NL8501092A - Zwadvormer voor landbouwoogstprodukten. - Google Patents
Zwadvormer voor landbouwoogstprodukten. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8501092A NL8501092A NL8501092A NL8501092A NL8501092A NL 8501092 A NL8501092 A NL 8501092A NL 8501092 A NL8501092 A NL 8501092A NL 8501092 A NL8501092 A NL 8501092A NL 8501092 A NL8501092 A NL 8501092A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- drum
- screw
- drums
- swath
- screw surfaces
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D57/00—Delivering mechanisms for harvesters or mowers
- A01D57/30—Rotating attachments for forming windrows
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D78/00—Haymakers with tines moving with respect to the machine
- A01D78/08—Haymakers with tines moving with respect to the machine with tine-carrying rotary heads or wheels
- A01D78/10—Haymakers with tines moving with respect to the machine with tine-carrying rotary heads or wheels the tines rotating about a substantially vertical axis
- A01D78/1085—Having two rows of rotors on two different horizontal lines perpendicular to the advance direction of the machine
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D84/00—Haymakers not provided for in a single one of groups A01D76/00 - A01D82/00
- A01D84/02—Haymakers not provided for in a single one of groups A01D76/00 - A01D82/00 with flexible tools
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Outside Dividers And Delivering Mechanisms For Harvesters (AREA)
- Registering, Tensioning, Guiding Webs, And Rollers Therefor (AREA)
- Soil Working Implements (AREA)
- Apparatuses For Bulk Treatment Of Fruits And Vegetables And Apparatuses For Preparing Feeds (AREA)
Description
t * V.0. 7162.
Zwadvormer voor landbouwoegstgrodakten.
De uitvinding heeft betrekking op een zwadvormer voor land-bouwoogstprodukten met een of meer, nagenoeg verticaal aangebrachte en omlopend aangedreven trommels, welke aan hun, naar de grond toegekeerde einde met aan de trommel bevestigde vlakke opnemers uit-5 gerust zijn.
Machines van dit type zijn bijvoorbeeld in het DE-OS 2843782 weergegeven. De opnemers van deze machines moeten het op de grond liggende oogstmateriaal voor zich uit schuiven en naast de machine in een zwad afleggen. Opdat het oogstmateriaal van de grond gelicht 10 wordt, kunnen de vlakke opnemers een hoek ten opzichte van het grondoppervlak vormen en aldus met hun onderkant onder het oogstmateriaal grijpen. Omdat de cmtreksnelheid van het gereedschap steeds veel groter is dan de transportsnelheid van het oogstmateriaal, wordt dit door een aantal opnemers aangeslagen en verder getransporteerd totdat 15 dit tenslotte uit het bereik van de opnemers komt. Omdat het oogstmateriaal vaak in dikke lagen op de grond ligt, komt slechts een gedeelte daarvan in het werkzame bereik van de vlakke opnemers, terwijl het overige gedeelte op de door de opnemers omvatte deel-hoeveelheid ligt. De transportwerking wordt daardoor benadeeld.
20 Om dit nadeel te verminderen werd bijvoorbeeld in het DE-OS 3034268 voorgesteld, Icings de trommelomtrek staafjes aan te brengen, welke het transport van het hoger liggende oogstmateriaal overnemen. Ook deze werktuigen hebben het nadeel, dat zij het te transporteren oogstmateriaal meervoudig aanslaan en het materiaal-25 transport niet steeds volledig waarborgen.
Doel van de uitvinding is, een zwadvormer met werktuigen uit te voeren, welke het grootste gedeelte van het oogstmateriaal met stompe werktuigen voor zich uit schuiven, terwijl ze de op de grond liggende rest van die grond lichten, naar boven transporteren en 30 naar de stompe werktuigen toe leiden.
Voor dat doel moeten de met de trommelmantel verbonden opnemers als schroefvlakken zijn uitgevoerd. Deze schroeivlekken gaan aan hun omtrek gelijkmatig over in naar onderen gerichte mantelvlakken. Bij voorkeur strekken de schroefvlakken zich over meer dan een kwart tot 35 de halve trommelhoogte uit en zijn twee tot vijf van zulke schroefvlakken verzet langs de trommelmantel aangebracht.
O 5 Mf i ij & 2 4 ί -2-
Volgens een verder kenmerk van de uitvinding moeten de aan'de omtrek van de schroefvlakken naar onderen gerichte mantelvlakken aan hun boveneinden nagenoeg of geheel vertikaal staan en kunnen van het materiaal transport bevorderende meenemers voorzien zijn.
5 Om tijdens het materiaaltransport de naar boven gerichte beweging van het oogstmateriaal in een voorwaarts en zijdelings gerichte beweging om te zetten, wordt volgens de uitvinding voorgesteld, dat de schroefvlakken naar boven toe toenemend smaller en de naar onderen gerichte mantelvlakken toenemend breder worden.
10 Doelmatig is het, dat de schroefvlakken zich ten minste over een kwart van de trommelhoogte uitstrekken, waarbij volgens een voorstel van de uitvinding de schroefvlakken zodanig aangebracht en uitgevoerd zijn, dat zij op afstand van de‘trommelmantel verlopen en over ongeveer hun hele lengte naar buiten gewelfd zijn.
15 Volgens een ander voorstel van de uitvinding kunnen de trommels in hun onderbereik over de omtrek verdeeld meerdere instulpingen bezitten, welke elk door een schroefvlak doorlopen worden. Voor een dergelijke uitvoeringsvorm is het gunstig, wanneer de schroefvlakken met hun buitenomtrek niet of slechts onwezenlijk buiten de buitenomtrek 20 van de trommels uitsteken en wanneer boven de schroefvlakken aan de trommelmantel stompe meenemers aangebracht zijn.
Het is doelmatig, de schroefvlakken aan hun aan de grondzijde gelegen einden van geveerde soepele of elastische, vlakke als een spoed van een schroef aangezette vlakken te voorzien. Deze kunnen aan 25 de kopzijde grijpend zijn uitgevoerd.
Het is ook doelmatig, dat de schroefvlakken geen constante spoed hebben.
Pig. 1 toont een met twee trommels uitgeruste zwadvormer volgens de uitvinding van boven gezien, 30 figT 2 toont in zijaanzicht een trommel met een trommelmantel in de vorm van een afgeknotte kegel, fig. 3 zulk een trommel met cilindervormige trommelmantel, fig. 4 in zijaanzicht een trommel met wederom een trommel in de vorm van een afgeknotte kegel, 35 fig. 5 in zijaanzicht een ander uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding, fig. 6 in zijaanzicht een verder uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding, en ή ~ Λ i Π n £ -3- * t fig. 7 een doorsnede aanzicht volgens de lijn VI-VI in fig. 4.
Als voorbeeld wordt een van twee trommels voorziene zwadvormer voor de aanbouw aan het driepuntsstangenstelsel van een trekker beschreven.
5 Evenzo kunnen min of meer trommels dan wel verrijdbare machines toegepast worden.
De zwadvormer bezit aan de vooreinde een driepuntsbok 1, welke via een uitlegger 2 met het machineframe 3 verbonden is. In het machineframe 3 is een drijfwerk 4 ingebouwd, waardoor de trommels 10 5, 5' aangedreven worden.
De trommels 5,5' hebben een vertikale, in elk geval iets naar voren hellende draaiingsas. De trommels 5, 5' worden in de zin van de pijlen A aangedreven. (Wanneer het zwad tussen de trommels afgelegd moet worden, kunnen de trommels ook in tegengestelde zin aangedreven 15 worden).
De trommel 5 (fig. 2) heeft een mantel 6 in de vorm van een afgeknotte kegel waarop schroeivlekken 7 bevestigd zijn.
Omdat de schroeivlekken 7 met hun omtrek ongeveer op een gedachte cilinder moeten liggen en de mantel 6 de vorm heeft van een 20 afgeknotte kegel, heeft dit tot gevolg, dat hier de schroeivlekken 7 van onderen naar boven gezien, steeds smaller worden. Bij een trommel 5' (fig. 3) is de trommelmantel 6' cilindrisch.
De schroefvlakken 7' zijn hier op afstand van de trommelmantel 6' verlopend aangebracht en over nagenoeg hun hele lengte radiaal naar 25 buiten gewelfd uitgevoerd. Zij zijn door schoren 13 aan de trommel 6' bevestigd.
Bij het uitvoeringsvoorbeeld volgens fig. 6 hebben de trommels 5' in hun onderbereik, over de omtrek verdeeld, drie instulpingen 14, welke elk door een schroefvlak doorlopen worden. De schroefvlakken 7 30 zijn zodanig aangebracht, dat zij met hun buitenomtrek niet of slechts weinig buiten de buitenomtrek van de trommels 5' uitsteken. Boven de schroefvlakken 7 zijn bij een uitvoeringsvorm volgens dit voorstel aan de trommelmantel 6 stompe meenemers 15 aanwezig.
Het ondereinde van de schroefvlakken 7, 7' is van elastische 35 vlakken 9, 9' voorzien, welke zover naar onderen reiken, dat zij het n o 9 « % -5-
Conclusies.
1. Zwadvormer voor landbouwoogstmateriaal met een of meer nagenoeg vertikaal aangebrachte en aangedreven trommels, welke aan hun, naar het grondoppervlak toegekeerde einde met aan de trommelmantel 5 bevestigde vlakke opnemers uitgerust zijn, met het kenmerk, dat de op-nemers als schroefvlakken (7, 7') uitgevoerd zijn, welke aan hun omtrek in naar onderen gerichte mantelvlakken (8, 8') overgaan.
2. Zwadvormer volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de schroefvlakken aan hun omtrek in naar onder gerichte mantelvlakken 10 (8, 8') overgaan.
3. Zwadvormer volgens conclusie 1 - 2, met het kenmerk, dat de schroefvlakken (7, 7') zich tenminste over meer dan een kwart tot de halve trommelhoogte uitstrekken.
4. Zwadvormer volgens conclusie 1-3, met het kenmerk, dat 15 twee tot vijf schroefvlakken (7, 7') aan de omtrek van de trommelmantel (6, 6') verzet aangebracht zijn.
5. Zwadvormer volgens een van de conclusies 1-4, met het kenmerk, dat de aan de omtrek van de schroefvlakken (7, 7') naar onderen gerichte mantelvlakken (8, 8') aan hun boveneinde nagenoeg of geheel 20 vertikaal staan.
6. Zwadvormer volgens conlusie 1-5, met het kenmerk, dat de schroefvlakken (7') op afstand van de trommelmantel (6') verlopen en over hun gehele lengte radiaal naar buiten gewelfd uitgevoerd zijn.
7. Zwadvormer volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de 25 schroefvlakken (7, 7') naar boven toe toenemend smaller en naar onderen gerichte mantelvlakken (8, 8') toenemend breder worden.
8. Zwadvormer volgens een van de conclusies 1-7, met het kenmerk, dat de schroefvlakken (7, 7') aan hun naar de grond gekeerde einde van de verend soepele of elastische vlakken (9, 9') voorzien zijn.
30 9. Zwadvormer volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat het vlak (9') in de draairichting van voren een naar omlaag wijzend kopvlak (11) heeft.
10. Zwadvormer volgens conclusies 1-9, met het kenmerk, dat de schroefvlakken (7, 7') geen constante spoed hebben.
850)092
Claims (16)
1. Zwadvormer voor landbouwoogstmateriaal met één of een aantal nagenoeg verticaal aangebrachte en aangedreven trommels, welke aan hun, naar de grond toe gekeerde einde met aan de trommelmantel bevestigde vlakvormige opnemers uitgerust zijn, met het kenmerk, dat de 5 opnemers ten minste grotendeels als schroefvlakken (7, 7') uitgerust zijn,
2. Zwadvormer volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de schroefvlakken (7, 7') aan hun omtrek in naar onderen gerichte mantel-vlakken (8, 8’) overgaan.
3. Zwadvormer volgens conclusies 1-2, met het kenmerk, dat zich de schroefvlakken (7, 7') tot op ten minste een kwart van de trommelhoogte uitstrekken,
4. Zwadvormer volgens conclusies 1- 3, met het kenmerk, dat zich de schroefvlakken (7, 7') tot over meer dan de halve troramel- 15 hoogte uitstrekken.
5. Zwadvormer volgens conclusies 1-3, met het kenmerk, dat twee tot vijf schroefvlakken (7, 7') aan de omtrek van de trommelmantel (6, 6*) versprongen aangebracht zijn.
6. Zwadvormer volgens conclusies 1-5, met het kenmerk, 20 dat de aan de omtrek van de schroefvlakken (7, 7') naar onderen gerichte mantelvlakken (8, 8*) aan hun boveneinde nagenoeg of geheel verticaal staan.
7. Zwadvormer volgens conclusies 1-6, met het kenmerk, dat de schroefvlakken (7*) op afstand van de trommelmantel (6') ver- 25 lopen en over ongeveer hun gehele lengte radiaal buitenwaarts gewelfd gevormd zijn.
8. Zwadvormer volgens conclusies 1-7, met het kenmerk, dat de schroefvlakken (7, 7') naar boven toe toenemend smaller en de naar onderen gerichte mantelvlakken (8, 8') toenemend breder worden.
9. Zwadvormer volgens conclusies 1-8, met het kenmerk, dat de schroefvlakken (7, 7') aan hun aan de grondzijde gelegen einde zijn voorzien van verend meegevende of elastische vlakken (9, 9‘).
10. Zwadvormer volgens conclusie 9, met het kenmerk, dat 8501092 -il" die verend meegevende of elastische vlakken (9') in de draairichting vooraan naar omlaag wijzende kopvlakken (11) hebben.
10 Volgens een verder kenmerk van de uitvinding kunnen de aan de omtrek van de schroefvlakken naar onderen gerichte mantelvlakken aan hun boveneinden nagenoeg of geheel verticaal staan. Ook kunnen de schroefvlakken zijn voorzien van, het materiaaltransport bevorderende, meenemers.
11. Zwadvormer volgens conclusies 9 en 10, met het kenmerk, dat de verend soepele of elastische vlakken (9, 9') aan hun kopzijde 5 stroef uitgevoerd zijn (fig. 1).
11. Zwadvormer volgens conclusies 1 - IQ, met het kenmerk, dat de schroef vlakken (7, 7', 8) van het transport van het produkt bevorderende meenemers (10) voorzien zijn.
12. Zwadvormer volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de trommels (5') in hun onderste bereik over de omtrek verdeeld een aantal instulpingen (14) bevatten, waar telkens een schroefvlak doorheen loopt.
12. Zwadvormer volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de 5 trommels (5') in hun onderbereik over de omtrek verdeeld meerdere instulpingen 14 hebben, die elk door een schroefvlak doorlopen worden.
13. Zwadvormer volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de schroef vlakken (7) aan hun buitenomtrek niet of slechts in onbelangrijke mate buiten de buitenomtrek van de trommels (5') uitsteken.
13. Zwadvormer volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de schroefvlakken (7) met hun buitenomtrek niet of slechts onwezenlijk buiten de buitenomtrek van de trommels (5') uitsteken.
14. Zwadvormer volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat boven de schroeivlekken (7) aan de trommelmantel (6 ) is -voorzien in 15 stompe meenemers (15).
14. Zwadvormer volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat boven de schroefvlakken (7) aan de trommelmantel (6'j stompe meenemers (15) aanwezig zijn.
15. Zwadvormer volgens conclusies 1-13, met het kenmerk, dat de schroefvlakken (7, 7') geen constante spoed hebben.
15 Volgens een verder voorstel van de uitvinding kunnen voorts de schroefvlakken op afstand van de trommelmantel verlopen en over ongeveer hun hele lengte radiaal buitenwaarts gewelfd gevormd zijn. Om tijdens het materiaaltransport de naar boven gerichte beweging van het oogstmateriaal in een voorwaarts en zijdelings gerichte 20 beweging om te zetten, wordt volgens de uitvinding voorgesteld, dat de schroefvlakken naar boven toe toenemend smaller en de naar onderen gerichte mantelvlakken toenemend breder worden. Tevens is het volgens de uitvinding doelmatig, de schroefvlakken aan hun aan de grondzijde gelegen einden van verend meegevende 25 of elastische, minder steil dan de spoed van een schroef aangezette, vlakken te voorzien. Deze kunnen in de dwarsrichting vooraan, naar omlaag wijzende kopvlakken hebben, en aan hun kopzijde stroef uitgevoerd zijn. Volgens een ander voorstel van de uitvinding kunnen de trommels in hun onderste bereik over de omtrek verdeeld een aantal in-30 stulpingen bevatten, waar telkens een schroefvlak doorheenloopt. Bij een dergelijke uitvoeringsvorm is het gunstig, wanneer die schroefvlakken aan hun buitenomtrek niet of slechts in onbelangrijke mate buiten de buitenomtrek van de trommels uitsteken en wanneer boven de schroefvlakken aan de trommelmantel is voorzien in stompe meenemers.
35 Het is ook doelmatig, wanneer de schroefvlakken geen constante spoed hebben. q o ; ' ' Z -4- Fig. 1 is een bovenaanzicht van een met twee trommels uitgeruste zwadvormer volgens de uitvinding? fig. 2 is een zijaanzicht van een trommel met afgeknot kegelvormige trommelmantel; 5 fig. 3 is eveneens een zijaanzicht van een trommel doch met cilindervormige trommelmantel? fig. 4 is een zijaanzicht van een andere trommeluitvoe-ring, weer met een trommelmantel in de vorm van een afgeknotte kegel? fig. 5 is een zijaanzicht van nog een ander uitvoerings- 10 voorbeeld? fig. 6 is een zijaanzicht van een verder uitvoerings-voorbeeld volgens de uitvinding, waarbij de trommel in zijn onderste bereik instulpingen bevat? en fig. 7 een doorsnede-aanzicht volgens de lijn VII-VII 15 in fig. 6. Als voorbeeld worden van twee trommels voorziene zwad-vormers voor de aanbouw aan het driepuntsstangenstelsel van een trekker beschreven. Er kunnen echter ook minder of meer trommels, dan wel 20 verrijdbare machines toegepast worden. De zwadvormer bezit aan het vooreinde een driepuntsbok 1, welke via een uitlegger 2 met het machineframe 3 verbonden is. In het machineframe 3 is een drijfwerk 4 ingebouwd, waardoor de trommels 5, 5* aangedreven worden. De trommels 5, 5' hebben een verticale, eventueel iets 25 naar voren hellende draaiingsas. De trommels 5, 5' worden in pijlrichting A aangedreven. (Wanneer het zwad tussen de trommels neergelegd moet worden, kunnen de trommels ook in tegengestelde draairichting aangedreven worden). De trommel 5 volgens de figuren 2 en 4 heeft een mantel 30 6 in de vorm van een afgeknotte kegel, waaraan schroefvlakken 7 bevestigd zijn. Aangezien, volgens de fig. 2 en 4, de schroefvlakken 7 met hun buitenomtrek ongeveer op een denkbeeldige cilinder moeten liggen en de mantel 6 de vorm heeft van een afgeknotte kegel, heeft dit tot gevolg, dat hier de schroefvlakken 7 van onderen naar boven beschouwd, steeds smaller 35 worden. Bij de trommels 5' volgens de figuren 3 en 5 is de trom- 85 0 1 0 8 ?. -to- ^43 melmantel 6' cilindrisch. Volgens fig. 3 zijn de schroefvlakken {7') van onderen tot boven ongeveer even breed. De mantelvlakken 8 zijn hier voorzien van meenemers 10 , welke het produkttransport bevorderen. Volgens fig. 5 zijn de schroefvlakken 7' op afstand 5 van de trommelmantel 6' verlopend aangebracht en over nagenoeg hun hele engte radiaal buitenwaarts gewelfd gevormd. -Zij zijn door middel van schoren 13 aan de trommel 6' bevestigd. Bij het uitvoeringsvoorbeeld volgens fig. 6 bevatten de trommels 5' in hun onderste bereik, over de omtrek verdeeld, drie *0 instulpingen 14, waar telkens een schroef vlak doorheen loopt. Die Schroefvlakken 7 zijn zodanig aangebracht, dat zij met hun buitenomtrek niet of slechts weinig buiten de buitenomtrek van de trommels 5' uitsteken. Boven de schroefvlakken 7 is bij een uitvoeringsvorm volgens dit voorstel aan de trommelmantel 6 voorzien in stompe meenemers 15. De ondereinden van de schroefvlakken 7, 7' van de weergegeven uitvoeringen zijn van elastische vlakken 9, 9' voorzien, welke zo ver omlaag reiken, dat zij het maaiveld of de grasstoppels bereiken. Volgens de figuren 2 en'4 is het vlak 9 naar verhou-20 ding plat aangezet. In de figuren 3 en 5 is een andere uitvoeringsvorm voor de vlakken 9' weergegeven, waarbij een groter kopvlak aanwezig is, om ook zwaardere produktmassa's te transporteren. Onder de trommels 5,5' zijn vaste of draaibare steun-25 schotels 12 gelegerd, waarop de machine bij het werken steunt. Tijdens bedrijf wordt de machine in pijlrichting B voortbewogen. De trommels 5, 5' draaien in pijlrichting A. Het op de grond liggende oogstmateriaal wordt in de bovenste lagen door de schroefvlakken 7, 7' respectievelijk mantelvlakken, of volgens fig. 4 door de trommelmantel 6' aangegrepen en naar opzij geschoven. De onderste lagen worden door de elastische vlakken 9, 9' onderschoven, respectievelijk omhoog geschoven en glijden over de schroefvlakken 7, 7' naar boven en worden daarbij tevens naar opzij verplaatst. Het door de trommel 5' opgenomen en naar opzij verplaatste oogstmateriaal wordt aan de 35 trommel 5 afgegeven en, tezamen met het door deze opgenomen oogstmateri-· aal, aan de linkerzijde van de trommel als zwad gedeponeerd. 3501092 *· % -//- aiTaia] -4JUN1985
15. Zwadvormer volgens conclusies 8 en 9, met het kenmerk, dat de vlakken (9, 9') aan hun kopzijde grijpend uitgevoerd zijn (fig. 1). ö 5 Λ i η Q “7 V/ i ζΛ V ·«-’ * 1 vo 7162 iav.aiaj (IJ i-—- f -4JUNI985 I iSttWiH·»··MMBWRasS Zwadvormer voor landbouwoogstprodukten. De uitvinding heeft betrekking op een zwadvormer voor landbouwoogstprodukten met één of een aantal, nagenoeg verticaal aangebrachte en omlopend aangedreven trommels, welke aan hun, naar de grond toe gekeerde einde met aan de trommelmantel bevestigde, vlakvormige 5 opnemers uitgerust zijn. Machines van deze soort zijn bijvoorbeeld in het DE-OS 2843782 geopenbaard. De opnemers van deze machines moeten het op de grond liggende oogstmateriaal vóór zich uit schuiven en naast de machine in een zwad neerleggen. Om er voor te zorgen, dat het oogstmateriaal van de 10 grond afgelicht wordt, kunnen de vlakvormige opnemers een hoek ten opzichte van het maaiveld vormen en aldus met hun onderrand onder het oogstmateriaal grijpen. Aangezien de omtreksnelheid van de gereedschappen steeds veel groter is, dan de transportsnelheid van het oogstmateriaal, wordt dit door een aantal opnemers aangeslagen en verder getransporteerd, 15 totdat het tenslotte uit het bereik van de opnemers komt. Omdat het oogstmateriaal dikwijls in dikke lagen op de grond ligt, komt slechts een gedeelte ervan in het werkzame bereik van de vlakvormige opnemers, terwijl de rest op de door de opnemers gegrepen deelhoeveelheid ligt. Dit is nadelig voor de transporterende werkzaamheid.
20 Om dit nadeel te verminderen werd bijvoorbeeld in het DE-OS 3034268 voorgesteld, aan de trommelomtrek staafjes aan te brengen, welke het transport van het hoger liggende oogstmateriaal overnemen. Ook deze werktuigen hebben het nadeel, dat zij het te transporteren oogstmateriaal een aantal malen aanslaan en het materiaaltransport niet steeds 25 volledig waarborgen. Doel van de uitvinding is, een zwadvormer uit te voeren met werktuigen, welke het grootste gedeelte van het oogstmateriaal met stompe werktuigen voor zich uit schuiven, terwijl zij de op de grond liggende rest van de grond aflichten, naar boven transporteren en naar 30 de stompe werktuigen toe leiden. Daartoe dienen de met de trommelmantel verbonden opnemers volgens de uitvinding als schroefvlakken te zijn uitgevoerd. Bij voorkeur 8501092 (2} gaan, volgens de uitvinding, deze schroefvlakken aan hun omtrek (geleidelijk) over in naar onderen gerichte mantelvlakken. Volgens de uitvinding kunnen zich de schroefvlakken voorts tot op ten minste een kwart van de trommelhoogte uitstrekken. Ook is het volgens de uitvinding mo-5 gelijk, dat die schroefvlakken zich tot over meer dan de halve trommelhoogte uitstrekken. Volgens de uitvinding kunnen er voorts, op doelmatige wijze, twee tot vijf schroefvlakken aan de omtrek van de trommelmantel versprongen aangebracht zijn.
16. Zwadvormer volgens conclusies 1 - 14, met het kenmerk r dat de schroefvlakken (7, 7', 8) van, het transport van het produkt 20 bevorderende, meenemers (10) zijn voorzien. 3501092
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| DE19843415131 DE3415131A1 (de) | 1984-04-21 | 1984-04-21 | Schwader fuer landwirtschaftliches erntegut |
| DE3415131 | 1984-04-21 | ||
| DE19843421006 DE3421006A1 (de) | 1984-04-21 | 1984-06-06 | Schwader fuer landwirtschaftliches erntegut |
| DE3421006 | 1984-06-06 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8501092A true NL8501092A (nl) | 1985-11-18 |
Family
ID=6234187
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8501092A NL8501092A (nl) | 1984-04-21 | 1985-04-12 | Zwadvormer voor landbouwoogstprodukten. |
Country Status (7)
| Country | Link |
|---|---|
| JP (1) | JPS6135719A (nl) |
| CH (1) | CH666382A5 (nl) |
| DE (2) | DE3415131A1 (nl) |
| FR (1) | FR2563077A1 (nl) |
| GB (1) | GB2157535B (nl) |
| NL (1) | NL8501092A (nl) |
| ZA (1) | ZA852920B (nl) |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3610545A1 (de) * | 1986-03-27 | 1987-10-01 | Claas Saulgau Gmbh | Trommelschwader |
| US6125622A (en) * | 1998-11-12 | 2000-10-03 | Brackebusch; Albert L. | Windrow turner |
| DE102011053352A1 (de) | 2011-09-07 | 2013-03-07 | Thomas Reiter | Fahrgassenräumer |
| US11160206B2 (en) * | 2019-05-31 | 2021-11-02 | Deere & Company | Crop mowing implement and a converging drum therefor |
Family Cites Families (13)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| CH327994A (de) * | 1955-12-16 | 1958-02-28 | Lang Alfred | Landwirtschaftliches Arbeitsgerät |
| DE1482840A1 (de) * | 1965-06-18 | 1970-01-02 | Fahr Ag Maschf | Kreiselmaehwerk |
| FR1500062A (fr) * | 1966-06-21 | 1967-11-03 | Heywang Ets | Faucheuse rotative |
| FR1536573A (fr) * | 1966-08-29 | 1968-08-16 | Râteau à andains pour le déplacement latéral d'une récolte couchée sur le sol | |
| DE1582334A1 (de) * | 1967-06-24 | 1970-09-24 | Fahr Ag Maschf | Rechkoerper fuer eine Vorrichtung zum seitlichen Zusammenbrechen von auf dem Boden liegenden Erntegut |
| DE1632815A1 (de) * | 1968-01-23 | 1971-01-21 | Friedrich Moertl | Stroemungsfoerdernde Mittel an einem Maehwerk mit rotierenden Schneidaggregaten |
| GB2005523B (en) * | 1977-10-07 | 1982-04-15 | Samibem Sa | Haymaking machine |
| FR2405008A1 (fr) * | 1977-10-07 | 1979-05-04 | Samibem Sa | Machine de fenaison sans dents metalliques |
| ES8306563A2 (es) * | 1979-09-18 | 1983-06-01 | Belrecolt Sa | Maquina segadora de heno perfeccionada |
| FR2471733B1 (fr) * | 1979-12-20 | 1986-10-03 | Belrecolt Sa | Machine agricole pour le fanage ou le conditionnement de vegetaux |
| GB2081565B (en) * | 1980-08-14 | 1984-11-14 | Nat Res Dev | Cutting and conditioning crop |
| DE3104723A1 (de) * | 1981-02-10 | 1982-08-26 | Josef Ing. 4600 Wels Oberösterreich Leßlhumer | Kreiselmaeher |
| FR2542566B1 (fr) * | 1982-07-08 | 1987-08-14 | Belrecolt Sa | Machine de fenaison perfectionnee |
-
1984
- 1984-04-21 DE DE19843415131 patent/DE3415131A1/de not_active Withdrawn
- 1984-06-06 DE DE19843421006 patent/DE3421006A1/de not_active Ceased
-
1985
- 1985-04-12 NL NL8501092A patent/NL8501092A/nl not_active Application Discontinuation
- 1985-04-17 CH CH1664/85A patent/CH666382A5/de not_active IP Right Cessation
- 1985-04-18 ZA ZA852920A patent/ZA852920B/xx unknown
- 1985-04-19 GB GB08510107A patent/GB2157535B/en not_active Expired
- 1985-04-19 FR FR8505985A patent/FR2563077A1/fr active Pending
- 1985-04-22 JP JP8470085A patent/JPS6135719A/ja active Pending
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ZA852920B (en) | 1985-12-24 |
| GB8510107D0 (en) | 1985-05-30 |
| CH666382A5 (de) | 1988-07-29 |
| DE3415131A1 (de) | 1985-10-31 |
| DE3421006A1 (de) | 1985-12-12 |
| GB2157535B (en) | 1988-06-08 |
| GB2157535A (en) | 1985-10-30 |
| FR2563077A1 (fr) | 1985-10-25 |
| JPS6135719A (ja) | 1986-02-20 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| DE2843775C2 (nl) | ||
| CA1078195A (en) | Crop pickup device | |
| US5450717A (en) | Crop aerator | |
| US7418811B2 (en) | Mid mount rakes and pickup with side delivery swathers | |
| EP0152978B1 (en) | Crop gathering attachment for crop harvesting machine | |
| NL8500009A (nl) | Gewasverwerkingsinrichting. | |
| DE2606151A1 (de) | Vorrichtung zum seitlichen versetzen von halmgut | |
| US5375403A (en) | Lowbush berry harvester | |
| NL8501092A (nl) | Zwadvormer voor landbouwoogstprodukten. | |
| DE19527607C2 (de) | Mähvorrichtung für stengeliges Halmgut | |
| CA1249727A (en) | Blueberry harvester | |
| EP0439991A1 (en) | A side discharger for a windrower | |
| US2770937A (en) | Method of harvesting and curing forage crops | |
| NL8005199A (nl) | Vorkloze hooimachine. | |
| CA1134622A (en) | Crop divider for a harvester | |
| US7024846B2 (en) | Header for harvesting stalk crops | |
| US3521439A (en) | Apparatus for harvesting cereal grains,leafy vegetables,or hoed vegetables | |
| DE19501382A1 (de) | Lade- und Fördervorrichtung für landwirtschaftliche Erntemaschinen, insbesondere Selbstladewagen | |
| DE10257775A1 (de) | Einzugs- und Pflückeinrichtung | |
| JPH0521529B2 (nl) | ||
| NL8401042A (nl) | Machine met tenminste een aandrijfbaar harkorgaan. | |
| DE19535454A1 (de) | Schneid- und Fördervorrichtung für stengeliges Halmgut | |
| JP2565367Y2 (ja) | コンバインにおける穀稈移送装置 | |
| JPS6142339Y2 (nl) | ||
| NL1000903C2 (nl) | Silage systeem voor het naar een silo brengen van balen gewas. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| BV | The patent application has lapsed |