NL8700860A - Machine voor het strooien van materiaal. - Google Patents
Machine voor het strooien van materiaal. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8700860A NL8700860A NL8700860A NL8700860A NL8700860A NL 8700860 A NL8700860 A NL 8700860A NL 8700860 A NL8700860 A NL 8700860A NL 8700860 A NL8700860 A NL 8700860A NL 8700860 A NL8700860 A NL 8700860A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- machine
- spreading
- machine according
- spread
- during operation
- Prior art date
Links
- 230000007480 spreading Effects 0.000 title claims description 100
- 238000003892 spreading Methods 0.000 title claims description 100
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 111
- 238000005303 weighing Methods 0.000 claims description 38
- 238000003860 storage Methods 0.000 claims description 9
- 239000003337 fertilizer Substances 0.000 claims description 8
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 claims description 8
- 238000003384 imaging method Methods 0.000 claims description 7
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 claims description 6
- 238000005259 measurement Methods 0.000 claims description 6
- 238000009826 distribution Methods 0.000 claims description 5
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 3
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 3
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 3
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 claims 4
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims 1
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 8
- 230000033001 locomotion Effects 0.000 description 5
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 2
- 238000000034 method Methods 0.000 description 2
- 101100345589 Mus musculus Mical1 gene Proteins 0.000 description 1
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 1
- 230000008569 process Effects 0.000 description 1
- 230000035939 shock Effects 0.000 description 1
- 239000010902 straw Substances 0.000 description 1
- 238000009827 uniform distribution Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G05—CONTROLLING; REGULATING
- G05D—SYSTEMS FOR CONTROLLING OR REGULATING NON-ELECTRIC VARIABLES
- G05D7/00—Control of flow
- G05D7/06—Control of flow characterised by the use of electric means
- G05D7/0605—Control of flow characterised by the use of electric means specially adapted for solid materials
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01C—PLANTING; SOWING; FERTILISING
- A01C17/00—Fertilisers or seeders with centrifugal wheels
- A01C17/006—Regulating or dosing devices
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Automation & Control Theory (AREA)
- Soil Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Fertilizing (AREA)
Description
\ 9 **·'
C. van der Lely N.V., Maasland MACHINE VOOR HET STROOIEN VAN MATERIAAL
De uitvinding heeft betrekking op een machine voor het strooien van materiaal, bijvoorbeeld kunstmest, voorzien van een gestel, een voorraadbak en ten minste één aangedreven verspreidorgaan.
5 Het doel van de uitvinding is een machine van deze soort zodanig te verbeteren, dat de gelijkmatige verdeling van het over een te bestrooien oppervlak uit te strooien materiaal verbeterd kan worden.
Volgens de uitvinding kan dit verkregen worden 10 wanneer de machine een weeginrichting omvat via welke, tijdens het bedrijf van de machine, materiaal aan het verspreidorgaan wordt toegevoerd, waarbij de weeginrichting te zamen met het daarin aanwezige materiaal minder weegt dan de helft van het gewicht van de machine. Door het aan het verspreidorgaan toe te voeren materiaal via een weeginrichting daaraan 15 toe te voeren is het mogelijk een indicatie te verkrijgen hoeveel materiaal per tijdseenheid aan het verspreidorgaan wordt toegevoerd. Deze indicatie geeft bij een bepaalde rijsnelheid een aanwijzing over de hoeveelheid materiaal, die per oppervlakte-eenheid wordt uitgestrooid, zodat deze te 20 controleren is. Door het materiaal via de weeginrichting aan het verspreidorgaan toe te voeren behoeft slechts een kleine hoeveelheid materiaal te zamen met een ten opzichte van het gewicht van de machine betrekkelijk klein gewicht van de het materiaal opnemende deel van de weeginrichting gewogen te 25 worden. Aldus is de nauwkeurigheid van de verspreiding gunstig te beïnvloeden . Hierbij zal tijdens het rijden over oneffen terrein, zoals bijvoorbeeld bij het strooien van kunstmest over landbouwgronden, de invloed van de stoot-bewegingen gering gehouden kunnen worden.
30 Een gunstig uitvoeringsvoorbeeld van de machine volgens de uitvinding wordt verkregen als de weeginrichting een beweegbaar in de machine aangebrachte, althans tijdens bedrijf, materiaal opnemende houder omvat die althans gedeel- e', : ; t » 2 ·*ι telijk via een weger met delen van de machine is verbonden. De houder kan hierbij volgens een verdere uitvoeringvorm een geleidingsorgaan voor het materiaal vormen, via welke tijdens bedrijf materiaal aan het verspreidorgaan wordt toegevoerd, 5 waarbij dit geleidingsorgaan beweegbaar om een scharnieras in de machine is aangebracht.
Bij een machine volgens de uitvinding omvat deze een beeldinrichting waarvan continu afleesbaar is hoeveel materiaal per oppervlakte-eenheid tijdens bedrijf wordt uit-10 gestrooid. Op deze wijze is de controle over de uitstrooiing tijdens bedrijf gemakkelijk uit te voeren en kan zonodig de uitstrooiing tijdens bedrijf regelbaar zijn.
Een gunstig uitvoeringsvoorbeeld wordt verkregen als de beeldinrichting door middel van flexibele verbindingen 15 is verbonden met de weeginrichting, een en ander zodanig dat de beeldinrichting aanbrengbaar is in een voertuig waarmede de machine tijdens bedrijf wordt voortbewogen.
Volgens een verder uitvoeringsvoorbeeld is nabij de afvoeropening van de voorraadbak van de machine van 20 waaruit materiaal aan de weeginrichting wordt toegevoerd, een doseerinrichting aanwezig waarmede naar keuze de toevoer-opening meer of minder afsluitbaar is, waarbij de doseerinrichting is gekoppeld met een verstelorgaan, dat is gekoppeld met een de beeldinrichting omvattende bedienings-25 inrichting. Op deze wijze kan via de bedieningsinrichting de doseerinrichting op eenvoudige wijze versteld worden om bijvoorbeeld de gewenste hoeveelheid materiaal per ha te kunnen uitstrooien.
Volgens een verder uitvoeringsvoorbeeld is de 30 machine voorzien van een bedieningsinrichting waarmede automatisch de hoeveelheid te strooien materiaal per oppervlakte-eenheid tijdens bedrijf door gewichtmeting regelbaar is. Hiervoor kan de bedieningsinrichting voorzien zijn van een electronische inrichting die de meetgegevens uit de weeg-35 inrichting met andere gegevens verwerkt voor het verkrijgen van een automatische aanpassing van de doseerinrichting voor het bereiken van een juiste hoeveelheid materiaal per eenheid te bestrooien oppervlak.
m 3
Volgens een verder uitvoeringsvoorbeeld van de machine volgens de uitvinding is deze voorzien van ten minste één sensor, die zodanig is aangebracht dat zij tijdens bedrijf althans nabij de stropibanen van het uit te strooien 5 materiaal is gelegen, een en ander zodanig dat de sensor een indicatie geeft over de stroomrichting van het materiaal, zodat aan de hand van deze informatie van de sensor de stroomrichting verstelbaar is. Hierdoor is de verdeling van het materiaal over het te bestrooien oppervlak controleer-10 baar.
Volgens een gunstig uitvoeringsvoorbeeld is de machine hierbij voorzien van een inrichting, die samenwerkt met de sensor, een en ander zodanig dat deze inrichting op een display een aanwijzing geeft over de stroomrichting van 15 het uit te strooien materiaal. Hierbij is de stroomrichting gemakkelijk tijdens bedrijf waar te nemen, zodat deze volgens een verder uitvoeringsvoorbeeld tijdens bedrijf verstelbaar is voor het behouden van de juiste uitstrooirichting.
Een gunstig uitvoeringsvoorbeeld wordt hierbij 20 verkregen wanneer ten minste twee sensoren zijn aangebracht die een indicatie geven over de uitstrooirichting van het materiaal. Een gunstig werkende machine kan verkregen worden wanneer het verstelorgaan is gekoppeld met een bedieningsinrichting die samenwerkt met de sensor, een en ander zodanig 25 dat de indicatie van de sensor door electronische middelen in de bedieningsinrichting een automatische verstelling van het geleidingsorgaan bewerkstelligt voor het verkrijgen van de juiste stroomrichting van het te verspreiden materiaal. Op deze wijze kan de stroomrichting van het uit te strooien 30 materiaal tijdens bedrijf automatisch in stand worden gehouden.
De uitvinding betreft verder een machine volgens de uitvinding, waarbij het verspreidorgaan om een draaiingsas verdraaibaar is, waarbij de het verst van de draaiingsas 35 gelegen delen van het verspreidorgaan op een diameter zijn gelegen die ongeveer 100 cm of groter is. Hierbij kan de rotatiesnelheid van het verspreidorgaan betrekkelijk klein gehouden worden, waardoor het materiaal bij de toestroming 8700060 4 * * aan het verspreidorgaan met betrekkelijk geringe botsings-krachten met het verspreidorgaan in aanraking komt. Op deze wijze zal de structuur van het te verstrooien materiaal gehandhaafd kunnen blijven bij het in aanraking komen met het 5 verspreidorgaan, terwijl het verspreidorgaan toch een voldoende grote wegwerpsnelheid aan het materiaal kan geven om het materiaal over betrekklijk grote afstand te kunnen uitstrooien.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de 10 hand van de tekeningen van een gunstig uitvoeringsvoorbeeld van de machine volgens de uitvinding.
Fig. 1 is een zijaanzicht van een aan een trekker bevestigde machine voor het strooien van materiaal; fig. 2 geeft op vergrote schaal een bovenaanzicht 15 van de machine weer, waarbij een deel van het reservoir is weggelaten; fig. 3 geeft op vergrote schaal een vooraanzicht van een deel van de machine weer, gezien in de richting volgens de pijl III in fig. 2; 20 fig. 4 geeft een doorsnede van het gedeelte vol gens fig. 3 weer, gezien volgens de lijn IV-IV in fig. 3; fig. 5 geeft een bovenaanzicht weer van een deel van de machine, gezien volgens de lijn V-V in fig. 4; fig. 6 is een aanzicht van een bedienings-25 inrichting van de machine; fig. 7 geeft een ander uitvoeringsvoorbeeld weer van een bedieningsinrichting van de machine volgens de uitvinding.
De in de figuren weergegeven machine voor het 30 strooien van materiaal omvat een gestel 1, een voorraadbak 2 en een verspreidorgaan 3. Het gestel 1 heeft een aan de voorzijde van de voorraadbak 2 en het verspreidorgaan 3 gelegen, zich in hoogterichting uitstrekkend gesteldeel 4. Aan de onderzijde van het gesteldeel is een horizontaal 35 gesteldeel 5 aangebracht dat het verspreidorgaan 3 draagt. Het gesteldeel 4 is voorzien van bevestigingsorganen 6 waarmede de strooier met de hefarmen 7 van een trekker 8 of dergelijk voertuig gekoppeld kan worden. Nabij de bovenzijde ft 7 Λ - ƒ·
V' - 0.· v -J V- V
♦ 5 van het gesteldeel 4 is een bevestigingsorgaan 9 aangebracht, waarmede de strooier met de topstang 10 van de driepuntshef-inrichting van de trekker 8 gekoppeld kan worden. Het gestel 1 heeft draagarmen 11 die de voorraadbak ondersteunen die 5 verder met aan de bovenzijde van het gesteldeel 4 aangebrachte reservoirsteunen is verbonden. De voorraadbak 13 is, zoals in het bijzonder uit de fig. 2 blijkt, rechthoekig met zijwanden 13, een voorwand 14 en een achterwand 15. De wanden 13-15 convergeren naar beneden toe en vormen nabij de 10 onderzijde van de voorraadbak 2 een langwerpige uitstroomtuit 16. De langwerpige uitstroomtuit 16 ligt met de korte breedte 17 evenwijdig aan de normale voortbewegingsrichting 19 van de strooier. De lange zijde 18 van de uitstroomtuit strekt zich loodrecht op de voortbewegingsrichting 19 uit. De lengte 18 15 is een veelvoud van de breedte 17, waarbij in dit uit-voeringsvoorbeeld de lengte 18 ongeveer zes maal zo groot is als de breedte 17.
Op de afvoertuit 16 sluit een afvoerorgaan 21 aan.
Het afvoerorgaan 21 is gootvormig en steunt beweegbaar in 20 zijn lengterichting op aan de onderzijde van de voorraadbak aangebrachte steunen 22. Het afvoerorgaan 21 heeft een in de bodem aangebrachte afvoeropening 23 die in dit uit-voeringsvoorbeeld driehoekig is. Onder de afvoeropening 23 is een geleidingsorgaan 24 aangebracht. Het geleidingsorgaan 24 25 omvat aan de bovenzijde een cilindervormige ring 25, waarop een naar beneden toe convergerend tuitvormig gedeelte 26 aansluit. Het geleidingsorgaan 24 is scharnierbaar om een horizontale scharnieras 28 in de strooier aangebracht. Hiervoor is de ring 25 draaibaar gelegerd om de pennen 27 die 30 vast zijn aangebracht aan een draagbeugel 31. De draagbeugel is door middel van in het verlengde van de pennen 27 gelegen steunen 32 in sleufgaten 33 ondersteund die zijn aangebracht in aan de onderzijde van het afvoerorgaan 21 bevestigde draagstrippen 34. De draagbeugel 31 is voorzien van een 35 draagarm 35 waaraan door middel van een weegdoos 36 het ondereinde van de tuit 26 is opgehangen. De draagbeugel 31 is met het geleidingsorgaan 24 scharnierbaar om een zich in hoogterichting uitstrekkende scharnieras 37. De draagbeugel 6 / * 6 «» 31 is door middel van de draagarm 35 scharnierend gekoppeld met een verstelorgaan 38, dat in dit uitvoeringsvoorbeeld een hydraulisch mechanisme is en is bevestigd aan het afvoer-orgaan 21.
5 De driehoekige afvoeropening 23 ligt met één zijde 40 evenwijdig aan de normale voortbewegingsrichting 19, gezien in bovenaanzicht. De beide andere zijden 42 zijn zodanig aangebracht dat de zijden 40 en 42 een gelijkzijdige driehoek vormen. De punten van deze gelijkzijdige driehoek 10 liggen op gelijke afstand van de scharnieras 37. Het het dichtst bij de scharnieras 37 gelegen deel van de uitstroom-monding 45 van de tuit 26 ligt op een afstand 44 van de scharnieras 37 die groter is dan de afstand van de het verst van scharnieras 37 gelegen delen van de afvoeropening 23. De 15 afvoeropening 23 is althans ongeveer in het midden van de lengte van het afvoerorgaan 21 aangebracht. De afvoeropening 23 ligt hierbij in het laagste gedeelte van de bodem van het gootvormig afvoerorgaan 21. Deze bodem strekt zich vanaf de korte zijde 17 enigszins hellend naar beneden uit tot nabij 20 het middengedeelte van deze bodem. Dit middengedeelte is bij horizontale stand van de machine horizontaal gelegen en bevat de afvoeropening 23.
Onder het middengedeelte van de bodem van het afvoerorgaan 21 is voor het meer of minder afsluiten van de 25 afvoeropening 23 een doseerorgaan in de vorm van een schuif 47 aangebracht. De doseerschuif is gekoppeld met een in dit uitvoeringsvoorbeeld hydraulisch verstelmechanisme 48 dat aan de onderzijde van het afvoerorgaan 21 is bevestigd.
Het verspreidorgaan 3 is onder de voorraadbak 2 30 gelegen en draaibaar gelegerd in een van overbrengingsorganen voorzien huis 51 dat wordt gedragen door het gesteldeel 5. Het huis 51 omvat overbrengingsorganen waarmede het verspreidorgaan 3 aangedreven kan worden vanaf een koppelingsas 52 die door middel van een tussenas 53 met de aftakas van de 35 trekker 8 koppelbaar is. Het verspreidorgaan 3 heeft een schijfvormig gedeelte 54 waarop verspreidschoepen 55 zijn aangebracht. Het verspreidorgaan heeft volgens de uitvinding een grote diameter 56 die de uiteinden van de schoepen 55 ·, , 'η, 2?"' ·· " ·· ' * 7 bevat. In dit uitvoeringsvoorbeeld is de schijf 54 rond met een diameter gelijk aan de diameter 56. De schijf 54 kan echter ook kleiner in diameter zijn, waarbij de uiteinden van de verspreidschoepen 55 buiten de schijf uitsteken. De dia-5 meter 56 is bij voorkeur ongeveer 100 cm of groter. De diameter 56 kan bijvoorbeeld ongeveer 120 cm zijn. In dit uit-voeringsvoorbeeld zijn de verspreidschoepen 55, in bovenaanzicht gezien, gekromd uitgevoerd. De verspreidschoepen 55 strekken zich zodanig uit dat zij zich vanaf de nabij de 10 omtrek van het verspreidorgaan gelegen uiteinde 58 naar voren toe uitstrekken, gerekend ten opzichte van de tijdens bedrijf normale draairichting 57 van het verspreidorgaan 3. De het dichtst bij het midden van het verspreidorgaan gelegen einden 59 liggen hierbij aanzienlijk vóór op de uiteinden 58. De 15 uiteinden 58 en de het dichtst bij het midden van de ver-spreidorganen gelegen einden 59 liggen over een hoek 60 van ongeveer 50° verdraaid ten opzichte van elkaar om het midden van het verspreidorgaan 3. Het midden van het verspreidorgaan, gevormd door de draaiingsas waarom het verspreid-20 orgaan draaibaar is, valt in dit uitvoeringsvoorbeeld samen met de scharnieras 37, waarom het geleidingsorgaan 24 verstelbaar is. De scharnieras 37 vormt dus een draaiingsas 37 voor het verspreidorgaan 3.
Ongeveer diametraal tegenover elkaar zijn op korte 25 afstand van de omtrek van het verspreidorgaan 54 sensoren 63 en 64 aangebracht. Hierbij ligt de sensor 63 ten opzichte van de normale voortbewegingsrichting 19, nabij de voorzijde van het verspreidorgaan 54 en de sensor 64 nabij de achterzijde van het verspreidorgaan 54. Ten opzichte van een zich in de 30 rijrichting 19 uitstrekkend vlak 65 dat de draaiingsas 37 van het verspreidorgaan 3 omvat, ligt, gezien in de richting 19, de sensor 63 op betrekkelijk korte afstand 66 rechts van het vlak 65, terwijl de sensor 64 op een afstand 67 links van het vlak 65 is gelegen. De sensoren 63 en 64 liggen aldus aan 35 weerszijden van het vlak 65. De afstanden 66 en 67 zijn in dit uitvoeringsvoorbeeld gelijk aan elkaar.
Het verspreidorgaan 3 heeft een concentrisch om de draaiingsas 37 gelegen, zich omhoog uitstrekkende as 70 die p '· · · / * 8 aan de bovenzijde is voorzien van een excenter-mechanisme 71. Om het excenter-mechanisme 71 is een schudarm 72 draaibaar aangebracht die scharnierend is gekoppeld met een vast aan het afvoerorgaan bevestigde arm 73.
5 De strooier omvat een bedieningsinrichting 75 die door middel van flexibele organen is gekoppeld met verschillende delen van de strooier. Het bedieningsorgaan 75 is door middel van twee flexibele leidingen 76 gekoppeld met het verstelorgaan 48. Door middel van flexibele leidingen 77 is 10 de bedieningsinrichting gekoppeld met het verstelorgaan 38. De sensoren 63 en 64 zijn door middel van flexibele leidingen 78 met de bedieningsinrichting 75 gekoppeld. De bedieningsinrichting 75 is verder door middel van een flexibele verbinding 80 gekoppeld met, afhankelijk van de rijsnelheid 15 van de trekker beweegbare organen, bijvoorbeeld met overbrengingsorganen in de brug tussen de achterwielen van de trekker.
De bedieningsinrichting 75 heeft een bediening-orgaan 82 dat samenwerkt met het door de leidingen 77 met de 20 bedieningsinrichting 75 gekoppelde verstelorgaan. Het bedieningsorgaan 75 heeft een display 83 die via de leidingen 78 samenwerkt met de sensoren 63 en 64. De bedieningsinrichting 75 omvat verder een bedieningsorgaan 84 dat via de leidingen 76 met het verstelorgaan 48 samenwerkt. De verstelinrichting 25 75 heeft een display 85 die via een in de bedienings inrichting ondergebrachte micro-processor of andere electro-nische middelen is gekoppeld met de weegdoos 36 die met het ondereinde van de afvoertuit 26 is verbonden.
Bij het gebruik van de strooier wordt deze met de 30 hefinrichting van een trekker of dergelijk voertuig gekoppeld, zoals in fig. 3 is weergegeven. Verder wordt de koppelas 52 door middel van de tussenas 53 met de af takas van de trekker gekoppeld voor het kunnen aandrijven van het ver-spreidorgaan 3 in de richting volgens de pijl 57. Het te 35 verspreiden materiaal wordt in de voorraadbak 2 meegevoerd tijdens bedrijf. De strooier wordt tijdens bedrijf in de richting volgens de pijl 19 voortbewogen over het te bestrooien oppervlak.
£· -'· i. Λ C: f\ ' * · * * 9
Tijdens het voortbewegen van de machine in de richting volgens de pijl 19 en het roteren van het verspreidorgaan 54 in de richting volgens de pijl 57 wordt materiaal vanuit de voorraadbak 2 door de afvoeropening 23 en via het gelei-5 dingsorgaan 24 aan het verspreidorgaan 54 toegevoerd. De uitstroommond 45 van de tuit 26 mondt, in bovenaanzicht gezien, excentrisch ten opzichte van de draaiingsas 37 boven het verspreidorgaan 54 uit. Het materiaal wordt vanaf de plaats waar het op het verspreidorgaan 54 terecht komt, naar 10 de omtrek van het verspreidorgaan en in het bijzonder naar de uiteinden 58 van de verspreidschoepen 55 gevoerd door de rotatie van het verspreidorgaan 54. Door de excentrische toevoer van het materiaal aan het verspreidorgaan, wordt het materiaal over slechts een deel van de omtrek van het 15 verspreidorgaan weggeworpen. De plaats van toevoer van het materiaal aan het verspreidorgaan en de vorm van het verspreidorgaan, in het bijzonder van de verspreidschoepen, alsmede de draaisnelheid zijn zodanig gekozen dat in dit uitvoeringsvoorbeeld het materiaal de omtrek van het 20 verspreidorgaan over ongever 180° om de draaiingsas 37 verlaat. De buitenste uitstrooilijnen 87 en 88, tussen welke het materiaal de omtrek van het verspreidorgaan verlaat, liggen hierbij, in dit uitvoeringsvoorbeeld, ongeveer evenwijdig aan elkaar. Het materiaal verlaat het 25 verspreidorgaan via de begrenzingslijn 87 naar rechts van de machine, gezien in de rijrichting 19, en langs de lijn 88 naar links van de machine. Binnen deze uitstrooilijnen 87 en 88 wordt het materiaal regelmatig verdeeld via vanaf de strooilijn 87 naar de strooilijn 88 veranderende richtingen 30 volgens de strooilijnen 89 weggeworpen.
Door de grote diameter 56 van het verspreidorgaan 3 zal dit met betrekkelijk geringe snelheid kunnen roteren om het materiaal toch met een grote snelheid te kunnen uitstrooien zodanig dat het materiaal over betrekkelijk grote 35 breedte door het verspreidorgaan 54 kan worden weggeworpen. Het feit dat het verspreidorgaan slechts met betrekkelijk kleine rotatiesnelheid behoeft rond te draaien heeft het voordeel dat het aan het verspreidorgaan toegevoerde l v' \ · 10 materiaal niet met al te grote botskrachten door het ver-spreidorgaan en de verspreidschoepen 55 wordt opgenomen. Hiervoor is het gunstig dat het materiaal nabij het midden van het verspreidorgaan daaraan wordt toegevoerd, zoals bij 5 het uitvoeringsvoorbeeld uit de figuren blijkt. Hierdoor zal de structuur van het materiaal bij het in aanraking komen met delen van het verspreidorgaan niet nadelig beïnvloed worden. Materiaal van bijvoorbeeld een bepaalde korrelstructuur zal zijn structuur dan ook behouden, zonder dat de korrels meer 10 of minder stuk geslagen worden. Dit heeft een gunstige invloed op de gelijkmatige verspreiding van het materiaal. De rotatiesnelheid van het verspreidorgaan zal hierbij kleiner gehouden worden dan ongeveer 500 omw/min en bij voorkeur kleiner zijn dan ongeveer 350 omw/min.
15 De toevoer van het materiaal vanuit de voorraadbak 2 naar het verspreidorgaan 3 wordt op gunstige wijze beïnvloed door de trillende of schuddende beweging van het afvoerorgaan 21 en het geleidingsorgaan 24. Tijdens rotatie van het verspreidorgaan en daarmede van de as 70 en het 20 excenter-mechanisme 79 brengt het excenter-mechanisme 71 het afvoerorgaan 21 en het geleidingsorgaan 26 in de richting volgens de pijl 90 in een trillende of schuddende beweging.
De hoeveelheid materiaal die per tijdseenheid door de afvoeropening 23 kan wegvloeien, is regelbaar door het 2 5 verstellen van de doseerschuif 4 7 via het verstelorgaan 48. Het verstelorgaan 48 is bedienbaar via de leidingen 76 vanaf de bedieningsinrichting 75 door middel van de bedieningsarm 84. Het materiaal dat door de af voeropening 23 afvloeit wordt opgevangen door het geleidingsorgaan 24. Het geleidingsorgaan 30 24 is scharnierbaar om de scharnieras 27 opgehangen binnen de draagbeugel 31. Het verticaal naar beneden hangen om de scharnieras 27 wordt voorkomen door de bevestiging van het geleidingsorgaan 24 met de weegdoos 36. In afhankelijkheid van de hoeveelheid materiaal die per tijdseenheid door het 35 geleidingsorgaan 24 naar het verspreidorgaan 54 wordt gevoerd, zal meer of minder materiaal continu in de uitstroom-tuit 26 aanwezig zijn. Het geleidingsorgaan 24 vormt aldus een houder voor het deel van het materiaal dat naar het MM' U ;· {} {} 11 verspreidorgaan 3 stroomt. Het gewicht van de hoeveelheid materiaal in de uitstroomtuit 26 wordt gewogen door de weeg-doos 36. De indicatie van dit gewicht wordt via de leiding 86 doorgegeven aan het electronische gedeelte, bijvoorbeeld een 5 micro-proces gedeelte, van de bedieningsinrichting 75.
De rijsnelheid van de strooier in de richting volgens de pijl 19 wordt via de leiding 80 vanuit het overbrengingsmechanisme 81 in de aandrijving van de trekker eveneens doorgegeven aan het electronisch gedeelte van de 10 bedieningsinrichting 75. De gegevens betreffende de rijsnelheid en het gewicht van de hoeveelheid materiaal die gemiddeld in de afvoertuit 26 aanwezig is, geven in afhankelijkheid van de min of meer constante strooibreedte een indicatie in een beeldinrichting, zoals de display 85, van de 15 hoeveelheid materiaal die per oppervlakte-eenheid, bijvoorbeeld in kg/ha, wordt verstrooid. Indien de gestrooide hoeveelheid per hectare niet overeenstemt met de wens van de hoeveelheid materiaal die per ha moet worden uitgestrooid, kan de schuif 47 meer of minder geopend worden door middel 20 van het bedienen van de bedieningsarm 84. De beweging van de bedieningsarm 84 wordt via de leidingen 76 aan het hydraulisch verstelorgaan 48 doorgegeven. Hiervoor is, in dit uit-voeringsvoorbeeld, de hydrauliek van bijvoorbeeld de trekker via het bedieningsorgaan 75 en de leidingen 76 met het bedie-25 ningsorgaan 48 gekoppeld. Hierbij kan de bediening van de bedieningshefboom 84 de hydrauliek regelen voor het verstellen van het verstelorgaan 48.
Daar bij de strooier volgens de uitvinding slechts de hoeveelheid materiaal gewogen behoeft te worden die in de 30 afvoertuit 26 aanwezig is, kan de weging van deze hoeveelheid materiaal nauwkeurig zijn. Daar deze hoeveelheid betrekkelijk gering is, zal zij weinig of niet worden beïnvloed door de schokken die optreden tijdens het voortbewegen van de strooier volgens de pijl 19 over bijvoorbeeld oneffen 35 landbouwgrond. Het gewicht dat door de weegdoos 36 gewogen wordt is slechts een deel van het gewicht van het afvoer-orgaan 24 en het daarin aanwezige materiaal, daar een gedeelte van dit gewicht door de scharnierpennen 27. zal worden V ' f) 12 opgenomen waarom het geleidingsorgaan 24 is opgehangen. Het geleidingsorgaan 24 en de weegdoos 36 vormen aldus weeg-apparatuur voor slechts een klein deel van de machine en een kleine hoeveelheid te verspreiden materiaal. Het gewicht dat 5 door de weegapparatuur 24, 36 moet worden gewogen is dan ook veel minder dan de helft van het gewicht van de strooier. In dit uitvoeringsvoorbeeld zal het door de weegdoos 36 op te nemen gewicht minder zijn dan 1/10 van het gewicht van de strooier zonder materiaal in de voorraadbak. Het gewicht van 10 de gemiddeld in de tuit aanwezige hoeveelheid materiaal zal bijvoorbeeld slechts enkele kilogrammen of minder bedragen. Eventuele kleine verschillen in de hoeveelheid materiaal dat in het geleidingsorgaan 24 tijdens bedrijf aanwezig kan zijn, kan desgewenst gemiddeld worden door in het bedieningsorgaan 15 75 aanwezige electronische apparatuur. Dit gemiddelde kan bijvoorbeeld worden verkregen uit meetgegevens die gemeten worden op korte momenten na elkaar door de weegdoos 36. Met de meetgegevens van de weegapparatuur 24, 36 is een gunstige instelling van de doseerschuif 47 mogelijk om de hoeveelheid 20 materiaal die aan het verspreidorgaan moet worden toegevoerd te regelen. In het bijzonder is deze regeling mogelijk in afhankelijkheid van de rijsnelheid van de strooier in de richting volgens de pijl 19. Door middel van de flexibele verbindingen tussen de bedieningsinrichting 75 en de ver-25 stelorganen 38 en 48 aan de strooier, kan de bedieningsinrichting in het gezichtsveld van de trekkerbestuurder binnen de cabine van de trekker aangebracht worden, zoals in fig. 1 is weergegeven. Op deze wijze kan de trekkerbestuurder de hoeveelheid materiaal die per ha wordt uitgestrooid con-30 stant controleren en, zonodig, vanuit de cabine verstellen door het bedieningsorgaan 48.
De sensoren 63 en 64 zijn zodanig aangebracht dat zij zich bevinden in, of kort nabij de buitenste uitstrooi-lijnen 87 en 88 van het strooipatroon 92, één en ander zo-35 danig dat de sensoren tijdens het uitstrooien van het materiaal door het materiaal worden geraakt. De sensoren 63 en 64 geven hun indicatie via de leiding 78 naar het electro-nisch gedeelte van het bedieningsorgaan 75 door. Dit electro- r. v f> ·': η f' 0 13 nische gedeelte geeft in de display 83 via de wijzer 91 aan of het strooibeeld ten opzichte van bijvoorbeeld het in het vlak 65 gelegen midden van de machine op de juiste wijze is ingesteld. De instelling van de uitstrooirichting zal gewoon-5 lijk zodanig zijn dat het materiaal naar beide zijden van het vlak 65 even ver wordt uitgestrooid. Indien de wijzer 91, zoals in fig. 6, in het midden van de display 83 staat, ligt het strooibeeld gelijkelijk verdeeld aan weerszijden van het vlak 65, resp. wordt het materiaal aan weerszijden van het 10 midden van de machine even ver uitgestrooid. Indien nu door een of andere oorzaak, bijvoorbeeld door een andere struc tuur van het uit te strooien materiaal, het strooipatroon 92 om de draaiingsas 37 verdraait zodanig dat êén van de sensoren niet meer geraakt wordt door het materiaal, zullen 15 de sensoren een indicatie geven. Deze indicatie wordt via de leiding 77 aan de bedieningsinrichting 75 doorgegeven. De strooirichting zal door de verdraaiing om de draaiingsas 37 niet meer optimaal zijn. De strooirichting is echter beïnvloedbaar door het veranderen van de plaats van toevoer van 20 het materiaal aan het verspreidorgaan, bijvoorbeeld, zoals in dit uitvoeringsvoorbeeld, door het verdraaien van de plaats van toevoer in een richting om de draaiingsas 37. Hierom is de tuit 26 via het verstelorgaan 38 draaibaar om de as 37. Door het verdraaien van de tuit 26 en daarmee het verplaatsen 25 van de uitstroommond 45 om de as 37 kan de strooirichting zodanig worden versteld dat beide sensoren 63 en 64 weer door materiaal worden geraakt dat langs de buitenste strooilijnen 87 en 88 wordt weggestrooid. Indien het strooibeeld door een of andere oorzaak gedraaid om de as 37 komt te liggen en 30 daardoor één van de sensoren 63 en 64 niet meer wordt geraakt, wordt dit in de display 83 weergegeven, doordat de wijzer 91 naar links of rechts van de display verschuift. Aldus is de bestuurder van de trekker in staat tijdens bedrijf te zien of het materiaal nog op de juiste wijze aan 35 weerszijden van het midden van de machine wordt uitgestrooid. Indien dit door de aanwijzing van de wijzer 91 niet meer het geval is, kan de strooirichting in een richting om de draaiingsas 37 versteld worden door het verstellen van de . r r f", f '; !· . 14 geleidingstuit 26 om de as 37. Deze verstelling is mogelijk via het verstelorgaan 38. Het verstelorgaan 38 is via de leidingen 77 beïnvloedbaar door het verstellen van de bedie-ningsarm 82 van de bedieningsinrichting 75.
5 De hiervoor aan de hand van een uitvoeringsvoor beeld beschreven uitvinding geeft een strooier waarmede het materiaal op goede wijze en gelijkmatig verdeeld over een te bestrooien oppervlak uitgestrooid kan worden.
In fig. 6 is een bedieningsinrichting 75 weergege-10 ven die is voorzien van bedieningsorganen 82 en 84. Deze bedieningsorganen 82 en 84 zijn tijdens bedrijf door de bestuurder bedienbaar om de eventuele noodzakelijke verstelling van de doseerschuif 47 en/of het geleidingsorgaan 24 uit te voeren in vervolg op een indicatie uit de beeldschermen 83 15 en/of 85. Deze handbediening van de organen 82 en 84 kan achterwege gelaten worden door het toepassen van een automatisch werkende bedieningsinrichting. In fig. 7 is een bedieningsinrichting 93 weergegeven zonder bedieningsorganen 82 en 84. Met de bedieningsinrichting 93 worden de gegevens 20 verkregen uit de weegapparatuur 24, 36 en de sensoren 63 en 64 zodanig verwerkt dat in het bedieningsorgaan 93 aanwezige stuurapparatuur voor de verstelorganen 38 en 48 door deze gegevens wordt bestuurd om een eventuele gewenste verstelling van het verstelorgaan 38 en/of het verstelorgaan 48 te 25 bewerkstelligen. Aan de bedieningsinrichting 83 zijn toetsen 94 aangebracht door middel waarvan de gewenste verschillende gegevens, zoals bijvoorbeeld de te strooien hoeveelheid materiaal per ha, in het electro-nisch gedeelte, bijvoorbeeld een micro-processor, ingetoetst kunnen worden. De displays 95 en 30 96 zijn voor dezelfde beeldinformatie als voor de displays 83 en 85 is weergegeven.
De uitvinding is niet beperkt tot datgene wat hiervoor is beschreven, doch strekt zich ook uit tot datgene wat in de tekening is weergegeven en daaruit blijkt.
p ƒ l' - . p
Claims (38)
1. Machine voor het strooien van materiaal, bijvoorbeeld kunstmest, voorzien van een gestel, een voorraadbak en ten minste één aangedreven verspreidorgaan, met het kenmerk, dat de machine een weeginrichting omvat via welke, tijdens 5 bedrijf van de machine, materiaal aan het verspreidorgaan wordt toegevoerd, waarbij de weeginrichting te zamen met het daarin aanwezige materiaal minder weegt dan de helft van het gewicht van de machine.
2. Machine volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat 10 het gewicht van de weeginrichting minder is dan ongeveer 1/10 deel van het gewicht van de machine.
3. Machine volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de weeginrichting een beweegbaar in de machine aangebrachte, althans tijdens bedrijf, materiaal opnemende houder 15 omvat die althans gedeeltelijk via een weger met delen van de machine is verbonden.
4. Machine volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de het materiaal opnemende houder een geleidingsorgaan voor het materiaal vormt, via welk tijdens bedrijf materiaal aan 20 het verspreidorgaan wordt toegevoerd, waarbij dit geleidingsorgaan beweegbaar om een scharnieras in de machine is aangebracht.
5. Machine volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat het geleidingsorgaan tussen een afvoeropening in een aan de 25 machine aangebrachte voorraadbak en het verspreidorgaan is aangebracht en met het nabij de afvoeropening gelegen einde scharnierbaar met de machine is verbonden en met het nabij het verspreidorgaan gelegen einde is gekoppeld met de weger.
6. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met 30 het kenmerk, dat met de weeginrichting een continu afleesbare beeldinrichting is verbonden, die weergeeft hoeveel materiaal per oppervlakte-eenheid tijdens bedrijf wordt gestrooid.
7. Machine voor het strooien van materiaal, bijvoorbeeld kunstmest, voorzien van een gestel, een voorraadbak en 35 ten minste één aangedreven verspreidorgaan, met het kenmerk, dat de machine een beeldinrichting omvat, waarvan continu l· · · e afleesbaar is hoeveel materiaal per oppervlakte-eenheid tijdens het bedrijf wordt gestrooid.
8. Machine volgens conclusie 6 of 7, met het kenmerk, dat de beeldinrichting door middel van flexibele verbindingen 5 is verbonden met de weeginrichting, een en ander zodanig dat de beeldinrichting aanbrengbaar is in een voertuig waarmede de machine tijdens bedrijf wordt voortbewogen.
9. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de toevoer van het metriaal aan de weeg- 10 inrichting regelbaar is, zodanig dat instelbaar is hoeveel kilogram per tijdseenheid aan de weeginrichting wordt toegevoerd.
10. Machine volgens conclusies 9, voor zover afhankelijk van conclusie 6 of 7, met het kenmerk, dat nabij de 15 afvoeropening van de voorraadbak van de machine van waaruit materiaal aan de weeginrichting wordt toegevoerd, een doseerinrichting aanwezig is waarmede naar keus de toevoer-opening meer of minder afsluitbaar is, waarbij de doseerinrichting is gekoppeld met een verstelorgaan dat is gekop-20 peld met een de beeldinrichting omvattende bedieningsinrichting.
11. Machine volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de bedieningsinrichting een bedieningsorgaan omvat dat is gekoppeld met het verstelorgaan voor de dosserinrichting.
12. Machine volgens een der conclusies 1 - 10, met het kenmerk, dat de machine een bedieningsinrichting omvat waarmede automatisch de hoeveelheid te strooien materiaal per oppervlakte-eenheid tijdens bedrijf door gewichtmeting regelbaar is.
13. Machine voor het strooien van materiaal, bijvoor beeld' kunstmest, voorzien van een gestel, een voorraadbak en ten minste één aangedreven verspreidorgaan, met het kenmerk, dat de machine een bedieningsinrichting omvat, waarmede automatisch de hoeveelheid te strooien materiaal per oppervlakte-35 eenheid tijdens het bedrijf door gewichtmeting regelbaar is.
14. Machine volgens conclusie 12 of 13, met het ken merk, dat de bedieningsinrichting een toetsenbord omvat dat samenwerkt met een electronische inrichting, zodanig dat r: / Γ. 0 5 fi 0 * intoetsbaar is hoeveel kilo per hectare uitgestrooid moet worden en de electronische inrichting in afhankelijkheid van de gewichtsmeting en/of de rijsnelheid van de machine tijdens bedrijf en/of de strooibreedte de stand van de doseer-5 inrichting automatisch regelt voor het verkrijgen van de gewenste hoeveelheid materiaal die per tijdseenheid aan het verspreidorgaan moet worden toegevoerd voor het verkrijgen van de uitstrooiing van de ingetoetste hoeveelheid kilogrammen materiaal per hectare.
15. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de weeginrichting verstelbaar ten opzichte van de ligging van het strooiorgaan in de machine is aangebracht, een en ander zodanig dat de plaats van toevoer van het materiaal aan het verspreidorgaan instelbaar is voor het 15 regelen van de uitstrooirichting van het te verspreiden materiaal.
15 *
16. Machine volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de machine ten minste één sensor omvat die zodanig is aangebracht dat zij tijdens bedrijf althans nabij de strooibanen 20 van het uit te strooien materiaal is gelegen, een en ander zodanig dat de sensor een indicatie geeft over de stroomrichting van het materiaal en aan de hand van deze informatie van de sensor de stroomrichting verstelbaar is.
17. Machine volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat 25 de machine een inrichting omvat die samenwerkt met de sensor, een en ander zodanig dat deze inrichting op een display een aanwijzing geeft over de stroomrichting van het uit te strooien materiaal.
18. Machine voor het strooien van materiaal, bijvoor-30 beeld kunstmest, voorzien van een gestel, een voorraadbak en ten minste één aangedreven verspreidorgaan, met het kenmerk, dat de machine een inrichting omvat waarmede tijdens het bedrijf afleesbaar is in welke stroomrichting het materiaal wordt uitgestrooid, in het bijzonder of dit uitstrooien, in de 35 juiste stroomrichting plaats vindt ten opzichte van het midden van de machine.
19. Machine volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat de machine een sensor omvat die zodanig ten opzichte van het Γ ' verspreidorgaan is gelegen dat zij tijdens bedrijf althans nabij de strooibanen van het uitgestrooide materiaal is gelegen voor het geven van een indicatie van de strooirichting van het materiaal.
20. Machine volgens een der conclusies 17 - 20, met het kenmerk, dat om de omtrek van het strooiorgaan ten minste twee sensoren zijn aangebracht die een indicatie geven over de uitstrooirichting van het materiaal tijdens bedrijf.
21. Machine volgens conclusie 20, met het kenmerk, dat 10 de beide sensoren zijn aangebracht nabij de buitenste uit- strooilijnen van de over een sector om de omtrek van het verspreidorgaan uitgestrooide materiaal.
22. Machine volgens een der voorgaande conclusies, voor zover afhankelijk van conclusie 15, met het kenmerk, dat 15 de weeginrichting een houder voor het aan het verspreidorgaan toe te voeren materiaal omvat die een uitstroommonding bezit die ten opzichte van de ligging van het verspreidorgaan in de machine verstelbaar is, een en ander zodanig dat daarmede de strooirichting van het door het verspreidorgaan uit te 20 strooien materiaal regelbaar is.
23. Machine volgens conclusie 22, met het kenmerk, dat de houder een geleidingorgaan vormt, waarlangs het materiaal aan het verspreidorgaan wordt toegevoerd, waarbij dit geleidingsorgaan verstelbaar is om de rotatieas van het om 25 een rotatieas beweegbare verspreidorgaan.
24. Machine volgens conclusie 22 of 23, met het kenmerk, dat het geleidingsorgaan is gekoppeld met een verstel-orgaan waarmede het geleidingsorgaan ten opzichte van de ligging van het verspreidorgaan verstelbaar is.
25. Machine volgens conclusie 24, voor zover afhanke lijk van één der conclusies 16 - 23, met het kenmerk, dat het verstelorgaan is gekoppeld met een bedieningsinrichting die samenwerkt met de sensor, een en ander zodanig dat de indicatie van de sensor door electronische middelen in de 35 bedieningsinrichting een automatische verstelling van het geleidingsorgaan bewerkstelligt voor het verkrijgen van de juiste strooirichting van het te verspreiden materiaal.
26. Machine voor het strooien van materiaal, bijvoor- $ beeld kunstmest, met een gestel, een voorraadbak en ten minste één aangedreven verspreidorgaan, met het kenmerk, dat de machine een inrichting omvat waarmede het strooibeeld tijdens het bedrijf automatisch in zijn ligging ten opzichte 5 van het midden van de machine wordt geregeld.
27. Machine volgens een der conclusies 21 - 26, voor zover afhankelijk van conclusie 20, met het kenmerk, dat de twee sensoren nabij de omtrek van het verspreidorgaan zijn aangebracht en samen een indicatie aan de bedienings- 10 inrichting geven voor het verstellen van het verstelorgaan van het geleidingsorgaan.
28. Machine volgens een der conclusies 15 - 27, met het kenmerk, dat de weeginrichting scharnierbaar in een draagorgaan is aangebracht dat op zichzelf scharnierbaar in 15 de machine is aangebracht voor het verstellen van de weeginrichting ten opzichte van het verspreidorgaan.
29. Machine volgens een der conclusies 24 - 28, met het kenmerk, dat de weeginrichting aan een afvoerorgaan is aangebracht dat aansluit aan de uitstroommond van de voor- 20 raadbak die aan de machine is aangebracht.
30. Machine volgens conclusie 29, met het kenmerk, dat het afvoerorgaan is gekoppeld met een tril- of schud- inrichting voor het tijdens bedrijf in schuddende beweging brengen van het afvoerorgaan en de daaraan verbonden delen.
31. Machine volgens conclusie 30, met het kenmerk, dat het afvoerorgaan is gekoppeld met een met het verspreidorgaan gekoppeld excentermechanisme voor het in beweging brengen van het schudorgaan.
32. Machine volgens conclusie 30 of 31, met het ken-30 merk, dat het afvoerorgaan gootvormig is en een afvoeropening omvat, waardoor het uit de voorraadbak naar het afvoerorgaan toestromende materiaal aan het verspreidorgaan wordt toegevoerd.
33. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met 35 het kenmerk, dat het verspreidorgaan een om een draaiingsas verdraaibaar verspreidorgaan is, waarbij de het verst van de draaiingsas van het verspreidorgaan gelegen delen op een diameter zijn gelegen die althans ongeveer 100 cm of groter £ f' >' * (S V ' > i is .
34. Machine voor het strooien van materiaal, bijvoorbeeld kunstmest, voorzien van een gestel, een voorraadbak en ten minste één aangedreven verspreidorgaan, met het kenmerk, 5 dat het verspreidorgaan om een draaiingsas roteerbaar is, waarbij de het verst van de draaiingsas gelegen delen van het verspreidorgaan op een diameter zijn gelegen die ongeveer 100 cm of groter is.
35. Machine volgens conclusie 33 of 34, met het ken-10 merk, dat het verspreidorgaan een schijfvormig gedeelte met daarop aangebrachte werpschoepen omvat.
36. Machine volgens een der voorgaande conclusies, waarbij het gestel van de machine is voorzien van bevestigingsmiddelen waarmede de machine aan de hefinrichting van 15 een trekker of dergelijk voertuig koppelbaar is.
37. Machine volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de machine is voorzien van overbrengings-organen voor het in beweging brengen van het verspreidorgaan en/of andere delen waarbij de overbrengingsorganen een 20 koppelingsas omvatten die door middel van een tussenas met de aftakas van een trekker of dergelijk voertuig koppelbaar is, waaraan de machine aanbrengbaar is.
38. Machine zoals hiervoor is beschreven en in de 25 tekening is weergegeven. 8 7 β 0 8 6 0
Priority Applications (3)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8700860A NL8700860A (nl) | 1987-04-13 | 1987-04-13 | Machine voor het strooien van materiaal. |
| EP19880200679 EP0287165B1 (en) | 1987-04-13 | 1988-04-11 | A machine for spreading material |
| DE19883850291 DE3850291T2 (de) | 1987-04-13 | 1988-04-11 | Streuer. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8700860A NL8700860A (nl) | 1987-04-13 | 1987-04-13 | Machine voor het strooien van materiaal. |
| NL8700860 | 1987-04-13 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8700860A true NL8700860A (nl) | 1988-11-01 |
Family
ID=19849843
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8700860A NL8700860A (nl) | 1987-04-13 | 1987-04-13 | Machine voor het strooien van materiaal. |
Country Status (3)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP0287165B1 (nl) |
| DE (1) | DE3850291T2 (nl) |
| NL (1) | NL8700860A (nl) |
Families Citing this family (10)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL8901903A (nl) * | 1989-07-24 | 1991-02-18 | Lely Nv C Van Der | Machine voor het verspreiden van materiaal. |
| DE4026879A1 (de) * | 1990-08-25 | 1992-02-27 | Rauch Landmaschfab Gmbh | Verfahren zur eichung eines duengerstreuers und vorrichtung zur durchfuehrung des verfahrens |
| NL9101732A (nl) * | 1991-10-17 | 1993-05-17 | Lely Nv C Van Der | Inrichting voor het verspreiden van materiaal. |
| FR2719188B1 (fr) * | 1994-04-28 | 1996-09-20 | Sulky Burel | Système d'évaluation de la densité en grains d'un flux de grains en suspension, machine et procédé d'épandage utilisant un tel système. |
| NL1002681C2 (nl) * | 1996-03-21 | 1997-09-23 | Greenland Nieuw Vennep Bv | Strooier met gewichtsmeting. |
| DE19723359A1 (de) | 1997-06-04 | 1998-12-10 | Rauch Landmaschfab Gmbh | Verfahren zur Einstellung eines Schleuderstreuers |
| GB2338304A (en) | 1998-06-12 | 1999-12-15 | Mark Spikings | Tractor load weighing device |
| DE102013002751A1 (de) | 2013-02-19 | 2014-09-04 | Rauch Landmaschinenfabrik Gmbh | Verteilmaschine mit einem ihrer Verteilerscheibe zugeordneten Sensor |
| DE102013004195A1 (de) | 2013-03-12 | 2014-09-18 | Rauch Landmaschinenfabrik Gmbh | Verfahren zur Regelung einer Einrichtung zur Veränderung des Streuringsektors eines Scheibenstreuers und zur Durchführung eines solchen Verfahrens ausgebildeter Scheibenstreuer |
| CN116368999A (zh) * | 2023-04-26 | 2023-07-04 | 广州极飞科技股份有限公司 | 播撒系统及可移动平台 |
Family Cites Families (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR596921A (nl) * | 1925-11-04 | |||
| NL154910B (nl) * | 1965-01-28 | 1977-11-15 | Lely Nv C Van Der | Verbetering van een inrichting voor het uitstrooien van verspreidbaar materiaal. |
| US4277022A (en) * | 1977-04-19 | 1981-07-07 | Dennis W. Holdsworth | Mobile material distribution system |
| US4238956A (en) * | 1978-08-21 | 1980-12-16 | Ramsey Engineering Company | Radiation attenuation weighing system for a vertical material feeder |
| NL178645C (nl) * | 1979-09-10 | 1986-05-01 | Lely Nv C Van Der | Inrichting voor het over de grond verspreiden van materiaal. |
| FR2571209B1 (fr) * | 1984-10-09 | 1987-06-19 | Lebon Cie Sarl | Procede de regulation du debit d'une epandeuse de produit en fonction du grammage, dispositif pour la mise en oeuvre de ce procede et epandeuse pourvue de ce dispositif |
-
1987
- 1987-04-13 NL NL8700860A patent/NL8700860A/nl not_active Application Discontinuation
-
1988
- 1988-04-11 DE DE19883850291 patent/DE3850291T2/de not_active Expired - Fee Related
- 1988-04-11 EP EP19880200679 patent/EP0287165B1/en not_active Expired - Lifetime
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP0287165B1 (en) | 1994-06-22 |
| DE3850291T2 (de) | 1995-01-26 |
| EP0287165A1 (en) | 1988-10-19 |
| DE3850291D1 (de) | 1994-07-28 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4842202A (en) | Spreader | |
| CA1125329A (en) | Centrifugal spreader, especially for granular fertilizers | |
| NL8701870A (nl) | Machine voor het verspreiden van materiaal. | |
| NL8700860A (nl) | Machine voor het strooien van materiaal. | |
| NL8901903A (nl) | Machine voor het verspreiden van materiaal. | |
| SE438419B (sv) | Spridare for korn och/eller pulverformigt gods | |
| US6116526A (en) | Implement for spreading granular and/or pulverulent material | |
| NL1002681C2 (nl) | Strooier met gewichtsmeting. | |
| NL8500757A (nl) | Inrichting voor het verspreiden van materiaal. | |
| NL1017478C2 (nl) | Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal. | |
| EP3571914B1 (en) | Fertilizer spreader | |
| NL8601148A (nl) | Inrichting voor het verspreiden van korrel en/of poedervormig materiaal. | |
| NL1004118C1 (nl) | Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal. | |
| NL8702290A (nl) | Meetinrichting voor een machine voor het verspreiden van materiaal. | |
| EP0438823A1 (en) | Device and method for spreading granular or powdered material | |
| EP0511714A2 (en) | Spreader | |
| NL8600868A (nl) | Inrichting voor het verspreiden van materiaal en werkwijze voor het opvangen van materiaal. | |
| NL1016944C2 (nl) | Inrichting voor het verspreiden van korrel- en/of poedervormig materiaal. | |
| NL8702289A (nl) | Machine voor het verspreiden van materiaal. | |
| NL8702105A (nl) | Machine voor het verspreiden van materiaal. | |
| NL8500759A (nl) | Inrichting voor het verspreiden van korrelen/of poedervormig materiaal. | |
| NL9001380A (nl) | Inrichting voor het doseren van materiaal. | |
| US3273898A (en) | Implements for spreading powdered or granular materials | |
| NL8701009A (nl) | Machine voor het verspreiden van materiaal. | |
| NL8500557A (nl) | Werktuig voor het verspreiden van materiaal. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| A1Y | An additional search report has been drawn up | ||
| BT | A document has been added to the application laid open to public inspection | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| BV | The patent application has lapsed |