NL8006816A - Werkwijze en inrichting voor het op de bodem van een diep water neerlaten en plaatsen van een buisleiding. - Google Patents
Werkwijze en inrichting voor het op de bodem van een diep water neerlaten en plaatsen van een buisleiding. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8006816A NL8006816A NL8006816A NL8006816A NL8006816A NL 8006816 A NL8006816 A NL 8006816A NL 8006816 A NL8006816 A NL 8006816A NL 8006816 A NL8006816 A NL 8006816A NL 8006816 A NL8006816 A NL 8006816A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- pipeline
- ship
- pipe
- clamp
- tube
- Prior art date
Links
- 238000000034 method Methods 0.000 title claims description 10
- XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N water Substances O XLYOFNOQVPJJNP-UHFFFAOYSA-N 0.000 title claims description 5
- 238000005452 bending Methods 0.000 claims description 16
- 210000002414 leg Anatomy 0.000 claims description 11
- 238000003466 welding Methods 0.000 claims description 4
- 210000003127 knee Anatomy 0.000 claims description 3
- 238000007667 floating Methods 0.000 claims description 2
- 238000009434 installation Methods 0.000 claims description 2
- 239000000463 material Substances 0.000 description 4
- 238000006073 displacement reaction Methods 0.000 description 3
- 238000005553 drilling Methods 0.000 description 3
- 230000007246 mechanism Effects 0.000 description 3
- 230000008859 change Effects 0.000 description 2
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 2
- 230000008719 thickening Effects 0.000 description 2
- 230000008878 coupling Effects 0.000 description 1
- 238000010168 coupling process Methods 0.000 description 1
- 238000005859 coupling reaction Methods 0.000 description 1
- 238000010586 diagram Methods 0.000 description 1
- 238000003780 insertion Methods 0.000 description 1
- 230000037431 insertion Effects 0.000 description 1
- 239000007788 liquid Substances 0.000 description 1
- 238000012423 maintenance Methods 0.000 description 1
- 238000011084 recovery Methods 0.000 description 1
- 230000008439 repair process Effects 0.000 description 1
- 238000000926 separation method Methods 0.000 description 1
- 238000003860 storage Methods 0.000 description 1
- 238000004804 winding Methods 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F16—ENGINEERING ELEMENTS AND UNITS; GENERAL MEASURES FOR PRODUCING AND MAINTAINING EFFECTIVE FUNCTIONING OF MACHINES OR INSTALLATIONS; THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L—PIPES; JOINTS OR FITTINGS FOR PIPES; SUPPORTS FOR PIPES, CABLES OR PROTECTIVE TUBING; MEANS FOR THERMAL INSULATION IN GENERAL
- F16L1/00—Laying or reclaiming pipes; Repairing or joining pipes on or under water
- F16L1/12—Laying or reclaiming pipes on or under water
- F16L1/16—Laying or reclaiming pipes on or under water on the bottom
- F16L1/18—Laying or reclaiming pipes on or under water on the bottom the pipes being S- or J-shaped and under tension during laying
- F16L1/19—Laying or reclaiming pipes on or under water on the bottom the pipes being S- or J-shaped and under tension during laying the pipes being J-shaped
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- Supports For Pipes And Cables (AREA)
- Laying Of Electric Cables Or Lines Outside (AREA)
- Pipeline Systems (AREA)
- Measurement Of Velocity Or Position Using Acoustic Or Ultrasonic Waves (AREA)
Description
* * * N.0. 29.339
Werkwijze en inrichting voor het op de bodem van een diep water neerlaten en plaatsen van een buisleiding.
De uitvinding heeft betrekking op een werkwijze voor het op de bodem van een diep water neerlaten en plaatsen van 5 een buisleiding, die op een drijvende installatie, zoals een schip, uit buisstukken wordt samengesteld en waarbij de buisleiding na het bereiken van de bodem vanaf de bodem volgens een gebogen lijn omhoog loopt naar het schip en aldaar eventueel volgens een tweede kromming loopt in dat deel van het schip 10 waar de buisstukken aan elkaar respectievelijk aan de reeds vervaardigde buisleiding worden bevestigd, bijvoorbeeld door lassen, waarbij het naar de bodem verlopende deel van de buisleiding ter beheersing van de kromming van de buisleiding, in het bijzonder van die nabij de bodem, onder trekspanning 15 wordt gehouden.
Een dergelijke werkwijze is in verschillende vormen algemeen bekend. Zo is het bekend de buisleiding samen te stellen uit leidingstukken op het horizontale dek van een schip waarbij de vervaardigde buisleiding via een in langs-20 richting op het dek aansluitende uithouder of stinger wordt neergelaten waarbij de buisleiding via een gebogen baan naar beneden verloopt en nabij de bodem van het water via een tegengesteld gerichte kromming overgaat in het op de bodem liggende gedeelte van de buisleiding. Teneinde te beletten 25 dat bij dit S-vormig verloop van de buisleiding de krommingen een te kleine straal krijgen als gevolg waarvan de buisleiding door overbelasting kan doorknikken is het noodzakelijk de gehele S-vormig verlopende buisleiding onder trekspanning te houden teneinde aan de krommingen een straal van zodanig gro-30 te afmetingen te geven dat de uit de buiging voortvloeiende materiaalspanningen niet tot overbelasting leiden. Dit betekent dat het schip grote krachten in horizontale richting moet kunnen uitoefenen doorgaans via ankers en ankerkabels. Dit heeft tot consequentie echter dat de buisleiding ter plaatse 35 van de krommingen zowel aan trekbelastingen alsook aan buig-belastingen is blootgesteld. Ook is het bekend de buisleiding via een uithouder zodanig schuin naar beneden te geleiden dat in het bovengedeelte geen kromming nodig is. Dit verandert niets aan de noodzaak een grote trekkracht op de buis uit te 8006816 ' * \ 2 — oefenen en heeft tezamen met het eerder genoemde systeem het bezwaar dat de oriëntatie van het schip moet zijn in de richting van die waarin de buisleiding moet worden gelegd en derhalve aanpassingen aan niet met deze richting overeenkomen-5 de wind- en stroomrichtingen onmogelijk zijn. Bij grote diepten is het aan het schip hangende stuk buisleiding lang en weegt derhalve veel. Dit vergroot de krachten die door het schip moeten worden uitgeoefend om de buisleiding onder spanning te houden en de kromming tot een acceptabele grote 10 straal te beperken. Bij toenemende diepte wordt echter het uitoefenen van de daarvoor nodige horizontale trekcomponent via eveneens naar de diep gelegen bodem lopende ankerkabels dienovereenkomstig veel moeilijker.
De daarbij optredende krachten leiden vooral in het 15 bovengedeelte van de buisleiding, wanneer zich daar ook een kromming bevindt, al gauw tot overbelasting aangezien het materiaal van de buis zowel de trekspanning alsook de buig-spanning moet opnemen.
Doel van de uitvinding is in de eerste plaats een 20 werkwijze te verschaffen waarmee het mogelijk is het probleem van de over-belasting te vermijden.
Dit doel wordt overeenkomstig de uitvinding bereikt doordat de trekspanning vanaf het schip rechtstreeks wordt uitgeoefend op een ver onder het schip gelegen plaats van het 25 rechte gedeelte van de buisleiding, dat zich boven het onderste gekromde deel bevindt en het daarboven gelegen gedeelte door middel van een daarop uit te oefenen koppel wordt gebogen. Men bereikt hiermee dat boven het punt waar de trekspanning op de buisleiding wordt uitgeoefend in de buis geen 30 trekspanning meer heerst en daardoor is het mogelijk met een aparte buiginrichting aan de buisleiding de gewenste kromming te geven aangezien het materiaal van de buisleiding daar dan alleen nog meer is blootgesteld aan de uit de buiging voortvloeiende materiaalspanningen. Als gevolg van het van elkaar 35 scheiden van de op de buisleiding aangrijpende belastingen is het mogelijk, bij horizontale vervaardiging op het dek van het schip aan de bovenste kromming van de buisleiding een kleinere straal te geven.
Aan de uit te oefenen trekkrachten verandert dit weinig 40 in het bijzonder niet wat betreft de via de ankers uit te 8006816 * i -3- oefenen horizontale trekkrachtcomponenten.
Volgens de uitvinding is het dan ook verder van voordeel wanneer het bovenste deel van de buisleiding zodanig wordt gebogen dat het in verticale richting in het schip 5 steekt. Dit betekent samenstelling van de buisleiding in het verticale vlak met behulp van een daartoe noodzakelijke toren welke toren in principe kan overeenkomen met de torens bekend bij boorschepen. Door deze verticale wijze van vervaardiging ontstaat echter de mogelijkheid het schuin naar beneden ver- .
10 lopende rechte trajekt van de buisleiding onder een veel steilere hoek dat wil zeggen scherpere hoek met de verticaal te laten verlopen waardoor van de voor het uitoefenen van de trekkrachten op de buis nodige krachten de verticale component relatief groter wordt en de horizontale component kleiner, 15 welke verticale component door het drijfvermogen van het schip wordt opgenomen. Voor de horizontale component behoeven dan geringere krachten in horizontale richting te worden uitgeoefend hetzij door middel van ankerkabels danwel door middel van eigen voortstuwingsmiddelen.
2Ö Het verticaal in het schip voeren van het bovenste deel van de buisleiding biedt bovendien de mogelijkheid de gehele vervaardiging te laten plaatsvinden in een deel ten opzichte waarvan het schip kan roteren zodat het schip zich vrij kan instellen ten opzichte van stroom- en windrichting.
25 Een schip voorzien van op zich zelf bekende dynamische posi-tisioneringsmiddelen zoals bijvoorbeeld bekend voor boorschepen, is dan op eenvoudige wijze bruikbaar te maken voor het leggen van een buisleiding.
De uitvinding voorziet tevens in een inrichting voor 30 het toepassen van de werkwijze volgens de uitvinding en deze inrichting is in het bijzonder daarin gekenmerkt dat het schip is voorzien van een om een verticale as draaibare koker, die ten opzichte van het schip in verticale zin beweegbaar is en door middel van een deiningscompoensator op zijn plaats 35 kan worden gehouden, welke koker beneden het schip is voorzien van een horizontale arm met een in langsrichting van de arm instelbaar orgaan met spaninrichting die is gekoppeld met een op de buisleiding vastzetbaar klemmenstelsel bestaande uit twee met elkaar samenwerkende en ten opzichte 40 van elkaar verplaatsbare klemmen die om beurten op de buislei- 8006816 -4- ding kunnen aangrijpen, welke koker verder is voorzien van een geleiding voor de buisleiding en van een tussen het klemmenstelsel en deze geleiding bevindende op de buisleiding aangrijpende buisinrichting. Door de verstelbaarheid van het 5 over de horizontale arm verplaatsbare orgaan kan de spaninrichting steeds in lijn zijn met de langsas van het rechte deel van de buisleiding. De gëLeiding in de koker alsmede de geleiding in de buiginrichting laat toe dat met handhaving van het voor de buiging nodige koppel de buisleiding na het aan-10 zetten van een volgend stuk verder wordt neergelaten. Dit neerlaten gebeurt met het klemmenstelsel waarvan telkens één klem de buisleiding vasthoudt bij het laten zakken van de buisleiding en de andere buisleiding vasthoudt tijdens het weer naar zijn uitgangsstand omhoog brengen van de eerder 15 genoemde kleminrichting en tijdens het aansluiten van een volgend buisstuk. Het over de arm verplaatsbare orgaan kan bestaan uit een verrijdbare loopkat met middelen voor het verplaatsen en vasthouden van de loopkat, welke middelen op bekende wijze kunnen bestaan uit met een lier gekoppelde 20 kab els.
De spaninrichting kan volgens de uitvinding bestaan uit twee takels met kabels van welke takels er één aangrijpt op de ene klem van het klemmenstelsel en de andere op de andere klem van het klemmenstelsel. Elke takel beheerst dan 25 op zijn beurt hetzij tijdens het vasthouden danwel tijdens het vieren de trekspanning in de buisleiding.
De spaninrichting kan volgens de uitvinding ook bestaan uit één takel die aangrijpt op de bovenste klem van het klemmenstelsel en deze bovenste klem middelen heeft voor het ten 30 opzichte daarvan vasthouden en verplaatsen van de andere klem.
In dit geval draagt dus de bovenste kleminrichting een mechanisme, zoals bijvoorbeeld een takel of een hydraulische inrichting waarmee onder behoud van de trekspanning de onderste klem kan worden gevierd en nadat de bovenste klem de belasting 35 weer heeft overgenomen kan worden terugbewogen.
De kleminrichtingen kunnen op de buisleiding aangrijpen ter plaatse van verdikkingenzoals moffen, die zich doorgaans daar zullen bevinden waar de buisstukken aan elkaar zijn bevestigd.
40 De buiginrichting kan volgens de uitvinding bestaan 8006816
* A
-5- uit een buisgeleider die scharnierend is bevestigd aan het onderste been van een kniehefboomstelsel waarvan het andere been is bevestigd aan de koker en waarvan het genoemde onderste been een drukcilinder draagt die op een punt gelegen op 5 afstand van de scharnie-ïiende be-vestiging van de buisgeleider op het onderste been op deze buisgeleider aangrijpt.
Een dergelijke aan een kniefhefboomstelsel bevestigde buig-inrichting kan met handhavin g van het op de buisleiding uit te oefenen koppel volgens de boog van de kromming met de buis-10 leiding mee bewegen voor de bepaling van het juiste punt waar, afhankelijk van de hellingshoek van het rechte gedeelte van de buisleiding, het buigend koppel moet worden uitgeoefend.
Teneinde een juiste positiebepaling en afhankelijk daarvan zo mogelijk automatische besturing van het geheel 15 mogelijk te maken is het van nut de buiginrichting te voorzien van een hoekstandmeter en dit bij aanwezigheid van het kniehefboomstelsel ook te doen op de benen van dit stelsel. .
De hoekstand van deze delen vertelt onder welke hoek het rechte deel van de buisleiding verloopt en met welke straal 20 de bovenste kromming verloopt. Afhankelijk daarvan kan de positie van de loopkat met takel of takels op de horizontale arm worden bepaald.
De koker is draaibaar in het schip gelegerd zodat zich dit naar wens kan instellen. De verticale beweegbaarheid 25 van de koker is via een deiningscom-pensator ten opzichte van het schip bepaald hetgeen betekent dat het schip in verticale richting ten opzichte van de koker kan bewegen. Teneinde er voor te zorgen dat de bewegingen van het schip ten opzichte van de koker niet op de spaninrichting werken respectievelijk 30 geen invloed uitoefenen op de positie van de loopkat verdient het volgens de uitvinding de voorkeur de lieren van de loopkat respectievelijk de lieren van de takel of takels in de koker te plaatsen.
De uitvinding zal thans nader worden toegelicht aan 35 de hand van de tekeningen.
Fig. 1 toont schematisch in zijaanzicht de algemene opstelling van de inrichting volgens de uitvinding.
Fig. 2 toont meer een detail de inrichting volgens de uitvinding.
40 Fig. 3a, 3b en 3c tonen het kabelschema van de takels 8006816
> V
-fieri van de loopkat.
Fig. 1 toont een schip 1 in het midden waarvan een koker 2 is geplaatst die draaibaar om een verticale as in het schip is gelegerd en in verticale richting ten opzichte 5 daarvan ve rstëlbaar is.
Deze koker 2 draagt aan de onderkant een horizontale arm 3 met in langsrichting daarover verplaatsbaar een verstelbaar orgaan zoals een takel 4 van waaruit kabels lopen naar een houdklem 5. Daaronder bevindt zich een beweegbare klem 10 6 die eveneens via kabels met de loopkat 4 is gekoppeld.
De koker draagt verder aan de van de arm afgekeerde zijde een kniehefboorastelsel bestaande uit de benen 7 en 8 Het been 7 is scharnierend bevestigd aan de koker 2 en draagt aan het andere einde via het scharnier 9 het been 8 dat zelf 15 scharnierend is bevestigd met een zich boven de klem 5 bevindende buisgeleiding 10. Bij 11 bevindt zich een hydraulische cilinder waarvan één einde scharnierend is gekoppeld met het been 8 en wel bij 12 en het andere einde bij 13 met de buisgeleiding 10.
2Ö In de koker bevindt zich een verticale buisgeleiding 14.
Door met behulp van de cilinder 11 ter plaatse van de buisgeleiding 10 een koppel op de buisleiding uit te oefenen waarbij de buisleiding steun vindt in de geleiding 14 kan aan het bovenste deel gelegen tussen de kleminrichting 5 en de geleiding 25 14 elke gewenste kromming worden gegeven waarvan de straal wordt bepaald door de afstand tussen de buginrichting en de geleiding 14.
Op het schip bevindt zich een toren 15 met behulp waarvan op het dek van het schip 1 aanwezige buisleidingstukken 30 op de in de koker 2 stekende reeds vervaardigde busleiding kunnen worden aangesloten. In deze toren kan plaats vinden het aan elkaar lassen het controleren van de las en het bekledenv an de buisleiding.
Zoals uit fig. 1 blijkt lopen de kabels 16 van de 35 spaninrichting in lijn met het rechte deel 17 van de buisleiding en deze trekspananing wordt op de buisleiding uitgeoefend via de kleminrichting 5 of 6 waardoor niet alleen wordt verzekerd dat de kromming 18 een voldoende grote straal behoudt maar bovendien in het boven de klem 5 gelegen gedeelte geen 40 trekspanningen aanwezig zijn.
8006816 ' « > -7-
De klemmen 5 en 6 kunnen om beurten ter plaatse van de verdikkingen 19 op de buisleiding aangrijpen. Wordt de klem 6 in werking gesteld teneinde de buisleiding te laten zakken dan wordt de klem 5 geopend. Heeft de verplaatsing 5 naar beneden plaats gehad onder gelijktijdige verplaatsing van het schip dan wordt de klem 5 weer in werking gesteld, de spanning aldaar hersteld en overgenomen en de klem 6 vervolgens uitgeschakeld en weer omhoog bewogen naar zijn uitgangsstand.
10 Fig. 2 toont het belangrijkste deel vande inrichting volgens de uitvinding op grotere schaalr waarbij, voorzover raogelijk voor de in fig. 1 getoonde delen, dezelfde verwij-zingscijfers zijn gebruikt.
Fig. 2 laat zien dat de koker 2 met behulp van het 15 axiaal radiaal lager 20 draaibaar is gelegerd op een huis 21 dat met behulp van de verticale kogelgeleidingen 22 in verticale zin verschuifbaar is ondersteund op een vast in het schip 1 bevestigde cilindrische mantel 23. Het huis 21 is ondersteund door middel van een hydraulisch pneumatische 20 deiningscompensator 24 die met zijn zuigerstang 25 tegen de onderkant van het huis 21 aanligt en met zijn cilinder bij 26 steunt op de bodem van het schip 1. Deze cilinder is via de leiding 27 aangesloten op een accumulator 28 waarin zich het scheidingsvlak tussen vloeistof en gas bevindt 25 welke accumulator is aangesloten op het normale drukluchtvat 29 met een druk van bijvoorbeeld 125 bar. Bij 30 is een tweede drukluchtreservoir getoond met een drukmediumvoorraad van bijvoorbeeld 175 bar met behulp waarvan bij drukverlies druk-herstel in het systeeem teweeg kan worden gebracht.
30 Het niet getekende lasstation zal. zich ongeveer ter hoogte van de bovenrand van de koker 2 bevinden en het onderzoek van de lasnaad kan op een lager gelegenniveau plaats vinden.
In de koker 2 bevinden zich verschillende lieren. Bij 35 31 is aangeduid de lier die dient voor het verplaatsen van de takel 4, die rechts in_fig. 1 is getoond in een werkstand en in het midden in een uitgangsstand.
Bij 32 is aangeduid de lier van de beweegbare klem 6.
Het 33 en 34 zijn aangeduid de lieren van het Wartontype waar-40 van de kabels lopen naar de klem 5. De lier 34 heeft een kabel- 8 0 0 6 8 1 6 -8- voorraadtrommel 35. Eenzelfde trommel is ook aanwezig voor de lier 33, maar niet getoond.
De klemmen 5 en 6 hebben schematisch aangeduide klem-bekken 36 respectievelijk 37, die op op zichzelf bekende 5 wijze hydraulisch kunnen worden bediend. Daartoe loopt langs de benen 7 en 8 van het kniehefboomstelsel een drukleiding 38. Deze is via niet-getoonde draaibare koppelingen aangesloten op de slang 39 die loopt naar de hydraulische bediening van de klemmen 37 in de klem 6 en waarvan de voorrad 10 is opgewikkeld op een spoel 40 die zodanig is uitgevoerd, dat het af en opwikkelen automatisch plaats vindt afhankelijk van de verplaatsingenvvan de klem 6 ten opzichte van de klem 5.
Parallel aan de leiding 38 kan een leiding 41 lopen 15 voor de druktoevoer aan de hydraulische cilinder 11 van de buiginrichting.
Fig. 2 toont de takel 4 in de stand verticaal onder de koker alsmede in een naar rechts verplaatste stand .
Teneinde het kabelverloop over de slechts schematisch 20 in fig. 2 weergegeven kabelschijven duidelijk te maken is dit verloop weergegeven in de fig. 3a, 3b en 3c.
Fig. 3a laat zien hoe de kabels van de voorraadtrom-mels 35 over de wartonlieren 33 en 34 verlopen over de onder in de koker 2 geplaatste geleidingsschijven 42, 43.Met 44, 25 45, en 46 zijn de kabelgeleidingsschijven aangegegeren die zich in de loopkat 4 bevinden.
In de bovenste klem 5 bevinden zich de kabelschijven 46 en 48.
49 is een kabelschijf die zich bevindt in het uiteinde 30 van de arm 3.
Uit fig. 3a blijkt nu dat de linker kabel 50 direkt via de omleidschijf 42 loopt over de schijven van de loopkat 4 en de klem 5 en dat de rechter kabel 51 , die een ononderbroken geheel met de linker kabel 50 vormt, over de omkeer-35 schijf 43 eerst loopt naar de omkeerschijf 49 in het uiteinde van de arm 3. Hierdoor bereikt men dat de loopkat in elke positie op de arm 3 in evenwicht is.
De kabels voor het besturen van de beweegbare klem 6 lopen, zoals fig. 3b laat zien vanaf de lier 32 over omkeer-4Ó schijven 42’, 43’ die zich op dezelfde as bevinden als de 8006816 -9- in fig, 3a, en fig. 2 getoonde schijven 42 en 43.
Verder lopen zij over de sschijven 52, 53 die op vergelijkbare wijze als de schijf 49 in fig. 2 in het uiteinde van de arm 3 zijn gelegerd en verder via de schijven 54 en 55 die zich in 5 de loopkat bevinden en vervolgens via geleidingsrollen 56, 57 die zich bevinden in het huis van de klem 5 naar de schijven 58, 59 en 60 in het huis van de klem 6 waarbij zij ter verdeling van de belasting teruglopen over schijven 61 en 62 die zijn gelegerd in het huis van de klem 5.
10 Fig. 3c toont het verloop van de kabel voor het bestu ren van de positie van de loopkat 4. Deze kabel 63 loopt vanaf de lier 31 over een schijf 64 geplaatst op dezelfde as als de schijven 43 en 43’ en over een in het uiteinde van de arm 3 geplaatste schijf 65 naar de schematisch aangeduide loopkat 15 4.
De loopkat heeft van nature de neiging onder invloed van de verticale krachten zich te verplaatsen naar het binneneinde van de arm 3 en kan dus met behulp van lier 31 en kabel 63 naar rechts worden verplaatst teneinde een zodanige positie 20 aan te nemen dat de daarvan verlopende kabels in één lijn liggen met het in fig. 1 getoonde rechte trajekt 17 van de buisleiding.
De horizontale arm 3 kan zodanig aan het ondere van de van de koker 2 zijn bevestigd dat hij in een verticale stand 25 kan worden gebracht en via de koker omhoog kan worden bewogen voor onderhoud en/of reparatie.
Hetzelfde geldt voor het kniehefboomstelsel 7> 8 met de daaraan bevestigde delen van de buiginrichting en ook voor* de klemmen 5, en 6.
30 In de onwerkzame stand kan het kriehefboommechanisme in de bovenste stand zijn gebracht, zodat het geheel van knie-hefboommechanisme , buiginrichting en spanarm onder het schip weinig ruimte inneemt en de diepgang dus niet in ernstige mate vergroot.
8 00 6 8 1 6
Claims (11)
1. Werkwijze voor het op de bodem van een diepwater neerlaten en plaatsen van een buisleiding, die op een drijvende installatie , zoals een schip, uit buisstukken wordt samengesteld en waarbij de buisleiding na het bereiken van 5 de bodem vanaf de bodem volgens een gebogen lijn omhoog loopt naar het schip en aldaar eventueel volgens een tweede kromming loopt in dat deel van het schip waar de buisstukken aan elkaar respectievelijk aan de reeds vervaardigde buis-10 leiding worden bevestigd, bijvoorbeeld door lassen, waarbij het naar de bodem verlopende deel van de buisleiding ter beheersing van de kromming van de buisleiding, in het bijzonder van die nabij de bodem, onder trekspanning wordt gehouden, met het kenmerk, dat de trekspan-15 ning vanaf het schip rechtstreeks wordt uitgeoefend op een ver onder het schip gelegen plaats van het rechte gedeelte van de buisleiding, dat zich boven het onderste gekromde deel bevindt en het daarboven gelegen gedeelte door middel van een daarop uit te oefenen koppel wordt gebogen.
2. Werkwijze volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat het bovenste deel van de buisleiding zodanig wordt gebogen dat het in verticale richting in het schip steekt.
3. Inrichting voor het toepassen van de werkwijze 25 volgens conclusie 1 en 2,met het kenmerk, dat het schip is voorzien van een om een verticale as draaibare koker, die ten opzichte van het schip in verticale zin beweegbaar is en door'rmiddel van een deiningscompensator op zijn plaats kan worden gehouden, welke koker beneden 30 het schip is voorzien van een horizontale arm met een in langsrichting van de arm instelbaar orgaan met spaninrichting die is gekoppeld met een op de buisleiding vastzetbaar klemmenstelsel bestaande uit twee met elkaar samenwerkende en ten opzichte van elkaar verplaatsbare klemmen die om 35 beurten op de buisleiding kunnen aangrijpen, welke koker verder is .voorzien van een geleiding voor de buisleiding en van een tussen het klemmenstelsel en deze geleiding 8006816 -11- bevindende op de buigleiding aangrijpende huisinrichting.
4. Inrichting volgens conclusie 3, ra e t h et kenmerk, dat het over de arm verplaatsbare orgaan bestaat uit een verrijdbare loopkat met middelen voor het 5 verplaatsen en vasthouden van de loopkat.
5* Inrichting volgens conclusie 3 of 4,met het kenmerk, dat de spaninrichting bestaat uit twee takels met kabels van welke takels er één aangrijpt op de ene klem van het klemmenstelsel en de andere op de andere klem van 10 het klemmenstelsel.
6. Inrichting volgens conclusie 3 of 4, met het kenmerk, dat de spaninrichting bestaat uit één takel die aangrijpt op de bovenste klem van het klemmenstelsel en deze bovenste klem middelen heeft voor het 15 ten opzichte daarvan vasthouden en verplaatsen van de andere klem.
7. Inrichting volgens conclusie 3, 4, 5 of 6, m e t het kenmerk, dat de buiginrichting bestaat uit eenbuisgeleider die scharnierend is bevestigd aan het onder- 20 ste been van een kniehefboomstelsel waarvan het andere been is bevestigd aan de koker en waarvan het genoemde onderste been een drukcilinder draagt die op een punt gelegen op afstand van de scharnierende bevestiging van de buisgeleider op het onderste been op deze buisgeleider aangrijpt.
8. Inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies 3 t/ra 7>met het kenmerk, dat de lieren van de loopkat zijn geplaatst in de koker.
9. Inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies 3 t/m 8, met het kenmerk, dat 30 de lieren van de takel of takels in de koker zijn geplaatst.
10. Inrichting volgens een of meer der voorgaande conclusies 3 t/m 9, ra e t het kenmerk, dat 8006816 -12- de buiginrichting is voorzien van een hoekstandmeter.
11. Inrichting volgens conclusie 7 en 10, m e t het kenmerk, dat de benen van het kniehef boom-· stelsel zijn voorzien van hoekstandmeters. 8006816
Priority Applications (6)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8006816A NL8006816A (nl) | 1980-12-16 | 1980-12-16 | Werkwijze en inrichting voor het op de bodem van een diep water neerlaten en plaatsen van een buisleiding. |
| EP81201357A EP0054332A1 (en) | 1980-12-16 | 1981-12-10 | Method and apparatus for lowering and positioning a pipe line onto the bottom of a deep water |
| US06/330,513 US4433938A (en) | 1980-12-16 | 1981-12-14 | Method and apparatus for lowering and positioning a pipe line onto the bottom of a deep water |
| NO814278A NO814278L (no) | 1980-12-16 | 1981-12-15 | Fremgangsmaate og innretning for nedsenking og plassering av en roerledning paa havbunnen |
| ES508057A ES508057A0 (es) | 1980-12-16 | 1981-12-16 | Procedimiento y aparato para hacer descender y situar una tuberia sobre el fondo de aguas profundas. |
| JP56203298A JPS5914671B2 (ja) | 1980-12-16 | 1981-12-16 | 深海底にパイプラインを設置する方法および装置 |
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| NL8006816 | 1980-12-16 | ||
| NL8006816A NL8006816A (nl) | 1980-12-16 | 1980-12-16 | Werkwijze en inrichting voor het op de bodem van een diep water neerlaten en plaatsen van een buisleiding. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8006816A true NL8006816A (nl) | 1982-07-16 |
Family
ID=19836333
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8006816A NL8006816A (nl) | 1980-12-16 | 1980-12-16 | Werkwijze en inrichting voor het op de bodem van een diep water neerlaten en plaatsen van een buisleiding. |
Country Status (6)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4433938A (nl) |
| EP (1) | EP0054332A1 (nl) |
| JP (1) | JPS5914671B2 (nl) |
| ES (1) | ES508057A0 (nl) |
| NL (1) | NL8006816A (nl) |
| NO (1) | NO814278L (nl) |
Families Citing this family (15)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| NO160984C (no) * | 1986-07-17 | 1989-06-21 | Geco As | Utlegningsanordning for seismiske kabler. |
| JPH0210876U (nl) * | 1988-07-04 | 1990-01-24 | ||
| FR2660402B1 (fr) * | 1990-03-30 | 1992-07-10 | Coflexip | Dispositif, bateau et procede pour deroulement sensiblement vertical des conduites tubulaires flexibles. |
| US4992001A (en) * | 1990-08-17 | 1991-02-12 | Mcdermott International, Inc. | Method of deepwater pipelay |
| US5197716A (en) * | 1991-04-22 | 1993-03-30 | Shell Offshore Inc. | Seismic cable deployment apparatus |
| US5421675A (en) * | 1993-11-18 | 1995-06-06 | Mcdermott International, Inc. | Apparatus for near vertical laying of pipeline |
| NO304711B1 (no) * | 1994-12-16 | 1999-02-01 | Stolt Comex Seaway As | Anordning til bruk ved utlegging av en langstrakt fleksibel gjenstand |
| US5975802A (en) * | 1995-01-13 | 1999-11-02 | Stolt Comex Seaway, Ltd. | Pipeline laying apparatus |
| GB9500664D0 (en) * | 1995-01-13 | 1995-03-08 | Stolt Comex Seaway Ltd | Pipeline laying |
| GB2335722B (en) * | 1998-03-25 | 2002-08-07 | Heerema Marine Contractors V O | Improvements in or relating to methods of laying seabed pipelines |
| GB0124853D0 (en) * | 2001-10-16 | 2001-12-05 | Rockwater Ltd | Apparatus and method for use in laying or recovering offshore pipelines or cables |
| WO2005085692A1 (en) * | 2004-03-10 | 2005-09-15 | Gusto Engineering B.V. | Light-weight versatile j-lay system |
| US7255515B2 (en) * | 2004-03-22 | 2007-08-14 | Itrec B.V. | Marine pipelay system and method |
| CN102027278B (zh) * | 2008-04-29 | 2013-11-27 | 伊特雷科公司 | 海洋铺管船舶、系统及方法 |
| BR112012006657B1 (pt) * | 2009-09-24 | 2020-01-28 | Single Buoy Moorings | dispositivo de desdobramento fora da costa, e, método de instalação fora da costa de uma coluna de mangueiras flexível |
Family Cites Families (12)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US3266256A (en) * | 1963-03-27 | 1966-08-16 | Chevron Res | Method for laying submarine pipe lines |
| US3331212A (en) * | 1964-03-23 | 1967-07-18 | Shell Oil Co | Tension pipe laying method |
| US3438213A (en) | 1966-12-08 | 1969-04-15 | Shell Oil Co | Pipe-laying barge with adjustable pipe discharge ramp |
| FR2030480A5 (en) | 1969-01-30 | 1970-11-13 | Exxon Research Engineering Co | Laying piping on the seabed |
| US3585806A (en) | 1969-08-25 | 1971-06-22 | Brown & Root | Apparatus for controlling pipeline laying operations |
| USRE28322E (en) | 1970-10-28 | 1975-01-28 | Floating rig-motion compensator | |
| US3775987A (en) | 1972-07-11 | 1973-12-04 | Brown & Root | Method and apparatus for laying a submergible elongate structure |
| US3893305A (en) | 1973-10-01 | 1975-07-08 | Deep Oil Technology Inc | Method of bending a continuous flowline |
| CA1000063A (en) | 1973-11-23 | 1976-11-23 | Richard D. Meeres | Underwater pipelaying system |
| FR2424464A1 (fr) | 1978-04-28 | 1979-11-23 | Petroles Cie Francaise | Dispositif de maintien en azimut de l'extremite de tubes immerges au moyen d'un support de surface |
| FR2448091A1 (fr) * | 1979-01-30 | 1980-08-29 | Thome Paul | Procede de pilotage de pose de canalisations en eau profonde |
| FR2455234A2 (fr) * | 1979-04-27 | 1980-11-21 | Thome Paul | Procede de pilotage de pose de canalisations en eau profonde |
-
1980
- 1980-12-16 NL NL8006816A patent/NL8006816A/nl not_active Application Discontinuation
-
1981
- 1981-12-10 EP EP81201357A patent/EP0054332A1/en not_active Withdrawn
- 1981-12-14 US US06/330,513 patent/US4433938A/en not_active Expired - Fee Related
- 1981-12-15 NO NO814278A patent/NO814278L/no unknown
- 1981-12-16 JP JP56203298A patent/JPS5914671B2/ja not_active Expired
- 1981-12-16 ES ES508057A patent/ES508057A0/es active Granted
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| ES8302878A1 (es) | 1982-12-01 |
| US4433938A (en) | 1984-02-28 |
| JPS5914671B2 (ja) | 1984-04-05 |
| JPS57149687A (en) | 1982-09-16 |
| NO814278L (no) | 1982-06-17 |
| EP0054332A1 (en) | 1982-06-23 |
| ES508057A0 (es) | 1982-12-01 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8006816A (nl) | Werkwijze en inrichting voor het op de bodem van een diep water neerlaten en plaatsen van een buisleiding. | |
| US3680322A (en) | Pipeline laying system utilizing an inclined ramp | |
| US6352388B1 (en) | Marine pipelay system | |
| CA1240161A (en) | Reel type continuous marine pipe laying system | |
| US6361250B1 (en) | Device and method for installing pipes at very great depths | |
| US9759351B2 (en) | Marine pipeline installation system and methods | |
| US5533834A (en) | Pipelay stinger | |
| RU2701981C2 (ru) | Трубоукладочное судно (варианты) и способ укладки трубопровода | |
| NO148536B (no) | Halvt nedsenkbart fartoey for utlegging av undervanns roerledninger | |
| CN105705852B (zh) | 海上管道铺设和管线废置方法 | |
| DK180526B1 (en) | A device for moving along a cylindrical structure and its use, and a method for working a cylindrical structure | |
| CN102066820A (zh) | 管道铺设船和铺设管道的方法 | |
| NO319335B1 (no) | Fartoy for legging av stive ror pa stort dyp | |
| US20130084135A1 (en) | Apparatus and method of laying pipeline | |
| CN105050893A (zh) | 海底管道安装船及方法 | |
| AU777104B2 (en) | Device for connecting and laying successive parts of a submarine pipeline from a boat and uses thereof | |
| AU2012204941B2 (en) | Device for laying a duct in an expanse of water, and related structure and method | |
| US4015435A (en) | Marine pipelaying apparatus | |
| US4073156A (en) | Method and apparatus for laying a submergible elongate structure | |
| CN107250639B (zh) | 海上管道安装系统和海上管道安装方法 | |
| US4315702A (en) | Method for aligning two pipeline ends and apparatus for carrying out the method | |
| US4802794A (en) | Reel type marine pipe laying apparatus with tension induced pipe straightening | |
| EP3573888A1 (en) | Method and apparatus for laying subsea cable from on-board a vessel | |
| NO303186B1 (no) | Anordning for legning av r÷rledninger, omfattende en neddykket mobil tang, og fremgangsmÕte for bruk av en slik anordning | |
| WO2002057675A1 (en) | Apparatus and method for the laying of elongate articles |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1B | A search report has been drawn up | ||
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BV | The patent application has lapsed |