NL8702904A - Werkwijze en inrichting voor het optekenen van informatie op een registratiedrager, alsmede een inrichting voor het lezen van de opgetekende informatie. - Google Patents
Werkwijze en inrichting voor het optekenen van informatie op een registratiedrager, alsmede een inrichting voor het lezen van de opgetekende informatie. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8702904A NL8702904A NL8702904A NL8702904A NL8702904A NL 8702904 A NL8702904 A NL 8702904A NL 8702904 A NL8702904 A NL 8702904A NL 8702904 A NL8702904 A NL 8702904A NL 8702904 A NL8702904 A NL 8702904A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- signal
- recording
- track
- information
- control
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 13
- 238000001514 detection method Methods 0.000 claims description 60
- 230000005855 radiation Effects 0.000 claims description 34
- 238000009795 derivation Methods 0.000 claims description 13
- 238000005070 sampling Methods 0.000 claims description 10
- 230000003287 optical effect Effects 0.000 claims description 9
- 230000004044 response Effects 0.000 claims description 8
- 230000001360 synchronised effect Effects 0.000 claims description 4
- 230000007274 generation of a signal involved in cell-cell signaling Effects 0.000 claims 1
- 230000008929 regeneration Effects 0.000 claims 1
- 238000011069 regeneration method Methods 0.000 claims 1
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 5
- 125000004122 cyclic group Chemical group 0.000 description 4
- 239000000463 material Substances 0.000 description 4
- 239000000969 carrier Substances 0.000 description 3
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 3
- 238000012935 Averaging Methods 0.000 description 2
- 238000004883 computer application Methods 0.000 description 2
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 description 2
- 239000000758 substrate Substances 0.000 description 2
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 2
- 229910001215 Te alloy Inorganic materials 0.000 description 1
- 230000003247 decreasing effect Effects 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 230000005415 magnetization Effects 0.000 description 1
- 238000011084 recovery Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B7/00—Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B20/00—Signal processing not specific to the method of recording or reproducing; Circuits therefor
- G11B20/10—Digital recording or reproducing
- G11B20/10009—Improvement or modification of read or write signals
- G11B20/10046—Improvement or modification of read or write signals filtering or equalising, e.g. setting the tap weights of an FIR filter
- G11B20/10203—Improvement or modification of read or write signals filtering or equalising, e.g. setting the tap weights of an FIR filter baseline correction
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B7/00—Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
- G11B7/007—Arrangement of the information on the record carrier, e.g. form of tracks, actual track shape, e.g. wobbled, or cross-section, e.g. v-shaped; Sequential information structures, e.g. sectoring or header formats within a track
- G11B7/00745—Sectoring or header formats within a track
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B7/00—Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
- G11B7/007—Arrangement of the information on the record carrier, e.g. form of tracks, actual track shape, e.g. wobbled, or cross-section, e.g. v-shaped; Sequential information structures, e.g. sectoring or header formats within a track
- G11B7/013—Arrangement of the information on the record carrier, e.g. form of tracks, actual track shape, e.g. wobbled, or cross-section, e.g. v-shaped; Sequential information structures, e.g. sectoring or header formats within a track for discrete information, i.e. where each information unit is stored in a distinct discrete location, e.g. digital information formats within a data block or sector
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B7/00—Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
- G11B7/08—Disposition or mounting of heads or light sources relatively to record carriers
- G11B7/09—Disposition or mounting of heads or light sources relatively to record carriers with provision for moving the light beam or focus plane for the purpose of maintaining alignment of the light beam relative to the record carrier during transducing operation, e.g. to compensate for surface irregularities of the latter or for track following
- G11B7/0938—Disposition or mounting of heads or light sources relatively to record carriers with provision for moving the light beam or focus plane for the purpose of maintaining alignment of the light beam relative to the record carrier during transducing operation, e.g. to compensate for surface irregularities of the latter or for track following servo format, e.g. guide tracks, pilot signals
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B7/00—Recording or reproducing by optical means, e.g. recording using a thermal beam of optical radiation by modifying optical properties or the physical structure, reproducing using an optical beam at lower power by sensing optical properties; Record carriers therefor
- G11B7/24—Record carriers characterised by shape, structure or physical properties, or by the selection of the material
- G11B7/2407—Tracks or pits; Shape, structure or physical properties thereof
- G11B7/24085—Pits
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Signal Processing (AREA)
- Optical Recording Or Reproduction (AREA)
Description
y v > I ί > ---.
ΡΗΝ 12.338 1 N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken.
Werkwijze en inrichting voor het optekenen van informatie op een registratiedrager, alsmede een inrichting voor het lezen van de opgetekende informatie.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het door middel van aanbrenging van een patroon van optisch detekteerbare registratietekens optekenen van informatie in een spoor op een registratiedrager van een beschrijfbare soort.
5 De uitvinding heeft verder betrekking op een inrichting voor het door middel van aanbrenging van een patroon voor optisch detekteerbare registratietekens optekenen van informatie in een spoor op een beschrijfbare registratiedrager, welke inrichting is voorzien van een aandrijfinrichting voor het langs een schrijfkop van de inrichting 10 bewegen van de registratiedrager, waarbij de inrichting verder is voorzien van een besturingsschakeling voor het besturen van de schrijfkop overeenkomstig een, aan de informatie gerelateerd, codesignaal ten einde het genoemde patroon van registratietekens aan te brengen.
15 De uitvinding heeft voorts betrekking op een inrichting voor het uitlezen van een registratiedrager waarop door middel van een patroon van optisch detekteerbare registratietekens informatie in een spoor is opgetekend, welke inrichting is voorzien van een aftastinrichting voor het met behulp van een stralingsbundel aftasten 20 van het spoor, waarbij de, door de registratiedrager gereflekteerde of doorgelaten, stralingsbundel overeenkomstig het patroon van registratietekens wordt gemoduleerd, van een optische detector voor het detekteren van de gemoduleerde stralingsbundel en voor het opwekken van een detektiesignaal met een signaalsterkte die overeenkomt met de 25 modulatie van de stralingsbundel en van middelen voor het door middel van vergelijking van de signaalsterkte met een beslissingsniveau omzetten van het detektiesignaal in een tweewaardig codesignaal.
Een dergelijke werkwijze en dergelijke inrichtingen zijn onder andere bekend uit het door Adam Hilger Ltd. uitgegeven boek 30 "Principles of optical disc systems" (ISBN - 0-85 274-785-3).
Aldaar wordt de optekening en uitlezing beschreven zoals deze wordt uitgevoerd bij het zogeheten CD-audio systeem. Daarbij wordt .8702904 * PHN 12.338 2 * voor de optekening van de informatie een gelijkstroombeperkte codering gebruikt. Bij deze gelijkstroombeperkte code heeft het aantal codebits met de logische waarde "1" een vaste verhouding tot het aantal codebits met de waarde ”0*. Dit maakt het mogelijk om het beslissingsniveau uit 5 het detektiesignaal af te leiden door simpelweg de gelijkstroomkomponent van het detektiesignaal te bepalen. Deze codering heeft echter een aantal nadelen, welke hem slecht geschikt maken voor toepassingen waarbij digitale informatie op willekeurige plaatsen op de registratiedrager moeten worden opgetekend en uitgelezen, zoals 10 bijvoorbeeld bij computertoepassingen wenselijk is.
Een eerste nadeel is dat bij uitlezing van een willekeurig gedeelte van de registratiedrager het noodzakelijk is om een groot gedeelte van het spoor dat voorafgaat aan het uit te lezen gedeelte afgetast moet worden om zeker te zijn dat bij het begin van de 15 uitlezing een betrouwbaar beslissingsniveau beschikbaar is. Dit wordt vooral problematisch indien het uit te lezen spoorgedeelte wordt voorafgegaan door een nog onbeschreven spoorgedeelte. Dit komt vooral voor bij het zoeken van sektoradressen op registratiedragers welke in sektoren zijn verdeeld, waarin aan het begin een sektoradres is 20 opgetekend.
Een ander bezwaar van de genoemde codering is dat deze niet geheugenloos is, dat wil zeggen dat de wijze waarop een datawoord in codebits wordt omgezet afhankelijk is van voorafgaande datawoorden. Indien men een beperkt aantal datawoorden van een opgetekende reeks wil 25 wijzigen, betekent dit dat het noodzakelijk is om de gehele reeks opnieuw te coderen en op te tekenen.
De uitvinding beoogt middelen te verschaffen die een codering mogelijk maakt, waarbij het aantal eisen dat ten behoeve van de detektie gesteld moet worden minder is.
30 Volgens een eerste aspect van de uitvinding is de werkwijze gekenmerkt doordat op terugvindbare posities buiten de voor optekening van de informatie gebruikte gedeelten van het spoor vrij gelegen referentietekens worden aangebracht, die van dezelfde soort zijn als de voor optekening van het informatiesignaal gebruikte 35 registratietekens.
Volgens een tweede aspect van de uitvinding is de inrichting voor het optekenen gekenmerkt doordat de besturingsschakeling .87 02904
V
f- PHN 12.338 3 is voorzien van middelen voor het tijdelijk onderbreken van de aanbrenging van het genoegde patroon en van middelen voor het tijdens de onderbreking opwekken van een besturingssignaal voor de schrijfkop ten behoeve van de aanbrenging van vrij gelegen referentietekens op 5 terugvindbare posities op de registratiedrager.
Volgens een derde aspect van de uitvinding wordt de inrichting voor het uitlezen gekenmerkt doordat de inrichting is voorzien van middelen voor het detekteren van gedeelten van het detektiesignaal welke vrij gelegen en buiten de voor optekening van de 10 informatie gebruikte gedeelte van het spoor gelegen referentietekens vertegenwoordigen en van middelen voor het uit de signaalsterkte van het gedetekteerde gedeelten afleiden van het beslissingsniveau.
Bij de uitlezing wordt het beslissingsniveau uit die gedeelten van het detektiesignaal afgeleid, die de referentietekens 15 vertegenwoordigen. De referentietekens zijn vrij gelegen aangebracht, zodat de bepaling van het beslissingsniveau niet beïnvloed wordt door overspraak van naburige tekens op het detektiesignaal. Omdat bovendien de referentietekens op terugvindbare posities zijn aangebracht kan op betrouwbare wijze de mate bepaald worden waarin de stralingsbundel door 20 registratietekens wordt gemoduleerd, zodat op betrouwbare wijze het beslissingsniveau kan worden afgeleid, zonder dat daarvoor additionele eisen aan de codering gesteld behoeven te worden.
Een uitvoeringsvorm van de werkwijze wordt gekenmerkt, dat het spoor is voorzien van voorafaangebrachte optisch detekteerbare 25 besturingssymbolen die onderscheidbaar zijn van het aan te brengen patroon van registratietekens, waarbij de referentietekens op voorafbepaalde posities ten opzichte van de besturingssymbolen worden aangebracht.
Deze uitvoeringsvorm heeft het voordeel dat elk vrij 30 gelegen registratieteken op een gemakkelijke terugvindbare plaats is aangebracht.
Een verdere uitvoeringsvorm van de werkwijze wordt gekenmerkt doordat de afstanden tussen opeenvolgende besturingssymbolen in hoofdzaak constant zijn, en waarbij de besturingssymbolen ten behoeve 35 van de spoorvolging, fokussering en klokgeneratie aangebrachte besturingssymbolen zijn.
Met behulp van deze uitvoeringsvorm wordt een .8702904 *Γ <· ΡΗΝ 12.338 4 registratiedrager verkregen waarbij bij uitlezing van de informatie de invloed van het patroon van registratiedragers, dat de informatie vertegenwoordigt, op de fokusseringsregeling, spoorvolging en klokgeneratie volledig geëlimineerd kan worden, hetgeen betekent dat 5 het aantal beperkende eisen die aan de codering gesteld worden uiterst minimaal is.
Een uitvoeringsvorm van de uitleesinrichting wordt gekenmerkt doordat de inrichting is voorzien van klokgeneratiemiddelen voor het opwekken van een eerste kloksignaal dat indicatief is voor de 10 tijdstippen waarop het detektiesignaal met het belissingsniveau dient te worden vergeleken, welke klokgeneratiemiddelen zijn ingericht voor het opwekken van een met de aftaststippen van de middelen van referentietekens synchroon tweede kloksignaal, waarvan de fase een met de halve periode van het eerste kloksignaal overeenkomende waarde is 15 verschoven ten opzichte van de genoemde aftasttijdstippen, en waarbij de beslissingsniveau-afleidingsmiddelen een bemonsteringschakeling omvatten voor het in reactie op het tweede kloksignaal bemonsteren van de detektiesignaal ten behoeve van de afleiding van het beslissingsniveau.
Deze uitvoeringsvorm heeft het voordeel dat de 20 signaalwaarde van de bepaalde monsters bij lage informatiedichtheden bruikbaar zijn als beslissingsniveau. Deze waarde komt namelijk overeen met het midden van de kleinst voorkomende oogopening van het detektiesignaal.
Een andere uitvoeringsvorm van de uitleesinrichting wordt 25 gekenmerkt doordat de beslissingsniveau-afleidingsmiddelen een detektieschakeling omvat voor het bepalen van het hoogte van de detektiesignaalpieken tijdens de afleiding van de referentietekens ten opzichte van de detektiesignaalwaarde direct voor of na de aftasting van het referentieteken, en middelen die het belissingsniveau instellen op 30 een waarde die overeenkomt met een bepaald gedeelte van de gedetekteerde piekhoogte.
Indien een registratiedrager uitgelezen moet worden waarbij bij de optekening de hoeksnelheid constant gehouden is, dan is de informatiedichtheid straalafhankelijk. Dat betekent dat bij de 35 uitlezing het optimale beslissingsniveau, dat overeenkomt met het midden van de kleinst voorkomende oogopening van het detektiesignaal, eveneens straalafhankelijk is. Een uitleesinrichting welke bijzonder geschikt is .8702904
F
b PM 12.338 5 voor de uitlezing van deze registratiedrager wordt gekenmerkt doordat middelen voor het instellen van het heslissingsniveau zijn voorzien van middelen voor het aanpassen van het heslissingsniveau in afhankelijkheid van de radiale positie van het afgetaste spoorgedeelte.
5 Een uitvoeringsvorm van de inrichting voor het uitlezen wordt gekenmerkt, doordat de referentieniveau afleidingsmiddelen voorzien zijn van middelen voor het bepalen van een gewogen gemiddelde van de signaalsterkte van de, met de aftasting van de referentietekens overeenkomende, gedeelten van het detektiesignaal en van middelen die 10 het heslissingsniveau afleiden uit het bepaalde gewogen gemiddelde.
Deze uitvoeringsvorm heeft het voordeel dat een ongewenst grote verandering van het heslissingsniveau als gevolg van een incidenteel onjuist uitgelezen of onjuist aangebrachte referentieteken voorkomen wordt.
15 De uitvinding alsmede verdere voordelen hiervan worden hierna in detail beschreven onder verwijzing naar de figuren 1 tot en met 7, waarin figuur 1 een langs optische weg beschrijfbare registratiedrager toont 20 figuur 2 een codesignaal Vc, het patroon van registratietekens op de informatiedrager dat dit codesignaal vertegenwoordigt, het bij uitlezing van de registratiedrager en verkregen detektiesignaal Vd, en het uit het registratiesignaal teruggewonnen codesignaal Vc' toont bij optekening volgens de stand der 25 techniek, figuur 3 het codesignaal Vc, het patroon van registratietekens, het detektiesignaal Vd en het teruggewonnen codesignaal Vc' toont bij een optekening volgens de uitvinding, figuur 4 een uitvoeringsvorm van de uitlees- en 30 optekeninrichting volgens de uitvinding toont, figuur 5 een aantal in de inrichting van figuur 4 optredende signalen toont, figuur 6 een andere uitvoeringsvorm van een langs optische weg beschrijfbare registratiedrager toont, 35 figuur 7 een andere uitvoeringsvorm van de opteken- en uitleesinrichting volgens de uitvinding toont.
Figuur 1a toont een schijfvormige registratiedrager 1 . 8702904 4 PHN 12.338 6 welke is voorzien van een vooraf aangebracht patroon van sporen 4.
Een dergelijk sporenpatroon kan bijvoorbeeld bestaan uit een vooraf aangebrachte spiraalvormige groef welk in een substraat 5 is aangebracht. De groeven zijn in figuur 1b, welk een gedeelte van de 5 doorsnede van de registratiedrager 1 langs de lijn b-b toont, sterk vergroot weergegeven. Het substraat 5 is bedekt met een stralingsgevoelige laag 6 van een gebruikelijke soort welke, indien bestraald met een straling met voldoende hoge energie-inhoud een optisch detekteerbare verandering ondergaat. Een dergelijke laag 6 kan 10 bijvoorbeeld bestaan uit een Telluurlegering, welke door bestraling met een stralingsbundel plaatselijk zodanig verhit kan worden, dat de laag ter plaatse van de verhitting wordt verwijderd.
De laag 6 kan ook bestaan uit een zogeheten "phase-change "-materiaal, dat bij verhitting met een stralingsbundel een 15 struktuurverandering ondergaat, bijvoorbeeld een verandering van een amorfe naar een kristallijne struktuur of omgekeerd.
De laag 6 kan ook bestaan uit een magneto-optisch materiaal, waarvan de magnetisatierichting kan worden veranderd door de laag onder invloed van een magnetische veld te brengen en tegelijkertijd 20 het magneto-optische materiaal plaatselijk te verwarmen met een stralingsbundel. De laag 6 is afgedekt met een afdeklaag 7.
Het in figuur 1 getoonde sporenpatroon bestaat uit een doorlopende groef. Een dergelijk sporenpatroon kan echter ook uitsluitend worden gevormd door bijvoorbeeld op equidistante 25 hoekposities gelegen servobesturingssymbolen, welke de positie van het voor optekening te gebruiken sporen vastleggen.
In het spoor 4 kan een informatiesignaal worden opgetekend door het spoor 4 met behulp van een stralingsbundel af te tasten en daarbij de stralingsbundel zodanig te moduleren dat een 30 patroon van registratietekens in het spoor ontstaat dat het informatiesignaal vertegenwoordigt. Daarbij is het gebruikelijk om het informatiesignaal om te zetten in een tweewaardig codesignaal en vervolgens de stralingsbundel overeenkomstig het codesignaal te moduleren, zodat een patroon van registratietekens ontstaat, waarbij 35 gedeelten van het codesignaal met een eerste logische waarde, bijvoorbeeld "1", in het patroon overeenkomt met de gedeelten van het spoor die zijn bezet met de registratietekens, en waarbij de gedeelten .8702904 ♦ PHN 12.338 7 met andere logische waarde, bijvoorbeeld "O", overeenkomt met de onbezette gedeelten van het spoor.
In figuur 2 is een op de hiervoor beschreven wijze verkregen patronen van registratietekens 8 en het daarmee overeenkomende 5 codesignaal Vc weergegeven.
Het weergegeven codesignaal Vc bestaat uit bitcellen 9 et constante lengte^. De middens van de bitcellen 9 komen overeen met equidistante syaboolposities, welke in figuur 2 met de letter p zijn aangeduid. Het codesignaal Vc kan uit het spoor 4 worden uitgelezen door 10 het spoor 4 met een stralingsbundel af te tasten, en vervolgens de, daarbij door het patroon van registratietekens 8 veroorzaakte, modulatie van de gereflekteerde bundel te detekteren met behulp van een optische detektor van een gebruikelijke soort, die een detektiesignaal Vd opwekt met een signaalsterkte die overeenkomt met de tijdens de aftasting in de 15 stralingsbundel veroorzaakte modulatie. Het aldus verkregen detektiesignalen Vd is eveneens in de figuur 2 weergegeven. Een met het oorspronkelijk codesignaal Vc identiek codesignaal Vc' wordt uit het detektiesignaal Vd terug gewonnen door op de tijdstippen waarop het midden van de stralingsbundel overeenkomt met de symboolposities p, het 20 detektiesignaal Vd te vergelijken met een beslissingsniveau Vref. De logische waarde van het teruggewonnen codesignaal Vc is afhankelijk van het resultaat van de vergelijking. Ten einde een eenvoudige afleiding van het referentieniveau uit het detektiesignaal Vd mogelijk te maken, is het gebruikelijk om een gelijkstroombeperkte codering toe te passen.
25 In dat geval kan de gelijkstroomkomponent in het detektiesignaal gebruikt worden als beslissingsniveau.
De eisen die ten behoeve van de verkrijging van deze gelijkstroombeperking aan de codering gesteld worden, maken deze codering slecht geschikt voor toepassing in systemen waarbij digitale 30 informatie op willekeurige plaatsen op de registratiedrager moeten worden geschreven, zoals veelal bij computertoepassingen gewenst is.
Aan de hand van figuur 3 zal nu een werkwijze voor het optekenen en uitlezen volgens de uitvinding worden beschreven waarbij op eenvoudige en betrouwbare wijze het beslissingsniveau uit het 35 detektiesignaal Vd kan worden teruggewonnen en waarbij er geen beperkende eisen aan de codering behoeven te worden gesteld.
In het figuur 3 weergegeven spoor 4 worden gedeelten 30, .8702904 4 PHN 12.338 8 welke gedeelten 32 van het codesignaal Vc vertegenwoordigen, afgewisseld met gedeelten 31 waarin een referentieteken 33 is aangebracht. De referentietekens 33 zijn op dezelfde wijze met behulp van een stralingsbundel in de laag 6 aangebracht als de registratietekens 8, 5 zodat zij dezelfde veranderde optische eigenschappen bezitten als de registratietekens 8, welke in figuur zijn samengesteld uit één of meer elementaire tekens 54. Dit zijn de kleinst mogelijke tekens die door de gebruikte schrijfinrichting kunnen worden aangebracht.
Bij de uitlezing van het spoor 4 wordt uit het gedeelte 10 van het detectiesignaal Vd dat overeenkomt met het referentieteken 33 het referentieniveau afgeleid, bijvoorbeeld door een referentieniveau te kiezen dat gelijk is aan een voorafbepaald percentage van het verschil 34a tussen de minimale en maximale waarde van het detektiesignaal gedeelte 34.
15 Een andere geschikte waarde voor het referentieniveau is de signaalsterkte van het detektiesignaal op het tijdstip dat de afstand tussen het taidden van de stralingsbundel en het midden van het referentieteken 33 gelijk is aan de halve afstand tussen de symboolposities p. Deze waarden zijn in figuur 3 aangeduid met 20 verwijzingscijfers 35.
Ten einde een afleiding van het referentieniveau Vref mogelijk te maken is het noodzakelijk om de referentietekens 33 op terugvindbare posities aan te brengen. Indien een schijfvormige registratiedrager wordt toegepast, kan dit bijvoorbeeld worden 25 gerealiseerd door de referentietekens op voorafbepaalde hoekposities aan te brengen. Indien een registratiedrager wordt toegepast die is voorzien van voorafaangebrachte optische detekteerbare besturingssymbolen welke onderscheidbaar zijn van de patronen van registratietekens, zoals deze ontstaan bij de optekening van de informatie, dan worden de 30 referentietekens 33 bij voorkeur op voorafbepaalde posities ten opzichte van deze besturingssymbolen aangebracht.
Bij de hiervoor beschreven werkwijze wordt het referentieniveau uit het detektiesignaal afgeleid. Dit heeft het voordeel dat de invloed van de intensiteit van de stralingsbundel en de 35 materiaal eigenschappen van de laag 6, bijvoorbeeld de reflektiecoëfficient, geen invloed hebben op de betrouwbaarheid van de terugwinning van het codesignaal Vc'.
.8702904 ΰ ê ΡΗΝ 12.338 9
Figuur 4 toont een uitvoeringsvorm van een opteken- en uitleesinrichting volgens de uitvinding. In de getoonde uitvoeringsvorm is de registratiedrager 1 vast op een draaitafel 40 bevestigd. De draaitafel 40 wordt aangedreven door een aandrijfmotor 41, die 5 mechanisch is gekoppeld met een pulsgenerator 42 voor het opwekken van een pulsvormig kloksignaal cl, met een frequentie die evenredig is met de hoeksnelheid van de registratiedrager 1.
De periodetijd van de klokpulsen van het kloksignaal komt overeen met de afstand tussen de symhoolposities p. Verder is 10 pulsgenerator 42 nog voorzien van gebruikelijke middelen voor het éénmaal per omwenteling opwekken van een terugstelpuls cr. Het kloksignaal cl wordt toegevoerd aan een cyclische teller 43 voor het tellen van de pulsen van het kloksignaal cl. Het telbereik van de cyclische teller 43 is zodanig gekozen dat in één volledige 15 omwenteling van de plaat een geheel aantal telcycli wordt uitgevoerd. In het hier getoonde uitvoeringsvorm is het telbereik “65". De terugstelpuls cr wordt toegevoerd aan een terugstelingang van de teller 43 voor het op nul stellen van de teller 43. De telstand van de teller 43 wordt via een bus 44 toegevoerd aan een poortschakeling 45, welke een 20 signaal S2 met een logische waarde "1" opwekt voor de telstand "6" tot en met “65“ en welke een signaal S1 met een logische waarde "1" opwekt gedurende de tijd dat de telstand van de teller 43 gelijk is aan "3“. De poortschakeling 45 kan bestaan uit gebruikelijke vergelijkingsschakelingen, die de telstand vergelijken met een gewenste 25 telstand, en die het resultaat van de vergelijkingen door middel van een logisch signaal afgeven. Echter ook andere schakelingen bijvoorbeeld een uitsluitend leesbaar geheugen (ROM) of een programmeerbaar logisch array (PDA), kunnen worden gebruikt.
Tegenover de roterende registratiedrager 1 is een 30 optische lees/schrijfkop 47 van een gebruikelijke soort opgesteld voor het met behulp van een stralingsbundel 46 aftasten van het spoor 4. De lees/schrijfkop 47 is voorzien van stralingsbundel modulatiemiddelen voor het overeenkomstig een door een schrijfschakeling 48 aangeboden schrijfsignaal Vs moduleren van de stralingsbundel ten einde het patroon 35 van registratietekens in het spoor 4 aan te brengen.
De schrijfschakeling 48 omvat een codeerschakeling 61 voor het omzetten van het tweewaardige informatiesignaal Vi in het .8702904 PHN 12.338 10 codesignaal Vc. De codeerschakeling, welke in figuur 4a in detail is weergegeven, omvat een serieel-parallel omzetter 62 voor het samenstellen van m-bit informatiewoorden, bijvoorbeeld 8-bit informatiewoorden. De m-bit informatiewoorden worden met behulp van een 5 geheugen 63, bijvoorbeeld een ROM, omgezet in n-bit codewoorden, bijvoorbeeld 12-bit codewoorden. De n-bit codewoorden worden door middel van een parallel-serieel omzetter 64 omgezet in het serieële codesignaal Vc.
Teneinde de omzetting te sturen is de codeerschakeling 61 10 nog voorzien van een stuurschakeling 65 voor het opwekken van kloksignalen cl2 en cl3, welke op een gebruikelijke wijze worden afgeleid uit het kloksignaal cl. De stuurschakeling 65 is zo gedimensioneerd dat de frequentie van het kloksignaal cl2, dat via een twee-ingangs EN-poort 66 toegevoerd wordt aan de klokingang van de 15 serieel parallel omzetter 62, gelijk is aan m/n maal de frequentie van het kloksignaal cl.
De frequentie van het kloksignaal cl3, dat via de twee-ingangs EN-poort 67 wordt toegevoerd van de parallel laadingang van parallel-serieel omzetter 64, is gelijk aan 1/n maal de frequentie van 20 het kloksignaal cl. Het kloksignaal cl wordt via twee-ingangs EN-poort 68 toegevoerd aan de klokingang van parallel-serieel omzetter 64. Verder wordt het signaal S2 nog toegevoerd aan de ingangen van de EN-poorten 66, 67 en 68, zodat gedurende bij de telstanden "6" tot en met "65" de kloksignalen cl, cl2 en cl3 aan de omzetters 62 en 64 worden doorgegeven 25 terwijl bij de telstanden "1“ tot en met "5" de kloksignalen cl, cl2 en cl3 worden geblokkeerd door de poorten 66, 67 en 68. Op deze wijze wordt bereikt dat gedurende de aftasting van de symboolposities p6 tot en met p65 het informatiesignaal Vi wordt omgezet in het codesignaal Vc, terwijl gedurende de aftasting van de symboolposities p1 tot en met p5 30 de omzetting wordt onderbroken.
Het codesignaal Vc wordt toegevoerd aan de ingang van een van de ingangen van een twee-ingangs EN-poort 51, terwijl het signaal S2 aan de andere ingang van de EN-poort 51 wordt toegevoerd, zodat het codesignaal Vc alleen gedurende de aftasting van de symboolposities p6 35 tot en met p65 wordt doorgegeven aan de uitgang van EN-poort 51. De uitgang van EN-poort 51 wordt via een OF-poort 52 toegevoerd aan een van de ingangen van een twee-ingangs EN-poort 53. Aan de andere ingang van .8702904 c PHN 12.338 11 EN-poort 53 wordt het pulsvormige kloksignaal cl toegevoerd, zodat voor elk code bit met de logische waarde "1“ één puls van het kloksignaal aan de uitgang van EN-poort 53 wordt doorgegeven, (zie figuur 5). Het uitgangssignaal van EN-poort 53 fungeert als schrijfsignaal Vs voor de 5 schrijfkop 47. De schrijfkop 47 genereert in reactie op elke puls van het schrijfsignaal Vs een stralingsimpuls, waardoor de laag 6 over een gebiedje wat overeenkomt met de diameter van de stralingsbundel wordt bestraald, en er een optisch detekteerbare verandering in dit gebiedje teweeg wordt gebracht. Deze gebiedjes vormen de elementaire tekens 54.
10 Zoals uit de figuur 5 blijkt zijn op deze wijze verkregen registratietekens alle samengesteld uit één of meer van deze elementaire tekens 54.
Bij het bereiken van de telstand "1* wordt in reactie op een 1-0 overgang van signaal S2 de stroom van codewoord bits aan de 15 uitgang van de codeerschakeling 61 tijdelijk onderbroken totdat de telstand *6* weer bereikt wordt, en het signaal S2 weer "Γ wordt. Bij het bereiken van telstand “3" wordt signaal S1 gelijk aan 1. Daar dit signaal via OF-poort 52 eveneens naar EN-poort 53 wordt toegevoerd, wordt bij telstand 3 een klokpuls van kloksignaal cl doorgegeven aan de 20 lees/schrijfkop 47, zodat bij telstand *3" eveneens een elementair teken 54 in spoor 4 wordt aangebracht, welk teken fungeert als referentieteken 33.
Indien het spoor 4 uitgelezen moet worden kan lees/schrijfkop 47 in de leesmode gezet worden, in welke mode de 25 intensiteit van stralingsbundel 46 op een constante waarde gehouden wordt, welke onvoldoende is om een verandering in de laag 6 te bewerkstelligen. De lees/schrijfkop 47 is voorzien van een optische detektor voor het detekteren van de door het patroon van registratietekens 8 in het spoor 4 veroorzaakte modulatie in de 30 gereflekteerde bundel en voor het opwekken ook een detektiesignaal Vd met een signaalsterkte die overeenkomt met deze modulatie. Het detektiesignaal Vd wordt toegevoerd aan een leesschakeling 55. De leesschakeling 55 omvat een comparator 56, met een niet-inverterende ingang waaraan het detektiesignaal Vd wordt toegevoerd en met een 35 inverterende ingang waaraan een referentiesignaal wordt toegevoerd, waarvan het spanningsniveau overeenkomt met het beslissingsniveau Vref.
De uitgang van comparator 56 wordt toegevoerd aan een de .8702904 PHN 12.338 12 seriële data ingang van een serieel-parallel omzetter 62a van een dekodeerschakeling 57 (zie figuur 4b). De serieel-parallel omzetter 62a wordt gestuurd door het kloksignaal cl dat via een twee-ingangs EN-poort 66a aan de klokingang van de omzetter 62a wordt toegevoerd. Het signaal 5 S2 wordt eveneens aan de EN-poort 66a toegevoerd, zodat alleen gedurende de aftasting van symboolposities p6 tot en met p65, en dus alleen gedurende de tijd dat het uitgangssignaal van comparator 56 het teruggewonnen codesignaal Vc' vertegenwoordigt dit uitgangssignaal in de omzetter 62a wordt ingelezen. Aldus wordt het signaal aan de uitgang van 10 comparator 56 omgezet in n-bit codewoorden, welke met behulp van een geheugen 63a, bijvoorbeeld een RON, in m-bit informatiewoorden worden omgezet. De m-bit informatiewoorden worden in reactie op, het via een twee-ingangs EN-poort 68a toegevoerde, kloksignaal cl2' ingelezen in een parallel-serieel omzetter 64a.
15 De ingelezen m-bit informatiewoorden worden onder besturing van een kloksignaal cl3', dat via een twee-ingangs EN-poort 67a aan de klokingang van de omzetter 64a wordt toegevoerd, omgezet in het seriële binaire informatiesignaal Vi'. Het signaal S2 wordt eveneens toegevoerd aan de poorten 67a en 68a, zodat de omzetting 20 gedurende de tijd dat S2 aangeeft dat de symboolposities p1 tot en met p5 aftast wordt onderbroken. De kloksignalen cl2' en cl3' worden op een gebruikelijke wijze afgeleid uit het kloksignaal cl door een besturingsschakeling 65a, welke zodanig is gedimensioneerd dat de frequenties van het kloksignaal cl2' en cl3' gelijk zijn aan 25 respektievelijk m/n maal en 1/n maal de frequentie van het kloksignaal cl.
Ten behoeve van de afleiding van het referentiesignaal is de leesschakeling 55 voorzien van een bemonsterings- en houdschakeling 58 voor het bemonsteren van het detektiesignaal op tijdstippen waarop 30 het midden van de bundel 46 een positie heeft bereikt die ongeveer een met de halve afstand tussen de symboolposities overeenkomende afstand voorbij het midden van het referentieteken 33 is gelegen. Het besturingssignaal voor schakeling 58 kan uit het signaal S1 afgeleid worden door het signaal S1 een, met de halve afstand tussen de 35 symboolposities overeenkomende, tijd te vertragen door middel van een vertragingsschakeling 60. Het niveau van het uitgangssignaal van de schakeling 58 kan gebruikt worden als het beslissingsniveau Vref. Het is .8702904 PHN 12.338 13 van voordeel om de uitgang van schakeling 58 via een laagdoorlaatfilter 59 toe te voeren aan de comparator 56.
Het uitgangssignaal van het laagdoorlaatfilter 59 is een maat voor het gewogen gemiddelde van de bemonsteringen van het 5 detektiesignaal, waarbij de invloed van referentietekens op het uitgangssignaal afneemt naarmate de aftasting van het referentieteken verder in het verleden ligt. Het voordeel van een dergelijke middeling is dat de invloed van een eventueel onjuist aangebracht of uitgelezen referentieteken op het referentieniveau slechts gering is. Het zij 10 verder nog opgemerkt dat het voor de vakman duidelijk zal zijn dat de middeling behalve met behulp van een laagdoorlaatfilter op tal van andere wijzen kan worden verkregen, bijvoorbeeld met behulp van een microcomputer, die geladen is met een geschikt middelingsprogramma.
Het zij opgemerkt dat de bepaling van het 15 beslissingsniveau uit de gedeelten van het detektiesignaal tijdens de aftasting van de referentietekens 33 nog op tal van andere wijze kan worden uitgevoerd. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om vlak voor of vlak na aftasting van het referentievlak de signaalwaarde van het vlakke gedeelte van het detektiesignaal Vd te bemonsteren met behulp van een 20 eerste bemonsterings en houdschakeling. Met een tweede bemonsterings en houdschakeling kan vervolgens de maximale signaalwaarde tijdens de aftasting van het midden van het referentieteken 34 bepaald worden. Het verschil tussen de uitgangssignalen van de bemonsterings en houdschakeling geeft de hoogte aan van de door het referentieteken 34 25 veroorzaakte signaalpiek in het detektiesignaal Vd. Het beslissingsniveau kan uit deze piekhoogte bepaald worden door de signaalwaarde van de piekhoogte met een bepaalde faktor te vermenigvuldigen. Daar de afstand tussen de symboolposities afhankelijk is van de straal (de registratiedrager beweegt met constante 30 hoeksnelheid) en daarmee ook de grootte van de oogopening van het door het detektiesnelheid bepaalde oogpatroon is voor de verkrijging van een optimaal beslissingsniveau (dit is het midden van de kleinst voorkomende oogopening) wenselijk om de genoemde vermenigvuldigingsfaktor straalafhankelijk in te stellen, en wel zodanig dat het 35 beslissingsniveau op een hogere waarde wordt ingesteld naarmate de afstand tussen de symboolpositie kleiner is, dus naarmate het uit te lezen spoor dichter bij het centrum van de plaat is gelegen.
. 8702904 -ft ff PHN 12.338 14
Dit kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd door in het signaalpad tussen het uitgang van filter 59 en comperator 56 een vermenigvuldiger op te nemen die het uitgangssignaal van het laagdoorlaatfilter vermenigvuldigd met een straalafhankelijke waarde, 5 welke op gebruikelijke wijze uit de radiële positie van de lees/schrijfkop 47 kan worden afgeleid met behulp van een positiedetektor.
Het zij opgemerkt dat voor het geval dat het beslissingsniveau wordt afgeleid uit de detektiesignaalwaarde op het 10 moment dat de aftastbundel zich op de halve symboolpositieafstand bevindt, bij zeer hoge informatiedichtheden het gewenste beslissingsniveau, als gevolg van intersymboolinterferentie hoger moet liggen, dan de bepaalde waarde. In dat geval is het ook wenselijk om bij toepassing van een schijfvormige registratiedrager een 15 straalafhankelijke korrektie op het bepaalde niveau uit te voeren.
Het zij verder opgemerkt dat de straalafhankelijke aanpassing in principe niet noodzakelijk is, indien men het beslissingsniveau insteld op een waarde die bruikbaar is voor de kleinst voorkomende afstand tussen de symboolposities.
20 In de in figuur 4 weergegeven inrichting wordt de cyclische teller 43 gestuurd door de klokpulsen cl van de pulsgenerator 42. Het is echter ook mogelijk om de teller 43 te sturen met klokpulsen welke afkomstig zijn van een oscillator met vaste frequentie en de motor met behulp van fase vergrendelde lustechnieken zodanig te sturen dat de 25 door pulsgenerator 43 opgewekte synchroon zijn met de door de oscillator opgewekte klokpulsen.
In figuur 6 is een uitvoeringsvorm van de registratiedrager 1 weergegeven, welke verdeeld is in sektoren 70, waarvan in figuur 6 slechts een gedeelte is weergegeven. Door deze 30 sektoren zijn de sporen verdeeld in segmenten 71.
In figuur 6b is één van de segmenten 71 sterk vergroot weergegeven. Elk segment omvat een vast aantal symboolposities. Bij de getoonde registratiedrager is dit aantal bijvoorbeeld gelijk aan 264 gekozen.
35 In het gedeelte van het spoor 4 dat de symboolposities p1 tot en met p24 omvat een vooraf aangebracht en optisch detekteerbare besturingssymbool 72, dat bijvoorbeeld uit voorafaangebrachte putten .8702904 £ r * PHN 12.338 15 bestaat. Het beturingssymbool en de bij optekening van het informatiesignaal gebruikte codering zijn zodanig op elkaar afgestemd dat het patroon van voorafaangebrachte besturingstekens 73, 74, 75 en 76 verschilt met het patroon van registratietekens 8 dat ontstaat bij 5 optekening van het informatiesignaal.
Indien bijvoorbeeld een codering is gekozen waarbij de maximum lengte van de aan te brengen registratietekens 8 kleiner is dat het voorafaangebrachte besturingsteken 73 dan is het besturingssymbool 72 ten alle tijde onderscheidbaar van de bij optekening ontstane patroon 10 van registratieteken 8.
De besturingstekens 74, 75 en 76 zijn ten behoeve van de besturing van de optekening en uitlezing aangebracht. De wijze waarop uit de besturingstekens 74, 75 en 76 de benodigde besturingssignalen worden afgeleid zal verderop in detail beschreven worden.
15 Figuur 7 toont een uitvoeringsvorm van een opteken- en uitleesinrichting volgens de uitvinding voor het optekenen en uitlezen van een informatiesignaal op/uit de in figuur 6 getoonde registratiedrager, waarbij de elementen welke overeenkomen met de in figuur 6 getoonde elementen met dezelfde verwijzingscijfers zijn 20 weergegeven.
Het door de lees/schrijfkop 47 geleverde detektiesignaal Vd wordt toegevoerd aan een detektieschakeling 81 voor het detekteren van besturingstekens 73 waarvan de lengte overeenkomt met de elf symboolposities. De hier bij wijze van voorbeeld getoonde 25 detektorschakeling 81 omvat een niveaügestuurde herstartbare monostabiele multivibrator 95 welke bij een laag niveau op de stuuringang steeds wordt herstart, zodat bij een aanhoudend laag niveau stuursignaal het uitgangssignaal van de multivibrator 95 gelijk aan T blijft. De monostabiele multivibrator 95 is zodanig ingesteld dat na een 30 niveauverandering op de stuuringang van laag naar hoog het uitgangssignaal nog gedurende een tijdsinterval dat overeenkomt met 11.5 symboolposities, gelijk aan "1" wordt gehouden.
De uitgang van detektorschakeling 81 wordt toegevoerd aan een monostabiele multivibrator 96 en een monostabiele multivibrator 97 35 die in reactie op een 1-0 overgang van multivibrator 95 respektievelijk een positieven en negatieve puls opwekken. De positieve en negatieve pulsen worden toegevoerd aan een EN-poort 97a. De pulstijden van de . 8702904 ΡΗΝ 12.338 16 Λ positieve en negatieve pulsen zijn zo gekozen dat aan de uitgang van EN-poort 97 een stuursignaal wordt opgewekt gedurende het tijdsinterval dat tenminste de aftasting van het besturingsteken 74 op symboolposities 16 omvat en dat ten hoogste de aftasting van de symboolposities p13 tot en 5 met p18 omvat. Het stuursignaal Sm aan de uitgang van de detektorschakeling 81 wordt toegevoerd aan een stuuringang van een electronische schakelaar 83, welke in reactie op het stuursignaal het detektiesignaal Vd toevoert aan een pulsvormer 84, bijvoorbeeld een niveaugestuurde monostabiele multivibrator.
10 Op deze wijze wordt aan de uitgang van pulsvormer 84, in reactie op de aftasting van het besturingsteken 74 een puls wordt gegenereerd. Deze puls wordt toegevoerd aan een fasedetektor 85 van een fasevergrendelde lusschakeling, welke verder nog bestaat uit een lusfilter 86, een spanningsgestuurde oscillator 87 en een 15 frequentiedeler, in de vorm van een cyclische teller 43a, welke éénmaal per telcyclus een puls aan de fasedetektor 85 toevoert. Het telbereik van de teller 43a komt overeen met het aantal symboolposities binnen de spoorsegmenten 71, zodat de telstand van de teller 43a steeds de momentaan afgetaste symboolpositie binnen het spoorsegment 71 20 aangeeft. De uitgangen van de teller 43a worden via een bus 44a aan een poortschakeling 45a toegevoerd, welke poortschakeling op gebruikelijke wijze uit de telstand een vijftal signalen S1', S2', S3' en S4' opwekt zodanig dat signaal S1' "1" is bij de telstand die aangeeft dat symboolpositie p23 wordt afgetast, dat signaal S2' ”1" is gedurende de 25 telstanden die de aftasting van de symboolposities p25 tot en met p264, dat signaal S3 "1" is bij de telstand die de aftasting van symboolpositie p19 aangeeft, dat signaal S4 T is bij de telstand die aftasting van symboolpositie p21 aangeeft en dat 55 "1" is bij de telstand die de aftasting van symboolposities p14 aangeeft.
30 Op dezelfde wijze als bij de in figuur 4 beschreven uitvoeringsvorm de optekenschakeling wordt bestuurd door de signalen S1, S2, en cl, wordt de leesschakeling 48 in de in figuur 5 getoonde uitvoeringsvorm gestuurd door de signalen S1', S2', cl, waarbij voor signaal cl het uitgangssignaal van de oscillator 87 wordt gebruikt.
35 De besturing van uitleesschakeling 55 door de signalen cl, S1' en S2' is eveneens gelijksoortig aan de besturing van de uitleesschakeling 55 door de signalen cl1, S1 en S2 in de .8702904 * PHN 12.338 17 uitvoeringsvorm van figuur 4.
De signalen S3, S4 en S5 worden gebruikt voor de bepaling van de bemonsteringstijdstippen voor de bemonsterde servoregelingen voor de spoorvolging en fokussering.
5 De bemonsterde servoregeling voor de spoorvolging omvat een eerste (88) en tweede bemonsterings- en houdschakeling 89 waaraan het detektiesignaal Vd wordt toegevoerd. De uitgangen van de schakelingen 88 en 89 worden toegevoerd aan respektievelijk de inverterende en niet-inverterende ingang van een verschilversterker 90.
10 De schakeling 88 wordt bestuurd door het signaal S3, dat het aftasttijdstip van het besturingsteken 75 op symboolpositie p19 aangeeft.
De schakeling 89 wordt bestuurd door signaal S4, dat het aftasttijdstip van besturingsteken 76 op symboolpositie p21 aangeeft.
15 Het besturingsteken 75 is ten opzichte van het met verwijzingscijfer 91 aangegeven midden van het spoor 4 verschoven aangebracht. Het besturingsteken 76 is in tegenovergestelde richting ten opzichte van het midden 91 verschoven aangebracht.
Het uitgangssignaal op de uitgang van verschilversterker 20 90 dat het verschil in het detektiesignaal Vd op de aftasttijdstippen van besturingstekens 75 en 76 aangeeft, is dus een maat voor de spoorvolgfout.
Het uitgangssignaal wordt toegevoerd aan een regelschakeling 92 welke op gebruikelijke wijze een stuursignaal 25 afleidt uit de spoorvolgfout, welk stuursignaal wordt toegevoerd aan de lees/schrijfkop 47 ten einde de stralingsbundel 46 op het midden van het af te tasten spoor 4 gericht te houden.
De bemonsterde servoregeling voor het op de laag 6 gefokusseerd houden van de stralingsbundel 46 omvat een fokusfout 30 detektiesysteem van gebruikelijke soort, bijvoorbeeld een in de schrijfkop 47 ondergebracht astigmatisch fokusfout detektiesysteem, voor het opwekken van een fokusfoutsignaal. Het fokusfoutsignaal wordt toegevoerd aan een bemonsterings- en houdschakeling 93, welke wordt gestuurd door het signaal S5 dat het tijdstip aangeeft waarop een vlak . 35 gedeelte van de laag 6 ter plaatse van symboolpositie p14 wordt afgetast. Het uitgangssignaal van de bemonsteringsschakeling 93 wordt toegevoerd aan een regelschakeling 94 welke uit het bemonsterde . 87 02904 PHN 12.338 18 * fokusfoutsignaal een stuursignaal afleidt voor het op de laag 6 gefokusseerd houden van de stralingsbundel 46.
De in figuur 7 getoonde uitvoeringsvorm van de optekenen uitleesinrichting waarin de toepassing van referentietekens ten 5 behoeve van het bepalen van het beslissingsniveau gekombineerd is met de toepassing van bemonsterde servosystemen en met de toepassing van schakelingen van het afleiden van het kloksignaal uit de besturingssymbolen 72, heeft het voordeel dat het ten behoeve van de optekening gebruikte patroon van registratietekens 8 geen enkele invloed 10 heeft op de afleiding van het kloksignaal, de spoorvolgingsregeling, de fokusregeling en de besturingsniveauafleiding. Hierdoor is het aantal aan de codering gestelde eisen minimaal geworden, hetgeen inhoudt dat klasses van coderingen gebruikt kunnen worden welke een zeer hoge informatiedichtheid op de registratiedrager mogelijk maken.
15 De uitvinding is beschreven aan de hand van een registratiedrager die in reflektie wordt uitgelezen, het zal duidelijk zijn dat de uitvinding even goed toepasbaar is voor registratiedragers die in doorzicht worden uitgelezen.
. 8702904
Claims (12)
1. Werkwijze voor het door middel van aanbrenging van een patroon van optisch detekteerbare registratietekens optekenen van informatie in een spoor op een registratiedrager van een beschrijfbare soort met het kenmerk, dat op terugvindbare posities buiten de voor 5 optekening van de informatie gebruikte gedeelten van het, spoor vrij gelegen referentietekens worden aangebracht, die van dezelfde soort zijn als de voor optekening van het informatiesignaal gebruikte registratietekens.
2. Werkwijze volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat het 10 spoor is voorzien van voorafaangebrachte optisch detekteerbare besturingssymbolen die onderscheidbaar zijn van het aan te brengen patroon van registratietekens, waarbij de referentietekens op voorafbepaalde posities ten opzichte van de besturingssymbolen worden aangebracht.
3. Werkwijze volgens conclusie 2 met het kenmerk, dat de afstanden tussen opeenvolgende besturingssymbolen in hoofdzaak constant zijn, en waarbij de besturingssymbolen ten behoeve van de spoorvolging fokussering en klokregeneratie aangebrachte servobesturingssymbolen zijn.
4. Inrichting voor het door middel van aanbrenging van een patroon voor optisch detekteerbare registratietekens optekenen van informatie in een spoor op een beschrijfbare registratiedrager, welke inrichting is voorzien van een aandrijfinrichting voor het langs een schrijfkop van de inrichting bewegen van de registratiedrager, waarbij 25 de inrichting verder is voorzien van een besturingsschakeling voor het besturen van de schrijfkop overeenkomstig een, aan de informatie gerelateerd, codesignaal ten einde het genoemde patroon van registratietekens aan te brengen met het kenmerk, dat de besturingsschakeling is voorzien van middelen voor het tijdelijk 30 onderbreken van de aanbrenging van het genoemde patroon en van middelen voor het tijdens de onderbreking opwekken van een besturingssignaal voor de schrijfkop ten behoeve van de aanbrenging van vrij gelegen . 87 02904 « 5 PHN 12.338 20 referentietekens op terugvindbare posities op de registratiedrager.
5. Inrichting volgens conclusie 4 waarbij de registratiedrager van een soort is waarbij het spoor is voorzien van voorafaangebrachte besturingssymbolen welke onderscheidbaar zijn van, de 5 bij optekening van de informatie, aan te brengen patroon van registratietekens met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van middelen voor het detekteren van de passage voor de besturingspatronen en dat de besturingsschakeling is voorzien van middelen voor het in reactie op de detektie van de passage van besturingspatronen tijdelijk 10 onderbreken van de codesignaalopwekking en genereren van het besturingssignaal voor de aanbrenging van tenminste één van de referentietekens.
6. Inrichting voor het uitlezen van een registratiedrager waarop door middel van een patroon van optisch detekteerbare 15 registratietekens informatie in een spoor is opgetekend, welke inrichting is voorzien van een aftastinrichting voor het met behulp van een stralingsbundel aftasten van het spoor, waarbij de, door de registratiedrager gereflekteerde of doorgelaten, stralingsbundel overeenkomstig het patroon van registratietekens wordt gemoduleerd, van 20 een optische detector voor het detekteren van de gemoduleerde stralingsbundel en voor het opwekken van een detektiesignaal met een signaalsterkte die overeenkomt met de modulatie van de stralingsbundel en van middelen voor het door middel van vergelijking van de signaalsterkte met een beslissingsniveau omzetten van het 25 detektiesignaal in een tweewaardig codesignaal met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van middelen voor het detekteren van gedeelten van het detektiesignaal welke, vrij gelegen en buiten de voor optekening van de informatie gebruikte gedeelte van het spoor gelegen, referentietekens vertegenwoordigen en van middelen voor het uit de 30 signaalsterkte van het gedetekteerde gedeelten afleiden van het beslissingsniveau.
7. Inrichting volgens conclusie 6 met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van middelen voor het detekteren van gedeelten van het detektiesignaal die in het informatiespoor aangebrachte 35 besturingssymbolen vertegenwoordigen, die onderscheidbaar zijn van de voor optekening van de informatie gebruikte patronen van registratietekens, en van middelen voor het afleiden van de tijdstippen . 8702904 V PHN 12.338 21 waarop de op voorafbepaalde posities ten opzichte van de besturingssymbolen aangebrachte referentietekens worden afgetast uit de detektietijdstippen van de eet de besturingssymbolen overeenstemmende gedeelten van het detektiesignaal.
8. Inrichting volgens conclusie 6 of 7 met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van klokgeneratiemiddelen voor het opwekken van een eerste kloksignaal dat indicatief is voor de tijdstippen waarop het detektiesignaal met het belissingsniveau dient te worden vergeleken, welke klokgeneratiemiddelen zijn ingericht voor het opwekken van een met 10 de aftasttijdstippen van de referentietekens synchroon tweede kloksignaal, waarvan de fase een met de halve periode van het eerste kloksignaal overeenkomende waarde is verschoven ten opzichte van de genoemde aftasttijdstippen, en waarbij de beslissingsniveau-afleidingsmiddelen een bemonsteringschakeling omvatten voor het in 15 reactie op het tweede kloksignaal bemonsteren van de detektiesignaal ten behoeve van de afleiding van het beslissingsniveau.
9. Inrichting volgens conclusie 6 of 7 met het kenmerk, dat de beslissingsniveau-afleidingsmiddelen een detektieschakeling omvat voor het bepalen van het hoogte van de detektiesignaalpieken tijdens de 20 afleiding van de referentietekens ten opzichte van de detektiesignaalwaarde direct voor of na de aftasting van het referentieteken, en middelen die het belissingsniveau instellen op een waarde die overeenkomt met een bepaald gedeelte van de gedetekteerde piekhoogte.
10. Inrichting volgens conclusie 8 of 9 voor het uitlezen van een schijfvormige registratiedrager met het kenmerk, dat middelen voor het instellen van het beslissingsniveau zijn voorzien van middelen voor het aanpassen van het bepaalde beslissingsniveau in afhankelijkheid van de radiale positie van het afgetaste spoorgedeelte.
11. Inrichting volgens één der conclusies 6 tot en met 10 met het kenmerk, dat de inrichting is voorzien van bemonsterde servoregelingen voor de regeling van de spoorvolging en fokussering in afhankelijkheid van meetsignalen welke worden afgeleid uit de, tijdens de aftasting van in hoofdzaak equidistant aangebrachte 35 besturingssymbolen door deze symbolen gemoduleerde, stralingsbundel en van een klokgeneratieschakeling voor het opwekken van een met de genoemde detektietijdstippen van de besturingssymbolen synchroon .8702904 PHN 12.338 22 kloksignaal.
12. Inrichting volgens een der conclusies 6 tot en met 11 met het kenmerk, dat de referentieniveau afleidingsmiddelen voorzien zijn van middelen voor het bepalen van een gewogen gemiddelde van de 5 signaalsterkte van de, met de aftasting van de referentietekens overeenkomende gedeelten van het detektiesignaal en van middelen die het beslissingsniveau afleiden uit het bepaalde gewogen gemiddelde. .8702904
Priority Applications (6)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8702904A NL8702904A (nl) | 1987-12-03 | 1987-12-03 | Werkwijze en inrichting voor het optekenen van informatie op een registratiedrager, alsmede een inrichting voor het lezen van de opgetekende informatie. |
| US07/190,548 US4932017A (en) | 1987-12-03 | 1988-05-05 | Method and apparatus for reading and writing information on a recording medium |
| EP88202726A EP0319102B1 (en) | 1987-12-03 | 1988-11-30 | Method of and device for recording information on a record carrier, and device for reading the recorded information |
| DE3887842T DE3887842T2 (de) | 1987-12-03 | 1988-11-30 | Verfahren und Anordnung zum Aufzeichnen von Information auf einem Aufzeichnungsträger sowie eine Anordnung zum Lesen der aufgezeichneten Information. |
| KR1019880015798A KR0167093B1 (ko) | 1987-12-03 | 1988-11-30 | 정보 레코딩 장치 및 레코드 캐리어 판독 장치 |
| JP63304312A JP2804767B2 (ja) | 1987-12-03 | 1988-12-02 | 情報記録方法および装置並びに情報再生装置 |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8702904 | 1987-12-03 | ||
| NL8702904A NL8702904A (nl) | 1987-12-03 | 1987-12-03 | Werkwijze en inrichting voor het optekenen van informatie op een registratiedrager, alsmede een inrichting voor het lezen van de opgetekende informatie. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8702904A true NL8702904A (nl) | 1989-07-03 |
Family
ID=19851022
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8702904A NL8702904A (nl) | 1987-12-03 | 1987-12-03 | Werkwijze en inrichting voor het optekenen van informatie op een registratiedrager, alsmede een inrichting voor het lezen van de opgetekende informatie. |
Country Status (6)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4932017A (nl) |
| EP (1) | EP0319102B1 (nl) |
| JP (1) | JP2804767B2 (nl) |
| KR (1) | KR0167093B1 (nl) |
| DE (1) | DE3887842T2 (nl) |
| NL (1) | NL8702904A (nl) |
Families Citing this family (15)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5303217A (en) * | 1989-06-23 | 1994-04-12 | U.S. Philips Corporation | Optical recording device wherein recording beam intensity is set in accordance with an optimum value of the DC component of a recorded signal |
| JP2797733B2 (ja) * | 1990-03-14 | 1998-09-17 | 松下電器産業株式会社 | 光学情報記録部材の記録方法 |
| US5270991A (en) * | 1990-06-29 | 1993-12-14 | North American Philips Corporation | Track format for use with an optical record carrier having a varying track pitch |
| CA2054880C (en) † | 1990-11-09 | 1997-07-08 | Shigemi Maeda | Information recording and reproducing device |
| US5748582A (en) * | 1992-02-14 | 1998-05-05 | Sony Corporation | Information recording medium wherein digital symbols are represented by discrete shift amounts of a pit edge and tracking wobbling pits are shared between adjacent tracks and information recording and reproducing apparatus therefor |
| DE69227680T2 (de) * | 1992-02-14 | 1999-05-06 | Sony Corp., Tokio/Tokyo | Datenaufzeichnungsmedium, datenaufzeichnungsgerät, datenwiedergabegerät und datenaufzeichnungs/wiedergabegerät |
| US5818805A (en) * | 1992-02-14 | 1998-10-06 | Sony Corporation | Reproducing apparatus using an information recording medium wherein multi-bit digital information is represented by a shift amount of a pit edge |
| FR2688332B1 (fr) * | 1992-03-03 | 1995-12-01 | Thomson Csf | Procede et dispositif d'enregistrement lecture d'information sur un support optique ou magneto-optique mobile. |
| JPH0845188A (ja) * | 1994-07-29 | 1996-02-16 | Sony Corp | 記録媒体並びにその記録装置および再生装置 |
| JP3861269B2 (ja) * | 1996-07-16 | 2006-12-20 | ソニー株式会社 | 光ディスク装置、光ディスクの記録方法、光ディスク及び光ディスクの製造方法 |
| US6088323A (en) * | 1996-07-16 | 2000-07-11 | Sony Corporation | Optical disk, optical disk device, and optical disk recording method |
| US5793737A (en) * | 1996-12-06 | 1998-08-11 | U.S. Philips Corporation | Method and apparatus for writing optical recording media with optimum value of write power |
| WO1998025266A1 (en) * | 1996-12-06 | 1998-06-11 | Koninklijke Philips Electronics N.V. | Optical recording medium |
| CN1150551C (zh) * | 1996-12-24 | 2004-05-19 | 皇家菲利浦电子有限公司 | 光记录方法和使用这种方法的装置 |
| US6118746A (en) * | 1998-06-30 | 2000-09-12 | Philips Electronics North America Corporation | Adaptive and selective level conditioning of a read channel in storage technologies |
Family Cites Families (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CA995811A (en) * | 1973-04-03 | 1976-08-24 | Battelle Development Corporation | Method and apparatus for synchronizing photographic records of digital information |
| NL8000121A (nl) * | 1980-01-09 | 1981-08-03 | Philips Nv | Schijfvormige, optische uitleesbare registratiedrager als opslagmedium voor datainformatie, inrichting voor het vervaardigen van zo'n registratiedrager, inrichting voor het optekenen van datainformatie in zo'n registratiedrager en inrichting voor het uitlezen van zo'n registratiedrager. |
| JPS57105830A (en) * | 1980-11-03 | 1982-07-01 | Philips Corp | Direct current coupling type signal processor |
| JPS57105828A (en) * | 1980-12-19 | 1982-07-01 | Matsushita Electric Ind Co Ltd | Optical disk recording and reproducing system |
| FR2518470A1 (fr) * | 1981-12-21 | 1983-06-24 | Fitzau Frank | Valises de toit |
| FR2523349A1 (fr) * | 1982-03-12 | 1983-09-16 | Thomson Csf | Procede et dispositif optique de generation de signaux d'asservissements de la position d'une tache d'exploration des pistes d'un support d'information |
| FR2528605B1 (fr) * | 1982-06-15 | 1987-11-20 | Thomson Csf | Procede et dispositif optique de focalisation d'un faisceau d'energie lumineuse sur un plan de reference d'un support d'information ainsi que ce support |
| US4562568A (en) * | 1982-09-09 | 1985-12-31 | Burroughs Corporation | Beam combining and separating apparatus useful for combining and separating reading and writing laser beams in an optical storage system |
| EP0154389B1 (en) * | 1984-02-08 | 1989-12-13 | Laser Magnetic Storage International Company | Optical recording apparatus |
| JP2685478B2 (ja) * | 1987-03-18 | 1997-12-03 | 株式会社日立製作所 | 情報記録再生方法,情報記録担体及び情報記録再生装置 |
| JP2619381B2 (ja) * | 1987-03-20 | 1997-06-11 | 株式会社日立製作所 | 光学的情報再生装置 |
-
1987
- 1987-12-03 NL NL8702904A patent/NL8702904A/nl not_active Application Discontinuation
-
1988
- 1988-05-05 US US07/190,548 patent/US4932017A/en not_active Expired - Fee Related
- 1988-11-30 EP EP88202726A patent/EP0319102B1/en not_active Expired - Lifetime
- 1988-11-30 KR KR1019880015798A patent/KR0167093B1/ko not_active Expired - Fee Related
- 1988-11-30 DE DE3887842T patent/DE3887842T2/de not_active Expired - Fee Related
- 1988-12-02 JP JP63304312A patent/JP2804767B2/ja not_active Expired - Lifetime
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP0319102B1 (en) | 1994-02-16 |
| DE3887842T2 (de) | 1994-07-28 |
| JP2804767B2 (ja) | 1998-09-30 |
| DE3887842D1 (de) | 1994-03-24 |
| KR890010816A (ko) | 1989-08-10 |
| KR0167093B1 (ko) | 1999-03-20 |
| JPH01194140A (ja) | 1989-08-04 |
| EP0319102A1 (en) | 1989-06-07 |
| US4932017A (en) | 1990-06-05 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| KR910001275B1 (ko) | 정보 기록 재생 방법 및 광 디스크 기록 재생 장치 | |
| JP5134672B2 (ja) | 記録担体及び記録担体を走査するための装置 | |
| JP3240762B2 (ja) | 光記録媒体の再生方法及び再生装置 | |
| JPWO1993007614A1 (ja) | 情報再生装置 | |
| CA1138106A (en) | Optical disk and optical information processor | |
| EP0320975B1 (en) | Information recording/reproducing method and apparatus | |
| EP0552936B1 (en) | Optical medium recording apparatus and method | |
| EP0752701A2 (en) | An optical information recording medium and an optical information recording/reproducing device | |
| NL8702904A (nl) | Werkwijze en inrichting voor het optekenen van informatie op een registratiedrager, alsmede een inrichting voor het lezen van de opgetekende informatie. | |
| US5070492A (en) | Signal decoding apparatus and method | |
| JP4143873B2 (ja) | 光ディスクの製造方法、光ディスク及び光ディスク装置 | |
| US20020064105A1 (en) | Optical information recording medium and an optical information recording/reproduction device | |
| US4949325A (en) | Method and associated apparatus and medium for optical recording and reproducing information | |
| EP0390601B1 (en) | Information recording disk, and information record/reproducing method and apparatus utilizing the same | |
| JP2807362B2 (ja) | 情報再生装置 | |
| US4811316A (en) | Apparatus for seeking a track of an optical information carrier in which a loss of detection signal is compensated for | |
| JPH07169064A (ja) | マルチビーム記録再生装置 | |
| EP0319101B1 (en) | Method of and device for recording information, record carrier, device for reading the recorded information, and encoding and decoding circuit for use in the recording and read device | |
| EP0090420B1 (en) | Device for optically recording and reading of information | |
| EP0319106B1 (en) | Method of and device for recording information, record carrier. | |
| KR100526842B1 (ko) | 광디스크의신호처리방법및광디스크장치 | |
| JPH011167A (ja) | 情報記録再生方法,情報記録担体及び情報記録再生装置 | |
| KR960010329B1 (ko) | 광디스크장치 | |
| US6744706B2 (en) | Optical system with tracking controller | |
| JPH087387A (ja) | 光磁気記録方法及び光磁気記録装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| BT | A notification was added to the application dossier and made available to the public | ||
| BV | The patent application has lapsed |