NL8202877A - Beveiligingsmechanisme voor een met medewerking van de zwaartekracht naar de sluitstand bewegende deur. - Google Patents
Beveiligingsmechanisme voor een met medewerking van de zwaartekracht naar de sluitstand bewegende deur. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8202877A NL8202877A NL8202877A NL8202877A NL8202877A NL 8202877 A NL8202877 A NL 8202877A NL 8202877 A NL8202877 A NL 8202877A NL 8202877 A NL8202877 A NL 8202877A NL 8202877 A NL8202877 A NL 8202877A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- door
- locking
- fixed
- spring
- guide housing
- Prior art date
Links
- 230000005484 gravity Effects 0.000 title claims description 4
- 230000006835 compression Effects 0.000 claims description 3
- 238000007906 compression Methods 0.000 claims description 3
- 238000004804 winding Methods 0.000 claims description 3
- 230000037431 insertion Effects 0.000 claims 1
- 238000003780 insertion Methods 0.000 claims 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 3
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 238000005259 measurement Methods 0.000 description 1
- 238000005096 rolling process Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05D—HINGES OR SUSPENSION DEVICES FOR DOORS, WINDOWS OR WINGS
- E05D13/00—Accessories for sliding or lifting wings, e.g. pulleys, safety catches
- E05D13/10—Counterbalance devices
- E05D13/12—Counterbalance devices with springs
- E05D13/1253—Counterbalance devices with springs with canted-coil torsion springs
- E05D13/1269—Spring safety devices
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05D—HINGES OR SUSPENSION DEVICES FOR DOORS, WINDOWS OR WINGS
- E05D13/00—Accessories for sliding or lifting wings, e.g. pulleys, safety catches
- E05D13/003—Anti-dropping devices
- E05D13/006—Anti-dropping devices fixed to the wing, i.e. safety catches
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E06—DOORS, WINDOWS, SHUTTERS, OR ROLLER BLINDS IN GENERAL; LADDERS
- E06B—FIXED OR MOVABLE CLOSURES FOR OPENINGS IN BUILDINGS, VEHICLES, FENCES OR LIKE ENCLOSURES IN GENERAL, e.g. DOORS, WINDOWS, BLINDS, GATES
- E06B9/00—Screening or protective devices for wall or similar openings, with or without operating or securing mechanisms; Closures of similar construction
- E06B9/56—Operating, guiding or securing devices or arrangements for roll-type closures; Spring drums; Tape drums; Counterweighting arrangements therefor
- E06B9/80—Safety measures against dropping or unauthorised opening; Braking or immobilising devices; Devices for limiting unrolling
- E06B9/82—Safety measures against dropping or unauthorised opening; Braking or immobilising devices; Devices for limiting unrolling automatic
- E06B9/84—Safety measures against dropping or unauthorised opening; Braking or immobilising devices; Devices for limiting unrolling automatic against dropping
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05D—HINGES OR SUSPENSION DEVICES FOR DOORS, WINDOWS OR WINGS
- E05D13/00—Accessories for sliding or lifting wings, e.g. pulleys, safety catches
- E05D13/10—Counterbalance devices
- E05D13/12—Counterbalance devices with springs
- E05D13/1253—Counterbalance devices with springs with canted-coil torsion springs
- E05D13/1261—Counterbalance devices with springs with canted-coil torsion springs specially adapted for overhead wings
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05Y—INDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBCLASSES E05D AND E05F, RELATING TO CONSTRUCTION ELEMENTS, ELECTRIC CONTROL, POWER SUPPLY, POWER SIGNAL OR TRANSMISSION, USER INTERFACES, MOUNTING OR COUPLING, DETAILS, ACCESSORIES, AUXILIARY OPERATIONS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR, APPLICATION THEREOF
- E05Y2900/00—Application of doors, windows, wings or fittings thereof
-
- E—FIXED CONSTRUCTIONS
- E05—LOCKS; KEYS; WINDOW OR DOOR FITTINGS; SAFES
- E05Y—INDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBCLASSES E05D AND E05F, RELATING TO CONSTRUCTION ELEMENTS, ELECTRIC CONTROL, POWER SUPPLY, POWER SIGNAL OR TRANSMISSION, USER INTERFACES, MOUNTING OR COUPLING, DETAILS, ACCESSORIES, AUXILIARY OPERATIONS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR, APPLICATION THEREOF
- E05Y2900/00—Application of doors, windows, wings or fittings thereof
- E05Y2900/10—Application of doors, windows, wings or fittings thereof for buildings or parts thereof
- E05Y2900/106—Application of doors, windows, wings or fittings thereof for buildings or parts thereof for garages
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Structural Engineering (AREA)
- Architecture (AREA)
- Civil Engineering (AREA)
- Power-Operated Mechanisms For Wings (AREA)
Description
& - f ' VO 3473
Beveilingingsmechanisme voor een met medewerking van de zwaartekracht naar de sluitstand bewegende deur.
De uitvinding heeft· betrekking op een beveiligingsmechanisme voor een met medewerking van de zwaartekracht naar de sluitstand beweegbare deur, welk mechanisme is voorzien van ten minste een zwenkbaar grendelorgaan, dat bij een kalamiteit; waarbij de besturing van de 5 deurbeweging in het ongerede geraakt, wordt gezwenkt naar een stand, waarin het de vrije val van de deur onderbreekt.
Bij een dergelijke uit het Duitse Offenlegungsschrift 2.553.214 bekende inrichting wordt de vergrendeling verkregen doordat het zwenk-bare grendelorgaan bij de benedenwaartse beweging bij een juiste be-10 wegingssnelheid tussen aan weerszijden van de bewegingsbaan aangebrachte aanslagen doorpendelt. Zodra de snelheid echter afwijkt, i.c. te hoog wordt, zal het. grendelorgaan de deur vergrendelen. Bij deze bekende inrichting wordt niet gewaarborgd, dat wanneer zich een kalamiteit'voordoet de vergrendeling zonder meer tot stand wordt gebracht.
15 Aan deze eis voldoet evenmin het beveiligingsmechanisme, beschre ven in het Duitse Offenlegungsschrift 2.720.988, dat is gebaseerd op het meten van een snelheidsverschil. Bij een voldoend groot snelheids-verschil wordt de grendel in de werkstand gebracht.
De uitvinding beoogt genoemd nadeel op te lossen en een beveili-20 gingsmechanisme te verschaffen, waarbij de grendel in de grendelstand wordt bewogen zodra genoemde kalamiteit optreedt.
Hiertoe vertoont het beveiligingsmechanisme het kenmerk, dat voor het naar de werkstand zwenken van de grendel gebruik wordt gemaakt van de beweging van een valgewicht, dat voor deze valbeweging wordt 25 vrijgegeven zodra de bedoelde kalamiteit zich voordoet.
Daarbij kan het grendelorgaan zijn voorzien van een inrichting welke het grendelorgaan middels een grendelpen draaibaar verbindt met het valgewicht, dat is opgesteld in een geleidehuis, waarbij het in de vorm van een grendelpal uitgevoerde grendelorgaan en de in het geleide-30 huis aangebrachte opening voor het doorlaten van de grendelpal zodanig zijn opgesteld dat bij het ten opzichte van het geleidehuis benedenwaarts bewegen van het valgewicht, de grendelpal wordt gedwongen om naar de grendelstand te bewegen.
Daarbij kan het valgewicht middels een draad of stand zijn ge-35 koppeld met een meelooprol. welke aanligt tegen de aandrijfketting van 8202877 -2- i i het bedieningsmechanlsme.
Daar de aandrijfinrichting van de deur gewoonlijk is gekoppeld met een tweetal eindaanslagen, bevestigd aan de deur of het deurkozijn, kan, teneinde bij genoemde kalamiteiten een verdere beschadiging van 5 de deur en zijn aandrijving te voorkomen, onder het geleidehuis een door het valgewicht bedienbare microswitch zijn aangebracht, welke laatste is opgenomen in het stroomcircuit van de aandrijfinrichting.
In een verdere uitwerking van de uitvinding kan het valgewicht zijn bevestigd aan het einde van een.kabel aan het tegenovergelegen 10 einde waarvan een, een contrakracht-leverende inrichting is aangebracht, en onder tussenvoeging van een drukveer is gekoppeld met de deur, waarbij de veer tijdens normaal bedrijf een zodanige voorspanning heeft, dat bij een breken van de kabel de grendelpal ten opzichte van het geleidehuis benedenwaarts wordt bewogen en gedwongen de grendelstand inneemt.
15 Daarbij kan de veer instelbaar zijn.
Nader kan daarbij het valgewicht en de grendelpal samenwerken met een geleidehuis ingericht voor beweging langs een geleidebalk.
' Door telkens de grendelpen met grote speling ten opzichte van de grendelpal te monteren, wordt bereikt dat de grendelpal in de grendel-20 stand niet met één punt. of vlak tegen het tegenhoudende element i.c. het geleidehuis aanligt, doch met twee punten of vlakken.
Wanneer het beveiligingsmechanisme wordt toegepast bij een kan-teldeur, waarbij een contrakracht wordt verkregen door een of meer torsieveren, waarvan het ene einde telkens is verbonden met een vast 25 punt van het kozijn of dergelijke en het andere einde vast is verbonden met een rol of trommel voor het opwikkelen van de met de onderzijde van de deur verbonden kabel kan gebruik gemaakt worden van.een nabij het vaste einde van de veer, vast op de drijfwerkas van de genoemde rol of trommel aangebrachte nokkenschijf, welke nokkenschijf is voorzien van 30 een naafgedeelte, waaromheen een rondsel draaibaar is, dat excentrisch is uitgerust met een gewicht en aan welk rondsel het ene einde vein de spiraalveer is bevestigd, waarbij het gewicht samenwerkt met een grendelpal·, die is ingericht voor. samenwerking met enerzijds de nokkenschijf en anderzijds een aanslagvlak van het deurkozijn.
35 Teneinde dit beveiligingsmechanisme ook gemakkelijk op bestaande deuren aan te kunen brengen, kan deze tweedelig zijn uitgevoerd, waardoor de montagekosten gering zijn.
8202877 -3- ,
Sr 4
In geval gebruik wordt gemaakt van een inrichting, ingericht voor samenwerking met een kanteldeur, waarbij op soortgelijke wijze als hiervoor beschreven, gebruik wordt gemaakt van een torsieveer, kan, . in geval de torsiekracht zeer variabel is, d.w.z. een waarde nul en . 5 zelfs een negatieve waarde kan hebben , gebruik worden gemaakt van .een nabij het vaste einde van de veer, vast op de drijfwerkas van de genoemde rol of trommel aangebrachte schijfvormige plaat welke is uitgerust met een aanslagpen die is ingericht voor samenwerking met een grendelpal, die kan samenwerken met enerzijds de nokkenschijf en ander-10 zijds een aanslagvlak van het deurkozijn, waarbij tussen de schijfvormige plaat en de voorgespannen trekveer een vast met de trekveer verbonden, met nokken uitgeruste plaat is opgesteld, welke kan samenwerken met een vaste, met openingen uitgeruste plaat,, tegen welke plaat hulp-veren afsteunen die met hun andere einde aanliggen tegen nokvlakken 15 van genoemde schijf vormige, met een aanslagpen uitgeruste plaat.
Ter verduidelijking van de uitvinding zullen thans onder verwijzingnaar de tekening, enkele uitvoeringsvoorbeelden van het gren-delmechanisme worden beschreven. In de tekening toont: fig. 1 schematisch een roldeur met zijn aandrijving en voor- 20 zien van een grendelmechanisme volgens de uitvinding; fig. 2 een aanzicht overeenkomstig fig. 1 met een ander grendelmechanisme ; fig. 3 vergroot een detail van de inrichting volgens fig. 1 in de niet-grendelende stand; 25 fig. 4 een aanzicht overeenkomstig fig. 2 met Se inrichting in de grendelende stand; fig. 5 een andere uitvoeringsvorm van het grendelmechanisme volgens de uitvinding, welk grendelmechanisme samenwerkt met de kabel waaraan het contragewicht is bevestigd, en wel in de niet grendelende 30 stand; fig. 6 een aanzicht overeenkomstig fig. 4 met de grendelpal in de grendelende stand; fign. 7 en 8 aanzichten overeenkomstig figuren 4 en 5 van een ten opzichte van de constructie volgens figuren 4 en 5 gewijzigde 35 uitvoeringsvorm; 8202877
< V
-4- fig. 9 een bovenaanzicht in casu doorsnede volgens de lijn IX-IX van de inrichting volgens figuur 7? fig. 10 een aanzicht deels in doorsnede van een grendelmecha- . nisme volgens de uitvinding ingericht voor samenwerking met een 5 torsieveer? fig. 11 een doorsnede volgens de lijn XI-XI in figuur 9, met de grendel in een niet grendelende stand? fig. 12 een aanzicht overeenkomstig figuur 11 met de delen in de grendelstand? 10 fig. 13 is een aanzicht overeenkomstig figuur 10 van een variant van het grendelmechanisme volgens de figuren 10-12? fig. 14 is een doorsnede volgens de lijn XIV-XIV in fig. 13? fig. 15 ia een doorsnede volgens de lijn XV-XV in fig. 13 en fig. 16 is een doorsnede volgens de lijn XVI-XVI in fig. 13.
15 Volgens de tekening zie in het bijzonder figuur 1, wordt een roldeur 1 die kan worden gewikkeld op een trommel 2, aangedreven door een motor 3 die middels een aandrijfketting 4 is verbonden met een tandwiel 5, dat op de as van de trommel 2 is aangebracht. Tegen de aandrijfketting rust een meelooprol 6, welke draaibaar is beves-20 tigd met het ene einde van een hefboomarm 7,. waarvan het andere einde draaibaar is bevestigd aan het kozijn van de roldeur of een ander vast punt.
Met het draaipunt van de meelooprol 6 is een stang 8 verbonden/ welke op zijn beurt weer is verbonden met twee stangen 9/10. De stang 9 25 is met zijn vrije einde: verbonden met een vast punt, terwijl de stang 10 met zijn vrije einde is verbonden met een stang 11, waaraan een grendelpal 12 draaibaar is gekoppeld. De grendelpal bevindt zich tussen vaste, als geleidingen uitgevoerde aanslagen 13, 14. De opstelling is daarbij zodanig gekozen, dat, zoals uit figuur 1 moge blijken, 30 bij breuk van de aandrijfketting de grendelpal gedwongen wordt naar de grendelende stand te bewegen namelijk dwars ten opzichte van de stand weergegeven in figuur 1 en wel in aanligging met de onderste geleiding. De niet-grendelende respectievelijk de grendelende stand zijn in figuren 3 en 4 nader aangeduid.
3 2 0 2 8 7 7 ’..... -......
-5- · .
Λ r *
Zoals uit laatstgenoemde figuren blijkt is de verbindingsstang of ketting voorzien van een stripvormig uitgevoerd valgewicht 15, waaraan de grendelpal middels een grendelpen 16 draaibaar is bevestigd. De grendelpal is zodanig gemonteerd, dat deze in de niet grendelende stand ‘5 met een zijrand buitenwaarts aanligt tegen de onderste geleiding 14. Op deze wijze wordt gewaarborgd dat bij breuk van de aandrijfkabel en bijgevolg een benedenwaarts bewegen van het valgewicht, de grendelpal automatisch gedwongen wordt in de grendelende stand te bewegen.
Terugkerend naar fig. 1 blijkt dat onder de onderste geleiding 14, 10 een microswitch 17 is gemonteerd. Deze microswitch is opgenomen in het elektrische circuit van de motor 3 en wordt bediend, zodra het valgewicht naar beneden beweegt. Met andere woorden bij breuk van de aandrijf-ketting 4 wordt niet alleen de grendelpal in de grendelstand gebracht, doch wordt tevens de aandrijfmotor 3 uitgeschakeld, zodat de beschadiging £5 van de roldeuren en zijn aandrijfmechanisme in geval van breuk van de aandrijfketting, tot een minimum wordt beperkt.
Bij de in fig. 2 weergegeven uitvoeringsvorm, welke een ander grendelmechanisme bevat, zijn dezelfde delen met dezelfde verwijzings-cijfers weergegeven. Het grendelmechanisme bestaat hierbij uit een op 20 de as van de roldeurtrommel 2 gemonteerde nokkenschijf 18. Boven de nokkenschijf is aan het deurkozijn of een ander vast punt draaibaar een grendelpal 19 bevestigd. De grendelpal 19 werkt in de niet-grendelende stand samen met een tegenhoudpen 20 welke is bevestigd aan het einde van een schematisch weergegeven hefboom 21, waarvan het andere einde draai-25 baar is bevestigd aan de vaste constructie. Met de hefboom 21 is verder verbonden een stang of kabel 22, waarvan het uiteinde is verbonden met de as van de meelooprol 6. Terwijl bij de uitvoeringsvorm weergegeven in figuren 1, 3 en 4 de grendelpal samenwerkt met de leden van de roldeur, zal in het geval, weergegeven in fig. 2, bij breuk van de aan-30 drijfketting 4, de grendelpal 19 benedenwaarts zwenken en daarbij onder aanligging tegen een vaste aanslagbalk 23 samenwerken met de nokkenschijf 18. Hierdoor wordt de trommel 2 van de roldeur vergrendeld.
Bij het in de figuren 5 en 6 weergegeven uitvoeringsvoorbeeld gaat het om verticaal beweegbare deuren, waarbij een contrakracht op de 35 deur wordt overgebracht via een met de onderzijde - van de deur verbonden 8202877 -6- 4 * draad of kabel 24. In het weergegeven uitvoeringsvoorbeeld is het ondereinde van de draad of kabel 24 verbonden met een valgewicht 25, in een niet nader aangeduide uitsparing waarvan een grendelpal 26 middels een grendelpen 27 is bevestigd. Het valgewicht 25 met de grendelpal 26 5 wordt geleid door een geleidehuis 28, dat vast is bevestigd op de onderzijde van de niet nader weergegeven deur. Bij de beweging van de deur wordt het geleidehuis op haart beurt weer geleid langs een in dwarsdoorsnede U-vormig profiel of geleidingsbalk 29, waarin aanslagen 30 zijn aangebracht. Het valgewicht 25 is verder middels een stang 31, een in-10 stelmoer 32, een veer 33 en een tegenhoudplaat 34 verbonden met de onderzijde van het geleidehuis 28.
Zoals uit de figuren 5 en 6 moge blijken zal, in geval de kabel 18 breekt, het valgewicht benedenwaarts bewegen, waarbij de grendelpal 26 gedwongen buitenwaarts beweegt naar de grendelende stand, waarin deze 15 samenwerkt met een van de aanslagen 30.
Het in de figuren 7-9 weergegeven uitvoeringsvoorbeeld heeft betrekking op een beveiligingsmechanisme voor een deur die in de gesloten stand ongeveer verticaal is opgesteld en die in geopende stand ongeveer horizontaal. In verband hiermede is het beveiligingsmechanisme weerge-20 geven in de figuren 7-9 dan ook draaibaar verbonden met het ondereinde van een gestreept weergegeven kanteldeur.
Het verschil tussen de uitvoeringvorm volgens de fign. 5 en 6 en die volgens de fign. 7-9 wordt in wezen daardoor gevormd, dat het geleidehuis 28 bij de uitvoeringsvorm volgens de figuren 5 en 6 op de deur 25 is aangebracht en een uitstekend gedeelte daarvan wordt geleid langs een U-vormige geleidingsbalk 29, terwijl bij de uitvoeringsvorm volgens de figuren 7-9 het geleidehuis 36 grotendeels binnen de in dwarsdoorsnede U-vormige geleidingsbalk 35 is aangebracht. Bij deze uitvoeringsvorm wordt een valgewicht 37 enerzijds middels de ene langszijde geleid 30 en anderzijds via de verbindingsstang 38 door een van een opening voorzien uitstekend gedeelte 39 van het geleidehuis 36. Voorts is de grendelpal 40 niet in het valgewicht opgenomen, doch uitsluitend draaibaar daarmee verbonden en verder opgenomen in een uitsparing van het geleidehuis 36. Zoals vooral uit fig.9 blijkt heeft de grendelpal 40 35 een zodanige vorm en is de uitsparing in het geleidehuis 36 zodanig 8202877 ir * -7- aangebracht, dat zowel in de grendelende, als in de niet-grendelende stand sprake is van een vlak-aanligging van de grendelpal 40 ten opzichte van het geleidehuis 36.
Zoals uit de figuren 5-9 blijkt, wordt door de geleiding van het 5 geleidehuis 28 respectievelijk 36 langs de geleidingsbalk 29 respectievelijk 35 telkens tevens een geleiding van de deuronderzijde bereikt.
Het in de figuren 10-12 weergegeven uitvoeringsvoorbeeld tenslotte toont een beveiligingsmechanisme, ingericht voor samenwerking met een kanteldeur,. waarbij een contrakracht wordt verkregen door een 10 of meer torsieveren. Zoals uit de tekening blijkt, wordt bij deze constructie gebruik gemaakt van een ter plaatse van. de bovenzijde van het kozijn,waarmee de kanteldeur samenwerkt, aangebrachte as, waarvan het linkereinde (zie fig. 10) is gelegen in een vast aan het kozijn verbonden steunplaat 42. Het linkereinde van de as 41 is op soortgelijke 15 wijze ondersteund.
Rond de as 41 bevindt zich een torsieveer 43, waarvan het niet-weergegeven linkereinde vast is verbonden met een, vast op de as 41 bevestigde kabelschijf, waarop de kabel kan worden gewikkeld, waarvan het vrije einde is verbonden met de onderzijde van de deur. Het andere 20 einde van de torsieveer 43 is middels een klem 44 vast verbonden met een rondsel 45, dat met behulp van twee rollegers 46 draaibaar is aangebracht op de naaf 47 van een nokkenschijf 48. De naaf 47 is met behulp van stangen 49 vast bevestigd op de as 41. Het in fig. 10 links afgebeelde leger 46 is tegen een naar links verschuiven geborgd met 25 behulp van een stelring 50. Zoals uit de tekening verder blijkt is excentrisch op het rondsel een gewicht 51 aangebracht, voorzien van een , aanslagpen 52.
Tegen de aanslagpen ligt, in de niet-vergrendelende stand, een grendelpal 53 aan, welke draaibaar is bevestigd aan het deurkozijn.
30 Wanneer door welke oorzaak dan ook de spanning in de torsieveer 43 wegvalt, zal het rondsel 48 onder invloed van het gewicht 51 in de met een pijl aangegeven richting draaien naar de in fig. 12 weergegeven stand. Hierbij zal de grendelpal 53 vrijkomen van de aanslagpen 52, bijgevolg naar de in fig. 12 weergegeven stand zwenken. In deze stand 35 werkt de grendelpal 53 samen met enerzijds de nokkenschijf 48 en anderzijds een vaste aanslagbalk 54.
8202877 -8-
In de figuren 13-16 is een variant, weergegeven van de uitvoeringsvorm weergegeven in de figuren 10, 11 en 12; Dezelfde onderdelen zijn dan ook met dezelfde verwijzingscijfers a&ngeduid. Deze constructie, die in het bijzonder bedoeld is in geval gebruik wordt, gemaakt'van een 5 spiraal veer 43,. die in’de eindstand, waarbij de deur zich in de ge opende stand bevindt, niet meer onder torsiespanning staat dan wel onder een negatieve torsiespanning, is voorzien van een plaat 55, welke vast is bevestigd aan de torsieveer 43* Aan de plaat 55 is door middel van bouten 57 een met nokken 58 uitgerust rondsel 59 bevestigd.
10 Op de vaste muurplaat 42 is een huis 60 bevestigd., waarvan het naar de torsieveer toegekeerde einde is voorzien van een opneemplaat 61. De opneemplaat is uitgerust met. sleuven 63 met een zodanige vorm, dat deze kunnen samenwerken met de nokken 58. De opneemplaat 61 is verder axiaal in beide richtingen voorzien van steunen 62, waarover het rondsel 15 59 gemakkelijk kan draaien. Op de steun. 62 is binnen het huis 60 een schijf 64 aangebracht, waaraan de aanslagpen 52 is bevestigd.
Op de plaat 64 werken via daaraan bevestigde nokken 65 spiraal-veren 66 in, waarvan de tegenover gelegen einden telkens steun vinden in uitsparingen 67, aangebracht in de opneemplaat 61.
20 De werking van de inrichting is als volgt: Bij de montage wordt aan de veer 43 een axiale voorspankracht gegeven. Door de voor-spanning in de veer 43 worden de nokken 58 tegen de sleufkant 63 van de opneemplaat 61 gedrukt. Door de spoed in de sleuven is de plaat 55 geheel naar buiten gericht. Verder krijgen de veren 66 een zodanige 25 voorspanning, dat deze de voorspankracht van de torsieveer 43 in de normale gebruiksstand niet overwint: Dit wil zeggen het met nokken uitgerust rondsel 59 en de schijfvormige plaat 64 blijven in de in fig. 13 weergegeven stand in rust. Treedt echter breuk in de torsieveer op, dan valt de genoemde axiale voorspanning weg en treden de veren 66 in 30 werking, waardoor de schijfvormige plaat 64 wordt gedraaid. Hierdoor wordt de pen 52 meegenomen en valt de pal 53 in de grendelstand, waarin zij samenwerkt met de nokkenschijf 48.
Het zal duidelijk zijn, dat binnen het raam van de uitvindings-gedachte een groot aantal varianten mogelijk is.
3202877
Claims (10)
1. Beveiligingsmechanisme voor een met medewerking van de zwaartekracht naar de sluitstand beweegbare deur, welk mechanisme is voorzien van ten minste één zwenkbaar. grendelorgaan, dat bij een kalamiteit, waarbij de besturing van de deurbeweging.in het ongerede is geraakt, 5 wordt gezwenkt naar een stand waarin het. de vrije val van de deur onderbreekt, met het kenmerk, dat voor het naar de werkzame stand zwenken van de grendel gebruik wordt gemaakt van de beweging van een valge-wicht, dat voor deze valbeweging wordt vrijgegeven, zodra de bedoelde kalamiteit zich. voordoet .
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het grendel orgaan middels een grendelpen draaibaar is verbonden met het valgewicht, dat is opgesteld in een geleidehuis, waarbij het in de vorm van een grendelpal uitgevoerde grendelorgaan en de in het geleidehuis aangebrachte openingen voor het doorlaten van de grendelpal zodanig zijn 15 opgesteld dat bij het ten opzichte van het geleidehuis benedenwaarts bewegen van het valgewicht, de grendelpal wordt gedwongen om naar de grendelstand. te bewegen.
3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het valgewicht middels een draad of stang is verbonden met een meelooprol, 20 welke aanligt tegen een aandrijfketting van het bedieningsmechanisme van de deur.
4. Inrichting volgens conclusie 3, met.het kenmerk, dat onder het geleidehuis een door het valgewicht bedienbare microswitch is aangebracht welke laatste is opgenomen in het stroomcircuit van de aandrijfinrichting 25 van het bedieningsmechanisme.
5. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het valgewicht is bevestigd aan het einde van een kabel aan het tegenovergelegen einde waarvan een, een contrakracht-leverende inrichting is aangebracht, en onder tussenvoeging van een drukveer is gekoppeld met de 30 deur, waarbij de veer tijdens normaal bedrijf een zodanige voorspanning heeft, dat bij een breken van de kabel de grendelpal ten opzichte van het geleidehuis benedenwaarts wordt bewogen en gedwongen de grendelstand inneemt. 8202877 ψ V -IQ-
6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat het val-gewicht en de grendelpal samenwerken met een geleidehuis ingericht voor beweging langs een geleidingsbalk.
7. Inrichting volgens een of meer van de voorgaande conclusies, 5 met het kenmerk, dat de grendelpen telkens met grote speling ten opzichte van de grendelpal is gemonteerd.
8. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, ingericht voor samenwerking met een kanteldeur, waarbij een contrakracht wordt verkregen door een of meer torsieveren, waarvan het ene einde telkens is verbonden met 10 een vast punt van het kozijn of dergelijke en het andere einde vast is verbonden met een rol of trommel voor het opwikkelen van de met de onderzijde van de deur verbonden kabel, gekenmerkt, door een nabij het vaste einde van de veer, vast op de drijfwerkas van de genoemde rol of trommel aangebracht nokkenschijf, welke nokkenschijf is voorzien 15 van een naafgedeelte, waaromheen een rondsel draaibaar is, dat excentrisch is uitgerust met een gewicht en aan welk rondsel het ene einde van de spiraalveer is bevestigd, waarbij het gewicht samenwerkt met een grendelpal, die is- ingericht voor samenwerking met enerzijds de nokkenschijf en anderzijds een aanslagvlak van het deurkozijn.
9. Inrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat deze in wezen tweedelig is uitgevoerd.
10. Inrichting volgens een of meer van de conclusies 1 t/m 7, ingericht voor samenwerking met een kanteldeur, waarbij een contrakracht wordt verkregen door één of meer torsieveren, waarvan het ene einde 25 telkens is verbonden met een vast punt van het kozijn of dergelijke en het andere einde vast is verbonden met een rol of trommel voor het opwikkelen van de met de onderzijde van de deur verbonden kabel, gekenmerkt door een nabij het vaste einde van de veer, vast op de drijfwerkas van de genoemde rol of trommel aangebrachte schijf vormige plaat 30 welke is uitgerust met een aanslagpen die is ingericht voor samenwerking met een grendelpal, die kan samenwerken met enerzijds de nokkenschijf en anderzijds een aanslagvlak van het deurkozijn, waarbij tussen de schijfvormige plaat en de voorgespannen trekveer een vast met de trek-veer verbonden, met nokken uitgeruste plaat is opgesteld, welke kan 35 samenwerken met een vaste, met openingen uitgeruste plaat tegen welke plaat hulpveren afsteunen die met hun andere einde aanligeen tegen nok-vlakken van genoemde schijf vormige, met een aanslagpen uitgeruste plaat.- 3202877
Priority Applications (1)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8202877A NL8202877A (nl) | 1982-07-15 | 1982-07-15 | Beveiligingsmechanisme voor een met medewerking van de zwaartekracht naar de sluitstand bewegende deur. |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8202877A NL8202877A (nl) | 1982-07-15 | 1982-07-15 | Beveiligingsmechanisme voor een met medewerking van de zwaartekracht naar de sluitstand bewegende deur. |
| NL8202877 | 1982-07-15 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8202877A true NL8202877A (nl) | 1984-02-01 |
Family
ID=19840036
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8202877A NL8202877A (nl) | 1982-07-15 | 1982-07-15 | Beveiligingsmechanisme voor een met medewerking van de zwaartekracht naar de sluitstand bewegende deur. |
Country Status (1)
| Country | Link |
|---|---|
| NL (1) | NL8202877A (nl) |
Cited By (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3427105A1 (de) * | 1984-07-23 | 1986-01-30 | Hörmann KG Brockhagen, 4803 Steinhagen | Fanggeraet |
| EP0151427A3 (en) * | 1984-01-24 | 1986-02-12 | Hormann Kg Brockhagen | Spring monitoring device |
| EP0722031A1 (de) * | 1995-01-13 | 1996-07-17 | Hörmann Kg Dissen | Vorrichtung zur Überwachung einer vorgespannt betriebenen Torsionsfeder |
| ES2311313A1 (es) * | 2005-05-13 | 2009-02-01 | Puertas Cubells, S.L. | Dispositivo anticaida para puertas de funcionamiento vertical tipo guillotina de una o varias hojas. |
| WO2016118093A1 (en) * | 2015-01-23 | 2016-07-28 | Presmetal Otomoti̇v Yan San. Ve Ti̇c.A.Ş | Door safety mechanism |
-
1982
- 1982-07-15 NL NL8202877A patent/NL8202877A/nl not_active Application Discontinuation
Cited By (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| EP0151427A3 (en) * | 1984-01-24 | 1986-02-12 | Hormann Kg Brockhagen | Spring monitoring device |
| DE3427105A1 (de) * | 1984-07-23 | 1986-01-30 | Hörmann KG Brockhagen, 4803 Steinhagen | Fanggeraet |
| EP0722031A1 (de) * | 1995-01-13 | 1996-07-17 | Hörmann Kg Dissen | Vorrichtung zur Überwachung einer vorgespannt betriebenen Torsionsfeder |
| ES2311313A1 (es) * | 2005-05-13 | 2009-02-01 | Puertas Cubells, S.L. | Dispositivo anticaida para puertas de funcionamiento vertical tipo guillotina de una o varias hojas. |
| ES2311313B1 (es) * | 2005-05-13 | 2009-08-19 | Puertas Cubells, S.L. | Dispositivo anticaida para puertas de funcionamiento vertical tipo guillotina de una o varias hojas. |
| WO2016118093A1 (en) * | 2015-01-23 | 2016-07-28 | Presmetal Otomoti̇v Yan San. Ve Ti̇c.A.Ş | Door safety mechanism |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US5210976A (en) | Window balance assembly | |
| BE1004838A3 (fr) | Dispositif d'actionnement de fenetre et structure a charniere. | |
| US7254868B2 (en) | winding and anti-drop assembly for door counterbalance system | |
| US6581331B1 (en) | Window and door closing mechanism | |
| EP0358738A1 (fr) | Manipulateur mecanique a axes multiples avec protection contre surcharges. | |
| DE19509205A1 (de) | Fensterheber | |
| PL189739B1 (pl) | Skrzynka zwrotnicy, zwłaszcza zwrotnicy kolejowejlub tramwajowej | |
| DE4211566A1 (de) | Mit einer selbsttätigen Nachstelleinrichtung versehene Handbremse | |
| US20020069585A1 (en) | Drop-catch mechanism | |
| NL8202877A (nl) | Beveiligingsmechanisme voor een met medewerking van de zwaartekracht naar de sluitstand bewegende deur. | |
| HU220902B1 (en) | Safety device for passenger transporters | |
| EP0754480B1 (de) | Rücklaufsperre | |
| EP3662454B1 (fr) | Ensemble de portillons automatiques comprenant des ensembles moteurs sensiblement identiques et procédé de production d'un tel ensemble | |
| GB2225378A (en) | Improvements in friction stay hinges | |
| EP1870551B1 (de) | Vorrichtung zur Schließfolgeregelung für zweiflügelige Drehtüren | |
| NL8000697A (nl) | Lamellenjalousie. | |
| DE69001153T2 (de) | Umkehrmechanismus zum parken mit sicherheitsverriegelung. | |
| EP0165443B1 (de) | Türantrieb mit Einklemmsicherung für Türen von Aufzugskabinen | |
| GB2308399A (en) | Tracked canopy door with motor driven opening and closing mechanism | |
| EP0833035B1 (fr) | Verrou pour volet roulant, équipé d'un axe d'enroulement du tablier libre en rotation | |
| SE0950632A1 (sv) | Förreglingsmekanism för en stannplansdörr | |
| GB2053344A (en) | Door or gate actuating means | |
| JP3298733B2 (ja) | パワーウインドウ装置 | |
| EP1870550A2 (de) | Vorrichtung zur Schließfolgeregelung für zweiflügelige Drehtüren | |
| DE3508174C2 (nl) |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BV | The patent application has lapsed |