[go: up one dir, main page]

NL8801867A - Inrichting voor het over of in de grond verspreiden van materiaal. - Google Patents

Inrichting voor het over of in de grond verspreiden van materiaal. Download PDF

Info

Publication number
NL8801867A
NL8801867A NL8801867A NL8801867A NL8801867A NL 8801867 A NL8801867 A NL 8801867A NL 8801867 A NL8801867 A NL 8801867A NL 8801867 A NL8801867 A NL 8801867A NL 8801867 A NL8801867 A NL 8801867A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
computer
reservoir
dosing mechanism
during operation
spread
Prior art date
Application number
NL8801867A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Lely Nv C Van Der
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority claimed from NLAANVRAGE7705057,A external-priority patent/NL187607C/nl
Application filed by Lely Nv C Van Der filed Critical Lely Nv C Van Der
Priority to NL8801867A priority Critical patent/NL8801867A/nl
Publication of NL8801867A publication Critical patent/NL8801867A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01CPLANTING; SOWING; FERTILISING
    • A01C7/00Sowing
    • A01C7/08Broadcast seeders; Seeders depositing seeds in rows
    • A01C7/10Devices for adjusting the seed-box ; Regulation of machines for depositing quantities at intervals
    • A01C7/102Regulating or controlling the seed rate
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01CPLANTING; SOWING; FERTILISING
    • A01C17/00Fertilisers or seeders with centrifugal wheels
    • A01C17/006Regulating or dosing devices
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01CPLANTING; SOWING; FERTILISING
    • A01C23/00Distributing devices specially adapted for liquid manure or other fertilising liquid, including ammonia, e.g. transport tanks or sprinkling wagons
    • A01C23/007Metering or regulating systems

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Soil Sciences (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Water Supply & Treatment (AREA)
  • Fertilizing (AREA)

Description

4
2340A/Ned/AV
C. van der Lely N.V., Maasland
INRICHTING VOOR HET OVER OF IN DE GROND VERSPREIDEN VAN MATERIAAL
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het over of in de grond verspreiden van materiaal, bijvoorbeeld kunstmest of zaad, waarbij de inrichting is voorzien van een reservoir voor het te verspreiden materiaal 5 en een verspreidorgaan waaraan het materiaal via een doseer-mechanisme vanuit het reservoir tijdens bedrijf kan worden toegevoerd.
Een doel van de uitvinding is bij dergelijke inrichtingen die algemeen bekend zijn de toevoer van het 10 materiaal aan het verspreidorgaan tijdens bedrijf zodanig te kunnen regelen dat de verspreiding van het materiaal op gunstige wijze kan worden beïnvloed voor het verkrijgen van een gelijkmatige verdeling van het materiaal over of in de grond.
15 Volgens de uitvinding kan dit bereikt worden wan neer het doseermechanisme met een computer is gekoppeld zodanig dat het doseermechanisme via de computer instelbaar is.
Aldus wordt een gemakkelijker bediening van de inrichting verkregen.
20 Een gunstig uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting volgens de uitvinding wordt verkregen wanneer de computer zodanig met de inrichting is verbonden dat zij tijdens bedrijf van de inrichting het doseermechanisme kan verstellen in relatie tot wijziging van de voortbewegingssnelheid van de 25 inrichting. Hierbij wordt het bedienen van de inrichting in het bijzonder vergemakkelijkt wanneer bijvoorbeeld door terreinomstandigheden de rijsnelheid van de inrichting aan wijzigingen onderhevig is.
Volgens een verder uitvoeringsvoorbeeld kan als vaste waarde 30 in de computer worden ingevoerd de hoeveelheid materiaal die per oppervlakt-e-eenheid moet worden uit gestrooid, waarbij deze waarde mede bepalend is voor het besturen van het doseermechanisme, een en ander zodanig dat het te verspreiden .8801867 # · 2 materiaal tijdens bedrijf gelijkmatig in en/of over de grond verdeeld kan worden. Een gunstige controle van de werking van de inrichting kan verkregen worden wanneer als waarden in de computer kunnen worden ingevoerd de door de inrichting tij-5 dens bedrijf gereden lengte en de breedte waarover het materiaal wordt verspreid, waarbij de van materiaal voorziene oppervlakte-eenheid door de computer weergeefbaar is.
Bij een verder uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting volgens de uitvinding kan tijdens bedrijf van de 10 inrichting als variabele waarde in de computer worden ingevoerd het tijdens bedrijf afnemende gewicht van ten minste het reservoir met het daarin aanwezige materiaal, waarbij in afhankelijkheid van de afname van het gewicht van het daarin aanwezige materiaal het doseermechanisme verstelbaar is. 15 Hierbij wordt de hoeveelheid materiaal die per tijdseenheid en/of per te rijden lengte-eenheid wordt uitgestrooid als waarde gebruikt voor het bedienen van het doseermechanisme. Aldus is een gelijkmatige verspreiding van het materiaal per oppervlakte-eenheid op gunstige wijze te beïnvloeden. Een 20 gunstig uitvoeringsvoorbeeld wordt hierbij verkregen wanneer de inrichting tijdens bedrijf wordt gedragen door een weeg-orgaan, waarbij het gewicht van de inrichting tezamen met het in het reservoir aanwezige materiaal als variabele waarde in de computer wordt ingevoerd voor het besturen van het doseer-25 mechanisme. De computer kan op gunstige wijze gebruikt worden voor het weergeven van de verschillende waarden die voor de uitstrooiing van het materiaal van belang zijn. Volgens een uitvoeringsvoorbeeld van de inrichting volgens de uitvinding kan hierbij de per tijdseenheid of per gereden lengte-eenheid 30 uitgestrooide hoeveelheid materiaal door de computer weergegeven worden.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de tekeningen van enkele uitvoeringsvoorbeelden.
Figuur 1 geeft een zijaanzicht weer van een koppe-35 ling van een strooier met de hef inrichting volgens de uitvinding;
Figuur 2 geeft op vergrote schaal een zijaanzicht van de topstangverbindingen van de strooier aan de hef- 8 8 0 1 8 67· « * 3 inrichting van de trekker weer;
Figuur 3 geeft op vergrote schaal een gedeelte weer van de in figuur 2 weergegeven topstangconstructie, gezien volgens de lijn III-III in figuur 2; 5 Figuur 4 geeft een ander uitvoeringsvoorbeeld weer van de bevestiging van de strooier aan een onderste arm van de hefinrichting van een trekker;
Figuur 5 geeft een andere constructie weer van de aanwijzer bij een constructie zoals in figuur 4 is weerge-10 geven;
Figuur 6 geeft in zijaanzicht een gedeelte van een strooiinrichting weer, waarbij de strooier op een bepaalde wijze met de onderste armen van de hefinrichting van een trekker is gekoppeld; 15 Figuur 7 geeft op vergrote schaal een gedeelte van de constructie volgens figuur 6 weer, gezien in de richting volgens de pijl VII in figuur 6;
Figuur 8 geeft een met figuur 6 overeenkomend zijaanzicht van een gedeelte van een strooier weer, waarbij 20 de bevestiging van de inrichting aan de onderste arm van de hefinrichting enigszins anders is uitgevoerd;
Figuur 9 geeft op schematische wijze een zijaanzicht weer van de bevestiging van een strooier aan de hefinrichting van een trekker; 25 Figuur 10 geeft op schematische wijze de computer- besturing van de doseerinrichting van een strooier weer;
Figuur 11 geeft op schematische wijze een indicator weer waarmede de bestrooide oppervlakte gemeten wordt;
Figuur 12 geeft op schematische wijze een indica-30 tiemiddel bij een vloeistof verspreider weer;
Figuur 13 geeft op schematische wijze een ander uitvoeringsvoorbeeld van een indicatie-apparaat bij een vloeistofverspreider weer;
Figuur 14 geeft op schematische wijze de besturing 35 van de doseerinrichting van een vloeistofsverspreider weer.
Het in de figuren 1-3 weergegeven uitvoeringsvoorbeeld geeft een kunstmeststrooiinrichting 1 weer, die aan de hefinrichting 2 van een trekker 3 is gekoppeld. De .8801867 a « 4 strooiinrichting 1 omvat een gestel 4, waaraan een reservoir 5 en een strooiorgaan 6 zijn aangebracht. Tussen het reservoir 5 en het strooiorgaan 6 is een doseermechanisme 7 gelegen. Het strooiorgaan 6 wordt vanuit een tandwielkast 8 5 aangedreven, die via een tussenas 9 met de aftakas van de trekker 3 gekoppeld kan worden. Het gestel 4 is nabij de voorzijde voorzien van steunen 10 die met de onderste hefarmen 11 van de hefinrichting 2 kunnen worden gekoppeld. Aan de bovenzijde van het gestel 4 is een steun 12 aangebracht, 10 die door middel van een als bovenste arm van de hefinrichting dienst doende topstangverbinding 13 met de trekker 3 gekoppeld kan worden.
De topstang 13 omvat een indicatie-apparaat 15 dat een aanwijzing geeft over de graad waarin het reservoir 4 is 15 gevuld, respectievelijk de mate waarin het reservoir leegstroomt bij het verspreiden van het materiaal via het ver-spreidorgaan. De topstangverbinding 13 omvat een koppelstang 14 die door middel van een scharnier 16 met de trekker is gekoppeld. Beweegbaar ten opzichte van de koppelstang 14 is 20 een indicatie-apparaat 15 aangebracht, dat door middel van een as 17 scharnierend met de steun 12 van het gestel 4 van de strooier is gekoppeld. Het apparaat 15 en de stang 14 vormen twee beweegbaar ten opzichte van elkaar aangebrachte delen van de topstangverbinding 13. Het indicatie-apparaat 15 25 omvat twee op korte afstand parallel van elkaar gelegen platen 18 en 19 die aan de bovenzijde onder andere met elkaar zijn gekoppeld door een verbinding 28. Aan de onderzijde is tussen de platen 18 en 19 een as 21 aangebracht waarom een koppelingsarm 20 scharnierbaar is bevestigd. Aan het van de 30 as afgekeerde einde van de koppelingsarm 20 is door middel van een pen 22 een trekveer 23 bevestigd. De trekveer 23 is met het andere einde bevestigd aan een pen 24 die tussen de platen 18 en 19 is aangebracht. De koppels tang 14 is scharnierend om een pen 25 met de koppelingsarm 20 verbonden, 35 waarbij de as 25 ongeveer halverwege tussen de pen 22 en de as 21 is gelegen. Het uiteinde 26 van de koppelingsarm 20 vormt een aanwijzer en strekt zich uit door een spieetvormige opening 27 in de plaat 28. De plaat 28 is aan één zijde van .8801867 * 5 de opening 27 voorzien van een schaalverdeling 29, waarop in dit uitvoeringsvoorbeeld indicatie-cijfers 0-5 zijn aangegeven. De einden 30 en 31 van de opening 27 vormen eindaan-slagen voor de aanwijzer 26.
5 Bij het gebruik van de inrichting wordt het reser voir 1 gevuld met het te verspreiden materiaal, bijvoorbeeld kunstmest of zaad. Afhankelijk van de hoeveelheid materiaal die men per oppervlakte-eenheid wil uitstrooien, wordt het doseermechanisme 7 ingesteld zodanig dat de gewenste hoeveel-10 heid materiaal vanuit het reservoir aan het verspreidorgaan kan toestromen per tijdseenheid en/of per met de inrichting te rijden lengte-eenheid. Bij het gebruik van de inrichting heffen de onderste armen 11 van de hefinrichting 2 het reservoir tot de gewenste hoogte boven de grond. Het gewicht van 15 de inrichting en het materiaal dat in het reservoir 5 aanwezig is, zal dan een trekkracht op de topstang 13 uitoefenen in een richting volgens de pijl 32. Onder invloed van de kracht 32 zal de koppelingsarm 20 trachten te scharnieren om de as 21 in de richting volgens de pijl 33. Deze beweging 20 wordt echter tegengegaan door de trekveer 23. Afhankelijk van het gewicht van de inrichting met het materiaal in het reservoir 5, zal onder invloed van de veer 23 een evenwichtsstand van de arm 20 om de as 21 bereikt worden. Naarmate het gewicht van de strooier met het in het reservoir 4 aanwezige 25 materiaal groter is, zal de veer 23 verder uitgetrokken worden en de arm 22 meer in de richting volgens de pijl 33 om de as 21 verdraaien. De sterkte van de veer 23 is zodanig gekozen dat onder het gewicht van de inrichting zonder enig materiaal in het reservoir 5 de aanwijzer 26 nabij het einde 30 31 van de opening 37 is gelegen. Voor deze afstand van de koppelingsarm 20 is nabij de aanwijzer 26 een 0 in de schaalverdeling 29 aangegeven. Wanneer het reservoir 5 geheel gevuld is met bijvoorbeeld 500 kg te verspreiden materiaal, wordt onder invloed van dit gewicht de veer 23 zo ver uit-35 getrokken dat de koppelingsarm 22 om de as 21 verdraait en de aanwijzer 26 nabij het einde 30 van de opening 27 is gelegen. Hierbij is op de schaalverdeling een 5 aangegeven. Tussenstanden van de aanwijzer 26 geven een indicatie voor hoever .8801867 6 het reservoir is leeggestroomd bij gebruik van de inrichting. Aldus kan een aanwijzing verkregen worden voor de hoeveelheid materiaal die verstrooid is bij een bepaalde gereden afstand. Dit kan een indicatie geven om het doseermechanisme meer of 5 minder bij te stellen of de gekozen stand te handhaven.
In figuur 4 is een uitvoeringsvoorbeeld van een indicatie-apparaat 40 weergegeven, dat nabij de bevestiging van de inrichting aan de onderste armen van de hefinrichting is aangebracht. Bij gebruik van het in figuur 4 weergegeven 10 uitvoeringsvoorbeeld zal tussen de steun 12 van het gestel 4 en de trekker een normale topstang worden aangebracht. In figuur 4 is de steun 10 vervangen door een andere bevestiging aan het gestel 4 van de inrichting. In dit uitvoeringsvoorbeeld wordt een onderarm 11 aan een ondersteuningsarm 41 15 bevestigd, die scharnierend om een pen 42 aan een gestelbalk 34 van het gestel 4 is aangebracht. In dit uitvoeringsvoorbeeld zijn de met figuur 1 overeenkomende onderdelen met dezelfde verwijzingscijfers aangegeven. Aan de balk 34 is verder een steun 43 bevestigd. De steun 43 is aan de voor-20 zijde van de balk 34 gelegen, evenals de bevestiging van de arm 41 aan de onderarm 11 door middel van de scharnierpen 44. De pen 42 is aan de achterzijde van de balk 34 gelegen. De koppelingsarm 41 is aan de bovenzijde voorzien van een steun-plaat 45. Tussen de steun 43 en de steunplaat 45 is een 25 drukveer 46 aangebracht. De veer 46 wordt geleid door een pen 47 die door een opening in de steun 43 is gestoken en een ruim gat in de steunplaat 45. Aan de bovenzijde is de pen 47 voorzien van een moer 48 en aan de onderzijde van een moer 49. Onder het gewicht van de pen 47 rust de moer 48 op de 30 steunplaat 43, terwijl de moer 49 op een afstand van de plaat 45 daaronder is gelegen. Tussen de steunplaat 45 en de as 4 2 is de koppelingsarm 41 voorzien van een aanwijsarm 50, die zich omhoog en dwars op de lengterichting van de arm 41 uitstrekt. De bovenzijde van de aanwijsarm 50 is beweegbaar 35 langs een schaalverdeling 51 die vast aan de gestelbalken 34 is bevestigd.
Bij het gebruik van de inrichting waarbij deze door de hef inrichting van de grond is getild, zal door het .8801867 i 7 gewicht van de inrichting en eventueel aanwezig materiaal in het reservoir op de koppelingsarm 41 een kracht worden uitgeoefend die zal trachten deze arm om de pen 42 in de richting volgens de pijl 52 te verdraaien. Deze verdraaiing 5 zal worden tegengegaan door de drukveer 46, die op de koppelingsarm 41 een kracht uitoefent die de koppelingsarm 41 zal trachten te verdraaien om de as 42 tegengesteld aan de richting volgens de pijl 52. Afhankelijk van het gewicht van de inrichting met het in het reservoir 5 aanwezige materiaal, 10 zal de veer 46 meer of minder ingedrukt worden, waarbij de stand van de koppelingsarm 41 om de pen 42 ten opzichte van de balk 34 meer of minder kan afwijken van de stand die in figuur 4 is weergegeven. De veer 46 is zodanig gekozen dat, wanneer het reservoir leeg is en de veer 46 weinig zal worden 15 ingedrukt, de koppelingsarm 41 en daarmede de aanwijzer 50 zover om de pen 4 2 is gedraaid dat de aanwijzer 5 0 met het boveneinde nabij het einde 53 van de schaalverdeling 51 is gelegen. De schaalverdeling 51 kan bij dit einde van een 0 zijn voorzien. Indien het reservoir 5 geheel gevuld is, zal 20 de veer 46 ingedrukt worden. Hierbij zal de arm 41 met de aanwijzer om de as 42 verdraaien in de richting volgens de pijl 52. Bij een geheel gevuld reservoir zal de aanwijzer 50 nabij het einde 54 van de schaalverdeling 51 zijn gelegen.
Nabij het einde van de schaalverdeling kan deze bijvoorbeeld 25 zijn voorzien, evenals in het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld, van een 5. De schaalverdeling geeft dan, evenals in het eerste uitvoeringsvoorbeeld, een aanwijzing in hoeverre het reservoir is leeggestroomd na een bepaalde gereden afstand, zodat nagegaan kan worden of het doseermechanisme 7 30 goed is ingesteld of dat dit moet worden bij gesteld om de juiste hoeveelheid materiaal per te rijden lengte-eenheid uit te strooien, zodat de gewenste hoeveelheid materiaal per oppervlakte-eenheid wordt verspreid. De arm 41 met de veer 46 en bijbehorende onderdelen vormen aldus een indicatie-35 apparaat.
In figuur 5, die in wezen overeenkomt met figuur 4, is de aanwijzing van de aanwijzer 50 en de schaalverdeling 51 vervangen door een verbinding naar een aanwijzing op .8801867 I- δ bijvoorbeeld de trekker waaraan de inrichting is bevestigd. Hiervoor is de aanwijzer 50 vervangen door een aanwijsarm 56 waarvan het boveneinde is gekoppeld met de binnenkabel 57 van een Bowdenkabel 58. De buitenkabel van de Bowdenkabel 58 is 5 bevestigd aan een steun 59 die is aangebracht aan de balk 34 van het gestel 4. De beweging van de ondersteuningsarm 41 om de as 42 wordt via de arm 56 en de binnenkabel 57 doorgegeven naar een aanwijzer op de trekker. Op deze wijze kan de trekkerbestuurder de aanwijzing gemakkelijk volgen, zodat aan 10 de hand daarvan de wijze waarop het reservoir tijdens bedrijf leegstroomt te volgen is en zonodig, zoals in het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld is beschreven, nagegaan kan worden of het nodig is dat het doseermechanisme 7 versteld moet worden of dat de gewenste hoeveelheid materiaal per tijdseenheid 15 en/of per gereden lengte-eenheid wordt verspreid. De moer 49 is zodanig op het ondereinde van de stang 47 aangebracht, dat deze een aanslag kan vormen voor de stand waarbij het reservoir geheel leeg is. In deze stand zal de veer 46 zo ver ontspannen zijn dat de moer 49 tegen de·onderzijde van de 20 steunplaat 45 komt te liggen. De moer 49 kan hierbij enigszins worden versteld zodanig dat, wanneer het reservoir 5 leeg is, de aanwijzer 50 nabij de 0-stand 53 langs de schaalverdeling 51 is gelegen.
In de figuren 6 en 7 is een uitvoeringsvoorbeeld 25 weergegeven waarbij een indicatie-apparaat 65 tussen het gestel 4 en de bevestiging aan de onderarmen 11 van de hef-inrichting 2 is aangebracht. Het indicatie-apparaat 65 omvat een ondersteuningsarm 66 die beweegbaar is aangebracht in een steun 67 die is bevestigd aan de balk 34 van het gestel 4. De 30 ondersteuningsarm 66 is in verticale richting verschuifbaar in een boring 68 van de steun 67. Aan de onderzijde van de ondersteuningsarm 66 beneden de steun 67 is de ondersteuningsarm 66 voorzien van een bevestigingsorgaan 69 dat een pen 70 bezit, waaraan de onderarm 11 gekoppeld kan worden. 35 Tussen het bevestigingsorgaan 69, dat verschuifbaar over de onderzijde van de ondersteuningsarm kan zijn en is geborgd door een moer 71, en de steun 68 is een drukveer 7 2 aangebracht. De topstang 73 van de hef inrichting is, evenals in ,8801867 • 1 9 het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld, bevestigd aan de steun 12 van het gestel 4. Het zal duidelijk zijn dat de in figuur 6 weergegeven onderdelen van de strooier die overeenkomen met de onderdelen volgens figuur 1 met dezelfde verwijzings-5 cijfers zijn weergegeven. De ondersteuningsarm 66 is voorzien van een aanslag 74 waarboven de arm 66 een verlenging 75 heeft die een geheel vormt met de arm 66 en waarvan het boveneinde 76 een aanwijzer vormt die langs een schaalverdeling 77 beweegbaar is. De schaalverdeling 77 is aan de boven-10 zijde van het reservoir 5 aangebracht. De verlenging 75 is zodanig gevormd dat het einde 76 verticaal is gelegen en zich naast het reservoir 5 uitstrekt.
Bij het gebruik van de inrichting wordt deze geheven door middel van de hefinrichting zodanig dat de inrich-15 ting vrij van de grond is en op het gewenste niveau boven de grond is gelegen om een juiste verspreiding te bereiken.
Onder het gewicht van de inrichting en eventueel in het reservoir 5 aanwezig materiaal zal het gestel 4 met de steun 67 naar beneden willen bewegen. Deze beweging zal echter 20 tegengegaan worden door de drukveer 72 die tegen de onderzijde van de steun 67 rust en op de bovenzijde van het bevestigingsorgaan 69 steunt. De veer 72 is zodanig gekozen dat bij maximale vulling van het reservoir 5 deze veer geheel is ingedrukt, zoals in de figuren 6 en 7 is weergegeven. In 25 deze situatie zal het boveneinde van de aanwijzer 76 nabij de bovenste aanwijzing 78 van de schaalverdeling 77 zijn gelegen, hetgeen een aanwijzing is dat het reservoir geheel is gevuld. Bij het uitstrooien van het materiaal en het leger worden van het reservoir 5 zal het gewicht van de inrichting 30 met het materiaal in het reservoir geringer worden. Hierdoor zal de veer 72 zich kunnen ontspannen waardoor de steun 67 en daarmede de gehele inrichting door de veer 72 omhooggeheven zal worden ten opzichte van het koppelorgaan 69 dat met de arm 11 van de hefinrichting van de trekker is verbonden.
35 Wanneer het reservoir geheel leeg is, zal de veer 72 zich zover ontspannen hebben dat het gestel van de inrichting en daarmee de schaalverdeling 77 ten opzichte van de ondersteuningsarm 66 en de aanwijzer 76 omhoog is gekomen en het .8801867 r ίο boveneinde van de aanwijzer 76 nabij de onderste aanwijzing 79 van de schaalverdeling 77 is gekomen. De aanwijzing 79 geeft aan dat het reservoir geheel leeg is en op de veer 72 nog slechts het gewicht van de inrichting zelf rust. De 5 aanslag 74 is zodanig aangebracht dat in de situatie waarbij het reservoir leeg is de steun 67 ten opzichte van de onder-steuningsarm 66 omhoog is bewogen tot het tegen de aanslag 74 drukt.
Het zal duidelijk zijn dat in dit uitvoeringsvoor-10 beeld de beide armen 11 door middel van de ondersteuningsarm 66 met de veer 72, de steun 67 en de koppelingsarm 69 met het gestel zijn verbonden. Slechts de ondersteuningsarm 66 aan één zijde van de inrichting behoeft van een verlenging 75 met aanwijzer 76 te zijn voorzien, waarbij ook slechts aan één 15 zijde van het reservoir 75 een schaalverdeling 77 aanwezig behoeft te zijn. Ook in het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld zullen voor beide onderste armen 11 van de hefinrichting aan beide, aan weerszijden van de inrichting gelegen balken 34, een steun 43 met een veer 46 en een ondersteuningsarm 41 20 aanwezig zijn. Evenals in het uitvoeringsvoorbeeld volgens de figuren 6 en 7, behoeft bij het uitvoeringsvoorbeeld volgens de figuren 4 en 5 slechts aan één zijde een schaalverdeling, zoals de schaalverdeling 51, of één koppelingsorgaan, zoals het koppelingsorgaan 56, en de Bowdenkabel 58 aanwezig te 25 zijn. In het uitvoeringsvoorbeeld volgens de figuren 6 en 7 kan de moer 71 een aanslag vormen die de afstand tussen de aanslag 74 en de moer instelbaar maakt, zodanig dat een en ander enigszins nagesteld kan worden, voor bijvoorbeeld de montage van de indicatie-apparatuur die de arm 66 met de veer 30 72 en de aanwijzer 76 met de schaalverdeling 77 omvat.
In figuur 8 is een uitvoeringsvoorbeeld weergegeven dat in wezen overeenkomt met het uitvoeringsvoorbeeld volgens de figuren 6 en 7. Overeenkomstige onderdelen zijn dan ook met dezelfde verwijzingscijfers aangegeven. In dit 35 uitvoeringsvoorbeeld is de ondersteuningsarm 66 vervangen door een arm 81 die iets langer is dan de arm 66. Bij dit uitvoeringsvoorbeeld is boven de steun 67 een contra-veer 82 aangebracht, die met het ondereinde op de steun 67 rust en ,8801867 11 met de bovenzijde tegen een aanslag 83 is gelegen, die door middel van een moer 84 langs de arm 81 verstelbaar is. Het uitvoeringsvoorbeeld volgens figuur 8 werkt op dezelfde wijze als het uitvoeringsvoorbeeld volgens de figuren 6 en 7. De 5 veer 82 geeft echter een zekere tegendruk tegen bewegen van de gehele inrichting met het gestel 4 ten opzichte van de ondersteuningsarm 81 in hoogterichting. Hierdoor zal bij het rijden over oneffen terrein de inrichting niet op ongewenste wijze in hoogterichting kunnen bewegen ten opzichte van de 10 ondersteuningsarm 81. De druk van de veer 82 kan enigszins ingesteld worden door het verstellen van de aanslag 83 langs de ondersteuningsarm 81. De spanning van de veer 72 zal in dit uitvoeringsvoorbeeld enigszins aangepast zijn aan de samenwerking met de contra-veer 82, zodat in dit uitvoerings-15 voorbeeld de veer 72 in geheel ingedrukte toestand een grotere spanning kan leveren dan in het voorgaande uitvoeringsvoorbeeld .
In de hiervoor genoemde uitvoeringsvoorbeelden is het indicatie-apparaat zodanig uitgevoerd dat het gewicht van 20 de inrichting en het eventueel aanwezige materiaal in het reservoir als het ware gewogen wordt door veren in het indicatie-apparaat. Het is echter ook mogelijk het indicatie-apparaat anders uit te voeren, waarbij ook in wezen het gewicht van de inrichting met eventueel meer of minder gevuld 25 reservoir gewogen wordt als maatstaf om een indicatie te verkrijgen betreffende de vulling van het reservoir en het leegstromen van het reservoir tijdens het gebruik van de inrichting. In figuur 9 is schematisch weergegeven dat als indicatie-apparatuur gebruikt wordt de druk die via de armen 30 11 in het hydraulisch systeem van de hef inrichting van een trekker ontstaat in afhankelijkheid van het gewicht van de inrichting met eventueel gevuld reservoir. De inrichting 1 hangt in de onderarmen 11 van de hefinrichting 2 die door het hydraulisch systeem 90 van de hefinrichting in de gewenste 35 stand wordt gehouden. Op het hydraulisch systeem 90 is een aanwijzer 91 aangebracht die aangeeft welke druk in het hydraulische systeem heerst onder invloed van het gewicht van de inrichting 1 met eventueel gevuld reservoir. De aanwijzer . , v 0 1 8 ff 7 12 91 kan van een zodanige schaalverdeling zijn voorzien dat daarop aangegeven wordt in kilogrammen hoeveel materiaal in het reservoir 5 aanwezig is. Hierbij wordt op de aanwijzer 91 de druk in het hydraulisch systeem 90 omgezet naar een bewe-5 gende wijzer van de aanwijzer 91, die in afhankelijkheid van de grootte van de druk in het systeem 90, dat weer afhankelijk is van het meer of minder gevuld zijn van het reservoir 50, de wijzer doet verdraaien langs de schaalverdeling. Het zal duidelijk zijn dat op deze wijze de aanwijzer 91, evenals 10 in de voorgaande uitvoeringsvoorbeelden, een aanwijzing geeft over de graad betreffende het gevuld zijn van het reservoir 5 en de mate waarin het reservoir leegraakt per tijdseenheid of gereden lengte. In afhankelijkheid hiervan kan, evenals in de voorgaande uitvoeringsvoorbeelden, het doseermechanisme 7 15 worden versteld of in zijn gekozen stand worden gehandhaafd.
Een doseermechanisme 7 kan in afhankelijkheid van de aanwijzing die gegeven wordt door het indicatie-apparaat bijvoorbeeld worden versteld met de hand via de verstel-inrichting 101 die met het doseermechanisme is verbonden. De 20 aanwijzing die door het indicatie-apparaat gegeven wordt, kan echter ook worden gebruikt om de verstelling van het doseermechanisme automatisch te verkrijgen.
In figuur 10 is schematisch weergegeven dat de druk in de cilinder 90, zoals in het uitvoeringsvoorbeeld 25 volgens figuur 9, wordt doorgegeven aan een computer 92. De computer 92 is zodanig dat daarin verschillende grootheden kunnen worden ingevoerd die worden gecombineerd met de aanwijzing van de druk in het hydraulisch systeem 90 en als uitkomst de besturing regelen van een doseerorgaan 93 dat in 30 figuur 10 slechts schematisch is weergegeven. Het doseerorgaan 93 kan hiervoor gekoppeld zijn met een verstelmotor 94 die, in afhankelijkheid van de aanwijzingen die deze van de computer krijgt, het doseerorgaan verstelt voor het vergroten van de uitstroomhoeveelheid per tijdseenheid uit het reser-35 voir, respectievelijk voor het verkleinen daarvan. In de computer kan bijvoorbeeld worden ingesteld aan de knop 95 hoeveel materiaal men per oppervlakte-eenheid wil uitstrooien. De breedte waarover het verspreidorgaan 6 het materiaal ver- ? 8 8 0 1 8 6 7 13 spreidt kan ingesteld worden middels de knop 96. De aanwijzing van de druk in het hydraulisch systeem 9 0 kan via de voeding 97 worden ingevoerd, waarna de uitgang via een verbinding 99 met de verstelmotor, de verstelmotor een aan-5 wijzing geeft voor het verstellen van het doseerorgaan 93. Bij deze computerbesturing zal bijvoorbeeld bij vaste aan-gevingen 95 en 96 betreffende de gewenste hoeveelheid die per oppervlakte-eenheid is uit te strooien en een bepaalde strooibreedte, door het verspreidorgaan de indicatie van de 10 druk in het systeem 90, die variabel is omdat materiaal uit het reservoir stroomt, en de variabele rijsnelheid het doseerorgaan doen verstellen wanneer bijvoorbeeld de rijsnelheid wordt opgevoerd, respectievelijk het doseerorgaan te verstellen wanneer de rijsnelheid afneemt. Op deze wijze 15 behoeft de trekkerbestuurder bij een bepaalde instelling van de apparatuur niet meer nauwkeurig te letten op zijn rijsnelheid om deze zo constant mogelijk te houden voor het verkrijgen van een zo goed moge lijke verdeling van het te verspreiden materiaal over bijvoorbeeld een te bestrooien stuk land. 20 De computer 92 kan eventueel zodanig zijn dat in een venster 100 aangegeven wordt hoeveel hectare met de inrichting is bestrooid.
In figuur 11 is een eenvoudiger uitvoeringsvoor-beeld van een computer 105 weergegeven waarop een instelknop 25 106 aanwezig is waarop de breedte waarover het materiaal verspreid wordt, kan worden ingesteld, terwijl de invoer 107 met de snelheidsmeter van de trekker of dergelijk voertuig is gekoppeld waaraan de strooiinrichting is aangebracht. De samenvoeging van deze grootheden, nl. breedte waarover wordt 30 gestrooid en rijsnelheid, kan in het venster 108 een aanwijzing geven over de oppervlakte in hectaren die is bestrooid.
In figuur 12 is een ander uitvoeringsvoorbeeld weergegeven van een strooiinrichting. In dit uitvoeringsvoor-35 beeld is de strooiinrichting uitgevoerd als een vloeistof-verspreider, bijvoorbeeld voor het verspreiden van vloeistof voor bijvoorbeeld ziektebestrijdingen van het gewas. De inrichting 111 is voorzien van een reservoir dat op een gestel ,8801867 14 113 is aangebracht. Het gestel 113 is aan de voorzijde voorzien van een koppelorgaan 114 dat met de aanbouwbalk 115 van een trekker 116 gekoppeld kan worden. Het gestel 113 is voorzien van loopwielen 117 die aan beweegbaar ten opzichte 5 van het gestel 113 aangebrachte draagarmen 118 zijn aangebracht. Het loopwielgesteldeel dat de loopwielen 117 en de draagarmen 118 omvat, kan af geveerd zijn door bijvoorbeeld een hydraulisch mechanisme 119 dat schematisch in figuur 12 is weergegeven. In afhankelijkheid van het gewicht van de 10 inrichting met de inhoud van het reservoir 112, wordt het hydraulisch systeem 119 zwaarder belast waardoor de druk in het systeem wordt beïnvloed. Op dit systeem is een aanwijzer 120 aangesloten, bijvoorbeeld overeenkomend met de aanwijzer 91 in figuur 9. Bij een volledig gevuld reservoir 112 zal de 15 druk in het hydraulisch veringssysteem 119 groter zijn dan bij een leeg reservoir. Een en ander kan door de aanwijzer worden aangegeven, zodat deze kan aangeven in hoeverre het reservoir gevuld of leeg is. Met een inrichting volgens figuur 12 kan de vloeistof waarin bijvoorbeeld insecticiden 20 zijn opgelost, verspreid worden door middel van een of meerdere sproeikoppen 121 waardoorheen de vloeistof via een niet weergegeven pomp wordt geperst. De indicatie van de aanwijzer 120 kan, evenals in het uitvoeringsvoorbeeld volgens figuur 10, aan een computer 122 worden doorgegeven. De computer 122 25 kan gelijk zijn aan de computer 92, zodat deze niet verder zal worden aangegeven. Een verstelmotor 123, vergelijkbaar met de motor 94 uit figuur 10, kan aangesloten zijn op een doseermechanisme dat regelt hoeveel vloeistof per tijdseenheid en/of gereden lengte-eenheid via de sproeikoppen 121 30 wordt verspoten. De verstelmotor 123 kan bijvoorbeeld zijn geschakeld met de aandrijving 125 van een tandwielpomp 124, die de vloeistof vanuit het reservoir naar de sproeikop 121 pompt. Door middels de verstelmotor 123 het toerental van de aandrijving 125 van de tandwielpomp te vergroten of te verla-35 gen, kan de hoeveelheid vloeistof die per tijdseenheid of gereden lengte-eenheid wordt verspreid, geregeld worden.
In figuur 13 is schematisch een uitvoeringsvoorbeeld weergegeven waarbij niet het gewicht van het materiaal „8801867 15 in het reservoir een indicatie geeft middels een indicatie-apparaat over de mate van gevuld zijn van het reservoir en het leegstromen van het reservoir. In figuur 13 is een indi-catie-apparaat schematisch weergegeven, dat de verandering in 5 het niveau van het materiaal in het reservoir weergeeft. Het in figuur 13 weergegeven reservoir kan overeenkomstig zijn met het reservoir 112 in figuur 12. In het reservoir 125 is een vlotter 126 aangebracht, die op de in het reservoir 125 aanwezige vloeistof drijft. De vlotter 126 is gekoppeld met 10 een aanwijzer 127 die langs een schaalverdeling 128 beweegbaar is. Afhankelijk van de stand van de vlotter 126 in relatie tot het vloeistofniveau 129 in het reservoir, zal de aanwijzer 127 een bepaalde stand innemen langs de schaalverdeling 128. De schaalverdeling 128 met de aanwijzer 127 kan 15 hierbij een indicatie geven over de hoeveelheid vloeistof die in het reservoir aanwezig is. Wanneer de vloeistof verspreid wordt, kan de verandering van het vloeistofniveau een aanwijzing geven via de aanwijzer 127 over de hoeveelheid vloeistof die per tijdseenheid en/of gereden lengte-eenheid wordt ver-20 spreid. Evenals in de vorige uitvoeringsvoorbeelden volgens de figuren 9 - 14, is het ook mogelijk de aanwijzer 127 aan een computer aan te sluiten om een automatische aanpassing te verkrijgen voor het doseermechanisme dat de hoeveelheid regelt die uit het reservoir naar een verspreidorgaan toe-25 stroomt. Ook de indicatie-apparaten die in de uitvoeringsvoorbeelden volgens de figuren 1-8 zijn weergegeven, kunnen worden gekoppeld met een computer om een automatische aanpassing van het doseermechanisme te verkrijgen, zoals aan de hand van de figuren 10 en 14 is beschreven.
30 De uitvinding zoals die hiervoor is beschreven aan de hand van de tekeningen is niet beperkt tot datgene wat beschreven is, doch strekt zich ook uit tot de tekeningen en de daarin weergegeven, doch eventueel niet beschreven constructie-details.
.8801867

Claims (10)

1. Inrichting voor het over of in de grond verspreiden van materiaal, bijvoorbeeld kunstmest of zaad, waarbij de inrichting is voorzien van een reservoir voor het te verspreiden materiaal en een verspreidorgaan waaraan het mate- 5 riaal via een doseermechanisme vanuit het reservoir tijdens bedrijf kan worden toegevoerd, met het kenmerk, dat het doseermechanisme met een computer is gekoppeld zodanig, dat het doseermechanisme via de computer instelbaar is.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, 10 dat de computer zodanig met de inrichting is verbonden, dat zij tijdens bedrijf van de inrichting het doseermechanisme kan verstellen in relatie tot wijziging van de voortbewe-gingssnelheid van de inrichting.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het 15 kenmerk, dat als vaste waarde in de computer kan worden ingevoerd de hoeveelheid materiaal die per oppervlakte-een-heid moet worden uitgestrooid, waarbij deze waarde mede bepalend is voor het besturen van het doseermechanisme, een en ander zodanig dat het te verspreiden materiaal tijdens 20 bedrijf gelijkmatig in en/of over de grond verdeeld kan worden.
4. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat als waarden in de computer kunnen worden ingevoerd de door de inrichting tijdens bedrijf gereden 25 lengte en de breedte waarover het materiaal wordt verspreid, waarbij de van materiaal voorziene oppervlakte-eenheid door de computer weergeefbaar is.
5. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de doorlaatgrootte van een afvoeropening 30 van het reservoir door middel van een door de computer gestuurde instelmotor veranderbaar is.
6. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat tijdens bedrijf van de inrichting als variabele waarde in de computer kan worden ingevoerd het 35 tijdens bedrijf afnemende gewicht van ten minste het reservoir met het daarin aanwezige materiaal, waarbij, in afhanke „8801867 lijkheid van de afname van het gewicht van het reservoir en het daarin aanwezige materiaal, het doseermechanisme verstelbaar is.
7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, 5 dat de inrichting tijdens bedrijf wordt gedragen door een weegorgaan, waarbij het gewicht van de inrichting tezamen met het in het reservoir aanwezige materiaal als variabele waarde in de computer wordt ingevoerd voor het besturen van het doseermechanisme.
8. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de per tijdseenheid en/of per gereden lengte-eenheid uitgestrooide hoeveelheid materiaal door de computer weergegeven kan worden.
9. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, 15 met het kenmerk, dat de computer met een de rijsnelheid van de inrichting metende tachometer is gekoppeld, welke rijsnelheid als variabele waarde in de computer wordt ingevoerd.
10. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de computer is aangesloten op een als 20 doseermechanisme dienende tandwielpomp met behulp waarvan vloeistof uit een vloeistofreservoir naar een verspreidorgaan wordt gedoseerd. .8801867
NL8801867A 1977-05-09 1988-07-25 Inrichting voor het over of in de grond verspreiden van materiaal. NL8801867A (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8801867A NL8801867A (nl) 1977-05-09 1988-07-25 Inrichting voor het over of in de grond verspreiden van materiaal.

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NLAANVRAGE7705057,A NL187607C (nl) 1977-05-09 1977-05-09 Inrichting voor het over of in de grond verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
NL7705057 1977-05-09
NL8801867A NL8801867A (nl) 1977-05-09 1988-07-25 Inrichting voor het over of in de grond verspreiden van materiaal.
NL8801867 1988-07-25

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8801867A true NL8801867A (nl) 1988-11-01

Family

ID=26645322

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8801867A NL8801867A (nl) 1977-05-09 1988-07-25 Inrichting voor het over of in de grond verspreiden van materiaal.

Country Status (1)

Country Link
NL (1) NL8801867A (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0537857A3 (en) * 1991-10-17 1993-06-23 C. Van Der Lely N.V. An implement for spreading material

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0537857A3 (en) * 1991-10-17 1993-06-23 C. Van Der Lely N.V. An implement for spreading material

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4465211A (en) Weight indicator for material container of agricultural distributing device
EP3501247B1 (en) A method for controlling a driving condition for a tractor of an agricultural machine and an agricultural machine
NL8701870A (nl) Machine voor het verspreiden van materiaal.
NL8901903A (nl) Machine voor het verspreiden van materiaal.
EP0797082B1 (en) Spreader with weight measurement
US3334760A (en) Material spreading vehicle
DE102010036557A1 (de) Zentrifugalstreuer
EP0287165B1 (en) A machine for spreading material
NL8801867A (nl) Inrichting voor het over of in de grond verspreiden van materiaal.
DE3033666A1 (de) Streugeraet, insbesondere fuer mineralduenger
EP1863974B1 (de) Streufahrzeug für den winterdienst
CA3007174A1 (en) Auto-calibration of a seeder using tank scales with automatic rate alarm
NL1017478C2 (nl) Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal.
US3451595A (en) Wheeled vehicle vibratory spreader for granular material
EP0093986B1 (de) Mobiles landwirtschaftliches Gerät
DE3137484A1 (de) Messvorrichtung an landwirtschaftlichen maschinen und geraeten
EP0119292B1 (de) Verfahren zur Regelung der Ausbringung von Kultiviergut auf eine landwirtschaftliche Nutzfläche
NL8702289A (nl) Machine voor het verspreiden van materiaal.
DE2813670C2 (de) Fahrbare Maschine zum Ausbringen und Verteilen fließfähiger Stoffe auf oder in den Boden
NL8500557A (nl) Werktuig voor het verspreiden van materiaal.
NL8500759A (nl) Inrichting voor het verspreiden van korrelen/of poedervormig materiaal.
EP0075313A1 (de) Landwirtschaftliche Vorrichtung
USRE3695E (en) Improvement in corn-planters
CH522210A (de) Fördervorrichtung zur Förderung einer einstellbaren Menge von partikelförmigem festem Material
GB2050132A (en) Spreader

Legal Events

Date Code Title Description
A1A A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed