NL8101063A - Inrichting voor de onttrekking van lichaamsvloeistoffen. - Google Patents
Inrichting voor de onttrekking van lichaamsvloeistoffen. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8101063A NL8101063A NL8101063A NL8101063A NL8101063A NL 8101063 A NL8101063 A NL 8101063A NL 8101063 A NL8101063 A NL 8101063A NL 8101063 A NL8101063 A NL 8101063A NL 8101063 A NL8101063 A NL 8101063A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- valve
- chamber
- valve part
- housing
- needle tube
- Prior art date
Links
- 210000001124 body fluid Anatomy 0.000 title claims description 6
- 239000010839 body fluid Substances 0.000 title description 3
- 239000008280 blood Substances 0.000 claims description 22
- 210000004369 blood Anatomy 0.000 claims description 22
- 239000007788 liquid Substances 0.000 claims description 13
- 239000012530 fluid Substances 0.000 claims description 9
- 239000000463 material Substances 0.000 claims description 5
- 229920002379 silicone rubber Polymers 0.000 claims description 2
- 239000004945 silicone rubber Substances 0.000 claims description 2
- 238000009958 sewing Methods 0.000 claims 1
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 9
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 7
- 238000007789 sealing Methods 0.000 description 7
- 238000000605 extraction Methods 0.000 description 5
- 230000002265 prevention Effects 0.000 description 5
- 239000000853 adhesive Substances 0.000 description 4
- 230000001070 adhesive effect Effects 0.000 description 4
- 230000017531 blood circulation Effects 0.000 description 3
- 239000000126 substance Substances 0.000 description 3
- 241001408665 Timandra griseata Species 0.000 description 2
- 230000008859 change Effects 0.000 description 2
- 238000007906 compression Methods 0.000 description 2
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 2
- 230000013011 mating Effects 0.000 description 2
- 230000001681 protective effect Effects 0.000 description 2
- 210000003462 vein Anatomy 0.000 description 2
- 238000005773 Enders reaction Methods 0.000 description 1
- 230000009471 action Effects 0.000 description 1
- 238000011001 backwashing Methods 0.000 description 1
- 239000003153 chemical reaction reagent Substances 0.000 description 1
- 230000006835 compression Effects 0.000 description 1
- 238000011109 contamination Methods 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 229920001971 elastomer Polymers 0.000 description 1
- 239000000806 elastomer Substances 0.000 description 1
- 230000003760 hair shine Effects 0.000 description 1
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 1
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 1
- QSHDDOUJBYECFT-UHFFFAOYSA-N mercury Chemical compound [Hg] QSHDDOUJBYECFT-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 229910052753 mercury Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000000203 mixture Substances 0.000 description 1
- 230000035515 penetration Effects 0.000 description 1
- 230000004224 protection Effects 0.000 description 1
- 230000005855 radiation Effects 0.000 description 1
- 230000001105 regulatory effect Effects 0.000 description 1
- 230000004044 response Effects 0.000 description 1
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/15—Devices for taking samples of blood
- A61B5/153—Devices specially adapted for taking samples of venous or arterial blood, e.g. with syringes
- A61B5/154—Devices using pre-evacuated means
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/15—Devices for taking samples of blood
- A61B5/150007—Details
- A61B5/150015—Source of blood
- A61B5/15003—Source of blood for venous or arterial blood
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/15—Devices for taking samples of blood
- A61B5/150007—Details
- A61B5/150206—Construction or design features not otherwise provided for; manufacturing or production; packages; sterilisation of piercing element, piercing device or sampling device
- A61B5/150221—Valves
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/15—Devices for taking samples of blood
- A61B5/150007—Details
- A61B5/150374—Details of piercing elements or protective means for preventing accidental injuries by such piercing elements
- A61B5/150381—Design of piercing elements
- A61B5/150389—Hollow piercing elements, e.g. canulas, needles, for piercing the skin
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/15—Devices for taking samples of blood
- A61B5/150007—Details
- A61B5/150374—Details of piercing elements or protective means for preventing accidental injuries by such piercing elements
- A61B5/150381—Design of piercing elements
- A61B5/150473—Double-ended needles, e.g. used with pre-evacuated sampling tubes
- A61B5/150488—Details of construction of shaft
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/15—Devices for taking samples of blood
- A61B5/150007—Details
- A61B5/150374—Details of piercing elements or protective means for preventing accidental injuries by such piercing elements
- A61B5/150381—Design of piercing elements
- A61B5/150473—Double-ended needles, e.g. used with pre-evacuated sampling tubes
- A61B5/150496—Details of construction of hub, i.e. element used to attach the double-ended needle to a piercing device or sampling device
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/15—Devices for taking samples of blood
- A61B5/150007—Details
- A61B5/150374—Details of piercing elements or protective means for preventing accidental injuries by such piercing elements
- A61B5/150381—Design of piercing elements
- A61B5/150503—Single-ended needles
- A61B5/150519—Details of construction of hub, i.e. element used to attach the single-ended needle to a piercing device or sampling device
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/15—Devices for taking samples of blood
- A61B5/150007—Details
- A61B5/150732—Needle holders, for instance for holding the needle by the hub, used for example with double-ended needle and pre-evacuated tube
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A61—MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
- A61B—DIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
- A61B5/00—Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
- A61B5/15—Devices for taking samples of blood
- A61B5/150007—Details
- A61B5/150946—Means for varying, regulating, indicating or limiting the speed or time of blood collection
Landscapes
- Health & Medical Sciences (AREA)
- Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Molecular Biology (AREA)
- Animal Behavior & Ethology (AREA)
- Pathology (AREA)
- Physics & Mathematics (AREA)
- Biomedical Technology (AREA)
- Heart & Thoracic Surgery (AREA)
- Medical Informatics (AREA)
- Hematology (AREA)
- Surgery (AREA)
- Biophysics (AREA)
- General Health & Medical Sciences (AREA)
- Public Health (AREA)
- Veterinary Medicine (AREA)
- Manufacturing & Machinery (AREA)
- Measurement Of The Respiration, Hearing Ability, Form, And Blood Characteristics Of Living Organisms (AREA)
- Infusion, Injection, And Reservoir Apparatuses (AREA)
- Check Valves (AREA)
- External Artificial Organs (AREA)
Description
Λ- t ί m ϊ -1-
Inrichting voor de onttrekking van lichaamsvloeistoffen.
De uitvinding heeft betrekking cp een inrichting voor de onttrekking van lichaamsvloeistoffen, met een huis, waaraan een naar vorenstaand naaldbuisje bevestigd is en dat een naar een uitlaat voerende vloeistofdoorlaat heeft.
5 Bij de onttrekking van vloeistofmcnsters uit het lichaam, in het bijzonder van bloedmonsters, bestaat het gevaar dat een terugstrciriing in het lichaam of in een andere brcrt plaats vindt.
Voor de verhindering van de terugstraling in de patiënt zijn talrijke redenen aan te voeren. Wönneer bijvoorbeeld een bloed-10 af tapping in een verzamelhouder plaats vindt, kunnen zich in de houder verschillende chemicaliën of andere reagensen voor een aan het bloedmonster uit te voeren proef bevinden. Wanneer het bloedmonster in een dergelijke houder strocmt, mengt het zich met de zich daarin bevindende chemicaliën. Wanneer dit mengsel in 15 de patiënt terugstroant, treden de chemicaliën in het bloedstelsel van de patiënt, die daarvaischade ondervinden kan. Ben ander geval, dat een terugstraling in de patiënt problemen geeft, bestaat bij het stramien van het bloed tijdens de bloedanttrekking. Wanneer een kleine hoeveelheid van het onttrekken bloed ergens in het 20 punctuurbuisje stront, kan een terugstreming van het geronnen of gecoaguleerde bloed in de patiënt tot ernstige ccnplicaties voeren.
Qn deze reden is het aan te bevelen, een terugstrocnbeveiliging of een terugslagklep in de inrichting voor de onttrekking van lichaamsvloeistoffen uit een patiënt in te bouwen.
25 Er zijn reeds terugstroarteveiligingen in punctuurinstru- menten bekend. Voor de terugslagkleppen zijn daarbij de meest uiteenlopende vonten en constructies voorgesteld, waartoe in het bijzonder ock bolkleppen, dcpkleppen, schijfkleppen met zelf afdichtende sleuven en "eendesnavel"kleppen behoren, die in het 30 geval van drukverschillen openen en sluiten. Terwijl bijvoorbeeld bolkleppen gemakkelijk en zonder moeilijkheden vervaardigd kunnen worden, treden bij de toepassing van dergelijke bolkleppen als terugslagkleppen moeilijkheden op. In het bijzonder vereist de 8101063 \ i * -2- massa van de bol in het algemeen een aanzienlijk drukverschil, om de klep te openen en te sluiten. Dit is in het bijzonder dan nadelig, wanneer de bij de vloeistofonttrekking optredende diffe-rentiaaldrukken slechts gering zijn. Ben bolklep voor de inbouw 5 in een punctuurinrichting is in het Amerikaanse octrooischrift 3.557.778 beschreven.
Enkele van de andere in het voorgaande vermelde terugslagkleppen leiden tot verschillende nadelen, zcwel in constructief als ook in functioneel opzicht. Zo kan bijvoorbeeld de aan-10 spreekdruk van een terugslagklep in een bepaald geval alleen dan vooraf bepaald worden, wanneer bij de vervaardiging van de kleppen de exsnplaarstrooiing binnen nauwe grenzen gehouden wordt. De toepassing van dit kleptype in punctuurinrichtingen kan tot onvoorziene resultaten voeren. Enkele van de genoemde kleppen zijn moêi-15 lijk te vervaardigen, waarbij zowel de productie van de afzonderlijke delen als ook de montage daarvan in het punctuurinstrument hoge kosten vergt. De bij punctuurinstruraenten toe te passen terugstroanverhinderingen zijn derhalve zcwel voor wat betreft de constructie als ook voor wat betreft de samenbouw en de functie 20 voor verbetering vatbaar, in het bijzonder bij de toepassing in bloedonttrekkingsintrumenten.
De uitvinding beoogt een inrichting van het in het voorgaande genoemde type zodanig te verbeteren, dat een terugstrocm-verhindering plaats vindt met een klep, die reeds bij een gering 25 drukverschil aanspreekt, uit eenvoudige, gemakkelijk te vervaardigen delen bestaat,die zonder problemen te monteren zijn, en bedrijfs-zeker is.
On dit oogmerk te realiseren is er volgens de uitvinding in voorzien, dat in een kamer in het inwendige van het huis een 30 elastisch samendrukbaar klepdeel aangébracht is, dat zich inde ontspannen toestand afdichtend tegen een, een in het naaldbuisje voerende doorlaatqpening argevende klepzitting in de voorwand van de kamer legt en tegen de achterwand van de kamer zo afgesteund is, dat het de vloeistofweg tussen de kamer en de uitlaat niet af-35 sluit.
De nieuwe inrichting heeft een samendrukbaar resp. samen- 8101063 ί * -3- kl^baar klepdeel, dat in de kamer in het inwendige van het huis aanr gebracht is en narmaal afdichtend tegen de klepzitting aan ligt, zodat de klep gesloten is, wanneer de druk in de kamer in hoofdzaak gelijk is aan of groter is dan de druk bij het naaldbuisje.
5 Het klepdeel is elastisch samendrukbaar en geeft de afdichtende aangrijping tegen de klepzitting vrij, wanneer de druk in het achterste kanaal voldoende kleiner is dan de druk in het voorste kanaal. In dit geval is de klep epen, zodat de vloeistof van het voorste kanaal door de kamer in het achterste kanaal stranen kan.
10 Bij een vocrkeursuitvoeringsvoim van de inrichting bestaat het huis uit twee in dwarsrichting van elkaar gescheiden sanenstelbare huisdelen. Ben eerste naaldbuisje, dat van het voorste huisdeel afstaat, dient voor de punctuur van de patiënt.
Hét achtereinde van dit naaldbuisje kan zich tot in de kamer uit-15 strekken en daar de klepzitting vormen. Van het van de kamer uitgaande achterste kanaal van het huis steekt een tweede punetuur-buisje naar achter. Dit tweede punctuurbuisje dient voor het doorsteken van een afgezogen houder, die het bloedmonster opneemt.
Het klepdeel bestaat bij voorkeur uit een holle, cilindrisch ge-20 vormde, elastisch sanenklapbare slang, die dwars in de kamer aangebracht is, waarbij de langsas daarvan in hoofdzaak loodrecht op de langsas van het eerste naaldbuisje verloopt. Ben deel van het antreksvlak van de klepslang ligt afdichtend tegen de klepzitting aan. Verder wordt het slangs tuk zo in de kamer vastgehouden, dat 25 het uitsluitend in de richting evenwijdig aan de langsas van het eerste naaldbuisje samenklappen en niet anders bewegen kan.
Bij een verdere uitvoeringsvorm van de uitvinding heeft de inrichting een steun voor een mst het huis samenhangende afgezogen houder.
30 Het nieuwe beginsel volgens de uitvinding onderscheidt zich voor wat betreft de constructieve elementen en aspecten op opmerkelijke wijze van de békende terugslagkleppen, die in punctuurinstru-menten toepasbaar zijn. Bijvoorbeeld werkt de zich in de nieuwe inrichting bevindende terugstroemverhindering met een klepdeel, 35 dat_bij bepaalde drukverschillen samenklapt. Op deze wijze kan de door de klepzitting angeven opening van het huis zeer klein ge- 8101063 \ -4- 4 > maakt worden of zelfs kan het achtereinde van het naaldbuisje tot in de kamer gevoerd worden. De klep is in een kamer aangébracht, waarvan de wanden voor wat betreft de afmetingen daarvan zo qp de eigenschappen van het klepdeel af gestemd zijn, dat de voor het 5 openen en sluiten van de klep vereiste druk qp te voorziene wijze geregeld wordt. De klep volgens de uitvinding is bovendien gemakkelijk reproduceerbaar, zodat de exemplaarstrooiingen bij de vervaardiging zeer gering zijn. Tenslotte zijn ook de vervaardigings-kosten van de klep vergeleken met de hoge kosten van de gecanpli-10 ceerde bekende terugstroarverhinderingen opmerkelijk gering. De inbouw van de klep in het huis is eveneens zeer eenvoudig en kan in weinig stappen tijdens de montage van het huis plaats vinden. De zich in de nieuwe inrichting bevindende terugslagklep heeft derhalve aanzienlijke voordelen tegenover de bekende kleppen, 15 die voor het betreffende toepassingsgebied geschikt zijn.
De uitvinding wordt in het volgende nader toegelicht aan de hand van in de tekeningen weergegeven uitvoeringsvoorbeelden daarvan.
Fig. 1 is een afbeelding in perspectief van een eerste 20 uitvoeringsvorm van de inrichting, waarvan de delen in hun betrékkelijke verband losgenomen beschouwd worden, en die een steun voor een afgezogen houder en een afgezogen bloedverzamelhouder voor de onttrekking van bloedmonsters aan een patiënt heeft; fig. 2 is een afbeelding in perspectief, waarin de 25 bestanddelen van de inrichting in hun betrekkelijke verband losgenomen beschouwd worden; fig. 3 is een qp grotere schaal weergegeven doorsnede volgens III-III in fig. 1; fig. 4 is een qp grotere schaal weergegeven langsdoor-30 snede over het kamerbereik van het huis; fig. 5 is een doorsnede volgens V-V in fig. 1, waarbij de bestanddelen in samengebouwde toestand tijdens het gebruik van de inrichting weergegeven zijn; fig. 6 is een op grotere schaal weergegeven doorsnede 35 over het kamerbereik van het huis ter verduidelijking van de werking van de klep tijdens het gebruik van de inrichting; en 8101063 -5- w » fig. 7 is een gedeeltelijke langsdoorsnede overeenkomstig aan fig. 3 bij een verdere uitvoeringsvorm van het klepdeel en van de samenwerkende delen van de klepzitting.
Bij het in fig. 1 t/m 6 weergegeven uitvoeringsvoorbeeld 5 is het proefnaaldconstructieaggregaat algemeen met 10 aangegeven.
Tot ds hoofdzakelijke uitwendige bestanddelen van het proefnaaldcons tructieaggregaat 10 behoren een huis 12, een eerste naaldbuisje 14, dat in het lichaam van een patiënt ingeschoven wordt, en een tweede naaldbuisje 15, dat uit het tegenovergestelde einde van het 10 huis 12 naar buiten steekt. Het tweede naaldbuisje dient voor het doorsteken van een af gezogen houder 16, die het bloedmonster cp-neemt. De het tweede naaldbuisje 15 gedeeltelijk overdekkende huis-secrtie heeft uitwendige schroefdraad 18, waarop een houders teun 19, die aan het vooreinde daarvan van uitwendige schroefdraad voorzien 15 is, geschroefd kan worden. De afgezogen houder 16 kan glijdend in de steun 19 ingevoerd werden, zodat bettweecfenaaldbuisje^ie step 21 aan het vooreinde van de af gezogen houder 16 doorsteken kan.
De tot dusver beschreven aspecten zijn bij bloedonttrekkings-inrichtingen bekend.
20 In fig. 2, 3 en 4 is de constructie van het naaldoonr structieaggregaat 10 in detail weergegeven. Het vooreinde 24 en het achtereinde 25 van het huis 12 zijn van elkaar te scheiden, cm het klepdeel 26 in de juiste stand te kunnen inzetten. Het vooreinde 24 is bij voorkeur cilindrisch en heeft een grote boring 28, die 25 zich in de huisrorp uitstrekt. Aan het andere einde van deze huis-sectie bevindt zich een nauwere langsboring 29, die zo bemeten is, dat het naaldbuisje 14 daarin glijdt. Bij het onderhavige uitvoe-ringsvoorbeeld strekt de nauwere boring 29 zich niet geheel door het vooreinde 24 uit, cm in de grotere bering 28 over te gaan. In plaats 30 daarvan zijn de beide boringen 28 en 29 door een, een vemauwings- · plaats vormend kanaal 30 met kleinere diameter met elkaar verbonden, zodat een vloeistofverbinding van het inwendige van het naaldbuisje 14 tot in de grotere boring 28 bestaat. Op de overgangsplaats tussen de boring 29 en het kanaal 30 bevindt zich een ringkraag 35 33. Het naaldbuisje 14 stoot tegen deze ringkraag 33, waardoor het op de juiste wijze ingesteld wordt. Wanneer het naaldbuisje inge- 8101063 -6- steld is / kan het met een kleefmiddel of dergelijke gefixeerd warden. Het kanaal 30 in het voorste deel van het huis is niet beslist noodzakelijk/ maar het is doelmatig, ondat door een geschikte keuze van de diameter daarvan de stramingshoeveelheid van de hierdoor 5 stranende vloeistof geregeld kan warden. Door deze vloeistofrege-ling wordt weer de drukkracht, waardoor de klep 26 geopend wordt, qp een in het volgende nog toe te lichten wijze geregeld, voorzo— ver de voor de klep benodigde openingskracht in verband staat met dè diameter van de opening, waardoor de vloeistof uittreedt.
10 Het voorste deel 24 heeft verder een reeks langslopende ribben 31, die het naar voren afstaande naaldbuisje ontgeven. Qp deze ribben wordt een (niet weergegeven) beschermhuls opgeschoven, die het naaldbuisje naar voren overdekt en daarin passende binnenribbenheeft. De onderling passende ribben aan de bescherm-15 huls en aan het naaldconstructieaggregaat veroorloven het inschuiven van het naaldconstructieaggregaat in de buissteun zomede het uittrekken daaruit zonder het gevaar voor aantastingen of veront-reiningingenvan het naaldbuisje. Het voorste deel 24 heeft verder een ringflens 32, waarvan het achterste eindvlak bij de samenbouw 20 van het huis uit de beide huisdelen als verbindingsvlak dient.
Ook hier kunnen geschikte verbindingsmiddelen zoals kleefmiddelen of dergelijke gébruikt warden, cm de beide huisdelen bijeen te houden.
Aan de eindwand van de grote boring 28, waarvan het ka-25 naai 30 uitgaat, bevindt zich een boogvormige trog 34. De straal van de trog 34 is groter dan de straal van het klepdeel 26, maar het trogvlak is op de contactplaats overeenkomstig aan het klepdeel. Voorzover de trog 34 resp. uitsparing en het einde van het kanaal 30 de klepzitting voor het klepdeel 26 vormen, draagt het 30 enigszins afgeronde vlak tot verbetering van de afdichtende aan-grijping op deze plaats bij. In het bijzonder uit fig. 4 blijkt, dat de trog 34 zich niet over het gehele vlak van de inwendige eindkant van de boring 28 uitstrékt. Enerzijds is de trog breder dan de grootste breedte van het klepdeel 26, maar anderzijds mag 35 de breedte van de trog niet zo groot zijn, dat het klepdeel zijdelings van de opening van het kanaal 30 af glijdt, waardoor de klep- 8101063 -7- zitting zijn werking verliezen zou.
Hst achterste huisdeel 25 heeft een naar voren uitstékende, in hoofdzaak cilindrische sectie 40, die zo bete ten is, dat het in de grotere boring 28 van het voorste huisdeel past. Aan het 5 achtereinde van het achterste huisdeel is een schroefstuk 18 van uitwendige schroefdraad voorzien, waarop de buissteun 19 geschroefd kan worden. Door een deel van het achterste huisdeel strékt zich, overeenkomstig aan de boring 29 in het voorste huisdeel, een boring 41 uit, die aan de buitendiameter van het tweede naaldbuis je 15 10 aangepast is en dit opneemt. Het naaldbuis^ 15 is in de boring 41 met een kleefmiddel of dergelijke gefixeerd. De boring 41 is door een kanaal 42 met kleinere doorsnede verlengd en staat door tussenkomst van dit kanaal met een dwarsgroef 44 in verbinding. Op deze wijze treedt een vloeistofdoorlaat tussen het naaldbuisje 15 en 15 de dwarsgroef 44 op, die een opening voor de vloeistofinstrailing in dit huisdeel vormt. In de voorste eindwand van het aditerste huisdeel bevindt zich vlak boven de groef 44 een boogvormige uitsparing 45.
Het achterste huisdeel heeft een uitwendige ringflens 20 46, die zich bij het samenstellen van de huisdelen tegen de flens 33 van het voorste huisdeel legt, zodat de eindkanten van beide flenzen met elkaar verbanden kunnen warden. Voor het waarborgen van een onberispelijke vloeistofstrocm door het huis heeft het uitstekende aanzetgedeelte 40 van het achterste huisdeel een gedeeltelijk 25 ingelaten elastomeer dichtingsring 48.
Nadat het voorste en het achterste huisdeel onder juiste, instelling van het daartussen ingesloten klepdeel 26 aan elkaar gemonteerd zijn, worden de flenzen 32 en 46 door bevestigingsmiddelen, bijvoorbeeld kleefmiddelen, aan elkaar bevestigd. Het uit-30 stekende aanzetstuk 40 laat binnen de grotere boring 28 een inwendige ruimte cm het klepdeel 26 heen vrij, zodat in het huis een kamer 50 gevormd wordt, die door de troggen 34 en 45 en de deze angevende wanddelen begrensd wordt. De wand met de trog 34 vormt de voorwand van de kaner, terwijl de wand met de boogvormige trog 35 45 de achterwand van de kamer vormt.
Het klepdeel 26 bestaat uit een hol, cilindrisch buis- of 8101063 i -δε langs tuk, dat elastisch en samendrukbaar is. De binnenwand en de buitenwand van het slangstuk verlopen in hoofdzaak concentrisch ten opzichte van elkaar en beide einden van het slangstuk zijn open. Deze opbouw van het klepdeel bewerkstelligt een betere regeling en 5 eenparigheid bij het gébruik van de klep. Bij de samenbouw wordt het klepdeel 26 zo in de kamer 50 aangébracht, dat de langs as daarvan dwars en bij voorkeur loodrecht op de langsas van het naald-buisje 14 verloopt. Onder stationaire gesteldheden, d.w.z. wanneer de vloeistofdrukken op beide zijden van hetklepdeel 26 in hoofdzaak 10 gelijk zijn, kan een deel van het cmtreksvlak van het klepdeel zich tegen het kanaal 30 aan leggen. Dit contact is gewaarborgd doordat de ruimtelijke afmetingen zoals de lengte van de kamer, de diepte van de beide troggen aan de tegenover elkaar liggende kamerwanden en de diameter van het klepdeel op passende wijze qp elkaar 15 af gestemd zijn. Bij de montage wordt het klepdeel in het inwendige van de kamer 50 enigszins samengedrukt. In het bijzonder net betrekking tot fig.4 wordt er op gewezen, dat de groef 44 in dwars-richting qohet naaldbuisjé 14 langer is dan de grootste lengte van het klepdeel 26 in deze richting. Hierdoor is zekergesteld 20 dat de vloeistof steeds van de kamer in een deel van de groef 44 en dan door het kanaal 42 heen in de tweede kamer 15 s tranen kan, on tenslotte in de afgezogen bloedverzamelhouder terecht te komen. Bij deze opbouw wordt het klepdeel in hötinwendige van de kamer 50 steeds onder spanning gehouden. Daar verwacht wordt, 25 dat de vloeistof van het eerste naaldbuisjé 14 door het huis in het tweede naaldbuisjé 15 stroont, verhinderen in het bijzonder de achterwand, en vooral de uitsparing 45, alle andere bewegingen van het klepdeel 26 net uitzondering van de samendrukking evenwijdig aan de langsas van het naaldbuisjé 14. In afhankelijkheid van de 30 telkens optredende wijdten 34 en 45 kan een zékere zijdelingse of dwarsbeweging van het klepdeel 26 toelaatbaar zijn. Fig. 3 en 4 tonen zodoende het klepdeel in de sluitstand, die het dan inneemt, wanneer de drukken bij de openingen aan beide zijden van het klepdeel in hoofdzaak gelijk zijn of wanneer de druk in de 35 groef 44 ten opzichte van de druk in het kanaal 30 positief is. Een dergelijke positieve druk treedt bijvoorbeeld qp, wanneer cm eniger- 8101063 -9- lei redenen de bloedaderdruk van de patiënt ander de druk van het tweede naaldbuisje 15 daalt. Wanneer dit optreedt, heeft de vloeistof in de inrichting de neiging, in de patiënt terug te stremen. De overdruk in de groef 44 bewerkstelligt echter, dat het klep-5 deel 26 tegen de opening van het kanaal 30 gedrukt wordt en deze afsluit.
In fig. 5 en 6 is de werking van de inrichting 10 in samerihang met een aangesloten buissteun 19 en een ingezette bloedver zanelhouder 16 weergegeven. De verzamelhouder 16 wordt in de 10 buissteun 19 ingeschoven, zodat de stop 21 van het holle naaldr buisje 15 doorstoken wordt. Het naaldbuisje 15, dat in de af gezogen houder binnendringt, is op grond van het eenvoudiger gebruik en de eenvoudiger hantering aan de aan het naaldbuisje 14 tegenovergestelde zijde van hethuis in axiaal uitgericht verband met het 15 eerste naaldbuisje 14 aangebracht. Wanneer het tweede naaldbuisje 15 binnengedrongen is in het enderdrukbereik in het inwendige van de onderdrukhouder 16, wordt de druk bij de nu net bet inwendige van de houder 16 verbonden groef 44 ten opzichte van de bij de opening van het kanaal 30, dus aan de tegenoverliggende zijde van het 20 klepdeel 26, heersende druk negatief. Deze negatieve druk bewerkstelligt met inachtname van de resterende weerstands-carpressie-krachten in het materiaal van het klepdeel 26, dat het klepdeel in dwarsrichting op de as daarvan elastisch samengedrukt wordt, resp. elastisch samenvalt en zich indrukt in de trog 45, waardoor 25 de dichtingsaangri jping van het buitenvlak van het klepdeel tegen de opening van het kanaal 30 opgeheven wordt en het klepdeel zich van deze opening verwijdert. Cp dit moment is het naaldbuisje 14 reeds ingestoken in de ader van de patiënt, zodat het bloed nu door het naaldbuisje 14 heen in de kamer 50 straten kan, daar het 30 klepdeel 26 geopend is. Het bloed vloeit. meerder in de groef 41 en het kanaal 42 en geraakt door het naaldbuisje 15 tenslotte in de verzamelhouder 16, De in fig. 6 weergegeven pijlen geven de strarangsrichting van het bloed door de inrichting 10 aan. Daar de laigte van de grof 44 groter is dan de lengte van het klepdeel 35 26, emstroemt het bloed het klepdeel. Bij geopende klep valt het klepdeel 26 in een vlakkere toestand samen dan bij geopende 8101063 -10- klep, waarbij het afdichtend tegen de klepzitting druk. Mocht een terugstrcming van bloed of een andere vloeistof optreden, dan springt het klepdeel 26 elastisch terug en legt zich daarbij tegen de klepzitting, die door de rand, die de opening van het kanaal 5 30 angeeft, gevormd wordt. Daardoor wordt de vloeistofstrocm onder vangen. Wanneer de gebruiker van de inrichting genoeg bloed heeft laten binnenvloeien in de houder 16, wordt de gevulde houder 16 afgencmen en de onderdruktoestand in het naaldbuisje 15 beëindigd. Het klepdeel 26 reageert op deze drukverandering en 10 springt in de uitgangstoestand terug, waarin het de opening van het kanaal 30 afsluit. Er moet cp gewezen worden, dat de veerkracht van het samendrukbare klepdeel voldoende groot moet zijn, cm het klepdeel ook dan gesloten te houden, wanneer het naaldbuisje 14 in de ader van de patiënt verblijft. De door het klepdeel 26 15 uitgeoefende drukkracht moet dan groter zijn dan de te verwachten maximale bloedaderdruk, die bij normaal gébruik van de bloedont-trekkingsinrichting optreedt.
Een verder uitvoeringsvoorbeeld is in fig. 7 weergegeven, De wijziging betreft hoofdzakelijk de positie van het naaldbuisje 20 bij het voorste huisdeel. Het naaldbuisje 14a is in een boring 29a ingeschoven, die zich geheel door het voorste huisdeel 24a heen uitstrékt. Het naaldbuisje 14a is dn de boring 29a met geschikte bevestigingsmiddelen gefixeerd, zodat de achterste opening 60 van het holle buisje een kort stuk in de kamer 50a steekt en <£ar 25 de klepzitting voor de aangrijping van het klepdeel 26a vormt. Evenals bij het eerste uitvoeringsvoorbeeld kan deze klepzitting bij de opening 60 eveneens boogvormig gékrcmd zijn, zodat het zich soepel tegen het cmtreksvlak van het klepdeel 26 aan legt.
Het klepdeel bestaat bij voorkeur uit elastaneermateriaal, 30 dat voldoende zacht is, cm onder de invloed van een gering drukverschil op beide zijden van het klepdeel samen te "«Hen. Wanneer een patiënt bloed afgencmen wordt, bedraagt het drukverschil, dat het klepdeel tot samendrukken brengen en het ccntactbereik daarvan uit de dichtingsaangrijping verwijderen moet, in de orde van ongeveer 35 30 tot 70 mm kwikdruk (40 tot 93 iribar). Bij voorkeur bestaat het elastaneermateriaal van het klepdeel uit siliconrubber. Bij een 8101063 -11- r 9 practisch uitgevoerde inrichting heeft het klepdeel een binnendia-meter van 3,38 ran, een wanddikte van 0,51 ran en een lengte van 3,18 ran. De hardheid van dit slang- of buisstuk bedraagt ca. 50 tot 70 Shore A.
5 De beschreven meernaald-onttrekkingsinrichting bevat een terugstrocmafsluiting, die eenvoudig te monteren en goedkoop te vervaardigen is en die betrouwbaar functioneert. Hst klepdeel rear geert voor wat betreft de openings- en sluitdrukken op te voorziene en reproduceerbare wijze en bewerkstelligt cp eenvoudige wijze 10 een goede drukafdichting. De constantheid van het klepdeel bewerkstelligt geringe exemplaarstrooiingen en een regelinatigewerking bij de toepassing.
Kart samengevat is in het voorgaande een inrichting voor de afname van lichaamsvloeistoffen beschreven, bestaande uit twee 15 huisdelen 24, 25, die een kamer 50 ons lui ten. In de kamer 50 bevindt zich een klepdeel 26 voor de verhindering van de terugstraning in het in het lichaam in te voeren naaldbuisje 14. Het klepdeel 26 bestaat uit een dwars in de kamer 50 aangebracht slangstuk, dat in de sluittoestand tegen de in het naaldbuisje 14 voerende klep-20 zitting aanligt, maar de uit de kamer 50 naar buiten voerende uitlaat niet afsluit. Wanneer de druk in het naaldbuisje 14 boven de druk aan de uitlaat van de kamer 50 uit gaat, wordt het klepdeel 26 samengedrukt, waardoor het loskcmt van de klepzitting. In het bijzonder wordt gewezen op fig. 5.
8t 010 63
Claims (22)
1. Inrichting voor de onttrekking van lichaamsvloeistoffen, met een huis, waaraan raar voren afstaand naaldbuisje bevestigd is en dat een naar een uitlaat voerende vloeistofdoor- 5 laat heeft, gekenmerkt doordat in een kamer (50) in het inwendige van het huis (12) een elastisch samendrukbaar klepdeel (26) aangebracht is, dat zich in de ontspannen toestand af dichtend tegen een, een in het naaldbuisje (14) voerende doorlaatopening ongevenr de klepzitting (34) in de voorwand van de kamer (50) legt en 10 tegen de achterwand van de kamer zo afgesteund is, dat het de vloeistofweg tussen de kamer (50) en de uitlaat niet afsluit.
2. Inrichting volgens conclusie 1, gekenmerkt doordat het klepdeel (26) zo in de kamer (50) vastgelegd is, dat het uitsluitend in de richting evenwijdig aan de langsas van het naald- 15 buisje (14) samenvallen en niet in een andere richting bewegen kan.
3. Inrichting volgens conclusie 2, gekenmerkt doordat het klepdeel (26) met de achterwand van de kamer (50) in contact is.
4. Inrichting volgens conclusie 3, gekenmerkt doordat de achterwand van de kamer (50) zo uitgevoerd is, dat het klepdeel 20 (26) de vloeistofweg door de uitlaat bij geopende klep niet af sluit.
5. Inrichting volgens conclusie 4, gekenmerkt doordat de achterwand van de kamer (50) een ckarsgroef (44) heeft, die met een naar het tweede naaldbuisje (15) voerend kanaal in verbinding 25 staat én langer is dan de grootste lengte van het klepdeel (26), zodat bij samengedrukt klepdeel (26) vloeistof uit de kamer (50) in de groef (44) vloeien kan.
6. Inrichting volgens conclusie 2, gekenmerkt doordat het klepdeel (26) in de openingstoestand van de klep sterker vlak- 30 gedrukt is dan bij gesloten klep.
7. Inrichting volgens een der conclusies 1 t/m 6, gekenmerkt doordat het klepdeel (26) een cilindrische vorm heeft en met zijn arttreksvlak afdichtend tegen de klepzitting (34) aanligt.
8. Inrichting volgens conclusie 7, gekenmerkt doordat 35 het cilindrische klepdeel (26) hol is.
9. Inrichting volgens conclusie 8, gekenmerkt doordat 8101Q63 -13- het holle klepdeel (26) aan beide einden epen is.
10. Inrichting volgens conclusie 9, gekeranerkt doordat de binnenwand en de buitenwand van het holle klepdeel (26) in hoofdzaak concentrisch ten opzichte van elkaar zijn.
11. Inrichting volgens een der conclusies 1 t/m 10, gekenmerkt doordat het klepdeel (26) uit een elastaneermateriaal bestaat, dat voldoende zacht is, cm onder de invloed van een geringe differentiaaldruk, die op twee tegenovergestelde zijden van het klepdeel (26) inwerkt, samen te vallen.
12. Inrichting volgens conclusie 11, gekenmerkt doordat de differentiaaldruk, waarbij het klepdeel (26) samenvallend van de klepzitting loskomt in de orde van 40 tot 93 nibar ligt.
13. Inrichting volgens conclusie 11, gekenmerkt doordat het elastaneermateriaal uit een silicon-rubber bestaat.
14. Inrichting volgens een der conclusies 1 t/m 13, gekenmerkt doordat de beide in de kamer (50) voerende epeningen in de voorwand en in de achterwand van de kamer ten opzichte van elkaar uitgericht zijn, waarbij hun assen?evenwig^xg aan de as vaihet naaldbuisje (14) verlopen.
15. Inriching volgens een der conclusies 1 t/in 14, gekenmerkt doordat van het huis (12) naar achter een tweede naaldbuisje afstaat, dat met de kamer (50) in verbinding staat en zich voor het doorsteken van een afgezogen houder (16) voor de opname van een bloedmonster leent.
16. Inrichting volgens een der conclusies 1 t/in 15, gekenmerkt doordat het huis (12) een bevestigingsinrichting (18) voor de aansluiting van een steun (19) voor een afgezogen houder (16) heeft.
17. Inrichting volgens conclusie 16, gekenmerkt doordat 30 een steun voor een met het huis (12) samenhangende afgezogen houder (16) aangebracht is.
18. Inrichting volgens een der conclusies 1 t/m 17, gekenmerkt doordat de klepzitting (44) in het oontactbereik met het klepdeel (26) in hoofdzaak aan het buitenvlak van het klepdeel 35 aangepast is.
19. Inrichting volgens een der conclusies 1 t/in 18, 8101063 -14- gekenmerkt doordat voor de klepzitting (34) een kanaal (30) aangebracht is, waarvan de diameter zo bemeten is, dat het door snoring van de vloeistofstraning de tegen het klepdeel (26) werkende druk-kracht beïnvloedt.
20. Inrichting volgens een der conclusies 1 t/m 19, gekenmerkt doordat het achtereinde van het eerste naaidbuisje (15) in het inwendige van de kamer (50a) steekt en de klepzitting voor het klepdeel (26a) vormt.
21. Inrichting volgens een der voorgaande conclusies, 10 gekenmerkt doordat het huis (12) in dwarsrichting gedeeld is en uit twee in elkaar te steken huisdelen (24, 25) bestaat, waartussen de kamer (50) gevormd is.
22. Inrichting, in hoofdzaak zoals voorgesteld in de beschrijving en/of tekeningen. 8101063
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| US12914980 | 1980-03-10 | ||
| US06/129,149 US4317456A (en) | 1980-03-10 | 1980-03-10 | Multiple sample needle with anti-backflow valve |
Publications (3)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8101063A true NL8101063A (nl) | 1981-10-01 |
| NL185552B NL185552B (nl) | 1989-12-18 |
| NL185552C NL185552C (nl) | 1990-05-16 |
Family
ID=22438662
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NLAANVRAGE8101063,A NL185552C (nl) | 1980-03-10 | 1981-03-05 | Inrichting voor de onttrekking van lichaamsvloeistoffen. |
Country Status (15)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4317456A (nl) |
| JP (1) | JPS56143144A (nl) |
| AR (1) | AR223912A1 (nl) |
| AU (1) | AU537561B2 (nl) |
| BE (1) | BE887842A (nl) |
| BR (1) | BR8100157A (nl) |
| DE (1) | DE3103031C2 (nl) |
| ES (1) | ES8203596A1 (nl) |
| FR (1) | FR2477403A1 (nl) |
| GB (1) | GB2071282B (nl) |
| IT (1) | IT1135503B (nl) |
| LU (1) | LU83209A1 (nl) |
| MX (1) | MX151988A (nl) |
| NL (1) | NL185552C (nl) |
| SE (1) | SE455154B (nl) |
Families Citing this family (32)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US4732162A (en) * | 1985-10-18 | 1988-03-22 | Martell Medical Products, Inc. | Automatic and position-sensitive syringe and method for nonaspirating or aspirating obtaining of blood samples |
| FR2590673B1 (fr) * | 1985-11-05 | 1988-09-16 | Bally Philippe | Dispositif de test autonome miniaturise a usage unique |
| EP0383756A4 (en) * | 1987-03-23 | 1991-01-09 | Joseph Parsons Nominees Pty. Ltd. | Collection tube with pre-collection evacuator |
| AU622875B2 (en) * | 1987-10-14 | 1992-04-30 | John Henry Adam Butler | Single use syringe |
| WO1989003698A1 (en) * | 1987-10-14 | 1989-05-05 | Butler John H A | Single use syringe |
| JPH0268134U (nl) * | 1988-11-11 | 1990-05-23 | ||
| GB2327885A (en) * | 1997-08-02 | 1999-02-10 | Nmt Group Plc | Filling needle |
| US20040162540A1 (en) * | 2003-02-13 | 2004-08-19 | Becton, Dickinson And Company | Transfer device |
| JP2005287955A (ja) * | 2004-04-02 | 2005-10-20 | Sekisui Chem Co Ltd | 真空採血管用栓体及び真空採血管 |
| US7530967B2 (en) * | 2004-05-03 | 2009-05-12 | Clearview Patient Safety Technologies, Llc | Porous multiple sample sleeve and blood drawing device for flash detection |
| US7226432B2 (en) * | 2004-05-03 | 2007-06-05 | Clear View Patient Safety Products, Llc | Blood drawing device |
| US7396343B2 (en) * | 2004-05-03 | 2008-07-08 | Clear View Patient Safty Products, Llc | Blood drawing device with flash detection |
| US20050267384A1 (en) * | 2004-06-01 | 2005-12-01 | Sauer Kevin P | Blood collection kit adapter |
| JP2006020934A (ja) * | 2004-07-09 | 2006-01-26 | Nipro Corp | 採血針 |
| CN100398063C (zh) * | 2005-11-04 | 2008-07-02 | 徐双苗 | 一种自动定量静脉血液采集针装置 |
| US8535241B2 (en) | 2011-10-13 | 2013-09-17 | Magnolia Medical Technologies, Inc. | Fluid diversion mechanism for bodily-fluid sampling |
| US9060724B2 (en) | 2012-05-30 | 2015-06-23 | Magnolia Medical Technologies, Inc. | Fluid diversion mechanism for bodily-fluid sampling |
| US9022950B2 (en) | 2012-05-30 | 2015-05-05 | Magnolia Medical Technologies, Inc. | Fluid diversion mechanism for bodily-fluid sampling |
| WO2014022275A1 (en) | 2012-08-01 | 2014-02-06 | Magnolia Medical Technologies, Inc. | Fluid diversion mechanism for bodily-fluid sampling |
| US9149576B2 (en) | 2012-10-11 | 2015-10-06 | Magnolia Medical Technologies, Inc. | Systems and methods for delivering a fluid to a patient with reduced contamination |
| ES2877185T3 (es) | 2012-11-30 | 2021-11-16 | Magnolia Medical Technologies Inc | Mecanismo de desviación de fluido basado en jeringa para muestreo de fluidos corporales |
| IL321622A (en) | 2012-12-04 | 2025-08-01 | Magnolia Medical Technologies Inc | Sterile bodily-fluid collection device and methods |
| US10772548B2 (en) | 2012-12-04 | 2020-09-15 | Magnolia Medical Technologies, Inc. | Sterile bodily-fluid collection device and methods |
| CA159103S (en) * | 2014-04-29 | 2015-06-01 | Bayer Animal Health Gmbh | Transfer device |
| CN104720827B (zh) * | 2015-03-27 | 2017-06-16 | 河北鑫乐医疗器械科技股份有限公司 | 一种采血工具防逆流结构及包含该结构的采血针 |
| DE102015120959A1 (de) | 2015-12-02 | 2017-06-08 | Ivoclar Vivadent Ag | Dentalapplikator |
| WO2018094310A1 (en) | 2016-11-18 | 2018-05-24 | Bullington Gregory J | Systems and methods for sample collection with reduced hemolysis |
| EP4249118B1 (en) | 2017-06-09 | 2024-12-11 | Magnolia Medical Technologies, Inc. | Fluid control devices |
| JP7204742B2 (ja) | 2017-09-12 | 2023-01-16 | マグノリア メディカル テクノロジーズ,インコーポレイテッド | 流体制御デバイス及び流体制御デバイスを使用する方法 |
| US20210361207A1 (en) * | 2017-12-27 | 2021-11-25 | Kurin, Inc. | Fluid optimization and contaminant containment device and method using displaceable plug |
| DE102020106212A1 (de) * | 2020-03-06 | 2021-09-09 | Wabco Europe Bvba | Fluidventil, Ventilanordnung und Bremsanlage |
| US20240203596A1 (en) * | 2021-04-09 | 2024-06-20 | Lindsay Lifescience Llc | Systems and methods for predicting a condition |
Family Cites Families (11)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3498321A (en) * | 1967-10-16 | 1970-03-03 | Gen Tire & Rubber Co | Self-sealing valve assembly |
| US3557778A (en) * | 1968-11-18 | 1971-01-26 | Elbert L Hughes | Blood specimen collection assembly |
| US3807445A (en) * | 1972-06-19 | 1974-04-30 | American Hospital Supply Corp | Audible pressure relief valve for medical humidifier |
| US3817240A (en) * | 1972-06-28 | 1974-06-18 | Becton Dickinson Co | Multiple sample needle assembly with one-way valve and blood flow indicator |
| US3874367A (en) * | 1972-06-29 | 1975-04-01 | Becton Dickinson Co | Valved blood sampling needle assembly |
| US3889710A (en) * | 1972-11-07 | 1975-06-17 | Julien H Brost | Check valve with elastomeric valve element |
| US3970106A (en) * | 1975-03-03 | 1976-07-20 | Reed Tool Company | Collapsible ball valve |
| JPS5310798A (en) * | 1976-07-15 | 1978-01-31 | Matsushita Electric Works Ltd | Surface treating method of inorganic fiber |
| US4244378A (en) * | 1978-05-30 | 1981-01-13 | The West Company | Pressure responsive one-way valve for medical systems |
| US4207870A (en) * | 1978-06-15 | 1980-06-17 | Becton, Dickinson And Company | Blood sampling assembly having porous vent means vein entry indicator |
| US4244379A (en) * | 1979-08-02 | 1981-01-13 | Quest Medical, Inc. | Check valve for blood drawing apparatus |
-
1980
- 1980-03-10 US US06/129,149 patent/US4317456A/en not_active Expired - Lifetime
-
1981
- 1981-01-13 BR BR8100157A patent/BR8100157A/pt not_active IP Right Cessation
- 1981-01-23 ES ES498753A patent/ES8203596A1/es not_active Expired
- 1981-01-30 DE DE3103031A patent/DE3103031C2/de not_active Expired
- 1981-01-30 SE SE8100721A patent/SE455154B/sv unknown
- 1981-02-02 AR AR284183A patent/AR223912A1/es active
- 1981-02-09 GB GB8103903A patent/GB2071282B/en not_active Expired
- 1981-02-16 MX MX185982A patent/MX151988A/es unknown
- 1981-02-16 AU AU67328/81A patent/AU537561B2/en not_active Ceased
- 1981-02-17 IT IT19806/81A patent/IT1135503B/it active
- 1981-02-24 JP JP2604381A patent/JPS56143144A/ja active Granted
- 1981-03-05 NL NLAANVRAGE8101063,A patent/NL185552C/nl not_active IP Right Cessation
- 1981-03-06 FR FR8104523A patent/FR2477403A1/fr active Granted
- 1981-03-09 BE BE0/204043A patent/BE887842A/fr not_active IP Right Cessation
- 1981-03-10 LU LU83209A patent/LU83209A1/de unknown
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| FR2477403A1 (fr) | 1981-09-11 |
| SE455154B (sv) | 1988-06-27 |
| AR223912A1 (es) | 1981-09-30 |
| IT8119806A0 (it) | 1981-02-17 |
| NL185552C (nl) | 1990-05-16 |
| AU537561B2 (en) | 1984-06-28 |
| JPS6321497B2 (nl) | 1988-05-07 |
| DE3103031C2 (de) | 1983-05-19 |
| ES498753A0 (es) | 1982-04-01 |
| GB2071282A (en) | 1981-09-16 |
| MX151988A (es) | 1985-05-23 |
| BR8100157A (pt) | 1981-09-15 |
| SE8100721L (sv) | 1981-09-11 |
| US4317456A (en) | 1982-03-02 |
| IT1135503B (it) | 1986-08-27 |
| FR2477403B1 (nl) | 1985-03-29 |
| NL185552B (nl) | 1989-12-18 |
| AU6732881A (en) | 1981-09-17 |
| BE887842A (fr) | 1981-09-09 |
| JPS56143144A (en) | 1981-11-07 |
| DE3103031A1 (de) | 1981-12-17 |
| GB2071282B (en) | 1984-07-11 |
| LU83209A1 (de) | 1981-10-30 |
| ES8203596A1 (es) | 1982-04-01 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8101063A (nl) | Inrichting voor de onttrekking van lichaamsvloeistoffen. | |
| US6585229B2 (en) | Medical nozzle securing apparatus | |
| US4324239A (en) | Safety valve for preventing air embolism and hemorrhage | |
| AU2001253883B2 (en) | Drip chamber anti free flow device | |
| US4781674A (en) | Fluid flow control valve | |
| RU2394608C2 (ru) | Штыревой клапанный моэр-соединитель с регулированием последовательности работы клапанов | |
| US4946448A (en) | Check valve for use with intravenous pump | |
| CN1031863C (zh) | 带控制阀装置的导管 | |
| US6413250B1 (en) | Catheter snapped valve | |
| DK2453949T3 (en) | CARTRIDGE WITH INFUSION KIT CONTAINING ANTI-ANTI-FREEZING BALL VALVE FOR PERISTAL INFUSION PUMP | |
| US20070083162A1 (en) | Valve for intravenous catheter | |
| EP0042211A2 (en) | Multiple sample needle assembly | |
| JP2006507906A (ja) | 注入ライン内の自由流れを防止するための装置及び方法 | |
| US20050256460A1 (en) | Valved connector | |
| EP1452201A1 (en) | Indwelling catheter with hemostasis valve | |
| US9302091B2 (en) | Check valve system | |
| US4457487A (en) | Flushing device | |
| JP2008522736A (ja) | 多封止体を備える自己封止式の雄ルアー・コネクタ | |
| AU2001253883A1 (en) | Drip chamber anti free flow device | |
| EP0080628A1 (en) | Multiple sample needle valve | |
| US4414983A (en) | Medico-surgical instruments | |
| US10967169B2 (en) | Medical connector, infusion set, and fluid collection method | |
| US20020161333A1 (en) | Catheter shut-off valve | |
| EP0099360A1 (en) | Safety valve for preventing air embolism or hemorrhage | |
| EP3213793B1 (en) | Automatic anti-free-flow valve for medical pumps |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BA | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| V1 | Lapsed because of non-payment of the annual fee |
Effective date: 19991001 |