NL8204558A - Veiligheidscircuit voor een electrische deken o.d. - Google Patents
Veiligheidscircuit voor een electrische deken o.d. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8204558A NL8204558A NL8204558A NL8204558A NL8204558A NL 8204558 A NL8204558 A NL 8204558A NL 8204558 A NL8204558 A NL 8204558A NL 8204558 A NL8204558 A NL 8204558A NL 8204558 A NL8204558 A NL 8204558A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- voltage
- conductors
- circuit
- gas
- blanket
- Prior art date
Links
- 239000004020 conductor Substances 0.000 claims description 86
- 230000015556 catabolic process Effects 0.000 claims description 30
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 claims description 27
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 25
- 230000005284 excitation Effects 0.000 claims 1
- 239000007789 gas Substances 0.000 description 30
- 238000013021 overheating Methods 0.000 description 10
- 230000017525 heat dissipation Effects 0.000 description 5
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 4
- 230000006378 damage Effects 0.000 description 4
- 230000001681 protective effect Effects 0.000 description 4
- 230000004044 response Effects 0.000 description 4
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 3
- XKRFYHLGVUSROY-UHFFFAOYSA-N Argon Chemical compound [Ar] XKRFYHLGVUSROY-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 2
- 239000004698 Polyethylene Substances 0.000 description 2
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 2
- 239000006229 carbon black Substances 0.000 description 2
- 239000011248 coating agent Substances 0.000 description 2
- 238000000576 coating method Methods 0.000 description 2
- 230000007547 defect Effects 0.000 description 2
- 238000009413 insulation Methods 0.000 description 2
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 2
- 239000002245 particle Substances 0.000 description 2
- -1 polyethylene Polymers 0.000 description 2
- 229920000573 polyethylene Polymers 0.000 description 2
- 208000027418 Wounds and injury Diseases 0.000 description 1
- 230000004075 alteration Effects 0.000 description 1
- 229910052786 argon Inorganic materials 0.000 description 1
- 230000008859 change Effects 0.000 description 1
- 239000003795 chemical substances by application Substances 0.000 description 1
- 238000002485 combustion reaction Methods 0.000 description 1
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 1
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 238000010891 electric arc Methods 0.000 description 1
- 230000007613 environmental effect Effects 0.000 description 1
- HAPOVYFOVVWLRS-UHFFFAOYSA-N ethosuximide Chemical compound CCC1(C)CC(=O)NC1=O HAPOVYFOVVWLRS-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 238000001125 extrusion Methods 0.000 description 1
- 238000009472 formulation Methods 0.000 description 1
- 229910052734 helium Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000001307 helium Substances 0.000 description 1
- SWQJXJOGLNCZEY-UHFFFAOYSA-N helium atom Chemical compound [He] SWQJXJOGLNCZEY-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 208000014674 injury Diseases 0.000 description 1
- DNNSSWSSYDEUBZ-OUBTZVSYSA-N krypton-85 Chemical compound [85Kr] DNNSSWSSYDEUBZ-OUBTZVSYSA-N 0.000 description 1
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 1
- 230000008018 melting Effects 0.000 description 1
- 238000002844 melting Methods 0.000 description 1
- 229910052754 neon Inorganic materials 0.000 description 1
- GKAOGPIIYCISHV-UHFFFAOYSA-N neon atom Chemical compound [Ne] GKAOGPIIYCISHV-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229920002379 silicone rubber Polymers 0.000 description 1
- 239000004945 silicone rubber Substances 0.000 description 1
- 230000001052 transient effect Effects 0.000 description 1
- 210000003462 vein Anatomy 0.000 description 1
- 238000005406 washing Methods 0.000 description 1
- 239000002759 woven fabric Substances 0.000 description 1
Classifications
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02H—EMERGENCY PROTECTIVE CIRCUIT ARRANGEMENTS
- H02H3/00—Emergency protective circuit arrangements for automatic disconnection directly responsive to an undesired change from normal electric working condition with or without subsequent reconnection ; integrated protection
- H02H3/02—Details
- H02H3/021—Details concerning the disconnection itself, e.g. at a particular instant, particularly at zero value of current, disconnection in a predetermined order
- H02H3/023—Details concerning the disconnection itself, e.g. at a particular instant, particularly at zero value of current, disconnection in a predetermined order by short-circuiting
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02H—EMERGENCY PROTECTIVE CIRCUIT ARRANGEMENTS
- H02H5/00—Emergency protective circuit arrangements for automatic disconnection directly responsive to an undesired change from normal non-electric working conditions with or without subsequent reconnection
- H02H5/04—Emergency protective circuit arrangements for automatic disconnection directly responsive to an undesired change from normal non-electric working conditions with or without subsequent reconnection responsive to abnormal temperature
- H02H5/042—Emergency protective circuit arrangements for automatic disconnection directly responsive to an undesired change from normal non-electric working conditions with or without subsequent reconnection responsive to abnormal temperature using temperature dependent resistors
- H02H5/043—Emergency protective circuit arrangements for automatic disconnection directly responsive to an undesired change from normal non-electric working conditions with or without subsequent reconnection responsive to abnormal temperature using temperature dependent resistors the temperature dependent resistor being disposed parallel to a heating wire, e.g. in a heating blanket
-
- H—ELECTRICITY
- H05—ELECTRIC TECHNIQUES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- H05B—ELECTRIC HEATING; ELECTRIC LIGHT SOURCES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; CIRCUIT ARRANGEMENTS FOR ELECTRIC LIGHT SOURCES, IN GENERAL
- H05B3/00—Ohmic-resistance heating
- H05B3/20—Heating elements having extended surface area substantially in a two-dimensional plane, e.g. plate-heater
- H05B3/34—Heating elements having extended surface area substantially in a two-dimensional plane, e.g. plate-heater flexible, e.g. heating nets or webs
-
- H—ELECTRICITY
- H02—GENERATION; CONVERSION OR DISTRIBUTION OF ELECTRIC POWER
- H02H—EMERGENCY PROTECTIVE CIRCUIT ARRANGEMENTS
- H02H5/00—Emergency protective circuit arrangements for automatic disconnection directly responsive to an undesired change from normal non-electric working conditions with or without subsequent reconnection
- H02H5/10—Emergency protective circuit arrangements for automatic disconnection directly responsive to an undesired change from normal non-electric working conditions with or without subsequent reconnection responsive to mechanical injury, e.g. rupture of line, breakage of earth connection
-
- H—ELECTRICITY
- H05—ELECTRIC TECHNIQUES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- H05B—ELECTRIC HEATING; ELECTRIC LIGHT SOURCES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; CIRCUIT ARRANGEMENTS FOR ELECTRIC LIGHT SOURCES, IN GENERAL
- H05B2203/00—Aspects relating to Ohmic resistive heating covered by group H05B3/00
- H05B2203/011—Heaters using laterally extending conductive material as connecting means
-
- H—ELECTRICITY
- H05—ELECTRIC TECHNIQUES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- H05B—ELECTRIC HEATING; ELECTRIC LIGHT SOURCES NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; CIRCUIT ARRANGEMENTS FOR ELECTRIC LIGHT SOURCES, IN GENERAL
- H05B2203/00—Aspects relating to Ohmic resistive heating covered by group H05B3/00
- H05B2203/02—Heaters using heating elements having a positive temperature coefficient
Landscapes
- Control Of Resistance Heating (AREA)
- Fuses (AREA)
- Resistance Heating (AREA)
Description
λ· ' *i Ρ & c
LW 4801-4 Ned.M/LdB
Korte aanduiding: veiligheidscircuit voor een electrische deken o.d.
De uitvinding heeft betrekking op een veiligheidsscha-keling voor gebruik in samenhang met een electrisch verhitte deken of 5 bedomslag. Meer in het bijzonder heeft het betrekking op een schakeling die bedoeld is voor gebruik in een deken van het type, waarbij gebruik gemaakt wordt van materiaal met positieve temperatuurcoefficient als het verwarmingselement.
Electrische dekens worden in een typerend geval gevormd met 10 cmhulsels uit geweven stof, die gangen omvatten door het gehele oppervlak van de deken, waarin een kronkelig verwarmingselement van lage wattage gevlochten is. De deken rnoet voorzien zijn van bepaalde middelen om oververhlttingscondities te voelen langs het verwarmingselement binnen de deken, zodat de stroom naar de deken kan worden afgezet of verminderd 15 alvorens beschadiging of letsel wordt veroorzaakt door de oververhittings-conditie. De verschillende middelen can een dergelijke oververhittingscondi-tie te bespeuren hebben discrete bimetallische thermostaten omvat, die geplaatsfc zijn met tussenruimten langs de deken. Daarenboven zijn door-gaande aftastdraden gebruikt in samenwerking met de draad van het 20 verhittingselement. De aftastdraad reageert op oververhittingscondities waardoor een relais bediend wordt, dat de schakeling na het hoofdver-hittingselement opent.
In een meer recent verleden heeft men overwogen het gebruik van materialen met een positieve temperatuurcoefficieht als verhittings-25 element, teneinde een draad voor de deken te verschaffen, die zelf begren-zend is vanuit een temperatuurstandpunt in elke zdne waarin een overver-hittingsconditie zou optreden, De dekendraad bestaat uit twee, van elkaar verwijderde geleiders, die omsloten zijn door een materiaal met positieve temperatuur coef fici§nt, bevattende poly-etheen, met daarin gemengd 30 koolstof zwartdeeltjes. De electrische strocm loopt door het materiaal net positieve temperatuurcoeffici§nt en loopt daarbij van de ene geleider naar de andere geleider, terwijl het PTC-materiaal (materiaal met positieve temperatuurcoefficient) als verwarmingselement fungeert.
Het formuleren van het PTC-materiaal en de fysische dimensies 35 van de extrusie ervan wordt zodanig geselecteerd, dat de weerstand en daardoor de warmtedissipatie per meter lengte redelijk constant zijn bij een gegeven temperatuur. Bij lage temperaturen zal de warmtedissipatie per meter groter zijn dan bij normale kamertemperaturen. Indien de zaak zich bevindt in een oververhittings- of hoge temperatuurconditie, zal 40 de warmtedissipatie kleiner zijn dan normaal. Het PTC-materiaal beperkt 8204558 Λ r ' ϊ - 2 - zichzelf, waardoor een gegeven warmtedissipatie geproduceerd wordt of draadtemperatuur voor elke verschillende omgevings- en isolatiesysteem.
Op deze wijze, wanneer een sectie van de verhitter in plooien gevouwen is of abnormaal ingesnoerd is in zoverre er sprake is van warmte-overdracht 5 (iets aan de bovenzijde van de deken) reageert de PTC-draad op de nieuwe cmgeving en vermindert de warmtedissipatie in die zone, waarbij getracht wordt de temperatuur ervan redelijk constant te houden.
Een geschikte PTC-verwarmingsdraad voor gebruik in samenhang met de on-derhavige uitvinding is geopenbaard in het Amerikaanse octrooischrift 10 4.277.673.
Onder normale omstandigheden werkt het bovenbeschreven type van de PTC-dekendraad uitstekend en elimineertt de noodzaak voor hetzij
V
de discrete bimetallische thermostaten binnen de deken of de diverse typen van gedistribueerde aftastdraden, die parallel lopen aan de draden 15 van het verwarmings-element in de deken. Het is echter vastgesteld dat aan-zienlijke prdblemen ontstaan wanneer een gebroken of open circuit optreedt in verband met een van de twee geleiders in de PTC-draad. In een dergelijk geval treedt boogvorming op of oververhitting aan de specifieke zones, waarin de breuk plaatsvond. Het zou gewenst zijn dan ook om een bepaalde 20 maatregel te verschaffen in samenhang met een deken met een verhittings-draad met positieve temperatuurcoefficient om de schakeling naar de deken te onderbreken alvorens er een gevaarlijke situatie ontstaat, veroorzaakt door boogtrekken van een gebroken geleider.
Het is algemeen bekend in de techniek van de electrische dekens 25 can beschexmingsmiddelen te nemen tegen oververhitting, hetgeen middelen amvat om een zekering te laten springen in het geval van een dergelijke oververhittingsconditie. De Amerikaanse octrooischriften no. 3,628.083 en 4,034.185 zijn voorbeelden van schakelingen, waarbij een kortsluiting wordt gecreeerd in samenhang met een oververhittingsmiddel en een derge-f 30 lijke kortsluiting wordt gebruikt om een beschermende zekering in de schakeling te laten doorslaan. Het Britse octrooischrift 964.817 openbaart diverse uitvoeringsvormen van een electrische deken waarbij gasgevulde buizen geschakeld zijn over de verhittingselementen teneinde een smeltzekering te laten doorsmelten in het geval van diverse typen 35 van kortsluitingen of verbrekingen in het circuit van de dekendraad. De dekendraad geopenbaard in dit Britse octrooischrift wordt gebroken in twee afzonderlijke verwarmingselementen en is geheel verschillend van het enkele weerstand verhittings-element met positieve temperatuurcoefficient dat bij de onderhavige uitvinding wordt teogepast.
40 Er zijn eveneens vele voorbeelden van beschermende schakelingen, 8204558 - —- :w:- i' ? 1 * * - 3 - die middelen cmvatten, cam de zekering van het circuit te laten doorslaan teneinde de belasting in het geval van een overspanningsconditie te beschermen, zie bijvoorbeeld het Amerikaanse octrooischrift no. 3.600.634; 3,968.407; 3,878.434; 3.493.815 en 3, 215.896. Van eventueel belang is 5 eveneens het Amerikaanse octrooischrift no. 3,325.718 dat een conditie aftast in een belasting en een circuit verschaft om de circuitzekering te overbelasten en te doen doorsmelten teneinde de belasting van de spanningsbron los te maken. Eveneens van belang ten opzichte van de specifieke schakeling gebruikt bij dergelijke beschennende circuits is 10 het Amerikaanse octrooischrift 3.845.355, dat een fotoresistor toont, die een overbelastingsrelais controleert.
De onderhavige uitvinding verschaft een electrische schakeling voor gebruik met een deken met positieve temperatuurcoefficient, die het vermogen afsnijdt naar de deken telkens wanneer een open circuit 15 ontstaan is in een der geleiders. De schakeling bezit een eigenschap, die het mogelijk maakt selectief te werken in de overspanningstoestand, die door breuk in de geleider opgewekt is, terwijl niet gereageerd wordt op de soorten van kortstondige overspanningscondities, die dikwijls zich voordoen bij de electriciteitevoorziening voor huishoudelijk gebruik.
20 Het circuit is zodanig geschakeld, dat het reageert op een breuk in elk der beide geleiders in de dekendraad om een effectieve kortsluiting te creeren over de einden van het verwarmingselement, waardoor de serie smeltzekering overbelast wordt en het circuit opent alvorens er sprake is van enige beschadiging in de wijze waarop het PTC-materiaal ontsteekt 25 of het door boogvorming bij de breuk geproduceerde gas.
De onderhavige uitvinding is gericht op een veiligheids-schakeling voor gebruik bij een verhittingskabel, omvattende een paar van elkaar verwljderde geleiders, die over hun gehele lengte van elkaar gescheiden zijn door een laag weerstandsmateriaal met positieve tempera-30 tuurcoefficient en waarbij elk der geleiders een met de spanningsbron verbonden einde en een met een sensor verbonden einde bezit en een span-ningsbronkoord, die verbindbaar is met de kabel aan de einden van de spanningsbron van de geleiders, teneinde de kabel te verbinden met een spanningsbron voor wisselstroOm, met het kenmerk, dat de veiligheids-35 schakeling op strocm reagerende schakelmiddelen bevat, die in serie staan met een der geleiders, waarbij aftastmiddelen verbonden zijn met de aftasteinden van de geleiders, terwijl de aftastmiddelen impedan-tiemiddelen omvatten, die in parallel geschakeld zijn met een spannings-gevoelig element, waarbij het spanningsgevoelige element niet-geleidend 40 is onder normale werkomstandigheden en geleidend is, wanneer kortsluit- of 8 5 8^ ~ * ^ l - 4 - open circuit toestanden in de geleiders optreden, terwijl het spannings-gevoelige element voldoende stroomcapaciteit bezit in de geleidende staat om het schakelmiddel in serie met de kabel te activeren.
Een voorkeurskenmerk van de onderhavige uitvinding is het ver-5 schaffen van een verbeterde electrische deken voorzien van een verwarmings-element met positieve temperatuurcoefficient en een veiligheidsschakeling die in overeenstemming met de uitvinding verbonden is met het verwarmings-element om het circuit onbruikbaar te maken in het geval van een open circuit of een kort gesloten circuit in edn der beide geleiderdraden van 10 het verhittingselement.
De uitvinding zal hieronder aan de hand van enige in de figuren der bijgaande tekeningen weergegeven uitvoeringsvoorbeelden nader worden toegelicht.
s Figuur 1 is een schema van een electrische deken waaronder een 15 veiligheids regelcircuit, waarin de uitvinding is belichaamd;
Figuur 2 geeft op vergrote schaal een doorsnede van de draad van het verwarmingselement met positieve temperatuurcoefficient, die kan worden gebruikt bij de electrische deken van figuur 1;
Figuur 3 is een ander schema van de deken van figuur 1, waarbij 20 de draad van het verwarmingselement schematisch weergegeven wordt ter illustratie van de verbinding met het veiligheids regelcircuit;
Figuur 4 toont een schema van een altematieve schakeling, waarin de onderhavige uitvinding is belichaamd;
Figuur 5 toont een schema van een eltematieve uitvoeringsvorm 25 van de uitvinding, waarbij drie uit twee electroden bestaande gasgevulde buizen gebruikt worden;
Figuur 6 geeft een schema van een altematieve uitvoeringsvorm van de uitvinding, waarbij een enkelvoudige, uit drie electroden bestaande gas ontladingsbuis in het aftastcircuit opgenomen is; 30 Figurr 7 en 8 tonen schema van het zelfde circuit dat is weer gegeven in fig. 3, maar dat de relatieve spanningsvallen laat zien bij bekrachtiging met 240 Volt onder de omstandigheden van een open circuit en een kort gesloten circuit; en
Figuur 9 toont een schema van een altematieve uitvoeringsvorm 35 van de uitvinding, die soortgelijk is aan de inrichting van figuur 6, maar waarbij de spanningsbron verbonden is met slechts het ene einde van de dekendraad.
Onder verwijzing naar figuur 1 van de tekeningen is daarin weergegeven een schematisch circuit diagram van een voorkeursuitvoerings-40 vorm van de uitvinding, waarbij de electrische dekendraad en de bijbehorende 8204558 --:'r · ^ ^ , ψ ' > i - 5 - veiligheidsschakeling algemeen aangegeven zijn met een verwijzingscijfer 10. Daarin is opganomen een langwerpige dekendraad 12, die typisch een lengte heeft in de orde van 36,27 m voor twee persoons beddekens en een lengte heeft van 49,38 m voor dubbele beddekens en van voren naar achte-5 ren gelust is via kanalen gevormd in een electrische dekenomhulling 13 om gelijkmatige warmte te verschaffen over het oppervlak van de deken op algemeen bekende wijze. De dekendraad 12 is van het type dat gebruik maakt van een materiaal 14 met positieve temperatuurcoefficient, dat geextrudeerd is tussen en ronton een paar van elkaar verwijderde gelei-10 ders 16 en 18, zoals deze het beste te zien zijn in de doorsnede van fig.2.
De specifieke structuur van de PTC-verwarmingsdraad of -kabel kan aan-zienlijk variiren. Het in een dergelijke draad toegepaste PTC-materiaal is typisch van poly-etheen, siliconenrubber o.d., waarin koolstofzwart deeltjes zich daarmede vermengd hebben op een dusdanige wijze <^at zij de 15 gewenste temperatuur-weerstantoeigenschappen daaraan geven. Normaal zijn de geleiders van elkaar verwijderd en omhuld door het PTC-materiaal, dat goed aanligt tegen de geleiders op een laag weerstandsbad daartussen te verzekeren. Een geschikte electrisch isolerende bekleding 19 wordt over het PTC-materiaal geextrudeerd.
20 In fig. 3 ziet men tot de geleiders 16 en 18 op geringe afstand van elkaar verwijderd zijn, waarbij evenwijdige weerstanden tussen de geleiders aangebracht zijn. Er zijn in werkelijkheid geen discrete weerstanden tussen de geleiders 16 en 18, aangezien het PTC-materiaal 14 dat zich bevindt tussen de geleiders 16 en 18 over de gehele lengte, 25 werkt als een enkelvoudige continue weerstandsverhitter wanneer de stroom vloeit door het PTC-materiaal van de ene geleider naar de andere geleider.
De geleiders 16 en 18 zijn met hun tegengestelde einden verbonden met een geschikte bron Vein electrische spanning door middel van leidingen 20 en 22. Voor het verkrijgen van een gelijkmatige spanningsval tussen de gelei- 30 ders 16 en 18 in enig punt over de gehele lengte van de dekendraad 12, zijn de geleidingen 20 en 22 verbonden met de tegengestelde einden van de dekendraad 12, zoals het duidelijkst is weergegeven in fig. 3.
Bij een dergelijke opstelling is de spanningsval tussen de aangrenzende geleiders 16 to 18 in enig punt in wezen gelijk aan de lijnspanning 35 verminderd met de spanningsval die resulteert uit het vloeien van de stroom door een lengte van de ene geleider 16 of de andere geleider 18. Als voorbeeld diene dat aan het einde van geleider 16, nabij de spannings-leiding 20, de spanning gelijk zou zijn aan de netspanning, verminderd met de spanningsval veroorzaakt door het vloeien van de stroom over de 40 lengte van de geleider 18. Op soortgelijke wijze zal aan het einde van 8204558 ί ' * - 6 - de geleider 18, nabij de spanningsleiding 22, de spanningsval tussen de geleiders 16 en 18 gelijk zijn aan de netspanning verminderd met de spanningsval veroorzaakt door het vloeien van de stroom door de lengte van de geleider 16. Op soortgelijke wijze in het midden van de deken-5 draad 12 zal de spanningsval over de geleiders 16 en 18 gelijk zijn aan de netspanning verminderd met de spanningsval veroorzaakt door het vloeien van de stroom door de helft van de geleider 16 en de helft van de geleider 18. Deze opstelling resulteert in een gelijkmatig verwarmingseffect, dat verkregen is over de gehele lengte van de dekendraad 12. Men zal 10 begrijpen echter dat de bovenbeschreven verbinding van de spanningsdraden met de tegenovergelegen einden van de dekendraad 12 aan de niet-aangren-zende einden van geleiders 16 en 18, is eenvoudig een voorkeursverbinding en dat het hierna beschreven circuit zou kunnen worden toegepast in een combinatie waarbij het vermogen wordt aangesloten op aangrenzende einden 15 van de geleiders 16 en 18. Deze opstelling zal resulteren in minder gelijk-matige verhitting, die geproduceerd wordt door de dekendraad 12, aangezien de spanningsval over de geleiders 16 en 18 zal vari§ren over de totale lengte van de draad.
Electrische dekens worden op conventionele wijze gebruikt op 20 de zekfde wijze als de niet-electrische deken, die gespreid wordt over een bed en over de gebruiker heen ligt. Tijdens het gebruik en tussen de gebruiken, kan de deken herhaardelijk worden gebogen of gevouwen. Daarenboven bij opslag op bij het wassen, wordt de electrische deken opnieuw onderworpen aan herhaaldelijk vouwen en buigen. Met het oog op de 25 eisen die gesteld worden aan een electrische deken bij normaal gebruik, is het noodzakelijk dat de dekendraad 12, met inbegrip van de bijbehorende geleiders 16 en 18, het PTC-materiaal 14 en de bekleding 14 gemaakt zijn uit geschikte afmetingen en materialen, zodat zij herhaaldelijk kunnen worden gebogen zonder te breken of zonder andere problemen te veroor-30 zaken. In weerwil van een zorgvuldig ontwerp en vervaardiging van de dekendraad, zullen er gelegenheden zijn, waarbij een breuk of defect zich zal ontwikkelen in de geleiders 16 en 18. Wanneer een dergelijke breuk of gebrek plaatsvindt en de deken is verbonden met een electrische spanningsbron, zal een electrische boog dikwijls optreden bij de breuk.
35 Deze boog zal dikwijls verbranding van het PTC-materiaal veroorzaken.
Teneinde problemen van deze aard te voorkomen of te elimineren is de electrische deken volgens de uitvinding voorzien van een veiligheids-schakeling, die in het algemeen met het verwijzingscijfer 25 wordt aangegeven en wordt weergegeven in figuur 1 als omsloten door stippellijnen. 40 Het veiligheidscircuit omvat een smeltzekering 26, die in serie 8204558 • #, - 7 - geschakeld is met de spanningsleiding 20 teneinde het circuit te onder-breken, wanneer de stroom naar de deken een vooraf bepaald minimum overschrijdt gedurende meer dan een voorgeselecteerde tijdsperiode. In een voorkeurs uitvoeringsvorm was de smeltzekering 26 een langzaam door-5 slaande smeltzekering afgesteld op 2 Amp., hetgeen specificeert dat de zekering het circuit zal openen nadat de stroom gelijk geworden is aan 210 * van de waarde, waar zij op afgesteld is. Een dergelijke smeltzekering zal niet doorslaan bij een stroom vein 4 Amp., maar zal doorsmel-ten in ongeveer 30 sekonden bij een stroom van 5 Amp. Het is eveneens 10 belangrijk dat de smeltzekering in staat is am stroompieken te verdragen die uitgaan boven de hiervoor genocide stroom van 5 Amp. opdat het de begins troompiek kan doorstaan die resulteert uit de lagen koude weerstand van het PTC-materiaal en spanningspieken die het veiligheidscircuit 25 kunnen activeren gedurende perioden van de ene helft van een cyclus 15 of gedurende 8^3 msec. Het circuit 25 omvat een paar in serie geschakelde gasgevulde buizen 28 en 30, die met elkaar verbonden zijn door een leiding 32 en die verbonden zijn door leidingen 34 en 36 met tegenover gelegen zij-den van het spanningsnet of met spanningsleidingen 20 en 22. In zoverre de leiding 34 is betrokken is deze in serie geschakeld met de smeltzekering 20 26 aan de spanningsdraad 20. De leiding, die het knooppunt van de leiding -.
34 en de smeltzekering 26 verbindt met geleider 16 van de dekendraad 12, wordt aangegeven met verwijzisgscijfer 38, die verbonden is met wat men zou kunnen noemen de ingang of spanningsklem 40 vein de dekendraad 12. De andere spanningsklem 42 is verbonden met het knooppunt van de spannings-25 leiding 22 en de leiding 36 via leiding 44. Men zal opmerken dat de spanningsklemmen 40 en 42 aan de dekendraad 12 zich bevinden aan tegenover gelegen einden van de dekendraad 12, waarbij het een aan de geleider 16 en een aan de geleider 18 zit.
Een paar aftastklemmen, aangegeven met 46 en 48 zijn aangebracht 30 aan de tegenover gelegen einden van de geleiders 18 en 16 vanaf de spanningsklemmen 40 en 42. Over de aftastklemmen 46 en 48 van de dekendraad 12 zijn weerstanden 5Q en 52 in serie geschakeld. In een voorkeursuitvoerings-vorm van de uitvinding waren weerstanden 50 en 52 geselecteerd om te zijn in de orde van 33K Ohm, waardoor een aanzienlijke impedantie verschaft 35 wordt in de stroom, die vloeit tussen de geleiders 16 en 18. Het knooppunt van de weerstanden 50 en 52 is verbonden met de leiding 32 tussen de gasgevulde buizen 28 en 30 via een leiding 54.
Teineiade de stroom te beperken wanneer beide buizen 28 en 30 in hun geleidende en boogtrekkende mode zijn over de spanningsbron, wordt 40 een weerstand 55 in serie geschakeld met de leiding 36. Deze weerstand
820^551 J
4 * * - 8 - kan zijn in de orde van 25 Ohm ter verkrijging van de gewenste responsie bij het doorslaan van de smeltzekering, wanneer het circuit bedreven wordt met 240 Volt. In de geconstrueerde uitvoeringsvorm werd de smeltzekering ontworpen om door te slaan in 20 tot 80 millisekonden wanneer 5 de schakeling een stroom vein 8 Amp. zou voeren.
De gasgevulde buizen 28 en 30 zijn ontworpen om door te slaan bij een bepaalde spanning, die groter is dan de halve netspanning waaruit het de bedoeling is de deken 10 te bekrachtigen. Er zijn in de handel verkrijgbare gasgevulde buizen, van Xenell Corporation of Wynnewood, 10 Oklahoma, die mengsels bevatten van helium, neon, argon en krypton 85, die doorslag- en handhavingsspanningen bezitten, die geschikt zijn voor gebruik in de schakeling volgens de uitvinding. Daarenboven zijn de buizen in hun boogtrekkende mode in staat cm hoge strcmen te trekken en zeer lage' spanningsvallen te verschaffen, die geschikt zijn om schakelfuncties te 15 vervullen als reactie op spanningsveranderingen. Een gasgevulde buis van dit type omvat op karakteristieke wijze een eerste spanning, waarbij de buis begint te geleiden. Deze spanning staat bekend als de doorslag-spanning. Wanneer eenmaal de geleiding begonnen is zal de buis doorgaan met het geleiden zolang als een handhavingsspanning bestaat over de 20 electroden. Ofschoon de doorslagspanning aanzienlijk kan worden gevarieerd door het mengsel van zich in de buis bevindende gassen te wijzigen, zoals algemeen bekend is in de techniek, is het niet praktisch een gasgevulde buis te ontwerpen, die een doorslagspanning bezit van minder dan 75 tot 70 Volt; een dergelijke buis zou eveneens een ondergrens hebben voor de 25 handhavingsbuis ervan voor ongeveer 60 Volt. Het is om deze reden dat de schakeling van figuren 1 en 3 een zekere begrenzing heeft indien gebruikt bij spanningen in de orde van 120 Volt, terwijl een meer universele aftasting wordt verkregen indien gebruikt in circuits die ontworpen zijn voor gebruik bij 240 Volt.
30 Teneinde de wijze te begrijpen waarop het circuit van figuren 1 en 3 werkt onder omstandigheden van een breuk in een der geleiderd 16 of 18, dient te worden verwezen naar figuur 7 van de tekeningen, waarin de schakeling wordt weergegeven op soortgelijke wijze als figuur 3, maar waarin zijn weergegeven de spanningen, die op verschillende punten in het 35 circuit bestaan. De spanningen veronderstellen een bekrachtiging bij 240 Volt wisselstroom en die, welke bestaan wanneer de o-spanning en 240 spanning bestaan aan de spanningsklemmen 40 en 42, zoals weergegeven.
Elk van de geleiders 16 en 18 bezit een weerstand van ongeveer 30 Ohm en de dekendraad 12, onder normale omstandigheden, zal ongeveer 0,25 Amp.
40 trekken. Onder normale omstandigheden zou de spanning aan de aftastklemmen 8204558 ‘ - ’ * \ - 9 - 46 en 48 resp. 235 en 5 Volt zijn. Indien we vefonderstellen dat een open circuit optreedt in de geleider 16, zal de spanning aan de aftastklem 48, die nu gelsoleerd is van de rest van de geleider 16, de zelfde spanning aannemen als de spanllingsklem 42, dus 240 Volt. Dit zal 1.5 resulteren in een spanning op de tussenverbinding tussen de gasgevulde buizen 28 en 30, die veranderd van 115 Volt naar een spanning in de orde van 237,5 Volt. Als gevolg hiervan zal doorslag optreden in de gasgevulde buis 28. Wanneer een dergelijke doorslag plaatsvindt zal de spanning in het knooppunt tussen de buizen 28 en 30 dalen tot de handhavingsspan-10 ning voor de buis 28 onder het vormen van een verschilspanning over de buis 30, die voldoende is om doorlsag daarin te veroorzaken. Wanneer beide buizen 28 en 30 geleidend zijn op het zelfde tijdstip zal de stroom in hoofdzaak worden begrensd door de serieweerstand, die op zijn beurt het mogelijk zal maken dat er voldoende stroom is an de smeltzekering 26 15 te laten doors laan.
Thans terugkerend naar het schema van figuur 8 wordt de werking van de schakeling van figuren 1 en 3 besproken onder de omstandigheden van een kortsluiting. Een kortsluiting op elk ander punt dan het middel-punt van de dekendraad 12 zal een ongebalanceerde spanning produceren die 20 voldoende is om doorslag van een der gasgevulde buizen 28 en 30 te veroorzaken en daama zal de andere buis tot doorslag worden gedwongen.
Onder normale omstandigheden zal een kortsluiting waarschijnlijk plaats-vinden aan de einden van de dekendraad 12, waar het zich bevindt nabij de klemverbi,ndingen. Wanneer een kortsluiting plaatsvindt in de dekendraad 25 12 nabij de aansluitklemmen 40, 42 en 46, 48, zal de spanningsklem op effectieve wijze kortgesloten worden met de aangrenzende aftastklem, hetgeen maakt dat de beide aftastklemmen zich dan hetzij op in wezen 240 dan wel op 0 Volt bevinden. Een dergelijke conditie zal maken dat een van de gasgevulde buizen 28 of 30 doorslaat en vervolgens de andere. In 30 een situatie, waar de kortsluiting plaatsvindt in het midden van de dekendraad 12, zal er een 120 Volt signaal verschijnen aan de aftastklem 48 en een 120 Volt signaal aan de aftastklem 46. Als gevolg hiervan zal de gemeenschappelijke vefbinding tussen de buizen 28 en 30 een spanning van 120 Volt zijn en zal geen doorslag plaatsvinden. Zodra echter het 35 punt van de breuk zich verplaatst meer dan 15% of zo vanaf het middel- punt van de dekendraad 12, zal de spanning aan de aftastklemmen de 140 Volt doorslag overschrijden of minder zijn dan 100 Volt om doorslag te veroorzaken in de buis 30. Vanwege het feit dat de kortsluitconditie in het centrum relatief onwaarschijnlijk is, zullen er vele toepassingen zijn, 40 waarbij de schakeling van figuren 1 en 3 aanvaardbaar zal zijn, aangezien 820455 8 t * - 10 - deze zal fungeren om de smeltzekering 26 onder alle omstandigheden waar er een open circuit is in de geleiders 16 en 18, te laten doorslaan en in de meeste omstandigheden waarin er een kortsluiting is tussen de geleiders. 16 en 18.
5 Met betrekking tot de hierboven beschreven situatie, waarbij de schakeling 25 ondoeltreffend zou zijn om te maken dat de smeltzekering 26 doorslaat, dient men te begrijpen dat telekens wanneer er een kortsluiting is, de aangeboden problemen en de vereiste oplossingen geheel ver-schillend zijn dan in het geval van een open circuit. In de open circuit 10 situatie tracht de boogvorming bij de breuk in de geleider 16 of 18 heel snel een gevaarlijke situatie te creeren en wordt de stroom, die de dekendraad 12 trekt, verminderd, zodat er geen neiging is voor de smeltzekering 26 om door te slaan, behalve via het gebruik van exteme circuitmiddelen aan de dekendraad 12. Echter in het geval van een 15 kortsluiting zijn de resultaten geheel verschillend. De gehele dekendraad 12 heeft de neiging een hogere stroom te trekken die slechts begrensd wordt door de weerstand van de dan effectieve gedeelten van de geleiders 16 en 18. In het geval van de hierboven beschreven uitvoerings-vorm, die werkt bij 240 Volt, zal de weerstand ongeveer 32 Ohm zijn, 20 hetgeen de stroom zal begrenzen doro de dekendraad 12 tot bij benadering 8 Amp. Een dergelijke stroom zal beginnen de dekendraad 12 op te warmen boven de gewenste temperatuumiveau':s, maar alvorens de temperatuurgren-zen van de isolatie aan de dekendraad 12 te bereiken of de temperatuur-grenzen van het aangrenzende dekenmateriaal, zal de 8 Apm. stroom door de 25 smeltzekering 26 maken dat de zekering 26 doorslaat zonder dat de veilig-heidsschakeling 25 daar verder bij betrokken is. Dit doorslaan van de smeltzekering 26 mag niet plaatsvinden bij een overbelasting bij een overschrijding van 10 of 20 sekonden, maar geen beschadiging zou bij deze tijdlengte zijn opgetreden. Dus het falen van de veiligheidsschakeling 30 25 om te reageren op een centraal gelegen kortsluiting heeft geen serieuze consequenties, aangezien de vereiste snelle reactie van de schakeling 25 alleen verband houdt met de open circuitcondities die de neiging hebben om gevaarlijke boogtrekkende condities te produceren.
Niettemin hebben de later beschreven uitvoeringsvormen, ge-35 bruikmakend van de drie electroden bestaande gasgevulde buizen, bepaalde voordelen over de uitvoeringsvorm van fig. 1 en 3 aangezien de daarin weergegeven veiligheidscircuits gevoelig zijn voor alle soorten kort-sluitingen alsmede open circuits . In deze circuits, die uit drie electroden bestaande gasgevulde buizen toepassen, wordt grotere flexibiliteit 40 verkregen aangezien wanneer eenmaal een doorslag geproduceerd is in een 8204558 < ψ · - 11 - drie electrode bevattende buis, deze doorslag een geleiding mogelijk maakt tussen alle drie elementen van de buis en niet precies de twee elementen, die pen dergelijke doorslag laten veroorzaken door het spannings-verschil.
5 Thans terugkerende naar de uitvoeringsvorm van fig. 4 wordt daarin weergegeven, de zelfde schematische illustratie van de dekendraad 12, waarbij de geleiders 16 en 18 van elkaar verwijderd zijn door het PTOmateriaal 14. Het verwarmingselement omvat de spanningsklemmen 40 en 42 alsmede de aftastklemmen 46 en 48. Een paar uit drie electroden bestaan-10 de gasgevulde buizen of trekkerbuizen 60 en 62 is over de spanningsklemmen 40 en 42 in serie gesdhakeld. Twee van de buitenste elementen van de trekkerbuizen 60 en 62 zijn onderling verbonden met een leiding 64, terwijl de andere uiterste elementen vain de gasbuizen 60 en 62 zijn verbonden door leidingen 60 en 68 met de spanningsklemmen 40 en 42 van 15 de dekendraad 12. goals in de uitvoeringsvorm van figuren 1 en 3 is er een stroombegrenzende weerstand 69 aangebracht in de leiding 68 om de stream te begrenzen door de buizen 60 en 62, wanneer beide doorgeslagen zijn en werkzaam zijn in de boogtrekkende mode.
De aftastklemmen 46 en 48 van de dekendraad 12 zijn verbonden 20 met de drie in serie geschakelde weerstanden 70, 72 en 74, waarbij de weerstanden 70 en 74 een waarde hebben van 33K Ohm, terwijl de weerstand 72 een waarde heeft van 66K Ohm. Zoals weergegeven in figuur 4 verbindt een leiding 76 het knooppunt van weerstanden 70 en 72 met het meest in het centrum gelegen element van de trekkerbuis 60, terwijl de leiding 25 78 het centrale element van de trekkerbuis 62 onderling verbindt met het knooppunt van de weerstanden 72 en 74. De trekkerbuizen 60 en 62 zijn ontworpen om door te slaan bij een spanning van tussen 80 en 95 Volt voor gebruik bij een wisselstrocan spanning van 240 Volt.
Teineinde de werking van de schakeling van de figuur 4 te 30 begrijpen wordt aangenomen dat deze bekrachtigd wordt door een 60 Herz bron van 240 Volt. Onder de cmstandigheden waarbij de leiding 20 zich bevindt op 0 Volt en de leiding 22 op 240 Volt is, zullen de spanningen aan de aftastklenmen 46 en 48 van de dekendraad 12 een waarde hebben van 10 en 230 Volt, hetgeen een totals spanningsval geeft over de spannings-35 verdeler gevormd door de weerstanden 70, 72 en 74, van 220 Volt, en zullen de spanningen aan de kaooppunten of leidingen 76 en 78 een waarde hebben van 60 reap. 180 Volt. Aldus bij beschouwing van de spanningen van de diverse elementen van de gasgevulde buizen 60 en 62, gaande van links naar rechts, zullen de apanningsniveau*s 0 Volt, 60 Volt, 120 Volt, 40 180 Volt en 240 Volt zijn.
8204558 - 12 -
Indien een open circuit zou optreden in de ene geleider 16 of de andere geleider 18, dat zal het aftasteinde van die geleider de spanning aannemen van de andere aftastklem, als gevolg van de verbinding via de weerstanden 70, 72 en 74. In een dergelijk geval zal de spanning 5 aan de verbindingselementen 76 of 78 of voldoende dalen danwel voldoende stijgen om geleiding in de gasgevulde buizen 60 en 62 te veroorzaken.
Indien men een open circuit veronderstelt in de geleider 16, zal de spanning aan de aftastklem 48, die 20 geweest was, vervolgens corresponde-ren met de spanning aan de aftastklem 46, die 230 V is. Met een spanning 10 van 230 V aan beide einden van de in serie geschakelde weerstanden 70, 72 en 74, zal er 230 V staan aan de leiding 76, waardoor de buis 60 geleidend wordt en de spanning aan de leiding 64 daalt, zodat de buis 62 eveneens geleidend zal worden. Op dat tijdstip zullen beide buizen 60 en 62 geleiden in de boogvormende mode, waardoor voldoende stroom getrokken wordt, die 15 slechts begrensd wordt door de weerstand 69 en waardoor de smeltzekering 26 doorslaat. Het kan worden aangetoond dat dergelijke conditie zal plaats-vinden onder elke omstandigheid van open circuit of kortgesloten circuit over de gehele lengte van de dekendraad 12 wanneer er gewerkt wordt met 240 V.
20 Het type kortsluiting dat het moeilijkst te bespeuren is, is die welke optreedt precies halverwege tussen de einden van de tekendraad 12 in een dergelijke situatie zal de spanning aan de kortsluiting 120 volt zijn, welke spanning eveneens gevonden zal worden aan beide aftastklemmen 46 en 48 en de tussen geschakelde serieweerstanden. Met 120 volt aan de leidingen 25 76 en 78, zullen de buizen 60 en 62 geleiden, hetgeen een toenemende stroom veroorzaakt door de smeltzekering 26, waardoor de zekering tenslotte doorslaat.
Het voordeel van de trekkerbuizen 60 en 62 is dat zodra de door-slagspanning tussen een der beide aangrenzende elementen wordt bereikt, er 30 ionisatie is van de buizen en geleiding plaatsvindt tussen alle drie de elektrodepunten. Wanneer eenmaal een van de trekkerbuizen 60 of 62 geleidt, zal de spanning van de verbindingsleiding 64 onmiddellijk voldoende ver-anderen om te maken dat de andere buis eveneens geleidt.
In figuur 5 is een andere uitvoeringsvorm op de uitvinding geopen-35 baard, welke uit 2 elektroden bestaande gasevulde buizen toepast zoals de inrichting van figuur 1, maar welke het voordeel bezit, dat zij reageert of gevoelig is voor kortsluiten zelfs in het geval dat zij optreden in het midden van de tekendraad 12. De tekendraad 12 en de daarmee samenwerkende geleiders 16 en 18, de spanningsklemmen 40, 42 en de aftastklemmen 46, 48 40 en de spanningsleidingen 20 en 22 worden alle op dezelfde wijze weergegeven 8204558 -13- in fig. 5 als in de eerder besdhreven uitvoeringsvormen. Daarenboven om-vat de dekendraad 12 weerstandsmateriaal 14 met positieve temperatuurcoefficient geplaatst tussen de geleiders 16 en 18. Het aftastcircuit in de ui tvoeringsvorm van fig. 5 omvat gasdioden 110, 112 en 114 die in serie ge-5 schakeld zijn over de spanningaklemmen 40, 42 door leidingen 116 resp. 118. De leiding 116 is verbonden met het ene element van de buis 114 en het andere element van de buis 114 is verbonden via de leiding 120 met Sen der elementen van de buis 112. Het andere element van de buis 112 is via leiding 122 verbonden met een der elementen van de buis 110. Het andere element 10 van de buis 110 is via een stroom begrenzende weerstand 124 verbonden met de leiding 118*
Over de aftastkleramen 46 en 48 is een weerstandsnetwerk verbonden be-vattende in serie geschakelde weerstanden 126, 128 en 130. In een voorkeurs-uitvoeringsvorm, waarin de dekendraad 12 ingericht is om te worden bekrach-15 tigd uit een wisselspanningsbron van 240 volt, werden de weerstanden 126, 128 en 130 gekozen met waarden van 30 k.ohm, 60 k.ohm en 30 k.ohm. Leidingen 132 en 134 zijn aanwezig am het knooppunt van de weerstanden 126, 128 en 130 te verbinden met de leidingen 122 resp. 120. De gasdioden 110, 112 en 114 zijn zodanig gekozen dat zij een doorslagspanning hebben van 100 volt 20 en een houdspanning van 60 volt. Om te begrijpen hoe de schakeling werkt wordt het voorbeeld beschoiiwd, waarbij er een kortsluiting is tussen de geleiders 16 en 18 halverwege tussen de einden van de betreffende geleiders. In een dergelijke situatie zal de spanning aan het middenpunt, waar de kortsluiting plaatsvindt, een waarde hebben van 120 volt, wanneer de klem 25 40 de waarde 0 heeft en de klem 42 de waarde 240 volt. Wanneer het midden van de geleider 18 op een spanning zit van 120 volt, zal de aftastklem 46 op 120 volt zitten en de aftastklem 48 aan het einde van de geleider 16 eveneens op 120 volt zitten. Met 120 volt aan elk einde van het weerstandsnetwerk zal de spanning aan de leidingen 132, 122 en 134, 120 eveneens 30 120 volt bedragen.
Wanneer men vervolgens de spanning beschouwt, die bestaat over de buis 110 merkt men dat de linkerklem, zoals gezien in fig. 5, in wezen op 240 volt zal zijn, terwijl de rechterklem op 120 volt zal zijn, hetgeen resulteert in doorslag, aangezien de doorslagspanning voor gasgevulde buis 110 bij 35 100 volt ligt. Op soortgelijke wijze zal de spanningsconditie over de buis 114 bij 0 volt zijn aan de rechterklem, die verbonden is via leider 116 met de spanningsklem 40 en aan de linkerklem zal er opnieuw 120 volt zijn hetgeen resulteert in doorslag over de gasgevulde buis 114. De doorslag over buizen 110 en 114 zal resulteren in een verlaging van de spanning aan 8204558 - 14 - de rechterklem van buis 112 en een stijging van de spanning aan de linker-klem van buis 112 aangezien er ongeveer een 60 volt spanningsval is over elk der buizen 110 en 114 in hun geleidende toestanden. Als gevolg hiervan zal de spanning van de linkerklem van de buis 112 bij 180 volt liggen en 5 bij 60 volt aan de rechterklem. Het verschil zal 120 volt zijn of in over-maat ten opzichte van de doorslagspanning. Wanneer alle drie de buizen 110, 112 en 114 geleiden, zullen de buizen in hun boogtrekkende mode zijn waarbij de stroom fundamenteel begrensd wordt door de weerstand 124, die in de beschreven uitvoeringsvorm een weerstand is van 25 ohm en 5 watt.
10 Onder de beschreven omstandigheden zal de stroom die vloeit door de zekering 26 voldoende zijn om de zekering te laten doorslaan binnen 20 tot 80 milli-seconden. Het primaire voordeel van de uitvoeringsvorm van fig. 5 is het feit dat het het gebruik mogelijk maakt van de goedkopere en minder kriti-sche uit twee elektroden bestaande gashoudende buizen in vergelijking met 15 de uit drie elektroden bestaande buizen, die gebruikt worden in sommige van de andere uitvoeringsvormen. De bovenbeschreven voorwaarde van de kortslui-ting in het centrum is fundamenteel de meest moeilijke omstandigheid om af te tasten. Een analyse van de schakeling onder omstandigheden van open circuits op elke willekeurige plaats over de lengte van de geleiders 16 of 20 18 of kortsluitingen over de totale lengte van de dekendraad 12 toont aan dat elk van deze omstandigheden zou maken dat de gasgevulde buizen 110, 112 en 114 geleiden in hun boogtrekkende toestand ten einde de smeltzekering 26 in een korte tijdsperiode te laten doorslaan.
Onder verwijzing thans naar fig. 6 wordt daarin weergegeven een voor-25 keursuitvoeringsvorm, die slechts een enkele uit drie elektroden bestaande gasgevulde buis toepast. Voor explicatiedoeleinden diene dat de dekendraad 12 met zijn geleiders 16 en 18 gescheiden door het PTC-materiaal 14 op de-zelfde wijze worden weergegeven als in de eerder beschreven uitvoeringsvormen. Daar komt bij dat de dekendraad 12 voorzien is van de spannersklem-30 men 40 en 42 en de aftastklemmen 46 en 48. Het hoge impedantiecircuit ver-bonden over de aftastklemmen 46 en 48 bevat de in serie geschakelde weer-standen 90 en 92, die een gemeenschappelijke leiding 94 hebben waardoor ze onderling verbonden zijn. Over de spanningsklemmen 40 en 42 is via leidingen r - 96 en 98 een uit drie elektroden bestaande gashoudende buis 100 verbonden.
35 De buis 100 kan een triodeglimontladingsbuis genoemd worden of een trekker-buis, maar omvat in elk geval drie op gelijke afstanden van elkaar verwij-derde elektroden, waartussen de glimontlading binnen de buis plaatsvindt.
Een van de buitenste elektroden van de buis 100 is verbonden met de leiding 96 via een stroom begrenzende weerstand 102, welke kan zijn in de orde van 8204558 - 15 - 5 tot 7,5 Ohm, De andere buitenste electrode van de buis 100 is verbonden via de leiding 98 met de andere spanningsklem 42. De midden-electrode van de buis 100 is verbonden met de leiding 94 om het knoop-punt tussen de twee weerstanden 90 en 92 via een leiding 101. De buis 100 5 is zodanig ontworpen dat zij doorslaat indien onderworpen aan 80Volt RMS over elk van de twee paren aangrenzende electroden.
Onder nozmale omstandigheden, wanneer de dekendraad 12 bekrachtigd is met 120 Volt wisselstroom, zal de spanning aan de aftastklemmen 46 en 48 een waarde hebben van 90 resp. 30 volt. Dit zal een spanning produceren 10 van 60 Volt in het midden van de spanningsdelen gevozmd door de weerstanden 90 en 92. Dienovereenkomstig zal de spanning die bestaat aan de electroden van de triode 100 de waarde 0, 60 en 120 hebben. In het geval van een open circuit in een der galeiders 16 of 18, zal dan de aftastklem van die geleider de spanning aannemen van de aangrenzende spanningsklem. Met 15 andere woordan, indien de breuk zou zijn in de geleider 16, zal de aftastklem 48 een spanning aannemen van 120 V die op haar beurt een spanning zal produceren van 105 V aan de mlddenelectrode van de gashoudende buis 100. Deze spanning zal gelijk zijn aan de doorslagspanning, die geleiding veroorzaakt in de buis 100. Zodra geleiding een aanvang had genomen zal 20 deze doorgaan over de buitenste electrode en zal de boogtrekkende omstan-digheid ingaan waarbij de stroom slechts begrensd wordt door de weerstand 102.
Ofschoon de schakeling van figuur 6 ongevoelig zal zijn voor kort-sluitingen die geproduceerd worden in het midden van de dekendraad 12 zal 25 het snel reageren op eventuele kortsluitingen, die zouden worden verplaatst in welke richting dan ook vanuit het midden over een bedrag gelijk aan 15 % van de lengte van de dekendraad 12. Bij een dergelijke verplaatsing zal het spanningsverschil aan de aftastklemmen ofwel een spanning produceren, die laag genoeg is danwel hoog genoeg is aan de middenelectrode 30 van de buis 100 om de doorslagspanning van 80 V te bereiken. Zoals eerder aangegeven is het normale buigen van de dekendraad 12 het meest gepronon-ceerd nabij de einden am klemgedeelten, zodat eventuele kortsluitingen normaal plaatsvinden ver genoeg weg van het midden van de dekendraad 12 en daardoor gemakkelijk afgetast worden door de schakeling van fig. 6.
35 Zoals hierboven uiteen gezet is samenhang met de uitvoeringsvorm- en van figuren 1 en 3, zal de kortsluiting, gelegen in het midden van de dekendraad 12 nog steeds de smeltzekering 26 doen doorslaan, zelfs ofschoon de veiligheidsschakeling ongevoelig zal zijn voor een kortsluiting van dit type. De smeltzekering 26 in de uitvoeringsvorm van fig. 6 zal zijn 40 afgesteld op 1,6 Amp. In een kortsluitingsisuatie zal de dekendraad 12 8204558 - 16 - ongeveer 4 Amp. trekken, hetgeen maakt dat de smeltzekering 26 binnen 30 sekonden doorslaat. Eveneens, zoals hiervoor vermeld, is de responsie-tijd vereist voor het doen doorslaan van de smeltzekering 26 in een kortsluitingssituatie veel kleiner dan met betrekking tot de open circuit 5 conditie.
Alle diverse beschreven uitvoeringsvormen van de uitvinding kunnen worden toegepast op verwarmingsdraadschakelingen met positieve temperatuurcoefficient, waarbij de dekendraad 12 van het ene einde af bekrachtigd wordt. Teneinde enkel een dergelijke opstelling te illustreren 10 wordt in figuur 9 een schakeling weergegeven, die identiek is aan die van figuur 6 met uitzondering voor de wijze waarop de dekendraad 12 verbonden is met de energiebron. Identieke verwijzingscijfers zijn gebruikt in figuur 9 in vergelijking met figuur 6 am de identiteit te illustreren' van de daarin getoonde veiligheidsschakeling. De open circuit omstandigheid 15 in het met 104 aangegeven punt in de geleider 18 resulteert in hen verandering in de spannings condi ties over de middenklem en een van de buitenste klemmen, zodanig dat doorslag jblaatsvindt in de buis op de zelf-de wijze als beschreven in verband met de uitvoeringsvorm van figuur 6.
Met de spanningen aangelegd zoals weergegeven, zal de spanning aan de 20 klem 46 dalen van 110 V tot 10 V waardoor de spanning aan de middenklem van de buis 100 10V wordt, wat resulteert in doorslag. Het enkele reele verschil tussen de twee uitvoeringsvormen is het feit dat de verwarming over de gehele lengte van de dekendraad 12 niet zo uniform is in fig. 9, aangezien de spanningsval tussen de geleiders 16 en 18 varieren over 25 de gehele lengte van de dekendraad 12.
In alle diverse uitvoeringsvormen en in de bespreking ervan, is. verwezen naar de smeltzekering 26, die reageert op de stroomtoename voor het openen van de schakeling in het geval van kortsluitingen of open circuits. Het zal duidelijk zijn dat de smeltzekering 26 kan worden vervang-30 en door elk willekeurig ander op stroom reagerend element, dat zal dienen om het circuit te openen in het geval van stroomtoename, veroorzaakt door het functioneren van de veiligheidsschakeling 25. Ofschoon diverse uitvoeringsvormen van de onderhavige uitvinding zijn weergegeven, zal het duidelijk zijn dat diverse wijzigingen en veranderingen kunnen plaatsvinden 35 door een deskundige op dit vakgebied, welke echter van binnen de bescher-mingsomvang van de onderhavige uitvinding.
40 8204558
Claims (9)
1. Veiligheidsschakaling voor gebruik bij een verhittingskabel, omvattende een paar van elkaar verwijderde geleiders, die over hun gehele lengte van elkaar gescheiden zijn door een laag weerstandsmateriaal met positieve temperatuurcoefficient en waarbij elk der geleiders een met 5 de spanningsbron verbonden einde en een met een sensor verbonden einde bezit en een spanningsbronkoord, die verbindbaar is met de kabel aan de einden van de spanningsbron van de geleiders, teneinde de kabel te ver-binden met een spanningsbron voor wisselstroom, met het kenmerk, dat de-veiligheidsschakeling op stroom reagerende schakelmiddelen bevat, die in 10 serie staan met een der geleiders, waarbij aftastmiddelen verbonden zijn met de aftasteinden van de geleiders, terwijl de aftastmiddelen impedantie-middelen omvatten, die in parallel geschakeld zijn met een spannings-gevoelig element, waarbij het spanningsgevoelige element niet-geleidend is 15 onder normals werkomstandigheden en geleidens is, wanneer kortsluit- of open open circuit toestanden in de geleiders optreden, terwijl het spanningsgevoelige element voldoende stroomcapaciteit bezit in de geleidende staat om het schakelmiddel in serie met de kabel te activeren.
2. Schakeling volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de 20 schakelmiddelen een smeltzekering bevatten in serie met een der geleiders.
3. Schakeling volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de impedantie een paar in serie geschakelde impedantie-elementen omvat en dat het spanningsgevoelige element een paar gasgevulde buizen bevat, 25 waarbij het knooppunt van de impedantie-elementen en de gasgevulde buizen met elkaar verbonden zijn.
4. Schakeling volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de gasgevulde buiselementen een van drie electroden voorziene gasgevulde buis bevatten, welke drie electroden gelijkelijk van elkaar verwijderd 30 zijn met twee buitenste electroden en een middenelectrode, waarbij de middenelectrode verbonden is met het knooppunt van de impedanties en de buitenste electroden verbonden zijn met de aftasteinden van de geleiders.
5. Schakeling volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de gasgevulde buis een doorslagspanning bezit tussen de buitenste electro- 35 den die aanzienlijk groter is dan de spanning van de energiebron, terwijl de doorslagspaiming tussen de middenelectrode en elk der buitenste electroden meer is dan de helft dan die van de spanningsbron.
6. Schakeling volgens conclusie 4 of 5, gekenmerkt door een 8204558 - 18 - stroom begrenzende weerstand in serie met de gasgevulde buis over de einden van de spanningsbron.
7. Schakeling volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de gasgevulde buiselementen een paar dioden bevatten, die elk een doorslagspan- 5 ning bezitten, die iets groter is dan de helft van de bekrachtigings-spanning van de spanningsbron.
8. Schakeling volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat de gasgevulde buiselementen een paar van uit drie electroden bestaande gasgevulde buizen bestaan die in serie geschakeld zijn over de aftasteinden van de 10 geleiders, waarbij de uit drie electroden bestaande buizen elk een middenelectrode en twee buitenelectroden bezitten, die op gelijk afstand aan weerszijden van de middenelectrode staan opgesteld, waarbij het paar impedanties deel uitmaakt van het serie netwerk van drie weerstanden die verbonden zijn over de spanningsbroneinden van de geleiders, waarbij 15 de middenelectrode van elke gasgevulde buis verbonden is met een der knooppunten van twee der weerstanden in het netwerk, terwijl den der buitenste electroden van elke gasgevulde buis, die verbonden is met een aftasteinde van een der geleiders, en de andere der buitenste electroden met elkaar verbonden zijn. 20
9. Schakeling volgens een der voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de schakeling tezamen met een verwarmingskabel gebruikt wordt in een electrische deken. 25 --------------------- 8204558
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US06/324,196 US4436986A (en) | 1981-11-23 | 1981-11-23 | Electric blanket safety circuit |
| US32419681 | 1981-11-23 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8204558A true NL8204558A (nl) | 1983-06-16 |
Family
ID=23262524
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8204558A NL8204558A (nl) | 1981-11-23 | 1982-11-23 | Veiligheidscircuit voor een electrische deken o.d. |
Country Status (13)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4436986A (nl) |
| JP (1) | JPH0685346B2 (nl) |
| AU (1) | AU552224B2 (nl) |
| BE (1) | BE895089A (nl) |
| BR (1) | BR8206751A (nl) |
| CA (1) | CA1193639A (nl) |
| DE (1) | DE3242733A1 (nl) |
| FR (1) | FR2517133B1 (nl) |
| GB (1) | GB2110019B (nl) |
| MX (1) | MX152628A (nl) |
| NL (1) | NL8204558A (nl) |
| NZ (1) | NZ202222A (nl) |
| ZA (1) | ZA828463B (nl) |
Families Citing this family (59)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4574188A (en) * | 1982-04-16 | 1986-03-04 | Raychem Corporation | Elongate electrical assemblies |
| US4659913A (en) * | 1982-04-16 | 1987-04-21 | Raychem Corporation | Elongate electrical assemblies |
| US4791276A (en) * | 1982-04-16 | 1988-12-13 | Raychem Corporation | Elongate electrical assemblies |
| US4582983A (en) * | 1982-04-16 | 1986-04-15 | Raychem Corporation | Elongate electrical assemblies |
| US4520417A (en) * | 1983-02-14 | 1985-05-28 | Raychem Corporation | Electrical monitoring systems |
| KR890003052B1 (ko) * | 1983-03-16 | 1989-08-19 | 칫소 엔지니어링 가부시끼 가이샤 | 띠형 전기발열장치 |
| GB8310747D0 (en) * | 1983-04-20 | 1983-05-25 | Cooperheat | Heat tracing tape and controller |
| JPS6091583A (ja) * | 1983-10-24 | 1985-05-22 | 松下電器産業株式会社 | 発熱体 |
| US4550358A (en) * | 1984-02-13 | 1985-10-29 | Sunbeam Corporation | Protective circuit for portable electric appliances |
| GB2159354B (en) * | 1984-04-03 | 1987-10-28 | Birmid Qualcast | Electrical protective devices |
| US4822983A (en) * | 1986-12-05 | 1989-04-18 | Raychem Corporation | Electrical heaters |
| US4847472A (en) * | 1988-01-15 | 1989-07-11 | Ppg Industries, Inc. | Enhanced reliability discontinuity detector in a heated transparency |
| US5081341A (en) * | 1988-08-29 | 1992-01-14 | Specialty Cable Corp. | Electrical heating element for use in a personal comfort device |
| US5925276A (en) * | 1989-09-08 | 1999-07-20 | Raychem Corporation | Conductive polymer device with fuse capable of arc suppression |
| US5002501A (en) * | 1989-10-02 | 1991-03-26 | Raychem Corporation | Electrical plug |
| US5004432A (en) * | 1989-10-02 | 1991-04-02 | Raychem Corporation | Electrical connector |
| FR2654978B1 (fr) * | 1989-11-29 | 1992-02-21 | Gaz De France | Piece de raccordement du type a resistance electrique perfectionnee pour la reunion par thermosoudage d'elements en matiere plastique. |
| US4998006A (en) * | 1990-02-23 | 1991-03-05 | Brandeis University | Electric heating elements free of electromagnetic fields |
| US5206485A (en) * | 1990-10-01 | 1993-04-27 | Specialty Cable Corp. | Low electromagnetic and electrostatic field radiating heater cable |
| US5451747A (en) * | 1992-03-03 | 1995-09-19 | Sunbeam Corporation | Flexible self-regulating heating pad combination and associated method |
| US5422461A (en) * | 1992-12-15 | 1995-06-06 | Micro Weiss Electronics, Inc. | Control device and safety circuit for heating pads with PTC heater |
| US5420397A (en) * | 1992-12-15 | 1995-05-30 | Micro Weiss Electronics, Inc. | Control device and safety circuit for heating pads with PTC heater |
| DE4480580C2 (de) * | 1994-01-19 | 2001-07-05 | Micro Weiss Electronics Inc | Sicherheits-Steuerschaltung für ein elektrisches, mit Wechselspannung zu betreibendes Gerät sowie Steuerungsverfahren |
| AU6695394A (en) * | 1994-01-19 | 1995-08-08 | Micro Weiss Electronics, Inc. | High-safety control device for electric heating appliances |
| US5801914A (en) * | 1996-05-23 | 1998-09-01 | Sunbeam Products, Inc. | Electrical safety circuit with a breakable conductive element |
| US5770836A (en) * | 1996-11-08 | 1998-06-23 | Micro Weiss Electronics | Resettable safety circuit for PTC electric blankets and the like |
| TW371379B (en) * | 1997-01-09 | 1999-10-01 | Daifuku Kk | Protective device of non-contact feeder system |
| US6229123B1 (en) | 1998-09-25 | 2001-05-08 | Thermosoft International Corporation | Soft electrical textile heater and method of assembly |
| NZ332263A (en) * | 1997-10-17 | 2000-01-28 | Imetec Spa | Electric blanket or pad with co-axial heating coils separated by insulation that melts if blanket overheats |
| AU756477C (en) * | 1998-12-23 | 2003-09-11 | Fisher & Paykel Healthcare Limited | Fault protection system for a respiratory conduit heater element |
| US7202444B2 (en) * | 1999-01-25 | 2007-04-10 | Illinois Tool Works Inc. | Flexible seat heater |
| US6884965B2 (en) * | 1999-01-25 | 2005-04-26 | Illinois Tool Works Inc. | Flexible heater device |
| US7053344B1 (en) * | 2000-01-24 | 2006-05-30 | Illinois Tool Works Inc | Self regulating flexible heater |
| US6222162B1 (en) | 1999-06-03 | 2001-04-24 | Barry P. Keane | Electric blanket and control |
| US6700333B1 (en) | 1999-10-19 | 2004-03-02 | X-L Synergy, Llc | Two-wire appliance power controller |
| DE10126066B4 (de) * | 2001-05-28 | 2004-11-18 | Beurer Gmbh & Co | Wärmevorrichtung mit einem schmiegsamen Heizkörper |
| US6770854B1 (en) * | 2001-08-29 | 2004-08-03 | Inotec Incorporated | Electric blanket and system and method for making an electric blanket |
| US6730887B2 (en) | 2001-09-11 | 2004-05-04 | Sunbeam Products, Inc. | Warming blanket having remote safety circuit |
| US6794610B2 (en) * | 2001-09-11 | 2004-09-21 | Sunbeam Products, Inc. | Heating blankets with low-current multiple heating elements |
| US6689989B2 (en) * | 2002-03-18 | 2004-02-10 | Harold W. Irwin, Sr. | Heater for electric blanket |
| US7306283B2 (en) * | 2002-11-21 | 2007-12-11 | W.E.T. Automotive Systems Ag | Heater for an automotive vehicle and method of forming same |
| GB0426799D0 (en) * | 2004-12-07 | 2005-01-12 | Imetec Spa | Electric blanket/pad |
| US7876917B2 (en) * | 2006-08-28 | 2011-01-25 | Youngtack Shim | Generic electromagnetically-countered systems and methods |
| US9112395B2 (en) | 2006-08-28 | 2015-08-18 | Youngtack Shim | Electromagnetically-countered actuator systems and methods |
| US20110095935A1 (en) * | 2006-08-28 | 2011-04-28 | Youngtack Shim | Electromagnetically-countered systems and methods by maxwell equations |
| US8625306B2 (en) | 2006-08-28 | 2014-01-07 | Youngtack Shim | Electromagnetically-countered display systems and methods |
| DE102009059995A1 (de) * | 2009-12-21 | 2011-06-22 | W.E.T. Automotive Systems AG, 85235 | Elektrische Heizeinrichtung |
| US8544942B2 (en) | 2010-05-27 | 2013-10-01 | W.E.T. Automotive Systems, Ltd. | Heater for an automotive vehicle and method of forming same |
| DE102011114949A1 (de) | 2010-10-19 | 2012-04-19 | W.E.T. Automotive Systems Ag | Elektrischer Leiter |
| DE102012000977A1 (de) | 2011-04-06 | 2012-10-11 | W.E.T. Automotive Systems Ag | Heizeinrichtung für komplex geformte Oberflächen |
| US9148911B2 (en) | 2011-07-14 | 2015-09-29 | Sunbeam Products, Inc. | Safety circuit for heating device |
| US8711532B2 (en) * | 2011-08-24 | 2014-04-29 | Nxp, B.V. | Integrated advance copper fuse combined with ESD/over-voltage/reverse polarity protection |
| DE202011109990U1 (de) | 2011-09-14 | 2012-12-17 | W.E.T. Automotive Systems Ag | Temperier-Einrichtung |
| US10201039B2 (en) | 2012-01-20 | 2019-02-05 | Gentherm Gmbh | Felt heater and method of making |
| DE102013006410A1 (de) | 2012-06-18 | 2013-12-19 | W.E.T. Automotive Systems Ag | Flächengebilde mit elektrischer Funktion |
| DE102012017047A1 (de) | 2012-08-29 | 2014-03-06 | W.E.T. Automotive Systems Ag | Elektrische Heizeinrichtung |
| DE102012024903A1 (de) | 2012-12-20 | 2014-06-26 | W.E.T. Automotive Systems Ag | Flächengebilde mit elektrischen Funktionselementen |
| CN105165112B (zh) | 2013-05-02 | 2018-11-02 | 捷温加拿大有限公司 | 防液性加热元件 |
| US9370045B2 (en) | 2014-02-11 | 2016-06-14 | Dsm&T Company, Inc. | Heat mat with thermostatic control |
Family Cites Families (18)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NL288627A (nl) | 1962-02-21 | |||
| US3215896A (en) | 1962-10-04 | 1965-11-02 | Gen Electric | Fast response overload protection circuit |
| AT255605B (de) * | 1963-05-29 | 1967-07-10 | Siemens Elektrogeraete Gmbh | Einrichtung zum Erfassen und Regeln des Wärmeinhaltes von Flüssigkeiten in Behältern |
| US3325718A (en) | 1963-12-04 | 1967-06-13 | Gen Lab Associates Inc | Protective circuit for vibrator type d.c.-a.c. converters |
| JPS4030516Y1 (nl) * | 1964-04-22 | 1965-10-25 | ||
| US3493815A (en) | 1967-07-19 | 1970-02-03 | Gen Electric | Electric protective system |
| US3600634A (en) | 1969-12-16 | 1971-08-17 | Integrated Systems Inc | Protective control circuit against transient voltages |
| US3628093A (en) | 1970-04-13 | 1971-12-14 | Northern Electric Co | Thermostat overheat protection system for an electric appliance such as a blanket |
| US3673381A (en) * | 1971-10-26 | 1972-06-27 | Northern Electric Co | Thermostatless blanket control circuit |
| US3673380A (en) * | 1971-10-26 | 1972-06-27 | Northern Electric Co | Glow switch relay for blanket overheat control switch |
| US3845355A (en) | 1973-05-04 | 1974-10-29 | Borg Warner | Fault protection circuit for an adjustable motorized hospital bed |
| US3878434A (en) | 1973-12-10 | 1975-04-15 | Leeds & Northrup Co | Power-limiting electrical barrier device |
| US3968407A (en) | 1974-03-27 | 1976-07-06 | Petrolite Corporation | Redundant intrinsic safety barrier |
| US4034185A (en) | 1975-09-02 | 1977-07-05 | Northern Electric Company | Electric blanket control circuit |
| GB1599709A (en) | 1978-01-31 | 1981-10-07 | Dreamland Electrical Appliance | Heating circuits |
| NZ191174A (en) * | 1978-08-24 | 1983-03-15 | Dreamland Electrical Appliance | Electric blanket heating and overheating disconnect circuit |
| US4277673A (en) | 1979-03-26 | 1981-07-07 | E-B Industries, Inc. | Electrically conductive self-regulating article |
| CA1156300A (en) * | 1980-04-01 | 1983-11-01 | Gordon S. Carlson | Electric blanket safety circuit |
-
1981
- 1981-11-23 US US06/324,196 patent/US4436986A/en not_active Expired - Lifetime
-
1982
- 1982-10-19 NZ NZ202222A patent/NZ202222A/en unknown
- 1982-10-20 CA CA000413829A patent/CA1193639A/en not_active Expired
- 1982-10-21 AU AU89658/82A patent/AU552224B2/en not_active Expired
- 1982-11-16 MX MX195195A patent/MX152628A/es unknown
- 1982-11-17 ZA ZA828463A patent/ZA828463B/xx unknown
- 1982-11-19 DE DE19823242733 patent/DE3242733A1/de active Granted
- 1982-11-22 BE BE0/209531A patent/BE895089A/fr unknown
- 1982-11-22 BR BR8206751A patent/BR8206751A/pt not_active IP Right Cessation
- 1982-11-22 FR FR8219522A patent/FR2517133B1/fr not_active Expired
- 1982-11-23 NL NL8204558A patent/NL8204558A/nl not_active Application Discontinuation
- 1982-11-23 GB GB08233405A patent/GB2110019B/en not_active Expired
- 1982-11-24 JP JP57205945A patent/JPH0685346B2/ja not_active Expired - Lifetime
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| AU8965882A (en) | 1983-06-02 |
| US4436986A (en) | 1984-03-13 |
| AU552224B2 (en) | 1986-05-22 |
| BR8206751A (pt) | 1983-10-04 |
| DE3242733A1 (de) | 1983-05-26 |
| BE895089A (fr) | 1983-03-16 |
| JPH0685346B2 (ja) | 1994-10-26 |
| GB2110019B (en) | 1985-09-11 |
| NZ202222A (en) | 1986-04-11 |
| ZA828463B (en) | 1983-09-28 |
| MX152628A (es) | 1985-10-01 |
| FR2517133A1 (fr) | 1983-05-27 |
| CA1193639A (en) | 1985-09-17 |
| DE3242733C2 (nl) | 1993-02-18 |
| FR2517133B1 (fr) | 1988-05-20 |
| GB2110019A (en) | 1983-06-08 |
| JPS5894785A (ja) | 1983-06-06 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8204558A (nl) | Veiligheidscircuit voor een electrische deken o.d. | |
| JP3023332B2 (ja) | 電気加熱装置の安全回路 | |
| US9320084B2 (en) | Heater wire safety circuit | |
| US5861610A (en) | Heater wire with integral sensor wire and improved controller for same | |
| US4251718A (en) | Heating circuits | |
| CA2286359A1 (en) | Electrical safety device with conductive polymer sensor | |
| MXPA97003836A (en) | Electric device security circuit | |
| US4278874A (en) | Heating circuits | |
| US9089010B2 (en) | Heater wire safety circuit | |
| NL8101632A (nl) | Elektrische deken met beveiligingscircuit. | |
| CN1823552B (zh) | 加热衬套 | |
| IE54110B1 (en) | Heating circuits | |
| GB2028608A (en) | Heating circuits | |
| US4439801A (en) | Electrical load imbalance detection and protection apparatus | |
| IE47536B1 (en) | Heating circuits | |
| GB2028607A (en) | Heating circuits | |
| GB2186134A (en) | Heating circuits with protective arrangements | |
| GB1588784A (en) | Heating circuits | |
| HK1002383A (en) | Safety circuit for electrical devices | |
| JPH03219583A (ja) | 発熱体 | |
| JPH076863A (ja) | 感熱発熱体の安全装置 | |
| GB2149243A (en) | Electrical heating circuits and protective circuits for use therewith | |
| NL8500481A (nl) | Elektrische verwarmingsketen. |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| BV | The patent application has lapsed |