[go: up one dir, main page]

NL8204469A - Inrichting voor het wisselen van de spuitgietvorm bij een kunststof-spuitgietmachine. - Google Patents

Inrichting voor het wisselen van de spuitgietvorm bij een kunststof-spuitgietmachine. Download PDF

Info

Publication number
NL8204469A
NL8204469A NL8204469A NL8204469A NL8204469A NL 8204469 A NL8204469 A NL 8204469A NL 8204469 A NL8204469 A NL 8204469A NL 8204469 A NL8204469 A NL 8204469A NL 8204469 A NL8204469 A NL 8204469A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
clamping
mold
carrier
bolts
wedge
Prior art date
Application number
NL8204469A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Hehl Karl
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Hehl Karl filed Critical Hehl Karl
Publication of NL8204469A publication Critical patent/NL8204469A/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29CSHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
    • B29C45/00Injection moulding, i.e. forcing the required volume of moulding material through a nozzle into a closed mould; Apparatus therefor
    • B29C45/17Component parts, details or accessories; Auxiliary operations
    • B29C45/1742Mounting of moulds; Mould supports
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B23MACHINE TOOLS; METAL-WORKING NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B23QDETAILS, COMPONENTS, OR ACCESSORIES FOR MACHINE TOOLS, e.g. ARRANGEMENTS FOR COPYING OR CONTROLLING; MACHINE TOOLS IN GENERAL CHARACTERISED BY THE CONSTRUCTION OF PARTICULAR DETAILS OR COMPONENTS; COMBINATIONS OR ASSOCIATIONS OF METAL-WORKING MACHINES, NOT DIRECTED TO A PARTICULAR RESULT
    • B23Q1/00Members which are comprised in the general build-up of a form of machine, particularly relatively large fixed members
    • B23Q1/0063Connecting non-slidable parts of machine tools to each other
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B29WORKING OF PLASTICS; WORKING OF SUBSTANCES IN A PLASTIC STATE IN GENERAL
    • B29CSHAPING OR JOINING OF PLASTICS; SHAPING OF MATERIAL IN A PLASTIC STATE, NOT OTHERWISE PROVIDED FOR; AFTER-TREATMENT OF THE SHAPED PRODUCTS, e.g. REPAIRING
    • B29C33/00Moulds or cores; Details thereof or accessories therefor
    • B29C33/30Mounting, exchanging or centering
    • B29C33/305Mounting of moulds or mould support plates

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Manufacturing & Machinery (AREA)
  • Moulds For Moulding Plastics Or The Like (AREA)
  • Injection Moulding Of Plastics Or The Like (AREA)

Description

·· ί* *
Inrichting voor het wisselen van de spuitgietvorm bij een kunststof-spuitgietmachtae.
De uitvinding betreft een inrichting voor het wisselen van de spuitgietvorm bij een vormsluiteenheid van een kunststof-spuitgietrrachine door middel van hydraulisch gestuurde spanbouten, die in de gespannen toestand verbonden 5 zijn met de gietvoorhelften, in boringen van de vaandrager In de sluitrichtlng (spanrichting) van de vormsluiteenheid verschuifbaar gelegerd zijn en door middel van verticaal ten opzichte van de spanrichting geleide wigvormige schuif organen voorgespannen kunnen worden, die elk verbonden zijn met de 10 zuigers van een aai de bijbehorende vaandrager bevestigde hydraulische cilinder.
Bij bekende inrichtingen van dit type (bijvoorbeeld "Kunststoffe", 70 (19801 3, blz. 128 tot 131? Informationsblad "Engel-Infarmation" A-67-TV-9/81 van Ludwig Engel KG, A 4311 15 Schwertberg) zijn de aan de spuitgietvorm vastgeschroefde spanhouten zodanig op de aanlegplaten hiervan aangébracht, dat zij zich in de sluitrichting van de vormsluiteenheid uitstrekken. Bij een dergelijke uitvoering wordt de spuitgietvorm qp de yolgende wijze in de spanstand gebracht: Allereerst 20 wordt bijvoorbeeld met behulp van een heforgaan een gietvormhelft gebracht tussen de op maximale afstand van elkaar gébrachte voordrager in een stand, waarbij 'de aanlegplaat ongeveer evenwijdig loopt aan het opspanvlak van de voordrager, waarbij de aanlegplaat zich bevindt op een afstand van de opspanplaat, 25 die in overeenstemming is met de lengte van de spanhouten.
Vervolgens wordt de gietvoorhelft in een ten opzichte van de sluitrichting van de vormsluiteenheid evenwijdige beweging aangelegd tegen het opspanvlak van de voordrager, waarbij de spanbouten steken in de boringen van deze voordrager.
30 Vervolgens wordt de gietvormhelft hydraulisch vastgespannen.
Hierna wordt de andere gietvormhelft op dezelfde wijze opgespannen op de andere voordrager. Het inbrengen van de spuitgietvorm als 8204469
* I
2 geheel is hierdoor niet mogelijk, irtiners een dergelijk inbrengen van de spuitgietvorm in de vormsluiteenheid zou vereisen dat de maximale openingsbreedte van de vormsluiteenheid, dat wil zeggen de maximale afstand tussen de vormdragers over 5 de lengte van de spanbouten groter is dan de maximale bouwdiepte van de gietvorm zelf vereist. Dit zou hydraulische aandrijf-organen voor de vormsluiteenheid vereisen, die een dienovereenkomstige lange slag zouden moeten uitvoeren, hetgeen zou leiden tot aanzienlijk meer kosten en ook tot een groter 10 gewicht van de spuitgietmachine.
Het ,is ook bekend dat spuitgietvormen (van gestandari-seerde bouwelementen! aanlegplaten bezitten, die op twee tegenover elkaar gelegen zijden van de spuitgietvorm uitsteken boven de dwarsprofielen van de overige vormplaten (Nörmalien fur 15 Formwerkzeuge, Catalogus K 400-Europa-Reihe van de firma Sustan, 6 Frankfurt-Main, Betinnastrasse 30; EOC Nörmalien der EO-Cunmernel KG, 588 Lüdenscheid; Amerikaans octrooischrift 2.398.893),.
Tenslotte is het ook bekend genormaliseerde spuitgiet-20 vormen, die dergelijke opzij uitstekende aanlegplaten bezitten, met behulp van draaibaar gelegerde klauwen aan de vormlager vast te spannen. Hierbij grijpen de klauwen achter de aanlegplaten.
De hiervoor benodigde hydraulische aandrijfinrichting 25 is naar verhouding kostbaar, cmdat deze de spanhouten allereerst moet draaien en vervolgens axiaal moet voorspannen. Bovendien : is vanwege de vereiste draaibeweging een van de hydraulische inrichting onafhankelijke beveiliging van de spanbouten in de spantoestand bijvoorbeeld op basis 30 van automatisch, tegenhouden in principe uitgesloten. Dit vormt een aanzienlijk risico cmdat bij het weigeren van de hydraulische inrichting als gevolg van een plotseling loskamen van de spuitgietvorm schaden op de spuitgietmaöhine ontstaan kunnen 35 De uitvinding beoogt een inrichting van het voorgenoemd type zodanig verder te ontwikkelen dat spuitgiet- 8204469 ...................... ..... . · - ... .... ^... _. .- - -.- * * 3 vormen als geheel met slechts één lineaire beweging en bij een cpeningsbreedte van de vormsluiteenheid gewisseld kunnen worden; welke openingsbreedte slechts met de maximale gietvormdiepte in overeenstemming is zonder dat hiervoor 5 extra kosten vereist zijn.
Dit doel wordt overeenkomstig de uitvinding hierdoor bereikt, doordat vrije eindgedeelten (grijpereinden) van de spanhouten over het vlak van het opspanvlak van de vormdrager zich uitstrekken in da richting van het scheidingsvlak van 10 de spuitgietvorm, waarbij de vlakken van een in de spanrichting . genomen evenwijdige projectie van een grijpereind en ^mtgietvqrm elkaar snijden, en dat de spuitgietvorm 17 voor het wisselen van de gietvorm bij niet voorgespannen spanbouten 20 geleid kan worden over ongeveer verticaal ten 15 opzichte van het opspanvlak van de vaandrager 13, 14 lopende glijvlakken 45 van geleidingsorganen 18 van beide voordragers 13, 14 als ode over da cpspanvlakken hiervan.
3ii tegenstelling tot de bekende systemen van de hier betreffende uitvoering, waarbij voor het brengen van 20 een spuitgietvorm in de spantoestand tenminste twee bewegingen in verschillende richting, namelijk een beweging evenwijdig aai het scheidingsvlak en een volgende beweging in de sluitrichting van de vonnsluiteenheid vereist zijn, verzekert de onderhavige oplossing een zeer eenvoudige uitwisseling 25 van de gietvorm doordat de gehele spuitgietvorm door een enkele lineaire beweging bij geleiding langs de geleidingsorganen van de voraodrager en langs de cpspanvlakken hiervan direct (dat wil zeggen tot aan een aanslag), gebracht kan worden in de spantöëstand. Hierbij is in elk geval slechts een openings-30 breedte van de vormsluiteenheid vereist, die in overeenstenming is met de diepte van de spuitgietvorm. Het terugbrengen van de bewegingen van de gietvorm bij het wisselen van de gietvorm tot één enkele lineaire beweging heeft bovendien het belangrijke voordeel, dat de gietvorm na het bereiken 35 van het eind van de lineaire beweging vanzelf gekoppeld kan worden met de automatische koppelingen en vaste koppelingseinden 8204469 4 * 4 van de aan- en afvoerleidingen van de spuitgietvom tijdens de lineaire beweging. Hierdoor vindt aan het begin van de lineaire beweging bij het raar buiten brengen van de spuitgietvom het automatisch afkoppelen van de genoemde 5 aanvoerleidingen plaats.
CRidat de spanbouten bij de onderhavige oplossing niet meer zoals bij de bekende systemen verbonden zijn met de spuitgietvom en bij het wisselen van de gietvorm ook niet axiaal uit hun boringen naar buiten getrokken behoeven te 10 worden, ontstaat een ander voordeel namelijk dat de wigvomige schuiforganen met hun schuine vlakken blijvend kunnen grijpen achter de schuine vlakken van de spanbouten. Het is niet meer nodig dat de schuiforganen uit de spanbouten voor het wisselen van de gietvorm naar buiten getrokken behoeven te 15 worden. Hierdoor ontstaan voor de schuiforganen extreem korte arbeidswsgen, waarvoor zeer klein gedimensioneerde hydraulische aandrijfcilinders voldoende zijn. Dit laatste betekent wederom dat de hydraulische aandrijfcilinders ook op de zijkanten van de vaandrager kunnen warden aangebracht zonder 20 dat de buitenafmetingen van de spuitgietmachine ongewenst groter worden. Dit is daarom van betekenis cmdat het opzij aanbrengen van de extreem korte aandrijfcilinders in hoge mate een standarisering mogelijk maakt, andat alle spanbouten, schuiforganen, en hydraulische cilinders op dezelfde wijze 25 en zeer kart kunnen zijn uitgevoerd, zodat zeer compacte werkeenheden ontstaan.
Een blijvend aanliggen van de schuiforganen tegen de spanbouten ook buiten de spantoestand wordt bij voorkeur hierdoor bereikt, doordat schroefveren aan de kant van de 30 gietvorm in een centrale boring van de spanbouten zijn aangebracht en aanliggen tegen de schuiforganen. Op deze manier liggen de schuine vlakken van de spanbouten en schuiforganen blijvend onder invloed van de kracht van de hydraulische cilinders (bij een spantoestand) of onder invloed van de 35 belasting van de schroefveren (buiten een spantoestand) 8204469 i * 5 tegen elkaar aan.
Uitvoeringsvoorbeelden van de uitvinding zullen thans nader worden toegelicht aan de hand van de beschrijving en bijgevoegde tekeningen, waarbij: 5 Fig. 1 de bevestigingsinrichting op de gedeeltelijke qpengssneden vormdragars weergeeft; fig. 2 een doorsnede is volgens de lijn II-II in fig. 1; fig. 3 een vanaf de spanruiirrte geziene voordrager met spuitgietvorm, die vastgehouden wordt door een bevestigings-10 inrichting, die slechts twee spanbouten anvat, laat zien, en fig. 4 op vergrote schaal een gedeelte van fig. 1 weergeeft.
De machinevoet 10 dis voorzien van een rails 11.
De met een boekband 11a beklede rails 11 zijn elk bevestigd op een flens 10a van de wand van de machinevoet. Op de rails 15 11 is de vormsluiteenheid van de spuitgietmachine geplaatst.
De vormsluit^nheid anvat een vaste vormdrager 13, een in de tekening niet weergegeven dragerplaat voor de hydraulische aandrij finrichting als ook liggers 46, 47. Deze liggers zijn opganemen door de vaste vormdrager 13 en door de drager-20 plaat. Op de liggers is de beweegbare vormdrager 14 verschuifbaar gelegerd, die is uitgevoerd als een kast en een cpspan-wand 14a, een drukopneenwand 14b en drukcs^brengingsribben 14c anvat. De vormdrager 14 is via steunorganen 19 afgesteund op de rails 11. Het schuif orgaan 28 is binnen de vormdrager 13 25 of 14 aangebradht en geleide. Elk schuiforgaan gaat door een sleuf 12 van de bijbehorende §paabout 20, zoals in het bijzonder blijkt uit fig. 4. Hierbij ligt het bijbehorend schuiforgaan 28 met zijn schuinvlak 51 blijvend aan tegen het schuirte vlak 48 van de spanbout 20. De hydraulische cilinders 30 23, die de sduiiforganen aandrijven, zijn met behulp van bevestigin^sbouten 36 bevestigd aan de zijkanten 67 van de vaandrager 13, respectievelijk 14. Het schuiforgaan 28 wordt bij het brengen in de gespannen toestand cp trek, bij het losmaken van de spuitgietvorm voor het overwinnen vanhet 35 automatisch tegenhouden cp druk belast. De in de boringen 40 ,i 8204469 6 van elke vormdrager 13, respectievelijk 14 axiaal verschuifbaar gelegerde spanbouten 20 kunnen tegen de werking van schroef- veren 61 gébracht worden in de spantoestand. Deze zijn aangebracht in blinde gaten 62 van de spanbout 20, die liggen de 5 qp de naar»gietvorm 17 toegekeerde zijde van de sleuf 12.
Op de andere kant van de sleuf 12 bevindt zich in elke spanbout 20 een sraeerinrichting 74. Deze anvat een smeerkanaal 66, dat coaxiaal ten opzichte van de schroefveer 61 is gelegen.
Het smeerkanaal 66 eindigt ter plaatse van de schuine vlakken 10 48, 51.
De grijpereinden 20a van de spanbouten 20 strekken zich voorbij de vlakken x-x van het qpspanvlak van de vorm-drager 13, 14 uit in de richting van het scheidingsvlak b-b van de spuitgietvorm 17. De grijpereinden 20a liggen met hun 15 doorsnede Q (fig. 31 overwegend buiten de door de aanlegplaten 17a van de gietvormhelften .17h bedekte vlakken van de vorrn-drager 13, 14. De aanlegplaten 17a liggen qp twee tegenover elkaar gelegen zijden van de gietvorm 17 aan tegen geleidings-lijsten 18 van de vormdrager 13, 14. Hierachter grijpen de 20 grijpereinden 20a. Deze grijpereinden 20a kunnen ook bestaan uit schroefmoeren, die in ingrijping zijn met de uitwendige schroefdraad van de grijpereinden 20a. Van de bovenste geleidingslijsten 18, 18' kan eventueel worden afgezien. Het aan zijn vrije eind tegen een geleidingsvlak 60 van de vormdrager 25 13, respectievelijk 14 aanliggend schuif orgaan 28 wordt geleid in een geleidingsbus 54, die is ingepast in de vormdrager 13, respectievelijk 14. Het potvormig. cilinderdeel 23b ligt op afstand van de zijkant 67 van de vormdrager 13, respectievelijk 14 en is gecentreerd qp een ringvormige kraag 69 van de 30 geleidingsbus 54. De schuif organen 28 zijn gelegen in het middenvlak m-m van de vormdrager 13, respectievelijk van de qpspanwand 14a van de vormdrager 14. De schroefveren 61 liggen door middel van een afstandspen 63 aan tegen het aangrenzend schuif orgaan 28. De aanlegplaten 17a van de 35 gietvorm .17 steken in uitsparingen 70 van de cilindrische spanbout 8204469 ___ — —" --- · · ·' - · f" - -. ·· ·· *v - -. - : ":. -φ· - 7 * * 20. Hierna wordt deze uitsparing 70 aan de kant van het aanleg-vlak 44 van de aanlegplaat 17a door een ten opzichte van de bewegingsrichting R van het schuiforgaan 28 verticaal spanvlak 64 en op de tegenover gelegen zijde door een wand 65 begrensd, 5 die ongeveer een hoek van 45° ten opzichte van de bewegingsrichting R insluit. De in de spanwand 14a van de vaandrager 14 aangebrachte spanbouten 20 gaan bijna door deze opspanwand of gaan volledig door een< idoorgaande boring 40. De in de voordrager 13 aangebrachte spanhouten 20 eindigen evenals de boringen, waarin deze zijn 10 cpgengraen, in holle ruimten 71 van de vaandrager 13. De schuif-organen 28 zijn direct verbonden met de bijbehorende zuiger 31 en nemen als zodanig de functie van zuigerstangen over. De slaglengte e van elke hydraulische cilinder 23 kant ongeveer avereen met een derde van de diameter van de spanhout 20.
15 Zoals in het bijzonder uit de fig. 2 en 3 blijkt, zijn op de vaandragers 13, 14 extra alternatieve boringen 40, 39a, 38a voor het opnemen, respectievelijk bevestigen van dfi spanhouten 20, van de centreerpennen 39 en van de bevestigings£>outen 38 voor de geleidingsorganen 18 zodanig 20 aangebracht, dat een opstelling naar keuze van de spanbouten 20 en van de geleidingsorganen 18 qp de verschillende zijden van de voondrager 13, 14 mogelijk is. Hierdoor kan een horizontale inschuif richting H of een verticale inschuif richting V voor de gietvorm 17 bij het verwisselen van de gietvorm gekozen worden.
25 Hierbij is de inschuifbeweging in elk geval bij het bereiken van de spantoestand begrensd door aanslagorganen 18a.
De kastvoonig uitgevoerde beweegbare voondrager 14 wordt via een zuigers tang en de drukplaat 16 door een hydraulische aar^ijfinrichting aangedreven.
30 In het uitvoeringsvoorbeeld van fig. 2 liggen de geleidingslijsten 18 telkens tussen twee spanhouten 20 symmetrisch ten opzichte van het symmetrievlak a-a.
In het uitvoeringsvoorbeeld volgens fig. 3 is op de bovenzijde en onderzijde van de spuitgietvorm 14 in het 35 synnetrievlak a-a telkens een spanbout 20 aangebracht, die aan beide zijden geflankeerd wordt door geleidingslijsten 18'.
8204469

Claims (21)

1. Inrichting voor het verwisselen van de spuitgiet-vorm bij een vormsluiteenheid van een kunststof-spuitgietmachine door middel van hydraulisch gestuurde spanbouten, die in de spantoestand verbonden zijn met de gietvormhelften, in boringen 5 van de vormdrager in de sluitrichting (spanrichting), van de vormsluiteenheid verschuifbaar zijn gelegerd en door middel van verticaal ten opzichte van de spanrichting geleide wigvormige schuif organen voorgespannen kunnen worden, die elk verbonden zijn met de zuiger van een aan de bijbehorende vorm-10 drager bevestigde hydraulische cilinder, met het kenmerk, dat vrije eindgedeelten (grijpereinden 20a). van de spanbouten (20) voorbij de vlakken (x-x) van het cpspanvlak van' de vormdrager (13, 14) zich uitstrekken in de richting van het scheidingsvlak (b-b) van de spuitgietvorm (17), waarbij de vlakken (Q en P in 15 fig. 3 gearceerd weergegeven) van een in de spanrichting o - genomen parallelprojectie van de grijpereinden (20ai en de spuitgietvorm (17) elkaar snijden, en dat de spuitgietvorm (17) voor het wisselen van de gietvorm bij een niet voorgespannen spanbout (20) geleid kan worden langs ongeveer verticaal ten 20 opzichte van het qpspanvlak van de vormdrager (13, 14) lopende glijvlakken (45) van geleidingsorganen (18) van beide vorm-dragers (13, 14) als ook langs de opspanvlakken hiervan.
2. Inrichting volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat voor het verwisselen van de gietvorm bij het geleiden van 25 de spuitgietvorm de onderlinge afstand van de voordragers (13, 14. ongeveer 0,5 mm groter is dan de gietvormdiepte en dat de aanlegplaten (17a) van de spuitgietvorm (17) steken in uitsparingen (70) van de cilindrische spanbouten (20) cm hierachter te grijpen.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2 met het kenmerk, dat op elke vormdrager (13 respectievelijk 14) twee tegenover elkaar gelegen spanbouten (20) aanwezig zijn, die gelegen zijn in het symmetrievlak (a-a) van de vormdragers (13, 14).
4. Inrichting volgens conclusie 1 of 2 met het kenmerk, 8204469 ψ· dat op twee tegenover elkaar gelegen zijden van de gietvorm (17) telkens twee spanbouten (20) en een tassen deze spanbouten (20) liggende geledldingsli jst (18) zijn aangebracht.
5. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies 5. tot 5 met bet kenmerk, dat de basiswanden (20e), die de uitsparingen (70) begrenzen, zich bevinden op afstand (y) van het glijvlak (45) van de aanlegplaten (17a).
6. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies gekenmerkt door een dusdanige vrije opstelling van de span- 10 bouten (20) en de geleidingsorganen (18) op de verschillende zijden van de vonodragers (13, 14), dat er een horizontale of een verticale inschuifrichting (H of V) van de gietvorm (17) bij het verwisselen van de gietvorm bestaat (fig. 2, 3).
7. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies 15 met het kenmerk, dat de hydraulische cilinders (231 zijn bevestigd aan de zijkanten (67) van de vormdragers (13, 14) en met behulp van geleldingsbussen (54) op de bijbehorende vaandrager (13 respectievelijk 14) zijn gecentreerd en dat de wigvormige schuiforganen (28) in de geleidingsbussen (54) 20 en langs een inwendig oontravlak (60) van de bijbehorende vormdrager (30 respectievelijk 40) in het middenvlak (m-ml van de vormdrager (13), respectievelijk van de opspanwand (14a) van de vormdrager (14) worden geleid.
8. Inrichting volgens conclusie 7 gekenmerkt door een 25 dusdanige opstelling van de schuine werkvlakken (51) van de wigvormige schuiforganen (28) ten opzichte van de bewegingsrichting (R) hiervan, dat de wigvormige schuiforganen (28) in de spantoestand op trek worden belast.
9. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies 30 met het kenmerk, dat voorgespannen schroefveren (611,die het cverhrengen van de spanbouten (20) in de spantoestand tegenwerken, zijn aangebracht in een centrale boring (62) van elke spanbout en cp de naar de gietvorm (17) toegekeerde zijde van het bijbehorend wigvormig schuif orgaan (28) zijn afgesteund (fig. 4).
10. Inrichting volgens conclusie 9 met het kenmerk, dat 8204469 - V I de schroefveren (6.1). met behulp van afstandspennen (63) af steunen ap het bijbehorend wigvormig schuiforgaan (28a).
11. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies met het kenmerk, dat in elke spanbout (20) een 5 smeerinrichting (74) aanwezig is, die een smeerkanaal (66) onvat, dat coaxiaal ten opzichte van de schroefveren ((61). is gelegen en dat eindigt op het tegen een schuin vlak (48). aanliggend schuine vlak (51) van het bijbehorend wigvormige schuiforgaan (28)(fig. 4).
12. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies met het kenmerk, dat de wigvormige schuiforgaan (25) via een schacht (28a) direct aansluiten op de zuiger (31) van de hydraulische cilinder (23).
13. Inrichting volgens één der voorgaande 15 conclusies met het kenmerk, dat de slagbigte (e) van de hydraulische cilinder (23) ongeveer een derde van de diameter van de spanbout (20) bedraagt.
14. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies met het kenmerk, dat een topvormig cilinderdeel (23b). zich 20 op afstand van de zijkant (67) van de bijbehorends vormdrager (13 respectievelijk 14) bevindt en gecentreerd is op een ringvormige kraag (69) van een in de vormdrager (13 respectievelijk 14) ingelaten geleidingsbus (54), waarvan de axiale lengte ongeveer in overeenstemming is met de dubbele slaglengte (e) 25 (fig. 4).
15. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies met het kenmerk, dat alle spanbouten (20), schuif-organen (281 en hydraulische cilinders (23) op dezelfde wijze zijn uitgevoerd.
16. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies met het kenmerk, dat de grijpemokken (20b) volledig gelegen zijn binnen het vlak (Q) van de spanbouten (20).
17. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies 35 1 tot 15 met het kenmerk, dat de grijpemokken gevormd worden door schroefmoeren, die in ingrijping staan met de uitwendige 8204469 __ —:---~ 'f1«i* · φ?·" schroefdraad van het gri jpereind van da spanbout en gelegen zijn buiten het doorsnedevlak van de spanhout (niet weergegeven).
18. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies met het kenmerk, dat het geleidingsvlak van een 5 buiten op de ligger (46 respectievelijk 47) aangebrachte geledidiisgspen (18b) roet zijn steunvlak is gelegen in het vlak van het glijvlak (45) en dat de inschuifbeweging van de gietvorm (17) in de spantoestand begrensd wordt door aanslagorganen (18a), die elk verankerd zijn in de aangrenzende geleidingslijsten 10 (18).
19. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies met het kenmerk, dat het schuine vlak (51). van het schuiforgaan (28) ook buiten de spantoestand grijpt achter het schuine vlak (48) van de spanbout (20).
20. Inrichting volgens één der voorgaande conclusies met het kenmerk/ dat de buiten de spantoestand onder veerbelasting steeds tegen elkaar aanliggende schuine vlakken (51, 48) van de schuifarganen (281 en de spanhouten (20) een dusdanig kleine hoek ten opzichte van de verticaal insluiten, dat zij 20 in de spantoestand door het automatisch tegenhouden zijn geborgd.
21. Inrichting in hoofdzaak zoals beschreven in de beschrijving en/of weergegeven in de tekeningen. 8204469
NL8204469A 1981-12-11 1982-11-18 Inrichting voor het wisselen van de spuitgietvorm bij een kunststof-spuitgietmachine. NL8204469A (nl)

Applications Claiming Priority (4)

Application Number Priority Date Filing Date Title
DE3149103 1981-12-11
DE3149103 1981-12-11
DE3213209A DE3213209C2 (de) 1981-12-11 1982-04-08 Formenspannvorrichtung an einer Formschließeinheit
DE3213209 1982-04-08

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8204469A true NL8204469A (nl) 1983-07-01

Family

ID=25797931

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8204469A NL8204469A (nl) 1981-12-11 1982-11-18 Inrichting voor het wisselen van de spuitgietvorm bij een kunststof-spuitgietmachine.

Country Status (8)

Country Link
US (1) US4473346A (nl)
CA (1) CA1184720A (nl)
CH (1) CH656572A5 (nl)
DE (1) DE3213209C2 (nl)
FR (1) FR2518012B1 (nl)
GB (1) GB2114499B (nl)
IT (1) IT1153383B (nl)
NL (1) NL8204469A (nl)

Families Citing this family (47)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
HU189254B (en) * 1983-03-25 1986-06-30 Boros,Gyoergy,Hu Prefabricated plate members of tool body particularly for tools of closed hollow
DE3327806C1 (de) * 1983-08-02 1984-06-20 Karl 7298 Loßburg Hehl Formenspannvorrichtung an einer Formschliesseinheit
US4568263A (en) * 1983-08-10 1986-02-04 Sharp Die And Mold Company, A Subsidiary Of R & R Plastic Material, Inc. Locator wedge clamp assembly for plastic molding machine
JPS60133937A (ja) * 1983-12-21 1985-07-17 Abe Seiki:Kk 金型調整用プレス機
US4529371A (en) * 1984-06-06 1985-07-16 Cincinnati Milacron Inc. Mold changer for a press preferably an injection molding machine
DE3436182C1 (de) * 1984-10-03 1985-11-14 Karl 7298 Loßburg Hehl Spritzgiessform fuer Kunststoff-Spritzgiessmaschine mit Verriegelungseinrichtung
DE3501000A1 (de) * 1984-12-06 1986-06-12 Mannesmann Demag Kunststofftechnik Zweigniederlassung der Mannesmann Demag AG, 8501 Schwaig Werkzeug-einbau- und spannvorrichtung an einer spritzgiessmaschine
DE3528154C1 (de) * 1985-04-15 1987-02-05 Karl Hehl Kupplungseinrichtung zum Kuppeln einer auswechselbaren Arbeitseinheit einer Kunststoff-Spritzgiessmaschine
DE3676334D1 (de) * 1985-04-15 1991-02-07 Karl Hehl Kunststoff-spritzgiesseinheit.
US4737093A (en) * 1985-06-07 1988-04-12 Kabushiki Kaisha Sanjoseiki Seisakusho Die locking mechanism for a molding apparatus
US4731005A (en) * 1985-07-26 1988-03-15 Karl Hehl Injection molding unit for an injection molding machine
DE3535269C1 (de) * 1985-10-03 1986-12-18 Hermann Berstorff Maschinenbau Gmbh, 3000 Hannover Abdichteinrichtung fuer eine Siebwechselvorrichtung
US4648825A (en) * 1986-03-14 1987-03-10 General Electric Company Plastic molding apparatus
DE3644709A1 (de) * 1986-12-30 1988-07-14 Karl Hehl Giessformwechseleinrichtung an einer kunststoff-spritzgiessmaschine
DE3869665D1 (de) * 1987-06-10 1992-05-07 Siemens Ag Praezisionsstanzautomat und zugehoeriges verfahren zum werkzeugwechsel.
DE3836097C2 (de) * 1988-10-22 1994-05-26 Krauss Maffei Ag Holmzieh- und Spannvorrichtung, insbesondere für Spritzgießmaschine, Presse
US5012568A (en) * 1988-11-21 1991-05-07 Husky Injection Molding Systems Ltd. Method for installing and replacing parts in an injection molding machine
US4929166A (en) * 1988-11-21 1990-05-29 Husky Injection Molding Systems Ltd Support for quick mold changing
US4911632A (en) * 1988-12-09 1990-03-27 Dana Corporation Quick change holder for mold inserts
DD293988A5 (de) * 1990-05-02 1991-09-19 �������@������������@��k�� Einrichtung zum horizontalen zentrieren und selbsthemmenden spannen von formwerkzeugen
DE4019286A1 (de) * 1990-06-16 1991-12-19 Kieserling & Albrecht Schaelmaschine
DE9010832U1 (de) * 1990-07-20 1990-09-27 Läcovac-Vakuumtechnik GmbH, 4516 Bissendorf Vorrichtung zur Herstellung von Kunststoffverpackungen
US5114330A (en) * 1990-12-13 1992-05-19 Amp Incorporated Apparatus for mold module change-out
US5302103A (en) * 1991-10-10 1994-04-12 Gencorp Inc. Injection molding machine including quick-change mold assembly
US5516276A (en) * 1992-04-08 1996-05-14 Nissei Plastics Industrial Co., Ltd. Injection molding apparatus for molding a disc having a replaceable die
GB2274424B (en) * 1993-01-26 1997-04-02 Morley George Jones Machine with fast change tool system
US5662948A (en) * 1996-01-29 1997-09-02 Chrysler Corporation Adjustable and removable trimline inserts for a molding tool
US6010324A (en) * 1996-01-30 2000-01-04 Toshiba Kikai Kabushiki Kaisha Mold clamping unit and method of positioning mold in mold clamping unit
US5690969A (en) * 1996-04-15 1997-11-25 Fang; Chin-Lung Center position device for a mold
IT1292804B1 (it) * 1997-03-18 1999-02-11 Ima Spa Apparecchiatura per la timbratura, l'incisione, la scontornatura di confezioni blister ottenute da un nastro alveolato.
US6120279A (en) * 1998-07-22 2000-09-19 Itt Manufacturing Enterprises, Inc. Mold insert positioning system
US6267917B1 (en) 1998-10-16 2001-07-31 Norstar Aluminum Molds, Inc. Rotatable mold apparatus having replaceable molds and replacement methods
US6322348B1 (en) 1999-10-18 2001-11-27 Norstar Aluminum Molds, Inc. Rotational mold automated clamping system
SE524002C2 (sv) * 2001-10-10 2004-06-15 Nolato Ab Verktyg för formsprutning och metod för framställning därav, samt användning av metoden för framställning av formsprutningsverktyg för formsprutning av mobiltelefonkomponenter
US20040096535A1 (en) * 2002-11-15 2004-05-20 Hudecek Robert W. Compression molding apparatus having replaceable mold inserts
US7128565B2 (en) * 2004-10-15 2006-10-31 Husky Injection Molding Systems Ltd. Three level stack mold machine
US7223088B2 (en) * 2004-10-15 2007-05-29 Husky Injection Molding Systems Ltd. Automatic air and water docking system for a molding machine
US7125247B2 (en) * 2004-10-15 2006-10-24 Husky Injection Molding Systems Ltd. Linkage assembly for a multiple level stack mold molding machine
US7452494B2 (en) * 2004-10-15 2008-11-18 Husky Injection Molding Systems Ltd. Method for loading a moldset into a molding machine
US7229268B2 (en) * 2004-10-15 2007-06-12 Husky Injection Molding Systems Ltd. System for guiding a moldset into a molding machine
US9149990B2 (en) * 2007-03-30 2015-10-06 Airbus Operations Gmbh Apparatus for the forming of a lay-up of fibre composite material
US8061005B2 (en) * 2009-03-13 2011-11-22 Carefusion 303, Inc. Method for employing quick change injection molding tooling
US8469693B2 (en) 2010-08-24 2013-06-25 Athena Automation Ltd. Low profile stack mold carrier
WO2014121372A1 (en) 2013-02-06 2014-08-14 Husky Injection Molding Systems Ltd. Mold positioning device
US10350801B2 (en) 2015-11-25 2019-07-16 Taiga Coolers, LLC System and method for production of customized food and beverage coolers
CN109080042A (zh) * 2018-08-24 2018-12-25 芜湖凯兴汽车电子有限公司 一种用于塑料制品加工用模具支架
CN118906391B (zh) * 2024-10-11 2024-12-24 石狮市顺达服饰制造有限公司 一种用于塑料铜脚纽扣生产的自动注塑机

Family Cites Families (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CH196023A (de) * 1937-05-29 1938-02-28 Injecta Ag Formenträger an Spritz- und Pressgussmaschinen.
DE2332205A1 (de) * 1973-06-25 1975-01-16 Demag Kunststofftech Vorrichtung zur optimierung des einund ausbaues von spritzgiesswerkzeugen bei der verarbeitung von kunststoffen oder gleichartigen materialien auf spritzgiessmaschinen
CH612862A5 (nl) * 1976-06-29 1979-08-31 Netstal Ag Maschf Giesserei
US4202522A (en) * 1977-06-16 1980-05-13 Honeywell Inc. Injection molding apparatus for accommodating various sizes of molding die inserts
DE7902184U1 (de) * 1979-01-27 1979-05-03 Basf Ag, 6700 Ludwigshafen Spritzgussmehrfachwerkzeug
DE2938665C2 (de) * 1979-09-25 1984-05-17 Krauss-Maffei AG, 8000 München Aufspannvorrichtung zum Aufspannen von Formteilen einer Spritzgießform auf Formaufspannplatten einer Formschließvorrichtung
CH655274A5 (de) * 1981-01-12 1986-04-15 Karl Hehl Formschliesseinheit einer kunststoff-spritzgiessmaschine mit auswerfer-vorrichtung.

Also Published As

Publication number Publication date
DE3213209A1 (de) 1983-06-23
US4473346A (en) 1984-09-25
CA1184720A (en) 1985-04-02
GB2114499A (en) 1983-08-24
CH656572A5 (de) 1986-07-15
IT8224652A1 (it) 1984-06-09
GB2114499B (en) 1985-07-17
FR2518012B1 (fr) 1986-09-26
DE3213209C2 (de) 1984-04-12
IT8224652A0 (it) 1982-12-09
IT1153383B (it) 1987-01-14
FR2518012A1 (fr) 1983-06-17

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8204469A (nl) Inrichting voor het wisselen van de spuitgietvorm bij een kunststof-spuitgietmachine.
US3811645A (en) Slide retainer and positioner
RU2368500C1 (ru) Пресс-форма для формования под давлением
DE69303731T3 (de) Schliesseinheit für eine Spritzgussvorrichtung
GB2145965A (en) Mounting dies in injection moulds
CN105798207A (zh) 偏转补偿的冲压工具
JPS603977B2 (ja) プラスチツク射出成形機用型締め装置
WO2020078496A1 (de) Einzugsvorrichtung für zwei endlagen
US4678158A (en) Injection mold including mold sidewall locking bars
US4116599A (en) Device for anchoring an injection molding machine tool part to a tool carrier
EP2746001A2 (de) Greifvorrichtung mit gehäusegeführtem Schlitten
KR890700070A (ko) 수직형 사출성형기
JPS6082309A (ja) 型締装置
CH655274A5 (de) Formschliesseinheit einer kunststoff-spritzgiessmaschine mit auswerfer-vorrichtung.
JPS5945460B2 (ja) 多連型締装置
CA1250781A (en) Hydraulic press
US5846574A (en) Mold-actuating apparatus
EP0856391B1 (de) Spritzgiessmaschine
JPH01232005A (ja) 型締装置
JPH088813Y2 (ja) 射出成形機の複合型締め装置
CN2149262Y (zh) 活塞液压铸造机
CA2377169C (en) A closing unit for tools to be pressed together against opening forces
RU2020072C1 (ru) Вертикальный гидравлический пресс
CN223030290U (zh) 一种注塑模具用锁定机构
KR200157298Y1 (ko) 금형의 반전 개폐장치

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed
BV The patent application has lapsed