NL8601990A - Opslagreservoir. - Google Patents
Opslagreservoir. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8601990A NL8601990A NL8601990A NL8601990A NL8601990A NL 8601990 A NL8601990 A NL 8601990A NL 8601990 A NL8601990 A NL 8601990A NL 8601990 A NL8601990 A NL 8601990A NL 8601990 A NL8601990 A NL 8601990A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- sections
- storage reservoir
- section
- elastomeric
- reservoir according
- Prior art date
Links
- 238000003860 storage Methods 0.000 title claims description 34
- 239000002184 metal Substances 0.000 claims description 42
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 18
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims description 11
- 238000010276 construction Methods 0.000 claims description 9
- 229920001971 elastomer Polymers 0.000 claims description 6
- 239000000806 elastomer Substances 0.000 claims description 6
- 239000002861 polymer material Substances 0.000 claims 3
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 4
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 4
- -1 Polyethylene Polymers 0.000 description 3
- 239000004744 fabric Substances 0.000 description 3
- 238000007789 sealing Methods 0.000 description 3
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 3
- 238000003466 welding Methods 0.000 description 3
- 229920002449 FKM Polymers 0.000 description 2
- VGGSQFUCUMXWEO-UHFFFAOYSA-N Ethene Chemical compound C=C VGGSQFUCUMXWEO-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 239000005977 Ethylene Substances 0.000 description 1
- 239000004698 Polyethylene Substances 0.000 description 1
- 239000004743 Polypropylene Substances 0.000 description 1
- 230000002159 abnormal effect Effects 0.000 description 1
- 238000005299 abrasion Methods 0.000 description 1
- 230000001413 cellular effect Effects 0.000 description 1
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 1
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 1
- 229920001577 copolymer Polymers 0.000 description 1
- 230000007423 decrease Effects 0.000 description 1
- 239000006260 foam Substances 0.000 description 1
- 238000011065 in-situ storage Methods 0.000 description 1
- 239000011344 liquid material Substances 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 230000014759 maintenance of location Effects 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 239000012528 membrane Substances 0.000 description 1
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 1
- 239000003209 petroleum derivative Substances 0.000 description 1
- 229920000573 polyethylene Polymers 0.000 description 1
- 229920001155 polypropylene Polymers 0.000 description 1
- QQONPFPTGQHPMA-UHFFFAOYSA-N propylene Natural products CC=C QQONPFPTGQHPMA-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 125000004805 propylene group Chemical group [H]C([H])([H])C([H])([*:1])C([H])([H])[*:2] 0.000 description 1
- 239000003566 sealing material Substances 0.000 description 1
- 239000007787 solid Substances 0.000 description 1
- 229910001220 stainless steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000010935 stainless steel Substances 0.000 description 1
- 239000000126 substance Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- B—PERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
- B65—CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
- B65D—CONTAINERS FOR STORAGE OR TRANSPORT OF ARTICLES OR MATERIALS, e.g. BAGS, BARRELS, BOTTLES, BOXES, CANS, CARTONS, CRATES, DRUMS, JARS, TANKS, HOPPERS, FORWARDING CONTAINERS; ACCESSORIES, CLOSURES, OR FITTINGS THEREFOR; PACKAGING ELEMENTS; PACKAGES
- B65D88/00—Large containers
- B65D88/34—Large containers having floating covers, e.g. floating roofs or blankets
- B65D88/42—Large containers having floating covers, e.g. floating roofs or blankets with sealing means between cover rim and receptacle
- B65D88/46—Large containers having floating covers, e.g. floating roofs or blankets with sealing means between cover rim and receptacle with mechanical means acting on the seal
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Filling Or Discharging Of Gas Storage Vessels (AREA)
- Gasket Seals (AREA)
- Building Environments (AREA)
Description
VO 8325
Titel: Cpslagreservoir.
De uitvinding heeft betrekking op een reservoir met drijvende dekplaat ten gebruike voor het opslaan van aardolieprodukten en andere vluchtige vloeibare materialen. Meer in het bijzonder voorziet de uitvinding in spelingsafstands- of randafdichtingen voor een drijvende dekplaat, welke 5 als damp- en weerafschermingen en zonafschermingen dienen.
3ij een conventioneel reservoir met drijvende dekplaat, waarbij de afdichting volgens de uitvinding van bijzonder nut is, is tussen de zijwand van het reservoir en de verticale rand van de drijvende dekplaat een spelingsaf stand of randafstand aanwezig. Het is nodig om een spelingsafstand te 10 verschaffen teneinde een onbelemmerde verticale beweging van de dekplaat in het reservoir mogelijk te maken. De spelingsruimte heeft een zo grote afmeting, dat locale dimensionele variaties in de circulariteit van de zijwand of de mantel van het reservoir, gewoonlijk onrondheid genoemd, welke een gevolg kan zijn van een ongelijkmatige fundering, een onnauwkeurige ver-15 vaardiging of oprichting of abnormale belastingen, zoals sterke wind en dergelijke, de verticale beweging van de dekplaat niet belemmeren.
De spelingsruimte wordt bij in wezen alle reservoirs met drijvende dekplaat op de een of andere wijze afgesloten om het ontsnappen van damp uit de opgeslagen vloeistof via de spelings- of randruimte naar de buiten-20 lucht te beletten. Voor dit doel worden verschillende typen afdichtingen gebruikt. Vele van de afdichtingen zijn niet slechts bestemd om het ontsnappen van damp tegen te gaan doch ook om de dekplaat zodanig te centreren, dat deze in verticale richting relatief vrij kan bewegen en een vergroting van de spelingsruimte aan één zijde van de dekplaat wordt belet, aangezien 25 dit zou kunnen leiden tot het ontsnappen van damp doordat de verbinding tussen de afdichting en de wand van het reservoir wordt verbroken.
De Amerikaanse octrooischriften 4,116,358 en 4,308,968 beschrijven spelingsafstandsafdichtingen voor een drijvende dekplaat, welke bestaan uit metalen secties. De afdichtingen omvatten evenwel een voor gas on-30 doorlaatbaar weefsel, dat zich continu langs de omtrek van de dekplaat uitstrekt. De installatie en het onderhoud van het weefsel is duur en tijdrovend doch damp wordt belet om tussen naast elkaar gelegen metaal-secties te ontsnappen.
Het Amerikaanse octrooischrift 4,191,303 beschrijft eveneens een uit ssn.1 ÜQfi
"t* V 4 ZJ W
-2- * ♦ * metalen secties opgebouwde afdichting. De naast elkaar gelegen metalen secties bezitten evenwel elkaar overlappende randgedeelten met langwerpige openingen. Bevestigingsorganen, zoals bouten, strekken zich door de openingen uit doch maken het mogelijk, dat de metalen secties in laterale 5 richting kunnen glijden om rekening te houden met een dimensionele verandering in de spelings- of randruimte. Zelfs ofschoon een pakking tussen de elkaar overlappende randgedeelten van de metalen secties aanwezig is om het ontsnappen van damp via de langwerpige openingen en naar de buitenlucht te beletten, zijn grote platen nodig om de langwerpige openingen te 10 bedekken. Bovendien is de installatie van de afdichting tijdrovend in verband met de vele gebruikte bouten, die elk een nauwkeurig aantrekken vereisen om een laterale beweging mogelijk te maken, terwijl de pakking iets samengedrukt wordt gehouden.
Een verder probleem bij de bekende afdichtingen is, dat de metalen 15 secties recht of vlak worden uitgevoerd en slechts worden gebogen wanneer daarop een druk wordt uitgeoefend bij installatie of wanneer de ruimte tussen de dekplaatrand en de wand van het reservoir tijdens een laterale beweging van de dekplaat gedurende het gebruik wordt gereduceerd. Wanneer de bovenrand van een metalen sectie een uitsteeksel, zoals een lasnaad of 20 klinknagel raakt, wanneer de dekplaat zich naar boven beweegt kan de metalen sectie naar boven knikken en verder tegen het uitsteeksel blijven steken.
Het doorbuigen van één of meer van de metalen secties op deze wijze is ongewenst aangezien hierdoor de secties kunnen worden beschadigd en de afdichting kan worden geopend.
25 In verband met de boven beschreven bezwaren en tekortkomingen bij de tot nu toe verkrijgbare afdichtingen, bestaat de vraag naar alternatieve afdichtingen voor reservoirs met drijvende dekplaat.
Volgens een aspect van de uitvinding wordt voorzien in een verticaal cylindrisch vloeistofopslagreservoir met een circulaire drijvende dekplaat 30 met een kleinere diameter dan het reservoir, waardoor tussen de rand van de dekplaat en de wand van het reservoir een spelingsruimte wordt gevormd, een afdichting, welke met de dekplaat is verenigd en zich daaruit naar boven in gelijk contact met de wand van het reservoir uitstrekt, waarbij de afdichting de spelingsruimte volledig bedekt, en de afdichting bestaat uit 35 een aantal individuele buigzame secties van plaatvormig materiaal in een opeenvolgende continue opstelling, waarbij organen aanwezig zijn,die een stroom van damp langs aan elkaar grenzende zijranden van naast elkaar 8S01990 * i -3- gelegen buigzame secties naar de buitenlucht beletten, en het plaatvormige materiaal van elke buigzame sectie een permanente laterale buiging bezit, die ten opzichte van de rand van de dekplaat naar buiten is gelegen, waardoor de concaviteit van de buigzame sectie beschouwd vanaf de bovenzijde wordt vergroot.
5 Volgens een ander aspect van de uitvinding wordt voorzien in een ver ticaal cylindrisch vloeistofopslagreservoir met een cirkelvormige drijvende dekplaat met een kleinere diameter dan het reservoir, waardoor tussen de rand van de dekplaat en de wand van het reservoir spelingsruimte wordt bepaald, een afdichting, welke met de dekplaat is verbonden en zich daaruit 10 naar boven in gelijk contact met de wand. van het reservoir uitstrekt, welke afdichting de spelingsruimte volledig bedekt, en welke afdichting bestaat uit een aantal individuele buigzame secties van plaatvormig materiaal, die in hoofdzaak naast elkaar doch op een afstand van elkaar zijn opgesteld, een langwerpige elastomere strook tussen de zijranden van naast elkaar gelegen 15 buigzame secties, waarbij elke elastomere strook in de twee tegenover elkaar gelegen longitudinale zijranden is voorzien van een groef waarin zich de aangrenzende zijranden van naast elkaar gelegen secties volgens een damp-dichte glijconstructie uitstrekken, en een buigzaam elastomeer eind, dat met het buitenste uiteinde van de secties is verbonden en een gelijk contact 20 maakt met de wand van het reservoir.
Ofschoon de afdichtsecties kunnen worden vervaardigd uit elk geschikt materiaal, bestaan zij bij voorkeur uit een materiaal met veerkrachtige of veereigenschappen, zodat zij stevig, doch op een buigzame wijze tegen de wand van het reservoir kunnen drukken. Het gebruikte materiaal is bij voor-25 keur een metaal ofschoon ook gebruik kan worden gemaakt van polymere materialen, die in de omgeving van het reservoir stabiel zijn. Voor het opslaan van sommige vloeistoffen kan gebruik worden gemaakt van polyetheen, poly-propeen en copolymeren van etheen en propyleen. Het elastomere. eind bestaat bij voorkeur uit een integraal langwerpig onderdeel of een strook, 30 waarvan het binnenste zijgedeelte aan een aantal secties is bevestigd om het op zijn plaats te houden.
Elke sectie kan langs het buitenste uiteinde daarvan zijn voorzien van een klemstaaf. Het elastomere eind kan bij elke sectie op zijn plaats worden gehouden door en tussen de klemstaaf en de sectie. De klemstaaf kan een 35 holte vormen, waarin het binnenste zijgedeelte van het elastomere eind in vasthoud contact kan passen.
85 0 1 9 0 0 4 m -4-
Bij een andere uitvoeringsvorm kan het elastomere eind bestaan uit een elastomere staaf, welke een kern vormt,die door een slijtbestendig, buigzaam uit plaatmetaal bestaand omhulsel is- bedekt, dat met het buitenste uiteinde van elke sectie is verbonden.
5 Volgens een ander aspect van de uitvinding wordt voorzien in een ver ticaal cylindrisch vloeistofopslagreservoir met een cirkelvormige drijvende dekplaat met een kleinere diameter dan het reservoir, waardoor tussen de rand van de dekplaat en de wand van het reservoir een spelingsruimte wordt bepaald, een afdichting, welke met de dekplaat is verbonden en zich daaruit 10 naar boven in vrij contact met de wand van het reservoir uitstrekt, welke afdichting de spelingsruimte volledig bedekt, en welke afdichting is opgebouwd aan een aantal individuele buigzame secties van plaatvormig materiaal die in hoofdzaak naast elkaar zijn opgesteld, waarbij echter de zijrandge-deelten van naast elkaar gelegen secties elkaar overlappen, een pakking tus-15 sen de elkaar overlappende zijrandgedeelten, een klem, die aan elke sectie bij het randgedeelte daarvan, dat door het randgedeelte van een naastgelegen sectie wordt overlapt, is bevestigd, welke klem is voorzien van een vleugel, die zich naar boven op een afstand van de sectie bevindt waaraan deze is bevestigd en zich over het randgedeelte van de naastgelegen sectie uitstrekt 20 teneinde de randgedeelten tegen elkaar te drukken doch het mogelijk te maken, dat de randgedeelten lateraal ten opzichte van elkaar kunnen glijden,en een buigzaam elastomeer eind, dat met het buitenste uiteinde van de secties is verbonden en gelijk contact maakt met de wand van het reservoir.
Bij de eerste uitvoeringsvorm volgens de uitvinding, welke is voorzien 25 van de gebogen buigzame secties, kan een stroom van damp langs de aan elkaar grenzende randen van de secties naar de buitenlucht worden tegengegaan door gebruik te maken van geschikte organen, waaronder een continue weefsellaag over de bovenzijde van de afdichting. Het verdient evenwel de voorkeur gebruik te maken van de gegroefde elastomere strook of de pakkingsconstructie, 30 welke boven zijn beschreven. Desalniettemin zijn de gegroefde elastomere stroom en de pakkingsconstructie niet beperkt tot het gebruik bij gebogen flexibele secties doch kunnen deze op een geschikte wijze worden toegepast bij niet-gebogen secties en permanent gebogen buigzame secties.
Elastomere einden, zoals boven beschreven kunnen bij alle beschreven 35 afdichtingen worden toegepast.
De klemvleugel kan in hoofdzaak planair zijn, zijn voorzien van een planaire basis, die aan de sectie is bevestigd en de vleugel en de basis 8631990 * * -5- kunnen in evenwijdige op een afstand van elkaar gelegen vlakken zijn gelegen. Meer in het bijzonder kunnen de klemvleugel en de basis integraal zijn met een lateraal schoudergedeelte, waarbij de vleugel en de basis zich in tegenovergestelde richtingen uitstrekken.
5 De elkaar overlappende randgedeelten van de secties bezitten bij voor keur continue oppervlakken zonder openingen, waarbij ook geen bevestigings — organen aanwezig zijn,die zich door dergelijke openingen zouden moeten uitstrekken.
Elke sectie en klem bestaan bij voorkeur uit een geschikt metaal, meer 10 in het bijzonder een geschikte kwaliteit van roestvrij staal. Het is evenwel ook mogelijk voor de secties en klemmen gebruik te maken van polymere materialen die onder de gebruiksomstandigheden stabiel zijn.
De uitvinding zal onderstaand nader worden toegelicht onder verwijzing naar de tekening. Daarbij toont: 15 fig. 1 een isometrisch aanzicht van een vloeistofopslagreservoir met een drijvende dekplaat; fig. 2 een verticale radiale doorsnede van de drijvende dekplaat bij het in figuur 1 afgeheelde reservoir; fig. 3 een verticaal aanzicht van een gedeelte van de drijvende dekplaat, 20 weergegeven in de figuren 1 en 2; fig. 4 een doorsnede van de elastomere strook beschouwd over de lijn IV-IV van fig. 3; fig. 5 een uiteengenomen gedeeltelijk aanzicht van de aan elkaar grenzende randen van twee uit plaatmetaal bestaande secties; 25 fig. 6 een vergrote doorsnede van het niet-gebogen elastomere eind bij de buitenste uiteinden van de uit plaatmetaal bestaande secties; fig. 7 een doorsnede van een alternatief elastomeer eind, dat bij de buitenste uiteinden van de uit plaatmetaal bestaande secties kan worden toegepast; fig- 8 een uiteengenomen eindaanzicht van een uit plaatmetaal bestaande 30 sectie en een als elastomeer eind dienende klemstaaf; fig. 9 een verticaal uiteengenomen aanzicht van een gedeelte van een uitvoeringsvorm van een afdichting voor een drijvende dekplaat volgens de uitvinding, waarbij aan elkaar grenzende uit plaatmetaal bestaande sectieranden elkaar moeten overlappen en door een klem beweegbaar zijn bevestigd; 35 fig. 10 een doorsnede van de in fig. 9 afgeheelde afdichting waarbij de aan elkaar grenzende randen van twee metalen secties elkaar evenwel overlappen en door een klem aan elkaar zijn bevestigd; 86 0 1 99 0 • * -6- fig. 11 een isometrisch aanzicht van het afdichtgedeelte, weergegeven in fig. 10; fig. 12 een schematisch aanzicht van de wijze waarop een afdichting van bekend type, bestaande uit niet-gebogen buigzame secties reageert wanneer 5 een sectie een uitsteeksel op de wand van het reservoir treft; en fig. 13 een schematisch aanzicht van de wijze waarop de in de figuren 2 en 9 afgebeelde gebogen buigzame secties reageren wanneer deze een uitsteeksel op een wand van het reservoir treffen.
Waar mogelijk zijn in de figuren overeenkomstige of soortgelijke ele-menten van dezelfde verwijzingen voorzien.
Het in figuur 1 afgebeelde vloeistofopslagreservoir 20 bezit een verticale cylindrische circulaire wand 22, die aan de onderrand daarvan is verbonden met een vlakke cirkelvormige metalen bodem, welke niet is weergegeven, en welke bodem op een ondersteuningsbasis 24 rust. De drijvende 15 dekplaat 26 beweegt zich in het reservoir 20 bij het stijgen en dalen van de in het reservoir opgeslagen vloeistof naar boven en naar beneden.
De drijvende dekplaat 26 is circulair en heeft een normale constructie behalve, dat afdichtingen volgens de uitvinding bij de bovenste omtreksrand daarvan zijn opgesteld, welke afdichtingen de randruimte 30 overspannen 20 teneinde contact te maken met het binnenoppervlak 28 van de wand 22 van het reservoir. De drijvende dekplaat 26 bezit een bovendekplaat 32 en een verticale circulaire omtrekzijwand 34, die zich boven de dekplaat 32 uitstrekt. Met de bovenrand van de zijwand 34 van de dekplaat is een zich naar binnen uitstrekkende horizontale cirkelvormige flens 36 verbonden (fig. 2).
25 De randruimte of spelingsruimte 30 wordt volledig bedekt door de af dichting 40, welke met de flens 36 van de drijvende dekplaat is verbonden en zich daaruit naar boven in gelijk contact met het binnenoppervlak 28 van de wand 22 van het reservoir uitstrekt (fig. 2).
De afdichting 40 omvat een aantal individuele gelijke buigzame secties 30 42 van plaatmetaal, die in hoofdzaak naast elkaar doch op een afstand van elkaar zijn opgesteld (fig. 3). De buigzame metalen secties 42 zijn in hoofdzaak rechthoekig. De secties 42 zijn evenwel bij de laterale lijnen 44 en 46 bij de binnenste en onderste gedeelten, welke evenwijdig aan elkaar zijn en naar de binnenrand 48 (fig. 2) omgebogen. Het metalen sectiegedeelte 35 42 tussen de rand 48 en de buiglijn 44 vormt een horizontale-· klemstrook 50, die door een aantal naast elkaar gelegen c-klemmen 70 aan de flens 36 is bevestigd. Het metalen sectiegedeelte 42 tussen de buiglijnen 44 en 46 vormt 8601990 «r · -7- een overgangsband 52, terwijl het gedeelte tassen de buiglijn 46 en de buiten- of bovenrand 56 het primaire lichaamsgedeelte 54 vormt. De laterale buiglijn 46 geeft aan elke metalen sectie 42 beschouwd vanaf de bovenzijde een permanente concave configuratie. Deze configuratie belet, dat de secties 5 naar boven knikken wanneer de bovenrand van een sectie tegen een uitsteeksel komt, zoals een lasnaad of een klinknagel (fig. 12 en 13j. De overgangsband 52 vormt een stijve ondiepe kegel, welke als een korte vrijdragende arm werkt voor het ondersteunen van de buigbelasting. Het primaire lichaamsgedeelte 54 draagt de membraancompressiebelasting naar het omhulsel over.
10 De buitenrand 56 bezit een korte naar beneden gerichte lip 58, welke is onderbroken door op een afstand van elkaar gelegen insnijdingen of spleten 60 (fig. 3). De spleten 60 zijn zodanig aangebracht dat de lip 58 niet belet, dat de buitenrand 56 van het scherm tot bij benadering de kromming van de wand van het reservoir wordt gebogen. De klemstrook 50 en de overgangsband 15 52 van elke metalen sectie 42 strekken zich voorbij één zijrand 62 (fig. 5) van het primaire lichaamsgedeelte 54 uit en bepalen een lip 64, welke de rand van een naastgelegen metalen sectie 42 overlapt. In de lip 64 en de rand van de naastgelegen metalen sectie 42 zijn langwerpige openingen 66 aanwezig, zodat zij los door een bout aan elkaar kunnen worden bevestigd.
20 Een elastomere strook 72 (fig. 3 en 4) is tussen de zich op een afstand van elkaar bevindende zijranden van naast elkaar gelegen metalen secties 42 aangebracht. Elke elastomere strook 72 bezit in de twee tegenover elkaar gelegen longitudinale zijranden een groef 74, waarin zich de aangrenzende zijranden van naast elkaar gelegen secties 42 volgens een dampdichte glij-25 constructie uitstrekken. Op deze wijze wordt de ruimte tussen de secties 42 afgedicht zelfs wanneer deze ruimte toeneemt of afneemt naarmate de dekplaat zich naar of vanaf het oppervlak 28 van de wand van het reservoir beweegt en de afdichting 40 naar boven of naar beneden buigt.
Het buitenste uiteinde van elke metalen sectie 42 ondersteunt een buig-30 zaam elastomeer eind 80, dat losneembaar op zijn plaats is bevestigd door middel van een klemstaaf 82, die door bouten 84 of door lassen aan het lichaamsgedeelte 54 is bevestigd. De klemstaaf vormt een holte waarin het binnenste zijgedeelte 88 van het elastomere eind in vasthoudcontact past.
De lip 58 aan het uiteinde van elke sectie 42 draagt er eveneens toe bij 35 het eind 80 op zijn plaats te bevestigen. In de klemstaaf 82 kunnen op een afstand vein elkaar gelegen spleten 86 worden gesneden om het mogelijk S o t- 1 9 3 ö « φ -8- te maken, dat de staaf gemakkelijk buigt.
Het buigzame elastomere eind 80 wordt bij voorkeur zo lang gemaakt als een geschikte manipulatie vereist, teneinde het aantal vereiste verbindingen, dat zich langs de dekplaatafdichting uitstrekt, te reduceren. Derhalve 5 wordt het elastomere eind 80 uitgevoerd als een langwerpig onderdeel, waarvan het binnenste zijgedeelte 88 aan een aantal secties 42 wordt bevestigd. Wanneer het eind in secties wordt uitgevoerd, kunnen de aan elkaar grenzende einden van de secties worden ingesneden en kan daaraan contour worden gegeven, waarbij zij elkaar overlappen teneinde een verbinding met een goed 10 afdichtvermogen te verschaffen.
Het is duidelijk,dat figuur 6 een dwarsdoorsnede van het eind 80 in een geêxtrudeerde configuratie en voordat een druk daarop wordt uitgeoefend wanneer de afdichting wordt geïnstalleerd, toont. Op de afdichting 40 moet een initiële druk worden uitgeoefend om te veroorzaken, dat de secties 42 15 en het eind 80 zich naar boven krommen wanneer de afdichting wordt geïnstalleerd teneinde het eind in aanraking te houden met het binnenoppervlak 28 van het reservoir wanneer de dekplaat zich zo ver mogelijk daarvan af beweegt. Dit veroorzaakt, dat het eind naar boven buigt. Wanneer de dekplaat zich dichter naar het binnenoppervlak 28 van de wand van het reservoir 20 beweegt, zal de kromming van de secties 42 en het eind 80 veranderen en zich hoger uitstrekken en meer verticaal worden.
Fig. 7 toont een alternatief elastomeer eind 100, dat bij de afdichting 40 kan worden toegepast. Bij deze uitvoeringsvorm bezit de buitenrand van het primaire lichaamsgedeelte 54 een flens 581, welke over ongeveer 45° 25 naar beneden is gebogen en van radiale spleten is voorzien om een gemakkelijke buiging van het gedeelte 54 mogelijk te maken. Een langwerpige elastomere staaf 102, welke een kern vormt, is bekleed met een slijtbestendig, elastomeer, uit plaatmetaal bestaand omhulsel 104. De staaf kan massief, hol, met schuim gevuld of cellulair zijn. De langsranden van het omhulsel 104 30 zijn bij het bovenvlak van het lichaamsgedeelte 54 met elkaar verenigd en worden door de klemstaaf 106 op hun plaats gehouden, welke klemstaaf bij 108 aan het lichaamsgedeelte 54 is geschroefd, waarbij de randen van het omhulsel zich daar tussenuit strekken. Een afdichting van dit type is van bijzonder nut wanneer het binnenoppervlak van het reservoir ruw is of uit-35 steeksels bezit, zoals klinknagelkoppen of elkaar overlappende plaatverbin-dingen. Voorts leent deze uitvoeringsvorm zich ook tot het gebruik van meer exotische en dure materialen. Het volume van het plaatmetalen omhulsel is 860-1 9 S 0 ♦ * -9- klein en reduceert derhalve de hoeveelheid chemisch bestendig materiaal, welke nodig is, zodat deze constructie van bijzonder nut is indien een duur materiaal zoals viton, noodzakelijk is. Viton is ruwweg zes maal duurder dan andere afdichtingsmaterialen.
5 De figuren 9 tot 11 tonen een andere afdichting 401 volgens de uit vinding ; het elastomere eind, dat deel uitmaakt van de afdichting is evenwel voor het gemak in deze figuren niet weergegeven. Set is duidelijk, dat bij de afdichting 401 elk van de elastomere einden 80 of 100 kan worden toegepast.
10 De individuele metalen secties 421 komen overeen met de secties 42 behalve, dat de secties 421 rechte zijranden en geen lip 54 bezitten. Tenminste één zijrand van de sectie 421 is voorzien van een pakkingsstrook 110, welke zodanig aan het boven- of ondervlak is bevestigd, dat de naast gelegen zijrand van een naast gelegen sectie 421 een glijcontact maakt met 15 de pakking 110. Voorts kan op de beide aan elkaar grenzende zijranden van naast elkaar gelegen secties 421 een pakking worden aangebracht, zodat de beide pakkingen tussen de zijranden van de secties 421, wanneer zij elkaar overlappen, worden ingeklemd. Een klem 112 houdt de randen bij deze glij-constructie zodanig vast, dat wordt belet, dat damp vanuit de ruimte tussen 20 de elkaar overlappende randen ontsnapt.
De klem 112 is verbonden met of bevestigd aan het randgedeelte van één van de secties 421 en is bij voorkeur bevestigd aan de sectie, waaraan de pakking is bevestigd. De metalen klem 112 bezit een vleugel 114, welke zich vanuit de sectie 421 waaraan de vleugel is bevestigd, op een afstand daarvan 25 naar boven uitstrekt. De klemvleugel 114 is in hoofdzaak planair. Voorts bezit de klem een planaire basis 116, welke aan de sectie 421 is bevestigd.
De vleugel 114 en de basis 116 liggen in evenwijdige op een afstand van elkaar gelegen vlakken en zijn integraal met een lateraal schoudergedeelte 118 (fig. 11). De vleugel 114 en de basis 116 strekken zich vanuit het schouder-30 gedeelte 118 in tegengestelde richtingen uit. De vleugel 114 strekt zich over het randgedeelte van de naastgelegen sectie 421 uit teneinde de rand-gedeelten, die continue oppervlakken bezitten, tegen elkaar te drukken, waarbij het echter mogelijk is, dat de randgedeelten lateraal ten opzichte van elkaar kunnen glijden.
35 De klem kan ook in situ worden geïnstalleerd, waarbij gebruik kan wor den gemaakt van puntlassen. Sommige installaties op het terrein vereisen geen werkzaamheden bij hoge temperaturen en derhalve kunnen geen lasver- 86Ü19SÖ -10- bindingen worden toegepast indien klemmen worden gebruikt en ter plekke worden geïnstalleerd.
Fig. 12 toont op welke wijze een bekend type buigzame metalen sectie 150 kan reageren wanneer de bovenrand een uitsteeksel 160, zoals een klinknagel of lasnaad op de wand van het reservoir treft. De bekende metalen sectie 150 is niet vooraf gebogen of gekromd, in het punt waarin de sectie met de dekplaat bij de bovenrand daarvan samenwerkt. De sectie is over dat gebied in wezen een vlakke plaat. Bij installatie bij een dekplaat van een reservoir neemt de plaat een gebogen configuratie aan in verband met de druk, welke daardoor tegen de wand van het reservoir wordt uitgeoefend.
Zoals aangegeven in figuur 12 kan wanneer de bovenrand van de sectie 150 het uitsteeksel 160 treft, de sectie knikken, als aangegeven door de lijn 150a. De sectie kan evenwel ook naar boven knikken, als aangegeven door de lijn 150b. Een naar boven gerichte knik is zeer ongewenst aangezien hierdoor de afdichtingsconstructie kan worden vervormd en damp kan ontsnappen.
Fig. 13 geeft aan op welke wijze· de metalen buigzame secties volgens de uitvinding reageren, wanneer zij een uitsteeksel, zoals een klinknagel of lasnaad op de wand van het reservoir ontmoeten. In verband met de laterale buiglijn 46 zal de gebogen metalen sectie 42 met de initiële hoek X een natuurlijke neiging hebben om naar beneden over een kleinere hoek Y te worden gebogen, waardoor een opwaartse beweging van de rand van de sectie of het eind over het uitsteeksel zal worden begunstigd of bevorderd. Daardoor wordt een knikken naar boven van de sectie vermeden.
860 1 99 0
Claims (27)
1. Verticaal cylindrisch vloeistofopslagreservoir met een cirkel vormige drijvende dekplaat met een kleinere diameter dan het reservoir, waardoor tussen de rand van de dekplaat en de. wand van het reservoir een spelingsruimte wordt bepaald gekenmerkt door een afdichting, welke met de 5 dekplaat is verbonden en zich daaruit naar boven in gelijk contact met de wand van het reservoir uitstrekt, welke afdichting de spelingsruimte volledig bedekt, en welke afdichting is voorzien van een aantal individuele buigzame secties van plaatmateriaal, die elkaar continu opvolgen, waarbij organen aanwezig zijn om een dampstroom langs aan elkaar grenzende zijran-10 den van naast elkaar gelegen buigzame secties naar buiten te beletten, en het plaatmateriaal van elke buigzame sectie een permanente laterale buiging bezit, welke buiten de rand van de dekplaat is gelegen , waardoor de con-caviteit van de buigzame sectie beschouwd vanaf de bovenzijde wordt vergroot.
2. Opslagreservoir volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat met het buitenste uiteinde van de secties een buigzaam elastomeer eind is verbonden, dat een gelijk contact maakt met de wand van het reservoir.
3. Opslagreservoir volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat de sec ties uit metaal bestaan.
4. Opslagreservoir volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat de sec ties uit een polymeer materiaal bestaan.
5. Opslagreservoir volgens conclusie 2 met het kenmerk, dat het elas tomere eind een integraal langwerpig onderdeel is, waarvan het binnenste zijgedeelte aan een aantal secties is bevestigd.
6. Opslagreservoir volgens conclusie 5 met het kenmerk, dat elke sec tie langs het buitenste uiteinde daarvan is voorzien van een klemstaaf en het elastomere eind bij elke sectie op zijn plaats wordt gehouden door en tussen de klemstaaf en de sectie.
7. Opslagreservoir volgens conclusie 6 met het kenmerk, dat de klem-30 staaf een holte vormt, waarin het binnenste zijgedeelte van het elastomere eind in vasthoudcontact past.
8. Opslagreservoir volgens conclusie 5 met het kenmerk, dat het elastomere eind bestaat uit een geschuimde elastomere staaf, welke een kern vormt die met een slijtbestendig, elastomeer uit plaatvormig materiaal be- 35 staand omhulsel is bekleed, dat met het buitenste uiteinde van elke sectie is verbonden. 8SOI -12-
9. Verticaal, cylindrisch vloeistofopslagreservoir met een cirkelvormige drijvende dekplaat met kleinere diameter dan het reservoir, waardoor tussen de rand van de dekplaat en de wand van het reservoir een spelings-ruimte wordt bepaald gekenmerkt door een afdichting, welke met de dekplaat 5 is verbonden en zich daaruit naar boven in glij contact met de wand van het reservoir uitstrekt, welke afdichting de spelingsruimte volledig bedekt en welke afdichting is voorzien van een aantal individuele buigzame secties van plaatmateriaal, die in hoofdzaak naast elkaar doch op een afstand van elkaar zijn opgesteld, een langwerpige elastomere strook tussen de zijranden 10 van naast elkaar gelegen buigzame secties, waarbij elke elastomere strook in de twee tegenover elkaar gelegen longitudinale zijranden is voorzien van een groef waarin de aangrenzende zijranden van naast elkaar gelegen secties zich volgens een dampdichte glijconstructie uitstrekken, en een buigzaam elastomeer eind, dat met het buitenste uiteinde van de secties is verbonden 15 en een glijcontact maakt met de wand van het reservoir.
10. Opslagreservoir volgens conclusie 9 met het kenmerk, dat de secties uit metaal bestaan.
11. Opslagreservoir volgens conclusie 9 met het kenmerk, dat de secties uit een polymeer materiaal bestaan.
12. Opslagreservoir Volgens conclusie 9 met het kenmerk, dat het elas tomere eind een langwerpig onderdeel is, waarvan het binnenste zijgedeelte aan een aantal secties is bevestigd.
13. Opslagreservoir volgens conclusie 12 met het kenmerk, dat elke sectie langs het buitenste uiteinde daarvan is voorzien van een klemstaaf 25 en het elastomere eind bij elke sectie op zijn plaats wordt gehouden door en tussen de klemstaaf en de sectie.
14. Opslagreservoir volgens conclusie 13 met het kenmerk, dat de klemstaaf een holte vormt, waarin het binnenste zijgedeelte van het elastomere eind in vasthoudcontact past.
15. Opslagreservoir volgens conclusie 12 met het kenmerk, dat het elastomere eind een elastomere staaf omvat, welke een kern vormt, die door een slijtbestendig, elastomeer, uit plaatmateriaal bestaand omhulsel is bekleed, dat met het buitenste uiteinde van elke sectie is verbonden.
16. Verticaal, cylindrisch vloeistofopslagreservoir voorzien van een 35 cirkelvormige drijvende dekplaat met kleinere diameter dan het reservoir, waardoor tussen de rand van de dekplaat en de wand van het reservoir een spelingsruimte wordt bepaald gekenmerkt door een afdichting, welke met de 8601990 -13- dekplaat is verbonden en zich daaruit naar boven in glij contact met de wand van het reservoir uitstrekt, welke afdichting de spelingsruimte volledig bedekt en welke afdichting is voorzien van een aantal individuele buigzame secties van plaatmateriaal, die in hoofdzaak naast elkaar zijn 5 gelegen, waarbij echter de zijrand^gedeelten van naast elkaargelegen secties elkaar overlappen, een pakking tussen de elkaar overlappende zijrand-gedeelten, een klem, die aan elke sectie bij het randgedeelte daarvan, dat door het randgedeelte van een naastgelegen sectie wordt overlapt, is bevestigd, welke klem is voorzien van een vleugel, die zich op een afstand naar 10 boven vanuit de sectie uitstrekt, waaraan deze is bevestigd en zich over het randgedeelte van de naastgelegen sectie uitstrekt teneinde de randge-deelten tegen elkaar te drukken doch het mogelijk te maken, dat de randge-deelten lateraal ten opzichte van elkaar kunnen glijden, en een buigzaam elastomeer eind, dat met het buitenste uiteinde van de secties is verbonden 15 en een glijcontact maakt met de wand van het reservoir.
17. Opslagreservoir volgens conclusie 16 met het kenmerk, dat de vleu gel van de klem in hoofdzaak planair is, de klem is voorzien van een pla-naire basis die aan de sectie is bevestigd, en de vleugel en de basis in evenwijdige op een afstand van elkaar gelegen vlakken zijn gelegen.
13. Opslagreservoir volgens conclusie 16 met het kenmerk, dat de vleugel van de klem en de basis integraal, zijn met een lateraal schouder-gedeelte, en de vleugel en de basis zich in tegengestelde richtingen uitstrekken.
19. Opslagreservoir volgens conclusie 16 met het kenmerk, dat de 25 elkaar overlappende randgedeelten van de secties continue vlakken vormen.
20. Opslagreservoir volgens conclusie 16 met het kenmerk, dat de continue vlakken geen bevestigingsorganen bevatten, die zich door deze vlakken uitstrekken.
21. Opslagreservoir volgens conclusie 16 met het kenmerk, dat de 30 secties uit metaal bestaan.
22. Opslagreservoir volgens conclusie 16 met het kenmerk, dat de secties uit een polymeer materiaal bestaan.
23· Opslagreservoir volgens conclusie 16 met het kenmerk, dat de klem men uit metaal bestaan.
24. Opslagreservoir volgens conclusie 16 met het kenmerk, dat het elas- tomere eind een langwerpig onderdeel is, waarvan de binnenrand aan een 8601 « 'S *>“ -14- aantal secties is bevestigd.
25. Opslagreservoir volgens conclusie 24 met het kenmerk, dat elke sectie langs het buitenste uiteinde daarvan is voorzien van een klemstaaf en het elastomere eind bij elke sectie op zijn plaats wordt gehouden door en tussen de klemstaaf en de sectie.
26. Opslagreservoir volgens conclusie 25 met het kenmerk, dat de klemstaaf een holte vormt, waarin de binnenrand van het elastomere eind in vast-houdcontact past.
27. Opslagreservoir volgens conclusie 24 met het kenmerk, dat het elastomere eind een elastomere staaf omvat, welke een kern vormt, welke is bekleed met een slijtbestendig, buigzaam, uit plaatmateriaal bestaand omhulsel, dat met het buitenste uiteinde van elke sectie is verbonden. 8601990
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US06/762,505 US4615458A (en) | 1985-08-05 | 1985-08-05 | Floating roof tank with rim space seal |
| US76250585 | 1985-08-05 |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8601990A true NL8601990A (nl) | 1987-03-02 |
| NL193369B NL193369B (nl) | 1999-04-01 |
| NL193369C NL193369C (nl) | 1999-08-03 |
Family
ID=25065253
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8601990A NL193369C (nl) | 1985-08-05 | 1986-08-04 | Opslagtank voor vloeistof. |
Country Status (6)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4615458A (nl) |
| AU (1) | AU577763B2 (nl) |
| CA (1) | CA1287962C (nl) |
| GB (1) | GB2180584B (nl) |
| NL (1) | NL193369C (nl) |
| SG (1) | SG1889G (nl) |
Families Citing this family (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5137167A (en) * | 1990-10-12 | 1992-08-11 | Ploeger Kurt E | Sealing means for floating tank roof and method of installation |
| SA94140657B1 (ar) * | 1993-06-16 | 2006-03-15 | شيكاجو بريدج آند ايرن تكنيكال سيرفسز كمبني | نظام تعليق زنبركي لمانع تسرب على شكل لوح معدني حذائي metallic shoe لسقف عائم |
| US5667091A (en) * | 1994-12-29 | 1997-09-16 | Chicago Bridge & Iron Technical Services Company | Mounting system for floating roof seals |
| US6247607B1 (en) * | 1998-12-18 | 2001-06-19 | Hmt Inc. | Low profile secondary seal |
| US6354488B1 (en) | 2000-08-01 | 2002-03-12 | Chicago Bridge & Iron Company | Secondary seal for floating roof storage tank |
| US7044322B2 (en) | 2002-12-16 | 2006-05-16 | Chicago Bridge & Iron Company | Spring-loaded secondary seal for floating-roof storage tank |
| US7748555B2 (en) * | 2002-12-16 | 2010-07-06 | Chicago Bridge & Iron Company | Spring-loaded secondary seal for floating-roof storage tank |
| DE102004001206B4 (de) * | 2004-01-06 | 2006-05-04 | Heinrich Imhof | Vorrichtung zum Abdichten des Ringspalts zwischen einer Behälterinnenwand eines für eine Flüssigkeit bestimmten vertikalen Rundbehälters und einer schwimmenden Abdeckung |
| GB2511622B (en) * | 2013-01-22 | 2016-07-13 | Loadhog Ltd | Load capping arrangement |
| US11548725B2 (en) | 2013-03-15 | 2023-01-10 | Industrial & Environmental Concepts, Inc. | Cover systems, tank covering methods, and pipe retention systems |
| NL1044804B1 (en) * | 2024-01-31 | 2025-10-13 | Emission Zero Bv | External floating roof seal, independent of rim pitch |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2997200A (en) * | 1960-07-06 | 1961-08-22 | Gen Am Transport | Weather hoods for floating roofs provided in storage tanks |
| US4371090A (en) * | 1980-11-03 | 1983-02-01 | Gatx Tank Erection Corporation | Secondary seal for floating roof storage tank |
| EP0084770A1 (de) * | 1982-01-25 | 1983-08-03 | Ingenieurbüro Imhof GmbH | Vorrichtung zur Entfernung des Niederschlagswassers von der senkrechten Innenwand eines Schwimmdachtanks |
Family Cites Families (10)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1666415A (en) * | 1924-09-22 | 1928-04-17 | Universal Holding Company | Floating deck or cover for oil tanks |
| US1979657A (en) * | 1930-03-15 | 1934-11-06 | John H Wiggins | Seal for floating tank roofs |
| US4116358A (en) * | 1977-05-16 | 1978-09-26 | Aerojet-General Corporation | Weather and vapor seal for storage tank |
| US4138032A (en) * | 1977-09-26 | 1979-02-06 | Chicago Bridge & Iron Company | Full secondary seal, wiper type, for a floating roof tank |
| US4191303A (en) * | 1979-03-09 | 1980-03-04 | Kinghorn Mark D | Liquid storage tank sealing system |
| US4353478A (en) * | 1979-08-21 | 1982-10-12 | Clark William F | Vapor seal for floating roof tank |
| US4287999A (en) * | 1980-05-21 | 1981-09-08 | Gatx Tank Erection Corporation | Secondary seal for floating roof storage tank |
| DE3145753A1 (de) * | 1981-11-19 | 1983-05-26 | Ingenieurbüro Imhof GmbH, 6050 Offenbach | Vorrichtung zur abdichtung des ringspalts zwischen behaelterwand und schwimmender abdeckung eines grossraumbehaelters |
| US4437577A (en) * | 1982-09-03 | 1984-03-20 | Myers James F | Double secondary seal for floating roof tanks |
| GB8425321D0 (en) * | 1984-10-06 | 1984-11-14 | Petroleum Seals & Systems Ltd | Seal for floating roof tank |
-
1985
- 1985-08-05 US US06/762,505 patent/US4615458A/en not_active Expired - Lifetime
-
1986
- 1986-07-31 AU AU60734/86A patent/AU577763B2/en not_active Expired
- 1986-08-04 NL NL8601990A patent/NL193369C/nl not_active IP Right Cessation
- 1986-08-05 GB GB08619053A patent/GB2180584B/en not_active Expired
- 1986-08-05 CA CA000515310A patent/CA1287962C/en not_active Expired - Lifetime
-
1989
- 1989-01-10 SG SG18/89A patent/SG1889G/en unknown
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2997200A (en) * | 1960-07-06 | 1961-08-22 | Gen Am Transport | Weather hoods for floating roofs provided in storage tanks |
| US4371090A (en) * | 1980-11-03 | 1983-02-01 | Gatx Tank Erection Corporation | Secondary seal for floating roof storage tank |
| EP0084770A1 (de) * | 1982-01-25 | 1983-08-03 | Ingenieurbüro Imhof GmbH | Vorrichtung zur Entfernung des Niederschlagswassers von der senkrechten Innenwand eines Schwimmdachtanks |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| GB2180584B (en) | 1988-08-10 |
| GB2180584A (en) | 1987-04-01 |
| AU6073486A (en) | 1987-02-12 |
| NL193369B (nl) | 1999-04-01 |
| AU577763B2 (en) | 1988-09-29 |
| CA1287962C (en) | 1991-08-27 |
| US4615458A (en) | 1986-10-07 |
| NL193369C (nl) | 1999-08-03 |
| GB8619053D0 (en) | 1986-09-17 |
| SG1889G (en) | 1989-06-02 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US5372270A (en) | Shoe seal for floating roof | |
| NL8601990A (nl) | Opslagreservoir. | |
| US4244487A (en) | Floating cover having pivotally connected flotation pontoons | |
| US4524878A (en) | Assembly for sealing an annular gap between the wall of a large vessel and a floating cover | |
| US4540104A (en) | Device for sealing the floating roof of an oil tank | |
| US4811859A (en) | Seal for floating roof | |
| US4353477A (en) | Floating roof metallic shoe secondary seal | |
| US5036995A (en) | Peripheral seal for floating tank cover | |
| US4138032A (en) | Full secondary seal, wiper type, for a floating roof tank | |
| US3422981A (en) | Secondary seal | |
| US4353478A (en) | Vapor seal for floating roof tank | |
| US6164479A (en) | Internal floating roof tank and peripheral seal | |
| US5927534A (en) | Seal for floating roof of storage tank | |
| US6247607B1 (en) | Low profile secondary seal | |
| US3075668A (en) | Resilient foam seal for floating roof | |
| US5301828A (en) | Secondary shoe seal | |
| NL194586C (nl) | Tank voor opslag van vloeistof met een drijvend dak, alsmede afdichtconstructie hiervoor. | |
| US3900127A (en) | Sealing assembly in tank | |
| US4341323A (en) | Seal for floating roof tanks | |
| US4821648A (en) | Hopper car cover | |
| US5351848A (en) | Peripheral seal device for floating tank cover | |
| US20140091091A1 (en) | Rim space seal system for use with internal floating roof | |
| GB2165294A (en) | Seal for a floating roof tank | |
| EP0404814B1 (en) | Roofing sheet | |
| US4174785A (en) | Multiple peripheral seal for storage tank floating deck |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| V4 | Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent |
Effective date: 20060804 |