[go: up one dir, main page]

NL8300228A - Werkwijze en inrichting voor het bereiden van chocolademassa, couverture, vetglazuren en dergelijke. - Google Patents

Werkwijze en inrichting voor het bereiden van chocolademassa, couverture, vetglazuren en dergelijke. Download PDF

Info

Publication number
NL8300228A
NL8300228A NL8300228A NL8300228A NL8300228A NL 8300228 A NL8300228 A NL 8300228A NL 8300228 A NL8300228 A NL 8300228A NL 8300228 A NL8300228 A NL 8300228A NL 8300228 A NL8300228 A NL 8300228A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
mass
agitator
cycle
exchange
process mass
Prior art date
Application number
NL8300228A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Bauermeister Hermann Maschf
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Bauermeister Hermann Maschf filed Critical Bauermeister Hermann Maschf
Publication of NL8300228A publication Critical patent/NL8300228A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A23FOODS OR FOODSTUFFS; TREATMENT THEREOF, NOT COVERED BY OTHER CLASSES
    • A23GCOCOA; COCOA PRODUCTS, e.g. CHOCOLATE; SUBSTITUTES FOR COCOA OR COCOA PRODUCTS; CONFECTIONERY; CHEWING GUM; ICE-CREAM; PREPARATION THEREOF
    • A23G1/00Cocoa; Cocoa products, e.g. chocolate; Substitutes therefor
    • A23G1/04Apparatus specially adapted for manufacture or treatment of cocoa or cocoa products
    • A23G1/12Chocolate-refining mills, i.e. roll refiners
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A23FOODS OR FOODSTUFFS; TREATMENT THEREOF, NOT COVERED BY OTHER CLASSES
    • A23GCOCOA; COCOA PRODUCTS, e.g. CHOCOLATE; SUBSTITUTES FOR COCOA OR COCOA PRODUCTS; CONFECTIONERY; CHEWING GUM; ICE-CREAM; PREPARATION THEREOF
    • A23G1/00Cocoa; Cocoa products, e.g. chocolate; Substitutes therefor
    • A23G1/04Apparatus specially adapted for manufacture or treatment of cocoa or cocoa products
    • A23G1/042Manufacture or treatment of liquids, creams, pastes, granules, shreds or powders
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A23FOODS OR FOODSTUFFS; TREATMENT THEREOF, NOT COVERED BY OTHER CLASSES
    • A23GCOCOA; COCOA PRODUCTS, e.g. CHOCOLATE; SUBSTITUTES FOR COCOA OR COCOA PRODUCTS; CONFECTIONERY; CHEWING GUM; ICE-CREAM; PREPARATION THEREOF
    • A23G1/00Cocoa; Cocoa products, e.g. chocolate; Substitutes therefor
    • A23G1/04Apparatus specially adapted for manufacture or treatment of cocoa or cocoa products
    • A23G1/18Apparatus for conditioning chocolate masses for moulding

Landscapes

  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Food Science & Technology (AREA)
  • Polymers & Plastics (AREA)
  • Confectionery (AREA)

Description

! ί» VO 4514
Werkwijze en inrichting voor het bereiden van chocolademassa, couver-ture, vetglazuren en dergelijke.
De uitvinding heeft op de eerste plaats betrekking op een werkwijze voor het bereiden van chocolademassa, couverture, vetglazuren en dergelijke, waarbij een uit receptuur-bestanddelen zoals kristalsuiker, cacaomassa of cacaopoeder, cacaoboter, plantaardig vet, melkpoeder en 5 dergelijke, die zo nodig in een voortrap voorverkleind en voorgemengd zijn, gevormde procesmassa in een kringloop meerdere malen aan een verkleiningsproces onderworpen, onder roeren door een voorraadzone geleid en onder toepassing van hoge afschuifkrachten in een dunne laag uitgesmeerd en met een uitwisselfluïdum, bij voorkeur lucht, in uit-10 wisselingscontact gébracht wordt.
De uitvinding gaat voor het uitvoeren van de werkwijze uit van een inrichting met een bewerkingskringloop, waarin een verkleinings-inrichting en een houder met roerwerk in serie aanwezig zijn, alsmede toevoer- en afvoerinrichtingen voor procesmassa en uitwisselinrichtingen 15 voor het in contact brengen van een uitwisselfluïdum, bij voorkeur lucht, met de procesmassa aanwezig zijn.
De bovenstaand beschreven techniek is bekend uit het Belgische octrooischrift 414.651. Daarbij is als verkleiningsinrichting voorzien in een maalinrichting met naar elkaar toe bewogen maaltanden (die ook 20 voor het toevoeren van als uitwisselfluïdum toegepaste lucht dienen), en de voorraadzone is gevormd uit een achter de maalinrichting geschakelde houder met roerwerk, waarin de procesmassa een vrij oppervlak voor gasuitwisselingsprocessen vormt. In zoverre gelijkt deze bekende techniek op het ook elders voorbekende concheren in aansluiting aan een 25 maaltrap, bijvoorbeeld volgens het Duitse Auslegeschrift 1.214.982, volgens welke werkwijze in de maaltrap een (eveneens ook als beluchtings-inrichting uitgevoerde) kogelmolen met roerwerk aanwezig is, derhalve een maalinrichting, waarbij ten opzichte van elkaar bewogen losse maal-lichamen worden gebruikt. De beschreven werkwijzen kunnen continu of 30 ladingsgewijze worden uitgevoerd.
Het concheren» 'dat wil zeggen het onder uitwisseling met het uitwisselfluïdum plaatsvindende roeren met zo hoog mogelijke afschuif-belasting van de massa, staat bekend als een zeer energievragend en tijdrovend proces, waarvan de duur in hoge mate bepaald wordt door de 35 gewenste smaakkwaliteit van de uit de procesmassa bereide eindprodukten, in het bijzonder chocolade. Het heeft derhalve niet ontbroken aan 8300228 '*v -2- pogingen om door verbeterde behandelingstechnieken de concheertijd te verkorten, bijvoorbeeld door de gasuitwisseling en/of het malen te intensiveren - voorbeelden daarvoor worden in de genoemde publikaties aangetroffen. Deze pogingen brachten in de praktijk echter niet het 5 gewenste resultaat. In het bijzonder bleek, bij de in de aanhef beschreven bekende werkwijze, dat vaak ook na oneconomisch veel omlopen, de procesmassa niet geschikt was voor het bereiden 'van .hoogwaardige chocolade met zacht smeltgedrag. Ook soortvreemde andere werkwijzen, waarop hier niet nader behoeft te worden ingegaan, lieten geen in de praktijk bruik-10 bare weg zien voor het verkorten en vereenvoudigen van de bewerking.
De onderhavige uitvinding heeft derhalve ten doel om een technisch en economisch weinig vragende werkwijze en een voor het uitvoeren daarvan geschikte inrichting ter bereiding van chocolademassa, couverture, vetglazuren en dergelijke te verschaffen, waarmee ook voor hoogwaardige 15 eindprodukten geschikte massa's met gering gebruik van tijd en energie kunnen worden bereid.
Volgens de uitvinding wordt dit doel wat de werkwijze betreft gerealiseerd met een werkwijze van dé in de aanhef vermelde soort, die gekenmerkt is doordat in het verkleiningsproces de procesmassa na elkaar 20 gemalen en gewalst wordt, en dat het uitsmeren in een zij stroom van de procesmassa wordt uitgevoerd, die uit de kringloop af getakt, onafhankelijk van de kringloop getransporteerd en weer in de kringloop teruggevoerd wordt.
Voor het uitvoeren van de werkwijze dient volgens de uitvinding 25 een inrichting van de in de aanhef vermelde soort, die gekenmerkt is doordat de verkleiningsinrichting een serieschakeling uit een maalinrichting en een walsinrichting omvat, en dat aan de kringloop een zij-kringloop is aangesloten, waarin een zijkringloop-transportinrichting en-een uitwisselinrichting voor het uitsmeren van de procesmassa en 30 voor het in contact brengen daarvan met het uitwisselfluïdum zijn aangebracht.
Volgens de uitvinding kunnen met geringe investeringen massa's van hoge en gemakkelijk instelbare kwaliteit worden bereid. Normaliter kunnen alle receptuur-bestanddelen met uitzondering van pitten van 35 cacaobonen samen worden verkleind. Ook voor eindprodukten van de hoogste kwaliteit is slechts een betrekkelijk geringe bewerkingstijd vereist.
Naar huidig inzicht kunnen de met de uitvinding bereikte, ver- 8300228 ^ -- > -3- rassende voordelen hieraan worden toegeschreven, dat het reeds in een ten opzichte van bekende werkwijzen sterk verkorte tijd tussenschakelen van de wals tot een zeer gelijkmatige en fijne korrel leidt, en dat de verhuizing van tenminste een deel van de voor het concheren belangrijke 5 processen van de gasuitwisseling en de toepassing van een hoge afschuif-belasting in een zij stroom-kringloop, een vrije keuze van de telkens . doelmatige en gewenste intensiteit van het concheren zonder storende weerslag op de verkleiningsprocessen mogelijk maakt. Daarbij zou kunnen meespelen, dat door de toevoeging van de wals juist de organoleptisch 10 nog onaangename korrelfracties van middelbare grootte (in het bijzonder in het gebied van een gemiddelde korrelgrootte van ongeveer 50 - 250 ym) snel worden verkleind, die door een maalinrichting alleen slechts met oneconomisch lange maaltijden en een daarbij optredende ongewenste (immers viscositeitsverhogende) toename van de fijnste korrelfractie 15 (beneden een gemiddelde korrelgrootte van ongeveer 10 ym) kunnen worden verkleind. Verder zou daarbij van belang kuxrnen zijn, dat door het walsen ook grovere korrels boven een gemiddelde korrelgrootte van ongeveer 250 tot 300 ym, direct tot de ingestelde grootte van de spleet tussen de walsen worden verkleind; deze grovere deeltjes worden door 20 vele typen maalinrichtingen slecht opgenomen, in het bijzonder door de veel gebruikte kogelmolens met roerwerk, die vanwege het grote aantal pletzones per volume-eenheid bijzonder werkzaam zijn. Anderzijds wordt door het tussengeschakelde walsen, het aandeel aan de fijnste korrelfractie (beneden een gemiddelde korrelgrootte van ongeveer 10 ym) niet 25 verhoogt, hetwelk voordelig is, omdat de verdere vermaling tot deze fijnheden organoleptisch geen voordelen meer brengt en slechts een ongewenste vergroting van de viscositeit van de massa veroorzaakt.
In vergelijking met gebruikelijke inrichtingen met massa-kring-loop door maalinrichting en houder met roerwerk kan bij toepassing van 30 de techniek volgens de uitvinding, de behandelingstijd tot ongeveer de helft worden verkort.
De uitvinding, uitvoeringsvormen van de uitvinding en de daarmede bereikte voordelen worden hierna aan de hand van een uitvoerings-voorbeeld in samenhang met de tekening nader toegelicht.
35 De figuur toont schematisch een stroomschema van een inrichting volgens de uitvinding.
8300228
ν'- V
-4-
De inrichting bevat een bewerkingskringloop met tenminste een transportinrichting in de vorm van een pomp 2. De bewerkingskringloop bevat verder een verkleiningsinrichting, die een serieschakeling uit een maalinrichting in de vorm van een kogelmolen 4 met roerwerk en een 5 walsinrichting 6 omvat. De kringloop bevat verder een houder 8 met roerwerk, die met de verkleiningsinrichting in serie is geschakeld, alsmede toevoerinrichtingen 10 voor procesmassa en uitwisselinrichtingen 12 voor het in contact brengen van een uitwisselfluidum, hier lucht, met de procesmassa. De -in de kringloop gelegen inrichtingen zijn door ver-10 bindingsleidingen 14 en 16 in serie onderling verbonden. De houder 8 met roerwerk stelt een voorraadzone voor. In het hier beschreven voorbeeld wordt aangenomen dat in deze voorraadzone bedrijfsmatig een hoeveelheid van-ongeveer 5 ton procesmassa aanwezig is. In de figuur is deze voorraadhoeveelheid 18 aangegeven, voor het overige is de 15 procesmassa in de figuur niet weergegeven. De totale inrichting is normaliter zodanig uitgevoerd, dat in de houder 8 met roerwerk in elk geval een vrije spiegel van de massa aanwezig is. Indien nodig kan het aanhouden van een bepaald, niveau aan procesmassa in de houder 8 met roerwerk met behulp van een gebruikelijke niveauregelinrichting 20 20 worden verzekerd, dat de regelinrichting bijvoorbeeld op een in de toevoerleiding 10 van de houder 8 met roerwerk aanwezige (niet weergegeven) pomp inwerkt. Bij de getoonde uitvoeringsvorm is de houder 8 met roerwerk liggend met in essentie horizontale roerwerkas 24 opgesteld.
De roerwerkmotor is niet weergegeven. Deze opstelling heeft het voordeel, 25 dat men gemakkelijk een betrekkelijk groot vrij oppervlak van de proces- · massa in de houder met roerwerk kan realiseren; dat. is voor de gasuitwisseling gunstig. De vrije ruimte 26 boven het bedrijfsmatig gevormde oppervlak 28 van de massa kan door middel van een uitwisselfluidum toevoerleiding 30 en een uitwisselfluldum-afvoerleiding 32 met het uitwis-30 selfluldum in contact worden gebracht. Daardoor wordt, het oppervlak waar uitwisseling kan plaatsvinden, op gewenste wijze vergroot en reeds in de door de houder 8 met roerwerk gevormde voorraadzone een aanmerkelijk gedeelte van de uit de procesmassa te verwijderen vluchtige en gasvormige bestanddelen met het uitwisselfluidum afgevoerd. Bij het ge-35 toonde uitvoeringsvoorbeeld. wordt lucht als uitwisselfluidum toegepast.
De lucht wordt door middel van een in de afvoerleiding 32 gelegen blaas-inrichting 34 getransporteerd.
8300228 -5-
Het onder toepassing van hoge afschuifkrachten plaatsvindende uitsmeren van de chocalademassa. in een dunne laag geschiedt hij de getoonde inrichting in een zijstroom van de procesmassa. Deze wordt uit de kringloop af getakt/ onafhankelijk van de (hoofd) kringloop ge-5 transporteerd en weer in de kringloop teruggevoerd. Bij de getoonde uitvoering wordt de zijstroom in een stroomafwaarts gelegen eind-gedeelte van de voorraadzone, dat wil zeggen een stroomafwaarts gelegen eindgedeelte van de houder S met roerwerk, uit een afnameplaats 36 in het onderste gebied van de houder 8 met roerwerk weggevoerd en 10 door middel van een eigen transporteerinrichting in de vorm van een pomp 38 in een leiding 40 getransporteerd, die weer naar het eindgedeelte van de voorraadzone terugvoert, namelijk naar een terugvoer-plaats 42. In de aldus gevormde zijkringloop is de uitwisselinrichting 12 voor het uitsmeren van de procesmassa en voor het in contact brengen 15 met het uitwisselfluldum opgesteld. Bij de getoonde uitvoeringsvorm is ook de terugvoerplaats 42 in een stroomafwaarts gelegen eindgedeelte van de voorraadzone aanwezig, namelijk op een stroomafwaarts gelegen eindgedeelte van de houder 8 met roerwerk aangesloten. Dit biedt het voordeel, dat zijkringloop en hoofdkringloop weliswaar met elkaar ver-20 bonden, maar ook in hoge mate van elkaar gescheiden zijn en in hoge mate onafhankelijk van elkaar bedreven kunnen worden. Bij de getoonde uitvoeringsvorm ligt de terugvoerplaats 42 van de zijkringloop stroomopwaarts van de afnameplaats 36; daardoor worden onnodige energieverliezen door tegen elkaar ingaande pompstromingen verregaand vermeden. 25 De terugvoerplaats 42 van de zijkringloop is bij de getoonde uitvoeringsvorm boven het bedrijfsmatige oppervlak 28 (van de spiegel) van de procesmassa 18 in de houder 8 met roerwerk gelegen. De uit de zijkringloop teruggevoerde massa valt derhalve vrij in de voorraadhoeveel-heid; dit levert een bijdrage aan het oproeren en het verbeteren van de 30" gasuitwisseling.
Bij de getoonde uitvoeringsvorm is de uitwisselinrichting 12 aan het stroomafwaarts gelegen uiteinde van de zijkringloop in een stroomafwaarts gelegen eindgedeelte van de houder 8 met roerwerk opgesteld, derhalve in een gebied, waar de procesmassa op zijn weg door de houder 35 8 met roerwerk (de voorraadhoeveelheid) reeds met het uitwisselfluldum in contact is getreden. Een in de uitwisselinrichting te verrichten prestatie komt derhalve overwegend de moeilijkere uitwisseling bij lager 8300228 •ί5 'v -6- concentratieverval ten goede. Bij de getoonde uitvoeringsvorm bevat de uitwisselinrichting een horizontale slingerschijf 48. Deze is met verticale draaias 50 in een door een kqp46 gevormde, als een koepel op de houder 8 met roerwerk geplaatste uitwisselruimte 52 opgesteld en wordt 5 door een niet weergegeven.aandrijfmotor met een betrekkelijk hoog toerental aangedreven. Bij wijze van voorbeeld kan een slingerschijf met een diameter van 500 mm met een toerental van 1500 per minuut worden bedreven. Daardoor wordt de massa zeer krachtig en met een zeer dunne . laagdikte naar buiten tegen de omtrekswand van de koepelachtige kap 46 -10 geslingerd en daarbij fijn verdeeld en aan hoge afschuifkrachten onderworpen. De massa valt dan eenvoudig naar beneden in de voorraadhoeveel-heid? er zijn derhalve geen bijzondere inrichtingen nodig voor het opzamelen en verder leiden van de door de slingerschijf afgegeven procesmassa. Ook kan de uitwisselinrichting gemakkeïijk worden gereinigd en 15 vervangen. De toevoerleiding 30 voor het uitwisselfluldum mondt uit in een bovenste buisstuk 54 van de koepelachtige kap 46. Daar kan een ver-warmings inrichting 56 voor het opwarmen van het uitwisselfluïdum aanwezig zijn.
In de hoofdkringloop zijn de maalinrichting (kogelmolen 4 met 20 roerwerk ), de walsinrichting 6 en de houder . 8 met roerwerk in de stro-mingsrichting in serie geschakeld. De procesmassa wordt derhalve na het malen gewalst en daarna door de door de houder 8 met roerwerk gevormde voorraadzone geleid. Deze opstelling heeft het voordeel, dat de walsinrichting 6 slechts kan worden belast met procesmassa die reeds 25 gemalen is. Verder wordt daardoor het voordeel verkregen, dat de inrichting ook zo kan .worden bedreven, dat de procesmassa in een speciale kringloop omloopt, die alleen de houder 8 met roerwerk en de walsinrichting 6 (alsmede tenminste één transportpomp) omvat. Daarvoor kunnen passende schakelinrichtingen aanwezig zijn. Een dergelijke werkwijze 30 kan doelmatig zijn, wanneer de massa voldoende verkleind en van" vocht ontdaan is, en een viscositeitsverbetering door inbrengen van afschuif-belasting gewenst wordt. Deze afschuifbelasting wordt dan door de walsinrichting ingebracht. Vanwege de gedefinieerde spleet tussen de walsen bevindt daarbij geen opmerkelijke verkleining meer plaats.
35 Een constructieve vereenvoudiging wordt bij de getoonde uit voeringsvorm nog hierdoor verkregen, dat de walsinrichting 6 in een stroomopwaarts gelegen toevoergedeelte van de houder 8 met roerwerk 8300228 -i- A „* boven de bedrijfsmatige spiegel van de procesmassa is geplaatst.
Voor dit doel is de walsinrichting 6 op soortgelijke, wijze als de slinger inrichting 48 in een aan de bovenkant van de houder 8 met roer-werk geplaatste, koepelachtige kap 58, die naar beneden open is, aange-5 bracht. De procesmassa wordt van boven op de walzenspleet 60 toegevoerd, en de gewalste procesmassa valt eenvoudig'in de zich in de voorraadzone, dat wil zeggen in de houder 8 met roerwerk bevindende voorraadhoeveelheid van de procesmassa 18. Er zijn derhalve geen bijzondere, inrichtingen vereist voor het opzamelen en verder leiden van de uit de walsinrichting 10 6 komende procesmassa, en men vermijdt de bij walsinrichtingen typische moeilijke afdichtingsproblemen. Omdat de gewalste massa in een stroomopwaarts gelegen toevoergedeelte van de houder 8 met roerwerk (de voorraadzone) valt, moet hij de gehele lengte van de houder 8 met roerwerk (de voorraadzone) passeren. .Daardoor wordt de vorming van dode stromings-15 zones vermeden, en alle delen van de procesmassa worden gelijkmatig doorgeroerd en met het uitwisselfluldum in contact gebracht. Bij de getoonde uitvoeringsvorm is op de kringloop, hier op de leiding 16, een doseerinrichting 62 voor een middel dat de viscositeit van de procesmassa beïnvloedt, in het bijzonder lecithine aangesloten. Deze doseer-20 inrichting kan door een niet-getoonde viscositeitsmeetinrichting worden gestuurd, zodat het middel in afhankelijkheid van de viscositeit van de massa automatisch kan worden toegevoerd.
Vanzelfsprekend zijn de bestanddelen van de .beschreven inrichting voor zover nodig voorzien van verwarmings- of koelinrichtingen, cm 25 gewenste procestemperaturen te kunnen instellen. Dit geldt ook voor de verbindingsleidingen. In de tekening zijn dergelijke inrichtingen niet getoond.
In totaal is bij de beschreven inrichting derhalve een hoofdkringloop aanwezig, waarin een kogelmolen 4 met roerwerk (de maalinrich-30 ting), een pomp 2, een leiding 14, een walsinrichting 6, een houder 8 met roerwerk, een verdere pomp 22 en een naar de inlaat van de kogelmolen 4 met roerwerk terugvoerende leiding 16 in de stromingsrichting (pijl 64) achter elkaar geschakeld. De zijkringloop strekt zich uit van de afnameplaats 36 via de pomp 38, de leiding 40 en de uitwissel-35 inrichting 12 naar de terugvoerplaats 42, die door het open beneden uiteinde van de koepelachtige kap 46 wordt gevormd. De toevoer van de procesmassa geschiedt via de reeds beschreven inlaatleiding 10 in het inlaat-gedeelte van de houder 8 met roerwerk. Een afvoer van procesmassa kan 8300228 ...................
-8- ƒ * kan op verschillende plaatsen plaatsvinden. Bij de getoonde uitvoeringsvorm bevindt zich een afnameleiding 66 met een afnameventiel 68 aan de leiding 14 tussen de maalinrichting en de walsinrichting . Een verdere afnameleiding 70 en een afnameventiel 72 zijn aanwezig aan de zijtaks-5 leiding 40. Bovendien zijn bij de getoonde uitvoeringsvorm de zojuist genoemde leidingen 14 en 40 door een verbindingsleiding 74 via drieweg-ventielen 76 met elkaar verbonden. Deze driewegventielen vormen een schakelinrichting, waarmee verschillende bedrijfswijzen van de inrichting kunnen worden ingesteld. Men zal zonder meer inzien, dat vooral 10 de volgende bedrijfswijzen mogelijk zijn.
Bij de eerste bedrijfswijze heeft de verbindingsleiding 74 geen functie. Hoofdkringloop en zijkringloop worden naast elkaar bedreven.
De hoofdkringloop dient overwegend voor de verkleining, de zijkringloop overwegend voor de verwijdering van vocht en ongewenste smaakstoffen 15 (het concheren).
Bij een tweede bedrijfswijze wordt door uitschakelen van de transportpompen 2 en 22 de hoofdkringloop buiten bedrijf gesteld. Door de pomp 38 wordt afhankelijk van de instelling van de driewegventielen 76 en 78 hetzij de normale zijkringloop via de uitwisselinrichting 12 20 hetzij bovendien of alleen een bijzondere kringloop via de walsinrichting 6 en dë houder 8 met roerwerk gehandhaafd. Daarvan is in het bijzonder die werkwijze van belang, waarbij door passende instelling van het driewegventiel 76 de uitwisselinrichting 12 buiten bedrijf is en de bijzondere kringloop alleen via de walsinrichting 6 en de houder 8 met 25 roerwerk verloopt. Deze werkwijze is steeds dan doelmatig, wanneer de procesmassa voldoende verkleind en van vocht ontdaan is en alleen nog een verbetering van de viscositeit door inbrengen van afschuifbelasting gewenst wordt. Deze afschuifbelasting wordt dan door de walsinrichting 6 bewerkt. Vanwege de gedefinieerde grootte van de spleet tussen de 30 walsen vindt daarbij geen verdere opmerkelijke verkleining meer plaats.
Een verder mogelijke werkwijze bestaat hierin, dat men door uitschakelen van de pomp 38 (en desgewenst afsluiten van het driewegventiel 76 en uitschakelen van de uitwisselinrichting' 12) de zijkringloop buiten werking wordt gesteld. Op deze wijze kan men de inrichting naar 35 keuze met of zonder zijkringloop bedrijven.
Thans volgt nog een getalsmatig voorbeeld.
8300228 2fc -9-
Voorbeeld.
Er werd een donkere chocolademassa bewerkt met (in gewichts-procenten) 50 % suiker/ 37 % cacaomassa (gemalen cacaopitten, vloeibaar), 13 % cacaoboter/ 0,3 % lecithine en 0/04 % vanilline. De bewerkings-5 temperatuur was 80 - 85°C. In de houder 8 met roerwerk bevond zich een voorraadmassa van ongeveer 5 ton. Als maalinrichting werd een kogel-molen met roerwerk toegepast. De walsinrichting bestond uit 2 walsen met daartussen een spleet van 200 ym. Het toerental van het roerwerk van de houder was 20 per minuut. De uitwisselinrichting was een slingerie schijf. De middelbare opname van vermogen bedroeg 35 kW. In de hoofdkringloop werd een hoeveelheid van 2 ton per uur getransporteerd, in de zijkringloop werd eveneens een hoeveelheid van 2 ton per uur getransporteerd. De behandelingstijd voor kwaliteitschocolade was"12 tot 16 uur.
A
8300228

Claims (25)

1. Werkwijze voor het bereiden van chocolademassa's, couverture, vetglazuren en dergelijke, waarbij een uit receptuur-bestanddelen zoals kristalsuiker., cacaomassa of cacaopoeder, cacaoboter, plantaardig vet, melkpoeder en dergelijke, die zo nodig in een voortrap voorverkleind 5 en voorgemengd zijn, gevormde procesmassa in kringloop meerdere malen aan een verkleiningsproces onderworpen, onder roeren door een voorraad-zone geleid en onder toepassing van hoge afschuifkrachten in een dunne laag uitgesmeerd en met een uitwisselfluldum, bij voorkeur lucht, in uitwisselcontact gebracht wordt, met het kenmerk, dat in het verklei-10 ningsproces de procesmassa achter elkaar gemalen en gewalst wordt,· en dat het uitsmeren, wordt uitgevoerd in een zij stroom van de procesmassa, die uit de kringloop afgetakt, onafhankelijk van de (hoofd) kringloop getransporteerd en weer in de kringloop teruggevoerd wordt.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de zijstroom 15 in een stroomafwaarts gelegen eindgedeelte van de voorraadzone weggevoerd en teruggevoerd wordt.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de zijstroom op een in vergelijking tot zijn afnameplaats verder stroomopwaarts gelegen terugvoerplaats in de kringloop wordt teruggevoerd.
4. Werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat men de in de zij stroom getransporteerde massa na het uitsmeren in de in de voorraadzone aanwezige massa laat vallen.
5. Werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de procesmassa na het malen en walsen door de voorraad- 25 zone wordt geleid.
6. Werkwijze volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat men de gewalste procesmassa in de in de voorraadzone aanwezige zone laat vallen.
7. Werkwijze volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat men de gewalste procesmassa in een stroomopwaarts gelegen toevoergedeelte van de 30 voorraadzone laat vallen.
8. Werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat men in de voorraadzone een oppervlak van de massa vormt 8300228 -lien met het uitwisselfluldum in contact laat treden.
9. ‘ Werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat men aan de kringloop in afhankelijkheid van de viscositeit van de procesmassa een viscositeit-veranderend middel toevoert. 5
10. Werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het walsen wordt uitgevoerd met een spleet tussen de walsen in het gebied van ongeveer 150 - 250 Pm.
. 11. Werkwijze volgens een. of meer van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat het malen met een optimale maalwerking op deeltjes 10 met een gemiddelde .korrelgrootte van ongeveer 50 tot 250 Urn wordt uitgevoerd.
12. Inrichting voor het uitvoeren van de werkwijze volgens een of meer van de voorgaande conclusies, met een kringloop, waarin tenminste een transportinrichting, een verkleiningsinrichting en een houder.met 15 roerwerk in serie aanwezig zijn, alsmede toevoer- en afvoerinrichtingen voor procesmassa en uitwisselinrichtingen voor het in contact brengen van een uitwisselfluldum, bij voorkeur lucht, met de procesmassa aanwezig zijn, met het kenmerk, dat de verkleiningsinrichting een serie-schakeling uit een maalinrichting (4) en een walsinrichting (6) omvat, en 20 dat op de kringloop een zijkringloop (36, 38, 40, 42) is aangesloten, waarin een zijkringloop-transportinrichting (38) en een uitwissel-inrichting (12) voor het uitsmeren van de procesmassa en voor het in contact brengen daarvan met het uitwisselfluldum aanwezig zijn.
13. Inrichting volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de zij-25 kringloop op een stroomafwaarts gelegen eindgedeelte van de houder (8) met roerwerk is aangesloten.
14. Inrichting volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat de zijkringloop tussen een afnameplaats (36) en een. in de (hoofd)kringloop verder stroomopwaarts gelegen, terugvoerplaats (42) verloopt.
15. Inrichting volgens een of meer van de conclusies 12 - 14, met het kenmerk, dat de terugvoerplaats (36) van de zijkringloop boven de bedrijfsmatige spiegel van de procesmassa, in de houder (8) met roerwerk is geplaatst.
16. Inrichting volgens een of meer van de conclusies 12 - 15, met -35 het kenmerk, dat de uitwisselinrichting (12) in een stroomafwaarts gelegen eindgedeelte van de houder (8) met roerwerk is geplaatst. 830 0 22 8_____________________________..................r_____________________ -12- ' V
17. Inrichting volgens de conclusies 15 en 16, met het kenmerk, dat de mtwisselinrichting (12) een horizontale slingerschijf (48) omvat, die •in een door het uitwisselfluldum doorstroomde en als een koepel op de houder (8)' met roerwerk geplaatste, naar beneden open uitwisselruimte 5 (kap 46) is aangébracht..
18. Inrichting volgens een of meer van de conclusies 12 - 17, met het kenmerk, dat de houder (8) met roerwerk liggend met in essentie horizontale roerwerkas is geplaatst.
19. Inrichting volgens een of meer van de conclusies 12 - 18, met 10 het kenmerk, dat in de houder (8) met roerwerk een vrije ruimte boven de spiegel van de massa van het uitwisselfluldum kan. worden voorzien.
20. Inrichting volgens conclusie 18 of 19, met het. kenmerk,dat in -de kringloop de maalinrichting (4) , de walsinrichting (6) en de houder (8) met roerwerk in de stromingsrichting in serie zijn geschakeld.
21. Inrichting volgens conclusie 20, met het kenmerk, dat de walsinrichting (6) in een stroomafwaarts gelegen toevoergedeelte van houder (8) met roerwerk boven de bedrijfsmatige spiegel van de procesmassa.is aangebracht. λ
22. Inrichting volgens conclusie 20 of 21, gekenmerkt, door schakel-20 inrichtingen (76, -78), waarmee naar keuze een kringloopbedrijf via alleen de houder (8) met roerwerk en de walsinrichting (6) kan worden ingesteld.
23. Inrichting volgens een of meer van de conclusies 12 - 22, gekenmerkt ‘door schakelinrichtingen, waarmee naar keuze een bedrijf met of 25 zonder zijkringloop kan worden ingesteld. ,
24. Inrichting· volgens een of meer van de conclusies 12 - 23, met het kenmerk, dat de maalinrichting een kogelmolen (4) met. roerwerk : omvat.
25. Inrichting volgens een of meer van de conclusies 12 — 24, geken-30 merkt door een op de kringloop aangesloten doseerinrichting (62) voor een middel dat de viscositeit van de procesmassa verandert, in het bijzonder lecithine. 8 3 0 0 2 2 8___________________________;_:____________;
NL8300228A 1982-01-29 1983-01-21 Werkwijze en inrichting voor het bereiden van chocolademassa, couverture, vetglazuren en dergelijke. NL8300228A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
DE3202929 1982-01-29
DE19823202929 DE3202929A1 (de) 1982-01-29 1982-01-29 Verfahren und vorrichtung zum herstellen von schokoladenmasse, kuvertuere, fettglasuren und dergleichen

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8300228A true NL8300228A (nl) 1983-08-16

Family

ID=6154260

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8300228A NL8300228A (nl) 1982-01-29 1983-01-21 Werkwijze en inrichting voor het bereiden van chocolademassa, couverture, vetglazuren en dergelijke.

Country Status (2)

Country Link
DE (1) DE3202929A1 (nl)
NL (1) NL8300228A (nl)

Cited By (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0442544A3 (en) * 1990-01-16 1991-08-28 WIENER & CO. APPARATENBOUW B.V. Method and device for processing chocolate mass

Families Citing this family (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
NL8401037A (nl) * 1984-04-02 1985-11-01 Wiener Holding Mij Amsterdam B Inrichting voor het bereiden van chocolade.
DE3566768D1 (en) * 1985-05-30 1989-01-19 Lehmann Maschf F B Process and apparatus for making chocolate stock, coatings, icings and the like
DE3813615A1 (de) * 1988-04-22 1989-11-02 Bauermeister & Co Verfahrenste Verfahren und vorrichtung zum aromatisieren, alkalisieren, raffinieren, sterilisieren und roesten von kakaomasse
DE3828144A1 (de) * 1988-08-19 1990-02-22 Bauermeister & Co Verfahrenste Verfahren und vorrichtung zur herstellung von schokolademasse und dergleichen
BRPI0400056B1 (pt) * 2004-02-11 2017-03-21 Meller Equipamentos E Tecnologia Indústria E Comércio Ltda máquina tipo concha, instalação e processo para fabricação de massa de chocolate
DE102012001417A1 (de) * 2012-01-26 2013-08-01 Netzsch-Feinmahltechnik Gmbh Verfahren zum Herstellen von Fettmassen

Cited By (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
EP0442544A3 (en) * 1990-01-16 1991-08-28 WIENER & CO. APPARATENBOUW B.V. Method and device for processing chocolate mass
US5156878A (en) * 1990-01-16 1992-10-20 Wiener & Co. Apparatenbouw B.V. Method for processing chocolate mass
US5297743A (en) * 1990-01-16 1994-03-29 Wiener & Co. Apparatenbouw B.V. Device for processing chocolate mass

Also Published As

Publication number Publication date
DE3202929A1 (de) 1984-01-12

Similar Documents

Publication Publication Date Title
CN110691518B (zh) 自优化的自适应的工业巧克力生产系统及其对应方法
RU2342845C2 (ru) Способ производства шоколадной массы, машина и компактная установка для обработки шоколадной массы
US7681818B2 (en) Mixing and grinding edible fat-based slurries and emulsions using a vibratory drum
JP2023522305A (ja) ビール粕から得られるタンパク質製品及びその製造方法
US20210068415A1 (en) Systems and methods for preparing biomaterials in the absence of atmospheric oxygen
EP4119229A1 (en) Device for crushing spent grain, production line containing same
NL8300228A (nl) Werkwijze en inrichting voor het bereiden van chocolademassa, couverture, vetglazuren en dergelijke.
DE102018009752A1 (de) Leicht handhabbare Veredelung einer Pflanzenkohle in einer Zerkleinerungsvorrichtung mit hoher Nachhaltigkelt der Verwertung in Futtermitteln
Beckett et al. Conching
JPS62228233A (ja) 動物飼料の製造方法及び装置
CN111317051A (zh) 一种咖啡口味代糖巧克力及其制备工艺
JP6862545B2 (ja) チョコレート及びヘーゼルナッツを主成分とするスプレッド食品、そのような食品の製造方法及び製造プラント
DE1617003C3 (de) Trockenauslassen von tierischem Fett, Knochen und Fleischabfällen und Vorrichtung dafür
CN214076973U (zh) 一种饲料加工用粉碎装置
CN116471943A (zh) 用昆虫,特别是昆虫幼虫和蛹,或者蠕虫生产蛋白粉的方法,以及用在这样的方法中的干燥装置
CN220589614U (zh) 一种饲料生产配料装置
JP6494636B2 (ja) ボールミルの操作方法及び粉砕システム
US3288825A (en) Continuous rendering process
US3395020A (en) Manufacture of chocolate products
EP0593833A1 (en) Method for the reduction of the viscosity of a cocoa liquor
JPH1175694A (ja) 脂肪含有量が高いコーヒー抽出液の製造方法、並びにコ−ヒ−抽出液及び該コーヒー抽出液を原料とする飲食品
Minifie Cocoa processes
KR100458321B1 (ko) 난황유 추출 방법 및 그 장치
RU2833565C2 (ru) Способ получения прокачиваемой пасты из семян ореховых или косточковых плодов
KR20130139734A (ko) 카카오 가공 장치

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
CNR Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection)

Free format text: PROBAT-WERKE VON GIMBORN GMBH & CO. KG

BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed