[go: up one dir, main page]

NL8801224A - Ondersteuningsstelsel voor metselwerk. - Google Patents

Ondersteuningsstelsel voor metselwerk. Download PDF

Info

Publication number
NL8801224A
NL8801224A NL8801224A NL8801224A NL8801224A NL 8801224 A NL8801224 A NL 8801224A NL 8801224 A NL8801224 A NL 8801224A NL 8801224 A NL8801224 A NL 8801224A NL 8801224 A NL8801224 A NL 8801224A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
masonry
support system
masonry support
strip
plate
Prior art date
Application number
NL8801224A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Expamet U K Limited
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Expamet U K Limited filed Critical Expamet U K Limited
Publication of NL8801224A publication Critical patent/NL8801224A/nl

Links

Classifications

    • EFIXED CONSTRUCTIONS
    • E04BUILDING
    • E04FFINISHING WORK ON BUILDINGS, e.g. STAIRS, FLOORS
    • E04F13/00Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings
    • E04F13/07Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor
    • E04F13/08Coverings or linings, e.g. for walls or ceilings composed of covering or lining elements; Sub-structures therefor; Fastening means therefor composed of a plurality of similar covering or lining elements
    • E04F13/0801Separate fastening elements
    • E04F13/0832Separate fastening elements without load-supporting elongated furring elements between wall and covering elements
    • E04F13/0857Supporting consoles, e.g. adjustable only in a direction parallel to the wall

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Architecture (AREA)
  • Civil Engineering (AREA)
  • Structural Engineering (AREA)
  • Working Measures On Existing Buildindgs (AREA)
  • Building Environments (AREA)

Description

* » » V.0. 1128
Ondersteuningsstelsel voor metselwerk.
De uitvinding heeft betrekking op een ondersteuningsstelsel voor metselwerk teneinde een buitenlaag van metselwerk van een wand van een ruimte met een uit beton bestaande of door een stalen gestel gevormde binnenwandstructuur te 5 onders teunen.
Dit type constructie wordt meer in het bijzonder toegepast bij gebouwen van meer dan twee verdiepingen, zoals kantoorgebouwen. Bij dergelijke gebouwen moet het gewicht van de buitenste metselwerklaag, gewoonlijk bij elk verdiepings-10 niveau, door de binnenstructuur worden ondersteund. Normaliter geschiedt dit door bevestigingselementen, zoals korte bouten in het beton van de binnenstructuur te gieten of deze aan het stalen gestel van deze structuur te lassen, en vervolgens op zwaar werk berekende koud gevormde hoekstukken 15 aan het vlak van de uit beton of staal bestaande binnenstructuur te bevestigen. Eén been van het koud gevormde hoekstuk wordt tegen de binnenstructuur bevestigd en het metselwerk wordt dan op de vrije rand van het andere been opgebouwd, waarbij tussen de binnenstructuur en de buitenlaag 20 van het metselwerk een holte overblijft.
Teneinde rekening te houden met de niet te vermijden onnauwkeurigheden bij het positioneren van de bevestigingspunten van de binnenstructuur van beton of staal, kan het koud gevormde hoekstuk zijn voorzien van vertikale gleuven 25 voor het opnemen van de bevestigingsbouten.
In het koud gevormde hoekstuk kunnen ook horizontale gleuven aanwezig zijn. Bij de bevestigingspunten van de binnenstructuur wordt enige vertikale instelling toegestaan bijvoorbeeld door gebruik te maken van ingegoten of aange-30 laste vertikale kanalen en met verankerde bouten, die naar hoogte in de kanalen instelbaar zijn in plaats van louter bevestigingsbouten te gebruiken.
Dit laatste alternatief maakt een bepaalde instelling in zowel vertikale als horizontale richtingen mogelijk.
35 Bij elk van deze methoden moeten de met elkaar samen werkende delen {zoals kanalen, bouten, tussenlegplaten of .8801224 * .
% ' -2- hoekstukken) zijn voorzien van machinaal bewerkte groeven teneinde een slippen van de boutbevestigingen bij de te verwachten sterke belasting van het metselwerk, meer in het bijzonder een gehele verdieping met een hoogte van ongeveer 5 3 meter,te beletten.
Er treedt een groot buigmoment op omdat het metselwerk door de dikte van de holte van de binnenstructuur is gescheiden. Derhalve moet een dik en derhalve duur koud gevormd hoekstuk worden gebruikt om de last op een veilige wijze zon-10 der doorbuiging te ondersteunen. De neiging tot bredere holten voor het onderbrengen van extra isolatie maakt dit probleem alleen nog maar ernstiger.
Men moet vochtwerende organen gebruiken aangezien het koud gevormde hoekstuk de holte bij elke verdieping afsluit 15 en meer in het bijzonder omdat specie van het daarboven gelegen metselwerk de neiging kan hebben zich op het hoekstuk te verzamelen. Het koud gevormde hoekstuk werkt als een ongewenste thermische brug over de holte, gewoonlijk overeenkomende met het vloer/zolderniveau in het gebouw.
20 Bij een recent voorstel wordt een kleiner koud gevormd hoekstuk gebruikt, dat meer of minder in de dikte van de buitenlaag van het metselwerk is ondergebracht en met de bin-nenlaag is verbonden door, de holte overbruggende steunen, welke aan de gebruikelijke korte bevestigingsbouten zijn ge-25 schroefd. Bij dit voorstel wordt een deel van de bovengenoemde bezwaren teniet gedaan of gereduceerd.
Voor insteldoeleinden bezit elke steun een paar verti-kale zijwanden met vertikale gleuven en een vertikale gleuf in de kanaalplaat voor de korte bout. Een vierhoekige tussen-30 legplaat bevindt zich nauwsluitend tussen de wanden voor het opnemen van de korte bout en men verkrijgt een vertikale instelling door de hoogte van deze tussenlegplaat ten opzichte van de vertikale, de bout opnemende gleuf in de steunplaat te bevestigen onder gebruik van een afzonderlijke wig welke 35 in de vertikale zijgleuven boven de rechthoekige tussenlegplaat is gedreven.
.8801224 1 k * -3-
Er zijn geen machinaal bewerkte groeven noodzakelijk, zodat bij dit voorgestelde stelsel zowel de kosten als het gewicht van het tot nu toe gebruikte koud gevormde hoekstuk worden gereduceerd, doch deze constructie heeft ook 5 enige bezwaren. De montage van de speciale vierhoekige tussenlegplaat en de wig vereist enige vaardigheid en beoordeling en de niet verankerde wig kan verloren gaan of door werklieden worden vervormd. Hetgeen vermoedelijk ernstiger is, is, dat tijdens het gebruik een eventuele beschadiging 10 van de structuur of een trilling kan leiden tot het verloren gaan van een of meer wiggen met eventueel catastrofale resultaten .
Bij dit voorstel zijn in het koud gevormde hoekstuk bij de armposities twee steunen gelast teneinde de extra torsie-15 krachten, die op het koud gevormde hoekstuk tengevolge van zijn afstand tot de binnenstructuur optreden, tegen te gaan.
Deze kniestukken steken naar de buitenwand van het koud gevormde hoekstuk en onderbreken het verloop van het metselwerk. Om de kniestukken onder te brengen is het nodig ge-20 bruik te maken van een dunne smalle steen aan de zijde van het metselwerk en de ruimte achter deze smalle steen op te vullen, ofwel de steen van een gleuf te voorzien voor het-opnemen van de kniestukplaten.
Een doel van de uitvinding is het verschaffen van een 25 nieuwe en verbeterde vorm van een ondersteuningsstelsel voor metselwerk ten gebruike bij gebouwen met een aantal verdiepingen, waarbij enige of alle van de eerder genoemde bezwaren worden opgeheven of gereduceerd.
De uitvinding voorziet daartoe in een ondersteunings-30 stelsel voor een metselwerk, welk ondersteuningsstelsel kan worden bevestigd aan een bevestigingsbout van een binnenstructuur van een wand teneinde een ondersteuning voor een buitenste laag metselwerk van de wand te verschaffen, waarbij het ondersteuningsstelsel voor het metselwerk is voor-35 zien van een stijve metselwerkondersteuningsplaat, welke bestemd is om in hoofdzaak in de dikteafmeting van de buiten- .8801224 ( -4- ste metselwerklaag te worden ondergebracht/ ten minste één steun, welke star aan de metselwerkondersteuningsplaat is bevestigd en voorzien is van een strook en ten minste één overbruggingsflens, welke strook tegen de binnenstructuur 5 stuit en voorzien is van een vertikale, een bout opnemende gleuf, welke bestemd is voor het opnemen van de bevesti-gingsbout, waarbij de overbruggingsflens of -flenzen in de holte steken en star aan de metselwerkondersteuningsplaat zij.n bevestigd, waarbij de steun bovenste en onderste aan-10 slagen bij de strook bepaalt, en een tussenlegplaat, welke glijdend tussen de bovenste en onderste aanslagen past, welke tussenlegplaat is voorzien van een schuine, langwerpige opening met gesloten uiteinden, welke bestemd is om tijdens het bedrijf de bevestigingsbout op te nemen teneinde tege-15 lijkertijd de tussenlegplaat te verankeren en een hoogte- instelling van de steun ten opzichte van de bout mogelijk te maken door de tussenlegplaat in zijdelingse richting te laten glijden.
De steun kan zijn voorzien van een vertikaal kanaal 20 waarbij de strook en een paar zijwanden overbruggingsflenzen vormen.
De bovenste en onderste aanslagen kunnen worden bepaald door een paar gecentreerde vertikale instelgleuven in de genoemde zijwanden bij de strook.
25 De steun kan ook zijn voorzien van een vertikale strook waaraan een zich in dwarsrichting uitstrekkende, centraal opgestelde overbruggingsflens star is bevestigd.
De vertikale strook kan zijn voorzien van een integraal gevormde aanslag voor het verschaffen van de bovenste aan-30 slag.
De integraal gevormde aanslag kan worden gevormd door persen, doorslaan of half afschuiven.
De integraal gevormde aanslag kan in het midden van de strook of kan ook bij de zijranden van de strook aanwezig 35 zijn.
De integraal gevormde aanslag of aanslagen kunnen door .8801224 -5- fc lassen worden versterkt.
De strook kan ook zijn voorzien van een afzonderlijk gevormde daaraan bevestigde aanslag of aanslagen.
In dit geval kan de of elke aanslag een blok of een 5 haak omvatten.
De metselwerkondersteuningsplaat kan planair zijn.
De metselwerkondersteuningsplaat kan ook zijn voorzien van een flens met een stijve hoekstuksectie, zoals een koud gevormd hoekstuk.
10 De tussenlegplaat kan zijn voorzien van evenwijdige boven- en onderranden.
De schuine opening in de tussenlegplaat kan dichter bij een van de boven- en onderranden dan bij de andere zijn gelegen.
15 De schuine opening in de tussenlegplaat kan een helling van bij benadering 15° maken met de evenwijdige boven- en onderranden var. de tussenlegplaat.
Een aantal steunen kan star aan de metselwerkondersteuningsplaat in op een afstand van elkaar gelegen posities in de 20 lengteafmeting daarvan zijn bevestigd.
Een aantal in het algemeen driehoekige kniestukken kan binnen de hoek van de stijve hoekstuksectie zijn bevestigd.
De kniestukken kunnen een oppervlakte hebben, welke * kleiner is dan de omsloten oppervlakte van de stijve hoek- 25 stuksectie.
De maximale horizontale lengte van de kniestukken is bij voorkeur kleiner dan de helft van de breedte van het horizontale been van het hoekstuk en liever nog bij benadering gelijk aan een derde van deze breedte.
30 De kniestukken kunnen in paren aanwezig zijn, en aan de stijve hoekstuksectie zijn gelast op plaatsen, welke overeenkomen met de bevestigingsplaatsen van de wanden van een ka-naalsectiesteun.
De uitvinding zal onderstaand nader worden toegelicht 35 onder verwijzing naar de tekening. Daarbij toont: fig. 1 een vertikaal vooraanzicht van een eerste uit- .8801224 1» » -6- voeringsvorm van een metselwerkondersteuning volgens de uitvinding; fig. 2 een vertikaal zijaanzicht, gedeeltelijk in doorsnede, van de metselwerkondersteuning tijdens het gebruik; 5 fig. 3 een bovenaanzicht van de metselwerkondersteu ning; fig. 4 een vertikaal vooraanzicht van een tussenleg-plaat; fig. 5 een vertikaal aanzicht van de tussenlegplaat 10 in omgekeerde toestand; fig. 6 een vertikaal vooraanzicht van een tweede uitvoeringsvorm van een metselwerkondersteuning; fig. 7 een bovenaanzicht van de metselwerkondersteuning volgens fig. 7; 15 fig. 8 een vertikaal zijaanzicht, gedeeltelijk in doorsnede, van de metselwerkondersteuning volgens de figuren 6 en 7.
Eerst verwijzende naar de figuren 1-5 van de tekening omvat het metselwerkondersteuningsstelsel, dat dient te 20 worden gebruikt voor het ondersteunen van een buitenste laag metselwerk van een holle wand ten opzichte van een bin-nenstructuur van beton of staal, drie hoofdonderdelen, namelijk een metselwerkondersteuningsplaat, verschaft door een hoekstuksectie 10, een steun 11 en een tussenlegplaat 12.
25 De hoeksectie 10 bestaat bij voorkeur uit een koud ge vormd hoekstuk met aanzienlijke dikte aangezien de te ondersteunen last waarschijnlijk het gewicht van een gehele verdieping van de buitenlaag van metselwerk is. De stijve hoeksectie 10 is bij 13 aan een steun 11 met een in het algemeen 30 kanaalvormige doorsnede gelast, zoals het best blijkt uit fig. 3. De kanaalvormige steun 11 bezit een strook 14 en een paar overbruggingsflenzen, gevormd door in het algemeen evenwijdige zijwanden 15, die, zoals aangegeven bij 13, aan de hoeksectie 10 zijn gelast. De strook is voorzien van een 35 vertikale gleuf 16 met gesloten uiteinden, welke dient voor het opnemen van een korte bout, welke zich uit de binnen- .8801224 t -7- structuur van het gebouw uitstrekt bijvoorbeeld uit het beton of het stalen gestel. De gleuf 16 is vertikaal en heeft een breedte welke equivalent is aan die van de bout, welke in de tekening bij 17 door een stippellijn is aangegeven.
5 Elk van de zijwanden 15 bezit voorts een vertikale gleuf, aangegeven bij 18. Deze gleuven zijn betrekkelijk smal en dienen voor het opnemen van het derde deel van het stelsel, dat een tussenlegplaat 12 is, waarbij de einden van de gleuven 18 bovenste en onderste aanslagen voor het gelei-10 den van de tussenlegplaat12vormen.Dit blijkt het best tijdens het gebruik, uit fig. 1 van de tekening en is meer gedetailleerd weergegeven in de figuren 4 en 5, waarnaar hierna zal worden verwezen. De gleuven 18 zijn onmiddellijk bij de strook 14 van de steun gelegen, zodat de tussenlegplaat 12, 15 welke nauwsluitend glijdend in de gleuven 18 past, vanaf de zijkant naar de in de figuren 1 tot 3 van de tekening aangegeven positie glijdend kan worden ingebracht.
Uit fig. 1 blijkt, dat de tussenlegplaat 12 is voorzien van een schuine opening 19 met gesloten uiteinden, welke een 20 voldoende afmeting heeft om de korte bout 17 te omsluiten.De bout 17 bevindt zich derhalve in het snijpunt van de vertikale gleuf 16 van de kanaalstrook en de schuine opening 19 van de tussenlegplaat 12. Door de tussenlegplaat 12 in laterale richting te bewegen, beweegt dit snijpunt zich naar bo-25 ven of naar beneden langs de vertikale gleuf 16 en derhalve wordt tijdens het bedrijf deze instelling gebruikt om de steun 11 ten opzichte van de (stationaire) positie van de bout 17 naar boven of naar beneden te bewegen.
In de lengteafmeting van de hoeksteun 10 zijn met 30 intervallen, welke voldoende zijn om de te verwachten last te ondersteunen, steunen 11 aanwezig. Elk van de steunen is aan een respectieve bout bevestigd en de instelling vindt plaats onder gebruik van een respectieve tussenlegplaat voor het opnemen van een eventuele kleine variatie in hoogte van 35 de positie van de korte bouten in de binnenstructuur van de wand.
.8801224 f -8- üit fig. 4 van de tekening blijkt, dat de tussenleg-plaat 12 is voorzien van evenwijdige boven- en onderranden 20 en 21, welke op een afstand van elkaar zijn gelegen, die gelijk is aan de hoogte van de gleuven 18 in de zijwanden van 5 de steun teneinde een nauwsluitende glijpassing te verkrijgen. De schuine opening 19 met afgesloten uiteinden bevindt zich dichter bij de bovenrand 20 dan bij de onderrand 21.
De opening helt onder een hoek van 15° ten opzichte van de boven- en onderranden. Tijdens het bedrijf leidt een laterale 10 glijbeweging van de tussenlegplaat, aangegeven in fig. 4 tot een gebied van mogelijke boutposities, welke betrekkelijk dicht bij de bovenrand van de tussenlegplaat zijn gelegen, dat wil zeggen, dat de steun betrekkelijk laag is opgehangen. Indien de steun hoger moet worden opgehangen, kan de tussen-15 legplaat worden omgekeerd, als aangegeven in fig. 5, zodat de opening 19 zich dan dichter bij de nieuwe onderrand 20 dan bij de bovenrand 21 bevindt.
Terugkerende tot de figuren 1 en 2 van de tekening, is een aantal kniestukplaten 22 ter plaatse van elke steun 11 20 bij het weergegeven voorbeeld aan de stijve hoeksectie 10 gelast. Deze kniestukplaten zijn optioneel. Zij kunnen uit de steunposities worden weggelaten. Wanneer zij aanwezig zijn beletten de kniestukken een buiging van de hoeksectie en verstijven zij het geheel tegen torsie-beweging onder invloed 25 van de belasting, waarbij men rekening moet houden met de extra hefboomsoverbrenging, welke wordt veroorzaakt doordat de last zich over de breedte van de holte op een afstand van het voornaamste ondersteuningspunt daarvan bevindt.
Elk kniestuk heeft een in het algemeen driehoekige vorm 30 ofschoon dit bij de· hoek is afgeknipt teneinde het mogelijk te maken, dat het kniestuk bij het niet-vierkante koud gevormde hoekstuk 10 kan worden toegepast. De oppervlakte van elke kniestukplaat is aanzienlijk kleiner dan de omsloten oppervlakte van de hoeksectie 10 en de maximale horizontale af-35 stand van de kniestukplaat tot het punt 23 ligt tussen de helft en een derde van de lengte van een horizontaal been 24 .8801224 « > -9- van het hoekstuk.
Bij het afgebeelde voorbeeld strekt het koud gevormde hoekstuk zich niet volledig tot de rand van het metselwerk uit. Er kunnen standaardstenen 25 op het koud gevormde 5 hoekstuk op een geschikt speciebed 26 worden gelegd, welke stenen zich slechts iets naar voren ten opzichte van het eind van het been 24 uitstrekken. Teneinde de kniestukplaten 22 te kunnen onderbrengen, wordt een klein gedeelte, meer in het bijzonder ongeveer een derde van de breedte van de 10 steen, van de achterhoek van de steen afgeslagen wanneer deze ter plaatse van de steun en het kniestukplaatstelsel wordt gelegd. Dit is een betrekkelijk eenvoudige door een metselaar uit te voeren handeling en het blijkt, dat aan het stelsel van stenen geen andere modificatie nodig is en dat 15 het verloop daarvan ononderbroken is.
Dit staat in tegenstelling met de constructie, waarbij betrekkelijk brede kniestukplaten worden gebruikt, welke zich dicht tot het voorste vlak van het metselwerk uitstrekken. In dat geval moeten speciale smalle strookvormige ste-20 nen worden gebruikt om de plaats van de kniestukplaat te verbergen en wordt het deel van de wand achter de smalle strookvormige steen opgevuld met puin en specie, waardoor, het belasting ondersteunende vermogen lokaal wordt gereduceerd en tevens een mate van vaardigheid en beoordeling door 25 de metselaar nodig is.
Zoals boven is vermeld, kunnen de kniestukplaten onder geschikte belastingstoestanden worden weggelaten.
De buitenlaag van het metselwerk wordt op een conventionele wijze tot het niveau van de volgende verdieping 30 voortgezet, wanneer een hoekstuk 10 aanwezig is. Men kan optioneel onder het koud gevormde hoekstuk een dilatatie-voeg 27 toepassen.
Meer in het bijzonder verwijzend naar fig. 3 van de tekening wordt opgemerkt dat de hoeksectie 10 zich in hoofd-35 zaak geheel binnen de dikteafmeting van de buitenlaag van het metselwerk bevindt en dat de holte 28 in hoofdzaak vrij .8801224 f -10- is. De enige belemmeringen in de holte zijn de vertikaal verlopende zijwanden 15 van het kanaal en deze vormen het enige punt waarin vallende specie zich in de holte kan opbouwen of warmte of vocht over de holte kan worden overge-5 dragen. Derhalve voorziet de afgeheelde constructie niet in een thermische brug behoudens bij de gelokaliseerde plaatsen van de steunen en zelfs deze mate van warmtegeleiding kan worden vermeden door gebruik te maken van een kleine isolerende strook, welke achter de strook 14 van de steun bij de 10 binnenstructuur van de wand kan worden opgesteld.
De zeer stijve aard van de steun met kanaalvormige doorsnede maakt het mogelijk, dat een betrekkelijk grote holte 28 kan worden gebruikt en dat bijna de gehele holte vrij is voor isolatiemateriaal, dat in de holte dient te wor-15 den ondergebracht. Op een soortgelijke wijze wordt de normale vochtwerende werking van de holte niet onderbroken behoudens lokaal, en is het mogelijk geschikte vochtwerende membranen over de holte boven de steunen aan te brengen, zodat vocht de neiging heeft om naar de buitenlaag van het met-20 selwerk te worden afgevoerd.
In de wand kunnen muurankers worden opgenomen om de binnenstructuur en de buitenlaag van het metselwerk op een in het algemeen bekende wijze met elkaar te koppelen.
Er is verwezen naar een eerder voorstel, waarbij een 25 wig lateraal in een van een gleuf voorziene vertikale steun met een kanaalvormige doorsnede werd gedreven voor het verschaffen van een fijn instelling van de hoogte van de uitstekende korte bout ten opzichte van de steun. Bij dat eerdere voorstel werd de wig niet verankerd.
30 Opgemerkt wordt, dat wanneer de tussenlegplaat volgens de uitvinding eenmaal in de gleuven 18 is ingebracht en het uit de steun en de tussenlegplaat bestaande stelsel aan de korte bout 17 is aangeboden, de tussenlegplaat 12 verankerd blijft en niet verloren kan gaan of dat de bouwer deze laat 35 vallen, of dat de plaat door een beschadiging aan het in gebruik zijnde gebouw los kan raken.
.8801224 6 -11-
Meer in het bijzonder wordt erop gewezen, dat de tus-senlegplaat 12 op een nauwsluitende wijze glijdbaar in de gleuven 18 past.Dit betekent, dat de steun 11 niet kan worden gedwongen zich van de ene zijde naar de andere zijde 5 met een schommelbeweging om de stationaire korte bout 17 kan bewegen zelfs in het geval van een ernstige beschadiging van het gebouw, welke bijvoorbeeld wordt veroorzaakt door een explosie of een heftige stoot. Bij het eerder beschreven stelsel, waarbij gebruik wordt gemaakt van een 10 wig, die boven de bout wordt ingebracht, houdt slechts het gewicht van het metselwerk de steun vertikaal. Indien de metselwerkbelasting onstabiel zou worden, zou de steun een schommelbeweging om de bout kunnen uitvoeren met dientengevolge een verloren gaan van de stabiliteit van de gehele 15 structuur.
Het is bij proeven gebleken, dat de bovenbeschreven uitvoeringsvorm veel beter voldoet aan de eisen ten aanzien van vastheid en buigbestendigheid. Met het oog hierop zal onder verwijzing naar de figuren 6 tot 8 van de tekening 20 een tweede uitvoeringsvorm worden beschreven, welke tweede uitvoeringsvorm relatief minder weegt en kenmerken bezit, welke het gebruik daarvan ter plaatse relatief eenvoudiger maken.
• Zoals uit de figuren 6 tot 8 van de tekening blijkt, 25 omvat het metselwerkondersteuningsstelsel in dit geval een vlakke plaat 30, welke als een steun voor de buitenlaag van metselwerk dient, een steun, voorzien van een binnenstrook 31 en een centraal opgestelde dwarsflens 32, welke zich over de holte uitstrekt. De flens 32 is bij 33 aan de met-30 selwerkondersteuningsplaat 30 gelast.
Er is evenals eerst een tussenlegplaat 34 met een schuine opening 35 met gesloten uiteinden aanwezig. De ver-tikale strook 31 van de steun bezit een snijdende vertikale gleuf 36. De tussenlegplaat 34 kan lateraal worden bewogenen 35 wordt geleid door een onderste aanslag 37 welke wordt gevormd door de bovenzijde van de overbruggingsflens 32, en een .8801224 -12- bovenste aanslag 38, die op de strook 31 is gevormd.
De bovenste aanslag 38 kan op verschillende wijzen worden gevormd doch is bij het afgebeelde voorbeeld verkregen door het materiaal van de strook naar voren te drukken, 5 zoals het duidelijkst blijkt bij het gedeelte in doorsnede aan de bovenzijde van fig. 8. De aanslag 38 wordt optioneel ondersteund door een las 39.
De tussenlegplaat 34 kan tussen de bovenste en onderste aanslagen 37 en 38 met hetzelfde effect glijden als eer-10 der voor de eerste uitvoeringsvorm is beschreven. Evenwel zal worden opgemerkt, dat de tussenlegplaat 34 slechts wordt verankerd wanneer op de korte bout een moer is gebracht.
De metselwerkondersteuningsplaat 30 kan tot elke willekeurige lengte worden uitgebreid om de buitenste laag 15 metselwerk te ondersteunen. Het blijkt, dat slechts de overbruggingsflens 32 in wezen de holte overspant, waardoor de kans, dat specie zich opbouwt wordt gereduceerd en de noodzaak tot het treffen van vochtwerende maatregelen wordt vermeden. In de onderrand van de overbruggingsflens 32 is een 20 geschikte uitsnijding 40 aanwezig om eventuele vochtafzettingen op de steun te elimineren.
De bovenste aanslag 38 kan op verschillende wijzen worden gevormd en wel door persen, doorboren of half-afschuiven waardoor deze integraal met de rest van de strook 31 25 kan worden gevormd. De aanslag kan ook bestaan uit een blok of een haakvormig onderdeel, dat op het vlak van de strook 31 is gelast. Bij verdere alternatieven kan de enkele centrale aanslag 38 worden vervangen door een paar aanslagen, die aan de zijranden van de strook 31 aanwezig zijn.
.8801224

Claims (23)

1. Metselwerkondersteuningsstelsel voor bevestiging aan een bevestigingsbout van een binnenstructuur van een wand voor het verschaffen van ondersteuning voor een buitenste metselwerklaag van de wand, welk metselwerkondersteu-5 ningsstelsel is voorzien van een stijve metselwerkondersteu-ningsplaat en ten minste éên steun, welke star aan de met-selwerkondersteuningsplaat is bevestigd en bestemd is om aan de bevestigingsbout te worden bevestigd met het kenmerk, dat de stijve metselwerkondersteuningsplaat bestemd is om 10 in hoofdzaak binnen de dikteafmeting van de buitenste metselwerklaag te worden opgesteld, de steun is voorzien van een strook en ten minste één overbruggingsflens, waarbij de strook tegen de binnenstructuur stuit en voorzien is van een vertikale, een bout opnemende gleuf, waarbij de overbrug-15 gingsflens of -flenzen zich in de holte uitstrekken en stijf aan de metselwerkondersteuningsplaat zijn bevestigd, waarbij de steun bovenste en onderste aanslagen bij de strook bepaalt, en een tussenlegplaat aanwezig is, welke glijdbaar tussen de bovenste en onderste aanslagen past, welke tussen-20 legplaat is voorzien van een schuine, langwerpige opening met afgesloten uiteinden, welke dient om tijdens bedrijf de bevestigingsbout op te nemen en op deze wijze tegelijkertijd de tussenlegplaat te verankeren en een hoogteinstelling van de steun ten opzichte van de bout mogelijk te maken door de 25 tussenlegplaat in zijdelingse richting te laten glijden.
2. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de steun is voorzien van een vertikaal kanaal, waarbij de strook en een paar zijwanden overbrug-gingsflenzen vormen.
3. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de bovenste en onderste aanslagen worden bepaald door een paar gecentreerde vertikale instelgleuven in de genoemde zijwanden bij de strook. .8801224 -14-
4. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat de steun is voorzien van een vertikale strook:.waar.aan een zichindwarsrichting uitstrekkende, centraal opgestelde overbruggingsflens star is bevestigd.
5. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 4 met het kenmerk, dat de vertikale strook is voorzien van een integraal gevormde aanslag voor het vormen van de bovenste aanslag.
6. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 5 10 met het kenmerk, dat de integraal gevormde aanslag is gevormd door persen, doorboren of half-afschuiven.
7. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 5 of 6 met het kenmerk, dat de integraal gevormde aanslag zich in het midden van de strook bevindt.
8. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 5 of 6 met het kenmerk, dat de integraal gevormde aanslag zich bij de laterale randen van de strook bevindt.
9. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens een der con clusies 5-8 met het kenmerk, dat de integraal gevormde aan- 20 slag of aanslagen zijn versterkt door lassen.
10. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 4 met het kenmerk, dat de strook is voorzien van een afzonderlijk gevormde, daaraan bevestigde aanslag of aanslagen.
11. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 10, 25 met het kenmerk, dat de of elke aanslag een blok omvat.
12. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de of elke aanslag een haak omvat.
13. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens een der voor gaande conclusies met het kenmerk, dat de metselwerkonder- 30 steuningsplaat planair is.
14. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens een der conclusies 1-12 met het kenmerk, dat de metselwerkondersteu-ningsplaat een flens van een stijve hoeksectie, zoals een koud gevormd hoekstuk omvat.
15. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens een der voor- .8801224 -15- gaande conclusies met het kenmerk, dat de tussenlegplaat is voorzien van evenwijdige boven- en onderranden.
16. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 15 met het kenmerk, dat de schuine opening in de tussenleg- 5 plaat dichter bij een van de boven- en onderranden dan bij de andere is gelegen.
17. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens een der voorgaande conclusies met het kenmerk, dat de schuine opening in de tussenlegplaat een hoek van bij benadering 15° 10 maakt met de evenwijdige boven- en onderranden van de tussenlegplaat .
18. Metselwerkondersteuningsstelsel met het kenmerk, dat een aantal steunen star aan de metselwerkondersteunings-plaat in punten daarvan langs de lengteafmeting daarvan 15 zijn bevestigd.
19. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 14 met het kenmerk, dat een aantal in het algemeen driehoekige kniestukken in de hoek van de stijve hoeksectie is bevestigd.
20. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 19 met het kenmerk, dat de hoekstukken een kleinere oppervlakte hebben dan de omsloten oppervlakte van de stijve hoeksectie.
21. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 25 20 met het kenmerk, dat de maximale horizontale afmeting van het kniestuk kleiner is dan de helft van de breedte van het horizontale been van het hoekstuk.
22. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 21 met het kenmerk, dat de maximale horizontale afmeting 30 bij benadering een derde van de breedte van het horizontale been van het hoekstuk is.
23. Metselwerkondersteuningsstelsel volgens conclusie 2 en 19 met het kenmerk, dat de kniestukken in paren aanwezig zijn, en aan de stijve hoeksectie zijn gelast in pun- 35 ten, welke overeenkomen met de bevestigingspunten van de wanden van een steun met kanaalvormige doorsnede. .8801224
NL8801224A 1987-05-13 1988-05-10 Ondersteuningsstelsel voor metselwerk. NL8801224A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
GB878711225A GB8711225D0 (en) 1987-05-13 1987-05-13 Masonry support system
GB8711225 1987-05-13

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8801224A true NL8801224A (nl) 1988-12-01

Family

ID=10617218

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8801224A NL8801224A (nl) 1987-05-13 1988-05-10 Ondersteuningsstelsel voor metselwerk.

Country Status (2)

Country Link
GB (2) GB8711225D0 (nl)
NL (1) NL8801224A (nl)

Families Citing this family (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE19506023C2 (de) * 1995-02-22 1997-07-10 Lutz Ankersysteme Gmbh & Co Traganker für Fassadenplatten
GB0106083D0 (en) * 2001-03-13 2001-05-02 Granfit Holdings Ltd Wall cladding system
HU2333U (en) * 2002-03-04 2002-07-29 H R Profix Homlokzat Roegzites Support for border piling
ES2360314B1 (es) * 2008-08-26 2012-04-20 Mecanismos, Anclajes Y Sistemas Autoportantes, S.L Dispositivo de soporte de placas de revestimiento.
NL1036519C2 (nl) * 2009-02-05 2010-08-09 Vebo Staal B V Stelelement, stelsysteem en werkwijze voor het stellen van een draagelement ten opzichte van een bouwconstructie.
WO2017045012A1 (en) * 2015-09-18 2017-03-23 Craig James Ply Ltd An improved conveyor belt system
DE102021102504B3 (de) 2021-02-03 2022-07-07 Ulrich Wagner Wandhalter für eine vorgehängte hinterlüftete Fassade und vorgehängte hinterlüftete Fassade

Family Cites Families (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CH524747A (de) * 1969-06-30 1972-06-30 Langensiepen Kg M Wandverkleidung
DE3530694A1 (de) * 1985-08-28 1987-04-02 Siegfried Fricker Vorrichtung zur verankerung von platten

Also Published As

Publication number Publication date
GB8711225D0 (en) 1987-06-17
GB2204620A (en) 1988-11-16
GB8809994D0 (en) 1988-06-02

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US7389620B1 (en) Composite pan for composite beam-joist construction
US5544464A (en) Composite steel and concrete floor system
US20080000177A1 (en) Composite floor and composite steel stud wall construction systems
US20100170194A1 (en) Girders for reinforcing concrete and method for connecting them to pillars in order to provide continuity from bay to bay
MY108507A (en) Slab support system
NL8801224A (nl) Ondersteuningsstelsel voor metselwerk.
US4486000A (en) Formwork system for concrete floors comprising a floor joist
GB2354267A (en) Hanger for connecting horizontal member to vertical structure
US20090100776A1 (en) Formwork
GB2265640A (en) Pour stop for concrete structure
JP2002302908A (ja) 上下部複合部材の剛結構造
US20100301190A1 (en) Modular edge form system for cast in place suspended concrete slabs
KR102810200B1 (ko) 비대칭 합성보
JP2006070679A (ja) 下端に制動支持装置を有する三角形の構造体相互をけたで連結した連続けた橋
KR100928166B1 (ko) I형 콘크리트 빔의 하부플랜지에 조립식으로 설치된무지보거푸집 및 이를 이용한 교량상부슬래브 시공과무지보거푸집해체방법
SE457221B (sv) Upplagsdon foer uppslagssamverkan mellan en baerande konstruktionsdel och en buren konstruktionsdel
US12497790B2 (en) Supporting head for providing formwork units for floor slabs, and beam and panel for use with the supporting head
US683426A (en) Fireproof construction.
RU2183708C1 (ru) Металлический каркас здания
KR102764508B1 (ko) 장경간 낮은 형고 유지를 위한 합성보
EP0382694B1 (en) A method of connecting horizontal beams to steel colums of a building and a building erected according to said method
JPH05133032A (ja) 床の梁構造
NL1018027C2 (nl) Casco voor een gebouw.
WO2004090253A1 (en) Steel beam
RU2153566C1 (ru) Балка опалубки перекрытия

Legal Events

Date Code Title Description
BV The patent application has lapsed