[go: up one dir, main page]

NL8201403A - Borginrichting voor een koppeling. - Google Patents

Borginrichting voor een koppeling. Download PDF

Info

Publication number
NL8201403A
NL8201403A NL8201403A NL8201403A NL8201403A NL 8201403 A NL8201403 A NL 8201403A NL 8201403 A NL8201403 A NL 8201403A NL 8201403 A NL8201403 A NL 8201403A NL 8201403 A NL8201403 A NL 8201403A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
locking
female coupling
coupling part
safety
bore
Prior art date
Application number
NL8201403A
Other languages
English (en)
Other versions
NL191856B (nl
NL191856C (nl
Original Assignee
Oetiker Hans
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Oetiker Hans filed Critical Oetiker Hans
Publication of NL8201403A publication Critical patent/NL8201403A/nl
Publication of NL191856B publication Critical patent/NL191856B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL191856C publication Critical patent/NL191856C/nl

Links

Classifications

    • FMECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
    • F16ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16LPIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
    • F16L37/00Couplings of the quick-acting type
    • F16L37/08Couplings of the quick-acting type in which the connection between abutting or axially overlapping ends is maintained by locking members
    • F16L37/084Couplings of the quick-acting type in which the connection between abutting or axially overlapping ends is maintained by locking members combined with automatic locking
    • F16L37/086Couplings of the quick-acting type in which the connection between abutting or axially overlapping ends is maintained by locking members combined with automatic locking by means of latching members pushed radially by spring-like elements
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10STECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10S285/00Pipe joints or couplings
    • Y10S285/924Vented

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • General Engineering & Computer Science (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Quick-Acting Or Multi-Walled Pipe Joints (AREA)

Description

V » ,Ν/30.859-tM/f.
Borginrichting voor een koppeling.
De onderhavige uitvinding heeft betrekking op een slangkoppeling en meer in het bijzonder op een veilig-heidsgrendel- en borginrichting voor dergelijke koppelingen.
De Amerikaanse octrooischriften 2.722.399, 5 2.795.438 en 3.858.910 zijn representatief voor bekende slangkoppelingen, die het verbinden en losmaken van een mannelijk koppelingdeel met en van een vrouwelijk koppeling-deel toelaten. Het is ook bekend, dat tijdens het losmaken van koppelingen van dit type voor samengeperste lucht en 10 andere gassen onder hoge druk tegendrukken kunnen optreden, in het bijzonder bij lange slangleidingen, zodat de plotseling vrijgekomen nippel als een kogel uit de koppeling wordt geschoten en daardoor uiterst gevaarlijke letsels kan veroorzaken. Om dergelijke letsels te verhinderen zijn verschil-15 lende voorstellen tot nu toe gedaan, die in het algemeen als volgt kunnen worden beschreven. Bij koppelingen, die zijn voorzien van een borgmechanisme van het bajonettype, kan een z.g. veiligheidskamer worden aangebracht voorwaarts van het normale koppelinghuis, waarin de uitsnijdingen voor de bajo-20 netnokken worden geroteerd over 180°, zodat de verbindings-nippel tijdens het losmaken niet onmiddellijk uit het huis kan vliegen. In koppelingen met veiligheidsmechanismen van het kogeltype zijn twee rijen van ringvormig opgestelde kogels aangebracht op zodanige wijze, dat de eerste rij kogels 25 de verbindingsnippel tijdens het losmaken tegenhoudt totdat de koppeling is geventileerd, dat wil zeggen de druk in de met de koppeling verbonden slangleiding is afgenomen tot een veilig niveau. Tenslotte is ook een verbindingsnippel voorgesteld, die is voorzien van een klep, zodat tijdens het 30 losmaken de slang helemaal niet wordt geventileerd of slechts langzaam wordt geventileerd of leegloopt.
Hoewel deze bekende veiligheidsmechanismen een aanzienlijke vooruitgang in de veiligheid van deze koppelingen voorstelden, brachten ze aanzienlijke nadelen mee.
35 Meer speciaal is de uitvoering van een zogenaamde veiligheidskamer voorwaarts van het koppelinghuis zelf betrekkelijk gecompliceerd en duur, koppelingen met kogelvergrendelingen van het bovengenoemde type zijn niet alleen onvoldoende tril- 8201403 <* « -2- lingsbestendig, maar ook gevoelig voor falen en kunnen bovendien niet worden gebruikt bij het veiligste type vrijmaak-of ontkoppelmechanisme dat een roteerbare ring betreft/ zoals bijvoorbeeld is beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 5 2.795.438. Tenslotte verhoogt de verschaffing van een klep niet alleen de kosten van de slangkoppeling/ maar vormt deze voorts een toename van de stromingsweerstand, die nadelig is vanuit het gezichtspunt van energieverbruik.
Derhalve beoogt de onderhavige uitvinding 10 een slangkoppeling van het bovenbeschreven type te verschaffen, die op betrouwbare wijze de bovengenoemde tekortkomingen en nadelen vermijdt door eenvoudige en betrekkelijk goedkope middelen, die kan worden bediend door iedereen met inbegrip van personen zonder bijzondere scholing. Bovendien beoogt de 15 onderhavige uitvinding een veiligheidsmechanisme voor koppelingen met roteerbare vrijmaakmechanismen, die gunstig is vanuit het gezichtspunt van de prijs en een stevige blokkering van het vrijmaken van de nippel verzekert totdat de druk in de slang althans nagenoeg volkomen afgelaten is.
20 In het algemeen gesproken is de onderhavige uitvinding gekenmerkt doordat een op het mannelijk koppelingdeel gevormde schouder, die geschikt is om aan te grijpen op een eerste aanslagvlak wanneer het mannelijk koppelingdeel in de volledig ingegrepen stand staat, geschikt is om aan-25 vankelijk aan te grijpen op een tweede aanslagvlak, dat op een axiale afstand achterwaarts van het eerste aanslagvlak in de vrijmaakrichting van het mannelijk koppelingdeel ligt, wanneer het mannelijk koppelingdeel wordt vrijgemaakt buiten aangrijping met het eerste aanslagvlak om het onmiddellijk 30 volledig vrijmaken van het mannelijke koppelingdeel uit het vrouwelijke koppelingdeel te verhinderen terwijl sterke drukken nog kunnen bestaan in het met de koppeling verbonden leidingsysteem, zodat de druk eerst kan worden afgelaten en daarmede het geval van ernstig letsel wordt verhinderd, voor-35 dat het mannelijke koppelingdeel volledig kan worden losgemaakt van het vrouwelijke koppelingdeel.
In een bijzonder eenvoudige uitvoering volgens de onderhavige uitvinding is het eerste aanslagvlak gevormd door een in de radiaal binnenwaartse richting door 40 een veer belast grendeldeel binnen een door machinale bewer- 8201403 * > -3- king in iiet vrouwelijke koppelingdeel gevormde uitsparing, terwijl het tweede aanslagvlak is gevormd door een eveneens in de radiaal binnenwaartse richting door een veer belast veiligheidsborgdeel binnen een sleuf, die is gefreesd in het 5 koppelinghuis in axiale richting achterwaarts in de vrijmaak-richting van het mannelijk koppelingdeel ten opzichte van de uitsparing, die het grendeldeel opneemt. De sleuf, die het veiligheidsborgdeel opneemt, evenals de uitsparing, die het grendeldeel opneemt, strekt zich uit tot aan de boring voor 10 de nippel en snijdt deze boring. Het veiligheidsborgdeel, dat plat is, is bij voorkeur een gehard stalen deel, dat is geschoven in de sleuf en wórdt gedrukt in zijn normale aangrijpstand door een drukveer, zodat het door het veiligheidsborgdeel gevormde aanslagvlak geschikt is om te .worden 15 aangegrepen door een schouder op het mannelijke koppelingdeel wanneer het laatste wordt vrijgemaakt uit zijn aangrijping met het grendeldeel. Het platte stalen deel, dat het veiligheidsborgdeel vormt, verhindert daardoor aanvankelijk de complete vrijmaking van het mannelijke koppelingdeel uit het 20 vrouwelijke koppelingdeel, wanneer het grendeldeel wordt bediend om het mannelijk koppelingdeel vrij te laten, teneinde een afname van de druk mogelijk te maken, die nog bestaat in het met de koppeling verbonden leidingsysteem. Volgens een bijzonder simpele en effectieve constructie in overeen— 25 stemming met de onderhavige uitvinding wordt de regeling van het veiligheidsmechanisme daardoor op zodanige wijze uitgevoerd, dat het veiligheidsborgdeel altijd wordt vrijgelaten naar zijn borgstand voordat het grendeldeel volledig is gelicht om de nippel vrij te maken zodat zodra de nippel is 30 vrijgelaten door het grendeldeel, de tegendruk van het gas in de slangleiding zeker de nippel tegen het overeenkomstige aanslagvlak. van het veiligheidsborgdeel zal drukken of klemmen totdat de druk in de leiding is afgenomen tot een veilig niveau. Volgens een verder kenmerk van de onderhavige uitvin-35 ding is de veer, die normaal het grendeldeel in zijn gren-delstand drukt sterker dan de veer die het veiligheidsborgdeel naar zijn borgstand drukt, zodai^jfiet althans nagenoeg verdwijnen van de druk in de met de koppeling verbonden leiding de sterkere veer de kracht van de zwakkere veer zal overwinnen 4Q en daarmede automatisch het vrij maken van de nippel kan.
8201403 -4- * veroorzaken. Als het bedieningsmechanisme bijvoorbeeld bestaat uit een roteerbaar deel, dat is voorzien van binnenwaarts uitstekende vingerachtige meeneemdelen, dan kan het roteerbare deel gelijk dienen om het grendeldeel uit zijn 5 normale grendelstand te lichten door aangrijping met één van de vingerachtige meeneemdelen, rtadat het andere vingerachtige meeneemdeel het veiligheidsborgdeel heeft vrijgemaakt. uit zijn onwerkzame stand, waarin het wordt gehouden door het andere vingerachtige meeneemdeel, naar zijn borg-10 stand.
Deze en andere doelen,kenmerken en voordelen van de onderhavige uitvinding zullen duidelijker worden uit de volgende beschrijving aan de hand van de bij-gaande tekeningen, die, alleen voor illustratiedoeleinden, 15 twee uitvoeringen volgens de onderhavige uitvinding toont, waarin fig. 1 is een axiale langsdoorsnede door een eerste uitvoering van een slangkoppeling, die is voorzien van een veiligheidsmechanisme volgens de onderhavige 20 uitvinding,* figv 2 is een dwarsdoorsnede' volgens de lijn II—II van fig. 1 en toont de verschillende onderdelen daarvan in hun stand, wanneer een nippel volledig in in-grijping is en lucht kan stromen uit het koppelingdeel 25 door de nippel in de met deze laatste verbonden slang; fig. 3 is een soortgelijke dwarsdoorsnede als fig. 2 en toont de onderdelen daarvan wanneer het veiligheidsborgdeel de nippel in het koppelingdeel houdt; fig. 4 is een axiale langsdoorsnede door 30 een gewijzigde uitvoering van een koppeling met een veiligheidsmechanisme volgens de onderhavige uitvinding, en fig. 5 is een dwarsdoorsnede volgens de lijn V-V van fig. 4.
Thans verwijzend naar de tekening, waarin 35 gelijke verwijzingscijfers in de verschillende afbeeldingen worden gebruikt om gelijke onderdelen aan te geven, geeft het verwijzingscijfer 10 in het algemeen daarin een tweedelig vrouwelijk koppelingdeel aan, dat bestaat uit een linkerkop-pelingonderdeel 11 en een rechterkoppelingonderdèel 12, die 40 op elkaar geschroefd zijn door het van inwendige schroef- 8201403 -5-
* W
draad voorziene deel, dat is gevormd in het uitwendige hulsvormige verlengstuk 13 van het linkerkoppelingonderdeel 11 en het van uitwendige schroefdraad voorziene deel van het hulsvormige verlengstuk 17 van het rechterkoppelingonderdeel 5 12. Het linkerkoppelingonderdeel 11 is voorzien van een inwendige boring 14, waarvan de diameter verband houdt met de grootte van het mannelijke koppelingdeel of de verbindings-nippel, die in het algemeen is aangegeven met het verwij-zingscijfer 30 en die is uitgevoerd om daarin te worden 10 opgenomen. De boring 14 in het koppelingonderdeel 11 is verbonden met de gereduceerde boringsectie 15 via de tapse boringsectie 16.. Het rechterkoppelingonderdeel 12 is voorzien van een van schroefdraad voorziene verbindingsboring 18 voor verbinding met de drukleiding en leidt naar een in het ver-15 lengstuk 17 gevormde kamer 20 via een boring 19 met gereduceerde diameter. Zoals het best te zien is in fig. 2r is het koppelingonderdeel 11. ook voorzien, van twee in de axiale richting op afstand van elkaar gelegen uitsparingen 23a en 23b die zijn gefreesd volgens een rechte hoek in het koppe— 20 lingonderdeel 11, waarvan de ingefreesde uitsparing 23a met zijn denkbeeldige koorde·: de inwendige boring 14 snijdt, dus breekt door de wand van het koppelingonderdeel 11 om een directe verbinding te verschaffen tussen de binnenzijde van de boring 14 en de uitgefreesde uitsparing 23a. Verder is het 25 linkerkoppelingonderdeel 11 voorzien van een ringvormige groef 25 voor doeleinden, die hierna toegelicht worden..
Het mannelijke koppelingdeel of de verbin— dingsnippel, die in het algemeen is aangegeven met het ver-wijzingscijfer 30 is voorzien van een inwendige boring 31 om 30 daardoorheen het medium onder druk te geleiden en omvat een eerste deel 32 met grote uitwendige diametrale afmetingen dat eindigt in een einddeel met gereduceerde uitwendige diametrale afmeting 3‘3 via een tapse sectie 34. Verder is het mannelijke koppelingdeel 30 voorzien van een zich in de om-35 treksrichting uitstrekkende groef op een zodanige plaats, dat deze in althans nagenoeg axiale uitlijning is met de ingefreesde uitsparing 23a wanneer de verbindingsnippel 30 in zijn ingrijpstand is, zoals is afgeheeld in fig. 1. De zich in de omtreksrichting uitstrekkende groef 35, vormt, 40 zoals het best te zien is in fig. 1 een althans nagenoeg 8201403 1 - -6- rechte hoek tussen zijn voorste aanslagvlak 35' en het bodem-vlak van de groef 35, terwijl zijn achterste eindvlak overgaat in het boderavlak via een afgerond deel.
Om de drukleiding (niet afgebeeld), die nor-5 maal is aangesloten op het vrouwelijke koppelingdeel 10, gesloten te houden, wanneer geen verbindingsnippel 30 is ingeschoven, en daardoor energieverliezen te vermijden, is een klepdeel, dat in het algemeen is aangegeven met het verwij-zingscijfer 40. verschaft binnen de kamer 20, dat in zijn 10 sluitstand wordt gedrukt door de veer 41 op zodanige wijze, dat de ringvormige afdichtingsvlakken 42 daarvan aangrijpen op de ringvormige afdichting 43, die op geschikte wijze zit in een overeenkomstige uitsparing, die is gevormd in het vrouwelijke koppelingdeel 11. Een ringvormige bedienings-15 schijf 44, die in ëén geheel is gevormd met de klepconstruc-tie 4Q., bijvoorbeeld door middel van steunribben 45, is geschikt om te worden aangegrepen door het vrije eindvlak van de verbindingsnippel 30, wanneer deze laatste wordt geschoven in de boring 14 van het linkerkoppelingonderdeel 11 om de 20 klepconstructie 40 te openen wanneer de:verbindingsnippel 30 zijn geborgde ingrijpstand bereikt, die is afgebeeld in fig.1.
De grendelinrichting voor het''vergrendelen van de nippel 3Q in zijn verbindingsstand omvat drie onderdelen: namelijk, het gréndeldeel 50 (fig. 3), dat een gren— 25 delaanslagvlak 50' vormt, is gemaakt uit plat plaatmetaal en in hoofdzaak rechthoekig is, een schroefveer 53 en een kap-deel, dat in het algemeen is aangegeven met het verwijzings-cijfer 55, en is gemaakt uit een geschikte kunststof. Om het mannelijke verbindingsdeel of de nippel 30 gemakkelijk te 30 verbinden met het vrouwelijke koppelingdeel 10, is het gren-deldeel 50. voorzien van een ongeveer V-vormige gleuf 51 in zijn achtereindvlak, gezien in de inschuifrichting van de verbindingsnippel, terwijl zijn tegenovergestelde voorwaartse eindvlak is voorzien van een afgeplatte, ongeveer U-vormige 35 uitsnijding 52 om een stevige borging van de onderdelen 10 en 30. te verzekeren.
Twee binnenwaarts uitstekende meeneemdelen 56a en 56b evenals een kraalvormige ringvormige verbreding of op afstand van elkaar liggende verbredingen 57 zijn ge-40 vormd in éen stuk met het kapvormige onderdeel 55 doordat zij ------ -as 8201403 -7- in één geheel daarmede gevormd zijn. Een gegroefde of geribbelde uitwendige vorm 59 (fig. 1) van het kapvormige onderdeel 55 kan ook gemakkelijk worden gemaakt door toepassing van een geschikte vorm.
5 De tot dusver beschreven koppeling werkt zeer bevredigend om de nippel 30 te verbinden met het koppe-lingdeel 10, ook onder hoge druk ih.da leiding die is verbonden met het koppelingdeel 10.. Bovendien stelt het losmaken van de nippel 30 uit het koppelingdeel 10 geen problemen als zo-10 danig met de tot dusverre beschreven koppelingconstructie. Echter voor doeleinden van aanvullende veiligheid omvat de onderhavige uitvinding verder een veiligheidsmechanisme, dat met zekerheid ongelukken verhindert, die anders zouden kunnen gebeuren als resultaat van de drukkracht, die aanwezig 15 is tijdens de losmaakhandeling in de slangleiding, die is verbonden met het koppelingdeel, waardoor de nippel 30 uit het koppelingdeel 10 zou kunnen worden geschoten, zodra het grendeldeel 50 wordt vrijgemaakt door de aangrijping van het vingerachtige uitsteeksel 56a met het vrije eind van het 20 grendeldeel 50 tijdens rotatie van het kapvormige deel 55 in de richting tegen de wijzers van een uurwerk (fig. 3).
Het veiligheidsmechanisme volgens de onderhavige uitvinding bestaat uit een veiligheidsborgdeel 61, dat een betrekkelijk platte en rechtlijnige vorm heeft en een veiligheidsborg— 25 aanslagvak 61’ vormt. Het veiligheidsborgdeel' 61 is verschuifbaar opgenomen binnen een nauwe rechthoekige sleuf 62 (fig. 2 en 3) die door machinale bewerking is gevormd in het koppelingsdeel 11 en ook met zijn denkbeeldige koorde de boring 14 snijdt, dus een directe verbinding vormt tussen de 30 binnenzijde van de boring 14 en de uitgefreesde uitsparing 62. Zoals te zien is in fig. 1 ligt de uitsparing 23a en daarmee het grendeldeel 50 dichter bij het vrije eind van de ingeschoven nippel 30 dan de uitsparing 62 en daarmee het veiligheidsborgdeel 61. Met andere woorden, in de los-35 maakrichting van de nippel 30 ligt het veiligheidsborgdeel 61 axiaal op een afstand achterwaarts van het grendeldeel 50 ten opzichte van de schouder 35'. Een boring 63-, die aan zijn binneneind in verbinding staat met de sleuf 62, neemt een veer 64 op die normaal het borgdeel 61 in zijn borgstand 4Q drukt. De sleuf 62 kan daardoor zo zijn gelegen in de axiale 8201403 V » -8- richting ten opzichte van de ringgroef 35, dat het borgdeel · 61 wordt gehouden in de in fig. 2 afgebeelde stand, waarin dit net niet de boring 14 snijdt, wanneer de nippel 30 in zijn gekoppelde stand staat, die is afgebeeld in fig. 1.
5 Anders kan de sleuf 62 zo axiaal zijn gelegen ten opzichte van de uitsparing 23a, dat het borgdeel 61, dat in zijn net teruggetrokken stand wordt gehouden door het vingerachtige uitsteeksel of het meeneemdeel 56b in de in fig. 2 afgebeelde stand, kan vallen in de uitsparing 35, zodra de rotatie 10 van het kapvormige deel 55 is begonnen in de richting tegen de wijzers van een uurwerk. Met andere woorden, de sleuf 62 kan ook iets naar rechts van zijn in fig. 1 afgebeelde stand liggen. In het eerste geval is de grootte en ligging van de vingerachtige uitsteeksels of meeneemdelen 56a en 56b minder 15 kritisch en is een zekere speling van het kapvormige onderdeel 55 bij zijn rotatiebewegingen mogelijk. In het laatste geval moeten de meeneemdelen 56a en 56b met grotere nauwkeurigheid zijn geplaatst, zoals is afgebeeld in fig^ 2- Het borgdeel 61 kan zijn gemaakt uit elk geschikt materiaal, 20 bijvoorbeeld gehard staal.. De veer 64 is daarbij met opzet zwakker gekozen dan de veer 53 om redenen, die hierna duidelijker zullen worden. De onderdelen van de koppeling zijn afgebeeld in fig. 1 en 2 in de geborgde gekoppelde stand, waarin het door de veer belaste grendeldeel 50 een beweging 25 van de verbindingsnippel 30 in de losmaakrichting, dus naar links in fig. 1 verhindert door met zijn ondervlak aan te grijpen tegen het. bodemvlak van de U-vormige uitsnijding 52 en met zijn voorwaartse eindvlak of aanslagvlak 50' tegen een overeenkomstig deel van het schoudervlak 35’ van de ring-30 groef 35. Het veiligheidsborgdeel 6Ί ligt daarbij in de net teruggetrokken stand, die is afgebeeld in fig. 2, waarin het wordt gehouden door het vingerachtige deel 56b en/of het buitenvlak van denippelsectie 32. Om de verbindingsnippel 30 los- te maken, moet alleen het kapvormige deel. 55 worden 35 geroteerd in de richting tegen de wijzers van het uurwerk naar de in fig. 3 afgebeelde stand, in welk geval het meeneemdeel 56a aangrijpt op het vrije linkereind van het grendeldeel. 50, dit uit de groef 35 licht tegen de kracht van de veer 53 en daarmede de nippel 30 gereed maakt voor ont-40 koppeling. Echter, voordat het grendeldeel 50 voldoende is 8201403 Τ’ $ -9- teruggetrokken door aangrijping met het vingerachtige uitsteeksel 56a om de vergrendelende ingrijping met de nippel 30 volledig vrij te maken, wordt het veiligheidsborgdeel 61 vrijgemaakt door het vingerachtige uitsteeksel 56b, zodat 5 zodra de nippel 30 begint te bewegen naar links in fig. 1, het schoudervlak 35’ van de nippel 30 stevig zal worden geklemd of gedrukt tegen het aanslagvlak 61' van het veiligheidsborgdeel 61 door de druk in de met het koppelingdeel 10 verbonden slangleiding totdat practisch geen drukkracht meer 10 bestaat op de nippel 30, dus de veilige toestand is bereikt. Deze klem- of drukwerking houdt natuurlijk ook het kapvormige deel 55 in de in fig. 3 afgebeelde stand, daar deze wig- of drukwerking veel groter is dan de kracht, die kan worden uitgeoefend door de veer 53. Zodra de klem- of druk-15 kracht is verdwenen door het aflaten van de druk of ventileren van de met het koppelingdeel 10 verbonden slangleiding, zal de kracht van de sterkere veer 53 de kracht van de zwakkere veer 64 overwinnen en dus automatisch veroorzaken dat het kapvormige onderdeel 55 terugkeert naar zijn normale 20 stand, die is afgebeeld in fig. 2, waardoor het losmaken van de nippel 30 uit het koppelingdeel 10 kan worden voltooid.
. Het blijkt, uit het voorgaande, dat hetzelfde kapvormige onderdeel 55 met zijn vingerachtige uitsteeksels of meeneemdelen 56a. en. 56b dus het grendeldeel 50 evenals 25 het veiligheidsborgdeel 61 bestuurt, en meer in het bijzonder op zodanige wijze dat het veiligheidsborgdeel 61, dat onder een zwakkere veerkracht (veer 64) staat dan het grendeldeel 50 (veer 53) net is teruggetrokken in de normale stand (fig.
2) terwijl tijdens de rotatie van hetkapvormige deel 55 in 30. de richting tegen de wijzers van een uurwerk (fig. 2 en 3) dus tijdens het losmaken, onmiddellijk wordt veroorzaakt dat het veiligheidsborgdeel 61 de boring 14 snijdt, door de kracht van de veer 64, die nu niet langer wordt tegengewerkt door de kracht van de veer 53. De besturing volgens de onder-35 havige uitvinding is daardoor zodanig, dat het veiliheids-borgdeel 61 altijd wordt vrijgemaakt, reeds lang voordat, het grendeldeel 50 volledig is teruggetrokken of gelicht uit de groef 35 om de ontkoppelbeweging van de nippel 30 vrij te geven. Het aanslagvlak 61' van het veiligheidsborgdeel 61 4Q houdt daardoor op betrouwbare wijze de volledige ontkoppeling +J - w -10- of het vrijmaken van de nippel 30 op door een zijwaartse druk- of klemwerking van zijn schoudervlak 35' tegen dit aanslagvlak 61' van het veiligheidsborgdeel 61 totdat geen tegendruk meer bestaat in de slangleiding tengevolge van 5 het aflaten van de druk of het ventileren daarvan in welk geval de sterkere veerkracht van de veer 53 een rotatie van het kapvormige deel 55 veroorzaakt in de richting van de wijzers van een uurwerk gezien in fig. 3, hetgeen op zijn beurt het terugtrekken van het veiligheidsborgdeel 61 10 veroorzaakt, zodat de koppeling kan worden ontkoppeld in een drukloze toestand en zonder gevaar. De veer 53 is daarbij zo sterk, dat het veiligheidsborgdeel 61 weer wordt teruggedrukt naar zijn normale stand (fig. 2), zodra de tegendruk in de slang voldoende is afgenomen, en dus auto-15 matisch de nippel 30 vrijlaat, wanneer veilige toestanden zijn bereikt. Het bedienen en hanteren van de koppeling volgens de onderhavige uitvinding is dus volkomen veilig en kan met slechts een hand worden uitgevoerd, zonder enig gevaar voor het bedieningspersoneel.
20 De veiligheidskoppeling volgens de onderha vige uitvinding kan dus ook niet uit zichzelf, dus per ongeluk, worden ontkoppeld wanneer de persluchtleiding of dergelijke bijvoorbeeld wordt rondgetrokken in een fabriek zoals het geval is met verschillende andere koppelingen.
25 Tijdens het ontkoppelen kan de nippel niet langer uit de koppeling worden geschoten door de druk in de leiding, hetgeen op betrouwbare wijze ongelukken voorkomt. Deze voordelen kunnen worden bereikt met de koppeling volgens deze uitvinding op een prijsgunstige, veilige wijze daar 3Q de koppeling volgens deze uitvinding betrekkelijk goedkoop te fabriceren en monteren is en groot gemak biedt bij het hanteren zelfs door betrekkelijk ongeschoold personeel.
Gemakkelijk blijkt uit het voorgaande, dat de grendel- en veiligheidsborginrichting volgens de onder-35 havige uitvinding, zoals afgeheeld in fig. 1-3, uiterst simpel te fabriceren en monteren is. Verder maakt de uitvoering volgens fig. 1-3 ook gemakkelijk het opnemen van verbindingsnippels met verschillende diameters mogelijk over een betrekkelijk brede dwarsdoorsnedeoppervlakverhou-40 ding, die de verhouding van 2 : 1 overschrijdt. Verder is 8201403 -liver reikende standaardisatie van de onderdelen mogelijk. Tenslotte, door kunststoffen met verschillende kleuren te gebruiken, hetgeen gemakkelijk wordt bereikt door verschillende kleurtoevoegingen aan hetzelfde basismateriaal, bij-5 voorbeeld voor het kapvormige onderdeel 55, kan het bijzonder beoogde gebruik van de koppeling gemakkelijk herkenbaar worden gemaakt, bijvoorbeeld blauw voor perslucht, rood voor zuurstof enz.
Hoewel de fig. 1-3 een bijzonder eenvou-10 dige en prijsgunstige uitvoering van een koppeling met een veiligheidsmechanisme volgens de onderhavige uitvinding illustreren, is deze laatste niet daartoe beperkt, maar evengoed toepasbaar op andere bekende koppelingen. Fig. 4 en 5 illustreren een typische bekende koppeling, die is voorzien 15 van een veiligheidsmechanisme volgens de onderhavige uitvinding, waarbij soortgelijke onderdelen zijn aangegeven met overeenkomstige verwijzingscijfers in de 100, die op een soortgelijke manier werken en daarom niet in detail zullen worden beschreven. Anders dan in fig. 1-3 omvat, het klepdeel, 20 dat in het. algemeen is aangegeven door het verwijzingseijfer 1.40, een ringvormig bedieningsdeel 146, dat geschikt is om te worden aangegrepen door het vrije eind van de nippel 130 en is voorzien van een en bij voorkeur meerdere verbindings-openingen 147, die een. verbinding vormen tussen de kamer 120 25 en. de binnenzijde van het ringvormige deel 146, dat op zijn beurt in verbinding' staat met de boring in de nippel 130. Verder omvat de koppeling 1.10 van fig. 4 en 5 een grendel-deel 126 met een eigenlijk gezegd grendelgedeelte 126a, dat zich uitstrekt in zijn normale stand (fig. 5) volgens een 30 koorde tot in de boring 114 en aangrijpt op het schouder-vlak 135f, dat is gevormd door de groef 135 in de nippel 130. Een bedieningsorgaan dat in het algemeen is aangegeven met het verwijzingscijfer 127 is met schroefdraad verbonden aan zijn ondereind bij 127a met het grendeldeel 126 en omvat aan 35 zijn vrij liggende boveneind, een drukknopgedeelte 127b.
Het grendeldeel 126 wordt gedwongen tot rechtlijnige beweging door gebruikelijke middelen (niet afgebeeld), wanneer het drukknopdeel 12 7B wordt ingedrukt· tegen de kracht van de veer 128, die de delen van het grendelmechanisme naar hun normale 40 grendelstand drukt. Een in het koppelinghuisdeel lil ver- 8201405 -12- schuifbare pen 166 rust met zijn ondervlak op het grendel-deel 126 en grijpt met zijn bovenvlak aan op het vrije rechter eind van het veiligheidsborgdeel 161. Wanneer de nippel 130 in de gekoppelde/ vergrendelde stand staat in de koppe-5 ling 110, zoals is afgebeeld in fig. 4 en 5 licht het boveneind van de pen 166 het veiligheidsborgdeel 161 net uit de doorsnijdingsstand met de boring 114. Wanneer het bedie-ningsorgaan 127 nu wordt ingedrukt om het vrijmaken in te leiden, zal een neerwaartse beweging van de pen 166 onmid-10 dellijk het veiligheidsborgdeel 161 vrijlaten naar zijn werkzame veiligheidsstand voordat het grendeldeel 126a de nippel 130 vrijlaat, zodat deze laatste weer op betrouwbare wijze wordt.gedrukt of geklemd tegen het veiligheidsborgdeel 161 door de bestaande tegendruk, totdat de druk in de lei-15 ding is verdwenen, waarna de kracht van de sterkere veer 128 de kracht van de zwakkere veer 164 weer zal overwinnen.
Het veiligheidsmechanisme 161, 162, 163, 164, 166 van deze uitvoering verschaft dus de bedoelde beveiliging op dezelfde manier als het veiligheidsmechanisme van fig. 1-3. Om de 20 verbinding van de nippel 130 met het koppelingdeel 110 te vergemakkelijken is het koppelinggedeelte 111 voorzien van een gebogen oppervlakdeel 129, dat breder en dieper wordt in de richting naar links in fig, 4 en eindigt aan het rechter-eind in het eigenlijk gezegde grendelgedeelte 126a., 25 De uitvinding is niet beperkt tot de be schreven uitvoeringen, die binnen het kader van de uitvindingen gewijzigd kunnen worden.
..........
8201403

Claims (17)

  1. 2. Borginrichting volgens conclusie 1, 25. m e t h. e t kenmerk, dat het vrijmaakmiddel is- voorzien van een met het vrouwelijke koppelingdeel verbonden roteerbaar deel, dat in een richting wordt geroteerd om het vrijmaken van het mannelijk koppelingdeel uit het vrouwelijk koppelingdeel in te leiden.
  2. 3. Borginrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het roteerbare deel wordt geroteerd in de tegenovergestelde richting om het volledig vrijmaken van het mannelijk koppelingdeel uit het vrouwelijke koppelingdeel te bewerkstelligen.
  3. 4. Borginrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat het vrijmaakmiddel is voorzien van een onderdeel van het. drukknoptype.
  4. 5. Borginrichting voor een koppeling volgens conclusie 1, waarbij het van een uitwendige ringgroef 8201403 -14- voorziene mannelijke koppelingdeel kan worden geschoven in de boring van het vrouwelijke koppelingdeel, welke boring direct in verbinding staat met het buitenvlak van het vrouwelijk koppelingdeel via een uitsnijding, waarvan het denkbeeldige 5 koordvormige binneneind de boring snijdt, en waarbij een grendelorgaan het eerste aanslagvlak vormt om het mannelijke koppelingdeel in zijn gekoppelde stand ten opzichte van het vrouwelijke deel te houden, wanneer de.uitsnijding althans nagenoeg in axiale uitlijning is met de uitwendige ringgroef,-10 doordat het grendelorgaan zich uitstrekt door de uitsnijding in ingrijping met de door de ringgroef gevormde schouder, waarbij een op het vrouwelijke koppelingdeel aangebracht bedieningsorgaan het vrijmaakorgaan omvat, dat kan aangrijpen op het grendelorgaan om het grendelorgaan terug te trekken 15 uit de uitwendige ringgroef, teneinde het mannelijke koppelingdeel te ontkoppelen uit het vrouwelijke koppelingdeel, met het kenmerk··, dat een veiligheidsborgorgaan in het vrouwelijke koppelingdeel is aangebracht en het tweede aanslagmiddel vormt en verhindert, dat het mannelijke koppe-20 lingdeel geheel wordt ontkoppeld uit het vrouwelijke koppelingdeel bij bediening van het bedieningsorgaan, teneinde een aanzienlijke drukdaling in een met het vrouwelijke koppeling— deel verbonden leiding mogelijk te maken, waarbij het veiligheidsborgorgaan is voorzien van een borgdeel, dat is gescho-25 ven in een sleuf, die is gevormd in het vrouwelijke koppelingdeel achterwaarts van de uitsnijding in de ontkoppel— richting van het mannelijke koppelingdeel, welke sleuf de boring snijdt, waarbij een veer in het vrouwelijke koppelingdeel normaal het veiligheidsborgdeel in zijn borgstand. druktr 30 waarbij het bedieningsorgaan werkzaam is verbonden met het borgdeel, zodat het Borgdeel normaal de boring niet snijdt, maar bij bediening van het bedieningsorgaan voordat het mannelijke koppelingdeel volledig wordt vrijgelaten door het grendelorgaan, wordt vrijgelaten, zodat het mannelijk koppe-35 lingdeel met zijn schouder wordt gedrukt tegen het borgdeel door de in een met het vrouwelijke koppelingdeel verbonden leiding bestaande druk, teneinde een afname van deze druk door het leeg laten lopen van de leiding mogelijk te maken.
  5. 6. Inrichting volgens conclusie 5, 4Q m. e t het kenmerk, dat een veer normaal het borgdeel 8201403 _____--^ü -15- in de borgstand drukt, waarbij de veer voor het grendeldeel sterker is dan de veer voor het veiligheidsborgdeel, teneinde de onderdelen van de grendel- en borginrichting automatisch terug te brengen in hun normale stand, wanneer een aanzien-5 lijke drukdaling is bereikt.
  6. 7. Inrichting volgens conclusie 6, m e t het kenmerk, dat. het borgdeel een betrekkelijk plat onderdeel is, dat is gemaakt uit staal.
  7. 8. Inrichting volgens een der conclusies 10 5, 6 of 7, met het kenmerk, dat het bedienings- middeleen kapvormig deel omvat, dat roteerbaar is op het vrouwelijke koppelingdeel, waarbij het kapvormige deel binnenwaartse uitsteeksels heeft, die kunnen aangrijpen op het grendeldeel resp.het borgdeel, waarbij de op het borgdeel 15 aangrijpende uitsteeksels het bedieningsorgaan werkzaam verbinden met het borgdeel.
  8. 9. Inrichting volgens conclusie 8, m e t het k e n m e rr k, dat het kapvormige deel bij zijn vrije axiale eind is voorzien van radiaal binnenwaartse kraalvor— 20 mige middelen, die met snapwerking kunnen grijpen in een omtrefcsgroeff in het vrouwelijke koppelingdeel om het kapvormige deel op snel losneembare wijze te bevestigen op het vrouwelijke· koppelingdeel.
  9. 10. Inrichting volgens een der- conclusies 25. of 9, met h e t . k e n m e r k, dat het kapvormige deel en de uitsteeksels in een geheel zijn gevormd uit kunsthars.
  10. 11. Inrichting volgens conclusie 8,9 of 10, met het k e n m e r k, dat de uitsteeksels een beperkte elasticiteit hebben en slechts beperkt elastisch ver- 30 vormbaar zijn.
  11. 12. Inrichting volgens conclusie 5, 6 of 7,met het kenmerk, dat een pen het grendeldeel mstthet borgdeel koppelt.
  12. 13. Inrichting volgens conclusie 12, 35 met het kenmerk, dat het grendeldeel is beperkt tot althans nagenoeg rechtlijnige beweging ten opzichte van het vrouwelijke koppelingdeel.
  13. 14. Inrichting volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat het bedieningsorgaan is 40 voorzien van een door een veer belast bedieningsdeel van het 8201403 τι < -16- dr ukknop type .
  14. 15. Inrichting voor het grendelen en borgen van een mannelijk verbindingsdeel, dat kan worden geschoven in een boring van een vrouwelijk koppelingdeel, met het 5kenmerk, dat het koppelingdeel is voorzien van twee in axiale richting op afstand van elkaar liggende uitsnijdingen, die snijden en breken door een deel van de wand van de boring en een directe verbinding vormen tussen de boring en de buitenzijde van het vrouwelijke koppelingdeel, waarbij 10 een grendeldeel los is ingezet in een uitsnijding, waarbij een veer los is geplaatst over het grendeldeel om dit naar binnen te drukken, waarbij een veiligheidsborgdeel los is ingezet in de andere uitsnijding, waarbij een veer los is geplaatst over het borgdeel en waarbij een kap is aangebracht 15 op het vrouwelijke koppelingdeel-, welke kap uitwendig de uitsnijdingen en de veren bedekt en de veren in de gespannen toestand ervan op hun plaats houdt.
  15. 16. Inrichting volgens conclusie 15, me t het kenmerk, dat de kap de drievoudige functie ver- 20 vult van (a). afdekking van de veren en het grendeldeel en het borgdeel·,(b) middel voor het vrijmaken van de vergrendelende werking van het grendeldeel door een meeneemdeel, dat-.in een geheel is gevormd met de kap en kan aangrijpen op het grendeldeel en (c) het borgdeel zijn veiligheidsborgstand laten 25. aannemen voordat het grendeldeel het mannelijke deel volledig heeft vrijgelaten.
  16. 17. Inrichting volgens conclusie 15 of 16, met h_et kenmerk, dat de kap is voorzien van binnenwaarts uitstekende meeneemdelen, waarvan een meeneemdeel 30 kan aangrijpen op het grendeldeel en het andere meeneemdeel kan aangrijpen op het veiligheidsborgdeel.
  17. 18. Inrichting volgens conclusie 15, 16 of J.7, met het kenmerk, dat de kap en de meeneemdelen in een geheel zijn gevormd uit kunststof. 8201403
NL8201403A 1981-04-24 1982-04-02 Losneembare leidingkoppeling met veiligheidsinrichting. NL191856C (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US25732181 1981-04-24
US06/257,321 US4413846A (en) 1981-04-24 1981-04-24 Hose coupling

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8201403A true NL8201403A (nl) 1982-11-16
NL191856B NL191856B (nl) 1996-05-01
NL191856C NL191856C (nl) 1996-09-03

Family

ID=22975813

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8201403A NL191856C (nl) 1981-04-24 1982-04-02 Losneembare leidingkoppeling met veiligheidsinrichting.

Country Status (14)

Country Link
US (1) US4413846A (nl)
JP (1) JPS585587A (nl)
AT (1) AT387442B (nl)
BE (1) BE892944A (nl)
BR (1) BR8202306A (nl)
CA (1) CA1175459A (nl)
CH (1) CH656691A5 (nl)
DE (1) DE3215155A1 (nl)
ES (2) ES511654A0 (nl)
FR (2) FR2505018B1 (nl)
GB (1) GB2097500B (nl)
IT (1) IT1150869B (nl)
NL (1) NL191856C (nl)
SE (1) SE454015B (nl)

Families Citing this family (19)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
FR2514855A1 (fr) * 1981-10-20 1983-04-22 Staubli Sa Ets Perfectionnements aux raccords rapides pour la jonction amovible des canalisations
US4576359A (en) * 1984-03-15 1986-03-18 Hans Oetiker Coupling for pressure gas lines
FR2577300B1 (fr) * 1985-02-08 1987-08-21 Fremy Raoul Raccord rapide a verrouillage par verrou a deplacement radial
JPS6298485U (nl) * 1985-12-10 1987-06-23
JPH0537119Y2 (nl) * 1985-12-28 1993-09-20
US4863201A (en) * 1986-11-03 1989-09-05 Hall Surgical Division Of Zimmer, Inc. Coupling assembly
US5335947A (en) * 1990-02-05 1994-08-09 Preece Incorporated Quick disconnect ball joint coupling
CH684848A5 (de) * 1991-12-20 1995-01-13 Sauerstoffwerk Lenzburg Ag Schnellverschlusskupplung sowie deren Verwendung.
GB2277292B (en) * 1993-04-20 1997-10-08 Glasdon Ltd Improvements in or relating to moulding techniques
DE19523830A1 (de) * 1995-06-30 1997-01-02 Voss Armaturen Steckkupplung für Druckmittelsysteme
US6302147B1 (en) * 1999-04-08 2001-10-16 Joseph Lorney Rose Automatic dry release valve coupling
US7585001B2 (en) * 2006-03-06 2009-09-08 Flight Suits Quick-disconnect latch for fluid conduits
JP6372646B2 (ja) * 2013-11-26 2018-08-15 ダイセン株式会社 ソケットおよびそれを有する管継手
US11187360B2 (en) * 2014-10-23 2021-11-30 Idex Health & Science Llc Fluidic connector assembly for quick connect/disconnect
US10718454B2 (en) 2014-11-10 2020-07-21 Specified Medical Technologies, LLC Oxygen supply quick connect adapter
CN104323754B (zh) * 2014-11-21 2015-11-18 天津博朗科技发展有限公司 一种带快速锁紧装置的立体内窥镜
CN106499898B (zh) * 2016-12-27 2018-09-07 利欧集团浙江泵业有限公司 一种快换接头
CN109183912B (zh) * 2018-09-27 2021-02-12 明光市启航建设有限公司 建筑工程用管道结构
US20240337096A1 (en) * 2022-10-25 2024-10-10 Michael Everett LANDRUM Methods and apparatuses relating to providing an improved toilet valve system

Family Cites Families (14)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US2099335A (en) * 1935-08-28 1937-11-16 Fred E Hansen Hose coupling
US2722399A (en) * 1949-08-06 1955-11-01 Oetiker Hans Combined coupling and valve for compressed air conduits
US2795438A (en) * 1954-04-23 1957-06-11 Oetiker Hans Pin-detent swivel coupling with locking means
FR1487323A (fr) * 1966-01-04 1967-07-07 Staubli Freres & Cie Dispositif de raccord rapide pour la jonction de canalisations et analogues
FR1503989A (fr) * 1966-10-10 1967-12-01 Staubli Freres & Cie Dispositif de raccord rapide pour canalisations et applications analogues
US3453005A (en) * 1968-04-08 1969-07-01 Scovill Manufacturing Co Quick-connect safety coupling
US3574359A (en) * 1969-07-22 1971-04-13 Gen Motors Corp Fluid conduit coupling
JPS471792U (nl) * 1971-01-22 1972-08-19
CH550354A (de) * 1972-04-10 1974-06-14 Oetiker Hans Bajonnet-leitungskupplung.
DE2226793A1 (de) * 1972-06-02 1973-12-13 Draegerwerk Ag Steckkupplung fuer gasleitungen mit kugelverriegelung
DE2444245B2 (de) * 1974-09-16 1976-09-30 Armaturenfabrik Hermann Voss, 5290 Wipperfürth Schlauchkupplung
US4035005A (en) * 1976-05-24 1977-07-12 General Motors Corporation Quick connect coupling with weather seal
FR2358611A1 (fr) * 1976-07-15 1978-02-10 Staubli Sa Ets Perfectionnements aux raccords rapides pour canalisations
WO1980001311A1 (en) * 1978-12-20 1980-06-26 Abnox Ag Pipe coupling

Also Published As

Publication number Publication date
AT387442B (de) 1989-01-25
DE3215155A1 (de) 1982-11-11
SE454015B (sv) 1988-03-21
BR8202306A (pt) 1983-04-05
NL191856B (nl) 1996-05-01
IT1150869B (it) 1986-12-17
DE3215155C2 (nl) 1991-07-18
SE8202492L (sv) 1982-10-25
NL191856C (nl) 1996-09-03
ES8402922A1 (es) 1984-03-01
JPS585587A (ja) 1983-01-12
JPH0330040B2 (nl) 1991-04-26
ES8404490A1 (es) 1984-04-16
FR2505018B1 (fr) 1986-09-05
ES521546A0 (es) 1984-04-16
FR2515307A1 (fr) 1983-04-29
CH656691A5 (de) 1986-07-15
FR2505018A1 (fr) 1982-11-05
ATA159882A (de) 1988-06-15
CA1175459A (en) 1984-10-02
BE892944A (fr) 1982-08-16
FR2515307B1 (fr) 1985-10-31
US4413846A (en) 1983-11-08
GB2097500A (en) 1982-11-03
IT8220875A0 (it) 1982-04-22
GB2097500B (en) 1985-04-03
ES511654A0 (es) 1984-03-01

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8201403A (nl) Borginrichting voor een koppeling.
US4398561A (en) Quick disconnect coupling with locked valving
US5547166A (en) Hose coupling for compressed air
US6257278B1 (en) High pressure fluidline connector
US5445358A (en) Exhaust type quick action coupler
US6926312B2 (en) Quick coupler for removably joining two pipes
EP0018440B1 (en) Pipe coupling
US4148459A (en) Quick disconnect valved coupling
EP0926422B1 (en) Pipe coupling socket
US20040094739A1 (en) Quick coupler for removably joining two pipes
US20040051313A1 (en) Feed pipe coupling for a pressurised fluid system
KR20000047858A (ko) 파이프를 제거가능하게 연결하기 위한 신속 안전 연결부
JPH0772599B2 (ja) カップリングフィッティング
US5706967A (en) Safety lock, especially for vehicle fuel tanks
ITMI970371A1 (it) Innesto rapido
US10724667B2 (en) Circuit breaker and handling facility for pressurized fluid comprising such a circuit breaker
US5681027A (en) Insertable type safety coupling for pressure pipes
MX2013011801A (es) Acoplamiento de aire comprimido.
US5388436A (en) Motorcycle disk brake lock
US2562672A (en) Combination pressure relief and safety head valve
US4502662A (en) Shrouded fluid coupling
KR100235820B1 (ko) 관이음장치 및 관이음용 잠금장치
EP0877192A2 (en) Coupling
US5613563A (en) Locking mechanism for quick response fire sprinkler
GB2212060A (en) Fusible link construction

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
CNR Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection)

Free format text: OETIKER AG MASCHINEN- UND APPARATEFABRIK. HANS -

V4 Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent

Free format text: 20020402

V4 Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent

Effective date: 20020402