NL9001648A - Werkwijze voor het vervaardigen van een vloeistofdichte steenfundering. - Google Patents
Werkwijze voor het vervaardigen van een vloeistofdichte steenfundering. Download PDFInfo
- Publication number
- NL9001648A NL9001648A NL9001648A NL9001648A NL9001648A NL 9001648 A NL9001648 A NL 9001648A NL 9001648 A NL9001648 A NL 9001648A NL 9001648 A NL9001648 A NL 9001648A NL 9001648 A NL9001648 A NL 9001648A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- bentonite
- mixture
- mineral binder
- water
- granulate
- Prior art date
Links
Classifications
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C04—CEMENTS; CONCRETE; ARTIFICIAL STONE; CERAMICS; REFRACTORIES
- C04B—LIME, MAGNESIA; SLAG; CEMENTS; COMPOSITIONS THEREOF, e.g. MORTARS, CONCRETE OR LIKE BUILDING MATERIALS; ARTIFICIAL STONE; CERAMICS; REFRACTORIES; TREATMENT OF NATURAL STONE
- C04B14/00—Use of inorganic materials as fillers, e.g. pigments, for mortars, concrete or artificial stone; Treatment of inorganic materials specially adapted to enhance their filling properties in mortars, concrete or artificial stone
- C04B14/02—Granular materials, e.g. microballoons
- C04B14/04—Silica-rich materials; Silicates
- C04B14/10—Clay
- C04B14/104—Bentonite, e.g. montmorillonite
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C04—CEMENTS; CONCRETE; ARTIFICIAL STONE; CERAMICS; REFRACTORIES
- C04B—LIME, MAGNESIA; SLAG; CEMENTS; COMPOSITIONS THEREOF, e.g. MORTARS, CONCRETE OR LIKE BUILDING MATERIALS; ARTIFICIAL STONE; CERAMICS; REFRACTORIES; TREATMENT OF NATURAL STONE
- C04B28/00—Compositions of mortars, concrete or artificial stone, containing inorganic binders or the reaction product of an inorganic and an organic binder, e.g. polycarboxylate cements
- C04B28/02—Compositions of mortars, concrete or artificial stone, containing inorganic binders or the reaction product of an inorganic and an organic binder, e.g. polycarboxylate cements containing hydraulic cements other than calcium sulfates
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C04—CEMENTS; CONCRETE; ARTIFICIAL STONE; CERAMICS; REFRACTORIES
- C04B—LIME, MAGNESIA; SLAG; CEMENTS; COMPOSITIONS THEREOF, e.g. MORTARS, CONCRETE OR LIKE BUILDING MATERIALS; ARTIFICIAL STONE; CERAMICS; REFRACTORIES; TREATMENT OF NATURAL STONE
- C04B28/00—Compositions of mortars, concrete or artificial stone, containing inorganic binders or the reaction product of an inorganic and an organic binder, e.g. polycarboxylate cements
- C04B28/02—Compositions of mortars, concrete or artificial stone, containing inorganic binders or the reaction product of an inorganic and an organic binder, e.g. polycarboxylate cements containing hydraulic cements other than calcium sulfates
- C04B28/08—Slag cements
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E01—CONSTRUCTION OF ROADS, RAILWAYS, OR BRIDGES
- E01C—CONSTRUCTION OF, OR SURFACES FOR, ROADS, SPORTS GROUNDS, OR THE LIKE; MACHINES OR AUXILIARY TOOLS FOR CONSTRUCTION OR REPAIR
- E01C3/00—Foundations for pavings
- E01C3/06—Methods or arrangements for protecting foundations from destructive influences of moisture, frost or vibration
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C04—CEMENTS; CONCRETE; ARTIFICIAL STONE; CERAMICS; REFRACTORIES
- C04B—LIME, MAGNESIA; SLAG; CEMENTS; COMPOSITIONS THEREOF, e.g. MORTARS, CONCRETE OR LIKE BUILDING MATERIALS; ARTIFICIAL STONE; CERAMICS; REFRACTORIES; TREATMENT OF NATURAL STONE
- C04B2111/00—Mortars, concrete or artificial stone or mixtures to prepare them, characterised by specific function, property or use
- C04B2111/00241—Physical properties of the materials not provided for elsewhere in C04B2111/00
- C04B2111/00293—Materials impermeable to liquids
-
- C—CHEMISTRY; METALLURGY
- C04—CEMENTS; CONCRETE; ARTIFICIAL STONE; CERAMICS; REFRACTORIES
- C04B—LIME, MAGNESIA; SLAG; CEMENTS; COMPOSITIONS THEREOF, e.g. MORTARS, CONCRETE OR LIKE BUILDING MATERIALS; ARTIFICIAL STONE; CERAMICS; REFRACTORIES; TREATMENT OF NATURAL STONE
- C04B2111/00—Mortars, concrete or artificial stone or mixtures to prepare them, characterised by specific function, property or use
- C04B2111/00474—Uses not provided for elsewhere in C04B2111/00
- C04B2111/0075—Uses not provided for elsewhere in C04B2111/00 for road construction
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y02—TECHNOLOGIES OR APPLICATIONS FOR MITIGATION OR ADAPTATION AGAINST CLIMATE CHANGE
- Y02W—CLIMATE CHANGE MITIGATION TECHNOLOGIES RELATED TO WASTEWATER TREATMENT OR WASTE MANAGEMENT
- Y02W30/00—Technologies for solid waste management
- Y02W30/50—Reuse, recycling or recovery technologies
- Y02W30/91—Use of waste materials as fillers for mortars or concrete
Landscapes
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Ceramic Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Organic Chemistry (AREA)
- Materials Engineering (AREA)
- Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
- Inorganic Chemistry (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Architecture (AREA)
- Dispersion Chemistry (AREA)
- Curing Cements, Concrete, And Artificial Stone (AREA)
- Road Paving Structures (AREA)
Description
Werkwijze voor het vervaardigen van een vloeistofdichte steenfundering.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het vervaardigen van een vloeistofdichte steenfundering op basis van een granulair toeslagmateriaal en een mineraal bindmiddel.
Steenfunderingen worden in allerlei soorten en uitvoeringen sinds lang toegepast. Traditionele steenfunderingen zijn evenwel niet vloeistofdicht. De uitvinding stelt zich tot doel om een vloeistofdichte steenfundering te verschaffen, die tevens een grote constructieve sterkte bezit en die vooral geschikt is voor toepassing in de wegenbouw en met name om te verhinderen dat allerlei verontreinigingen door het wegoppervlak in de onderliggende of omliggende grond belanden en deze vervuilen.
Het is bekend om vloeistofondoorlatende kunststof-folies te gebruiken om het hierboven geschetste probleem van vervuiling door doorsijpeling tegen te gaan. Kunststof-folies bezitten echter slechts een beperkte mechanische sterkte en duurzaamheid en zijn relatief duur, zodat zij voor een groot aantal belangrijke toepassingen niet kunnen worden gebruikt.
Verder is het bekend om bijvoorbeeld een vuilnis-stort in te dammen door daaromheen sleuven te graven en deze sleuven te vullen met een slurry op basis van waterhoogovencement en bentoniet. Deze techniek is uitvoerig besproken in een publikatie van H. Meseck, "Mechanische Eigenschaften von mineralischen Dichtwandmassen", Mitteilung des Instituts für Grundbau und Bodenmechanik, Technische Universitat Braunschweig, Heft Nr. 25, Braunschweig, 1987. Aldus kan weliswaar een redelijk goede afdichting worden bereikt, maar de vervaardigde afdichtingswanden bezitten weinig constructieve sterkte of draagkracht, en zelfs wanneer de slurry met zand wordt vermengd is de verkregen sterkte ontoereikend voor talrijke toepassingen waarvoor tevens een grote druksterkte wordt vereist, bijvoorbeeld als funderingslaag in de wegenbouw.
Thans is gevonden, dat door toepassing van een granulaat, dat aan de hieronder weergegeven specificatie voldoet, in combinatie met een mineraal bindmiddel en bentoniet, een en ander op de wijze als verder zal worden aangegeven, een steenfundering kan worden verkregen die naast een grote sterkte tevens een goede vloeistofdichtheid bezit.
De uitvinding wordt derhalve hierdoor gekenmerkt, dat een vloeistofdichte steenfundering wordt vervaardigd door - een mengsel te vormen die als essentiële componenten een granulair toeslagmateriaal, een mineraal bindmiddel, bentoniet en water bevat, waarbij - het granulaire toeslagmateriaal een geheel of praktisch geheel anorganisch granulaat is waarvan de korrelgrootteverdeling aan de volgende specificatie voldoet: zeefmaat zeefrest (cumulatief) (volgens NEN 2560) (gew.%) C 31,5 mm <30 C 8 mm 10-65 C 2 mm 40-80, - het minerale bindmiddel en de bentoniet, tezamen genomen, worden toegepast in een hoeveelheid van 10-100 g per 1 kg droog granulaat, en - de gewichtsverhouding mineraal bindmiddel/bento-niet is gelegen in het gebied van 1/1-5/1, - het mengsel aan te brengen in een laag van de gewenste dikte, en - deze laag te verdichten.
Met een vloeistofdichte steenfundering wordt een steenfundering bedoeld die een waterdoorlatendheid heeft welke kleiner is dan 1.10-10 m/s. Daarmee is voldaan aan de thans gestelde hoge eisen om bodemverontreiniging tegen te gaan. Dat de vervaardigde steenfundering een grote sterkte bezit betekent dat de druksterkte een waarde heeft van ten minste 1,0 MPa na 7 dagen verharden. Daardoor is de funderingslaag reeds na betrekkelijk korte tijd bestand tegen belasting, wat van grote praktische waarde is. De uiteindelijke druksterkte is natuurlijk veel groter.
Het is verrassend dat deze zeer goede eigenschappen betreffende de vloeistofdichtheid en de sterkte kunnen worden bereikt met een granulaat dat bij voorkeur geheel of grotendeels bestaat uit puingranulaat, afkomstig van sloopwerkzaamheden, dat ook een aanzienlijke hoeveelheid poreus materiaal kan bevatten, bijvoorbeeld resten van bakstenen en van voegwerk.
Als granulair toeslagmateriaal kan volgens de uitvinding ieder geheel of praktisch geheel anorganisch materiaal worden gebruikt, waarvan de korrelgrootteverde-ling aan de eerder weergegeven specificatie voldoet.
In feite worden hiermee steenmaterialen of steenachtige materialen bedoeld, die van verschillende herkomst kunnen zijn en die ten hoogste ongeveer 1 gew.% verteerbare organische materialen, bijvoorbeeld hout, papier, e.d. mogen bevatten. Als voorbeelden van dergelijke materialen kunnen worden genoemd: betongranulaat, metselwerkgranulaat, menggranulaat (minimaal 50% beton en maximaal 50% metselwerk), asfaltgranulaat gemengd met zand, grind-zandmengsels, steenslag-zandmengsels, hoogovenslak, andersoortige slakken alsmede mengsels van deze granulaten onderling of met andere steen(achtige) materialen. Als zand kan zowel brekerzand als natuurlijk zand worden gebruikt en de steenslag kan bestaan uit gebroken grind, kalksteen, basalt enz. Bij voorkeur wordt gestreefd naar het bereiken van een redelijk continue gradering, gaande van stof tot de in een specifiek geval gewenste maximale grootte, waarbij de aanwezigheid van grote brokken die achterblijven op een zeef van C 63 mm en zeker van C 90 mm geheel of nagenoeg geheel wordt vermeden. Bij voorkeur wordt de korrelgrootteverdeling zo gekozen, dat deze aan de volgende specificatie voldoet: zeefmaat zeefrest (cumulatief) (volgens NEN 2560) (gew.%) C 31f5 mm < 5 C 8 mm 15-45 C 2 mm 45-70,
De aard of samenstelling van het te gebruiken granulaire toeslagmateriaal alsmede de korrelgrootteverde-ling hebben een effect op de eigenschappen (de sterkte en de waterondoorlatendheid) van de te vervaardigen steenfundering. Aan de hand van eenvoudige proeven kan een deskundige gemakkelijk nagaan welke materialen en welke korrelgrootteverdeling geschikt zijn voor het bereiken van de gewenste eigenschappen van de steenfundering.
Veelal wordt voor het vervaardigen van deze laatste uitgegaan van puingranulaat, afkomstig van sloopwerkzaamheden, dat voor een deel kan bestaan uit op zichzelf poreus materiaal. Het is verrassend dat met een dergelijk uitgangsmateriaal toch een hoge mate van waterondoorlatendheid en een grote sterkte kunnen worden bereikt.
Als bindmiddel wordt een hydraulisch bindmiddel van minerale oorsprong toegepast, dat bij gebruik waterbestendige verbindingen vormt. Als voorbeelden van dergelijke bindmiddelen kunnen vooral de verschillende cementsoorten worden genoemd, zoals portlandcement, portlandvliegascement en hoogovencement. Hoogovencement heeft de voorkeur, en dan vooral hoogovencement met een hoog slakgehalte, dat bijvoorbeeld rond 65 gew.% of hoger en liefst ten minste 70 gew.% bedraagt. Het minerale bindmiddel heeft de voor de onderhavige toepassing gebruikelijke fijnheid.
De derde essentiële component is bentoniet. Bento-niet is een plastische kleisoort, die voor ten minste 70% bestaat uit het kleimineraal montmorilloniet en een zeer fijne korrel bezit (2 urn of minder). Het is bekend dat bentoniet het vermogen heeft om grote hoeveelheden water op te nemen en daarbij sterk te zwellen. Met die eigenschap dient bij het apart toepassen van bentoniet rekening te worden gehouden, zoals verder zal worden besproken. Volgens de uitvinding bestaat een voorkeur voor de toepassing van geactiveerde calciumbentoniet en in minder mate voor natriumbentoniet. Er zijn verschillende geschikte cementstabiele soorten bentoniet in de handel verkrijgbaar, bijvoorbeeld onder de namen Cebo C.S. (Cebo Holland B.V.), Tixoton CV 15 (Südchemie AG), Aktiv-Bentonit-CT (Erbslöh & Co.), Slurry Ben 125 (Volclay International), en FTP 3 (Ceca).
Zoals gezegd kan ook een vooraf samengesteld droog mengsel van een mineraal bindmiddel en bentoniet worden toegepast. Bijzonder geschikt is een kant en klaar mengsel van een speciale hoogovencement met een hoog slakgehalte en een cementstabiele bentoniet. Een dergelijk mengsel is onder de merknaam Solidur (Dyckerhoff AG,
Mainz) in de handel verkrijgbaar en is bijzonder goed geschikt gebleken voor gebruik volgens de uitvinding.
Het minerale bindmiddel en de bentoniet worden, tezamen genomen, toegepast in een hoeveelheid van 10-100 en bij voorkeur van 20-60 g per 1 kg droog granulaat, waarbij de gewichtsverhouding mineraal bindmiddel/bentoniet is gelegen in het gebied van 1/1 - 5/1 en bij voorkeur in het gebied van 1,5/1 - 4/1. De optimale hoeveelheid en onderlinge verhouding van deze twee componenten kunnen aan de hand van eenvoudige proeven door de deskundige gemakkelijk worden bepaald, afhankelijk van de aard van de gebruikte ingrediënten, het granulaat inbegrepen, en van de gewenste vloeistofdichtheid en sterkte van de te vervaardigen steenfundering.
De verwerking is enigszins verschillend, naargelang wordt uitgegaan van een vooraf bereid droog mengsel van mineraal bindmiddel en bentoniet, waarbij het bindmiddel de werking van de bentoniet niet onderdrukt, dan wel van mineraal bindmiddel en bentoniet in de vorm van aparte componenten.
Indien wordt uitgegaan van een vooraf bereid droog mengsel, waarvan de gewichtsverhouding bindmiddel/ben- toniet binnen het eerder aangegeven gebied is gelegen, dan wordt dat mengsel onder krachtig roeren toegevoegd aan water, zodat een vloeibaar mengsel met een voor de praktijk aanvaardbare verwerkbaarheid wordt verkregen.
Dat roeren dient zeer intensief te gebeuren, bijvoorbeeld met behulp van een hoge-toerenmenger. Het aldus verkregen vloeibare mengsel kan dan direct worden gemengd met bij voorkeur voorbevochtigd granulaat, dat bijvoorbeeld 4-8 gew.% vocht bevat, waarbij zo nodig nog water wordt toegevoegd, indien het reeds aanwezige vocht onvoldoende was voor het bereiken van een optimale verdichting. Het mengsel met bijvoorbeeld een totaal vochtgehalte van 7-18 gew.%, berekend op de droge massa, is dan klaar om te worden gestort en verder te worden verwerkt ter verkrijging van een vloeistofdichte sterke funderingslaag.
Indien niet voorbehandelde, niet vooraf met bindmiddel gemengde bentoniet wordt gebruikt, wordt deze bijvoorbeeld in een gewichtsverhouding van 1/4-1/6 (bentoniet : water) toegevoegd aan water en krachtig daarmee gemengd, bijvoorbeeld met een hoge-toerenmenger. Vervolgens laat men het mengsel geruime tijd, bijvoorbeeld 18-24 uur rusten, teneinde een goede wateropname en zwelling van de bentoniet te verzekeren. Dit proces wordt ook rijpen genoemd. Daarna kunnen het minerale bindmiddel, dat vooraf met water kan zijn aangemaakt, en het vloeibare bentonietmengsel in een mengbak worden toegevoegd aan voorbevochtigd granulaat en grondig hiermee worden gemengd, waarbij zonodig extra water wordt toegevoegd om het voor verdichting optimale vochtgehalte te bereiken, dat ook in dit geval gewoonlijk is gelegen tussen 7 en 18 gew.%, berekend op het droge mengsel.
Het gebruiksklare mengsel, dat bijvoorbeeld volgens een van de hierboven beschreven technieken is verkregen, wordt dan gestort op een geschikte ondergrond, bijvoorbeeld een zandbed, en daar gelijkmatig uitgespreid en vervolgens verdicht, bijvoorbeeld met een wals, zodat de ver- dichtingsgraad van de verkregen laag ten minste 98% en bij voorkeur zelfs ten minste 100% bedraagt van de normale Proctordichtheid, die als referentie dient en wordt bepaald als verder beschreven. Die verdichtingsgraad is belangrijk, omdat zij een maat is voor de sterkte en in zekere mate ook voor de vloeistofdichtheid van de steenfundering.
Bij het transport en de verwerking van de brij moeten uitdrogen en inregenen worden vermeden.
Gewoonlijk wordt de onderhavige steenfundering vervaardigd in een dikte tussen 15 en 40 cm, maar dit is uiteraard afhankelijk van de specifieke toepassing.
Bij een tamelijk grote dikte kan de steenfundering ook in twee of meer keren worden gestort, waarbij bij voorkeur telkens een verdichtingsbewerking wordt uitgevoerd. De uiteindelijke steenfundering wordt binnen ongeveer 1 uur na de verdichting gelijkmatig besproeid met een beschermende laag, bijvoorbeeld met een bitumenemulsie type 0, waarna zand wordt opgestrooid. Bij neerslag dient deze behandeling te worden uitgesteld totdat de neerslag is opgehouden.
Op de onderhavige steenfundering kan dan een op zichzelf open afwerklaag of wegoppervlak worden aangebracht, bijvoorbeeld van asfalt, klinker of beton. Een permeabele bovenlaag kan aldus aan de onderkant alsnog worden gesloten door de toepassing van de onderhavige funderingslaag.
De onderhavige werkwijze is in het bijzonder bestemd voor toepassing in de wegenbouw in ruime zin, en dan vooral op plaatsen waar gevaar bestaat voor verontreiniging van de bodem door indringing van vervuilende stoffen; met name waar sprake is van open verhardingen. Daarbij dient speciaal te worden gedacht aan wegen en pleinen in stads- en dorpskommen, aan fabrieksterreinen waar gevaar bestaat voor verontreiniging door chemicaliën, aan werkplaatsen, opslagplaatsen, (tijdelijke) stortplaatsen, afvalstoffen-depots, bootloodsen, garages, benzinestations, vliegvelden, havengebieden enz. Zelfs onder normale gebruiks-omstandigheden zijn dat kwetsbare gebieden, maar indien daar een ongeluk of een calamiteit plaatsvindt, levert dat praktisch onherstelbare schade op voor de dieper liggende grondlagen en het grondwater. Er bestaat een groeiend bewustzijn dat dit absoluut ontoelaatbaar is.
De uitvinding verschaft nu een eenvoudige, praktische en efficiënte oplossing voor die problematiek, aangezien de onderhavige steenfundering mogelijke vervuiling in ieder geval begrenst, waarbij zo nodig, door combinatie met een geschikte drainage, of in het slechtste geval door vervanging van de boven- of afwerklaag op relatief eenvoudige wijze verder kan worden ingegrepen.
De uitvinding wordt hieronder nader toegelicht aan de hand van een aantal proefbeschrijvingen en meetresultaten.
Voorbeeld
Als granulair toeslagmateriaal is een menggranulaat gebruikt, waarvan de korrelverdeling en de samenstelling zijn weergegeven in de tabellen 1 en 2 hieronder. De korrelverdeling is bepaald volgens proef 6 van de Standaard RAW Bepalingen 1985 (Stichting Rationalisatie en Automatisering Grond-, Water- en Wegenbouw, Ede, Nederland), en wel door natte zeving. De samenstelling is bepaald aan de fractie op de zeef C8.
Tabel 1. Korrelverdeling menggranulaat.
Tabel 2. Samenstelling menggranulaat
Als mineraal bindmiddel + bentoniet is enerzijds Solidur gebruikt, en wel Solidur Na-B Nr. 274, een droog mengsel van hoogovencement en bentoniet van de firma Dyckerhoff AG, Wiesbaden, B.R.D. Er is bepaald bij welke mengverhouding water/Solidur de slurry net nog uit de onderzijde 20 mm) van een trechter loopt, opdat een voor de praktijk aanvaardbare verwerkbaarheid verkregen wordt. Dit bleek bij een mengsel bestaande uit 5 gew.dln. water en 3 gew.dln. Solidur op te treden. Solidur is ) gedurende 5 minuten intensief gemengd met water, waarbij Solidur bij het water is gevoegd. Na het bereiden van de brij is deze direct met het voorbevochtigde menggranulaat (7 gew.% vocht) gemengd, onder toevoeging van nog een kleine hoeveelheid water om het vochtgehalte te brengen > op de optimale waarde voor het verkrijgen van de maximale Proctordichtheid (vergelijk de laatste regel van elk der tabellen 3 en 4 bij de mengsels 1 en 2). Aldus zijn granulaat/Solidurmengsels met verschillende Solidurconcen-traties (3,0 en 4,5 gew.%, berekend op het droge granulaat) ) bereid, waaruit vervolgens proefstukken zijn vervaardigd zoals verder beschreven.
Anderzijds is gewerkt met hoogovencement A (volgens NEN 3550; slakgehalte ten minste 70 gew.%) van de firma CEMIJ, Nederland, en bentoniet dat in de handel verkrijg-i baar is onder de naam Cebo C.S. van de firma Cebo Holland B.V. Om het negatieve effect van de cement op het zwellen van de bentoniet te ondervangen is 24 uur voor het bereiden van het eigenlijke steenmengsel een bentonietslurry gemaakt bestaande uit 1 gew.dl. bentoniet op 5 gew.dln. water.
I De brij is gedurende 10 minuten gemengd in een hoge-toeren-mixer en vervolgens gedurende 24 uur gerijpt (zwellen van de bentoniet). Het eigenlijke steenmengsel is dan verkregen door het voorbevochtigde menggranulaat (7 gew.% vocht) in een dwangmenger te mengen met de cement en i vervolgens de bentonietbrij toe te voegen. De toegepaste hoeveelheid hoogovencement A + bentoniet, berekend op het droge granulaat, bedraagt 4,5 gew.% bij een gewichts verhouding hoogovencement A/bentoniet van 2/1. In dit geval is bij de bereiding van het gebruiksklare steenmengsel geen extra water toegevoegd, aangezien het vochtgehalte zelfs iets hoger is dan het optimale vochtgehalte voor het verkrijgen van de maximale Proctordichtheid (vergelijk de laatste regel van elk der tabellen 3 en 4 bij mengsel 3). Uit het gebruiksklare steenmengsel zijn dan proefstukken vervaardigd zoals hieronder beschreven.
Met de verschillende gebruiksklare steenmengsels, die hierboven zijn beschreven, is de Proctorproef uitgevoerd analoog aan proef 5 van de Standaard RAW Bepalingen (eerder genoemd), normale uitvoering met een verdichtingsenergie van 0,6 MNm/m3, met dien verstande dat de volledige gradering van het menggranulaat is gebruikt en de verdichting heeft plaatsgevonden in een CBR-mal (zie proef 12.1 van de genoemde Standaard RAW Bepalingen). De onderzochte mengselsamenstellingen zijn weergegeven in tabel 3.
Tabel 3. Mengselsamenstelling.
Tabel 4 geeft de maximale Proctordichtheid weer, nl. de maximaal verkrijgbare verdichting, alsmede het daarbij behorende optimale vochtgehalte.
Tabel 4. Resultaat Proctoronderzoek.
mengsel 1 mengsel 2 mengsel 3 maximale Proctordicht- heid binnen het onder- 1894 1816 1816 zochte vochttraject (kg/m3) optimale vochtgehalte 12,1 14,6 13,3 (gew.%)
De drie mengselsamenstellingen die hierboven zijn beschreven zijn onderzocht op druksterkte en dynamische elasticiteitsmodulus. De druksterkte is van belang voor de toelaatbare belasting en de duurzaamheid, terwijl de elasticiteitsmodulus (stijfheid) een maat is voor het draagvermogen (naarmate de elasticiteitsmodulus hoger is, is de fundering minder vervormbaar). Op de eerder omschreven wijze zijn van ieder mengsel volgens de normale Proctormethode proefstukken vervaardigd. De proefstukken zijn verhard bij 20°C en 99% R.V. Na 7, 28 en 91 dagen verharden zijn de bepalingen uitgevoerd. De dynamische elasticiteitsmodulus is bepaald aan de hand van ultrasoon-metingen. De resultaten zijn samengevat in tabel 5.
Tabel 5. Druksterkte en dynamische elasticiteitsmodulus (gemiddelde waarden).
Door de "droge dichtheid" in tabel 5 te betrekken op de in tabel 4 weergegeven maximale Proctordichtheid kan de procentuele verdichting of de verdichtingsgraad worden berekend. Deze blijkt steeds meer dan 99% te bedragen.
De waterdoorlatendheid is bepaald aan cilindervormige proefstukken met een φ van 25 cm en een hoogte van 16 cm en waarvan de droge dichtheid is ingesteld op een verdichtingsgraad van 100% ten opzichte van de normale Proctordichtheid. De menging van de componenten heeft plaatsgevonden zoals eerder beschreven. De proefstukken zijn 28 dagen verhard in de mal bij 20°C en 99% R.V.
De waterdoorlatendheidsbepaling is uitgevoerd volgens de "constant-head" methode, die is getoond in de figuur van de bijgevoegde tekening.
Verzadiging heeft plaatsgevonden door van onderaf bij een verhang i = 30 (verhang = drukhoogteverschil Δ h/monsterhoogte h water door het monster te persen, voor zover dit mogelijk bleek. Na verzadiging gedurende maximaal 7 dagen, is gedurende een zekere tijdsduur gemeten hoeveel water het monster in een bepaalde tijd doorstroomt.
De waterdoorlatendheidscoëfficiënt k wordt berekend met de formule:
waarin k = waterdoorlatendheidscoëfficiënt van het monster in m/s; Q = de hoeveelheid water die in de tijdsduur t door het monster sijpelt in m3; A = de doorsnede van het monster in m2 (meetoppervlak bij φ van 20 cm); i = het verhang; dit is de verhouding van het drukverschil tussen de boven- en onderkant van het monster en de monsterhoogte (i = Ah/hmons-t-er); t = de tijdsduur waarin de doorgesijpelde hoeveelheid water Q is opgevangen in seconden.
De gemeten waterdoorlatendheidscoëfficiënt is weergegeven in tabel 6.
Tabel 6. Waterdoorlatendheidscoëfficiënt.
mengsel gemeten k-waarde gerealiseerde (m/s) verdichtingsgraad (%) 1 <<* 100 2 6.10"11 100 3 2.10-11 100 * niet meetbaar
Claims (13)
1. Werkwijze voor het vervaardigen van een steenfundering op basis van een granulair toeslagmateriaal en een mineraal bindmiddel, met het kenmerk, dat een vloeistofdichte steenfundering wordt vervaardigd door - een mengsel te vormen die als essentiële componenten een granulair toeslagmateriaal, een mineraal bindmiddel, bentoniet en water bevat, waarbij - het granulaire toeslagmateriaal een geheel of praktisch geheel anorganisch granulaat is waarvan de korrelgrootteverdeling aan de volgende specificatie voldoet: zeefmaat zeefrest (cumulatief) (volgens NEN 2560) (gew.%) C 31,5 mm <30 C 8 mm 10-65 C 2 mm 40-80, - het minerale bindmiddel en de bentoniet, tezamen genomen, worden toegepast in een hoeveelheid van 10-100 g per 1 kg droog granulaat, en - de gewichtsverhouding mineraal bindmiddel/bento-niet is gelegen in het gebied van 1/1-5/1, - het mengsel aan te brengen in een laag van de gewenste dikte, en - deze laag te verdichten.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de korrelgrootteverdeling van het granulaire toeslagmateriaal aan de volgende specificatie voldoet: zeef zeefrest (volgens NEN 2560) (gew.%) C 31,5 mm <5 C 8 mm 15-45 C 2 mm 45-70
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het granulaire toeslagmateriaal in hoofdzaak bestaat uit puingranulaat.
4. Werkwijze volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat het puingranulaat een op zichzelf ten minst ten dele poreus materiaal is.
5. Werkwijze volgens conclusies 1-4, met het kenmerk, dat het minerale bindmiddel en de bentoniet, tezamen genomen, worden toegepast in een hoeveelheid van 20-60 g per 1 kg droog granulaat.
6. Werkwijze volgens conclusies 1-5, met het kenmerk, dat de gewichtsverhouding mineraal bindmiddel/bentoniet is gelegen in het gebied van 1,5/1-4/1.
7. Werkwijze volgens conclusies 1-6, met het kenmerk, dat een vooraf bereid droog mengsel van hoogovencement en bentoniet wordt toegevoegd aan water en krachtig wordt geroerd, waarna de verkregen suspensie met het voorbevochtigde granulaire toeslagmateriaal wordt gemengd, eventueel onder toevoeging van een aanvullende hoeveelheid water, ter verkrijging van het gebruiksklare mengsel.
8. Werkwijze volgens conclusies 1-6, met het kenmerk, dat de bentoniet wordt toegevoegd aan water en krachtig daarmee wordt gemengd, waarna men het mengsel laat rusten ten einde de bentoniet te laten zwellen, en het aldus gerijpte mengsel wordt samengebracht met het granulaire toeslagmateriaal en het minerale bindmiddel, eventueel onder toevoeging van een aanvullende hoeveelheid water, en een mengbewerking wordt uitgevoerd ter verkrijging van het gebruiksklare mengsel.
9. Werkwijze volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat als mineraal bindmiddel hoogovencement met een slakge-halte van ten minste 70 gew.% wordt toegepast.
10. Werkwijze volgens conclusies 1-9, met het kenmerk, dat de uit het mengsel gevormde laag wordt verdicht tot het bereiken van een verdichtingsgraad van ten minste 98% ten opzichte van de normale Proctordichtheid als hierin beschreven.
11. Werkwijze volgens conclusies 1-10, met het kenmerk. dat de waterdoorlatendheidscoëfficiënt (k) van de vervaardigde steenfundering kleiner is dan 1.10”10 m/s.
12. Werkwijze volgens conclusies 1-11, met het kenmerk, dat de druksterkte van de vervaardigde steenfundering na 7 dagen verharden ten minste 1,0 MPa bedraagt.
13. Werkwijze volgens conclusies 1-12, met het kenmerk, dat de werkwijze wordt toegepast voor het vervaardigen van een vloeistofdichte funderingslaag in de bouw, de wegenbouw, of op vliegvelden.
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL9001648A NL9001648A (nl) | 1990-07-19 | 1990-07-19 | Werkwijze voor het vervaardigen van een vloeistofdichte steenfundering. |
| EP19910201899 EP0467483A1 (en) | 1990-07-19 | 1991-07-18 | Method of making a fluid tight stone foundation |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL9001648A NL9001648A (nl) | 1990-07-19 | 1990-07-19 | Werkwijze voor het vervaardigen van een vloeistofdichte steenfundering. |
| NL9001648 | 1990-07-19 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL9001648A true NL9001648A (nl) | 1992-02-17 |
Family
ID=19857440
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL9001648A NL9001648A (nl) | 1990-07-19 | 1990-07-19 | Werkwijze voor het vervaardigen van een vloeistofdichte steenfundering. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP0467483A1 (nl) |
| NL (1) | NL9001648A (nl) |
Families Citing this family (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE4217183A1 (de) * | 1992-05-23 | 1993-11-25 | Rolf Pflieger Fa | Dichtungselement für Bauwerke |
| CZ302530B6 (cs) † | 1998-05-22 | 2011-07-07 | Iko Minerals Gmbh | Zpusob sušení smektických jílu |
| EP1020415B1 (de) * | 1998-09-25 | 2003-06-04 | FITR Gesellschaft für Innovation im Tief- und Rohrleitungsbau Weimar m.b.H. | Verfahren zum Verfestigen schadstoffhaltiger, kontaminierter staubförmiger bis grobkörniger Anfallstoffe |
| DK176359B1 (da) | 2004-11-25 | 2007-09-24 | Cemex Trademarks Worldwide Ltd | Beton- og mörteladditiv, fremgangsmåde til fremstilling af dette og dets anvendelse, samt beton eller mörtel indeholdende dette |
| EP3071753A4 (en) * | 2013-10-02 | 2018-01-10 | Wakecroft Trust | A mixture for a road formation and methods for blending and compaction thereof |
| US20240166562A1 (en) * | 2021-03-26 | 2024-05-23 | Summa-Magna 1 Corporation | Cementitious composition |
| EP4464679A1 (en) * | 2023-05-16 | 2024-11-20 | Krattiger SA, Holding | Concrete formulation and process for its production |
| IT202300009849A1 (it) * | 2023-05-16 | 2024-11-16 | Krattiger Sa Holding | Formulazione di calcestruzzo e procedimento per la sua produzione |
Family Cites Families (7)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1710921A (en) * | 1925-03-25 | 1929-04-30 | Silica Products Co | Lightweight concrete and process of making the same |
| FR944237A (fr) * | 1947-03-13 | 1949-03-30 | Carbonisation Charbons Actifs | Perfectionnement dans la préparation de mortiers, bétons, dalles et panneaux pré-fabriqués |
| AT329617B (de) * | 1973-08-17 | 1976-05-25 | Waibel Peter Dipl Ing Dr | Verfahren zur herstellung von tragschichten im strassenbau |
| US4095988A (en) * | 1974-07-19 | 1978-06-20 | Vyskumny Ustav Inzenierskych Stavieb | Self hardening suspension for foundation engineering purposes |
| DE3128337A1 (de) * | 1981-07-17 | 1983-01-27 | Heilit + Woerner Bau-Ag | Dichtungsmasse auf tonbasis zur herstellung von dichtungsschichten im bauwesen |
| US4568390A (en) * | 1984-06-25 | 1986-02-04 | Gelbman Lawrence F | Concrete block additive and improved concrete blocks produced therewith |
| DE3800776A1 (de) * | 1988-01-13 | 1989-07-27 | Dyckerhoff Ag | Bindemittelmischung fuer dichtwandmassen od. dgl. |
-
1990
- 1990-07-19 NL NL9001648A patent/NL9001648A/nl not_active Application Discontinuation
-
1991
- 1991-07-18 EP EP19910201899 patent/EP0467483A1/en not_active Withdrawn
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP0467483A1 (en) | 1992-01-22 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| Yap et al. | Characterization of pervious concrete with blended natural aggregate and recycled concrete aggregates | |
| US6084011A (en) | Freeze/thaw resistant cementitious adhesive for composite materials and method for production thereof | |
| EP1358299B2 (de) | Verfahren zur herstellung von böden oder trennschichten | |
| JP2011038104A (ja) | 土の工学的性質を改良するための化学薬品 | |
| Onyelowe Ken et al. | A comparative review of soil modification methods | |
| Rizvi et al. | Evaluating the use of recycled concrete aggregate in pervious concrete pavement | |
| KR100931008B1 (ko) | 친환경 무기질바인더를 이용한 투수성 포장재 및 이를 이용한 시공방법 | |
| WO2025140510A1 (zh) | 土壤固化剂与层状路面结构及其修筑方法 | |
| NL9001648A (nl) | Werkwijze voor het vervaardigen van een vloeistofdichte steenfundering. | |
| Prasad et al. | Effect of curing on soil stabilized with eggshell | |
| Doukani et al. | Grain Size Correction of Pavement Unbound Granular Material Using Recycled Glass Aggregate | |
| Rossow | Fly ash facts for highway engineers | |
| KR100828426B1 (ko) | 흙을 이용한 지반조성방법 | |
| WO2007026977A1 (en) | Soil rock layer's composition, constructing method thereof and road construction method thereby | |
| AU2013273765A1 (en) | A Stabilising Composition | |
| JP3799024B2 (ja) | 改良土及びその製造方法 | |
| KR100632356B1 (ko) | 토사 및 폐콘크리트의 안정강화제 조성물 | |
| Parto et al. | Laboratory investigation on the effect of polypropylene fibers on the California bearing ratio of stabilized wind-blown sand | |
| Firoozi et al. | Assessment of lime stabilization of black cotton soil for roads construction projects | |
| Mashuri et al. | Research Of Porous Concrete With Master Ease 5010 Mixed And Additional Rude Aggregate From Kedak Region | |
| Love | Construction Manual: Concrete & Formwork | |
| KR100632357B1 (ko) | 토사 및 폐콘크리트의 안정화 방법 및 이 방법에 의해안정화된 토사 또는 폐콘크리트 고화체 | |
| Kumar et al. | Manufactured Rammed Earth with Stone Dust Debris and Construction Debris as Sustainable Admixture | |
| Hidayata et al. | Alternative of stone ash as a sand replacement in fc’40 mpa quality concrete mixture on pressure stress | |
| Mohammed et al. | EVALUATION OF THE COMPRESSIVE STRENGTH AND WATER RESISTING CAPACITIES OF LIME STABILIZED SOIL BLOCKS FOR BUILDING CLIMATE RESILIENT STRUCTURES |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed |