrusion head 1 and the receiving group 2 to be changed, in such a way that the cooling conditions of the tubular or cylindrical film 9 can be adjusted so that the receiving group 2 is in its most optimal temperature condition reached.
Finally, the aforementioned cooling means 7 still consist of one or more rings 61 arranged coaxially with each other and situated around the tubular film 9, provided with several blowing nozzles 62, which blow cooling air over the outer surface 22 of the film 9.
As shown in figure 1, the rings 61 can still be provided with supports 63 which are radially inwardly directed
<Desc / Clms Page number 12>
suitably spaced from one another, the task of which is to support the tubular film 9 and to maintain it in a centered position with respect to the longitudinal axis of the extrusion head 1.
The operation of the device can be easily deduced from the figures and the previous description. Mainly as mentioned above, the formation of a tubular film 9 is hereby provided. It is flattened between guide surfaces 15 and 16 and the cylinders 17 and J8, respectively, folded into a strip 27 consisting of a double film and then cut open at the edges 29 and cut in half in some places, such that several film strips 35 and 36 can be wound separately turn into.
It is noted here that during the rotational movement of the receiving group 2 the guiding surfaces 15 and 16 slide over the outer surface 22 of the tubular film 9. It is also important here that the rotational movement of the receiving group 2 takes place sufficiently slowly so that during the compression of the tubular film 9 no entangled belt 27 would develop.
It is clear that the rotational movement of the receiving group 2 provides for the distribution of any irregularities in the thickness of the extruded film, these being spread over the width of the belt 27 and thus also over the different wound film strips 35 and 36, such that these irregularities
<Desc / Clms Page number 13>
distributed over the different bobbins 45 and 46, so that a longitudinal deformation in the film 9 will no longer express as a cumulative error in a specific bobbin.
The present embodiment is by no means limited to the exemplary embodiment shown in the figures, but such a device for manufacturing plastic films in plastic can be realized in various shapes and sizes without departing from the scope of the invention.