[go: up one dir, main page]

NL8204891A - Elektrische contactrail voor voeding, alsmede bijbehorende aansluitinrichting. - Google Patents

Elektrische contactrail voor voeding, alsmede bijbehorende aansluitinrichting. Download PDF

Info

Publication number
NL8204891A
NL8204891A NL8204891A NL8204891A NL8204891A NL 8204891 A NL8204891 A NL 8204891A NL 8204891 A NL8204891 A NL 8204891A NL 8204891 A NL8204891 A NL 8204891A NL 8204891 A NL8204891 A NL 8204891A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
contact
rail
contact rail
intended
conductors
Prior art date
Application number
NL8204891A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Harald Widell Jan Widell En Ni
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Harald Widell Jan Widell En Ni filed Critical Harald Widell Jan Widell En Ni
Publication of NL8204891A publication Critical patent/NL8204891A/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H01ELECTRIC ELEMENTS
    • H01RELECTRICALLY-CONDUCTIVE CONNECTIONS; STRUCTURAL ASSOCIATIONS OF A PLURALITY OF MUTUALLY-INSULATED ELECTRICAL CONNECTING ELEMENTS; COUPLING DEVICES; CURRENT COLLECTORS
    • H01R25/00Coupling parts adapted for simultaneous co-operation with two or more identical counterparts, e.g. for distributing energy to two or more circuits
    • H01R25/14Rails or bus-bars constructed so that the counterparts can be connected thereto at any point along their length

Landscapes

  • Connector Housings Or Holding Contact Members (AREA)
  • Connections Arranged To Contact A Plurality Of Conductors (AREA)
  • Details Of Connecting Devices For Male And Female Coupling (AREA)
  • Distribution Board (AREA)
  • Installation Of Bus-Bars (AREA)

Description

----* > VO 3998
Elektrische contactrail voor voeding, alsmede bijbehorende aansluitinrichting.
De uitvinding heeft betrekking op een elektrische contactrail voor voeding, alsmede een bijbehorende aansluitinrichting.
Contactrails voor het afleiden van elektrische energie zijn bekend. Met behulp van de vermelde aansluitinrichtingen is het mogelijk 5 om elektrische toestellen op een willekeurige plaats langs de contactrail te voeden met elektrische energie. Deze contactrails hebben echter het nadeel, dat spanningvoerende leidingen in meer of mindere mate van buiten toegankelijk zijn en derhalve een blijvend gevaar betekenen.
Voor contactrails is derhalve in de regel een minimale hoogte voorge-10 schreven, waarboven het monteren van dergelijke contactrails pas toelaatbaar is. De niet naar beneden te overschrijden monteerhoogte beperkt het gebruik van contactrail-stelsels tot toepassingen^waarbij de minimale monteerhoogte werkelijk kan worden aangehouden. Uit de Zweedse-octrooiaanvrage 71-6528 is een verlichtingsuitvoering bekend 15 met een U-vormige contactrail, waarbij de elektrische geleiders zijn gebed in groeven, die in de richting naar de elektrische toestellen zijn geopend, respectievelijk waarvan de openingen symmetrisch verder naar binnen in de contactrail naar elkaar zijn gericht. Hierbij bestaat weliswaar geen direct gevaar voor aanraking omdat de elektrische geleiders 20 diep zijn gebed in elektrisch geïsoleerde profielen, maar is toch door een ondoelmatig hanteren, bijvoorbeeld het door kinderen insteken van elektrisch geleidende voorwerpen, nog een gevaar aanwezig.
Aan de uitvinding ligt de opgave ten grondslag een elektrische contactrail voor sterk- en zwakstroomvoeding, alsmede een bijbehorende 25 aansluitinrichting te verschaffen, die dienen voor de voeding, te weten de toevoer en verdeling van elektrische stroom, alsmede voor telecommunicatie technische signalen, en die zodanig veilig zijn opgebouwd, dat een risico met betrekking tot foutief insteken of gevaarlijk aanraken tot een minimum wordt beperkt, zodat de contactrail op een willekeurige 30 hoogte kan worden gemonteerd. De contactrail moet de mogelijkheid bieden om vele verschillende fasen bedrijfszeker en betrouwbaar te benutten. De contactrail moet een aansprekende vormgeving hebben, eenvoudig en goedkoop zijn te vervaardigen en met gebruik van zo klein mogelijke monteertijden kunnen worden geïnstalleerd. Bovendien moet de mogelijkheid 8204891 -2- . * zijn gegeven van het op eenvoudige en bedrijfszekere wijze verlengen of verkorten van de contactrail. Het monteren moet zowel rechtlijnig, alsook gebogen of onder een hoek mogelijk zijn.
De opgave wordt opgelost door de in het onderscheidende kenmerk 5 van conclusie 1 aangegeven maatregelen.
De uitvinding heeft ten opzichte van het bekende de voordelen, dat bij een elektrische contactrail een vergrote zekerheid is gegeven tegen aanraking en tegen het insteken van vreemde lichamen, waardoor zelfs bij toepassing voor sterkstroom het op een willekeurige hoogte aanbrengen 10 van de contactrail mogelijk is. De contactrail en de bijbehorende aan-sluitinrichtingen zijn geschikt voor verschillende netten, zoals bijvoorbeeld in het kader van sterkstroomvoeding en ook voor communicatietechnische leidingen en stuurleidingen in het zwakstroomgebied.
De contactrail alsmede de aansluitinrichtingen zijn eenvoudig te ver-15 vaardigen en hebben een esthetisch aansprekende vormgeving, kunnen snel en betrouwbaar worden geïnstalleerd, uitgebreid en op andere wijze cmgebouwd. Hierbij kunnen verlengingen, verkortingen, het installeren in het boekgebied van ruimten en onder een willekeurige hoek staande leidinglegeringen worden verwezenlijkt. Hierbij is het van belang, dat 20 verandeirngen van de contactrail en de plaatselijke uitvoering van de aansluitinrichtingen kunnen worden uitgevoerd zonder de contactrail te moeten scheiden van het betreffende elektrische net. De mechanische belastbaarheid van de aansluitinrichtingen wordt ten opzichte van bekende aansluitverloopstukken aanzienlijk verbeterd, omdat bijvoorbeeld 25 een trekbelasting geen enkele verslechtering van het contact teweegbrengt. Hierdoor is de toepassing van een aansluitinrichting als contactdoos zonder moeilijkheden mogelijk.
De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de tekening, waarin: 30 fig. 1 een ruimtelijk aanzicht is van een uitvoeringsvoorbeeld van de contactrail met aangebrachte aansluitinrichting, alsmede een hoekstuk, fig. 2 een doorsnede is van een uitvoeringsvoorbeeld van de contactrail met aangebrachte aansluitinrichting, 35 fig. 3 een ruimtelijk aanzicht is met uiteengenomen delen van een verbindingsconstructie voor het maken van galvanische verbindingen 8204891 -3- * van alle geleiders van naburige contactrailverlengingen met een afdek-plaat als afsluitdeksel, fig. 4 een ruimtelijk aanzicht is vanaf de achterzijde van een aan-slui tinrichting, 5 fig. 5 de aansluitinrichting volgens fig.4 in geactiveerde toe stand toont, waarbij ook sterkstroomverbindingen zijn gemaakt, fig. 6 een ruimtelijk aanzicht is met uiteengenomen delen van de aansluitinrichting volgens de voorgaande figuren en in de uit fig. 5 blijkende toestand, 10 fig. 7 een onderaanzicht is vein de aansluitinrichting volgens fig. 4, fig. 8 een bovenaanzicht is van de aansluitinrichting volgens fig. 4, fig. 9 een doorsnede is van een einder uitvoeringsvoorbeeld 15 van de contactrail met aanvullende contactmogelijkheden voor het communicatietechnisch of stuurtechnisch contact maken, fig. 10 een ruimtelijk aanzicht is van de achterzijde van een ander uitvoeringsvoorbeeld van de aansluitinrichting voor toepassing in samenhang met de contactrail volgens fig. 9, 20 fig. 11 een doorsnede is van een door middel van een stang bevestigde contactrail met zijdelingse bekledingen, en fig. 12 een doorsnede van de contactrail met zijdelingse bekledingen en haakbevestiging.
Uit de voorstelling van fig, 1 zijn de belangrijkste onderdelen 25 van het onderwerp van de uitvinding- te zien, te weten een contactrail 1, een aansluitinrichting 2 voor een directe aansluiting van elektrische en soortgelijke toestellen, twee verbindingsinrichtingen 122 met bijbehorende afdekplaat 136>en een hoekstuk 120 met een bijbehorende balg 121, alsmede een eindplaat 119 als afsluiting van de contactrail.
30 De contactrail 1 (fig. 2) omvat een hol, bij voorkeur C-vormig lichaam 3, bij voorkeur met een rechtop staand of liggend, enigszins langwerpig, rechthoekig profiel, waarvan de ene lengtezijde is uit-gevoerd als achterwand 4 met daarop aansluitende zijwanden 5 en 6, die op hun beurt overgaan in voorwanden 7 en 8. Deze laatste zijn naar achter 35 in de richting naar de achterwand 4 omgebogen en vormen zodoende openings- 8204891 -4— wanden 9 en 10, die onderling een opening 11 insluiten. De vrije randen van de openingswanden 9 en 10 eindigen elk in een haakprofiel 12 resp. 13, dat in de richting van de zijwanden 5,6 wijst, waarbij de haakpro-fielen zich bevinden tegenover andere haakprofielen 14,15 aan de binnenzijden van de zijwanden.
Het zodoende gevormde lichaam sluit een holle ruimte 16 (fig.2) in, en omvat bij voorkeur aan de buitenzijde van de achterwand 4 aangebrachte, uitstekende montageprofielen 17 en 20 op een geschikte afstand voor het aan de wand bevestigen van de contactrail, waarbij tussen de montageprofielen andere montageprofielen 18,19 op een geschikte afstand kunnen zijn voorzien voor het aan het plafond monteren van de contactrail. Al deze montageprofielen hebben paarsgewijs in tegengestelde richting gerichte flenzen voor bevestiging van de contactrail aan een op zichzelf bekende console of andere bevestigingsmiddelen.
Het ene, binnenste montageprofiel 18 is bij voorkeur voorzien van een groef 21, die in de richting naar de holle ruimte 16 open is en daar haakprofielen 22. 23 heeft. De bij de overgang van de groef 21 naar de holle ruimte 16 aangebrachte haakprofielen dienen voor het vastzetten van een aardgeleider 24, die bij het uitvoeringsvoorbeeld is uitgevoerd als een in hoofdzaak ü-vormige klemlijst met convexe, naar binnen gebogen benen voor het vormen van een betrouwbare, veerkrachtige contact druk.
De ruimten tussen de haakprofielen 12 resp. 13, de openingswanden 9 resp. 10, de voorwanden 7 resp. 8, de zijwanden 5 resp. 6 en de haakprofielen 14 resp. 15 zijn uitgevoerd voor het opnemen van een betreffende isolatielijst 25 resp. 26 van een geschikt elektrisch isolatiemateriaal, bijvoorbeeld een geschikt kunststofmateriaal met bepaalde veerkrachtige eigenschappen. Elke isolatielijst heeft een basis 27 resp. 28, die aanligt tegen de bijbehorende voorwand 7,8, vanwaar centrale, paarsgewijze toegepaste lippen 29,30 resp. 31,32 in de richting naar de holle ruimte 16 zijn gericht, waardoor een profiel, bijvoorbeeld een in hoofdzaak rechthoekig kanaal 33 resp. 34 wordt gevormd voor het opnemen van geleiders 35 resp. 36 resp. voor het opnemen van een nul-geleider 37. Deze geleiders hebben bij voorkeur dezelfde of soortgelijke gedaante als de aardgeleider 24. De buitenliggen-de benen van elke isolatielijst zijn voorzien van schouders 143,144 resp. 145, 146 voor het insnappen en vasthaken achter de haakprofielen 8204891 *> -» -5- 12,14 resp. 13,15. Deze benen liggen met gebogen vrije einden paarsgewijs veerkrachtig tegen elkaar, waarbij zij een wigvormige ingangs-opening vormen vanuit de holle ruimte 16, die gewoonlijk niet in verbinding staat met de kanalen en zodoende de geleiders. Deze geleiders 5 zijn derhalve volledig beschermd tegen aanraken en kunnen zelfs worden beschouwd als beveiligd tegen sproei- en druppelwater. Pas wanneer hierna beschreven elektrische contacten met een bepaalde kracht in de beenopeningen naar binnen worden geschoven, wordt de sluitkracht van de benen overwonnen en kunnen de contacten zodoende naar binnen 10 dringen en in aanraking komen met de aangebrachte geleiders.
In de contactrail 1 (fig.2) is de aansluitinrichting 2 toegepast, die hierna gedetailleerder wordt beschreven. Met verwijzing naar de voorgaande uiteenzettingen kan echter toch reeds worden vermeld, dat de benen en de geleiders door de ingestoken contactmessen veer-15 krachtige vervormingen hebben ondergaan.
Uit de voorstelling van fig. 3 blijkt een geopende verbindings-uitvoering 122, die hierna nog wordt beschreven.
De in fig. 1 waar te nemen aansluitinrichting 2 is bij dit uitvoeringsvoorbeeld uitgevoerd als contactdoos, waarin een netsteker 20 kan worden aangesloten voor aansluiting van willekeurige elektrische toestellen. Natuurlijk is de constructie van de aansluitinrichting in beginsel ook geschikt voor het direct aansluiten van elektrische toestellen, enz., waartoe de contactdoos is uitgevoerd als een geschikt en op zichzelf bekend overgangs- of aansluitdeel voor bijvoorbeeld een 25 elektrische kabel. Aan de hand van fig. 4, 5 en 6 wordt de aansluitinrichting 2 gedetailleerd beschreven.
Een front 39 (fig. 1,4, 5,6) kan zijn uitgevoerd als een aan de voorzijde in beginsel gesloten, vlak rechthoekig kapsel-lichaam, dat derhalve naar achter open is. Wanneer de aansluitinrichting 30 2, zoals bij het uitvoeringsvoorbeeld, is uitgevoerd als contactdoos, heeft zij aan haar voorzijde een verdiept aangebracht contactdoosinzetstuk 40, dat via een flens 38 tegen het front van de aansluitinrichting rust.
De vermelde contactdoos is voor wat betreft alle belangrijke delen daarvan op zichzelf bekend en behoeft derhalve hier niet gedetailleerd 35 te worden beschreven. Zijdelings is aan de als contactdoos uitgevoerde aansluitinrichting, een uitsparing 41 (fig. 6) voorzien voor 8204891 -6 het opnemen van een schakelaar 42 met ingebouwde veiligheid, welke schakelaar bij het uitvoeringsvoorbeeld is uitgevoerd als tuimel-schakelaar. De schakelaar 42 en de veiligheid kunnen als een constructie-eenheid zijn samengevoegd en voor het monteren vanaf de voorzijde 5 van de aansluitinrichting in de richting van de pijl 42' (fig.6) in de uitsparing 41 worden geschoven en daarin snappen. Hiertoe dienen op zichzelf bekende haakprofielen (in de tekening niet afgebeeld), die achter het front van de aansluitinrichting op een geschikte plaats zijn aangebracht. De schakelaar 42 met ingebouwde veiligheid is voorzien 10 van zijdelings uitstekende, bij het uitvoeringsvoorbeeld als vlakke pennen uitgevoerde elektrische aansluitingen 43,44, die hierna nog worden beschreven.
Achter het front 39 zijn een onderste halve kap 45 en een bovenste halve kap 46 aangebracht. Deze twee delen zijn gelijk of soort-15 gelijk uitgevoerd, zodat zij met een en dezelfde vorm zijn te vervaardigen. De twee halve kappen vormen als huishelften 47,48 in zekere zin een achterwaartse verlenging van het front , en gaan over in een insteekdeel 49,50. Zij vormen een trapsgewijze vermindering van de dikte van de aansluitinrichting in dit gebied.waarbij deze dikte van 20 de aansluitinrichting is aangebracht aan de breedte van de opening 11 van de contactrail (fig.1). Hierbij kan bijvoorbeeld de onderste halve kap 45 naar boven wijzende, zijdelingse sponningen 51,52 hebben, waarin de bovenste halve kap 46 met zijn vrije randen kan aangrijpen. Beide huishelften 47,48 kunnen in hun hoeken voor schroeven geschikte 25 legeringen 53, resp. 54 hebben, die bij het uitvoeringsvoorbeeld hulsvormig zijn uitgevoerd (fig.6), waardoor montageschroeven kunnen worden gestoken en in bijbehorende schroefhulsen aan de binnenkant achter het front 39 kunnen worden geschroefd. Op deze wijze wordt het front met de huishelften bij elkaar gehouden, waarbij de huis-30 helften bij elkaar worden gehouden door dwars verlopende, voor het monteren dienende schroeven 57, die komen te liggen in geleidingen 56 in het inwendige van de insteekdelen. Tussen het front en de huishelften is bij voorkeur een rondom zich uitstrekkende groef 58 voor-> zien, die in hoofdzaak dient voor de vormgeving. Aan het achterste of 35 vrije einde van elk insteekdeel 49 resp. 50 is een naar achteren, in hoofdzaak naar boven en naar onder open uitsparing 59 resp. 60 voorzien, 3204891 -7.
die door een aanslag 61 resp. 62 zijdelings is begrensd of gedeeltelijk gesloten, waarbij elke aanslag bij voorkeur in een vlak ligt met de bijbehorende bodem van het betreffende insteekdeel.
Het is ook denkbaar dat het contactdoosinzetstuk, het front en 5 de huishelften uit een stuk van kunststofmateriaal of dergelijke bijvoorbeeld in een spuitgietwerkwijze worden vervaardigd. Evenzo zou het mogelijk zijn de twee huishelften op zichzelf als een gesloten eenheid te vervaardigen.
Door het centraal in de aansluitinrichting 2 aangebrachte con-10 tactdoosinzetstuk 40 strekt zich een draaihuls 63 uit van kunststof materiaal of metaal met een axiaal doorlopende boring 64 en een kop 65, die overgaat in een flens 66 en in het contactdoosinzetstuk naar voren wijst, alsmede met uitsparingen 67. In de kop 65 gaat de boring 64 over in een kegelvormige verwijding 68, die dient voor het opnemen van de 15 kop van een verzonken schroef 69, en voldoende ruimte laat voor een gereedschap voor het draaien van de schroef. Opdat de draaihuls niet in het contactdoosinzetstuk kan verschuiven, is de draaihuls voor-zien van vastzetgroeven 70, waarvan er althans een met de grotere afstand tot de kop 65 in de tekening (fig.6) is te zien, waarbij 20 een voorste vasthoudring 72 en een achterste vasthoudring 71 in de vastzetgroeven worden geplaatst. Tussen de voorste vasthoudring en de kop van de draaihuls komt de bodem te liggen van het contactdoosinzetstuk, en de achterste vasthoudring verankert een hierna beschreven aardkiem 100.
25 Het achterste einde van de draaihuls 63 is gedeeld v3or het vormen van vorkbanen 73,74 en een vorkopening 75, in de mond waarvan de vorkbenen naar binnen reikende klauwen 76,77 vormen. Het zodoende uitgevoerde, achterste einde van de draaihuls is getrapt en draagt een dwars aangebrachte contactbalk 78 van elektrisch isolatiemateriaal, 30 bij voorkeur een kunststofmateriaal. De contactbalk heeft bij voorkeur de gedaante van een parallelopipedum met een centraal doorlopende boring 79 en nabij aangebrachte openingen 8Q81 voor de vorkbenen, waarbij de openingen overeenkomen met het profiel van het einde van de draaihuls met inbegrip van de klauwen, zodat deze delen in de 35 contactbalk kunnen worden gestoken, waarbij een afsluitplaat 82 is voorzien aan de achterzijde van de contactbalk en door middel van 8204891 -8- • ' de klauwen 76,77 in haar stand wordt gehouden, waarin de afsluitplaat aan de contactbalk wordt gehouden en zodoende alle delen op hun plaats bij elkaar worden gehouden.
De contactbalk dient in de eerste plaats voor het opnemen van een 5 bij voorbeeld U-vormige contactplaat 84 voor de nulgeleider met benen 85,86 en een lijf 87. Deze plaat kan met haar benen vanaf de achterzijde van de contactbalk naar binnen worden geschoven, waarbij het bovenste been 85 in een passende sleuf 88 kan worden geschoven, en het onderste been 86 in een ten opzichte van de bovenste sleuf grotere 10 opening 89, waar bovendien contactbenen als elektrische geleiders!kunnen worden aangebracht. Aan de ene zijde van de contactbalk bevindt zich behalve een onderste fasekiesopening, een onderste faseschaal voor het gemakkelijk kiezen van de fase, hetgeen hierna nog wordt beschreven.
Op soortgelijke wijze heeft de contactbalk aan de bovenkant van 15 de boring 79 en de openingen 80,81, een bovenste sleuf 91 voor het opnemen van een fasecontact, en daarboven een grotere opening 92 0 voor fasekeuze met een daarnaast aangebrachte, bovenste faseschaal 93.
De sleuf 91 en de opening 92 zijn bestemd voor een haakse contactplaat 94, waaraan een door de sleuf 91 heen dringende contacttong 95 voor 20 de fase alsmede een naar boven gebogen vasthoudbeen 96 met naar binnen gebogen zijranden zijn voorzien, waarbij de naar binnen gebogen zijranden zijn voorzien voor het vastzetten van een omgebogen fasekiezer 97, die met het gestrekte been 98 in de opening 92 naar binnen reikten een omgebogen glijbeen 98 heeft, waarmee hij onder de omgeflensde randen 25 aan het vasthoudbeen 96 naar binnen wordt geschoven, voor welk doel de fasekiezer kan zijn voorzien van uit de figuren blijkende inkepingen in de benen 98 en/of voor welk doel de benen 99 kunnen zijn verbreed.
De draaihuls draagt ook een aardkiem 100, die een bescherm-contact 101 en een boring 102 omvat. Het beschermcontact is U-vormig en 30 voor het aangrijpen in het contactdoosinzetstuk op een op zichzelf bekende wijze naar voren gericht. In dit geval ligt het beschermcontact in een vertikaal vlak. Zijn onderste been gaat over in een naar achter gericht aanzetstuk, te weten in een horizontaal gerichte contactrail-beugel 103, waarvan de vrije einden worden toegepast als ccntactpennen 35 104,105 voor de aarde, waarbij zij zijn bestemd om uit het achterste of vrije einde van het ene insteekdeel naar buiten te steken en aan te 3204391 -9- grijpen In de aardgeleider 24 (fig.2).
Hoewel de insteekdelen 49,50 identiek zijn, garandeert de ene, althans uit de ene helft naar buiten stekende, als aardcontact dienende contactpen 104 in combinatie met de asymmetrische aanbrenging van de groef 5 21 (fig. 2) en van de aardgeleider 24, dat de aansluitinrichting in de contactrail slechts in een bepaalde stand naar binnen kan worden gestoken, welke stand vooruit is bepaald door de fasekeuze.
Hierdoor zijn foutieve aansluitingen volkomen uitgesloten. In een foute stand is het voor de aansluitinrichting onmogelijk de contact-10 balk uit de niet-geactiveerde stand daarvan te verstellen, hetgeen hierna nog wordt beschreven.
Vanaf het contactdoosinzetstuk 40 strekken zich naar achter penhulscontacten 106,107 uit voor het opnemen van penhulsen 108,109, waarin een netsteker met zijn pennen kan aangrijpen.De in de tekening links 15 aangebrachte penhuls 108 sluit aan op een naar achter gerichte steun 110 voor de penhuls, en de in de tekening rechts aangebrachte penhuls 109 sluit aan op een naar achter gerichte steun 111 voor de penhuls. De steun 110 is voor het opnemen van het bovenste been 85 van de nulgeleiderplaat, waarbij de steun 111 dient om de onderste aanslui-20 ting 43 van de veili^gheid op te nemen, waarvan de bovenste aansluiting 44 in een steun 113 wordt gelegerd vein een omgebogen verbindingsstuk 112, waarvan de andere steun 114 naeir achter is gericht en dient voor het opnemen van de contacttong 95, die door de sleuf 91 heen reikt en bezet is met een faze.
25 Omdat de vermelde benen, die zijn bezet met een faze, in de steunen 110, 114 worden geschoven> zijn zij later vast verankerd in de aansluitinrichting, waarvan de insteekdelen voor dit doel vastzet benen 115,116 (fig.6) hebben aan de bodem van het insteekdeel, welke benen in het profiel klauwvormig naar elkaar lopen, zodat de 30 boringen zijn beveiligd tegen ongewild verschuiven in dwarsrichting.
Elk insteekdeel heeft in het gebied van zijn uitsparing 59,60 natuurlijk een doorgangsopening 117 voor de vermelde steunen of de vermelde benen, en verder een uitsparing 118 voor de draaihuls.
De onderhavige aansluitinrichting heeft in gemonteerde 35 toestand de uit de overige figuren van de tekening blijkende vormgeving, in de uitgenomen of ingestoken toestand is de contact-balk 78 ingetrokken of in het insteekdeel 49,50 naar binnen gezwenkt 8204891 * « -ιοί fig. 4,7,8). Hierbij ligt de contactbalk aan tegen de aanslagen 61,62, zodat hij van voren gezien (fig. 1) niet linksom kan draaien.
Bij deze toestand bevindt de contactbalk zich verder op enige afstand van de bodem van de uitsparingen 59,60, welke ruimte dient 5 voor het opnemen van de benen 85,86,95 en 98, die zich als contact-messen uitstrekken vanaf de contactbalk.
Wanneer de aansluitinrichting dan elektrisch geleidend moet worden aangesloten op de contactrail, wordt het insteekdeel in de contactrail naar binnen geleid totdat de contactpen 104,105 (fig.4) 10 in de aardgeleider 24 (fig. 2) naar binnen is gedrongen, waarbij het insteekdeel gelijktijdig enigermate als aanslag kan oplopen tegen de achterwand 4 van de contactrail. Hierbij kunnen zelfs de huishelften 47,48 gelijktijdig tegen de voorzijden 7,8 van de contactrail stoten.
Van tevoren is de voorziene keuze van de fazen getroffen, doordat 15 het verschoven been 98 overeenkomstig de voorziene stand volgens de schaal 93 is verschoven. Daarna wordt met een geschikt, op zichzelf bekend draaigereedschap de draaihuls 63 gedraaid, waarbij het gereedschap in aangrijping komt met de uitsparingen 67 in de draaihuls, vanaf de voorzijde van de aansluitinridring gezien links-om over een 20 kwart-draailng, zodat de contactbalk 78 onder een rechte hoek komt te staan op het insteekdeel en met de tegenover elkaar liggende zijden resp. randen tegen de aanslagen 61,62 stoot. Bij deze stand, die in geen van de figuren van de tekening is te zien, bevindt de contactbalk zich evenals daarvoor op bepaalde afstand van de betreffende 25 bodem van de uitsparingen 59,60, en hebben met uitzondering van de contactpennen 104,105 geen contactbenen resp. contactmessen contact met een of andere een faze voerende geleider. Daarna wordt een passend draaigereedschap, bijvoorbeeld een schroevedraaier, in de verwijding 68 geleid en in aangrijping gebracht met de verzonken schroef 69, die 30 rechtsom wordt gedraaid over een voorafbepaalde draaiboek, waarbij de schroefdraadaangrijping de contactbalk in de richting naar de bodem van de uitsparingen 59,60 trekt, en tenslotte daartegen drukt of althans in de directe nabijheid daarvan, zodat alle benen 85,86 en contact-tongen 95 en benen 98 in de daarvoor voorziene steunen, beenopeningen en 35 fazegeleiders overeenkomstig de fig. 2 en 8 naar binnen dringen.
8204891 -11-
Hierbij kan de contactbalk eventueel in een vanaf de uitsparingen 59,60 zich uitstrekkende insnijding (fig.5) naar binnen worden getrokken opdat bijvoorbeeld wordt verzekerd, dat de contactbalk in de contact-stand niet langer kan worden gezwenkt, omdat de zijvlakken van de in-5 snijding tegen de middengebieden aanliggen van de lengtezijde van de contactbalk. Zoals blijkt uit fig. 5, glijdt de contactbalk op weg vanuit de ruststand in de verdraaide stand langs de vorkbenen 73,74 dank zij het draaien van de schroef. Dan kunnen via een steker geschikte elektrische toestellen worden aangesloten, kan de schakelaar 10 42 met de ingebouwde veiligheid worden bediend,en kunnen de elektrische toestellen worden ingeschakeld.
In beginsel bestaat de mogelijkheid de aansluitinrichting in geactiveerde toestand langs de contactrail te verschuiven, hetgeen echter minder wenselijk is, aangezien een bepaalde aandrukkracht tussen de in 15 aangrijping zich bevindende delen nodig is om zelfs na lang gebruik een goed elektrisch contact geven te verzekeren.
Het demonteren van een aansluitinrichting vindt in omgekeerde volgorde plaats, waarbij eerst de schroef 69 linksom wordt gedraaid,en de contactbalk tussen de vorkbenen naar achter wordt verschoven, 20 zodat hij tenslotte aanligt tegen de klauwen 76,77. Dan wordt de draai-huls 63 eeikwartslag linksom gedraaid, zodat de contactbalk weer de uit fig.4 blijkende stand inneemt, waarbij de aansluitinrichting gemakkelijk uit de contactrail naar buiten kan worden getrokken.
De tekening toont in hoofdzaak een fazekeuze tussen de drie 25 bovenste fazen, waarbij echter links onder in fig.6 de mogelijkheid is aangegeven, dat ook een twee-fazenstelsel kan worden verwezenlijkt. Hiertoe is de contactplaat 84 voor de nulgeleider bij voorkeur zelfs met het onderste been 86 door een sleuf 149 heen geleid.
Een contactplaat 94’ grijpt met een contacttong 95' aan in een sleuf 91', 30 waarbij in dit geval echter een vastzetbeen 96' naar beneden is omgebogen en een boring 150 heeft, waardorheen de draaihuls zich uitstrekt. Aan het einde van het vastzetbeen 96' zijn omgekraalde benen voorzien, die een faze kiezer 97' ter hoogte van de onderste opening 89' voor fazekeuze vasthouden, waarbij de opening 89' in 35 hoogte iets korter kan zijn bemeten. Een contactplaat 84' voor de nulgeleider en een contactplaat 94 zijn bij voorkeur door middel van 8204891 -12- een isolatiestrook 151 van elkaar gescheiden, welke strook een boring heeft voor de draaihuls. Dit toont aan, dat een fazekeuze volledig zonder moeilijkheden en eenvoudig is. Natuurlijk is het ook denkbaar, dat slechts een enkele contactplaat voor alle fazen wordt toegepast, 5 hetgeen echter minder een technische vraag is dein wel een vraag van veiligheid en voorschrift.
Aan de onderhavige contactrail kan gemakkelijk een verbinding worden gemaakt, hetgeen aan de hand van fig.3 wordt verduidelijkt.
Zij toont een verbindingsinrichting 122 met een achterste spandeel 10 123 en een voorste spandeel 125. Deze lijst- of blokvormige delen zijn samen in althans in onderling ongevaarlijk aanliggen aangebracht, en vullen de aan de holle ruimte 15 grenzende contactrailgedeelten op.
Hierbij vindt een naar binnen schuiven vanaf de zijde plaats, waarbij een aardingslijst 124 zoals de contactpennen 104,105 aangrijpt in de 15 aardgeleider 24 van de aangrenzende contactrail. Terwijl de vermelde aardingslijst 124 langs de achterzijde loopt van het achterstens pandeel 123, lopen onderste fazelijsten 126, een nulgeleiderlijst 127 en de overige fazelijsten 128 langs de voorzijde van het voorste spandeel 125, en kunnen zij aangrijpen in de bijbehorende' contacten van de faze- en 20 nulgeleider in de contactrail. Verder strekt zich vanaf de voorzijde van het voorste spandeel 125 een dwanglijst 129 uit, waarvan de hoogte overeenkomt met de breedte van de opening 11 in de contactrail, en die de contactrail opneemt en is voorzien van boringen 130, 130, waarin zich schroefdraad bevindt voor spanschroeven 132,133.
25 Deze spanschroeven zijn op zichzelf bekend, waarbij zij door een flens met hun vrije einde draaibaar, maar niet verschuifbaar zijn gelegerd in het achterste spandeel 123, terwijl de schroefdraad van de schroeven samenwerkt met de schroefdraad in de boringen 130,131, zodat bij het draaien van de schroeven een verschuiving plaatsvindt van de twee 30 spandelen onderling. Op deze wijze kunnen contactraildelen snel en gemakkelijk met elkaar worden verbonden of van elkaar gescheiden.
Althans de aardingslijst 124, de nulgeleiderlijst 127 en de fazelijsten 126,128 bestaan uit elektrisch geleidend materiaal, terwijl de spandelen 123,125 bestaan uit elektrisch isolerend materiaal.
35 De verbindingen worden beschermd door middel van de afdekplaat 136, 8204891 -13- die in U-vorm bestaat uit een lijf 137 en benen 138, 139, die aangrenzende contactrailgedeelten bedekken, waarbij de vrije benen enigszins naar elkaar zijn gebogen, zodat een bepaalde snapwerking ontstaat en een betrouwbare verbinding tot stand wordt gebracht. Een 5 buitenliggende veiligheid ontstaat door een in de dwanglijst 129 aangebrachte, van een schroefdraad voorziene boring 134, waarin een schroef 135 naar binnen kan worden geleid, waarbij in de afdekplaat een verdieping 141 is voorzien voor de schroefkop. Het lijf van de afdekplaat kan zijn voorzien van een ribbe 140 voor het verstijven van 10 de afdekplaat en voor het beter naar binnen leiden in de opening 11 van de contactrail. Een spleet 142 tussen de twee spandelen 123,124 maakt zelfs een gewenste ventilatie mogelijk tussen de aangrenzende delen. In het andere geval kan bijvoorbeeld een laag schuimstof worden aangebracht tussen de spandelen opdat eventueel optredende 15 lengteveranderingen in de contactrails op juiste wijze kunnen worden opgevangen.
Een aansluiting van de onderhavige contactrail aam het elektrische net vindt plaats via passende eindstukken, waar bijvoorbeeld de fasen van de elekfcische kabel worden aangesloten op de bijbehorende 20 geleiders van de contactrail.
In het hoekstuk 120 (fig.1) bevinden zich geschikte kabels, die zich laten buigen, uitzetten en in ieder geval lengteveranderingen kunnen opnemen tussen naburige verbindingen. Het hoekstuk 120 is door middel van de balg 121 beschermd en kan buigingen mogelijk maken 25 tot over 180°.
De hiervoor beschreven faze-keuze kan met de hand worden getroffen door de betreffende benen, die direct worden verschoven of via bijzondere mechanismen, die via een instelknop, een hefboom of dergelijke kunnen worden ingesteld.
30 De contactbalk 78 is bij het uitvoeringsvoorbeeld voorzien van inkepingen 152,153, die in aangrijping komen met de aanslagen 61,62 aan de insteekdelen 49,50, waardoor in de samengevoegde of ruststand een gesloten vorm tot stand komt.
De contactrail behoeft niet in hoofdzaak symmetrisch in profiel te 35 zijn, maar kan bijvoorbeeld een opening 11 hebben, die aan een zijde 8204891 -% wordt begrensd door een korte zijde. Daarnaast kan het uitdrukken en intrekken van de contactbalk in de contacten en in het bijzonder het naar voren en naar achter trekken met andere middelen worden bewerkstelligd dan dit in de beschrijving is vermeld. De uitvindingsgedachte wordt 5 hierdoor niet geraakt. De aansluitinriditing kan ook direct een elektrisch toestel of een lamp zijn.
De contactpennen 104, 105 (fig.4,5) zitten in contactpensleuven 161, die zijn voorzien aan de achterzijde van elk der insteekdelen 49,50. Omdat de insteekdelen 49,50 als onderling identieke vormdelen zijn 10 vervaardigd van kunststof, zijn bij het uitvoeringsvoorbeeld volgens de fig. 2,4 en 5 alleen de contactpensleuven 161 aan het ene insteek-deel 49 bezet door contactpennen 104,105, terwijl de andere contactpen-sleuven 161 aan het andere insteekdeel 50 vrij zijn.
Hoewel bij het hiervoor beschreven uitvoeringsvoorbeeld van 15 de aansluitinrichting 2 alleen rekening is gehouden met de voeding via de contactrail,bestaat bij de onderhavige uitvinding eveneens de mogelijkheid om aanvullend bij de hiervoor beschreven voeding, ook een telecommunicatie- resp. stuurtechnische voeding via de zelfde contactrail te bewerkstelligen. Een dergelijk uitvoeringsvoorbeeld wordt aan de 20 hand van de fig. 9 en 10 hierna beschreven.
Ook deze contactrail 1"' heeft een hol , bij voorkeur C-vormig lichaam 3 (fig.9), bij voorkeur met een rechtop staand of liggend, in hoofdzaak langwerpig rechthoekig profiel, waarbij de ene lengtezijde een achterwand 4 heeft met daarop aansluitende zijwanden 5,6, 25 die op hun beurt overgaan in de voorwanden 7,8. Deze laatste zijn op onderlinge afstand onder vorming van openingswanden 9,10 in de richting naar de achterwand omgebogen, waarbij de opening 11 is gevormd tussen de openingswanden 9,10. Naar behoefte kan deze opening 11 door een afdekplaat 136', waarvan de vrije einden in de opening 11 snappen, 30 worden gesloten.
Bij dit uitvoeringsvoorbeeld worden elektrische geleiders 35,36,37 met hun elektrisch isolerende vasthouddelen toegepast, zoals dit aan de hand van fig.2 reeds is beschreven.
Aan de achterzijde van de contactrail (fig.9) zijn ten 35 opzichte van het uitvoeringsvoorbeeld volgens fig. 2 enigszins gewijzigde montageprofielen toegepast, te weten vanaf de buitenzijde van de achterwand 4 van de contactrail uitstekende montageprofielen 8204891 -ïS- 17',20', die bij voorkeur dienen voor het aan een wand monteren van de contactrail. Daartussen zijn montageprofielen 18',19' voorzien, die in de eerste plaats zijn bestemd voor het monteren van de contactrail aan een plafond. Bij dit uitvoeringsvoorbeeld hebben deze mon-5 tageprofielen bij voorkeur paarsgewijs in tegengestelde richtingen wijzende flenzen voor bevestiging van de contactrail 1"'. Het ene, binnenste montageprofiel 18' is bij voorkeur hol uitgevoerd met een groef 21, die naar de holle ruimte 16 in het inw^endige van het C-vormige lichaam 3 van de contactrail open is. In de groef 21 is de aard-10 geleider 24 voorzien, die door de haakprofielen 22,23 in de groef wordt vastgehouden. Naast de groef 21 is in de achterwand 4 van de contactrail (fig.9) een bij voorkeur enigszins brede groef 21’ voorzien, aan de overgang waarvan naar de holle ruimte 16 eveneens haakprofielen 22’,23' zijn aangebracht. Deze grendelen een isolatielijst 15 24' tegen het uit de groef 21' naar buiten vallen. De isolatielijst 24' heeft bij voorkeur een in hoofdzaak U-vormige gedaante, waarbij de vrije beeneinden veerkrachtig aanliggen tegen de zijwanden van de groef 21'.Zodoende kan de isolatielijst 24' in de groef 21' worden gesnapt ten behoeve van het monteren, waarbij de vrije beeneinden 20 van de isolatielijst 24' achter de haakprofielen 22',23' aangrijpen, waardoor het uit de groef 21' naar buiten vallen van de isolatielijst 24' niet langer mogelijk is.
Aan de binnenzijde van de benen van de isolatielijst 24' zijn elektrische geleiders 1',2' aangebracht, die dienen voor het contact 25 geven met in de groef 21' gestoken contactmessen of contactpennen.
Deze geleiders 1',2' worden bij voorkeur toegepast voor telecommunicatie-technische en/of stuurtechnische doeleinden. Bij het uitvoerings-voorbeeld zijn de twee geleiders 1',2' ten opzichte van elkaar met betrekking tot de groefdiepte enigszins verspringend aangebracht. Hierdoor 30 worden de veerkrachtige eigenschappen van de isolatielijst 24' optimaal benut, en is een goed elektrisch contact gewaarborgd.
Voor de contactrail volgens fig. 9 is een aansluitinrichting 2" (fig.10) geschikt. Haar opbouw is gelijk aan die van het aan de hand van fig. 4-8 beschreven uitvoeringsvoorbeeld. Aanvullend worden bij het 35 uitvoeringsvoorbeeld volgers fig. 10 echter grotere contactpensieuven 162 8204891 -15- aan de achterste vlakken van de insteekdelen 49,50 toegepast teneinde grotere contactpennen 104', 105', bij voorbeeld in de vorm van contactmessen, toe te passen. Bij het aan de hand van fig. 10 verduidelijkte uitvoeringsvoorbeeld worden onder in de figuur contact-5 pennen 104,105 in contactpensleuven 161 toegepast die dienen voor het aangrijpen in de aardgeleider 24 (fig.9). Aanvullend worden de in de tekening bovenliggende contactpennen 104',105' in contactpensleuven 162 gebruikt voor het contact geven in samenhang.met de elektrische geleiders 1' en 2'. De laatste contactverbinding be-10 hoort tot een telecommunicatietechnisch en/of een stuurtechnisch net. De groeven 21 en 21' zijn met betrekking tot de breedte van de achterwand 4 (fig.9) van de contactrail asymmetrisch aangebracht.
Door deze maatregel kan de aansluitinrichting 2" (fig.10) slechts in een voorafbepaalde stand in de contactrail naar binnen worden 15 geschoven, maar daarentegen niet over 180° worden gedraaid.
Ook bij dit uitvoeringsvoorbeeld zijn de twee insteekdelen 49',50' bij voorkeur opgebouwd als identieke delen, zodat met slechts een enkele werktuigvorm, bijvoorbeeld voor het spuiten van de twee insteekdelen, kan worden gewerkt.
20 Aan de achterzijde van de uit de insteekdelen 49',50' gevormde huishelft 47' is een veiligheid 1" aangebracht, die dient voor het beveiligen van stroomverbruikende toestellen, welke veiligheid is aangesloten op de aansluitinrichting 2” en in de eerste plaats is voorzien voor laagspanning.
25 De aansluitinrichting 2" (fig.10) kan dienen voor de aan sluiting van elektrische toestellen met betrekking tot de voeding, alsmede voor de telecommunicatietechnische en/of stuurtechnische benutting. Evenzo is het echter mogelijk om de aansluitinrichting 2" direct te benutten als telecommunicatietechnisch toestel, bijvoorbeeld in de 30 vorm van een zichtbaar signaal, een schrift- of getallenweergeving of een akoestische signaalinrichting. De aansluitinrichting 2" kan anderzijds echter ook worden benut als voet, die aansluitingen heeft in het kader van een telecommunicatietechnisch en/of stuurtechnisch stelsel. In plaats van aansluitingen voor de vermelde telecommunicatie 35 kunnen ook draadloze zenders resp. ontvangers in de aansluitinrichting 2" worden ingebouwd, bijvoorbeeld infrarood- of supersoonsensoren resp. -antennes.
8204891 -17-
Bij aansluiting van de onderhavige contactrail kunnen zodoende toestellen van ruimte naar ruimte met elkaar worden verbonden zonder dat een overschakeling via centrale stations nodig is.
In plaats van de contactpennen 104,104', 105,105' kunnen 5 natuurlijk ook op zichzelf bekende platte contacten worden toegepast, die onderdelen zijn van gedrukte schakelingen resp. printkaarten.
De geleiders 1',2' voor de telecommunicatietechnische en/of stuurtechnische toepassing volgens het uitvoeringsvoorbeeld volgens fig. 9 kunnen o.a. worden gebruikt voor willekeurige telefooninstallaties, 10 optische en draadloze installaties voor het zoeken van personen, klok-installaties voor het aangeven van de tijd, sterapelklokken, toestellen voor het controleren van de aanwezigheid, pauzesignaaltoestellen, inrichtingen voor het sluiten van deuren, informatietoestellen, zoals bijvoorbeeld voor de informatie "bezet/wachten", voor brandalarm-15 toestellen, foutsignaalsensoren, bewakingstoestellen en voor de verlichting alsmede de ventilatiebesturing.
De contactrail 1"' kan ook met voordeel door middel van een stang 168 worden bevestigd aan een naar beneden hangende plafond-constructie of omgekeerd, d.w.z. een tussenplafond kan worden 20 gedragen door contactrails. Hiertoe is bijvoorbeeld een glijmoer 169 voorzien voor aangrijping in de profielen van de contactrail 1"', welke glijmoer 169 of dergelijke enerzijds direct kan zijn bevestigd aan de stang 168 en anderzijds direct aan de contactrail 1"', zoals dit is getoond in fig. 12. De stang 168 kan aan het einde aan 25 de zijde van het plafond haakvormig zijn uitgevoerd. Bij het uitvoeringsvoorbeeld volgens fig.11 wordt als verbindingselement tussen een stang 163 enerzijds en de contactrail 1’" anderzijds ook een glijmoer 169 of dergelijke toegepast, die aangrijpt in bijbehorende, klauwvormig uitgevoerde einden van de profielen 164,165, die op hun beurt aangrijpen 30 achter voor het opvangen van de contactrail dienende profielen aan de contactrail 1"'. Aanvullend bij de twee profielen 164,165, die ook uit één stuk kunnen zijn uitgevoerd en die verder een kabelgoot vormen, kunnen andere, achter bijbehorende profielen aan de contactrail 1"' aangrijpende profielen 166,167 zijn voorzien, die een tussen-35 plafond 170 kunnen dragen, maar daarnaast ook het binnendringen van vreemde lichamen aan de achterzijde van de contactrail 1"' voorkomen of althans een in een vlak liggende afsluiting vormen met het tussen- 8204891 -18- plafond 170 of een overeenkomstige wand. De stang 163 (fig.11) of de stang 168 (fig.12) kan ook worden gebruikt voor het aan de wand bevestigen van de contactrail.
De contactrail 1"1 kan ook door middel van een haak 168 (fig.12) 5 worden bevestigd aan een plafond, waarbij ook bij deze socxt bevestiging de profielen 166,167 in de zodoende opgehangen contactrail kunnen worden ingehangen.
Inplaats van de draaihuls 63 en de verzonken schroef 69 voor het in aangrijping brengen van de contactmessen (benen 85,86,98, contacttong 10 95 enzj met de vaste contacten (geleider 35,36, nulgeleider 37) in de contactrail 1, 1"' kan ook een ander mechanisme worden toegepast, bijvoorbeeld een met een bijzonder gereedschap te hanteren snapmechanisme, waarbij het bijzondere gereedschap van voren in het contactdoosinzetstuk 40 naar binnen wordt geleid en aangebracht kan worden bediend.
15 De vrije fasegeleidereinden kunnen ook zijn gebed in de lippen van de isolatielijst of daarmee op andere wijze zijn verenigd en een noemenswaardige eigen buigzaamheid hebben, zodat de ruimte om de geleider heen automatisch is gesloten, ook wanneer het materiaal van de isolatielijst bijvoorbeeld na een bepaalde tijd respectie\dijk bij 20 bepaalde bedrijfsomstandigheden zijn veerkracht zou verliezen. De geleiders zijn bij voorkeur gemaakt van koper of een koperlegering.
Van belang is ook, dat de opening 11 en de aansluitinrichting nauwkeurig op elkaar zijn afgestemd en de eerste een aanzienlijke diepte heeft, zodat een betrouwbare legering is gewaarborgd. Verder is 25 het samenstel van een voorste aardgeleider bij de aansluitverbinding met een overeenkomstig profiel in de lijst van betekenis, omdat hierdoor de eenheid lijst/aansluitverbinding wordt verstevigd, waardoor een zonder moeilijkheden in de geleiders binnendringen van de contact-balk achter de voorwand van de lijst gewaarborgd kan zijn.
8204891

Claims (13)

1. Elektrische contactrail, in het bijzonder voor voeding, waarbij een aansluitinrichting is voorzien, die is bestemd om via contacten en dergelijke te worden verbonden met in de contactrail opgenomen geleiders, met het kenmerk, dat althans een deel van de geleiders 5 is voorzien achter een voorste wand van de contactrail, die in doorsnede ongeveer C-vormig is, en de aansluitinrichting (2) opneemt via een opening (11) in deze voorste wand, welke aansluitinrichting is voorzien van een uitdrukbare contactbalk (78), die is bestemd om in een vlak te liggen met een insteekdeel van de aansluitinrichting 10 wanneer deze wordt ingestoken en verwijderd, en die in de contactrail wordt uitgedrukt door een d*aaiing, en die is bestemd om naar voren te worden bewogen tot in contact met de geleiders en naar achter buiten contact met de geleiders via een middel, in het bijzonder een schroef (69) of dergelijke, die van buiten de contactrails toegankelijk is, bij voorkeur 15 aan de voorzijde van de aansluitinrichting, waarbij de opening een aanzienlijke afmeting heeft met betrekking tot de diepte daarvan en het insteekdeel nauwkeurig aansluitend opneemt voor het bereiken van een juiste geleidingswerking.
2. Contactrail volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de 20 opening (11) aan althans een zijde, wordt begrensd door een opening- wand (9,10), die zich naar achter uitstrekt naar de achterwand (4) van de contactrail en eindigt in haakvormige profielen (12,13), die naar de bijbehorende korte zijde (5,6) van de contactrail zijn gebogen, welke haakvormige profielen elk samenpassen met een haakvormig profiel 25 (14,15) aan de binnenzijde van de bijbehorende korte zijde, zodat althans een paar samenwerkende haakvormige profielen (12,14 re». 13,15) is voorzien voor het vasthouden van de geleiders (35,36,37) die zijn gemonteerd achter de voorwand van de contactrail.
3. Contactrail volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat de ge-30 leiders (35,36,37) zijn gebed in een isolatielijst (27,28) die uitwendige schouders (143,144 en resp. 145,146) heeft, die zijn bestemd voor het met snapwerking aangrijpen achter een van de paren haakvormige profielen, en/of waarbij de isolatielijst is gemaakt van kunststofmateri-aal met veerkrachtige eigenschappen, en/of waarbij de isolatielijst 35 een basis (27,28) heeft, die aanligt tegen de binnenzijde van de 8204891 “2Θ~ voorwand van de contactrail, vanaf welke basis zich naar de achterwand (4) lippen (29,30 resp. 31,32} zich uitstrekken, welke lippen zijn aangebracht in paren, die elk een kanaal (33,34) omgeven, dat in doorsnede bijvoorbeeld rechthoekig is voor het opnemen van de 5 geleiders, die bij voorkeur bestaan uit in hoofdzaak U-vormige klem-stroken met convex naar binnen gebogen benen voor het verschaffen van een veerkrachtige aanligdruk, en/of waarbij de vrije einden van de geleiders zijn gebed in of anderszins verenigd met de lippen van de isolatielijst en een aanzienlijke eigen veerkracht hebben, 10 en/of waarbij de lippen paarsgewijze veerkrachtig met gebogen vrije einden tegen elkaar aan liggen voor het verschaffen van een wigvormige insteekzone voor de contacten en dergelijke.
4. Contactrail volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat vanaf de achterwand (4) van de contactrail zich 15 montageprofielen (17,20) uitstrekken, bij voorkeur bestemd voor het aan een wand monteren van de contactrail, waarbij daartussen zich montageprofielen (18,19) bevinden, bij voorkeur bestemd voor het aan een plafond monteren van de contactrail en/of waarbij bijvoorbeeld een van de binnenste montageprofielen (18) hol is 20 uitgevoerd met een groef (21), die uitmondt in het inwendige (16) van de contactrail via haakvormige profielen (22,23) aan de mond voor het vasthouden van een aardgeleider (24) , die bij voorkeur op dezelfde wijze is gevormd als de andere geleiders.
5. Contactrail volgens een der voorgaande conclusies, met het 25 kenmerk, dat de rail uitsluitend of aanvullend is bestemd voor tele-communicatietechnische en/of stuurtechnische doeleinden, waarvoor in de achterwand van de rail een groef (21') is voorzien, die uitmondt in het inwendige van de rail, en waarin, een isoiati&ijst (24') is voorzien, die bij voorkeur in hoofdzaak U-vormig is, en waarvan de 30 vrije beeneinden veerkrachtig aanliggen tegen de zijwanden van de groef, waarbij aan de binnenzijde van de benen van de isolatielijst elektrische geleiders (1',2') zijn voorzien, die zijn bestemd om in contact te worden gebracht met contactmessen of pennen voor telecommuni-catietechnische en/of stuurtechnische doeleinden, welke messen of pennen 35 in de groef worden gestoken en zich bij voorkeur asymmetrisch uitstrekken vanaf het vrije einde van het insteekdeel (47') van de aan- 8204891 -21- sluitinrichting, en waarbij de isolatielijst bij voorkeur wordt vastgehouden door haakvormige profielen (22',23'} bij de mond van de groef.
6. Contactrail volgens een der voorgaande conclusies, met het 5 kenmerk, dat een verbindingsinrichting (122) is voorzien met een achterste spanblok (123) en een voorste spanblok (125), welke blokken zijn bestemd om aan te liggen voor het vullen van het inwendige (16) van naburige contactraileinden, die zijn bestemd om met de verbindingsinrichting aan elkaar te worden geschoven, waarbij een aardings-10 lijst (24) is bestemd om in de aardgeleider (24) van de naburige railein-den te worden gestoken, welke aardingslijst zich uitstrekt langs de achterzijde van het achterste spanblok, in aanvulling waarop of in plaats waarvan een communicatiefazelijst (124') aanwezig kan zijn, en waarbij onderste en/of bovenste fazelijs-ten{126,127,128) zich uitstrek-15 ken langs de voorzijde van het voorste spanblok, vanwaar een dwang-lijst (129) zich uitstrekt voor het steken in de railopening (11) welke dwanglijst spanschroeven (132,133) opneemt, die zich bevinden in een van schroefdraad voorzien deel in een van de spanblokken, waarbij zij draaibaar zijn maar niet verplaatsbaar in het andere spanblok, zodat 20 het draaien van de schroeven in een richting de blokken uit elkaar brengt, en het draaien in de andere richting ze dichter bij elkaar brengt, en waarbij de verbindingsinrichting bij voorkeur samenwerkt met een afdekplaat (136) die de rail omgeeft.
7. Contactrail volgens een der voorgaande conclusies, 25 met het kenmerk, dat een hoekstuk (120) aanwezig is, waarin de geleiders bij voorkeur draden zijn, en dat een uitwendige balg omvat, waarvan de einden bij voorkeur elk zijn verbonden met een verbindingsinrichting (122) .
8. Contactrail volgens een der voorgaande conclusies, met het 30 kenmerk, dat de achterwand (4) van de rail is voorzien van buitenprofielen (17,18,19,20), waarvan er althans één is bestemd voor het dragen van vasthoudmiddelen voor het monteren ^n een wand of bij voorkeur aan een plafond, bij voorkeur in de vorm van een glijmoer (169), waarin een stang (163 of 168) is geschroefd en/of waarbij 35 andere profielen aan de. achterzijde van de rail zijn bestemd voor het dragen van elementen, bij voorkeur kabel of draad opnemende profielen (164,165) en/of profielen (166,167) voor het dragen en vast- 8204891 -22- houden van een tussenplafond en/of dek en het in een vlak liggen met een wand of plafondopening, waarin de rail is geplaatst.
9. Contactrail volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de aansluitinrichting (2 resp. 2") bij voorkeur is 5 voorzien van een contactbus met een inzetstuk (40) en een veiligheid (42) met een tuimelschakelaar, en/of waarbij de aansluitinrichting een front (39) heeft en een onderste en een bovenste achterste helft (45,46), die bij voorkeur congruent zijn en die na samenvoeging een insteekdeel (49,50;49',50') verschaffen, dat is bestemd voor het 10 opnemen van de contactbalk (78) en om samen daarmee in de contactrail te worden gestoken door de opening (11), en welk insteekdeel pennen (104,105 en resp. 104',105') aan het vrije einde heeft voor het steken in de aardgeleider (24) en/of de isolatie lijst (24') in contact met de telecommunicatietechnische resp. stuurtechnische geleiders 15 (1',2'), waarbij de laatste en/of een aardgeleider bij voorkeur asymmetrisch zijn aangebracht met betrekking tot de opening (11), zodat de pennen niet met de geleiders kunnen worden verbonden wanneer de aansluitinrichting in de verkeerde richting is gedraaid.
10. Contactrail volgens een der voorgaande conclusies met het 20 kenmerk, dat het insteekdeel (49,50 en resp. 40',50') een centrale uitsparing (59,60) heeft, die uitmondt naar het vrije einde en in hoofdzaak naar boven en naar beneden ,welke uitsparing aan althans een zijde uitloopt in of gedeeltelijk is omgeven door aanslagen (61, resp. 62), die bij voorkeur in een vlak liggen met het betreffende hoofd-25 oppervlak van het insteekdeel, welke aanslagen zijn bestemd voor het beperken en regelen van het draaien van de contactbalk (78) in zowel de uitgedrukte als de vastgehouden stand, en waarbij met de bodem van deze uitsparing bij voorkeur een holte (148) is verbonden, voor het opnemen van de contactbalk in de uitgedrukte contactstand, en/of 30 waarbij de aanslagen zijn bestemd voor het mogelijk maken voor het uitdrukken resp. intrekken van de contactbalk in slechts een richting.
11. Contactrail volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de contactbalk (78) verschuifbaar maar niet draaibaar 35 is aangebracht aan een einde van een draaihuls (63) , die in het gebied van het voorste deel (39) van de rail toegankelijk is, waarbij het andere einde (65) is voorzien van uitsparingen (67) met een doorlopende boring (64) voor het opnemen van een schroef en dergelijke (69) 8204891 - * -23- waarvan de kop toegankelijk is in het gebied van het voorste deel, waarbij het van schroefdraad voorziene deel is gestoken in de contactbalk, die is voorzien van een bijbehorende' van schroefdraad voorziene boring of middelen, die een dergelijke van schroefdraad 5 voorziene boring hébben, zodat een eenheid is gevormd voor het naar voren en naar achter bewegen van de uitgedrukte contactbalk ten opzichte van de geleiders achter de voorste wand van de contactrail, en waarbij het einde van de draaihuls, dat de contactbalk draagt, bij voorkeur is gedeeld voor het vormen vim vorkbenen (73,74) met 10 een vorkopening (75), aan de mond waarvan vorkbenen naar binnen gerichte klauwen (76,77) hebben voor het tegen wegschuiven beveiligen van de contactbalk en het met bijbehorende openingen (79,80) vasthouden daarvan.
12. Contactrail volgens een der voorgaande conclusies, met het 15 kenmerk, dat de contactbalk (78) is gemaakt van elektrisch isolerend materiaal, bij voorkeur kunststof, en bij voorkeur de gedaante heeft van een parallellopipedum, waarbij de contactbalkopeningen (88,89,91,92) heeft , waarvan er althans één bij voorkeur de gedaante heeft van een dwarssleuf, waarbij althans een andere opening bij voorkeur 20 de gedaante heeft van een uitsparing, die zich in lengterichting van de balk uitstrekt, waarbij de sleuf is bestemd voor het opnemen van een vaste pen of dergelijke (84',85,86,95,95'), terwijl de uitsparing (89,89',92,92') is bestemd voor het opnemen van een been, dat beweegbaar is in de lengterichting van de balk, bij voorkeur een faze-25 kiezer (97,97'), die bij voorkeur haaks is teneinde met een been in een vlak te liggen, dat dwars staat op de balk, en met het andere been in een vlak te zijn evenwijdig met de lengterichting van de balk, en daar te worden geleid in een been van het contact of dergelijke, waarvan het andere been is gestoken in de sleuf, en waarbij althans 30 een van de vaste pennen is bestemd om te worden gestoken in de contacts tand in een bij voorkeur hulsvormige steun (110 resp. 114), die is aangebracht in het voorste deel (39,47,48) en die deel uitmaakt van een vaste elektrische uitrusting van het voorste deel.
13. Contactrail volgens een der voorgaande conclusies, met het 35 kenmerk, dat de contactpennen of dergelijke (104,105) met aardgeleider-werking de vrije einden zijn van een U-vormige beugel (103), vanaf het lijf waarvan een beschermcontact (101) zich uitstrekt met een boring 8204891 -2Jr (102) voor de draaihuls, en waarbij bij voorkeur een van de steunen (110) is voorzien van een penhuls (108) voor het steken in het inzetstuk (40), terwijl een andere penhuls (109) contact heeft met de veiligheid (42), welke penhulzen zijn bestemd voor het opnemen 5 van een netsteker of dergelijke. 8204891
NL8204891A 1981-12-17 1982-12-17 Elektrische contactrail voor voeding, alsmede bijbehorende aansluitinrichting. NL8204891A (nl)

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
SE8107582 1981-12-17
SE8107582 1981-12-17
DE8208908 1982-03-29
DE8208908 1982-03-29

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8204891A true NL8204891A (nl) 1983-07-18

Family

ID=25949208

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8204891A NL8204891A (nl) 1981-12-17 1982-12-17 Elektrische contactrail voor voeding, alsmede bijbehorende aansluitinrichting.

Country Status (10)

Country Link
US (1) US4494808A (nl)
AT (1) AT383702B (nl)
AU (1) AU551547B2 (nl)
CA (1) CA1190290A (nl)
CH (1) CH663291A5 (nl)
FI (1) FI73101C (nl)
FR (1) FR2518835B1 (nl)
GB (1) GB2113021B (nl)
HU (1) HU201850B (nl)
NL (1) NL8204891A (nl)

Families Citing this family (35)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4688154A (en) * 1983-10-19 1987-08-18 Nilssen Ole K Track lighting system with plug-in adapters
US4740167A (en) * 1984-03-02 1988-04-26 Amp Incorporated Power distribution unit for modular wall panels
GB2159343A (en) * 1984-03-17 1985-11-27 Simplex Ge Ltd Electricity distribution installation
SE441557B (sv) * 1984-04-06 1985-10-14 Harald Widell Anslutningsdon
US4781609A (en) * 1984-08-10 1988-11-01 Haworth, Inc. Wall system with multicircuit electrical system
US4875871A (en) * 1984-11-09 1989-10-24 National Service Industries, Inc. Modular electrical conductor system
JPH0617608B2 (ja) * 1985-01-21 1994-03-09 株式会社岡村製作所 フロアケ−ブル立ちあげ接続部付間仕切り
GB2185642A (en) * 1985-05-30 1987-07-22 Thomas Anthony Carson Movable connector mounted on electrical supply track
USD301030S (en) 1985-07-24 1989-05-09 S.A.M.E.S. S.P.A. Terminal outlet box for an electrical track for room lighting system
USD304173S (en) 1985-07-24 1989-10-24 S.A.M.E.S. S.P.A. Electrical track for a room lighting system
USD309599S (en) 1986-12-08 1990-07-31 Harald Widell Adapter for an electrical or telecommunication rail
SE452530B (sv) * 1986-12-08 1987-11-30 Harald Widell Anslutningsdon
US5001303A (en) * 1989-05-26 1991-03-19 Coleman Cable Systems, Inc. Metallic sheath electrical cable
US5162616A (en) * 1991-02-15 1992-11-10 Precision Connector Designs, Inc. Bus bar assembly
USD355164S (en) 1993-05-19 1995-02-07 Shen Wei H Flexible lighting fixture mounting track
FI100370B (fi) * 1996-03-13 1997-11-14 Nordic Aluminium Oyj Virranottolaite kosketinkiskoa varten
FI101756B (fi) * 1996-03-13 1998-08-14 Nordic Aluminium Oyj Virranottolaite kosketinkiskoa varten
AUPO222996A0 (en) 1996-09-10 1996-10-03 Universal Power Track Pty Ltd An electrical supply assembly
US6827592B2 (en) * 2001-08-17 2004-12-07 Pent Technologies, Inc. Track-type electrical distribution system
DE10159401A1 (de) * 2001-12-04 2003-06-12 Vision Electric Gmbh Stromschienensystem
MXPA05000667A (es) * 2002-07-15 2005-10-05 Haworth Inc Sistema electrico modular de cable solido para areas de oficina.
AU2002953429A0 (en) * 2002-12-18 2003-01-09 Power And Communications Logistics Pty Limited An elongate electrical conductor that is adapted for electrically connecting with an electrical contact
NZ545607A (en) * 2003-08-21 2008-03-28 Nutek Private Ltd Electrical power distribution conduit and connector able to be inserted at any point with rotation to connect
DE102007026907A1 (de) * 2007-06-11 2008-12-18 Wampfler Aktiengesellschaft Mehrpolige Schleifleitung
DE102007026906A1 (de) * 2007-06-11 2008-12-24 Wampfler Aktiengesellschaft Isolierprofil für eine mehrpolige Schleifleitung
US8899999B2 (en) 2012-09-24 2014-12-02 Abl Ip Holding Llc Track adapter and lighting fixture
TWI573357B (zh) * 2013-04-12 2017-03-01 建碁股份有限公司 滑軌式傳輸系統及其滑軌式傳輸裝置
WO2015179930A1 (pt) * 2014-05-29 2015-12-03 Destro Luiz Fernando Disposição introduzida em trilho energizado para tomadas móveis
US10886681B2 (en) 2018-06-11 2021-01-05 Herman Miller, Inc. Power distribution system with electrical hubs moveable relative to tracks
DE202018106057U1 (de) * 2018-10-23 2020-01-24 Electro Terminal GmbH & Co. KG Stromschiene und Stromschienensystem
US11332086B2 (en) 2019-11-22 2022-05-17 Ford Global Technologies, Llc Track assembly with electrical connection system
GB2592675A (en) * 2020-03-06 2021-09-08 Henry Wells Alan Adaptable electrical trunking and plug system
CN111244663B (zh) * 2020-03-10 2024-08-23 上海隼鸟电气科技有限责任公司 一种壁式插座
CN114566841A (zh) * 2022-04-12 2022-05-31 上海迈动医疗器械股份有限公司 一种康复天轨用内嵌式取电装置
CN119029634B (zh) * 2024-10-28 2025-02-07 国网安徽省电力有限公司天长市供电公司 一种易弯曲调整的轨道插座结构

Family Cites Families (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
BE552906A (nl) * 1956-01-12
FR1288609A (fr) * 1961-02-07 1962-03-24 Dispositif de ligne électrique et connecteur amovible susceptible d'y être adapté
CH482329A (de) * 1968-12-06 1969-11-30 Oskar Woertz Inh H & O Woertz Elektrische Installationseinrichtung mit mindestens einer Stromführungsschiene
DE2144456B2 (de) * 1971-09-04 1974-08-15 Hoffmeister-Leuchten Kg, 5880 Luedenscheid Verfahren zum Befestigen von metallischen Stromschienen tragenden Isolierstoffleisten in der Tragschiene einer Stromentnahmeschiene sowie hierdurch hergestellte Stromentnahmeschienen
US3980368A (en) * 1975-04-23 1976-09-14 Mcgraw-Edison Company Adapter for power distribution system
FR2423898A1 (fr) * 1978-04-19 1979-11-16 Trassinelli Duccio Ensemble d'elements pour l'electrification des pieces d'habitation

Also Published As

Publication number Publication date
FR2518835A1 (fr) 1983-06-24
FI73101C (fi) 1987-08-10
CA1190290A (en) 1985-07-09
AT383702B (de) 1987-08-10
AU551547B2 (en) 1986-05-01
FR2518835B1 (fr) 1988-02-26
FI73101B (fi) 1987-04-30
ATA446682A (de) 1986-12-15
CH663291A5 (de) 1987-11-30
FI824267L (fi) 1983-06-18
GB2113021A (en) 1983-07-27
GB2113021B (en) 1985-10-02
US4494808A (en) 1985-01-22
FI824267A0 (fi) 1982-12-13
HU201850B (en) 1990-12-28
AU9150182A (en) 1983-06-23

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8204891A (nl) Elektrische contactrail voor voeding, alsmede bijbehorende aansluitinrichting.
US5306165A (en) Electric distributing system
USRE36030E (en) Electric distributing system
US5255161A (en) Wire guide element for a distributor unit in telecommunication systems
HUP0301897A2 (hu) Áramvezetż sínrendszer, valamint összekötż elem
US8109781B2 (en) Connection adapter/terminal set and corresponding connection adapter and terminal
US4764125A (en) Cable terminal connectors
US5033974A (en) Plug connector device for telecommunication and data systems
US3771103A (en) System for the installation of electrical cables
HUP0301888A2 (hu) Áramvezetż sínrendszer világítótestekhez, valamint huzaltartó elem
US3393397A (en) Terminal block
CA2445722C (en) Insulation displacement connector for parallel wire insertion
DK163551B (da) Tilslutningsliste, navnlig til et endeforgreningsled inden for telekommunikationsteknikken
US3816821A (en) Terminal block
US10014643B2 (en) Bus bar including a wiring connector assembly
CN101989683A (zh) 电缆系统
DK169009B1 (da) En tilslutningsindretning
US4491896A (en) Draw-out circuit breaker
US5857870A (en) Electrical connector with switch subassembly
SE461122B (sv) Anordning foer starkstroemsdistribution och/eller foer kommunikations- eller regleringstekniska aendamaal innefattande en som uttagsskena utformad stroemlist, och ett anslutningsdon haerfoer
EP0465099B1 (en) A cable duct for cables and conductors and outlet boxes to be connected thereto
GB2284505A (en) Slide switch
US4121879A (en) Connector arrangement for conductor rails
CN101989685B (zh) 电连接组件
EP3631903B1 (en) Adapter for splice block openings

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed