[go: up one dir, main page]

NL9402000A - Werkwijze voor het evacueren van een met korrelig materiaal gevuld vacuümpak en inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze. - Google Patents

Werkwijze voor het evacueren van een met korrelig materiaal gevuld vacuümpak en inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze. Download PDF

Info

Publication number
NL9402000A
NL9402000A NL9402000A NL9402000A NL9402000A NL 9402000 A NL9402000 A NL 9402000A NL 9402000 A NL9402000 A NL 9402000A NL 9402000 A NL9402000 A NL 9402000A NL 9402000 A NL9402000 A NL 9402000A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
vacuum
pack
package
gas pressure
slit
Prior art date
Application number
NL9402000A
Other languages
English (en)
Inventor
Mathias Leonardus Cornel Aarts
Original Assignee
Sara Lee De Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Sara Lee De Nv filed Critical Sara Lee De Nv
Priority to NL9402000A priority Critical patent/NL9402000A/nl
Priority to ES95203206T priority patent/ES2138702T3/es
Priority to DK95203206T priority patent/DK0714831T3/da
Priority to EP95203206A priority patent/EP0714831B1/en
Priority to DE69511826T priority patent/DE69511826T2/de
Priority to AT95203206T priority patent/ATE183973T1/de
Priority to CA002163836A priority patent/CA2163836A1/en
Priority to US08/564,016 priority patent/US5678387A/en
Publication of NL9402000A publication Critical patent/NL9402000A/nl
Priority to GR990403092T priority patent/GR3031999T3/el

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65BMACHINES, APPARATUS OR DEVICES FOR, OR METHODS OF, PACKAGING ARTICLES OR MATERIALS; UNPACKING
    • B65B31/00Packaging articles or materials under special atmospheric or gaseous conditions; Adding propellants to aerosol containers
    • B65B31/02Filling, closing, or filling and closing, containers or wrappers in chambers maintained under vacuum or superatmospheric pressure or containing a special atmosphere, e.g. of inert gas
    • B65B31/024Filling, closing, or filling and closing, containers or wrappers in chambers maintained under vacuum or superatmospheric pressure or containing a special atmosphere, e.g. of inert gas specially adapted for wrappers or bags

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Dispersion Chemistry (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Vacuum Packaging (AREA)
  • Powder Metallurgy (AREA)
  • Packages (AREA)
  • Compressors, Vaccum Pumps And Other Relevant Systems (AREA)
  • Basic Packing Technique (AREA)

Description

Titel: Werkwijze voor het evacueren van een met korrelig materiaal gevuld vacuümpak en inrichting voor het uitvoerenvan de werkwijze
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voorhet evacueren van een met korrelig materiaal gevuld vacuümpakvervaardigd uit een dunwandig en buigzaam verpakkingsmateriaalwaarbij een open einde van een gevuld pak duëdanig wordtgevouwen dat een smalle spleet ontstaat die een open verbin¬ding vormt tussen een binnenzijde en een buitenzijde van hetpak, tenminste een deel van het pak in een vacuümruimte wordtgeplaatst en onder vacuüm wordt gebracht voor het via despleet afvoeren van gassen uit het pak en waarbij het pak nahet evacueren luchtdicht wordt afgesloten.
De uitvinding heeft eveneens betrekking op eeninrichting voor het evacueren van een met korrelig materiaalgevuld vacuümpak vervaardigd uit een dunwandig en buigzaamverpakkingsmateriaal waarbij een open einde van een gevuld pakdusdanig is gevouwen dat een smalle spleet ontstaat die eenopen verbinding vormt tussen een binnenzijde en een buiten¬zijde van het pak, omvattende een vacuümruimte voor het daarinplaatsen van althans een deel van het pak en een vacuümorgaanvoor het onder vacuüm brengen van de vacuümruimte zodat gassenvia de spleet uit het pak worden afgevoerd.
Het korrelige materiaal kan bijvoorbeeld bestaan uitgemalen koffie, noten zoals pinda's en andere produkten.
Een dergelijke werkwijze en inrichting zijn ondermeerbekend uit de Nederlandse octrooiaanvrage nr. 9001945. Hierbijwordt de gasdruk in de vacuümruimte gedurende een periode vanongeveer 10 seconden geleidelijk verlaagd tot een niveau vanongeveer 50 mB. Gedurende deze 10 seconden zal de gasdruk inhet pak ongeveer in eenzelfde mate dalen als in de vacuüm¬ruimte met als gevolg dat gassen uit het pak worden ver¬wijderd. Indien de gasdruk na genoemde 10 seconden is gedaaldtot ongeveer 50 mB is het pak in voldoende mate geëvacueerd enkan vervolgens luchtdicht worden afgesloten.
Thans bestaat de wens om het gehele evacuatie-procesveel sneller dan in de hierboven beschreven 10 seconden tekunnen uitvoeren.
Overeenkomstig de uitvinding wordt hiertoe op tenminsteeen deel van het de spleet vormende verpakkingsmateriaal eenkracht uitgeoefend die de spleetbreedt verkleint zodat despleet een filter voor het korrelige materiaal vormt waardoorhet korrelige materiaal binnenin het pak wordt gehoudentijdens het evacueren van het pak. Door de werking van hetfilter is het mogelijk extra snel te evacueren. Wanneer deluchtdruk in de vacuümruimte zeer snel wordt verlaagd zullende gassen extra snel via de spleet uit het pak worden ge¬dreven. De hoge snelheid van de in het pak gegenereerde gas¬stromen heeft als gevolg dat de deeltjes van het korreligemateriaal de neiging hebben om te worden mee gezogen. Dankzijde als een filter werkende spleet kunnen deze korreligematerialen het pak echter niet verlaten. De korreligematerialen kunnen de spleet immers niet voldoende openen omuit het pak te kunnen ontsnappen.Indien de gasdruk in devacuümruimte zeer snel, bijvoorbeeld binnen 0,1 seconden wordtverlaagd tot het gewenste vacuüm-niveau van bijvoorbeeld 50 mBzal de gasdruk in het pak eveneens afnemen en na ongeveer 0,8seconden gelijk zijn aan de gasdruk in de vacuümruimte. Ditbetekent dat het pak, na het bereiken van deze druk in hetpak, voldoende is geëvacueerd en kan worden afgesloten. Een enander brengt met zich mee dat het gehele evacueringsprocesvolgens de uitvinding een factor 10 sneller kan worden uitge¬voerd dan het hierboven omschreven reeds bekende proces.
Bij voorkeur wordt althans een gedeelte van het despleet vormende verpakkingsmateriaal tussen twee organengeplaatst waarbij tenminste een orgaan in de richting van hetandere orgaan wordt gedrukt. Dit betreft een zeer praktischemethode voor het uitvoeren van de werkwijze.
In het bijzonder omvat een deel van het de spleetvormende verpakkingsmateriaal een verdikking dat een deminimale spleetbreedte mede bepalend afstandstuk vormt.
Hiermee wordt bereikt dat de spleetbreedte niet in die mate wordt verkleind dat de gassen nog slechts langzaam of in hetgeheel niet uit het pak kunnen ontsnappen. Overeenkomstig dezebijzondere variant van de uitvinding wordt derhalve eenoptimale instelling van de spleetbreedte gerealiseerd waarbijde breedte voldoende klein is om te voorkomen dat korrel¬vormige deeltjes het pak kunnen verlaten en waarbij de breedtevoldoende groot is om de gassen met hoge stromingssnelheid uithet pak te laten evacueren tijdens het evacuatie-proces.
Meer in het bijzonder bestaat althans een deel van deverdikking uit tenminste twee met elkaar verbonden lagenverpakkingsmateriaal. Volgens de uitvinding kan dit eenvoudigworden gerealiseerd wanneer een pak wordt gebruikt dat isopgebouwd uit een, uit tenminste een vel verpakkingsmateriaalsamengestelde huls met een zijwand die is voorzien van een uittenminste twee overlappende delen verpakkingsmateriaal samen¬gestelde lasnaad. Daarnaast kan zeer eenvoudig in een derge¬lijke verdikking worden voorzien wanneer althans een deel vande verdikking bestaat uit tenminste twee over elkaar gevouwenlagen verpakkingsmateriaal. In het bijzonder is de huls recht¬hoekig van vorm waarbij vier randgedeelten van de zijwandenvan de huls naar binnen worden gevouwen alvorens het pak wordtgeëvacueerd.
Volgens een zeer voordelige uitvoeringsvorm van deuitvinding wordt het plak luchtdicht afgesloten op een positiedie tussen de positie waar de genoemde kracht wordt uitge¬oefend en een open einde van de spleet is gelegen. Dit heeftals voordeel dat op de positie waar het pak wordt afgeslotenzich geen korrelig materiaal kan bevinden. Hiermee wordt zekergesteld dat een goede luchtdichte afdichting wordt verkregenwanneer het pak wordt afgesloten door bijvoorbeeld de spleetdicht te sealen.
In een mogelijke nadere uitwerking van de werkwijzewordt de gasdruk in de vacuümruimte verlaagd tot een niveaudat correspondeert met een gewenst vacuümniveau in het paknadat het genoemde deel van het pak in de vacuümruimte isgeplaatst. Vervolgens wordt de gasdruk in de vacuümruimtegedurende een bepaalde periode gehandhaafd op het genoemde drukniveau zodat de gasdruk in het pak zal dalen totdat hetgewenste vacuiimniveau in het pak is bereikt waarna het pakwordt afgesloten. In het bijzonder is het gewenste vacuiim¬niveau in het pak gelijk aan het vacuümniveau in de vacuüm-ruimte wanneer in de vacuümruimte een gasdruk heerst op hetgenoemde drukniveau. De gasdruk in het pak zal dan ongeveervolgens een e-macht afnemen totdat de gasdruk binnen het pakgelijk is aan de gasdruk in de vacuümruimte..
Volgens een zeer voordelige uitvoeringsvorm van deuitvinding wordt het gehele pak in de vacuümruimte gebrachtvoor het evacueren van het pak,waarbij de inhoud van het pak,gedurende althans een gedeelte van de tijdspanne waarin hetpak wordt geëvacueerd, wordt samengedrukt. Dit heeft alsvoordeel dat het pak na evacuatie een glad oppervlak zalverkrijgen. Doordat het gehele pak in de vacuümruimte wordtgeplaatst zal het pak, vlak nadat de gasdruk binnenin devacuümruimte sterk is afgenomen de neiging hebben om op tezwellen. De gasdruk binnenin het pak zal immers minder sneldalen dan de gasdruk in de vacuümruimte buiten het pak. Doortegelijkertijd de inhoud van het pak samen te drukken wordtvoorkomen dat het pak explodeert en wordt tevens bereikt dathet verpakkingsmateriaal wordt gestrekt onder invloed van demomentaan hogere druk binnenin het pak en de tegendruk buitenop het pak.
In het bijzonder wordt hiertoe het pak voor het uit¬voeren van het genoemde samendrukken in een van elastischmateriaal vervaardigd en dubbelwandig uitgevoerd zakvormiglichaam geplaatst, welk zakvormig lichaam door de toevoer vanperslucht tussen de dubbele wanden wordt opgeblazen waardoorde binnenste wand van het zakvormige lichaam tegen het pakwordt gedrukt.
Een extra glad oppervlak wordt verkregen wanneer hetpak op genoemde wijze wordt samengedrukt door heen- en weerbeweegbare stijve plaatvormige elementen tegen de wanden vanhet pak te drukken. Bij voorkeur worden genoemde plaatvormigeelementen tussen de binnenwand van het zakvormige lichaam ende buitenzijde van het pak geplaatst.
Volgens een variant van de uitvinding wordt eenafstandstuk in althans een deel van de binnenzijde van despleet gebracht alvorens het pak wordt geëvacueerd. Dezemethode vindt met name toepassing wanneer het pak niet isvoorzien van de eerder genoemde verdikking.
De inrichting volgens de uitvinding kan zijn voorzienvan drukmiddelen voor het op tenminste een deel van het despleet vormende folie uitoefenen van een kracht in eenrichting die de breedte van de spleet verkleint zodat despleet een filter voor het korrelige materiaal vormt waardoorhet korrelige materiaal binnenin het pak wordt gehoudentijdens het evacueren van het pak.
De uitvinding zal verder worden toegelicht bij wijzevan voorbeeld aan de hand van de bijgaande schematischetekeningen. Hierin toont:
Fig. 1 een houder met naar elkaar beweegbare wandenvoor toepassing in de uitvinding, waarbij in de houder een vanboven open pak is geplaatst;
Fig. 2 de houder van Fig. 1 nadat het pak van boven isdichtgevouwen;
Fig. 3 een bovenaanzicht van het pak volgens fig. 2;
Fig. 4 een inrichting volgens de uitvinding voor hetuitvoeren van een werkwijze volgens de uitvinding;
Fig. 5 een dwarsdoorsnede van de inrichting volgensfig. 4 met daarin het in de houder geplaatste pak volgensfig. 2;
Fig. 6 het gerede pak nadat dit uit de inrichting isverwijderd;
Fig. 7 een alternatieve uitvoeringsvorm van een in¬richting volgens de uitvinding voor het uitvoeren van eenwerkwijze volgens de uitvinding; en
Fig. 8 een afstandstuk van de inrichting volgens fig. 7.
Fig. 1 toont een houder 1 die een paar evenwijdige,rechthoekige stijve plaatvormige elementen 2 en een tweedepaar soortgelijke elementen 4 omvat. Deze platen 2 en 4 om¬sluiten een ruimte met rechthoekige doorsnede. Naburige platen 2 en 4 zijn met elkaar verbonden door verende scharnieren 6.Elk scharnier 6 bestaat uit twee plaatjes die vast aan eenplaat 2 of 4 zijn bevestigd en via een verend of anderszinsgeschikt flexibel tussenstuk met elkaar zijn verbonden. Descharnieren 6 laten een geringe verplaatsing toe van de dooreen scharnier gekoppelde platen 2 en 4 in onderling loodrechterichtingen. Tussen de ondereinden van de platen 2, 4 bevindtzich een starre en vlakke bodemplaat 8 van de houder 1. Zoalsfig. 2 toont is de bodemplaat 8 met soortgelijke scharnieren10 als die tussen de platen 2 en 4 aan de ondereinden van deplaten 2, 4 bevestigd (Fig. 1 toont de bodemplaat 8 voormontage in de houder en zonder scharnieren). De bodemplaat 8kan door de scharnieren 10 een geringe verplaatsing ondergaanin verticale richting tussen de vier platen 2, 4 van de houder1. De afmetingen van de houder zijn zodanig dat daarin eenvoorgevormd pak 12, liefst met geringe speling, in kan wordengeplaatst, waarbij het pak 12 aan de onderzijde op de bodem¬plaat 8 komt te rusten. Het pak 12 is in dit voorbeeld opge¬bouwd uit een vel dunwandig en flexibel verpakkingsmateriaaldat is samengesteld tot een huls 14. Dienovereenkomstig is eenzijwand 16 van het pak voorzien van een zich in de lengte¬richting van het pak uitstrekkende lasnaad 18. De lasnaad 18bestaat in dit voorbeeld uit twee lagen verpakkingsmateriaaldie op zich bekende wijze aan elkaar zijn gesealed. De huls 14is aan zijn onderzijde eveneens op bekende wijze dichtgevouwenen luchtdicht gesealed. Ook de lasnaad 18 betreft een lucht¬dichte afdichting. In fig. 1 steekt het bovenste gedeelte vanhet pak uit het boveneinde van de houder 1. Het pak 12 wordtvia zijn open boveneinde 20 gevuld met een korrelvormigmateriaal, zoals bijvoorbeeld gemalen koffie. Het pak wordtgevuld tot het niveau A, zoals dit in fig. 1 is getoond.Desgewenst wordt in de houder niet een leeg pak maar eenvooraf reeds tot niveau A gevuld pak geplaatst. De houder 1met daarin het gevulde pak 12 wordt nu onderworpen aan eentrillingsbeweging, waardoor het niveau van de vulling daalttot niveau B op gelijke hoogte met de bovenrand van de houder1. Het open einde 20 van het pak 12 wordt nu dichtgevouwen door vier randgedeelten van de vier zijwanden van het pak naarbinnen te vouwen. Hierbij wordt een horizontaal bovenvlak 22verkregen met in het midden daarvan een opstaande rand 24.Tussen de wanden van de opstaande rand 24 is een spleet 26gevormd waardoor nog lucht uit het inwendige van het pak naarbuiten kan stromen. Fig. 3 toont een bovenaanzicht van het pakvolgens fig. 2. Nabij de opstaande zijranden 28 van de op¬staande rand 24 zijn delen 30 van het verpakkingsmateriaalnaar binnen gevouwen. Zoals later nog zal worden uiteengezetvormen de lasnaad 18 en de naar binnengevouwen delen 30 eenverdikking die een de spleetbreedte medebepalend afstandstukvormen. In fig. 4 en 5 wordt een uitvoeringsvorm van eeninrichting voor het evacueren van het pak volgens fig. 1/ 2 en3 getoond. De inrichting 32 is voorzien van een boven openstarre rechthoekige kamer 34. Op de buitenwand van de kamer 34bevindt zich een aansluiting 38 voor de toevoer van perslucht.In de kamer past met bij voorkeur weinig speling een overeen¬komstig gevormde dubbelwandige en flexibele zak 40 vervaardigduit bijvoorbeeld rubber. De zak 40 omvat een aansluiting 42die in verbinding staat met de ruimte tussen de dubbele wandenvan de zak 40. Bij plaatsing in de kamer 34 komt de zak 40 meteen flensvormige bovenrand 44 op de vlakke bovenrand van dekamer te rusten, waarbij de bodem van de zak op de bodem vande kamer rust. Hierbij past de aansluiting 42 van de zak in deaansluiting 38 van de kamer, een en ander dusdanig dat debuitenzijde van de aansluiting 42 op luchtdichte wijze met debinnenzijde van de aansluiting 38 is verbonden. De inrichtingis voorts voorzien van een persluchtorgaan in de vorm van eenpomp 46 waarmee via de aansluiting 38 lucht in de ruimtetussen de dubbele wanden van de zak 40 kan worden geperst.
De inrichting is voorts voorzien van een plaat 48 metdaarin een sleuf 50. Boven de plaat 48 bevinden zich druk¬middelen in de vorm van twee organen 52, 54 die met behulp vanop zich bekende middelen 56, 58 naar elkaar toe kunnen wordenbewogen. Voorts is de inrichting voorzien van afsluitmiddelenin de vorm van twee lasbekkens 60, 62 die zich eveneens aanweerszijden van de sleuf 50 bevinden. De organen 52, 54 en de lasbekkens 60, 62 zijn in fig. 5 schematisch getoond. Delasbekkens 60, 62 kunnen eveneens met behulp van de middelen56, 58 naar elkaar toe worden bewogen.
De organen 52, 54 bestaan in dit geval uit tweehorizontale platen met door langsranden 63, 64 gevormde vrijeuiteinden, welke langsranden zich evenwijdig aan de sleuf 50uitstrekken. De inrichting is voorts voorzien van een op dekamer 34 te plaatsen deksel 65. Het deksel 65 is in het middenvoorzien van een aansluitstuk 66 waarop een vacuümorgaan 68kan worden aangesloten. De inrichting is voorts voorzien vaneen besturingseenheid 70, die signalen Cl en C2 genereert voorhet activeren van respectievelijk het vacuümorgaan 68 en depomp 46. Voorts genereert de besturingseenheid 70 signalen C3en C4 voor het respectievelijk naar elkaar toe bewegen van deorganen 52, 54 en het activeren van de lasbekkens 60, 62.
De inrichting volgens de uitvinding werkt als volgt.Het met korrelig materiaal gevulde pak 12 wordt tezamen met dehouder 1 in de zak 40 geplaatst die reeds eerder in de kamer34 is geplaatst of daarin is bevestigd. De afmetingen van dehouder 1 en de zak 40 zijn bij voorkeur zodanig dat de houdermet het pak gemakkelijk maar met weinig speling in de zak kanworden gestoken, waarbij de bodem van de houder op de bodemvan de zak komt te rusten. De bovenrand van de houder en dusook het vlakke gedeelte 22 van het boveneinde van het pak 12komen op gelijke hoogte te liggen als de bovenrand van dekamer 34 en de daarop liggende flens 44 van de zak. De kamer34 kan nu van boven worden gesloten met de horizontale plaat48. De onderzijde van de plaat 48 ligt hierbij tegen ofdichtbij het bovenvlak van het pak 12. De opstaande rand vanhet pak 12 steekt door de sleufvormige opening 50 in de plaat48. Vervolgens wordt het deksel 65 op de kamer 34 geplaatst.Deze situatie is in fig. 5 getoond. Aldus is een vacuümruimteverkregen die wordt gevormd door de binnenzijde van het deksel65 en de ruimte die gevormd is tussen de buitenzijde van hetpak 12 en de binnenzijde van de flexibele zak 40. De be¬sturingseenheid genereert nu een signaal C3 waarmee de organen52 en 54 naar elkaar toe worden bewogen. Deze organen zullen wanneer ze de opstaande rand 24 raken fungeren als druk¬middelen voor het op tenminste een deel van de spleet vormendeverpakkingsmateriaal uitoefenen van een kracht in een richtingwaarin de breedte van de spleet wordt verkleind. De spleet 26zal echter niet geheel worden dichtgedrukt tengevolge van delasnaad 18 en de gevouwen delen 30 die hiermee als eenafstandstuk fungeren waarmee de minimale spleetbreedte wordtbepaald. Indien bijvoorbeeld de dikte van het. verpakkings¬materiaal ongeveer 100 micrometer bedraagt, zal de spleet¬breedte in een nabij de gevouwen delen 30 gelegen gebiedongeveer 200 micrometer bedragen. Daarnaast zal de spleet¬breedte in een nabij de lasnaad 18 gelegen gebied ongeveer100 micrometer bedragen. Een dergelijke spleetbreedte heeft deeigenschap dat gassen vanuit het pak er gemakkelijk doorheenkunnen stromen, terwijl het korrelige materiaal het pak nietvia de spleet kan verlaten doordat de spleetbreedte kleiner isdan de kleinste doorsnede van een korrel van het korreligemateriaal. Aldus heeft de spleet 26 de eigenschap een filterte vormen voor het korrelige materiaal terwijl gassen zoalsbijvoorbeeld lucht worden doorgelaten. Vanuit een statistischoogpunt zou de spleetbreedt dusdanig kunnen worden ingestelddat deze kleiner is dan de gemiddelde kleinste diameter vaneen korrel.
Nadat de genoemde spleetbreedte is ingesteld genereertde besturingseenheid 70 een signaal Cl waarmee het vacuüm-orgaan 68 wordt geactiveerd. Min of meer gelijktijdig wordteen signaal C2 gegenereerd met als gevolg dat de pomp 46perslucht in de tussen de dubbele wanden van de zak 40gevormde ruimte 43 wordt gepompt. Nadat de besturingseenheid70 het vacuümorgaan 68 heeft geactiveerd, wordt de druk in devacuümruimte zeer snel verlaagd tot een niveau dat correspon¬deert met een gewenst vacuümniveau in het pak. Dit gaat zosnel dat de druk in het pak, althans tijdelijk hoger zal zijndan de druk in de vacuümruimte. Een en ander breng met zichmee dat het pak 12 de neiging zal hebben om op te zwellen.Doordat aan de zak 40 perslucht wordt toegevoerd, wordt de zakmet de buitenzijde tegen de wanden en bodem van de kamer 34 aangedrukt en tegelijkertijd tegen de plaatvormige elementen2, 4. Het gevolg is dat de inhoud van het pak wordt samen¬gedrukt door de als aandrukorganen fungerende plaatvormigeelementen 2, 4. Het opzwellen van het pak enerzijds en hetsamendrukken van het pak anderzijds heeft tot gevolg dat hetverpakkingsmateriaal wordt gestrekt en een volkomen vlakuiterlijk krijgt. Tegelijkertijd zullen in het pak aanwezigegassen met grote snelheid uit het pak stromen daar de druk inhet pak momentaan groter is dan de druk in de vacuümruimte.Ondanks dat de gasstroom die het pak via de spleet verlaatzeer sterk is, zullen de korrelvormige deeltjes niet uit hetpak worden gezogen omdat de spleet als filter fungeert zoalshiervoor is uiteengezet. Wel kan de gasstroom dermate sterkzijn dat het korrelige materiaal naar de spleet van het pakwordt toegezogen. Na zeer korte tijd zal de druk binnenin hetpak gelijk zijn aan de druk in de vacuümruimte. Dit betekentdat het pak is geëvacueerd. De besturingsinrichting 70 geeftdan een signaal C4 af waarmee de lasbekkens 60, 62 wordengeactiveerd en de opstaande rand 24 luchtdicht afsluiten.Hierna zal de besturingseenheid 70 signalen C3 en C4 genererendie tot gevolg hebben dat de organen 52, 54 respectievelijklasbekkens 60, 62 van elkaar af worden bewogen. Tevens wordenhet vacuümorgaan 68 en de pomp 46 uitgeschakeld. Het deksel 65en de plaat 48 kunnen nu worden verwijderd waarna het geredepak 12 uit de kamer 34 kan worden genomen. Het aldus verkregenpak is in fig. 6 afgebeeld.
De gasdruk in de vacuümruimte kan bijvoorbeeld binnen0,2 seconden worden verlaagd tot een drukniveau waarbij hetpak wordt geëvacueerd. Meer in het bijzonder wordt de gasdrukin de vacuümruimte binnen 0,1 seconden verlaagd tot het ge¬noemde niveau. In de praktijk zal het vacuümniveau van devacuümruimte corresponderen met een gasdruk die kleiner is dan100 mB. Indien echter hoge eisen aan het te verkrijgen vacuümin het vacuümpak worden gesteld, kan de gasdruk worden ver¬laagd tot een waarde die bijvoorbeeld kleiner is dan 50 mB.Nadat genoemde gasdruk in de vacuümruimte is ingesteld, zal degasdruk binnenin het vacuümpak zeer snel afnemen. Op fysische gronden zal een dergelijke afname volgens een e-macht ver¬lopen. Een en ander brengt met zich mee, dat het pak ongeveer0,7-2 seconden nadat de gasdruk in de vacuümruimte isverlaagd, kan worden afgesloten. Wanneer het pak wordt afge¬sloten zal de druk in het pak ongeveer gelijk zijn aan de drukin de vacuümruimte. Afhankelijk van het soort korreligemateriaal is het zelfs mogelijk dat de gasdruk in het pak naongeveer 1-1,5 seconden de waarde aanneemt die overeenkomt metde gasdruk in de vacuümruimte. Dit betekent, dat ongeveer1-1,5 seconden nadat de gasdruk in de vacuümruimte is gedaaldtot het genoemde niveau het pak luchtdicht kan worden afge¬sloten. In het algemeen zal de gasdruk in de vacuümkamerbijvoorbeeld worden verlaagd in een tijdspanne die minder daneen derde is van de tijdspanne waarin het pak wordtgeëvacueerd nadat de druk in de vacuümruimte is verlaagd tothet genoemde niveau.
Juist op de positie waar de organen 52 en 54 zichbevinden zal de sleuf zich gedragen als een filter. Ditbetekent, dat binnenin de sleuf op de posities die boven deorganen 52 en 54 zijn gelegen geen korrelvormig materiaalaanwezig kan zijn. Doordat de sleuf op laatstgenoemde positiederhalve geheel schoon is kan het pak juist hier met voordeelluchtdicht worden afgesloten. De lasbekkens 60, 62 bevindenzich daarom boven de organen 52, 54.
In fig. 7 is een alternatieve uitvoeringsvorm van eeninrichting volgens de uitvinding getoond, waarbij met fig. 5overeenkomende onderdelen van eenzelfde referentienummer zijnvoorzien. De inrichting volgens fig. 7 is voorzien van eenafstandstuk 72, waarvan een verticaal gericht vorkvormiguiteinde 74 in de spleet kan worden geschoven. Het afstandstuk72 kan met behulp van de middelen 56 in verticale richting open neer worden bewogen. Indien het pak 12 in de kamer 34 isgeplaatst, wordt het afstandstuk 72 naar beneden bewogen zodatvingers 76 van het vorkvormige uiteinde 74 in de spleet wordengebracht, indien het afstandstuk 72 zich in een uiterstelaagste positie bevindt, strekken de vingers 76 zich totbeneden de organen 52 en 54 uit. Indien vervolgens de organen 52 en 54 naar elkaar worden bewogen en de spleet in derichting van een gesloten positie drukt, zullen de vingers 76voorkomen dat de spleet geheel wordt gesloten. De vingers 76hebben hiermee een functie die vergelijkbaar is met dehiervoor besproken verdikkingen in verpakkingsmateriaal, welkeverdikkingen worden gevormd door de lasnaad 18 en de naarbinnen gevouwen delen 30. De dikte d van de vingers zal bijvoorkeur 70-150 μπι bedragen. Ook wanneer het .pak 12 derhalveis voorzien van een omhulsel dat geen lasnaad omvat waarbijbovendien de randgedeelten 21 dusdanig worden gevouwen dat eenspleet ontstaat zonder op elkaar gevouwen lagen verpakkings¬materiaal kan een als filter werkende spleet worden ge¬realiseerd.
Het zal duidelijk zijn, dat de uitvinding geenszins isbeperkt tot de hierboven beschreven uitvoeringsvormen. Zokunnen de plaatvormige elementen 2, 4 en de bodem 8 eenvoudigworden weggelaten. Ook in dat geval zal na evacuatie een zeerglad, d.w.z. niet gerimpeld pak ontstaan waarbij de opstaandewanden van het gerede pak enigszins bolvormig zullen zijn.Tevens is het mogelijk dat de gehele flexibele zak 40 wordtweggelaten. In dat geval is het relevant dat het pak 12redelijk passend in de kamer 34 wordt geplaatst. De eerdergenoemde vacuümruimte wordt nu gevormd door de ruimte in hetdeksel en de ruimte die zich uitstrekt tussen de buitenzijdevan het pak en de binnenzijde van de kamer. Indien de vacuüm¬ruimte op de hiervoor beschreven snelle wijze wordt geëvacu¬eerd, zal het pak wederom enigszins opbollen en met zijnzijwanden tegen de binnenwanden van de kamer 34 wordengedrukt. Hierna zal het pak worden geëvacueerd op de hiervoorbeschreven wijze, d.w.z. dat gassen met hoge snelheid via despleet vanuit het pak naar de vacuümruimte zullen stromen enverder worden afgevoerd. Wanneer de druk binnenin het pakongeveer gelijk is aan de druk in de vacuümruimte dan welwanneer de druk binnenin het pak tot een gewenst niveau isgedaald, kan het pak luchtdicht worden afgesloten met behulpvan de lasbekkens 60, 62. Dit laatste geldt evenzo voor deinrichting volgens fig. 5 of 7. Tevens is het mogelijk dat de vacuüroruimte zich niet zal uitstrekken tot de ruimte die zichtussen het pak en de kamer 34 bevindt. Dit kan zich bijvoor¬beeld voordoen wanneer de inrichting volgens fig. 5 of 7 isvoorzien van zich in de sleuf 50 bevindende afdichtendemiddelen. M.a.w. de vacuümruimte zal zich dan alleen binneninhet deksel 65 uitstrekken. Indien de vacuümruimte wordt ge¬ëvacueerd, zal het pak derhalve niet opbollen zoals hiervooromschreven. Na evacuatie van het pak kan dit op de hiervoorbeschreven wijze met behulp van de lasbekkens 60, 62 wordenafgesloten. Het gerede pak zal dan echter niet een geheel gladbuitenoppervlak omvatten. Tevens kan volgens bijvoorbeeld eenmethode die in de Nederlandse octrooiaanvrage 9001945 isomschreven worden gecontroleerd of een pak goed luchtdicht isafgesloten. Deze en andere voor de hand liggende variantenworden alle geacht binnen het kader van de uitvinding tevallen.

Claims (43)

1. Werkwijze voor het evacueren van een met korreligmateriaal gevuld vacuümpak vervaardigd uit een dunwandig enbuigzaam verpakkingsmateriaal waarbij een open einde van eengevuld pak dusdanig wordt gevouwen dat een smalle spleetontstaat die een open verbinding vormt tussen een binnenzijdeen een buitenzijde van het pak, tenminste een deêl van het pakin een vacuümruimte wordt geplaatst en onder vacuüm wordtgebracht voor het via de spleet afvoeren van gassen uit hetpak en waarbij het pak na het evacueren luchtdicht wordtafgesloten, met het kenmerk, dat op tenminste een deel van hetde spleet vormende verpakkingsmateriaal een kracht wordtuitgeoefend die de spleetbreedte verkleint zodat de spleet eenfilter voor het korrelige materiaal vormt waardoor hetkorrelige materiaal binnenin het pak wordt gehouden tijdenshet evacueren van het pak.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, datalthans een gedeelte van het de spleet vormende verpakkings¬materiaal tussen twee organen wordt geplaatst waarbij ten¬minste een orgaan in de richting van het andere orgaan wordtgedrukt.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk,dat een deel van het de spleet vormende verpakkingsmateriaaleen verdikking omvat dat een de spleetbreedte mede bepalendafstandstuk vormt.
4. Werkwijze volgens conclusie 3, met het kenmerk, datalthans een deel van de verdikking bestaat uit tenminste tweemet elkaar verbonden lagen verpakkingsmateriaal.
5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dateen pak wordt gebruikt dat is opgebouwd uit een huls met eenzijwand die is voorzien van een uit tenminste twee overlap¬pende delen verpakkingsmateriaal samengestelde lasnaad.
6. Werkwijze volgens conclusie 3,4 of 5 met het kenmerk,dat althans een deel van de verdikking bestaat uit tenminstetwee over elkaar gevouwen lagen verpakkingsmateriaal. 13
7. Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat dehuls rechthoekig van vorm is en dat vier randgedeelten van dezijwanden van de huls naar binnen worden gevouwen alvorens hetpak wordt geëvacueerd.
8. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, methet kenmerk, dat de gasdruk in de vacuümruimte wordt' verlaagden dat de verlaagde gasdruk in de vacuümruimte gedurende eenbepaalde periode wordt gehandhaafd zodat de gasdruk in het pakzal dalen tot dat het gewenste vacuümniveau in het pak isbereikt.
9. Werkwijze volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat degasdruk in de vacuümkamer wordt verlaagd tot een niveau datcorrespondeert met het gewenste vacuümniveau in het pak.
10. Werkwijze volgens conclusie 8 of 9, met het kenmerk,dat de gasdruk in de vacuümkamer zo snel wordt verlaagd dathet korrelige materiaal naar de spleet wordt toegezogen.
11. Werkwijze volgens conclusie 8, 9 of 10, met hetkenmerk, dat de gasdruk in de vacuümkamer wordt verlaagd ineen tijdspanne die minder dan een derde is van de tijdspannewaarin het pak wordt geëvacueerd.
12. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, methet kenmerk, dat de gasdruk in de vacuümruimte binnen 0,2seconden wordt verlaagd tot een drukniveau waarbij het pakwordt geëvacueerd.
13. Werkwijze volgens conclusie 12, met het kenmerk, datde gasdruk in de vacuümruimte binnen 0,1 seconden wordtverlaagd tot het genoemde niveau.
14. Werkwijze volgens conclusie 12 of 13, met het kenmerk,dat de gasdruk in de vacuümruimte wordt verlaagd tot eenwaarde die kleiner is dan 100 mB.
15. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, methet kenmerk, dat het pak ongeveer 0,7-2 seconden nadat hetpak onder vacuüm is gebracht luchtdicht wordt afgesloten.
16. Werkwijze volgens conclusie 13 en 15, met het kenmerk,dat het pak ongeveer 1- 1,5 seconden nadat de gasdruk in devacuümruimte is gedaald tot het genoemde niveau luchtdichtwordt afgesloten.
17. Werkwijze volgens conclusie 3, met het kenmerk, dathet plak luchtdicht wordt afgesloten op een positie die tussende positie waar de genoemde kracht wordt uitgeoefend en eenopen einde van de spleet is gelegen.
18. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, methet kenmerk, dat het gehele pak in de vacuümruimte wordtgebracht voor het evacueren van het pak, waarbij de inhoud vanhet pak, gedurende althans een gedeelte van de tijdspannewaarin het pak wordt geëvacueerd, wordt samengedrukt.
19. Werkwijze volgens conclusie 18, met het kenmerk, dathet pak voor het uitvoeren van het genoemde samendrukken ineen van elastisch materiaal vervaardigd en dubbelwandig uit¬gevoerd zakvormig lichaam wordt geplaatst, welk zakvormiglichaam door de toevoer van perslucht tussen de dubbele wandenwordt opgeblazen waardoor de binnenste wand van het zakvormigelichaam tegen het pak wordt gedrukt.
20. Werkwijze volgens een der conclusies 18 of 19, met hetkenmerk, dat het pak wordt samengedrukt door heen- en weerbeweegbare stijve plaatvormige elementen tegen de wanden vanhet pak te drukken.
21. Werkwijze volgens conclusies 19 en 20, met hetkenmerk, dat genoemde plaatvormige elementen tussen debinnenwand van het zakvormige lichaam en de buitenzijde vanhet pak zijn geplaatst.
22. Werkwijze volgens een der conclusies 18-21, met hetkenmerk, dat bij het samendrukken van het pak tevens de bodemen het bovenvlak van het pak naar elkaar toe worden gedrukt.
23. Werkwijze volgens een der voorgaande conclusies, methet kenmerk, dat een afstandstuk in de spleet wordt gebrachtalvorens op tenminste een deel van het de spleet vormendeverpakkingsmateriaal de kracht wordt uitgeoefend die debreedte van de spleet verkleint.
24. Inrichting voor het evacueren van een met korreligmateriaal gevuld vacuümpak vervaardigd uit een dunwandig enbuigzaam verpakkingsmateriaal waarbij een open einde van eengevuld pak dusdanig is gevouwen dat een smalle spleet ontstaatdie een open verbinding vormt tussen een binnenzijde en een buitenzijde van het pak, omvattende een vacuümruimte voor hetdaarin plaatsen van althans een deel van het pak dat een openeinde van de spleet omvat en een vacuömorgaan voor het ondervacuüm brengen van de vacuümruimte zodat gassen via de spleetuit het pak worden afgevoerd, met het kenmerk, dat de in¬richting verder is voorzien van drukmiddelen voor het optenminste een deel van het de spleet vormende verpakkings¬materiaal uitoefenen van een kracht in een ri.chting die debreedte van de spleet verkleint zodat de spleet een filtervoor het korrelige materiaal vormt waardoor het korreligemateriaal binnenin het pak wordt gehouden tijdens hetevacueren van het pak.
25. Inrichting volgens conclusie 24, met het kenmerk, datgenoemde middelen tenminste twee ten opzichte van elkaarbeweegbaar opgestelde organen omvatten waartussen, in gebruik,althans een gedeelte van het de spleet vormende verpakkings¬materiaal wordt geplaatst en waarbij tenminste een van beideorganen naar het andere orgaan kan worden toe gedrukt voor hetverkleinen van de breedte van de spleet.
26. Inrichting volgens conclusie 24 of 25, met hetkenmerk, dat de inrichting voorts is voorzien van afsluit-middelen voor het luchtdicht afsluiten van het gevulde pak opeen positie die, in gebruik, tussen de positie waar degenoemde kracht wordt uitgeoefend en een open einde van despleet is gelegen.
27. Inrichting volgens conclusie 25 of 26, met het ken¬merk, dat de drukmiddelen en afsluitmiddelen zich binnenin devacuümruimte bevinden.
28. Inrichting volgens een der conclusies 24-27, met hetkenmerk, dat de inrichting verder is voorzien van een be¬sturingseenheid die het vacuümorgaan dusdanig stuurt dat degasdruk in de vacuümruimte wordt verlaagd tot een niveau datcorrespondeert met een gewenst vacuümniveau in het pak en datde verlaagde gasdruk in de vacuümruimte gedurende een bepaaldeperiode wordt gehandhaafd, zodat de gasdruk in het pak zaldalen totdat het gewenste vacuümniveau in het pak is bereikt.
29. Inrichting volgens conclusie 28, met het kenmerk, datde besturingseenheid het vacuümorgaan dusdanig stuurt dat degasdruk in de vacuümkamer wordt verlaagd tot een niveau datcorrespondeert met het gewenste vacuümniveau in het pak.
30. Inrichting volgens conclusie 28 of 29, met hetkenmerk, dat de besturingseenheid het vacuümorgaan dusdanigstuurt dat de gasdruk in de vacuümkamer zo snel wordt verlaagddat het korrelige materiaal naar de spleet wordt toegezogen.
31. Inrichting volgens conclusie 28, 29 of 30, met hetkenmerk, dat de besturingseenheid het vacuümorgaan dusdanigstuurt dat de gasdruk in de vacuümkamer wordt verlaagd in eentijdspanne die minder dan een derde is van de tijdspannewaarin het pak wordt geëvacueerd.
32. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies28-31, met het kenmerk, dat de besturingseenheid hetvacuümorgaan dusdanig stuurt dat de gasdruk in de vacuümruimtebinnen 0,2 seconden wordt verlaagd tot een drukniveau waarbijhet pak wordt geëvacueerd.
33. Inrichting volgens conclusie 32, met het kenmerk, datde besturingseenheid het vacuümorgaan dusdanig stuurt dat degasdruk in de vacuümruimte binnen 0,1 seconden wordt verlaagdtot het drukniveau waarbij het pak wordt geëvacueerd.
34. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies28-33, met het kenmerk, dat de besturingseenheid hetvacuümorgaan dusdanig stuurt dat de gasdruk wordt verlaagd toteen waarde die kleiner is dan 100 mB.
35. Inrichting volgens conclusie 34, met het kenmerk, datde besturingseenheid het vacuümorgaan dusdanig stuurt dat degasdruk wordt verlaagd tot een waarde die kleiner is dan 50 mB.
36. Inrichting volgens conclusie 26 of 28, met hetkenmerk, dat de besturingseenheid de afsluitmiddelen dusdanigstuurt dat het pak ongeveer 0,8-2 seconden nadat de vacuüm¬ruimte onder vacuüm is gebracht luchtdicht wordt afgesloten.
37. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies24-36, met het kenmerk, de inrichting verder is voorzien vanaandrukorganen voor het uitoefenen van druk op althans de zijwanden van het pak waardoor het korrelige materiaal eencompact geheel vormt.
38. Inrichting volgens conclusie 37, met het kenmerk, datde inrichting verder is voorzien van een houder voor hetdaarin plaatsen van het pak waarbij de als aandrukorganenfungerende vlakke wanden van tenminste een paar tegenoverelkaar gelegen zijwanden van de houder naar elkaar toe kunnenworden gedrukt.
39. Inrichting volgens conclusie 37, met het kenmerk, datde inrichting verder is voorzien van een van elastischmateriaal vervaardigd en dubbelwandig uitgevoerd zakvormigeomhulling waarin het pak is geplaatst en persluchtorganenwaarmee tussen de dubbele wanden een gas kan worden geblazenwaardoor de binnenste wand van het zakvormige lichaam tegenhet pak drukt.
40. Inrichting volgens conclusie 38, met het kenmerk, datde inrichting verder is voorzien van een van elastischmateriaal vervaardigd en dubbelwandig uitgevoerd zakvormigeomhulling waarin de houder is geplaatst en van perslucht¬organen waarmee tussen de dubbele wanden een gas kan wordengeblazen waardoor de binnenste wand van het zakvormige lichaamvia de vlakke zijwanden tegen het pak drukt.
41. Inrichting volgens een der conclusie 38, met hetkenmerk, dat de houder zich in de vacuümruimte bevindt.
42. Inrichting volgens conclusies 28 en 37, met hetkenmerk, dat de besturingseenheid de aandrukorganen en hetvacuümorgaan dusdanig stuurt dat de aandrukorganen tenminsteworden bekrachtigd gedurende een deel van de tijdspanne waarinde vacuümorganen worden bekrachtigd.
43. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies24-42, met het kenmerk, dat de inrichting verder is voorzienvan een afstandstuk dat tijdens het evacueren van het pak inde spleet wordt gebracht via het in samenwerking met de druk¬middelen instellen van de spleetbreedte.
NL9402000A 1994-11-29 1994-11-29 Werkwijze voor het evacueren van een met korrelig materiaal gevuld vacuümpak en inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze. NL9402000A (nl)

Priority Applications (9)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9402000A NL9402000A (nl) 1994-11-29 1994-11-29 Werkwijze voor het evacueren van een met korrelig materiaal gevuld vacuümpak en inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze.
ES95203206T ES2138702T3 (es) 1994-11-29 1995-11-22 Procedimiento para realizar el vacio en un envase a vacio llenado con un material granular y dispositivo para su realizacion.
DK95203206T DK0714831T3 (da) 1994-11-29 1995-11-22 Fremgangsmåde til evakuering af en vakuumemballage fyldt med kornformet materiale samt apparatur til udøvelse af fremgangsm
EP95203206A EP0714831B1 (en) 1994-11-29 1995-11-22 Method for evacuating a vacuum package filled with granular material and apparatus for carrying out the method
DE69511826T DE69511826T2 (de) 1994-11-29 1995-11-22 Verfahren und Vorrichtung zum Evakuieren einer mit körnigem Material gefüllten Vakuumverpackung
AT95203206T ATE183973T1 (de) 1994-11-29 1995-11-22 Verfahren und vorrichtung zum evakuieren einer mit körnigem material gefüllten vakuumverpackung
CA002163836A CA2163836A1 (en) 1994-11-29 1995-11-27 Method for evacuating a vacuum package filled with granular material and apparatus for carrying out the method
US08/564,016 US5678387A (en) 1994-11-29 1995-11-29 Method for evacuating a vacuum package filled with granular material and apparatus for carrying out the method
GR990403092T GR3031999T3 (en) 1994-11-29 1999-11-30 Method for evacuating a vacuum package filled with granular material and apparatus for carrying out the method

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9402000A NL9402000A (nl) 1994-11-29 1994-11-29 Werkwijze voor het evacueren van een met korrelig materiaal gevuld vacuümpak en inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze.
NL9402000 1994-11-29

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL9402000A true NL9402000A (nl) 1996-07-01

Family

ID=19864950

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9402000A NL9402000A (nl) 1994-11-29 1994-11-29 Werkwijze voor het evacueren van een met korrelig materiaal gevuld vacuümpak en inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze.

Country Status (9)

Country Link
US (1) US5678387A (nl)
EP (1) EP0714831B1 (nl)
AT (1) ATE183973T1 (nl)
CA (1) CA2163836A1 (nl)
DE (1) DE69511826T2 (nl)
DK (1) DK0714831T3 (nl)
ES (1) ES2138702T3 (nl)
GR (1) GR3031999T3 (nl)
NL (1) NL9402000A (nl)

Families Citing this family (21)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NZ519588A (en) 1999-12-15 2003-07-25 Kellog Co A transportable container for bulk goods and method for forming the container
FR2817835B1 (fr) * 2000-12-07 2003-05-16 Christian Tschocke Procede de stockage d'une matiere pulverulente
US20040026292A1 (en) * 2000-12-15 2004-02-12 Ours David C. Transportable container for bulk goods and method for forming the container
DE10118389A1 (de) * 2001-04-12 2002-10-17 Rovema Gmbh Vorrichtung zum Verschweißen befüllter Beutel, welche ein Vakuum aufweisen
US6945015B2 (en) * 2003-12-10 2005-09-20 Kellogg Company Shrink wrap transportable container and method
US6892768B1 (en) 2003-12-10 2005-05-17 Kellogg Company Stretch wrap transportable container and method
WO2005097597A1 (en) * 2004-04-08 2005-10-20 Richard John Johnson A method of charging a container with an energetic material
US7789226B2 (en) * 2004-09-13 2010-09-07 Meadwestvaco Corporation Packaged banded envelopes
US7536840B2 (en) * 2005-02-18 2009-05-26 Kellogg Company Stackable bulk transport container
ITBO20050408A1 (it) * 2005-06-17 2006-12-18 Ivo Passini Apparecchiatura insaccatrice, particolarmente per prodotti granulari e/o polverulenti
US20070231516A1 (en) * 2006-04-04 2007-10-04 Versluys Robert T Laminate material for vacuum-packed packages
ES2670427T3 (es) 2008-06-05 2018-05-30 Kellogg Company Procedimientos de producir un recipiente transportable
MX2010013339A (es) 2008-06-11 2010-12-22 Kellog Co Metodo para el llenado y formacion de un contenedor transportable para articulos a granel.
ES2441447T3 (es) 2008-09-03 2014-02-04 Kellogg Company Método de formación de un contenedor transportable para mercancías a granel
ES2811053T3 (es) 2010-12-01 2021-03-10 Kellog Co Formador de bastidor deslizante
IT1403574B1 (it) * 2011-01-20 2013-10-31 Rossi " metodo e apparato per il confezionamento di pacchi sottovuoto "
CN203064250U (zh) * 2011-07-01 2013-07-17 光达家电用品公司 密封装置以及用于密封容器的系统
ITGE20120015A1 (it) * 2012-02-03 2013-08-04 Gianluigi Rossi " apparato per il vuoto per macchine impacchettatrici sottovuoto "
ITGE20120047A1 (it) * 2012-05-03 2013-11-04 Gianluigi Rossi Camera da vuoto per macchine impacchettatrici sottovuoto con recipiente monopezzo di alloggiamento dei pacchi.
DE102012017827B4 (de) * 2012-09-10 2021-07-15 Multivac Sepp Haggenmüller Se & Co. Kg Verfahren zum Betrieb einer Kammermaschine
CA3028781A1 (en) * 2018-01-08 2019-07-08 Gumpro Drilling Fluids Pvt. Ltd. Apparatus and method for vacuum packaging solid drilling fluid additives

Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE1943572A1 (de) * 1969-08-27 1971-03-11 Hesser Ag Maschf Verfahren und Vorrichtung zum Nachformen von evakuierten Beutelpackungen
NL7101123A (en) * 1971-01-28 1972-08-01 Vacuum packaging - in sealed thin film envelope with mouth supported by clamp allowing air escape
EP0475514A1 (en) * 1990-09-04 1992-03-18 Sara Lee/DE N.V. Method and apparatus for making a vacuum-package filled with granular material

Family Cites Families (11)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
SE7315471L (nl) * 1973-11-15 1975-05-16 Platmanufaktur Ab
SE7612834L (sv) * 1976-11-17 1978-05-18 Christensson O W Metod och anordning for forpackning av pulverformiga produkter
FR2512424A1 (fr) * 1981-09-10 1983-03-11 Collet Cafes Sachet d'emballage sous vide
DE3316065C2 (de) * 1983-05-03 1986-09-18 Rovema Verpackungsmaschinen GmbH, 6301 Fernwald Verfahren zum Füllen, Entlüften und Verschließen von Säcken
EP0160755B1 (en) * 1984-05-03 1988-07-27 Crescent Holding N.V. Vacuum package with smooth appearance
SU1511171A1 (ru) * 1986-11-24 1989-09-30 Ленинградская лесотехническая академия им.С.М.Кирова Устройство дл наполнени тары сыпучим материалом
US4949529A (en) * 1988-09-07 1990-08-21 Paramount Packaging Corporation Vacuum package with smooth surface and method of making same
US5070675A (en) * 1990-01-29 1991-12-10 Jen-Wei Lin Inflating and heat sealing apparatus for plastic packing bags
DE4013273A1 (de) * 1990-04-26 1991-10-31 Bosch Gmbh Robert Vorrichtung zum evakuieren und verschliessen von beutelpackungen
CH685010A5 (de) * 1992-05-15 1995-02-28 Inauen Masch Ag Verfahren zum Verpacken von Gut unter Vakuum und Vakuum-Verpackungsmaschine.
US5392589A (en) * 1993-09-03 1995-02-28 Jebco Packaging Systems, Inc. Method of constructing a container with unitary spout pull tab

Patent Citations (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE1943572A1 (de) * 1969-08-27 1971-03-11 Hesser Ag Maschf Verfahren und Vorrichtung zum Nachformen von evakuierten Beutelpackungen
NL7101123A (en) * 1971-01-28 1972-08-01 Vacuum packaging - in sealed thin film envelope with mouth supported by clamp allowing air escape
EP0475514A1 (en) * 1990-09-04 1992-03-18 Sara Lee/DE N.V. Method and apparatus for making a vacuum-package filled with granular material

Also Published As

Publication number Publication date
DK0714831T3 (da) 2000-03-20
DE69511826T2 (de) 2000-05-25
ES2138702T3 (es) 2000-01-16
CA2163836A1 (en) 1996-05-30
US5678387A (en) 1997-10-21
ATE183973T1 (de) 1999-09-15
GR3031999T3 (en) 2000-03-31
DE69511826D1 (de) 1999-10-07
EP0714831B1 (en) 1999-09-01
EP0714831A1 (en) 1996-06-05

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL9402000A (nl) Werkwijze voor het evacueren van een met korrelig materiaal gevuld vacuümpak en inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze.
JPH06507867A (ja) 空気逆止め弁を有する弾性圧搾びん
US4957753A (en) Vacuum packed ground coffee package
AU774465B2 (en) A collapsible bag for stacking and method thereof
JP2610371B2 (ja) 粒状体を満たした真空包装をするための方法と装置
US5351463A (en) Method and apparatus for making a filled and closed vacuum pak
NL9100430A (nl) Werkwijze en inrichting voor het bewerken van een met korrelig materiaal gevuld vacuuempak.
JP2835475B2 (ja) 真空包装袋整形装置
NL1001550C2 (nl) Vacuümpak met een bijzonder uiterlijk en werkwijze en inrichting voor het verkrijgen van een dergelijk vacuümpak.
JP7475605B2 (ja) 粉体充填装置
GB2196313A (en) Apparatus for filling and sealing open bags
EP0441189A1 (en) Vacuum packing method and apparatus for practicing the same
JPH03226430A (ja) 粒状物真空包装方法及び装置
JPH06122419A (ja) 真空包装袋の整形方法
JPH01182218A (ja) 包装粉粒状物の減圧整形装置
FR3104895A1 (fr) « Installation et procédé de récupération de liquides alimentaires de briques en faisant éclater la brique pour en extraire le contenu »
JPS63317430A (ja) 真空袋詰体の成形装置
NL9300754A (nl) Werkwijze en inrichting voor het vervaardigen van een met korrelig materiaal gevuld vacuümpak.
JP2570740Y2 (ja) 自動袋詰め機における袋の保持装置
NL8702264A (nl) Inrichting voor het samendrukken van materialen zoals blik.
JP2002211501A (ja) 縦型製袋充填機の脱気装置
JPH07187144A (ja) 包装袋の脱気封緘方法
JP2710708B2 (ja) 高層ビルのごみ容器輸送装置用ごみ容器
BE511225A (nl)
JPH05112389A (ja) 粉体用コンテナー

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed