[go: up one dir, main page]

NL8700839A - Booreenheid met magnetische voet. - Google Patents

Booreenheid met magnetische voet. Download PDF

Info

Publication number
NL8700839A
NL8700839A NL8700839A NL8700839A NL8700839A NL 8700839 A NL8700839 A NL 8700839A NL 8700839 A NL8700839 A NL 8700839A NL 8700839 A NL8700839 A NL 8700839A NL 8700839 A NL8700839 A NL 8700839A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
punch
unit
workpiece
electromagnet
drilling
Prior art date
Application number
NL8700839A
Other languages
English (en)
Other versions
NL189032C (nl
Inventor
Everett D Hougen
Original Assignee
Everett D Hougen
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Everett D Hougen filed Critical Everett D Hougen
Publication of NL8700839A publication Critical patent/NL8700839A/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL189032C publication Critical patent/NL189032C/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B23MACHINE TOOLS; METAL-WORKING NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B23QDETAILS, COMPONENTS, OR ACCESSORIES FOR MACHINE TOOLS, e.g. ARRANGEMENTS FOR COPYING OR CONTROLLING; MACHINE TOOLS IN GENERAL CHARACTERISED BY THE CONSTRUCTION OF PARTICULAR DETAILS OR COMPONENTS; COMBINATIONS OR ASSOCIATIONS OF METAL-WORKING MACHINES, NOT DIRECTED TO A PARTICULAR RESULT
    • B23Q9/00Arrangements for supporting or guiding portable metal-working machines or apparatus
    • B23Q9/0014Portable machines provided with or cooperating with guide means supported directly by the workpiece during action
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B23MACHINE TOOLS; METAL-WORKING NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B23QDETAILS, COMPONENTS, OR ACCESSORIES FOR MACHINE TOOLS, e.g. ARRANGEMENTS FOR COPYING OR CONTROLLING; MACHINE TOOLS IN GENERAL CHARACTERISED BY THE CONSTRUCTION OF PARTICULAR DETAILS OR COMPONENTS; COMBINATIONS OR ASSOCIATIONS OF METAL-WORKING MACHINES, NOT DIRECTED TO A PARTICULAR RESULT
    • B23Q11/00Accessories fitted to machine tools for keeping tools or parts of the machine in good working condition or for cooling work; Safety devices specially combined with or arranged in, or specially adapted for use in connection with, machine tools
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B25HAND TOOLS; PORTABLE POWER-DRIVEN TOOLS; MANIPULATORS
    • B25HWORKSHOP EQUIPMENT, e.g. FOR MARKING-OUT WORK; STORAGE MEANS FOR WORKSHOPS
    • B25H1/00Work benches; Portable stands or supports for positioning portable tools or work to be operated on thereby
    • B25H1/0021Stands, supports or guiding devices for positioning portable tools or for securing them to the work
    • B25H1/0057Devices for securing hand tools to the work
    • B25H1/0064Stands attached to the workpiece
    • B25H1/0071Stands attached to the workpiece by magnetic means
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10STECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10S408/00Cutting by use of rotating axially moving tool
    • Y10S408/71Safety device
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T408/00Cutting by use of rotating axially moving tool
    • Y10T408/13Cutting by use of rotating axially moving tool with randomly-actuated stopping means
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T408/00Cutting by use of rotating axially moving tool
    • Y10T408/55Cutting by use of rotating axially moving tool with work-engaging structure other than Tool or tool-support
    • Y10T408/554Magnetic or suction means
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T408/00Cutting by use of rotating axially moving tool
    • Y10T408/65Means to drive tool
    • Y10T408/675Means to drive tool including means to move Tool along tool-axis
    • Y10T408/6779Rack and pinion
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10TTECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER US CLASSIFICATION
    • Y10T409/00Gear cutting, milling, or planing
    • Y10T409/30Milling
    • Y10T409/306216Randomly manipulated, work supported, or work following device
    • Y10T409/306384Randomly manipulated, work supported, or work following device with work supported guide means

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Drilling And Boring (AREA)
  • Perforating, Stamping-Out Or Severing By Means Other Than Cutting (AREA)
  • Magnetic Treatment Devices (AREA)
  • Magnetic Heads (AREA)
  • Footwear And Its Accessory, Manufacturing Method And Apparatuses (AREA)

Description

. r' ^ Λ__^ ·*
Booreenheid met ^Snetischejroet.
De uitvinding heeft betrekking op een booreenheid met magnetische voet.
Een booreenheid met magnetische voèt, ontworpen voor het aanbrengen van betrekkelijk grote gaten in metalen werkstukken, 5 moet noodzakelijkerwijze een motor hebben, die zonder af te slaan een betrekkelijk groot koppel kan uitoefenen. Hoewel aan· dergelijke booreenheden gebruikte magneten veelal in staat zijn de directe trekkrachten weerstants, die gewoonlijk wordt ondervonden als gevolg van de neerwaartse aanzetkracht op de boorspil, hebben deze veelal niet voldoende 10 sterkte om het koppel van de motor te weerstaan. Wanneer de boor of frees vastklemt in het gat, dat wordt aangebracht·, en de motor niet afslaat, glijdt of tolt de gehele booreenheid op het werkstukoppervlak, waaraan de voet magnetisch is gehecht. Dit kan zeer gevaarlijk zijn en persoonlijk letsel van de bedienaar tot gevolg hebben.
15 Hoofddoel van de uitvinding is het verschaffen van een veiligheidsorgaan voor het direct stilzetten van de boormotor in het geval, dat de magneetvoet de neiging heeft tot glijden, omhoog-komen of kantelen op het werkstukoppervlak, waaraan de voet magnetisch is gehecht.
20 Een ander doel van de uitvinding is het verschaffen van een middel voor het aanzienlijk vergrotaivan het koppel, dat door de booreenheid met magnetische voet kan worden weerstaan. Meer in het bijzonder voorziet de uitvinding in een booreenheid, voorzien van electromagnetische voet en tevens van een schakelaar-bedieningsmecha-25 nisme, uitgerust met een vinger, die met wrijving het draagoppervlak kan aangrijpen, waaraan de booreenheid magnetisch is gehecht. De vinger voor het in aanraking zijn met het werkstuk is beweegbaar in afhankelijkheid van het glijden of omhoog komen met de magneetvoet met betrekking tot het draagoppervlak van het werkstuk voor het bedienen 30 van een schakelaar, die de boormotor stroomloos maakt. De booreenheid bevat een pons aan het achtereinde van de magneetvoet, welke pons bij één uitvoeringsvorm is ontworpen voor het automatisch stoten tegen en indeuken van het werkstukoppervlak in afhankelijkheid van het naar boven terugtrekken van de spil naar een stand nabij het bovenste einde 35 van z'n slag. De pons staat onder veerkracht teneinde in aangrijping 8700839 •~‘+* I « ~ 2 - te blijven in de indeuking in het werkstuk, waarbij omdat de pons zich op afstand bevindt van de boorspil, deze dient voor het aanzienlijk vergroten van het koppel, dat de electromagneet anders zou kunnen weerstaan.
5 Voorts wordt volgens de uitvinding de weerstand van de booreenheid tegen een koppel zo groot mogelijk gemaakt door het verschaffen van een tweede pons op afstand verder naar achter vanaf het achtereinde van de magneetvoet. De tweede pons steekt onder het platte bodemoppervlak van de magneetvoet uit en kan in het draagopper- 10 vlak van het werkstuk worden gedreven voor inbedding van het gepunte einde van de pons in dit draagvlak.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de tekening.
Fig. 1 toont een zijaanzicht van een uitvoeringsvorm 15 van de onderhavige booreenheid met magnetische voet.
Fig. 2 toont een doorsnede volgens de pijlen II-IX
in fig. 1.
Fig. 3 toont een zijaanzicht, gedeeltelijk in doorsnede, van het mechanisme voor de bediening van de veiligheidsschakelaar.
20 Fig. 4 toont een doorsnede, gezien volgens de pijlen IV-IV in fig. 2, waarbij het mechanisme voor de bediening van de schakelaar in de gebruikelijke werkstand daarvan is aangegeven.
Fig, 5 toont een doorsnede, gelijk aan die van fig. 4, waarbij het mechanisme voor de bediening van de schakelaar is weer-.
25 gegeven in de bediende stand.
Fig. 6 toont schematisch een gedeelte van de electrische keten van de booreenhéid.
Fig. 7 toont een zijaanzicht, gedeeltelijk in doorsnede, van de booreenheid, waarbij het automatisch bedienbare ponsmechanisme 30 is weergegeven.
Fig. 8 toont een doorsnede, gezien volgens de pijlen VIII-VIII in fig. 7.
Fig. 9 toont een gedeelte van het automatisch bedienbare ponsmechanisme.
35 Fig. 10 toont een doorsnede, gezien volgens de pijlen X-X in fig. 2, waarbij de plaatsing is weergegeven van de tweede pons aan het uiterste achtereinde van de booreenheid.
8700339 > 4 - 3 -
Fig. 11 toont een zijaanzicht van een gedeelte van een andere -uitvoeringsvorm van de booreenheid.
Fig. 12 toont een bovenaanzicht van de uitvoeringsvorm van fig. 11.
5 In fig. 1 omvat de onderhavige booreenheid een hoofd lichaam 10, voorzien van een vast daaraan gemonteerde eleetromagnetische voet 12. Een draaihandgreep 14, die draaibaar is gemonteerd aan het lichaam 10, draait een tandwiel 16, dat aangrijpt in een heugel 18, voor een vertikaal geleide beweging op het lichaam 10. Een boormotor 10 20 wordt gedragen door de heugel 18 en bevat een vertikale draaispil 22, doorzien van een daaraan gemonteerd spilsamenstel 24 voor het dragen van een draaibare gatfrees 26. Een steun 28 vormt een geleiding voor en stabiliseert het spilsamenstel 24. De tot nu toe beschreven booreenheid met magneetvoet is min of meer gebruikelijk.
15 Volgens de uitvinding wordt aan het achtereinde van de magneetvoet 12 en het lichaam 10 een huis 30 vast ondersteund. Het onderste einde 32 van het huis 30 bevindt zich op kleine afstand boven het platte bodemeindvlak 34 van de eleetromagnetische voet 12.
In het huis 30 en bij één zijde daarvan is een cilindrische boring 20 36 aangebracht die aan het onderste einde 32 van het huis open is.
In de boring 36 is een vertikaal verschuifbare plunjer 38 aangebracht die naar beneden wordt gedrukt door een veer 40. De mate van vertikale beweging van de plunjer 38 wordt beperkt door het einde van een aan-slagschroef 42, die uitsteekt in een-vertikaal zich uitstrekkende 25 sleuf 44 aan één zijde van de plunjer 38. Het bovenste einde van de plunjer 38 heeft een naar boven zich uitstrekkende steel 46, die in aangrijping is met de beweegbare plunjer 48 van een schakelaar 50 in het huis 30. De schakelaar 50 is in serie geschakeld met de met de hand bedienbare hoofdschakelaar 52 voor de motor en met de 30 boormotor 20. De schakelaar heeft bij voorkeur de vorm van een wip- schakelaar, gemonteerd aan een dekselplaat 54 aan één zijde van het lichaam 10 van de booreenheid.
Het onderste einde van de plunjer 38 is uitgevoerd met een cilindrische holte 56, waarin een vinger 58 draaibaar wordt onder-35 steund door bijvoorbeeld een pen 60. De pen 60 strekt zich in lengte richting uit ter onderscheiding van de dwarsrichting van de electro-magneet 12. De vinger 58 heeft een cirkelvormige horizontale doorsnede. en heeft een kegelvormig onderste gedeelte 62 onder de pen 60, 8700339 - 4 - welk gedeelte eindigt in een punt 64. Het gedeelte van de vinger 58 bij en boven de draaipen 60 is bij 66 bolvormig en heeft een betrekkelijk nauwe passing in de cilindrische holte 56. Wanneer aldus de vinger 58 draait rond de hartlijn van de pen 60 blijft het bolvormige 5 gedeelte 66 met nauwe passing in de cilindrische holte 56 voor het voorkomen van het binnendringen van vuil, vet of dergelijke.
Het boveneinde van de vinger 58 is uitgevoerd met een kegêlvormige uitsparing 68 die concentrisch is ten opzichte van het gepunte onderste einde 64 daarvan. Indëplunjer 38 is een pen 70 aan-10 gebracht die volgens de hartlijn van de plunjer 38 kan verschuiven.
De pen 70 heeft een kegelvormig onderste einde 72 dat door een druk-veer 74 naar beneden wordt gedrukt tot in ingrijping in de grotere kegelvormige uitsparing 68 in het bovenste einde van de vinger 58.
Een steel 76 met een verkleinde middellijn aan het bovenste einde van 15 de pen 70 heeft een zodanige lengte dat het bovenste einde daarvan aanligt tegen het boveneinde i 78 van de cilindrische boring 80, waarin de pen axiaal verschuifbaar is, voor het begrenzen van de mate waarin de vinger 58 in beide richtingen rond de pen 60 kan draaien. Zoals weergegeven is in fig. 5 is, wanneer het bovenste 20 einde van de steel 76 aanligt tegen het bovenste einde 78 van de boring 80, het onderste kegelvormige einde 72 meer in het bijzonder nog in aangrijping in de kegelvormige uitsparing 68 in het bovenste einde van de vinger 58, waardoor een verdere draaibeweging van de vinger 58 tot voorbij de in fig. 5 weergegeven stand, wordt voorkomen. 25 Tevens is het duidelijk dat de pen 70 samen met de veer 74, (die aan zienlijk zwakker is dan de veer 40) de vinger 78 naar de in fig. 4 weergegeven rechtopstaande stand brengt, wanneer de draaibeweging van de vinger onbelemmerd is, bijvoorbeeld door het van het oppervlak 52 van het werkstuk, waarop de electromagnetische voet 12 kan rusten, 30 opheffen van de booreenheid.
In fig. 4 is de vinger 58 weergegeven in z'nrechtopstaande stand, waarbij het bovenste einde van de sleuf 44 op afstand ligt boven het einde van de schroef 42. In fig. 5 is de vinger 58 weergegeven in een gekantelde stand, waarbij het bovenste einde van 35 de sleuf 44 benedenwaarts op het einde van de schroef 42 steunt.
8700839 3* Λ - 5 -
Zijdelings naast de boring 36, is het huis 30 uitgevoerd met een tweede vertikaal zich uitstrekkende boring 84, waardin een stootplunjer 86 vertikaal verschuifbaar is. De plunjer 86 heeft een gepunte pons 88 aan z'n onderste einde en een radiaal naar buiten 5 zich uitstrekkende flens 90 aan z'n bovenste einde, welke flens de mate van neerwaartse beweging van de plunjer begrenst door samenwerking met de schouder 92, gevormd aan het onderste einde van een verzink-boring 94, die concentrisch is ten opzichte van de boring 84. Een stang 96 is bij 98 in het bovenste einde van de stootplunjer 86 10 geschroefd. De stang 96 strekt zich naar boven uit tot boven het bovenste einde van het huis 30 door een veer-vasthoudorgaan 100, dat benedenwaarts in het huis is geschroefd. Het bovenste einde van de stang 96 is voorzien van ean vergrote kop 102. Een zware drukveer 103 drukt de plunjer 86 en de stang 96 naar beneden.
15 Een hefboom 104 wordt draaibaar ondersteund op het lichaam 10 bij 106 en heeft een gaffelvormig achtereindgedeelte 108 dat buitenwaarts door een opening 110 in het lichaam 10 uitsteekt. Een langwerpige sleuf 112 in het gaffelvormige eindgedeelte 108 van de hefboom 104 is door een pen 118 draaibaar verbonden met het onderste 20 einde van een verbinding 120. Het bovenste gaffelvormige einde van de verbinding 120 is door een pen 122 draaibaar verbonden met het achterste eindgedeelte 124 van een hefboom 126, die door een schroef 128 draaibaar in het lichaam 10 wordt ondersteund. De hefboom 126 heeft een axiaal zich uitstrekkende cilindrische boring 130, uit-25 mondende bij het voorste einde van de hefboom, waarbij een plunjer 132 verschuifbaar is aangebracht. Een kleine pen 134 aan de hefboom 126 grijpt in een axiale sleuf 136 in de plunjer 132 voor het begrenzen van de mate van axiale verschuiving van de plunjer 132. De plunjer 132 wordt door een veer 138 axiaal naar voren gedrukt. Het voorste 30 einde van de plunjer 132 heeft een vergrote nok 140 met een rond buiteneinde 142 en een plat hodemvlak 144. Het onderste eindgedeelte van de heugel 18 heeft een daaraan bevestigde knop 146. De knop 146 heeft een plat horizontaal bovenvlak 148 en een cilindrisch ondervlak 150.
35 De nok 140 ligt in de vertikale bewegingsbaan van de knop 146 en is zodanig opgesteld dat het bodemvlak 144 daarvan het bovenvlak 148 van de knop 146 aangrijpt wanneer de heugel 18 naar boven wordt verplaatst naar een stand nabij de bovenste grens van de slag daarvan. Wanneer de heugel 18 zich in de volledig naar boven 8700339 - 6 - gebrachte stand bevindt, bevindt zich de knop 146 in de met een gestippelde lijn in fig. 7 aangegeven stand 146a. Op dat ogenblik heeft de nok 140 de in fig. 7 met getrokken lijn weergegeven stand ingenomen.
5 In de figuren 1, 2 en 10 is aan het achtereinde van het huis 30 een tweede ponssamenstel 152 gemonteerd. Het ponssamen-stel 152 bevindt zich bij het uiterste achtereinde van het huis 30 en aanzienlijk naar achter ten opzichte van de pons 86. Het ponssamenstel 152 bevat een huls 154 die bij 156 bij voorkeur in het 10 huis 30 is geschroefd voor het vertikaal verstellen daarvan. Het onderste einde 158 van de huls 154 is plat en kan zodanig worden ingesteld dat het in één vlak ligt met het bodemvlak 34 van de magneet-voet 12. Bij een juiste instelling rust het onderste einde 158 van de huls 154 dus stevig op het oppervlak 82 van het werkstuk waaraan 15 dé magneet is gehecht. Nadat de huls 154 op juiste wijze is ingesteld kan deze vast op zijn plaats worden vergrendeld door een borgmoer 160.
In de huls 154 is bij 162 een ponsdeel 164 geschroefd, voorzien van een gepunt onderste einde 166 en een vergrote kop 168 die vast is bevestigd aan het bovenste einde daarvan. Het schroef-20 draadgedeelte 162 maakt het mogelijk de pons zodanig te verstellen dat het onderste gepunte einde daarvan over een gewenste afstand uitsteekt onder het vlak van het platte einde 158 van de huls 154. De pons 164 kan in de ingestelde stand daarvan worden vergrendeld door een borgmoer 170.
25 Tijdens bedrijf wordt de in de figuren 1-10 weergegeven booreenheid op een werkstuk geplaatst, waarbij de motor en de magneet stroomloos zijn, en een richtpen 172 in de ringvormige gatenfrees 26 zich direct boven het middelpunt bevindt van het in het werkstuk te frezen gat. De magneet wordt bekrachtigd door de bediening van 30 de handbedienbare schakelaar 174 op de dekselplaat 154. Het vergrote bovenste einde 168 van de pons 164 wordt dan verplaatst voor het in het oppervlak van het werkstuk inbedden van het gepunte einde 166 van de pons. De booreenheid wordt dus magnetisch aan het draagoppervlak 82 van het werkstuk in een betrekkelijk vaste stand gehecht. Op dat 35 ogenblik bevindt de vinger 58 zich in de in fig. 4 weergegeven opstaande stand. De opstaande stand van de vinger 58 kan op elk willekeurig ogenblik worden verzekerd door het eenvoudig enigszins naar boven kantelen van de booreenheid rond de voorste rand van de magneetvoet 12, zodat het gepunte einde 72 van de pen 70 volledig en concentrisch in 8700830 -7-.
de uitsparing 68 van de vinger 58 komt te rusten. Wanneer vervolgens de booreenheid kan komen te rusten op het draagoppervlak 82 van het werkstuk wordt de plunjer 38 naar boven verplaatst door de vinger 58 en tegen de kracht van de vinger 40 voor het zodoende naar de aan-5 stand bewegen van de plunjer 48 van de schakelaar 50. Omdat de schake laar 50 zich echter in een serieschakeling bevindt met de hoofdschakelaar 52 van de boormotor, wordt deze niet bekrachtigd.
De handgreep 14 wordt dan rechtsom gedraaid voor het omhoog bewegen van de heugel 18 en de daaraan bevestigde boormotor 20.
10 Wanneer de heugel de in fig. 7 met een getrokken lijn weergegeven stand inneemt, is de knop 146 in aanraking met de nok 140 op de plunjer 132 waarbij een verdere opwaartse beweging van de hefboom 126 rechtsom doet draaien. De verbinding 120 doet de hefboom 104 in de richting tegen de bewegingsrichting van de wijzers van een klok in om de draaias 15 106 draaien. Het achterste einde 108 van de hefboom 104 draait naar boven en verplaatst de stang 96 en de stootplunjer 86 naar boven tegen de kracht van de veer 103 in. Voordat de heugel 18 het bovenste einde bereikt van zijn slag loopt de nok 14Q van de rand van de knop 146 af, waarbij wanneer dit plaats heeft de plunjer 86 en de pons 88 plotse-20 ling naar beneden worden gedreven door de zware drukveer 103. Hierdoor wordt de pons 88 ingebed in het werkstuk. Wanneer vervolgens de heugel 18 wordt neergelaten door een draaiing van de handgreep 14 tegen de bewegingsrichting in van de klok, grijpt het ronde buitenvlak 142 van de nok 140 het ondervlak 150 van de knop 146 aan, waardoor aldus 25 de plunjer 132 naar binnen in de boring 130 in de hefboom 126 wordt verplaatst, waardoor de nok 140 en de knop 146 langs elkaar kunnen bewegen, zoals is weergegeven in fig. 9, zonder dat de hefboom 124 draait. Indien gewenst kan deze handeling van het omhoog en omlaag bewegen van de heugel 18 een aantal malen worden uitgevoerd voor het geleidelijk 30 dieper doen inbedden van de pons 88 in het oppervlak 82 van het werkstuk.
De booreenheid bevindt zich dan in de juiste stand en toestand voor het frezen van een gat in het werkstuk. De booreenheid wordt bekrachtigd door het met de hand bedienen van de schakelaar 52, 35 waarbij de handgreep 14 wordt gedraaid tegen de bewegingsrichting van de wijzers van een klok in voor het doen aangrijpen van het werkstuk door de frees 26 en het in het werkstuk doen dringen van de frees. Het is duidelijk dat het samenstel van de pons 88 en de pons 146, welke 8700839 +' -» - 8 - ponsen beide met het gepunte onderste einde zijn ingebed in het werkstuk, in aanzienlijke mate het koppel vergroot dat de magneet 12 kan weerstaan. Indien echter, om één of andere reden, de freed komt vast te klemmen of het koppel anderzins in voldoende mate is toegenomen 5 voor het zijdelings in één of andere richting doen glijden van de magneetvoet op het oppervlak 82 van het werkstuk rond de hartlijn van de frees 26 als middelpunt, wordt de vinger 58 onmiddelijk vanuit de in fig. 4 aangegeven stand gedraaid naar de in fig. 5 aangegeven stand of de tegengesteld gekantelde stand. Wanneer de vinger 58 draait 10 of kantelt rond het geplante einde 64, wordt de draaipen 60 onmiddelijk naar beneden gedrukt door de drukveer 40, die werkzaam is op de plunjer 38. De plunjer 38 verschuift dus naar beneden, waarbij het beweegbare contact 58 wordt bediend voor het openen van de schakelaar 50 en dus onmiddelijk stroomloos maken van de boormotor 20. Het is duidelijk 15 dat, indien de neerwaartse aanzetkracht op de frees 26 zodanig groot wordt, dat de gehele booreenheid naar boven wordt gekanteld rond de pons 164, dit eveneens de plunjer 38 naar beneden doet verschuiven onder de kracht van de veer 40 voor het bedienen van de schakelaar 50 naar de uitstand. Ongeacht of de booreenheid kantelt op het werk-20 oppervlak of daarover glijdt rond de hartlijn van de frees als middelpunt, wordt dus de boormotor ogenblikkelijk stroomloos gemaakt en dus elk mogelijk letsel voorkomen.
In de in de figuren 11 en 12 gewijzigde uitvoeringsvorm van de booreenheid is een huis 176 aan het achtereinde van het lichaam 25 10 van de booreenheid gemonteerd. In het huis 176 is hetzelfde veilig heids schakelaarmechanisme aangebracht als weergegeven in de figuren 3, 4 en 5, voorzien van de gepunte vinger 58 aan het onderste einde daarvan voor het stroomloos maken van de boormotor in afhankelijkheid van de zijdelingse verschuiving of kanteling van de booreenheid op 30 het draagoppervlak 82 van het werkstuk. Aan het uiterste achtereinde van het huis is een huls 178 vertikaal geschroefd in het ondervlak daarvan bij 180, en in de ingestelde stand vergrendeld door een stelschroef 182. Een plunjer 184 in de huls 178 wordt naar beneden gedrukt door een veer 185, zodat het onderste ronde einde van de plun-35 jer gewoonlijk naar beneden uitsteekt onder het vlak van het bodemvlak 34 van de magneetvoet 12 zodanig dat de booreenheid in een naar voren gekantelde stand rond de rechte voorste rand van de voet 12 wordt ondersteund. In deze stand kan de eenheid gemakkelijk glijden of schuiven over het draagoppervlak 82 van het werkstuk naar elke gewenste 8700839 ·% - 9 - plaats, waarbij het gepunte einde 64 van de vinger 58 enigszins op afstand boven het oppervlak 82 ligt.
Tussen een tapeinde 178 en het veili gheids schakelaar-samenstel is aan het huis 176 een ponssamenstel 186 gemonteerd*. Dit 5 ponssamenstel omvat een pons 188 die bij 190 vertikaal verstelbaar in het huis is geschroefd. De pons 188 wordt vertikaal ingesteld en op zijn plaats vergrendeld door een stelschroef 192 zodat z'n onderste gepunte einde 194 zich uitstrekt onder het vlak van het bodenrvlak 34 van de voet en de platte schouder 195 in één vlak ligt 10 met het bodemvlak 34 van de magneetvoet 12.
Boven de pons 188 is een stootplunjer 196 aangebracht voor een vertikale schuifbeweging in het huis 176. De plunjer 196 heeft een vergrote kop 198 aan zijn onderste einde, welke kop kan aanliggen tegen de kop 200 aan het bovenste einde van dfepons 188. De 15 plunjer 196 wordt naar beneden gedrukt door een drukveer 202 die zich uitstrekt tussen de kop 198 en de onderzijde van een veer-vast-houdorgaan 204, dat in het huis 176 is geschroefd. Het bovenste eind-gedeelte van de stootplunjer 198 strekt zich naar boven uit door het vasthoudorgaan 204 en is voorzien van een ringvormige groef 206.
20 Een handgreep 208 is op het huis 176 draaibaar gemonteerd door middel van een pen 210. De handgreep 208 omvat een stang 212 die aan z'n boveneinde bij 214 zijdelings is ongebogen en aan zijn onderste einde is vastgelast of anderzins vastgezet tussen een paar naar achter zich uitstrekkende, gebogen beugels 216. Aan hun achter-25 einden omvattende beugels 206 een naaf 218 aan het bovenste achter einde van het huis 176. Een draaipen 210 strekt zich uit door de beugels 216 en de naaf 218, zoals is weergegeven in fig. 12. Een torsieveer 210 omringt de pen 210 en is met één been 222 vastgezet aan één van de beugels 216, en met het andere been 224 aan het huis 30 176 bij 226. De veer 220 drukt de handgreep 208 tegen de bewegings richting in van de wijzers van een klok zodanig dat zij normaliter in aangrijping zijn met een aanslagschroef 227. Een blok 228 is vastgemonteerd tussen de beugels 216 op een plaats tussen de stootplunjers 196 en de pen 210. In het blok 228 is een onder veer druk staande 35 plunjer 230 gemonteerd, waarvan het einde gewoonlijk in ingrijping is 8700339 -r t -loin de ringvormige groef 206. De hartlijn van de plunjer 230 strekt zich bij voorkeur uit volgens een radiale lijn door de hartlijn van de pen 210. Het bovenste einde van de stootplunjer 196 steekt naar boven uit tussen de beugels 216 zodat deze, indien gewenst, kan worden 5 ingedreven.
Tijdens bedrijf wordt de in de figuren 11 en 12 weergegeven uitvoeringsvorm op het draagoppervlak 82 van het werkstuk geplaatst, waarbij de richtpen 172 van de frees zich direct boven de hartlijn van het daarin te vormen gat bevindt. De onder veerdruk 10 staande plunjer 184 draagt de booreenheid in een naar voren gekantelde stand. Dan wordt de electromagneetvoet 12 bekrachtigd. De magneet heeft voldoende sterkte voor het samendrukken van de veer 185 en het zodoende in aanraking doen komen van het gepunte einde 194 van de pons met het draagoppervlak 82. Vervolgens wordt de handgreep 208 15 gedraaid in de bewegingsrichting van de wijzers van een klok vanuit de in fig. 11 met getrokken lijn weergegeven stand naar (¾ met een gestippelde lijn aangegeven stand. Wanneer de handgreep draait in de bewegingsrichting van de wijzers van een klok draait tevens het in de groef 206 aangrijpende einde van de plunjer 230 naar boven voor 20 het opheffen van de stootplunjer 196 en aldus het samendrukken van de veer 202. Wanneer echter de handgreep 208 de in fig. 11 met een gestippelde lijn aangegeven stand nadert, is het einde van de plunjer 230 los gekomen uit de groef 206, waarbij dan de stootplunjer 196 met een betrekkelijk grote snelheid door de samengedrukte veer 202 25 naar beneden wordt gedreven. De kop 198 van de stootplunjer 196 raakt dus de kop 200 van de pons 188 met een aanzienlijke kracht. De kracht van deze stoot zal samen met de trekkracht van de electro-magneet en de massa van de booreenheid het gepunte einde 194 van de pons 188 inbedden in het draagoppervlak 82 van het werkstuk.
30 Wanneer de handgreep 208 wordt teruggedraaid naar de met getrokken lijn aangegeven stand, wordt de plunjer 230 teruggetrokken teneinde vervolgens terug te springen tot in iftgrijping in de groef 206. Indien noodzakelijk kan de handgreep 208 een aantal malen op deze manier worden bediend teneinde te verzekeren dat de 35 platte schouder 195 van de pons in één vlak in aangrijping is met het draagoppervlak 82, of de vergrote kop van de plunjer 196 kan worden verplaatst mat een hamer teneinde een volledig binnendringen van de pons te verzekeren.
8700339

Claims (10)

1. Booreenheid voor het aanbrengen van gaten in een metalen werkstuk, welke eenheid is voorzien van een draaibare en vertikaal verschuifbare spil, die aan zijn onderste einde een boor-orgaan kan dragen, en van een electrons.gnetische voet met een in het 5 algemeen plat boderavlak voor het magnetisch hechten van de booreenheid aan een draagoppervlak van het metalen werkstuk wanneer de electro-magneet is bekrachtigd, gekenmerkt door een vertikale pons zijdelings op afstand van de spil, welke pons een onderste gepunt einde heeft en zodanig aan de eenheid is aangebracht dat hij naar beneden kan worden 10 gedreven voor het inbedden van het gepunte einde van de pons in het draagoppervlak van het werkstuk op een hoogte beneden het bodemvlak van de electromagneet wanneer deze is bekrachtigd voor het zodoende voorkomen van het zijdelings verschuiven van de eenheid op het draag-oppervlak als gevolg van het koppel, opgewekt door onderlinge aan-15 grijping van het boororgaan en het werkstuk.
2. Eenheid volgens conclusie l, met het kenmerk, dat de pons vast is gemonteerd op de booreenheid, waarbij z'n gepunte onderste einde zich uitstrékt onder het vlak van het platte bodemvlak van de electromagneet.
3. Eenheid volgens conclusie 2, gekenmerkt, door een vertikaal vast aanslagvlak op de booreenheid bij het onderste einde van de ponsen in het vlak van het platte bodemvlak, welk aanslagvlak het draagoppervlak van het werkstuk kan aangrijpen voor het begrenzen van de mate waarin het gepunte einde van de pons naar beneden kan 25 worden gedreven in het draagoppervlak van het werkstuk.
4. Eenheid volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat het aanslagvlak het onderste gepunte einde van de pons omgeeft.
5. Eenheid volgens conclusie 1, gekenmerkt door een stootmechanisme op de booreenheid voor het naar beneden drijven van 30 de pons, welk stootmechanisme een vertikaal verschuifbaar stootorgaan bevat dat de pons kan aangrijpen en naar beneden drijven in afhankelijkheid van een neerwaartse beweging van het stootorgaan, veren die werkzaam zijn op het stootorgaan en dit naar beneden drukken, een met de hand verschuifbaar deel op de eenheid, welk deel werkzaam is verbonden 35 met het stootorgaan voor het omhoog bewegen daarvan en het daardoor vergroten van de druk van de veren, en middelen voor het plotseling los koppelen van het met de hand verschuifbare deel en het stootorgaan 8700839 - 12 - wanneer dit laatste zich in een omhoog gebrachte stand bevindt voor het naar beneden doen bewegen daarvan met een grote snelheid onder de drukkracht van de veren en daardoor de pons naar beneden te drijven tegen het draagoppervlak van het werkstuk en hierin 5 te. bedden»
6. Eenheid volgens conclusie 5, gekenmerkt door hefboom-middelen die het stootorgaan en het met de hand verschuifbare deel werkzaam verbinden.
7. Eenheid volgens conclusie 6 gekenmerkt door een 10 eerste aanslag op het met de hand verschuifbare deel, verder door een tweede aanslag, die werkzaam is verbonden met het stootorgaan en kan samenwerken met de eerste aanslag voor het omhoog bewegen van het stootorgaan en het vergroten van de kracht van de veren wanneer het met de hand verschuifbare deel in een richting wordt verplaatst, 15 welke aanslagen plotseling kunnen loslaten ... wanneer het met de hand verschuifbare deel in de genoemde ene richting wordt verplaatst tot voorbij een voorafbepaalde stand.
8. Eenheid volgens conclusie 7 met hét kenmerk, dat de pons vast is gemonteerd op en beweegbaar is met het stootorgaan.
9. Eenheid volgens conclusie 7 met het kenmerk, dat de pons vast is gemonteerd op de eenheid en door het stootorgaan naar beneden kan worden gedreven.
10. Eenheid volgens conclusie 2, gekenmerkt door anti-wrijvingsmiddelen, gemonteerd op de eenheid bij het achterste einde 25 van de voet van de electromagneet, en door middelen voor het veer krachtig onder druk plaatsen van de anti-wrijvingsmiddelen, teneinde deze naar beneden uit te steken, voorbij het vlak van het bodemvlak van de electromagneet, welke veerdrukmiddelen voldoende sterkte hebben voor het in een naar voren gekantelde stand op het draagopper-30 vlak houden van de eenheid, zodat het onderste gepunte einde van de pons gewoonlijk op afstand ligt boven het draagoppervlak wanneer de electromagneet stroomloos is, welke electromagneet voldoende sterkte heeft voor het overwinnen van de druk op de anti-wrijvingsmiddelen, zodat wanneer de electromagneet wordt bekrachtigd het achterste 35 einde van de eenheid naar beneden wordt getrokken teneinde het gepunte einde van de pons neer te laten tot dit in aanraking is met het draagoppervlak. -o-o-o-o-o-o-o-o-o- 8700839
NLAANVRAGE8700839,A 1979-04-05 1987-04-09 Booreenheid voorzien van een elektromagnetische voet. NL189032C (nl)

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US06/027,521 US4261673A (en) 1979-04-05 1979-04-05 Magnetic base drill
US2752179 1979-04-05
NLAANVRAGE8001411,A NL181635C (nl) 1979-04-05 1980-03-10 Booreenheid met een electromagnetische voet.
NL8001411 1980-03-10

Publications (2)

Publication Number Publication Date
NL8700839A true NL8700839A (nl) 1987-09-01
NL189032C NL189032C (nl) 1992-12-16

Family

ID=21838211

Family Applications (2)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NLAANVRAGE8001411,A NL181635C (nl) 1979-04-05 1980-03-10 Booreenheid met een electromagnetische voet.
NLAANVRAGE8700839,A NL189032C (nl) 1979-04-05 1987-04-09 Booreenheid voorzien van een elektromagnetische voet.

Family Applications Before (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NLAANVRAGE8001411,A NL181635C (nl) 1979-04-05 1980-03-10 Booreenheid met een electromagnetische voet.

Country Status (21)

Country Link
US (1) US4261673A (nl)
JP (2) JPS5850803B2 (nl)
AR (2) AR223035A1 (nl)
AU (1) AU520065B2 (nl)
BE (1) BE882310A (nl)
BR (1) BR8001471A (nl)
CA (2) CA1132378A (nl)
CH (1) CH636547A5 (nl)
DE (2) DE3009516C2 (nl)
ES (1) ES8106847A1 (nl)
FR (1) FR2452990B1 (nl)
GB (2) GB2069890B (nl)
HK (2) HK69683A (nl)
IL (2) IL59525A (nl)
IT (1) IT1165558B (nl)
MX (2) MX149807A (nl)
NL (2) NL181635C (nl)
NO (1) NO153480C (nl)
NZ (2) NZ193056A (nl)
SE (1) SE442093B (nl)
ZA (1) ZA801259B (nl)

Families Citing this family (43)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4456410A (en) * 1980-09-04 1984-06-26 Nitto Kohki Company, Limited Stabilization device for the stand of a drilling machine
KR860000144B1 (ko) * 1981-11-20 1986-02-27 도시오 미끼야 전자(電磁)베이스를 갖춘 드릴링 머어신
JPS59173526U (ja) * 1983-05-10 1984-11-20 日東工器株式会社 電磁ベ−ス式携帯用フライス盤の定着装置
DE3434075A1 (de) * 1984-09-17 1986-03-27 Hilti Ag, Schaan Stativbohrvorrichtung mit fuehrungssaeule
US4591301A (en) * 1984-12-12 1986-05-27 Black & Decker Inc. Magnetic base machine tool
USD290463S (en) 1984-12-12 1987-06-23 Black & Decker Inc. Base for a magnetic machine tool
US4639170A (en) * 1985-04-08 1987-01-27 Milwaukee Electric Tool Corporation Magnetic base for portable tools
USRE33145E (en) * 1985-04-08 1990-01-09 Milwaukee Electric Tool Corporation Magnetic base for portable tools
US4664565A (en) * 1985-04-08 1987-05-12 Milwaukee Electric Tool Corporation Cutting tool coolant dispensing
US4687385A (en) * 1985-04-08 1987-08-18 Milwaukee Electric Tool Corporation Portable hole cutting power tool
US4753556A (en) * 1986-01-29 1988-06-28 Solko John D Portable drill and clamping apparatus therefor
US4892447A (en) * 1988-02-08 1990-01-09 Everett D. Hougen Torque restraining device for drill with self-attaching base
DE3812526A1 (de) * 1988-04-15 1989-10-26 Fein C & E Bohrstaender
JPH0777686B2 (ja) * 1989-06-15 1995-08-23 日東工器株式会社 電磁石ベース付ドリル装置
DE9010313U1 (de) * 1990-07-07 1992-01-02 C. & E. Fein Gmbh & Co, 7000 Stuttgart Bohreinrichtung
USD344438S (en) 1990-08-24 1994-02-22 Rotabroach, Ltd. Drill stand
JP3375475B2 (ja) * 1995-11-09 2003-02-10 新日本製鐵株式会社 形鋼ウェブの穿孔装置
US5823720A (en) * 1996-02-16 1998-10-20 Bitmoore High precision cutting tools
DE29712054U1 (de) * 1997-07-09 1997-09-11 MAGNETOR GmbH Maschinenbau Service Handel, 21481 Lauenburg Mobiler Bohrständer
KR20010102563A (ko) 1999-03-15 2001-11-15 추후제출 자체 부착 드릴 및 커터
DE20007807U1 (de) * 2000-05-03 2000-11-02 Buhl, Peter, 87538 Obermaiselstein Bohr- und Fräseinrichtung
USD470868S1 (en) 2002-05-31 2003-02-25 Black & Decker Inc. Magnetic drill press
USD470867S1 (en) 2002-05-31 2003-02-25 Black & Decker Inc. Magnetic drill press
US6939092B2 (en) * 2003-06-18 2005-09-06 Irwin Industrial Tool Company Sheet metal hole cutter
US7264428B2 (en) * 2005-05-19 2007-09-04 Irwin Industrial Tool Company Hole saw and cutter
US7435041B1 (en) * 2005-07-19 2008-10-14 Mcgill Ronald L Hole cutting assembly for pipes and well casings
US8376667B2 (en) * 2007-07-27 2013-02-19 Milwaukee Electric Tool Corporation AC/DC magnetic drill press
DE102009022333A1 (de) * 2009-05-13 2010-11-18 C. & E. Fein Gmbh Magnetbohrständer mit Überwachung der Haltekraft
DE102011106054A1 (de) * 2011-06-30 2013-01-03 C. & E. Fein Gmbh Kernbohrmaschine
US20130287508A1 (en) 2012-04-25 2013-10-31 Milwaukee Electric Tool Corporation Magnetic drill press
US9434039B2 (en) * 2012-05-16 2016-09-06 C. & E. Fein Gmbh Drill press with an adjustable gib
USD681080S1 (en) * 2012-12-18 2013-04-30 Ting Fong Electric & Machinery Co., Ltd. Hole drilling machine with magnetic holder
US9849581B2 (en) * 2013-04-19 2017-12-26 Milwaukee Electric Tool Corporation Accessible temporary magnet control for magnetic drill press
EP3632599B1 (en) 2013-04-19 2023-08-02 Milwaukee Electric Tool Corporation Magnetic base
WO2015065896A1 (en) * 2013-11-01 2015-05-07 Milwaukee Electric Tool Corporation Pilot pin for drill press
US9669539B2 (en) 2014-03-21 2017-06-06 The United States Of America As Represented By The Secretary Of The Navy Magnetic drill system
US9561568B2 (en) 2014-04-25 2017-02-07 Black & Decker Inc. Magnetic drill press with alternate power source
CN104259586B (zh) * 2014-09-04 2017-05-10 云南农业大学 一种内螺纹攻丝装置及控制系统
CN104668621A (zh) * 2015-01-30 2015-06-03 扬州鑫禾机械制造有限公司 一种磁座钻
CN107263192A (zh) * 2017-07-28 2017-10-20 上海理工大学 引导式多足爬行高精度进给驱动轴机构
US10875201B2 (en) 2018-04-04 2020-12-29 Swanstrom Tools Usa Inc. Relief guard for hand tools
CN108422012A (zh) * 2018-05-30 2018-08-21 福建福宁船舶重工有限公司 一种磁座钻
CN116372224B (zh) * 2023-05-29 2024-09-03 江西扬帆实业有限公司 一种磁座钻

Family Cites Families (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB311064A (en) * 1928-04-10 1929-05-09 John Donaldson Improvements relating to drills for drilling shot holes in coal and similar material
GB533294A (en) * 1939-08-08 1941-02-11 British Engines Ltd Improvements in and relating to portable mechanically operated drills for use in mines and the like
US2240506A (en) * 1940-03-14 1941-05-06 Brown & Sharpe Mfg Power knockout device for machine tools
GB542787A (en) * 1940-09-30 1942-01-27 Brookside Engineers Ltd Improvements in or relating to means for boring cylinders
CH293194A (de) * 1949-03-29 1953-09-15 Ag Hugo Allemann Kontrollvorrichtung an einer Bohrmaschine,welche eine elektrische Signalvorrichtung aufweist, die selbsttätig gesteuert wird.
US2622457A (en) * 1951-11-06 1952-12-23 Antonio Cano Portable magnetic-base drill
US2818655A (en) * 1955-02-10 1958-01-07 Gaston Raoul Hugh De Magnetic tool guide
DE958333C (de) * 1955-07-31 1957-02-14 Gotthold Haffner Fa Einstellbare Schablone zum Fuehren von Handoberfraesen
US2977825A (en) * 1958-08-20 1961-04-04 Buck Mfg Company Electromagnetic drill support with auxiliary power supply
GB1088234A (en) * 1965-04-15 1967-10-25 Imp Metal Ind Kynoch Ltd Material edge limit sensing device
CH463238A (de) * 1968-03-13 1968-09-30 Walter Schweizer Ag Durch einen Elektromagneten gehaltenen Bohrständer
US3969036A (en) * 1975-01-23 1976-07-13 Hougen Everett D Magnetic drill

Also Published As

Publication number Publication date
FR2452990A1 (fr) 1980-10-31
JPS5850804B2 (ja) 1983-11-12
CA1145593A (en) 1983-05-03
NL189032C (nl) 1992-12-16
BE882310A (fr) 1980-07-16
SE442093B (sv) 1985-12-02
DE3009516C2 (de) 1983-04-07
IL69285A (en) 1984-03-30
IL59525A (en) 1984-03-30
NO800667L (no) 1980-10-06
GB2069890B (en) 1983-01-12
CH636547A5 (fr) 1983-06-15
GB2069890A (en) 1981-09-03
JPS5850803B2 (ja) 1983-11-12
IL69285A0 (en) 1983-11-30
GB2045653B (en) 1983-01-26
NO153480B (no) 1985-12-23
CA1132378A (en) 1982-09-28
GB2045653A (en) 1980-11-05
ES490226A0 (es) 1981-09-01
IL59525A0 (en) 1980-06-30
NL181635C (nl) 1987-10-01
IT1165558B (it) 1987-04-22
JPS55137813A (en) 1980-10-28
IT8048140A0 (it) 1980-03-12
AU5614380A (en) 1980-10-09
HK69683A (en) 1983-12-23
JPS56126508A (en) 1981-10-03
DE3050613A1 (de) 1982-10-07
SE8001787L (sv) 1980-10-06
AR223089A1 (es) 1981-07-15
DE3009516A1 (de) 1980-10-16
IT8048140A1 (it) 1981-09-12
US4261673A (en) 1981-04-14
NZ203145A (en) 1984-04-27
FR2452990B1 (fr) 1984-11-16
MX149807A (es) 1983-12-26
NL8001411A (nl) 1980-10-07
ES8106847A1 (es) 1981-09-01
DE3050613C2 (de) 1984-08-30
AR223035A1 (es) 1981-07-15
HK10984A (en) 1984-02-17
NO153480C (no) 1986-04-02
NZ193056A (en) 1984-04-27
MX156397A (es) 1988-08-18
ZA801259B (en) 1981-10-28
AU520065B2 (en) 1982-01-14
BR8001471A (pt) 1980-11-11

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8700839A (nl) Booreenheid met magnetische voet.
US5219110A (en) Mechanism for adjusting driving depth of fasteners in fastener driving tool
US20160280523A1 (en) Systems and Methods for Moving a Pallet Truck and Raising a Load
EP0863257A2 (en) Drill for drilling crossties, particularly for use in the railroad sector
EP0395620A3 (en) Coring tool
EP0142806B1 (en) Apparatus for assembling a pair of fastener elements
US6041493A (en) Riveting tool
US4395641A (en) Point of operation safety device
US4694671A (en) Press incorporating saftey system
JP2007203438A (ja) ビス抜取装置
JP3773692B2 (ja) ワークの打ち抜き成形装置
JPS60231547A (ja) リベツトかしめ機
JPS6010863B2 (ja) 自動倣い機械の研削ヘツド
JP2742900B2 (ja) リベットかしめ機
CN210010478U (zh) 一种摇臂钻定位装置
JPH05162029A (ja) スプライン軸の圧入装置
EP1775084A1 (en) Wood splitter
CN109093235B (zh) 一种等离子切割机
JPH0335519Y2 (nl)
EP4173784A1 (en) Highly versatile nailing unit for nailing machines, particularly for nailing wood elements on multiple layers
CN214123736U (zh) 隐藏式双信号抓梁到位装置
JPS62246434A (ja) クリツパ等のような組立工具の連結装置
JPH07228492A (ja) 昇降テーブル
US2491628A (en) Nutcracker
JPS60240350A (ja) リベツトかしめ機

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
V1 Lapsed because of non-payment of the annual fee

Effective date: 19991001