NL8403316A - Rotary mower with rotors above hollow beam - has beam made up of several connecting units, each supporting rotor (NL 30.3.81) - Google Patents
Rotary mower with rotors above hollow beam - has beam made up of several connecting units, each supporting rotor (NL 30.3.81) Download PDFInfo
- Publication number
- NL8403316A NL8403316A NL8403316A NL8403316A NL8403316A NL 8403316 A NL8403316 A NL 8403316A NL 8403316 A NL8403316 A NL 8403316A NL 8403316 A NL8403316 A NL 8403316A NL 8403316 A NL8403316 A NL 8403316A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- gear
- tractor
- mowing
- units
- mower
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D34/00—Mowers; Mowing apparatus of harvesters
- A01D34/01—Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus
- A01D34/412—Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus having rotating cutters
- A01D34/63—Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus having rotating cutters having cutters rotating about a vertical axis
- A01D34/76—Driving mechanisms for the cutters
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A01—AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
- A01D—HARVESTING; MOWING
- A01D34/00—Mowers; Mowing apparatus of harvesters
- A01D34/01—Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus
- A01D34/412—Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus having rotating cutters
- A01D34/63—Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus having rotating cutters having cutters rotating about a vertical axis
- A01D34/64—Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus having rotating cutters having cutters rotating about a vertical axis mounted on a vehicle, e.g. a tractor, or drawn by an animal or a vehicle
- A01D34/66—Mowers; Mowing apparatus of harvesters characterised by features relating to the type of cutting apparatus having rotating cutters having cutters rotating about a vertical axis mounted on a vehicle, e.g. a tractor, or drawn by an animal or a vehicle with two or more cutters
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Environmental Sciences (AREA)
- Harvester Elements (AREA)
Abstract
Description
*' fe— % 242^Νβ(1/ΒΗ C. van der Lely N.V. fee Maasland Maaimachine* 'fe—% 242 ^ Νβ (1 / ΒΗ C. van der Lely N.V. fee Maasland Mower
De uitvinding heeft betrekking op een door een trekker aandrijfbare maaimachine met een aantal om opwaarts* gerichte assen aandrijfbare maaiorganen die worden ondersteund door een onder de rotoren gelegen, tijdens bedrijf 5 over de grond glijdende eneen aandrijfas omvattende balk, welke aandrijfas nabij een einde ervan een eerste tandwiel draagt dat in aandrijvende verbinding is met een erboven gelegen tweede tandwiel dat vanaf de trekker aandrijfbaar is met behulp van een aandrijving die is aangebracht aan een 10 ten opzichte van de balk op en neer scharnierbaar, tijdens bedrijf in de richting van de trekker schuin opwaarts verlopende gestelbalk en het tweede tandwiel een grotere diameter bezit dan het eerste tandwiel.The invention relates to a tractor-drivable mower with a plurality of up-axis-drivable mowing members supported by a beam located below the rotors, which slides over the ground during operation and which includes a drive shaft near one end thereof. carries first gear which is in driving connection with an overlying second gear which is drivable from the tractor by means of a drive mounted on a pivot up and down relative to the beam during operation in the direction of the tractor upwardly extending frame beam and the second gear wheel has a larger diameter than the first gear wheel.
Een dergelijke maaimachine is bekend uit de Neder-15 landse octrooiaanvrage 7305887. Bij deze constructieve uitvoering bevindt zich de onderzijde van het nabij de de rotoren dragende balk gelegen einddeel van de gestelbalk zich op een zodanig geringe afstand boven de grond dat het niet mogelijk is om gewas te maaien dat aanwezig is op een grondstrook die iets 20 dieper ligt dan de strook waarop de trekker rijdt.Such a mowing machine is known from Dutch patent application 7305887. In this constructional embodiment, the underside of the end part of the frame beam located near the beam carrying the rotors is located at such a small distance above the ground that it is not possible to mow the crop that is on a ground strip that is slightly deeper than the strip on which the tractor is driving.
De uitvinding beoogt om op constructief eenvoudige wijze in dit nadeel te voorzien.The object of the invention is to provide for this drawback in a constructionally simple manner.
Volgens de uitvinding is tussen het eerste en het tweede tandwiel een met deze tandwielen in aangrijping zijnd 25 tussentandwiel aangebracht.According to the invention, an intermediate gear wheel engaging these gears is arranged between the first and the second gear.
Op deze wijze kan worden bereikt dat door het invoegen van het tussentandwiel op eenvoudige wijze een aanzienlijke vergroting van de vrije ruimte onder de gestelbalk wordt bewerkstelligd.In this way it can be achieved that by inserting the intermediate gear a considerable increase of the free space under the frame beam is achieved in a simple manner.
30 Daar de diameter van het tussentandwiel het toerental van de maairotoren niet beïnvloedt, is een grote vrijheid voor de keuze van de diameter van het tussentandwiel en daarmee de vergroting van de genoemde vrije ruimte onder de gestelbalk aanwezig.Since the diameter of the intermediate gear does not affect the rotational speed of the mowing motors, there is great freedom in the choice of the diameter of the intermediate gear and thus the increase of the said free space under the frame beam.
35 Aan de hand van de figuren zal de uitvinding hier onder nader uiteen worden gezet.The invention will be explained in more detail below with reference to the figures.
Figuur 1 is een bovenaanzicht van een uitvoeringsvorm van de maaimachine volgens de uitvinding.Figure 1 is a top view of an embodiment of the mower according to the invention.
8403313 - 2 -8403313 - 2 -
Figuur 2 is op grotere schaal een bovenaanricht op twee maai organen van da maai machine»Figure 2 is an enlarged top view of two mowing members of the mower »
Figuur 3 is gedeeltelijk een doorsnede over de lijn III-III en gedeeltelijk een aanzicht volgens de pijl III 5 in figuur 2»Figure 3 is partly a section on line III-III and partly a view according to arrow III 5 in figure 2 »
Figuur 4 is een doorsnede van een maai orgaan volgensi de lijn IV-IV in figuur 3·Figure 4 is a sectional view of a mowing member along line IV-IV in Figure 3 ·
Figuur 5 is een gedeeltelijke doorsnede over een maaiorgaan volgens de lijn V-V in figuur 4, waarbij een 10 sleutel is weergegeven, met behulp waarvan de messen van het maaiorgaan kunnen worden verwijderd· ζ- Figuur 6 is gedeeltelijk een aanzicht en gedeeltelijk een doorsnede volgens de lijn VT-VX in figuur 1 ,op de schaal van figuur 2./ 15 Figuur 7 is een zijaanzicht volgens de pijl VII in figuur 1, op de schaal van figuur 2·Figure 5 is a partial sectional view of a mowing member along the line VV in Figure 4, showing a wrench, by means of which the blades of the mowing member can be removed. Figuur- Figure 6 is partly a view and partly a section according to the line VT-VX in figure 1, on the scale of figure 2. / 15 Figure 7 is a side view according to the arrow VII in figure 1, on the scale of figure 2
Figuur 8 is een achteraanzicht op de machine volgensi de pijl VIII in figuur 1, op de schaal van figuur 2»Figure 8 is a rear view of the machine according to the arrow VIII in Figure 1, to the scale of Figure 2 »
Figuur 9 is een zijaanzicht volgens de pijl IX in 20 figuur 8.Figure 9 is a side view according to the arrow IX in Figure 8.
Figuur 10 is een doorsnede volgens de lijn VI-VI in figuur 1 f waarbij een estra slof is aangebracht·Figure 10 is a sectional view taken on the line VI-VI in Figure 1 f with an extra slipper attached ·
De naaimachine af geheeld in het uitvoeringsvoorbeeld volgens de figuren 1-10 bezit een driepuntbok 1 f waarmede £ '25 de machine op op zichzelf bekende wijze aan de driepunts- hefinrichting 2 van een trekker 3 kan worden gekoppeld· Aan de driepuntbok 1 is een dwars op de rijrichting A van de trekker gelegen gesteldeel 4 bevestigd, dat via een naar boven zich uitstrekkende tandwielkast 5» die een onderdeel 20 vormt van een gesteldeel β (zie fig· 8) gekoppeld is met dit gesteldeel 6 dat de maai organen 7 van de machine draagt·The sewing machine, healed in the exemplary embodiment according to Figures 1-10, has a three-point trestle 1 f with which the machine can be coupled to the three-point lifting device 2 of a tractor 3 in a manner known per se. frame part 4 located on the direction of travel A of the tractor is secured, that through an upwardly extending gearbox 5 »which forms part of a frame part β (see fig. 8) is coupled to this frame part 6 that the mowing members 7 of the machine carries
Het gesteldeel 6 bezit in dit uitvoeringsvoorbeeld twaalf maaiorganen 7· Het gesteldeel 6 is ten opzichte van het gesteldeel 4 om een zich horizontaal in de ri jrichting uit-25 strekkende as 8 zwenkbaar.In this exemplary embodiment, the frame part 6 has twelve mowing members 7 · The frame part 6 is pivotable relative to the frame part 4 about an axis 8 extending horizontally in the direction of travel.
84 0 3 3 1 8 - 3 - k84 0 3 3 1 8 - 3 - k
Aangezien de uitvinding in liet 'bijzonder betrekking heeft op het gesteldeel 6 en de maaiorganen 7, zal de constructie van de driepuntbok 1 en van het gesteldeel 4 slechts summier worden beschreven* 5 Be uitvinding kan worden toegepast in combinatie met * iedere op zichzelf bekende aankoppeling van het gesteldeel 4 met de hefinrichting 2 van de trekker· Van belang is echter dat het gesteldeel 6 om een horizontale as 8 tijdens het bedrijf kan verzwenken· Een voorbeeld van een dergelijke 10 bekende aankoppeling wordt bij voorbeeld beschreven in de ïïederlandse octrooiaanvrage 76.05371·Since the invention relates in particular to the frame part 6 and the mowing members 7, the construction of the three-point trestle 1 and of the frame part 4 will be described only briefly. * The invention can be applied in combination with * any coupling known per se of the frame part 4 with the lifting device 2 of the tractor. It is important, however, that the frame part 6 can pivot about a horizontal axis 8 during operation. An example of such a known coupling is described, for example, in Dutch patent application 76.05371.
Be tandwielkast 5 bezit een om een horizontale as 9 ^ draaiend konisch tandwiel 10 (fig· 1} · Be as 9 is voorzien : van een buiten de tandwielkast gelegen poelie 11, terwijl 15 op een met de af takas van de trekker koppelhare as van het gesteldeel 4 een poelie 12 is aangebracht· Be poelies 11 en 12 zijn door middel van een snaar overbrenging 13 met elkaar in aandrijfverbinding. Het in de tandwielkast 5 gelegen konische tandwiel 10 is in aangrijping met een konisch 20 tandwiel 14 dat om een dwars op de rijrichting A gelegen as; 15 is aangedreven· Op de as 15 is een tandwiel 16 aange— bracht dat in ingrijping is met een tandwiel 17· Het tandwiel 17 is op zijn beurt weer in ingrijping met een onder hem gelegen rondsel 18. Bit rondsel 18 is bevestigd op een £ 25 aandrijfas 19» die in het gesteldeel 6 is gelegen· Het gesteldeel 6 is opgebouwd uit zes eenheden 20, die uit gietijzer zijn vervaardigd· In fig. 2 is een dergelijke eenheid op grotere schaal afgebeeid· In dit uitvoeringsvoorbeeld draagt iedere eenheid 20 een tweetal maai organen 7» die in 30 tegengestelde richting worden aangedreven, zoals is aangegeven door de pijlen B. Be eenheid bezit een drietal holle ruimten, die dwars op de rijrichting Δ zijn gelegen· In de centraal gelegen holle ruimte 21 bevindt zich de aandrijving voor de maai organen 7, terwijl aan de voorkant zich 35 een boring 22 bevindt en aan de achterkant een van tussen-sehotten waarin boringen zijn aangebracht voorziene holle 84 o 33 7 ί * -A - ruimte 23#The gearbox 5 has a bevel gear 10 rotating about a horizontal shaft 9 (fig. 1). The shaft 9 is provided with a pulley 11 located outside the gearbox, while 15 is mounted on a shaft which is coupled to the power take-off shaft of the tractor. the frame part 4 is provided with a pulley 12 · The pulleys 11 and 12 are in drive connection with each other by means of a belt transmission 13. The bevel gear 10 located in the gearbox 5 is engaged with a bevel gear 14 which is arranged transversely shaft located in the direction of travel A; 15 is driven · A gear 16 is mounted on the shaft 15, which meshes with a gear 17 · The gear 17, in turn, meshes with a pinion underneath it 18. Bit pinion 18 is mounted on a 25 "drive shaft 19" which is located in the frame part 6. The frame part 6 is built up of six units 20, which are made of cast iron · In Fig. 2, such a unit is finished on a larger scale · In this exemplary embodimenteach unit 20 carries two mowing members 7 »which are driven in the opposite direction, as indicated by the arrows B. The unit has three hollow spaces, which are located transverse to the direction of travel Δ · In the centrally located hollow space 21 the drive for the mowing members 7 is located, while at the front there is a bore 22 and at the rear a hollow 84 o 33 7 voorzien * -A - space 23 #, provided with intermediate bore holes.
De eenheid 20 bezit aan ai ja vóórkant een tweetal cirkelsegmenten 24· Deze cirkelsegmenten strekken zich uit over een. hoek van ongeveer 140° (zie fig. 2 en 4).The unit 20 has two circle segments 24 on the front side. These circle segments extend over one. angle of about 140 ° (see fig. 2 and 4).
5 Aan, de bovenzijde heeft iedere eenheid 20 een twee tal openingen 25, waardoorheen de aandrijfassen voor de maaiorganea 7 zijn gestoken, zoals hieronder zal worden besproken·5 On the top side, each unit 20 has two openings 25 through which the drive shafts for the mowing members 7 are inserted, as will be discussed below.
De hartli jn I-I van een opening 25 strekt zich, 10 zoals uit fig. 7 blijkt, onder een hoek van 80° met het horizontale vlak uit· De cirkelsegmenten 24 zijn aan hun onderzijde ondersteund door een naar voren uitstekend ge-{ deelte 26 van de eenheid, waardoorheen zich de boring 22 uitstrekt· Iedere eenheid 20 bezit aan zijn achterzijde een, 15 drietal uitsteeksels 27, die een opening 28 bezitten die van schroefdraad is voorzien* Deze uitsteeksels kunnen desgewenst worden gebruikt voor het aaabrengen van sloffen, zoals hieronder zal worden uiteengezet· 2?wee uitsteeksels 27 bevinden zich aan het uiteinde: 20 van de eenheid, terwijl een derde uitsteeksel zich in het midden van de eenheid bevindt· De eenheden 20 kunnen tegen elkaar worden gemonteerd met behulp van een tweetal dwars op de rijrichting A zich uitstrekkende verbindingselementen, 29 resp* 30* Een als stang uitgevoerd verbindingselement £ 25 29 is door de boringen 22 gestoken, terwijl het verbindings element 30 in dit uitvoeringsvoorbeeld als buis is uitge— voerd en door de holle ruimten 23 van alle elementen is gestoken* Beide verbindingselementen bezitten aan hun uiteinden schroefdraad waarop moeren, zoals de moeren 31 resp· 30 32 kunnen worden gedraaid (zie fig· 7 en 9)* Door het vast aandraaien van de moeren 31 en 32 kunnen alle eenheden aan elkaar worden bevestigd en op deze wijze kan het gesteldeel 6 worden gevormd* Het zal duidelijk zijn dat bij de fabricage van de maaimachine op deze wijze het eenvoudig is om 35 maaibalken met verschillende lengte te vervaardigen, terwijl bovendien reparatie van de maai balk door vervanging 8403111 ” - 5- « 4 van een eenheid 20 zeer eenvoudig is· Men beboeft slechts een tevoren gekozen hoeveelheid eenheden 20 door middel van de hierboven beschreven verbindingselementen aan elkaar te bevestigen, of door een of meer andere te vervangen· 5 Bij voorkeur heeft het verbindingselement 30 een belangrijk grotere diameter dan het verbindingselement 29, zodat het verbindingselement 30, dat zich aan de achter* zijde bevindt, een belangrijk groter deel van de krachten van het gestel opneemt· In dit uitvoeringsvoorbeeld is de 10 diameter van de buis 30 ongeveer 2,5 maal zo groot als die van de stang 29»The center line II of an opening 25 extends, as can be seen from Fig. 7, at an angle of 80 ° with the horizontal plane. The circle segments 24 are supported on their underside by a projecting part 26 of the unit through which the bore 22 extends · Each unit 20 has at its rear one, three projections 27, which have an opening 28 which is threaded * These projections can be used if desired for attaching slippers, as will be shown below. 2 wee protrusions 27 are located at the end: 20 of the unit, while a third protrusion is located in the center of the unit · The units 20 can be mounted against each other using two transverse to the direction of travel A extending connecting elements, 29 and 30 respectively. A connecting element 25 designed as a rod 29 is inserted through the bores 22, while the connecting element 30 in this embodiment for example, if the pipe is designed and inserted through the hollow spaces 23 of all elements * Both connecting elements have screw thread at their ends on which nuts, such as nuts 31 and 30, respectively, can be screwed (see fig. 7 and 9) * tightening the nuts 31 and 32 all units can be fastened together and in this way the frame part 6 can be formed * It will be clear that in the manufacture of the mower in this way it is easy to use 35 cutter bars of different length while repairing the cutter bar by replacing 8403111 ”- 5-« 4 of a unit 20 is also very simple · Only a pre-selected quantity of units 20 is required to be fastened together by means of the connecting elements described above, or by one or more others to be replaced · Preferably, the connecting element 30 has a considerably larger diameter than the connecting element 29, so that the connecting element graft 30, which is located at the rear, absorbs a significantly larger part of the forces of the frame. In this exemplary embodiment, the diameter of the tube 30 is approximately 2.5 times as great as that of the rod 29
Be elementen bevinden zich bij voorkeur op ongeveer ' gelijke afstand boven de grond· Het verbindingselement 30 is op grotere afstand van de hartlijn 1*1 gelegen dan het 15 verbindingselement 29· In dit uitvoeringsvoorbeeld is de afstand ongeveer tweemaal zo groot·The elements are preferably located approximately equidistant above the ground. The connecting element 30 is located at a greater distance from the center line 1 * 1 than the connecting element 29 · In this exemplary embodiment, the distance is approximately twice as great ·
Be aandrijfas 19 ie evenals het gesteldeel 6 uit verschillende delen opgebouwd· Hiertoe bezit de aandrijfas 19 een aantal in de eenheden 20 gelegen stanggedeelten 33, 20 die aan hun uiteinden zijn voorzien van een van pasgroeven voorzien gedeelte 34, waarop een cilindrisch glad gedeelte 35 van een iets kleinere diameter aansluit, terwijl hier* aan wederom een van in de lengterichting verlopende pas* groeven voorzien gedeelte 36 aansluit. Op de van groeven £ 25 voorziene gedeelten 34 kunnen konisehe tandwielen 37 worden geschoven, terwijl de stanggedeelten 33 worden ondersteund door tegen olieverlies afgedichte legers 33, die enerzijds de stanggedeelten 35 ondersteunen en anderzijds zijn agfe* steund tegen de binnenwand van de holle ruimte 21· Be 30 stanggedeelten 33 kunnen aan elkaar worden bevestigd door middel van buisvormige gedeelten 39· Deze buisvormige gedeelten bezitten aan, hun uiteinden gedeelten met pasgroeven, waarin da uiteinden 36 van de stanggedeelten 33 passen·The drive shaft 19 ie as well as the frame part 6 are built up from different parts. To this end, the drive shaft 19 has a number of rod parts 33, 20 located in the units 20, which are provided at their ends with a grooved part 34, on which a cylindrical smooth part 35 of connects a slightly smaller diameter, while here again a part 36 provided with longitudinal running grooves * extends. Conical gears 37 can be slid onto the grooved parts £ 25, while the rod parts 33 are supported by bearings sealed against oil loss 33, which on the one hand support the rod parts 35 and, on the other hand, support the inner wall of the cavity 21 · The rod sections 33 can be attached to each other by means of tubular sections 39 · These tubular sections have, at their ends, grooved sections, into which the ends 36 of the rod sections 33 fit ·
De ruimten 21 van de gesteleenheden 20 zijn aan hun 35 grensvlakken door middel van pasringen 40 op elkaar aangesloten· Deze pasringen en de in de eenheden 20 aangebrachte’ > ü* _ 6 _ legers 38 maken liet mogelijk de eenheden op elkaar te centreren. Alle ruimten 21 vormen samen een gesloten kamer, waarin zich smeermiddel bevindt, waarbij uit de aard der zaak de eerste en laatste eenheid van de gestelbalk aan hun 5 uiteinde een wand bezitten, waardoorheen de aandrijfas 19 kan worden gevoerd.The spaces 21 of the frame units 20 are connected to each other at their interfaces by means of shims 40. These shims and the armatures 38 mounted in units 20 allow the units to be centered on one another. All the spaces 21 together form a closed chamber, in which lubricant is present, whereby the first and last unit of the frame beam naturally have a wall at their end, through which the drive shaft 19 can be passed.
Aan de bovenzijde van elk van de openingen 25 van de eenheid 20 bevindt zich een tweetal cilindrische gedeelten 41, die aan de binnenzijde zijn voorzien van een 10 tweetal kogellegers 42. In deze kogellegers 42 zijn aandrijfassen 43 gelegerd, die aan hun onderzijde een kegeltand-g- wiel 44 dragen, die in ingrijping zijn met de komische tand— v wielen 37 van de as 19. De assen 43 bezitten aan hun boven zijde een gedeelte 45, dat van pasgroeven is voorzien, 15 waaroverheen een lichaam 46 van het maai orgaan kan worden geschoven.At the top of each of the openings 25 of the unit 20 there are two cylindrical parts 41, which are provided on the inside with two ball bearings 42. In these ball bearings 42 drive shafts 43 are mounted, which have a tapered tooth on their underside. bearing g-wheel 44, which mesh with the comical toothed wheels 37 of the shaft 19. The shafts 43 have on their upper side a portion 45 which is fitted with grooves, over which a body 46 of the mowing member is positioned. can be slid.
Het lichaam 46 bezit een gedeeltelijk cirkelvormige flens 47, die evenwijdig aan de bovenzijde van de eenheid 20 is gelegen* De omtrek van de flens heeft twee cirkel-20 segmenten, verbonden door twee rechte zijden. Aan de onderzijde bezitten deze cirkelsegmenten een rand 48, die zich in de richting van de eenheid uitstrekt· Deze gedeeltelijk cirkelvormige randen 48 steken in een cirkelvormige groef 49 van de bovenzijde van de eenheid 20. Het lichaam 46 be-£ 25 zit een tweede flens 50 die evenwijdig aan de eerste flens 47 verloopt, en eveneens een omtrek heeft bestaande uit twee cirkelsegmenten door twee rechte zijden verbonden. Op deze flens 50 sluit een cilindrisch gedeelte 51 aan. De flens 47 heeft een opening 52, terwijl de flens 50 een ope-30 ning 53 bezit. Beide openingen liggen boven elkaar* Het cilindrisch gedeelte 51 bezit aan zijn bovenzijde een van pasgroeven voorziene opening 54, zodat het lichaam 46 op de as 43 kan worden geschoven en de groeven van de opening 54 en die van het stanggedeelte 45 er voor zorgen dat dit 35 lichaam door de as 43 kan worden aangedreven· Aan de bovenzijde is het lichaam 46 om de opening 54 voorzien van een 84 0 33 1 6 -7 - «r -* ópstaande rand 55· Over de bovenzijde van hst lichaam 46 is een deksel 56 bevestigd· Het deksel 56 bezit een opening; 57 die on de rand 55 past en heeft een naar beneden gerichte rand 58 die de rand van de flens 50 net geringe spe— 5 ling omgeeft ter betere afdichting tegen verontreinigingen· Verder heeft het deksel 56 een ringvormig kanaal 59» sen en. ander zodanig dat een dwarsdoorsnede van hat deksel ongeveer de vorm van de letter M vertoont (zie fig« 5)· Door middel van een moer 60 zijn het deksel en het lichaam 46 10 aan de as 43 bevestigd·The body 46 has a partially circular flange 47, which is located parallel to the top of the unit 20. The circumference of the flange has two circle-20 segments connected by two straight sides. On the underside, these circle segments have an edge 48 which extends towards the unit. These partially circular edges 48 insert into a circular groove 49 of the top of the unit 20. The body 46 comprises a second flange. 50 which runs parallel to the first flange 47, and also has a circumference consisting of two circle segments connected by two straight sides. A cylindrical portion 51 connects to this flange 50. The flange 47 has an opening 52, while the flange 50 has an opening 53. Both openings are superimposed. * The cylindrical portion 51 has a grooved opening 54 at its top, so that the body 46 can be slid onto the shaft 43 and the grooves of the opening 54 and that of the rod portion 45 ensure that this The body can be driven by the shaft 43 · At the top, the body 46 around the opening 54 is provided with a 84 0 33 1 6 -7 - * upright edge 55 · Over the top of the body 46 is a lid 56 attached · The lid 56 has an opening; 57 which fits on the rim 55 and has a downwardly directed rim 58 which surrounds the edge of the flange 50 with only slight play for better sealing against contamination. Furthermore, the lid 56 has an annular channel 59 and. other such that a cross-section of the lid has approximately the shape of the letter M (see fig. 5) · The lid and the body 46 are attached to the shaft 43 by means of a nut 60 ·
Ben ring 61, voorzien van een flens 62 die op de j flens 50 rust is om het cilindrisch gedeelte 51 van het lichaam 46 gelegen* Door de openingen 52 en 53 van de flenzen 47 resp· 50 zijn pennen 63 gestoken, die aan hun boven-15 zijde een groef 64 hebben# De flens 62 bezit twee cirkel-segmentvormige uitsparingen 65, met een zodanige afmeting dat de rand van een uitsparing juist in de groef van een pen 63 past* Door middel van een veer 66 die tussen de fier® 62 en het ringvormige kanaal .59 van het deksel is gelegen, 20 wordt de ring 61 tegen de flens 50 gedrukt.A ring 61, provided with a flange 62 which rests on the flange 50, is arranged around the cylindrical portion 51 of the body 46 * Pins 63 are inserted through the openings 52 and 53 of the flanges 47 and 50, which pins -15 side have a groove 64 # The flange 62 has two circle-segmental recesses 65, such that the edge of a recess fits snugly into the groove of a pin 63 * By means of a spring 66 which is between the fier® 62 and the annular channel 59 of the lid is located, the ring 61 is pressed against the flange 50.
Het maai orgaan 7 bezit messen 67, die een opening 68 hebben die om de pen 63 is gelegen· Het buitenste uiteinde van de messen 67 steekt tijdens het bedrijf vrij, in dit geval e^aieens radiaal naar buiten uit, terwijl het ( 25 binnenste uiteinde 69 ia een groef 70 van het lichaam is gelegen· De messen die vrij om de pennen 63 swenkbaar zijn hebben een snijkant 71* Verder hebben de messen in dit uit-voaringsvoorbeeld een lengte die ongeveer overeenkomt ·; met de afstand tussen twee pennen 63, terwijl de snijcirkel van de 30 twee diametraal tegenoverelkaar gelegen messen 22 cm bedraagt, maar bij voorkeur kleiner dan 26 cm is* De afstand tussen de twee pennen 63 behorend tot een maai orgaan 7 is in dit uitvoeringsvoorbeeld 9 om, terwijl het toerental van het maai orgaan groter dan 6000 omw/min is en in dit uitvoerings-35 voorbeeld 3000 omw/min bedraagt* 8403316 _ 8 _ ► ί1The mowing member 7 has blades 67, which have an opening 68 which is located around the pin 63 · The outer end of the blades 67 protrudes freely during operation, in this case only radially outwards, while the (inner the end 69 is located in a groove 70 of the body · The knives that can be pivoted freely about the pins 63 have a cutting edge 71 * Furthermore, in this embodiment the knives have a length approximately corresponding to the distance between two pins 63 while the cutting circle of the two diametrically opposed knives is 22 cm, but is preferably less than 26 cm. * The distance between the two pins 63 belonging to a mowing member 7 is 9 in this exemplary embodiment, while the rotational speed of the mower is greater than 6000 rpm and in this embodiment, 3000 rpm is * 8403316 _ 8 _ ► ί1
Zoals uit fig* 2 blijkt, bezit het deksel een omtrek bestaande uit twee vlakke zieden 72 en twee oirkelsegmenten 73, die in dit uitvoeringsvoorbeeld 100° bedragen, een en ander overeenkomend met de omtrek van de flens 50. De lengte 5 van de messen en de afmetingen van het lichaam 46 zijn zodanig dat de messen van boven gezien, zich tot dicht nabij de vlakke zijden 72 van het deksel van een naburig maai-orgaan uitstrekken. Zoals uit fig* 2 blijkt, zijn de messen van twee naburige maai organen onder een faseverschil van 90°! 10 ten opzichte van elkaar opgesteld·As can be seen from Fig. 2, the cover has a circumference consisting of two flat edges 72 and two circumferential segments 73, which in this exemplary embodiment are 100 °, all this corresponding to the circumference of the flange 50. The length 5 of the blades and the dimensions of the body 46 are such that the blades when viewed from above extend close to the flat sides 72 of the lid of an adjacent mowing member. As shown in fig * 2, the blades of two neighboring cutting units are under a 90 ° phase difference! 10 arranged relative to each other
De flens 50 bezit een tweetal kleine openingen 74, ζ die naast de openingen 53 zijn gelegen en tenminste gedeel telijk door de fiers 62 van de ring 61 zijn af gedekt* Deze openingen kunnen worden gebruikt voor het verwisselen van de 15 nessen, zoals hieronder nader zal worden beschreven*The flange 50 has two small openings 74, which are located next to the openings 53 and are at least partly covered by the fiers 62 of the ring 61. These openings can be used for exchanging the knives, as further explained below. will be described *
Het maai orgaan bezit aan zijn naar de trekker toe— gekeerde zijde een slof 75, die door middel van een bout 76 en een pen 77 aan de tandwielkast 5 ia aangebracht· De tandwielkast heeft, in zijaanzicht gezien (fig* 8) twee steunen 20 7§ rosp* 79» die zich resp. naar boven en naar achteren uit strekken (zie ook fig* 1 en 6)· Bovendien kan het mogelijk zijn om desgewenst de maaimachine van meerdere sloffen te voorzien» zoals aan da hand van fig. 10 zal worden besproken* Aan zijn van de trekker afgekeerde zijde bezit de C 25 naaimachine, zoals bij maaimachines gebruikelijk is een " zwadbord 80, terwijl boven de maaimachine een af scheming 81: is aangebracht die aan een horizontale, boven de maaibaik liggende drager 82 is bevestigd* De drager 82 is via een steun 83 aan da tandwielkast 5 bevestigd en strekt zich hori-30 zontaai boven het gesteldeel 6 uit. Hij wordt slechts door de steun 33 afgesteund· De afscherming is van boven gezien nagenoeg rechthoekig en vormt de gebruikelijke afscherming ter bescherming van gebruikers of omstanders, bij voorbeeld tegen stenen die door de maai organen zouden kunnen worden 35 weggeslagen*The mowing member has a slipper 75 on its side facing the tractor, which is attached to the gearbox 5 by means of a bolt 76 and a pin 77. The gearbox has two supports 20, seen in side view (fig. 8). 7§ rosp * 79 »which resp. extend upwards and backwards (see also fig * 1 and 6) · In addition, it may be possible to provide the mower with several slippers if desired »as will be discussed with reference to fig. 10 * With the tractor turned away On the side, the C 25 sewing machine has, as is usual with mowing machines, a "swath board 80, while above the mowing machine there is a fence 81: which is attached to a horizontal carrier 82 lying above the mowing beak. * The carrier 82 is via a support 83 attached to the gearbox 5 and extends horizontally above the frame 6. It is supported only by the support 33 · The shield is substantially rectangular when viewed from above and forms the usual shield to protect users or bystanders, for example against stones that could be knocked out by the cutting units 35 *
Bij de maaimachine behoort een sleutel die in fig*5 84 0 3 3 1 6 _ 9_ is weergegeven* Be sleutel 84 bezit een handvat 85 waaraan een gekromde, naar boven stekende pen 86 door middel van een tussenstuk 87 is gelast* Be sleutel bezit verder een baakvormig gedeelte 88 dat door middel van een pen 89 zwehkbaar 5 aan bet handvat 85 is bevestigd* Het haakvormige gedeelte 88 is zodanig gevormd dat haar uiteinde 90 juist in de groef 70 kan steken, terwijl haar bovengedeelte 91 hierbij op het deksel 56 kan rusten, terwijl de pen 86 door de ope-ningen 74 van de flens 50 is gestoken (fig* 5)· Indien nu 10 het handvat 85 naar beneden wordt gedrukt, zal de pen 86 de ring 61 tegen de veer druk naar boven drukken, waarbij de pen 63, die nabij de opening 74 is gelegen, mee naar C ooven wordt getrokken* Hierdoor komt de pen vrij van de opening 68 in het mes 67 en kan dit mes desgewenst door een 15 nieuw mes worden vervangen. Ia fig. 5, waarbij het mes 67 niet is getekend, wordt het mes dat zich aan de rechterzijde van het maai orgaan bevindt, vervangen. Indien men het andere · mes wenst te vervangen, is het uiteraard nodig dat de pen 86 door de andere opening 74 van de flens 50 wordt gestoken* 20 Be hierboven beschreven naaimachine biedt het voor deel van een eenvoudige vervaardiging, terwijl, ook wanneer de voorzijde van de machine tegen een obstakel zou stoten, door de solide constructie geen beschadiging van de maaibalk -behoeft te ontstaan* ^ 25 San verder voordeel is dat de buis 30, die in een gesloten ruimte ligt niet met verontreinigingen in aanraking komt, en dus niet van speciaal staal vervaardigd behoeft te zijn. Be doorlopende stang 29 wordt vooral op trek belast en zorgt mede voor de solide bevestiging van de een— 30 heden 20 aan elkaar* Het deksel 43 is zo gevormd dat voor een snelle afvoer van het gewas wordt zorggedragen? desgewenst kan de vorm in bovenaanzicht nog meer de ellips benaderen*Included with the mower is a key shown in FIG. 5 84 0 3 3 1 6 _ 9 * The key 84 has a handle 85 to which a curved upwardly protruding pin 86 is welded by means of a spacer 87 * The key has furthermore, a rod-shaped part 88 which is pivotally attached to the handle 85 by means of a pin 89 * The hook-shaped part 88 is shaped in such a way that its end 90 can just protrude into the groove 70, while its top part 91 can herein be placed on the lid 56 while the pin 86 is inserted through the openings 74 of the flange 50 (fig. 5) · If now the handle 85 is pressed down, the pin 86 will push the ring 61 upwards against the spring, the pin 63, which is located near the opening 74, being pulled along to the oven. This causes the pin to become free from the opening 68 in the knife 67 and this knife can be replaced by a new knife if desired. Fig. 5, where the blade 67 is not drawn, the blade located on the right side of the mowing member is replaced. If one wishes to replace the other knife, it is of course necessary that the pin 86 be inserted through the other opening 74 of the flange 50 * The sewing machine described above offers it part of a simple manufacture, while, even when the front of the machine against an obstacle, due to the solid construction, no damage to the cutter bar is required - ^ 25 San further advantage is that the tube 30, which is located in a closed space, does not come into contact with contaminants, and therefore not made of special steel. The continuous rod 29 is mainly stressed on tension and also ensures the solid fastening of the units 20 to each other * The cover 43 is designed in such a way that rapid removal of the crop is ensured? if desired, the shape can be even closer to the ellipse in top view *
Be uitvinding is niet beperkt tot het vorenstaande, 35 doch betreft tevens alle details van de figuren al of niet beschreven.The invention is not limited to the above, but also concerns all details of the figures, whether or not described.
84033168403316
Claims (4)
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8403316A NL8403316A (en) | 1984-11-01 | 1984-11-01 | Rotary mower with rotors above hollow beam - has beam made up of several connecting units, each supporting rotor (NL 30.3.81) |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8403316A NL8403316A (en) | 1984-11-01 | 1984-11-01 | Rotary mower with rotors above hollow beam - has beam made up of several connecting units, each supporting rotor (NL 30.3.81) |
| NL8403316 | 1984-11-01 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8403316A true NL8403316A (en) | 1985-02-01 |
Family
ID=19844690
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8403316A NL8403316A (en) | 1984-11-01 | 1984-11-01 | Rotary mower with rotors above hollow beam - has beam made up of several connecting units, each supporting rotor (NL 30.3.81) |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL8403316A (en) |
Cited By (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0218307A1 (en) * | 1985-10-11 | 1987-04-15 | C. van der Lely N.V. | A rotary disc mower comprising a plurality of discs arranged above a frame beam and being rotatable around upwardly directed shafts |
| EP0235850A1 (en) * | 1986-02-24 | 1987-09-09 | C. van der Lely N.V. | A mowing machine |
| NL8601394A (en) * | 1986-05-30 | 1987-12-16 | Lely Nv C Van Der | Multi-unit mowing machine - has tensile-bar located before axis of rotation of mowing member, viewed in direction of travel |
| EP0395180A1 (en) * | 1989-04-28 | 1990-10-31 | C. van der Lely N.V. | A mowing machine |
-
1984
- 1984-11-01 NL NL8403316A patent/NL8403316A/en active Search and Examination
Cited By (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0218307A1 (en) * | 1985-10-11 | 1987-04-15 | C. van der Lely N.V. | A rotary disc mower comprising a plurality of discs arranged above a frame beam and being rotatable around upwardly directed shafts |
| EP0235850A1 (en) * | 1986-02-24 | 1987-09-09 | C. van der Lely N.V. | A mowing machine |
| US4827703A (en) * | 1986-02-24 | 1989-05-09 | Lely Cornelis V D | Mowing machine |
| US4955187A (en) * | 1986-02-24 | 1990-09-11 | Lely Cornelis V D | Mowing machine |
| NL8601394A (en) * | 1986-05-30 | 1987-12-16 | Lely Nv C Van Der | Multi-unit mowing machine - has tensile-bar located before axis of rotation of mowing member, viewed in direction of travel |
| EP0395180A1 (en) * | 1989-04-28 | 1990-10-31 | C. van der Lely N.V. | A mowing machine |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| EP0245186B1 (en) | Mowing device | |
| EP0760200B1 (en) | Machine for mowing and chopping maize and suchlike stalk crops | |
| NL8400028A (en) | MOWER. | |
| NL8202988A (en) | Machine with several mowing discs - each mowing disc being fixed to support element on support beam (NL 22.11.77) | |
| US4860527A (en) | Mowing machine | |
| US7882774B1 (en) | Brushcutter blade | |
| US4365462A (en) | Mower having separately replaceable bearing subassembly | |
| DE20221686U1 (en) | Rotary cutter | |
| AT391393B (en) | TRACTOR-DRIVEN CYLINDER MOWING MACHINE | |
| EP0206965A1 (en) | Rotary mower | |
| NL7907139A (en) | MOWER. | |
| NL8403316A (en) | Rotary mower with rotors above hollow beam - has beam made up of several connecting units, each supporting rotor (NL 30.3.81) | |
| NL8600047A (en) | Tractor towed rotary mowing machine - has positively driven contra-rotating rotors each with one cutter blade fixed in different positions (NL150377) | |
| KR100647044B1 (en) | rotary plant mowing apparatus | |
| DK158756B (en) | mOWER | |
| DE3047643C2 (en) | Free-cutting disc mower that can be coupled to the front of a vehicle | |
| DE2843063A1 (en) | MOWER | |
| DE3738172C2 (en) | ||
| DE2400226A1 (en) | DRIVE DEVICE FOR LAWN MOWER | |
| DE2839689A1 (en) | WEEDING AND TILLAGE MACHINE | |
| DE2838372C2 (en) | Rotary mower | |
| FR2509117A1 (en) | DISC HARVESTER WITH ADJUSTING DEVICE FOR DRIVE WHEELS | |
| DE102010022953A1 (en) | Vegetable straw i.e. hemp straw, chopping device for agricultural harvesting machine i.e. chopper blower, has cutting units with two cutting blades that are shifted to angular value equal to specific degrees relative to rotation axis | |
| NL8102592A (en) | MOWER. | |
| USRE34417E (en) | Mower having separately replaceable bearing subassembly |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| BN | A decision not to publish the application has become irrevocable |