[go: up one dir, main page]

NL8201111A - Patroonherkenningsketeninrichting. - Google Patents

Patroonherkenningsketeninrichting. Download PDF

Info

Publication number
NL8201111A
NL8201111A NL8201111A NL8201111A NL8201111A NL 8201111 A NL8201111 A NL 8201111A NL 8201111 A NL8201111 A NL 8201111A NL 8201111 A NL8201111 A NL 8201111A NL 8201111 A NL8201111 A NL 8201111A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
time signal
chain
position mark
signal
time
Prior art date
Application number
NL8201111A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Ampex
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Ampex filed Critical Ampex
Publication of NL8201111A publication Critical patent/NL8201111A/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H04ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
    • H04NPICTORIAL COMMUNICATION, e.g. TELEVISION
    • H04N23/00Cameras or camera modules comprising electronic image sensors; Control thereof
    • H04N23/40Circuit details for pick-up tubes

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Multimedia (AREA)
  • Signal Processing (AREA)
  • Image Analysis (AREA)
  • Image Input (AREA)
  • Testing, Inspecting, Measuring Of Stereoscopic Televisions And Televisions (AREA)
  • Character Discrimination (AREA)

Description

Α ï ‘ VO 3165
Titel: Patroonherkenningsketeninrichting.
De uitvinding heeft betrekking op voor televisiecamera's bedoelde automatische instelsystemen, en meer in het bijzonder op een met een foutmeetsysteem één geheel vormende patroonherkennings-keten waarmee op betrouwbare wijze een onderscheid kan worden gemaakt 5 tussen drie binnen een diascooppatroon mogelijke patroonconfiguraties, waarbij als een voorbeeld valt te denken aan de ruimtelijke positie van negen wit-zwart grove positiemerktekenconfiguraties.
Van automatische instelsystemen zoals beschreven in een samenhangende octrooiaanvrage, maken deel uit middelen voor het met betrek-10 king tot het aftastraster van beeldopneembuizen in een televisiecamera uitvoeren van metingen ten aanzien van ruimtefouten, schaduwfouten, bundelniveaufouten, focusfouten, enz.. Voor het uitvoeren van dergelijke metingen is het nodig om de plaats van de aftastbundel in het controlepatroon vast te stellen, teneinde er zeker van te kunnen zijn 15 dat een bepaald gedeelte van het controlepatroon voor elke gegeven foutmeting wordt afgetast. Wanneer bijvoorbeeld grove ruimtefout-metingen worden uitgevoerd, wordt bij bovenbedoeld bekend systeem gebruik gemaakt van een reeks (b.v. vijf) voor grove registratie bedoelde positiemerktekenrechthoeken die zijn aangebracht bij het 20 midden, de bovenzijde en de onderzijde, alsook aan elke zijkant, van het conventionele optische controlepatroon, d.i.1st diascooppatroon, dat zich bevindt binnen het actieve videobeeldgebied. Een positie-merkteken-detectorketen daarvan omvat detecteer- en tempeerketens, en is werkzaam om ter correctie van grove fouten betreffende centre-25 ring, maat en rotatieaftasting, een grove vergelijking te maken van de s door de positiemerktekens in het diascooppatroon ingenomen plaatsen ten opzichte van een elektronisch controlepatroon. Bovendien geeft het systeem een uitgangssignaal af dat indicatief is voor detectie van schaakbordpatroon-overgangen tijdens een waardevolle aftasting door 30 de bundel van een gekozen blok van een schaakbordpatroonconfiguratie.
De positiemerkteken-detectorketen is werkzaam om elke gedurende de instelmodus gedetecteerde fout via een databusleiding in te voeren in een geheugen van de microprocessor van de camerabesturingseenheid.
82 0 1 1 1 1 ----------------................ ".....— £ f ; -2-
Gedurende de operatiemodus van de camera worden dan grove aftast-correcties gemaakt door middel van een digitaal-analoogomzetter en/of ruimtefout-corrigerende ketenvoorzieningen, zoals beschreven in een andere ingediende octrooivrage, en wel wanneer fouten vanuit het ge-5 heugen worden uitgevoerd.
Een dergelijk patroon-herkennend en fout-detecterend systeem is werkzaam in het frequentiedomein waarbij op basis van de grove positiemerktekens die met betrekking tot de schaakbordtekens een relatief grote maat hebben, meer in het bijzonder in de verhouding 10 van vier op één, een onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende patroonconfiguraties. Echter is gebleken dat toepassing van de maatverhouding als het criterium om via filter- en niveaudetecterende technieken in het frequentiedomein de positiemerktekens te detecteren, onder ongunstige aftastsituaties niet betrouwbaar is. Bij het bekende 15 systeem geeft het grove positiemerkteken bijvoorbeeld het positie- merkteken-tijdsignaal dat wordt gebruikt om de grove fout in het systeem-geheugen te vergrendelen. Hieruit volgt dat onder ongunstige instel-toestanden, wanneer de bundel een grotere aftasthoek doorloopt als gevolg van beeldvervorming enz. in het gebied van het laatste positie-20 merkteken, de keten soms een foutieve positiemerkteken-tijdsignaal-puls teweegbrengt afgeleid van een wit-grijsovergang in plaats van de wit-zwartovergang. Detectie van een dergelijke wit-grijsovergang is mogelijk indien de bundel een aftastbeweging uitvoert gaande vanaf het witte gedeelte van een positiemerkteken naar het grijsbandgebied van 25 het controlepatroon dat wordt gebruikt voor gammacorrectie. De bekende patroonherkennings- en foutmeettechniek heeft aldus een marginale betrouwbaarheid, tenzij ongewenste en uitgebreide filtertechnieken worden toegepast.
Een patroonherkenningsketen volgens de uitvinding komt aan 30 deze aan de bekende techniek klevende bezwaren tegemoet doordat middelen beschikbaar zijn gesteld waarmee een betrouwbare detectie mogelijk is met andere woorden een onderscheid kan worden gemaakt tussen de drie patrooninhouden van het optische controlepatroon, te weten de banden van de wit-zwartschaakbordelementen, de grove wit-zwartpositie-35 merktekens en de grijsbandgebieden die zich bevinden tussen de schaak-bordpatroonbanden. In plaats van in het frequentiedomein is de keten 82 0 1 1 1 1 ..... .......
- ...- V >» : -3- werkzaam in het tijddomein bij het beschikbaar stellen van een van bijzonder belang zijnd grof positiemerktekentijdsignaal aan de uitgang dat wordt gebruikt om de grove ruimtefouten te bepalen, terwijl tevens uitgangssignalen indicatief voor een juiste focussering en een 5 juist schaakbordpatroon teweeg worden gebracht teneinde de aftast-positie te kunnen bepalen wanneer metingen betreffende fouten ten aanzien van focussering, niveau en kleinschalige ruimte worden uitgevoerd.
Daartoe wordt uit het videosignaal dat gedurende de instel-10 modus teweeg wordt gebracht wanneer de bundel van een opneembuis het optische controlepatroon aftast, via een negatieve-piekdetector een negatief drempelwaardesignaal afgeleid welk drempelwaardesignaal het negatieve gedeelte van het binnenkomende videosignaal volgt. Een positief drempelwaardesignaal vormt sen tijdvensterpuls waarvan de 15 lengte groter is dan die van één schaakbordpatroonelement en de puls wordt van de eerdergenoemde golfvorm afgetrokken teneinde een schakel-actie als gevolg van schaakbordpatroonelementen of kort durende ruis-pulsen uit te sluiten.. De voorflank van de verschilpuls doet een tijd-venster ontstaan dat bepalend is voor de maximaal toelaatbare tijds-20 duur waarbinnen de achterflank van de puls moet verschijnen. De achterflank van deze puls is bepalend voor een zeer smalle tijdgleuf waarbinnen de wit-zwartovergang van het positiemerkteken moet plaatsvinden. De overgangen doen een gekozen opeenvolging van positiemerk-tekentijdsignalen ontstaan die in het algemeen indicatief zijn voor 25 de plaatsen van grove positiemerktekens.
Een geselecteerd exengplaar van de opeenvolging van de positie-merktekentijdsignalen zoals teweeggebracht door de drempelwaardeketen, wordt gedetecteerd door een digitale, tijdsignaalkwalificerende keten die wordt geschakeld in responsie op horizontale en verticale adressen 30 die overeenkomen met de plaatsen van elk van de zich op afstand van elkaar bevindende grove positiemerktekens. De kwalificatieketen schakelt bijvoorbeeld in responsié op: een' tweede, of middenliggend positiemerktekentijdsignaal dat vanaf de drempelwaardeketen wordt ontvangen binnen een desbetreffend grof positiemerktekenvenster waar-35 door het verschijnen van als waardevol te beschouwen positiemerkteken-tijdsignalen van elk van de positiemerktekens wordt beperkt tot de 8201111 * i : -4- desbetreffende positiemerktekencoördinaten die overeenkomen met het aangewezen adres. Het resulterende gekwalificeerde positiemerkteken-tijdsignaal schakelt een vergrendeling in interfaceketenvoorzieningen van het systeem om, teneinde bijvoorbeeld de grove foutdata voor ver-5 der gebruik op te slaan, een en ander beschreven zoals in een eerder ingediende octrooiaanvrage.
Het binnenkomende videosignaal wordt tevens toegevoerd aan positieve- en negatieve-drempelwaarde comparators, waarvan de uitgangssignalen worden gecombineerd en gebruikt voor het besturen van een 10 flip-flop. De flip-flop blijft gezet zolang de camera banden van schaak-bordpatroonelementen aftast. Indien de schaakbordpatroonelementen niet aanwezig zijn of slechts gedeeltelijk aanwezig zijn gedurende de duur van een blok, wordt de flip-flop teruggezet. De uitgangstoestand van de flip-flop wordt gebruikt om te kunnen onderscheiden dat schaak-15 bordpatroonelementen worden afgetast.
De uitvinding zal in het onderstaande nader worden toegelicht met verwijzing naar de tekening. In de tekening geeft: fig. 1 een overzicht van een optisch controlepatroon dat wordt gebruikt voor het uitvoeren van de diverse foutmetingen en dus voor 20 het maken van correcties in een televisiecamera gedurende de instel-modus; fig. 2 een blokschema van een automatische insteleenheid van een televisiecamera en waarin gebruik is gemaakt van de ketenvoorzieningen volgens de fig. 3A en 3B; 25- fig. 3A en 3B schema's ter illustratie van een uitvoeringsvorm van de uitvinding; en fig. 4A-40 een stel van goüfvormen ter illustratie van de diverse signaal- en tijdsignaalgolfvormen die in de ketenvoorzieningen volgens de fig. 3A en 3B bestaan.
30 Fig. 1 geeft een optisch controlepatroon dat in dit'gebied van de techniek bekend staat als een diascooppatroon, dat wordt gebruikt voor het automatisch of met de hand uitvoeren van ruimtefout-, schaduwfout-, focusseerfout-, etc. metingen in een televisiecamera tijdens de camera-instelmodus. Het controlepatroon is in wezen hetzelfde patroon dat is 35 weergegeven in fig. 2 van de eerderbedoelde oudere octrooiaanvrage; daarin zijn tevens meer gedetailleerd beschreven het gebruik van zulk 82 0 1 1 1 1 ........ ~ te ψ : -5- een patroon bij het uitvoeren van het foutmeetproces, alsook de illustratie daarvan in het blokschema volgens fig. 2 van die aanvrage. Het in fig. 1 van deze aanvrage weergegeven controlepatroon is in die zin gewijzigd dat extra wit-zwart grove positiemerktekens 12 zijn aangebracht 5 in elke hoek van het patroon, in combinatie met de bekende positiemerktekens 14 waarbij al de positiemerktekens zijn aangebracht binnen 'het actieve beeldgebied. Het patroon geeft verder weer de desbetreffende tijdvensters 16 die door onderbroken.lijnen zijn weergegeven rondom elk van de grove positiemerktekens 12, 14. Eenvoudigheidshalve zijn 10 de positiemerktekens in het onderstaande aangeduid door de adressen 1-1 voor het bovenste linksgelegen positiemerkteken, 1-2 voor het bovenste middenliggende positiemerkteken, 1-3 voor het bovenste rechts-gelegen positiemerkteken. In de middelste rij bevinden zich de positiemerktekens 2-1, 2-2 en 2-3, terwijl de onderste rij de positiemerktekens 15 aangeduid door 3-1, 3-2 en 3-3 bevat. Een pseudo-positiemerktekensig-naal wordt teweeggebracht bij de bovenste linkerhoek van elk positie-merktekenvenster 16, hetgeen is weergegeven door de cirkeltjes 18, en welk signaal in de interfaceketen van het systeem (fig. 2) een omschakeling teweegbrengt waardoor -een vooraf gekozen vast nummer wordt opge-20 slagen in het geheugen van de interfaceketen. Dit pseudo-nummer wordt door de systeem-microprocessor (fig. 2) herkend als een indicatie voor een fouttoestand, tenzij dit nummer wordt weggeschreven door een daaropvolgend gekwalificeerd positiemerktekentijdsignaal, zoals in het onderstaande nader zal worden beschreven. Gedurende één raster van een 25 NTSC standaard televisiesysteem met 525 lijnen, wordt elk positiemerkteken ten minste 5 maal af getast terwijl in een systeem met 625 lijnen, bijvoorbeeld het PAL-systeem, de positiemerktekens 6 maal worden afgetast.
Fig. 2 geeft een schema van een automatische insteleenheid 30 (AIE) 150 die is ingericht voor het ontvangen van televisiesignalen afkomstig van een gekozen exemplaar van een aantal televisiecamera's 152 die in de figuur zijn aangeduid als de camera's 1 t/m 8, en met behulp waarvan een extern, of intern optisch controlepatroon (bijv. diascoop) 151 wordt beschouwd. Een hoofdinstelpaneel (HIP) 154 is 35 tevens gekoppeld met de AIE 150 en geeft conventionele aan een bedie-ningspersoon gerelateerde ingangscommando's aan de daarvan deel uit- 820 1 1 1 1 ------------ : -6- makende microprocessor 156 teneinde de gewenste camera, instelproce-dure, operatiemodus, enz. te kiezen. De camera's 152 zijn met de AIE 150 gekoppeld via een multiplexer 158, die in responsie op stuursignalen van de microprocessor 156 een gekozen videosignaal toevoert aan 5 een als videoclamp werkzame ingangsfilterketen 160. Vanaf de keten 160 wordt het videosignaal toegevoerd aan een A/D-omzetter 162 vanwaar-uit het gedigitaliseerde videosignaal wordt toegevoerd aan de niveau-en tijdmeetketens respectievelijk 164 en 166. De als damp werkzame filterketen 160 voert het gekozen videosignaal tevens toe aan een syn-10 chroniseer/tempeergenerator 168, die via een busleiding 172 en leidingen 174 de diverse horizontale (H) en verticale (V) tijdsignalen toevoert aan een elektronisch controlepatroongenerator 170, alsook aan de meetketens 164 en 166, waarbij verder drie-delende en diverse andere besturingssignalen daarover worden getransporteerd. De controle-15 patroongenerator 170 levert een voor een elektronisch controlepatroon indicatief signaal aan de multiplexer 158 welk signaal vervolgens in de AIE wordt vergeleken met het optische controlepatroon 151 teneinde daaropvolgend gedurende de operatiemodus van de camera, ruimtefout-, schaduwfout-, focusseerfout-, etc. correcties uit te voeren.
20 Vanuit de als damp werkzame filterketen 160 wordt verder een gekozen video-gerelateerd signaal toegevoerd aan een patroonherken-ningsketen 176 waardoor tevens het drie-delende en besturingssignaal zoals aanwezig respectievelijk op de busleiding 172 en de leidingen 174 vanaf de synchroniseer /· tempeergenerator 168 worden ontvangen. De in 25 fig. 2 weergegeven patroonherkenningsketen 176 komt overeen met de ketenuitvoering volgens de uitvinding en zoals in het onderstaande is beschreven met verwijzing naar de fig. 3A en 3B. Aldus vormt de keten 176 verschillende signalen die indicaties zijn voor de verschillende patroonconfiguraties binnen het diascooppatroon 151 wanneer laatst-30 bedoeld patroon gedurende de instelprocedure door de elektronenbundel wordt afgetast. In dit verband is de patroonherkenningsketen 176 in responsie op daaraan via de ingangen 172 en 174 toegevoerde besturingssignalen werkzaam om via een leiding 178 een uitgangssignaal indicatief voor een geldig schaakbordpatroonelement toe te voeren aan de tijdmeet-35 keten 166,via de leidingen 180 uitgangssignalen indicatief voor een geldige focussering en geldige positiemerktekentijdsignalen, toe te - - “32 0ΤΤΠ : -7- 4 » voeren aan de niveaumeetketen 164, en via een leiding 182 een uitgangssignaal indicatief voor een gekwalificeerd positiemerktekentijdsignaal toe te voeren aan de interface 184.
De uitgangssignalen van de meetketens 164 en 166 en die overeen-5 komen met de verschillende gedigitaliseerde foutmeetresultaten, worden toegevoerd naar een tussengeheugen 186 van de interface 184, waardoor de zich aldaar bevindende data voor het bestuur van de microprocessor 156 worden toegevoerd aan een processorgeheugén 188. De foutdata kunnen dan aan het geheugen 188 worden onttrokken via een systeem-10 databusleiding 190 teneinde voor verder gebruik bij het maken van foutcorrecties gedurende de operatiemodus van de camera, een en ander zoals beschreven in een eerder ingediende octrooiaanvrage, te waden toegevoerd aan de D/A-omzetter en/of (niet weergegeven) andere ketenvoorzieningen.
15 De.combinatie volgens het blokschema van fig. 2 is analoog aan hetgeen is beschreven in een eerder ingediende octrooiaanvrage zoals kan worden vastgesteld door vergelijking met fig. 1 van laatstbedoeld oudere aanvrage, waaruit de inrichting van de in het kader van de uitvinding gebruikte patroonherkenningsketen die zich bevindt in het 20 camerasysteem respectievelijk binnen de AIE, blijkt.
De fig. 3A en 3B geven een schema van een uitvoeringsvorm van de patroonherkenningsketen 176 die in fig. 2 is weergegeven. Een door een gekozen televisiecamera 152 volgens fig. 2 teweeggebracht videosignaal, wordt wanneer het optische controlepatroon 151 tijdens de 25 instelmodus wordt af getast, via de multiplexer en een leiding 20 toegevoerd aan als ingangsschakelaar werkzame middelen die zijn uitgevoerd in de vorm van een als versterker en damp werkzame keten 22. Laatstbedoelde keten is een versterker die in responsie op een geldig doofsignaal op een leiding 23 en corresponderende met de conventionele · 30 in het systeem werkzame horizontale en verticale doofsignalen, een omschakeling teweegbrengt tussen de ingangsleiding 20 en een vaste clamp-potentiaal afgeleid van een spanningsdeler 21. De versterker/damp 22 omvat een versterktrap 25 die de voor bediening van de volgende begrenzende diodes vereiste spanningsexcursie doet ontstaan. Aldus drijft de 35 versterker/damp 22 via een geschikte buffer 27 een diodeclamp 24 en een negatieve-piekdetector 26 aan. De diodeclamp 24 dampt de positieve —rm-tn------— i -8- excursie van het videosignaal aan een spanning overeenkomende met een diodespanningsval boven aarde, bijvoorbeeld +0,7 v. De damp is gekoppeld met een positieve-drempelcomparator 28 die via een spanningsdeler 30 is ingesteld op een vast drempelwaardeniveau, bijvoorbeeld +0,3 V.
5 De negatieve-piekdetector 26 is via een spanningsdeler 34 gekoppeld met een negatieve-drempelcomparator 32, waardoor een negatieve drempelwaarde wordt verkregen die een videosignaalamplitude volgt. De negatieve-drempelcomparator 32 is gekoppeld met de ingang van een monostabiele multivibrator die fungeert als een uitgangspulsvormer 36. Het niet-10 waar-uitgangssignaal afkomstig van laatstbedoelde keten, geeft via een leiding 38 een continu positiemerktekentijdsignaal als uitgangssignaal, welke uitgang correspondeert met de uitgangsleidingen 180 van fig. 2 en welk signaal aldus wordt toegevoerd aan de AIE meetketen 164 en vandaaruit aan de interface 184 van het systeem. Het ware uitgangs-15 signaal van de pulsvormer 36 voedt een positiemerktekentijdsignaal-uitgang welke leidt naar een kwalificerende NEN-poort 40 waarvan de uitgang is verbonden met een NOF-poort 42. Laatstbedoelde poort geeft via de leiding 182 van fig. 2 een gekozen centerlijnaftasting, meer in het bijzonder een gekwalificeerd positiemerktekentijdsignaal, dat 20 de telling vergrendeld van de zich in het microprocessorgeheugen 188 bevindende systeemtellers, een en ander zoals in de bovenbedoelde oudere octrooiaanvrage is beschreven in verband met het positiemerktekentijdsignaal op de leiding 214 van fig. 9 van die oudere aanvrage.
De uitgang van de positieve drempelcomparator 28 is gekoppeld 25 met een terugschakelbare één-slagmultivibrator 46 waarvan de uitgang is verbonden met een EN-poort die werkzaam is als aftrekketen 48.
Het aan de uitang van de comparator 28 ontwikkelde tijdsignaal wordt via een invertor 47 rechtstreeks toegevoerd aan de aftrekketen 48.
De één-slagketen 46 legt een tijdsduur vast die groter is dan die van 30 één schaakbordpatroonelement, dat wil zegger groter dan één microsec (zie.fig. 1). De vanaf de één-slagketens 46 afkomstige puls wordt via de aftrekketen 48 afgetrokken van de oorsprongpuls afkomstig van de comparator 28 en de verschilpuls wordt toegevoerd aan een paar monostabiele multivibrators 50 en 52 die respectievelijk een negatief en 35 een positief drempelwaardevenster teweegbrengen. De uitgang van de •monostabiele multivibrator 52 is gekoppeld met de vrijmaakingangen van 8201111 “ “ ' * : ' -9- de monostabiele multivibrator 50 en de uitgangspulsvormer 36. Het door de multivibrator 52 teweeggebrachte positieve drempelwaardevenster wordt ingeschakeld door de voorflank van de verschilpuls en dit venster is bepalend voor de maximaal toelaatbare tijd, dat wil zeggen 3,4 micro-5 sec waarbinnen de achterflank moet volgen. Het negatieve drempelwaardevenster zoals teweeggebracht door de multivibrator 50 wordt ingeschakeld door de achterflank van de verschilpuls en is bepalend voor een zeer smalle tijdgleuf, bijvoorbeeld 0,5 microsec waarbinnen de negatieve drempelovergang, dat wil zeggen de wit-zwartovergang van het 10 grove positiemerkteken, moet plaatsvinden. Dergelijke overgangen brengen via de uitgangspulsvormer 36 de positiemerktekentijdsignalen die in het voorafgaande werden genoemd, teweeg.
Behalve voorzieningen voor het teweegbrengen van grove positiemerktekentijdsignalen voor de detectie van positiemerktekens, omvat 15 de in fig. 3A weergegeven keteninrichting verbeterde ketenvoorzieningen die in plaats van in het frequentiedomein in het tijddomein werkzaam zijn en waarmee blokken van schaakbordpatroonelementen die zich bevinden binnen de banden van schaakbordpatroonelementen van het optische controlepatroon 151 kunnen worden gedetecteerd. Deze ketenvoorzieningen 20 vervangen de keten voor het vervullen van een soortgelijke functie en zoals weergegeven in de figuren 1 en 9 van de bovenbedoelde oudere octrooiaanvrage. Voor dit doel wordt het videosignaal dat via de in-gangsversterker/clamp 22 is versterkt, toegevoerd aan een begrenzer-keten 56 die een clampwerking vervult. De uitgang is gekoppeld met 25 respectievelijk positieve en negatieve drempelwaardecomparators 58 en 60 en vandaaruit met een NOF-poort 62. De drempelwaarden zijn bepaald door de respectievelijke spanningsdelers 64 en 66. Aan een derde ingang van de NOF-poort 62 wordt een geldig H/V doofsignaal toegevoerd via een lijn-doen-beginnende monostabiele multivibrator 68, die op zijn 30 beurt is gekoppeld met de leiding 23 waarop bedoeld doofsignaal aanwezig is. De NOF-poort 62 is gekoppeld met een terugschakelbare één-slag flip-flop 70 waarvan de waar-uitgang is gekoppeld met de terug-zetingang van een als uitgangsgrendel fungerende RS flip-flop 72 en waarvan de vrijmaakingang is gekoppeld met een systeemsynchronisatie-35 vergrendelend signaal dat aanwezig op een leiding 74. Door het synchronisatie- vergrendelend signaal is verzekerd dat de· tijdsignalering —timtt·——------------- -...... -....... - : -10- voor de keten is vergrendeld aan die van de desbetreffende camera 152 die wordt ingesteld. De zetingang van de uitgangsgrendel 72 is gekoppeld met de uitgang van de multivibrator 68. De uitgangsgrendel 72 ontvangt kloksignalering via de vier-bit met relatief hoge frequentie 5 en afkomstig van een H-adresbus (fig. 3B) zoals in het onderstaande verder zal worden beschreven. De uitgangsleiding 178 afkomstig van de grendel 72 geeft het geldige schaakbordpatroonsignaal af zolang wanneer de camera een band van schaakbordpatroonelementen aftast. Het geldige schaakbordpatroonsignaal komt overeen met het geldig-patroon-10 uitgangssignaal op de leiding 43 van de patroononderzoekingsketen 24 zoals weergegeven in de fig. 1 en 9 van de bovenbedoelde oudere octrooiaanvrage.
De uitgangsgrendel 72 wordt gezet bij het begin van elk blok van schaakbordpatroonelementen, en wel via de bovenvermelde vier-bit 15 van het H-adres, en deze grendel blijft gezet indien schaakbordpatroonelementen worden afgetast. Indien geen schaakbordpatroonelementen aanwezig zijn, of slechts gedeeltelijk aanwezig zijn gedurende het tijdsinterval van een blok, gaat de één-slagketen 70 omlaag en zet de grendel 72 terug. Teneinde een goede werking te verzekeren wordt de één-20 slagketen 70 via de synchronisatievergrendelingsleiding 74 vrijgemaakt en de grendel 72 wordt gezet bij het begin van elke actieve . videolijn en wel via de een lijn doen aanvangende multivibrator 68 en de H/V doofsignalering op de leiding 23. Wanneer gedurende een aftasting van een lijn geen schaakbordpatroonelementen aanwezig zijn wordt 25 de één-slagketen 70 niet teruggeschakeld en de grendel wordt teruggezet voordat de geldige toestand op de leiding 178 via de tijdmeet-keten 166 is onderzocht. Het voor geldige schaakpatroonelementen representatieve uitgangssignaal van de grendel 73 wordt tijdelijk opgeslagen en toegevoerd aan de AIE meetketen 166 en vandaaruit aan 30 het van de interface deeluitmakende geheugen 186, etc. zoals in fig. 2 is geïllustreerd. De grendel 72 is tevens gekoppeld met een eenvoudig laagdoorlatend filter en vandaaruit met een integrerende versterkketen 73 die op een leiding 75 die analoog is met de leiding 180 in fig. 2, een voor geldige focussering representatief uitgangssignaal teweeg-35 brengt voor verder gebruik in het stelsel ter correctie van focussering, een en ander zoals beschreven in een oudere octrooiaanvrage.
--------8 2 0 1 1 r 1---------------------- “ -11- 9 *
Gedurende één rasterinterval wordt elk grof positiemerkteken bij een NTSC televisiestandaard met 525 lijnen, 5 maal afgetast, waarbij echter slechts één positiemerktekentijdsignaal, meer in het bijzonder het tijdsignaal dat teweeg wordt gebracht bij de tweede van de opeen-5 volging geldige lijnaftastingen, wordt gebruikt voor het definiëren van de wit-zwartovergang die correspondeert met de desbetreffende posi-tiemerktekencoördinaten. Wegens deze reden is een geldig voorkomen van de positiemerktekentijdsignalen beperkt tot de respectievelijke gespecificeerde gebieden, meer in het bijzonder de positiemerktekenvensters 10 1-1 t/m 3-3, die zich rondom elk positiemerkteken bevinden (fig. 1).
Indien gedurende een raster een positiemerktekenovergang wordt gedetecteerd binnen het desbetreffende venster daarvan en gedurende elk van twee opeenvolgende lijnaftastingen, wordt de kwalificerende NEN-poort 40 tijdens de middenlijnaftasting doorlatend, waardoor het verwachte 15 middenlijn-positiemerktekentijdsignaal deze poort 40 kan passeren als het gekwalificeerde positiemerktekentijdsignaal dat wordt gebruikt om de systeemgrendels waarmee de leiding 182 is gekoppeld, te schakelen. Indien het tijdsignaal behorende bij het middelste positiemerkteken niet verschijnt binnen het bijbehorende venster in de volgende 20 lijnaftasting, wordt via een digitale tijdsignaal kwalificerende keten 54, weergegeven in fig. 3B, een puls teweeggebracht waardoor het effect van het daarvoor teweeggebrachte paar van positiemerktekentijdsignalen, teniet wordt gedaan. Hieruit volgt dat in een NTSC systeem een opeenvolgend stel van twee geldige positiemerktekentijdsignalen moet werden ga-25 detecteerd, onafhankelijk binnen elk desbetreffend venster, voordat een positiemerktekentijdsignaal wordt gekwalificeerd en voor een desbetreffend positiemerkteken een geldig positiemerktekenuitgangssignaal teweeg wordt gebracht op de leiding 182.
Daartoe wordt zoals in fig. 3B is geïllustreerd, het voor het 30 positiemerktekentijdsignaal representatieve uitgangssignaal dat wordt toegevoerd aan de kwalificerende NEN-poort 40, tevens toegevoerd aan de voor het kwalificeren van het digitale tijdsignaal dienende keten 54 en meer in het bijzonder aan een NEN-poort 78 van een tijdsignaal-poortketenconfiguratie 80. De NEN-poort 78 is gekoppeld met een NOF-35 poort 82 en tevens met de zetingang van een D-type flip-flop 83. die samen met een EN-poort 85 een tijdsignaal-statusgrendel 84 vormt.
8ΤΓΓΓΠ ‘ .......... ....... .......— * * : -12-
De NOF-poort 82 is gekoppeld met een schrijf pul spoort Βξ> die tevens is gekoppeld met de uitgang van de NEN-poort 85 van de tijdsignaal-statusgrendel 84- Het uitgangssignaal van de schrijfpulspoort 86 wordt toegevoerd aan de lees/schrijfingang van. een vrij toegankelijk 5 geheugen 88 van een volgende tijdsignaal-detectielus 89.
De tijdsignaal-kwalificerende keten 54 wordt in het algemeen bij elk van de negen grove positiemerktekens geschakeld door een aangewezen adres op de in het voorafgaande genoemde drie-delende busleiding 172 en welk adres bestaat uit een paar verticale (V) en een 10 paar horizontale (H) adresingangen. De busleiding 172 is gekoppeld met de ingangen van een adresmultiplexer 92 alsook met een paar NOF-poorten 94. Via een H-adresbusleiding 96 met een 8-bit woord overeenkomende met het H-adres van het systeem en in fig. 2 weergegeven als de leiding 174, worden de vier. minst betekenisvolle bits gekoppeld 15 met de adres multiplexer' 92. De 4-bit daarvan fungeert als de klok-signalering voor de uitgangsgrendel 72 die is weergegeven in fig. 3A, en deze bit wordt ook aangelegd aan de ingang van een schuifregister dat fungeert als een schnjfpulsvormer 97. De 3-bit en 0-bit ingangssignalen worden gekoppeld met de respectievelijke klokingangen van een 20 vertragingsketens 98 en 100.
De NOF-poorten zijn respectievelijk gekoppeld met een mono-stabiele multivibrator 101 en met een EN-poort 104. De monostabiele multivibrator 101 is gekoppeld met een andere monostabiele multivibrator 102 en vandaaruit met de EN-poort 104. Laatstbedoelde poort is 25 gekoppeld met een andere multivibrator 106. Deze laatstbedoelde poort dient als aanvoerbron voor het pseudo-positiemerktekentijdsignaal corresponderende met de bovenste linkerhoek 18. van elk van de positie-merktekenvensters (fig. 1), welk pseudó-positiemerktekentijdsignaal wordt toegevoerd aan de tweede ingang van de NOF-poort 42 die is weer-30 gegeven in fig. 3A, en waardoor het in het voorafgaande - genoemde gekozen vaste getal wordt toegevoerd aan het systeemgeheugen, en waardoor de hoek 18 van elk positiemerktekenvenster wordt geïdentificeerd.
Voor het geval waarin de gekozen opeenvolgende geldige positiemerkteken-tijdsignalen niet teweeg worden gebracht, wordt door het pseudo-getal 35 zulk een situatie aangeduid. De NOF-poorten 94 zijn tevens gekoppeld met een NEN-poort 108 die een uitgangssignaal representatief voor een ______ ......................
-13- posit iemerktekenvens ter teweegbrengt, welk uitgangssignaal via een schakelaar 110 en een leiding 112 wordt toegevoerd aan een geschikte monitor (niet weergegeven).
Aan een OF-poort 114 worden de H-adresingangssignalen van de 5 busleiding 172 toegevoerd, waardoor aan de ingang van een schuif- register 116 een terugzetpuls overeenkomende met het begin van de posi-tiemêrktekénvènsters wordt toegevoerd. Het uitgangssignaal van dit register wordt via een exclusief-OF-poort 117 toegevoerd aan een bij een vrij toegankelijk geheugen behorende grendel 118 van de volgende tijd-10 signaal-detectielus 89. De uitgang van de OF-poort 114 is tevens gekoppeld met de terugzetingang van de tijdsignaal-statusgrendel 84 en met de ingang van de vertragingsketen 98. De vertragingsketen 98 is gekoppeld met de tweede vertragingsketen 100 via welke uitgangssignalen worden toegevoerd aan een controle-venster monostabide multivibrator 15 120 en aan een schrijfpuls monostabiele multivibrator 122. Het uitgangs signaal van de multivibrator. 120 wordt toegevoerd aan de EN-poort van de tijdsignaal-statusgrendel 84 en het uitgangssignaal van de multivibrator 122 wordt toegevoerd aan een derde ingang van de schrijfpuls-poort 86.
20 De uitgang van het vrij toegankelijks geheugen 88 is gekoppeld met de bij dit geheugen behorende grendel 118 waarvan de uitgang wordt teruggekoppeld naar de ingang van een logische rekeneenheid 124 alsook naar een decodeerketen 126. De uitgang van de rekeneenheid 124 is gekoppeld met de ingangen van het vrij toegankelijke geheugen 88.
25 De uitgang van de decodeerketen 126 is via een inverter gekoppeld met de tweede ingang van de kwalificerende NEN-poort 40. De componenten 88, 118, 126 en 124 vormen de volgende tijdsignaal-detectielus 89 die in het voorafgaande werd genoemd, en welke middelen dienen voor het detecteren van een gekozen aantal van opeenvolgende geldige positie-30 merktekentijdsignalen en daarmee het gekozen middenaftasting-tijdsignaal voor een specifiek grof positiemerkteken.
Een V-blokkeersignaal dat overeenkomt met het voor het systeem werkzame V-doofsignaal, wordt vanaf een leiding 128 toegevoerd aan de woordkeuze-ingang van de adresmultiplexer 92, aan één ingang van de 35 tijdsignaal-poortconfiguratie 80, en aan één ingang van een OF-poort 130. Het andere ingangssignaal voor de OF-poort 130 is afkomstig van
82 0 1 1 ÏT
: -14- V φ de EN-poort' 85 van de tijdsignaal-statusgrendel 84, welke poort 130 is gekoppeld met een besturingsingang van de rekeneenheid 124. Via een leiding 132 wordt een systeemkloksignaal met een frequentie van 8 MHz toegevoerd aan de kloksignaalingangen van de multiplexer 92 en 5 van de schuifregisters 97 en 116.
In het onderstaande wordt thans verwezen naar de fig. 3A en 3B en 4A en 40; gedurende de instëlmodus is een camera 152 werkzaam om het optische controlepatroon 151 zoals weergegeven in fig. 1, af te tasten, waarbij elke rij van grove positiemerktekens 1-1 t/m 3-3 10 is voorgesteld door de golfvorm zoals weergegeven in fig. 4B. Een via de positiemerktekens 1-1, 1-2 en 1-3 verlopende lijnaftasting is bijvoorbeeld weergegeven waarbij de drie opeenvolgende negatief gerichte overgangen in fig. 4B corresponderen met de wit-zwartovergangen van de opeenvolgende positiemerktekens 1-1, 1-2 en 1-3 van fig. 1. De in 15 fig. 4C weergegeven golfvorm is illustratief voor het gefilterde cameravideosignaal waarmee de ingangsversterker 22 de diodeclamp 24 en de negatieve-piekdetector 26 a'andrijft. De diodeclamp is werkzaam om de positieve excursie van het videosignaal één diodespanningsval, dat wil zeggen 0,7 V hoger dan aardpotentiaal, in te stellen. De posi-20 tieve drempel is een vast niveau van -*0,3 V en de negatieve drempel wordt afgeleid via de negatieve-piekdetector 26 en volgt de signaal-amplitude. Het uitgangssignaal van de positieve drempelwaardecomparator 28 (fig. 4D) schakelt de één-slagmultivibrator 46, die een tijdsinterval definieert dat groter is dan één schaakbordpatroonelement, bijvoor-25 beeld 1,6 microsec (fig. 4E). Deze puls wordt via de aftrekketen 48 afgetrokken van de oorsprongpuls (fig. 4D), waardoor verschilpulsen ontstaan waarvan de golfvorm is weergegeven in fig. 4P en waardoor ongewenste schakelacties door schaakbordpatroonelementen of kort durende ruispulsen worden geëlimineerd. - 30 De verschilpuls wordt gebruikt voor het vormen van twee tijd- vensters. Het door de voorflank van de puls volgens fig. 4F ingeschakelde venster dat teweeg wordt gebracht door de multivibrator 52, bepaalt het maximaal toelaatbare tijdsinterval waarbinnen de achterflank moet plaatsvinden (fig.,41). Het door de achterflank van de puls inge-35 schakelde en door de multivibrator 50 gevormde venster, bepaalt een een tijdgleuf (fig. 4G) waarbinnen de negatieve drempeloverschrijding ——8 2 0 1 1 1Ί------------ * -15- (fig. 4C), dat wil zeggen de wit-zwartovergang, moet plaatsvinden.
Een geldige overgang wordt dan via de uitgangspulsvormer 36 gebruikt voor het teweegbrengen van het positiemerktekentijdsignaal (fig. 4H). De gekozen reeks van positiemerktekentijdsignalen wordt toegevoerd 5 via de uitgangsleiding 38 alsook toegevoerd aan de digitale tijdsignaal kwalificerende keten 54.
De keten 54 wordt gebruikt om vast. te stellen of het vereiste aantal geldige positiemerktekentijdsignalen is verschenen, en in het bijzonder om vast te stellen of een geldig gekozen middenpositiemerk-10 tekentijdsignaal heeft plaatsgevonden. De keten 54 wordt-In wezen geschakeld in responsie op de aangewezen adressen van elk van de negen grove positiemerktekens die via de drie-delende busleiding 172 en de leiding 174 van de synchroniseer/tempeergenerator 168 van fig. 2 worden aangeboden.
15 Het op de leiding 128 aanwezige V-blokkeersignaal (d.w.z. het V-doofsignaal) zet het vrij toegankelijke geheugen 88 terug zodat de rekeneenheid 124 via de OF-poort 130 wordt gezet op een uitgangs-functie gelijk aan nul. Gedurende het verticale interval wordt via de H-adresbusleiding 96 tevens een hoogfrequente adresverandering aange-20 boden aan de adresmultiplexer 92, waarbij via het schrijfpulsvormer-register 97 een schrijfpuls wordt aangeboden teneinde aldus al de plaatsen in het vrij toegankelijke geheugen vrij te maken doordat daarin nullen worden ingeschreven. Daartoe wordt de 4-bit van de H-adresbusleiding 96 toegevoerd aan het schuifregister 97 waardoor de 25 puls in responsie op het op de leiding 132 aanwezige kloksignaal wordt vertraagd. De vertraagde uitgangsignalen van het schuifregister 97 worden samen met het V-blokkeersignaal toegevoerd aan de voor de tijdsignalen bedoelde poortconfiguratie 80. De configuratie 80 maakt vervolgens de NOF-poort 82 doorlatend die op zijn beurt het teweegbrengen 30 van de schrijfpuls via de schrijfpulspoort 86 mogelijk maakt. Aldus blijkt dat gedurende het V-interval de NOF-poort 82 via het schuifregister 97 doorlatend wordt gemaakt, en na het V-interval het positiemerktekentijdsignaal vanaf de pulsvormer 36 en via de NEN-poort 78 daaraan wordt aangeboden.
35 Na het verschijnen van het V-doofinterval, dat wil zeggen het op de leiding 128 aanwezige V-blokkeersignaal, zijn nullen ingeschreven 8201111 -16- in het vrij toegankelijke geheugen 88 en het eerste adres, d.i. het positiemerkteken .1-1, verschijnt bij de adre smult iplexer 92. Het bijbehorende eerste positiemerktekentijdsignaal wordt toegevoerd aan de tijdsignaalpoortconfiguratie 80 die op zijn beurt het signaal via 5 de NOF-poort 82 toevoert aan de schrijfpulspoort 86. Het tijdsignaal zet tevens de tijdsignaal-statusgrendel 84 die wordt gebruikt om te detecteren of gedurende een eerdere lijnaftasting voor dat adres een geldig positiemerktekentijdsignaal aanwezig is geweest. Indien een geldig tijdsignaal aanwezig is, wordt door de schrijfpulspoort 86 een 10 "1" geschreven in het adres van het vrij toegankelijke geheugen 88, waarbij dat desbetreffende adres door middel van de adresmultiplexer 92 in het vrij toegankelijk geheugen wordt ingevoerd. Indien de volgende afgetaste lijn een geldig positiemerktekentijdsignaal produceert wordt de zich in het yrij toegankelijke geheugen bevindende "1" in-15 gelezen in de bij dit .vrij toegankelijk geheugen behorende grendel 118, wordt de rekeneenheid 124 door de binnenkomende "1" van de tweede lijn opgehoogd, en een binaire 2 wordt in het adres van het vrij toegankelijke geheugen 88 ingeschreven. De rekeneenheid 124 wordt ofwel door de tijdsignaal-statusgrendel 84, ofwel vanaf de V-blokkeersignaal-20 leiding 128, via de OF-poort 130 geprogrammeerd voor hetzij een functie F + 1 indien de grendel 84 is gezet door een geldig tijdsignaal, hetzij voor een functie van nul indien de grendel niet is gezet, dat wil zeggen indien gedurende een specifieke aftasting geen geldig tijdsignaal aanwezig is. Aldus is de lus 89 werkzaam om de inhoud van de 25 eerdere lijn te onderzoeken en de. inhoud bij het begin van het specifieke positiemerktekenadres in de grendel 118 voor het vrij toegankelijke geheugen in te voeren. Bij een NTSC-televisiestandaard-systeem met 525 lijnen, wordt de tweede geldige aftasting gekozen als de middenaf tasting, zodat de decodeerketen 126 is ingesteld voor het 30 detecteren van de lijn met het nummer 2. In het PAL-systeem is de derde geldige aftasting de geldige aftasting. Aldus geldt voor een NTSC-systeem dat wanneer de tweede lijn is afgetast en een geldig middenpositiemerktekentijdsignaal is ontvangen,· de tijdsignaal-statut-grendel 84 gezet blijft en het middenpositiemerktekentijdsignaal 35 wordt gekwalificeerd, dat wil zeggen wordt via de kwalificerende poort-keten 40 doorgelaten naar de uitgangsleiding 182.
82 0 1 1 1 1 -17-
In verband hiermee is de golfvorm representatief voor een rij van positiemerktekenvensters van fig. 1 gedurende corresponderende lijnaftastingen binnen de vensters, weergegeven in fig. 4J, en welke golfvorm teweeg wordt gebracht door de synchroniseer/tempeergenerator 5 168 van het systeem zoals weergegeven in fig. 2. Op het moment waarop de voorflank van het positiemerktekenvenster verschijnt, wordt via de drie-delende H-adressen op de busleiding 172 een terugzetpuls (fig. 4K) aangeboden aan de tijdsignaal-statusgrendel 84 teneinde deze grendel terug te zetten zodat detectie van het bijbehorende 10 positiemerktekentijdsignaal mogelijk is. De terugzetpuls leidt tevens een vertraging in via de vertragingsketen 98 (fig. 4L) en een tweede vertraging via de vertragingsketen 100 (fig. 4M) waardoor aldus een synchronisatiepuls met constante breedte teweeg wordt gebracht en welke puls is vergrendeld aan het systeemkloksignaal voor de desbe-15 treffende camera. De achterflank van de tweede vertraging zet de multivibrator 120 in werking om de controlevensterpuls van fig. 4n teweeg te brengen waardoor de keten in staat is om de statusgrendel 84 aan het eind van het positiemerktekenvenster te onderzoeken teneinde na te gaan of een tijdsignaal aanwezig was. Indien een tijd-20 signaal aanwezig was blijft de tijdsignaal-statusgrendel 84 gezet, en wordt de rekeneenheid 124 via de EN-poort 85 en OF-poort 130 opgehoogd, maakt de multivibrator 122 de schrijfpulspoort 86 doorlatend, en de schrijfpuls van fig. 40 schrijft een "1" in het desbetreffende adres van het vrij toegankelijke geheugen 88. Indien gedurende het venster 25 geen positiemerktekentijdsignaal aanwezig was, worden in het desbetreffende adres van het vrij toegankelijke geheugen nullen ingeschreven via de grendel 84, de OP-poort 130 en de rekeneenheid 124, waardoor wordt aangegeven dat gedurende de aftasting van dat desbetreffende positiemerktekenvenster geen geldig positiemerktekentijdsignaal aan-30 wezig was. Aldus is de keten immuun voor ruis in die zin dat onregelmatige ruispulsen worden geblokkeerd.
Indien gedurende een positiemerktekenvenster geen positiemerk-tekentijdsignalen worden gekwalificeerd, moet zulks aan de microprocessor 156 (fig. 2) kenbaar worden gemaakt. Daartoe wordt het 35 pseudo-tijdsignaal toegevoerd via de drie-dëlende busleiding 172, de poorten 94 en 104 en de multivibrators 101, 102 en 106 bij de bovenste 82() i 111 ' .............. .............
-18- linksgelegen geometrische hoek 18 van elk desbetreffend venster.
Het pseudo-tijdsignaal wordt toegevoerd aan het zich in de interface 184 bevindend geheugen 186. Indien een gekwalificeerd positiemerk-tekentijdsignaal hieropvolgend niet wordt overgeschreven over de 5 pseudo-tijdsignalen in de desbetreffende adressen, wordt door de microprocessor 156 direkt het bijbehorende pseudo-woord gedetecteerd en een passend uitgangssignaal wordt teweeggebracht waardoor een dergelijke toestand aan een bedieningspersoon kenbaar wordt gemaakt.
8201111 " “

Claims (10)

1. Patroonherkenningsketeninrichting voor het maken van onderscheid tussen gegeven patroonconfiguraties van een optisch controle-patroon wanneer dit laatstbedoelde patroon door een bundel wordt afgetast gedurende een automatische instelprocedure voor een televisie-5 camera, van welke patroonconfiguraties deeluifcmaken zich op afstand bevindende wit-zwart grove positiemerktekens en banden van wit-zwart schaakbordpatroonelementenblokken, gekenmerkt door tijdsignaalketen-voorzieningen voor het teweegbrengen van een opeenvolging van positie-merktekentijdsignalen die indicatief zijn voor wit-zwartovergangen 10 van de positiemerktekens in het optische controlepatroon; en met de tijd-signaalketenvoorzieningen gekoppelde kwalificerende ketenvoorzieningen die zijn ingericht om vast te stellen of de tijdsignaalketenvoorzie-ningen een gekwalificeerd positiemerktekentijdsignaal teweeg hebben gebracht in responsie op een gekozen opeenvolging van positiemerkteken-15 tijdsignalen.
2. Keteninrichting volgens conclusie 1, gekenmerkt door één geheel met de kwalificerende ketenvoorzieningen vormende positiemerkteken-venster teweegbrengende middelen die zijn ingericht voor het vormen van. een gekozen positiemerktekentijdvenster dat zich om elk grof 20 positiemerkteken bevindt.
3. Keteninrichting volgens de conclusies 2 of 3, met het kenmerk, dat van de tijdsignaalketenvoorzieningen deel uitmaken tijdsignaal-drempelmiddelen voor het vormen van gekozen positieve en negatieve tijds ignaal-drempels met gekozen pulsduurintervallen waarbinnen de : 25 positiemerktekentijdsignalen verschijnen.
4. Keteninrichting volgens één van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat van de tijdsignaal- en kwalificerende ketenvoorzieningen deel uitmaken als pulsvormer fungerende middelen die in responsie op de werking van de drempelmiddelen de positiemerktekentijd- 30 signalen toevoeren; en met de als pulsvormer fungerende middelen gekoppelde kwalificatiepoortmiddelen die in responsie op de werking van de kwalificerende ketenvoorzieningen het gekwalificeerde positiemerktekentijdsignaal toevoeren. -82 0 1 1 1 1----------------------------------------- y v / -20-
5. Keteninr.ishting volgens één van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat van de tijdsignaalketenvoorzieningen deel uitmaken met de positieve drempelmiddelen gekoppelde als aftrekketen werkzame middelen die een verschilpuls met een gekozen tijdsduur 5 beschikbaar stellen; en met de als aftrekketen werkzame middelen gekoppelde en daardoor met de als pulsvormer werkende middelen gekoppelde tijdsignaaldrempelvenster-genererende middelen.
6. Keteninrichting volgens één van de voorafgaande conclusies, gekenmerkt door één geheel met de tijdsignaalketenvoorzieningen vor- 10 mende schaakbordpatroonelementketenvoorzieningen voor het teweegbrengen van een schaakbordpatroonelement-geldig uitgangssignaal dat indicatief is voor wit-zwartovergangen van de schaakbordpatroonele-menten in het optische controlepatroon.
7. Keteninrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de 15 schaakbordpatroonelementketenvoorzieningen omvatten positieve en negatieve drempelcomparators die reageren op de bundelaftasting van de banden van schaakbordpatroonelementenblokken; en met de drempel-comparators gekoppelde flip-flopvoorzieningen voor het teweegbrengen van een uitgangssignaal aangevende dat een geldige aftasting van de 20 schaakbordpatroonelementblokken heeft plaatsgevonden.
8. Keteninrichting volgens één van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de kwalificerende ketenvoorzieningen omvatten met de als pulsvormer fungerende middelen gekoppelde tijdsignaalpoort-middelen die in responsie op de reeks van positiemerktekentijdsignalen 25 corresponderende meervoudige schrijfpulsen teweegbrengen; en als tijdelijk geheugen werkzame middelen die in responsie op de corresponderende meervoudige schrijfpulsen die via de gekozen opeenvolging van positiemerktekentijdsignalen binnen elk positiemerktekentijd-venster teweeg zijn gebracht, een gekozen binair woord voor de des-30 betreffende grove positiemerktekens opslaan. .
9. Keteninrichting volgens fig. 8, met het kenmerk, dat door de bundelaftasting een videoingangssignaal corresponderende met de patroonconfiguraties van het optische controlepatroon wordt toegevoerd aan de tij dsignaaldrempelmiddelen en de schaakbordpatroon- 35 elementdrempelcomparators;waarbij in de keteninrichting tempeer/stuursignalen naar keuze zijn gekoppeld met het videoingangssignaal voor —8-m-t-H---------------- -21- het besturen van de kwalificerende, tijdsignaal- en schaakbordpatroon- 1 elementketenvoorzieningen, waarbij met de als tijdelijk geheugen werkzame middelen alsook met de tijdsignaalpoortmiddelen, adresmiddelen zijn gekoppeld die in afhankelijkheid van de positie van de aftasten-5 de bundel, positielnformatie van elk positiemerktekentijdvensteradres toevoeren.
10. Keteninrichting volgens één van de voorafgaande conclusies, gekenmerkt door pseudo-tijdsignaal teweegbrengende middelen die in responsie op de adresmiddelen een pseudo-tijdsignaal teweegbrengen 10 dat correspondeert met een gekozen positiemerktekentijdvenster en dat indicatief is voor de afwezigheid van een gekwalificeerd positié-merktekentijdsignaal binnen het desbetreffende positiemerktekentijdvenster. —8-2-0 1 1 1-1-:-------------------- -
NL8201111A 1981-04-08 1982-03-17 Patroonherkenningsketeninrichting. NL8201111A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US06/252,108 US4414573A (en) 1981-04-08 1981-04-08 Pattern recognition circuit for reliably distinguishing between different portions of a diascope pattern during video camera setup
US25210881 1981-04-08

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8201111A true NL8201111A (nl) 1982-11-01

Family

ID=22954637

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8201111A NL8201111A (nl) 1981-04-08 1982-03-17 Patroonherkenningsketeninrichting.

Country Status (7)

Country Link
US (1) US4414573A (nl)
JP (1) JPS57176483A (nl)
CA (1) CA1175550A (nl)
DE (1) DE3213299C2 (nl)
FR (1) FR2503967B1 (nl)
GB (1) GB2096857B (nl)
NL (1) NL8201111A (nl)

Families Citing this family (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4524390A (en) * 1983-03-07 1985-06-18 Eastman Kodak Company Imaging apparatus
US4698685A (en) * 1986-05-28 1987-10-06 Rca Corporation Apparatus and method for correcting CCD pixel nonuniformities
US5033015A (en) * 1988-08-12 1991-07-16 Hughes Aircraft Company Automated system for testing an imaging sensor
JP2841301B2 (ja) * 1989-04-28 1998-12-24 池上通信機株式会社 カラーテレビカメラの色補正装置
DE4236950C1 (de) * 1992-11-02 1994-03-24 Ulrich Dr Solzbach Verfahren und Vorrichtung zur Bearbeitung und Darstellung von Bildsequenzen
JPH099270A (ja) * 1995-06-23 1997-01-10 Sony Corp ビデオカメラおよびビデオカメラ装置
US5666152A (en) * 1995-09-20 1997-09-09 Mci Corporation Rotating visual display for video testing
JP3661817B2 (ja) 1996-09-03 2005-06-22 ソニー株式会社 色補正装置、色補正制御装置および色補正システム
JPH10285610A (ja) * 1997-04-01 1998-10-23 Sony Corp 色補正装置および色補正制御装置
US6992696B1 (en) 2000-10-26 2006-01-31 Lockheed Martin Corporation Image test target for visual determination of digital image resolution
JP2005191387A (ja) * 2003-12-26 2005-07-14 Fujitsu Ltd 撮像素子試験方法及び装置
US7554575B2 (en) * 2005-10-28 2009-06-30 Seiko Epson Corporation Fast imaging system calibration

Family Cites Families (10)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3732366A (en) * 1971-08-13 1973-05-08 Oklahoma School Of Electrical Video pattern recognition system
US4115804A (en) * 1975-05-23 1978-09-19 Bausch & Lomb Incorporated Image analysis data extraction
GB1602618A (en) * 1977-05-30 1981-11-11 Rca Corp Automatic setup system for television camera
DE2803653C3 (de) * 1978-01-27 1986-05-28 Texas Instruments Deutschland Gmbh, 8050 Freising Ausrichtvorrichtung
WO1979000717A1 (en) * 1978-03-06 1979-10-04 Rca Corp Automatic setup system for television cameras
US4215368A (en) * 1979-03-15 1980-07-29 Rca Corporation Memory addressing system for automatic setup TV camera system
DE2910580C3 (de) * 1979-03-17 1982-01-21 Texas Instruments Deutschland Gmbh, 8050 Freising Ausrichtvorrichtung
US4285004A (en) * 1980-02-25 1981-08-18 Ampex Corporation Total raster error correction apparatus and method for the automatic set up of television cameras and the like
US4354243A (en) * 1980-04-11 1982-10-12 Ampex Corporation Two dimensional interpolation circuit for spatial and shading error corrector systems
US4326219A (en) * 1980-04-11 1982-04-20 Ampex Corporation Digital error measuring circuit for shading and registration errors in television cameras

Also Published As

Publication number Publication date
GB2096857B (en) 1984-10-24
US4414573A (en) 1983-11-08
DE3213299C2 (de) 1984-07-05
JPS57176483A (en) 1982-10-29
FR2503967B1 (fr) 1986-09-19
FR2503967A1 (fr) 1982-10-15
GB2096857A (en) 1982-10-20
DE3213299A1 (de) 1982-10-28
CA1175550A (en) 1984-10-02

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US4000397A (en) Signal processor method and apparatus
NL8201111A (nl) Patroonherkenningsketeninrichting.
JPH03502018A (ja) 散乱物が存在する背景内にある目標物を自動獲得するための装置及び方法
GB2256770A (en) Monitoring noise in a video signal
DE2736567A1 (de) Schaltungsanordnung zur uebertragung von radarimpulssignalen in einem radarsystem mit digitalisierter videosignalauswertung und einer digitalen stoerungssperrschaltung
DE69016089T2 (de) Gerät zur Ermittlung des Übersprechniveaus eines optischen Lesesignales.
GB1264804A (en) Counting logic for scanning systems
HK117097A (en) Method and apparatus for qualifying data pulses in a raw data signal produced by a magnetic transducer
DE2106035C3 (de) Vorrichtung zur Überprüfung der Formübereinstimmung eines elektromagnetisch erzeugten Objektbildes mit einem vorgegebenen Schema
DE3031120A1 (de) Anordnung zum feststellen von unregelmaessigkeiten des randes von prueflingen
KR910009465B1 (ko) 자기기록장치의 신호재생회로
JPS58170183A (ja) 映像信号処理方法
US3892950A (en) Average value crossover detector
US3700790A (en) Color television cameras
JPH01284069A (ja) 画像入力装置
US3958079A (en) Real time, TV-based, point-image quantizer and sorter
KR930006386B1 (ko) 이동 목표물을 분절하여 검출하는 방법 및 검출장치
US3813486A (en) Image analysis
US5239422A (en) Rotary head type digital magnetic recording-reproducing apparatus
GB2059107A (en) Tangential servo control signal generating device
RU2226700C2 (ru) Амплитудный пеленгатор постановщиков активных помех
US3500324A (en) Analog segmentation apparatus
KR940004499B1 (ko) 브이 씨 알의 종단 기록 및 검출 회로
US2987706A (en) Signal detector
DE2030490C3 (de) Daten-Aufzeichnungssteuereinrichtung

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed