NL8202215A - Spoelloze weefmachine, voorzien van middelen voor het uit het weefvak verwijderen van defecte inslagdraden. - Google Patents
Spoelloze weefmachine, voorzien van middelen voor het uit het weefvak verwijderen van defecte inslagdraden. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8202215A NL8202215A NL8202215A NL8202215A NL8202215A NL 8202215 A NL8202215 A NL 8202215A NL 8202215 A NL8202215 A NL 8202215A NL 8202215 A NL8202215 A NL 8202215A NL 8202215 A NL8202215 A NL 8202215A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- weaving
- machine
- compartment
- weft thread
- weft
- Prior art date
Links
- 238000009941 weaving Methods 0.000 title claims description 87
- 230000002950 deficient Effects 0.000 claims description 32
- 239000004744 fabric Substances 0.000 claims description 20
- 235000014676 Phragmites communis Nutrition 0.000 claims description 11
- 230000008859 change Effects 0.000 claims description 3
- 230000007547 defect Effects 0.000 claims description 2
- 230000008439 repair process Effects 0.000 description 12
- 238000007664 blowing Methods 0.000 description 5
- 238000001514 detection method Methods 0.000 description 4
- 230000009471 action Effects 0.000 description 3
- 238000000034 method Methods 0.000 description 2
- 230000008569 process Effects 0.000 description 2
- 239000011324 bead Substances 0.000 description 1
- 230000008901 benefit Effects 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D03—WEAVING
- D03D—WOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
- D03D47/00—Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms
- D03D47/28—Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms wherein the weft itself is projected into the shed
- D03D47/30—Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms wherein the weft itself is projected into the shed by gas jet
- D03D47/3066—Control or handling of the weft at or after arrival
- D03D47/3086—Weft removal
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D03—WEAVING
- D03D—WOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
- D03D51/00—Driving, starting, or stopping arrangements; Automatic stop motions
- D03D51/06—Driving, starting, or stopping arrangements; Automatic stop motions using particular methods of stopping
- D03D51/08—Driving, starting, or stopping arrangements; Automatic stop motions using particular methods of stopping stopping at definite point in weaving cycle, or moving to such point after stopping
- D03D51/085—Extraction of defective weft
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Textile Engineering (AREA)
- Looms (AREA)
Description
V
P & c * *
, W 947-292 Ned.B/EvF
Spoelloze weefmachine, voorzien van middelen voor het uit het weefvak verwijderen van defecte inslagdraden.
De uitvinding heeft betrekking op een spoelloze weefmachine, voorzien van een detector voor het opsporen van defecten aan inslagdraden, en van middelen voor het uit het weefvak verwijderen van defecte inslagdraden, waarbij de detector zodanig met de aandrijfinrichting 5 van de weefmachine samenwerkt, dat de hoofdas van de machine bij een defect-signaal van de detector over een hoek wordt teruggedraaid en daarmede de laatste weefvakwisseling teruggedraaid;, teneinde de binding tussen de kettingdraden en de defecte inslagdraad op te heffen.
Een dergelijke weefmachine is bijvoorbeeld bekend uit het 10 -Nederlandse octrooischrift 146.551.
De middelen, waarmede de defecte inslagdraad - nadat de binding met de kettingdraden is opgeheven door het terugtornen van de hoofdas van de machine - uit het weefvak wordt verwijderd, worden hierbij gevormd door de tussen de weefvakeinden opgestelde, bij normaal bedrijf 15 van de machine voor het draadtransport door het weefvak dienende, met transportlucht gevoede blaasmondstukken. Essentieel daarbij is, dat het defecte inslagdraadstuk verbonden blijft met de inslaggarenvoorraad. Daarbij wordt ervan uitgegaan, dat bij het lanceren van de volgende inslag de defecte inslagdraad, te beginnen aan de lanceerzijde van het 2Q weefvak, geleidelijk tussen dè bij de aanslaglijn samenkomende kettingdraden wordt weggetrokken en in de inslagrichting door het weefvak heen wordt afgevoerd.
De uitvinding nu beoogt deze machine te verbeteren. Bij de machine volgens de uitvinding worden daartoe de middelen voor het uit het 25 weefvak verwijderen van een defecte inslagdraad gevormd door een buiten het weefvak opgestelde, bij stilstaande machine in de inslagrichting langs de aanslaglijn van het doek beweegbare inrichting met een in een vlak dwars ' op de inslagrichting beweegbaar en daarbij ter plaatse van de aanslaglijn over het doek in de terugtrekrichting van het riet 30 strijkend losmaakelement en een vanuit een positie buiten het weefvak, tussen de kettingdraden door naar een positie binnen het weefvak op een afstand van de aanslaglijn beweegbaar grijpelement, geschikt om de losgemaakte inslagdraad te grijpen en tussen twee kettingdraden door in de vorm van een lus naar buiten te trekken, waarbij nabij de buiten het 35 weefvak gelegen positie van het grijpelement een afvoer-zuigmond aanwezig is.
Het voordeel van de machine volgens de uitvinding is, dat het 8202215 * ' - 2 - voor een effectief verwijderen van defecte inslagdraden niet noodzakelijk is, dat deze voorlopig met de nog te verwerken inslaggarenvoorraad verbonden blijven. Bovendien wordt vermeden, dat bij inslagbreuk, delen van de defecte inslagdraad nabij de aanslaglijn tussen de kettingdraden 5 zouden blijven zitten.
De uitvinding wordt hieronder aan de hand van de tekening met een uitvoeringsvoorbeeld nader toegelicht.
Fig. 1 is een aanzicht is perspectief van de weeffoutliers telinrichting volgens de uitvinding? 10 fig. 2 toont een schematisch bovenaanzicht van een spoelloze weefmachine met de weeffout-herstelinrichting volgens de uitvinding; fig. 3 toont een vereenvoudigd aanzicht van de weeffout-herstelinrichting volgens de uitvinding? fig. 4A en 4B tonen het losmaakelement van de weeffout-15 herstelinrichting volgens de uitvinding in een aantal opeenvolgende standen en fig. 5 toont op schematische wijze het losmaakelement en het grijpelement op een tijdstip juist voordat de door het losmaakelement uit het doek losgemaakte defecte inslagdraad door het grijpelement wordt 20 gegrepen.
In de tekening is met 1 het door de bovenste en onderste kettingdraden la en lb begrensde weef vak aangegeven, terwijl met 2 het doek en met 3 de aanslaglijn zijn aangeduid.
De inslaginrichting wordt in fig. 2 voorgesteld door het aan 25 het linkereinde - de lanceerzijde - van het weefvak opgestelde hoofdblaas-mondstuk.4. Dit hoofdblaasmondstuk wordt gedragen door de in de tekening niet nader weergegeven, in de kettingrichting heen en weer beweegbare rietbalk. Het riet is in fig. 1 met 5 aangegeven.
Aan het andere einde - de ontvangstzijde - van het weefvak 1 30 bevindt zich de gebruikelijke zuigmond 6, waarmerk oa.-da aan de rechterkant van het doek afgeknipte inslagdraadeinden worden afgezogen.
Aan de lanceerzijde van het weefvak bevindt zich voorts een evenals het hoofdblaasmondstuk 4 door de rietbalk gedragen kniporgaan 7, waarmede tijdens normaal bedrijf een in het weefvak gebrachte en door 35 het riet 5 in het doek geslagen inslagdraad wordt losgeknipt van de inslaggarenvoorraad. Langs de doekrand aan de lanceerzijde van het weefvak is een met zijn blaasrichting dwars op de inslagrichting gericht hulpblaasmondstuk 8 aangebracht, dat samenwerkt met een hulpzuigmond 9.
8202215 \ » -i x - 3 -
Het doel van dit hulpblaasmondstuk wordt hieronder nog nader beschreven. ' Tussen de rechter doekrand en de vast opgestelde zuigmond 6 aan de ontvangstzijde van het weefvak bevindt zich voorts een in de tekening niet nader weergegeven inrichting voor het detecteren van de achtereen- .
5 volgens door de inslaginrichting gelanceerde inslagdraden.
Tot zover voldoet de beschreven weef machine aan de stand van de techniek. Overeenkomstig de werking van de in bovengenoemd octrooi-schrift beschreven weeffout-herstelinrichting vinden bij een weefmachine volgens de uitvinding gedurende de eerste fase van het weeffout-1Ö herstelproces de volgende handelingen plaats:
Zodra de inslag-detectiexnrichting een weeffout constateert wordt de hoofdaandrijving van de machine uitgeschakeld en worden de bewegingen van het heen en weergaande riet en de in de tekening niet nader weergegeven weefschachten afgeremd. Tegelijkertijd wordt de aandrijving 15 van de inslag-voorbereidingsinrichting uitgeschakeld.
Door de betrekkelijk grote massa van de genoemde heen en weergaande delen is het niet te voorkomen, dat het riet en de weefschachten hun op het tijdstip van de weeffoutdetectie reeds aangevangen rietaanslag-beweging respectievelijk weefvak-wisselbeweging zullen voltooien alvorens 20 tot stilstand te komen. Dit betekent, dat de defecte inslagdraad reeds in het doek is ingebonden op het tijdstip, waarop de machine tot stilstand is gekomen en het weeffout-herstelproces kan beginnen. De besturing van dit weeffout-herstelproces is daarom, overeenkomstig de besturing bij de weefmachine volgens bovengenoemd octrooischrift, zo ingericht, dat als 25 eerste stap van het weeffout-herstelproces de hoofdas van de machine o over een hoek van bijvoorbeeld 360 wordt teruggedraaid, waardoor de laatst uitgevoerde weefvakwisseling "ongedaan" wordt gemaakt en de defecte inslagdraad vrij komt te liggen. Het riet en de weefschachten zijn dan teruggekeerd in de stand, die zij innamen op het moment, waarop de 30 defecte inslagdraad werd gelanceerd.
Voor het verdere verloop van het weeffout-herstelproces nu wordt volgens de uitvinding gebruik gemaakt van andere middelen voor het uit het weefvak verwijderen van de defecte inslagdraad. Met name wordt volgens de uitvinding voor het verwijderen van defecte inslagdraden 35 gebruik gemaakt van een inrichting, die in staat is defecte inslagdraden te verwijderen, die niet alleen reeds in het doek zijn aangeslagen doch daarbij ook reeds van de inslaggarenvoorraad zijn losgeknipt.
De door de uitvinding voorgestelde weeffout-herstelinrichting is in de tekening met 10 aangegeven en wordt gedragen door een boven het 8202215 ψ · - 4 - weefvak aangebrachte, zich evenwijdig aan de inslagrichting uitstrekkende rail 11. De inrichting 10 is daarbij over de rail 11 verrijdbaar door middel van loopwielen 12, die zijn gemonteerd op een hoofdframe 13 van de inrichting. Van de in fig. 1 getoonde loopwielen 12 wordt bijvoorbeeld 5 het linkerloopwiel door een hetzij automatisch in de loop van het weeffout-herstelproces ingeschakelde, dan wel met de hand in te schakelen motor aangedreven. Deze motor is in de tekening niet nader weergegeven.
Het hoofdframe 13 draagt een bijvoorbeeld met perslucht te voeden zuiger-cilinderinrichting 14, waarvan de naar beneden buiten de cilinder uit-10 stekende zuigerstang 15 via een dwarsverbindingsstuk 16 is verbonden met een hulpframe 17, dat in vertikale richting ten opzichte van het hoofdframe 13 wordt geleid door een aantal aan het hoofdframe 13 aangebrachte geleide róllen 18.
Het is duidelijk, dat door het toevoeren van perslucht aan de 15 cilinderruimte boven respectievelijk onder de zuiger, het hulpframe in neerwaartse respectievelijk opwaartse richting ten opzichte van het hoofdframe 13 kan worden verplaatst.
Aan het benedeneinde van het hulpframe 17 is een losmaakelement 19 aangebracht, in hoofdzaak bestaande uit een stang 20 met een aan het 20 vrije benedeneinde daarvan aangebrachte verende tand of vinger 21. Het boveneinde van de stang 20 is via een schommelhefboom 22 met het hulpframe 17 verbonden, terwijl op een tussengelegen punt van de stang 20 een krukarm 23 aangrijpt, die in de pijlrichting (zie fig. 4A, B) door een eveneens op het hulpframe 17 gemonteerde aandrijfmotor 24 kan worden 25 aangedreven.
De scharnier- respectievelijk draaiingsassen van de schommelhefboom 22 en de krukarm 23 lopen evenwijdig aan de inslagrichting. De lengten en onderlinge posities van de schommelhefboom 22 en de krukarm 23, alsmede de afmetingen van de stang 20 en de vinger 21 zijn voorts 30 zo gekozen, dat het vrije einde van de verende vinger 21 bij draaiende knikarm 23 een gesloten bewegingsbaan in de vorm van een betrekkelijk platte ellips uitvoert. In de bovenste stand van het hulpframe 17 ligt deze bewegingsbaan geheel boven de vlakken, die het geweven doek 2 en de bovenste kettingdraden begrenzen. In de onderste stand van het hulpframe 35 17 daarentegen worden de het geweven doek en het weefvak begrenzende vlakken door deze bewegingsbaan gesneden, zoals fig. 4A, B en fig. 5 laten zien.
8202215 • * -v - 5 - l t
In fig. 4A zijn drie opeenvolgende posities I, ‘II en III van het losmaakelement 19 ten opzichte van het weef vak 1 en het geweven doek 2 weergegeven. In positie II heeft het vrije einde van de verende vinger 21 het doek 2 bereikt. Het is duidelijk, dat bij beweging van 5 positie II naar positie III het vrije vingereinde in neerwaartse richting door het het geweven doek 2 begrenzende vlak heen zou willen bewegen.
Het doek 2 laat een dergelijke beweging echter niet toe en oefent bij de beschouwde beweging van positie II naar positie III een naar boven gerichte kracht op het vrije vingereinde uit, waardoor dit vingereinde 10 tegen de veerkracht van de vinger 21 in naar boven wordt gedrukt en onder een zekere voorspanning over het doek strijkt, totdat de afstand x tot. de aanslaglijn 3 is overbrugd. Zodra de aanslaglijn is bereikt, is er geen geweven doek meer, dat de verende vinger 21 kan tegenhouden en zal het vrije vingereinde 21 terstond tussen de kettingdraden door naar 15 beneden veren en daarbij achter de defecte inslagdraad f grijpen. Pig. 4B toont het losmaakelement 19 in een stand IV, waarin de defecte inslagdraad f over een afstand y naar links ten opzichte van de aanslaglijn 3 is meegenomen en daarbij is vrijgekomen van de bovenste en onderste kettingdraden la en lb. Fig. 4B toont voorts een vijfde positie V, waarin 20 de verende vinger 21 op het punt staat de defecte inslagdraad f los te laten en het weefvak via de bovenste kettingdraden la te verlaten.
Het is duidelijk, dat met de tot zover beschreven weeffout-herstelinrichting een door het terugdraaien van riet en schachtdraden voor verwijdering toegankelijke defecte inslagdraad op eenvoudige en 25 doeltreffende wijze uit zijn aanslagpositie langs de aanslaglijn kan worden vrijgemaakt, door de inrichting 10 van het ene einde naar het andere einde van het weefvak te verplaatsen en daarbij tegelijkertijd het losmaakelement zijn zojuist beschreven werking.te laten uitvoeren.
Het verdient daarbij aanbeveling, de beweging van de inrichting 10 langs 30 de rail 11 in stappen te doen plaatsvinden, met dien verstande,, dat na elke bewegingsstap het losmaakelement 19 tijdelijk in zijn onwerkzame stand wordt teruggetrokken en na het uitvoeren van een volgende bewegingsstap van de inrichting 10 weer in zijn werkzame stand wordt teruggebracht.
Bij voorkeur laat men de inrichting 10 zijn beweging beginnen aan de 35 ontvangstzijde van het weefvak. De eindstand aan de ontvangstzijde van het weefvak wordt dus als uitgangsstand van de inrichting 10 beschouwd.
Immers, wanneer de oorzaak van de geconstateerde weeffout is gelegen in i een breuk van de inslagdraad, zal het stroomafwaarts gelegen gedeelte van de inslagdraad, waarvan het kopeinde zich reeds in de werkingssfeer 8202215 r*· ! - 6 - t t van de zuigmond 6 aan de ontvangstzijde van het weefvak bevindt, automatisch door laatstgenoemde zuigmond uit het weefvak worden afgevoerd, zodra de van de ontvangstzijde in de richting van de lanceerzijde bewegende inrichting 10 op de plaats van de draadbreuk is gekomen. Op dat 5 moment immers is het afgebroken inslagdraadstuk geheel los in het weefvak komen te liggen en biedt dit geen weerstand meer tegen de afzuigende werking van de zuigmond. Bij het verder naar links, naar de lanceerzijde van het weefvak bewegen van de inrichting 10 wordt ook de rest van de defecte inslagdraad uit de aanslagpositie langs de aanslaglijn vrij-10 gemaakt. Het zal echter duidelijk zijn, dat voor het verwijderen van het aldus vrijgemaakte inslagdraadstuk geen gebruik kan worden gemaakt van de zuigmond 6, gezien de omstandigheid, dat het kopeinde van dit draad-stuk zich in het algemeen buiten de invloedssfeer van de zuigmond 6 zal bevinden. Hetzelfde geldt voor het uit het weefvak verwijderen van 15 een vrijgemaakte defecte inslagdraad, die zijn oorzaak heeft in het optreden van een lus of "kral". In een dergelijk geval wordt een weeffout geconstateerd, doordat het kopeinde van de draad de detectieinrichting niet (op tijd) heeft bereikt en daarbij eveneens buiten de invloedssfeer . van de zuigmond 6 blijft.
20 De inrichting volgens de uitvinding nu bevat verdere voorzieningen, waardoor defecte inslagdraden respectievelijk draadstukken, die niet door de zuigmond 6 worden verwerkt, toch op een zekere en doeltreffende wijze kunnen worden afgevoerd. Deze verdere voorzieningen omvatten een in hoofdzaak naaldvormig grijpelement 25, dat met zijn werkzame 25 benedeneinde vanuit een positie buiten en boven het weefvak 1, tussen twee aangrenzende bovenste kettingdraden la door in een positie binnen het weefvak 1 kan worden gebracht. Het naaldvormige grijpelement 25 is hiertoe via een dwarsstuk 26 verbonden met het uitstekende zuigerstangeinde 27 van een tweede zuiger-cilinderinrichting 28. Deze zuiger-cilinder-30 inrichting is gemonteerd op het hulpframe 17 en wordt bijvoorbeeld eveneens met perslucht gevoed. Normaal bevindt zich het grijpelement 25 in een met de bovenste stand van de zuiger in de zuiger-cilinderinrichting 28 corresponderende onwerkzame stand, en wel ongeacht de positie van het hulpframe 17 ten opzichte van het hoofdframe 13. Het grijpelement 25 35 heeft aan zijn werkzame benedeneinde een naar de aanslaglijn toegekeerde zijdelingse uitsparing, waardoor een oplegvlak 29 voor de te verwijderen inslagdraad is verkregen.
De grijpnaald 25 is voorzien van een centrale holte, waarin een stang 30 op en neer beweegbaar is geleid, welke stang aan zijn beneden- 8202215 « -%p - 7 - einde een klemvlak 31 heeft, dat met het oplegvlak 29 kan samenwerken om een gegrepen inslagdraad op het oplegvlak 29 vast te klemmen. Om de overzichtelijkheid van fig. 1 niet in gevaar te brengen, is de stang 30 met het klemvlak 31 niet in fig. 1 afgeheeld, doch slechts in de 5 geschematiseerde afbeelding volgens fig. 3 weergegeven. De stang 30 is aan zijn boveneinde bevestigd aan een in een relatief kleine cilinder op en neer beweegbare zuiger 32 en neemt normaal onder invloed van een onder de zuiger 32 rond de stang 30 aangebrachte veer 33 een bovenste, onwerkzame stand in. De stang 30 en daarmede het klemvlak 31 kunnen 10 tegen de werking van de veer 33 in in een werkzame klemstand ten opzichte van het oplegvlak 29 worden gebracht, bijvoorbeeld door boven de zuiger 32 een drukmedium, bijvoorbeeld perslucht toe te laten.
Aan het benedeneinde van het hulpframe 17, en wel nabij de bewegingsbaan van de grijpnaald 25, zijn voorts een aangedreven rol 34, 15 alsmede een daarmede samenwerkende, aan het vrije einde van een onder veerwerking staande hefboom 36 gemonteerde tegendrukrol 35 aangebracht, waarvan het doel hieronder zal blijken.
Het hierboven beschreven grijpelement 25 treedt bij voorkeur als volgt in werking: 20 Zodra de inrichting 10 bij zijn beweging van de ontvangstzijde naar de lanceerzijde - op korte afstand van de doekrand aan de lanceerzijde is gekomen, wordt druklucht aan de ruimte boven de zuiger in de zuiger-cilinderinrichting 28 toegevoerd, waardoor de zuigerstang 27 met de grijpnaald 25 vanuit de onwerkzame in de werkzame stand naar beneden 25 worden bewogen. Tijdens deze beweging wordt de zich in de baan van de grijpnaald 25 bevindende tegendrukrol 35 tegen veerwerking in naar beneden weggedrukt, terwijl de rol 34 juist vrij van de grijpnaald 25 blijft respectievelijk gaat draaien. Aan het einde van de neerwaartse bewegings-slag komt de grijpnaald met het oplegvlak 29 in de in fig. 5 weergegeven 30 positie binnen het weefvak tot stilstand. Op dat moment bevindt zich de stang 30 met het klemvlak 31 nog in de onwerkzame bovenste stand. Kort daarna zal de defecte inslagdraad f door de op de reeds eerder beschreven wijze ronddraaiende verende vinger 21 van het op enige afstand stroomafwaarts van de grijpnaald 25 gelegen losmaakelement 19 in de zijdelingse 35 uitsparing aan het benedeneinde van de grijpnaald 25 worden gebracht. Kort daarna wordt de stang 30 door het toevoeren van drukmedium boven de zuiger 32 naar beneden bewogen, waardoor de gegrepen inslagdraad door het klemvlak 31 op het oplegvlak 29 wordt vastgeklemd. Nagenoeg tegelijkertijd 8202215 r ι - 8 - wordt de grijpnaald 25 in bovenwaartse richting teruggetrokken door perslucht toe te voeren aan de ruimte onder de .zuiger in de cilinder 28.
Daarbij wordt de gegrepen inslagdraad in de vorm van een lus tussen twee naburige kettingdraden door meegenomen. Na het passeren van de grijp-5 naald 25 keert de tegendrukrol 35 weer in zijn werkzame positie ten opzichte van de door de motor 37 aangedreven rol 34 terug, waarbij de draadlus tussen deze beide rollen wordt geklemd. Zodra de grijpnaald 25 in zijn bovenste onwerkzame stand is gekomen, wordt de bekrachtiging van de zuiger 32 opgeheven en komt: het klemvlak 31 vrij van het opleg-10 vlak 29, dat zich in die stand in de onmiddellijke nabijheid bevindt van een door het hulpframe 17 gedragen zuigmond 38. De lustop wordt aldus van het oplegvlak 29 in de zuigmond 38 gezogen, terwijl de lusbenen door de twee samenwerkende draaiende rollen 34 en 35 op positieve wijze tussen de genoemde kettingdraden door uit het weefvak worden getrokken 15 en voor afzuiging aan de zuigmond 38 worden gepresenteerd.
Nadat de defecte inslagdraad f aldus is verwijderd en afgevoerd, keert de inrichting 10 weer naar zijn uitgangspositie aan de ontvangst-zijde van het weefvak terug.
De hierboven beschreven handelingen kunnen uiteraard alle 20 worden uitgevoerd als stappen van een automatisch besturingsproces. Voor een goed begrip van de uitvinding lijkt het niet nodig op een dergelijk besturingsproces nader in te gaan.
Het hervatten van het normale weefbedrijf zou bijvoorbeeld op soortgelijke wijze kunnen geschieden als beschreven in het hierboven eerder 25 genoemde octrooischrift.
Zoals hierboven reeds werd opgemerkt, is de inrichting volgens de uitvinding in het bijzonder ingericht voor het verwijderen van defecte inslagdraden in gevallen, waarin het niet is te voorkomen, dat de defecte inslagdraad reeds van de inslaggarenvoorraad wordt losgeknipt, alvorens 30 de detectiexnrichting een weeffout heeft kunnen constateren. Dit zou in het bijzonder gelden voor betrekkelijk snel lopende weefgetouwen. Bij de moderne weefmachines zijn de toerentallen .van de hoofdas zo' . hoog , dat reeds het lanceren van de volgende inslagdraad kan.hebben plaatsgevonden op het moment,dat de machine na het constateren van een 35 weeffout tot stilstand is gekomen.
In verband met deze laatste omstandigheid is het hierboven reeds beschreven hulpblaasmondstuk 8 toegepast, dat bij het constateren van een weeffout terstond met perslucht wordt gevoed, zodat de tijdens de 8202215 - 9 - 5 τ afremfase toch nog gelanceerde inslagdraad niet in het weefvak terechtkomt, doch zijdelings, in de richting van de hulpzuigmond 9 wordt afgebogen en - na doorknippen - wordt afgevoerd.
3202215
Claims (2)
1. Spoelloze weef machine, voorzien van een detector voor het opsporen van defecten aan inslagdraden, en van middelen voor het uit het weefvak verwijderen van defecte inslagdraden, waarbij de detector zodanig met de aandrijfinrichting van de weefmachine samenwerkt, dat de hoofdas van de 5 machine bij een defect-signaal van de detector over een hoek wordt teruggedraaid en daarmede de laatste weefvakwisseling teruggedraaid. ... teneinde de binding tussen de kettingdraden en de defecte inslagdraad op te heffen, met het kenmerk, dat de middelen voor het uit het weefvak verwijderen van een defecte inslagdraad gevormd worden door een buiten 10 het weefvak opgestelde, bij stilstaande machine in de inslagrichting langs de aanslaglijn van het doek beweegbare inrichting met een in een vlak dwars .V - op de inslagrichting beweegbaar en daarbij ter plaatse van de aanslaglijn over het doek in de terugtrekrichting van het riet strijkend losmaakelement en een vanuit een positie buiten het weefvak, 15 tussen de kettingdraden door naar een positie binnen het weefvak op een afstand van de aanslaglijn beweegbaar grijpelement geschikt om de losgemaakte inslagdraad te grijpen en tussen twee kettingdraden door in de vorm van een lus naar buiten te trekken, waarbij nabij de buiten het weefvak gelegen positie van het grijpelement een afvoer-zuigmond aanwezig 20 is.
2. Spoelloze weefmachine, in hoofdzaak zoals hierboven beschreven aan de hand van de bijgevoegde tekeningen. 8202215
Priority Applications (11)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8202215A NL8202215A (nl) | 1982-06-01 | 1982-06-01 | Spoelloze weefmachine, voorzien van middelen voor het uit het weefvak verwijderen van defecte inslagdraden. |
| CA000428559A CA1221894A (en) | 1982-06-01 | 1983-05-20 | Shuttleless weaving machine comprising means for removing defective weft threads from the weaving shed |
| US06/496,403 US4503889A (en) | 1982-06-01 | 1983-05-20 | Shuttleless weaving machine comprising means for removing defected weft threads from the weaving shed |
| CH2847/83A CH661538A5 (de) | 1982-06-01 | 1983-05-25 | Vorrichtung zum entfernen von schussfaeden aus einer webmaschine. |
| BE0/210846A BE896843A (fr) | 1982-06-01 | 1983-05-26 | Spoelloze weefmachine voorzien van middelen voor het uit het weefvak verwijderen van defecte inslagdraden. |
| DE19833319059 DE3319059A1 (de) | 1982-06-01 | 1983-05-26 | Schuetzenlose webmaschine versehen mit mitteln zum aus dem webfach entfernen mangelhafter schussfaeden |
| IN679/CAL/83A IN160692B (nl) | 1982-06-01 | 1983-05-30 | |
| FR8309014A FR2527655B1 (fr) | 1982-06-01 | 1983-05-31 | Metier a tisser sans navette comprenant un moyen pour retirer des fils defectueux de trame, de la foule |
| IT21380/83A IT1163422B (it) | 1982-06-01 | 1983-05-31 | Macchina tessitrice senza navetta comprendente mezzi per estrarre fili di trama defettosi dalla bocca d'ordito |
| JP58095134A JPS58220856A (ja) | 1982-06-01 | 1983-05-31 | 欠陥のある横糸を縦糸開口内から取り出す装置を有するシャトルなし織機 |
| JP1336805A JPH02191747A (ja) | 1982-06-01 | 1989-12-27 | シヤトルなし織機における横糸処理装置 |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8202215A NL8202215A (nl) | 1982-06-01 | 1982-06-01 | Spoelloze weefmachine, voorzien van middelen voor het uit het weefvak verwijderen van defecte inslagdraden. |
| NL8202215 | 1982-06-01 |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8202215A true NL8202215A (nl) | 1984-01-02 |
Family
ID=19839803
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8202215A NL8202215A (nl) | 1982-06-01 | 1982-06-01 | Spoelloze weefmachine, voorzien van middelen voor het uit het weefvak verwijderen van defecte inslagdraden. |
Country Status (10)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4503889A (nl) |
| JP (2) | JPS58220856A (nl) |
| BE (1) | BE896843A (nl) |
| CA (1) | CA1221894A (nl) |
| CH (1) | CH661538A5 (nl) |
| DE (1) | DE3319059A1 (nl) |
| FR (1) | FR2527655B1 (nl) |
| IN (1) | IN160692B (nl) |
| IT (1) | IT1163422B (nl) |
| NL (1) | NL8202215A (nl) |
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4821779A (en) * | 1986-11-07 | 1989-04-18 | Picanol N.V. | Method and apparatus for releasing defectively inserted weft threads in weaving machines |
Families Citing this family (31)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPS58214556A (ja) * | 1982-06-05 | 1983-12-13 | 株式会社豊田自動織機製作所 | ジエツトル−ムの緯入れ阻止装置 |
| JPS58220850A (ja) * | 1982-06-09 | 1983-12-22 | 株式会社豊田自動織機製作所 | ジエツトル−ムの緯糸処理装置 |
| JPS59216956A (ja) * | 1983-05-20 | 1984-12-07 | 株式会社豊田自動織機製作所 | 無杼織機における緯糸処理方法 |
| EP0149252B1 (en) * | 1983-12-28 | 1990-03-21 | Nissan Motor Co., Ltd. | Loom |
| US4749006A (en) * | 1984-07-26 | 1988-06-07 | Tsudakoma Kogyo Kabushiki Kaisha | Automatic method and apparatus for removing a faulty weft on a loom |
| JPS6155239A (ja) * | 1984-08-16 | 1986-03-19 | 津田駒工業株式会社 | 不良緯糸自動補修制御装置 |
| JPS6147087U (ja) * | 1984-08-28 | 1986-03-29 | 津田駒工業株式会社 | よこ糸処理装置 |
| JPH0641661B2 (ja) * | 1984-10-24 | 1994-06-01 | 株式会社豊田自動織機製作所 | 無杼織機における緯糸処理装置 |
| US4635686A (en) * | 1984-10-24 | 1987-01-13 | Kabushiki Kaisha Toyoda Jidoshokki Seisakusho | Method for treating a weft yarn in a shuttleless loom and device for effecting the same |
| JPH07859B2 (ja) * | 1985-01-09 | 1995-01-11 | 津田駒工業株式会社 | 不良糸除去装置 |
| KR890000569Y1 (ko) * | 1985-01-09 | 1989-03-11 | 쯔다고마 고오교오 가부시끼 가이샤 | 셔틀리스 (Shuttleless) 직기의 불량사 제거장치 |
| JPS61167048A (ja) * | 1985-01-17 | 1986-07-28 | 株式会社豊田自動織機製作所 | 流体噴射式織機における緯糸吸引装置 |
| US4640316A (en) * | 1985-01-17 | 1987-02-03 | Nissan Motor Co., Ltd. | Flow velocity distribution detecting system |
| US4688606A (en) * | 1985-02-07 | 1987-08-25 | Tsudakoma Corporation | Improper weft removing device for shuttleless looms |
| JPH0811855B2 (ja) * | 1985-04-24 | 1996-02-07 | 津田駒工業株式会社 | 無杼織機の不完全よこ入れ糸除去細置 |
| JPS6228444A (ja) * | 1985-07-25 | 1987-02-06 | 株式会社豊田自動織機製作所 | ジエツトル−ムにおける緯糸処理装置 |
| JPS6257966A (ja) * | 1985-09-06 | 1987-03-13 | 株式会社豊田自動織機製作所 | ジエツトル−ムにおけるミス糸処理装置 |
| JPS62162051A (ja) * | 1986-01-09 | 1987-07-17 | 株式会社豊田自動織機製作所 | 無杼織機における緯糸処理方法 |
| JP2533299B2 (ja) * | 1986-03-11 | 1996-09-11 | 津田駒工業株式会社 | 無杼織機の不良糸除去装置 |
| JPS62243855A (ja) * | 1986-04-14 | 1987-10-24 | 株式会社豊田自動織機製作所 | 無杼織機における緯糸処理装置 |
| JPS62257444A (ja) * | 1986-04-28 | 1987-11-10 | 株式会社豊田自動織機製作所 | 無杼織機における緯糸処理装置 |
| BE1000376A4 (nl) * | 1987-03-13 | 1988-11-16 | Picanol Nv | Werkwijze voor het ter hoogte van de kettingwachter afzonderen van een gebroken kettingdraad uit de ketting bij een weefmachine, alsook inrichting die deze werkwijze toepast. |
| DE3863120D1 (de) * | 1987-05-08 | 1991-07-11 | Sulzer Ag | Anordnung zum bergen eines defekten schussfadens aus dem webfach fuer webmaschinen. |
| BE1000904A4 (nl) * | 1987-09-04 | 1989-05-09 | Picanol Nv | Werkwijze voor het losmaken van foutieve inslagdraden bij weefmachines en inrichting die deze werkwijze toepast. |
| DE3843399A1 (de) * | 1988-10-11 | 1990-04-12 | Dornier Gmbh Lindauer | Luftwebmaschine mit einer vorrichtung zur entfernung eines fehlerhaften schussfadens aus dem webfach |
| CZ278292B6 (en) * | 1989-06-27 | 1993-11-17 | Tovarny Textilnich Potreb | Apparatus for catching and pulling out of a mispick on weaving machines |
| FR2659361B1 (fr) * | 1990-03-06 | 1994-07-29 | Saurer Diederichs Sa | Dispositif de detissage automatique pour machines a tisser avec organes d'insertion mecanique de la trame. |
| US5199468A (en) * | 1990-06-21 | 1993-04-06 | Sulzer Brothers Limited | Weft yarn clearing device |
| EP2006430B1 (en) * | 2007-06-22 | 2010-11-10 | Promatech S.p.A. | Parting device and removal method of a faulty weft in a weaving loom |
| EP3666945B1 (en) * | 2018-12-12 | 2021-07-07 | Tape Weaving Sweden AB | Shedding method and apparatus using air pressure |
| CN110624870A (zh) * | 2019-08-06 | 2019-12-31 | 江苏赛仑特智能装备有限公司 | 一种自动往复式钢筘清洗机 |
Family Cites Families (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US378376A (en) * | 1888-02-21 | Assig | ||
| CH488834A (de) * | 1968-02-28 | 1970-04-15 | Etag Textilwerke Gmbh | Verfahren und Webmaschine zum knotenfreien Weben |
| NL146551B (nl) * | 1971-06-10 | 1975-07-15 | Strake Maschf Nv | Besturingsinrichting voor het herstellen van weeffouten bij een weefmachine van het type, waarbij de inslag plaatsvindt met behulp van een stromend medium door een hoofdblaasmondstuk en een aantal tussen de weefvakeinden opgestelde hulpblaasmondstukken. |
| NL7605882A (nl) * | 1976-05-31 | 1977-12-02 | Rueti Te Strake Bv | Weefmachine. |
| JPS53119370A (en) * | 1977-03-26 | 1978-10-18 | Toyo Boseki | Device for removing inserted weft on loom |
| US4185667A (en) * | 1978-05-17 | 1980-01-29 | Rossville Mills, Inc. | Positioning and holding mechanisms for filling yarns in a shuttleless loom |
| SE423115B (sv) * | 1978-10-20 | 1982-04-13 | Rydborn S A O | Anordning for att stoppa och aterstella en med gripare arbetande vevstol |
| US4361171A (en) * | 1979-06-27 | 1982-11-30 | Tsutomu Fukuda | Weaving defect detector |
-
1982
- 1982-06-01 NL NL8202215A patent/NL8202215A/nl not_active Application Discontinuation
-
1983
- 1983-05-20 US US06/496,403 patent/US4503889A/en not_active Expired - Fee Related
- 1983-05-20 CA CA000428559A patent/CA1221894A/en not_active Expired
- 1983-05-25 CH CH2847/83A patent/CH661538A5/de not_active IP Right Cessation
- 1983-05-26 DE DE19833319059 patent/DE3319059A1/de active Granted
- 1983-05-26 BE BE0/210846A patent/BE896843A/fr not_active IP Right Cessation
- 1983-05-30 IN IN679/CAL/83A patent/IN160692B/en unknown
- 1983-05-31 JP JP58095134A patent/JPS58220856A/ja active Granted
- 1983-05-31 IT IT21380/83A patent/IT1163422B/it active
- 1983-05-31 FR FR8309014A patent/FR2527655B1/fr not_active Expired
-
1989
- 1989-12-27 JP JP1336805A patent/JPH02191747A/ja active Granted
Cited By (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4821779A (en) * | 1986-11-07 | 1989-04-18 | Picanol N.V. | Method and apparatus for releasing defectively inserted weft threads in weaving machines |
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| CA1221894A (en) | 1987-05-19 |
| DE3319059A1 (de) | 1983-12-01 |
| JPS58220856A (ja) | 1983-12-22 |
| JPH02191747A (ja) | 1990-07-27 |
| FR2527655B1 (fr) | 1987-07-17 |
| JPH0235058B2 (nl) | 1990-08-08 |
| IT1163422B (it) | 1987-04-08 |
| IT8321380A1 (it) | 1984-12-01 |
| BE896843A (fr) | 1983-09-16 |
| DE3319059C2 (nl) | 1991-11-28 |
| IT8321380A0 (it) | 1983-05-31 |
| JPH0333823B2 (nl) | 1991-05-20 |
| CH661538A5 (de) | 1987-07-31 |
| IN160692B (nl) | 1987-08-01 |
| FR2527655A1 (fr) | 1983-12-02 |
| US4503889A (en) | 1985-03-12 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8202215A (nl) | Spoelloze weefmachine, voorzien van middelen voor het uit het weefvak verwijderen van defecte inslagdraden. | |
| US4502512A (en) | Method for treating a weft yarn upon stoppage of a shuttleless loom and device for effecting the same | |
| EP1923495B1 (fr) | Procédé de traitement d'un défault d'insertion de trame dans un métier à tisser | |
| NL8204665A (nl) | Spoelloze weefmachine, voorzien van middelen voor het uit het weefvak verwijderen van defecte inslagdraden. | |
| US4635686A (en) | Method for treating a weft yarn in a shuttleless loom and device for effecting the same | |
| BE1001508A3 (nl) | Werkwijze voor het uit de gaap verwijderen van een foutief inslagdraadgedeelte bij weefmachines. | |
| JPS5921757A (ja) | ジエツトル−ムの緯糸除去装置 | |
| US5199468A (en) | Weft yarn clearing device | |
| US5005609A (en) | Pneumatic removal of defective weft filament | |
| JPS633986B2 (nl) | ||
| BE1023294B1 (fr) | Procede pour retirer un fil de trame qui a ete incorrectement entrecroise dans un metier a tisser du type a jet d'air | |
| US5188304A (en) | Device and process for the handling and the control of the thread on a coner machine during the operation of spool change and of thread joining | |
| US6129123A (en) | Method for correcting a weft fault on weaving machines, especially air-jet weaving machines with automatic selvedge tucking devices | |
| JPH0735625B2 (ja) | たて糸の切れ端分離方法およびその装置 | |
| US5158120A (en) | Clearing a weft yarn break in a loom | |
| EP0322576A1 (en) | Method of releasing and mending wefts mispicked into the shed in jet weaving machines | |
| EP0517664A1 (en) | Weft handling apparatus in a shuttleless loom | |
| JPS6228446A (ja) | ジエツトル−ムにおけるミス糸除去装置 | |
| JPS6262167B2 (nl) | ||
| US11078609B2 (en) | Weft withdrawing device of air jet loom | |
| KR860001418B1 (ko) | 젯트직기의 정지시의 위사처리방법 | |
| JPH0640606Y2 (ja) | 織機における不良緯糸処理装置 | |
| JP2503546Y2 (ja) | 織機における緯糸切断回避装置 | |
| JP2518262B2 (ja) | 無杼織機における緯糸処理方法 | |
| JPS6228448A (ja) | 糸切断回避装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| BV | The patent application has lapsed |