[go: up one dir, main page]

NL8303277A - Warmwater-verwarmingsinstallatie. - Google Patents

Warmwater-verwarmingsinstallatie. Download PDF

Info

Publication number
NL8303277A
NL8303277A NL8303277A NL8303277A NL8303277A NL 8303277 A NL8303277 A NL 8303277A NL 8303277 A NL8303277 A NL 8303277A NL 8303277 A NL8303277 A NL 8303277A NL 8303277 A NL8303277 A NL 8303277A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
temperature
hot water
water heating
heating system
nominal value
Prior art date
Application number
NL8303277A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Danfoss As
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Danfoss As filed Critical Danfoss As
Publication of NL8303277A publication Critical patent/NL8303277A/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G05CONTROLLING; REGULATING
    • G05DSYSTEMS FOR CONTROLLING OR REGULATING NON-ELECTRIC VARIABLES
    • G05D23/00Control of temperature
    • G05D23/01Control of temperature without auxiliary power
    • G05D23/12Control of temperature without auxiliary power with sensing element responsive to pressure or volume changes in a confined fluid
    • G05D23/121Control of temperature without auxiliary power with sensing element responsive to pressure or volume changes in a confined fluid characterised by the sensing element
    • G05D23/122Control of temperature without auxiliary power with sensing element responsive to pressure or volume changes in a confined fluid characterised by the sensing element using a plurality of sensing elements
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24HFLUID HEATERS, e.g. WATER OR AIR HEATERS, HAVING HEAT-GENERATING MEANS, e.g. HEAT PUMPS, IN GENERAL
    • F24H15/00Control of fluid heaters
    • F24H15/10Control of fluid heaters characterised by the purpose of the control
    • F24H15/174Supplying heated water with desired temperature or desired range of temperature
    • F24H15/175Supplying heated water with desired temperature or desired range of temperature where the difference between the measured temperature and a set temperature is kept under a predetermined value
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24HFLUID HEATERS, e.g. WATER OR AIR HEATERS, HAVING HEAT-GENERATING MEANS, e.g. HEAT PUMPS, IN GENERAL
    • F24H15/00Control of fluid heaters
    • F24H15/20Control of fluid heaters characterised by control inputs
    • F24H15/212Temperature of the water
    • F24H15/215Temperature of the water before heating
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24HFLUID HEATERS, e.g. WATER OR AIR HEATERS, HAVING HEAT-GENERATING MEANS, e.g. HEAT PUMPS, IN GENERAL
    • F24H15/00Control of fluid heaters
    • F24H15/20Control of fluid heaters characterised by control inputs
    • F24H15/212Temperature of the water
    • F24H15/219Temperature of the water after heating
    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F24HEATING; RANGES; VENTILATING
    • F24HFLUID HEATERS, e.g. WATER OR AIR HEATERS, HAVING HEAT-GENERATING MEANS, e.g. HEAT PUMPS, IN GENERAL
    • F24H15/00Control of fluid heaters
    • F24H15/30Control of fluid heaters characterised by control outputs; characterised by the components to be controlled
    • F24H15/355Control of heat-generating means in heaters
    • F24H15/36Control of heat-generating means in heaters of burners

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Thermal Sciences (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Combustion & Propulsion (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Automation & Control Theory (AREA)
  • Steam Or Hot-Water Central Heating Systems (AREA)
  • Control Of Temperature (AREA)

Description

" N.0. 32037 '*
Warmwater-verwarmingsinstallatie.
De uitvinding heeft betrekking op een warmwater-verwarmingsinstal-latie met warmtegenerator, circulatiepomp en door thermostaatkleppen 5 geregelde verwarmingslichamen, waarbij de voorlooptemperatuur veranderd kan worden.
Bij bekende installaties van deze soort hebben veranderingen van de voorlooptemperatuur, zoals men deze door een verandering van de ketel temperatuur, door verstelling van een mengklep of dergelijke ver-10 krijgen kan, manuaal, tijdafhankelijk of weerafhankelijk plaats. Binnen elke afzonderlijke ruimte of kamer wordt de warmteafgifte in afhankelijkheid van werkelijke behoefte met behulp van de thermostaatkleppen geregeld. Wanneer in een ruimte de behoefte aan warmte afneemt, sluit de bij deze ruimte behorende thermostaatklep. Door de bijbehorende ver-15 warmingslichamen stroomt een kleinere hoeveelheid wam water die tijdens de doorlooptijd sterker afkoelt. Als gevolg hiervan neemt de loga-rithmische gemiddelde temperatuur van het verwarmingslichaam, dat voor de warmteafgifte bepalend is, af. Gelijktijdig verandert ook de rekenkundige gemiddelde temperatuur, die voor het warmteverlies in de buis-20 leidingen bepalend is, weliswaar niet in dezelfde mate als de logarith-mische gemiddelde temperatuur. Daarom neemt het warmteverlies procentueel ten opzichte van het afgegeven warmtevermogen toe en neemt het effect van de verwarmingsinstallatie af.
Wanneer bij een condensatieketel de teruglooptemperatuur te hoge 25 waarden aanneemt, zoals dit bij gelijkblijvende voorlooptemperatuur en sterke belasting het geval is, kan ze in de ketel geen condensatie meer teweeg brengen en neemt daarom ook geen condensatiewarmte op. Ook hierdoor heeft het rendement of effect van de verwarmingsinstallatie te lijden.
30 Aan de uitvinding ligt de opgave ten grondslag om een warmwater- verwarmingsinstallatie van de in de aanhef beschreven soort aan te geven, die het mogelijk maakt om behoefte-afhankelijke verliezen aan rendement van de installatie te verminderen.
Aan deze doelstelling wordt voldaan volgens de uitvinding door 35 middel van een regelaar, die door de voorloop- en teruglooptemperatuur beïnvloed wordt en die de voorlooptemperatuur zodanig verandert dat het verschil tussen de voorloop- en teruglooptemperatuur op een vooraf bepaalde nominale waarde gehouden wordt.
Bij deze uitvoering wordt de voorlooptemperatuur in afhankelijk-40 heid van de belasting van de Installatie geregeld. De teruglooptempera- •V —Λ-4 ~d $ « 2 tuur namelijk, waarvan de voorlooptemperatuur afhankelijk is, kan als uitdrukking voor de belasting van de installatie beschouwd worden. Binr nen het stelsel is daarom een terugmelding aanwezig die het mogelijk maakt de voorlooptemperatuur afhankelijk van de belasting te maken.
5 Daarenboven ontstaat het voordeel dat de samenhang tussen voor loop- en teruglooptemperatuur binnen brede grenzen willekeurig gekozen kan worden. Men kan daarom al naar de vorm van de nominale waarde in afhankelijkheid van de belasting invloed op het rendement verminderende factoren nemen zoals hierna toegelicht zal worden.
10 In het meest eenvoudige geval is de nominale waarde constant. Dit leidt ertoe dat de voorlooptemperatuur samen met de teruglooptemperatuur afneemt. Dit veroorzaakt een verlaging van de rekenkundige gemiddelde temperatuur en daarmede een vermindering van het warmteverlies in de buisleidingen. Bijzonder voordelig is echter de situatie wanneer de 15 nominale waarde als functie van de teruglooptemperatuur vooraf bepaald is. Dan kunnen willekeurige samenhangen tussen de voorlooptemperatuur en teruglooptemperatuur verkregen worden. Het is hierbij gunstig wanneer de nominale waarde met hoger wordende teruglooptemperatuur toeneemt en wel in het bijzonder lineair toeneemt. Hierdoor verkrijgt men 20 de kleinst mogelijke rekenkundige gemiddelde temperatuur in de buisleidingen en daarmede het geringste verlies aan warmte. Daar hierbij de nominale waarde bij benadering direct evenredig wordt met de belasting van de installatie verkrijgt men in het optimale geval dat de rond gepompte waterhoeveelheid bij benadering constant is. Dit geeft het ver-25 dere voordeel dat de P-afwijking van de therraostaatkleppen eveneens ongeveer constant is.
Bij een uitvoeringsvorm is ervoor gezorgd dat de nominale waarde onder een grenswaarde van de teruglooptemperatuur constant is. Daardoor wordt rekening gehouden met het feit dat bij lage teruglooptemperaturen 30 de nominale waarde te klein kan worden cm een bruikbare regeling op te leveren.
Een andere mogelijkheid is hierin gelegen dat de nominale waarde met hoger wordende teruglooptemperatuur eerst tot een ondergrenswaarde afneemt en dan' weer toeneemt. Deze maatregel heeft de voorkeur wanneer 35 er bij het aanlopen van een koude installatie tot aan het bereiken van normaal bedrijf een gelijkmatige aanloop gewenst is. In het bijzonder kan men de regelaar zodanig uitvoeren dat onder de grenswaarde van de teruglooptemperatuur de voorlooptemperatuur constant gehouden wordt.
Het verloop van de nominale waarde kan ook zodanig gekozen worden 40 dat er bijzonder goede warmteoverdrachtomstandigheden in de verwar- • -- - A -7 “7 - „ ·« —» »
Ψ A
3 mingsketel of in de warmtepomp aanwezig zijn. Het is hier van belang dat de teruglooptemperatuur zo laag mogelijk is. Dit kan hierdoor gerealiseerd worden dat de nominale waarde boven een voorafbepaalde te— ruglooptemperatuur sterk toeneemt. In het bijzonder bij toepassing van 5 een condensatieketel heeft het de voorkeur wanneer de nominale waarde, als de teruglooptemperatuur de condensatietemperatuur van onder af benadert, zodanig sterk toeneemt dat de teruglooptemperatuur een onder de condensatietemperatuur gelegen grenstemperatuur niet overschrijdt. Er is daarom altijd voor gezorgd dat het terugloopwater condensatiewarmte 10 kan opnemen.
In de praktijk kan een verloop of meerdere van de nominale waarde aangegeven worden dat enerzijds buisleidingsverliezen klein houdt (in het onder- en middengebied van de belasting) en daarenboven de teruglooptemperatuur laag houdt (in het midden- en bovengebied van de belas— 15 ting). Eventueel moet er in de overlappingsgebieden een optimalisatie gebeuren.
Bij een installatie met terugmengleiding en een het menggedrag beïnvloedende klep kan de regelaar voor het vasthouden van de nominale waarde van temperatuurverschil de klep sturen. Men kan dan een gebrui-20 kelijke opbouw van de installatie toepassen en behoeft slechts de soort sturing van de klep te veranderen.
In het bijzonder kan de terugmengleiding een smoorplaats hebben en kan de klep tussen warmtegenerator en terugmengleiding opgenomen zijn.
Op deze manier heeft men slechts een eenvoudige tweewegklep nodig.
25 Bij een installatie met een warmtegenerator-verwarmingsinrichting, waarvan het warmtevermogen veranderd kan worden, kan de regelaar voor het vasthouden van de nominale waarde van temperatuurverschil de warm-tegenerator-verwarmingsinrichting sturen. Ook hier kan een gebruikelijke installatie toegepast worden, waarbij alleen de sturing van de ver-30 warmingsinrichting veranderd wordt.
Bij een uitvoeringsvoorbeeld wordt een elektronische temperatuur-verschil-regelaar toegepast, die via elektrische signalen voerende leidingen met een voorlooptemperatuurvoeler en een teruglooptemperatuur-voeler verbonden is. Een dergelijke elektronische regelaar heeft het 35 voordeel dat zonder grote problemen nog verdere afhankelijkheden ingevoerd kunnen worden, bijvoorbeeld een sturing van een bovengrens voor de voorlooptemperatuur in afhankelijkheid van de buitentemperatuur.
Bij een ander uitvoeringsvoorbeeld is als regelaar een verschil-thermostaat met twee tegengesteld werkende werkelementen toegepast die 40 elk met een voorloop- en een teruglooptemperatuurvoeler tot één systeem f -* - --9 * * 4 verbonden zijn. Een dergelijke regelaar heeft een zeer eenvoudige opbouw en is onafhankelijk van het elektrische net.
In het bijzonder kan de verschilthermostaat op de plaats van een warmtegeneratorthermostaat aangebracht zijn en kan een schakelaar voor 5 het in- en uitschakelen van de warmtegeneratorverwarming bekrachtigen. Door een eenvoudige vervanging van de thermostaat kan daarom de gewenste regelafhankelijkheid verkregen worden.
Het heeft ook voordeel wanneer de verschilthermostaat als opzet-stuk op de klep aangebracht is en het sluitstuk bekrachtigt. Daar der-10 gelijke kleppen vaak met een afneembaar opzetstuk voorzien zijn, kan men het beoogde resultaat door toepassing van dit speciale verschil-thermostaat-opzetstuk verkrijgen.
Bij voorkeur hebben de systemen een vloeistof-dampvulling en wordt de nomimale waarde van temperatuurverschil door temperatuur- en posi-15 tie-afhankelijke krachten van de beide werkelementen bepaald. Door een geschikte combinatie van vulmedia, drukbelaste vlakken van de werkelementen, inspanningen en karakteristieken van de toegepaste veren en verende werkelementen ontstaan er evenwiehtsstanden die door een terug-looptemperatuur afhankelijke nominale waarde gedefinieerd zijn.
20 Bij een voorkeursuitvoering is ervoor gezorgd dat de drukvlakken van de werkelementen even groot zijn en de dampdrukkromme van de vloeistof-dampvulling van het bij de teruglooptemperatuur behorende systeem echter boven die van het bij de voorlooptemperatuur behorende systeem ligt. De opbouw van de werkelementen kan daarom op rationele manier ge-25 lijk aan elkaar gebeuren. De even grote werkelementen kunnen ruimtebe-sparend aangebracht worden. Fen compensatieveer kan eventueel weggelaten worden.
In vele gevallen heeft het voordeel wanneer de regelaar in een ondergebied van de teruglooptemperatuur de voorlooptemperatuur constant 30 houdt en in een daarboven gelegen gebied van de teruglooptemperatuur het temperatuurverschil op de nominale waarde houdt. Op deze manier wordt gerealiseerd dat de vermelde regeling bij geringe warmtebehoefte uitgeschakeld wordt zodat een bepaalde minimale waarde van de voorlooptemperatuur aangehouden wordt. Daarom kan aan een opvolgende vergroting 35 van de warmtebehoefte snel voldaan worden.
Op constructieve wijze kan dit bijvoorbeeld hierdoor gerealiseerd worden dat het werkelement van het bij de voorlooptemperatuur behorende systeem vast en het werkelement van het bij de teruglooptemperatuur behorende systeem via een drukveer met het bekrachtigingselement verbon-40 den zijn, dat de drukveer door een krachtsluitende koppeling overbrugd « 5 wordt wanneer de voorspankracht van de drukveer overwonnen is, en dat beide werkelementen verend uitgevoerd zijn.
Bij een verdere uitvoeringsvorm is er voor gezorgd dat de beide werkelementen door twee opzetvaste doppen met daarin aangebrachte ger-5 golfde-buisbalg gevormd worden en dat er zich tussen de naar elkaar gekeerde balgbodems een steun uitstrekt, die via een tussen de doppen radiaal naar buiten stekende, langs de buitenzijde van een dop axiaal verlopende en aan gene zijde van deze dop radiaal naar binnen geleide meenemer op het afsluitstuk inwerkt. Dit levert een bijzonder eenvoudi-10 ge en ruimtebesparende opbouw op.
Hierbij kan in het bijzonder de steun buisvormig zijn en tegen de balgbodem van het bij de voorlooptemperatuur behorende systeem liggen en in zijn inwendige de drukveer geleiden die zich tussen een dwarswand van de steun en de andere balgbodem uitstrekt. De hoogteafmeting van 15 deze inrichting is slechts wat groter dan de som van de hoogten van beide doppen.
Verder kan de voorloopteraperatuurvoeler met een verwarmingsinrich-ting voorzien zijn voor het verkrijgen van een nachtelijke afname. Deze op zich bekende mogelijkheid kan daarom ook bij de beoogde regeling 20 toegepast worden.
De boven toegepaste uitdrukking "warmtegenerator" behoort alle soorten van warmteopwekking te bestrijken, dus niet alleen ketels maar bijvoorbeeld ook warmtepompen waarbij de warmte in de ketel rechtstreeks, via een warmtewisselaar, via een condensator of dergelijke, 25 aan het water van de verwarmingsinstallatie overgedragen kan worden.
De uitvinding zal aan de hand van enige uitvoeringsvoorbeelden toegelicht worden met verwijzing naar de tekeningen, waarin:
Fig. 1 het schema toont van een warmwater-verwarmingsinstallatie volgens de uitvinding; 30 Fig. 2 een temperatuurdiagram toont;
Fig. 3 het schema toont van een gewijzigde uitvoeringsvorm;
Fig. 4 het schema toont van een derde uitvoeringsvorm;
Fig. 5 de uitvoeringsvorm van fig. 4 in constructieve vorm toont;
Fig. 6 een diagram toont van de afhankelijkheid tussen de nominale 35 waarde en de teruglooptemperatuur; en
Fig. 7 een overeenkomstig diagram toont van een andere afhankelijkheid tussen nominale waarde en teruglooptemperatuur.
De warmwater-verwarmingsinstallatie van fig. 1 heeft een ketel 1, waarvan de uitlaat 2 via een driewegmengklep 3 verbonden is met de 40 voorloopleiding 5 waarin een cireulatiepomp 4 is opgenomen. De genoemde 6 leiding leidt naar meerdere parallel geschakelde verwarmingslichamen 6, 6a, 6b waaraan telkens een thermostaatklep 7, 7a en 7b is voorgeschakeld. De gemeenschappelijke terugloopleiding 8 is enerzijds met de ke-telinlaat 9 en anderzijds met een terugmengleiding 10 verbonden die 5 naar de driewegklep 3 leidt.
Aan een elektronische regelaar 11 worden temperatuursignalen van een voorlooptemperatuurvoeler 12 via een signaalleiding 13 en van een teruglooptemperatuurvoeler 14 via een signaalleiding 15 toegevoerd. Met behulp van een nominale-waarde-instelinrichting 16 wordt een nominale 10 waarde voor het verschil tussen voorlooptemperatuur en teruglooptempe-ratuur bepaald. De instelling van de nominale waarde kan met de hand gebeuren, maar is in het bijzonder afhankelijk van de teruglooptempera-tuur. Buiten de instelling van de nominale waarde kan ook een verdere beïnvloeding voorzien zijn, bijvoorbeeld de bepaling van een boven-15 grenswaarde voor de voorlooptemperatuur. Deze maximaal toegestane voorlooptemperatuur kan zonodig in afhankelijkheid van de buitentemperatuur gestuurd worden. Via een verdere signaalleiding 17 wordt een bekrach-tigingsinrichting 18 voor de driewegklep 3 gestuurd.
Fig. 2 toont de voorlooptemperatuur en de terugloopterapera-20 tuur tr die beide in de nabijheid van het verwarmingslichaam gemeten worden. Als een puntlijn is de gemiddelde temperatuur t^. van de buisleidingen, dus het rekenkundige gemiddelde van de temperatuur van de voorloopleiding en de temperatuur van de terugloopleiding, aangegeven. Als een streeplijn is de gemiddelde temperatuur t^ aan de 25 verwarmingslichamen, dus de logarithmische gemiddelde waarde tussen de toevoertemperatuur en de afvoertemperatuur, aangegeven. De toestand a stelt de uitgangsstand voor waarin het verschil tussen voorlooptemperatuur en teruglooptemperatuur gelijk is aan de nominale waarde S]_. De gemiddelde temperatuur t^ van het verwarmingslichaam ligt slechts 30 een weinig onder de gemiddelde temperatuur tjm- van de buisleiding daar als gevolg van de naar verhouding grote rondgepompte warmwaterhoe-veelheden de rekenkundige gemiddelde temperatuur de logarithmische gemiddelde temperatuur benadert. De toestand b geeft de overeenkomstige temperaturen aan wanneer er een hogere warmtebehoefte is ontstaan maar 35 er geen voorlooptemperatuurregeling volgens de uitvinding optreedt. De thermostaatklep smoort en de doorstroomhoeveelheld neemt af. Daardoor nemen ook de beide gemiddelde temperaturen tmr en ^ alsmede de teruglooptemperatuur tr af. Er moet rekening mee worden gehouden dat als gevolg van de langzamere stroming een aanzienlijke afkoeling in 40 het verwarmingslichaam optreedt en dat de gemiddelde temperatuur - ' 1 -i “· · \ · - 7 tmh daarvan duidelijk onder de gemiddelde temperatuur t^ van de buisleiding ligt. De toestand c toont de stand bij verminderde warmtebehoefte, maar echter met een voorlooptemperatuurregeling. Als gevolg van de afname van de teruglooptemperatuur tr wordt ook de nominale 5 waarde S2 wat verlaagd. Voor de warmtebehoefte, die met de verwarming s lichaam- gemiddelde temperatuur t^ zoals in de toestand b overeenkomt, is de voorlooptemperatuur aanzienlijk kleiner en de teruglooptemperatuur hoger. Dit heeft tot gevolg dat de gemiddelde temperatuur tjuj. van de buisleiding slechts in geringe mate boven de gemid-10 delde temperatuur t^ van het verwarmingslichaam ligt. Het warmteverlies in de buisleidingen is daarom overeenkomstig gering. Hieronder zijn in een tabel temperaturen in °C aangegeven, zoals deze bij de vermelde drie toestanden kunnen optreden: 15 _a_b_c_ tv 90 90 60 tr 70 34 50 S 20-10 W 80 62 55 20 t^ 79 54 54
Bij de uitvoeringsvorm volgens fig. 3 worden er voor gelijke onderdelen referentiecijfers verhoogd met 100 toegepast. Een terugmeng-leiding ontbreekt hier. De instelling van de voorlooptemperatuur wordt 25 door een overeenkomstige besturing van de ketelverwarmingsinrichting 19, voorgesteld door een oliebrander, veranderd. Voor dit doel is er in de elektrische toevoerleidingen 20 en 21 naar de brandermotor 22 een schakelaar 23 opgenomen die door een regelaar 111 in de vorm van een verschilthermostaat bekrachtigd wordt. Het beweegbare contact van de 30 schakelaar zit op een stang 24 waarop twee onderling tegengesteld werkende werkelementen 25 en 26 alsmede een compensatieveer 27 aangrijpen.
Het werkelement 25 staat via een capillaire buisleiding 113 in verbinding met een de temperatuur van het ketelwater metende voorlooptempera-tuurvoeler 112. Het zo gevormde systeem 28 heeft een vloeistof-dampvul-35 ling. Het andere werkelement 26 staat via een capillaire buis 115 in verbinding met een teruglooptemperatuurvoeler 114. Het zo gevormde systeem 29 heeft eveneens een vloeistof-dampvulling. In het onderhavige geval hebben beide systemen dezelfde vulling. Wanneer de teruglooptemperatuur als gevolg van een hogere warmtebehoefte toeneemt, wordt de 40 druk in het werkelement 26 groter. De schakelaar 23 wordt zolang geslo-'· - ? *-1 _______sö 8 ten tot de keteltemperatuur tot een waarde is toegenomen die voldoende is om de schakelaar 23 weer te openen.
Bij de uitvoeringsvorm van de fig. 4 en 5 zijn voor overeenkomstige onderdelen referentiecijfers met 200 verhoogd toegepast. Hierbij is 5 in de terugmengleiding 210 een smoorplaats 30 en in de uittreeleiding 202 een klep 31 aangebracht. Wanneer het afsluitstuk 32 daarvan gesteld wordt, verandert bij het voorloopwater de deelverhouding tussen het via de ketel 201 gevoerde water en het via de terugmengleiding 210 toegevoerde water en daarmede de voorlooptemperatuur. Het bij de voorloop-10 temperatuur behorende werkelement 225 heeft een dop 33 en een daarin aangebrachte gegolfde-buisbalg 34, waarvan de bodem 35 via een steun 36 verbonden is met het afsluitstuk 32. Het teruglooptemperatuurwerkele-ment 226 heeft een dop 37 en een daarin aangebrachte gegolfde-buisbalg 38 waarvan de bodem 39 voorzien is van een aanslagelement 40. Tussen 15 steun 36 en aanslagelement 40 strekt zich een drukveer 41 uit. Wanneer deze met een voorafbepaalde waarde is samengedrukt, wordt zij door een krachtsluitende koppeling 42 overbrugd. De beide gegolfde-buisbalgen 34 en 38 hebben een verende karakteristiek.
In dit geval zijn opnieuw beide systemen 228 en 229 voorzien met 20 een vloeistof-dampvulling. De vulling van het bij de teruglooptemperar· tuur behorende systeem 229 heeft echter een dampdrukkromme die boven die van het bij de voorlooptemperatuur behorende systeem 228 ligt. Bij geringe warmtebehoefte overheerst de druk in het werkelement 225. De bodem 39 bevindt zich nabij de ondereindstand daarvan. De klep 31 wordt 25 in de zin van het constant houden van de voorlooptemperatuur bekrachtigd, waarbij de waarde bij benadering door de voorspanning van de veer 41 gegeven is. Wanneer echter als gevolg van een grotere warmtebehoefte de teruglooptemperatuur toeneemt, wordt de druk in het werkelement 226 uiteindelijk zo groot dat de veer 41 samengedrukt en de krachtsluitende 30 koppeling 42 gesloten wordt. Als gevolg ontstaat er een regeling in afhankelijkheid van het verschil tussen de voorlooptemperatuur en teruglooptemperatuur. De verschilwaarde wordt zowel door de veerkarakteris-tiek van de beide gegolfde-buisbalgen 34 en 38 alsook door de tempera-tuurafhankelijke krachten van de werkelementen bepaald. Verder kan er 35 een element ingebouwd worden, bijvoorbeeld in de vorm van een gewichts-hefboom, waardoor het ontstane kracht-standevenwicht en hiermede de verschilwaarde veranderd kan worden.
Zoals fig. 5 aangeeft, heeft de klep 31 een klephuis 43 van gebruikelijke bouw en een opzetstuk 44, dat de als verschilthermostaat 40 uitgevoerde regelaar bevat. De beide werkelementen 225 en 226 zijn in ^ —» -s -J *? j 9 een huis 45 ondergebracht, dat met behulp van een kleminrichting 46 op het klephuis 43 geplaatst kan worden. De steun 36 is buisvormig uitgevoerd en neemt de drukveer 41 op, die zich tussen een dwarswand 53 van de steun 36 en de balgbodem 39 uitstrekt. Op de steun 36 is een meene-5 mer 47 aangebracht, die een radiaal naar buiten uitstrekkend deel 48, een axiaal buiten de dop 37 verlopend deel 48a en een radiaal naar binnen lopend deel 49 heeft. Deze werkt in op een stift 50 om het afsluitstuk 32 te bekrachtigen. De meenemer 47 is in het huis 45 geleid.
Bij de voorlooptemperatuurvoeler 212 behoort een vervarmingsin-10 richting 51, die via een kabel 52 door stroom gevoed kan worden. Dit levert een nachtelijke verlaging op.
In fig. 6 is in een diagram de afhankelijkheid van de nominale waarde S van de teruglooptemperatuur tr aangegeven. In een ondergebied tot aan een bij ongeveer 35°C gelegen grenswaarde is het tempera-15 tuurverschil constant, namelijk 5°C. Bij toenemende terugloopterapera-tuur neemt de nominale waarde S ongeveer lineair toe.
Bij een andere inrichting, zoals het diagram van fig. 7 die aangeeft, wordt tot aan een teruglooptemperatuur van 40°C de voorlooptem-peratuur ty constant gehouden. Dat wil zeggen dat het temperatuurver-20 schil aangegeven door de nominale waarde S lineair kleiner wordt. Daarna treedt een met toenemende teruglooptemperatuur, dus toenemende belasting, lineaire verhoging van de nominale waarde S op.
3ij de beschreven installaties bepaalt de reële belasting, dus die belasting die door de verwarmingslichaamthermostaten geregistreerd 25 wordt, via de regelaar de temperaturen in de installatie. Hierbij wordt met extra warmte, zoals bijvoorbeeld afkomstig van zonne-instraling, opgeslagen warmte in gebouwonderdelen, en dergelijke, die de belasting beïnvloeden, automatisch rekening gehouden bij het vastleggen van de voorlooptemperatuur.
30 De nominale waarde S wordt voor elke installatie zodanig ingesteld dat er optimale omstandigheden voor wat betreft warmteverlies optreden. Bruikbare waarden liggen tussen 5°C en 30°C. Gunstige regelverhoudingen deden zich voor wanneer S =* 20°C was bij een belasting van 100% en lineair met het gedrag van de belasting verkleind werd. De krommen van 35 fig. 6 en 7 zijn zodanig dat er in het onderste belastingsgebied nog voldoende hoge voorlooptemperaturen aanwezig zijn en in het middenbe-lastingsgebied de buisleidingsverliezen zo klein mogelijk gehouden worden. Wanneer het er om gaat de teruglooptemperatuur bij hoge belasting laag te houden, kan de S-karakteristiek beginnend met het grensgebied 40 van de teruglooptemperatuur een nog steiler verloop, zoals aangegeven, > '* *“· .·· '7 *·'*? 10 hebben.
In plaats van de aangegeven ketel 1 kan ook een warmtepomp gebruikt worden.
.** '7 ·-· - ”

Claims (22)

1. Warmwater-verwarraingsinstallatie met warmtegenerator, circula-tiepomp en door thermostaatkleppen geregelde verwarmingslichamen, waarbij de voorlooptemperatuur veranderd kan worden, gekenmerkt door een 5 regelaar (11; 111; 211) die door de voorloop- en teruglooptemperatuur beïnvloed wordt en de voorlooptemperatuur zodanig verandert, dat het verschil tussen voorlooptemperatuur en teruglooptemperatuur op een gegeven nominale waarde (S) aangehouden wordt.
2. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens conclusie 1, met het 10 kenmerk, dat de nominale waarde (S) als functie van de teruglooptemperatuur gegeven is.
3. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de nominale waarde (S) bij hoger wordende teruglooptemperatuur toeneemt.
4. Warmwater-verwarmlngsinstallatie volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de nominale waarde (S) bij hoger wordende teruglooptemperatuur lineair toeneemt.
5. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens conclusie 3 of 4, met het kenmerk, dat de nominale waarde (S) onder een grenswaarde van de 20 teruglooptemperatuur constant is.
6. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens een der conclusies 2 tot 4, met het kenmerk, dat de nominale waarde (S) bij hoger wordende teruglooptemperatuur eerst tot aan een ondergrenswaarde afneemt en dan weer toeneemt.
7. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens een der conclusies 1 tot 6, met het kenmerk, dat bij toepassing van een condensatieketel de nominale waarde (S), als de teruglooptemperatuur de condensatieterapera-tuur van onder af benadert, zodanig sterk toeneemt dat de teruglooptemperatuur een onder de condensatietemperatuur gelegen grenstemperatuur 30 niet overschrijdt.
8. Warmwater-verwarmingsinstallatie met terugmengleiding en een het menggedrag beïnvloedende klep volgens een der conclusies 1 tot 7, met het kenmerk, dat de regelaar (11, 211) voor het aanhouden van de nominale waarde (S) van het temperatuurverschil de klep (3; 31) 35 stuurt.
9. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat de terugmengleiding (210) een smoorplaats (30) heeft en dat de klep (31) tussen warmtegenerator (201) en terugmengleiding opgenomen is.
10. Warrawater-verwarmingsinstallatie voorzien van een warmtegene- , * rator-verwarmingsinrichting waarvan het verwarmingsvermogen veranderd kan worden, volgens een der conclusies 1 tot 7, met het kenmerk, dat de regelaar (111) voor het aanhouden van de nominale waarde (S) van het temperatuurverschil de warmtegenerator-verwarmingsinrichting (19) 5 stuurt.
11. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens een der conclusies 1 tot 10, met het kenmerk, dat een elektronische temperatuurverschilrege-laar (11) toegepast wordt, die via elektrische signalen voerende leidingen (13, 15) verbonden is met een voorloop- en een teruglooptempera- 10 tuurvoeler (12, 14).
12. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens een der conclusies 1 tot 10, met het kenmerk, dat als regelaar (111; 211) een verschilther-mostaat met twee tegengesteld werkende werkelementen (25, 26; 225, 226) toegepast wordt, die elk met een voorloop- en een teruglooptemperatuur- 15 voeler (112, 114; 212, 214) tot een systeem (28, 29; 228, 229) verbonden zijn.
13. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens conclusie 10 en 12, met het kenmerk, dat de verschilthermostaat (111) in plaats van een warmtegeneratorthermostaat aangebracht is en een schakelaar (23) voor 20 het in- en uitschakelen van de warmtegeneratorverwarming bekrachtigt.
14. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens conclusie 8 of 9 en 12, met het kenmerk, dat de verschilthermostaat als opzetstuk (44) op het klephuis (43) aangebracht is en het afsluitstuk (32) daarvan bekrachtigt .
15. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens een der conclusies 12 tot 14, met het kenmerk, dat de systemen (28, 29; 228, 229) een vloei-stof-dampvulling hebben en de nominale waarde (S) van het temperatuurverschil door temperatuur- en positie-afhankelijke krachten van de beide werkelementen (25, 26; 225, 226) bepaald is.
16. Warmwater-verwarraingsinstallatie volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat de drukvlakken van de werkelementen even groot zijn, de dampdrukkromme van de vloeistof-dampvulling van het bij de teruglooptemperatuur behorende systeem (229) echter boven die van het bij de voorlooptemperatuur behorende systeem (228) ligt.
17. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens een der conclusies 1 tot 16, met het kenmerk, dat de regelaar (211) in een ondergebied van de teruglooptemperatuur de voorlooptemperatuur ongeveer constant en in een daarboven gelegen gebied van de teruglooptemperatuur het temperatuurverschil op de nominale waarde (S) houdt.
18. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens een der conclusies 12 t tot 16 en conclusie 13, met het kenmerk, dat het werkelement (225) van het bij de voorlooptemperatuur behorende systeem (228) vast en het werkelement (226) van het bij de teruglooptemperatuur behorende systeem (229) via een drukveer (41) met het bekrachtigingselement (36) verbon-5 den zijn, dat de drukveer door een krachtsluitende koppeling (42) overbrugd wordt wanneer de voorspankracht van de drukveer overwonnen is, en dat beide werkelementen verend uitgevoerd zijn.
19. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens een der conclusies 14 tot 18, met het kenmerk, dat de beide werkelementen (225, 226) door 10 twee opzetvaste doppen (33, 37) met daarin aangebrachte gegolfde-buis-balg (34, 38) gevoerd zijn en dat er tussen de naar elkaar gekeerde balgbodems (35, 39) een steun (36) uitstrekt die via een tussen de doppen radiaal naar buiten stekende, langs de buitenzijde van een dop axiaal verlopende en aan gene zijde van deze dop radiaal naar binnen 15 gevoerde meenemer (47) op het afsluitstuk (32) inwerkt.
20. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens conclusie 18 en 19, met het kenmerk, dat de steun (36) buisvormig is, tegen de balgbodem (35) van het bij de voorlooptemperatuur behorende systeem (228) ligt en in zijn inwendige de drukveer (41) geleidt die zich tussen een dwars- 20 wand (53) van de steun en de andere balgbodem (39) uitstrekt.
21. Warmwater-verwarmingsinstallatie volgens een der conclusies 1 tot 20, met het kenmerk, dat de voorlooptemperatuurvoeler (212) voorzien is van een verwarmlngsinrichting (51) voor het verkrijgen van een nachtelijke afname.
25 Mil H-l ·* t / --- - _ »*«
NL8303277A 1982-09-24 1983-09-23 Warmwater-verwarmingsinstallatie. NL8303277A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
DE3235364 1982-09-24
DE3235364A DE3235364C2 (de) 1982-09-24 1982-09-24 Warmwasser-Heizungsanlage

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8303277A true NL8303277A (nl) 1984-04-16

Family

ID=6174040

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8303277A NL8303277A (nl) 1982-09-24 1983-09-23 Warmwater-verwarmingsinstallatie.

Country Status (8)

Country Link
JP (1) JPS59135516A (nl)
DE (1) DE3235364C2 (nl)
DK (1) DK419883A (nl)
FI (1) FI833403A7 (nl)
FR (1) FR2533673A1 (nl)
GB (1) GB2127529B (nl)
NL (1) NL8303277A (nl)
SE (1) SE8305070L (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN110243016A (zh) * 2018-03-09 2019-09-17 江苏迈拓智能仪表有限公司 一种恒流采暖计量方法

Families Citing this family (19)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE3425379A1 (de) * 1984-07-10 1986-01-16 Johnson Service Co., Milwaukee, Wis. Verfahren zur regelung einer waermeuebergabestation
CH665706A5 (de) * 1984-11-22 1988-05-31 Landis & Gyr Ag Regelgeraet fuer eine heizungsanlage.
DE3505600A1 (de) * 1985-02-18 1986-08-21 Happel GmbH & Co, 4690 Herne Verfahren und vorrichtung zur regelung der temperatur in zu temperierenden raeumen
DE3505601A1 (de) * 1985-02-18 1986-08-21 Happel GmbH & Co, 4690 Herne Verfahren und vorrichtung zur regelung der temperatur in zu temperierenden raeumen
DE3518889A1 (de) * 1985-05-25 1986-11-27 Janos 7815 Kirchzarten Györvari Verfahren und vorrichtung zum regeln von heizanlagen
DE3742807A1 (de) * 1987-12-17 1989-07-13 Peter Huber Temperiereinrichtung
GB8807367D0 (en) * 1988-03-29 1988-05-05 Nordsea Gas Technology Ltd Swimming pool heating system
DE3909129A1 (de) * 1989-03-20 1990-09-27 Werner & Pfleiderer Elektrisch beheizter backofen
EP0780074A1 (de) * 1995-12-23 1997-06-25 Franz-Joseph Inboden Erwärmbares Bett
DE19710905C1 (de) * 1997-03-15 1998-07-02 Robert Mack Verfahren zum Betreiben einer Wärmeversorgungsanlage
DE29801695U1 (de) * 1998-02-02 1998-05-20 Klamert, Dieter, 87700 Memmingen Heizkörper-Thermostatventil mit Durchflußanzeige
GB2428282B (en) * 2005-07-14 2007-05-09 David Neill Heating/cooling systems
GB0603233D0 (en) * 2006-02-17 2006-03-29 Heat Energy And Associated Tec A method and apparatus for commissioning a central heating system
DE102009039505A1 (de) * 2009-08-25 2011-06-09 Löffler, Michael Symmetrische Zwischenspeicher für Wärmepumpen mit zyklischer Entleerung in ein Hauptsystem
EP2679918B1 (en) * 2012-06-29 2015-01-28 LK Armatur AB A method for determining connections in a mixing valve, and a actuator therefor
US9879796B2 (en) * 2013-02-18 2018-01-30 Therm-Omega-Tech, Inc. Automated thermal recirculation valve
FR3042848B1 (fr) * 2015-10-22 2018-12-07 Mapsec Dispositif pour l'equilibrage pour emetteurs
US10649508B1 (en) * 2019-02-20 2020-05-12 Computime Ltd. Modulated heating/cooling system control
DE102024000430A1 (de) 2024-02-09 2025-08-14 Florian Biskupek Vorrichtung zur Volumenstromanpassung für Wärmeübertrager - Führungsgröße Rücklauf

Family Cites Families (13)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR1605180A (nl) * 1968-07-02 1973-04-16
DE1803248A1 (de) * 1968-10-16 1970-05-14 Bertrams Ag Hch Verfahren und Vorrichtung zur Regelung der Vorlauftemperatur eines Heizungskreislaufes
DE2128917A1 (de) * 1971-06-11 1973-01-04 Baelz Gmbh Helmut Verfahren zur regelung eines waermetauschers und waermeuebergabeeinrichtung mit einem derart geregelten waermetauscher
DE2305502C3 (de) * 1973-02-05 1979-07-19 Thomas 3000 Hannover Baehr Verfahren zum Steuern der dem Sekundärkreis eines Zweikreis-Heizungssystems zugeführten Wärmemenge und Steuerorgan hierfür
DE2358754A1 (de) * 1973-11-26 1975-05-28 Schumacher Josef Verfahren und vorrichtung zur steuerung einer heizungsanlage
DE2529858C2 (de) * 1975-07-04 1983-10-13 Meulen, Theo van der, 5204 Lohmar Verfahren und Vorrichtung zum Regeln einer Wärmeübertragungsanlage
DE2540406C2 (de) * 1975-09-11 1982-04-01 Robert Bosch Gmbh, 7000 Stuttgart Regeleinrichtung für eine Warmwasserheizungsanlage
FR2337316A1 (fr) * 1975-12-29 1977-07-29 Cidelcem Generateur d'eau chaude a chauffage instantane
DE2615043A1 (de) * 1976-04-07 1977-10-20 Vaillant Joh Kg Regeleinrichtung fuer eine heizungsanlage
DE2747969A1 (de) * 1977-10-26 1979-05-10 Braukmann Armaturen Regelvorrichtung fuer eine heizungsanlage
DE2900840C2 (de) * 1979-01-11 1982-07-01 Danfoss A/S, 6430 Nordborg Ventil zur Regelung der internen Vorlauftemperatur einer Verbraucherstation einer Fernheizanlage
DE2948797C2 (de) * 1979-12-04 1983-12-08 Friedhelm 7406 Mössingen Salzmann Einrichtung zum Regeln der Wassertemperatur eines brennergeheizten Heizkessels in einer Heizungsanlage
CH644460A5 (de) * 1980-02-27 1984-07-31 Aquametro Ag Anlage zum transport von waerme mittels eines fluides.

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CN110243016A (zh) * 2018-03-09 2019-09-17 江苏迈拓智能仪表有限公司 一种恒流采暖计量方法

Also Published As

Publication number Publication date
DK419883D0 (da) 1983-09-15
GB2127529B (en) 1985-12-24
DE3235364C2 (de) 1984-08-09
FR2533673A1 (fr) 1984-03-30
FI833403L (fi) 1984-03-25
JPS59135516A (ja) 1984-08-03
SE8305070L (sv) 1984-03-25
FI833403A7 (fi) 1984-03-25
DE3235364A1 (de) 1984-03-29
GB2127529A (en) 1984-04-11
FI833403A0 (fi) 1983-09-22
DK419883A (da) 1984-03-25
SE8305070D0 (sv) 1983-09-20
GB8325536D0 (en) 1983-10-26

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8303277A (nl) Warmwater-verwarmingsinstallatie.
US4150788A (en) Remote-controlled central air-conditioning system
KR102307318B1 (ko) 유동 제어 밸브를 위한 자기 조절 조정 장치, 이를 갖는 온도 제어 시스템 및 분배 장치, 및 관련된 방법들
US5556027A (en) Hydronic heating outdoor temperature reset supply water temperature control system
RU2495474C2 (ru) Клапанное устройство
US4294402A (en) Control devices for heaters
JPS5878050A (ja) 熱ポンプ回路
US5228618A (en) Thermal and flow regulator with integrated flow optimizer
NL7909162A (nl) Werkwijze voor het regelen van de voorlooptemperatuur van een verbruikerstation van een centrale voor verwarming op grote afstand alsmede een klep voor het uitvoeren van de werkwijze.
US4497438A (en) Adaptive, modulating boiler control system
EP0568122B1 (en) A valve assembly for plants providing both heating and domestic hot water
US5169291A (en) Water heater with shut-off valve
DK2217985T3 (en) Thermostat valve actuator
GB2112907A (en) Valve and system incorporating same
EP3531031B1 (en) Radiator balancing device
US2012067A (en) Automatically controlled heating system
PL205991B1 (pl) Nasadka termostatyczna zaworu
EP1096354A2 (en) Water flow regulator
US3189275A (en) Heating and cooling plant
US3235179A (en) Control device having temperature responsive means for regulating the pressure regulator thereof
RU2012920C1 (ru) Регулятор температуры воды
PL176277B1 (pl) Urządzenie do regulacji temperatury wody w instalacji wodnej
GB2081845A (en) Control valve
US4346567A (en) Heat pump control valve
GB2337320A (en) Water heater with thermostatic control of flow rate

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed