[go: up one dir, main page]

NL8007094A - Radiologische bepalingsmethode en daarvoor te gebruiken preparaten. - Google Patents

Radiologische bepalingsmethode en daarvoor te gebruiken preparaten. Download PDF

Info

Publication number
NL8007094A
NL8007094A NL8007094A NL8007094A NL8007094A NL 8007094 A NL8007094 A NL 8007094A NL 8007094 A NL8007094 A NL 8007094A NL 8007094 A NL8007094 A NL 8007094A NL 8007094 A NL8007094 A NL 8007094A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
solution
indium
radioactive
hydroxyquinoline
radioactivity
Prior art date
Application number
NL8007094A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Byk Mallinckrodt Cil Bv
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Byk Mallinckrodt Cil Bv filed Critical Byk Mallinckrodt Cil Bv
Publication of NL8007094A publication Critical patent/NL8007094A/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61KPREPARATIONS FOR MEDICAL, DENTAL OR TOILETRY PURPOSES
    • A61K51/00Preparations containing radioactive substances for use in therapy or testing in vivo
    • A61K51/12Preparations containing radioactive substances for use in therapy or testing in vivo characterised by a special physical form, e.g. emulsion, microcapsules, liposomes, characterized by a special physical form, e.g. emulsions, dispersions, microcapsules
    • A61K51/1203Preparations containing radioactive substances for use in therapy or testing in vivo characterised by a special physical form, e.g. emulsion, microcapsules, liposomes, characterized by a special physical form, e.g. emulsions, dispersions, microcapsules in a form not provided for by groups A61K51/1206 - A61K51/1296, e.g. cells, cell fragments, viruses, virus capsides, ghosts, red blood cells, viral vectors
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61KPREPARATIONS FOR MEDICAL, DENTAL OR TOILETRY PURPOSES
    • A61K51/00Preparations containing radioactive substances for use in therapy or testing in vivo
    • A61K51/02Preparations containing radioactive substances for use in therapy or testing in vivo characterised by the carrier, i.e. characterised by the agent or material covalently linked or complexing the radioactive nucleus
    • A61K51/04Organic compounds
    • A61K51/0474Organic compounds complexes or complex-forming compounds, i.e. wherein a radioactive metal (e.g. 111In3+) is complexed or chelated by, e.g. a N2S2, N3S, NS3, N4 chelating group
    • A61K51/0478Organic compounds complexes or complex-forming compounds, i.e. wherein a radioactive metal (e.g. 111In3+) is complexed or chelated by, e.g. a N2S2, N3S, NS3, N4 chelating group complexes from non-cyclic ligands, e.g. EDTA, MAG3
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61KPREPARATIONS FOR MEDICAL, DENTAL OR TOILETRY PURPOSES
    • A61K2123/00Preparations for testing in vivo

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Epidemiology (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • Medicinal Chemistry (AREA)
  • Optics & Photonics (AREA)
  • Pharmacology & Pharmacy (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Virology (AREA)
  • Dispersion Chemistry (AREA)
  • Proteomics, Peptides & Aminoacids (AREA)
  • Medicines Containing Antibodies Or Antigens For Use As Internal Diagnostic Agents (AREA)
  • Medicines Containing Material From Animals Or Micro-Organisms (AREA)
  • Medicines That Contain Protein Lipid Enzymes And Other Medicines (AREA)
  • Nuclear Medicine (AREA)

Description

i- ,.,¾ % »· · CIL 0106
Radiologische bepalingsmethode en daarvoor te gebruiken preparaten.
De uitvinding heeft betrekking op oplossingen die gebruikt kunnen worden voor radiologisch onderzoek van warmbloedigen en op een werkwijze voor het gebruik van deze oplossingen.
5 Het is uitermate wenselijk de lichamen van warmbloedigen aan een radiologisch onderzoek te onderwerpen om verschillende bepalingen te doen. Het gebruik van radioactieve indiumcomplexen met 8-hydroxychinoline is voor deze doeleinden bekend. Volgens een artikel van Mathew L.
10 Thakur e.a. in Thrombosis Research, Vol. 9, 345-347 (1976), "Indium-111 labeled platelets: Studies on preparation and evaluation of in vitro and in vivo functions", worden bloed-plaatjes in vitro gelabeld met een vet-oplosbaar complex van indium-111 en 8-hydroxychinoline (indium-111 oxinaat), en 15 ingespoten bij warmbloedigen. Uitwendige beeldvorming met behulp van straling werd vervolgens gebruikt om bloedstolsels in de aderen en beschadigde gebieden van slagaderen te lokaliseren. Nancy L. Ascher e.a. beschrijven· in Arch. Surg., vol. 114, 386-392 (April 1979),"Indium 111 autologous tagged 20 '.leukocytes in the diagnosis of intraperitoneal sepsis", de injja.ptie van met indium-111 oxinaat gelabelde auto loge poly-morphonucleaire leukocyten bij warmbloedigen als een middel om door uitwendig aftasten ("scannen") met behulp van straling de plaats van infecties of ontstekingen te bepalen. Het 25 lokaliseren van abcessen in het lichaam is beschreven door
Mathew L. Thakur e.a. in Journal of Nuclear Medicine, Vol. 18,
No. 10, 1014-1021/'Indium-ill-labeled autologous leukocytes in man", waarbij de methode het uitwendig labelen van geïsoleerde autologe leukocyten welke in het lichaam worden inge-30 spoten, en een daaropvolgend onderzoek door uitwendige beeldvorming omvat.
Onder de complexen waarvan in het Amerikaanse octrooischrift nr. 4.017.596 de bruikbaarheid voor radiofarmaceutische uitwendige beeldvorming wordt beschreven, 8007094 * , · -2- worden chelaten van radioactief indium-111 of indium-113m en 8-hydroxychinoline genoemd. De directe inspuiting van technetium, gallium en cobalt bevattende radioactief werkzame stoffen in muizen en honden wordt beschreven. Naar wordt 5 beweerd hebben de werkzame stoffen een hoge mate van stabiliteit in vivo, waarbij zij uitermate specifiek zijn bij het accumuleren in bepaalde organen of anatomische gebieden en eigenschappen vertonen die een uitstekende nucleaire beeldvorming mogelijk maken.
10 In de niet-voorgepubliceerde Amerikaanse octrooiaanvrage nr. 105.202, ingediend op 19 december 1979, wordt het gebruik in vivo van radioactieve indiumoxinaten beschreven ter bepaling van de plaats van ontstoken gebieden in warmbloedigen. De ontsteking kan verschillende oorzaken 15 hebben zoals lichaamsabcessen, infecties, orgaantransplantaties waarbij echte of kunstmatige organen worden toegepast, botprotheses, de aanwezigheid van een ander vreemd voorwerp in het lichaam, of een andere verwonding. Door dergelijke methoden wordt een hoogst ongewenste ingreep, zoals een chi-20 rurgische ingreep of het inbrengen van een mechanisch instrument in het lichaam ter plaatse van de ontsteking, hetgeen pijnlijk kan zijn en voor het aanwenden waarvan een grote mate van deskundigheid vereist kan ziin, vermeden. Ook is een methode, die de directie inspuiting van de radioactief werk-25 zame stof-in het lichaam omvat, betrekkelijk snel en gemakkelijk uit te voeren, waarbij het gebruik van ii^ritro labeling methoden wordt vermeden.
In deze en andere oudere studies is het radioactieve indiumoxinaat gebruikt als een oplossing die een 30 organisch oplosmiddel zoals een alcohol, gewoonlijk ethanol, bevat. De oplossingen hebben in het algemeen het nadeel dat ze een voldoende hoeveelheid oplosmiddel bevatten om de oplossingen hypertonisch te doen zijn. Het is bekend, dat een 1,39% -ige oplossing van ethanol in water isotonisch is. Dit bete- 35 kent, dat de ^hanolconcentraties zoals die in de literatuur worden vermeld, dwz. 25%, vele malen Jjyp©rtonisch zijn.
8007094 *. « -3-
Toevoeging van zout maakt deze oplossingen nog meer hyperto-nisch. Ook wordt chloroform toegepast als oplosmiddel, in het bijzonder bij het bereiden van de oplossing die gebruikt wordt om bloedcomponenten te labelen met radioactief materiaal.
5 Organische oplosmiddelen hebben in het algemeen andere eigenschappen die ongewenst zijn bij het toedienen aan het lichaam van warmbloed!gen en kunnen toxische effecten vertonen, zelfs 'bij gebruik van zeer kleine hoeveelheden, zodat het zeer wenselijk is om deze materialen in voor een dergelijk gebruik 10 bestemde oplossingen voor radiologisch onderzoek te vermijden.
Ondanks deze nadelen bevatten oplossingen van radioactieve indiumoxinaten, die gebruikt worden bij radiologische bepalingsmethoden, ethanol in zo grote hoeveelheden dat de oplossingen hypertonisch zijnf^jlij voorbeeld de 15 hiervoor aangehaalde publicaties van Thankur e.a. Het artikel in Thrombosis Research beschrijft op bladzijden 346 en 347, indium-14 oxine in saline, hypertonische oplossingen die het oxine en ethanol bevatten. Soortgelijke oplossingen worden beschreven door McAfee e.a. in Journal of Nuclear Medicine, 20 yol. 17, No. 6, blz. 480-487 (1976), "Survey of radioactive agents for in vitro labeling of phagocytic leukocytes, I. Soluble agents"; door Frost e.a. in Proceedings of the Society for Experimental Biology and Medicine, Vol 157, blz. 61-65 (1978) "The radio!abe.ling of lymphocytes and tumor cells with 25 in indium (39991)"; én in het eerder genoemde artikel van Ascher e.a. In het Amerikaanse octrooischrift nr. 4.017.596 wordt geen enkele beschrijving van een oplossing van indium-oxinaat aangetroffen. Uit deze artikelen blijkt, dat oplossingen die organisch oplosmiddel bevatten noodzakelijk werden 30 geacht voor het uitvoeren van het gewenste onderzoek, en dat dit blijkbaar werd gedaan als een middel om het vet-oplosbare chelaat in voldoende mate in de waterige oplossing te laten oplossen en om de gewenste uitwerking te krijgen bij gebruik van de oplossing.
35 Bij toepassing van de onderhavige uitvin ding wordt het gebruik van organische bestanddelen in het oplosmiddel vermeden, ter voorkoming van problemen, die kunnen 800 70 9 4 -4- ontstaan door de aanwezigheid van een organisch oplosmiddel-bestanddeel in oplossingen die een radioactief indiumoxinaat voor inspuiting in het lichaam van warmbloedigen bevatten.
In tegenstelling tot wat voorheen werd toegepast, kunnen de 5 oplossingen van radioactief indiumoxinaat het gebruik van organische oplosmiddelen ontberen, en kunnen de oplossingen met succes worden toegepast bij radiologische bepalingsmethoden bij warmbloedigen, waarbij de bloedcomponenten of in vivo of in vitro worden gelabeld. De onderhavige uitvinding 10 verschaft waterige oplossingen van radioactieve indiumoxi-naten, die geheel of nagenoeg geheel vrij zijn van organisch oplosmiddel en waarvan het gebruik bij radiologische bepalingsmethoden gewoonlijk resultaten geeft, die vergelijkbaar zijn met of zelfs beter zijn dan die verkregen worden bij 15 gebruik van ethanol-bevattende oplossingen. Bovendien vermindert de afwezigheid van organische oplosmiddelen in de oplossingen de kans op toxische effecten, en kunnen de oplossingen in het algemeen het voordeel hebben geheel of nagenoeg geheel isotonisch te zijn.
20 De preparaten volgens de onderhavige uit vinding kunnen gebruikt worden bij verschillende methoden van radiologisch onderzoek, waarbij bloedcomponenten of in vitro of in vivo worden gelabeld. De gelabelde bloedcomponenten kunnen rode of witte cellen of bloedplaatjes zijn. Bij in 25 vitro methoden wordt in het algemeen de te labelen bloedcompo-nent uit een bloedmonster geïsoleerd en vervolgens gelabeld en in het lichaam van een warmbloedig levend wezen gebracht. Bij in vivo methoden wordt de voor het labelen te gebruiken wifczame stof direct' aan het lichaam toegediend, waarbij het 30 labelen in situ plaatsvindt. In zulke gevallen kan het labelen minder selectief zijn met betrekking tot de diverse aanwezige bloedcomponenten. Bij elk van beide methoden kan de plaats waar de radioactiviteit zich in het lichaam ophoopt worden bepaald door uitwendige beeldvorming.
35 Bij voorbeeld wordt bij een werkwijze waarbij een lichaamsabces of een ander ontstekingsproces wordt gelokaliseerd, een radioactief chelaat van indium en een 8-hydroxychinoline in de bloedbaan van het levende wezen 8007094 -5- gebracht. Na een geschikte periode hoopt het chelaat zich opf niet alleen in bepaalde gebieden van het lichaam, zoals de lever en de milt, maar ook in betrekkelijk grote hoeveelheden in ieder aanwezig ontstoken gebied dat kan zijn ont-5 staan door verschillende oorzaken zoals die welke eerder beschreven zijn. Het lichaam kan dan aan een radiologisch onderzoek worden onderworpen door een techniek van uitwendige beeldvorming, om de opgehoopte radioactiviteit ter plaatse van het ontstoken gebied op te sporen, mits dit gebied zich 10 bevindt in een ander deel van het lichaam dan waarin het chelaat zelfs in afwezigheid van een abces gewoonlijk in nagenoeg dezelfde mate zou accumuleren. Deze methode is betrekkelijk snel en gemakkelijk uit t^/voeren, waarbij het gebruik van uitwendige of in vitro labeling methoden wordt 15 vermeden; de laatste methoden kunnen echter voor soortgelijke doeleinden worden aangewend waarbij gebruik wordt gemaakt van de preparaten volgens de onderhavige uitvinding.
De onderhavige uitvinding berust op de vondst, dat waterige oplossingen van radioactieve indiumche-20 laten van een 8-hydroxychinoline, die geheel of nagenoeg ge-h-eel vrij zijn van organisch oplosmiddel, in kleine werkzame hoeveelheden aan warmbloedigen kunnen worden toegediend om. een radiologisch onderzoek van het lichaam door uitwendige beeldvorming üit te voeren. Op een andere wijze kunnen de 25 radioactieve chelaten worden gebruikt om bloedcomponenten in vitro te labelen, waarna de radioactieve materialen in kleine werkzame hoeveelheden aan deze lichamen worden toegediend voor soortgelijke doeleinden. De verschillende soorten radiologische onderzoekingen die hiervoor zijn besproken kunnen 30 worden uitgevoerd door gebruik te maken van de preparaten volgens de uitvinding.
Diverse zoogdieren kunnen met deze methoden worden behandeld zoals bij voorbeeld honden, geiten, mensen, knaagdieren, en dergelijke. De indiumchelaten van 35 een 8-hydroxychinoline kunnen de indium-111 of indiura-113m complexen zijn beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 4.017.596, dus van ongesubstitueerd 8-hydroxychinoline , of van gesubstituteerd 8-hydroxychinoline met ongeveer f 8007094 -6- gelijkwaardige complexconstanten en hydrofiele eigenschappen. In het laatste geval kan het gesubstitueerde deel van 8-hy-droxychinoline bij voorbeeld een of meer hydrocarbylgroepen zijn, bij voorbeeld alkyl zoals methyl of andere lagere 5 alkylgroepen, of andere substituenten. Natuurlijk mag het chelaat geel al te nadelige invloed hebben op het lichaam waaraan de werkzame stof wordt toegediend.
De preparaten volgens de onderhavige uitvinding zijn waterige oplossingen die een radioactief 10 chelaat van indium'en een 8-hydroxychinoline in oplossing bevatten, maar waarin een organisch oplosmiddel-bestanddeel, bv. een alcohol zoals ethanol, geheel of nagenoeg geheel afwezig is. De waterige oplossingen volgens de uitvinding, die vrij zijn van organisch oplosmiddel, bevatten water als 15 het belangrijkste bestanddeel waarbij het indiumchelaat aanwezig is in kleine werkzame hoeveelheden geschikt voor gebruik bij radiologisch onderzoek. De oplossingen kunnen een geringe hoeveelheid zout, bv. natriumchloride, bevatten? ook kunnen andere anorganische zouten aanwezig zijn in kleine 20 hoeveelheden, al of niet in aanwezigheid van natriumchloride. De zouten kunnen worden gebruikt in hoeveelheden die voldoende zijn om een geheel of nagenoeg geheel isotonische oplossing te geven, en deze hoeveelheid kan afhankelijk zijn van alle andere bestanddelen die aanwezig zijn, bv. buffers. 25 Indien aanwezig, kan de hoeveelheid natriumchloride in de oplossing bij voorbeeld ten minste ongeveer 0,1 tot ongeveer 1 gewichtsprocent bedragen, bij voorkeur tot 0,5 gewichtspro-cent, hoewel grotere hoeveelheden, bij voorbeeld tot ongeveer 0,7 gewichtsprocent of zelfs tot ongeveer 0,9 gewichts-30 procent of daaromtrent, aanwezig kunnen zijn.
Men heeft gevonden, dat de pH van de oplossingen volgens de uitvinding betrekkelijk onbelangrijk is. Voor het labelen in vitro wordt een pH van ongeveer 6 tot 7 als optimaal beschouwd; een pH voor een te labelen 35 oplossing van lager dan ongeveer 4,2 kan echter het voordeel hebben, dat de adsorptie van het indium-lll bevattende actieve materiaal aan glaswerk waarmee het in aanraking is wordt 9007094 ( ' * -7- verminderd. Ook kunnen de oplossingen buffers of naar wens andere bestanddelen bevatten. Voor de distribuering geven we er de voorkeur aan oplossingen te bereiden met een pH van ongeveer 3, waarbij de gebruiker van de oplossing vóór ge-5 bruik de pH kan brengen op een waarde van ongeveer 6 tot 7. Indien een betrekkelijk kleine hoeveelheid natriumchloride aanwezig is, kan nog een buffer, bv. natriumacetaat, nodig zijn om de oplossing isotonisch te maken. Dit kan op zijn beurt de gebruiker verplichtèn een grotere hoeveelheid 10 buffer, bv. een natriumfosfaat, te gebruiken om de optimale pH voor het labelen van cellen te bereiken.
Bij de methoden volgens de onderhavige uitvinding kan het indiumchelaat of de bloedcomponenten die in vitro door gebruik van het chelaat zijn gelabeld aan het 15 levende wezen intraveneus of subcutaan worden toegediend, waarbij de hoeveelheid van de beeldvormende werkzame stof die in het lichaam wordt ingebracht zeer klein kan zijn.
In het algemeen kan het chelaat in het lichaam worden gebracht in een hoeveelheid tot ongeveer 0,036 millicurie radioactivi-20 teit per pond lichaamsgewicht, en, bij voorkeur, behoeft deze hoeveelheid niet groter te zijn dan 0,0143 millicurie per pond. De hoeveelheid dient voldoende te zijn, zodat de in een bepaald gebied van het lichaam geaccumuleerde werkzame stof doelmatig kan worden gedetecteerd, bij voorbeeld, ten minste 25 ongeveer 0,00036 millicurie, bij voorkeur ten minste ongeveer 0,0036 millicurie per pond lichaamsgewicht. De radioactieve stof kan worden toegepast als een oplossing die een kleine effectieve hoeveelheid van het chelaat als oxine bevat, bij vocüBeeld ongeveer 0,005 tot 0,2 milligram, bij voorkeur onge-30 veer 0,01 tot 0,5 milligram, per milliliter oplossing. De toegediende hoeveelheid oplossing behoeft niet meer te zijn dan een paar milliliter, bij voorkeur minder dan ongeveer 5 railli^liter, en de hoeveelheid behoeft slechts voldoende te zijn om de daarna uit te voeren gewenste detectie mogelijk 35 te maken, bv. ten minste ongeveer 0,0036 milliliter per pond lichaamsgewicht. Herhaaldelijk zijn deze hoeveelheden ongeveer 0,007 tot 0,014 milliliter oplossing per pond lichaamsgewicht. De oplossing kan dikwijls ongeveer 0,02 tot 5 of 10 8007094 -8- millicurie radioactiviteit per milliliter oplossing, bij voorkeur ongeveer 0,1 tot 0,5 millicurie per milliliter, bevatten.
Nadat de radioactieve beeldvormende werk-5 zame stof in het lichaam van het levende wezen is gebracht, kan het radiologisch onderzoek worden uitgevoerd door diverse radiologische scanningstechnieken aan te wenden waarbij gebruik gemaakt wordt van detectie met gammastralen, zoals door een scintillatiecamera en dergelijke. In het algemeen 10 werd gevonden, dat de gewenste accumulatie van radioactiviteit in het ontstoken gebied in voldoende mate plaatsvindt om deze na ongeveer een uur of zo te kunnen detecteren en dat de levensduur van de radioactief indium bevattende beeldvormende werkzame stof voldoende lang is om de scanning tot 15 meerdere dagen na inspuiting in het lichaam tot stand te kunnen brengen. Tezelfdertijd is echter deze levensduur niet zo lang, dat het een buitensporige stralingsbelasting voor het lichaam vormt. De opgehoopte radioactiviteit kan worden opgespoord in verschillende gebieden van het lichaam, bv.
20 in een orgaan zoals de lever of de nieren, of in een ontstoken gebied, zoals eerder vermeld in verband met oudere bepalingsmethoden waarbij van radioactief indium gebruik wordt gemaakt.
De oplossing volgens de uitvinding kan 25 worden gebruikt om radiologische bepalingen in vitro of in vivo uit te voeren zoals hiervoor is beschreven. Bij in vitro methoden kan het radioactief indium bevattende materiaal, bv. indium-111 oxinaat, cellulaire bloedcomponenten zoals granulocyten, lymphocyten, bloedplaatjes en erythrocyten la-30 beien. Deze cellen kunnen gorden gebruikt om bij voorbeeld organen in het lichaam, abcessen en andere ontstekingspro-cessen, hartinfarcten, vorming van bloedstolsels, en afstoting van getransplanteerde organen te lokaliseren. Zoals bekend zijn gelabelde erythrocyten op uitgebreide schaal ge-35 bruikt om het bloedvolume te meten. Met indium-111 gelabelde erythrocyten vertonen 24 uur na intraveneuze toediening activiteit in de bloedreservoirs van hart, lever en milt. De 8007094 -9- oplossingen volgens de uitvinding kunnen voor deze en andere doeleinden worden gebruikt.
Het labelen van cellen kan uitgevoerd worden door een celpreparaat dat bij voorkeur gesuspendeerd.
5 is in gebufferde saline of in ieder ander geschikt fysiolo-gisch medium zonder plasmaproteïnen toe te voegen aan de oplossing. Na voorzichtig mengen kan het mengsel ten minste twintig minuten bij kamertemperatuur worden gexncubeerd om een efficiënte labeling te krijgen, met uitzondering van het 10 labelen van thrombocyten, waarbij incubatietijden tot een uur of langer nodig kunnen zijn. De labelingsefficiëntie is afhankelijk van het aantal cellen in het incubatiemengsel. Afhankelijk van de labelingsefficiëntie wordt aanbevolen om de cellen te wassen ten einde alle vrije indium-111 oxi-15 naat te verwijderen. Daarna kunnen de gelabelde cellen weer in hun eigen plasma-medium worden gesuspendeerd.
Bij het labelen van leukocyten en thrombocy ten moet ervoor worden gezorgd, dat de bewerking voor het isoleren van de cellen zo kort mogelijk duurt om schade aan 20 de cellen te voorkomen, zo is het bij voorbeeld bij menselijke leukocyten voldoende om de erythrocyten (25 ml vers ACD bloed) door de zwaartekracht een uur bij kamertemperatuur te laten uitzakken. Het bovenstaande te verwijderen plasma bevat bijna alle leukocyten die met indium-lH oxinaat 25 kunnen worden gelabeld, bij voorkeur na een keer wassen in gebufferd saline.
Zo is bij voorbeeld het labelen van cellen tot stand gebracht door runder-erythrocyten twee keer met saline te wassen en vervolgens de cellen in saline 1:3 vol/ 30 vol te suspenderen. Een goed te gebruiken formulering volgens de uitvinding kan per ml 1 mCi indium-111 in de vorm van een chelaat met 25yWg oxine bevatten waaraan voldoende 0,03 mo-lair acetaat buffer is toegevoegd om een pH van 3 te krijgen. De oplossing kan isotonisch worden gemaakt door toevoeging 35 van 5,62 mg natriumchloride. Aan een flesje met 1 ml (= 1 m-Ci) In-11.1 oxinaat wordt 0,5 ml 0,-lJ. M Na2HP0^.2H20 toegevoegd om de pH tot 6,5 (.19,58 g/liter) te doen stijgen. De uiteindelijke oplossing is isotonisch en kan worden gebruikt voor j 8007094 -10- of in vivo of in vitro radiologische bepalingsmethoden.
Het labelen van runder-erythrocyten is uitgevoerd door 3 ml van een 33%-ige erythrocyten suspensie toe te voegen aan de isotonische oplossing en 20 minuten bij 5 kamertemperatuur te incuberen? de labeling-efficiëntie wordt nadat cellen en vloeistof door centrifugeren gescheiden zijn bepaald door de relatieve radioactiviteit van de cellen te meten en deze te delen door de initiële radioactiviteit. De labeling-efficiëntieh 96%. De gelabelde cellen worden dan nog 10 een half uur bij kamertemperatuur in runderplasma geïncür beerd. 'Cellen en plasma worden gescheiden door centrifugeren en slechts 2% van de radioactiviteit verschijnt in het plasma. De cellen kunnen gebruikt worden om een radiologisch onderzoek uit te voeren bij warmbloedigen, bijv. bij mensen, 15 volgens bekende methoden.
Bij de radiologische bepalingsmethode volgens de uitvinding kunnen de in vitro gelabelde runder-granulocyten gebruikt worden als een hulpmiddel voor de diagnose en lokalisatie van bacteriele abcessen in het lichaam.
20 Indium-111 is een geschikt isotoop voor scanning en beeldvorming met een gamma camera, met een halfwaardetijd (68 uujj die lang genoeg is om scanning tot na ongeveer 3 of 4 dagen mogelijk te maken, maar toch niet zo lang dat het een buitensporige stralingsbelasting vormt. Indium pleegt niet zelf 25 cellen te labelen, maar zal dat wel doen wanneer het een chelaat heeft gevormd met een lipofiel 8-hydroxychinoline (oxine) molecuul dat het door het membraan heen en in de cel transporteert. De cel is dan stevig gelabeld omdat het indium niet in staat is terug te keren door het celmembraan.
30 De levensvatbare gelabelde granulocyten- suspensie kan intraveneus aan een geit met een bacteriëel abces worden toegediend. Voor de scintigrafische bepaling kunnen de geiten gekalmeerd worden met 1,5 ml Ventranquil (Philips-Duphar B.V., Amsterdam, Nederland) en in de geschik- iworden.
35 te positie onder de gamma camera gehoudehXna inspuiting van de met In-111 oxinaat gelabelde autologe cellen.
Na de injectie wordt van de geit de volgende dag een scintigrafisch-beeld gemaakt. De weefsel- 8007094 -11- verdeling van In-111 in de geit wordt bepaald om de verdeling van radioactiviteit over de organen te laten zien. Ter bevestiging van de resultaten wordt de geit opgeofferd, waarbij een hoge radioactiviteit in de nier wordt gevonden.
5 Een ontstoken lympheknobbel bevat drie maal zo veel radioactiviteit als een niet ontstoken. Het abces heeft een matige accumulatie van radioactiviteit, meer dan bloed en spieren, maar veel minder dan bij voorbeeld de ovaria, de uterus, de longen, de nieren en de milt. Daarom is het alleen met de 1Ö geringe achtergrond ter plaatse van de zijkant van de buik mogelijk het abces zichtbaar te maken. Dit resultaat kan echter te wijten zijn aan de keuze van het dier. Hartspier-weefsel voortoont een matige ophoping van radioactiviteit in vërgelijking met bloed. De bepalingen uitgevoerd op de 15 delen van het ontlede dier zijn in overeenstemming met die welke uitgevoerd werden door uitwendig scannen van het lichaam.
De afgifte van In-111 uit het bloed van de geit kan gevogd worden na een intraveneuze injectie om 20 de biologische halfwaardetijd van de formulering te bepalen. Na injectie worden bloedmonsters van 10 ml bij tussenpozen afgenomen. Alle bloedmonsters worden onderworpen aan gedifferentieerd centrifugeren om vast te stellen of de radioactiviteit is gelokaliseerd in het plasma, de bloedplaatjes, 25 de fractie van rode cellen of de leukocyten. Plasma rijk aan bloedplaatjes (PRP) wordt gebreid door van heparine voorzien bloed 15 minuten bij 200 g te centrifugeren. Na monsters genomen te hebben van het PRP (1 ml) wordt het residu 10 minuten bij '1600 g gecentrifugeerd. Van de plasmalaag (plasma 30 arm aan bloedplaatjes = PPP), van het grensvlak tussen plasma en rdde cellen (leukocyten) en van de fractie van rode cellen worden monsters genomen van 1 ml. De radioactiviteit· ten worden bepaald en de afgifte wordt bepaald na correctie voor fysisch verval.
35 Ter illustratie van de in vivo labeling methode volgens de uitvinding wordt een geit met een bacte-riëel abces van 2 maanden oud ingespoten met de hiervoor beschreven oplossing van In-lll oxinaat (ca. 1 m Ci) volgens 8007094 w ··» - -12- de uitvinding. Van de geit wordt de volgende dag een beeld gemaakt met een gamma camera. Het abces verschijnt als een duidelijke vlek op de foto. De geit wordt opgeofferd en de verdeling van radioactiviteit over de verschillende weefsels 5 en organen wordt bepaald. Er is een sterke accumulatie van In-111 in de celfractie van het bloed, bijna evenveel als de radioactiviteit per gram miltweefsel. Door de cellen extra met PBS te wassen blijkt dat de radioactiviteit stevig .gebonden is. Weefsel van het abces heeft een grote accumulatie 10 van In-111, gelijk aan de nier en het ovarium. Dit is in overeenstemming met de duidelijke vlek op de beelden van de gamma camera. Pus van het abces bevat weinig radioactiviteit. Het vet, het spierweefsel en de merg van het dijbeen, de gal, de faeces, de pancreas en de urine vertonen geen beduidende J-5 accumulatie van radioactiviteit. Hartspierweefsel vertoont een matige accumulatie van In-111.
8 0 Q 7 0 9 4

Claims (10)

1. Werkwijze voor het onderwerpen van een warmbloedig levend wezen aan een radiologisch onderzoek, met het kenmerk, dat men het wezen een waterige oplossing toedient, die ge-5 heel of nagenoeg geheel vrij is van organisch oplosmiddel en die een kleine hoeveelheid van een radioactief indium-8-hydroxychinoline bevat, of dat men het wezen bloedcellen toedient die radioactief gelabeld zijn met deze oplossing, waarbij de hoeveelheid van de radioactieve stof voldoende is 10 voor detectie door uitwendige beeldvorming, en dat men vervolgens het wezen aan uitwendige beeldvorming onderwerpt om opgehoopte radioactiviteit op te sporen en zo de plaats daarvan in het lichaam van het wezen te bepalen.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, met 15 het kenmerk, dat het levende wezen een zoogdier is.
3. Werkwijze volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat het levende wezen een ontstoken gebied heeft, en dat men daarbij de plaats van dit ontstoken gebied bepaalt.
4. Werkwijze volgens een der conclusies 1,2 of 3, met het kenmerk, dat het radioactieve materiaal indium-lll-8-hydroxychinoline is.
5. Werkwijze volgens een der conclusies 1-4, met het kenmerk, dat het radioactieve materiaal dat aan 25 het levende wezen wordt toegediend ongeveer 0,02 tot 10 millt-curie radioactiviteit per milliliter bevat.
6. Oplossing welke een kleine hoeveelheid van een radioactief indium-8-hydroxychinoline bevat, geschikt om te gebruiken bij radiologisch onderzoek, met het kenmerk, 30 dat de oplossing een oplossing in water is, die geheel of nagenoeg geheel vrij is van organisch oplosmiddel.
7. Oplossing volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat het radioactieve materiaal indium-111-8-hydroxychinoline is. 90 0 70 9 4 -14-
8. Oplossing volgens conclusie 6 of 7, met het kenmerk, dat de oplossing indium-8-hydroxychinoline als een oxine bevat in een hoeveelheid van ongeveer 0,005 tot 0,2 milligram per milliliter.
9. Oplossing volgens een der conclusies 6-8, met het kenmerk, dat de oplossing een kleine hoeveelheid natriumchloride bevat voldoende om de oplossing isotonisch te doen zijn.
10. Oplossing volgens een der conclusies 6-9, 10 met het kenmerk, dat de oplossing een hoeveelheid natriumchloride bevat van ongeveer 0,1 tot 1 gewichtsprocent. i 8007094
NL8007094A 1979-12-31 1980-12-30 Radiologische bepalingsmethode en daarvoor te gebruiken preparaten. NL8007094A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US06/108,575 US4348375A (en) 1979-12-31 1979-12-31 Radioassay process and compositions useful therein
US10857579 1979-12-31

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8007094A true NL8007094A (nl) 1981-08-03

Family

ID=22322962

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8007094A NL8007094A (nl) 1979-12-31 1980-12-30 Radiologische bepalingsmethode en daarvoor te gebruiken preparaten.

Country Status (14)

Country Link
US (1) US4348375A (nl)
JP (2) JPS56103118A (nl)
AT (1) AT368889B (nl)
BE (1) BE886930A (nl)
CA (1) CA1155372A (nl)
CH (1) CH652308A5 (nl)
DE (1) DE3049533A1 (nl)
DK (1) DK556880A (nl)
ES (1) ES498236A0 (nl)
FR (1) FR2474314A1 (nl)
GB (1) GB2066664B (nl)
IT (1) IT1193721B (nl)
NL (1) NL8007094A (nl)
SE (1) SE451798B (nl)

Families Citing this family (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4443426A (en) * 1982-06-14 1984-04-17 Yale University Blood agent
AU580958B2 (en) * 1983-07-07 1989-02-09 Mallinckrodt, Inc. Sterile radioactive indium-containing aqueous solution
US4672028A (en) * 1984-05-23 1987-06-09 Icn Micromedic Systems, Inc. Compositions and method for simultaneous multiple array of analytes using radioisotope chelate labels
US5376356A (en) * 1989-03-14 1994-12-27 Neorx Corporation Imaging tissue sites of inflammation
US5792444A (en) * 1989-05-09 1998-08-11 The General Hospital Corporation Labeled chemotactic peptides to image focal sites of infection or inflammation
US5524622A (en) * 1994-09-20 1996-06-11 Oregon Health Sciences University Non-invasive method of determining inflammation of the gastrointestinal tract

Family Cites Families (4)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4017596A (en) * 1975-03-03 1977-04-12 Research Corporation Radiopharmaceutical chelates and method of external imaging
CA1070695A (en) * 1975-09-02 1980-01-29 Michael D. Loberg Iminodiacetic acid pharmaceutical
FR2390408A1 (fr) * 1977-05-11 1978-12-08 Philips France Procede de marquage par un isotope radioactif d'un sel hydrosoluble d'oxine, ou de ses derives halogenes ou sulfones, produits ainsi marques, procede de marquage des elements figures du sang, et medicaments ainsi obtenus
US4335095A (en) * 1979-03-21 1982-06-15 The Radiochemical Centre Limited Indium-111 oxine complex composition

Also Published As

Publication number Publication date
ES8202154A1 (es) 1982-01-01
DE3049533A1 (de) 1981-09-17
CH652308A5 (de) 1985-11-15
FR2474314B1 (nl) 1984-10-05
SE451798B (sv) 1987-11-02
IT8069013A0 (it) 1980-12-30
ES498236A0 (es) 1982-01-01
IT1193721B (it) 1988-08-24
US4348375A (en) 1982-09-07
JPS56103118A (en) 1981-08-18
CA1155372A (en) 1983-10-18
GB2066664A (en) 1981-07-15
JPH02117623A (ja) 1990-05-02
BE886930A (fr) 1981-04-16
GB2066664B (en) 1984-06-20
DK556880A (da) 1981-07-01
FR2474314A1 (fr) 1981-07-31
AT368889B (de) 1982-11-25
ATA635880A (de) 1982-04-15
SE8009185L (sv) 1981-07-01

Similar Documents

Publication Publication Date Title
Calne et al. Prolonged survival of pig orthotopic heart grafts treated with cyclosporin A
Riba et al. Imaging experimental infective endocarditis with indium-111-labeled blood cellular components.
GB1594187A (en) Diagnostic agents containing albumin and methods for making same
Oliver et al. Cellular mechanisms of protein metabolism in the nephron: VII. The characteristics and significance of the protein absorption droplets (hyaline droplets) in epidemic hemorrhagic fever and other renal diseases
US4443426A (en) Blood agent
Graziano et al. A simple technique for preparation of young red cells for transfusion from ordinary blood units
Thakur et al. Simplified and efficient labeling of human platelets in plasma using indium-111-2-mercaptopyridine-N-oxide: preparation and evaluation
NL8007094A (nl) Radiologische bepalingsmethode en daarvoor te gebruiken preparaten.
GERSHON et al. Histochemical and radioautographic studies of serotonin and parafollicular cells in the thyroid gland of the prehibernating bat
Draper et al. Biochemical and structural changes in RBCs stored with different plasticizers: the role of hexanol
Morrison et al. Antigenic relationship between blood platelets and vascular endothelium
Walker et al. The greater omentum as a site of antibody synthesis
NL8006869A (nl) Radiologische bepalingsmethode in vivo.
Bergmann et al. Detection of cardiac transplant rejection with radiolabeled lymphocytes.
Johnsson et al. Ex vivo PKH26‐labelling of lymphocytes for studies of cell migration in vivo
Thakur et al. Evaluation of indium-111-2-mercaptopyridine-N-oxide for labeling leukocytes in plasma: a kit preparation
Vogt et al. Immediate and delayed nephrotoxic nephritis in rats: The role of complement fixation
Buckner et al. Aplastic anemia treated by marrow transplantation.
Chapman-Andresen Measurement of material uptake by cells: pinocytosis
Goedemans et al. Diagnostic compositions containing a chelate of radioactive indium and 8-hydroxyquinoline
Joist et al. Methodologic and basic aspects of indium-111 platelets
US4705678A (en) Sterile radioactive indium-containing aqueous solution
Thakur Immunoscintigraphic imaging of inflammatory lesions: preliminary findings and future possibilities
Roome et al. The polyvinyl alcohols as blood substitutes
Ebbe et al. Uptake of indium-111-labeled platelets and indium-111 oxine by murine kidneys after total-body irradiation

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
DNT Communications of changes of names of applicants whose applications have been laid open to public inspection

Free format text: MALLINCKRODT DIAGNOSTICA (HOLLAND) B.V.

BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
BV The patent application has lapsed