[go: up one dir, main page]

NL8303944A - Werkwijze voor het besturen van een bewakingsinrichting in een digitaal transmissiesysteem. - Google Patents

Werkwijze voor het besturen van een bewakingsinrichting in een digitaal transmissiesysteem. Download PDF

Info

Publication number
NL8303944A
NL8303944A NL8303944A NL8303944A NL8303944A NL 8303944 A NL8303944 A NL 8303944A NL 8303944 A NL8303944 A NL 8303944A NL 8303944 A NL8303944 A NL 8303944A NL 8303944 A NL8303944 A NL 8303944A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
input
control circuit
output
switch
circuit
Prior art date
Application number
NL8303944A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Philips Nv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Philips Nv filed Critical Philips Nv
Priority to NL8303944A priority Critical patent/NL8303944A/nl
Priority to US06/669,279 priority patent/US4611324A/en
Priority to EP84201647A priority patent/EP0143489B1/en
Priority to DE8484201647T priority patent/DE3474745D1/de
Priority to CA000467739A priority patent/CA1224550A/en
Priority to JP59240856A priority patent/JPS60120637A/ja
Priority to AU35500/84A priority patent/AU575277B2/en
Publication of NL8303944A publication Critical patent/NL8303944A/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H04ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
    • H04QSELECTING
    • H04Q9/00Arrangements in telecontrol or telemetry systems for selectively calling a substation from a main station, in which substation desired apparatus is selected for applying a control signal thereto or for obtaining measured values therefrom
    • H04Q9/14Calling by using pulses
    • H04Q9/16Calling by using pulses by predetermined number of pulses
    • HELECTRICITY
    • H04ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
    • H04BTRANSMISSION
    • H04B17/00Monitoring; Testing
    • H04B17/40Monitoring; Testing of relay systems
    • H04B17/401Monitoring; Testing of relay systems with selective localization
    • H04B17/406Monitoring; Testing of relay systems with selective localization using coded addresses

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Computer Networks & Wireless Communication (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Electromagnetism (AREA)
  • Signal Processing (AREA)
  • Monitoring And Testing Of Transmission In General (AREA)
  • Dc Digital Transmission (AREA)
  • Amplifiers (AREA)

Description

' i « 03N 10.845 1 N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken te Eindhoven "Werkwijze voor het besturen van een bewakingsinrichting in een digitaal transmiss iesysteem"
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voer het besturen van een bewakings inr ichting in een digitaal transmissiesysteem, waarin tussen twee eindstations een aantal tussenversterkers zijn aangebracht, waarbij door een eindstation een van een adresgetal 5 voorziene cproepboodschap wordt uitgezonden in de richting van de gewenste tussenversterker. Voorts heeft de uitvinding betrekking op een bewakings inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze.
In digitale transmissiesystemen is het noodzakelijk tussenversterkers toe te passen tussen twee eindstations. Bij toe-10 passing van tweezijdige transmissie tussen deze eindstations bevatten deze tussenversterkers een regenerator voor de heentransmissie en een regenerator voor de terugtransmissie. Deze regeneratcren dienen enerzijds voor pulsregeneratie van het overdrachtssignaal en anderzijds voor egalisatie van de overdrachtskarakteristiek, die in vele gevallen 15 gevormd wordt door een kabel en een functie is van de afstand tussen twee opeenvolgende versterkers en van de omgevingstemperatuur.
Bi de eindstations van het digitale transmiss iesys teem zijn bewakings inrichtingen aangetracht, welke nagaan of de digitale overdrachtssignalen gestoord-zijn of niet. Na het vaststellen van een 20 staring worden vanuit een lokaliserend eindstation de afzonderlijke tussenversterkers en daarmede tevens de tussen deze tussenversterkers aanwezige kabels onderzocht.
Uit de europese octrooiaanvrage 0.029.108 is een bewakings-inrichting van genoemde soort bekend.De werkwijze voor het besturen 25 van deze inrichting is als volgt. Vanuit een eindstation wordt een eerste schakelirrpuls gezonden naar de eerste tussenversterker waardoor esilussluiting tussen de tussenversterker voor de heentransmissie en de tussenversterker voor de terugtransmissie plaatsvindt. Tegelijkertijd wordt door de eerste tussenversterker een signaal naar de tweede tussen-30 versterker gezonden, waardoor deze in een voorbereidingstoestand wordt gébracht. Na onderzoek van de eerste tussenversterker wordt door het eindstation een tweede schakelpuls uitgezonden, waardoor de lussluiting van de eerste tussenversterker wordt opgeheven en een lus- -- ... II ' —f 8303944 ' «V ï PHN 10.845 2 sluiting tussen de tussenversterker voor de heentransmissie en de tussenversterker voor de terugtransmiss ie uit de tweede tussenversterker tot stand gebracht. De tweede tussenversterker geeft een signaal af, waardoor de derde tussenversterker in een voorbereidingstoestand wordt 5 gebracht. Op overeenkomstige wijze wordt door iedere volgende schakel-impuls in een volgende tussenversterker een lussluiting tussen de tussenversterkers voor de heen- en terugtr ansmiss ie tot stand gebracht, terwijl de daaropvolgende tussenversterker in een voorbereidingstoestand wordt gebracht.
10 De werkwijze voor het besturen van de bekende bewakings- inrichting vertoont het nadeel, dat de verbinding uit dienst genomen moet worden bij het beproeven van de tussenversterkers. Een verder nadeel is, dat de tussenversterkers alleen achter elkaar getest kunnen worden. Het afzonderlijke testen van een willekeurige tussenversterker 15 is dus niet mogelijk. Verder wordt de plaats van een tussenversterker afgeleid uit het aantal door het eindstation uitgezonden schakeliirpulsen. Er is echter geen mogelijkheid tot controle van de juistheid van deze methode van plaatsbepaling, waardoor 'verkeerde conclusies getrokken kunnen worden, met betrekking tot de plaatsbepaling van defecte tussen-20 versterkers.
De uitvinding beoogt een oplossing aan te geven voor bovengenoemde problemen en heeft als kenmerk, dat het adresgetal gelijk is aan B-N.A, waarin B en A vaste getallen zijn en N gelijk is aan het aantal tussenversterkers gelegen tussen het eindstation en de gewenste 25 tussenversterker, waarbij in iedere doorlopen tussenversterker het adresgetal met het getal A verhoogd wordt en waarbij in dezelfde tussenversterker wordt nagegaan of het ontvangen adresgetal gelijk of ongelijk is aan B, waarna in geval van ongelijkheid het verhoogde adresgetal tesamen met de oproepboodschap van het eindstation wordt 30 doorgezonden naar de volgende tussenversterker en waarna in geval van gelijkheid, het adresgetal C, waarin C voldoet aan de relatie C + M.A £ b waarin M een willekeurig positief geheel getal is, ten hoogste gelijk aan het maximale aantal tussenversterkers in de verbinding tussen de twee eindstations, en de dienstinformatie van de betreffende tussen-35 versterker wordt doorgezonden in de richting van tenminste één eindstation.
. De bewakingsinrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens de uitvinding waarbij tussen de ingang en de uitgang van iedere 8303944 # ^ H3N 10.845 3 tussenversterker de serieschakeling van een bewakingssignaal-ontvanger, een eerste stuurschakeling en een signaalbewakingszender Is aangefaracht, waarbij de stuurschakeling voorzien is van een eerste aansluitklem voor het toevoeren van dienst informatie van de 5 betreffende tussenversterker wordt gekenmerkt door, dat de ingang van de stuurschakeling verbonden is met de ingang van de demultiplexer waarvan een eerste uitgang gekoppeld is met een eerste ingang van een cmschakelaar en waarvan een tweede uitgang verbonden is met zowel de ingang van een optelschakeling als een ingang van een vergelijkings-10 schakeling, waarbij in de optelschakeling het vaste getal A aan het adresgetal wordt toegevoegd en waarbij in de vergelij kingsschakeling het ontvangen adresgetal vergeleken wordt met het geval B, waarbij de uitgang van de optelschakeling verbonden is met een tweede ingang van de cmschakelaar, waarbij de uitgang van de vergelijkingsschakeling 15 via aansluitmiddelen verbindbaar iamet het stuurcircuit van de cmschakelaar, waarbij een derde ingang van de cmschakelaar verbonden is met de aansluitklem van de stuurschakeling en waarbij een vierde ingang van de cmschakelaar verbonden is met een bron welke een derde vast getal C afgeeft, waarbij door het stuurcircuit een zodanig regelsignaal 20 afgegeven wordt, dat wanneer het adresgetal gelijk is aan B de derde en de vierde ingang van de cmschakelaar gekoppeld zijn met de uitgang hiervan en dat, wanneer het adresgetal ongelijk is aan B de eersteen de tweede ingang van de cmschakelaar gekoppeld zijn met de uitgang hiervan en waarbij de uitgang van de cmschakelaar via een multiplexer gekoppeld 25 zijn met de uitgang van de stuurschakeling.
De uitvinding zal beschreven warden aan de hand van de tekening.
Figuur 1 geeft een uitvoeringsvoarbeeld weer van een bewakingsinrichting volgens de uitvinding.
30 Figuur 2 geeft een mogelijke uitvoeringsvorm weer van de stuureenheid 8 uit het uitvoeringsvoarbeeld volgens figuur 1.
Figuur 3 geeft een uitvoeringsvorm weer van een stuurcircuit, geschikt voor het vervrerken van alarminformatie.
In het uitvoeringsvoarbeeld volgens figuur 1 zijn I βι II 35 eindstations, waartussen drie tussenversterkers (1, 10) 40en (3, 30) zijn aangebracht. Alleen voor de versterker 40 is nader aangegeven * hoe deze is cpgèbouwi. Het zal duidelijk zijn, dat de tussenversterkers (1, 10) en (3, 30) op identieke wijze opgebouwd kunnen worden. In de __— 8303944 PHN 10.845 4 i versterker 40 is 2 de tussenversterker, welke zorgdraagt voor regeneratie van de heentransmissiesignalen van het eindstation I naar het eindstation II en 20 de tussenversterker welke zorgdraagt voor de regeneratie van de terugtransmiss ies ignalen van het eindstation 5 II naar het eindstation I. De ingang van de tussenversterker 2 is verbonden met de ingang van een bewakingssignaalontvanger 4, welke ontvanger de bewakingssignalen uit de heentransmissiesignalen detecteert.
De bewakingss ignalen worden bijvoorbeeld gevormd door digitale signalen, welke b.v. met behulp van_anplitudemodulatie op het hoofdtransmissie-10 signaal zijn aangébracht, zoals bijvoorbeeld is aangegeven in de
Nederlandse octrooiaanvrage no. 82.00.002. De uitgang van de bewakingssignaalontvanger 4 is verbanden met de ingang 14 van de stuur eenheid 8.
De uitgang 15 van de stuureenheid 8 is verbonden met de ingang van de bewakingssignaalzender 5, welks uitgang verbonden is met de uitgang 15 van de tussenversterker 2. De ingang 9 van de stuureenheid 8 is verbanden met de tussenversterker 2 voer het ontvangen van de bewakings-informatie van deze tussenversterker 2, welke bijvoorbeeld gevormd worden 'door foutpulsen, alarmen etc. De ingang van de tussenversterker 20 is verbonden met de ingang van de bewakingssignaalontvanger 7, 20 welke ontvanger de bewakingssignalen uit de terugtransmissiesignalen detecteert. De uitgang van de bewakingssignaalontvanger 7 is verbonden met de ingang 17 van de stuureenheid 8. De uitgang 16 van de stuureenheid 8 is verbonden met de ingang van de bewakingssignaalzender 6, welks uitgang verbonden is met de uitgang van de tussenversterker 20.
25 De ingang 11 van de stuureenheid 8 is verbonden met de tussenversterker 20 voor het ontvangen van bewakingsinformatie van deze versterker, welke bijvoorbeeld gevormd worden door foutpulsen, alarmen etc.
De bewakingssignalen bestaan in een inrichting volgens de uitvinding, uit boodschappen, die hoofdzakelijk een adresgetal en een 30 gegevensgedeelte bevatten. Het gegevensgedeelte van een bewakings- boodschap omvat de informatie omtrent de goede werking van een bepaalde tussenversterker, zoals b.v. beschreven is in Philips Telecommunication Review, vol. 37, no. 3, biz. 156 t/m 158. Het adresgetal dient om de bron van de gegevens te identificeren. Door middel van bekende 35 technieken kan men electrische signalen opwekken, die de bewakings informatie bevatten. Verder kan men, afhankelijk van de omstandigheden, analoge dan wel digitale signalen toepassen voor de transmissie van de bewakings-informatie. Deze signalen worden bewerkt in de stuureenheid 8, welke uit 8303944 • 4 -Ί Η3Ν 10.845 5 twee identieke delen 50 en 500 is opgebouwd, die dienen voer de bewerking van signalen in de richtingen aangegeven als I-II resp. II-I in het uitvoeringsvoorbeeld volgens figuur 1.
Een mogelijke uitvoeringsvorm van de stuur eenheid 8 is 5 in figuur 2 weergegeven. De signaalingang 14 van de stuur eenheid 8 is verbonden met de ingang van de s ignaaldenult iplexer 51, welks ene uitgang 69 verbonden is met het schakelcontact 64 van de twee-polige anschakelaar 59 en welks andere uitgang 70 enerzijds verbonden is met een ingang van het optelcircuit 52 en anderzijds verbonden is met een 10 ingang van de vergelijkingsschakeling 54. Een andere ingang van het optelcircuit 52 is verbonden met de getalbron 53. De uitgang 73 van het optelcircuit 52 is verbonden met het schakelcontact 66 van de twee-polige anschakelaar 59. De andere ingang van de vergelijkingsschakeling 54 is verbonden met de getalbron 55. De uitgang van de vergelijkings-15 schakeling 54 is verbonden met de uitgang 61 van de stuurschakeling 50.
Aan de eerste aansluitklem 9 van de stuur eenheid 8 kan de dienstinfar-matie van de tussenversterker 2 worden toegevoerd en is verbonden met het schakelcontact 63 van de twsepolige anschakelaar 59. De getalbron 56 is verbaden met het schakelcontact 65 van de twee-polige anschakelaar 20 59. De beide moederccntacten 67 en 68 van de twee-polige anschakelaar 59 zijn elk verbonden met een ingang 72 resp. 71 van de signaalmltiplexer 60, welks uitgang verbonden is met een uitgang 15 van de stuureenheid 8.
De twee-polige anschakelaar 59 wordt gestuurd door het stuurcircuit 58, dat verbonden is met de ingang 62 van de stuur schakeling 50. De 25 opbouw van de onderste stuurschakeling 500 is identiek gelijk aan de opbouw van de stuurschakeling 50 met dien verstande, dat achter ieder referentienunmer een 0 is toegevoegd. De signaalingang 17 van de stuureenheid 8 is verbonden met de ingang van de signaaldemultiplexer 510.
De uitgang van de multiplexer 600 is verbonden met de uitgang 16 van de 30 stuureenheid 8 en aan de ingang 11 van de stuureenheid 8 kan de dienst-informatie van de tussenversterker 20 worden toegevoerd.
Het bewakingssignaal wordt aan de signaalingang 14 van de stuureenheid 8 aangeboden. De signaaldemultiplexer dient om het adresgetal en de gegevens informatie uit het binnenkomende signaal terug 35 te winnen. Het adresgetal is dan beschikbaar aan de uitgang 70 ai de gegevens informatie aan de uitgang 69 van de demultiplexer 51. Doel van het optelcircuit 52 is het getal dat het adres voorsteltmat een in de getalbron 53 opgeslagen vast getal A te verhogen.
--^ 8303944
V
I I
EHN 10.845 6
Het verhoogde adresgetal is dan beschikbaar aan de uitgang 73 van het qptelcircuit 52. De vergelijkingsschakeling 54 vergelijkt het adresgetal afkomstig van de uitgang 70 van de signaaldemultiplexer 51 met een vast getal afkomstig van de getalbron 55. Als de twee getallen 5 gelijk zijn wordt een stuursignaal opgewekt en toegevoerd aan de stuur-uitgang 61 van de stuurschakeling 50.
Wanneer de amschakelaar 59 in de in fig. 2 aangegeven stand staat, worden aan de multiplexer 60 het verhoogde adres, afkomstig van de optelschakeling 52 en de gegevens afkomstig van de uit-10 gang 69 van de signaaldemultiplexer 51 aangeboden. Wanneer de omschakelaar 59 in de andere stand staat, worden aan de multiplexer 60 een vast adres afkomstig van de getalbron 56 en de gegevens afkomstig van de aansluit-klem 9 aangeboden. In de signaalmultiplexer 60 worden het adresgetal en de gegevens informatie gecombineerd en een daarmee overeenkomstig 15 electrisch signaal opgewekt, dat wordt toegevoerd aan de signaal-uitgang 15 van de stuur eenheid 8. De omschakelaar 59 wordt gestuurd door het stuurcircuit 58, die de stand van de schakelaar 59 bepaalt afhankelijk van een via de stuur ingang 62 aangeboden stuursignaal. De inhoud van de getalbronnen 53, 55 en 56 is voor alle tussenversterkers 20 hetzelfde, zodat alle tussen-versterkers identiek van opbouw zijn.
De werkwijze van de bewakingsinrichting volgens figuur 1 is als volgt. Stel dat aan de tussenversterker 30 door het station I de bewakingsgegevens opgevraagd warden. Door het station I wordt een boodschap gestuurd naar de eerste tussenversterker 1 in de transmiss ie-25 richting I-II. Deze boodschap bevat als adresinformatie een getal, dat afhankelijk is van het aantal tussenversterkers, welke aanwezig zijn tussen het opvragende station I en de gewenste tussenversterker. Dit adresgetal is gelijk aan: adres = B - N x A, 30 waarin N het aantal tussenversterkers is tussen het opvragende station en de gewenste tussenversterker, A resp. B de inhoud is van de informatiebronnen 53 resp. 55. In het geval dat de tussenversterker 30 opgevraagd wordt, bevat de oproepboodschap dus het adres B - 2 x A.
35 Deze boodschap wordt door de stuurschakeling 50 van de tussenversterker 1 bewerkt. Ten eerste wordt door de vergelijkingsschakeling 44 geconstateerd, dat het adresgetal niet gelijk is aan B en wordt'dus geen stuursignaal opgewekt. Ten tweede wordt het adresgetal door de optel- 8303944 H3N 10.845 7 • ( ï.
schakeling 52 met A verhoogd en aan de slgnaalnultiplexer 60 aangeboden. Het oorspronkelijke gegevensgedeelte wordt tevens aan de signaalunltiplexer 60 aangeboden en de resulterende bewakingsboodschap wordt naar de volgende tussenversterker 2 gestuurd, waar dezelfde 5 gang van zaken plaatsvindt. Samenvatten! bevat het adres:
B - 2 x A na het station I
B- A na de tussenversterker 1 B na de tussenversterker 2 10 Een supervisieboodschap bevattend het adresgetal B wordt dus door de tussenversterker 3 ontvangen en door de stuurschakeling 50 in deze tussenversterker bewerkt. Hier wordt door de vergelijklngsschakeling 54 geconstateerd dat het adresgetal gelijk is aan de inhoud van de getal-bron 55. Er wordt door deze vergelijklngsschakeling 54 een stuursignaal 15 opgewekt dat via de verbinding 74 aangeboden wordt aan het stuur- circuit 580 van de tussenversterker 30. De aanwezigheid van dit stuursignaal aan de ingang 620 van het stuurcircuit 580 heeft tot gevolg, dat de twee-polige cmschakelaar 590 wordt omgezet, zodat de verbindingen 650-680 resp. 630-670 tot stand gebracht warden. De inhoud 20 C van de getalbrcn 560 en aan de klem 11 aanwezige dienstinformatie worden toegevoerd aan de s ignaalimltiplexer 600, welke een boodschap afgeeft, dat als adres het getal C en als gegevens de informatie betreffende de werking van de tussenversterker 30 omvat.
Deze boodschap wordt richting station I naar de volgende tussen-25 versterker 20 gestuurd, waarna de cmschakelaar 590 naar zijn oorspronkelijke stand wordt teruggebracht. De door de tussenversteker 30 af gegeven boodschap wordt door de tussenversterkers 20 en 10 op identieke wijze behandeld. Als het vaste geval C zo gekozen wordt, dat voldaan is aan de voorwaarde 30
C+MxA^B
waarin M een willekeurig positief geheel getal is, ten hoogste gelijk aan het maximale aantal tussenversterkers in een. verbinding tussen de twee stations I en II,dan wordt in de tussenversterkers 20 en 10 geen 35 stuursignaal opgewekt. In het gekozen voorbeeld bevat de bewakingsboodschap het adres C + A na tussenversterker 20 C + 2A na tussenversterker 10 * 8303944 EHN 10.845 · 8
• V
In het algemeen als N tussenversterkers tussen het ontvangende station en de oorsprong van de boodschap geplaatst zijn, zal het adres C + Ν.Δ bedragen. N = 2 in het gekozen geval. Door van het ontvangen adres het vaste getal C af te trekken en het resultaat door het vaste getal A 5 te delen kan men in het station I het aantal tussenversterkers liggend tussen het station en de oorsprong van de gegevens af leiden. Hierdoor * is de plaats exact bepaald. De juistheid van de plaatsbepaling kan op eenvoudige wijze gecontroleerd worden. Dit kan geschieden door het adres (B - N.A) van de door het station I gezonden oproep te bewaren 10 en op te tellen bij het adres (C + N.A) van de door het station I als antwoord ontvangen boodschap. Deze son is altijd gelijk aan (B4C), als de plaatsbepaling correct is.
De bewakingsinrichting volgens fig. 1 kan bijvoorbeeld zodanig gebruikt worden dat de beide eindstations I en II beurtelings 15 de gegevens van de tussenversterkers in de transmissierichtingen I—*11 en II—►! opvragen en ontvangen. Station I stuurt dan een reeks van qproepboodschappen naar de eerste tussenversterker 1, en deze boodschappen zijn zodanig geordend, dat eerst de tussenversterker 1 aangesproken wordt, dan de tussenversterker 2, etc. Zodra de laatste 20 tussenyersterker aangesproken is geweest, zal de volgende boodschap het station II bereiken met adres het getal B. De ontvangst van deze boodschap betekent voor het station II, dat alle tussenversterkers in de richting I—► II aangesproken zijn geweest en tevens, dat alle tussenversterkers in de richting II—*-1 hun antwoord naar station I 25 hebben gestuurd. Op verschillende, voor de hand liggende manieren kan men nu bewerkstelligen, dat station I ophoudt en station II begint met het sturen van Qproepboodschappen. Nu worden de tussenversterkers 30, 20, etc. aangesproken tot aan de laatste in de rij. Daaropvolgend zal een boodschap bevattend als adres het getal B station I bereiken en 30 dit station zal weer aan de beurt komen. De beschreven gang van zaken herhaalt zich steeds, waardoor bereikt wordt dat de stations I en II beurtelings de tussenliggende tussenversterkers bewaken.
In de hierboven aangegeven methode van werken woorden de oproepboodschappen door een station uitgezonden en via lussluiting 35 worden de antwoorden door hetzelfde station terugontvangen. Het is echter ook mogelijk, dat de oproepboodschappen door een station worden uitgezonden, terwijl de antwoorden door een volgend station warden ontvangen en* bewaakt. Deze methode is dus ook geschikt voor -toepassing 8303944 EHN 10.845 9 «r ♦ in transmissiesystemen met slechts één transmissieweg tussen twee stations.
Wé veronderstellen dat de tussenversterker 3 cpgeroepen wordt. Door het station I wordt dan een boodschap naar de tussenver-5 sterker 1 met een adresgetal (B - 2A). Dit adres wordt bij het passeren van elke tussenversterker met een bedrag A verhoogd. Door de tussenversterker 3 wordt dan een boodschap ontvangen met een adresgetal B. De vergelijkingsschakeling 54 constateert dan, dat het adresgetal gelijk is aan de inhoud van de getalhron 55 en wekt een stuur-10 signaal op dat via de verbinding 76 aangeboden wordt aan het stuurcircuit 58. De dubbelpolige cmschakelaar 59 wordt hierdoor omgezet, zodat de verbindingen 65-68 resp. 63-67 tot stand worden gebracht. De inhoöd van de getalbron 56 en de aan aansluitklem 9 aanwezige dienstinformatie worden dan aan de multiplexer 60 aangeboden. De multiplexer zorgt voor 15 de opwekking van een boodschap, die als adres het getal C en als gegevens de informatie omtrent de werking van de tussenversterker 3 bevat. Deze boodschap wordt richting station II gestuurd, waarna de schakelaar 57 naar zijn oorspronkelijke stand wordt teruggebracht.
In het algemeen zal het adres van de door station II ont-20 vangen boodschap gelijk zijn aan C + n.A waarin N het aantal tussen-versterkers is tussen het ontvangende station II ei de aangesproken tussenversterker. Door in het station II van het ontvangen adres het vaste getal C af te trékken en het resultaat door het vaste getal A te delen, kan men het aantal tussenversterkers tussen het station II en 25 de oorsprong van de gegevens afleiden. In het hierboven aangegeven voorbeeld was N = 0.
De beschreven bewakingsinrichting kan op eenvoudige wijze geschikt gemaakt worden voor het overbrengen van alarmsignalen. Dit heeft het voordeel, dat geen apart alarm transmissiesysteem meer nodig 30 is, hetgeen dus kostenbesparend werkt. Hiertoe wordt de stuurschakeling· 50 uit fig. 2 voorzien van een tweede aansluitklem 90, waaraan de eventuele alarmsignalen warden toegevoerd. Dit is weergegeven in fig. 3.
De aansluitklem 90 is enerzijds verbonden met de ingang van een stuurschakeling 91 en anderzijds met het schakelcontact 96 van de schakelaar 35 98. De uitgang van de stuurschakeling 91 is verbonden iret een ingang van de EN-poort 92. Een tweede ingang van de poort 92 is verbonden met de ingang van het stuurcircuit 58, dat de tweepolige schakelaar 59 stuurt. De uitgang van de poort 92 is via een vertragingsschakeling 93 8303944 PHN 10.845 10 gekoppeld met de schakelaar 98. De aansluitklem 9 voor de dienst-informatie van de tussenversterker is verbonden net het schakelcontact 97 van de schakelaar 98. De rest van de ophouw van de stuureenheid 50 is dezelfde als eerder beschreven is met betrekking tot fig. 2.
5 Wanneer geen alarminformatie aan de aansluitklem 90 wordt aangeboden is de spanning aan de klem 90 constant en wordt door de stuurschakeling 91 een logische 0 af gegeven. De werking van het stuur-circuit 50 is in dit geval identiek als eerder beschreven is met betrekking tot fig. 2. Wanneer alarminf ormatie wordt aangeboden aan 10 de aansluitklem 90 wordt door de stuurschakeling 91 een logische 1 afgegeven. Zodra nu op de klem 62 een logische 1 wordt aangeboden, wordt de op de klem 9 aanwezige dienstinformatie tesamen met het adresgetal C verder gezonden. Na een tijd 't', gelijk aan de ver tragings-tijd van het circuit 93 wordt de schakelaar 98 omgezet. Het moeder- , 15 contact 95 wordt in dit geval verbonden met de klem 90 en de alanrr informatie wordt dan al of niet tesamen met het adresgetal C verder gezonden.
20 25 1 35 8303944

Claims (4)

1. Werkwijze voor het besturen van een bewakingsinrichting in een digitaal transmissiesysteem, waarin tussen twee eindstations een aantal tussenversterkers zijn aangebracht, waarbij door een eindstation een van een adresgetal voorziene oproepboodschap wordt uitgezonden 5 in de richting van de gewenste tussenversterker, met het kenmerk, dat het adresgetal gelijk is aan B - N.A, waarin B en A vaste getallen zijn en N gelijk is aan het aantal tussenversterkers gelegen tussen het eindstation en de gewenste tussenversterker, waarbij in iedere doorlopen tussenversterker het adres-10 getal met het getal A verhoogd wordt, en waarbij in dezelfde tussenversterker wordt nagegaan of het ontvangen adresgetal gelijk of ongelijk is aan het getal B, waarna in geval van ongelijkheid het verhoogde adresgetal tesamen met de oproepboodschap van het eindstation wordt doorgezonden naar de volgende tussenversterker en waarna, in geval van 15 gelijkheid, een adresgetal c, waarin C voldoet aan de relatie C + M.A ^ b waarin M een willekeurig positief geheel getal is, ten hoogste gelijk aan het maximale aantal tussenversterkers in de verbinding tussen de twee eindstations, en de dienstinformatie van de betreffende tussenversterker wordt doorgezonden in de richting van tenminste één van 20 de eindstations.
2. Bewakings inrichting voor het uitroeren van de werkwijze volgens conclusie 1, waarbij tussen de ingang en de uitgang van iedere tussenversterker de serieschakeling van een bewakingssignaalontvanger, een eerste stuurschakeling en een bewakingssignaalzender is aangebracht, 25 waarbij de stuurschakeling voorzien is van een eerste aansluitklem voor het toevoeren van dienstinformatie van de betreffende tussenversterker met het kenmerk, dat de ingang (14) van de stuurschakeling (50) verbonden is met de ingang van de demultiplexer (51), waarvan een eerste uitgang (69) gekoppeld is met een eerste ingang (64) van 30 een cmschakelaar (59) en waarvan een tweede uitgang (70) verbanden is met zowel de ingang van een optelschakeling (52) als een ingang van een vergelijkingsschakeling (54), waarbij in de optelschakeling (52) het vaste getal A aan het adresgetal wordt toegevoegd en waarbij in de vergelijkingsschakeling (54) het ontvangen adresgetal vergeleken 35 wordt met het getal B, waarbij de uitgang (73) van de optelschakeling (52) verbonden is met een tweede ingang (66) van de omschakelaar (59), waarbij de uitgang (61) van de vergelijkingsschakeling (54) via aan-sluitmiddelen (76) verbindbaar is met het stuurcircuit (58) van de 8303944 ---- PHN 10.845 12 anschakelaar (59), waarbij een derde ingang (63) van de omschakelaar (59) verbonden is met de aansluitklem (9) van de stuurschakeling (50) en waarbij een vierde ingang (65) van de anschakelaar (59) verbonden is met een bron (56) welke een derde vast getal C af geeft, waarbij 5 door het stuurcircuit (58) een zodanig regelsignaal af gegeven wordt, dat wanneer het adresgetal gelijk is aan B de derde en de vierde ingang (63, 65) van de anschakelaar (59) gekoppeld zijn met de uitgang (67, 68. hiervan en dat, wanneeer het adresgetal ongelijk is aan B de eerste en de tweede ingang (64, 66) van de omschakelaar (59) gekoppeld 10 zijn met de uitgang (67, 68) hiervan en waarbij de uitgang (67, 68) van de omschakelaar (59) via een multiplexer (60) gekoppeld zijn met de uitgang (15) van de stuur schakeling (50).
3. Bewakingsinrichting volgens conclusie 2, voorzien van een tweede stuurschakeling (500), waarvan de opbouw gelijk is aan 15 de opbouw van de eerste stuurschakeling (50) met het kenmerk, dat de uitgang (61) van de vergelijkingsschakeling (54) uit de eerste stuurschakeling (50) via aansluitmiddelen (74) verbindbaar is met de stuur ingang (620) van de anschakelaar (590) uit de tweede stuurschakeling (500) en waarbij de uitgang (610) van de vergelijkings-20 schakeling (540) uit de tweede stuurschakeling (500) via aansluitmiddelen (75) verbindbaar is met de stuur ingang (62) van de omschakelaar (59) uit de eerste stuurschakeling (50).
4. Bewakingsinrichting volgens conclusie 1 of 2 met het kenmerk, dat de stuurschakeling (50) voorzien is van een tweede aan- 25 sluitklem (90) voor het toevoeren van alarmsignalen, welke aansluitklem (90) enerzijds verbonden is met de ingang (93) van een alarm-stuurcircuit (91) en anderzijds met een eerste schakelcontact (96) van een schakelaar (98), waarvan het tweede schakelcontact (97) verbonden is met de eerste uitgang (69) van de demultiplexer (51) en 30 waarvan het moedercontact (95) verbonden is met de eerste ingang van de anschakelaar (59), waarbij de uitgang (92) van het alarmstuurcircuit (91) verbonden is met een ingang van de EN-poart (92), waarvan een andere ingang verbonden is met de ingang van het stuurcircuit (58), waarbij de uitgang van de poort (92) via een vertragingscircuit (93) 35 gekoppeld is met de schakelaar (98). 8303944
NL8303944A 1983-11-17 1983-11-17 Werkwijze voor het besturen van een bewakingsinrichting in een digitaal transmissiesysteem. NL8303944A (nl)

Priority Applications (7)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8303944A NL8303944A (nl) 1983-11-17 1983-11-17 Werkwijze voor het besturen van een bewakingsinrichting in een digitaal transmissiesysteem.
US06/669,279 US4611324A (en) 1983-11-17 1984-11-07 Method of controlling a supervisory arrangement in a digital transmission system
EP84201647A EP0143489B1 (en) 1983-11-17 1984-11-14 Supervisory arrangement for a digital transmission system
DE8484201647T DE3474745D1 (en) 1983-11-17 1984-11-14 Supervisory arrangement for a digital transmission system
CA000467739A CA1224550A (en) 1983-11-17 1984-11-14 Method of controlling a supervisory arrangement in a digital transmission system
JP59240856A JPS60120637A (ja) 1983-11-17 1984-11-16 デイジタル伝送システムの監視装置を制御する方法及び装置
AU35500/84A AU575277B2 (en) 1983-11-17 1984-11-16 Digital repeater system monitoring

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
NL8303944 1983-11-17
NL8303944A NL8303944A (nl) 1983-11-17 1983-11-17 Werkwijze voor het besturen van een bewakingsinrichting in een digitaal transmissiesysteem.

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8303944A true NL8303944A (nl) 1985-06-17

Family

ID=19842724

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8303944A NL8303944A (nl) 1983-11-17 1983-11-17 Werkwijze voor het besturen van een bewakingsinrichting in een digitaal transmissiesysteem.

Country Status (7)

Country Link
US (1) US4611324A (nl)
EP (1) EP0143489B1 (nl)
JP (1) JPS60120637A (nl)
AU (1) AU575277B2 (nl)
CA (1) CA1224550A (nl)
DE (1) DE3474745D1 (nl)
NL (1) NL8303944A (nl)

Families Citing this family (22)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL8303944A (nl) * 1983-11-17 1985-06-17 Philips Nv Werkwijze voor het besturen van een bewakingsinrichting in een digitaal transmissiesysteem.
JPS6258744A (ja) * 1985-09-09 1987-03-14 Fujitsu Ltd ポ−リング方式
US4653070A (en) * 1985-09-11 1987-03-24 Nec Corporation Channel monitoring circuit for use in a repeater station over radio digital transmission
US4745597A (en) * 1986-05-14 1988-05-17 Doug Morgan Reconfigurable local area network
JPS6374234A (ja) * 1986-09-17 1988-04-04 Nec Corp 多方向多重通信システム
DE3638147A1 (de) * 1986-11-08 1988-05-11 Standard Elektrik Lorenz Ag Digitales nachrichtenuebertragungssystem mit adressen aufweisenden zwischenregeneratoren und einrichtung zur fehlerortung
DE3806948A1 (de) * 1988-03-03 1989-09-14 Siemens Ag Verfahren zum adressieren von prozessoreinheiten
US5262771A (en) * 1988-03-03 1993-11-16 U.S. Philips Corporation Method for addressing processor units
EP0348810B1 (de) * 1988-06-30 1994-02-16 Siemens Aktiengesellschaft Verfahren zur Adressierung von Prozessoreinheiten und Schaltungsanordnung zur Durchführung des Verfahrens
DE58906968D1 (de) * 1988-06-30 1994-03-24 Siemens Ag Verfahren zur Adressierung von Prozessoreinheiten und Schaltungsanordnung zur Durchführung des Verfahrens.
JPH0279542A (ja) * 1988-09-14 1990-03-20 Fujitsu Ltd 副信号伝送方式
US5010544A (en) * 1989-01-09 1991-04-23 Wiltron Company Fault location operating system with loopback
DE3909266A1 (de) * 1989-03-21 1990-09-27 Siemens Ag Anordnung zum speichern der adresse einer in-betrieb-ueberwachung-prozessoreinheit
ATE123193T1 (de) * 1989-04-13 1995-06-15 Siemens Ag Überwachungs- und steuerungssystem für digitale nachrichtenübertragungssysteme mit master und ersatzmaster.
EP0392245B1 (de) * 1989-04-13 1994-12-28 Siemens Aktiengesellschaft Automatische Adressierung von zur Überwachung und/oder Steuerung in einem digitalen Nachrichtenübertragungssystem enthaltene Prozessoreinheiten
DE3925830A1 (de) * 1989-08-04 1991-02-07 Bosch Gmbh Robert Regel- oder steuersystem
DE59008489D1 (de) * 1990-12-17 1995-03-23 Siemens Ag Verfahren zur In-Betrieb-Überwachung von Übertragungseinrichtungen der elektrischen Nachrichtenübertragungstechnik und Vorrichtung zur Durchführung des Verfahrens.
DE69211774T2 (de) * 1991-04-19 1997-02-06 Nippon Electric Co Zeit-Multiplexkommunikationssystem
JP3023029B2 (ja) * 1992-02-06 2000-03-21 三菱電機株式会社 シェルフ構成におけるカード間通信方式
US5659575A (en) * 1995-04-28 1997-08-19 Grinnell Corporation Method and apparatus for improving data regeneration in asynchronous network communication
US5764633A (en) * 1995-07-31 1998-06-09 Bell; David T. Method and system for transferring digital telephone circuits
GB2488156A (en) 2011-02-18 2012-08-22 Land Rover Uk Ltd Vehicle and method for preventing switching between drive modes

Family Cites Families (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3731203A (en) * 1970-09-25 1973-05-01 Gte Sylvania Inc Monitoring circuit and system for detecting signals in a signal transmission system
US4022988A (en) * 1976-06-14 1977-05-10 Bell Telephone Laboratories, Incorporated Fault locating apparatus for digital transmission system
US4270029A (en) * 1978-03-23 1981-05-26 Kokusai Denshin Denwa Kabushiki Kaisha Selection system for digital signal repeaters
US4161634A (en) * 1978-07-31 1979-07-17 Bell Telephone Laboratories, Incorporated Count-down addressing system
US4161635A (en) * 1978-07-31 1979-07-17 Bell Telephone Laboratories, Incorporated Address verification system
FR2467511A1 (fr) * 1979-10-08 1981-04-17 Legras Jacques Systeme de telecontrole pour liaisons de telecommunications telealimentees
NL8303944A (nl) * 1983-11-17 1985-06-17 Philips Nv Werkwijze voor het besturen van een bewakingsinrichting in een digitaal transmissiesysteem.

Also Published As

Publication number Publication date
US4611324A (en) 1986-09-09
EP0143489A1 (en) 1985-06-05
JPH0378023B2 (nl) 1991-12-12
JPS60120637A (ja) 1985-06-28
AU575277B2 (en) 1988-07-21
CA1224550A (en) 1987-07-21
DE3474745D1 (en) 1988-11-24
AU3550084A (en) 1985-05-23
EP0143489B1 (en) 1988-10-19

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8303944A (nl) Werkwijze voor het besturen van een bewakingsinrichting in een digitaal transmissiesysteem.
CA2219333C (en) Data communication network with highly efficient polling procedure
JPH0527289B2 (nl)
NL8602090A (nl) Werkwijze voor het tot stand brengen van een signaalweg tussen ten minste twee apparaten en stelsel van ten minste twee apparaten voor het realiseren van de werkwijze.
CA1226646A (en) Digital data communication apparatus
US4078158A (en) Call distributing automatic telephone installation
GB2032736A (en) Data transfer system
EP0216214B1 (de) Verfahren zum automatischen Pegelabgleich in einem lokalen Netz, insbesondere für eine Mehrrechneranordnung, mit einem Bussystem mit Lichtwellenleitern, zum Zwecke einer Kollisionserkennung
RU2538314C1 (ru) Способ повышения отказоустойчивости распределенной оптической коммутации и реализующий его бесконфликтный беспроводной ретрофлекторный коммутатор
US5383179A (en) Message routing method in a system having several different transmission channels
GB840501A (en) System for the transmission of signals
FR2556913A1 (fr) Dispositif de terminaux semaphores pour le systeme de signalisation no 7
RU2081452C1 (ru) Устройство для сбора, преобразования и передачи результатов измерения параметров физической среды
KR0181115B1 (ko) 공통선 신호장치의 아이에스디엔 사용자부와 메세지 전달부사이의 정합 회로
JP3029353B2 (ja) 遠方監視制御装置
JPS63138826A (ja) デ−タ伝送方式
GB2086191A (en) Controlling space-time continuity in dynamic connections of buffer networks for time-division
JPH0537534A (ja) 分岐装置
JPS58142455A (ja) 診断方式
JPH05300234A (ja) サービス制御ノードにおけるサービス試験方式
JPH04318724A (ja) 伝送制御方式
JPH0220190A (ja) 双方向catv端末の監視方式
JPS60171846A (ja) テレメ−タ呼出制御方式
JPS5910052A (ja) ル−プ式情報伝送方法
JPH0669182B2 (ja) 未達宛先再送方式

Legal Events

Date Code Title Description
A1B A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed