[go: up one dir, main page]

NL8204434A - Roterende machine met positieve verplaatsing. - Google Patents

Roterende machine met positieve verplaatsing. Download PDF

Info

Publication number
NL8204434A
NL8204434A NL8204434A NL8204434A NL8204434A NL 8204434 A NL8204434 A NL 8204434A NL 8204434 A NL8204434 A NL 8204434A NL 8204434 A NL8204434 A NL 8204434A NL 8204434 A NL8204434 A NL 8204434A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
rotor
hub
radius
point
main rotor
Prior art date
Application number
NL8204434A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Ingersoll Rand Co
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Ingersoll Rand Co filed Critical Ingersoll Rand Co
Publication of NL8204434A publication Critical patent/NL8204434A/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F01MACHINES OR ENGINES IN GENERAL; ENGINE PLANTS IN GENERAL; STEAM ENGINES
    • F01CROTARY-PISTON OR OSCILLATING-PISTON MACHINES OR ENGINES
    • F01C1/00Rotary-piston machines or engines
    • F01C1/08Rotary-piston machines or engines of intermeshing engagement type, i.e. with engagement of co- operating members similar to that of toothed gearing
    • F01C1/12Rotary-piston machines or engines of intermeshing engagement type, i.e. with engagement of co- operating members similar to that of toothed gearing of other than internal-axis type
    • F01C1/123Rotary-piston machines or engines of intermeshing engagement type, i.e. with engagement of co- operating members similar to that of toothed gearing of other than internal-axis type with tooth-like elements, extending generally radially from the rotor body cooperating with recesses in the other rotor, e.g. one tooth

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Rotary Pumps (AREA)
  • Applications Or Details Of Rotary Compressors (AREA)
  • Structures Of Non-Positive Displacement Pumps (AREA)
  • Reciprocating Pumps (AREA)
  • Details And Applications Of Rotary Liquid Pumps (AREA)
  • Centrifugal Separators (AREA)
  • Rotary-Type Compressors (AREA)

Description

V i N/31.209-tM/f.
, Roterende machine met positieve verplaatsing.
De uitvinding heeft betrekking op roterende machines met positieve verplaatsing en in het bijzonder op machines van het type, die in elkaar grijpende, van lobben voorziene rotoren hebben, die geschikt zijn om een fluïdum 5 te hanteren. Deze machines omvatten gascompressoren, expan-siemachines, pompen en dergelijke en zijn tamelijk goed bekend in de stand van de techniek in het bijzonder uit de Amerikaanse octrooischriften 3.472.445 en 4.224.016.
Het Amerikaanse octrooischrift 3.472.445 10 geeft een vroege beschrijving van het voordeel, dat de naaf van de poortrotor in roterende machines met positieve verplaatsing groter is dan de naaf van de in ingrijping komende hoofdrotor. Zodoende kunnen de hogedruk—fluïdumpoorten, die worden geregeld door de poortrotor, groter worden ge-15 maakt om ongewenste smoring te verhinderen, wanneer de machine.met hoge snelheid loopt. Het Amerikaanse octrooischrift 4.224.016 beschrijft de vorming van de lobben op de poortrotor met een kleinere hoek dan die op de hoofdrotor. Zodoende worden precompressieverliezen alsmede smoor-20 verliezen beperkt. De grenzen voor de specifieke geometrie van de rotoren, waarbij een zeer doelmatige machine met de bovengenoemde eigenschappen kan worden geconstrueerd, bleven echter nog te bepalen.
Een doel van de uitvinding is de voorge-25 schreven geometrie en vrij specifieke definities van de samenwerkende rotoren te geven. Ook is een doel van de uitvinding een roterende machine met positieve verplaatsing te verschaffen met in elkaar grijpende, van lobben voorziene rotoren met lobben van verschillende grootte, die geschikt 30 zijn voor het hanteren van een fluïdum, voorzien van een huis, waarbij het huis een paar evenwijdige cilindrische, elkaar snijdende boringen heeft, eindwanden voor de boringen .en eerste en tweede poorten om daardoor hogedruk—fluïdum respectievelijk lagedruk—fluïdum te voeren, waarbij de 35 eerste poort is gevormd in een van de eindwanden en eerste en tweede van lobben voorziene rotoren roteerbaar zijn gemonteerd in de boringen, waarbij de eerste rotor een naaf. heeft die de eerste poort afsluit en waarbij deze naaf een straal 8204434 -2- i i * heeft van niet meer dan 90% van de straal van de boring waarin dé eerste rotor is gemonteerd.
Verdere doelen van de uitvinding alsmede de nieuwe kenmerken ervan zullen duidelijker worden met ver-5 wijzing naar de volgende beschrijving aan de hand van de bijgaande figuren, waarin: fig. 1 is een gedeeltelijk perspectivische afbeelding van een uitvoering van de uitvinding.
Fig. 2 is een tekening van de poortrotor 10 van de eerste trap van fig. 1.
Fig. 3 is een tekening van de samenwerkende hoofdrotor van de eerste trap van fig. 1.
Fig. 4 is een tekening van de poortrotor van de tweede trap van fig. 1.
15 Fig. 5 is een tekening van de samenwerkende hoofdrotor van de tweede trap van fig. 1.
Zoals in de fig. 1 is afgeheeld, heeft een roterende machine 10 met positieve verplaatsing een huis 12, waarin een paar evenwijdige cilindrische en elkaar 20 snijdende boringen 14 en 16 zijn gevormd. Het huis 12 heeft een inlaatpoort of lagedrukpoort 18 en poorten 20 in eind-wanden "W" (slechts een daarvan is gedeeltelijk afgebeeld) van de boringen om daardoorheen hogedruk-fluïdum te laten stromen. Een eerste rotor 22 is roteerbaar gemonteerd in de 25 boring 16 en tijdens de rotatie sluit deze de hogedrukpoorten 20 af en maakt ze vrij. De rotor 22 werkt samen met een tweede of hoofdrotor 24, die roteerbaar is gemonteerd in de boring 14 om fluïdum te bewegen door de poorten. Alleen bij wijze van voorbeeld zal de uitvinding worden beschreven in 30 verband met de machine 10, die wordt toegepast als een gascompressor, waarin de eerste of poortrotor 22 roteert in de richting van de wijzers van een uurwerk en de hoofdrotor 24 tegen de richting van de wijzers van een uurwerk. De poort 18 is dan ook een inlaatpoort en de poorten 20 zijn uitlaat-35 of afvoerpoorten.
De machine 10, die een gascompressor is, heeft eerste en tweede trappen en het voorste deel van het huis 12 (in fig. 1). omvat de eerste trap met de rotoren 22 en 24. In de afgeheelde voorkeursuitvoering is de tweede 40 trap, die slechts met streepjeslijnen is afgebeeld, in het- 8204434 ......,·-τ:... Γ- ..........ν'". .·ί,; : :ΐΡ' '' ' * % ; * -3- zelfde huis 12 gevormd in axiale uitlijning met de eerste trap. De boringen 14 en 16 zijn gemeenschappelijk aan de beide trappen, maar het huis heeft een tussenliggende wand daartussen (niet volledig afgeheeld) om de trappen buiten ver-5 binding af te sluiten. Een dergelijke uitvoering is afgeheeld in het Amerikaanse octrooischrift 4.090.588. Fig. 1 verduidelijkt de stroming van samengeperst gas tussen de trappen, waarbij het samengeperste gas van de eerste trap uittreedt via de poorten 20 en voortgaat· naar een tussentrapkoeler 26 10 en na gekoeld te zijn binnentreedt in de inlaat 18' van de tweede trap. De tweede trap heeft natuurlijk complementaire eerste en tweede rotoren 22' en 24’ van dezelfde algemene vormgeving als de:..rotoren'22. en 24 (van de eerste trap), hoewel van verschillende afmetingen.
15 De nieuwe vormgevingen van de rotoren van de eerste en tweede trap worden aangeven in de volgende tekst.
De poortrotor 22 van de eerste trap heeft een paar tegenoverliggende lobben 28 en groeven 30, die de naaf 32 daarvan onderbreken. Evenzo heeft de hoofdrotor 24 20 lobben 34, groeven 36 en een naaf 38.
Zoals reeds werd opgemerkt, is het bekend dat de naaf 32 van de poortrotor 22 groter is dan de naaf 38 van de hoofdrotor 24 om te zorgen, dat de uitlaatpoorten 20 zo groot mogelijk kunnen zijn, maar er is een praktische 25 grens tot waar de vergroting van de naaf van de poortrotor kan gaan. Volgens de uitvinding moet de naaf 32 een straal hebben van niet meer dan 90% van de straal van de boring 16, waarin de poortrotor 22 is gemonteerd. Ook moet de straal yan de naai 32 biet kleiner zijn dan 85% van de straal van 30 de boring 16. In de afgeheelde uitvoering is de straal van de naaf 32 88,3% van de straal van de boring 16. Uitgaande van computeranalyses en na nauwgezette berekeningen is bepaald, dat dit een optimale definitie is? deze verschaft een zo groot mogelijke poort 20 zonder al te veel (al het 35 volume van de boring -16 te vernauwen en (b) een overmatige smoring te veroorzaken wanneer de sluitende fluïdums in de beide boringen J.4 en JL6 samenkomen (tijdens vroege compressie L, De naaf 38 van de samenwerkende hoofdrotor 24 moet ook niet een straal van meer dan 65% van de straal van de boring 40. 14 hebben en ook moet een straal niet kleiner zijn dan 60% 8204434 -4- i » van de straal van de boring 14. in het bijzonder schrijven de bovengenoemde analyses en berekeningen voor, dat de straal van de naaf 38 63,4% van de straal van de boring 14 moet zijn.
Om optimale fluïdumvolumen te definiëren 5 in de boringen 14 en 16 van de eerste trap (en de tweede trap) en om een doelmatige machineprestatie te verzekeren via definitieve rotorprofielen en in elkaar grijpende oppervlakken, heeft de uitvinding tevens betrekking op de rotorvormen en relatieve afmetingen van elk. Wat dat betreft nemen de lobben 10 28 van de poortrotor 22 van de eerste trap elk ongeveer 30° om de omtrek van de rotor in beslag. De naaf 32 neemt een beetje minder dan ongeveer 160° van de rotoromtrek in beslag en de groeven 30 aan elke zijde nemen hoeken van een beetje meer dan ongeveer 80° in beslag. Deze grote groeven 30 laten 15 de uitlaatpoorten 20 van de eerste trap gedurende een verlengde tijdsperiode vrij om het samengeperste gas te laten uitstromen zonder al te sterke smoring en de betrekkelijk breed-hoekige naven 32 en lobben 28 sluiten de poorten 20 lang genoeg af om de fluïdumdruk te laten komen tot een aanvaard-20 bare af'voerwaarde.
De tweede of hoofdrotor 24 van de eerste trap heeft bredere lobben 34, die een beetje meer dan ongeveer 70° van de omtrek. van de rotor in beslag nemen, terwijl de naaf 38 aan elke zijde van de rotor een gelijke hoekgrootte 25 heeft, dus een beetje minder dan ongeveer 80 booggraden, zoals de naaf 32 van de poortrotor 22. De groeven 36 hebben ongeveer de halve breedte van de poortrotorgroeven 30 daar ze alleen smalhoekige lobben 28 hebben op te nemen. De breedhoekige lobben 34 op de hoofdrotor 24 verzekeren, dat 30 er een voldoende afdichting zal zijn langs de omtrek tijdens de compressiecyclus. De bredere groeven 30 in de poortrotor 30, zoals vermeld, verschaffen een langere gasafvoerperiode en moeten de breedhoekige lobben 34 van de hoofdrotor 24 opnemen.
35 De rotoren 22' en 24' van de tweede trap, hoewel yan dezelfde vormgeving, vereisen andere dimensies dan de rotoren 22 en 24 van de eerste trap. Met betrekking tot de poortrotor 22 f moet de naaf 32’ daarvan weer volgens de uitvinding een straal hebben van niet meer dan 90° van de straal 40. van de boring J.6, waarin deze is gemonteerd en moet deze niet 8204434 ··· ···:· · 1¾. . .
ψ· % -5- ' een straal hebben van minder dan 85% ervan. In de af geheelde uitvoering heeft de naaf 32’ een straal van 87,5% van de straal van de boring 16. De naaf 38’ van de samenwerkende hoofdrotor 24' moet ook een straal van ongeveer 75% van de 5 straal van de boring 14 en niet minder dan 70% hebben. De analyses en berekeningen schrijven voor, dat de straal van de naaf 38’ in de afgebeelde uitvoering 75,1% van de straal van de boring 14 moet zijn.
De lobben 28’ van de poortrotor 22’ van de 10 tweede trap nemen elk ongeveer 30 booggraden in beslag en de naad 32’ ervan neemt bijna een volle boog van 180° in beslag.
De groeven 30’ aan tegenovergestelde zijden nemen hoeken van een beetje minder dan 70° in beslag.
De tweede of hoofdrotor 24' van de tweede 15 trap heeft bredere lobben 34* dan die van de poortrotor 22’.
De lobben 34’ nemen een beetje meer dan 6.0 booggraden in beslag, De naaf 38* van de hoofdrotor 24’, aan elke zijde van de rotor, heeft een hoekgrootte van bijna de volle 90°. De groef 36’, evenals de groeven 36, hebben ongeveer de halve 20 breedte yan de groeyen 30.’ van de poortrotor.
Met uitzondering van de bovengenoemde critische onderscheidende dimensies zijn de beide poortroto-ren 22 en 22’ van de eerste en tweede trap en de beide hoofdrotoren 24 en 24’ op dezelfde wijze uitgevoerd. Deze 25 uitvoeringen worden aangegeven in de volgende tekst.
De smalhoekige lobben 28 en 28.' op de poort-rotoren 22 en 22 ' hébben elk voorste en tussenliggende referentiepunten 40. reSp. 42. Een referentielijn 46, die is getrokken vanuit het axiale middelpunt 48 van de rotor 22 30 (of 22’i door het tussenliggende referentiepunt 42 gaat door een tweede referentiepunt 50. De convexheid van de flank 44 wordt bepaald door een boog 52, die is getrokken vanuit het punt 50., Een referentielijn 56, die is getrokken vanuit het axiale .middelpunt 48 van de rotor 22 (of 22') door het 35 yoorste punt 58 van de naaf 32 gaat door een derde referentiepunt 60, De concaafbeid van de flank 54 wordt bepaald door een boog 62, die is getrokken vanuit het punt 60, rakend aan de hoog 52 in het referentiepunt 64.
De smalhoekige groeven 36 en 36' op de hoofd-40 rotoren 24 en 24' hebben elk een oppervlak 70, dat is gevormd 8204434 k « -6- met een abrupte achterste convexheid en een voortgezette voorste concaafheid met achterste en voorste punten 66 respectievelijk 68 en een tweede korte convexheid met achterste en voorste punten 68 resp. 72. De bovengenoemde 5 convexheid en concaafheid van het oppervlak 70 is gegenereerd door een flank 54 en een flank 44 op de rotor 22 (of 22') hoewel een constante en gelijkmatige speling daartussen tijdens het genereren is opgenomen. Het concave oppervlak 74 op de lob 34(of 34’Ivan de rotor 24 (of 24') dat is bepaald 10 door achterste en voorste punten 72 resp. 76 is gegenereerd door een punt 40 op de rotor 22 (of 22 * 1 terwijl het punt 40 de concaafheid 74 bestrijkt, waarbij weer een constante en gelijkmatige speling wordt opgenomen.
De breedhoekige lobben 34 en 34' op de 15 hoofdrotoren 24 en 24’ hebben elk achterste en tussenliggende referentiepunten 76 resp. 78. Een referentielijn 82, die is getrokken vanuit het axiale middelpunt 84 van de rotor 24 (of 24’1 door het tussenliggende referentiepunt 78 gaat door een tweede referentiepunt 86. De convexheid van de flank 80 wordt 20 bepaald door een boog 88, die is getrokken vanuit het punt 86. Een referentielijn 92, die is getrokken vanuit het axiale middelpunt 84 van de rotor 24 (of 24*1 door het achterste punt 9.4 yan de naaf 38 (of 38? 1 gaat door een derde referentiepunt 96, De concaafheid van de flank 90 wordt bepaald door 25 een boog 98, die is getrokken vanuit het punt 96, rakend aan de hoog 88 in het referentiepunt .100.
De breedhoekige groeven 30 en 301 op de poortrotoren 24 en 24’ hebben elk een oppervlak 106, dat is gevormd met een voorste convexheid en een achterste concaaf-30 heid met voorste en achterste punten 102 resp. 104 en een tweede convexheid met voorste en achterste punten 1Q4 resp.
108. De bovengenoemde convexheid en concaafheid van het oppervlak 1CL6 is gegenereerd door een flank 90 en een flank 80 op de rotor 24 (of 24’1 hoewel een constante en gelijkmatige ' 35 speling daartussen is opgenomen tijdens het genereren. Het concave oppervlak 110 op de lob 28 (of 28 *} van de rotor 22 (of 22'1 dat is bepaald door voorste en achterste punten 108 resp, 40 is gegenereerd door een punt 76 op de rotor 24, terwijl het punt 76 de concaafheid 110 bestrijkt, waarbij weer 40 een constante en gelijkmatige speling is opgenomen.
8204434 * ' "7-
Deze zeer bepaalde uitvoeringen en verbanden zijn critiech voor de optimale prestatie van de machine 10. Specifieke afmetingen worden niet gegeven, maar deze worden bepaald door de gewenste cJf .m., tipsnelheid en axiale lengten 5 van de rotoren 22 en 24 enz. Bij elke machine 10 volgens de uitvinding moeten de afmetingen echter zodanig zijn, dat een constante gelijkmatige speling wordt verkregen tussen de rotoren 22 en 24 en 22’ en 24' in elke draaistand daarvan.
8204434

Claims (40)

1. Roterende machine met positieve verplaatsing met in elkaar grijpende rotoren met lobben van verschillende grootte voor het hanteren van een fluïdum, gekenmerkt door een huis met een paar evenwijdige cilindri-5 sche, elkaar snijdende boringen en eindwanden voor de boringen en eerste en tweede poorten voor het doorlaten van hoge-druk- resp. lagedrukfluïdum, waarbij de eerste poort is gevormd in een van de eindwanden en eerste en tweede, van lobben voorziene rotoren roteerbaar zijn gemonteerd in de bo- 10 ringen, waarbij de eerste rotor een naaf heeft, die de eerste poort afsluit, en een groef, die de eerste poort vrijlaat, en waarbij de naaf een straal heeft van niet meer dan 90% van de straal van de boring, waarin de eerste rotor is gemonteerd.
2. Machine volgens conclusie 1, m e "t ' h e t kenmerk, dat de straal van de naaf niet kleiner is dan 85% van de straal van de boring, waarin de eerste rotor is gemonteerd.
3. Machine volgens conclusie 1, m e t het 20 kenmerk, dat de naaf minder dan de helft van de omtrek van de eerste rotor in beslag neemt.
4. Machine volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat de eerste rotor een paar groeven heeft, die samen minder dan de helft van de omtrek van de 25 eerste rotor in beslag nemen.
5. Machine volgens conclusie 4, m e t het kenmerk, dat de eerste rotor een paar lobben heeft, die samen niet meer dan ongeveer een zesde van de ontrek van de eerste rotor in beslag nemen.
6. Machine volgens conclusie 1, me t het kenmerk, dat de tweede rotor een naaf heeft, waaryan de straal niet meer dan 65% bedraagt van de straal van de boring, waarin de tweede rotor is gemonteerd.
7. Machine volgens conclusie 1, m e t 35 h.et kenmerk, dat de tweede rotor een naaf heeft, waaryan de straal niet kleiner is dan 60% van de straal van de boring, waarin de tweede rotor is gemonteerd.
8. Machine volgens conclusie 7, m e t het kenmerk, dat de tweede rotor een paar lobben 8204434 -9- ^ 'r' ' ψΛ - - Ψ * , heeft, die samen niet minder dan ongeveer 40% van de omtrek van de tweede rotor in beslag nemen.
9. Machine volgens conclusie 8, m e t het k e n m e r k, dat de tweede rotor een paar groeven heeft, 5 die samen niet meer dan ongeveer 22% van de omtrek van de tweede rotor in beslag nemen.
10. Machine volgens conclusie 5, m e t het k e n m e r k, dat de eerste rotor een axiaal middelpunt heeft, waarbij elke lob van het paar daarvan ten opzichte 10 van een gegeven rotatierichting een buitenste voorste tip en een eerste tussenliggend referentiepunt heeft, waarbij elke lob verder een flank heeft, die is gevormd door convexe en concave oppervlakken, waarbij de convexe en concave oppervlakken e#n eerste resp. tweede boog beschrijven en waarbij 15 de eerste boog is getrokken vanuit een tweede referentiepunt waardoorheen een zich. tussen het axiale middelpunt en het eerste referentiepunt uitstrekkende lijn gaat.
11. Machine volgens conclusie 10, m e t het k e n m e r k, dat het concave oppervlak overgaat in en 20 grenst aan een voorste punt van de naaf van de eerste rotor, waarbij da eerste βή tweede boog een.gemeenschappelijk raakpunt hebben en de tweede boog is getrokken vanuit een derde referentiepunt, dat gemeenschappelijk wordt doorlopen door al een lijn, die zich uitstrekt vanaf het tweede referentie-25 punt door het raakpunt en bi een lijn, die zich uitstrekt vanaf het axiale middelpunt door het voorste punt van de naaf.
12, Machine volgens conclusie 10, met het k e n m e r k, dat elke groef grenst aan een van de lobben, waarbij elke groef een convexoppervlak met voorste 30 en achterste punten heeft en waarbij een tussen de voorste het tip van de daaraan grenzende lobben en-axiale middelpunt getrokken lijn gaat door het achterste punt van het convexe oppervlak van de groef.
13, Machine volgens conclusie 1, m e t 35 het k # n m er k, dat de tweede rotor een naaf heeft met een straal van niet meer dan 80% van de straal van de boring, waarin de tweede rotor is gemonteerd.
14, Machine volgens conclusie 1, me t het k e n m e r k, dat de tweede rotor een naaf heeft met 40 een straal val! niet minder dan 75% van de straal van de boring, 8204434 * » -10- waarin de tweede rotor is gemonteerd.
15. Machine volgens conclusie .14/ met het kenmerk/ dat de tweede rotor een paar lobben heeft/ die samen niet minder dan 34% van de omtrek van de tweéde rotor in 5 beslag nemen..
16. Machine volgens conclusie 15, m e t het kenmerk, dat de tweede rotor een paar groeven heeft, die samen niet meer dan ongeveer 19,5% van de omtrek van de tweede rotor in beslag nemen.
17. Eerste rotor voor roteerbare montage in een van de boringen van de machine volgens een. der voorgaande conclusies voor in elkaar grijpende samenwerking met een roteerbaar in de andere boring gemonteerde tweede rotor, met het kenmerk, dat de eerste rotor een naaf 15 heeft voor het afsluiten van de eerste poort en een groef voor het vrijmaken van de eerste poort, waarbij de naaf een straal heeft van niet meer dan 90% van de straal van de ene boring.
18. Eerste rotor volgens conclusie 17, me t 20 het kenmerk, dat de straal van de naaf niet minder is dan 85% van de straal van de ene boring.
19. Eerste rotor volgens conclusie 17, me t het kenmerk, dat de naaf minder dan de helft van de oi&trek van de eerste rotor in beslag neemt.
20. Eerste rotor volgens conclusie 17,m e t het kenmerk, dat de eerste rotor een paar groeven heeft, die samen minder dan de helft van de omtrek van de eerste rotor in beslag nemen.
21. Eerste rotor volgens conclusie 20, me t 30 het kenmerk, dat de eerste rotor een paar lobben heeft, die samen niet meer dan ongeveer een zesde van de omtrek van de eerste rotor in beslag nemen.
22. Eerste rotor volgens conclusie 21, me t het kenmerk, dat de eerste rotor verder een axiaal 35 middelpunt heeft, waarbij elke lob van het paar daarvan ten opzichte van een gegeven rotatierichting van de eerste rotor een buitenste voorste tip en een eerste tussenliggende referentiepunt heeft, waarbij elke lob verder een door convexe en concave oppervlakken gevormde flank heeft, waarbij de convexe 40 en concave oppervlakken een eerste resp. tweede boog beschrij- 8204434 ''.;k. ' ▼ V -11-' V ' ven, en waarbij de eerste boog is getrokken vanuit een tweede referentiepunt, dat wordt doorlopen door een lijn, die zich. uitstrekt tussen het axiale middelpunt en het eerste referentiepunt,
23. JSarste rotor volgens conclusie 22, m e t het kenmerk, dat het concave oppervlak overgaat in en grenst aan een voorste punt van de naaf van de eerste rotor# waarbij de eerste en tweede boog een gemeenschappelijk raakpunt hebben en waarbij de tweede boog is 10 getrokken vanuit een darde referentiepunt, dat gemeenschappelijk wordt doorlopen door a) een lijn, die zich uitstrekt vanaf het tweede referentiepunt door het raakpunt en b) een lijn, die sich uitstrekt vanaf het axiale middelpunt door het voorste punt van de naaf.
24. Eerste rotor volgens conclusie 22, met het kenmerk, dat elk van de groeven grenst aan een van de lobben, waarbij elke groef een convexopper-vlak met voorste en achterste punten heeft en waarbij een lijn, die is getrokken tussen de voorste tip van de daaraan 20 grenzende lob en het axiale middelpunt gaat door het achterste punt van het convexe oppervlak van de groef.
25. Bbofdrotor voor roteerbare montage in een van de boringen van de machine volgens een der conclusies J.-0.6, voor samenwerkende ingrijping met een poort- 25 rotor, die roteerbaar is gemonteerd in de andere boring om de eerste poort af te sluiten en vrij te maken, met het k e n m e r k, dat de hoofdrotor een naaf heeft met een straal, die niet meer dan 65% van de straal van de ene boring bedraagt,
26. Bbofdrotor volgens conclusie 25, met h e t k e n m e r k, dat de straal van de naaf niet kleiner is dan 60% van de straal van de ene boring.
27. Bbofdrotor volgens conclusie 25, met het k e n m e r k, dat de naaf minder dan de helft 35 van de omtrek van de hoofdrotor in beslag neemt.
28, Bbofdrotor volgens conclusie 25, met het kenmerk, dat de hoofdrotor een paar groeven heeft, die samen minder dan 1/4 van de omtrek van de hoofdrotor in beslag nemen.
29. Bbofdrotor volgens conclusie 28, met 8204434 -12- Ψ ν het kenmerk, dat de hoofdrotor een paar lobben heeft, die samen niet minder dan ongeveer 40% van de omtrek van de hoofdrotor in beslag nemen.
30. Hoofdrotor volgens conclusie 29, me t 5 het kenmerk, dat de hoofdrotor verder een axiaal middelpunt heeft, waarbij elke lob van het paar daarvan ten opzichte van een bepaalde rotatierichting van de hoofdrotor een buitenste achterste tip en een eerste tussenliggend referentiepunt heeft, waarbij elke lob verder een door 10 convexe en concave oppervlakken gevormde flank heeft, waarbij de convexe en concave oppervlakken een eerste resp. tweede boog beschrijven en waarbij de eerste boog is getrok-' ken vanuit een tweede referentiepunt, dat wordt doorlopen door een lijn, die zich uitstrekt tussen het axiale middel- 15 punt en het eerste referentiepunt.
31. Hoofdrotor volgens conclusie 30, me t het kenmerk, dat het concave oppervlak overgaat in en grenst aan een achterste punt van de naaf van de hoofdrotor , waarbij de eerste en tweede boog een gemeenschappe- 20 lijk raakpunt hebben en de tweede boog is getrokken vanuit een derde referentiepunt, dat gemeenschappelijk wordt doorlopen door a]L een lijn, die zich uitstrekt vanuit het tweede referentiepunt door het raakpunt en b) een lijn, die zich uitstrekt vanuit het axiale middelpunt door het achterste 25 punt van de naaf.
32. Hoofdrotor volgens conclusie 30, me t het kenmerk, dat elk van de groeven grenst aan een van de lobben, waarbij elke groef een convexoppervlak met voorste en achterste punten heeft en waarbij een lijn, die 30 is getrokken tussen de achterste tip van de daaraan gren- zenden lob en het axiale middelpunt'gaat door het voorste punt van het convexe oppervlak van de groef.
33. Hoofdrotor voor roteerbare montage in een van de boringen van de machine volgens een der conclu- 35 sies JL-rj.6 voor samenwerkende ingrijping met een poortrotor, die roteerbaar is gemonteerd in de andere boring om de eerste poort af te sluiten en vrij te maken, met het λ kenmerk, dat de hoofdrotor een naaf heeft met een straal van niet meer dan 80% van de straal van de ene boring.
34. Hoofdrotor volgens conclusie 33, me t 8204434 -13- —:—-- —-= '· ..... '.; "-,-%&?' ψ het kenmer k, dat de straal van de naaf niet kleiner is dan 75% van de straal van de ene boring.
35. Hoofdrotor volgens conclusie 33, me t he t kenmerk, dat de naaf ongeveer de helft van de 5 omtrek van de hoofdrotor in beslag neemt.
36. Hoofdrotor volgens conclusie 33, me t het kenmer k, dat de hoofdrotor een paar groeven heeft, die samen minder dan 1/5 van de omtrek van de hoofdrotor in beslag nemen.
37. Hoofdrotor volgens conclusie 36, me t het kenmerk, dat de hoofdrotor een paar lobben heeft, die samen niet minder dan ongeveer 34% van de omtrek van de hoofdrotor in beslag nemen.
38. Hoofdrotor volgens conclusie 37, me t 15. e t k en merk, dat de hoofdrotor een axiaal middelpunt heeft en elke lob van het paar daarvan ten opzichte van een bepaalde rotatierichting van de hoofdrotor een buitenste achterste tip en een eerste referentiepunt heeft, waarbij elke lob verder een door convexe en concave opper- 20 vlakken gevormde flank heeft, waarbij deze convexe en concave oppervlakken een eerste resp. tweede boog beschrijven en waarbij de eerste boog is getrokken vanuit èen tweede referentiepunt, dat wordt doorlopen door een lijn, die zich uitstrekt tussen het axiale middelpunt en het eerste refe- 25 rentiepünt. , ,
39. Hoofdrotor volgens conclusie 38, m e t het kenmerk, dat het concave oppervlak overgaat in en grenst aan een achterste punt van de naaf van de hoofdrotor, waarbij de eerste en tweede boog een gemeenschappe- 30 lijk raakpunt hebben en waarbij de tweede boog is getrokken vanuit een derde:/ referentiepunt, dat gemeenschappelijk wordt doorlopen door a) een lijn, die zich uitstrekt vanaf het tweede referentiepunt door het raakpunt ën b) een lijn, die zich uitstrekt vanaf het axiale middelpunt door het 35 achterste punt van de naaf.
40. Hoofdrotor volgens conclusie 38, me t het ken me r k, dat elk van de groeven grenst aan een lob, waarbij elke groef een convexoppervlak met voorste en achterste punten heeft en waarbij een lijn, die is getrokken 40 tussen de achterste tip van de daaraan grenzende lob en het 8204434 * ψ -14- t axiale middelpunt gaat door het voorste punt van het convexe oppervlak van de groef. 8204434
NL8204434A 1982-01-25 1982-11-16 Roterende machine met positieve verplaatsing. NL8204434A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US06/342,122 US4430050A (en) 1982-01-25 1982-01-25 Rotary, positive-displacement machine
US34212282 1982-01-25

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8204434A true NL8204434A (nl) 1983-08-16

Family

ID=23340430

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8204434A NL8204434A (nl) 1982-01-25 1982-11-16 Roterende machine met positieve verplaatsing.

Country Status (14)

Country Link
US (1) US4430050A (nl)
JP (1) JPS58128486A (nl)
AU (1) AU548867B2 (nl)
BE (1) BE895699A (nl)
BR (1) BR8300056A (nl)
CA (1) CA1202937A (nl)
DE (1) DE3248225A1 (nl)
FR (1) FR2520451B1 (nl)
GB (1) GB2113767B (nl)
IL (1) IL67254A (nl)
IT (1) IT1154593B (nl)
NL (1) NL8204434A (nl)
SE (1) SE457551B (nl)
ZA (1) ZA828159B (nl)

Families Citing this family (13)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB2243651A (en) * 1990-05-05 1991-11-06 Drum Eng Co Ltd Rotary, positive displacement machine
US7255545B2 (en) * 2003-06-02 2007-08-14 Liung Feng Industrial Co., Ltd. Double-lobe type rotor design process
US6776594B1 (en) * 2003-06-02 2004-08-17 Liung Feng Industrial Co., Ltd. Rotor mechanism
JP5024750B2 (ja) * 2006-08-20 2012-09-12 秀隆 渡辺 ロータリー式熱流体機器
EP2088284A1 (en) 2008-02-11 2009-08-12 Liung Feng Industrial Co Ltd Method for designing lobe-type rotors
CA2814396A1 (en) 2010-10-22 2012-04-26 Peter South Rotary positive displacement machine
CN103775341B (zh) 2012-10-15 2016-05-18 良峰塑胶机械股份有限公司 两外形相同的爪式转子对装置
JP5597688B2 (ja) * 2012-11-06 2014-10-01 良峰塑膠機械股▲ふん▼有限公司 爪形回転子対装置
CN102926995B (zh) * 2012-11-15 2015-07-08 淄博昊驰泵业有限公司 双转子爪式强流泵
CN105756929B (zh) * 2016-04-22 2017-09-22 山东伯仲真空设备股份有限公司 特殊爪式转子型线
EP3867530A2 (en) 2018-10-19 2021-08-25 NGUYEN, Hai Suction/compression rotating mechanism, rotary compressor and rotary engine
WO2020245204A1 (en) * 2019-06-06 2020-12-10 Haarslev Industries A/S Rotor and pump
WO2024178480A1 (pt) * 2023-03-01 2024-09-06 De Avila Silmo Lourenco Disposição construtiva em equipamento sulcador adaptável em implementos agrícolas

Family Cites Families (8)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3472445A (en) 1968-04-08 1969-10-14 Arthur E Brown Rotary positive displacement machines
SE399946B (sv) * 1969-06-18 1978-03-06 Atlas Copco Ab Rotormaskin med en huvudrotor och en slidrotor
USRE29627E (en) 1974-02-12 1978-05-09 Calspan Corporation Rotary compressor
US4059368A (en) 1975-05-14 1977-11-22 Ingersoll-Rand Company Gas compressor unloading means
US3989413A (en) 1975-05-14 1976-11-02 Ingersoll-Rand Company Gas compressor unloading means
US4224016A (en) * 1978-09-27 1980-09-23 Brown Arthur E Rotary positive displacement machines
ZA794573B (en) * 1978-09-28 1980-08-27 A Brown Rotary positive displacement machines
DE3110055A1 (de) 1980-03-17 1982-03-18 Worthington Compressors, Inc., 14240 Buffalo, N.Y. Drehkolbenkompressor

Also Published As

Publication number Publication date
IL67254A (en) 1986-08-31
GB2113767B (en) 1985-11-13
IT1154593B (it) 1987-01-21
US4430050A (en) 1984-02-07
BE895699A (fr) 1983-05-16
AU548867B2 (en) 1986-01-02
SE457551B (sv) 1989-01-09
CA1202937A (en) 1986-04-08
GB8300390D0 (en) 1983-02-09
DE3248225A1 (de) 1983-08-04
JPS58128486A (ja) 1983-08-01
BR8300056A (pt) 1983-09-20
IT8224461A1 (it) 1984-05-26
FR2520451A1 (fr) 1983-07-29
GB2113767A (en) 1983-08-10
AU8990082A (en) 1983-08-04
ZA828159B (en) 1983-08-31
SE8206201L (sv) 1983-07-26
SE8206201D0 (sv) 1982-11-01
IT8224461A0 (it) 1982-11-26
IL67254A0 (en) 1983-03-31
FR2520451B1 (fr) 1985-12-06

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8204434A (nl) Roterende machine met positieve verplaatsing.
JPS62121885A (ja) 回転容積形ブロワ及びその使用方法
US4412796A (en) Helical screw rotor profiles
Chen et al. Mathematical modeling of scroll compressors—part I: compression process modeling
US5078583A (en) Inlet port opening for a roots-type blower
US20210062655A1 (en) Rotary Machine With Pressure Relief Mechanism
EP0456352B1 (en) Rotary, positive displacement machine
EP0009916A1 (en) Rotary positive displacement machines
US3941521A (en) Rotary compressor
KR900006402B1 (ko) 로우터리 베인기구 및 그 구동방법
US5527168A (en) Supercharger and housing, bearing plate and outlet port therefor
JP5540364B2 (ja) 回転式変位マシーン
JPH0320481Y2 (nl)
SE508087C2 (sv) Par av samverkande skruvrotorer, skruvrotor samt skruvrotormaskin försedd med dylika skruvrotorer
US2677330A (en) Vane pump
US2642003A (en) Blower intake port
US4386890A (en) Delivery valve assembly, especially for rotary compressors
US6913452B2 (en) Offset thread screw rotor device
JP2002155878A (ja) ベーン及びそれを備えたベーン型圧縮機
BE1029603A1 (nl) Element, inrichting en werkwijze voor het samenpersen van een gas
US3387771A (en) Rotary piston compressor
JPS61200392A (ja) 回転ピストン形圧縮機
US268522A (en) Half to mathew macdotigall
JPH0618681U (ja) ベーンポンプ
US934830A (en) Rotary engine.

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed