[go: up one dir, main page]

NL8701322A - Macrolide verbindingen. - Google Patents

Macrolide verbindingen. Download PDF

Info

Publication number
NL8701322A
NL8701322A NL8701322A NL8701322A NL8701322A NL 8701322 A NL8701322 A NL 8701322A NL 8701322 A NL8701322 A NL 8701322A NL 8701322 A NL8701322 A NL 8701322A NL 8701322 A NL8701322 A NL 8701322A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
group
compound
formula
hydroxyl group
carbon atoms
Prior art date
Application number
NL8701322A
Other languages
English (en)
Other versions
NL193376B (nl
NL193376C (nl
Original Assignee
Glaxo Group Ltd
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Priority claimed from GB868613790A external-priority patent/GB8613790D0/en
Priority claimed from GB868625854A external-priority patent/GB8625854D0/en
Priority claimed from GB878708423A external-priority patent/GB8708423D0/en
Application filed by Glaxo Group Ltd filed Critical Glaxo Group Ltd
Publication of NL8701322A publication Critical patent/NL8701322A/nl
Publication of NL193376B publication Critical patent/NL193376B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL193376C publication Critical patent/NL193376C/nl

Links

Classifications

    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C07ORGANIC CHEMISTRY
    • C07DHETEROCYCLIC COMPOUNDS
    • C07D493/00Heterocyclic compounds containing oxygen atoms as the only ring hetero atoms in the condensed system
    • C07D493/22Heterocyclic compounds containing oxygen atoms as the only ring hetero atoms in the condensed system in which the condensed system contains four or more hetero rings
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N43/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing heterocyclic compounds
    • A01N43/90Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing heterocyclic compounds having two or more relevant hetero rings, condensed among themselves or with a common carbocyclic ring system
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N49/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators, containing compounds containing the group, wherein m+n>=1, both X together may also mean —Y— or a direct carbon-to-carbon bond, and the carbon atoms marked with an asterisk are not part of any ring system other than that which may be formed by the atoms X, the carbon atoms in square brackets being part of any acyclic or cyclic structure, or the group, wherein A means a carbon atom or Y, n>=0, and not more than one of these carbon atoms being a member of the same ring system, e.g. juvenile insect hormones or mimics thereof
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61PSPECIFIC THERAPEUTIC ACTIVITY OF CHEMICAL COMPOUNDS OR MEDICINAL PREPARATIONS
    • A61P31/00Antiinfectives, i.e. antibiotics, antiseptics, chemotherapeutics
    • A61P31/04Antibacterial agents
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61PSPECIFIC THERAPEUTIC ACTIVITY OF CHEMICAL COMPOUNDS OR MEDICINAL PREPARATIONS
    • A61P33/00Antiparasitic agents
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C07ORGANIC CHEMISTRY
    • C07HSUGARS; DERIVATIVES THEREOF; NUCLEOSIDES; NUCLEOTIDES; NUCLEIC ACIDS
    • C07H19/00Compounds containing a hetero ring sharing one ring hetero atom with a saccharide radical; Nucleosides; Mononucleotides; Anhydro-derivatives thereof
    • C07H19/01Compounds containing a hetero ring sharing one ring hetero atom with a saccharide radical; Nucleosides; Mononucleotides; Anhydro-derivatives thereof sharing oxygen

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Wood Science & Technology (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Dentistry (AREA)
  • Plant Pathology (AREA)
  • Pest Control & Pesticides (AREA)
  • Agronomy & Crop Science (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • General Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Biochemistry (AREA)
  • Biotechnology (AREA)
  • Genetics & Genomics (AREA)
  • Molecular Biology (AREA)
  • Nuclear Medicine, Radiotherapy & Molecular Imaging (AREA)
  • Chemical Kinetics & Catalysis (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • Insects & Arthropods (AREA)
  • Medicinal Chemistry (AREA)
  • Pharmacology & Pharmacy (AREA)
  • Communicable Diseases (AREA)
  • Oncology (AREA)
  • Tropical Medicine & Parasitology (AREA)
  • Pharmaceuticals Containing Other Organic And Inorganic Compounds (AREA)
  • Agricultural Chemicals And Associated Chemicals (AREA)
  • Heterocyclic Carbon Compounds Containing A Hetero Ring Having Oxygen Or Sulfur (AREA)
  • Saccharide Compounds (AREA)
  • Organic Low-Molecular-Weight Compounds And Preparation Thereof (AREA)

Description

- Macrolide verbindingen -
De uitvinding heeft betrekking op nieuwe antibiotica, op werkwijzen voor de bereiding daarvan en op farmaceutische preparaten die ze bevatten.
In het Britse octrooischrift 2.166.436 5 wordt de bereiding van Antibiotica S541 beschreven welke geïsoleerd kunnen worden uit de fermentatieprodukten van een nieuw Streptomyces sp.
Gevonden is nu een andere groep verbindingen met antibiotische werking die bereid kunnen worden door chemische 10 modificatie van Antibiotica S541.
Volgens één aspect van de uitvinding voorziet men dus in verbindingen met formule 1 en zouten daarvan, waarin R.j een methyl-, ethyl- of isopropylgroep voorstelt, een waterstofatoom, een alkylgroep met 1 tot 8 koolstofatomen of een alkenyl-15 groep met 3 tot 8 koolstofatomen voorstelt, OR^ een hydroxylgroep of een gesubstitueerde hydroxylgroep met ten hoogste 25 koolstof-atomen is, en de groep de E-configuratie heeft.
Met de uitdrukking ''alkyl" of "alkenyl" als een groep of gedeelte van een groep in de verbindingen met formule 20 1 worden rechte of vertakte groepen bedoeld.
Wanneer R2 in de verbindingen met formule 1 een alkylgroep met 1 tot 8 koolstofatomen is, kan het bijvoorbeeld een methyl-, ethyl-, n-propyl-, i-propyl-, n-butyl-, i-butyl- of t-butylgroep zijn, en bij voorkeur een methylgroep.
25 Wanneer R2 een alkenylgroep met 3 tot 8 koolstofatomen is, kan het bijvoorbeeld een allylgroep zijn.
Wanneer de groep OR^ in verbindingen met formule 1 een gesubstitueerde hydroxylgroep is , kan het een acyloxygroep /bijvoorbeeld een groep met de formule 30 -OCORj, -OCO^R^ of -OCSOR^ (waarin een alifatische, aralifatische of aromatische groep is, bijvoorbeeld een alkyl-, alkenyl-, alkynyl-, cycloalkyl-, aralkyl- of arylgroep)/, een formyloxygroep, een groep -0R^ (waarin R^ dezelfde betekenis heeft als R^), een groep -QS02Rg (waarin Rg een alkylgroep met 1 tot 4 koolstof-35 atomen of een arylgroep met 6 tot 10 koolstofatomen is), een cyclische of acyclische acetaaloxygroep , een groep 1 :*· · ♦ ♦ -2- OCCKCH^^CC^Ry (waarin R^ een waterstofatoom of een groep zoals gedefinieerd voor R^ is , en n 0, 1 of 2 voorstelt) of een groep 0C0NRoR_ (waarin R„ en/of Rft een waterstofatoom of een alkyl-o 9 o y groep met 1 tot 4 koolstofatomen, bijvoorbeeld een methylgroep, ^ kunnen voorstellen) , voorstellen.
Wanneer R^ of R^ alkylgroepen zijn ,kunnen zij bijvoorbeeld alkylgroepen met 1 tot 8 koolstofatomen zijn, bijvoorbeeld methyl, ethyl, n-propyl, i-propyl, n-butyl, i-butyl, t-butyl of n-heptyl ,welke alkylgroepen ook gesubstitueerd ^ kunnen zijn..Wanneer R^ een gesubstitueerde alkylgroep is, kan het bijvoorbeeld door één of meer , bijvoorbeeld twee of drie halogeenatomen ( bijvoorbeeld chloor- of broomatomen), of een carboxygroep, een alkoxygroep met 1 tot 4 koolstofatomen (bijvoorbeeld methoxy, ethoxy), een fenoxygroep of een silyloxygroep , 1 gesubstitueerd zijn. Wanneer R^ een gesubstitueerde alkylgroep is, kan het bijvoorbeeld door een cycloalkylgroep, bijvoorbeeld een cyclopropylgroep, gesubstitueerd zijn.
Wanneer of R5 alkenyl- of alkynylgroepen zijn, kunnen zij bijvoorbeeld alkenylgroepen met 2 tot 8 on , koolstofatomen, bijvoorbeeld allyl, of alkynylgroepen met 2 tot 8 koolstofatomen zijn.
Wanneer R^ of R^ cycloalkylgroepen zijn, kunnen zij bijvoorbeeld cycloalkylgroepen met 3 tot 12 koolstofatomen, zoals cycloalkyl met 3 tot 7 koolstofatomen, bijvoorbeeld cyelopentylgroepen, zijn.
Wanneer R^ of R^ aralkylgroepen zijn, hebben zij bij voorkeur 1 tot 6 koolstofatomen in de alkylrest; de arylgroep(en) kan (kunnen) carbocyclisch of heterocyclisch zijn , en bevat(ten) bij voorkeur 4-15 koolstofatomen, bijvoorbeeld J fenyl.Voorbeelden van dergelijke groepen zijn fenC^_galkyl, bij voorbeeld benzyl.
Wanneer R^ of R^ arylgroepen zijn, kunnen zij carbocyclisch of heterocyclisch zijn, bevatten bij voorkeur 4-15 koolstofatomen, en kunnen bijvoorbeeld een fenylgroep zijn.
O C ,
Wanneer R^ een silyloxysubstituent bevat, kan de silylgroep 3 groepen dragen welke gelijk of verschillend *') j l- ï ··;, v y ’ ·» V»* ina * 3 - 3 - kunnen zijn, en wel alkyl-, alkenyl-, alkoxy- , cycloalkyl-, aralkyl-, aryl- en aryloxygroepen. Dergelijke groepen kunnen dezelfde betekenis hebben als R^ , en in het bijzonder zijn het methyl-, t- butyl- en fenylgroepen. In het bijzonder kunnen 5 trimethylsilyloxy en t-butyldimethylsilyloxy genoemd worden.
Wanneer -OR^ een groep -OSC^Rg is, kan het bijvoorbeeld een methylsulfonyloxy- of p-tolueensulfonyloxy-groep zijn.
Wanneer -OR^ een cyclische acetaaloxygroep 10 voorstelt, kan het bijvoorbeeld 5-7 ringatomen hebben en bijvoor beeld een tetrahydropyranyloxygroep zijn.
Wanneer 0R„ een groep 0C0(CHo) CQ„R_ 3 Z η Z 7 voorstelt, kan het bijvoorbeeld een groep OCOCC^R^ of OCOCH2CH^CO^Rya zijn, waarin R^a een waterstofatoom of een alkyl-15 groep met 1-4 koolstofatomen (bijvoorbeeld methyl of ethyl) voor stelt.
Zouten die gevormd kunnen worden met ver-bindingen met formule 1 die een zure groep bevatten, zijn zouten met basen, bijvoorbeeld alkalimetaalzouten zoals natrium- en 20 kaliumzouten.
In de verbindingen met formule 1 is de groep Rj bij voorkeur een isopropylgroep.
De groep OR^ is bij voorkeur een methoxy-carbonyloxy- of in het bijzonder een acetoxy-, methoxy- of 25 hydroxygroep. Verbindingen met formule 1 waarin OR^ een hydroxy- groep is, hebben in het bijzonder de voorkeur.
Belangrijke verbindingen volgens de uitvinding zijn verbindingen met formule 1 waarin R^ een isopropylgroep Is, R^ een methylgroep is en OR^ een hydroxy-, 30 acetoxy- of methoxycarbonyloxygroep is.
Zoals eerder vermeld, kunnen de verbindingen volgens de uitvinding gebruikt worden als antibiotica . De verbindingen volgens de uitvinding kunnen ook gebruikt worden als tussenprodukten voor de bereiding van andere werkzame verbindingen.
35 Wanneer de verbindingen volgens de uitvinding als tussenprodukten gebruikt gaan worden , kan de -OR^-groep een beschermde hydroxyl- - * ’ ' j· " 7 - 4 - $ to I i groep zijn , en de uitvinding omvat in het bijzonder dergelijke beschermde verbindingen. Het zal duidelijk zijn, dat een dergelijke groep een minimum aan extra functionaliteit moet hebben ter vermijding van verdere reaktieplaatsen, en zodanig 5 moet zijn dat men een hydroxylgroep selectief daaruit kan terugkrijgen. Voorbeelden van beschermde hydroxylgroepen zijn algemeen bekend en worden bijvoorbeeld beschreven in "Protective Groups in Organic Synthesis" door Theodora W. Greene. (Wiley-Interscience, New York 1981) en "Protective Groups in Organic 10 Chemistry " door J.F.W McOmie (Plenum Press, Londen ,1973).
Voorbeelden van OR^ als beschermde hydroxygroep zijn fenoxyacetoxy, silyloxyacetoxy, (bijv. trimethylsilyloxyacetoxy en t-butyldimethylsilyloxyacetoxy) en silyloxy zoals trimethylsilyloxy en t-butyldimethyIsilyloxy. Verbindingen volgens de uitvinding 15 die dergelijke groepen bevatten zullen voornamelijk als tussenprodukten gebruikt worden. Andere groepen, zoals acetoxy, kunnen als beschermde hydroxylgroepen dienen, maar kunnen ook in werkzame eindprodukten aanwezig zijn.
Verbindingen volgens de uitvinding hebben 20 antibiotische werking, bijvoorbeeld tegen wormen, zoals nematoden, en in het bijzonder tegen endoparasieten en ectoparasieten.
Ectoparasieten en endoparasieten infecteren mensen en een groot aantal verschillende dieren en komen bijzonder vaak voor bij boerderijdieren zoals varkens, schapen, 25 runderen, geiten en pluimvee ( bijvoorbeeld kippen en kalkoenen), paarden, konijnen, veerwild, kooivogels, en huisdieren zoals honden, katten,guinese biggetjes ,woestijnspringmuizen en hamsters. Door parasieten veroorzaakte infectie van vee , die tot bloedarmoede, ondervoeding en gewichtsverlies leidt , is een belang-30 rijke oorzaak van economisch verlies in de hele wereld.
Voorbeelden van genera van endoparasieten die dergelijke dieren en/of mensen infecteren, zijn Ancylostoma, Ascaridia,· Ascaris, Aspicularis, Brugia , Bunostomum, Capillaria, Chabertia, Cooperia, Cyathostomes, Dictyocaulus, 35 Dirofilaria, Dracunculus, Enterobius., Gastrophilus, Haemonchus,
Heterakis, Hyostrongylus, Loa, Metastrongylus, Necator,
Nematodirus, Nematospiroides, Nippostrongylus, Oesophagostomum, artf ^ >5 .·' A '·> t% c* W ·/ J 3 -1 /
* >'-· "UX
, * * - 5 -
Onchocerca, Ostertagia, Oxyxiris, Parafilaria, Parascaris,
Probstmayria, Strongylus, Strongyloides, Syphacia, Thelazia,
Toxascaris, Toxocara, Trichonema, Irichostrongylus, Trichinella,
Trichuris, Xriodontophorus, line inaria en Wuchereria.
5 Voorbeelden van ectoparasieten die dieren en/of mensen infecteren, zijn geleedpotige ectoparasieten zoals bijtende insecten, vleesvliegen, vlooien, luizen , mijten, zuigende insecten, teken en ander tweevleugelig ongedierte.
Voorbeelden van genera van dergelijke 10 ectoparasieten die dieren en/of mensen infecteren, zijn
Ambylomma, Anopheles, Boophilus, Chorioptes, Culexpipiens,
Culliphore, Demodex, Damalinia, Dermatobia, Haematobia, Haematopinus, Haemophysalis, Hyaloma, Hypoderma, Ixodes, linognathus , Lucilia, Melophagus, Oestrus, Otobius, Otodectes, Psorergates, Psoroptes, 15 Rhipicephalus, Sarcoptes, Solenopotes,Stomoxys en Tabanus.
De verbindingen volgens de uitvinding zijn zowel in vitro als in vivo doeltreffend gebleken tegen een groot aantal endoparasieten en ectoparasieten. De antibiotische werking van verbindingen volgens de uitvinding kan bijvoorbeeld aangetoond 20 worden aan de hand van hun werking tegen vrij levende nematoden zoals Caenorhabditis elegans en Nematospiroides dubius.
Een belangrijke werkzame verbinding volgens de uitvinding is die met formule 1 waarin: R^ een methylgroep is, een methylgroep is 25 en OR^ een methoxygroep is.
Een andere belangrijke werkzame verbinding volgens de uitvindin^is die met formule 1 waarin: R.J een ethylgroep is, R2 een methylgroep is en OR^ een hydroxyIgroep is.
30 Een bijzonder belangrijke werkzame verbinding volgens de uitvinding is die met formule 1 waarin: R.j een isopropylgroep is , R2 een methylgroep is en OR^ een hydroxylgroep is.
De verbinding met formule 1 waarin R^ een 35 isopropylgroep is , R2 een methylgroep is en OR^ een hydroxylgroep is, is werkzaam tegen een groot aantal verschillende endoparasieten
r·· : ~ V
3·* s * - 6 - en ectoparasieten. Deze verbinding is bijvoorbeeld in vivo werkzaam gebleken tegen parasitaire nematoden zoals Ascaris, Cooperia curticei, Cooperia oncophora,
Cyathostomes, Dictyocaulns viviparus, Dirofilaria immitis, 5 Gastrophilus, Haemonchus contortus, Nematodirus battus, Nematodirus helvetianus, Nematodirus spathiger, Nematospiroides dubius, Nippostrongylus braziliensis, Oesophaostomum, Onchocera gutturosa, Ostertagia circumcincta, Ostertagia ostertagi, Oxyuris equi, Parascaris equorum, Probstmayria, Strongylus edentatus, Stongylus 10 vulgaris, Toxocara canis, Trichostrongylus axei, Irichostrongylus vitrinus, Triodontophorus en Uncinaria stenocephala en parasitaire maden, schurftmijten , teken en luizen zoals Amblyomma hebraeum Anopheles stevensi, Boophilus dicolarartus, Boophilus microplus, Chorioptes ovis, Culexpipiens molestus, Damalinia bovis, Dermatobia, 15 1 Haematopinus, Hypoderma, Linognathus vituli, Lucilia sericata,
Psoroptes ovis, Rhipicephalus appendiculatus en Sarcoptes.
Verbindingen volgens de uitvinding kunnen ook gebruikt worden bij het bestrijden van insecten-, mijten- en nematodeplagen in de landbouw, tuinbouw, bosbouw, in. de volks-20 gezondheid en in opgeslagen produkten. Ongedierte van de bodem en van gewassen zoals granen (bijvoorbeeld tarwe, gerst, mais en rijst),katoen, tabak, groenten ( bijv. soja ),fruit (bijv. appels, druiven en citrusvruchten ) en wortelgewassen (bijv. suikerbiet, aardappels ) kunnen op bruikbare wijze bestreden worden. Bijzondere 25:- voorbeelden van dergelijk ongedierte zijn fruitmijten en bladluizen zoals Aphis fabae, Aulacorthum circumflexum, Myzus persicae, Nephotettix cincticeps, Nilparvata lugens, Panonychus ulmi,
Phorodon humuli, Phyllocoptruta oleivora, Tetranychus urticae en leden van de genera Trialeuroides; nematoden zoals leden van de 30 genera Aphelencoides, Globodera, Heterodera, Meloidogyne en
Panagrellus; lepidoptera zoals Heliothis, Plutella en Spodoptera; koréntorren zoals Anthonomus grandis en Sitophilus granarius; meeltorren zoals Tribolium castaneum; vliegen zoals Musea domestica; vuurmieren; bladboorders; Pear psylla; Thrips tabaci;kakkerlakken 35 zoals Blatella germanica en Periplaneta americana en muskieten zoals Aedes aegypti.
In het bijzonder is gevonden, dat de verbin- J ’’· 5 9 * .* iö. Cï* * % - 7 - ding met formule 1 waarin R^ een isopropylgroep is, een methyl-groep is en OR^ een hydroxylgroep is, werkzaam is tegen Tetranychus urticae (op snijboonblad) , Myzus persicae (op chinese-koolblad), Heliothis virescens (op katoenblad),Nilaparvata lugens (op rijst-5 plant), Musea domestica (in een plastic pot met watten/suikeroplos sing) , Blattella germanica (in een plastic pot met voedlngs-korrels), Spodoptera exigua (op een katoenblad) en Meloidogyne incognita.
Verbindingen volgens de uitvinding kunnen tO? ook als anti-fungusmiddelen gebruikt worden, bijvoorbeeld tegen
Candida sp . -stammen zoals Candida albicans en Candida glabrata en tegen gist zoals Saccharomyces carlsbergensis.
Volgens de uitvinding worden derhalve verbindingen verschaft met formule 1 zoals hierboven gedefinieerd, 15 die als antibiotica gebruikt kunnen worden. In het bijzonder kunnen zij gebruikt worden bij de behandeling van dieren en mensen met infecties veroorzaakt door endoparasieten, ectoparasieten en/of . schimmels , en in de landbouw, tuinbouw of bosbouw als pesticiden ter bestrijding van insecten-, mijten- en nematodeplagen. Zij 20 kunnen ook in het algemeen als pesticiden gebruikt worden ter bestrijding van ongedierte in andere omstandigheden, bijvoorbeeld in warenhuizen, gebouwen of andere openbare gelegenheden.
In het algemeen kunnen de verbindingen ofwel op de gastheer(dier of mens of planten of vegetatie) of op een bepaalde plaats daarvan 25 of op het ongedierte zelf aangebracht worden.
Verbindingen volgens de uitvinding kunnen Op elke geschikte wijze tot preparaat verwerkt worden voor toepassing in de veterinaire of humane geneeskunde , en binnen het kader van de uitvinding vallen derhalve farmaceutische preparaten 30 welke een verbinding volgens de uitvinding omvatten, geschikt voor toepassing in de veterinaire of humane geneeskunde. Dergelijke preparaten kunnen op conventionele wijze met behulp van één of meer geschikte dragers of excipienten gepresenteerd worden voor gebruik. Tot de preparaten volgens de uitvinding behoren die welke 35 speciaal vervaardigd zijn voor parenteraal ( met inbegrip van intramammaire toediening ) , oraal , rectaal, locaal , Intramuraal, implantatie-, in het oog , nasaal of urogenitaal gebruik.
»V* Ml -8-.
De verbindingen volgens de uitvinding kunnen tot preparaat verwerkt worden voor toepassing in de veterinaire of humane geneeskunde door middel van injectie , en kunnen in eenheidsdoseervorm, in ampullen of andere houders met een ^ eenheidsdosis, of in houders met een multidosis, zo nodig met een toegevoegd conserveermiddel ,gepresenteerd worden. De preparaten voor injectie kunnen voorkomen als suspensies, oplossingen of emulsies, in niet-waterige of waterige dragers, en kunnen verwerkingsmiddelen zoals suspendeer-, stabiliseer-, 10 emulgeer-, solubiliseer- en/of dispergeermiddelen bevatten.
In plaats daarvan kan het werkzame bestanddeel als steriel poeder gepresenteerd worden om met een geschikte drager, bijvoorbeeld steriel, pyrogeenvrij water , voor gebruik samengesteld te worden. Olieachtige dragers zijn bijvoorbeeld meerwaardige 15 alkoholen en esters daarvan zoals glycerolesters, vetzuren, plantaardige oliën,, zoals arachide-olie, katoenzaadolie of gefractioneerde kokosnootolie, minerale oliën zoals vloeibare paraffine , isopropylmyristaat en ethyloleaat en andere soortgelijke verbindingen. Andere dragers die stoffen zoals glycerolformal, 20 propyleenglycol , polyethyleenglycolen, ethanol of glycofurol bevatten, kunnen eveneens gebruikt worden.Conventionele niet-ionoge- ke, kationogene of anionogene oppervlakteaktieve stoffen kunnen alleen of in combinatie in het preparaat gebruikt worden.
Samenstellingen voor de veterinaire genees-25 kunde kunnen ook tot mtramammaire preparaten verwerkt worden in langdurig werkende of snel afgevende bases, en kunnen steriele oplossingen of suspensies zijn in waterige of olieachtige dragers met eventueel een verdikkings- of suspendeermiddel zoals zachte of harde paraffines, bijenwas, 12-hydroxystearine, gehydrogeneer-de ricmusolie , aluminiums tear aten of glycerylmonostearaat. Conventionele niet-ionogene, kationogene of anionogene oppervlakteaktieve stoffen kunnen alleen of in combinatie in het preparaat gebruikt worden.
De verbindingen volgens de uitvinding kunnen 35 ook voor veterinair of humaan gebruik gepresenteerd worden in een vorm welke geschikt is voor orale toediening, bijvoorbeeld als « '3 ‘T <r-·
W · ij j . j S
* - 9 - oplossingen,siropen, emulsies of suspensies , of een droog poeder om met water of een andere geschikte drager voor gebruik samen te stellen, eventueel met smaak- en kleurstoffen. Vaste preparaten zoals tabletten, capsules, tabletjes, pillen, bolussen , 5 poeders, pasta’s , korrels, kogeltjes of voormengsels kunnen eveneens gebruikt worden. Vaste en vloeibare preparaten voor oraal gebruik kunnen volgens algemeen in de techniek bekende methoden vervaardigd worden. Dergelijke preparaten kunnen ook één of meer farmaceutisch aanvaardbare dragers en excipienten 10 bevatten die vast of vloeibaar kunnen zijn. Voorbeelden van geschikte farmaceutisch aanvaardbare dragers voor gebruik in vaste doseervormen zijn bindmiddelen ( bijvoorbeeld voorgestijfseld maïszetmeel, polyvinylpyrrolidon of hydroxypropylmethylcellulose); vulstoffen ( bijvoorbeeld lactose, microkristallijne cellulose 15 of calciumfosfaat )j glijmiddelen (bijvoorbeeld magnesiumstearaat, talk of siliciumdioxyde ) ; middelen die het uiteenvallen bevorderen (bijvoorbeeld aardappelzetmeel of natriumzetmeelglycolaaö; of bevochtigingsmiddelen ( bijvoorbeeld natriumlaurylsulfaat). Tabletten kunnen met algemeen in de techniek bekende methoden van 20 een bekledingslaag voorzien worden.
Voorbeelden van geschikte farmaceutisch aanvaardbare toevoegingen voor gebruik in vloeibare doseervormen zijn suspendeermiddelen ( bijvoorbeeld sorbitolsiroop, methylcel-lulose of gehydrogeneerde eetbare vetten ); emulgeermiddelen 25 (bijvoorbeeld lecithine of arabische gom); niet-waterige dragers (bijv. amandelolie, olieachtige esters of ethylalkohol); en conserveermiddelen (bijv. methyl- of propyl-p—hydroxybenzoaten of sorbinezuur); stabiliseermiddelen en solubiliseermiddelen kunnen eveneens opgenomen worden.
30 Pasta’s voor orale toediening kunnen volgens algemeen in de techniek bekende methoden vervaardigd worden. Voorbeelden van geschikte farmaceutisch aanvaardbare toevoegingen voor gebruik in pasta’s zijn suspendeer- of geleermiddelen, bijvoorbeeld aluminiumdistearaat of gehydrogeneerde ricinusolie; dispergeer-35 middelen zoals polysorbaten; niet-waterige dragers zoals arachide-olie, olieachtige esters, glycolen of . macrogolen; stabiliseer- en solubiliseermiddelen. De verbindingen volgens de S * , ·'* - 10 - uitvinding kunnen in de veterinaire geneeskunde ook toegediend worden door ze op te nemen in het dagelijkse vaste of vloeibare voedsel.
De verbindingen volgens de uitvinding 5 kunnen in de veterinaire geneeskunde ook oraal toegediend worden als een drank zoals een oplossing, suspensie of dispersie . van het werkzame bestanddeel tezamen met een farmaceutisch aanvaardbare drager of excipient.
De verbindingen volgens de uitvinding 10-. kunnen bijvoorbeeld ook verwerkt worden tot zetpillen, bijvoorbeeld met conventionele zetpilbases voor toepassing in de veterinaire of humane geneeskunde, of als pessaria , bijvoorbeeld met conventionele pessariumbases.
Verbindingen volgens de uitvinding kunnen 15 voor locale toediening, voor toepassing in de veterinaire en humane geneeskunde, verwerkt worden tot zalven, crèmes , lotions, shampoo's , poeders, sprays·, sauzen, aerosolen, druppels (bijv. oog- of neusdruppels) of uitgietbare preparaten. Zalven en crèmes kunnen bijvoorbeeld met een waterige of olieachtige 20 basis onder toevoeging van geschikte verdikkings- en/of geleer- middelen bereid worden. Zalven die op het oog aangebracht moeten worden, kunnen op een steriele wijze met gesteriliseerde bestanddelen bereid worden. Uitgietbare preparaten kunnen bijvoorbeeld voor veterinair gebruik in organische oplosmiddelen of als 25; een waterige suspensie bereid worden, en kunnen middelen die de adsorptie door de huid bevorderen, en solubiliseermiddelen, stabiliseermiddelen, conserveermiddelen of middelen die op andere wijze de opslageigenschappen en/of het toepassingsgemak verbeteren, bevatten.
30 -Lotions kunnen met een waterige of olie achtige basis bereid worden en bevatten in het algemeen ook één of meer emulgeemiddelen, stabiliseermiddelen, dispergeer-middelen, suspendeermiddelen, verdikkingsmiddelen of kleurstoffen.
Poeders kunnen met behulp van een willekeurige 35 geschikte poederbasis gevormd worden. Druppels kunnen bereid
Worden met een waterige of niet-waterige basis welke ook één of 'S · Λ >j 7' Λ A i >., s -J ", 2* - * - t1 - meer dispergeermiddelen , stabiliseermiddelen , solubiliseermid-delen of suspendeermiddelen bevat. Zij kunnen ook een conserveermiddel bevatten.
Voor toediening door inhaleren kunnen 5 de verbindingen volgens de uitvinding voor gebruik in de veterinaire of humane geneeskunde in de vorm van een aerosolspray of een inblaasapparaat geleverd worden.
De totale dagelijkse dosering van verbindingen volgens de uitvinding die zowel in de veterinaire als 10 de humane geneeskunde gebruikt worden , bedraagt geschikt 1-2000 pg/kg lichaamsgewicht, bij voorkeur 5-800 pg/kg, en dit kan in verschillende doses , bijvoorbeeld 1-4 maal daags, toegediend worden. Het zal duidelijk zijn dat de dosering zal variëren al naar gelang de leeftijd en de toestand ώπ de patient, 15 het te behandelen organisme, de toedieningswijze en het betreffende vervaardigde preparaaat. Doseringen voor een gegeven gastheer kunnen met conventionele overwegingen bepaald worden, bijvoorbeeld door vergelijking van de werking van de betreffende verbinding en van een bekend antibioticum.
20 De verbindingen volgens de uitvinding kunnen op elke doelmatige wijze tot preparaat verwerkt worden voor land- of tuinbouwkundig gebruik , en binnen het kader van de uitvinding vallen derhalve preparaten welke een verbinding volgens de uitvinding omvatten, geschikt voor land- of tuinbouwkundig 25 gebruik. Hiertoe behoren preparaten van het droge of vloeibare type, bijvoorbeeld fijne poeders, met inbegrip van poederbases of concentraten, poeders, met inbegrip van oplosbare poeders of spuitpoeders, korrels,met inbegrip van microkorrels en dispergeerbare korrels, stukjes , rulle poeders, emulsies zoals 30 verdunde emulsies of emulgeerbare concentraten, sauzen zoals sauzen voor wortels en zaden, middelen voor het behandelen van zaad, olie-concentraten, oplossingen in olie, injecties, bijvoorbeeld staminjecties, sprays , roken en nevels.
In het algemeen omvatten dergelijke prepara-35 ten de verbinding in combinatie met een geschikte drager of ver- ►· -X - ,··? t ' ·*'· .> / y y r , ' , * - t -»«a - 12 - dunningsmiddel. Dergelijke dragers kunnen, vloeibaar of vast zijn, en zijn bestemd om de toepassing van de verbinding te bevorderen,ofwel door deze op de plaats van toepassing te verspreiden ofwel door een preparaat te verschaffen waarvan de gebruiker een verspreidbaar preparaat kan vervaardigen.
5 Dergelijke preparaten zijn in de techniek algemeen bekend en kunnen met conventionele methoden bereid worden, zoals bijvoorbeeld door de (het) werkzame bestanddeel(en) met de drager of het verdunningsmiddel, bijvoorbeeld een vaste drager , oplosmiddel of oppervlakteaktieve stof, te mengen en/of te malen.
10; Geschikte vaste dragers, ten gebruike in preparaten zoals fijne poeders, korrels en poeders , kunnen uit bijvoorbeeld natuurlijke anorganische vulstoffen, zoals kiezelaarde, talk , kaoliniet, montmorilloniet, profylliet of attapulgiet, gekozen worden. Zeer dispers kiezelzuur of zeer dis-15 perse adsorberende polymeren kunnen desgewenst in het preparaat opgenomen worden. Korrelvormige adsorberende dragers die gebruikt kunnen worden, kunnen poreus ( zoals puimsteen, baksteen, meerschuim of bentoniet) of niet-poreus ( zoals calciet of zand)zijn. Geschikte reeds korrelvormige stoffen die gebruikt kunnen 20 worden en die organisch of anorganisch kunnen zijn , zijn onder andere dolomiet en gemalen planteresten.
Geschikte oplosmiddelen die als dragers of verdunningsmiddelen gebruikt kunnen worden, zijn onder meer aromatische koolwaterstoffen, alifatische koolwaterstoffen, alkoholen 25 en glycolen of ethers daarvan, esters , ketonen , zuuramiden, sterk polaire oplosmiddelen, eventueel geepoxydeerde plantaardige oliën en water.
Conventionele niet-ionogene , kationogene of anionogene oppervlakteaktieve stoffen , bijvoorbeeld geethoxy-30 leerde alkylfenolen en alkoholen, alkalimetaal- of aardalkalimetaal- zouten van alkylbenzeensulfonzuren , lignosulfonzuren of sulfo-barnsteenzuren of sulfonaten van polymere fenolen die goede • emulgerende , dispergerende en/of bevochtigende eigenschappen hebben, kunnen eveneens ofwel alleen ofwel in combinatie in de 35 preparaten gebruikt worden.
Stabilisatoren, middelen die samenbakken tegengaan, anti-schuimmiddelen, regelaars van de viscositeit, £ ^ i ·": ·”· -> / ** 4 - ? ,.v *r * *· 'v ‘vu ia* - 13 - bindmiddelen en kleefmiddelen, lichtstabilisatoren alsmede meststoffen, middelen die de voeding stimuleren of andere werkzame stoffen kunnen desgewenst in de preparaten opgenomen worden,
De verbindingen volgens de uitvinding kunnen ook tezamen met andere insecticiden, acariciden en nematociden tot preparaat verwerkt worden.
In de preparaten bedraagt de concentratie werkzame stof in het algemeen 0,01 tot 99 gew.% en bij voorkeur 0,01 tot 40 gew.%.
10
Commerciële produkten worden m het algemeen als geconcentreerde preparaten verschaft, welke voor gebruik tot een geschikte concentratie, bijvoorbeeld 0,001 tot 0,0001 gew.%, verdund moeten worden,
De hoeveelheid waarin een verbinding toegepast wordt, hangt van een aantal factoren af,zoals de soort plaag en de mate van aantasting. In het algemeen zal echter een hoeveelheid van 10 g/ha tot 10 kg/ha geschikt zijn; bij voorkeur bedraagt de hoeveelheid 10 g/ha tot 1 kg/ha voor de bestrijding van mijten en insecten en 50 g/ha tot 10 kg/ha voor de bestrijding van nematoden.
De verbindingen volgens de uitvinding kunnen in combinatie met andere werkzame bestanddelen toegediend of gebruikt worden. In het bijzonder kunnen de verbindingen volgens de uitvinding in combinatie met andere bekende middelen tegen wormen 25 toegediend of gebruikt worden. Door de verbindingen volgens de uitvinding te combineren met andere middelen tegen wormen kan het spectrum van parasitaire infecties die met succes bestreden kunnen worden, verbreed worden. Zo kan de mogelijkheid geschapen worden parasitaire infecties te bestrijden waartegen de afzonder-30 .
lijke bestanddelen niet of slechts gedeeltelijk doeltreffend zijn.
De verbindingen volgens de uitvinding kunnen met behulp van de hieronder besproken werkwijzen bereid worden.
Bij sommige van deze werkwijzen kan het nodig zijn een hydroxygroep op de 5-plaats in de uitgangsstof te beschermen alvorens de beschre-35 ven reaktie uit te voeren. In dergelijke gevallen is het daarna vaak nodig de beschermende groep te verwijderen wanneer de reaktie \ f - 14 - verlopen is ter verkrijging van de gewenste verbinding volgens de uitvinding. Conventionele werkwijzen voor het aanbrengen en verwijderen van beschermende groepen kunnen gebruikt worden, bijvoorbeeld zoals beschreven in de eerder genoemde boeken van 5 Greene en McOmie.
Volgens een aspect van de uitvinding voorziet men in een werkwijze (A) voor de bereiding van verbindingen met formule 1 , bij welke werkwijze men verbindingen met formule 2,waarin en OR^ de eerder gedefinieerde betekenis hebben, laat 10 reageren met een reagens H^NC^ of een zout daarvan , waarin R£ de eerder gedefinieerde betekenis heeft', desgewenst gevolgd door verwijdering van een beschermende groep van een verbinding met formule 1 waarin 0R^ een beschermde hydroxygroep is , en eventueel gevolgd door zoutvorming.
15 De oximvorming kan in waterige of niet- waterige reaktiemilieu’s , doelmatig bij een temperatuur van -20 tot +100°C, bijvoorbeeld -10 tot +50°C , uitgevoerd worden.
Doelmatig gebruikt men het reagens K2NOR2 in de vorm van een zout, bijvoorbeeld een zuuradditiezout zoals het hydrochloride.
20 Wanneer een dergelijk zout gebruikt wordt-, kan de reaktie in aanwezigheid van een zuurbindend middel uitgevoerd worden.
Oplosmiddelen die gebruikt kunnen worden zijn bijvoorbeeld water en met water mengbare oplosmiddelen zoals alkoholen ( bijvoorbeeld methanol of ethanol), amiden 23 (bijv. N,N-dimethylformamide ,Ν,Ν-dimethylacetamide of hexamethyl- fosforamide ) , ethers (bijvoorbeeld cyclische ethers zoals tetrahydrofuran of dioxan , en acyclische ethers zoals dimethoxy-ethaan of diethylether ), nitrillen (bijvoorbeeld acetonitril), sulfonen (bijv. sulfolaan) , koolwaterstoffen zoals halogeen-33 koolwaterstoffen ( bijvoorbeeld methyleenchloride), en esters zoals ethylacetaat , alsmede mengsels van twee of meer van dergelijke oplosmiddelen.
Wanneer waterige omstandighedm gebruikt worden kan de reaktie doelmatig met een geschikt: zuur, base of 35 buffer tot een pH van 2-9 gebufferd worden.
Geschikte zuren zijn bijvoorbeeld anorganische ;F> W? -5. . ,.y ,-y •Q J ; . "i / -15-- zuren, zoals zoutzuur of zwavelzuur, en carbonzuren zoals azijnzuur. Geschikte basen zijn bijvoorbeeld alkalimetaalcarbonaten en -bicarbonaten zoals natriumbicarbonaat, hydroxyden zoals natriumhydroxide, en alkalimetaalcarboxylaten zoals natriumacetaat. 5 Een geschikte buffer is natriumacetaat/azijnzuur.
Verbindingen met formule 2 zijn ofwel bekende verbindingen die in het Britse octrooischrift 2.176.182 beschreven worden, of kunnen met standaardmethoden uit daarin beschreven bekende verbindingen bereid worden .
10 Volgens een ander aspect van de uitvinding voorziet men in een werkwijze (B) voor de bereiding van verbindingen met formule 1 waarin een alkylgroep met 1-8 kool-stofatomen of een alkenylgroep met 3-8 koolstofatomen is en QRg een gesubstitueerde hydroxygroep is , bij welke werkwijze 15 men een verbinding met formule 1 waarin OR^ een hydroxygroep is, laat reageren met een reagens dat dient om een hydroxygroep om te zetten in een gesubstitueerde hydroxygroep, eventueel gevolgd door zoutvorming.
Acylerings-, formylerings- , sulfonylerings-, 20 ethervormings- , silylerings- of acetaalvormingsreakties kunnen met conventionele methoden zoals hieronder beschreven uitgevoerd worden.
Zo kan acylering bijvoorbeeld uitgevoerd worden onder toepassing van een acyleringsmiddel, zoals een zuur 25 met formule R,C00H of een reaktief derivaat daarvan, zoals een 4 zuurhalogenide (bijvoorbeeld zuurchloride ) , -anhydride of geaktiveerde ester, of een reaktief derivaat van een zuur met formule R.0C00H of R.0CS0H.
4 4
Acyleringen waarbij zuurhalogeniden en 30 -anhydriden gebruikt worden, kunnen desgewenst uitgevoerd worden in aanwezigheid van een zuurbindend middel zoals een tertiair amine. ( bijvoorbeeld triethylamine , dimethylaniline of pyridine), anorganische basen ( bijvoorbeeld calciumcarbonaat of natriumbicarbonaat ) , en oxyranen zoals lagere 1,2-alkyleenoxyden • 35 (bijv. ethyleenoxyde of propyleenoxyde ) die waterstofhalogenide binden dat bij de acylering vrijkomt.
Cm - 16 -
Acyleringen waarbij zuren gebruikt worden, worden bij voorkeur uitgevoerd in aanwezigheid van een condensatie-middel, bijvoorbeeld een carbodiimide zoals Ν,Ν'-dicyclohexyl-carbodiimide of N-ethyl-N'Y-dimethylaminopropylcarbodiimide; een carbonylverbinding zoals carbonyldiimidazool; of een isoxazolium-zout zoals N-ethyl-5-fenylisoxazoliumperchloraat.
Een geaktiveerde ester kan doelmatig in situ gevormd worden met bijvoorbeeld 1-hydroxybenzotriazool in aanwezigheid van een condensatiemiddel zoals hierboven. In 10 plaats daarvan kan de geaktiveerde ester tevoren bereid worden.
De acylering kan in waterige of; niet-waterige reaktiemilieu's, doelmatig bij een temperatuur van -20 tot +100°C, bijvoorbeeld -10 tot +50°C, uitgevoerd worden.
Formylering kan teweeg gebracht worden met een geaktiveerd derivaat van mierezuur, bijvoorbeeld N- formylimidazool of mierezuuranhydride onder standaardomstandigheden.
Sulfonylering'kan teweeg gebracht worden met » / een reaktief derivaat van een sulfonzuur R,S0„H. zoals een ’sulfonyl- o 3 halogenide, bijvoorbeeld een chloride R^SO^Cl of een 20 ö z sulfonzuuranhydride. De sulfonylering wordt bij voorkeur in aanwezigheid van een geschikt zuurbindend middel,zoals hierboven beschreven , uitgevoerd.
Ethervorming kan teweeg gebracht worden met een reagens met formule R-Y, waarin Rr de eerder gedefinieerde 25 . -5 5 betekenis heeft en Y een vertrekkende groep zoals een chloor- , broom- of jodiumatoom of een hydrocarbylsulfonyloxygroep, zoals mesyloxy of tosyloxy, of een halogeenalkanoyloxygroep zoals di- chlooracetoxy voorstelt. De reaktie kan uitgevoerd worden door vorming van een magnesiumalkanolaat onder toepassing van een 30
Grignard-reagens zoals een methylmagnesiumhalogenide, bijvoorbeeld methylmagnesiumjodide , of onder toepassing van een trialkyl-silylmethylmagnesiunihalogenide, bijvoorbeeld trimethylsilylmethyl-magnesiumchloride, gevolgd door behandeling met het reagens r5y.
In plaats daarvan kan de reaktie uitgevoerd worden in aanwezigheid van een zilverzout zoals zilveröxyde, zilver- t 'J -in» :*9 - 17 - perchloraat, zilvercarbonaat of zilversalicylaat of mengsels daarvan, en dit systeem kan bijzonder geschikt zijn wanneer ethervorming nitgevoerd wordt onder toepassing van een alkylhaloge-nide (bijvoorbeeld methyljodide). Ethervorming kan doelmatig 5 teweeg gebracht wordaain een oplosmiddel zoals een ether, bijvoor beeld diethylether.
Acetaalvorming kan uitgevoerd worden door reaktie met een cyclische of acyclische vinylether. Deze methode is bijzonder bruikbaar voor de bereiding van tetrahydro-10 pyranylethers, met. dihydropyran als reagens,of 1-alkoxyalkylethers zoals 1-ethoxyalkylether , met een alkylvinylether als reagens.
De reaktie wordt bij voorkeur uitgevoerd in aanwezigheid van een sterk zure katalysator, bijvoorbeeld een anorganisch zuur zoals zwavelzuur, of een organisch sulfonzuur zoals p-tolueen-15 sulfonzuur, in een nagenoeg watervrij oplosmiddel dat geen hydroxy- groepen bevat.
Oplosmiddelen die bij de bovenstaande reakties gebruikt kunnen worden zijn bijvoorbeeld ketonen ( bijv. aceton), amiden ( bijv. N,N-dimethylformamide, Ν,Ν-dimethylacetamide of 20 hexamethylfosforamide), ethers ( bijv. cyclische ethers zoals tetrahydrofuran of dioxan , en acyclische ethers zoals dimethoxy-ethaan of diethylether), nitrillen ( bijv. acetonitril) , koolwaterstoffen zoals halogeenkoolwaterstoffen ( bijv. methyleen-chloride), en esters zoals ethylacetaat, alsmede mengsels 25 van twee of meer van dergelijke oplosmiddelen.
Silylering kan teweeg gebracht worden door reaktie met een silylhalogenide: (bijvoorbeeld chloride), bij voorkeur in aanwezigheid van een base zoals imidazool, tri-ethylamine of pyridine, met een oplosmiddel zoals dimethylformamide. 30 Carbamoylering ter verkrijging van een verbinding met formule 1 waarin OR^ een groep OCONRgRg is, kan teweeg gebracht worden door reaktie met een geschikt acylerings-(carbamoylerings) middel. Geschikte carbamoyleringsmiddelen die gebruikt kunnsi worden ter verkrijging van verbindingen waarin één 35 van de symbolen Rg en R^ een waterstofatoom is en het andere — Λ ' / *** _'·> Λ * ** •Lm - 18 - een alkylgroep met 1 tot 4 koolstofatomen is , zijn bijvoorbeeld isocyanaten met formule R^qNCO , waarin R^q een alkylgroep met 1-4 koolstofatomen is. De carbamoylering kan geschikt uitgevoerd worden in aanwezigheid van een oplosmiddel of oplosmiddel-5 mengsel gekozen uit koolwaterstoffen (bijv. aromatische koolwaterstoffen zoals benzeen en tolueen) , halogeenkoolwater-stoffen (bijv. dichloormethaan), amiden(bijv. formamide of dimethylformamide), esters (bijv. ethylacetaat), ethers (bijv. cyclische ethers zoals tetrahydrofuran en dioxan), ketonen (bijv. aceton ) , sulfoxyden ( bijv. dimethylsulfoxyde ) of mengsels van deze oplosmiddelen. De reaktie kan doelmatig uitgevoerd worden bij een temperatuur van -80°C tot het kookpunt van het re-aktiemengsel, bijvoorbeeld tot 100°C, bij voorkeur tussen -20 en +30°C.
De carbamoylering kan bevorderd worden door de aanwezigheid van een base , bijvoorbeeld een tertiaire organische base zoals tri(lage alkyl)amine (bijv. triethylamine).
Een ander bruikbaar carbamoyleringsmiddel is cyaanzuur, dat doelmatig in.situ gevormd wordt, bijvoorbeeld ’ 20 u£t een alkalimetaalcyanaat zoals natriumcyanaat, waarbij laatst genoemde reaktie bevorderd wordt door de aanwezigheid van een zuur, bijvoorbeeld een sterk organisch zuur zoals trifluorazijnzuur. Cyaanzuur komt effectief overeen met de hierboven genoemde iso-cyanaatverbindingen waarin waterstof is , en dit zuur zet dan 2-5 ook verbindingen met formule 2 direkt om in de carbamoyloxyanaloga daarvan ( verbindingen met formule 1 waarin OR^ een groep OCONI^ is).
In plaats daarvan kan carbamoylering teweeg gebracht worden door reaktie met fosgeen of carbonyldiimidazool gevolgd door ammoniak of het geschikte gesubstitueerde amine, 30 eventueel in een waterig of niet waterig reaktiemilieu.
De vorming van verbindingen met formule 1 waarin OR^ een groep 0C0 (012)^002^ is,kaa teweeg gebracht worden door acylering van de overeenkomstige 5-hydroxyverbinding met een zuur (¢^2)^002^ of een reaktief derivaat daarvan volgens de 35 hierboven beschreven acyleringsmethode.
Volgens een ander aspect van de uitvinding voorziet men in een werkwijze (C) voor de bereiding van verbindingen J1. „ Λ ·Ί» i ' ; % » λ 1> / h? .v V i - 19 - met formule 1 waarin een alkylgroep met 1-8 koolstofatomen of een alkenylgroep met 3-8 koolstofatomen is, bij welke werkwijze men een verbinding met formule 1 waarin een waterstofatoom is en OR^ een gesubstitueerde hydroxygroep is, laat reageren met een 5 ethervormend middel waarin een alkylgro.ep met 1-8 koolstof- atomen of een alkenylgroep met 3-8 koolstofatomen is en Y de eerder gedefinieerde betekenis heeft, desgewenst gevolgd door verwijdering van de beschermende groep van een verbinding met formule 1 waarin OR^ een beschermde hydroxygroep is, en eventueel 10. gevolgd door zoutvorming.
De ethervorming kan bijvoorbeeld uitgevoerd worden door vorming van een magnesiumalkanolaat onder toepassing van een Grignard-reagens zoals een methylmagnesiumhalogenide, bijvoorbeeld methylmagnesiumjodide, gevolgd door behandeling met t5 het reagens R^Y. In plaats daarvan kan de reaktie uitgevoerd worden in aanwezigheid van een zilverzout zoals zilveroxyde, zilverper-chloraat, zilvercarbonaat of zilversalicylaat of mengsels daarvan of in aanwezigheid van een base ,bijvoorbeeld kaliumcarbonaat of natriumhydride. De ethervorming kan doelmatig uitgevoerd worden 20 in een organisch oplosmiddel zoals een ether, bijvoorbeeld diethyl- ether, tetrahydrofuran of dioxan, of een amide , bijvoorbeeld dimethylformamide of hexamethylfosforzuurtriamide of een mengsel van . dergelijke oplosmiddelen, bij omgevingstemperatuur . Onder deze omstandigheden wordt de configuratie van de oximinogroep 25 nagenoeg niet veranderd door de ethervormig .
Volgens een ander aspect van de uitvinding voorziet men in nog een andere werkwijze (D) voor de bereiding van verbindingen met formule 1 waarin 0R^ een hydroxylgroep is, bij welke werkwijze men een verbinding met formule 3 reduceert, 30 eventueel gevolgd door zoutvorming.
De reductie kan uitgevoerd worden met een reducerend middel dat de 5-ketogroep stereoselectief kan reduceren. Geschikte reducerende middelen zijn bijvoorbeeld boorhydriden zoals alkalimetaalboorhydriden (bijv. natriumboorhydride) en lithium-35 alkoxyaluminiumhydriden zoals lithiumtributoxyaluminiumhydride.
De reaktie met een boorhydride heeft plaats in aanwezigheid van een oplosmiddel zoals een alkanol ,bijvoorbeeld 1 '· - · ; Λ 'λ ' - "J u» - 20 - isopropylalkohol of isobutylalkohol, bij voorkeur bij een temperatuur van -30 tot +80°C, bijvoorbeeld bij 0°C.
De reaktie met een lithiumalkoxyaluminiumbydride beeft plaats in aanwezigheid van een oplosmiddel zoals een ether , bijvoorbeeld 5 tetrahydrofuran of dioxan, bij voorkeur bij een temperatuur van -78 tot 0°C.
Tussenprodukten met formule 3 kunnen bereid worden uit een 5,23-diketon met formule 4 door behandeling met een equivalent van een reagens H^NOR^ waarin de eerder gede-10 finieerde betekenis heeft, onder toepassing van de hierboven voor de bereiding van verbindingen met formule 1 beschreven oxim-vormingsomstandigheden.
Verbindingen met formule 4 kunnen bereid worden door een verbinding met formule 5 te oxyderen.
15 De reaktie kan uitgevoerd worden met een oxy- datiemiddel dat dient om een secundaire hydroxygroep om te .zetten in een oxogroep, waardoor een verbinding met formule 4 gevormd wordt.
20 Geschikte oxydatiemiddelen zijn bijvoor beeld chinonen in aanwezigheid van water, bijvoorbeeld 2,3-dichloor- 5,6-dicyaan-1,4-benzochinon of 2,3,5,6-tetrachloor-1,4-benzochinon; een chroom(VI) bevattend oxydatiemiddel, bijvoorbeeld natrium-of pyridiniumdichromaat of chroomtrioxyde in pyridine , bij 25 voorkeur in aanwezigheid van een faseoverdrachtskatalysator; een mangaan(IV) bevattend oxydatiemiddel, bijvoorbeeld mangaandioxyde in dichloormethaan, een N-halogeensuccinimide, bijvoorbeeld N-chloorsuecinimide of N-broomsuccinimide;een dialkylsulfoxyde , 30 bijvoorbeeld dimethylsulfó.xyde, in aanwezigheid van een aktivator zoals NjN'-dicyclohexylcarbodiimide of een acylhalogenide, bijvoorbeeld oxalylchloride; of een pyridine-zwaveltrioxydecomplex.
De reaktie kan doelmatig uitgevoerd worden 35 in een geschikt oplosmiddel zoals eaiketon, bijvoorbeeld aceton; een ether, bijvoorbeeld diethylether, dioxan of tetrahydrofuran; een koolwaterstof, bijvoorbeeld hexaan; een halogeenkoolwaterstof, bijvoorbeeld chloroform of methyleenchloride; of een ester, bijvoorbeeld ethylacetaat of een gesubstitueerd amide , bijvoor- ' ' - -“I* -. ts- ··· ··' : o 1 - 21 - beeld dimethy If ormamide. Combinaties van dergelijke oplosmiddelen al dan niet in aanwezigheid van water kunnen eveneens gebruikt worden. De keuze van het oplosmiddel hangt af van het voor de omzetting gebruikte type oxydatiemiddel.
5 ...
De reaktie kan bij een temperatuur van -80 tot +50°C uitgevoerd worden.
De verbindingen met formule 5 kunnen bijvoorbeeld bereid worden door Streptomyees thermo ar chaens i s NCIB12015 (gedeponeerd op 10 september 1984 in de permanente verzameling ^ ' van de National Collections of Industrial and Marine Bacteria,
Torry Research Station, Aberdeen, Verenigd Koninkrijk) of een mutant daarvan te kweken en de verbinding uit de aldus verkregen fermentatievloeistof te isoleren.
Het Streptomyces-organisme kan op gèbrui-^ kelijke wijze gekweekt worden, dat wil zeggen in aanwezigheid van assimileerbare bronnen van koolstof, stikstof en anorganische zouten. Assimileerbare koolstof-, stikstof- en mineraalbronnen kunnen verschaft worden door eenvoudige of complexe voedingsstoffen, zoals bijvoorbeeld beschreven in het Britse octrooischrift 20 ...
2.166.436. Geschikte media die deze voedingsstoffen bevatten, worden in onderstaande Bereiding 1 beschreven, .
Het Streptomyces-organisme wordt in het algemeen gekweekt bij een temperatuur van 20 tot 50°C , bij voorkeur 25 tot 40°C, bij voorkeur onder beluchten en bewegen, 25 · · , bijvoorbeeld door schudden of roeren. Het medium kan m het begin met een kleine hoeveelheid van een sporen-bevattende suspensie van het microorganisme geinoculeerd worden, maar ter vermijding van een groeivertraging kan een vegetatief inoculum van het organisme bereid worden door een kleine hoeveelheid van 30 het cultuurmedium te inoculeren met de sporevorm van het organisme, waarna het verkregen vegetatieve inoculum naar het fermentatiemedium overgebracht kan worden , of bij voorkeur naar één of meer enttrappen, waar verdere groei plaats heeft, alvorens het naar het hoofdfermentatiemedium over te brengen.
De fermentatie wordt in het algemeenin het pH-traject van 5,5 tot
I
V ·’ ·« -V-W
- 22 - 8,5 uitgevoerd.
De fermentatie kan gedurende 2-10 dagen bijvoorbeeld ongeveer 5 dagen , uitgevoerd worden.
De verbindingen met formule 5 kunnen 5 uit de aldus verkregen fermentatievloeistof afgescheiden worden met conventionele isolatie- en scheidingsmethoden. Een verscheidenheid aan fraktioneringsmethoden kan gebruikt worden, bijvoorbeeld adsorptie-elutie, precipitatie, gefraktioneerde kristallisatie en oplosmiddelextractie, welke op verschillende 10 wijizen gecombineerd kunnen worden. Oplosmiddelextractie en chromatografie zijn het meest geschikt gebleken voor het isoleren en afscheiden van de verbinding. Een geschikte werkwijze voor het verkrijgen van de verbindingen met formule 5 onder toepassing van deze methoden wordt in onderstaande Bereiding 1 beschreven.
15 Volgens een ander aspect van de uitvinding voorziet men voorts in een werkwijze (E) voor de bereiding van verbindingen met formule 1 waarin OR^ een hydroxygroep is, bij welke werkwijze men de beschermende groep verwijdert van een overeenkomstige verbinding met formule 1 , waarin OR^ een 20 hierboven beschreven beschermde hydroxygroep is.
Zo kan bijvoorbeeld een acylgroep zoals een acetylgroep verwijderd worden door basische hydrolyse,bijvoorbeeld met natrium- of kaliumhydroxyde in waterige alkohol , of door zure hydrolyse, bijvoorbeeld met geconcentreerd zwavelzuur 25 in methanol. Aeetalgroepen zoals tetrahydropyranyl kunnen bijvoorbeeld verwijderd worden door middel van zure hydrolyse (met een zuur zoals azijnzuur of trifluorazijnzuur of een verdund anorganisch zuur). Silylgroepen kunnen verwij derd worden met f luorideionen (bijv. afkomstig van een tetraalkylammoniumfluoride 30 zoals tetra-n-butylammoniumfluoride ) , waterstoffluoride in waterige acetonitril of een zuur zoals p-tolueensulfonzuur ( bijvoorbeeld in methanol). Arylmethylgroepen kunnen verwijderd worden door behandeling met een Lewis-zuur (bijvoorbeeld boortri-fluorideetheraat ) in aanwezigheid van een thiol (bijv. ethaanthiol)· 35 in een geschikt oplosmiddel zoals dichloormethaan bij bijvoorbeeld <5 f\ ' '7 si '<.<· / v ) ~j £ y - 23 - kamertemperatuur.
Zouten van zuren met formule 1 kunnen met conventionele methoden bereid worden, bijvoorbeeld door het zuur te behandelen met een base of door het ene zout om te zetten 5 in een ander door ionenuitwisseling.
In de volgende Bereidingen en Voorbeelden worden verbindingen aangeduid als derivaten van de bekende "Factoren" A, B, C en D. Factor A is een verbinding met formule 6 waarin isopropyl is en R^ waterstof is; Factor B is een verbinding 10 met formule 6 waarin R^ methyl is en R^ methyl is; Factor C is een verbinding met formule 6 waarin R^ methyl is en R^ waterstof is; en Factor D is een verbinding met formule 6 waarin Rj ethyl is en R^ waterstof is.
15 Bereiding 1:5-Keto Factor A
Sporen van Streptomyces thermoarchaensis NCIB12015 werden geinoculeerd op schuine agarmedia , bestaande uit de volgende bestanddelen g/1 20 Gistextract (Oxoid L21) 0,5
Moutextract (Oxoid L39) 30,0
Mycologisch peptoon(Oxoid L40) 5,0
Agar No. 3 (Oxoid L13) 15,0
Gedestilleerd water tot 1 1 25 pHA/5,4 en 10 dagen bij 28°C geincubeerd.
De rijpe schuine cultuur werd vervolgens met 6 ml van een 10% glycerolop los sing bedekt en met een steriele 30 spatel afgeschraapt om de sporen en het mycelium los te maken.
Porties van 0,4 ml van de verkregen spora-suspensie werden overgebracht in steriele polypropeen-vaatjes welke vervolgens dichtge-smolten en in damp van vloeibare stikstof bewaard werden tot ze nodig waren.
35 Twee Erlenmeyer-kolven van 250 ml met 50 ml O '7 Λ 0 4 V Ua Λ - 24 - entmedium,bestaande uit de volgende bestanddelen: g/.l. _ D-Glucose 15,0 t- Glycerol 15,0
Soja-peptoon 15,0
NaCl 3,0
CaC03 1,0
Gedestilleerd water tot 1 1 1« (De niet ingestelde pH van het medium was 6,7 , en werd ingesteld op een pH van 7,0 met waterige natriumhydroxyde voordat het onder druk verhit werd. De pH van het medium na het verhitten bedroeg 7,3) 15 werden elk geinoculeerd met 0,2 ml van de spore-suspensie welke uit een vaatje genomen was.
De kolven werden 3 dagen bij 28°C geincubeerd op een schudinrichting welke met 250 oraw/min draaide met een baan met een middellijn van 50 ram.
20 De inhoud van beide kolven werd gebruikt voor het inoculeren van een fermentor \an 70 1, welke 40 1 van hetzelfde medium aangevuld met polypropeen 2000 (0,06 vol.%) bevatte. Polypropeen 2000 werd desvereist tijdens de fermentatie toegevoegd om schuimen tegen te gaan. De fermentatie werd bij 28°C Z5- uitgevoerd, onder voldoende roeren en beluchten om een gehalte aan opgeloste zuurstof van meer dan 30% verzadiging te handhaven.
Na 24 uur fermentatie werd een portie broedvloeistof van 9 1 overgebracht in een fermentor van 700 1 welke 450 1 medium bevatte dat als volgt samengesteld was: 30 g/1 D- Glucose 2,8
Mout-dextrine (MD30E) 27,8
Arkasoy 50 13,9
Melasse 1,7 3:5 K2HP04 °,14
CaC03 1,39
Silicone 525 (Dow Corning) 0,06 vol.% ,-v. *·>» «<. * r v-\ !' v : -v £. £.
- 25 -
Ingesteld op pH 6,5 voor sterilisatie.
De fermentatie werd bij 28°C onder roeren en beluchten uitgevoerd. Anti-schuimmiddel polypropeen 2000 werd al naar vereist toegevoegd, en de pH werd beneden 7,2 5 gehouden door toevoeging van H^SO^ tot de oogst. De fermentatie werd na 5 dagen geoogst.
De broedvloeistof (450 1) werd geklaard op een Westfalia KA25 centrifuge en de overblijvende bovenstaande vloeistof werd door water ( 20 1 ) vervangen. De verkregen 10’ cellen (25,5 kg) werden 1 uur geroerd met een Silverson-menger model BX in voldoende methanol tot een totaal volume van 75 1.
De suspensie werd gefiltreerd en het vaste residu werd opnieuw geextraheerd met methanol (35 1) en gefiltreerd. Het gecombineerde filtraat (87 1) werd met water ( 40 1) verdund en met petroleum-15 ether met kookpunt 60-80°C (30 1) geextraheerd. Na 30 min werden de fasen gescheiden op een Westfalia MEM 1256 centrifuge, en de onderste methanolfase werd na toevoeging van water ( 40 1) opnieuw geextraheerd met petroleumether met kookpunt 60-80°C (30 1).
De onderste fase werd afgescheiden en vervolgens opnieuw geextra-20 heerd met petroleumether met kookpunt 60-80°C (30 1) . De gecom bineerde petroleumetherfasen (85 1) werden geconcentreerd door middel van drie gangen door een Pfaudler 8.8-12v-27 gewiste-film-verdamper (dampdruk 0,1 bar, damptemperatuur 2Q°C, stoomtemperatuur 127°C). Het concentraat (91) werd met natriumsulfaat (2 kg) 25 gedroogd en onder verminderde druk bij 40°C in een filmverdamper verder geconcentreerd.
Het olieachtige residu (130 g) werd in chloroform opgelost tot een volume van 190 ml, en dit werd opgebracht op een kolom van Merck 7734 silica 60 (200x4 cm), 30 gestort met chloroform. De kolom werd met chloroform ( 500 ml) uitgewassen en met chloroformtethylacetaat (3:1) geelueerd, waarbij frakties van ongeveer 40 ml na een voorloop van 1400 ml verzameld werden. Frakties 32-46 werden gecombineerd en ingedampt tot een olie ( 21,2 g). Frakties 47-93 werden gecombineerd en 35 Λ ' x -v -1 * -* *m - 26 - ingedampt tot een olie ( 20,1 g)? welke in chloroform:ethylacetaat (3:1) tot een voltime van 50 ml opgelost werd; deze oplossing werd opgebracht op een kolom van Merck 7734 silica 60 (200x4 cm) , gestort met chloroform:ethylacetaat ( 3:1) , en fracties van 5 ongeveer 40 ml werden na een voorloop van 1400 ml verzameld.
De frakties 22-36 werden gecombineerd en ingedampt tot een olie (3,1 g),welke toegevoegd werd aan de olie die uit de fracties 32-46 van de eerste kolom verkregen was. De gecombineerde olie werd opgelost in kokende methanol ( 4 ml) en vervolgens 10· toegevoegd aan hete 2-propanol (20 ml), waarna men liet kristalli seren.
De moederloog na kristallisatie werd ingedampt tot een olie welke in eengelijk volume methyleenchloride opgelost werd, en daarna op een kolom (30x2,2 cm) van Merck 15 Kiéselgel 60 (70-230 mesh ASTM, Art. No. 7734), gestort met methyleenchloride, opgebracht werd. Het bed werd met methyleenchloride ( 2 bedvolumina) uitgewassen en met chloroform:ethylacetaat (3:1) (2 bedvolumina) geelueerd. Door indampen van het eluaat werd een olie verkregen die in methanol opgelost werd en 20 aan preparatieve hplc op Spherisorb S5 0DS-2 (250 mmx20 mm, Phase
Sep.Ltd.) onderworpen werd. Porties van het monsters ( 5 ml) werden in de loop van 1 min op de kolom gepompt , en de kolom werd met acetonitril:water ( 7:3) onder de volgende omstandigheden geelueerd: 25 Tijd (min) Stroomsnelheid (ml/min) 0,00 0,00 ) injectie- 1.00 0,00 ) tijd 1,10 30,00 .
39,90 30,00 30 40,00 35,00 75.00 35,00
Materiaal dat van de hplc-kolom elueerde werd met uv-spectroscopie bij 238 nm onderzocht.
^ Door indampen van de gecombineerde fracties met pieken welke na 33,4 min van de kolom kwamen , werd de ’ ί ; ‘ /' ‘ '* * ... .. c -π - titelverbinding ( 34 mg) als een vaste stof verkregen.
E.I. massaspectroscopie gaf een moleculair ion bij 610 en karakteristieke fragmenten bij: 592 5 574 556 422 259 241 10
Voorbeeld I
23/Ë7~Methoxy imino Factor A
(a) 5,23-Diketo Factor A -.·
Een ijskoude oplossing van geconcentreerd 15 zwavelzuur (1,2 ml) en natriumdichromaat (120 mg) in water (2 ml) werd in 15 min onder krachtig roeren toegevoegd aan een ijskoude oplossing van 5-keto Factor A (200 mg) en tetrabutylammonium-waterstofsulfaat ( 15 mg) in ethylacetaat ( 4 ml) . Na 20 1 uur werd het mengsel met ethylacetaat verdund -, waarna de orga nische fase met verzadigd waterig natriumbicarbonaat uitgewassen werd. De gedroogde organische fase werd ingedampt en de gom werd gezuiverd door chromatografie over Merck Kieselgel 60 230-400 mesh (100 ml). Door elutie met 10% ethylacetaat in dichloor-25 methaan werd de titelverbinding verkregen als eeilichtgeel schuim (86 mg) ; b (CDCl^) omvat 6,57 (m,1H); 2,50 (s,2K); en 1,89 Cm,3H).
(b) -5-Keto, 23ZE/-methoxyimino Factor A 5,23 -Diketo Factor A (475 mg), methoxy1- 30 amine-hydrochloride (69 mg) en watervrij natriumacetaat ( 135 mg) werden in methanol opgelost. Na 1,5 uur bij kamertemperatuur werd de oplossing 16 uur op -18°C gehouden, vervolgens met ethylacetaat verdund en achtereenvolgens met 1N zoutzuur, water en pekeloplossing uitgewassen. De gedroogde organische fase 35 * werd ingedampt en het gele schuim werd gezuiverd door chromatografie over Merck Kieselgel 60, 230-400 mesh (120 ml). Door elutie met hexaan:ethylacetaat (4:1) werd de titelverbinding ver- · ' " ' ‘ ; , vt 1 «o* 21 r ·- - 28 - kregen als een geel schuim (255 mg) , 0*3-^ + 80° (£ 1,20 , CHCl^), Λ „ (EtOH) 241 nm(8 27.500), O (CHBr_), 3530, 3460 (OH) πΐα.χ max ó 1780 (C=0), 1676 (C=C-C=0), 986 (C-O), b (CDCl3)omvat 6,58 (s;1H), 3.84 (s;4H),3,80 (s; 1H), 3,58 (m;1H), 3,30 (d14;1H), 1,00 (d6;3H), 5 0,96 (d6;3H), 0,92 (d6;3H).
(c) 23/E7~Methoxyimino Factor A (i) Natriumboorhydride (6,5 mg) werd toegevoegd aan een ijskoude oplossing van 5-keto, 23[e/-methoxy- 10 imino Factor A (83 mg) in isopropanol ( 20 ml). Het gele mengsel werd 35 min in een ijsbad geroerd, met ethylacetaat verdund en achtereenvolgens met 1N zoutzuur, water en pekeloplossing uitgewassen. De gedroogde organische fase werd ingedampt en de verkregen gele gom werd gezuiverd door chromatografie over Merck ^ Kieselgel 60, 230-400 mesh ( 60 ml) . Door elutie van de kolom met hexaamethylacetaat ( 2:1) werd de titelverbinding als een geel schuim (58 mg) verkregen . Door kristallisatie uit hexaan werd de titelverbinding verkregen , smeltpunt 203°C, + 133° (c/i,12, CHClq), (Et0H)244nm (6 26.200), S (CDC13) 20 omvat 4,29 (t7;1H), 3,84 (s;3H), 3,29 (d15;1H).
(ii) Een oplossing van 5-keto, 23/É/-methoxyimino Factor A (50 mg) in droog tetrahydrofuran ( 1 ml) werd toegevoegd aan een tot -78°C afgekoelde oplossing van lithium-tris-t-butoxyaluminium- hydride ( 261 mg) in droog tetrahydrofuran ( 3 ml). Na 0,75 uur 25 bij -78°C werd de oplossing met ethylacetaat ( 30 ml) verdund en achtereenvolgens met 0,5 N zoutzuur en water uitgewassen. De gedroogde organische fase werd ingedampt en het ruwe produkt werd gezuiverd door chromatografie over Merck kieselgel 60 , 230-400 mesh (40 ml) met 25 % ethylacetaat in hexaan als elutiemiddel 30 . ... . .
onder verkrijging van de. titelverbmding als een wit schuim,
CoiJ^+ 128° (c 0,95, CHC13), & (CDC13') omvat 4,29 (t7;1H), 3.84 (s; 3H), 3,29 (d15;1H).·
Voorbeeld II
23/S./-Methoxyimino Factor A , 5-acetaat Een oplossing van watervrij natriumacetaat ' ;Λ . /1 >*« s-.ï .·,?* - 29 - (2,8 g) in water ( 15 ml) werd toegevoegd aan een oplossing van 23-keto Factor A, 5-aeetaat ( 3,13 g, Voorbeeld 18 in het Britse octrooischrift 2-176.182) in methanol, gevolgd door methoxy-amine-hydrochloride (3,01 g). De verkregen oplossing werd 1,5 uur 5 bij 20°C geroerd, met ethylacetaat verdund en daarna achtereen volgens met 0,5 N zoutzuur, water en pekel uitgewassen. De gedroogde organische fase werd bijna drooggedampt en het vuilwitte schuim werd gezuiverd door chromatografie over Merck Kieselgel 60 230-400 mesh ( 600 ml). Door elutie van de kolom •jO met hexaan:ethylacetaat ( 4:1) werd de titelverbinding als een -21 kleurloos schuim ( 2,14 g) verkregen; + 128° (c 1,35, CHC1J λ (EtOH) 244nm (& 27.250);«? (CHBro)3560, 3480 (OH), 1733 (acetaat), 1715 (CO), 995 (C-0), b (CDClg) omvat 5,5-5,6 (m:2H), 3,84 (s:3H), 3,29 (d 15;H), 2,16 (S:3H).
15
Voorbeeld III
23/É/-Hydroxyimino Factor A,5-acetaat
Reaktie van 23-keto Factor A, 5-acetaat met hydroxylamine-hydrochloride werd op een soortgelijke wijze 20 ais in. voorbeeld I uitgevoerd. Het ruwe produkt werd gezuiverd door chromatografie over Merck Kieselgel 60 230-400 mesh , met ethylacetaatracetonitril ( 4:1) als elutiemiddel onder verkrijging -21 van de titelverbinding als een kleurloos schuim; CP(JD + 132° (c , 1,01 , CHCIJA (EtOH) 244nm ( 6 27.800),0 25 (CHBr3) 3565, 3470 (OH), 1732 (acetaat), 1712 (C=0), 993 (C-0), b (CDCLj) omvat 8,12 (S;1H), 5,5-5,6(m;2H), 3,42 (d 15;1H), 2,16 (S:3H).
Voorbeeld IV
30 23 ZE/-Methoxyimino Factor A
Een oplossing van het produkt van voorbeeld II (1,88 g) in methanol werd in een ijsbad gekoeld, 1N waterig natriumhydroxyde ( 5,6 ml) werd toegevoegd, en.de oplossing werd 1,5 uur in een ijsbad geroerd. De oplossing werd met ethylacetaat 35 verdund en achtereenvolgens met 0,5 N waterig zoutzuur, water en pekel uitgewassen. De gedroogde organische fase werd ingedampt '4 «.-4 - 30 - en het verkregen schuim werd gezuiverd door chromatografie over Merck Kieselgel 60 230-400 raesh ( 400 ml).Door elutie van de kolom met hexaan:ethylacetaat (2:1) werd een kleurloos schuim (1,429 g) verkregen, door kristallisatie uit hexaan werd de 5 9 1 zuivere .titelverbinding verkregen, smpt. 203°C, + 132° (c 1,21, CHC1_) (EtOH) 244nm (c '29.200), 0 (CHBr„)3540 (OH), 1708 (C=0), 992 (C-0), S (CDClJ omvat
UleiX .j j 4,29 (t7: 1H), 3,84 (s:3H), 3,29 (d15:1H).
10·
Voorbeeld V
23/^/-Hydroxyimino Factor A Door hydrolyse van het produkt van voorbeeld III volgens de werkwijze van voorbeeld III werd- een produkt verkregen dat gezuiverd werd door chromatografie over Merck Kieselgel 15 60 230-400 mesh (400 ml) met hexaan;ethylacetaat (1:1) als elutie-middel onder verkrijging van de titelverbinding als een kleurloos schui^m; 140° (c 1,24 , GHClJ , λ (EtOH) 244 nm
1/ J IIlclX
(£ 26 700)0 (CHBr ) 3565, 3490 (OH), 1710 (C=0), 994 (C-0), Iïl&X nicix o b (CDC1-) omvat 8,11 (S:1H>, 4,29 (t7:1H), 3,41 (d15:1H).
20 3
Voorbeeld VI
23/Ïl/-Ethoxyiinino Factor A
Een oplossing van watervrij natriumacetaat (140 mg) in water ( 3 ml) werd toegevoegd aan een oplossing van 25 23-keto Factor A ( 200 mg,voorbeeld 23 in het Britse octrooischrift 2.176.182)en ethoxyamine-hydrochloride (126 mg) in methanol (20 ml). Na 2 uur bij 20°C werd de oplossing verdund met ether ( 40 ml) en uitgewassen met water. De gedroogde organische fase werd ingedampt en het verkregen vuilwitte schuim werd 30 gezuiverd door chromatografie over Merck Kieselgel 60 230-400 mesh(9Q ml). Door elutie van de kolom met hexaan:ethylacetaat (2:1) werd de titelverbinding verkregen als een kleurloos schuim (189 mg); MV+ 125° (c 1,00 , CHClJ λ. (EtOH) 244 nm ( L) “ j max max 28.200)0 (CHBr_)3540,3480 (OH), 1705 (C-0), 990 (C-0), 35 max 3 S (CDC13) omvat 4,30 (t7:1H), 4,10 (q7:2H), 3,31 (d15:1H), 1,24 (t7:3H).
f: ~ Λ * v " -r ° ·* * '* j * - 31 -
De verbindingen van de voorbeelden VII, VIII en IX werden op een soortgelijke wijze bereid uitgaande van 23-keto Factor A en het geschikte alkoxyamine.
5 Voorbeeld VII
23/Éj-Allyloxyimino Factor A
Λχ7ί*1+ 124° (c t,17, CHClJ, λ (EtOH) ' -1) — j max 244 nm( £ 28.400), V> (CHBrj3550, 3490 (OH), 1708 (C=0), 990 max max o (C-0), & (CDC13) omvat 5,98 (m;1H), 5,28 (ddt7,2; 1H), 5,15 10 (dd9,2;1H), 4,5-4,7 (m;2H), 4,29 (t7;1H), 3,36 (d14;1H) werd bereid uit allyloxyaminehydrochloride.
Voorbeeld VIII
23/Ê7~Isopropyloxyimino Factor A
15 ^D1+ 116° (£0’97» CHC13),Amax (Et0H) 244 nm Cf 25.000) , 0 (CHBr_)3550, 3490 (OH), 1708 (C=0), w max max ο 992 ( C-0), ÏCCDCLj) omvat 4,2-4,4 (m;2H), 3,30 (d14;1H) , 1,21 (d7;3H), 1,20 (d7;3H) werd bereid uit isopropyloxyamine-hydrochloride.
20
Voorbeeld IX
23/E7-n-Butoxyimino Factor A
Γ<7^1+ 115° (c 1,10, CHC1,),A (EtOH)
U O HlciX
244nm (£ 31.800),^ (CHBr„)3540, 3460 (OH), 1708 (C=0), max max 3 25 992 (C-0), 6 (CDClg) omvat 4,28 (töjl'H), 4,03 (m;2H), 3,96 (d6;1H), 3,31 (dl4;lH), 0,9-1,1 (m; 15H) werd bereid uit n-butoxyaminehydrochloride.
Voorbeeld X
30 23/E7-Methoxyimino Factor A,5-acetaat (i) Een 3-molair oplossing van methylmagne-siumjodide in ether (0,16 ml) werd onder roeren en onder stikstof toegevoegd aan een oplossing van het produkt van voorbeeld III (120 mg) in droog hexamethylfosforzuurtriamide (5 ml). Joodmethaan 35 (0,09 ml) werd toegevoegd, en na 1 uur werd bet mengsel met ethyl- ' '7 ·' -·: v * -\ - - ·; :i 1 * - 32 - acetaat (30 ml) verdund en achtereenvolgens met 2N zoutzuur en water uitgewassen. De gedroogde organische fase werd ingedampt en de gele gom werd door chromatografie over Merck Kieselgel 60 230-400 mesh ( 80 ml) gezuiverd. Door elutie van de kolom met 5 hexaan:ethylacetaat ( 2:1) werd de titelverbinding verkregen als een wit schuim, 0x3^}+ 123° (c 1,25, CHC1_)A (EtOH) 245 nm(& 30.300 ). Het NMR was hetzelfde als in voorbeeld II.
(ii) Het produkt van voorbeeld III (0,082 g) werd opgelost in diethylether (10 ml) welke zilveroxyde ( 0,4 g)
10·' bevatte , dat vers bereid was uit waterig zilvemitraat en 2M
natriumhydroxyde . Het mengsel werd 2 uur bij kamertemperatuur geroerd, waarna het gefiltreerd werd en het oplosmiddel ingedampt werd onder verkrijging van een ruwe gele gom. Dit residu werd gezuiverd door preparatieve dunnelaagchromatografie (Merck 5717) 15 met dichloormethaan/aceton (25:1) als elutiemiddel. De belangrijkste band werd met aceton geextraheerd en ingedampt onder verkrijging van de titelverbinding (0,059 g). Het NMR was hetzelfde als in voorbeeld II.
20 Voorbeeld XI
23/E7~Methoxyimino Factor A,5-methylcarbamaat
Methylisocyanaat (0,13 ml, 125 mg) en tri- ethylamine ( 2 druppels) werden toegevoegd aan een oplossing.van 23/17-methoxyimino Factor A (350 mg) in droog dimethylformamide 25’ (0,75 ml). De kolf werd met een stop afgesloten en 5,5 uur bij 80°C onder roeren verwarmd. Het reaktiemengsel werd in water (50 ml) gegoten en het verkregen mengsel werd door kiezelgoer gefiltreerd. De filterkoek werd met water (150 ml ) uitgewassen en vervolgens met dichloormethaan (75 ml) geextraheerd. Het extract 50 werd gedroogd (MgSO^) en ingedampt onder verkrijging van een geel schuim dat gezuiverd werd door kolomchromatografie onder matige druk op silica (125 g, Merck Kieselgel 60, 230-400 mesh) . Door elutie met hexaan:ethylacetaat ( 1:1) werd de titelverbinding als — 79 een wit schuim (206 mg) verkregen. + 99° (c 0,55, CH2C12) ; 35 Λ (EtOH) 244,4 nm (£ 28.710) ; v) (CHBrJ3530 (OH), 3455 max max 3 (NH), 1720 (ester), 1720+1510 (carbamaat) en 993 cm"1 (C-0); S(CDC13) omvat 1,78 (s, 3H), 2,86 (d,5Hz,3H), 3,29 (d,l4 Hz,1H>, 3,83 (s,3H), ♦Λ ~7 Λ "T /\ 0 / ’ j ] ö y ? »· -33-.
4,80 (q, 5 Hz, 1H) en 5,50 (m, 2H).
Voorbeeld XII
23/É7~Methoxyimino Factor A,5-methylcarbónaat Aan een oplossing van 23/E7-methoxyimino Factor A (150 mg) in dichloormethaan (15 ml) en pyridine (0,3 ml) werd onder roeren bij 0°C methylchloorformiaat ( 0,7 ml van een 1,OM oplossing in dichloormethaan) toegevoegd. Men liet het reaktiemengsel 20 min bij 0-3°C onder roeren staan en voegde het 10 daarna toe. aan dichloormethaan (70 ml) en waste het mengsel vervolgens met 2N zoutzuur (50 ml) en water ( 50 ml) . De organische fase werd gedroogd (MgSO^) en het oplosmiddel werd verwijderd onder verkrijging van een schuim dat gezuiverd werd door kolome chromatografie onder middelmatige druk op silica (40 g, Merck Kieselgel 60 , 230-400 mesh) . Door elutie met dichloormethaan: ethylacetaat (30:1) werd de titelverbinding als een wit schuim (127 mg) verkregen. [t*J^ + 145° (c=0,41, CH^Cl^); Xmay (EtOH) 244,4 nm (£31.210); >>max (CHBr^) 3460 + 3540 (OH), 1742 (carbonaat),1710 (ester) en 992 cm ^ (C-O); δ (CDC1-) omvat 1,82 20 ^ (s, 3H), 3,29 (d 14 Hz,1H), 3,82 (s,3H), 3,83 (s, 3H) ,5,2- 5,4 (m; 3H) 5,56 (s,1H).
Voorbeeld XIII
25 23/É7-Methoxyimino Factor D,5-acetaat
Een oplossing van 23-keto Factor D,5- acetaat (251 mg), voorbeeld 119 in het Britse octrooischrift 2.176.182), natriumacetaat (250 mg) en methoxyamine-hydrochloride (250 mg) in methanol ( 40 ml) werd 24 uur bij 20°C gehouden, tot ongeveer 10 ml ingedampt, met ethylacetaat (50 ml ) verdund, 30 en achtereenvolgens met 0,5 N zoutzuur en water uitgewassen.
De gedroogde organische fase werd ingedampt onder verkrijging van een geel schuim dat gezuiverd werd door chromatografie over Merck Kieselgel 60 , 230-400 mesh (120 ml) . Door elutie ^ van de kolom met hexaan werd de titelverbinding als een lichtgeel schuim (144 mg) verkregen; A (EtOH) 244 nm (£26.400); \)
J niciX tnSrwC
(CHBr3) (cm**1) 3500 (OH), 1732 (OAc), 1710 (0=0); S (CDC13) omvat 5,54 (m;2H), 4,92 (m; 1H), 3,84 (s;3H),3,32 (m;1H), 3,30 * - i -·»* * * - 34 - (d14;1H), 2,17 (s;3H), 1,91 (d14;1H), 1,76 (s;3H), 1,63 (s;3H), 1,51 (s;3H), 1,01 (t7; 3H), 0,99 (d6;3H), 0,92 (d6;3H).
Voorbeeld XIV
5 23/|L/-Methoxyimino Factor D
Een oplossing van het produktvan voorbeeld XIII ( 140 mg) en 1N natriumhydroxyde (0,6 ml) in methanol ( 8 ml) werd 1,5 uur in een ijsbad geroerd. De oplossing, werd met ethylacétaat (30 ml)verdund en achtereenvolgens met 1N zoutzuur en 1® water uitgewassen. De gedroogde organische fase werd ingedampt onder verkrijging van een geel schuim dat gezuiverd werd door-.-chromatografie over Merck Kieselgel 60 , 230-400 mesh (50 ml) . (Door elutie van de kolom met hexaan:ethylacetaat (2:1) werd de titelverbinding als een vuilwit schuim ( 105 mg) verkregen j 15 ÜxlV+ 96° (c 1,38, 0Η01,)3λ (EtOH) 244 nm (£26.700); ^ (CHBr3) (cm-1) 3550, 3500 (OH), 1710 (C=0> (CDC13) omvat 4,93 (m; 1H), 4,30 (t6; 1H) , 3,95 (d6; 1H), 3,84 (s j3H), 3,30 (d14; 1H), 3,27 (m.;1H), 1,88 (sj3H), 1,64 (s;3H), 1,52 (sj3H), 1,01 (t7;3H), 1,00 (d6; 3H), 0,92 (d6;3H).
20
Voorbeeld XV
23ZÊ7~Methoxyimino Factor B
Een oplossing van 23-keto Factor B ( 1g, voorbeeld 19 van het Britse octrooischrift 2.176.182 ) , natrium-25 acetaat ( 400 mg) en methoxyamine-hydrochloride (400 mg) werd 20 uur bij 20°C geroerd, tot ongeveer 10 ml ingedampt , met ethylacetaat verdund en metvater uitgewassen. De organische fase werd achtereenvolgens met 0,5 N zoutzuur en water uitgewassen, en de gedroogde organische fase werd ingedampt en het ruwe 30 produkt werd gezuiverd door chromatografie over Merck Kieselgel 60 , 230-400 mesh ( 200 ml) . Door elutie van de kolom met ethylacetaat rdichloormethaan (1:9) werd de titelverbinding als een wit schuim (500 mg) verkregen; + 128° (c 1,09, CHClg); λ (EtOH) 244 nm (£30.100> ;0 (CHB-) (cm-1) 3540, 3460 max max 3 35' (OH), 1708 (c=0); 6 (CDC13) omvat 5,46 (q6; 1H), 4,03 (d5;1H), 3,97 (d5; 1H), 3,83 (s; 3H), 3,50 (si3H), 3,32 (m;1H), 3,29 (d14; 1H), 1,82 (s;3H), 1,68 (d6;3H), 1,00(d6;3H), 0,92(d6;3H).
£ j-'s ï * if ï . I ** d * ‘ tu -35-.
Voorbeeld XVI
23/ÉV-Mathoxy imino Factor C
Watervrij natriumacetaat ( 0,54 g) en methoxyamine-hydrochloride ( 0,58 g) werden toegevoegd aan een 5 oplossing van 23-keto Factor C (1,97 g, voorbeeld 12 van het
Britse octrooischrift 2.176.182) in methanol (30 ml) en water (5 ml) , waarna het mengsel 30 min bij kamertemperatuur geroerd werd. Ethylacetaat ( 30 ml) en 0,5 M zoutzuur ( 30 ml) werden toegevoegd en de waterlaag werd opnieuw met ethylacetaat ( 15 ml)
10. geëxtraheerd. De gecombineerde organische lagen werden met 0,5 M
zoutzuur, 5% verzadigd waterig natriumbicarbonaat en 10% verzadigd waterig natriumchloride uitgewassen, en vervolgens onder vacuum ingedampt tot een geel schuim dat gezuiverd werd door chromatografie op Merck 9385 silicagel , waarbij de kolom eerst met 15 dichloormethaan ontwikkeld werd, en daarna met dichloormethaan met een kleine hoeveelheid ethylacetaat ( tot 10% ) geelueerd werd r -»21 onder verkrijging van de titelverbinding ( 1,0 g); + 64° (c 1,0, CH^OH); 1H NMR (CDCl^) omvat de volgense signalen : S 4,95 (m,1H); 4,29(t,1H, 7Hz); 3,96 (d,1H,7Hz); 3,85(s,SH^NOCH^); 20 3,66 (d,1H,10Hz); 1,51 (s,3H); 1,42 (t,lH,12Hz); IR (CHBr^) 3620-3340 cm”1 (-0H) , 1711 cm”1 (C=0).
Hieronder volgen voorbeelden van preparaten volgens de uitvinding. Met de hierna gebruikte uitdrukking "werkzaam bestanddeel” wordt een verbinding volgens de uitvinding , 25' bijvoorbeeld de verbinding van voorbeeld IV, bedoeld .
Multidosis parenterale injectievloeistof (1) ' % (gew./vol.) Traject
Werkzaam bestanddeel 2,0 0,1 - 6,0%(gew.Arol)
Benzylalkohol 1,0
Polysorbaat 80 10,0
Glycerol-formal 50,0
Water voor injecties tot 100,0
Het werkzame bestanddeel wordt in polysorbaat 80 en glycerol-formal opgelost . Benzylalkohol wordt toegevoegd, 35 * r - 36 - waarna met water voor injecties aangevuld wordt tot het juiste volume. Het produkt wordt met conventionele methoden gesteriliseerd, bijvoorbeeld door steriele filtratie of door verhitting in een autoclaaf, en aseptisch verpakt.
5 (2) %(gew./vol.) Traj eet
Werkzaam bestanddeel 4,0 0,1 - 7,5%(gew./vol.)
Benzylalkohol 2,0 1Ö Glyceryltriacetaat 30,0
Propyleenglycol tot 100,0
Het werkzame bestanddeel wordt in benzylalkohol en glyceryltriacetaat opgelost . Propyleenglycol wordt tot het juiste volume toegevoegd. Het produkt wordt met conventione-15 le farmaceutische methoden gesteriliseerd, bijvoorbeeld door steriele filtratie, en aseptisch verpakt.
(3) % Traj eet 20 - -
Werkzaam bestanddeel 2,0 (gew./vol.) 0,1 - 7,5%(gew./vol.)
Ethanol 36,0 (vol/vol)
Niet-ionogene opper-vlakteaktieve stof (bv.Synperonic PE L44*:), 10,0 (gew./vol.) 25 Propyleenglycol tot 100,0
*handelsmerk van ICI
Het werkzame bestanddeel wordt opgelost in de ethanol en de oppervlakteaktieve stof, en de oplossing wordt 50 tot het juiste volume aangevuld. Het produkt wordt gesteriliseerd met conventionele farmaceutische methoden, bijvoorbeeld steriele filtratie , en aseptisch verpakt.
35 Γ. 7 · “ $ o n
~ 1 V’ 5 'i -L
- 37 - (4) % Traject
Werkzaam bestanddeel 2,0 (gew./vol.) 0,1-3,0% (gew./vol.)
Niet-ionogene oppervlakte-aktieve stof 5 (bv.Synperonic FE F68*) 2,0 (gew./vol.)
Benzylalkohol 1,0 (gew./vol.)
Miglyol 840** 16,0 (vol./vol.)
Water voor injecties tot 100,0
10 * Handelsmerk van ICI
** Handelsmerk van Dynamit Nobel
Het werkzame bestanddeel wordt in Miglyol 840 opgelost. De niet ionogene oppervlakteaktieve stof en de benzylalkohol worden in het grootste deel van het water opgelost.
De emulsie wordt bereid door de olieachtige oplossing aan de waterige oplossing toe te voegen terwijl op conventionele wijze gehomogeniseerd wordt. Het mengsel wordt aangevuld tot het juiste volume. De.vloeistof wordt aseptisch bereid en verpakt.
20
Aerosol-spray gew.% Traj eet
Werkzaam bestanddeel 0,1 0,01-2,0 gew.%
Trichloorethaan 29,9 25 Trichloorfluormethaan 35,0
Dichloordifluormethaan 35,0
Het werkzame bestanddeel wordt gemengd met trichloorethaan en in de aerosol-houder afgevuld, De ruimte 30 in de kop wordt met het drijf gas doorgeblazen en het ventiel wordt aangebracht. Het vereiste gewicht aan vloeibaar drijfgas wordt onder druk door het ventiel afgevuld. De houder wordt voorzien van bedieningsorganen en stofdoppen.
35 . · ; :*i '· -Λ Λ
· Μ ί ·. L
- 38 -
Tablet
Bereidingswijze-vochtige korrelvorming mg 5 Werkzaam bestanddeel 250,0
Magnesiumstearaat 4,5
Maïszetmeel 22,5
Natrium-zetmeelglycolaat 9,0
Natriumlaurylsulfaat 4,5 10 Microcristallijne cellulose tot gewicht van tabletkern vai 450 mg
Een voldoende hoeveelheid van een 10% zetmeelpasta wordt toegevoegd aan het werkzame bestanddeel ter verkrijging van een geschikte vochtige massa voor de korreling.
De korrels worden vervaardigd en met behulp van een drooginrichting 15 met borden of een wervelbed gedroogd. De korrels worden door een zeef gezeefd, de overige bestanddelen worden toegevoegd en het geheel wordt tot tabletten geperst.
De tabletkernen worden desvereist met een film bekleed onder toepassing van hydroxypropylcellulose of 20 ...
een ander soortgelijk filmvormend materiaal met een waterig of niet-waterig oplosmiddelsysteem. Een weekmaker en een geschikte kleurstof kunnen in de bekledingsoplossing opgenomen worden.
Veterinair tablet voor kleine dieren/huisdieren 25 ...
Bereidingswijze - droge korrelvorming mg
Werkzaam bestanddeel 50,0
Magnesiumstearaat 7,5 30 Microkristallijne cellulose tot tabletkerngewicht van 75,0
Het werkzame bestanddeel wordt met het magnesiumstearaat en microkristallijne cellulose gemengd. Het mengsel wordt tot stukjes samengeperst. De stukjes worden verbrijzeld 35 door ze dóór een roterende korrelvormer te leiden zodat rulle korrels verkregen worden. De korrels worden tot tabletten geperst.
“* 7 "V Λ - J , -J ? ’ > -'«* «.W3 - 39 -
De tabletkemen kunnen vervolgens desgewenst zoals hierboven beschreven, met een film bekleed worden.
Veterinaire intramammaire injectie mg/dosis Traj eet
Werkzaam bestanddeel 150 mg 0,05-1,0 g
Polysorbaat 60 3,0 gew.% )
Witte bijenwas 6,0 gew.% tot 3 g) tot 3 of 15. g ^ Arachide-olie 91,0 gew.% )
De arachide-olie, witte bijenwas en polysorbaat 60 worden onder roeren tot 160°G verhit. Het mengsel wordt 2 uur op 160°C gehouden en vervolgens onder roeren tot kamertemperatuur afgekoeld. Het werkzame bestanddeel wordt 15 aseptisch toegevoegd aan de drager en met behulp van een met grote snelheid werkende menger gedispergeerd. Het mengsel wordt geraffineerd door het door een colloidmolen te leiden.
Het produkt wordt aseptiscl/in steriele plastic spuiten afgevuld.
20 .
Veterinaire bolus voor langzame afgifte
Gew.% Traject
Werkzaam bestanddeel 0,25 - 2 g
Colloidaal siliciumdioxyde 2,0) .... tot vereiste vul- .. Microkristallijne cellu- . .
25 lose tot 100,0) 8awlcht
Het werkzame bestanddeel wordt met het colloidale siliciumdioxyde en microkristallijne cellulose gemengd met behulp van een geschikte methode waarbij steeds 2Q porties toegevoegd worden, ter verkrijging van een goede verdeling van werkzaam bestanddeel door de drager. Het mengsel wordt opgenomen in het middel voor langzame afgifte zodat (1) een constante afgifte van werkzaam bestanddeel of (2) een afgifte met stoten van werkzaam bestanddeel verkregen wordt.
35 C : 3 :; 2 2 , % - 40 -
Veterinaire orale drank % (gew./vol.) Traject
Werkzaam bestanddeel 0,35 0,01 - 2% (gew./voL)
Polysorbaat 85 5,0
Benzylalkohol 3,0
Propyleenglycol 30,0
Fosfaatbuffer pH 6,0 - 6,5
Water tot100,0 10
Het werkzame bestanddeel wordt in het polysorbaat 85, de benzylalkohol en de propyleenglycol opgelost.
Een hoeveelheid van het water wordt toegevoegd en de pH wordt zo nodig met fosfaatbuffer ingesteld op 6,0-6,5. Water wordt toegevoegd tot het gewenste eindvolume. Het produkt wordt in 15 de drankhouder afgevuld Veterinaire orale pasta
Gew.% Trajeet 20 Werkzaam bestanddeel 4,0 1-20 gew.%
Natriumsaccharine 2,5
Polysorbaat 85 3,0
Aluminiumdistearaat 5,0
Gefractioneerde kokosolie tot 100,0 25
Het aluminiumdistearaat wordt in de gefractioneerde kokosnootolie en pplysorbaat 85 onder verwarmen gedis-pergeerd. Het mengsel wordt tot kamertemperatuur afgekoeld en natriumsaccharine wordt in de olieachtige drager gedisper-30 geerd. In deze basis wordt het werkzame bestanddeel gedispergeerd.
Het geheel wordt in plastic spuiten afgevuld.
Korrels voor veterinaire toediening met het voer
Gew.% Trajeet
Werkzaam bestanddeel 2,5 0,05 - 5 gew.% 35 Calciumsulfaat-hemi-hydraat tot 100,0 0 Ί ·) .y \.i ƒ V ; X, - 41 -
Het werkzame bestanddeel wordt met het calciumsulfaat gemengd . De korrels worden met een vochtige korrelvorming vervaardigd. Zij worden met een drooginr^ichting met schotels of een wervelbed gedroogd. De korrels worden in een 5 geschikte houder afgevuld.
Veterinair uitgietbaar preparaat % (gew./vol.) Traject
Werkzaam bestanddeel 2,0 0.1 tot 30% 10
DimethyIsulfoxyde 10,0
Methylisobutylketon 30,0
Propyleenglycol (en pigment) tot 100,0
Het werkzame bestanddeel wordt in dimethyl-^ sulfoxyde en methylisobutylketon opgelost. Het pigment wordt toegevoegd en daarna wordt propyleenglycol tot het gewenste volume toegevoegd. Het mengsel wordt in de houder voor het uitgietbare preparaat afgevuld.
Emulgeerbaar concentraat
Werkzaam bestanddeel 50 g
Anionogene emulgator 40 g (bv. fenyIsulfonaat CALX)
Niet-ionogene emulgator 60 g 25 (bv. Synperonic NP13)*
Aromatisch oplosmiddel (bv. Solvesso 100) tot 1 liter * Handelsmerk van ICI
^0 Alle bestanddelen worden gemengd en geroerd tot ze opgelost zijn.
Korrels (a) Werkzaam bestanddeel 50 g
Houthars ' 40 g 35
Gipskorrels (20-60 mesh) tot 1 kg (bv. Agsorb 100A) (b) Werkzaam bestanddeel 50 g Ö / v ;· ; si - 42- . Ut *
Synperonic NP13* 40 g
Gipskorrels (20-60 mesh)tot 1 kg * Handelsmerk van ICI 5
Alle bestanddelen worden in een vluchtig oplosmiddel, bijvoorbeeld methyleenchloride, opgelost en de oplossing wordt toegevoegd aan korrels die in een menger bewegen.
De korrels worden gedroogd ter verwijdering van oplosmiddel.
10 De pesticide werking van de verbindingen volgens de uitvinding werd bepaald met een verscheidenheid aan ongedierte en gastheren daarvan volgens de volgende algemene methode:
Het produkt werd in de vorm van een vloeibaar preparaat gebruikt. De preparaten werden vervaardigd door het 15 produkt in aceton op te lossen. De oplossingen werden daarna verdund met water dat 0,1 - 0,01 gew.% van een bevochtigingsmiddel bevatte, tot de vloeibare preparaten de vereiste concentratie van het produkt bevatten.
Bij de proefmethode die voor de meeste soorten 20 ongedierte gebruikt werd, werd een aantal exemplaren van het ongedierte geplaatst op een medium dat gewoonlijk een gastheerplant was, en werd ofwel het medium met het preparaat behandeld (indirek-te proef ) ofwel werden , in het geval van Tetranychus urticae,
Myzus persicae,Nilaparvata lugens en Musea domestica , zowel het 25 ongedierte als het medium met het preparaat behandeld ( contactproef). In het geval van Meloidogyne incognita werd de oplossing aangebracht op grond waarin tomateplanten groeiden, waarna nematoden opgebracht werden. De vermindering van het aantal wortelknobbels werd vergeleken met een controleplant.
30 Volgens deze methoden bleek de verbinding met formule 1 waarin isopropyl is, ^ methyl is en R^ waterstof is, doeltreffend te zijn in concentraties van 100 gew.ppm of minder.
35 '*A “*7 ^ Q J 'J i u si

Claims (5)

1. Verbinding met formule 1 en zouten daarvan, waarin R.J een methyl-, ethyl- of isopropylgroep voorstelt; een waterstofatoom, een alkylgroep met 1-8 koolstofatomen of 5 een alkenylgroep met 3-8 koolstofatomen voorstelt, en de groep =N0R2 de E-configuratie heeft ; en ORg een hydroxylgroep of een gesubstitueerde hydroxylgroep met ten hoogste 25 koolstofatomen is.
2. Verbinding volgens conclusie 1, met het 10 kenmerk, dat OR^ een methoxycarbonyloxy-, acetoxy- , methoxy- of hydroxylgroep is.
3. Verbinding volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat OR^ een hydroxylgroep is.
4. Verbinding volgens één van de voorgaande 15 conclusies, met, het kenmerk, dat R^ een isopropylgroep is.
5. Verbinding volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat R^ een methylgroep is.
6. Verbinding volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat R^ een isopropylgroep is, R2 een methylgroep is 20 en OR^ een hydroxy-, acetoxy- of methoxycarbonyloxygroep is.
7. Verbinding volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een isopropylgroep is, R2 een methylgroep is en OR^ een hydroxylgroep is.
8. Verbinding volgens conclusie 1, met het 25 kenmerk, dat R^ een methylgroep is, R2 een methylgroep is en ORg een methoxygroep is; of R^ een ethylgroep is, R2 een methylgroep is en OR^ een hydroxylgroep is.
9. Preparaat voor toepassing in de humane geneeskunde, met het kenmerk, dat het een doeltreffende hoeveelheid . 50 van tenminste een verbinding volgens conclusie 1, eventueel tezamen met één of meer dragers en/of excipienten, bevat.
10. Preparaat voor toepassing in de veterinaire geneeskunde, met het kenmerk, dat het een doeltreffende hoeveel- •\ '* Λ ^ '*·>*«* *!** - 44 - ï 1 Ά 1 » « Γ heid van tenminste een verbinding volgens conclusie 1, eventueel tezamen met één of meer dragers en/of excipienten, bevat.
11. Preparaat voor de bestrijding van ongedierte, met het kenmerk, dat het een doeltreffende hoeveelheid 5 van tenminste één verbinding volgens conclusie 1, eventueel tezamen met één of meer dragers en/of excipienten, bevat".
12. Preparaat volgens één van de conclusies 9-11, met het kenmerk, dat het een doeltreffende hoeveelheid van de verbinding volgens conclusie 7, eventueel tezamen met één 10- of meer dragers en/of excipienten, bevat.
13. Werkwijze voor het bestrijden van onge-dierteplagen in de'landbouw, tuinbouw of bosbouw, of in warenhuizen, gebouwen of andere openbare gelegenheden of plaatsen waar ongedierte voorkomt, met het kenmerk, dat men op planten of andere 15 vegetatie of op het ongedierte zelf of op een bepaalde plaats daarvan een doeltreffende hoeveelheid van één of meer verbindingen volgens conclusie 1 aanbrengt.
14. Werkwijze volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de plagen insecten-, mijten- of nematodeplagen zijn.
15. Werkwijze voor de bereiding van een verbinding volgens conclusie 1, waarbij men : (A) een verbinding met formule 2 laat reageren met een reagens E^NOI^ of een zout daarvan, waarin R^, R2 en ORg de in conclusie 1 gedefinieerde betekenis hebben, 25.; desgewenst gevolgd door verwijdering van de beschermende groep van een verkregen verbinding met formule 1 waarin OR^ een beschermde hydroxylgroep is; (B) bij de bereiding van een verbinding met formule 1 waarin R2 een alkylgroep met 1-8 koolstofatomen of een 50 alkenylgroep met 3-8 koolstofatomen is en OR^ een gesubstitueerde hydroxylgroep is , een overeenkomstige verbinding met formule 1 waarin 0R^ een hydroxylgroep is, laat reageren met een reagens dat dient om een hydroxylgroep om te zetten in een gesubstitueerde hydroxylgroep; 55 (c) bij de bereiding van een verbinding met formule 1 waarin R2 een alkylgroep met 1-8 koolstofatomen of 'Λ ,· λ ' · > .V* *«*.* j ; v jr- -tr-ti si?* X- - 45 - een alkenylgroep met 3-8 koolstofatomen is, een verbinding met formule 1 waarin een waterstofatoom is en OR^ een gesubstitueerde hydroxylgroep is, laat reageren met een ether-vormend middel R2Y * waarin R2 een alkylgroep met 1-8 5 koolstofatomen of een alkenylgroep met 3-8 koolstofatomen is en Y een vertrekkende groep is, desgewenst gevolgd door verwijdering van de beschermende groep van een verbinding met formule I waarin OR^ een beschermde hydroxylgroep is; (D) bij de bereiding van een verbinding met 10 formule 1 waarin OR^ een hydroxylgroep is, een verbinding met formule 3 reduceert; (E) bij de bereiding van een verbinding met formule 1 waarin 0R^ een hydroxylgroep is, de beschermende groep verwijdert van een overeenkomstige verbinding met formule 1 15 waarin OR^ een beschermde hydroxylgroep is; of (F) bij de bereiding van een zout van een zuur met formule 1, het zuur behandelt met een base of het ene zout omzet in een ander door ionenuitwisseling. 20 -o-o-o-o- r. - * -y -ζ η* ’* V* «· itm +- NORj
04. XH, 0 1. fXV CHj A ,CH, Λ,™, ο| γ -ti.‘l,‘[ss,n ,S>JvX> Ü 1 ['(HV' H A 0^ '0 Ή XR1 04 VI H l u 0 °4 0 H XRi Mh h S, V
0 N^CHj H OR N0Ri 3 ΓΗ 0Rs I ru °R3 I 3 H 0 Λ^-oJ CH2 y ^V^''CH3 cHr'h >X Xf r^Y°xxVCHi h X v° 1 c^v, X<. X I OH l/H 1 0¾¾ o H R1 CXY 3 Apx * iV^CHs A_ί I H 0 ίΧτ CH> OH H 0 CH», ^ >λ. 0x'C H> 0 H xWs/nXoJ T u V -CH> j -. V/CHj i y fV" CHf'k „ VL "X it Χ-οΊν*1 h i v° K' c»r'h V. ή 1 X °5HVH h \ °* 3 h ^ri ΓΧΤυ
5 JL^iXH ^Τ“· M/c„, 6 or3 Glaxo Group Limited, LONDON, Groot-Brittannië v 7 n i τ 9 9 S*· / *y 3 ^ a»» it*»
NL8701322A 1986-06-06 1987-06-05 16-Ledig pentacyclische macrolideverbindingen, preparaten die deze bevatten en gebruik ervan. NL193376C (nl)

Applications Claiming Priority (6)

Application Number Priority Date Filing Date Title
GB8613790 1986-06-06
GB868613790A GB8613790D0 (en) 1986-06-06 1986-06-06 Chemical compounds
GB868625854A GB8625854D0 (en) 1986-10-29 1986-10-29 Chemical process
GB8625854 1986-10-29
GB8708423 1987-04-08
GB878708423A GB8708423D0 (en) 1987-04-08 1987-04-08 Chemical compounds

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8701322A true NL8701322A (nl) 1988-01-04
NL193376B NL193376B (nl) 1999-04-01
NL193376C NL193376C (nl) 1999-08-03

Family

ID=27263057

Family Applications (2)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8701322A NL193376C (nl) 1986-06-06 1987-06-05 16-Ledig pentacyclische macrolideverbindingen, preparaten die deze bevatten en gebruik ervan.
NL990026C NL990026I2 (nl) 1986-06-06 1999-08-18 16-Ledig pentacyclische macrolideverbindingen, preparaten die deze bevatten en gebruik ervan.

Family Applications After (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL990026C NL990026I2 (nl) 1986-06-06 1999-08-18 16-Ledig pentacyclische macrolideverbindingen, preparaten die deze bevatten en gebruik ervan.

Country Status (35)

Country Link
US (1) US4900753A (nl)
JP (1) JP2648147B2 (nl)
KR (1) KR950010077B1 (nl)
CN (1) CN1023858C (nl)
AR (1) AR244691A1 (nl)
AT (1) AT398571B (nl)
AU (1) AU609399B2 (nl)
BE (1) BE1000201A4 (nl)
BR (1) BR8702866A (nl)
CA (1) CA1296329C (nl)
CH (1) CH677670A5 (nl)
DE (3) DE3718926C2 (nl)
DK (1) DK166498B1 (nl)
EG (1) EG18752A (nl)
ES (1) ES2006479A6 (nl)
FI (2) FI90663C (nl)
FR (1) FR2599742B1 (nl)
GB (1) GB2192630B (nl)
GE (1) GEP19981388B (nl)
GR (1) GR870891B (nl)
HU (1) HU199847B (nl)
IE (1) IE60411B1 (nl)
IL (1) IL82776A (nl)
IT (1) IT1206015B (nl)
LU (2) LU86908A1 (nl)
LV (2) LV10280A (nl)
NL (2) NL193376C (nl)
NZ (1) NZ220587A (nl)
OA (1) OA08606A (nl)
PH (1) PH23948A (nl)
PL (3) PL153226B1 (nl)
PT (1) PT85018B (nl)
SE (1) SE503399C2 (nl)
TR (1) TR28970A (nl)
UA (1) UA45300C2 (nl)

Families Citing this family (19)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4886828A (en) * 1986-09-12 1989-12-12 American Cyanamid Company Δ22 -derivatives of LL-F28249 compounds
EP0260537A1 (en) * 1986-09-12 1988-03-23 American Cyanamid Company 13-Deoxy-23-oxo(keto) and 23-imino derivatives of 13-deoxy C-076-aglycone compounds
ES2058082T3 (es) * 1986-09-12 1994-11-01 American Cyanamid Co Derivados 23-oxo (ceto) y 23-imino de compuestos ll-f28249.
GB8721377D0 (en) * 1987-09-11 1987-10-21 Glaxo Group Ltd Chemical compounds
GB8811036D0 (en) * 1988-05-10 1988-06-15 Glaxo Group Ltd Chemical compounds
GB8813150D0 (en) * 1988-06-03 1988-07-06 American Cyanamid Co Chemical compounds
GB8905605D0 (en) * 1989-03-11 1989-04-26 Beecham Group Plc Novel compounds
NZ233680A (en) * 1989-05-17 1995-02-24 Beecham Group Plc Avermectins and milbemycins and compositions thereof
US4988824A (en) * 1989-09-11 1991-01-29 Maulding Donald R Process for the preparation of 23-(C1-C6 alkyloxime)-LL-F28249 compounds
WO1992010170A1 (en) * 1990-12-07 1992-06-25 Temple University - Of The Commonwealth System Of Higher Education Stabilized insect nematode compositions
JP2855181B2 (ja) 1993-12-10 1999-02-10 敏雄 鈴木 松類の枯損防止用組成物及び防止方法
DK1197215T3 (da) 2000-10-10 2006-07-10 Wyeth Corp Anthelmintiske sammensætninger
US7348417B2 (en) 2003-08-07 2008-03-25 Wyeth Method of purifying moxidectin through crystallization
WO2006119174A1 (en) 2005-04-30 2006-11-09 Ocular Surface Center, P.A. Method for treating ocular demodex
JP4939025B2 (ja) * 2005-09-30 2012-05-23 三菱電線工業株式会社 電熱ヒータ付きハンドル用グリップ部材
EP1849363A1 (en) * 2006-03-09 2007-10-31 Cheminova A/S Synergistic combination of glutamate- and GABA-gated chloride agonist pesticide and at least one of Vitamin E or Niacin
US8128968B2 (en) * 2007-08-29 2012-03-06 Tissuetech, Inc. Compositions and methods for treating Demodex infestations
ES2978407T3 (es) 2011-12-02 2024-09-12 Boehringer Ingelheim Vetmedica Gmbh Formulaciones de moxidectina inyectables de acción prolongada
FR2995605B1 (fr) * 2012-09-18 2014-09-19 Sanofi Sa Derives de macrolides, leur preparation et leur application therapeutique.

Family Cites Families (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
PH15982A (en) * 1977-10-03 1983-05-18 Merck & Co Inc Selective hydrogenation producta of c-076 compounds and derivatives thereof
US4289760A (en) * 1980-05-02 1981-09-15 Merck & Co., Inc. 23-Keto derivatives of C-076 compounds
US4423209A (en) * 1982-02-26 1983-12-27 Merck & Co., Inc. Processes for the interconversion of avermectin compounds
JPS59108785A (ja) * 1982-11-25 1984-06-23 Sankyo Co Ltd ミルベマイシン類の5−オキシム誘導体
JPS60126289A (ja) * 1983-11-14 1985-07-05 Sankyo Co Ltd ミルベマイシン類の5−カ−ボネ−ト誘導体
DE3519834C2 (de) * 1984-06-05 1993-12-16 American Cyanamid Co Neue antibiotische Wirkstoffe, Verfahren zu ihrer Gewinnung und ihre Anwendung zur Bekämpfung von Infektionen bei Tieren und Pflanzen
US4579864A (en) * 1984-06-11 1986-04-01 Merck & Co., Inc. Avermectin and milbemycin 13-keto, 13-imino and 13-amino derivatives
GB2166436B (en) * 1984-09-14 1989-05-24 Glaxo Group Ltd Antibiotic compounds and their preparation
ES8802229A1 (es) * 1985-04-30 1988-04-16 Glaxo Group Ltd Un procedimiento para preparar nuevos derivados lactonicos macrociclicos.
ES2058082T3 (es) * 1986-09-12 1994-11-01 American Cyanamid Co Derivados 23-oxo (ceto) y 23-imino de compuestos ll-f28249.

Also Published As

Publication number Publication date
PT85018A (en) 1987-07-01
GEP19981388B (en) 1998-11-10
JP2648147B2 (ja) 1997-08-27
ES2006479A6 (es) 1989-05-01
NZ220587A (en) 1990-05-28
KR950010077B1 (ko) 1995-09-06
BR8702866A (pt) 1988-03-01
LV10280A (lv) 1994-10-20
FR2599742A1 (fr) 1987-12-11
GB8713239D0 (en) 1987-07-08
NL193376B (nl) 1999-04-01
ATA143887A (de) 1994-05-15
IE60411B1 (en) 1994-07-13
GB2192630A (en) 1988-01-20
FI90663B (fi) 1993-11-30
CN87104431A (zh) 1987-12-30
NL990026I1 (nl) 1999-11-01
SE503399C2 (sv) 1996-06-10
EG18752A (en) 1993-12-30
PT85018B (pt) 1990-03-08
DE3745133C2 (de) 1998-01-02
GR870891B (en) 1987-10-02
FI872517A7 (fi) 1987-12-07
SE8702361L (sv) 1987-12-07
PH23948A (en) 1990-01-23
FI923445A0 (fi) 1992-07-30
FI90549C (fi) 1994-02-25
LU86908A1 (fr) 1988-01-20
PL266100A1 (en) 1988-07-21
AU609399B2 (en) 1991-05-02
AR244691A1 (es) 1993-11-30
IT1206015B (it) 1989-04-05
LU88790I2 (fr) 1997-03-18
DE3718926A1 (de) 1987-12-10
US4900753A (en) 1990-02-13
JPS6354375A (ja) 1988-03-08
PL153036B1 (en) 1991-02-28
DK290287D0 (da) 1987-06-04
NL193376C (nl) 1999-08-03
GB2192630B (en) 1990-05-23
CH677670A5 (nl) 1991-06-14
HUT44254A (en) 1988-02-29
IT8748023A0 (it) 1987-06-05
DK166498B1 (da) 1993-06-01
KR880000441A (ko) 1988-03-25
CN1023858C (zh) 1994-02-23
PL155723B1 (en) 1991-12-31
OA08606A (en) 1988-11-30
CA1296329C (en) 1992-02-25
DE3718926C2 (de) 1998-01-15
IL82776A0 (en) 1987-12-20
DK290287A (da) 1987-12-07
FI90549B (fi) 1993-11-15
FI923445L (fi) 1992-07-30
IL82776A (en) 1992-02-16
FI90663C (fi) 1994-03-10
SE8702361D0 (sv) 1987-06-05
BE1000201A4 (fr) 1988-08-23
IE871496L (en) 1987-12-06
NL990026I2 (nl) 1999-12-01
TR28970A (tr) 1997-07-21
AU7387387A (en) 1987-12-10
PL153226B1 (en) 1991-03-29
DE19875029I2 (de) 2001-11-22
FI872517A0 (fi) 1987-06-04
LV10781B (en) 1996-10-20
LV10781A (lv) 1995-08-20
FR2599742B1 (fr) 1989-05-19
UA45300C2 (uk) 2002-04-15
AT398571B (de) 1994-12-27
HU199847B (en) 1990-03-28

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL193420C (nl) Antibiotische verbindingen, preparaten die deze bevatten en gebruik ervan.
NL8701322A (nl) Macrolide verbindingen.
CA1304358C (en) Macrolide compounds
EP0238258A1 (en) Macrolide compounds
US4910219A (en) Macrolide compounds
DK170344B1 (da) Makrolidforbindelser, farmaceutiske, veterinære og ikke-terapeutisk pesticide præparater indeholdende forbindelser, ikke-terapeutisk fremgangsmåde til bekæmpelse af skadedyr samt fremgangsmåde til fremstilling af forbindelserne
US4918096A (en) Antibiotic compounds and method of use
US4996228A (en) Macrolide antibiotics
US5336789A (en) Macrolide compounds
US5185456A (en) Macrolide compounds
KR950010078B1 (ko) 마크롤라이드 화합물
RU2099334C1 (ru) Макролидные соединения, композиция, обладающая антибиотической активностью, ветеринарная композиция, инсектоакарицидонематоцидная композиция и способ уничтожения насекомых и/или клещей, нематод
US5192777A (en) Macrolide compounds
DK171255B1 (da) Makrolidforbindelser, præparater indeholdende forbindelser til anvendelse i human medicin, veterinær medicin, og præparat til kontrol af skadedyr, ikke-terapeutisk fremgangsmåde til bekæmpelse af skadedyr samt fremgangsmåde til fremstilling af forbindelserne
AT397096B (de) Macrolid-verbindungen, diese enthaltende mittel und verfahren zu deren herstellung
AP38A (en) Macrolide Compounds.
AT399441B (de) Schädlingsbekämpfungsmittel und verfahren zur bekämpfung von schädlingen
HRP920589A2 (en) Macrolide compounds

Legal Events

Date Code Title Description
CNR Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection)

Free format text: AMERICAN CYANAMID COMPANY TE WAYNE

BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
KC1 Grant of a supplementary protection certificate

Free format text: 990026, 20070605, EXPIRES: 20091229

TNT Modifications of names of proprietors of patents or applicants of examined patent applications

Owner name: WYETH HOLDINGS CORPORATION

V4 Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent

Effective date: 20070605