NL8301766A - Voeding voor een laagspanning-gloeilamp. - Google Patents
Voeding voor een laagspanning-gloeilamp. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8301766A NL8301766A NL8301766A NL8301766A NL8301766A NL 8301766 A NL8301766 A NL 8301766A NL 8301766 A NL8301766 A NL 8301766A NL 8301766 A NL8301766 A NL 8301766A NL 8301766 A NL8301766 A NL 8301766A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- voltage
- power supply
- reference voltage
- supply according
- capacitor
- Prior art date
Links
- 239000003990 capacitor Substances 0.000 claims description 53
- 230000005669 field effect Effects 0.000 claims description 13
- 230000003071 parasitic effect Effects 0.000 claims description 3
- 230000015556 catabolic process Effects 0.000 description 4
- 230000002051 biphasic effect Effects 0.000 description 2
- 230000007423 decrease Effects 0.000 description 2
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 2
- 230000003321 amplification Effects 0.000 description 1
- 230000004888 barrier function Effects 0.000 description 1
- 238000006243 chemical reaction Methods 0.000 description 1
- 230000001934 delay Effects 0.000 description 1
- 238000000034 method Methods 0.000 description 1
- 238000003199 nucleic acid amplification method Methods 0.000 description 1
- 238000009877 rendering Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02M—APPARATUS FOR CONVERSION BETWEEN AC AND AC, BETWEEN AC AND DC, OR BETWEEN DC AND DC, AND FOR USE WITH MAINS OR SIMILAR POWER SUPPLY SYSTEMS; CONVERSION OF DC OR AC INPUT POWER INTO SURGE OUTPUT POWER; CONTROL OR REGULATION THEREOF
- H02M5/00—Conversion of AC power input into AC power output, e.g. for change of voltage, for change of frequency, for change of number of phases
- H02M5/02—Conversion of AC power input into AC power output, e.g. for change of voltage, for change of frequency, for change of number of phases without intermediate conversion into DC
- H02M5/04—Conversion of AC power input into AC power output, e.g. for change of voltage, for change of frequency, for change of number of phases without intermediate conversion into DC by static converters
- H02M5/06—Conversion of AC power input into AC power output, e.g. for change of voltage, for change of frequency, for change of number of phases without intermediate conversion into DC by static converters using impedances
- H02M5/08—Conversion of AC power input into AC power output, e.g. for change of voltage, for change of frequency, for change of number of phases without intermediate conversion into DC by static converters using impedances using capacitors only
-
- Y—GENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
- Y10S—TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
- Y10S315/00—Electric lamp and discharge devices: systems
- Y10S315/04—Dimming circuit for fluorescent lamps
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Power Engineering (AREA)
- Circuit Arrangement For Electric Light Sources In General (AREA)
- Dc-Dc Converters (AREA)
Description
v E 2348-1241 Ned hc/hv * » P & C *
General Electric Company
Titel ï Voeding voor een laagspanning-gloeilamp.
De onderhavige aanvrage is verwant aan de Amerikaanse octrooiaanvragen 379.411, 379.412 en 379.393.
5 De uitvinding heeft betrekking op een laagspanningvoeding en in het bijzonder op een circuit met voorschakelcandensator voor het leveren van een lage spanning aan een gloeilamp.
Zoals bekend leveren gloeilampen die werken bij een nominale spanning van ongeveer 12OV een lager rendement, dat wil zeggen een lager aantal lumen ίΟ per watt, bij hetzelfde vermogen als gloeilampen die werken bij lagere spanningen. Bekende circuits die zulk een werking bij lage spanning leveren hebben ongewenste eigenschappen ten aanzien van de kosten, de omvang, het gewicht of elektromagnetische storing. Sommige bekende laagspanning-voedingen voor gloeilampen maken gebruik van magnetische componenten voor de spanningomzetting. 15 De kostprijs van zulke magnetische componenten belet dat zulke voedingen economisch aantrekkelijk zijn. Andere voedingen maken gebruik van fasestuur-technieken, waarbij zeer smalle impulsen nodig zijn, zodat sterke piékstromen door de belasting vloeien, wat vaak elektromagnetische storingen en verlaagde betrouwbaarheid veroorzaakt.
20 De uitvinding beoogt een voeding voor een laagspanning-gloeilamp met betrekkelijk geringe kosten en hoge betrouwbaarheid te verschaffen.
De uitvinding beoogt verder een voeding voor een laagspanning-gloei-i. lamp te verschaffen die geen ongewenst hoge niveaus van elektromagnetische storing veroorzaakt.
25 De uitvinding beoogt verder een voeding voor een gloeilamp te verschaffen waarbij de toegepaste onderdelen sleöhts een betrekkelijk zwakke stroom behoeven te voeren.
Een inrichting volgens de uitvinding voert stroom met de lichtnetfre- « quentie vanuit een wisselspanningbron met hoge spanning toe aan een lamp met 30 lagere bedrijfsspanning en omvat een hoöfdcandensator die elektrisch in serie staat met de lamp, welke combinatie elektrisch is aangesloten op de voedingsbron, alsmede een hulpeondensator die elektrisch aan de hoofdcondensator wordt parallel geschakeld door een schakelinrichting gedurende een geselecteerd deel van elke periode van de golfvorm van de voedingsbron. De schakelinrich·*: 35 ting reageert op een signaal geleverd door stuurlogica. De totale variatie van de stroom door de belasting wordt bepaald door de capaciteitsverhouding van de hoofdcondensator en de som van de hulpeondensator en de hoofdcondensator.
Figuur 1 is een schema van een inrichting volgens de uitvinding.
Figuur 2 is een schema van een schakellogica en stuurlogica voor het 40 aansluiten van de hulpeondensator parallel op de hoofdcondensator.
8301766 «.x t -2-
Figuur 3 is een reeks tijddiagrammen van de spanningen over de hoofdcondensator, de hulpcondensator en de ingang en uitgang van de operationele versterker.
5 Als af geheeld in Figuur 1 levert een voedingsbron 10 vermogen aan een belasting, bij voorkeur een gloeilamp 11, vanuit een wisselspanningbron 12.
De voeding 10 regelt het. vermogen dat aan de belasting 11 wordt toegevoerd vanuit de wisselspanningbron 12. De belasting 11 kan een laagspanning-gloeilamp zijn die werkt bij een spanning van bijvoorbeeld 24 a 36V. De voeding 10 10 maakt het mogelijk dat de 1 ampbelasting 11 werkt bij een gekozen vast uit-gangsvermogen in een betrekkelijk smal helderheidgebied. Bij zulke toepassingen kan een betrekkèlijk smal gebied van lampspanningen worden gehandhaafd, terwijl de stroom uit de wisselspanningbron 12 varieert over een voorafbepaald gebied van bijvoorbeeld ongeveer 20%.
15 De voeding 10 vormt een dynamische parallel geschakelde capacitieve spanningomzetter waarbij de minimale stroom door de lamp gelijk is aan de stroom Ijidie vloeit door de condensator Cl. Een verdere component van de lampstroom wordt veroorzaakt door de stroom die door de condensator C2 yloeit. Daardoor treden de minimale lampstroom en het minimale lampvermogen 20 op als er geen stroom door de condensator C2 vloeit tijdens enig deel van de periode van de golfvorm van de voedingsbron. Omgekeerd treden de maximale lampstroom en het maximale lampvermogen op als de candensatorstroom gedurende de gehele periode van de golfvorm van de bron vloeit. Een tussenliggende waarde van de lampstroom en het lampvermogen wordt verkregen als de stroom 25 i gedurende ongeveer de helft van de periode van de golfvorm van de bron vloeit. Door verandering van het percentage van de periodeduur van de golfvorm van de bron waarin de stroom vloeit kunnen derhalve de lampstroom en het lampvermogen worden ingesteld.
De wisselspanningbron 12 en de lamp 11 zijn elektrisch aangesloten op 30 yoedingsaansluitingen 13-14 resp. 15-16. De condensator Cl, die hierna wordt aangeduid als de hoofdcondensator, is aangesloten tussen de voedingsaansluitingen 13 en 15. Het schakelorgaan 17 is aangesloten tussen de voedingsaanslui-ting 15 en het ene uiteinde van de condensator C2, hierna aangeduid als de hulpcondensator. De andere aansluiting van de hulpcondensator C2 is verbonden 35 ^t de yoedingsaansluiting 13. Een stuur logica 18 is aangesloten op het schakelorgaan 17 en de aansluitingen 13 en 15. De aansluitingen 14 en 16 zijn rechtstreeks elektrisch met elkaar verbonden.
Het schakelorgaan 17 kan elke inrichting zijn die in staat is om stuurbaar een baan met lage weerstand tussen de aansluiting 15 en die aan-40 sluiting van de hulocondensator C2 die van de aansluiting 13 is af gekeerd 8301766 % -3- * ^ t te verschaffen als reactie op het signaal uit de stuurlogica 18, teneinde het : schakelorgaan 17 geleidend te maken of te sperren. De schakelinrichting 17 is in het bijzonder een actieve schakelinrichting die het mogelijk maakt de 5 stroom daardoor actief te beëindigen enige tijd nadat de inrichting is ingeschakeld. Het tijdinterval tussen het insch&kelen en uitschakelen van de schakelinrichting 17 bepaalt de waarde van de belastingstroom en het belas-tingvermogen. Teneinde overigens de verschijnselen te voorkomen en de stroom door de schakelinrichting 17 te beperken wordt de schakelinrichting 17 stuur-10 baar ingeschakeld door de stuurlogica 18, uitsluitend als de spanningen over de hoofdcondensator en over de hulpcondensator nagenoeg gelijk zijn, teneinde geen stromen door de hulpcondensator C2 en de hoofdcondensator Cl nagenoeg te onderdrukken.
Volgens een voorkeursafbeelding afljebeeld in Figuur 2a kan het schakel-15 orgaan 17 twee veldeffecttransistoren 19 en 20 omvatten die op het knooppunt 21 elektrisch met hun bronnen Sl en S2 zijn verbonden en waarin parasitaire dioden Dl en D2 aanwezig zijn die elektrisch in tegengestelde richting geleiden. De beide poorten Gl en G2 van de veldeffecttransistoren 19 resp. 20 zijn op het knooppunt 22 elektrisch met elkaar verbonden teneinde nagenoeg gelijktijdig 20 te worden ingeschakeld en uitgeschakeld. Een fototransistor T die met zijn collector C is verbonden met het knooppunt 23 en met zijn emitter E is verbonden met het knooppunt 22 wordt in geleidende toestand getrokken door licht dat de keerlaag tussen de collector C en de basis B treft en afkomstig is van een licht emitterende diode LED van de stuurlogica 18. Andere onderdelen 25 van het schakelorgaan 17 omvatten een condensator C3 en een zenerdiode Zl die elektrisch zijn aangesloten tussen de knooppunten 21 en 23, een weerstand Rl die elektrisch is aangesloten tussen de knooppunten 21 en 22, een weerstand R2 die elektrisch is aangesloten tussdn dè knooppunten 23 en 24 en dioden D3 en D4 die elektrisch zijn verbonden op het knooppunt 24 en elektrisch zijn 30 aangesloten op de knooppunten 13 resp. 15. De dioden D3 en D4 geleiden in tegengestelde richting.
Als afgeheeld in Figuur 2b omvat de stuurlogica 18 dioden D5, D6, D7 en D8 die elektrisch zijn aangesloten tussen de aansluiting 13 en het knooppunt 31 resp. de aansluiting 15 en het knooppunt 30 resp. de aansluiting 15 35 en het knooppunt 31 resp. de aansluiting 13 èn het knooppunt 30. Een licht emitterende diode LED is elektrisch aangesloten tussen de knooppunten 31 en 32 en een weerstand R3 is elektrisch aangesloten tussen de knooppunten 32 en 33. Een operationele versterker 34, vaak aangeduid als een comparator, is met zijn uitgang elektrisch aangesloten op het knooppunt 33, met zijn inver-40 terende ingang aangesloten op het knooppunt 35 en met zijn niet-inverterende 8301766 -4- ingang aangesloten op het knooppunt 36 en het knooppunt 31 teneinde een nul-referentiespanning voor de comparator te verkrijgen, alsmede op het knooppunt 37 teneinde een positieve voedingsspanning voor de comparator te ver-5 krijgen. De zenerdiode Z2, de condensator C4 en de beidéuaansluitlngen van de potentiometer R4 waartussen een constante weerstand bestaat zijn elektrisch aangesloten tussen de knooppunten 31 en 37, waarbij de loper van de potentiometer R4 elektrisch is verbonden met het knooppunt 36. De weerstand R5 is elektrisch aangesloten tussen de knooppunten 30 en 37. De weerstand R6 en 10 de condensator C5 zijn elektrisch aangesloten tussen de knooppunten 30 en 35.
De werking van de voeding 10 kan het beste worden beschreven door te beginnen met de stuur logica uit Figuur 2b. De dioden D5, D6, D7 en D8 werken als een dubbelfasige gelijkrichter voor de stuurlogica 18. Als de golfvorm van de wisselspanningvoeding positief of negatief wordt, werken de weerstanden 15 R6 en R7 als spanningdeler, waarbij de spanning over de weerstand R7 wordt toegevoerd aan de inverterende ingang van de operationele versterker 34.
De zenerdiode Z2 legt een spanning V _ vast die nagenoeg overeenkomt met de doorslagspanning van de zenerdiode Z2 en die via de knooppunten 31 en 37 wordt toegevoerd laan de potentiometer R4. Tijdens de delen van elke periode 20 van de spanning van de wisselspanningbron waarbij de spanning over de zenerdiode Z2 daalt onder de doorslagspanning van de zenerdiode Z2, ontlaadt de condensator C4 zich betrekkelijk langzaam, zodat de spanning V__ over de knoop-punten 31 en 37 van de potentiometer R4 gehandhaafd blijft. De waarde van de weerstand R5 is zó gekozen dat de stroom door de zenerdiode Z2 tot een aan-25 vaardbaar niveau beperkt blijft. De weerstand van de potentiometer R4 tussen de knooppunten 31 en 36 kan worden gevarieerd teneinde het deel van de spanning Vz2 dat wordt toegevoerd aan de niet-inverterende ingang van de operationele versterker 34 selectief te variëren en daardoor selectief het spanningniveau te variëren, hierna aangeduid als de referentiespanning V , dat wordt toege-30 voerd aan de niet-inverterende ingang van de operationele versterker 34. De condensator C5 verschuift de spanning die wordt toegevoerd aan de inverterende ingang van de operationele versterker 34 en verzekert daardoor dat het signaal dat door de stuurlogica 18 wordt afgegeven aan het schakelorgaan 17 optreedt op het juiste tijdstip om het schakelorgaan 17 in te schakelen of uit te 35 schakelen. Wegens de eindige tijd die de veldeffecttransistoren 19 en 20 nodig hebben om om te schakelen naar hun geleidende toestand en om dat te compenseren, is het signaal uit de stuurlogica 18 bij voorkeur in de tijd vooruitgeschoven door een geschikte capaciteit voor de condensator C5 te kiezen. De condensator C5 corrigeert daardoor eventuele vertragingen die het schakelorgaan 17 onder-40 gaat bij de omschakeling naar zijn geleidende toestand.
8301766 -5-
De operationele versterker 34 vergelijkt de spanningen die worden toegevoerd aan.-zijn inverterende en niet-inverterende ingangen tijdens elkfc halve periode van de golfvorm van de wisselspanningbron 12. Telkens als de 5 spanning aan de inverterende ingang groter is dan de referentiespanning V
Λ aan de niet-in verterende ingang is de uitgangsspanning aan het knooppunt 33 gelijk aan nul. Als daarentegen de spanning aan de in verterende ingang gelijk is aan of minder is dan de referentiespanning V aan de niet-inverterende ingang, heeft de uitgangsspanning van de operationele versterker aan het 10 knooppunt 33 een positieve waarde, waardoor stroom vloeit door de licht emitterende diode LED, welke stroom wordt begrensd door de weerstand R3. Als stroom loopt door de licht emitterende diode wekt deze licht op, dat is gericht op de keerlaag tussen de collector C en de basis B van de fototransis-tor T van het schakelorgaan 17 en waardoor de schakelorganen 17 geleidend 15 worden gemaakt. Als de spanning die wordt toegevoerd aan de inverterende ingang van de operationele versterker 34 gèlijk is aan of kleiner is dan de waarde van de referentiespanning V , maakt de stuurlogica 18 derhalve de schakel-organen 17 geleidend.
Het schakelorgaan 17 bevat op soortgelijke wijze als de stuurlogica 20 18 een dubbelfasige gelijkrichter met de dioden Dl, D2, D3 en D4. De zener-diode Zl levert in combinatie met de condensator C3 een instelgelijkspanning tussen de collector C en de emitter E van de fototransistor T. De instelgelijkspanning is nagenoeg gelijk aan de doorslagspanning van de zenerdiode Zl. Tijdens de delen van elke spanningperiode waarin de amplitude vein de 25 spanning over de zenerdiode Zl kleiner is dan de doorslagspanning van de zenerdiode, ontlaadt de condensator C3 zich betrekkelijk langzaam en daardoor wordt een nagenoeg constante instelgelijkspanning tussen de collector C en de emitter E gehandhaafd. De weerstand R2 begrenst de stroom door de zenerdiode Zl tot een aanvaardbare waarde. De spanning over de weerstand Rl, die 30 dient als uitgangsbelasting voor de fototransistor T, wordt aangelegd tussen de poorten Gl en G2 en de bronnen Sl en S2 van de veldeffecttransistoren 19 resp. 20, teneinde de beide veldeffecttransistoren 19 en 20 nagenoeg gelijktijdig geleidend te maken. Telkens als licht geleverd door de licht emitterende diode van de stuurlogica 18 wordt opgevangen door de keerlaag tussen de col-35 lector C en de basis B van de fototransistor T, verschijnt het signaal of een versterking daarvan over de weerstand Rl als een spanning met voldoende waarde om de veldeffecttransistoren 19 en 20 geleidend te maken. Als omgekeerd geen lichtsignaal afkomstig van de licht emitterende diode optreedt, bestaat er een onvoldoende spanning tussen de aansluitingen Gl en Sl en G2 en S2 van de 40 veldeffecttransistoren 19 resp. 20 om elke veldeffecttransistor geleidend te 8301766 / -6- maken of te houden.
In Figuur 3a is de spanning die in een typerend geval sinusvormig is, af geheeld te beginnen met het tijdstip t^ waarbij een spanning van nul 5 V bestaat en hij wordt gemeten aan de aansluiting 13 ten opzichte van de aansluiting 15. Op soortgelijke wijze is als afgebeeld in Figuur 3 de spanning op het tijdstip tg de spanning die wordt toegevoerd aan de inverterende ingang gelijk aan nul V. Tijdens het interval tg-t^, waarbij positief wordt, is de referentiespanning V groter dan of gelijk aan de spanning 10 die wordt toegevoerd aan de inverterende ingang van de operationele versterker 34, waardoor deze een positieve uitgangsspanning levert en stroom doet vloeien door de licht emitterende diode, die daardoor licht opwekt. Het licht afgegeven door de licht emitterende diode treft de fototransistor T, waardoor de veldeffecttransistoren 19 en 20 geleidend worden gemaakt en daardoor de 15 condensator C2 elektrisch- wordt parallel geschakeld aan de condensator Cl. Daardoor is de spanning Vj over de condensator C2 gelijk aan de spanning in het interval tg-t^. Op het tijdstip t^ overschrijdt de spanning aan de inverterende ingang de spanning V , waardoor het schakelorgaan .17 wordt
R
uitgeschakeld en de spanning constant blijft tot het tijdstip , waarbij 20 V _ opnieuw gelijk wordt aan V . Op het tijdstip t„ wordt het schakelorgaan 17 geleidende gemaakt en daardoor worden de condensatoren Cl en C2 opnieuw elektrisch parallel geschakeld. en V2 zijn opnieuw gelijk tot het tijdstip tg, waarbij de spanning groter wordt dan de spanning VR, waardoor het schakelorgaan 17 wordt omgeschakeld naar de gesperde toestand. V2 blijft de-25 zelfde waarde behouden als optrad in het interval t^-t^, totdat Vr7 niet langer groter is dan VR, d.w.z. tot het tijdstip t^, waarop het schakelorgaan 17 geleidend wordt gemaakt. De voeding 10 blijft op de beschreven wijze werken en levert daardoor afwisselende tijdintervallen waarin stroom I2 door de lamp 11 vloeit.
30 Zoals hierboven beschreven vloeit er nagenoeg geen kringstroom in de elektrische kringloop bestaande uit de condensatoren Cl en C2 en het schakelorgaan 17. Het schakelorgaan 17 wordt uitgeschakeld en vervolgens weer ingeschakeld bij nagenoeg dezelfde spanningwaarde, zodat de condensator C2 aan de condensator Cl wordt parallel geschakeld als en V2 nagenoeg gelijk zijn. 35 Zoals blijkt uit Figuur 3b wordt als de referentiespanning V groter is dan of gelijk is aan de spanning die wordt toegevoerd aan de inverterende ingang van de operationele versterker 34, zijn uitgangsspanning voorgesteld door de volle lijnen uit Figuur 3c. Als echter de referentiespanning V7
R
wordt gewijzigd door instelling van de weerstand van de potentiometer R4 40 tussen de knooppunten 31 en 36, varieert de tijdsduur van de uitgangsspanning 8301766 *· -7- van de operationele versterker. Als bijv. een kleinere referentiespanning wordt gekozen, wordt de tijdsduur van de uitgangsspanning van de operationele versterker, als aangegeven met de streeplijnen in Figuur 3c, korter, $5waardoor het schakelorgaan 17 gedurende kortere tijdsintervallen wordt ingeschakeld. Naarmate het schakelorgaan 17 korter gesloten is, is de condensator C2 minder lang parallel geschakeld aan de condensator Cl, als aangegeven mat de streeplijnen van de golfvorm in Figuur 2d, waardoor er minder stroom
vloeit door de lamp 11. Op soortgelijke wijze kan de referentiespanning V
R
lOworden vergroot, waardoor het schakelorgaan 17 langer wordt ingeschakeld en de condensator C2 langer elektrisch wordt parallel geschakeld aan de condensator Cl, zodat meer stroom vloeit door de lamp 11.
Opgemerkt dient te worden dat als de waarde van de referentiespanning V moet worden ingesteld, die instelling moet plaatsvinden tijdens de inter-15vallen waarin het schakelorgaan 17 geleidt, zoals in de intervallen t^-t^ of tj-t^» in tegenstelling tot de niet-geleidende intervallen, zoals t^-t^ of t^-tj, teneinde te verzekeren dat nagenoeg geen kringstroom vloeit door het schakelorgaan 17.
De uitvinding als tot dusver beschreven is in staat om spanningvariaties 20van de wisselspanningbron 12 te compenseren. Naarmate de spanning van de wisselspanningbron 12 toeneemt of afneemt, neemt de spanning evenredig toe of af, zodat de tijdsduur gedurende welke het schakelorgaan 17 wordt ingeschakeld wordt verkort of verlengd, waardoor een nagenoeg constante stroom vloeit door de lamp 11. Hoewel de belastingstroom, het belastingvermogen en 25de helderheid zijn vastgelegd door handinstelling van een variabele weerstand, d.w.z. tussen de knooppunten 31 en 36 van de potentiometer R4, is het duidelijk dat stuurlogica kan worden gebruikt, waarbij een tegenkoppelsignaal wordt toegevoerd aan organen voor het automatisch instellen van de weerstand tussen de knooppunten 31 en 36 van de potentiometer R4. Zulk een tegenkoppel-30signaal kan bijv. reageren op de stroom door de belasting 11. Ook worden door een inrichting volgens de uitvinding, waarbij een voorschakelcondensator wordt gebruikt om een lage spanning over de lamp 11 te verkrijgen, ongewenst hoge niveaus van elektromagnetische storing vergeleken, vergeleken met de uitvoeringen. Verder kan een inrichting volgens de uitvinding, en in het bij-35zonder het schakelorgaan 17, met betrekkelijk geringe kosten worden vervaardigd en worden uitgevoerd voor een betrekkelijk geringe nominale stroom, terwijl een hoge betrouwbaarheid verzekerd is. Door het schakelorgaan 17 parallel te schakelen aan de condensator Cl en zodanig in te schakelen en uit te schakelen dat nagenoeg geen kringstromen vloeien door de condensatoren 40C1 en C2, kan het schakelorgaan 17 zijn uitgevoerd voor een betrekkelijk 8301766 .· V-
H
-8- zwakke nominale stroom, in tegenstelling tot bekende schakelorganen zoals schakelorganen met fasesturing, die doorgaans in serie staan met de veel sterkere lampstroom.
5 Een verder voordeel van een inrichting volgens de uitvinding is de bescherming van het schakelorgaan 17 tegen* .hoogfrequente fluctuaties van de wisselspanningbron 12. Daar het schakelorgaan 17 elektrisch is parallel geschakeld aan Cl, worden eventuele hoogfrequente spanningen van de wissel-spanningbron 12, bijv. veroorzaakt door bliksem, kortgesloten door de con-10 densator Cl, zodat zij niet worden toegevoerd aan het schakelorgaan 17, dat daartegen is beschermd.
15 20 25 30 35 40 8301766
Claims (13)
1. Voeding voor de toevoer aan een lamp van een spanning lager 5 dan de ingangsspanning van de voeding, gekenmerkt door: (a) een eerste reactief onderdeel elektrisch in serie met de belasting aangesloten tussen de ingangsaansluiting van de voeding; (b) een tweede reactief onderdeel; en (c) een schakelorgaan voor het elektrisch aansluiten van het tweede reactieve onderdeel parallel aan het eerste reactieve onderdeel tijdens tenminste een deel van elke periode van de ingangsgolfvorm van de voeding.
2. Voeding volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de spanning 15 over elk der reactieve onderdelen ongeveer gelijk is telkens als het schakelorgaan wordt gesloten.
3. Voeding volgens conclusie 1, met het kenmerk dat de reactieve onderdelen bestaan uit condensatoren.
4. Voeding volgens conclusie 3, met het kenmerk dat de capaciteit 20 van de tweede condensator geringer is dan de capaciteit van de eerste condensator.
5. Voeding volgens conclusie 1, met het kenmerk dat een schakelorgaan twee elektrisch in serie geschakelde veldeffecttransistoren bevat met daarin parasitaire dioden die elektrisch in tegengestelde richtingen 25 geleiden.
6. Voeding volgens conclusie 5, met het kenmerk dat de veldeffect-transistoren nagenoeg gelijktijdig geleidend zijn als reactie op een signaal uit een logisch stuurorgaan.
7. Voeding volgens conclusie 6, met het kenmerk dat het logische 30 stuurorgaan de spanning over het eerste reactieve onderdeel vergelijkt met een referentiespanning en de veldeffecttransistoren geleidende maakt als de referentiespanning ongeveer gelijk is aan of groter is dan de spanning over het eerste reactieve onderdeel, en niet-geleidend ;maakt als de spanning over het eerste reactieve onderdeel groter is dan de 35 referentiespanning.
8. Voeding volgens conclusie 7, met het kenmerk dat de vergelijking elke halve periode van de ï.ingangsgolfvorm van de voeding plaatsvindt.
9. Voeding volgens conclusie 8, met het kenmerk dat de referen- 40 tiespanning wordt gevarieerd als reactie op de stroom door de belasting. 8301766 Λ 9 <e * -10-
10. Voeding volgens conclusie 9, met het kenmerk dat de referen- tiespanning wordt gevarieerd tijdens elke periode van de ingangsgolfvorm van de voeding.
11. Voeding volgens conclusie 10, met het kenmerk dat de variatie van Öe -referentiespanning gebeurt tijdens geleidingsintervallen van het schakelorgaan.
12. Voeding volgens conclusie 11, met het kenmerk dat het logische stuurorgaan een operationele versterker bevat waarvan de uitgang een 10 signaal met variabele duur levert waardoor het schakelorgaan geleidend en niet-geleidend wordt gemaakt als reactie op dat signaal.
13. Voeding voor de toevoer van vermogen aan een gloeilamp bij een spanning geringer dan de ingangsspanning van de voeding, gekenmerkt door: 15 (a) een eerste capacitief onderdeel dat elektrisch in serie met de lamp is aangesloten op de ingangsaansluitingen van de voeding; (b) een tweede- capacitief onderdeel; (c) een schakelorgaan met twee veldeffecttransistoren die 20 elektrisch in serie zijn geschakeld en als reactie op een signaal uit een logisch stuurorgaan nagenoeg gelijktijdig geleiden, welke transistoren parasitaire dioden bevatten die elektrisch in tegengestelde richtingen gèleiden?. en (d) een logisch stuurorgaan dat een operationele versterker 25 bevat die de spanning over het eerste capacitieve onderdeel vergelijkt met een referentiespanning tijdens elke halve periode van de ingangsgolfvorm voor de voeding en die de transistoren geleidend maakt als de referentiespanning ongeveer gelijk is aan of groter is dan de spanning over het eerste 30 capacitieve onderdeel en niet-geleidend maakt als de spanning over het eerste capacitieve onderdeel groter is dan de referentiespanning, waarbij de referentiespanning elke halve periode van de ingangsgolfvorm voor de voeding kan worden gevarieerd, terwijl de transistoren geleiden, welke variatie optreedt 35 als reactie op de waarde van de lampstroom. 40 8301766
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US06/379,410 US4447765A (en) | 1982-05-18 | 1982-05-18 | Power supply for low voltage incandescent lamp |
| US37941082 | 1982-05-18 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8301766A true NL8301766A (nl) | 1983-12-16 |
Family
ID=23497147
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8301766A NL8301766A (nl) | 1982-05-18 | 1983-05-18 | Voeding voor een laagspanning-gloeilamp. |
Country Status (11)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4447765A (nl) |
| JP (1) | JPS59896A (nl) |
| BE (1) | BE896759A (nl) |
| BR (1) | BR8302638A (nl) |
| CA (1) | CA1205850A (nl) |
| DD (1) | DD209941A5 (nl) |
| DE (1) | DE3317648A1 (nl) |
| FR (1) | FR2527410A1 (nl) |
| GB (1) | GB2121625B (nl) |
| HU (1) | HU189653B (nl) |
| NL (1) | NL8301766A (nl) |
Families Citing this family (22)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US5519311A (en) * | 1984-01-19 | 1996-05-21 | Don Widmayer & Associates, Inc. | Control of AC power to inductive loads |
| US5629607A (en) * | 1984-08-15 | 1997-05-13 | Callahan; Michael | Initializing controlled transition light dimmers |
| US4633161A (en) * | 1984-08-15 | 1986-12-30 | Michael Callahan | Improved inductorless phase control dimmer power stage with semiconductor controlled voltage rise time |
| US4823069A (en) * | 1984-08-15 | 1989-04-18 | Michael Callahan | Light dimmer for distributed use employing inductorless controlled transition phase control power stage |
| US5225765A (en) * | 1984-08-15 | 1993-07-06 | Michael Callahan | Inductorless controlled transition and other light dimmers |
| US5319301A (en) * | 1984-08-15 | 1994-06-07 | Michael Callahan | Inductorless controlled transition and other light dimmers |
| US4893063A (en) * | 1987-10-06 | 1990-01-09 | Joseph Pernyeszi | Apparatus for improving the efficiency of a lighting element |
| US4931701A (en) * | 1988-07-06 | 1990-06-05 | Wide-Lite International Corporation | Bi-level ballast circuit for operating HID lamps |
| US5162665A (en) * | 1990-03-21 | 1992-11-10 | Steven Troyen | Elevator call button/annunciator assembly and circuit |
| GB2260867B (en) * | 1991-10-23 | 1995-05-24 | Dowty Electronic Components | An A.C. power supply controller for an electroluminescent light source |
| TW299558B (nl) * | 1992-04-03 | 1997-03-01 | Hubbell Inc | |
| US5583423A (en) | 1993-11-22 | 1996-12-10 | Bangerter; Fred F. | Energy saving power control method |
| US5463285A (en) * | 1994-03-14 | 1995-10-31 | General Electric Company | Variable capacitor with very fine resolution |
| US5754036A (en) * | 1996-07-25 | 1998-05-19 | Lti International, Inc. | Energy saving power control system and method |
| US6172489B1 (en) | 1999-12-28 | 2001-01-09 | Ultrawatt.Com Inc. | Voltage control system and method |
| EP1384251A1 (en) * | 2001-05-03 | 2004-01-28 | Alan Shields | Lamp with multiple light-producing elements |
| DE20118010U1 (de) * | 2001-11-06 | 2003-03-27 | Liebherr-Hausgeräte GmbH, 88416 Ochsenhausen | Netzteil für elektronische Baugruppe |
| JP3562807B2 (ja) * | 2002-02-06 | 2004-09-08 | ニッタ株式会社 | 可変電流源 |
| US20120081004A1 (en) * | 2010-09-30 | 2012-04-05 | Wilmoth Thomas E | Light emitting diode system |
| DE102016210517A1 (de) * | 2016-06-14 | 2017-12-14 | Rudolf Polzer | Verfahren zum Regeln einer Ausgangsleistung einer elektrischen Wechselspannung |
| DE202017100974U1 (de) * | 2017-02-22 | 2018-05-24 | Tridonic Gmbh & Co Kg | Spannungsversorgung mit Kleinspannungen auf unterschiedlichen Potentialen |
| US11996782B2 (en) * | 2020-08-17 | 2024-05-28 | Manvel Zakharian | Method of controlling power transmission to a load |
Family Cites Families (20)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| BE337089A (nl) * | 1925-12-28 | |||
| GB335618A (en) * | 1929-06-29 | 1930-09-29 | Philips Nv | Improvements in or relating to electric supply circuits |
| GB397000A (en) * | 1932-12-01 | 1933-08-17 | Axel Iseus | Means for regulating the voltage supplied to lamps, motors, or other current consuming apparatus which are supplied with alternating or pulsating direct current |
| US2654042A (en) * | 1949-07-29 | 1953-09-29 | Gen Electric | Integrally capacitively ballasted discharge lamp |
| BE639321A (nl) * | 1962-10-30 | |||
| US3274484A (en) * | 1964-05-05 | 1966-09-20 | Lory | Power control network |
| DE1638425A1 (de) * | 1967-11-10 | 1971-07-22 | Licentia Gmbh | Anordnung zum Zuschalten von Kondensatoren an eine Wechselspannung |
| SE353821B (nl) * | 1970-02-09 | 1973-02-12 | Asea Ab | |
| US3731183A (en) * | 1971-09-29 | 1973-05-01 | Inductotherm Corp | Power control and phase angle correcting apparatus |
| GB1350176A (en) * | 1972-07-21 | 1974-04-18 | Okikiolu G O | Capacitor and resistor arrangements for selected power output units |
| US3780347A (en) * | 1972-09-27 | 1973-12-18 | Gen Electric | Power factor correction in a lead/lag ballast circuit |
| US3821456A (en) * | 1973-09-24 | 1974-06-28 | Ajax Magnethermic Corp | Power control means for a single phase induction melting or heating furnace |
| US3921032A (en) * | 1973-11-02 | 1975-11-18 | Gen Electric | Thermal regulator ballast |
| US4037044A (en) * | 1975-08-04 | 1977-07-19 | Ajax Magnethermic Corporation | Power control system for single phase induction melting or heating furnace |
| US4060752A (en) * | 1976-03-01 | 1977-11-29 | General Electric Company | Discharge lamp auxiliary circuit with dI/dt switching control |
| JPS532970A (en) * | 1976-06-30 | 1978-01-12 | Matsushita Electric Works Ltd | Fluorescent lamp starter |
| US4139723A (en) * | 1977-04-21 | 1979-02-13 | Ajax Magnethermic Corporation | Power control unit for a single phase load with slightly changing impedances |
| US4185233A (en) * | 1978-03-30 | 1980-01-22 | General Electric Company | High efficiency ballast system for gaseous discharge lamps |
| US4185231A (en) * | 1978-05-02 | 1980-01-22 | General Electric Company | High efficiency ballast system for gaseous discharge lamps |
| US4353024A (en) * | 1980-06-10 | 1982-10-05 | Westinghouse Electric Corp. | Control for VAR generator with deadband |
-
1982
- 1982-05-18 US US06/379,410 patent/US4447765A/en not_active Expired - Fee Related
-
1983
- 1983-05-05 HU HU831546A patent/HU189653B/hu unknown
- 1983-05-10 GB GB08312748A patent/GB2121625B/en not_active Expired
- 1983-05-13 CA CA000428147A patent/CA1205850A/en not_active Expired
- 1983-05-14 DE DE19833317648 patent/DE3317648A1/de not_active Withdrawn
- 1983-05-17 DD DD83250987A patent/DD209941A5/de unknown
- 1983-05-17 FR FR8308178A patent/FR2527410A1/fr not_active Withdrawn
- 1983-05-17 BE BE0/210783A patent/BE896759A/fr not_active IP Right Cessation
- 1983-05-17 BR BR8302638A patent/BR8302638A/pt unknown
- 1983-05-17 JP JP58085170A patent/JPS59896A/ja active Pending
- 1983-05-18 NL NL8301766A patent/NL8301766A/nl not_active Application Discontinuation
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| HU189653B (en) | 1986-07-28 |
| FR2527410A1 (fr) | 1983-11-25 |
| JPS59896A (ja) | 1984-01-06 |
| BE896759A (fr) | 1983-11-17 |
| DE3317648A1 (de) | 1983-11-24 |
| BR8302638A (pt) | 1984-01-17 |
| US4447765A (en) | 1984-05-08 |
| GB2121625A (en) | 1983-12-21 |
| DD209941A5 (de) | 1984-05-23 |
| GB2121625B (en) | 1986-03-05 |
| GB8312748D0 (en) | 1983-06-15 |
| CA1205850A (en) | 1986-06-10 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8301766A (nl) | Voeding voor een laagspanning-gloeilamp. | |
| RU2606387C2 (ru) | Блок управления мощностью и способ управления электрической мощностью, выдаваемой на нагрузку, в частности в блок светоизлучающих диодов и блок управления напряжением, для управления выходным напряжением блока преобразователя | |
| US6603274B2 (en) | Dimming ballast for compact fluorescent lamps | |
| JP5584919B2 (ja) | 調光器トリガ回路、調光システムおよび調光可能デバイス | |
| US8853954B2 (en) | Power supply for illumination and luminaire | |
| RU2597214C2 (ru) | Светодиодный источник света | |
| US8847515B2 (en) | Multi-mode dimmer interfacing including attach state control | |
| US8569972B2 (en) | Dimmer output emulation | |
| US6448720B1 (en) | Circuit for driving an HID lamp | |
| US7193404B2 (en) | Load control circuit and method for achieving reduced acoustic noise | |
| US20160100464A1 (en) | Ac-powered led light engine | |
| KR840009024A (ko) | 개스방전 램프용 제어회로 | |
| NL8402351A (nl) | Gelijkstroom-wisselstroomomzetter voor het voeden van een metaaldampontladingsbuis. | |
| US9253831B2 (en) | Driver device and driving method for driving a load, in particular an led unit | |
| US20160262234A1 (en) | Circuit assembly for operating at least a first and a second cascade of leds | |
| US5619106A (en) | Diodeless start circiut for gas discharge lamp having a voltage divider connected across the switching element of the inverter | |
| JPH03285289A (ja) | 調光点灯装置 | |
| US11224103B2 (en) | LED lighting apparatus | |
| JP6837218B2 (ja) | 点灯装置、照明器具及び看板 | |
| NL8301767A (nl) | Laagspanning-gloeilamp met voorschakelcondensator. | |
| FI114588B (fi) | Tehonsäädin | |
| RU2064197C1 (ru) | Стабилизатор напряжения переменного тока | |
| JP3195803B2 (ja) | 調光器 | |
| WO2011149866A2 (en) | Dimmer conduction angle detection circuit and system incorporating the same | |
| NL8301768A (nl) | Laagspanning-gloeilamp met voorschakelcondensator. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BV | The patent application has lapsed |