NL8200764A - Inrichting voor het glad strijken en drogen van vochtig wasgoed. - Google Patents
Inrichting voor het glad strijken en drogen van vochtig wasgoed. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8200764A NL8200764A NL8200764A NL8200764A NL8200764A NL 8200764 A NL8200764 A NL 8200764A NL 8200764 A NL8200764 A NL 8200764A NL 8200764 A NL8200764 A NL 8200764A NL 8200764 A NL8200764 A NL 8200764A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- laundry
- ironer
- cylinder
- added
- heat
- Prior art date
Links
- 238000001035 drying Methods 0.000 title claims description 23
- 238000009499 grossing Methods 0.000 title claims description 11
- 239000004744 fabric Substances 0.000 claims description 4
- 230000001681 protective effect Effects 0.000 claims description 3
- XEEYBQQBJWHFJM-UHFFFAOYSA-N Iron Chemical compound [Fe] XEEYBQQBJWHFJM-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 4
- 238000005452 bending Methods 0.000 description 4
- 235000013312 flour Nutrition 0.000 description 3
- 238000010438 heat treatment Methods 0.000 description 3
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 2
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 2
- 229910052742 iron Inorganic materials 0.000 description 2
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 2
- 230000002093 peripheral effect Effects 0.000 description 2
- 238000005406 washing Methods 0.000 description 2
- 230000001419 dependent effect Effects 0.000 description 1
- 230000008676 import Effects 0.000 description 1
- 238000010409 ironing Methods 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 238000005096 rolling process Methods 0.000 description 1
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D06—TREATMENT OF TEXTILES OR THE LIKE; LAUNDERING; FLEXIBLE MATERIALS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- D06F—LAUNDERING, DRYING, IRONING, PRESSING OR FOLDING TEXTILE ARTICLES
- D06F67/00—Details of ironing machines provided for in groups D06F61/00, D06F63/00, or D06F65/00
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D06—TREATMENT OF TEXTILES OR THE LIKE; LAUNDERING; FLEXIBLE MATERIALS NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
- D06F—LAUNDERING, DRYING, IRONING, PRESSING OR FOLDING TEXTILE ARTICLES
- D06F65/00—Ironing machines with rollers rotating against curved surfaces
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Textile Engineering (AREA)
- Drying Of Solid Materials (AREA)
- Treatment Of Fiber Materials (AREA)
- Structure Of Belt Conveyors (AREA)
- Accessory Of Washing/Drying Machine, Commercial Washing/Drying Machine, Other Washing/Drying Machine (AREA)
- Crystals, And After-Treatments Of Crystals (AREA)
Description
- 1 -
Inrichting voor het gladstrijken en drogen van vochtig .
- wasgoed.
Deuitvinding heeft betrekking op een inrichting voor het glad strijken en drogen van vochtig wasgoed, waarbij deze inrichting een verwarmde en aangedreven cilinder en een bak-mangel heeft en voor het transport van het wasgoed aan de 5 verwarmde en aangedreven cilinder rondlopende wasgoedgelei-dings organen zijn toegevoegd, die deze cilinder zo veel mo-gelijk omgeven.
Efen combinatie van een verwarmde en aangedreven cilinder met een meerbakken mangel is reeds bekend ( U.S. octrooi-10 schrift 3 634 958, Int. kl. D 06 f, 61/00).
Deze cilinder wordt door rondlopende wasgoedtransportban-den en door rondlopende wasgoedgeleidingsbanden zover raogelijk omgeven. Het wasgoed wordt op een afzonderlijke transportinrichting gelegd en door deze transportinrichting naar de ci-15 Under gevoerd. De voorkant van het stuk wasgoed valt van de transportinrichting in de inlaatwig,die wordt gevormddoor de cilinder en door de rondlopende wasgoedtransportbanden. Het stuk wasgoed wcrdt tusseru de;wasgoedtransportbanden en de wasgoedgeleidingsbanden aan de buite reijde van demantel van de cilin-20 der bewogen. Nadat het stuk wasgoed de cilinder is gepasseerd, wOrdt het door het overbrengtraject \an de meerbakkenmangel geleid, dat wordt gevormd door de wasgoedtranspOrtbanden. Daar-bij valt de voorkant van een stuk wasgoed weer op de in-laattransportinrichting van de meerbakkenmangel. Door de 25 vrije val van de voorkant van het stuk wasgoed zowel in de in-laatwig aan de cilinder alsook bij het overgeven van het overbrengtraject naar de inlaattransportinrichting van de meerdere bakken treedt een ongecontroleerde bewegingsafloop van een stuk wasgoed tijdens deze fase op, wat tot een vervor-30 ming van het stuk wasgoed kan leiden, dat in het bijzonder bij een volgend vouwen nadelig kan zijn. Deze inlaattransportinrichting van de bakkenmangel vereist verder meer kosten, bij voorbeeld wat betreft de benodigde plaatsruimte, de vervaar-diging en het onderhoud.
35 Verder is afhankelijk van de trapsgewijze verhoging van de snelheid van de afstanden van de stukken een vergroting roodzakelijk, wat . de" volledige mangelbenutting negatief 8200764 -2- Λ % beinvloedt. Ook vereist de afzonderlijke transportin-richting, die voor de cilinder is aangebracht, een verHindering van de bruikbare omslingering van de cilinder. Verder liggen de stukken wasgoed na het passeren van de cilinder op 5 het overbrenggebied vrij en zijn dus blootgesteld aan de omgevingstemperatuur. Daardoor treedt een afkoellng van het stuk wasgoed op, wat autoraatisch een verlies aan energie be-tekent, dat door de meertakkenmangel, die achter de cilinder is aangebracht, weer moet worden gecompenseerd.
10 Ook in de meerbakkenmangel, die na de cilinder is aan gebracht, treden . verdere erergieverliezen op. Dit is het gevolg van de draaiende mangelcilinder. , die nadat de cilin-dersector in het droog- en gladstrijkgebied van de bak is verwarmd, door de draaiende beweging dit bakgebied verlaat en 15 aansluitend weer tot het weertreden in het bakkengebied is blootgesteld aan de omgevingstemperatuur. Deze hoeveelheid warmte meet worden gecompenseerd £ij h et opnieuw treden in het bakkengebied door een extra hoeveelheid warmte, die naar de bak moet worden'gevoerd.
20 De uitvinding beoogt een inrichting voor het gladstrij- ken en drogen van vochtig wasgoed te verschaffen, waarbij onder zo groot mogelijke benutting van de hoeveelheid warmte, die naar de inrichting is geleid, een veilige geleiding van het wasgoed binnen de inrichting plaats vindt en de kosten 25 vanvervaardiging en oriderhoud worden ver minderd.
Aan de uitvinding ligt het probleem ten grondslag de inrichting voor het gladstrijken en drogen van vochtig wasgoed zodanig uit te voeren, dat een verwarmde en aangedreven cilinder, een overbrengtraject en een bakmangel zoveel nogelijk 30 z ijn afgeschermd van de omgevingstemperatuur en de stukken wasgoed zonder afzonderlijke toevoerinrichting naar de cilinder en een afzonderlijke tussentransportinrichting naar de bakkenmangel worden geleid.
Dit probleem wordt volgens de uitvinding opgelost, doordat 35 de inrichting voor het glad strijken en drogen van vochtig wasgoed een verwarmde en aangedreven cilinder en een bakkenmangel heeft en voor het transport voor het wasgoed wasgoedge-leidingsorga ien zijn toegevoegd aan de verwarmde en aangedreven cilinder, die deze zover mogelijk omgeven, waarbij de 40 verwarmde en aangedreven c Hinder en de bakkenmangel binnen 8200764 - 3 - een nagenoeg gesloten en warmte-isolerend omhulsel zijn aan-gebracht en de wasgoedgeleidingsorganen, die zijn toegevoegd aan de verwarmde en aangedreven cilinder, zijn uitgevoerd als bLnnen het warmte-isolerende omhulsel aangebrachte rond-5 lopende wasgoedgeleidingsbanden en als telkens het stuk was-goed dragende en een aanleggebied in het overbrenggebied vormende en nagenoeg volledig binnen het warmte-isolerende omhulsel aangebrachte rondlopende meeloperbanden en de rond-lopende wasgoedgeleidingsbanden, die zijn toegevoegd aan de 10 bakmangel, na de uitlaat van de bakkenmangel buiten het warmte-isolerende omhulsel naar de inlaat van de bakkenmangel terugvoerbaar zijn.
Spaninrichtingen zijn telkens toegevoegd aan de cilinder, die is aangebracht binnen het warmte-isolerende omhul-15 sel, en aan het wasgoedgeleidingsorgaan, dat is toegevoegd aan de bakkenmangel. Verder zijn aan de meeloperbanden, die behoren bij de cilinder, in het aanleggebied een bescherm-inrichting, die invloed uitoefent op de aandrijving van de cilinder en van de bakkenmangel, en in het overbrenggebied 20 een overbrenginrichting, die steekt tot in de inlaatwig van de bakkenmangel, toegevoegd.
De inrichting volgens de uitvinding werkt als volgt:
De stukken wasgoed, die moeten worden gedroogd en glad gestreken, wo rden in het aanleggebied op de meeloperban-25 den gelegd en door deze banden getransporteerd naar de cilinder. Tevens waarborgen de meeloperbanden in verbinding met de wasgoedgeleidingsbanden, die zijn toegevoegd aan de cilinder, een veilig geleiden van de stukken wasgoed langs de cilinder en in het bijzonder door dewasgoedgeleidings-.
30 banden een veilig verder transport in het overbrenggebied. Door de overbrenginrichting, die van het overbrenggebied tot in de inlaatwig van de bakkenmangel reikt, is een veilig overbrengen van het stuk wasgoed in de bakkenmangel ge-waarborgd. Omdat de bij de cilinder behorende wasgoedgelei-35 dingsorganen (meeloperbanden en wasgoedgeleidingsbanden), tengevolge van het betrekkelijk hoge vochtigheidsgehalte van het wasgoed niet zijn blootgesteld aan een te grote thermische belasting, worden deze wasgoedgeleidingsorganen hinnen een warmte-isolerend omhulsel geleid, dat de cilinder 40 en de bakkenmangel omgeeft, terwijl de wasgoedgeleidings- 8200764 « % - 4 - banden van de bakkenmangel, en wel na het lopen door de bakkenmangel, van de uitlaat van de bakkenmangel tot ongeveer de inlaat van de bakkenmangel buiten het warmte-isolerende om-hulsel worden teruggeleid.
5 De uitvinding zal hieronder nader worden uiteengezet aan de hand van de tekening, waarin bLj wijze van voorbeeld een uitvoeringsvorm van de inrichting volgens de uitvinding is weergegeven., Daarin toont: fig. 1 schematisch de inrichting voor het glad strij-10 ken en drogen van vochtig wasgoed; fig. 2 schematisch de geleidingsrol; fig. 3 de doorsnede III-III van fig. 2.
Zoals uit fig. 1 blijkt, is in een frame 1. een verwarm-de cilinder 2 aangebracht. Om deze draaibaar gelegerde en aan-15 gedreven cilinder 2, die bij voorbeeld dient als voorverwarm-of ook als voordroogcHinder, lopen verscheidene maar ten minste twee meeloperbanden 3, die worden geleid over ombuig-rollen 4,5,6,7,8 alsmede over de bol uitgevoerde geleidings-rollen 9 en 10J
20 Deze ombuigrollen 4,5,6,7, en 8 alsmede de geleidings- rollen 9 en 10 zijn eveneens in het frame 1 gelegerd. De meeloperbanden 3 zijn door hun bij voorkeur zeefachtige con-structie luchtdoorlaatbaar.
De geleiding van de meeloperbanden 3 vindt daarbij zo-25 danig plaats, dat zij tussen de ombuigrollen 4 en 5 en wel in de wasgoedtransportrichting (syrobolisch in fig. 1 met een pijl weergegeven) naar boven stijgen en dus tevens een voor het aanleggen van een stuk wasgoed gunstig aanleggebied 3a vormen. Na ambuigrol 5 omgeven de meeloperbanden 3 de ci-30 Under 2 zo ver mogelijk.
De ombuigrol 6 bevindt zich bij voorkeur in vertikale richting gezien boven de middelas en in de directe. nabijheid van de buitenzijde van de mantel van de cilinder 2. Door de boven beschreven aanbrenging van de ombuigrol 6 en de aan-35 brenging van de geleidingsrol 10 in de directe nabijheid van de inlaatwig 12, die wordt gevormd door de mangelbak 19 en door de mangelcilinder 18, wordt door de meeloperbanden 3 een overbrenggebled 3b gevormd. Ih dit overbrenggebied 3b ligt het stuk wasgoed vrij op de meeloperbanden 3. Daarbij 40 treedt naast de gunstige geleiding van de meeloperbanden 3 8200764
' P
- 5 - en het daarmede verbonden gunstige transport van een stuk was-goed een van de in de binnenruimte van de inrichting volgens de uitvinding aanwezige temperatuur afhankelijke extra droging respektievelijk voordroging van het stuk wasgoed op, die ver-5 der wordt begunstigd door de zeefachtige constructie van de meeloperband 3.
Direct v66r de inlaat van de bakkenmangel, en wel in de nabij heid van de inlaatwig 22, is de geleidingsrol 10 aan-gebracht. Deze geleidingsrol 10 bewerkt het ombiiigen en het 10 geleiden vande meeloperbanden 3. Bij voorkeur tussen en on-der de het stuk wasgoed dragende zijde van de meeloperban-den 3 zijn in het gebied van de geleidingsrol 10 overbreng-beugels 11 aangebracht. Deze overbrengbeugels 11 bevinden zich verder tussen de bolle geleidingseleroenten 20b van de 15 geleidingsrol 10 en steken zover mogelijk in de inlaatwig 12. Daarmede wordt het stuk wasgoed glijdend van het over-brenggebied 3b naar de bakmangel geleid.
Door de ombuigrollen 7,8 en 4 alsmede door de geleidingsrol 9 worden de meeloperbanden 3 geleid naar het aanleg-20 gebied 3a. De geleidingsrol 9 is analoog aan de geleidingsrol 10 uitgevoerd, waarbij, omdat bij deze geleidingsrol 9 een overbrengen van een stuk wasgoed niet plaats vindt, geen overbrengbeugels 11 zijn aangebracht.
Om de meeloperbanden passend strak te spannen en onder 25 een bij voorbeeld vooraf gegeven spanning te houden, is in het gebied, waarin de meeloperbanden 3 hetstuk wasgoed niet transporteren, een spaninrichting 13 aangebracht. In fig. 1 is deze spaninrichting 13 bij voorkeur als spanrol weergegeven, die in het gebied van de meeloperbanden 3 is aangebracht tus-30 sen de igeleidingsrol 10 en de ombuigrol 7. Deze spaninrichting 13 is in zijn ligging ten opzichte van de meeloperbanden 3 niet stationair aangebracht, zodat de aandrukking van de meeloperbanden 3 op de cilinder 2 bij voorkeur gestuurd kan worden ingest eld. Een verdere mogelijkheid van de uitvoe-35 ring van de spaninrichting 13 bestaat daarin, dat iedere meeloperband 3 afzonderlijk door een spanrol spanbaar is.
Het is echter ook mogelijk §§n of meerdere van de ombuigrollen 4,5,6,7,8 als spanrollen uit te voeren.
Voor het veilige geleiden van een stuk wasgoed, in het 40 bijzonder in gebieden van de ombuigrol 5 naar de cilinder 2 8200764 - 6 - « * en van de cilinder 2 naar de ombuigrol 6zijn extra en bij voorkeur binnen het warmte-isolerende omhulsel 26 aanwe-zige wasgoedgeleidingsbanden 14 aangebracht, die worden ge-leid via de ombuigrollen 5/6,15 en 16 en via de cilinder 2.
5 Bij voorkeur is tussen de ombuigrol 15 en de ombuigrol 16 een spaninrichting 17 aangebracht. Met deze spaninrichting 17 is iedere wasgoedgeleidingsband 14 afzonderlijk spanbaar.
De wasgoedgeleidingsbanden 14 zljn daarbij bij voorkeur zodanig aangebracht, dat telkens ten minste e§n wasgoedge-10 leidingsband 14 op de meeloperband 3 ligt en telkens €§n wasgoedgeleidingsband 14 in de verdeling van de meeloperbanden 3 ligt. Wanneer verscheidene op de meeloperbanden 3 liggende . wasgoedgeleidingsbanden 14 worden gebruikt, is de afstand van al de over de gehele breedte van de cilinder 2 aangebrachte 15 wasgoedgeleidingsbanden 14 bij voorkeur gelijk. De voor het transport van het stuk wasgoed noodzakelijke beweging van de meeloperbanden 3 en de wasgoedgeleidingsbanden 14 vindt in het onderhavige geval plaats via de draaiende beweging van de aangedreven cilinder 2.
20 Zoals uit fig. 1 verder blijkt, is,· achter . deze boven beschreven voorverwarirt- respektievelijk voordroogeenheid een tweebakkenmangel aangebracht. Het is echter ook mogelijk slechts SSn of meer dan twee bakkenmangeleenheden er achter aan te brengen zonder daarbij van de uitvinding af te wijken:· 25 De bakkenmangeleenheid heeft in hoofdzaak een v erwarmde mangelbak 19 en een geperforeerde mangelcilinder 18, die is bewikkeld met een luchtdoorlaatbare bij voorkeur elastische bekleding. De mangelcilinder 18 alsmede de mangelbakken 19 zijn in het frame 20 gelegerd. De aandrukking, die nodig is 30 voor het glad strijken en verder drogen van het wasgoed, is door niet weergegeven organen zoals pneumatische cilinders bereikbaar en instelbaar. Bij voorkeur wordt daarbij de mangelcilinder 18 gedrukt in de mangelbak 19. De aandrijving van de mangelcilinder 18 is daarbij zodanig uitgevoerd, dat 35 de omtrekssnelheid iets hoger is dan die van de cilinder 2.
De omtrekssnelheid van de op de mangelcilinder 18 volgende mangelcilinder is eveneens ten opzichte van de mangelcilinder 18 iets hoger.
Verder is iedere mangelcilinder aangesloten op een niet 40 weergegeven afzuiginrichting omde dampen af te zuigen, die 8200764 - 7 - ontstaan bij het drogen van het wasgoed.
Voor het overbrengen van een stuk wasgoed van de eerste naar de tweede bakeenheid is aan de uitlaat van de mangelbak 19 een verwarmde bakbrug 21 aangebracht, die eveneens is 5 verbonden met de inlaat van de volgende mangelbak.
Qm het stuk wasgoed veilig te leiden in de bakmangel, in het bijzonder in het gebied van de bakbrug 21, zijn wasgoedgeleidingsbanden 22 aangebracht, die geleid worden om 'Z- de rollen 23 en 24 in hetgebied van het glad^trijkvlak van 10 de mangelbakken 19 om de mangelcHinders 18 en tussen de mangelcilinders over de bakken brug 21. Met de spaninrichting 25 js oedere wasgeleidingsband 22 afzonderlijk spanbaar.
De wasgoedgeleidingsbanden 22 kunnen zijn aangebracht zowel volledig binnen alsook bij gedeelten buiten het omhulsel 26.
15 Het transport van de wasgoedgeleidingsbanden 22 vindt plaats door de rotatiebeweging van de mangelcHinder 18 respektieve-lijk door de mangelcilinders bij verscheidene bakken mangel-eenheden.
Aan de uitlaat van de laatste bakkenmangeleenheid van de 20 inrichting volgens de uitvinding is bij voorbeeld de transporter ichting 28 van een vouwmachine aangebracht.
Om.verliezen aan warmte-energie zoveel mogelijk te ver-mijden, heeft deze inrichting voor het,glad sttijken en drogen van vochtig wasgoed een warmte-isolerend omhulsel 26. Ver-25 der is aan de inlaat van het wasgoed en wel in het aanlaggebied 3a een bescherminrichting 27a aangebracht, die werkt op de aandrijving van de gehele inrichting. In het geval van uit-schakelen van de inrichting volgens de uitvinding werkt op de cilinder 2 extra een gestuurd schakelbare, bij voorkeur 30 electronsgnetiscbe rem,
De fig. 2 en 3 tonen schematisch de geleidingsrol 10.
De draaibaar in het frame 1 gelegerde geleidingsrol 10 be-staat uit het rolgrondlichaam 10a en de daarop alsmede op een afstand van elkaar aangebrachte bolle geleidingselementen 35 10b. Op ieder bol geleidingselement 10b loopt een meeloper-band 3. Tussen de bolle geleidingselementen 10b zijn.·. ver-der scheidingsvoegen 10c aanwezig, waarin de overbrengbeu-gels 11 zijn aangebracht.
De voordelen van de inrichting volgens de uitvinding 40 voor het glad strijken en drogen van vochtig wasgoed worden 8200764 - 8 - / in het bijzonder gezien in het volgende: - Combinatie van een voorverwarm- respektievelijk voordroogeenheid met een bakmangel; - A&nbrenging vanmeeloperbanden 3 en het gebruik daarvan 5 in het invoergebied als aanleggebied, als geleidings- . element in het gebied van de cilinder 2 en als oplig-en extra droogtraject in het overbrenggebied 3b; - Efen zoveel mogelijk ontzien van een stuk wasgoed wordt bereikt, doordat het bandensysteem (meeloperbanden 3 10 en wasgoedgeleidingsbanden 14) zijn beweging via het meenemen aan de omtrek van de cilinder 2 verkrijgt.
- Het bandensysteem, dat is toegevoegd aan de voorverwarm- respektievelijk voordroogeenheid, werkt onafhan-kelijk van het bandensysteem van de daarachter aange- 15 brachte bakkenmangel. Daardoor en door de in de voor verwarm- respektievelijk voordroogeenheid aanwezige rollende wrijving wordt de slijtage aan wasgeleidings-banden 14 betrekkelijk geminimaliseerd.
- Door de zeefachtige structuur van de meeloperbanden 3 20 wordt naast een goed transport van het stuk wasgoed ook het verkrijgen van een extra droging in het over-brenggebi^d 3b bevorderd.
- Voordelig transport van een stuk wasgoed, waarin tel-telkens een wasgoedgeleidingsband 14 op het midden 25 van de meeloperband 3 en telkens een wasgoedgeleidings band 14 in de scheiding van de meeloperbanden 3 liggen.
- Doelmatige geleiding van de meeloperbanden 3 via bolle > geleidingselementen 10b van de geleidingsrollen 10 en 9.
30 -Gering glijtraject van het stuk wasgoed van de voor- verwarm- respektievelijk voordroogeenheid naar de bak-kenmangeleenheid door een overbrenggebied 3b, dat zich uitstrekt tot in de nabijheid van de inlaatwig 12, en de doelmatige aanbrenging van de overbrengbeiigels 35 11, en wel tussen de bolle geleidingselementen 10b.
-Conclusies- 8200764
Claims (4)
1. Inri chting voor het glad strijken en drogen van vochtig wasgoed, waarbij deze inrichting een verwarmde en aangedreven cHinder en een bakkenmangel heeft en voor het transport van het wasgoed rondlopende wasgoedgeleidingsorganen zijn toege- 5 voegd aan de verwarmde en aangedreven cHinder en deze zover npgelijk omgeven, met het kenmerk, dat de verwarmde en aangedreven cHinder (2) en de bakkenmangel (18,19, 21) zijn aangebracht binnen een nagenoeg volledig gesloten en warmte-isolerend omhulsel (26) en de wasgoedgeleidingsor-10 ganen (3,14), die zijn toegevoegd aan de verwarmde en aangedreven cilinder (2), zijn uitgevoerd als binnen het warrate-isolerende omhulsel aangebrachte rondlopende wasgoedgelei-dingsbanden (14) en als telkens het stuk wasgoed dragende en ook een aanleggebied (3a) en een overbrenggebied (3b) vor-15 mende en nage iceg volledig binnen het warmte- isolerende omhulsel (26) aangebrachte rondlopende meeloperband (3) en de rondlopende wasgoedgeleidingsbanden (22), die zijn toege- , voegd aan de bakkenmangel (18,19,21), na de uitlaat wan de bakkenmangel (18,19,21) tot nagenoeg de inlaat van de bak-20 kenmangel (18,19,21) buiten het warmte-isolerende omhulsel· (26) terugvoerbaar zijn.
2. lirichting volgens conclusie l,methetken-m e r k , dattelkens spaninrichtingqn (13,17^25) zijn toegevoegd aan wasgoedgeleidingsorganen (3,14,22), die zijn toe- 25 gevoegd aan de binnen het warmte-isolerende omhulsel aangebrachte cilinder (2) en aan de bakkenmangel (18,19,21).
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2,met het k e n m e r k , dat een tot in de inlaatwig (12) van de bakkenmangel (18,19,21) stekende overbrenginrichting (11) 30 is toegevoegd aan de meeloperbanden (3) in het overbreng-. gebied (3b), die zijn toegevoegd aan de binnen het warmte-isolerende omhulsel (26) aangebrachte cilinder (2).
4. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat een bescherminrichting 35 (27), die invloed uitoefent op de aandrijving van de cilinder (2) en de aandrijving van de bakkenmangel (18,19,21), is toegevoegd aan de meeloperbanden (3) in het aanlegge- 8200764 , - 10 - bied (3a), die zijn1 toegevoegd aan de hinnen het warmte-isolerend omhulsel (26) aangebrachte cilinder (2). 8200764
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| DD23190881 | 1981-07-20 | ||
| DD81231908A DD206312A3 (de) | 1981-07-20 | 1981-07-20 | Einrichtung zum glaetten und trocknen feuchter waesche |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8200764A true NL8200764A (nl) | 1983-02-16 |
Family
ID=5532440
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8200764A NL8200764A (nl) | 1981-07-20 | 1982-02-25 | Inrichting voor het glad strijken en drogen van vochtig wasgoed. |
Country Status (14)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4454668A (nl) |
| AT (1) | AT375412B (nl) |
| BE (1) | BE893868A (nl) |
| BG (1) | BG42460A1 (nl) |
| CH (1) | CH654358A5 (nl) |
| CS (1) | CS240440B1 (nl) |
| DD (1) | DD206312A3 (nl) |
| DE (1) | DE3206936C2 (nl) |
| FR (1) | FR2509761B1 (nl) |
| GB (1) | GB2102841B (nl) |
| HU (1) | HU185106B (nl) |
| NL (1) | NL8200764A (nl) |
| SE (1) | SE454997B (nl) |
| SU (1) | SU1416567A1 (nl) |
Families Citing this family (4)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3236870C2 (de) * | 1982-10-05 | 1986-08-28 | Kleindienst GmbH, 8900 Augsburg | Mangel zum Glätten feuchter Wäschestücke |
| DE10065335A1 (de) * | 2000-12-27 | 2002-07-04 | Bsh Bosch Siemens Hausgeraete | Waschmaschine mit Fördervorrichtung |
| DE102016004403A1 (de) * | 2016-04-14 | 2017-10-19 | Herbert Kannegiesser Gmbh | Verfahren zum Mangeln von Wäschestücken und Mangelstraße |
| CN109371623A (zh) * | 2018-11-30 | 2019-02-22 | 上海威士机械有限公司 | 一种辊槽式烫平机 |
Family Cites Families (17)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1595480A (en) * | 1922-01-20 | 1926-08-10 | Minton Ogden | Method and apparatus for drying sheet material |
| GB223438A (en) * | 1923-12-19 | 1924-10-23 | David Kiel Tullis | Improvements relating to machines for drying and ironing starched linen |
| GB343247A (en) * | 1929-12-20 | 1931-02-19 | Alexander Frew Tullis | Improvements relating to ironing machines |
| US2568451A (en) * | 1948-10-18 | 1951-09-18 | William R Kahl | Ironer permitting removal of work at input end |
| US2647845A (en) * | 1949-07-21 | 1953-08-04 | British Celanese | Laundry calender tape |
| BE498558A (nl) * | 1949-10-24 | |||
| US3197896A (en) * | 1960-12-08 | 1965-08-03 | Fleissner Gmbh | Apparatus for treating textile materials |
| NL262961A (nl) * | 1961-03-27 | |||
| US3237316A (en) * | 1962-09-28 | 1966-03-01 | Hans W Sachs | Apparatus for drying continuous lengths of film or paper or the like |
| CH493683A (it) * | 1968-06-21 | 1970-07-15 | Bravetti Libero | Dispositivo per stirare tessuti, biancheria o indumenti |
| US3634956A (en) * | 1970-04-13 | 1972-01-18 | Super Laundry Machinery Co Inc | Laundry, drying and ironing method |
| US3797141A (en) * | 1971-12-29 | 1974-03-19 | P Parera | Machine for drying and ironing fabrics |
| DE2212209C3 (de) * | 1972-03-14 | 1980-05-29 | Escher Wyss Gmbh, 7980 Ravensburg | Trockenpartie |
| US3925906A (en) * | 1972-08-14 | 1975-12-16 | Beloit Corp | Hot wire drying |
| FI54954C (fi) * | 1977-07-07 | 1979-04-10 | Valmet Oy | Foerfarande i torkpartiet av en pappersmaskin foer att saekra banans oeverfoering fraon presspartiet till torkpartiet |
| CH625004A5 (nl) * | 1978-01-24 | 1981-08-31 | Robert Theiler | |
| DE3105846C2 (de) * | 1980-02-19 | 1983-12-01 | Herbert Kannegiesser Gmbh + Co, 4973 Vlotho | Mangel zum Glätten feuchter Wäschestücke |
-
1981
- 1981-07-20 DD DD81231908A patent/DD206312A3/de unknown
-
1982
- 1982-02-11 AT AT0053082A patent/AT375412B/de not_active IP Right Cessation
- 1982-02-25 NL NL8200764A patent/NL8200764A/nl not_active Application Discontinuation
- 1982-02-26 DE DE3206936A patent/DE3206936C2/de not_active Expired
- 1982-03-04 US US06/354,870 patent/US4454668A/en not_active Expired - Fee Related
- 1982-03-15 SE SE8201619A patent/SE454997B/sv not_active IP Right Cessation
- 1982-04-02 GB GB08209781A patent/GB2102841B/en not_active Expired
- 1982-05-06 SU SU827772424A patent/SU1416567A1/ru active
- 1982-05-12 CH CH2961/82A patent/CH654358A5/de not_active IP Right Cessation
- 1982-05-13 BG BG8256623A patent/BG42460A1/xx unknown
- 1982-05-17 CS CS823591A patent/CS240440B1/cs unknown
- 1982-06-18 HU HU822014A patent/HU185106B/hu not_active IP Right Cessation
- 1982-06-22 FR FR8210865A patent/FR2509761B1/fr not_active Expired
- 1982-07-19 BE BE0/208616A patent/BE893868A/fr not_active IP Right Cessation
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| GB2102841B (en) | 1984-10-24 |
| BE893868A (fr) | 1982-11-16 |
| ATA53082A (de) | 1983-12-15 |
| SE454997B (sv) | 1988-06-13 |
| BG42460A1 (en) | 1987-12-15 |
| CS240440B1 (en) | 1986-02-13 |
| CH654358A5 (de) | 1986-02-14 |
| DE3206936C2 (de) | 1985-05-30 |
| FR2509761A1 (fr) | 1983-01-21 |
| SE8201619L (sv) | 1983-01-21 |
| HU185106B (en) | 1984-12-28 |
| SU1416567A1 (ru) | 1988-08-15 |
| FR2509761B1 (fr) | 1986-08-14 |
| DE3206936A1 (de) | 1983-01-27 |
| GB2102841A (en) | 1983-02-09 |
| DD206312A3 (de) | 1984-01-18 |
| AT375412B (de) | 1984-08-10 |
| US4454668A (en) | 1984-06-19 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| CA1327472C (en) | Press section of a papermaking machine | |
| EP0345266B1 (en) | Apparatus for drying a web | |
| US4000035A (en) | Machine for drying webs, including suction and heat-contact cylinders | |
| NL8200764A (nl) | Inrichting voor het glad strijken en drogen van vochtig wasgoed. | |
| FI57457B (fi) | Cylindertork foer pappersmaskin | |
| US4414765A (en) | Steam mangle with heat recycling to predryer | |
| FI74135C (fi) | Fanertorkningsanordning. | |
| US4236482A (en) | Apparatus for applying sealing material to envelopes | |
| US5339537A (en) | Continuous drier for flat piece material | |
| NL8200637A (nl) | Inrichting voor het glad strijken en drogen van vochtig wasgoed. | |
| GB1126284A (en) | Improvements in or relating to driers | |
| ATE10352T1 (de) | Hochgeschwindigkeits-einwickelmaschine. | |
| US5428937A (en) | Machine for packaging newspapers | |
| US5175945A (en) | Apparatus for drying a web | |
| US3818182A (en) | Device for shrinking a wrapper, consisting of a plastic sheeting shrinkable by heating, around a transport unit | |
| KR890701839A (ko) | 건조실 장치 | |
| US3002290A (en) | Drum-type print dryers | |
| JP2728866B2 (ja) | 海苔の加熱装置 | |
| US2568451A (en) | Ironer permitting removal of work at input end | |
| US3935693A (en) | Device for smooth pressing shrink foil wrappings | |
| NL8602268A (nl) | Strijkinrichting. | |
| US4776106A (en) | Dryer for photosensitive material | |
| GB2069539A (en) | Ironing machines | |
| US1578369A (en) | Clothes-return device for ironers | |
| EP0404754B1 (en) | An ironing machine |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| BV | The patent application has lapsed |