[go: up one dir, main page]

NL8500490A - Verbindingsinrichting voor twee materiaalbanen, alsmede werkwijze voor het bedrijven van deze inrichting. - Google Patents

Verbindingsinrichting voor twee materiaalbanen, alsmede werkwijze voor het bedrijven van deze inrichting. Download PDF

Info

Publication number
NL8500490A
NL8500490A NL8500490A NL8500490A NL8500490A NL 8500490 A NL8500490 A NL 8500490A NL 8500490 A NL8500490 A NL 8500490A NL 8500490 A NL8500490 A NL 8500490A NL 8500490 A NL8500490 A NL 8500490A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
web
nip
roller
nip roller
rollers
Prior art date
Application number
NL8500490A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Stork Brabant Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Stork Brabant Bv filed Critical Stork Brabant Bv
Priority to NL8500490A priority Critical patent/NL8500490A/nl
Priority to FR8602243A priority patent/FR2577538B1/fr
Priority to DE19863605410 priority patent/DE3605410A1/de
Priority to JP61038132A priority patent/JPH0776065B2/ja
Priority to US06/832,056 priority patent/US4738739A/en
Publication of NL8500490A publication Critical patent/NL8500490A/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H19/00Changing the web roll
    • B65H19/10Changing the web roll in unwinding mechanisms or in connection with unwinding operations
    • B65H19/18Attaching, e.g. pasting, the replacement web to the expiring web
    • B65H19/1857Support arrangement of web rolls
    • B65H19/1873Support arrangement of web rolls with two stationary roll supports carrying alternately the replacement and the expiring roll
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H19/00Changing the web roll
    • B65H19/10Changing the web roll in unwinding mechanisms or in connection with unwinding operations
    • B65H19/18Attaching, e.g. pasting, the replacement web to the expiring web
    • B65H19/1842Attaching, e.g. pasting, the replacement web to the expiring web standing splicing, i.e. the expiring web being stationary during splicing contact
    • B65H19/1852Attaching, e.g. pasting, the replacement web to the expiring web standing splicing, i.e. the expiring web being stationary during splicing contact taking place at a distance from the replacement roll
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H2301/00Handling processes for sheets or webs
    • B65H2301/40Type of handling process
    • B65H2301/46Splicing
    • B65H2301/461Processing webs in splicing process
    • B65H2301/4615Processing webs in splicing process after splicing
    • B65H2301/4617Processing webs in splicing process after splicing cutting webs in splicing process
    • B65H2301/46174Processing webs in splicing process after splicing cutting webs in splicing process cutting both spliced webs separately
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H2301/00Handling processes for sheets or webs
    • B65H2301/40Type of handling process
    • B65H2301/46Splicing
    • B65H2301/462Form of splice
    • B65H2301/4621Overlapping article or web portions
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H2301/00Handling processes for sheets or webs
    • B65H2301/40Type of handling process
    • B65H2301/46Splicing
    • B65H2301/463Splicing splicing means, i.e. means by which a web end is bound to another web end
    • B65H2301/4631Adhesive tape
    • B65H2301/46312Adhesive tape double-sided
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B65CONVEYING; PACKING; STORING; HANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL
    • B65HHANDLING THIN OR FILAMENTARY MATERIAL, e.g. SHEETS, WEBS, CABLES
    • B65H2301/00Handling processes for sheets or webs
    • B65H2301/40Type of handling process
    • B65H2301/46Splicing
    • B65H2301/464Splicing effecting splice
    • B65H2301/46414Splicing effecting splice by nipping rollers

Landscapes

  • Replacement Of Web Rolls (AREA)

Description

—^ 84 5051/M/jz • Korte aanduiding: Verbindingsinrichting voor twee materiaal- banen, alsmede werkwijze voor het bedrijven van dez.e inrichting.
De uitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het met elkaar verbinden van het afgesneden achterlopende einde van een· aflopende eerste materiaalbaan die in het stroomopwaarts gelegen deel een bewerking of behandeling 5 ondergaat, met het voorste einde van een oplopende tweede materiaalbaan, omvattende een gestel voorzien van een support voor het draaibaar ondersteunen van een voorraadrol ' voor zowel de eerste als def tweede baan, twee met elkaar samenwerkende evenwijdige nipwalsen, waarbij elk van beide 10 banen langs een van deze walsen is geleid, voorts omvattende enkele keerrollen aangebracht' in de baantrajecten tussen elke voorraadrol en de bijbehorende nipwals. Een dergelijke inrichting is in verschillende vormen bekend, vooral wanneer de te verbinden materiaalbanen aan beide zijden geschikt zijn 15 voor samenwerking met een kleefpasta of hechtstrook.
Afhankelijk van het uiteindélijke gebruik van de materiaalbaan (meestal ten behoeve van een drukprocédé) bestaat de behoefte tot een bepaald type verbinding tussen twee opvolgende banén, b.v. een in meer of mindere mate 20 overlappende hechting of een zgn. stotende verbinding, waarbij dan aan de betrokken bedienende persoon bijzondere eisen van zorgvuldigheid worden gesteld. De uitvinding beoogt een inrichting te verschaffen die van .te voren kan worden ingesteld, zodanig dat bij het in werking komen van de 25 inrichting één bepaalde, en van te voren vastgestelde verbinding tussen twee opvolgende banen tot stand komt.
Dit oogmerk wordt volgens de uitvinding bereikt doordat de ene nipwals draaibaar is gelegerd in een vaste ondersteuning en doordat de andere nipwals is opgenomen in een pendel-30 orgaan dat tussen instelbare aanslagen verplaatsbaar is opgesteld, zodanig dat een denkbeeldig vlak gaande door de hartlijnen van beide nipwalsen twee eindstanden kan innemen BAD O^I^N^Tnme trisch liggen t.o.v. een middenstand, waarbij verder O K Λ Π /. Λ Λ -2- middelen aanwezig zijn voor het tegen elkaar drukken of juist van elkaar vrijmaken van beide nipwalsen. Door nu van te voren de genoemde hoek in te 'stellen, kan men de inrichting in een toestand brengen waarbij slechts het van te voren 5 gewenste type verbinding tussen twee opvolgende banen tot stand kan komen en geen ongewenste variaties ontstaan. De inrichting kan door de bedienende persoon in alle rust worden gereed gemaakt voor de beoogde baanverbinding, waarna de tot stand koming van deze verbinding op het juiste tijdstip 10 door de inrichting zelf wordt voltooid.
De uitvinding is eveneens belichaamd in een werkwijze VDor het bedrijven van de hierboven beschreven inrichting, in samenwerking met een baan-accumulator, d.w.z. een voorziening die het mogelijk maakt het achterlopende einde 15 van een aflopende materiaalbaan een korte tijd stil te zetten, zonder de verderop plaats vindende bewerking of behandeling van deze baan te onderbreken. Volgens de uitvinding onderscheidt zich deze werkwijze eerst door enkele voorbereidende stappen:.
20 - met behulp van het pèndelorgaan wordt de hoekstand van de twee nipwalsen ten opzichte van elkaar ingesteld (bepaling van overlap); - de oplopende baan wordt op een vaste plaats aan de omtrek van de bijbehorende nipwals afgesneden en hierop vastgedrukt 25 door middel van vacuum; - een hechtstrip wordt op het afgesneden baaneinde aangebracht; en daarna door de volgende stappen: - de voortbeweging van de aflopende baan wordt gestopt; waarbij de accumulator in beweging komt; 30 - na stilstand van de aflopende baan worden de nipwalsen tegen elkaar geklemd; - de aflopende baan wordt op een vaste afstand stroomopwaarts van de bijbehorende nipwals doorgesned'en;
BAD ORIGINAL
ö ς η n /. η λ f -3- - het achterlopende einde van de aflopende baan komt weer in beweging en daarmede beide nipwalsen, zodat het achterlopende einde op de andere nipwals wordt gedrukt tot aanraking met dé hechtstrip; 5 - de voortbeweging van de aldus verbonden baan is daarmede hersteld en het samenklemmen van de nipwalsen wordt opgeheven waarna de accumulator weer naar zijn uitgangs-stand kan terugkeren.
De uitvinding zal nader worden toegelicht aan de hand 10 van de tekening die een zeer schematisch beeld geeft van de inrichting en van een aantal opvolgende stadia van de werkwijze.
Fig. 1 geeft een overzicht van de inrichting in combinatie met een baanaccumulator.
15 Fig. 2A-C zijn een zijaanzicht op enigszins vergrote schaal van de gehele verbindingsinrichting uit Fig. 1, respectievelijk delen hieruit en een detail.
Fig. 3 geeft in zeven opvolgende stadia a-^ de werking van de verbindingsinrichting weer in een stand volgens 20 Fig. 4c.
Fig. 4 toont drie verschillende standen van de inrichting tezamen met de daarbij verkregen verbinding.
Fig. 5 is een grafische weergave van de te bereiken verbinding in samenhang. met de instelling van de inrichting. 25 De in Fig. 1 afgebeelde installatie betreft een gedeelte van een rollenwisselaar voor het hechten van mate-riaalbanen (bijvoorbeeld papier) onder toepassing van een hechtmidciel. De zeer schematisch afgebeelde inrichting is voorzien van een gestel 1 waarin zich een bok 2 bevindt 30 welke geschikt is voor het daarin draaibaar ondersteunen van twee rollen 3 en 4 van de te bedrukken materiaalbaan 5. De bovenste rol 3 levert in de afgebeelde situatie de materiaalbaan 5 via de inrichting 6 af aan een walsenpaar 7 dat de ingang vormt van een lusaccumulator 8.
35 De materiaalbaan 5 komende van de bovenste rol 3 vormt in
BAD ORIGINAL
O R Π Ω A 0 Λ -4- de afgebeelde uitvoeringsvorm alsmede in de figuren 2 en- 3 de zgn. aflopende baan 5'. De'baan afkomstig van de voorraad-rol 4 vormt daarbij de zgn. oplopende baan 5”. Deze funkties wisselen periodiek, afhankelijk van het feit of de onderste 5 rol 4 dan wel de bovenste rol 3 de baan 5 levert die naar de (niet afgebeelde) drukinrichting gaat.
In constructief opzicht is de uitvinding aanwezig in de inrichting 6 die in fig. 2A en B op vergrote schaal is weergegeven. Fig. 2A alsmede stadium 3a tonen daarbij de 10 situatie overeenkomstig Fig. 1, terwijl de stadia 3f en g de toestand weergeven die ontstaat zodra de onderste rol 4 bijna op is. en een aanhechting tot stand moet worden gebracht met de baan afkomstig van de volle bovenste rol 3. Het gaat daarbij steeds om het aan elkaar hechten van het achterlopende 15 (stroomafwaartse) deel van een eerste materiaalbaan (de aflopende baan 5’) met het voorlopende (stroomopwaartse) deel van een tweede materiaalbaan (de oplopende baan 5").
De bok 2 van het gestel 1 is voorzien van een support 9 voor het draaibaar ondersteunen van de bovenste rol 3 en van een 20 support 10 voor de onderste rol 4.
/
De inrichting 6 is voorzien van twee met elkaar samenwerkende evenwijdige nipwalsen 11 en 12. De baan 5 van de bovenste rol 3 wordt langs de wals 11 geleid en de baan 5 van de onderste rol 4 langs de wals 12. Voorts zijn een tweetal 25 keerrollen 13 en 14 aangebracht in het baantraject tussen de bovenste rol 3 en de nipwals 11, terwijl in het baantraject tussen 'de onderste rol 4 en de nipwals 12 eveneens een . tweetal keerrollen 15,. 16 aanwezig zijn. De bovenste nipwals 11 is in Het gestel 1 gelegerd en de onderste nipwals 12 is 30 opgenomen in een hefboomarm 17. Deze arm is- aan een uiteinde gelegerd in een haakvormig pendelorgaan 18 (zie Fig. 2B) dat scharnierend in‘ het gestel 1 is ondersteund coaxiaal met de vast gelegerde nipwals 11. Het vrije uiteinde van de hefboom-, arm 17 is verbonden met een verstelzuiger 19 die bij 20 is 35 ondersteund in een uitsteeksel van het pendelorgaan 18.
De nipwals· 12 is gelegerd in de hefboomarm 17, zodat BA®^@K^|IAIedi ening van de verstelzuiger 19 de afstand tussen - 5 - beide walsen 11, 12 kan worden gewijzigd. Dankzij d.e pendel-arm 18 kan ook de hoek OU tussen een denkbeeldig vlak Y, gaande door de twee evenwijdige hartlijnen 21 en 22 van de nipwalsen 11 resp. 12, en een vertikaal vlak V door de 5 hartlijn 21 of 22 van. een van beide walsen 11 of 12 worden ingesteld.
Daartoe is een plaatvormige steunconstructie 23 aanwezig die op de as van de onderste nipwals 12 is gelegerd. Deze plaat 23 wordt tevens gedragen door een tweede pendel-10 arm 24. Voorts is er een tussen twee instelbare eindstanden I en II verplaatsbaar uitsteeksel 25 dat verbonden is met de plaat 23 en met een bedieningsstang 26. Het uitsteeksel 25 stuit in zijn eindstanden I en II tegen een aanslag 27 resp. 28, waarmee de genoemde hoek 0C wordt bepaald. Er zijn in 15 het afgebeelde voorbeeld van.Fig. 2A drie paar aanslagen en dus drie verschillende waarden OL (zoals nader toe te lidhten met de figuren 4 en 5). Deze drie aanslagen 27 resp. 28 zijn straalvormig bevestigd op een stang 29 (zie Fig. 2A en 20 en kunnen door middel van een knop 30 in de werkzame 20 stand worden gezet. Daarmede wordt de stand van de plaatvormige steunconstructie 23 (de schommelplaat^ bepaald en hierdoor ook de stand van de verplaatsbare nipwals 12.
Ook de vaste nipwals 11 is voorzien van een afzonderlijke plaatsvormige steunconstructie 31 die in het gestel 1 25 is ondersteund coaxiaal met deze wals. Op deze steunconstructie 31 is de eerste keerrol 13 gelegerd. De eerste keerrol 15 ,is op de schommelplaat 23 aangebracht. De tweede keerrol 14 resp. 16 is aangebracht aan een uiteinde van een arm 32 resp. „33 waarvan het andere uiteinde is gelegerd concen-30 trisch met de eerste keerrol 13 resp. 15. Er is voorts een veer 34 resp. 35 aanwezig die de tweede keerrol 14 resp.
16.van de op de steunconstructie 31 resp. 23 aanwezige nipwals 11 resp. 12 af beweegt.
Op elke steunconstructie 31 respr 23 is een mes 36 35 resp. 37 verschuifbaar gelegerd. Dit mes kan samenwerken met een gleufvormig aambeeld dat is uitgespaard in een BADOFflbfllA£orra;i'se arm resp* 39 die scharnierend is bevestigd 8500490 • -6- op de steunconstructie 31 resp. 23. Elk van deze armen 38, 39 heeft een concaaf deel 40 waarvan de kromtestraal overeenkomt met de straal van de nipwals 11, 12. Aan het uiteindevan elke arm 38, 39 is een snijrand 41 aanwezig.
5 Elk der armen 38 en 39 kan door middel van een niet afgebeeld klemorgaan met het concave deel 40 worden gedrukt tegen de bijbehorende nipwals 11 resp. 12 voor het afscheuren van het losse einde van de oplopende baan 5" langs de snijrand 41.
10 De verplaatsbare nipwals 12 kan in drie hoekstanden t.o.v.
de vaste nipwals 11 worden gebracht, zowel voor het geval de bovenste rol 3 de aflopende baan 5' levert als wanneer dit geschiedt door de onderste, rol 4. Deze standen komen overeen met de door de streep-stiplijnen aangegeven standen van de pendel-15 arm 24 in Fig. 2A en zijn bepalend voor de aard van de aan te brengen baanverbinding. Het werkzaam gemaakte aanslag-paar 27, 28 is beslissend voor de hoek ^ tussen het verbindings-vlak Y van beide nipwalsen 11, 12 enerzijds en het vertikale vlak V door de hartlijn 21 resp. 22 van een van beide walsen 20 anderzijds. Deze hoek is positief of negatief t.o.v.. de vertikale stand van het vlak Y al naar gelang de aflopende baan 5' komt van de bovenste rol 3 of de onderste rol 4.
Aan de hand van.de stadia a-g van fig. 3 zal eerst het funktioneren van de verbindingsinrichting 6 stapsgewijs worden 25 besproken. Daarbij wordt uitgegaan van de situatie afgebeeld in fig. 1 en 3a waarbij de bovenste rol 3 de aflopende baan 5' levert.en de onderste (volle) rol 4 de oplopende baan 5".
De baan 5 van de rol 3 loopt via de keerrollen 13, 14 langs de nipwals 11. Het uiteinde 5" van de oplopende baan van de 30 rol 4 wordt via de keerrollen 15, 16 om de .nipwals 12 geleid en met behulp van de snijrand 41 van de arm 39 op een vaste plaats aan de omtrek van de nipwals 12 afgesneden en daarop door middel van vacuum vastgehouden, zie fig. 3a. Vervolgens wordt de arm 39 weggeklapt en een tweezijdige hechtstrip 42 35 op het afgesneden baaneinde 5" aangebracht, zie fig. 3b en 4b. Gedurende deze voorbereidende handelingen (die hiermede BABtffHGIFlAtooid) beweegt de aflopende baan 5 afkomstig van de - 7 - rol 3 in de richting van de pijl 43 naar de lussenaccumulator 8. De nipwalsen 11, 12 heB'ben in Fig. 2A en 4t) een relatieve stand, waarbi j <*- = 22°. In deze tussenstand ontstaat een kleine overlap L2. Een maximale overlap L1 wordt verkregen 5 bij OL = 0°, zie Fig. 4a. Een zgn. stotende verbinding L3 ontstaat overeenkomstig de situatie afgebeeld in fig. 4c d.w.z. de hoe.k 0C is 36,5°« De eenzijdige hechtstrip 42 bevindt zich dan voor de helft onder het oplopende baaneinde 5". Deze waarde van de hoek Oi. kan b.v. worden toegepast 1.0 wanneer slechts één zijde van de baan 5 geschikt is voor de hechtstrook 42.
Wanneer het moment van de rolwisseling aanbreekt, wordt de voortbeweging van de aflopende baan afkomstig van de rol 3 gestopt, waarbij dan automatisch de lussenaccumulator 15 8 in werking komt. Het zich stroomafwaarts van deze accumu lator bevindende deel van de baan 5 kan blijven voortbewegen voor de beoogde behandeling c.q. bewerking, terwijl het stroomopwaartse deel 5' stilstaat. Nu worden de walsen 11, 12 tegen elkaar bewogen met behulp van de pneumatische verste-1-20 zuiger 19· Vervolgens wordt het mes 36 naar re,chts verplaatst zodat de (stilstaande) aflopende baan 5' wordt doorgesneden, zie fig. 3c. Onder invloed van de veer 34 beweegt de arm 32 naar boven, .zie fig. 3d teneinde bij de volgende rolwisseling (de onderste rol 4 is dan aflopend) een schokbelasting op de 25 hechtverbinding te voorkomen.
Het achterlopende gedeelte 5’ van de aflopende baan is na het doorsnijden geheel vrij en wordt tussen de. begen elkaar gedrukte nipwalsen 11, 12 doorgetrokken. Dit baaneinde 5' heeft een voorafbepaalde lengte die bepaald is door de 30 afstand van het aambeeld, in de arm 38 tot aan de .Klemplaats tussen de nipwalsen 11 en 12. Deze lengte is zodanig dat na het passeren*van het einde 5* door de genoemde klemplaats de stotende las L3 tot stand kan komen, zie fig. 3d. Hierna wordt het samenklemmen van de nipwalsen 11, 12 opgeheven, 35 waarna de accumulator 8 weer naar zijn uitgangsstand kan terugkej?en. Daarmede is het overschakelen van de bovenste BAD QRIGlBAbaar de onderste rol 4 voltooid.
A Μ A Jk, · • -8-
Zoals te zien in fig. 4a en fig. 5 kan de hoek <*· tussen de vlakken Y en V variëren van-.+ 40° tot min 40°. De twee uiterste standen zullen nauwelijks worden gebruikt omdat daarbij een kleine open ruimte tussen de twee met elkaar 5 verbonden banen overblijft, zie L4. Bij een waarde van . c*. = 0° (de omleidwals 12 ligt recht onder de omleidwals 11) ontstaat een ruimschoots overlappende las LI, zie fig. 4a.
Bij een waarde van de hoek ^ = 22° ontstaat een smalle overlap L2, zie fig. 4b. Bij een hoek «k = 36,5° ontstaat een 10 .stotende verbinding.
De figuren 3f en 3g tonen de situatie wanneer de aflopende baan afkomstig is van de onderste rol 4 en de oplopende baan afkomstig is van de .bovenste rol . 3. De bovenste steun-constructie 31 kan in dat geval ontgrendeld worden uit de 15 in fig. 2A afgeheelde stand door het terugtrekken van een wigvormige grendel 44. Het uiteinde van de rol 3 kan dan gemakkelijk worden ingevoerd langs de keerrollen 13 en 14, zie fig. 3f. Hierna wordt deze oplopende baan op een vaste plaats aan de omtrek van de nipwals 11 afgesneden door de snijrand 41 20. van de arm 38, zie fig. 3g. Hierna wordt een hechtstrip 42 op het afgesneden baaneinde 5' aangebracht en wel1 zodanig dat de plaatsing overeenkomt met de beoogde verbinding LI, L2. Daarmede is dan de voorbereiding van de eerstkomende verbinding voltooid. Zodra die· verbinding tussen de aflopende baan 25 en. de oplopende baan tot stand moet worden gebracht herhalen zich de hiervoor beschreven handelingen, te beginnen met het instellen van de hoekstandoc. of het handhaven van de reeds vroeger ingestelde stand. Dit geschiedt door het kiezen van het juiste paar aanslagen 27, 28, het eventueel verdraaien van 30 de stang 29 en het bekrachtigen van de bedieningsstang 26. Hierna wordt de voortbeweging van de aflopende baan gestopt en de nieuw te maken volgende verbinding voorbereid enz. Met behulp van de knop 30 en de bedieningsstang 26 kan elke beschikbare hoekstand oc en derhalve elke vooraf bepaalde verbin-35 ding tussen twee opvolgende banen tot stand worden gebracht.
BAD ORIGINAL
- 9 -
Opgemerkt wordt dat 'beide nipwalsen 11, 12 zijn voorzien van perforaties en. een zuigbron, voor het tijdelijk vasthouden van de afgesneden of afgescheurde baan 5· bad original 8500490

Claims (6)

1. Inrichting voor het met elkaar verbinden van het afgesneden achterlopende einde van een aflopende eerste materiaalbaan die in het stroomopwaarts gelegen deel een bewerking of behandeling ondergaat, met het voorste einde 5 van een oplopende tweede materiaalbaan, omvattende een gestel voorzien van: een support voor het draaibaar ondersteunen van een voorraadrol voor zowel de eerste als de tweede baan, twee met elkaar samenwerkende evenwijdige nipwalsen, 10 waarbij elk van beide banen langs een van deze walsen is geleid, voorts omvattende enkele keerrollen aangebracht in de baantrajecten tussen elke voorraadrol en de bijbehorende nipwals, met he t kenmerk, dat de ene nipwals (11) draaibaar is gelegerd in een vaste 15 ondersteuning en dat de andere nipwals (12) is opgenomen in een pendelorgaan (18) dat tussen instelbare aanslagen (27, 28) verplaatsbaar is opgesteld, zodanig dat een denkbeeldig vlak (Y) gaande door de hartlijnen (21, 22) van beide nipwalsen twee eindstanden kan innemen die 20 symmetrisch liggen t.o.v. een middenstand, waarbij verder middelen (17,. 19, 20) aanwezig zijn voor het tegen elkaar drukken of juist van elkaar vrijmaken van beide nipwalsen.
2. Inrichting volgens conclusie 1, m e t het k e ri m e r k, dat de vaste nipwals (11) en het pendelorSaah 25 (18) om een gemeenschappelijke as in het gestel (1) zijn aangebracht en dat de beweegbare nipwals (12) is gelegerd in een hefboom (17) waarvan het ene uiteinde scharnierend is bevestigd in het pendelorgaan (18) en het andere uiteinde is verbonden tnet ee.n zuigerstang die deel uitmaakt van een 30 op het pendelorgaan steunende bedieningscilinder (19)· BAD ORIGINAL o k η n l q n - 11 -
3. Inrichting volgens conclusie 2 > m. e t het kenmerk, dat elke nipwals (11, 12) in combinatie met een bijbehorende eerste keerrol (13 resp. 15) is gelegerd in een afzonderlijke steunconstructie (23 resp. 32) waarbij 5 de ene constructie (32) in het gestel (1) is ondersteund coaxiaal met de vast gelegerde nipwals (11) en de andere steunconstructie (23) gedragen wordt door het pendelorgaan (18) en door een evenwijdig aan het denkbeeldige vlak (Y) aangebrachte pendelarm (24). 10 ki Inrichting volgens conclusie 3, m e t het kenmerk, dat elke steunconstructie (32 resp. 23) is voorzien van een tweede keerrol (14 resp. 16) aangebracht aan een uiteinde van een arm (32 resp. 33) waarvan het andere uiteinde is gelegerd concentrisch met de eerste 15 keerrol en dat een verende krachtbron (34, 35) aanwezig is die de tweede keerrol van de op de steunconstructie aanwezige nipwals (11 resp. 12) af beweegt.
5. Inrichting volgens conclusie 3, m e t h e t kenmerk, dat op elke steunconstructie (32 resp. 23) 20 een mes (36 resp. 37) verschuifbaar is gelegerd dat kan samenwerken met een draaibaar op de betrokken constructie 'aangebracht armvormig aambeeld (38 resp. 38) met een concaaf deel (40) dat past tegen de in de steunconstructie gelegerde nipwals (11 resp. 12).
6. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het pendel orgaan (18) is verbonden met een bedieningsstang (26) en dat. een uitsteeksel (25) op de steunconstructie (23) is bevestigd voor samenwerking met steeds één van een 30 tweetal aanslagen (27, 28) samenhangend met de aard van de beoogde baanverbinding en met de relatieve positie van de aflopende en oplopende baan. BAD ORIGINAL 8500490 -12-
7. Werkwijze voor het bedrijven van de inrichting volgens een der voorgaande conclusies λ.in samenwerking met een baan- accumulator, g e k e_n m e r k t door de volgende stappen: - met behulp van het pendelorgaan wordt de hoekstand van 5 de.twee nipwalsen t.o.v., elkaar ingesteld (bepaling van overlap); - de oplopende baan wordt op een vaste plaats aan de omtrek van de bijbehorende nipwals afgesneden en hierop vastgedrukt door middel van vacuum; 10. een hechtstrip wordt op het afgesneden baaneinde aangebracht? - de voortbeweging van de aflopende baan wordt gestopt, waarbij de accumulator in beweging komt; - na stilstand van de aflopende baan worden de nipwalsen 15 tegen elkaar geklemd; - de aflopende baan wordt op een vaste afstand stroomopwaarts van de bijbehorende nipwals doorgesneden? - het achterlopende einde van de aflopende baan komt weer in beweging en daarmede beide nipwalsen, zodat het 20 achterlopende einde op de andere nipwals wordt gedrukt tot aanraking met de hechtstrip; - de voortbeweging van de aldus verbonden baan is daarmede hersteld en het samenklemmen van de nipwalsen wordt opgeheven waarna de accumulator weer naar zijn uitgangs- 25 stand kan terugkeren. BAD ORIGINAL fi 5 0 0 4 9 n
NL8500490A 1985-02-21 1985-02-21 Verbindingsinrichting voor twee materiaalbanen, alsmede werkwijze voor het bedrijven van deze inrichting. NL8500490A (nl)

Priority Applications (5)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8500490A NL8500490A (nl) 1985-02-21 1985-02-21 Verbindingsinrichting voor twee materiaalbanen, alsmede werkwijze voor het bedrijven van deze inrichting.
FR8602243A FR2577538B1 (fr) 1985-02-21 1986-02-19 Dispositif pour relier deux bandes ou feuilles de matiere et procede de commande de ce dispositif
DE19863605410 DE3605410A1 (de) 1985-02-21 1986-02-20 Vorrichtung zum verbinden von bandenden und verfahren zu ihrem betrieb
JP61038132A JPH0776065B2 (ja) 1985-02-21 1986-02-21 ウエブの接合装置及び方法
US06/832,056 US4738739A (en) 1985-02-21 1986-02-21 Connecting device for two material bands or strips, as well as a method for operating such a device

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8500490 1985-02-21
NL8500490A NL8500490A (nl) 1985-02-21 1985-02-21 Verbindingsinrichting voor twee materiaalbanen, alsmede werkwijze voor het bedrijven van deze inrichting.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8500490A true NL8500490A (nl) 1986-09-16

Family

ID=19845565

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8500490A NL8500490A (nl) 1985-02-21 1985-02-21 Verbindingsinrichting voor twee materiaalbanen, alsmede werkwijze voor het bedrijven van deze inrichting.

Country Status (5)

Country Link
US (1) US4738739A (nl)
JP (1) JPH0776065B2 (nl)
DE (1) DE3605410A1 (nl)
FR (1) FR2577538B1 (nl)
NL (1) NL8500490A (nl)

Families Citing this family (14)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE3903792A1 (de) * 1989-02-09 1990-08-16 Tetra Pak Gmbh Vorrichtung fuer den fliegenden wechsel einer ersten trommel auf eine zweite trommel
JPH089441B2 (ja) * 1989-04-26 1996-01-31 日本たばこ産業株式会社 帯状材の連続供給機
DE4013656C2 (de) * 1990-04-27 1994-04-21 Bhs Bayerische Berg Vorrichtung zum Spleißen von Bahnen, insbesondere von Papierbahnen für die Herstellung von Wellpappe
IT1238919B (it) * 1990-05-03 1993-09-07 Gd Spa Metodo per la sostituzione di materiale in nastro in una macchina operatrice
US5252170A (en) * 1991-07-11 1993-10-12 Shibuya International, Inc. Web splicing apparatus
US5277731A (en) * 1992-11-13 1994-01-11 Worldwide Processing Technologies, Inc. Method of and apparatus for forming a butt splice in a web unwinder
FR2731997B1 (fr) * 1995-03-22 1997-05-09 Kodak Pathe Derouleuse de produit en bande
ES2128226B1 (es) * 1995-12-28 1999-12-16 Basells Ventura Angel Maquina para extender productos laminares.
US5902431A (en) * 1997-06-04 1999-05-11 R. J. Reynolds Tobacco Company Composite web forming apparatus and method
US20020146524A1 (en) * 1998-04-23 2002-10-10 Sonoco Development , Inc. Splice for a heat shrinkable label
US6142206A (en) * 1998-07-22 2000-11-07 Ctc International Inc. Lap splicing apparatus with the trailing tail end of the splice always on the same side
US6817566B2 (en) * 2002-10-30 2004-11-16 Butler Automatic, Inc. Web splicer
CN108891960B (zh) * 2018-07-12 2023-11-10 温州町裕机械有限公司 放卷设备及其短尾接料机构和短尾接料方法
EP3747810A1 (de) * 2019-06-06 2020-12-09 Georg Sahm GmbH & Co. KG Verfahren zum verbinden von bändern, bänderverbindungseinrichtung, verarbeitungssystem und verwendung

Family Cites Families (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3753833A (en) * 1970-02-16 1973-08-21 Butler Automatic Inc Web supply apparatus
US3880698A (en) * 1971-11-05 1975-04-29 Toppan Containers Co Ltd Continuously feeding apparatus for rolled webs
DE2218502A1 (de) * 1972-04-17 1973-11-08 Buerkle & Co Robert Einrichtung zum einseitigen und doppelseitigen beschichten von traegerplatten mittels ueberzugsbahnen
JPS49109609A (nl) * 1973-02-23 1974-10-18
US4170506A (en) * 1976-03-22 1979-10-09 Marquip, Inc. Method of web splicing
US4190475A (en) * 1978-05-16 1980-02-26 Marquip, Inc. Paper roll web splicing
US4170866A (en) * 1978-07-31 1979-10-16 Aschenbrenner Frank A Process and apparatus for producing open-end spun yarn
US4450039A (en) * 1982-08-23 1984-05-22 Harris Graphics Corporation Web splicing apparatus

Also Published As

Publication number Publication date
FR2577538A1 (fr) 1986-08-22
JPH0776065B2 (ja) 1995-08-16
DE3605410A1 (de) 1986-08-21
JPS61235343A (ja) 1986-10-20
US4738739A (en) 1988-04-19
FR2577538B1 (fr) 1987-08-21

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8500490A (nl) Verbindingsinrichting voor twee materiaalbanen, alsmede werkwijze voor het bedrijven van deze inrichting.
US4652329A (en) Apparatus for joining sheets of packaging material
US5468321A (en) Apparatus and method for joining two webs together
JP3448107B2 (ja) コアレス表面巻取り機と巻取り方法
US5542622A (en) Method and machine for producing logs of web material and tearing the web upon completion of the winding of each log
CN1709777B (zh) 将两卷纸材料连接的接合装置,包括接合装置的展开装置
JPH03216457A (ja) 折畳み式カートンへの粘着テープの貼着装置
KR950006386B1 (ko) 웨브(web) 권취 방법 및 장치
NL8402506A (nl) Inrichting voor het aan elkaar hechten van opvolgende, eenzijdig bekleefbare materiaalbanen, alsmede werkwijze voor het bedrijven van een dergelijke inrichting.
JP2009525185A (ja) ストリップ結合装置
US5441211A (en) Method and apparatus for uninterrupted winding of a continuous sheet onto a succeeding spool
US5171396A (en) Device for splicing paper webs for the production of corrugated board
GB1158553A (en) Method and Machine for Performing End-to-End Jointings on Webs Unwinding from Rolls in Motion
US3276710A (en) Means and method for forming a butt splice in a running web
EP0982104A2 (en) Method and apparatus for moving the circular cutter of a machine for cutting logs of paper and the like
US6969342B2 (en) System for handling folded sheet material
EP0920398B1 (en) Cross cutting device for a winding machine
EP1013583A3 (en) Automatic splicer for unwinder
JP2001515434A (ja) 無ライナーのラベル貼り装置
NL2029796B1 (en) Cutting device and method for cutting a strip and production line for applying an apex to a bead.
NL8700838A (nl) Machine voor het vervaardigen en stapelen van zakken, tassen en dergelijke die zijn gemaakt van een thermoplastisch materiaal.
EP0460395A1 (en) Cutting device for a web winder
US4057241A (en) Laundry folder and stacker
JPS6061449A (ja) 紙継装置
EP1172320A2 (en) Device for joining the trailing edge of a reel of paper about to finish to the leading edge of a new reel

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed