[go: up one dir, main page]

NL9201268A - Werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen uit water. - Google Patents

Werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen uit water. Download PDF

Info

Publication number
NL9201268A
NL9201268A NL9201268A NL9201268A NL9201268A NL 9201268 A NL9201268 A NL 9201268A NL 9201268 A NL9201268 A NL 9201268A NL 9201268 A NL9201268 A NL 9201268A NL 9201268 A NL9201268 A NL 9201268A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
sulfate
water
anaerobic
concentration
bacteria
Prior art date
Application number
NL9201268A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Pacques Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Pacques Bv filed Critical Pacques Bv
Priority to NL9201268A priority Critical patent/NL9201268A/nl
Priority to US08/338,599 priority patent/US5518619A/en
Priority to CN93105847A priority patent/CN1092152C/zh
Priority to RU94046118A priority patent/RU2108982C1/ru
Publication of NL9201268A publication Critical patent/NL9201268A/nl
Priority to NO944462A priority patent/NO306816B1/no

Links

Classifications

    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C02TREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
    • C02FTREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
    • C02F3/00Biological treatment of water, waste water, or sewage
    • C02F3/28Anaerobic digestion processes
    • C02F3/2806Anaerobic processes using solid supports for microorganisms
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B01PHYSICAL OR CHEMICAL PROCESSES OR APPARATUS IN GENERAL
    • B01DSEPARATION
    • B01D53/00Separation of gases or vapours; Recovering vapours of volatile solvents from gases; Chemical or biological purification of waste gases, e.g. engine exhaust gases, smoke, fumes, flue gases, aerosols
    • B01D53/34Chemical or biological purification of waste gases
    • B01D53/74General processes for purification of waste gases; Apparatus or devices specially adapted therefor
    • B01D53/84Biological processes
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C02TREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
    • C02FTREATMENT OF WATER, WASTE WATER, SEWAGE, OR SLUDGE
    • C02F3/00Biological treatment of water, waste water, or sewage
    • C02F3/34Biological treatment of water, waste water, or sewage characterised by the microorganisms used
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02ATECHNOLOGIES FOR ADAPTATION TO CLIMATE CHANGE
    • Y02A50/00TECHNOLOGIES FOR ADAPTATION TO CLIMATE CHANGE in human health protection, e.g. against extreme weather
    • Y02A50/20Air quality improvement or preservation, e.g. vehicle emission control or emission reduction by using catalytic converters
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y02TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
    • Y02WCLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO WASTEWATER TREATMENT OR WASTE MANAGEMENT
    • Y02W10/00Technologies for wastewater treatment
    • Y02W10/10Biological treatment of water, waste water, or sewage

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Microbiology (AREA)
  • Environmental & Geological Engineering (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Biomedical Technology (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Water Supply & Treatment (AREA)
  • Hydrology & Water Resources (AREA)
  • Biodiversity & Conservation Biology (AREA)
  • Molecular Biology (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • Oil, Petroleum & Natural Gas (AREA)
  • General Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Analytical Chemistry (AREA)
  • Purification Treatments By Anaerobic Or Anaerobic And Aerobic Bacteria Or Animals (AREA)
  • Treating Waste Gases (AREA)

Description

Werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen uit water
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen uit water.
De aanwezigheid van zwavelverbindingen in water is meestal een onaanvaardbare factor. In het geval van sulfaat, sulfiet en thiosulfaat zijn de voornaamste bezwaren aantasting van het riool, eutrofiëring en verzilting. Daarnaast komen in water met veel zwavelverbindingen ook vaak zware metalen voor, welke bijzonder ongewenst zijn wegens hun toxische eigenschappen. Een type afvalwater waarin zwavelverbindingen, in het bijzonder sulfiet, een lastig te verwijderen bestanddeel is, is het waswater van rookgasreinigers. Rookgassen van elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsovens veroorzaken door de aanwezigheid van verzurend zwaveldioxide (S02) een grote belasting van het milieu. De schadelijke effecten van verzuring zijn algemeen bekend. Andere typen afvalwater met zwavelverbindingen zijn dat van bij voorbeeld de grafische industrie, mijnindustrie, papier-, rubber-, leer-, en viscose-industrie.
Voor de verwijdering van zwavelhoudende verbindingen zijn grofweg twee typen werkwijzen beschikbaar, namelijk fysisch/chemische werkwijzen en biologische werkwijzen.
Tot de fysisch/chemische zuiveringsmethoden behoren precipitaie, ionenuitwisseling en membraanfiltratie (elektrodialyse en omgekeerde osmose). Nadelen van dergelijke methoden zijn de hoge kosten en de grote afvalstroom die ontstaat. In geval van rookgasreiniging wordt meestal absorptie aan kalk of ammonia toegepast. Hierbij ontstaan grote hoeveelheden gips, resp. ammoniumsulfaat, die voor een deel zouden kunnen worden hergebruikt. In het bijzonder voor gips zijn echter steeds minder toepassingsmogelijkheden, omdat de kwaliteitseisen voor gips steeds strenger worden en de markt voor gips verzadigd raakt.
Bij een biologische zuivering worden sulfaat en sulfiet en andere zwavelverbindingen in een anaerobe stap gereduceerd tot sulfide dat op zijn beurt weer kan worden geoxideerd tot elementaire zwavel. Dergelijke werkwijzen zijn bekend, bijvoorbeeld uit de Internationale octrooiaanvrage WO 9I/I6269 en de Europese octrooiaanvrage *+51922.
Voordeel van een dergelijke methode is dat er slechts geringe afvalstromen overblijven, omdat de gevormde zwavel kan worden hergebruikt. Nadeel is echter dat, vooral wanneer het afvalwater weinig organische stof bevat, elektronendonoren moeten worden toegevoegd om voldoende reductie-equivalenten voor de sulfaat reducerende bacteriën (SRB) te verschaffen.
De belangrijkste elekronendonoren zijn methanol, ethanol, glucose en andere sacchariden, organische zuren, zoals azijnzuur, propionzuur, boterzuur en melkzuur, waterstof en koolmonoxide. Het verbruik van dergelijke elektronendonoren werkt sterk kostenverhogend op deze wijze van ontzwaveling van afvalstromen.
Organische verbindingen met twee of meer koolstofatomen blijken onder anaerobe omstandigheden uiteen te vallen in waterstof en acetaat. De waterstof kan worden benut als elektronendonor voor de reductie van sulfaat en sulfiet e.d., maar het acetaat wordt onder normale omstandigheden door methaan producerende bacteriën (MPB) voor ongeveer 50# omgezet in methaan. Methanol wordt onder normale anaerobe omstandigheden voor ongeveer 90# omgezet in methaan. Het optreden van methaanvorming heeft in dit geval als nadelen dat er meer elektronendonor moet worden toegevoegd (kostenverhoging) en dat er een met H2S vervuilde gasstroom ontstaat die moet worden gewassen en afgefakkeld.
In de niet-voorgepubliceerde Nederlandse octrooiaanvrage 9200927 is een aantal maatregelen beschreven die, afzonderlijk of in combinatie, tot gevolg hebben dat het verbruik aan elektronendonor tijdens de anaerobe behandeling van zwavelverbindingen in afvalwater dat weinig organische stof bevat belangrijk wordt verminderd, doordat weinig of geen methaan wordt geproduceerd.
De maatregelen van de werkwijze volgens de Nederlandse octrooiaanvrage 92ΟΟ927 zijn: a: men houdt de sulfaatconcentratie in de anaerobe effluent op ten minste 300 mg/1; b: men houdt de zoutconcentratie, uitgedrukt in equivalenten natriumionen, in het anaerobe medium op ten minste 7 g/1; c: men houdt een biofilmdikte van de anaerobe bacteriën van minder dan 0,5 mm in stand.
Voor de reductie van zwavelverbindingen tot sulfide is een elektronendonor nodig, zoals blijkt uit onderstaande reactievergelijkingen voor sulfaat en sulfiet.
S042' + 5 H20 + 8 e -. HS’ + 9 HO' S032' + 4 H20 + 6 e - HS“ + 7 H0‘ S2032· + 5 H20 + 8 e - 2 HS' + 8 HO'
Indien water moet worden gezuiverd dat weinig of geen organische stof bevat, moet een dergelijke elektronendonor worden toegevoegd. Afhankelijk van de toepassing komen hiervoor bijvoorbeeld in aanmerking: waterstof, koolmonoxide en organische verbindingen zoals vetzuren, alcoholen, suikers, zetmelen en organisch afval. Bij voorkeur gebruikt men methanol, ethanol, glucose of een carbonzuur (vetzuur). De elektronen-donerende functie is in de onderstaande reactievergelijkingen bij wijze van voorbeeld voor ethanol weergegeven.
C2H50H + 12 OH' - ^ C02 + 9 H20 + 12 e (c-SRB) C2H5OH + 4 OH' - - CH3C02- + 3 H20 + 4 e (i-SRB)
Zonodig worden ook voedingselementen (nutriënten) toegevoegd in de vorm van stikstof, fosfaat en sporenelementen.
Met deze werkwijze wordt het rendement van de elektronendonoren sterk verbeterd.
Bij maatregel a kan het gaan om de concentratie sulfaat. Aangezien sulfiet en thiosulfaat onder de reactieomstandigheden door disproportio-nering in sulfaat kunnen worden omgezet, is een equivalente concentratie sulfiet of thiosulfaat eveneens bruikbaar. De reactievergelijkingen voor disproportionering van sulfiet en thiosulfaat zijn de volgende: 4 S032- + H+ - 3 S042' + HS- S2032' + OH" - S042' + HS'
Uit deze vergelijkingen volgt een omrekeningsfactor van 0,75 * 96/80 = 0,90 voor sulfaat -♦ sulfiet en een omrekeningsf actor van 1 * 96/112 = 0,86 voor sulfaat -* thiosulfaat. Bij voorkeur houdt men de sulfaatconcentratie in de anaerobe effluent op ten minste 500 mg/1, en in het bijzonder op ten minste 900 mg. De bovengrens van de sulfaatconcentratie ligt in de eerste plaats bij de bovengrens voor de zoutconcentratie (zie b), die voor natriumsulfaat in de orde van 50 g/1 ligt. Verder dient in de anaerobe reactor bij voorkeur niet meer dan 3 g sulfaat per 1 te worden omgezet in sulfide omdat een hogere sulfideconcentratie giftig is voor de SRB. Indien in de anaerobe reactor geen beperkende omstandigheden heersen (zoals een beperking van elektronendonor of nutriënten), dient derhalve de sulfaatconcentratie van de influent van de reactor niet hoger dan 3 g/1 te zijn. In geval van thiosulfaat kunnen dezelfde concentraties als voor sulfaat worden gebruikt. Bij sulfiet houdt men de concentratie bij voorkeur op ten minste 300 mg, en in het bijzonder op ten minste 400 mg. De bovengrens wordt voor sulfiet bepaald door de giftigheidsgrens van sulfiet zelf. Bij voorkeur is de sulfietconcentratie niet hoger dan 2 g/1.
De minimale sulfaatconcentratie volgens de werkwijze van de Nederlandse octrooiaanvrage 9200927 is de concentratie in de effluent van de anaerobe reactor. Voor een gemengde reactor is dit ook de concentratie in de reactor zelf (het anaerobe medium). De sulfaatconcentratie kan op verschillende manieren worden geregeld. In kringloopsystemen waarbij een groot gedeelte van het gezuiverde water wordt teruggevoerd, zoals bij rookgasontzwaveling, kan de sulfaatconcentratie worden gestuurd door regeling van de reactoromstandigheden. Zo kan bij water met een hoge sulfaat-( of sulfiet-)belasting, bij voorbeeld > 7 g/1, waarbij een groot deel van het water wordt teruggevoerd en een klein deel wordt gespuid, de sulfaatconcentratie worden geregeld door aanpassing van de toegevoegde hoeveelheid elektronendonor of door beperking van de concentratie nutriënten, zoals fosfaat. In waterzuiveringssystemen waar water nauwelijks wordt teruggevoerd en de spui bijna net zo groot is als de toevoer, bij voorbeeld bij zuivering van water met lagere concentraties sulfaat, zoals 1“7 g/1, kan het sulfaat reducerende systeem in twee fasen worden opgezet, waarbij in de eerste fase de sulfaatconcentratie op de bovengenoemde waarde wordt gehouden en in de tweede fase verder kan worden verlaagd.
Bij maatregel b houdt men de zoutconcentratie bij voorkeur tussen 10 en 25 g Na/1 en in het bijzonder tussen 12 en 14 g Na/1. Bij zouten met andere kationen gelden overeenkomstige concentraties; bij voorbeeld voor kalium ten minste 12 g/1, bij voorkeur 17 en 43 g/1 en in het bijzonder tussen 21 en 24 g K/l. In plaats van de zoutconcentratie kan de geleidbaarheid als parameter worden gebruikt: deze bedraagt ten minste 32 mS/cm, bij voorkeur ten minste 45 mS/cm, en ten hoogste 114 mS/cm; in het bijzonder ligt de geleidbaarheid tussen 54 en 64 mS/cm.
Bij maatregel c houdt men de laagdikte in stand bij voorbeeld door toepassing van een sterke turbulentie in het medium, bij voorbeeld door gasinjectie. Ook kan de laagdikte worden geregeld door de keuze van het dragermateriaal. Het dragermateriaal heeft bij toepassing van een "fixed film" of filterbed bij voorkeur een specifiek oppervlak van 50 tot 250 m2/m3; bij toepassing van een gefluïdiseerd bed of een "air-lift loop" kan het specifieke oppervlak hoger zijn, tot ten hoogste 3000 m2/m3. De dikte van de biofilm is bij voorkeur minder dan 0,25 mm.
Verder blijkt de reactie gunstiger te verlopen als men de pH van het anaerobe medium boven 7.5 houdt, bij voorbeeld op ongeveer 8-8,5.
Bij voorkeur kan men de anaerobe behandeling ten minste een deel van de tijd bij een verhoogde temperatuur, in het bijzonder bij een temperatuur van 40-100°C, uitvoeren. Men kan de verhoogde temperatuur voortdurend of vrijwel voortdurend toepassen, bijvoorbeeld wanneer een goedkope energiebron voorhanden is, zoals in het geval van hete rookgassen en/of een warme wasvloeistof. Als verhoogde temperatuur komt dan in het bijzonder een temperatuur van 45-70°C in aanmerking, Men kan de anaerobe behandeling ook periodiek bij een verhoogde temperatuur uitvoeren. Voor de periodieke temperatuurverhoging komt in het bijzonder een temperatuur van 6Ο-8Ο°C in aanmerking. De verhoogde temperatuur kan van een uur of enkele uren tot enkele dagen, bijvoorbeeld 1 week, worden aangehouden.
Voor de anaerobe stap van de werkwijze volgens de genoemde Nederlandse octrooiaanvrage, de reductie van zwavelverbindingen tot sulfide komen vooral zwavel- en sulfaat-reducerende bacteriën (SRB) in aanmerking, zoals van de geslachten Desuifovibrio, Desuifotomaculum, Desuifomonas, ThermodesuIfobacterium, Desuifobulbus, Desulfobacter, Desuifococcus, Desulfonema, Desuifosarcina, Desulfobacterium en Desulforomas.
De SRB kunnen worden ingedeeld naar gelang van hun metabolisme. De volledig oxiderende sulfaat reducerende bacteriën (c-SRB) zijn in staat hun organische substraat tot C02 te oxideren, terwijl de onvolledig oxiderende sulfaat reducerende bacteriën (i-SRB) het organische substraat oxideren tot acetaat, dat niet verder kan worden geoxideerd. De i-SRB groeien aanzienlijk (ongeveer 5 maal} sneller dan de c-SRB. Verbindingen met één koolstofatoom kunnen door de i-SRB tot C02 worden geoxideerd. In het algemeen mag worden gesteld dat de SRB, die verbindingen met één koolstofatoom oxideren, het meest lijken op de i-SRB. Geschikte sulfaat reducerende bacteriën zijn in het algemeen uit diverse anaerobe culturen beschikbaar en/of groeien spontaan in de reactoren.
De optimale sulfaat- en sulfiet-concentraties zoals hierboven vermeld, verschillen enigszins voor deze twee typen SRB. Voor i-SRB ligt de sulfaatconcentratie bij voorkeur tussen 0,5 en 3 g/1, en in het bijzonder tussen 1 en 2 g/1, terwijl de sulfietooncentratie bij voorkeur tussen 0,5 en 2 g/1, en in het bijzonder tussen 0,9 en 1,5 g/1 ligt (Fig. 1); voor c-SRB ligt de sulfaatconcentratie bij voorkeur tussen 0,4 en 5 g/1, en in het bijzonder tussen 1 en 2 g/1, terwijl de sulfietconcentratie bij voorkeur tussen 0,3 en 1,5 g/1, en in het bijzonder tussen 0,4 en 1 g/1 ligt (Fig. 2). In de figuren 1 en 2 van de genoemde Nederlandse octrooiaanvrage is de sulfidevormende activiteit in mg per liter medium per dag van respectievelijk i-SRB en c-SRB weergegeven als functie van de sulfaat-(+) en sulfiet-(.)concentratie.
Diverse waterstromen kunnen met de werkwijze volgens de genoemde Nederlandse octrooiaanvrage worden gezuiverd, bijvoorbeeld grondwater, mijnafvalwater, industrieel afvalwater, bijvoorbeeld uit de grafische industrie, metaalindustrie, leer-, rubber-, viscose- en vezel-industrie, papierindustrie en polymeerindustrie, eetbare-oliën-industrie en mijnindustrie, en waswater van rookgasreinigingsinstallaties.
Bij rookgasreiniging kan het S02 met een grote scrubber uit de rookgassen worden verwijderd en vervolgens in opgeloste vorm in het waswater naar de anaerobe reactor worden geleid. Het opgeloste S02 bevindt zich hoofdzakelijk in de vorm van sulfiet en bisulfiet. In de anaerobe biologische reactor wordt dit sulfiet en bisulfiet omgezet in sulfide.
Het gevormde sulfide kan vervolgens in een afzonderlijke reactor worden geoxideerd tot elementaire zwavel. De elementaire zwavel is bruikbaar als grondstof voor diverse toepassingen.
Bij voorkeur wordt deze oxidatie uitgevoerd in een tweede biologische reactor, In de tweede biologische reactor wordt de zuurstofdosering zodanig geregeld dat het sulfide hoofdzakelijk tot zwavel wordt geoxideerd en niet of slechts in geringe mate tot sulfaat. De partiële oxidatie kan tot stand worden gebracht door bijvoorbeeld de hoeveelheid slib in de reactor klein te houden of door de verblijftijd kort te laten zijn. Het verdient echter de voorkeur een ondermaat zuurstof te gebruiken. De hoeveelheid zuurstof kan snel en eenvoudig aan de eisen van de te behandelen stroom worden aangepast.
De werkwijze volgens de genoemde Nederlandse octrooiaanvrage is toepasbaar op een grote verscheidenheid aan zwavelverbindingen: in de eerste plaats is de werkwijze bijzonder geschikt voor het verwijderen van anorganisch sulfaat en sulfiet. Verder komen in aanmerking andere anorganische zwavelverbindingen zoals thiosulfaat, tetrathionaat, dithioniet, elementaire zwavel e.d.. Ook organische zwavelverbindingen zoals alkaansulfonaten, dialkylsulfiden, dialkyldisulfiden, mercaptanen, sulfonen, sulf oxiden, koolstof disulfide en dergelijke kunnen volgens deze werkwijze uit water worden verwijderd.
Het produkt van de werkwijze volgens de Nederlandse octrooiaanvrage 92ΟΟ927 is, indien naoxidatie wordt toegepast, elementaire zwavel dat eenvoudig uit water kan worden afgescheiden, bijvoorbeeld door bezinking, filtratie, centrifugering, flotatie en kan worden hergebruikt.
Voor de naoxidatie van sulfide met sulfide-oxiderende bacteriën en een ondermaat zuurstof, kan gebruik worden gemaakt van de werkwijze volgens de Nederlandse octrooiaanvrage 88.01009. De daarbij toepasbare bacteriën komen uit de groep van de kleurloze zwavelbacteriën, zoals Thio-bacillus, Thiomicvospiva, Sulfolobus en Thevmothrix.
De werkwijze volgens de Nederlandse octrooiaanvrage 92ΟΟ927 kan in geval van rookgasreiniging bijvoorbeeld worden uitgevoerd in een installatie zoals schematisch weergegeven in de figuur. Volgens deze figuur wordt het met zwaveldioxide vervuilde rookgas via 1 in een scrubber 2 geleid. Het rookgas wordt daarin in tegenstroom behandeld met waswater dat via 3 wordt toegevoerd. Het gereinigde rookgas wordt via k afgevoerd of verder behandeld. Het sulfiet houdende waswater wordt via leiding 5 naar een anaerobe reactor 6 geleid. Aan de anaerobe reactor 6 wordt via 7 tevens een gereguleerde hoeveelheid elektronendonor toegevoerd. Het in de reactor gevormde gas wordt via 8 afgevoerd naar een gasbehandelings-inrichting (niet afgebeeld), De anaerobe effluent, waarvan de sulfietcon-centratie op een waarde tussen 300 mg en 2 g per 1 wordt gehouden, wordt via 9 naar een aerobe of gedeeltelijk aerobe reactor 11 gevoerd, waaraan via 11 tevens lucht wordt toegevoerd. Het overschot aan lucht wordt via 12 afgevoerd. De zwavel bevattende effluent wordt via 13 naar een bezink-tank 14 geleid, waar de zwavel wordt afgescheiden en via 15 wordt afgevoerd. De effluent van de zwavelbezinking wordt via 16 afgevoerd en kan weer als waswater worden gebruikt. Een gedeelte kan worden verwijderd via 17 en zonodig wordt bij 18 verversingswater, dat tevens buffer en voedingsstoffen kan bevatten, toegevoegd.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen uit water, waarbij men het water anaëroob behandelt met onvolledig oxiderende sulfaat reducerende bacteriën, sulfaat reducerende bacteriën die verbindingen met één koolstofatoom oxideren alsmede methaan producerende bacteriën onder toevoeging van een elektronendonor die bij verbruik door de bacteriën geen acetaat uitscheiden, waarbij men het verbruik van de elektronendonor beperkt doordat men in het anaerobe behandelingsmedium een remmiddel opneemt, dat giftiger is voor methaan producerende bacteriën dan voor de onvolledig oxiderende sulfaat reducerende bacteriën respectievelijk sulfaat reducerende bacteriën die verbindingen met één koolstofatoom oxideren.
Voor de diverse bacteriën worden dezelfde afkortingen als hierboven gebruikt.
In het algemeen scheiden de i-SRB bij substraten, die twee of meer koolstof atomen bevatten, acetaat uit, dat alleen door de C-SRB afgebroken kan worden. Derhalve kan de werkwijze volgens de uitvinding slechts met succes worden toegepast indien elektronendonoren worden toegevoegd, die bij metabolisering door de bacteriën geen acetaat uitscheiden. Bij voorkeur wordt als elektronendonor een verbinding zonder of met één koolstofatoom toegepast zoals waterstof, methaan, methanol, formaldehyd, mierezuur en koolmonoxide.
Als remstoffen, die bij de werkwijze volgens de uitvinding kunnen worden toegepast, blijken gehalogeneerde verbindingen met één koolstof- atoom geschikt te zijn, waarbij men bij voorkeur als remstof chloroform toepast.
Als gehalogeneerde verbindingen met één koolstofatoom kunnen overigens ook monochloormethaan, dichloormethaan en tetrachloormethaan worden toegepast. Tetrachloormethaan heeft de eigenschap dat het onder de anaerobe behandelingsomstandigheden van de onderhavige uitvinding wordt omgezet in chloroform en/of methaanverbindingen, die minder dan drie chlooratomen bevatten. Behalve gechloreerde verbindingen kunnen met succes ook gebromeerde en gejodeerde methaanverbindingen worden gebruikt.
De remstof kan bijvoorbeeld worden toegepast in een hoeveelheid van 0,01-20 mg, bij voorkeur 0,05_5 “g per liter van het behandelingsmedium. Voor chloroform geldt dat bij een concentratie van ongeveer 0,1 g/1 de activiteit van de remstof een optimale waarde bezit.
De werkwijze volgens de uitvinding wordt uitgevoerd volgens de algemene voorschriften, die hierboven in het kader van de Nederlandse octrooiaanvrage 9200927 zijn beschreven.
Zo kan de werkwijze volgens de uitvinding in geval van rookgasreiniging eveneens worden uitgevoerd in een installatie volgens de bijgaande figuur, die hierboven reeds is toegelicht. De remstof kan dan tezamen met de gereguleerde hoeveelheid elektronendonor aan de anaerobe reactor 6 worden toegevoegd.
De werkwijze volgens de uitvinding kan worden gecombineerd met een of meer van de maatregelen a, b en c, die hierboven in het kader van de Nederlandse octrooiaanvrage 92ΟΟ927 zijn besproken. De voor de niet-voorgepubliceerde werkwijze geldende voorkeuren gelden evenzeer voor de werkwijze van de onderhavige uitvinding, al dan niet in combinatie met een of meer van de maatregelen a, b en c.
De uitvinding betreft verder een werkwijze voor het reinigen van zwavelhoudend rookgas, waarbij men het rookgas wast met een wasvloeistof en de wasvloeistof regenereert onder toepassing van de hierboven beschreven werkwijze volgens de uitvinding in aanwezigheid van de remstof.
In de onderstaande tabel wordt de remming van een aantal gechloreerde verbindingen beschreven, die een remming van 50 resp. 80 % veroorzaken op de activiteit van de MPB, i-SRB en C-SRB. De aangegeven getalswaarden betreffen de concentratie van het desbetreffende remmiddel in rng/1.
TABEL
Figure NL9201268AD00101

Claims (21)

1. Werkwijze voor het verwijderen van zwavel verbindingen uit water, waarbij men het water anaëroob behandelt met onvolledig oxiderende sulfaat reducerende bacteriën, sulfaat reducerende bacteriën die verbindingen met één koolstofatoom oxideren alsmede methaan producerende bacteriën onder toevoeging van een elektronendonor die bij verbruik door de bacteriën geen acetaat uitscheiden, waarbij men het verbruik van de elektronendonor beperkt doordat men in het anaerobe behandelingsmedium een remmiddel opneemt, dat giftiger is voor methaan producerende bacteriën dan voor de onvolledig oxiderende sulfaat reducerende bacteriën respectievelijk sulfaat reducerende bacteriën die verbindingen met één koolstofatoom oxideren.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, waarbij men als elektronendonor een verbinding zonder of met één koolstofatoom toepast zoals waterstof, methaan, methanol, formaldehyd, mierezuur en koolmonoxide.
3· Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, waarbij men als remmiddel een gehalogeneerde verbinding met één koolstofatoom toepast.
4. Werkwijze volgens een der conclusies 1-3* waarbij men als remmiddel chloroform toepast.
5. Werkwijze volgens een der conclusies 1-4, waarbij men het remmiddel toepast in een hoeveelheid van 0,01-20 mg bij voorkeur 0,05“5 mg per liter van het behandelingsmedium.
6. Werkwijze volgens een der conclusies 1-5, waarbij men de toepassing van het remmiddel combineert met een of meer van de volgende maatregelen: a: men houdt de sulfaat- en/of sulfiet-concentratie in de anaerobe effluent op ten minste 300 mg/1; b: men houdt de zoutconcentratie in het anaerobe medium, uitgedrukt in natriumequivalenten, op ten minste 7 g/1; c: men houdt een laagdikte van de reducerende bacteriën van minder dan 0,5 mm in stand.
7. Werkwijze volgens een der conclusies 1-6, waarbij men de sulfaatconcentratie in de anaerobe effluent op ten minste 500 mg/1, bij voorkeur op ten minste 900 mg/1 en in het bijzonder tussen 1 en 3 g/1 houdt.
8. Werkwijze volgens een der conclusies 1-6, waarbij men de sulfietconcentratie in de anaerobe effluent op ten minste 300 mg/1, bij voorkeur op 0,4-2 g/1 houdt.
9. Werkwijze volgens een der conclusies 1-8, waarbij men de zout-concentratie, uitgedrukt in natriumequivalenten, op ten minste 10 g/1 houdt.
10. Werkwijze volgens een der conclusies 1-8, waarbij men de geleidbaarheid van het water op een waarde boven 32 mS/cm, bij voorkeur tussen 45 en 114 mS/cm houdt.
11. Werkwijze volgens een der conclusies 1-10, waarbij men de laag-dikte in stand houdt door toepassing van een sterke turbulentie in het medium.
12. Werkwijze volgens een der conclusies 1-11, waarbij men de pH van het anaerobe medium boven 7,5 houdt.
13. Werkwijze volgens een der conclusies 1-12, waarbij men de behandeling ten minste een gedeelte van de tijd uitvoert bij een temperatuur van 40-100°C.
14. Werkwijze volgens een der conclusies 1-13. waarbij men de anaerobe behandeling in twee fasen uitvoert, waarbij men in de eerste fase een hoge sulfaatconcentratie handhaaft en in de tweede fase de sulfaatcon-centratie verder verlaagt.
15. Werkwijze volgens een der conclusies 1-14, waarbij men een gedeelte van het anaëroob behandelde water recirculeert.
16. Werkwijze volgens een der conclusies 1-15. waarbij men sulfaat uit water verwijdert.
17. Werkwijze volgens een der conclusies 1-15. waarbij men sulfiet uit water verwijdert.
18. Werkwijze volgens een der conclusies 1-15. waarbij men thio-sulfaat uit water verwijdert.
19. Werkwijze volgens een der conclusies 1-18, waarbij men het gevormde sulfide in hoofdzaak tot elementaire zwavel oxideert en de gevormde zwavel verwijdert.
20. Werkwijze volgens conclusie 19» waarbij men het sulfide partieel oxideert met sulfide oxiderende bacteriën in aanwezigheid van een ondermaat zuurstof.
21. Werkwijze voor het reinigen van zwavelhoudend rookgas, waarbij men het rookgas wast met een wasvloeistof en de wasvloeistof regenereert, met het kenmerk dat men de wasvloeistof regenereert met de werkwijze volgens een der conclusies 1-20.
NL9201268A 1992-05-26 1992-07-14 Werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen uit water. NL9201268A (nl)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9201268A NL9201268A (nl) 1992-07-14 1992-07-14 Werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen uit water.
US08/338,599 US5518619A (en) 1992-05-26 1993-05-26 Process for removing sulphur compounds from water
CN93105847A CN1092152C (zh) 1992-05-26 1993-05-26 除去水中含硫化合物的方法
RU94046118A RU2108982C1 (ru) 1992-05-26 1993-05-26 Способ удаления соединений серы из воды (варианты) и способ обработки серусодержащего дымового газа
NO944462A NO306816B1 (no) 1992-05-26 1994-11-22 Fremgangsmåter til fjerning av svovelforbindelser fra vann, og til behandling av svovelholdig röykgass

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL9201268 1992-07-07
NL9201268A NL9201268A (nl) 1992-07-14 1992-07-14 Werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen uit water.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL9201268A true NL9201268A (nl) 1994-02-01

Family

ID=19861061

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL9201268A NL9201268A (nl) 1992-05-26 1992-07-14 Werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen uit water.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL9201268A (nl)

Similar Documents

Publication Publication Date Title
RU2109692C1 (ru) Способ очистки сульфидсодержащих сточных вод
FI101290B (fi) Menetelmä rikkiyhdisteitä sisältävän veden käsittelemiseksi
EP1257505B1 (en) Removal of sulfur compounds from wastewater
CA2107689C (en) Method for removing sulphur compounds from water
RU2108982C1 (ru) Способ удаления соединений серы из воды (варианты) и способ обработки серусодержащего дымового газа
HUP9903837A2 (hu) Kénredukáló baktérium és alkalmazása biológiai kénmentesítési eljárásokban
CA2713265A1 (en) Method and apparatus for biological treatment of spent caustic
NL9000876A (nl) Werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen uit water.
NL9200927A (nl) Werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen uit water.
NL9201268A (nl) Werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen uit water.
NL9000880A (nl) Werkwijze voor het verwijderen van zwavelverbindingen en ionen van zware metalen uit water.

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed