NL8205003A - Werkwijze voor het bepalen van de verzadiging van een formatie met restolie. - Google Patents
Werkwijze voor het bepalen van de verzadiging van een formatie met restolie. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8205003A NL8205003A NL8205003A NL8205003A NL8205003A NL 8205003 A NL8205003 A NL 8205003A NL 8205003 A NL8205003 A NL 8205003A NL 8205003 A NL8205003 A NL 8205003A NL 8205003 A NL8205003 A NL 8205003A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- saturation
- gravity
- formation
- density
- determining
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 55
- 230000015572 biosynthetic process Effects 0.000 title claims description 33
- 230000005484 gravity Effects 0.000 claims description 37
- 238000005755 formation reaction Methods 0.000 claims description 32
- 238000005259 measurement Methods 0.000 claims description 29
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 claims description 22
- 239000011159 matrix material Substances 0.000 claims description 13
- 238000004364 calculation method Methods 0.000 claims description 2
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 8
- 238000009826 distribution Methods 0.000 description 7
- 239000011148 porous material Substances 0.000 description 6
- 238000011084 recovery Methods 0.000 description 5
- 238000000605 extraction Methods 0.000 description 4
- 238000001914 filtration Methods 0.000 description 4
- 238000012545 processing Methods 0.000 description 3
- 238000004458 analytical method Methods 0.000 description 2
- 230000036316 preload Effects 0.000 description 2
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 2
- 239000011435 rock Substances 0.000 description 2
- 230000035945 sensitivity Effects 0.000 description 2
- 238000004088 simulation Methods 0.000 description 2
- 210000003462 vein Anatomy 0.000 description 2
- 238000012935 Averaging Methods 0.000 description 1
- 229910000831 Steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 230000001133 acceleration Effects 0.000 description 1
- 238000003491 array Methods 0.000 description 1
- 230000002238 attenuated effect Effects 0.000 description 1
- 239000003795 chemical substances by application Substances 0.000 description 1
- 238000005253 cladding Methods 0.000 description 1
- 238000000576 coating method Methods 0.000 description 1
- 238000009795 derivation Methods 0.000 description 1
- 230000007717 exclusion Effects 0.000 description 1
- 239000012530 fluid Substances 0.000 description 1
- 229930195733 hydrocarbon Natural products 0.000 description 1
- 150000002430 hydrocarbons Chemical class 0.000 description 1
- 238000011835 investigation Methods 0.000 description 1
- 239000000463 material Substances 0.000 description 1
- 238000000691 measurement method Methods 0.000 description 1
- 238000003801 milling Methods 0.000 description 1
- 238000001228 spectrum Methods 0.000 description 1
- 239000010959 steel Substances 0.000 description 1
- 238000012360 testing method Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- G—PHYSICS
- G01—MEASURING; TESTING
- G01V—GEOPHYSICS; GRAVITATIONAL MEASUREMENTS; DETECTING MASSES OR OBJECTS; TAGS
- G01V7/00—Measuring gravitational fields or waves; Gravimetric prospecting or detecting
- G01V7/08—Measuring gravitational fields or waves; Gravimetric prospecting or detecting using balances
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E21—EARTH OR ROCK DRILLING; MINING
- E21B—EARTH OR ROCK DRILLING; OBTAINING OIL, GAS, WATER, SOLUBLE OR MELTABLE MATERIALS OR A SLURRY OF MINERALS FROM WELLS
- E21B49/00—Testing the nature of borehole walls; Formation testing; Methods or apparatus for obtaining samples of soil or well fluids, specially adapted to earth drilling or wells
-
- G—PHYSICS
- G01—MEASURING; TESTING
- G01V—GEOPHYSICS; GRAVITATIONAL MEASUREMENTS; DETECTING MASSES OR OBJECTS; TAGS
- G01V7/00—Measuring gravitational fields or waves; Gravimetric prospecting or detecting
- G01V7/02—Details
- G01V7/06—Analysis or interpretation of gravimetric records
Landscapes
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- General Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Mining & Mineral Resources (AREA)
- Geophysics (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Geology (AREA)
- General Physics & Mathematics (AREA)
- Environmental & Geological Engineering (AREA)
- Fluid Mechanics (AREA)
- Geochemistry & Mineralogy (AREA)
- Geophysics And Detection Of Objects (AREA)
- Investigation Of Foundation Soil And Reinforcement Of Foundation Soil By Compacting Or Drainage (AREA)
- Treatment Of Liquids With Adsorbents In General (AREA)
Description
' P & c ^
W 2909-609 Ned.dB/LdB
Korte aanduiding: Werkwijze voor het bepalen van de verzadiging van een formatie met restolie.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het bepalen van de 5 hoeveelheid restolie die is achtergebleven in een formatie nadat eerdere produktiehandelingen hebben plaatsgevonden.
De toenemende vraag naar koolwaterstoffen, in het bijzonder uit politiek stabiele gebieden, heeft geleid tot het bekijken van de wenselijkheid van het terugwinnen van restolie die is achtergebleven in 10 vroeger bewerkte formaties. Daarbij worden olievelden, die een eerste produktiecyclus hebben ondergaan met gebruik van conventionele produktie-technieken en die later een secundaire winning hebben ondergaan met meer verfijnde produktietechnieken, nu overwogen voor derde generatie- of tertiaire winningsmethoden. Deze methoden zijn natuurlijk duurder dan 15 de genoemde primaire en secundaire methoden. Daarom is het gewenst de hoeveelheid restolie, die is achtergebleven in een bepaald veld, zo nauwkeurig mogelijk te bepalen, zodat een zorgvuldige beslissing kan worden genomen of het al of niet economisch haalbaar is tertiaire winnings-technieken toe te passen. Verder is de hoeveelheid restolie van belang 20 voor de keuze van een bepaalde tertiaire oliewinningswerkwijze.
In 1978 publiceerde de Interstate Oil Compact Commission (IOCC) van Oklahoma City, Oklahoma, een boekwerk, getiteld "Determination of residual oil saturation", waarin de verschillende werkwijzen voor het bepalen van de verzadiging met restolie worden opgesomd. De commissie 25 concludeerde op blz. 289, dat "zelfs als alle noodzakelijke voorzorgsmaatregelen worden genomen, bij het opzetten en uitvoeren van proeven voor het bepalen van de verzadiging met restolie, er aan gedacht moet worden, dat er grote variaties zijn in een gebied in olieverzadiging met olie achtergebleven in reservoirs, die in hoofdzaak zijn leeggemaakt door 30 het inlaten van water of door waterstuwing".
Er blijft dus behoefte bestaan in deze techniek aan een nauwkeurige wijze van het bepalen van de verzadiging met restolie. Om uitvoerbaar te zijn, moet de werkwijze met redelijke kosten kunnen worden uitgevoerd. Verder moet een dergelijke werkwijze bij voorkeur de ver-35 zadiging met restolie kunnen meten in gebieden op een afstand van de onmiddellijke nabijheid van het boorgat. In vergelijking daarmee zijn veel van de methoden, welke werden beschouwd door het IOCC, slechts in staat de verzadiging met restolie te bepalen binnen 30 tot 45 cm van de boor-gatwand. Een ander nadeel van verschillende van de door het IOCC beschouw-40 de methoden is, dat de methoden slechts konden worden toegepast wanneer 8205003 » < - 2 - het gat onbekleed was, d.w.z. dat daarin geen stalen bekledingsbuis was geplaatst. Veel bruikbare putten hebben echter wel deze bekledingen en daarom is het gewenst dat een werkwijze voor het bepalen van de verzadiging met restolie ook bij deze beklede putten kan worden toegepast.
5 Het hoofddoel van de uitvinding is daarom het verschaffen van een verbeterde werkwijze voor het bepalen van de verzadiging met restolie.
//
De uitvinding bestaat daarom in een aspect in een werkwijze voor het bepalen van de verzadiging met restolie van een oliehoudende formatie, bestaande uit het bewegen van een gravimetrisch loggereedschap door een 10 boorgat in de formatie, het meten van de zwaartekracht van de aarde op punten in het boorgat, die op onderlinge afstand liggen, het bepalen van de zwaarte krachtsgradiënt van de formatie door vergelijking van de metingen van de zwaartekracht in opvolgende punten, het bepalen van het stortge-wicht van de formatie uit de verandering van de zwaartekrachtsgradiënt in 15 deze opvolgende punten en uit de vertikale afstand tussen deze punten, het meten van de matrixdichtheid, waterdichtheid, oliedichtheid en de -fractio-nele poreusheid van de formatie, en het bepalen van de verzadiging met restolie uit het eerder bepaalde stortgewicht en uit de gemeten matrixdichtheid, waterdichtheid, oliedichtheid en fractionele poreusheid. In een 20 ander aspect omvat de uitvinding een werkwijze voor het bepalen welke van een aantal eerder bewerkte putten in een oliehoudende formatie het meest geschikt zijn voor verdere behandeling door het bepalen van de verzadiging met restolie van deze putten, bestaande uit de stappen van het uitvoeren van gravimetrische loghandelingen in elk van deze boorputten, welke hande-25 lingen bestaan uit de stappen van het meten van de vertikale component van de zwaartekracht op punten, die op onderlinge afstand liggen, in elke put waarvan bekend is dat deze zich in de nabijheid bevindt van oliehoudende formaties, teneinde het stortgewicht van de formatie te bepalen, en het berekenen van de verzadiging met water uit het stortgewicht en de eerder 30 bepaalde waarden van de matrixdichtheid, de waterdichtheid, de oliedichtheid en de fractionele poreusheid van de formatie, het bepalen van de verzadiging met restolie uit de waterverzadiging en het vergelijken van de verzadiging met restolie van elke put met die van de andere putten, teneinde te besluiten welke putten de hoogste verzadiging met restolie hebben. 35 De uitvinding zal hieronder nader worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarbij
Fig. 1 een overzicht geeft van een gravimetrische meettechniek.
Fig. 2 een schema is van de gebruikte boorgat-gravimeter.
Fig. 3 de foutgrafiek van de gegevens toont 40 Fig. 4 tot 9 door een computer bewerkte resultaten van metingen 8205003 » · - 3 - geven, welke zijn verkregen met gebruikmaking van verschillende afzwak-technieken en
Fig. 10 een schematische "flow-chart" is van de gehele meetwerk- wijze.
5 In fig. 1 is een voorbeeld van de werkwijze weergegeven, waar bij men een zwaartekrachtmeter 10 van het type ontworpen door LaCoste en Romberg laat zakken door middel van een kabel 12, die een signaaldraad of signaaldraden 14 draagt en loopt over een schijf 16 naar omlaag in een put, welke verloopt van het aardoppervlak door formaties van verschillende 10 soort,totdat een van belang zijnd gebied wordt bereikt. Deze werkwijze is in het bijzonder bedoeld om te bepalen welke van een aantal tevoren bewerkte putten de beste kandidaten voor tertiaire winning zijn. Daarom zal men bijvoorbeeld die gebieden loggen, waaruit tevoren olie is gewonnen zodat men van een put met een diepte van 2700 meter slechts een deel van 15 60 tot 90 meter van de totale diepte zal loggen. Daarbij worden gravime-trische metingen gedaan, welke signalen geven evenredig met de dichtheid van de omgevende formatie. De signalen worden versterkt in een versterker 18, gefilterd door filters 20 en geregistreerd door een recorder 22.
Een registratiestrook 24 verschaft eveneens de gegevens voor de beoorde-20 ling ter plaatse. De in de recorder 22 geregistreerde gegevens kunnen zodanig worden geïnterpreteerd, dat zij een resultaat geven dat evenredig is met het stortgewicht p. van de formatie 26 in b de nabijheid van de meting:. , De verzadiging Sq met restolie kan worden berekend wanneer eenmaal is bepaald, daar slechts afhangt van 25 en van de matrixdichtheid Pma» de dichtheid of het gewicht van het poriënwater p , de dichtheid of het gewicht van de poriën-olie pQ en de fractionele poreusheid φ , hetgeen alle direct meetbare grootheden zijn.
De LaCoste en Romberg zwaartekrachtmeter 10 volgens fig. 2 heeft een hefboom 28, die zwenkbaar is tegen de spanning in van een veer 30 30, afhankelijk van de vertikale component van de zwaartekracht in zijn onmiddellijke nabijheid. In het bijzonder kan deze meter resultaten geven, welke evenredig zijn met de dichtheid van de formatie binnen een straal van ongeveer 30 meter om het boorgat. Een wijzer 32 is bevestigd aan het einde van de zwenkbare hefboom 28 en beweegt langs een schaal 34. De veer 35 30 is verbonden met een voorbelastingsschroef 36, welke wordt verplaatst om de wijzer 32 een bepaald indexpunt op de schaal 34 te laten bereiken.
De mate van instelling van de schroef, welke nodig is om de wijzer 32 op het indexpunt te brengen, is evenredig met de plaatselijke veranderingen in de zwaartekracht. De voozfeelastingsinstelling is dus de effectieve 40 gegevensuitgang van de zwaartekrachtmeter 10. De meter wordt afgedicht; 8205003 • « - 4 - binnen een afgesloten houder voordat men deze in hetboargat laat zakken.
De boorgat-zwaartekrachtmeter meet, zoals de naam aangeeft, eenvoudig dë vertikale component van de zwaartekrachtsversnel ling vain de aarde op een gewenste diepte in het boorgat. Wanneer men twee metingen 5 heeft op twee verschillende diepten kan de stortdichtheid p b vein de formatie worden berekend uit de volgende vergelijking: F - (ig/ΔΖ) pb -- (1)
4 Ή G
10 waarin F de gradiënt in de vrije lucht is, hg het zwaartekrachtsverschil tussen de beide aflezingen, Δζ de vertikale afstand tussen de meetpunten en G de universele zwaartekrachtconstamte.
2
Wanneer men de eenheden gebruikt van microgals ( 1 gal = lcm/sec.) 3 voor hg, g/cm voor p^, en voeten ( 30,48 cm) voor Δζ, krijgt men 15
Pb = 3.687 - 0.039185 Ag/Δζ (2) .. .
Het stortgewicht pb is representatief voor de horizontale laag materiaal, die is gelegen binnen Δζ.
20 Enkele aanfcevelenswaardiga eigenschappen vam gravimetische metingen in een boorgat zijn: a) zij worden niet beïnvloed door een bekleding, door vloeistof-inloop, toestand van het boorgat of cementeermiddel, en b) de straal van het onderzoek is belangrijk groter dan bij 25 andere loggereedschappen. Als een algemene tegel kam worden gezegd dat de onderzoekstraal 5 maal de afstand tussen de punten van Δ Z bedraagt. Bijvoorbeeld wordt het stortgewicht van de formatie gemeten over een straal van 30 meter, wanneer Δζ 6 meter bedraagt.
30 Het stortgewicht pb is een functie van verschillende factoren: p. * ( 1 - 0)p + (p S +P S ) 0 (3) 'b ma rwwroo waarin 0 = fractionele poreusheid 35 p = matrix«dichtheid ma = poriënwaterdichtheid (ter plaatse) $w = fractionele waterverzadiging P0 = poriën^oliedichtheid (ter plaatse)
Sq = fractionele olieverzadiging.
4Ö~Wanneer men schrijft Sq = (1 - S^) kan men de waterverzadiging anders schrijven als: 8205003 Y è - 5 - p. - (1-φ)Ρ -p Φ s - rma . y (4) w (p _ p } φ rw ro
In de meeste reservoirs zijn p en pw aanvéinkelijk en tijdens de productiehistorie van het reservoir bekend.
5 Wanneer de poreusheid 0 van de formatie over de afstand ΔZ goed genoeg bekend is uit reeksen loggingsmetingen en kernanalyse en wanneer dan het stortgewicht p wordt verkregen met gravimetrische gegevens van b het boorgat kan de waterverzadiging Sw worden afgeleid uit vergelijking (4).
10 Het is duidelijk voor een deskundige dat de vergelijking (4) juist is omdat de poreusheid in het algemeen tijdens de productiehande-lingen niet verandert. In plaats daarvan wordt olie vervangen door water in de poriën van Hét gesteente. Wanneer men dus kan bepalen, kan men de restolieverzadiging uit de betrekking Sq = (1-Sw) bepalen.
15 Het is duidelijk voor een deskundige dat de nauwkeurigheid, van de techniek volgens de uitvinding wordt beperkt door het verschil tussen de dichtheden van de matrix, de olie en het water. Bij een van belang zijnd voorbeeld van een formatie, is de dichtheid van het gesteente 2,65 3 3 3 g/cm , die van water 1 g/cm en die van olie bijvoorbeeld 0,75 g/cm .
20 Het stortgewicht van een voorbeeld van een formatie met een poreusheid 3 van 25% is dan 2,3 g/cm .
Het zal ook duidelijk zijn voor de deskundige dat het verschil in dichtheid tussen water en olie, in het bijzonder als een fractie van de totale dichtheid, vrij klein is. Daarom is het essentiëel uiterst 25 nauwkeurige metingen te verkrijgen van de verschillende dichtheden, met inbegrip van de poreusheid en in het bijzonder van het stortgewicht om zinvolle resultaten te verkrijgen.
De mogelijkheid van deze methode wordt daarom grotendeels bepaald door de nauwkeurigheid waarmee kan worden bepaald met gravime-30 trlsche technieken in het boorgat.
Dit wordt op zijn beurt weer bepaald door de nauwkeurigheid waarmee de zwaartekracht kan worden gemeten. De benodigde nauwkeurigheid kan worden geschat door de definitie van uit vergelijking (2) te substitueren voor in de vergelijking (4), waardoor men krijgt; 35 3,687 - 0,039185 (&g/AZ) - (1 - 0) pm& - PQ 0 (5) 40 " (Pw-P=» 0 8205003 » > - 6 -
Als men nu de partiële afgeleide vein Sw bepaalt, verkrijgt men: 3s -0,039185 ----- (6) 3 (Ag) ( pw - f>Q) 0 (ή z) 5
Voor een voorbeeld dat de gevoeligheid toont van de meting van als functie vein fouten in de meting van Δ g wordt aangenomen een poreusheid 3 van 25%, een dichtheid van water, resp. olie van 1,0 resp. 0,64 g/cm en LZ = 6 meter. Tabel I toont dan een aantal fontwaarden in Sbij een 10 bepaalde fout in Ag.
TABEL I
Fout in g Fout in S
J _w microgal percentage poriënvolume 15 1 2,2 3 6,5 5 10,9 10 21.8
Teneinde te voldoen aan de classificatie van de interstate Oil Compact Commission voor "goede tot uitstekende" nauwkeurigheid en dit bij een 20 gravimetische logbewerking in een boorgat, vraagt een meter met een nauwkeurigheid, die beter is dan 4 of 5 microgal. Dat dit niet mogelijk is met de op dit manent beschikbare technieken wordt aangetoond in fig.3 die een histogram is van de foutverdeling van 147 herhaalde zwaarte-krachtsaflezingen, gemaakt onder identieke omstandigheden in werkelijke 25 boorputten. De standaard^afwijking van deze fouten is 8,3 μ gal en sommige fouten bereiken zelfs de waarde van 26 μ gal. Eén middel voor het verbeteren van de genoemde situatie is het nemen van een extra groot aantal monsters in het van belang zijnde gebied en enige filtering of afzwakking van de gegevens toe te passen. Daar de foutverdeling bekend was van de 30 gegevens in fig. 3 werd bewerking en simulatie door een computer toegepast voor het bepalen van de beste wijze van nemen van een extra groot aantal monsters en van filtreren.
De onderste 55 meter, d.w.z. van een diepte van 2591 tot 2646 meter van een boorput in het Brent gebied van het Statfjord veld in 35 Noorwegen werden gekozen als werkelijk voorbeeld om mee te werken. De poreusheid en de waterverzadiging werden bepaald met loganalyse. Als waarden voor matrixdichtheid, oliedichtheid en waterdichtheid werden , 3 resp. gebruikt 2,69, o,64 en 1,0 g/cm .
Deze afstand van 55 meter werd onderverdeeld in kleinere delen 40 en een stortgewichtwaarde werd berekend voor elk deel met gebruikmaking 8205003 V 4 <k - 7 - van de genoemde gegevens. Daarna werd de zwaartekracht berekend op punten, gelegen op gelijke afstand, over de gehele afstand van 55 meter. Het resultaat Is op dit punt gelijkwaardig met de zwaartekrachtwaarden die zouden worden waargenomen met een werkelijk gravimetrisch loggereedschap 5 voor een boorgat, hoewel dit dan foutloos zou moeten zijn. Wanneer deze resultaten van zwaartekracht tegen diepte werden terug^gesubstitueerd in vergelijking (5), zouden de water- en olieverzadiging rechtstreeks kunnen worden berekend.
In plaats daarvan worden echter voor bewerkingsdoeleinden 10 fouten Ingevoerd in de berekende zwaartekrachtmetingen, welke meetfouten simuleren, en werd Sw berekend met de vergelijking (5). Het zou niet goed zijn eenvoudig normaal verdeelde fouten voor dit doel op te wekken, daar, zoals blijkt uit fig. 3, de waargenomen verdeling niet volgens Gauss is. Gemeend werd, dat de waargenomen foutenverdeling meer represen-15 tatief voor het werkelijke probleem is. Daarom werd een willekeurige keuze gedaan van een foutwaarde uit de groep van 147 metingen. Deze-werd rekenkundig opgeteld bij de eerste zwaartekrachtmeting en de daardoor ontstaande foutwaarde werd verwijderd uit de groep. Vervolgens werd een andere foutwaarde gekozen en opgeteld bij een tweede zwaarte-20 krachtaflezing en ook deze waarde werd verwijderd uit de groep. Dit werd voortgezet totdat alle berekende zwaartekrachtmetingen waren vervormd door een fout. Natuurlijk waren, zoals de verdelingsgroep van fig. 3 toont, veel fouten gelijk aan 0. Deze door fouten verstoorde zwaarte-krachtaflezingen werden dan afgezwakt door een bepaald middel voordat Sz 25 werd berekend.
Het is duidelijk dat men de wijze van het nemen van een zeer groot aantal monsters kan kiezen. De keus wordt beinvloed door de kosten van het loggen in de praktijk. Bijvoorbeeld zouden 10.Q00· zwaarte-krachtaflezingen een zeer kleine fout in Sveroorzaken, maar dit is 30 niet mogelijk in verband met de kosten. Voor het onderhavige voorbeeld werd een voorzichtig aantal van bij benadering 100 aflezingen genomen over een afstand van 55 meter, waardoor de logkosten tot een aannemelijk bedrag worden verminderd.
Met deze 90 tot 100 aflezingen kan men twee wegen inslaan: 35 a) op een klein aantal punten vele malen een monster nemen en "duidelijk" slechte aflezingen verwijderen, b) een monster nemen op meer punten, maar dan een geringer aantal malen en een vorm van afzwakking toepassen op het gehele samenstel.
De resultaten van de beide wegen zijn afzonderlijk weergegeven.
40 Voor het voorbeeld wordt aangenomen dat het reservoir zodanig 8205003 - 8 - is bewerkt/ dat het kontakt tussen olie en water over 30 meter is gestegen en dat dit contact discontinu is. In een werkelijke situatie kunnen capillaire drukfuncties worden toegevoegd. Ook wordt een uniforme verzadiging met restolie tot 30% aangenomen.
5 Eerst worden resultaten berekend, gebaseerd op 10 gesimuleerde
zwaartekrachtaflezingen, genomen op punten, welke zes meter van elkaar ' liggen. Op elk punt worden de gegevens bestudeerd en werden aflezingen met fouten bij herhalingen groter dan 12 yU gal verwijderd. De behouden aflezingen zijn uitgezet in fig. 4 met de gebroken lijnen, gemerkt BHGM
10 (borehole gravity-meter S ). Het gemiddelde van de behouden punten werd w dan gebruikt voor het berekenen van Sw met de vergelijking (5). De resultaten zijn weergegeven in fig. 4 met de getrokken lijn gemerkt "werkelijke S^" in fig. 4. In deze en volgende figuren wordt de diepte beschouwd van het bovenste punt van de onderzochte afstand af, d.w.z.
15 2591 tot 2646 meter.
De grootste afwijking van de 70% Sw-lijn ligt tussen 43“ en 49 me-v .. ter, maar deze afstand bedraagt slechts 5% verzadiging. Gemiddeld over de volle 30 meter is de fout in Sw 2% verzadiging. Volgens de IOCC classificatie zijn deze resultaten op de grens tussen "uitstekend" en "goed" 20 Opnieuw wordt er echter de aandacht op gevestigd, dat een goede kennis van de poreusheid, bijvoorbeeld uit werkelijke kernmonsters, een eerste vereiste is voor deze resultaten.
Er wordt nu een soortgelijke procedure behandeld, gebaseerd op vijf gesimuleerde aflezingen,elk op punten op een onderlinge afstand 25 van 3 meter. Opnieuw worden fouten in de herhalingen groter dan 12 ^Ugal verwijderd. Fig. 5 toont het resultaat en de betreffende gegevens hébben meer strooiïng ten gevolge van. het kleinere aantal aflezingen per punt.
Men kan het bezwaar maken dat het verwijderen van zwaartekracht-aflezingen die meer dan een willekeurige waarde afwijken van het gemiddel- 30 de niet objectief is. Waargenomen is echter, dat een vaste lijn elke aldus veroorzaakte fout vermindert. Verder is de volgende vergelijking nuttig, die een aflezing afweegt, afhankelijk van hoe dicht deze bij het gemiddelde ligt:/ \ ε v /x. - X \ n
X. exp -j ï I
35 i 1 vw /*. - x\ -
exp -l_i_I
1 Va / 40 820 5 0 0 3 - 9 -
Hierin zijn de waarden de afzonderlijke aflezingen, is X het gemiddelde van de groep aflezingen in een punt en Y het afgewogen resultaat. Fig. 6 toont de gegevens van fig. 4 uitgezet met de volle foutverdeling en de uitsluitingseigenschap van vergelijking (7). De 5 waarden van n en a werden resp. gekozen op 10 en 8, zodanig dat de invloed van een sterk afwijkende aflezing werd verminderd. Ook hier fluctueert het verzadigingspercentage van de restolie - 4% om de werkelijke waarde, hetgeen een aanvaardbare fout is. Met vergelijking(7)werden opnieuw de vijf aflezingen per punt op 3 meter afstand van het voorbeeld 10 vein fig. 5 bekeken. De resultaten zijn weergegeven in fig. 7 en zijn soortgelijk sum die van fig. 5 wat betreft de strooling ten gevolge van het kleinere aantal monsters.
Tenslotte werden de beide methoden tegelijk toegepast. Alle fouten groter dan 12 /Jgal werden verwijderd en vergelijking(7) werd gebruikt. 15 De resultaten voor punten op een afstand van 6 en op een afstand van drie meter met resp. 10 en 5 aflezingen zijn weergegeven in fig. Ά en 9.
Fig. 10 toont in de vorm van een "flow chart" schematisch de uitvoering van de werkwijze voor dit ene voorbeeld. Een groot aantal metingen worden gedaan van de vertikale component van de zwaartekracht 20 op punten in een boorgat, bijvoorbeeld volgens fig. 1, bij 40. De metingen worden herhaald op punten in de boorput, op onderlinge afstand gelegen, bij 42. De afzwakkingstechnieken, boven besproken, worden facultatief toegepast bij 44, voor het verwijderen van metingen buiten de grenzen. Evenzo worden, wanneer een aantal mogelijke kandidaatputten voor verde-25 re oliëwinningstechnieken moeten worden bekenen, de stappen 40 tot 44 herhaald voor de andere putten, bij 46. Tenslotte wordt voor elke put de zwaartekrachtgradiënt t g bepaald, uit de verandering van de zwaartekracht tussen de op afstand gelegen punten in elke put, en wel als functie van hun afstand iZ, bij 48. Dit wordt herhaald voor elk van de op 30 afstand liggende pdbten. bij 50. Dan kan de stortdichtheid van de formatie worden bepaald voor elk van de beschouwde putten, bij 52. Metingen worden gedaan van de matrixdichtheid, de waterdichtheid, de oliedichtheid en de fractionele poreusheid, hetzij bij eerdere productiehandelingen of ten tijde vein de uitvoering van de werkwijze volgens de uitvinding, 35 bij 54. De verzadiging met restolie voor elke put kan dan rechtstreeks worden bepaald uit vergelijking 4, bij 56, en de vergelijking kam worden gemaakt tussen de restoliedichtheidresultaten voor elke put, zodat'die welke de beste kandidaten zijn voor verdere winningstechnieken,kunnen worden vastgesteld.
40 Het zal een deskundige duidelijk zijn bij bestudering van de 8205003 - 10 - bovengegeven wiskundige afleiding en van de bijgaande figuren, dat gravi-metrische methoden in een boorgat nuttig zijn gebleken voor een bevredigende bepaling van de verzadiging met restolie. De resultaten worden verbeterd wanneer tenminste tien zwaartekrachtmetingen worden gedaan op elk punt.
5 Zoals reeds gezegd, moeten de matrixporeusheid en de dichtheden van de matrix, van de betreffende olie en van water, zeer nauwkeurig bekend zijn.
De deskundige zal ook inzien dat er andere meinieren zijn waarop de gevoeligheid en de fijnheid van de gravimetrische methoden kunnen worden gebruikt op andere wijze dein door het doen van een groot aantal metingen 10 op elk punt en het verwijderen van die resultaten, welke meer dan een bepaalde mate afwijken van het gemiddelde van de verdeling, zoals boven is beschreven. Aanvraagster heeft vergelijkbare simulaties van talloze andere methoden uitgevoerd en geconstateerd dat de bovenbeschreven werkwijze de voorkeur verdient. Een mogelijkheid is enkelvoudige gravimetri- 15 sche bepalingen te doen op veel punten en de algemeen bekende Bouguer ano- gebruiken.
malie-werkwijze voor het vinden van het tussenvlak tussen water en olie.te Het filteren echter, dat wordt toegepast voor de verdraaiing in een dergelijke procedure omvat een laagdoorlatend filter, dat een deel van de details vervormt van de gegevens van de Bouguer anomalie. Ook kunnen 20 andere filtertechnieken worden toegepast, bijvoorbeeld het toepassen van bewegende middelingsfilters op de gegevens van de Bouguer anomalie bij het bepalen van het gemiddelde van Sw over een bepaalde diepteafstand.
In sommige omstandigheden kan deze methode nuttig zijn voor het bepalen van het kontakt van de olie en het water.
25 Ook zijn pogingen gedaan de zwaartekrachtkromme te egaliseren door deze in te passen in een polynomiaal. Dit bleek niet bijzonder nuttig te zijn. Evenzo werd filteren met een laagdoorlatend filter toegepast door het kiezen van een afsnij-golfgetal· in het vermogensspectrum van de Bouguer anomalie en het onderdrukken van signaalvermogen boven 30 de afsnijgrens, maar dit was niet succesvol.
Tenslotte- werd een methode beproefd waarbij bewerken van de zg. "wilde punten" werd toegepast, waardoor de punten van de kromme, die het meeste afwijken van het gemiddelde, eerst worden verwijderd. Daarna wordt het gemiddelde opnieuw berekend en worden de nu het meest afwijkende punten 35 verwijderd enz. Opnieuw waren de resultaten niet beter dan met de hierboven in detail beschreven methoden.
Een laatste punt, dat moet worden genoemd, is dat de berekening van de partiële afgeleide van Sw naar de poreusheid aangeeft dat een po-reusheidsfout van 1% een fout van 12% in de verzadiging kan veroorzaken.
40 Hoewel poreusheidsmetingen in het laboratorium gewoonlijk goed zijn tot 8205003 * - 11 - ongeveer 0fl% poreusheid, zodat goede kerngegevens de fout in kunnen verminderen, wanneer berekend met de bovenbeschreven methoden, tot minder dan 2% verzadiging, is het belangrijk dat de poreusheidswaarde bekend is met een grote mate van nauwkeurigheid.
5 De deskundige zal inzien dat met het uitvoeren van de werkwijze volgens de uitvinding bij een aantal putten, welke worden beschouwd als mogelijke kandidaten voor tertiaire winningstechnieken, beoordeeld kan worden welke putten de beste keu$ of keuzen zijn voor deze technieken.
In het bijzonder kan de verzadiging met restolie van een bepaalde for-10 matie rondom een bepaalde put worden gebruikt tezamen met de vroegere produktiehistorie van de put, die aangeeft de grootte van het onderzochte veld, voor het maken van een verstandige beslissing welke van een aantal vroeger bewerkte putten de beste kandidaat of kandidaten zijn voor verdere winningstechnieken.
15 « 8205003
Claims (5)
1. Werkwijze voor het bepalen van de verzadiging met restolie van een oliehoudende formatie, gekenmerkt door het bewegen van een gravi-metrisch loggereedschap door een boorgat in de formatie, het meten van de zwaartekracht op punten in het boorgat, welke op onderlinge afstand 5 liggen, het bepalen van de zwaartekrachtgradiënt van de formatie, de vergelijking van deze metingen van de zwaartekracht op opvolgende punten, het bepalen van de stortdichtheid van de formatie uit de verandering van de zwaartekrachtsgradiënt op deze opvolgende punten en uit de vertikale afstand tussen de opvolgende punten, het meten van de matrixdichtheid, 10 de waterdichtheid, de oliedichtheid en de fractionele poreusheid van de formatie, en het bepalen vein de verzadiging met restolie uit de eerder bepaalde stortdichtheid en uit de gemeten matrixdichtheid, waterdichtheid, oliedichtheid en fractionele poreusheid. -
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de stap 15 van het meten van de zwaartekracht de stappen omvat van het herhaald meten van de zwaartekracht op elk punt en het uit het resultaat verwijderen van de zwaartekrachtmetingen die meer dan een statistisch bepaalde waarde afwijken van het gemiddelde van de metingen, gedaan op elk punt.
3. Werkwijze voor het bepalen welke van een aantal tevoren 20 bewerkte boorputten in een oliehoudende formatie het geschiktst zijn voor verdere ontwikkeling door bepaling van de verzadiging met restolie vein de putten, gekenmerkt door de stappen van het uitvoeren van gravimetri-sche logbewerkingen in een boorgat in elk van de putten, welke bewerkingen de stappen omvatten van het meten van de vertikale component vein 25 de zwaartekracht op punten, welke op onderlinge afstand liggen, binnen elke boorput, waarvan bekend is dat deze zich bevindt in de nabijheid van oliehoudende formaties, voor het bepalen van het stortgewicht van de formatie, en het berekenen van de waterverzadiging uit dit stortgewicht en eerder bepaalde waarden van de matrixdichtheid, de waterdichtheid, de 30 oliedichtheid en de fractionele poreusheid van de formatie, het bepalen van de verzadiging met restolie uit de waterverzadiging en het vergelijken van de verzadiging met restolie van elke put met die van andere putten, waardoor kan worden bepaald welke putten de hoogste verzadiging met restolie hebben.
4. Werkwijze volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat een aantal gravimetrische metingen worden gedaan op elk van de in de boorputten op onderlinge afstand gelegen punten. 8205003 4 . ...» - -
5. Werkwijze volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de meervoudige metingen op elk van de bepaalde, op afstand liggende punten in elke boorput worden bestudeerd, waarbij de metingen, die afwijken van het gemiddelde van de metingen, gedaan op elk bepaald punt, met meer dan 5 een bepaalde waarde, niet worden gebruikt voor de berekening van het stortgewicht op dat punt. 10 8205003
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US33840082 | 1982-01-08 | ||
| US06/338,400 US4399693A (en) | 1982-01-08 | 1982-01-08 | Applications of borehole gravimetric techniques to determine residual oil saturation |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8205003A true NL8205003A (nl) | 1983-08-01 |
Family
ID=23324674
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8205003A NL8205003A (nl) | 1982-01-08 | 1982-12-27 | Werkwijze voor het bepalen van de verzadiging van een formatie met restolie. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4399693A (nl) |
| CA (1) | CA1188980A (nl) |
| GB (1) | GB2113278B (nl) |
| NL (1) | NL8205003A (nl) |
| NO (1) | NO160677C (nl) |
Families Citing this family (19)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4513618A (en) * | 1982-04-02 | 1985-04-30 | Standard Oil Company (Indiana) | Gravity gradiometer and method |
| US4457168A (en) * | 1983-03-10 | 1984-07-03 | Standard Oil Company | Automated borehole gravity meter system |
| US4475386A (en) * | 1983-06-06 | 1984-10-09 | Mobil Oil Corporation | Borehole gravimetry system |
| US4517836A (en) * | 1983-10-25 | 1985-05-21 | Mobil Oil Corporation | Method for determining oil saturation in a subsurface formation |
| US4602508A (en) * | 1984-10-04 | 1986-07-29 | Mobil Oil Corporation | Continuous gravity gradient logging |
| US4596139A (en) * | 1985-01-28 | 1986-06-24 | Mobil Oil Corporation | Depth referencing system for a borehole gravimetry system |
| US4583397A (en) * | 1985-06-06 | 1986-04-22 | Amoco Corporation | Method of geophysical exploration in a well borehole |
| US4625547A (en) * | 1985-12-23 | 1986-12-02 | Mobil Oil Corporation | Borehole gravimetry logging |
| US4809545A (en) * | 1986-05-30 | 1989-03-07 | Mobil Oil Corporation | Gravimetry logging |
| US5218864A (en) * | 1991-12-10 | 1993-06-15 | Conoco Inc. | Layer density determination using surface and deviated borehole gravity values |
| US5294553A (en) * | 1993-04-06 | 1994-03-15 | The United States Of America As Represented By The Administrator Of The Environmental Protection Agency | Method for the gravimetric determination of oil and grease |
| US6028270A (en) * | 1998-10-16 | 2000-02-22 | The United States Of America As Represented By The Army Corps Of Engineers | Noninvasive mass determination stockpiled materials |
| RU2178515C1 (ru) * | 2000-08-01 | 2002-01-20 | Общество с ограниченной ответственностью "ЮганскНИПИнефть" | Способ определения остаточной нефтенасыщенности |
| CN101592536B (zh) * | 2008-05-30 | 2012-09-26 | 鸿富锦精密工业(深圳)有限公司 | 重力感测器及其应用的便携式电子设备 |
| US8327468B2 (en) * | 2008-12-31 | 2012-12-11 | Lawrence Greg Bronstein | Vest insert for tactical training |
| US9002648B2 (en) | 2010-02-02 | 2015-04-07 | Schlumberger Technology Corporation | Method and apparatus for precise positioning of a borehole measurement instrument |
| CA2755229C (en) * | 2010-10-14 | 2019-02-26 | Scintrex Limited | Borehole logging system and method |
| US10072500B2 (en) | 2013-06-26 | 2018-09-11 | Baker Hughes, A Ge Company, Llc | Gravity monitoring of a water-flooded zone in areal sweep |
| CN104912551B (zh) * | 2015-05-08 | 2017-08-25 | 中国海洋石油总公司 | 一种油水相渗曲线和驱油效率的标定方法 |
Family Cites Families (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US2570659A (en) * | 1948-11-01 | 1951-10-09 | Shell Dev | Borehole gravity meter |
| US3060371A (en) * | 1955-07-20 | 1962-10-23 | Townsend Jonathan | Geological prospecting process and apparatus |
| US3472076A (en) * | 1966-02-07 | 1969-10-14 | Exxon Production Research Co | Gravity meter |
| US3717036A (en) * | 1970-04-06 | 1973-02-20 | Lacoste & Romberg | Force measuring device |
| GB1473096A (nl) * | 1973-05-01 | 1977-05-11 | ||
| US3878890A (en) * | 1973-11-28 | 1975-04-22 | Continental Oil Co | Determination of residual oil in a formation |
-
1982
- 1982-01-08 US US06/338,400 patent/US4399693A/en not_active Expired - Lifetime
- 1982-12-22 CA CA000418390A patent/CA1188980A/en not_active Expired
- 1982-12-27 NL NL8205003A patent/NL8205003A/nl not_active Application Discontinuation
-
1983
- 1983-01-06 NO NO830036A patent/NO160677C/no unknown
- 1983-01-06 GB GB08300264A patent/GB2113278B/en not_active Expired
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| NO160677B (no) | 1989-02-06 |
| US4399693A (en) | 1983-08-23 |
| CA1188980A (en) | 1985-06-18 |
| NO830036L (no) | 1983-07-11 |
| GB2113278A (en) | 1983-08-03 |
| NO160677C (no) | 1989-05-16 |
| GB8300264D0 (en) | 1983-02-09 |
| GB2113278B (en) | 1985-02-27 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8205003A (nl) | Werkwijze voor het bepalen van de verzadiging van een formatie met restolie. | |
| Hall | Compressibility of reservoir rocks | |
| CN108713089B (zh) | 基于钻孔流体和钻探录井估计地层性质 | |
| EP1800149B1 (en) | Improving the accuracy of shaly sand formation evaluation | |
| Bredehoeft et al. | The hydrodynamics of the Big Horn Basin: A study of the role of faults | |
| EP0460927A2 (en) | Method for logging hydraulic characteristics of a formation | |
| EP1158139B1 (en) | Pyrolytic oil-productivity index method for predicting reservoir rock and oil characteristics | |
| US4953399A (en) | Method and apparatus for determining characteristics of clay-bearing formations | |
| GB2421794A (en) | Evaluating fluid saturation using a triple water model | |
| US4594887A (en) | Method and apparatus for determining characteristics of clay-bearing formations | |
| US20070112518A1 (en) | Method and Apparatus for Measuring the Wettability of Geological Formations | |
| MX2007007060A (es) | Metodo para la determinacion de la saturacion de agua de una formacion subterranea. | |
| CN119004289A (zh) | 一种基于地质约束的测井参数融合聚类的成岩相识别方法 | |
| US4756189A (en) | Method and apparatus for determining characteristics of clay-bearing formations | |
| Woodhouse | Accurate reservoir water saturations from oil-mud cores: Questions and answers from Prudhoe Bay and beyond | |
| CN112145165B (zh) | 一种微裂缝-孔隙型储层动静态渗透率转换方法 | |
| CN114076990A (zh) | 油页岩反射能量确定方法、系统、存储介质及电子设备 | |
| Danilovskiy et al. | Deep-learning-based noniterative 2D-inversion of unfocused lateral logs | |
| CN120706309A (zh) | 一种水平井储层解释模型的构建方法 | |
| CN110873904B (zh) | 流体识别方法及装置 | |
| CN118363077A (zh) | 天然气水合物储层类型现场识别方法、装置及设备 | |
| CN113187470B (zh) | 一种井剖面上识别页岩油层和常规油层的方法及装置 | |
| Yu et al. | Understanding the synergistic impact of stress release and cementation on sandstone using sound waves—Implications for exhumation estimation | |
| McCoy et al. | Use of resistivity logs to calculate water saturation at Prudhoe bay | |
| CN120337180B (zh) | 一种测井含水饱和度计算方法、装置、设备及介质 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed |