NL8501110A - Inrichting voor het uitstrooien van materiaal. - Google Patents
Inrichting voor het uitstrooien van materiaal. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8501110A NL8501110A NL8501110A NL8501110A NL8501110A NL 8501110 A NL8501110 A NL 8501110A NL 8501110 A NL8501110 A NL 8501110A NL 8501110 A NL8501110 A NL 8501110A NL 8501110 A NL8501110 A NL 8501110A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- lift stand
- frame
- coupled
- lifting
- stand
- Prior art date
Links
- 239000000463 material Substances 0.000 title claims description 15
- 230000008878 coupling Effects 0.000 claims description 11
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 claims description 11
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 claims description 11
- 238000000034 method Methods 0.000 claims description 4
- 210000005069 ears Anatomy 0.000 description 4
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 3
- 230000005540 biological transmission Effects 0.000 description 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 1
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 1
- 239000003337 fertilizer Substances 0.000 description 1
- 239000002689 soil Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01C—PLANTING; SOWING; FERTILISING
- A01C17/00—Fertilisers or seeders with centrifugal wheels
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Soil Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Soil Working Implements (AREA)
- Agricultural Machines (AREA)
Description
C. van der Lely N.V., Weverskade 10, Maasland.
"Inrichting voor het uitstrooien van materiaal"
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het uitstrooien van materiaal, die is voorzien van een gestel en ten minste één verspreidorgaan, waarbij het gestel is voorzien van koppelorganen waarmede de inrichting met 5 de hefinrichting van een trekker of dergelijk voertuig koppel-baar is.
Een doel van de uitvinding is een eenvoudige kon-struktie van een inrichting van bovengenoemde soort te verkrijgen, waarbij de inrichting op gunstige wijze met de hef-10 inrichting van een trekker of dergelijk voertuig is te koppelen.
Volgens de uitvinding kan dat bereikt worden wanneer aan de koppelorganen voor de hefarmen althans een deel van een liftbok is aangebracht door middel van scharnierpennen, 15 die ieder een verlengd uitstekend einde hebben waaraan een hefarm van de hefinrichting koppelbaar is.
De liftbok kan op gunstige wijze met de inrichting gekoppeld worden wanneer het deel van de liftbok door middel van de steunpennen scharnierbaar aan het gestel wordt beves-20 tigd, waarna de hefarmen met de verlengden van de steunpennen worden gekoppeld en de inrichting door middel van de hefarmen omhoog wordt bewogen totdat het deel van de liftbok althans ongeveer vrij hangend aan de steunpennen hangt en dan aan het gestel vastgezet kan worden, terwijl daarna de 25 inrichting wordt neergelaten tot de liftbok op de grond steunt, waarna de hefarmen van de steunpennen worden losgenomen en met bevestigingsorganen aan de liftbok worden gekoppeld, resp. in omgekeerde volgorde de liftbok van de inrichting kan worden afgenomen. Omgekeerde toepassing van deze werk-30 wijze volgens de uitvinding geeft de mogelijkheid de liftbok op eenvoudige wijze los te nemen van de inrichting.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand van de tekeningen van een gunstig uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding.
. : 1 1 0 35 «ί * - 2 -
Figuur 1 is een zijaanzicht van een inrichting volgens de uitvinding.
Figuur 2 is een vooraanzicht van de inrichting volgens fig. 1, gezien in de richting volgens de pijl I in 5 fig. 1.
Figuur 3 geeft op vergrote schaal de bevestiging van een steunbalk van de liftbok aan het gestel van de inrichting weer.
Figuur 4 geeft op verkleinde schaal een zijaanzicht 10 van de inrichting weer in een stand waarbij de inrichting op de grond steunt en de liftbok vóór het gestel uitstekend daarmede scharnierbaar is verbonden.
Figuur 5 geeft in zijaanzicht een geheven stand van de inrichting weer voor het bevestigen van de liftbok 15 aan de onderzijde daarvan.
De inrichting 1 volgens de figuren is een strooi-inrichting voor het uitstrooien van materiaal. De inrichting 1 heeft een gestel 2 waaraan een reservoir 3 en twee ver-20 spreidorganen 4 zijn aangebracht. Tussen het reservoir 3 en elk van de verspreidorganen 4 is een doseermechanisme 5 aangebracht.
Het gestel heeft ten opzichte van de normale voort-bewegingsrichting 6 aan de voorzijde van de inrichting twee 25 in horizontale stand Van de inrichting vertikaal gelegen gestelbalken 7 en 8 en een vanaf deze gestelbalken zich naar achteren toe uitstrekkende gestelbalk 9. Het gestel is aan de bovenzijde voorzien van lippen 10, waarmede de inrichting met een topstang 11 van de hefinrichting van een trekker 30 39 gekoppeld kan worden. De gestelbalken 7 en 8 zijn ieder voorzien van een lip 12 en een lip 13 die aan tegenover elkaar gelegen zijden van de gestelbalken zijn aangebracht, zoals in het bijzonder in fig. 3 voor de lippen en de gestelbalk 8 is weergegeven. De lippen 12 en 13 vormen samen een koppel-35 orgaan.
Aan het gestel 1 is een liftbok 16 bevestigd voor het op een betrekkelijk grote afstand van de strooier boven de grond brengen. De liftbok 16 omvat twee vertikale steunbalken 17 en 18 die nabij hun ondereinden met elkaar zijn 4 ;.· 4 V O V1 - - t u - 3 - ι«ρ.„ * .......... Jf gekoppeld door een tussenbalk 19. De boveneinden van de steunbalken 17 en 18 zijn door middel van steunpennen 20 met de lippen 12 en 13 van het gestel 1 verbonden. Elk van de steunpennen 20 heeft een handgreep 21 met aanslagborst 22. Het 5 boveneinde van elk van de steunbalken 17 en 18 is voorzien van een bus 23 die passend tussen de op afstand van elkaar gelegen lippen 12 en 13 is aangebracht en is voorzien van een boring waarin de pen 20 gestoken is. Verschuiving van de pen 20 wordt voorkomen door een aanslag 25, bijvoorbeeld 10 een verende clip, die in een gat 26 van de pen 20 is gestoken.
De pen 20 heeft een verlengd gedeelte 24 dat tegenover de handgreep 21 buiten de lip 13 uitsteekt en van een gat 27 is voorzien waarin een pen overeenkomstig de pen 25 gestoken kan worden.
15 De steunbalken 17 en 18 zijn nabij hun ondereinden en nabij hun achterzijden voorzien van bevestigingsoren 30. Aan deze oren zijn schoorbalken 28 en 29 gekoppeld die met hun andere einden zijn gekoppeld aan bevestigingsoren 31 nabij de achterzijde van de gestelbalk 9.
20 Aan de achterzijde van de gestelbalk 9 is een steun- poot 32 aangebracht door middel van een koppelpen 33. De pen 33 is door gaten in lippen 35, die aan het boveneinde van de steunpoot 32 zijn aangebracht, gestoken en door gaten in achterlippen 34 die aan de gestelbalk 9 zijn bevestigd.
25 Aan de voorzijde van de steunbalken 17 en 18 en nabij hun ondereinden zijn koppelorganen vormende lippen 36 aangebracht, waarmede de hefarmen 37 van de hefinrichting van een trekker gekoppeld kunnen worden zoals in fig. 1 is weergegeven. De niet nader weergegeven aandrijfmiddelen voor 30 de verspreidorganen 4 kunnen via een tussenas 38 met de af-takas van de trekker 39 gekoppeld worden, zoals in fig. 1 is aangegeven.
De uitvinding dient in het bijzonder om,bevestigd aan de trekker 39,tijdens het voortbewegen materiaal, bijvoor-35 beeld kunstmest, over het land uit te strooien. Hierbij wordt het uit te strooien materiaal in het reservoir 3 meegevoerd en tijdens het bedrijf via de doseermechanismen 5 aan de verspreidorganen 4 toegevoerd. De doseermechanismen 5 zijn zodanig in te stellen dat de gewenste hoeveelheid mate- 35011 10 j c - 4 - riaal per tijdseenheid vanuit het reservoir aan de verspreid-organen kan worden toegevoerd. De verspreidorganen worden vanaf de aftakas van de trekker via de tussenas 38 en niet nader weergegeven overbrengingsorganen aan de inrichting 5 in rotatie gebracht tijdens bedrijf, zodat het daaraan toegevoerde materiaal door de verspreidorganen wordt weggeworpen. De verspreidorganen 4 worden hierbij in rotatie gebracht om zich in hoogterichting uitstrekkende draaiingsassen. Elk van de verspreidorganen zal het materiaal hierbij over de 10 gewenste afstand uitstrooien om een gelijkmatig strooibeeld te verkrijgen. Bij voorkeur worden de verspreidorganen zodanig aangedreven en is de toevoer aan de verspreidorganen zodanig, dat elk van de verspreidorganen het materiaal over dezelfde sector uitstrooit als het andere verspreidorgaan.
15 In het bijzonder om materiaal uit te strooien over gewassen die reeds een bepaalde afstand tot boven de grond reiken is het gewenst de strooiorganen op een aanzienlyke afstand boven de grond, respectievelijk boven de toppen van het opgegroeide gewas te brengen om het materiaal over de 20 gewenste breedte te kunnen uitstrooien. Hiervoor is de liftbok 16 aan het gestel 1 van de inrichting bevestigd, waarbij de hefarmen 37 met de lippen 36 van de liftbok 16 kunnen worden verbonden, zoals in fig. 1 is weergegeven. Hierdoor kan de inrichting op een aanzienlijke afstand boven de grond 25 gebracht worden door middel van de hefarmen 37, waarbij de lippen 10 door middel van de topstang 11 met de trekker zijn verbonden. De steunbalken 17 en 18 zijn hierbij tegen scharnieren om de steunpennen 20 vergrendeld door de aanwezigheid van de schoorbalken 28 en 29.
30 De inrichting kan ook gebruikt worden zonder lift bok waarbij deze, omvattende de steunbalken 17, 18 en de schoorbalken 28 en 29, van het gestel 1 afgenomen kan worden evenals de steunpoot 32. Wanneer de liftbok 16 van het gestel is afgenomen kunnen de lippen 12 en 13 met de hefarmen gekop-35 peld worden, zodat de inrichting zonder liftbok is te gebruiken, in een positie waarbij de verspreidorganen op een aanzienlijk geringere afstand boven de grond gelegen kunnen zijn om het materiaal over de gewenste breedte tijdens het voortbewegen van de inrichting met de trekker over het land a » <>* 4 4 =? Λ 3 3 U 1 l I 11 - 5 - te kunnen uitstrooien. Deze situatie zal gewoonlijk gebruikt worden als nog geen gewas boven de grond staat of slechts tot geringe hoogte boven de grond reikt.
De bevestiging van de liftbok 16 aan de inrichting 5 kan op eenvoudige wijze door één persoon geschieden. Hiervoor wordt de inrichting met de hefarmen 37 en een korte topstang 40 gekoppeld met de trekker zoals in fig. 4 is weergegeven.
Voor deze koppeling kan de inrichting op de grond staan.
Het liftbokgedeelte bestaande uit de met elkaar gekoppelde 10 steunbalken 17 en 18 wordt hierbij door middel van de steun-pen 20 scharnierbaar met de lippen 12 en 13 verbonden. De buiten de lippen 13 uitstekende verlengde delen 24 van de steunpennen 20 worden dan gebruikt om daaraan de hefarmen 37 te koppelen. Hierbij wordt in het gat 27 een pen als de 15 pen 25 gestoken om te voorkomen dat de hefarmen van het verlengde deel 24 losraken. De steunbalken 17 en 18 kunnen hierbij in een vanaf de pennen 20 naar voren zich uitstrekkende stand met het gestel 1 gekoppeld worden zoals in fig. 4 is weergegeven. Vanuit deze stand kan de inrichting geheven 20 worden, waarbij de steunbalken 17 en 18 ten opzichte van de lippen 12 en 13 in een richting volgens de pijl 41 ten opzichte van het gestel 1 zullen verdraaien. De inrichting wordt zodanig omhoog geheven dat de steunbalken 17 en 18 ongeveer in het verlengde van de balken 7 en 8 vrij vanaf 25 de lippen 12 en 13 naar beneden hangen aan de pennen 20.
Daarna kunnen de schoorbalken 28 en 29 aangebracht worden door deze te bevestigen aan de bevestigingsoren 30 en 31.
De steunpoot 3 2 is dan aan de lippen 34 aan te brengen door de koppelpen 33 zodat een situatie ontstaat ongeveer zoals 30 in fig. 5 is weergegeven. Hierna kan de inrichting met daaraan bevestigd de liftbok 16 en de steunpoot 32 neergelaten worden totdat de ondereinden van de steunbalken 17 en 18 op de grond steunen en de inrichting met deze steunbalken en de steunpoot 32 op de grond kan staan. Hierna kunnen de hefarmen 37 ont-35 koppeld worden van de verlengde delen 24 van de steunpennen 20. De hefarmen kunnen dan neergelaten worden en worden gekoppeld met de lippen 36 van de liftbok 16. De korte topstang 40 kan dan zonodig door een langere topstang 11 vervangen worden, waarna de inrichting gebruikt kan worden in de toe- r* "** Λ .¾ ·* · ΰ C' i i i Ü --—« - 6 - stand waarin zij door middel van de lippen 36 van de liftbok 16 met de hefarmen 37 is gekoppeld, zoals in fig. 1 is weergegeven. In omgekeerde volgorde kunnen de liftbok 16 en de steun-poot 32 van het gestel van de inrichting worden afgenomen 5 om de inrichting te kunnen gebruiken zonder de liftbok en steunpoot. Het aankoppelen respectievelijk loskoppelen van de liftbok 16 en de steunpoot 32 van de inrichting is gemakkelijk uit te voeren door het aanwezig zijn aan de pen 20 van het verlengde gedeelte 24 dat over een afstand 42 buiten 10 de lip 13 uitsteekt, welke afstand voldoende groot is om de breedte van de hefarmen 37 over het verlengde gedeelte 24 te kunnen aanbrengen.
Hoewel in dit uitvoeringsvoorbeeld het verlengde gedeelte 24 aan de buitenzijde van de lip 13 is gelegen kan 15 de steunpen 20 ook omgekeerd door de gaten van de lippen 12 en 13 en de bus 23 worden aangebracht, zodat het verlengde einde 24 aan de binnenzijde van de balk 8 respectievelijk buiten de lip 12 uitsteekt om daaraan de hefarmen 37 te kunnen koppelen.
20 De uitvinding is niet beperkt tot datgene wat hier voor is beschreven doch strekt zich ook uit tot datgene wat in de tekeningen is weergegeven en daaruit blijkt.
25 -Conclusies- * R 0 1 i i n
Claims (9)
1. Inrichting voor het uitstrooien van materiaal, die is voorzien van een gestel en ten minste één verspreid-orgaan, waarbij het gestel is voorzien van koppelorganen waarmede de inrichting met de hefinrichting van een trekker 5 of dergelijk voertuig koppelbaar is, met het kenmerk, dat aan de koppelorganen voor de hefarmen althars een deel van een liftbok is aangebracht door middel van scharnierpennen die ieder een verlengd uitstekend einde hebben waaraan een hefarm van de hefinrichting koppelbaar is.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de liftbok twee met elkaar gekoppelde steunbalken omvat, waarvan de boveneinden door middel van de scharnierpennen met de koppelorganen van het gestel zijn gekoppeld.
3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, 15 dat elk van de boveneinden van de steunbalken passend tussen twee op afstand van elkaar gelegen lippen van een koppelorgaan is aangebracht en door middel van de scharnierpennen scharnierend met deze lippen is gekoppeld.
4. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, 20 met het kenmerk, dat de steunpennen ieder een handgreep en een verlengd deel bezitten, waarbij het verlengde deel is voorzien van ten minste één gat voor een aanslagpen.
5. Werkwijze voor het bevestigen resp. afnemen van althans een deel van een liftbok aan resp. van een gestel 25 van een inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het deel van de liftbok door middel van de steunpennen scharnierbaar aan het gestel wordt bevestigd, waarna de hefarmen met de verlengden van de steunpennen worden gekoppeld en de inrichting door middel van de hefarmen 30 omhoog wordt bewogen totdat het deel van de liftbok althans ongeveer vrij hangend aan de steunpennen hangt en dan aan het gestel vastgezet kan worden, terwijl daarna de inrichting wordt neergelaten tot de liftbok op de grond steunt, waarna de hefarmen van de steunpennen worden losgenomen en met beves-35 tigingsorganen aan de liftbok worden gekoppeld, resp. in omgekeerde volgorde de liftbok van de inrichting kan worden afgenomen. -v O V 1 Λ ί \J ___ t Ilillil - 8 -
6. Werkwijze volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat aan het gestel een steunpoot wordt bevestigd, waarna de inrichting vrij van de hefinrichting op de liftbok en de steunpoot op de grond geplaatst kan worden.
7. Liftbok en/of steunpoot volgens een der voorgaan de conclusies, kennelijk bestemd om te worden toegepast bij een inrichting voor het uitstrooien van materiaal.
8. Inrichting zoals hiervoor is beschreven en in de tekeningen is weergegeven.
9. Werkwijze voor het bevestigen resp. het loskoppe len van een liftbok aan resp. van een gestel van een inrichting volgens een der conclusies 1-4, 7 of 8. 15 -o-o-o-o-o- 3501110
Priority Applications (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8501110A NL8501110A (nl) | 1985-04-16 | 1985-04-16 | Inrichting voor het uitstrooien van materiaal. |
| EP86200634A EP0198562A1 (en) | 1985-04-16 | 1986-04-15 | An apparatus for spreading material |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8501110A NL8501110A (nl) | 1985-04-16 | 1985-04-16 | Inrichting voor het uitstrooien van materiaal. |
| NL8501110 | 1985-04-16 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8501110A true NL8501110A (nl) | 1986-11-17 |
Family
ID=19845844
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8501110A NL8501110A (nl) | 1985-04-16 | 1985-04-16 | Inrichting voor het uitstrooien van materiaal. |
Country Status (2)
| Country | Link |
|---|---|
| EP (1) | EP0198562A1 (nl) |
| NL (1) | NL8501110A (nl) |
Families Citing this family (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5603452A (en) * | 1995-08-31 | 1997-02-18 | Hester; Harvey L. | Stationary spreader |
Family Cites Families (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE2719405B2 (de) * | 1977-04-30 | 1979-11-15 | Amazonen-Werke H. Dreyer Gmbh & Co Kg, 4507 Hasbergen | Maschine zum Ausbringen von Düngemitteln |
| DE2841620A1 (de) * | 1978-09-25 | 1980-04-03 | Niemeyer Gmbh & Co Kg Soehne | Anbauvorrichtung fuer zentrifugal- duengerstreuer |
| NL8302688A (nl) * | 1983-07-28 | 1985-02-18 | Lely Nv C Van Der | Landbouwinrichting, in het bijzonder een inrichting voor het verspreiden van verspreidbaar materiaal. |
-
1985
- 1985-04-16 NL NL8501110A patent/NL8501110A/nl not_active Application Discontinuation
-
1986
- 1986-04-15 EP EP86200634A patent/EP0198562A1/en not_active Withdrawn
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| EP0198562A1 (en) | 1986-10-22 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4319643A (en) | Front folding agricultural tool bar with movable carriage to which wings coupled | |
| CA2037249C (en) | Implement suspension mechanism | |
| CA1256406A (en) | Hydraulic bumper lift device for a pickup truck | |
| NL8501110A (nl) | Inrichting voor het uitstrooien van materiaal. | |
| NL8105770A (nl) | Landbouwwerktuig. | |
| NL8002233A (nl) | Aan een trekker te bevestigen inrichting voor het losmaken van grond. | |
| NL8302688A (nl) | Landbouwinrichting, in het bijzonder een inrichting voor het verspreiden van verspreidbaar materiaal. | |
| NL8204382A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| US4157642A (en) | Catch frame for fruit picker | |
| US2787477A (en) | Folding drawbar and transport | |
| SU1297717A3 (ru) | Устройство дл монтажа на трактор навесной уборочной машины | |
| CN209563166U (zh) | 一种农具翻转臂 | |
| NL9301170A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| NL8500187A (nl) | Grondbewerkingsmachine. | |
| US3785441A (en) | Hinge construction | |
| NL8201807A (nl) | Aanbouwbok voor driepuntshefinrichting van een trekker. | |
| NL8001263A (nl) | Landbouwwerktuig, in het bijzonder grondbewerkingsmachine. | |
| US2896776A (en) | Harvester | |
| NL9100572A (nl) | Landbouwmachine. | |
| NL1003030C2 (nl) | Inrichting voor het bewerken van landbouwgewas met hefinrichting. | |
| GB2121266A (en) | An apparatus for mounting a tool to a tractor | |
| NL1005026C1 (nl) | Landbouwmachine. | |
| US928186A (en) | Manure-scraper. | |
| US2179549A (en) | Push-off for sweep rakes | |
| US2882980A (en) | Harrow lift attachment |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed |