NL8303077A - Opbergdoos voor een magneetbandcassette. - Google Patents
Opbergdoos voor een magneetbandcassette. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8303077A NL8303077A NL8303077A NL8303077A NL8303077A NL 8303077 A NL8303077 A NL 8303077A NL 8303077 A NL8303077 A NL 8303077A NL 8303077 A NL8303077 A NL 8303077A NL 8303077 A NL8303077 A NL 8303077A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- base
- rear wall
- cassette
- wall
- storage box
- Prior art date
Links
- 238000004804 winding Methods 0.000 claims description 8
- 238000005192 partition Methods 0.000 claims description 5
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 10
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 7
- 239000000463 material Substances 0.000 description 4
- 229920003023 plastic Polymers 0.000 description 4
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 3
- 230000002411 adverse Effects 0.000 description 1
- 238000004873 anchoring Methods 0.000 description 1
- 230000001174 ascending effect Effects 0.000 description 1
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 1
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 1
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 1
- 210000003811 finger Anatomy 0.000 description 1
- 210000004247 hand Anatomy 0.000 description 1
- 230000003116 impacting effect Effects 0.000 description 1
- 238000001746 injection moulding Methods 0.000 description 1
- 238000007689 inspection Methods 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 230000000630 rising effect Effects 0.000 description 1
- 230000035939 shock Effects 0.000 description 1
- 210000003813 thumb Anatomy 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G11—INFORMATION STORAGE
- G11B—INFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
- G11B23/00—Record carriers not specific to the method of recording or reproducing; Accessories, e.g. containers, specially adapted for co-operation with the recording or reproducing apparatus ; Intermediate mediums; Apparatus or processes specially adapted for their manufacture
- G11B23/02—Containers; Storing means both adapted to cooperate with the recording or reproducing means
- G11B23/023—Containers for magazines or cassettes
- G11B23/0233—Containers for a single cassette
Landscapes
- Packaging Of Annular Or Rod-Shaped Articles, Wearing Apparel, Cassettes, Or The Like (AREA)
Description
# 4 Η3Ν 10.775 1 N.V. Philips* Gloeilampenfabrieken te Eindhoven "Opbergdoos voor een magneetbandcassette".
De uitvinding heeft betrekking op een opbergdoos voor een nagneetbandcassette, welke van een behuizing voorzien is met twee onderling evenwijdig lopende, ongeveer rechthoekige hcofdwanden, twee zijwanden, een achterwand, een frcntzijde met een in althans één hoofdwand 5 doorlopende frontopening en met een scheidingswand die de frontopening van het inwendige van de behuizing scheidt, in welke behuizing tussen de hoofdwanden twee cm loodrecht op de hoofdwanden gerichte draaiingsassen draaibare wikkelkemen naast elkaar opgesteld zijn, cm welke wikkelkemen een magneetband over een deel van de lengte gespoeld is, welke magneetband 10 over een ander deel langs de frontopening gestrekt ligt, welk ander gestrékt deel van de magneetband tenminste aan de voorzijde door een de frontopening naar voren begrenzende, zwenkbaar met de behuizing verbonden frontklep af gedekt wordt, welke opbergdoos cmvat: a) een basis, met een rechthoekig bodentvlak, voorzien van een 15 voor- en achterrand, een opstaande achterwand die aansluit op de achterrand en een paar opstaande, evenwijdige, cp onderlinge afstand gelegen zijwanden die zich vanaf de achterwand in de richting van de voorrand uitstrekken, b) tenminste één op het bodentvlak aanwezig, ópstaand pcsitione- 20 ringselement ter positionering van een in de dcos gelegen magneetband-casette, welke met de frontklep in de nabijheid van de achterwand van de basis gelegen is, c) een deksel met een rechthoekig bovenvlak, voorzien van een voer- en achterrand, wslke achterrand bij gesloten deksel althans nagenoeg 25 aansluit cp de achterwand van de basis, met een frontward die aansluit op de voorrand van het bovenvlak en bij gesloten deksel althans nagenoeg aansluit cp de voorrand van het bovenvlak van de basis en met een paar evenwijdige, qp onderlinge afstand gelegen zijwanden, die zich vanaf de • frontwand uitstrekken tot de achterrand, waarbij de zijwanden van het 30 deksel scharnier baar verbonden zijn met de zijwanden van de basis teneinde het deksel ten opzichte van de basis tussen open en gesloten positie te kunnen scharnieren.
8 0 ·.. :> J -· PHN 10.775 2
i ‘ V
Een opbergdoos van deze soort is bekend uit de Britse octrooiaanvrage nr. 8223993, ter visie gelegd onder het nummer 2105306.
Deze bekend opbergdoos is bestemd voor het opnemen van een videocassette en is daartoe voorzien van een cylindervormig pos iticner ingselement 5 dat na het inleggen van een cassette in de doos in één van de wikkelkemen van de cassette steekt. Hierdoor is men er bij de bekende doos van verzekerd, dat de cassette na het inleggen steeds in één bepaalde stand in de doos gelegen is, waarbij de cassette in de doos met de bovenste hoofdwand naar het deksel gericht is en de frontklep nabij de achterwand 10 van de basis van de doos gelegen is. Deze funktie van het.positionerings-element van de doos wordt wel aangeduid met de benaming "mis-insertion protection" (beveiliging van het foutief inleggen van de cassette^.
De opstelling van het positioner ingselement ten gevolge van de vereiste samenwerking met een wikkelkem van de cassette ongeveer halverwege 15 de voor- en achterrand van de basis van de doos leidt er evenwel toe dat het nagenoeg niet mogelijk is bij de bekende doos een inlegvel van voldoende afmetingen op het bodemvlak aan te brengen. Een dergelijke inlegvel is gewenst cm notities over de op de magneetband opgencmen registraties te kunnen opbergen bij'de magneetbandcassette. Verder 20 doet zich de mogelijkheid bij de bekende doos voor dat de cassette in de doos met de frontklep tegen de achterwand van de basis stoot, bijvoorbeeld ten gevolge van een valbeweging van de doos, waardoor de zwenkassen tussen de frontklep en de cassettebehuizing ongunstig belast worden en het risico lopen af te breken.
25 De uitvinding beoogt bij een dergelijke opbergdoos voor een magneetbandcassette van de genoemde soort de beschikbare ruimte in de basis voor een inlegvel te vergroten en daarbij de frontklep van de cassette effectief te beschermen tegen op de doos uitgeoefende stoten.
De uitvinding wordt hiertoe gekenmerkt doordat het positionerings-30 element een zodanige plaats op het bodemvlak van de basis ten opzichte van de achterwand inneemt, dat het positioner ingselement tot in de frontopening van een in de doos gelegen magneetbandcassette steekt, waarbij op de basis de afstand van de van de achterwand afgekeerde zijde van het positioner ingselement tot de binnenzijde van de achterwand 35 groter is dan de afstand van het aan het positioneringselement grenzend wanddeel van de scheidingswand van de cassette tot de voorzijde van de frontklep, een en ander zodanig dat een beweging van de cassette in de doos in de richting van de achterwand begrensd wordt door een oplopen c> 7 .7 π n 7 7 + * PHN 1C.775 3 van de scheidingswand tegen het positioneringselement waardoor de front-klep vrij blijft van de achterwand.
Op deze wijze is het mogelijk het positioneringselement nabij de achterwand van de basis van de doos op te stellen, waardoor een vrij 5 groot oppervlak van het boderavlak beschikbaar is voor een inlegvel.
Dit is van belang gezien de toenemende behoefte aan notitieruimte bij magneetbandcassettes, in het bijzonder videocassettes. Oifcis net name van belang bij relatief kleine cassettes, zoals de recentelijk ontwikkelde, internationaal gestandaardiseerde, zogenaamde 8-itm videocassettes, welke 10 een betrekkelijk geringe afmeting bezitten. Verder is ook bij de opbergdoos volgens de uitvinding op effectieve wijze de zogenaamde ftiis-insertion protection" functie van het positïoneringseleraent aanwezig. De verhouding van de afstanden bij de doos/cassettecombinatie leidt ertoe dat bijvoorbeeld schokbelasting op de doos door de scheidingswand van de cassettebehuizing 15 opgevangen wordt en niet door de frontklep. Dit is van voordeel voor dozen welke veelvuldig gehanteerd worden, bijvoorbeeld voer draagbare opneem- en weergaveapparatuur, zoals bijvoorbeeld de apparatuur werkend met de hierboven genoemde 8-irm videocassettes. Deze bescherming tegen schokbelasting is met name van belang voor kleine cassettes, zoals de hiervoor genoemde 20 8-nm videocassettes, waarbij de zwenkassen van de frcntklep vrij gevoelig zijn voor beschadiging.
Een voorkeursvorm van een opbergdoos volgons de uitvinding wordt gekenmerkt doordat op het bodemvlak van de basis nabij de voorrand een rib aanwezig is die zich evenwijdig aan de voorrand uitstrekt en 25 op de basis de afstand van de naar de achterwand gerichte zijde van de rib tot de naar de achterwand gerichte zijde van het pos itioner ingselement kleiner is dan de afstand van de van de achterwand afgerichte zijde van de frontklep van de cassette tot de achterwand van de cassette, een en ander zodanig dat een beweging van de cassette in de doos in de richting 30 van de voorrand begrensd wordt door een oplopen van de achterwand van de cassette tegen de rib, waardoor de frontklep vrij blijft van het positioner ingselement. Aldus vangt de achterwand van de cassette bij een optredende schokbelasting op de doos de stoten op en kan het positio-neringselement van de doos de frontklep van de cassette niet ongunstig 35 belasten.
Een doelmatige uitvoering van een opbergdoos volgens de uitvinding wordt gekenmerkt doordat het pos itioner ingselement een lip omvat die zich evenwijdig aan de achterwand van de basis uitstrekt.
** '
« V
EHN 10.775 4
Door deze opstelling is op het bodemvlak in de richting van de voorrand van de basis een groot vrij oppervlak voor een inlegvel beschikbaar.
De opstelling van de lip verzekert verder' een goede aanligging van de lip tegei de scheidingswand van de frontopening van de cassettebehuizing.
5 In verband hiermee wordt een verdere voorkeur svorm van een opbergdoos volgens de uitvinding gekenmerkt, doordat het positioner ings-element verder tenminste één rug omvat waarvan de bovenrand zich vanaf de bovenzijde van de lip in de richting van de achterwand van de basis schuin neerwaarts uitstrekt. Bij uitnemen van de cassette uit de cpberg-10 doos kan de frontklep gemakkelijk over de bovenrand van de rug glijden, waardoor vermeden wordt dat ongunstige krachten op de frontklep uitgeoefend worden.
Verder in verband met het voorgaande wordt nog een uitvoeringsvorm van een opbergdoos volgens de uitvinding gekenmerkt doordat op 15 bodenvlak twee qp onderlinge afstand opgestelde, in eikaars verlengde gelegen lippen aanwezig zijn, en qp elke lip gerekend evenwijdig aan de achterwand ongeveer halverwege de lengte een rug aansluit, die loodrecht qp de lip gericht is. Aldus verkrijgt men twee positioneringselementen met’ T-vormig opgestelde onderdelen, die met voldoende- stevigheid als 20 een eenheid met de basis door middel van spuitgieten te vervaardigen zijn. De twee pos itionerIngsdementen geven verder een effectieve beveiliging van de frontklep tegen stoten, zonder dat hierdoor een verlies aan ruimte qp het bodemvlak voor een inlegvel optreedt.
Een verdere voorkeursvom van een opbergdoos voor een 25 magneetbandcassette, waarbij de frontklep van de cassette uit een afzonderlijke, onderling gekoppelde buiten- en binnendeur bestaat, waartussen het gestrékte deel. van de magneetband ligt, wordt gekenmerkt, doordat de bovenrand van de rug zich bij een in de doos gelegen magneetbandcassette ongeveer evenwijdig uitstrekt aan het aangrenzend deel van de binnendeur 30 van de frontklep. Aldus kan bij het uitnomen van de cassette uit de opbergdoos de binnendeur zodanig langs de rug glijden dat de binnendeur en daarmee door de onderlinge koppeling ook de buitendeur in de gesloten positie blijft, waardoor de magneetband niet met het positioneringselement of andere delen van de opbergdoos in aanraking kan kanen.
35 Met behoud van de goede werking van de rib nabij de voorrand van de basis is een gemakkelijk inleggen van de magneetbandcassette in de opbergdoos in nog een uitvoeringsvorm van een doos volgens de uitvinding mogelijke indien de rib op het bodemvlak van de basis vanaf de voorrand 0*7 ."I "T ,n “? *7 . 0 'J O ;-j / / * * EHN 10.775 5 in de richting van de achterwand schuin oploopt, waarbij de naar de achterwand gerichte zijde van de rib loodrecht op het boderavlak gericht is.
In verband hiermee wordt bij het inleggen van de cassette in de doos een gunstige uitrichting van de cassette en daarna een zijdelingse 5 steun nabij de voorste hoekpunten van de doos verkregen indien op het boderavlak van de basis aan weerszijden van de rib in het verlengde van de zijwanden gelegerv puntvormig tot boven de rib oplopende boekdelen aanwezig zijn. Door de puntvorm van de boekdelen vormen deze geen obstakels voor de vingers bij het inleggen van de cassette in de doos.
10 Een verdere gunstige zijdelingse steun voor de cassette in de doos wordt verkregen, indien in elk van de zijwanden van de basis een verende arm aanwezig is die tegen de zijwanden van een in de doos gelegen cassette drukt.
Het inleggen van de cassette in de opbergdoos en een correct 15 aanbrengen van de frontopening ten opzichte van het positioneringselarent wordt nog verder vereenvoudigd, indien de binnenwanden van de zijwanden van de basis nabij de bovenzijde een in opwaartse richting schuin buiten-. waarts verloop bezitten.
De uitvinding zal nader warden toegelicht aan de hand van 20 een tweetal in de tekening weergegeven uitvoeringsvoorbeelden, waartoe de uitvinding evenwel niet beperkt is.
Figuur 1 toont een perspectivisch aanzicht op een opbergdoos volgens de uitvinding, waarbij een bijbehorende magneetbandcassette buiten de doos gelegen is.
25 Figuur 2 toont op vergrote schaal een dwarsdoorsnede door de opbergdoos volgens figuur 1 met daarin een magneetbandcassette.
Figuur 3 toont een doorsnede volgens de lijnen III-III in figuur 2, waarbij de doos/cassetteccrabinatie voor de helft is weergegeven.
Figuur 4 toont een perspectivisch aanzicht op een tweede 30 uitvoer ingsvoor beeld van een opbergdoos volgens de uitvinding met bijbehorende magneetbandcassette gelegen buiten de doos.
De in figuur 1 tot 3 weergegeven opbergdoos 1 voor een magneet-bandcassette 2, welke bij voorkeur als videocassette is uitgevoerd, bestaat uit een basis 3, alsmede een deksel 4, dat scharnier baar met de basis 35 verbonden is. De basis 3 cravat een rechthoekig boderavlak 5, voorzien van een voor- en achterrand 6 respectievelijk 7 en een op de achterrand 7 aansluitende ópstaande achterwand 3. De basis 3 omvat verder een paar onderling evenwijdige, op afstand gelegen zijwanden 9 en 10, waarvan de ’ * j ·, 'j / / • v EHN 10.775 6 t bovenrand in de nabijheid van de achterwand 8 met delen 9a en respectievelijk 10a een enigszins, schuin neerwaarts gericht verloop bezit in de richting van de achterwand. Aldus zijn.hcofdranddelen 9b respectievelijk 10b van de zijwanden 9 respectievelijk 10 ten opzichte van het bodenr S vlak 5 enigszins hoger gelegen dan de bovenrand van de achterwand 8. Ongeveer halverwege de afstand tussen de voorrand 6 en de achterrand 7 sluiten de delen 9b respectievelijk 10b aan op schuin neerwaarts gerichte delen 9c respectievelijk 10c. Aan de binnenzijde van de zijwanden 9 en 10 zijn vanaf de bovenrand schuin binnenwaarts verlopende glijkanten 9d 10 respectievelijk 10d aanwezig die het inleggen van de cassette 2 in de doos 1 vergemakkelijken, De schuin neerwaarts gerichte delen 9c respectievelijk 10c van de zijwanden 9 respectievelijk 10 sluiten aan pp in het verlengde van de zijwanden gelegen ruggen 11, waarvan in figuur 1 de rechterrug te zien is. De opbergdoos 1 is met beide helften spiegel-15 beeldig ten opzichte van een lijn a door het bovenvlak 5 uitgevoerd, waardoor ook aan de linkerzijde van de basis 3 een rug 11 aanwezig is.
Beide ruggen 11 bezitten een aanmerkelijk geringere hoogte ten opzichte van het bodemvlak 5 dan de zijwanden 9 en 10, waardoor het mogelijk is de cassette 2 gemakkelijk in de basis 3 aan te brengen. Elke rug 11 sluit 20 aan het van de aangrenzende zijwand 9 respectievelijk TO af gekeerde einde aan op een puntvormig oplopend boekdeel 12, dat eveneens in het verlengde van de betreffende zijwand 9 respectievelijk 10 gelegen is. Tussen de boekdelen 12 ligt een rib 13. die zich evenwijdig aan de voorrand 6 uitstrekt, met de naar de voorrand gerichte zijde 13a schuin oploopt, 25 tot een hoogte welke ten opzichte van het bodemvlak 5 bij voorkeur ongeveer de helft bedraagt van de hoogte van de boekdelen 12.
Aldaar sluit de zijde 13a aan op een zijde 13b die ongeveer loodrecht op het bodemvlak 5 gericht is (zie Figuur 2).
In de zijwanden 9 respectievelijk. 10 zijn verder verende 30 armen 9e respectievelijk 10e aanwezig die met de zijwanden een geïntegreerd geheel vormen, zich ongeveer evenwijdig uitstrekken aan het bodemvlak 5 en aan de naar de achterwand 8 gekeerde zijde met de zijwanden verbonden zijn. De armen 9e respectievelijk 10e zijn door de wijze van vervaardiging van de basis 3 uit een geschikte kunststof elastisch en drukken met nabij 35 de vrije einden gelegen knobbels tegen een in de doos 1 gelegen magneet-bandcassette 2.
De zijwanden 9 en 10 dragen astappen 14, die schamierassen vormen voor het scharnieren van het deksel 4 ten opzichte van de basis 3.
0 5 λ - η *7 H3N 10.775 7 * ·
Rond de astappen 14 zijn verhogingen 15 op de buitenzijde van de zijwanden 9 en 10 aanvezig teneinde een soepele scharnier beweging van het deksel 4 mogelijk te maken.
Het deksel 4 cmvat een rechthoekig bovenvlak 16,voorzien van 5 cc*' een achterrand 18. De achterrand 18 sluit bij gesloten deksel 4 als weergegeven in figuur 2 met een relatief kort stuk aan op de achterwand 8 van de basis. Verder cmvat het deksel 4 een frontwand 19 die althans nabij de voorste, hoekpunten aansluit op de voorrand 6 van de basis 3. Teneinde het openen van het deksel 4 te kunnen vergemak-10 kelijken is een deel 19a van de frontwand 19 enigszins binnenwaarts verplaatst opgesteld. Het deel 19a maakt het mogelijk het middenstuk van de voorrand 6 gemakkelijk bijvoorbeeld met de duim beet te pakken. Eenzelfde maatregel is aanwezig in zijwanden 20 respectievelijk 21 van het deksel 4, alwaar enigszins verdiept gelegen delen 20a respec-15 tievelijk 21a het mogelijk maken zijranden 22 van de basis 3 beet te pakken. Op deze wijze heeft de gebruiker de keuze bij het openen van het deksel 4 de zijranden 22 beet te pakken respectievelijk de voorrand 6 en achterrand 7 beet te pakken. Deze laatste mogelijkheid is van voordeel voor bijvoorbeeld jeugdige gebruikers met kleine handen.
20
De zijwanden 20 en 21 zijn onderling evenwijdig en op afstand gelegen en sluiten aan op het bovenvlak 16. De zijwanden strekken zich vanaf de frontwanden 19 uit tot aan de achterrand 18 en zijn ongeveer halverwege de voor- en achterrand 17 respectievelijk 18 voorzien van een opening 23. In gesloten positie ligt een knobbel 24 op de buitenzijde 25 van de zijwand 9 respectievelijk 10 in de bijbehorende opening 23, waardoor het deksel 4 in deze positie gearreteerd is.
Het deksel 4 is bij voorkeur geheel uit transparant kunststof materiaal vervaardigd, waarbij de delen 20a respectievelijk 21a van de zijwanden 20 respectievelijk 21 ter verbetering van de grip op het deksel 30 geribbeld zijn uitgevoerd. In het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld is de basis 3 uit ondoorzichtig kunststof materiaal vervaardigd, doch indien gewenst kan ook dit deel van de opbergdoos transparant zijn uitgevoerd.
Op het bodemvlak 5 van de basis 3 zijn verder een tweetal 35 positioneringselementen 25 aanwezig. Deze omvatten elk een lip 26 die zich evenwijdig aan de achterwand 8 van de basis 3 uitstrekt, alsmede een mg 27, die loodrecht cp de lip 26 gericht. De opstelling van de positioner ingselementen 25 cp het bodemvlak 5 zal in het verdere stuk q — - — λ 7 7 ^ %M* , * J 1 · ΡΗΝ 10.775 8 τ « * van de beschrijving neg nader werden behandeld. Elke rug 27 bezit een bovenrand 27a die zich vanaf de bovenzijde van de lip 26 in de richting van de achterwand 8 schuin neerwaarts tot aan het bodemvlak 5 uitstrekt. Aldus zijn de positioneringselementen 25 elk uit in T vorm opgestelde 5 onderdelen opgebouwd. Bij voorkeur zijn de positioneringseleirenten 25 geïntegreerd in het kunststof materiaal van de basis 3.
De magneetbandcassette 2, behorende bij de opbergdoos 1, is zoals reeds vermeld bij voorkeur een videocassette, voorzien van een behuizing 28 met twee onderling evenwijdig lopende,:ongeveer rechthoekige 10 hoofdwanden, waarbij een hcofdwand 29 de bovenwand vormt en een hoofd-wand 30 de onderwand vormt. Verder omvat de cassettebehuizing 28 twee zijwanden 31, een achterwand 32 en een frontzijde met een in de hoofdwanden 29 en 30 doorlopende frontopening 33, welke door een scheidingswand 34 van het inwendige van de behuizing 28 gescheiden is. Binnen de behuizing 15 28 zijn tussen de hoofdwanden 29 en 30 twee om loodrecht op de hoofdwanden gerichte draaiingsassen draaibare wikkelkemen 35 en 36 naast elkaar opgesteld. Cm de wikkelkemen ligt een magneetband 37 over een deel van de lengte gespoeld. Een ander deel 37a van de magneetband ligt zoals ook ' weergegeven in -figuur 3 langs de frontopening 33 gestrekt. Ter afdekking 20 van de frontopening 33 en het gestrekte deel 37a van de magneetband is aan de voorzijde van de magneetbandcassette 2 een frontklepstelsel 38 aanwezig, bestaande uit een buitendeur 39 en een binnendeur 40.
De buitendeur 39 is voorzien van zijdelen 41, welke door middel van zwenkassen 42 zwenkbaar met de behuizing 28 verbonden zijn. De * 25 buitendeur 39 zorgt ervoor dat het deel 37a van de magneetband effectief naar voren wordt af gedekt. De binnendeur 40 is op verder niet weergeoeven wijze gekoppeld met de buitendeur 39 en is in leibanen' op de warn 34 geleid , waarbij de binnendeur 40 door middel van zwenkassen 43 met de buitendeur 39 verbonden is. De koppeling tussen de binnen- en buitendeur 30 heeft tot gevolg dat indien de buitendeur 39 opengezwenkt wordt de binnendeur 40 meezwenkt, waarbij het magneetbanddeel 37a vrij komt te liggen.
Het is derhalve duidelijk dat in: de situatie welke speelt bij het opbergen van de magneetbandcassette 2 in de doos 1 voorkomen moet worden dat het frontklepstelsel 38 openzwenkt. Hiervoor dient een niet weergegeven 35 grendelmechanisme, gelegen nabij één van de zijdelen 41 van de buitendeur 39. De binnendeur 40 omvat een deel 40a, dat er in de praktijk voor dient het magneetbanddeel 37a aan de binnen zijde van de cassette af te dekken. Het deel 40a strekt zich vanaf de frontzijde van. de onderwand 30 in de q t q ? λ 7 7 ’J f v‘ V ^ * * •Λ » ΡΗΝ 10.775 9 richting van de achterwand 32 in schuin bovenwaartse richting uit.
Het deel 40a sluit nabij de bovenwand 29 aan qp een ongeveer in het verlengde van de wand 29 gelegen bovendeel 40b. Het bovendeel 40b sluit de frontopening 33 naar de bovenzijde af. De frcntopening 33 is aan 5 de onderzijde van de cassettebehuizing vrij toegankelijk.
Zoals reeds vermeld gaat het inleggen van de magneetband-cassette 2 in de opbergdoos 1 ten gevolge van de schuin gerichte binnen-wanddelen 9d respectievelijk 1Qd van de zijwanden 9 respectievelijk 10 erg eenvoudig. De cassette wordt op het bodemvlak 5 geplaatst, waarbij 10 de beide positioneringselementen 25 in de frontopening 33 gestoken worden.
De achterwand 32 van de cassettebehuizing 28 is na het passeren van de rib 13 achter de opstaande zijde 13b van de rib konen te liggen.
De elastische armen 9e respectievelijk 10e drukken tegen de zijwanden 31 van de cassettebehuizing zodat de cassette in zijdelingse richting 15 effectief gesteund wordt. De boekdelen 12 zorgen hierbij voor een goede uitrichting van de cassette nabij de voorste hoekpunten van de doos 1.
Aldus ligt de cassette 2 in de doos 1 in de stand weergegeven in de figuren 1 en 2 uitsluitend aan tegen delen van de basis 3, daar de zijwanden 19, 20 en 21 van het deksel zijdelings van de zijwanden 9, 10 20 en de rib 13 gelegen zijn. Van groot belang is hierbij de aanwezigheid van de positioneringselementen 25. Deze hebben als eerste functie tijdens het inleggen een beveiliging tegen het met de verkeerde zijde inleggen van de cassette in de doos, de zogenaamde mis-insertion protecticn-functie. Iirmers indien de cassette met de hoofdwand 29 onder wordt ingelegd, zullen 25 de positioner ingselementen tegen het deel 40b en de hoofdwand 29 stoten, waardoor verder inleggen ónmogelijk wordt gemaakt. Aldus is men er steeds van verzekerd dat de cassette met de bovenzijde boven in de doos komt te liggen. Het is verder van groot belang dat de cassette in de doos beveiligd wordt tegen op de doos uitgeoefende stoten, welke bijvoorbeeld 30 bij het vallen van de doos/cassettecanbinatie kunnen optreden. Dergelijke stoten zouden, indien deze op het vrij tere frantklepstelsel zouden vrarden overgebracht, gemakkelijk tot beschadiging kunnen leiden. Met name de zwenkassen 42 en 43 zouden hierdoor kunnen afbreken, doch ook breuk van andere delen van de binnen- respectievelijk buitendeur is niet 35 uit te sluiten. Qn dit te voorkomen is de opstelling van de positioner ingselemen ten 25 dusdanig dat qp de basis de afstand van de van de achterwand 3 afgekeerde zijde van de lip 26 tot de binnenzijde van de achterwand 8, in figuur 1 en 2 weergegeven met het verwijzingscijfer 44, volgens de uit- -'•'"'7 7 -:——- EHN 10.775 10 vinding in principe groter dan de afstand van het aan de lip 26 grenzend wanddeel van de scheidingswand 34 tot de voorzijde van de buitendeur 39/ in figuur 1 en 2 weergegeven met het verwijzingscijfer 45. Op deze wijze wordt een beweging van de cassette in de doos in de richting van de 5 achterwand 8 steeds begrensd door een oplopen van de scheidingswand 34 tegen de lippen 26 waardoor men ervan verzekerd kan zijn dat de buitendeur 39 van het frontklepstelsel vrij blijft van de achterwand 8. (¾) deze wijze kan een stoot op de doos 1 in de richting van de achterwand 8 niet tot gevolg hebben dat de buitendeur 39 ongunstig belast wordt. Aldus wordt 10 voorkomen dat een ongunstige belasting op de zwenkassen 42 en 43 kan optreden.
Het is hierbij volgens de uitvinding eveneens van belang dat op de basis de afstand van de naar de achterwand 8 gerichte zijde 13b van de rib 13 tot de naar de achterwand gerichte zijde van de rug 27, 15 in figuur 2 weergegeven met een verwijzingscijfer 46,kleiner is dan de van de achterwand 8 afgerichte zijde van de binnendeur 40 van de . cassette tot de achterwand van de cassette. Dit heeft tot gevolg dat bij een beweging van de cassette in de doos in de richting van de voorrand deze beweging begrensd wordt door een oplopen van de achterwand 20 32 van de cassette tegen de ópstaande zijde ' 13b van de rib 13, waarbij men ervan verzekerd is dat de binnendeur 40 van het frontklepstelsel 38 vrij blij ft van het postioneringselement 25.
De hiervoor omschreven dimens ioner ingsmaatregelen dragen er aldus zorg voor dat het. frontklepstelsel 38 steeds effectief beschermd 25 ligt binnen de opbergdoos tegen op de doos optredende stoten. De plaatsing van de positioneringselmenten 25 in de nabijheid van de achterwand 8 levert verder als belangrijk voordeel op dat tussen de lippen 26 aan de rib 13 een groot vrij. oppervlak van het bodemvlak 5 beschikbaar is voor het aanbrengen van een inlegvel. Een dergelijk. inlegvel kan bestemd zijn 30 voor het vastleggen van gegevens over de inhoud van de cassette; ook is het mogelijk dat de fahricant van de cassette gegevens over de eigenschappen van desbetreffende cassette door middel van een dergelijk vel aan de gebruiker over brengt. Vooral bij een relatief kleine cassette zoals de hiervoor genoemde 8-nm videocassette is de beschikbare ruimte voor 35 een inlegvel betrekkelijk gering. Derhalve is. het bij de hiervoor beschreven opstelling van de positioneringselementen 25 gunstig dat éen aanzienlijk deel van het bodemvlak hiervoor beschikbaar is.
Bij het uitnemen van de cassette 2 uit de doos 1 draagt de q Ί PI 1 7 7
V) .. \J j ' J
1 m EHN 10.775 11 bovenrand 27a van de rug 27 er zorg voor dat de binnendeur 34 soepel over de positioneringselementen 25 kan glijden. Door bij voorkeur de bovenrand 27a ongeveer evenwijdig te positioneren aan de binnenzijde van de binnendeur 40 kunnen de hierbij optredende krachten zodanig gericht 5 *=.*- -v 40 er daarmee de met deze deur gekoppelde buiten deur 39 gesloten blij vei. Op deze wijze kan men er verder van verzekerd zijn dat bij het uitmanen van de cassette geen beschadiging van Bet frcntklepstelsel 38 en het gestrekte magneetbanddeel 37a kan optreden.
Qpgemerkt wordt dat variaties cp de in de figuren 1 tot 3 weergegeven positioneringselementen 25 met behoud van de gunstige werking mogelijk zijn. Zo is het mogelijk de lippen 26 aaneensluitend te maken zodat in feite één geïntegreerd positianeringselanent aanwezig is.
In plaats van de getoonde twee ruggen 27 kunnen ook op niet weergegeven wijze grotere aantallen ruggen aangebracht.zijn. Cp tevens niet weergegeven 15 wijze kunnen in de lippen 26 verende armen aangebracht worden zoals de armen 9e en 10e in de zijwanden van de basis, welke armen tegen de scheidingswand 34 drukken en de achterwand 32 van de cassette tegen de opstaande zijwand 13b van de rib 13 gedrukt houden. Tesamen met de armen 9e en 10e kunnen deze armen ervoor zorg dragen dat een binnen de basis 3 gelegen 20 magneetbandcassette 2 bij geopend deksel 4 niet cp een ongewenst moment bijvoorbeeld ten gevolge van het ankeren van de basis, onverhoopt uit de opbergdoos kan vallen.
Eén tweede uitvoeringsvoarbeeld van een opbergdoos volgens de uitvinding, weergegeven in figuur 4 gaat uit van een opbergdoos welke 25 met de basis en het deksel ongeveer overeenkomstig aan het eerste uit- voeringsvoorbeeld is uitgevoerd. Overeenkomstig de onderdelen zijn derhalve met dezelfde verwijzingscijfers aangegeven. Een verschilpunt hierbij is de uitvoering van het positicneringselement cp het bodemvlak 5.
In dit uitvoeringsvoorbeeld omvat het positianeringselanent een zich 30 evenwijdig aan de achterwand 8 uitstrekkende lip 48 die aan beide einden aansluit cp ruggen 49 en 50, welke met een bovenrand 49a respectievelijk 50a vanaf de lip 48 neerwaarts gericht zijn. De ruggen 49 en 50 strekken zich niet alleen in achterwaartse richting naar de achterwand 8 uit
Doch ook enigszins in de richting van de zijwanden 9 respectievelijk 10.
35
De bij deze opbergdoos 1 behorende magneetbandcassette 51 onderscheidt zich in uitvoering ten opzichte van de magneetbandcassette 2 in een aantal constructieonderdelen, waarbij in het bijzonder de enkelvoudig uitgevoerde frontklep 52 van belang is. Ook deze klep is zwenkbaar door Λ —’ ~ — -V -- «7 v; * + : f
- J J
PHN 10.775 12 middel van een zwenkas 54 met de cassettebehuizing 53 verbonden.
De cassettebehuizing 53 wordt aan de bovenzijde afgasloten door een bovenste hoofdwand 55, welke in tegenstelling tot de boofdwand 29 in het eerste uitvoeringsvoorbeeld nabij een frontopening 56 geheel ge-5 sloten is uitgevoerd. Derhalve loopt de frontopening 56 alleen door tot in de onderste hoofdwand van de cassettebehuizing 53. De front-opening 56 wordt ook in dit geval naar de binnenzijde van de cassettebehuizing 53 begrensd door een scheidingswand 57.
Door nu in dit uitvoer ingsvoorbeeld de dimensicnerings-10 maatregelen te kiezen welke hiervoor cmschreven zijn bij het eerste uitvoeringsvoorbeeld kan men ook voorkomen dat de klep 52 bij optredende stoten op de doos 1 ongunstig wordt belast door het botsen tegen de achterwand 8. Hiertoe dient in dit geval de afstand van de van de achterwand 8 afgekeerde zijde van de lip 48 tot de binnenzijde van 15 de achterwand 8, welke afstand aangegeven is met het verwij zingscij fer 58, groter te zijn dan de afstand van de scheidingswand 57 tot aan de buitenzijde van de frontklep 52, welke afstand aangegeven is met het verwij zingscij fer 59. Aldus· kan ook in dit uitvoer ingsvoorbeeld voorkomen worden dat bij optredende stoten de frontklep tegen de 20 achterwand 8 kan oplopen. Voordat dit kan geschieden stoot eerst de scheidingswand 57 tegen het positioneringselement. Eveneens op analoge wijze is de afstand van de naar de achterwand gerichte zijde van de rib 13 tot de naar de achterwand 8 gerichte zijde van de rug 49, aangegeven met het verwij zingscij fer 60, bij voorkeur kleiner dan de 25 afstand van de van de achterwand 8 afgerichte zijde van de frontklep 52 tot de achterwand 61 van de cassette 51, welke laatste afstand aangegeven is met het verwij zingscij fer 62. Aldus is men er ook in deze uitvoeringsvorm verzekerd van dat het positioner ingselement bij stoten qp de opbergdoos niet geraakt kan worden door de frontklep.
30 De in figuur 4 beschreven uitvoeringsvorm leent zich voor toepassing niet alleen van kleine cassettes maar ook van grotere cassettes. De in figuur 4 weergegeven videocassette 53 is van het type 'Betamax" en bezit een wat grotere afmeting dan de cassette 2 in het eerste uitvoer ingsvoorbeeld. Ook bij dit uitvoer ingsvoorbeeld van een opbergdoos volgens 35 de uitvinding verkrijgt men als voordeel dat een grote ruimte van het bodemvlak 5 beschikbaar is voor het plaatsen van een inlegvel, terwijl verder een goede bescherming van de frontklep 52 verkregen wordt.
_ ^ eg u > /
Claims (10)
1. Opbergdoos voor een magneetbandcassette, welke van een behuizing voorzien is met twee onderling evenwijdig lopende, ongeveer rechthoekige hoofdwanden, twee zijwanden, een achterwand, een frcntzijde net een in althans één boofdwand doorlopende frantopening en met een scheidingswand 5 die de frantopening van het inwendige van de behuizing scheidt, in welke behuizing tussen de hoofdwanden twee om loodrecht op de hoofdwanden gerichte draaiingsassen draaibare wikkelkemen naast elkaar opgesteld zijn, om welke wikkelkemen een magneetband over een deel van de lengte gespoeld is, welke magneetband over een ander deel langs de frontopening 10 gestrekt ligt, welk ander gestrekt deel van de magneetband tenminste aan de voorzijde door een de frontopening naar voren begrenzende, zwenkbaar met de behuizing verbonden frcntklep afgedekt wordt, welke opbergdoos omvat; a) een basis, met een rechthoekig bodemvlak, voorzien van een 15 voor- en achterrand, een opstaande achterwand die aansluit op de achterrand en een paar ópstaande, evenwijdige, op onderlinge afstand gelegen zijwanden die zich vanaf de achterwand in de richting van de voorrand uitstrekken, b) tenminste één op het bodemvlak aanwezig,- opstaand positione-20 ringselement ter positionering van een in de doos gelegen magneetbandcassette, welke met de frontklep in de nabijheid van de achterwand van de basis gelegen is, c) een deksel met een rechthoekig bovenvlak, voorzien van een voor- en achterrand, welke achterrand bij gesloten deksel althans nage- 25 noeg aansluit op de achterwand van de basis, met een frontwand die aansluit op de voorrand van het bovenvlak en bij gesloten deksel althans nagenoeg aansluit op de voorrand van het bovenvlak van de basis en met een paar evenwijdige, qp onderlinge afstand gelegen zijwanden, die zich vanaf de frontwand uitstrekken tot de achterrand, waarbij de zijwanden 30 van het deksel schamierbaar verbonden zijn met de^zijwanden van de basis teneinde het deksel ten opzichte van de basis tussen, open en gesloten positie te kunnen scharnieren, met het kenmerk, dat het pcsitionerings-elemant een zodanige plaats op het bodemvlak van de basis ten opzichte van de achterwand inneemt, dat het positioneringselement tot in de 35 frantopening van een in de doos gelegen magneetbandcassette steekt, waarbij cp de basis de afstand van de van de achterwand afgekeerde zijde van het positioneringselement tot de binnenzijde van de achterwand groter is dan de afstand van het aan het positioneringselement grenzend wanddeel r> ” "· - ' ' 7 7 HJN 10.775 14 van de scheidingswand van de cassette tot de voorzijde van de frontklep, een en ander zodanig dat een beweging van de cassette in de doos in de richting van de achterwand begrensd wordt door een oplopen -van de scheidingswand tegen het positioneringselement waardoor de frontklep vrij blijft van 5 de achterwand.
2. Opbergdoos volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat op het bodenvlak van de basis nabij de voorrand een rib aanwezig is die zich evenwijdig aan de voorrand uitstrekt en op de basis de afstand van de naar de achterwand gerichte zijde van de rib tot de naar de achterwand 10 gerichte zijde van het positioneringselement kleiner is dan de afstand van de van de achterwand afgerichte zijde van de frontklep van de cassette tot de achterwand, van de cassette , een en ander zodanig dat een beweging van de cassette in de doos in de richting van de voorrand begrensd wordt door een oplopen van de achterwand van de cassette tegen de rib, 15 waardoor de frontklep vrij blijft van het positioneringselement.
3. Opbergdoos volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het positioneringselement een lip cmvat die zich evenwijdig aan de achterwand van de basis uitstrekt.
4. Opbergdoos volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat het 9Π positioneringselement verder tenminste één rug cmvat waarvan de bovenrand zich vanaf de bovenzijde van de lip in de richting van de achterwand van de basis schuin neerwaarts uitstrekt.
5. Opbergdoos volgens conclusie 3 en 4, met het kenmerk, dat op bodemvlak twee op onderlinge afstand opgestelde, in eikaars verlengde 25 gelegen lippen aanwezig zijn, en op elke lip gerekend evenwijdig aan de achterwand ongeveer halverwege de lengte een rug aansluit, die loodrecht op de lip gericht is.
6. Opbergdoos volgens conclusie 4 of 5, waarbij de frontklep van de cassette uit een afzonderlijke, onderling gekoppelde buiten- en binnen- 30 deur bestaat, waartussen het gestrekte deel van de magneetband ligt, met het kenmerk, dat de bovenrand van de rug zich bij een in de doos gelegen magneetbandcassette ongeveer evenwijdig uitstrekt aan het aangrenzend deel van de binnendeur van de frontklep.
7. Opbergdoos volgens een der conclusies 2 tot 6, met het kenmerk, 35 dat de rib op het bodemvlak van de basis vanaf de voorrand in de richting van de achterwand schuin oploopt, waarbij de naar de achterwand gerichte zijde van de rib loodrecht op het bodemvlak gericht is.
8. Opbergdoos volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat op het q ” ' 7 HJN 10.775 15 bodemvlak van de basis aan weerszijden van de rib in het verlengde van de zijwanden gelegen, puntvormig tot boven de rib oplopende boekdelen aanwezig zijn.
9. Opbergdoos volgens een der voorgaande conclusies, met het 5 kenmerk, dat in elk van de zijwanden van de basis een verende arm aan- wezig is die tegen de zijwanden van een in de doos gelegen cassette drukt.
10. Opbergdoos volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de binnenwanden van de zijwanden van de basis nabij de bovenzijde een in opwaartse richting schuin buitenwaarts verloop bezitten. 10 15 20 25 30 35 R ?. Λ - -TT 7 -----
Priority Applications (7)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8303077A NL8303077A (nl) | 1983-09-05 | 1983-09-05 | Opbergdoos voor een magneetbandcassette. |
| US06/571,979 US4512470A (en) | 1983-09-05 | 1984-01-19 | Storage case for a magnetic-tape cassette |
| CA000462121A CA1235486A (en) | 1983-09-05 | 1984-08-30 | Combination of a magnetic-tape cassette and a storage case for the cassette |
| JP1984132787U JPS60175082U (ja) | 1983-09-05 | 1984-09-03 | 磁気テ−プカセツトとその保存ケ−スの組合せ |
| EP84201266A EP0136753B1 (en) | 1983-09-05 | 1984-09-04 | Combination of a magnetic-tape cassette and a storage case for the cassette |
| DE8484201266T DE3469391D1 (en) | 1983-09-05 | 1984-09-04 | Combination of a magnetic-tape cassette and a storage case for the cassette |
| AU32683/84A AU570879B2 (en) | 1983-09-05 | 1984-09-04 | Cassette storage |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8303077 | 1983-09-05 | ||
| NL8303077A NL8303077A (nl) | 1983-09-05 | 1983-09-05 | Opbergdoos voor een magneetbandcassette. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8303077A true NL8303077A (nl) | 1985-04-01 |
Family
ID=19842348
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8303077A NL8303077A (nl) | 1983-09-05 | 1983-09-05 | Opbergdoos voor een magneetbandcassette. |
Country Status (7)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4512470A (nl) |
| EP (1) | EP0136753B1 (nl) |
| JP (1) | JPS60175082U (nl) |
| AU (1) | AU570879B2 (nl) |
| CA (1) | CA1235486A (nl) |
| DE (1) | DE3469391D1 (nl) |
| NL (1) | NL8303077A (nl) |
Families Citing this family (19)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| USD291024S (en) | 1984-07-02 | 1987-07-28 | Sony Corporation | Case for a magnetic tape cassette or the like |
| US4585123A (en) * | 1985-08-02 | 1986-04-29 | Penry Verlyn M | Status-displaying device for video tape storage jackets |
| NL8503463A (nl) * | 1985-12-17 | 1987-07-16 | Polygram Bv | Opbergdoos voor een magneetbandcassette. |
| NL8701279A (nl) * | 1987-05-29 | 1988-12-16 | Polygram Int Holding | Combinatie van magneetbandcassetteapparaat, voorzien van een laadorgaan, en een magneetbandcassette, alsmede magneetbandcassetteapparaat behorende bij een dergelijke combinatie. |
| GB2250505B (en) * | 1990-11-22 | 1995-03-15 | Tdk Corp | A casing for receiving a magnetic tape cassette |
| JP2504357Y2 (ja) * | 1990-12-03 | 1996-07-10 | 日立マクセル株式会社 | テ―プカ―トリッジの収納ケ―ス |
| FR2690552B1 (fr) * | 1992-04-24 | 1996-06-07 | Velay Sarl Moulages | Boitier support notamment pour cassette video. |
| GB2268473B (en) * | 1992-07-06 | 1996-03-06 | Tdk Corp | Casing for housing a cartridge |
| US5277308A (en) * | 1992-07-10 | 1994-01-11 | Specialty Store Services, Inc. | Transparent display case with resilient long-life hinge |
| US5631790A (en) * | 1992-09-21 | 1997-05-20 | Lcv Associates | Energy absorbing video cassette |
| US5285918A (en) * | 1992-12-10 | 1994-02-15 | Alpha Enterprises, Inc. | Videocassette shipping container |
| JP3416994B2 (ja) * | 1993-08-20 | 2003-06-16 | ソニー株式会社 | テープカセット収納ケース |
| JPH08282771A (ja) * | 1995-04-07 | 1996-10-29 | Fuji Photo Film Co Ltd | カセット収納ケース |
| JPH1135085A (ja) * | 1997-07-14 | 1999-02-09 | Fuji Photo Film Co Ltd | 磁気テープカセット用収納ケース |
| PL190461B1 (pl) * | 1998-01-29 | 2005-12-30 | Necchi Srl | Kaseta wystawowa zapobiegająca kradzieżom produktów, zwłaszcza do płyt kompaktowych, kaset video, kaset magnetofonowych oraz podobnych |
| JP2000025875A (ja) | 1998-07-09 | 2000-01-25 | Sony Corp | カセット収納ケース |
| JP2000025873A (ja) * | 1998-07-09 | 2000-01-25 | Sony Corp | カセット収納ケース |
| PL1955331T3 (pl) * | 2005-12-02 | 2012-05-31 | Atlas Agi Holdings Llc | Pojemnik na nośniki pamięciowe |
| USD800835S1 (en) * | 2017-05-05 | 2017-10-24 | Robert Ballard | Notebook holder |
Family Cites Families (9)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL6404046A (nl) * | 1964-04-15 | 1965-10-18 | ||
| US3980255A (en) * | 1973-10-04 | 1976-09-14 | Sony Corporation | Tape cassette |
| JPS595978B2 (ja) * | 1978-09-22 | 1984-02-08 | 松下電器産業株式会社 | 磁気テ−プ収納器 |
| JPS5693876U (nl) * | 1979-12-19 | 1981-07-25 | ||
| FR2478361A1 (fr) * | 1980-03-14 | 1981-09-18 | Robert Jean Francois | Etui a cassettes de bande magnetique |
| US4291801A (en) * | 1980-10-03 | 1981-09-29 | Plastic Reel Corporation Of America | Video cassette storage container |
| FR2503667A1 (fr) * | 1981-04-08 | 1982-10-15 | Std Vrac | Coffret pour video-cassette |
| US4428482A (en) * | 1981-08-21 | 1984-01-31 | Victor Company Of Japan, Limited | Storage case for a cassette |
| FR2514187A1 (fr) * | 1981-10-05 | 1983-04-08 | Demo | Boite de rangement pour objets plats tels que des cassettes a bandes magnetiques |
-
1983
- 1983-09-05 NL NL8303077A patent/NL8303077A/nl not_active Application Discontinuation
-
1984
- 1984-01-19 US US06/571,979 patent/US4512470A/en not_active Expired - Fee Related
- 1984-08-30 CA CA000462121A patent/CA1235486A/en not_active Expired
- 1984-09-03 JP JP1984132787U patent/JPS60175082U/ja active Granted
- 1984-09-04 AU AU32683/84A patent/AU570879B2/en not_active Ceased
- 1984-09-04 EP EP84201266A patent/EP0136753B1/en not_active Expired
- 1984-09-04 DE DE8484201266T patent/DE3469391D1/de not_active Expired
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| JPS60175082U (ja) | 1985-11-20 |
| EP0136753A1 (en) | 1985-04-10 |
| AU3268384A (en) | 1985-03-14 |
| CA1235486A (en) | 1988-04-19 |
| EP0136753B1 (en) | 1988-02-17 |
| US4512470A (en) | 1985-04-23 |
| DE3469391D1 (en) | 1988-03-24 |
| AU570879B2 (en) | 1988-03-24 |
| JPS6333830Y2 (nl) | 1988-09-08 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8303077A (nl) | Opbergdoos voor een magneetbandcassette. | |
| US4538730A (en) | Collapsible storage box for floppy disk | |
| EP0778571B1 (en) | Disk cartridge | |
| US5366073A (en) | Storage container for media records | |
| EP0535978B1 (en) | Magnetic tape cassette casing | |
| KR970007121B1 (ko) | 광학적으로 판독 및 기록할 수 있는 디스크 장치를 저장하는 디스크케이스 | |
| US6981586B2 (en) | Magnetic tape cassette storage case | |
| US4755982A (en) | Disc cassette | |
| US5515979A (en) | Simplified jewel case management and opening for compact disk storage systems | |
| US5161682A (en) | Multi-sectional storage receptacle | |
| JPS58128069A (ja) | テ−プカセツト | |
| NL8302584A (nl) | Laadinrichting voor schijfcassette. | |
| US4905217A (en) | Enclosure for optical disk or the like | |
| JPS62500819A (ja) | シ−トの束の収容器 | |
| CA1189615A (en) | Tape cassette storage box coupling accessory | |
| JP2002104568A (ja) | テープカートリッジ用の収納ケース | |
| US5707124A (en) | Unit for storing and dispensing disks | |
| JPH04507053A (ja) | カード等の平板状物のための容器 | |
| US5372264A (en) | Conductive divider for a tape cartridge magazine with insertion error-preventing element | |
| NL9100386A (nl) | Houder. | |
| EP0001353B1 (en) | Container for magnetic memory storage members | |
| JPH09309583A (ja) | カセット収納ケース | |
| WO1988006794A1 (en) | Arrangement for the storage of recording media | |
| WO1990004549A1 (en) | Enclosure for optical disk or the like | |
| NL1001690C2 (nl) | Een afdekmechanisme voor het afdekken van de opening van een aandrijfeenheid. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed |