[go: up one dir, main page]

NL8500604A - Magneetbandcassette met bandbeschermingsdeksel en slotmechanisme. - Google Patents

Magneetbandcassette met bandbeschermingsdeksel en slotmechanisme. Download PDF

Info

Publication number
NL8500604A
NL8500604A NL8500604A NL8500604A NL8500604A NL 8500604 A NL8500604 A NL 8500604A NL 8500604 A NL8500604 A NL 8500604A NL 8500604 A NL8500604 A NL 8500604A NL 8500604 A NL8500604 A NL 8500604A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
magnetic tape
cassette
opening
sliding
housing
Prior art date
Application number
NL8500604A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Sony Corp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Sony Corp filed Critical Sony Corp
Publication of NL8500604A publication Critical patent/NL8500604A/nl
Priority to NL8601834A priority Critical patent/NL194313C/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B23/00Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture
    • G11B23/02Containers; Storing means both adapted to cooperate with the recording or reproducing means
    • G11B23/04Magazines; Cassettes for webs or filaments
    • G11B23/08Magazines; Cassettes for webs or filaments for housing webs or filaments having two distinct ends
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B15/00Driving, starting or stopping record carriers of filamentary or web form; Driving both such record carriers and heads; Guiding such record carriers or containers therefor; Control thereof; Control of operating function
    • G11B15/675Guiding containers, e.g. loading, ejecting cassettes
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B23/00Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture
    • G11B23/02Containers; Storing means both adapted to cooperate with the recording or reproducing means
    • G11B23/04Magazines; Cassettes for webs or filaments
    • G11B23/08Magazines; Cassettes for webs or filaments for housing webs or filaments having two distinct ends
    • G11B23/087Magazines; Cassettes for webs or filaments for housing webs or filaments having two distinct ends using two different reels or cores
    • G11B23/08707Details
    • G11B23/08735Covers
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B23/00Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture
    • G11B23/02Containers; Storing means both adapted to cooperate with the recording or reproducing means
    • G11B23/04Magazines; Cassettes for webs or filaments
    • G11B23/08Magazines; Cassettes for webs or filaments for housing webs or filaments having two distinct ends
    • G11B23/087Magazines; Cassettes for webs or filaments for housing webs or filaments having two distinct ends using two different reels or cores
    • G11B23/08707Details
    • G11B23/08735Covers
    • G11B23/08742Covers in combination with brake means

Landscapes

  • Packaging Of Annular Or Rod-Shaped Articles, Wearing Apparel, Cassettes, Or The Like (AREA)

Description

\' * i k
Sony 1681 "Magneetbandcas sette met bandbeschermingsdeksel en slot-mechanisme"
De onderhavige uitvinding heeft in het algemeen betrekking op een magneetbandcassette, welke in het bijzonder geschikt is voor opname en weergave van pulscode-gemoduleerde (PCM)-signalen. Meer in het bijzonder heeft de uitvinding 5 betrekking op een magneetbandcassette die is voorzien van een beschermingsdeksel, dat een vooropening, waar doorheen een magneetband naar buiten getrokken wordt en toegankelijk is, afdekt, en een slotmechanisme voor het in de open positie l vergrendelen van het deksel wanneer de cassette in gebruik 10 is en het vergrendelen in de gesloten positie wanneer deze niet in gebruik is.
Onlangs zijn verscheidene opneem- en weergeefinrichtingen ontwikkeld, die analoge signalen, zoals audiosignalen en dergelijke, omzetten in digitale signalen, bijvoorbeeld 15 PCM-signalen, welke vervolgens opgenomen worden op en weergegeven van magneetband welke als registratieband dient.
Sommige van deze inrichtingen maken gebruik van roterende koppen teneinde een relatief hoge registratiedichtheid te bereiken. Opneem- en weergeefinrichtingen, die in het bij-20 zonder ontwikkeld zijn voor het opnemen en weergeven van PCM-signalen en welke gebruik maken van een roterende kop, zullen in de gehele beschrijving "PCM-recorder" worden genoemd. Een PCM-recorder trekt eerst een lus van magnetische band naar buiten door een vooropening van de cassette en windt de band 25 om een roterende trommel, welke de roterende kop opneemt, waarna de registratie en weergave wordt uitgevoerd. Bij dergelijke digitale opneem- en weergeefsystemen kunnen vettige afzettingen, zoals vingerafdrukken of dergelijke, en/of aan het bandoppervlak klevend stof uitval (dropout) van de weer-30 gegeven signalen veroorzaken.
Verscheidene benaderingen zijn geprobeerd voor het beschermen van het magnetische registratiemedium. Bijvoorbeeld kan een deksel worden gebruikt dat de opening in het vooreinde van de cassette, waar doorheen de band voor toegang door een 8500604 * Η % « - 2 - roterende kop naar buiten wordt getrokken, wordt bedekt. Dit deksel wordt gesloten gehouden wanneer de band niet in gebruik is en wordt in een open positie bewogen wanneer de cassette in de PCM-recorder wordt gestoken. Bij deze eerste benadering 5 kan een nadeel optreden, wanneer het deksel onbedoeld of per ongeluk wordt geopend, waardoor de band blootgesteld wordt aan vettige vingerafdrukken, stof enzovoorts, wanneer deze niet in gebruik is. Een slotmechanisme dat het deksel op geschikte wijze in zijn open en gesloten posities kan vergrendelen, zou 10 dit probleem kunnen oplossen.
Het is derhalve een doel van de uitvinding een magneet-bandcassette te verschaffen met een bandbeschermingsdeksel voor het bedekken van de vooropening van de cassette, waardoorheen een magneetband naar buiten wordt getrokken teneinde 15 op een roterende kop geladen te worden, en een slotmechanisme voor het op geschikte en betrouwbare wijze in zijn open positie vergrendelen van het deksel wanneer de cassette.in gebruik is en in zijn gesloten positie, wanneer deze niet in gebruik is.
20 Een ander en meer specifiek doel van de uitvinding is het verschaffen van een magneetbandcassette met een slotmechanisme dat het deksel normaal in zijn gesloten positie vergrendelt en het deksel ontgrendelt wanneer de cassette in een bijbehorende PCM-recorder wordt gestoken en het deksel in zijn 25 open positie vergrendelt, wanneer de cassette in gebruik is.
Om de bovengenoemde en andere doeleinden te bereiken, wordt een magneetbandcassette volgens de uitvinding voorzien van een scharnierend deksel, dat zwenkbaar bevestigd is aan weerseinden van een huis, zodanig dat dit een beweging kan 30 uitvoeren tussen een open positie waarin het deksel de vooropening van het huis, waar doorheen een magneetband.naar buiten getrokken kan worden om op een roterende kop geladen te worden wanneer de cassette in gebruik is, vrij laat en een gesloten positie waarin het deksel de opening bedekt, teneinde 35 toegang tot de band, wanneer deze niet in gebruik is, te voorkomen. De magneetbandcassette wordt ook voorzien van een schuivend dekselorgaan, dat verschuifbaar gemonteerd is aan êên vlak van het huis en samenwerkt met het eerdergenoemde 8500604 t «* *
V
- 3 - zwenkbare deksel. Het verschuifbare dekselorgaan wordt ofwel in een gesloten positie gehouden wanneer het scharnierende deksel in zijn gesloten positie verkeert, teneinde een bodem-uitsparing te bedekken, waar doorheen een inrichting, die een 5 deel vormt van een bandverzorgingsmechanisme, naar binnen gestoken kan worden, of een open positie, wanneer het scharnierende deksel zich in zijn open positie bevindt, teneinde toe te j laten /dat de eerdergenoemde inrichting van het bandverzorgingsmechanisme in het huis aangrijpt door de bodemuitsparing, teneinde 10 de band op de roterende kop te laden.
In de voorkeursconstructie omvat het grendelmechanisme . een vertikaal heen en weer beweegbaar in het huis geplaatste grendelpen. Het ondereinde van de grendelpen steekt door de bodem van het huis en zorgt voor een grendelaangrijping met 15 het verschuifbare dekselorgaan in zowel zijn gesloten als in zijn open positie.
De grendelpen werkt samen met een veer die deze normaal in een grendelpositie dwingt waarin het ondereinde van de grendelpen door de bodem van het huis uitsteekt, teneinde het 20 verschuifbare dekselorgaan in zijn open positie of in zijn gesloten positie te vergrendelen, en een ontgrendelpositie waarin deze in het huis is teruggetrokken teneinde een schuif-beweging van het verschuifbare dekselorgaan tussen de open en gesloten positie toe te laten.
25 Volgens één aspect van de uitvinding omvat een magneet- bandcassette een cassettehuis met een mond waardoorheen een magneetband toegankelijk is, welke mond een eerste opening in een vooreindvlak van het huis en een tweede opening in een onderste deel van het huis nabij het vooreindvlak omvat, waar-30 bij een zwenkbaar deksel de eerste opening van de mond kan bedekken en vrij kan laten, terwijl een verschuifbaar sluit-orgaan verschuifbaar is ten opzichte van het onderste gedeelte van het cassettehuis en de tweede opening van de mond kan bedekken en vrij kan laten, en het sluitorgaan beweegbaar is 35 tussen een eerste positie waarin dit de tweede opening bedekt en een tweede positie waarin het de tweede opening vrijlaat, terwijl een veerbelaste grendelpen binnen het cassettehuis is aangebracht en in zijn langsrichting beweegbaar is, waarbij 8500604
* V
- 4 - de grendelpen het sluitorgaan normaal in de eerste positie houdt wanneer de cassette niet in gebruik is, en het sluitorgaan in de tweede positie laat bewegen wanneer de cassette in een bijbehorende opneem- en weergeefinrichting wordt ge-5 stoken.
Volgens een ander aspect van de uitvinding omvat een magneetbandcassette een cassettehuis met een mond, waardoorheen een magneetband toegankelijk is, welke mond een eerste opening in een vooreindvlak van het huis en een tweede 10 opening in een onderste gedeelte van het huis nabij het vooreindvlak omvat, en een paar spoelasopeningen, waardoorheen aandrijfnaven van bandspoelen toegankelijk zijn, een scharnierend deksel voor het bedekken en vrijlaten van de eerste opening van de mond, een vrij in de voorwaartse en achter-15 waartse richting tussen eerste en tweede schuifposities verschuifbaar sluiterorgaan, waarbij de spoelasopeningen en de tweede opening in de eerste schuifpositie vrijgelaten worden en de spoelasopeningen en de tweede opening door het sluiterorgaan in de tweede schuifpositie worden bedekt, het verschuif-20 bare sluitorgaan samenwerkt met het zwenkbare deksel in de tweede schuifpositie, op een zodanige wijze, dat het sluiterorgaan verhindert, dat het zwenkbare deksel de eerste opening vrijlaat, terwijl binnen het cassettehuis een veerbelaste grendelpen is aangebracht die in zijn langsrichting beweeg-25 baar is, en het sluiterorgaan normaal in de eerste positie houdt -wanneer de cassette niet in gebruik is, en toelaat dat het sluiterorgaan naar de tweede positie beweegt wanneer de cassette in een bijbehorende opneem- en weergeefinrichting wordt gestoken.
30 Volgens een verder aspect van de uitvinding omvat een magneetbandcassette een van een toegangsopening daarin voorzien hol huis, bandtransportmiddelen met een paar roteerbaar binnen het huis op onderlinge afstand aangebrachte naven voor het dragen van een daarop gewikkelde magneetband, 35 waarbij de bandtransportmiddelen een handloop bepalen, die een deel van de toegangsopening omvat, binnen het huis gemonteerde remmiddelen die beweegbaar zijn tussen een rempositie waarin deze de naven verhinderen te roteren en een geloste 8500604 * 1* - 5 - positie waarin deze de naven vrij laat roteren, een door de remmiddelen aangrijpbaar deksel dat beweegbaar is tussen een gesloten positie waarin het de opening bedekt, waarbij de band gedeeltelijk wordt beschermd, en een open positie, waarin 5 het de opening gedeeltelijk vrijlaat, waardoor de band toegankelijk wordt voor samenwerking met een opneem- en weergeef-inrichting, waarbij de deksel bij het bewegen uit de gesloten i positie naar de open positie een beweging van de remmiddelen ! veroorzaakt vanuit de rempositie naar de geloste positie, en ! 10 het bewegen uit de open positie naar de gesloten positie een beweging van de remmiddelen veroorzaakt uit de geloste positie naar de rempositie, terwijl montagemiddelen het deksel aan het j
huis vasthouden, zodanig dat dit beweegbaar is tussen de ge- I
sloten positie en de open positie, een verschuifbaar sluiter- j 15 orgaan dat verschuifbaar is ten opzichte van het cassettehuis ! en kan samenwerken met het deksel voor het volledig bedekken en vrijlaten van de toegangsopening, waarbij het sluiterorgaan beweegbaar is tussen een eerste positie waarin de toegangsopening gedeeltelijk wordt bedekt en een tweede positie waarin 20 de toegangsopening gedeeltelijk wordt vrijgelaten, en een veerbelaste grendelpen aangebracht is in het cassettehuis en beweegbaar is in zijn langsrichting, welke grendelpen het sluiterorgaan normaal in de eerste positie houdt wanneer de cassette niet in gebruik is, en het sluiterorgaan naar de 25 tweede positie laat bewegen wanneer de cassette in een bijbehorende opneem- en weergeefinrichting wordt gestoken.
De uitvinding zal meer in het bijzonder worden begrepen uit de hierna volgende gedetailleerde beschrijving en uit de bijgevoegde tekeningen van de voorkeursuitvoeringsvorm van de 30 uitvinding, die echter op geen enkele wijze een beperking vormt.
Fig. 1 is een perspektivisch aanzicht van de voorkeurs-uitvoeringsvorm van een magneetbandcassette volgens de onderhavige uitvinding, waarbij een zwenkbaar deksel en een verschuifbaar dekselorgaan in hun respektieve gesloten posities 35 verkeren.
Fig. 2 is een perspektivisch aanzicht van een magneetbandcassette van Fig. 1, gezien vanaf de onderzijde van de cassette, waarbij het zwenkbare deksel en het verschuifbare -85 00 6 0 4 - 6 -
# V
dekselorgaan in hun respektieve gesloten posities verkeren, overeenkomend met de toestand van Fig. 1;
Fig. 3 is een perspektivisch aanzicht van de magneet-bandcassette volgens Fig. 1 gezien vanaf de onderzijde van de 5 cassette, waarbij het zwenkbare dekseldeel en het verschuifbare dekseldeel in hun respektieve open posities verkeren tijdens het gebruik van de cassette?
Fig. 4 is een perspektivisch aanzicht met uiteengenomen delen van de magneetbandcassette volgens Fig. 1; 10 Fig. 5 is een perspektivisch aanzicht van boven van het bovenste deel van de magneetbandcassette volgens Fig. 1, waarbij de bovenste sectie ondersteboven wordt getoond?
Fig. 6 is een vergrote doorsnede volgens de lijn VI-VI in Fig. 2? 15 Fig. 7 is een vergrote gedeeltelijke doorsnede volgens de lijn VII-VII in Fig. 2;
Fig. 8 is een bovenaanzicht van het onderste deel van de in Fig. 4 getoonde bandcassette, waarbij de randen van het onderste deel gedeeltelijk weggesneden zijn teneinde de wijze 20 van aangrijping tussen een remorgaan en het onderste deel te tonen ?
Fig. 9 is een gedeeltelijk bovenaanzicht van een casset-tehouder van de opneem- en weergeefinrichting van Fig. 8, gezien in de richting van de pijl IX in Fig. 8? 25 Fig. 10 is een gedeeltelijke doorsnede van een opneem- ëg weergeefinrichting (PCM recorder) met een roterende kop, waarbij de voorkeursuitvoeringsvorm van de magneetbandcassette volgens de uitvinding wordt toegepast?
Fig. 11 is een schematisch aanzicht van de magneetband-30 cassette van Fig. 1, waarin het zwenkbare dekseldeel en het verschuifbare dekseldeel in hun gesloten positie worden getoond terwijl de cassette niet in gebruik is?
Fig. 12, 13 en 14 zijn met Fig. 10 overeenkomende doorsneden die de werking van het insteken van de voorkeursuit-35 voeringsvorm van een magneetbandcassette in de cassettehouder tonen, en
Fig. 15 is een met Fig. 10 overeenkomend schematisch aanzicht, dat echter het zwenkbare dekseldeel en het verschuifbare dekseldeel in hun open posities toont wanneer de casset- 8500604 * ί - 7 - te in gebmik is.
In het bijzonder in Fig. 1 tot en met 4 is te zien, dat de voorkeursuitvoeringsvorm van de magneetbandcassette volgens de onderhavige uitvinding in het algemeen een huis 1 om-5 vat, met een bovenste deel 2 en een onderste deel 3, welke met elkaar zijn verbonden door schroefbouten (niet getekend), op een op zichzelf algemeen bekende wijze, teneinde een enkele eenheid te vormen. In het bovenoppervlak van het bovenste deel 2 is een doorzichtige vensterplaat 2a ingebouwd. Een 10 in het cassettehuis opgenomen paar spoelnaven 4a en 4b grijpt roteerbaar een paar spoelasinsteekopeningen 5a en 5b. De openingen 5A en 5B zijn gevormd in het onderste deel 3 en wel op bepaalde plaatsen die een geschikte afstand verzekeren tussen de spoelnaven 4a en 4b. Om de spoelnaven 4a en 4b is een 15 magneetband 6 gewikkeld.
Een scharnierend deksel 8 is roteerbaar of scharnierend bevestigd aan de rechter en linker zijwanden van het cassettehuis, nabij het vooreinde van de bandcassette. Wanneer het scharnierende dekseldeel 8 weggezwenkt wordt van het vooropper-20 vlak van de bandcassette, komt de magneetband 6 vrij. Een in hoofdzaak rechthoekige uitsparing 3a is in het vooreinde van het onderste deel 3 gevormd. Wanneer de magneetbandcassette in een PCM recorder wordt gestoken, die later kort zal worden beschreven, wordt een bandgeleidingssysteem of een een deel 25 van een band vasthoudmechanisme (niet getoond) vormende inrichting, die een deel van de band 6 naar buiten trekt voor het aanbrengen daarvan op een roterende kop van de PCM recorder, in de uitsparing 3a gestoken. Een verschuifbaar dekseldeel 9 grijpt aan op het onderste deel 3 en bedekt de uitspa-30 ring 3a of laat deze vrij bij het heen en weer schuiven daarvan.
Wanneer de bandcassette niet in gebruik is, bevindt het scharnierende dekseldeel 8 zich tegenover een vooropening die in het vooroppervlak van het huis 1 is gevormd, zodanig 35 dat deze opening wordt bedekt. Tegelijkertijd bevindt het schuifdeksel 9 zich in zijn naar voren verschoven positie waarin deze de uitsparing 3a van het onderste deel 3 bedekt, en dus verhindert dat het bandgeleidingssysteem in de band- 8500604 - 8 -
* V
cassette voor de band reikt. Het scharnierende dekseldeel 8 kan van het vooroppervlak van de cassette wegzwenken teneinde de magneetband 6 vrij te laten, en het schuifdeksel 9 kan naar achteren bewegen teneinde de uitsparing 3a vrij te 5 laten zodat het bandgeleidingssysteem in de uitsparing 3a kan reiken en een deel van de magneetband 6 uit het cassette-huis kan trekken teneinde dit deel op een roterende trommel aan te brengen voor het uitvoeren van een opname of weergave. Wanneer daarna de opname- of weergave wordt beëindigd en de 10 bandcassette terugkeert naar de rusttoestand, bewegen het scharnierende deksel en het schuifdeksel terug naar de eerdergenoemde gesloten posities- In het resterende gedeelte van deze beschrijving zullen de posities van het scharnierende deksel 8 en het schuifdeksel 9, waarin deze de voor-15 opening respektievelijk de uitsparing 3a bedekken, de "rustpos ite" worden genoemd en de positie van het deksel 8 en het deksel 9, waarin deze de vooropening en de uitsparing 3a vrij laten, zal de "gebruikspositie" worden genoemd.
Het cassettehuis 1 heeft ook een paar bandgeleidings-20 kolommen 7a en 7b, die in één geheel gevormd zijn met de linker en rechter zijden van de voorrand van het onderste deel 3, zoals in Fig. 4 wordt getoond. De magneetband 6 wordt tussen en om de bandgeleidingskromme 7a en 7b gespannen teneinde een bepaalde handloop of -baan langs de voorrand van 25 de bandcassette en langs de vooropening tegenover de roterende kop te volgen.
De in wezen rechthoekige uitsparing 3a van het onderste deel 3 strekt zich uit over een bepaalde breedte, teneinde het achteroppervlak van de tussen de bandgeleidingen 7a en 30 7b gespannen magneetband 6 vrij te laten. Tijdens opname of weergave steekt een deel van het bandverzorgingssysteem of het bandgeleidingssysteem vormende inrichting uit in de uitsparing 3a, en deze inrichting trekt een deel van de magneetband 6 naar buiten. Het bandverzorgingssysteem is een deel 35 van de PCM recorder.
Het scharnierende dekseldeel 8 is langwerpig in de grootste afmeting van de vooropening en heeft armen 8a, 8b die aan weerseinden uitsteken en het deksel 8 scharnierend 05 0 0 6 0 4 - 9 - j l i aan de voorzijde van het cassettehuis 1 bevestigen door raid- ! del van zwenkassen 8d. Het scharnierende dekseldeel 8 kan | dus scharnieren teneinde selectief de vooropening van het |
cassettehuis 1 te bedekken of vrij te laten. Het deksel 8 I
5 .· omvat ook een plaat 8c die langwerpig in de richting van de I
opening van het cassettehuis 1 en de gehele lengte van de voorzijde van het cassettehuis 1 bedekt. Wanneer het deksel 1 in de gesloten stand is geroteerd voor het bedekken van de voorzijde van het cassettehuis 1, liggen de armen 8a en 8b 10 in hetzelfde vlak als de omtrek van het bovenste deel 2, zoals het beste wordt getoond in Fig. 1 en 2. Wanneer het deksel 8 zich in. deze positie bevindt, wordt het dekseldeel 9 in de voorste positie gehouden onder de armen 8a en 8b, zoals getoond in Fig. 2 en 3, door later te beschrijven midde-15 len. De roterende assen 8d (waarvan er in Fig. 1 slechts één zichtbaar is), waaromheen het deksel 8 zwenkt, zijn ongeveer gecentreerd op de binnenoppervlakken van de respektieve armen 8a, 8b. Uitsparingen 8e, 8f zijn gevormd door kleine groeven in de onderrand van de plaat 8c te snijden aan de linker en 20 rechter uiteinden van de uitsparing 3a van het onderste deel 3.
Het schuifdeksel 9 heeft een afgeplatte U-vorm en is zodanig gemonteerd aan het onderste deel 3 van het cassettehuis 1 dat het heen en weer kan schuiven evenwijdig aan het onderopper-25 vlak van het onderste cassettedeel 3. In het schuifdeksel 9 zijn openingen 9a en 9b gevormd, respektievelijk overeenkomend met de spoelasinsteekopeningen 5a en 5b, en wel op zodanige plaatsen, dat nadat het schuifdeksel 9 geheel teruggeschoven is voor het vrijlaten van de uitsparing 3a, de opening 9a en 30 9b respektievelijk gecentreerd zijn op de spoelasinsteekopenin- \ gen 5a en 5b.
In de bodem van het onderste deel 3 direkt onder de band- geleidingskromme 7a en 7b zijn respektievelijk positionerings- j gaten 10a en 10b gevormd. Zoals in Fig. 4 wordt getoond, omvat 35 het schuifdeksel 9 een vlakke plaat 9c, die evenwijdig ligt aan het onderoppervlak van het onderste deel 3 en zijplaten 9d, 9e aan de linker en rechter zijde van de vlakke plaat 9c die evenwijdig liggen aan de buitenoppervlakken van de linker en rech-; _ i ' 8500604 - 10 - ter zijwanden van het onderste deel 3. Flenzen 9£ en 9g zijn gevormd door de boveneinden van de zijplaten 9d, 9e binnenwaarts te buigen. De flenzen 9f, 9g worden vertikaal maar niet horizontaal opgesloten tussen de zijwanden van de boven-5 ste en onderste delen 2, 3 nadat het huis 1 is samengevoegd. Na deze samenvoeging steekt een veeraangrijpingsanker 9h, dat gevormd is aan de vlakke plaat 9c door een een veer opnemende sleuf 18 in het onderste deel 3. Het veeranker 9h verankert één einde van een trekschroefveer 27 welke bestemd is om het dekselorgaan 9 in de voorste richting te belasten. Het andere einde van de schroeftrekveer 27 grijpt een veeraangrijpings-kolom 19 aan, die nabij de uitsparing 3a van het onderste deel 3 is geplaatst, met het resultaat, dat het dekseldeel 19 in voorwaartse richting wordt gedwongen in een positie, !5 waarin dit de uitsparing 3a bedekt. Deze beweging van het schuifdeksel 9 heeft ook tot gevolg dat de openingen 9a, 9b niet meer samenvallen met de openingen 5a, 5b, teneinde de band 6 volledig op te sluiten.
Contactdelen 9i en 9j strekken zich loodrecht naar 20 boven uit vanaf de vlakke plaat 9c aan de voorzijde van de plaat, op plaatsen die overeenkomen met de uitsparingen 8e en 8f van het deksel 8. De contactdelen 9i en 9j maken het mogelijk, dat de opneem-weergeefinrichting het deksel 9 naar achteren schuiven ter voorbereiding van het openen van 25 de cassette 1 op een hierna te beschrijven wijze.
Fig. 4 toont de relatieve positie van het dekseldeel 8, het schuifdeksel 9, een spoelremorgaan 11, dat later zal worden beschreven, het bovenste deel 2 en het onderste deel 3. Elk van deze componenten kan vervaardigd zijn van kunsthars, 20 zoals ABS. Het onderste deel 3 omvat een in hoofdzaak rechthoekige vlakke plaat, waarin de spoelasinsteekopeningen 5a en 5b zijn gevormd en een gestel met linker en rechter zijwanden, een voorste deel waarin de bandgeleidingskolommen 7a, 7b zijn gevormd en een achterwand. De meeste zijwanden en het 25 buitenoppervlak van de vlakke plaat van het onderste deel 3 zijn voorzien van uitsparingen, zodat het schuifdeksel 9 samenvalt met het buitenoppervlak van het overige gedeelte van de zijwanden en de bodem van de onderste sectie 3.
8500604 - 11 -
De vooreinden van de linker en rechter zijwanden zijn in dwarsrichting binnenwaarts getrapt met de dikte van de armen 8a, 8b van het deksel 8, teneinde ondersteuningswan-den 12 te vormen. De bovenzijden van de ondersteuningswanden 5 12 zijn voorzien van inspringende gedeelten. Wanneer de bovenste sectie 2 en de onderste sectie 3 samengevoegd worden, komen passende ondersteuningswanden 20 in het bovenste deel 2 met hun randen in contact met de ondersteuningswanden 12. De inspringende gedeelten vormen dan openingen, die een zwenk-10 bare montage van de roterende assen 8d, (waarvan er in Fig.
4 slechts één zichtbaar is) van het deksel 8. Rechthoekige insteekopeningen 13 zijn nabij de voorste, onderste hoeken van de steunwanden 12 gevormd. Afschermingen 14a, 14b en 14c bepalen de drie wanden van de uitsparing 3a, waardoor de 15 binnenzijde van het cassettehuis 1 afgeschermd is van de uitsparing 3a.
Trapvormige vattingen 16a (waarvan er in Fig. 4 slechts ëén zichtbaar is) strekken zich uit langs de bovenwanden van de linker en rechter zijwanden van het onderste deel 20 3 en evenwijdig daaraan. De diepte van de getrapte vattingen 16a is niet zo groot als de dikte van de armen 8a, 8b van het deksel 8. Geleidingsgroeven 16b strekken zich uit langs elke zijwand van het onderste deel 3 evenwijdig aan elkaar en aan de getrapte vattingen 16b. Overeenkomstig de vattingen 16a 25 zijn de geleidingsgroeven 16b niet zo diep als de armen 8a en 8b van het deksel 8 dik zijn.
Zoals het beste wordt getoond in Fig. 6, nemen de getrapte vattingen 16a de bovenranden 9g van het schuifdeksel 9 op. Ook neemt de geleidingsgroef 16b binnenwaarts 30 gerichte inspringende gedeelten 26 verschuifbaar op, welke gevormd zijn in de zijplaten 9d en 9e van het schuifdeksel 9. Een verschuifbare aangrijping tussen de vattingen 16a en de randen 9g en tussen de geleidingsgroeven 16b en de inspringende gedeelten 26 geleiden de verschuivingsbeweging van het 35 schuifdeksel 9 ten opzichte van de uitsparing 3a langs de zijwanden van het onderste deel.
Een ringvormige kraag of flensdelen 17a, 17b omcirkelen elk van de spoelasinsteekopeningen 5a, 5b.
8500604 « 'u - 12 -
Teneinde het schuifdeksel 9 in de voorste gesloten positie te dwingen, wordt de in de bodemplaat 3c van de onderste sectie 3 gevormde rechthoekige veeropneraende sleuf 18 gecentreerd tussen de spoelasinsteekopeningen 5a, 5b en 5 strekt zich met zijn grootste afmeting evenwijdig aan de richting van voor naar achteren uit. De veeraangrijpings-kolom 19 is aan het voor einde van de veer opnemende sleuf 18 aangebracht. De trekveer 27 die het dekseldeel 9 naar voren dwingt, is aangebracht tussen de kolom 19 en het aan 10 het deksel 9 gevormde ankeruitsteeksel 9h.
Fig. 4 en 5 tonen details vanhet bovenste deel 2.
Het bovenste deel 2 omvat een in hoofdzaak rechthoekige vlakke plaat, waarin de doorzichtige vensterplaats 2a is gevormd en een raam met linker en rechter zijwanden en een achterwand. 15 De buitenomtrekken van het bovenste deel 2 komen overeen met de buitenomtrekken van het onderste deel 3 en de schuifdeksel 9.
Steunwanden 20 zijn zodanig gevormd, dat de vooreinden van de linker en rechter zijwanden binnenwaarts versprin-20 gen over de dikte van de armen 8a en 8b van het deksel 8, evenals de steunwanden 12 van het onderste deel 3. De steunwanden 20 en 12 bepalen de boven omschreven openingen wanneer deze met de randen tegen elkaar aan zijn samengevoegd.
Een afschermingswand l4d (Fig. 5) past op de afscher-25 mingswand 14c (Fig. 4). Wanneer het bovenste deel 2 en het onderste deel 3 met elkaar zijn gekoppeld, komen de afscher-mingswanden 14d en 14c tégen elkaar aan, waardoor de binnenzijde van het cassettehuis gescheiden wordt, .van de uitsparing 3a.
30 Op éën lijn met de ringvormige kragen 17a en 17b van het onderste deel 3 zijn boogvormige kragen 21a, 21b, 21c en 2ld gevormd. De spoelnaven 4a en 4b worden roteerbaar ondersteund door de kragen 21a, 21b, 21c en 2ld van het bovenste deel 2 en de ringvormige kragen 17a en 17b van het onderste 35 deel 3. De kragen 21a, 21b, 21c en 21d zijn ongeveer even dik-als de gedeelten van het spoelremorgaan 11 die in kontakt komen met het bovenste deel 2, zodat het spoelremorgaan 11 niet buiten de kraagdelen 21a, 21b, 21c en 2ld kan uitsteken.
8500604 * f - 13 -
Hierdoor wordt beschadiging van de magneetband 6 door het spoelremorgaan 11 voorkomen.
Een bevestigingsnok 22 (Fig. 6) met een U-vorm in dwarsdoorsnede is aangebracht aan het bovenste deel 2 tegen-5 over de veeraangrijpingskolom 19 van het onderste deel 3.
Wanneer het bovenste deel 2 en het onderste deel 3 met elkaar zijn verbonden, wordt de veer aangrijpende kolom 19 opgenomen binnen de opening van de bevestigingsnok 22, en dus wordt het einde van de de veer aangrijpende kolom 19 aangrijpende 10 schroef veer 26 vastgehouden door het einde van de bevestigingsnok 22.
Een gekartelde uitsparing 23 is gevormd nabij het achtereinde van elk van de rechter en linker zijwanden teneinde een stevig houvast te verschaffen, wanneer de cassette 15 in de hand wordt gehouden. V-vormige holle steunen 24 zijn nabij het midden van de linker en rechter zijwanden gevormd. Wanneer de bandcassette in de opneem- en weergeefinrichting wordt gebracht, worden de holle steunen 24 aangegrepen van zowel de rechter als de linker zijde door (niet getoonde) steun-20 pennen.
Zoals in Fig. 5 en 7 wordt getoond, strekt een holle cilindrische nok 2b zich benedenwaarts van het bovenste deel 2 uit. Een cilindrische grendelpen 15 tegenover de nok 2b . kan hierin verticaal naar binnen en naar buiten schuiven. De 25 grendelpen 15 heeft een onderste grendelkop 15c van het van de nok 2b verwijderde einde. Aan de grendelpen 15 is tussen het uiteinde en de grendelkop 15c een flens 15a gevormd. De grendelkop 15c is één geheel met het uiteinde en de flens 15a verbonden door een deel 15b. Het deel 15b is cilindrisch en 30 heeft een grotere diameter dan het uiteinde. Het cilindrische deel 15b strekt zich uit door een cirkelvormige opening 3b door het onderste deel. De grendelkop 15c grijpt ofwel een cirkelvormige eerste slotopening 9k of een half-cirkelvormige tweede slotopening 9m aan, welke beide gevormd zijn in de vlakke 35 plaat 9c van het schuifdeksel 9. Wanneer de grendelkop 15c de eerste slotopening 9k aangrijpt, vergrendelt deze het schuifdeksel 9 in zijn gesloten stand. Wanneer anderszijds de grendelkop 15c de tweede grendelopening 9m aangrijpt, gren- 85 0 0 6 0 4 * ♦ - 14 - delt deze het deksel 9 in zijn open positie.
De grendelpen 15 kan in langsrichting in de nok 2b en eruit naar buiten schuiven. Om het uiteinde van de grendelpen 15 is een voorbelastingsveer 15d gewikkeld. Het boven-5 einde van de veer 15d rust tegen het ondereinde van de nok 2b en het ondereinde van de veer I5d rust tegen de flens 15a. Met andere· woorden, de flens 15a dient als veerzitting voor de veer 15d. Tegelijkertijd dient de flens 15a voor het begrenzen van de benedenwaartse slag van de grendelpen in reac-10 tie op de kracht van de veer 15d. Om deze reden is de diameter van de flens 15a groter dan de binnendiameter van de opening 3b door het onderste deel.
De veer 15d dwingt de grendelpen 15 constant naar beneden, zodat de grendelkop 15c buiten het onderoppervlak 15 van het onderste deel 3 door de opening 3b uitstrekt. De grendelpen 15 wordt normaal in zijn grendelstand gehouden waarin deze de schuifbeweging van het schuifdeksel 9 verhindert.
Zoals wordt getoond in Fig. 4 en 8, omvat het spoor-20 remorgaan 11 een schuifgeleidingsplaat 11a welke langwerpig is in een richting evenwijdig aan de vooropening van het huis en aan het deksel 8 en ligt langs het binnenoppervlak van het bovenste deel 2. Het deel 11 omvat ook L-vormige armen lid, 11c, die zich respektievelijk loodrecht naar beneden 25 uitstrekken aan weerseinden van de schuifgeleidingsplaat 11a, en vervolgens naar voren. Rempennen lid en lie die overeenkomen met de spoelnaven 4a respektievelijk 4b strekken zich achterwaarts van de schuifgeleidingsplaat 11a uit. Aan de buitenomtreksdelen van de spoelnaven 4a en 4b tegenover de 30 rempennen lid en 11e fcijn remwielen gevormd.
In het midden van de schuifgeleidingsplaat 11a is een veeraangrijpingspen llf gevormd, en bedieningslippen lig en llh. zijn gevormd aan de uiteinden van respektievelijk de armen 11b en llc. De centrale windingen van een torsieveer 25, die 35 gebruikt wordt voor het in zijn rempositie dwingen van het spoelremorgaan 11 is op de veer aangrijpende pen llf aangebracht. De vrije einden van de veer 25 drukken tegen de achterzijde van de afschermingswand 14d (Fig. 5) van het boven- 8500604 - 15 - * f ste deel 2 zodat de rempennen lid, 11e normaal de remwielen van de spoelnaven 4a en 4b aangrijpen (Fig. 11) waardoor de spoelnaven 4a en 4b worden verhinderd te roteren.
Het spoelremorgaan 11 is zodanig in de cassette 5 1 aangebracht, dat de einden van de lippen lig, llh door de insteekopeningen 13 van het onderste deel 3 uitsteken en wel over een bepaalde afstand tot buiten de ondersteunings-wanden 12. Wanneer het deksel 8 omhoog gezwenkt is, worden de uitstekende lippen lig, llh aangegrepen door de einden van 10 de armen 8a en 8b van het deksel 8, en wordt het spoelremorgaan 11 naar voren getrokken tegen de voorbelastingskracht van de veer 25 in. De rempennen.-lld, 11e komen dus vrij van de remwielen van de spoelnaven 4a en 4b, waardoor de spoelnaven 4a en 4b kunnen roteren (zie Fig. 15). Opgemerkt moet 15 worden, dat het deksel 8 omhoog bewogen wordt door (niet getoonde) bedieningspennen van het opneem/weergeefsysteem wanneer de cassette 1 geheel in de werkzame positie is opgenomen. De bedieningspennen leveren de kracht die nodig is om de kracht van de torsieveer 25 te overwinnen.
20 In Fig. 10 en 12 tot en met 14 is te zien, dat een paar grendelhefbomen 34 in een cassettehouder 33 zijn ingebouwd op punten, die elk tegenover de uitsparingen 8e en 8f in het deksel 8 liggen. Elk van de grendelhefbomen 34 is scharnierend bevestigd aan de bodem van de cassettehouder 33 25 zodanig dat deze om een scharnierpunt kunnen roteren. Elk van de grendelhefbomen heeft een eerste armdeel 34L met een gren-delklauwdeel 34N, dat zich bovenwaarts uitstrekt van het vrije einde van het eerste armdeel. De grendelhefbomén .34 hebben ook een tweede armdeel 34s, dat zich ten opzichte van het schar-30 nierpunt aan de andere zijde van het eerste armdeel 34L uitstrekt. De eerste en tweede delen 34L en 34s strekken zich schuin ten opzichte van elkaar uit op een zodanige wijze, dat wanneer het eerste armdeel 34L evenwijdig is aan de bodem van de cassettehouder 33, het tweede armdeel 34 zich onder een 35 hoek van ongeveer 45° ten opzichte van de bodem van de cassettehouder 33 bevindt.
Alhoewel dit niet duidelijk in de tekeningen wordt getoond, werkt de grendelhefboom 34 samen met voorbelastings- 85 00 6 0 4 « * - 16 - middelen zoals een torsieveer, welke normaal de grendelhef-boom gezien in Fig. 10 tegen de richting van de klok in dwingen. Zoals uit Fig. 10 duidelijk zal zijn, wordt daardoor het eerste armdeel 34L normaal naar de bodem van de cas-5 settehouder 33 gedwongen en wordt het tweede armdeel 34s normaal weggehouden van de bodem van de cassettehouder zoals in Fig. 10, 12 en 13.
Het grendelplaatdeel 34n ligt tegenover een niet-getoonde opening in de bodem van de cassettehouder 33. In de positie van de cassettehouder 33 zoals getoond in de Fig*,10, 10 12 en 13 strekt het grendelklauwdeel 34n zich uit door de opening in de binnenruimte van de cassettehouder naar binnen. De positie van de grendelklauw, wanneer deze uitsteekt in de binnenruimte 33a van de cassettehouder 33 komt overeen met de positie van de voorrand van het schuifdeksel 9 in zijn naar 15 achteren verschoven of open positie. Het grendelklauwdeel 34n beperkt dus de voorwaartse beweging van het schuifdeksel 9 nadat de cassette tot de in Fig. 12 getoonde, positie in de cassettehouder is gestoken. Een aanslagorgaan 35 strekt zich bovenwaarts van de bodem van de cassettehouder 33 uit^nabij de opening voor de grendelklauw 34n. Het aanslagorgaan 35 is 20 bestemd om in contact te komen met de voorrand van het schuifdeksel 9, nadat de grendelaangrijping tussen de grendelplaat 34n en de voorrand van het deksel 9 opgeheven is, teneinde te verzekeren dat het deksel 9 niet abrupt naar voren zal schuiven en het opneem- en weergeefmechanisme dat in de uit-25 sparing 3a van de cassette is gestoken, zal beschadigen. Deze functie zal later worden verduidelijkt.
De cassettehouder 33 is eveneens voorzien van een vasthoudveer 36, die uitsteekt vanaf de bovenzijde van de cassettehouder. Een vasthoudveer 36 grijpt het bovenoppervlak 30 van het bandcassettehuis aan teneinde de beweging van deze laatste binnen de cassettehouder te beperken.
Bovendien laat een doorgaande opening 37 in de bodem van de cassettehouder 33 toe, dat de kop 15c van de grendelpen 15 zich daardoorheen uitstrekt.
35 Fig. 12 tot en met 14 tonen de werking van de bandcassette 1. Wanneer de cassette 1 niet in gebruik is, 85 0 0 6 0 4 * > - 17 - (zie Pig. 7 en 8) wordt de voorzijde daarvan bedekt door het deksel 8 en wordt het schuifdeksel 9 door de schroefveer 27 in zijn voorste positie gedwongen. In dat geval wordt het spoelremorgaan 11 door de veer 25 naar achteren gedwongen en 5 dus grijpen de rempennen lid, 11e de remwielen van de spoel-naven 4a en 4b aan, zodat de spoelnaven 4a en 4b worden geblokkeerd en niet kunnen roteren. Bovendien zijn de spoelas-insteekopeningen 5a en 5b van het cassettehuis 1 en de corresponderende openingen 9a en 9b in het schuifdeksel 9 ten op-10 zichte van elkaar verschoven en wordt de uitsparing 3a bedekt door het schuifdeksel 9. De magneetband 6 wordt dus geheel opgesloten teneinde te voorkomen dat stof door de openingen 5a en 5b of de uitsparing 3a binnendringt en zich op de magneetband 6 afzet, en dat vingers en dergelijke de magneetband 15 6 aanraken. Bovendien bevinden de zijplaten 9d en 9e van .het deksel 9 zichdirekt onder de armen 8a en 8b, waardoor het deksel 8 wordt verhinderd te roteren. Het gevolg is dat, wanneer de cassette niet in gebruik is, het deksel 8 niet onbedoeld geopend kan worden.
20 Bij gebruik wordt de bandcassette in een opneem- en weergeefinrichting 28 aangebracht. Door de bandcassette in de binnenruimte 33a van de cassettehouder 33 te steken, komt het kopdeel 15c van de grendelpen 15 dat door het gat 3b in het onderste deel 3 van het cassettehuis 1 steekt, in contact met 25 de bodem van de cassettehouder. Tegelijkertijd grijpen de grendelklauwen 34n van de grendelhefbomen .34 van de cassettehouder 33 van de opneem- en weergeefinrichting 28 het contactorgaan 9i en 9j van het deksel 9 aan via de uitsparingen 8e en 8f van het deksel 8. Wanneer vervolgens de bandcassette verder 30 naar voren beweegt.-in de bandopneem- en weergeefinrichting 28, wordt het schuifdeksel 9 vastgehouden door de grendelklauw 34n van de grendelhefboom 34, terwijl de cassette 1 tegen de voor-belastingskracht van de schroefveer 27 in verder beweegt.
Wanneer het cassettehuis 1 in de cassettehouder 33 35 is gestoken, wordt de grendelpen 15 uit het gat 9k omhoog bewogen naar de in Pig. 7 met stippellijnen getoonde positie, doordat deze in contact komt met de bodem van .de cassetehou-der 33. Aangezien het einde van het kopdeel 15c is afgerond, 8500604 ' f - 18 - wordt vanuit deze positie een naar boven gerichte voorbelas-tingskracht uitgeoefend op de grendelpen door de rand van de opening 9k van het schuifdeksel 9, wanneer het cassettehuis I ten opzichte van het schuifdeksel 9 beweegt. De bovenwaartse 5 voorbelastingskracht die op de grendelpen 15 wordt uitgeoefend, overwint de benedenwaartse voorbelastingskracht, die wordt uitgeoefend door de veer 15b, zodat de grendelpen 15 omhoog beweegt, totdat het schuifdeksel 9 loskomt van de grendelpen 15 teneinde een relatieve verplaatsing van het 10 cassettehuis 1 en het schuifdeksel 9 mogelijk te maken. Een afstandshouder 35 ondersteunt tijdens het insteken het onderste deel 3.
Het schuifdeksel 9 schuift dus ten opzichte van het cassettehuis 1 naar achteren, waardoor de uitsparing 3a en de 15 positioneringsopeningen 10a en 10b (Fig. 9) worden vrijgemaakt, en de openingen 9a en 9b van het deksel 9 worden voor de spoelasinsteekopeningen 5a en 5b bewogen, zodat de spoel-asinsteekopeningen 5a en 5b worden geopend.
Nadat de cassette volledig in de cassettehouder 33 20 is gestoken, komt de grendelpen 15 voor een gat 37 te liggen door de bodem van de houder 33, en valt door de gaten 9m en 37, waardoor dus het schuifdeksel 9 en het cassettehuis 1 weer tezamen, zoals getoond in Fig. 13, worden vergrendeld.
Uit deze positie is de cassettehouder 33 gereed om neergela-25" ten te worden in het opneem- en weergeef systeem 28 naar de in Fig. 14 weergegeven stand, welke stand wordt bepaald door een afstandsstuk 29.
Het deksel 8 wordt dan omhoog geroteerd door de (niet getoonde) dekselbedieningspennen van de opneem- en 30 weergeef inrichting naarde in Fig. 14 en 15 getoonde positie. Terwijl het deksel 9 kantelt,· worden de bedieningslippen lig, llh van het spoelremorgaan 11 door de ondereinden van de armen 8a, 8b naar voren gedrukt, waardoor het spoelremorgaan II naar voren schuift tegen de voorbelastingskracht van de 35 veer 25 in. Hierdoor komen de rempennen lid en 11e los van de remwielen van de spoelnaven 4a en 4b en laten deze de spoel-naven 4a, 4b vrij, zodat deze kunnen roteren.
Positionerings-uitsteeksels 30 en spoelassen 31 van 8500604 k - 19 - f de opneem- en weergeefinrichting 28 worden respektievelijk gestoken in de positioneeropeningen 10a en 10b en de spoelas-insteekopeningen 5a en 5b, waarbij de magneetband 6 aan de voorzijde van het cassettehuis 1 wordt vrijgelaten en het 5 bandgeleidingssysteem (niet getoond) in de uitsparing 3a wordt gestoken. Het geleidingssysteem trekt een gedeelte van de magneetband naar buiten en beweegt deze over de roterende trommel van de opneem- en weergeefinrichting, waarna de gewenste opname of weergave uitgevoerd kan worden. Het verwij-10 zingscijfer 32 heeft betrekking op de basis van de spoelas 31.
Wanneer de magneetbandcassette uit de bedrijfstoe-stand wordt genomen en weer in een rusttoestand wordt gebracht, wordt een werking uitgevoerd, tegengesteld aan die welke 15 hierboven is beschreven.
Uit de voorgaande beschrijving van de voorkeursuit-voeringsvormen van de uitvinding zal het duidelijk zijn, dat vele modificaties en variaties door een deskundige kunnen worden aangebracht, zonder dat het kader van de uitvinding wordt 20 verlaten. Hoewel in de beschreven uitvoeringsvormen de veer 25 bijvoorbeeld het remorgaan 12 naar de rempositie dwingt, en het deksel 8 bij de beweging van de gesloten positie naar de open positie de kracht van de veer 25 moet overwinnen teneinde de rem te lossen, is het ook mogelijk dat een veer het 25 remorgaan 12 in de geloste positie dwingt en het deksel 8 bij de beweging van de open positie naar de gesloten positie de kracht van een dergelijke veer overwint teneinde de rem aan te zetten.
85 00 604

Claims (20)

1. Magneetbandcassette gekenmerkt door: een cassettehuis met een mond waardoorheen een magneetband toegankelijk is, welke mond een eerste opening in een vooreindvlak van het huis en een tweede opening in een 5 onderste deel van het huis nabij het vooreindvlak omvat, een scharnierend deksel dat de eerste opening van de mond kan bedekken en vrij kan laten; een verschuifbaar deksel dat verschuifbaar is ten opzichte van het onderste deel van het cassettehuis en de tweede opening van de mond kan bedekken en kan vrijlaten, 10 welk schuifdeksel beweegbaar is tussen een eerste positie, waarin dit de tweede opening bedekt en een tweede positie waarin dit de tweede opening vrijlaat; en een in het cassettehuis geplaatste en in zijn langsrichting beweegbare veerbelaste grendelpen, welke het 15 schuifdeksel normaal in de eerste positie houdt, wanneer de cassette niet in gebruik is, en toelaten dat het schuifdeksel naar de tweede positie beweegt wanneer de cassette in een bijbehorende opneem- en weergeefinrichting wordt gestoken.
2. Magneetbandcassette volgens conclusie 1, met 20 het kenmerk, dat het cassettehuis een bovenste deel en een onderste deel omvat, waarbij het bovenste deel een holle cilindrische nok omvat, die normaal een boveneinde van de grendelpen opneemt en een axiale beweging hiervan geleidt.
3. Magneetbandcassette volgens conclusie 2, met 25 het kenmerk, dat de grendelpen een zich dwars ten opzichte van de langshartlijn van de grendelpen uitstrekkend uitsteeksel heeft, en verder een voorbelastingveer omvat, die aangebracht is tussen het uitsteeksel en het ondereinde van de nok teneinde de grendelpen normaal benedenwaarts te dwingen.
4. Magneetbandcassette volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de voorbelastingsveer een schroefdrukveer omvat.
5. Magneetbandcassette volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de grendelpen een grendelkop heeft, die in aan-grijping kan komen met het schuifdeksel, wanneer de grendelpen 35 zich in een eerste penpositie bevindt, en het schuifdeksel 8500604 ' * - 21 - vrij kan laten bij een schuifbeweging van het schuifdeksel wanneer de grendelpen zich in een -tweede penpositie bevindt.
6. Magneetbandcassette volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat het schuifdeksel voorzien is van een doorgaande 5 opening, waar .doorheen· de grendelkop uitsteekt, wanneer de grendelpen zich in de eerste penpositie bevindt.
7. Magneetbandcassette volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de grendelpen uit de eerste penpositie naar de tweede penpositie wordt bewogen, wanneer de cassette in de 10 opneem- en weergeefinrichting wordt gestoken.
8. Magneetbandcassette volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat de opneem- en weergeefinrichting haakmiddelen omvat, met een haak welke het schuifdeksel losneembaar aangrijpt en een schuifkracht daarop uitoefent wanneer de 15 cassette in de opneem- en weergeefinrichting wordt gestoken.
9. Magneetbandcassette volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de haakmiddelen haak-lossende middelen omvatten, welke de haak van het schuifdeksel losmaken nadat de cassette in de opneem- en weergeefinrichting is gestoken.
10. Magneetbandcassette gekenmerkt door: een cassettehuis met een mond, waardoorheen een magneetband toegankelijk is, welke mond een eerste opening in een vooreindvlak van het huis en een tweede opening in een onderste deel van het huis nabij het vooreindvlak omvat, en een 25 paar spoelasopeningen waardoorheen aandrijfnaven van bandspoe-len toegankelijk zijn; een scharnierend deksel voor het bedekken en vrijlaten van de eerste opening van de mond; een schuifdeksel dat vrij verschuifbaar is in de 30 richting van voren naar achteren tussen eerste en tweede schuifstanden, waarbij de spoelasopeningen en de tweede opening in de eerste schuifpositie vrijgelaten worden en de spoelasopeningen en de tweede opening door het schuifdeksel in de tweede schuif positie worden bedekt, welk schuifdeksel 35 in de tweede schuifpositie samenwerkt met het scharnierende deksel op een zodanige wijze, dat het schuifdeksel voorkomt dat het scharnierende deksel de eerste opening vrijlaat, en een binnen het cassettehuis aangebrachte en in zijn Icings- 8500604 • - 22 - richting beweegbare veerbelaste grendelpen, welke het schuifdeksel normaal in de eerste positie houdt, wanneer de cassette niet in gebruik is, en toelaat dat het schuifdeksel naar de tweede positie beweegt wanneer de cassette in een bijbehorende 5 opneem- en weergeefinrichting wordt gestoken.
11. Magneetbandcassette volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het cassettehuis een bovenste deel en een onderste deel omvat, waarbij het bovenste deel een holle cilindrische nok omvat, die normaal een boveneinde van de 10 grendelpen opneemt en een axiale beweging daarvan geleidt.
12. Magneetbandcassette volgens conclusie 11, met het kenmerk, dat de grendelpen een zich dwars ten opzichte van de langshartlijn van de grendelpen uitstrekkend uitsteeksel heeft en verder een voorbelastingsveer omvat, die aange-15 bracht is tussen het uitsteeksel en het ondereinde van de nok, voor het normaal benedenwaarts dwingen van de grendelpen.
13. Magneetbandcassette volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de voorbelastingsveer een schroefdruk-veer omvat.
14. Magneetbandcassette volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de grendelpen een grendelkop heeft, die het schuifdeksel kan aangrijpen wanneer de grendelpen zich in een eerste penpositie bevindt, en van het schuifdeksel los kan komen bij een schuifbeweging van het schuifdeksel, wan-25 neer de grendelpen zich in een tweede penpositie bevindt.
15. Magneetbandcassette volgens conclusie 14, met het kenmerk, dat het schuifdeksel voorzien is van een doorgaande opening, waardoorheen de grendelkop uitsteekt, wanneer de grendelpen zich in zijn eerste penpositie bevindt. 30
16. Magneetbandcassette volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de grendelpen uit de éerste penpositie naar de tweede penpositie wordt bewogen wanneer de cassette in de opneem- en weergeefinrichting wordt gestoken.
17. Magneetbandcassette gekenmerkt door een van 35 een toegangsopening daarin voorzien hol huis,* bandtransportmiddelen met een paar roteerbaar in het huis op een onderlinge afstand gemonteerde spoelnaven voor het ondersteunen van een daarop gewikkelde magneetband, welke bandtransportmiddelen een bandbaan bepalen, die een 8500604 1 - 23 - deel van de toegangsopening omvat? remmiddelen die in het huis zijn gemonteerd en beweegbaar zijn tussen een reinpositie, waarin deze verhinderen dat de naven roteren en een geloste positie waarin deze rota-5 tie van de naven toelaten; een door de remmiddelen aangrijpbaar deksel dat beweegbaar is tussen een gesloten positie waarin deze de opening bedekt, waarbij de band gedeeltelijk uitsteekt, en een open positie waarin deze de opening gedeeltelijk vrijlaat, 10 waardoor de band toegankelijk wordt voor samenwerking met een opneem- en weergeefinrichting, welk deksel bij de beweging van de gesloten positie naar de open positie een beweging van de remmiddelen uit de rempositie naar de geloste positie teweegbrengen, en bij de beweging van de open positie naar de geslo-15 ten positie een beweging van de remmiddelen uit de geloste positie naar de rempositie teweegbrengen, •montagemiddelen welke het deksel beweegbaar tussen de gesloten positie"en de open positie aan het. huis monteren, een ten opzichte van het cassettehuis verschuifbaar 20 schuifdeksel, dat samenwerkt met het scharnierende deksel voor het geheel bedekken en vrijlaten van de toegangsopening, welk schuifdeksel beweegbaar is tussen een eerste positie waarin de toegangsopening gedeeltelijk wordt bedekt en een tweede positie waarin de toegangsopening gedeeltelijk wordt vrijge-25 laten, en een in het cassettehuis aangebrachte en in zijn langsrichting beweegbare veerbelaste grendelpen, die het schuifdeksel normaal in zijn eerste positie houdt, wanneer de cassette niet in gebruik is, en toelaat, dat het schuif-30 deksel in de tweede positie beweegt wanneer de cassette in een bijbehorende opneem- en weergeefinrichting wordt gestoken.
18. Magneetbandcassette volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat de montagemiddelen scharniermiddelen omvatten, waardoor het deksel tussen de gesloten en de open positie 35 zwenkt.
19. Magneetbandcassette volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat tegenover elkaar liggende einden van het deksel eerste en tweede bedieningsmiddelen vormen, en dat de 8500604 4 · Φ & - 24 - remmiddelen eerste en tweede lippen tegenover respektievelijk de eerste en tweede bedieningsmiddelen omvatten, en dat aan-grijping tussen de remmiddelen en het deksel geschiedt door middel van de eerste en tweede lippen en de eerste en tweede 5 bedieningsmiddelen.
20. Magneetbandcassette volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat de opening in een bepaalde richting langwerpig is, dat het deksel in deze richting langwerpig is en eerste en tweede armen aan weerseinden heeft, welke armen in 10 vlakken loodrecht op deze richting liggen, dat de montage-middelen eerste een tweede scharniermiddelen omvatten, die scharnierend verbonden zijn met het huis en respektievelijk stijf verbonden zijn met de armen, welke remmiddelen een gedeelte omvatten, dat langwerpig is in de genoemde richting 15 en eerste en tweede lippen heeft tegenover respektievelijk de eerste en de tweede armen en dat de aangrijping tussen de remmiddelen en het deksel geschiedt door middel van de eerste en tweede lippen en de eerste en tweede armen. 8500604
NL8500604A 1984-03-07 1985-03-04 Magneetbandcassette met bandbeschermingsdeksel en slotmechanisme. NL8500604A (nl)

Priority Applications (1)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8601834A NL194313C (nl) 1984-03-07 1986-07-14 Laadinrichting voor het laden van een magneetbandcassette in een opneem- en weergeefinrichting.

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP59043574A JPS60187982A (ja) 1984-03-07 1984-03-07 テ−プカセット
JP4357484 1984-03-07

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8500604A true NL8500604A (nl) 1985-10-01

Family

ID=12667516

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8500604A NL8500604A (nl) 1984-03-07 1985-03-04 Magneetbandcassette met bandbeschermingsdeksel en slotmechanisme.

Country Status (9)

Country Link
US (3) US4843510A (nl)
JP (1) JPS60187982A (nl)
KR (1) KR930001155B1 (nl)
AU (2) AU579353B2 (nl)
CA (1) CA1303735C (nl)
DE (1) DE3507991A1 (nl)
FR (1) FR2561024B1 (nl)
GB (2) GB2155905B (nl)
NL (1) NL8500604A (nl)

Families Citing this family (33)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS60187982A (ja) * 1984-03-07 1985-09-25 Sony Corp テ−プカセット
JPH0644381B2 (ja) * 1984-04-10 1994-06-08 ソニー株式会社 テ−プカセツト
JPS6176576U (nl) * 1984-10-20 1986-05-23
JPS61170951A (ja) * 1985-01-23 1986-08-01 Sony Corp カセツトホルダ−
JPS61187156A (ja) * 1985-02-14 1986-08-20 Sony Corp テ−プレコ−ダ
JPS61158678U (nl) * 1985-03-22 1986-10-01
JPH0743906B2 (ja) * 1985-05-31 1995-05-15 日立マクセル株式会社 テ−プカ−トリツジ
JPS61283060A (ja) 1985-06-07 1986-12-13 Sony Corp カセツトロ−デイング装置
US4884159A (en) * 1986-11-05 1989-11-28 Tdk Corporation Braking arrangement in a magnetic tape cassette
JPH0454595Y2 (nl) * 1987-01-12 1992-12-22
EP0293033A3 (de) * 1987-05-25 1989-10-18 Philips Patentverwaltung GmbH Magnetbandkassettengerät
JP2829955B2 (ja) * 1987-08-31 1998-12-02 ソニー株式会社 テーププレーヤ
JPH02148447A (ja) * 1988-11-30 1990-06-07 Pioneer Electron Corp カセットローディング装置
JP2850347B2 (ja) * 1989-02-10 1999-01-27 ソニー株式会社 記録及び/又は再生装置
JPH02128273U (nl) * 1989-03-24 1990-10-23
JPH0352878U (nl) * 1989-09-29 1991-05-22
JP2822235B2 (ja) * 1989-12-06 1998-11-11 ソニー株式会社 テープカセット
JPH0420650U (nl) * 1990-06-04 1992-02-20
JPH0420681U (nl) * 1990-06-06 1992-02-20
JP2543730Y2 (ja) * 1990-11-08 1997-08-13 ソニー株式会社 テープカセット
JP3024227B2 (ja) * 1991-02-01 2000-03-21 ソニー株式会社 テープカセット
US5331498A (en) * 1991-03-04 1994-07-19 Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. Tape cassette including a locking slider
USD346379S (en) 1991-09-06 1994-04-26 Minnesota Mining And Manufacturing Company Housing for a single reel tape cartridge
JP3094611B2 (ja) * 1991-12-27 2000-10-03 ソニー株式会社 テープ供給巻取装置及び該装置に使用するテープカセット
JP2548162Y2 (ja) * 1992-01-31 1997-09-17 花王株式会社 テープカセット
JPH0668644A (ja) * 1992-06-19 1994-03-11 Sony Corp テープカセット
JP3606717B2 (ja) 1997-09-11 2005-01-05 富士写真フイルム株式会社 テープカセット
US5969913A (en) * 1998-06-11 1999-10-19 Dimation Corp Data storage tape cartridge with misinsertion notch
JP2000137971A (ja) * 1998-10-30 2000-05-16 Sony Corp テープカートリッジ
JP4050837B2 (ja) * 1999-01-19 2008-02-20 Tdk株式会社 テープカートリッジ
JP2000306358A (ja) * 1999-04-21 2000-11-02 Tdk Corp テープカセット
JP2001357654A (ja) * 2000-06-16 2001-12-26 Sony Corp テープカセット及びカセットホルダー
US11335377B1 (en) * 2021-08-09 2022-05-17 International Business Machines Corporation Blocking mechanism for a storage cartridge to prevent insertion into a storage drive

Family Cites Families (20)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB1266011A (nl) * 1968-03-06 1972-03-08
FR2176238A5 (nl) * 1972-03-15 1973-10-26 Sfim
GB1450744A (en) * 1973-02-01 1976-09-29 Sony Corp Magnetic tape cassettes
NL165598C (nl) * 1978-05-09 1981-04-15 Philips Nv Magneetbandcassette.
JPS5616976A (en) * 1979-07-16 1981-02-18 Matsushita Electric Ind Co Ltd Tape cassette
US4372504A (en) * 1979-10-26 1983-02-08 Olympus Optical Co., Ltd. Magnetic record tape protective device for a tape cassette
JPS57147174A (en) * 1981-03-09 1982-09-10 Sony Corp Tape cassette
AU539874B2 (en) * 1981-11-04 1984-10-18 Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. Cover locking tape cassette
JPS5891564A (ja) * 1981-11-27 1983-05-31 Fuji Photo Film Co Ltd ビデオテ−プカセツト
JPS59203284A (ja) * 1983-04-30 1984-11-17 Sony Corp テ−プカセツト
JPS6055573A (ja) * 1983-09-06 1985-03-30 Matsushita Electric Ind Co Ltd カセツトレコ−ダ
JPS60129985A (ja) * 1983-12-17 1985-07-11 Hitachi Maxell Ltd テ−プカ−トリツジ
JPS60133580A (ja) * 1983-12-22 1985-07-16 Sony Corp テ−プカセツト
JPS60154384A (ja) * 1984-01-25 1985-08-14 Victor Co Of Japan Ltd テ−プカセツト
JPS60187982A (ja) * 1984-03-07 1985-09-25 Sony Corp テ−プカセット
NL8401028A (nl) * 1984-04-02 1985-11-01 Philips Nv Magneetbandcassette.
JPH0721952B2 (ja) * 1984-05-30 1995-03-08 日立マクセル株式会社 テ−プカ−トリツジ
JPS61170951A (ja) * 1985-01-23 1986-08-01 Sony Corp カセツトホルダ−
JPH0655573A (ja) * 1992-08-04 1994-03-01 Toyoda Gosei Co Ltd 成形体の製造方法
JPH0657587A (ja) * 1992-08-12 1994-03-01 Asagoe Kikai Seisakusho:Goushi 断片織機における緯条供給制御方法

Also Published As

Publication number Publication date
USRE34927E (en) 1995-05-02
KR930001155B1 (ko) 1993-02-19
US4843510A (en) 1989-06-27
AU3950485A (en) 1985-09-12
US4881137A (en) 1989-11-14
DE3507991A1 (de) 1985-09-26
GB2155905B (en) 1987-10-07
FR2561024B1 (fr) 1992-08-14
GB2177843B (en) 1987-10-14
KR850006961A (ko) 1985-10-25
FR2561024A1 (fr) 1985-09-13
JPS60187982A (ja) 1985-09-25
GB8615393D0 (en) 1986-07-30
JPH0419632B2 (nl) 1992-03-31
AU579353B2 (en) 1988-11-24
AU595200B2 (en) 1990-03-29
GB2155905A (en) 1985-10-02
GB2177843A (en) 1987-01-28
GB8505757D0 (en) 1985-04-11
CA1303735C (en) 1992-06-16
AU5822986A (en) 1986-10-16

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8500604A (nl) Magneetbandcassette met bandbeschermingsdeksel en slotmechanisme.
US4697702A (en) Magnetic tape cassette with tape protective sliding closure and lock mechanism for sliding closure
NL8200036A (nl) Bandcassette.
EP0189324B1 (en) Cassette holder in recording and reproducing apparatus for magnetic tape cassette
US4683510A (en) Lock mechanism for tape protective closure for magnetic tape cassette
JPS6151679A (ja) 改良磁気テ−プカセツト
JPH0565946B2 (nl)
JPH0677363B2 (ja) 磁気テープカセット装置
US5140488A (en) Magnetic tape cassette
NL8601834A (nl) Opneem- en weergeefinrichting voor een magneetbandcassette, en houder daarvoor.
JP2000339904A (ja) テープカセット
EP1100082B1 (en) Cassette holder
JP2000339905A (ja) テープカセット
CA1303736C (en) Magnetic tape cassette holder with protective closure and lock mechanism
JPS626617Y2 (nl)
KR900008773B1 (ko) 테이프카세트
JP2527251Y2 (ja) ディスクカートリッジ
JPH0577875A (ja) 記録媒体収納用ケース
KR930007940B1 (ko) 테이프 카세트
JPS6112626Y2 (nl)
JPH0447818Y2 (nl)
JPS6331874B2 (nl)
JPH04132063A (ja) テープカセット
JPH0567384A (ja) テープカセツト
JPS63100686A (ja) テープカセット

Legal Events

Date Code Title Description
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed