[go: up one dir, main page]

NL8006646A - Automatische snelheidsregeling voor een lasinrichting. - Google Patents

Automatische snelheidsregeling voor een lasinrichting. Download PDF

Info

Publication number
NL8006646A
NL8006646A NL8006646A NL8006646A NL8006646A NL 8006646 A NL8006646 A NL 8006646A NL 8006646 A NL8006646 A NL 8006646A NL 8006646 A NL8006646 A NL 8006646A NL 8006646 A NL8006646 A NL 8006646A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
sensor
groove
welding
speed
machine according
Prior art date
Application number
NL8006646A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Messer Griesheim Gmbh
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Messer Griesheim Gmbh filed Critical Messer Griesheim Gmbh
Publication of NL8006646A publication Critical patent/NL8006646A/nl

Links

Classifications

    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B23MACHINE TOOLS; METAL-WORKING NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B23KSOLDERING OR UNSOLDERING; WELDING; CLADDING OR PLATING BY SOLDERING OR WELDING; CUTTING BY APPLYING HEAT LOCALLY, e.g. FLAME CUTTING; WORKING BY LASER BEAM
    • B23K9/00Arc welding or cutting
    • B23K9/12Automatic feeding or moving of electrodes or work for spot or seam welding or cutting
    • BPERFORMING OPERATIONS; TRANSPORTING
    • B23MACHINE TOOLS; METAL-WORKING NOT OTHERWISE PROVIDED FOR
    • B23KSOLDERING OR UNSOLDERING; WELDING; CLADDING OR PLATING BY SOLDERING OR WELDING; CUTTING BY APPLYING HEAT LOCALLY, e.g. FLAME CUTTING; WORKING BY LASER BEAM
    • B23K9/00Arc welding or cutting
    • B23K9/12Automatic feeding or moving of electrodes or work for spot or seam welding or cutting
    • B23K9/127Means for tracking lines during arc welding or cutting
    • B23K9/1272Geometry oriented, e.g. beam optical trading

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Plasma & Fusion (AREA)
  • Mechanical Engineering (AREA)
  • Geometry (AREA)
  • Butt Welding And Welding Of Specific Article (AREA)

Description

* - X
» το 1160 i
Automatische snelheidsregeling τοογ een lasinrichting.
De uitvinding heeft betrekking op een automatische snelheidsregeling voor het lassen van een naad.
Een lasmachine die hetzij met de hand hetzij door middel van een programmeerinrichting wordt ingesteld, zoals een N/C- of 5 volgregelinrichting, voor het sturen van de laskop langs een vooraf bepaalde haan met een bepaalde snelheid, is reeds lang bekend. Een dergelijke machine wordt gebruikt voor het vervaardigen van relatief grote delen, zoals palen, C-frames, en dergelijke die niet alleen rechte delen maar ook gebogen delen bevatten.
10 Vele van de bekende lasmachines omvatten een dwars balk of brug, die een dwarslijn of X-as bepaalt en die verplaatsbaar is langs railsen of dergelijke voor het bepalen van een langslijn of Y-as.
Een slede, die verplaatsbaar is langs de brug draagt een metalen werk-gereedschap, zoals een laskop of dergelijke.
15 Het is bekend aftastmiddelen aan te brengen, b.v. een probe, die grenst aan en gelegen is voor de laskop met het doel om de positie van de lasgroef of -naad af te tasten.
Gerefereerd wordt aan de .Amerikaanse octrooiaanvrage 2^.696, ingediend op 28 maart 19799 waarin een nadere uiteenzetting is 20 gegeven van een geprogrammeerde lasmachine.
Om C-frames en dergelijke te vervaardigen is het noodzakelijk een tweetal delen tezamen langs een groef aan elkaar te lassen. Voorafgaande aan het lassen worden de delen op een geschikte wijze geplaatst en kunnen ten minste onder bepaalde omstandigheden gepuntlast 25 worden, teneinde deze delen op hun plaats te houden. Als gevolg van de eigenaardigheden van bepaalde metalen delen, die tijdens het lassen worden samengevoegd, en/of als gevolg van onregelmatigheden in de puntlas en dergelijke is de mogelijkheid aanwezig, dat de groefbreedte niet overal uniform is en langs zijn lengte willekeurig kan variëren.
30 Tijdens het lassen van een naad, waarbij een draad- electrode met een constante snelheid wordt toegevoerd, is de machine normaliter zodanig ingesteld (hetzij met de hand, hetzij met een geschikt programma), dat de laskop over de groef kan gaan met een constante snelheid, die evenredig is aan het verkrijgen van een adequate lasrups, die 8006646 2 t ·» de beide metalen delen stevig met elkaar verbindt. Indien evenwel de groef tijdens deze bewerking zou verbreden of versmallen, en indien de laskopsnelheid constant blijft, zal de kwaliteit van de las een compromis zijn. Wanneer de groef te breed is, zal de lasrups de naad niet geheel 5 opvullen, waardoor een zwakke verbinding verkregen wordt. Wanneer de groef te smal is, zal te veel lesmateriaal op een gewenste wijze over de lasnaad heen vloeien.
Aangezien elk tweetal aan elkaar te lassen werkstukken verschillend zijn,en .vanwege de variaties bij elke puntlasinstelling, 10 kunnen veranderingen in de laskopsnelheid niet in de regeleenheid voorgeprogrammeerd worden teneinde willekeurige groefbreedtevariaties te compenseren. Dergelijke snelheidsveranderingen werdén dan ook tot nu toe met de hand uitgevoerd, waarbij de bedienaar visueel de groefbreedtevariaties moet observeren.
15 De uitvinding is in het bijzonder geschikt om te wor den toegepast bij het aan elkaar lassen van een tweetal metalen delen, die zodanig tegen elkaar aangelegd zijn, dat deze een lasgroef vormen, waarbij de plaatsing onnauwkeurig is en/of één van de delen uniform is binnen de gewenste toleranties en het andere deel niet.
20 Het is een doel van de uitvinding, dat, wanneer de bei de aan elkaar te lassen delen onjuist aangebracht zijn en derhalve een groef oplevert, waarvan de breedte op ongewenste wijze willekeurig varieert, een oppervlak van ten minste één van de delen wordt benut om een meting van de groefbreedteafwijking tot stand te brengen.
25 Het is een verder doel van de uitvinding, dat, onge acht of de delen wel of niet op de juiste wijze zijn geplaatst, wanneer een van de beide aan elkaar te lassen delen uniform is binnen de gewenste toleranties en het andere deel niet, of wanneer beide delen niet binnen de gewenste toleranties zijn, een oppervlak van ten minste één van de 30 delen wordt toegepast voor het tot stand brengen van een meting van de groefbreedteafwijking.
Nog een ander doel van de uitvinding is een inrichting te verschaffen, die automatisch willekeurige veranderingen meet in de breedte van een groef van de te lassen naad, en die dergelijke verande-35 ringen compenseert door het veranderen van de snelheid van het laskopaan-dri j fmechani sme.
8006643 3
Het is een verder doel van de uitvinding gebruik te maken van de aft ast probe van de hoofdgroefpositie en/of een hulpaftast-inrichting voor het uitvoeren van de functies van de automatische inrichting.
5 Volgens een aspect van de uitvinding zijn primaire en hulpaftastprobes aangebracht, -waarbij de primaire probe ingericht is voor het leiden en regelen van de positie van de laskop tijdens zijn verplaatsing over de groef. De probes zijn vast ten-opzichte van elkaar aangebracht, waarbij de primaire probe ingericht is voor het volgen van 10 een wand van de lasgroef gevormd in een der delen, terwijl de hulpprobe ingericht is teneinde samen te werken met het oppervlak van het andere deel.
Volgens een ander aspect van de uitvinding, zorgt de primaire probe ervoor, dat, als gevolg van een afwijking in de groef-15 breedte, veroorzaakt door ongewenste willekeurige variaties in de wand van de lasgroef, de opstelling van de hulpprobe zich verplaatst en uitgangssignalen opwekt voor het veranderen van de snelheid van de laskop-aandrij f mot or.
Overeenkomstig een aanvullend aspect van de uitvinding, 20 zorgt de hulpprobe ervoor, dat als gevolg van een afwijking in de groef-breedte, veroorzaakt door een ongewenste willekeurige variatie in het oppervlak van het andere deel, een uitgangssignaal wordt opgewekt voor het veranderen van de snelheid van de laskopaandrijfmotor.
Overeenkomstig een verder aspect van de uitvinding 25 wordt de groefwand met behulp van de primaire probe door middel van een electrische balanceerketen gemeten, terwijl de hulpprobe mechanisch rust op het oppervlak van het andere deel en responsief is op plaatselijke veranderingen tussen zijn punt en zijn huis teneinde een uitgangssignaal te leveren om de snelheid van de aandrijfmotor te veranderen.
30 Het resultaat is, dat de breedte van de lasgroef auto matisch en continu wordt bewaakt en wordt gecompenseerd.
De uitvinding zal onderstaand aan de hand van een uit-voeringsvoorbeeld en onder verwijzing naar de tekening, nader worden uiteengezet. Hierin toont: 35 Figuur 1 een perspectivisch aanzicht van een naadias- machine, geschikt om te worden opgenomen in de verschillende uitvoeringsvormen van de uitvinding; 9006646 * * k figuur 2 een vergroot deel van de lasmachine in perspectivisch aanzicht tijdens het proces van het maken van een naadlas, waarbij de delen ten behoeve van de duidelijkheid verwijderd zijn; figuur 3 een bovenaanzicht van de onderlinge afstand 5 en de mogelijke variaties tussen de probes tijdens het lassen; figuur U een schakeling, behorende bij de primaire of ' < eerste probe, alsmede de dwars geplaatste regelmotor; en figuur 5 een schakeling, behorende bij de hulp- of tweede probe, alsmede de motor voor het aandrijven van de laskop langs 10 de groef.
De voorkeursuitvoeringsvorm waarin de uitvindingsgedachte is verwerkt, is in figuur 1 aangegeven. De in deze figuur aangegeven lasmachine 1 omvat een framevormig netwerk van hoofddelen en is geschikt om te worden bevestigd aan een paar longitudinale parallelle 15 railsen 2 en 3, die op de vloer bevestigd zijn. Verder zijn aangebracht ondersteuningsbokken U en 5, die zich kunnen verplaatsen langs de respectieve railsen, waarbij deze bokken de uiteinden ondersteunen van een dwarse ondersteuning of brug 6, die zich over het lasgebied uitstrekt. Een slede 7 beweegt zich langs de brug 6.
20 De brug 6 bepaalt een hoofd-horizontale X-as, terwijl de railsen 2 en 3 parallel zijn aangebracht aan de hoofd-horizontale Y-as, voor referentiedoeleinden.
De brug 6 kan langs de Γ-as verplaatst worden door een geschikt aandrijfmiddel, b.v. een motor 8, die in de bok 5 is aange-25 bracht en die een tandwiel 9 bezit, die aangrijpt in een heugel 10, die langs de rail 3 geplaatst is. Een corresponderende motor, niet weerge- ' i geven, kan eveneens geplaatst zijn langs de rail 2. Op overeenkomstige wijze kan de slede 7 zich verplaatsen langs de X-as door middel van een aandrijfmiddel, b.v. een motor 11, die op de slede 7 is aangebracht en 30 die een tandwiel 12 bezit, die ingrijpt in een heugel 13, die aangebracht is op de brug.
Voor het regelen van de werking van de motoren 8 en 11 is op de welbekende wijze een regelinrichting alsook andere gewenste elementen aangebracht. Alhoewel de regeling met de hand ingesteld kan wor-35 den, verdient het de voorkeur dat een geprogrammeerde regeling wordt toegepast, zoals de X/C regeling. Zie in dit verband de reeds eerder 8 0 0 6 6 4 6 5 genoemde Amerikaanse octrooiaanvrage 2h.696.
In de uitvoeringsvorm volgens de uitvinding wordt een ingangsregeleenheid 1^ toegepast voor het programmeren van een numerieke regelapparatuur, welke apparatuur papier omvat of een magnetische hand 5 15, die door het gebruikelijke pickup-kopgedeelte 16 gaat, teneinde een uitgangssignaal op te wekken voor het aandrijven van de eerder genoemde motoren met een snelheid en met de gewenste richting, teneinde een geprogrammeerde baan te vormen voor de slede.
Ten behoeve van de motoren 8 en 11 kunnen geschikte 10 terugkoppelinrichtingen 17, 18 op de gebruikelijke wijze door middel van tandwielen gekoppeld zijn aan resp. de heugels 10 en 13 en gekoppeld worden aan de regeleenheid 1U.
Volgens de figuren 1 en 2 is de slede 7 bevestigd aan een lassamenstel 19· Voor dit doel hangt aan de slede 7 een arm 20 15 waarvan het onderste gedeelte een horizontaal naar voren wijzende plaatvormige ondersteuning 21 bezit. Een verticale laskop 22 voorzien van een punt 23 is bevestigd aan het binneneindgedeelte van-de ondersteuning 21 en kan worden voorzien van een niet-weergegeven lasnaad van een geschikte bron.
20 De laskop 22 is zodanig ingericht, dat deze twee meta len werkstukken tot een samenstel samenlast. Er zijn natuurlijk verschillende typen samenstellen mogelijk. In het onderhavige geval wordt een motorondersteuning 2k vervaardigd, welke voorzien is van bovenste en onderste horizontale platen 25, 26, langs de randen waarvan langwerpig 25 gevormde secties 27 en 28 worden aangebracht.
De platen 25 en 26 en de secties 27 en 28 zijn identieke afzonderlijke delen, die elk afzonderlijk gemaakt zijn. De platen 25 en 26 zijn op de gebruikelijke wijze door middel van een vlam in de gewenste vorm gesneden, terwijl de secties 27 en 28 door middel van ex-30 trusie of dergelijke verkregen zijn. Het is mogelijk, dat een of meer van deze delen een afwijking vertonen van de gewenste contour. De platen 25 en 26 kunnen b.v. een afwijking vertonen als gevolg van de grote toleranties die inherent zijn aan het vlam-snijproces. De secties 27 en 28 kunnen een afwijking vertonen als gevolg van een onjuiste behande-35 ling, hetzij gedurende of na de extrusie.
Ongeacht of deze elementen 25 t/m 28 wel of niet uni- 8006846 6 form zijn "binnen de gewenste toleranties, is er nog een ander probleem, nl. dat een plaat en een sectie niet altijd op de juiste wijze ten opzichte van elkaar worden geplaatst, alvorens aan elkaar te worden gelast. De plaat 25 kan b.v. veel op de juiste plaats zijn aangebracht, 5 terwijl de sectie 27 niet helemaal juist is geplaatst, of omgekeerd.
In al deze gevallen zal de breedte van de groef niet overal uniform zijn.
De navolgende beschrijving gaat ervan uit, dat de plaat-randen niet geheel juist zijn, terwijl de vorm van de secties binnen 1-0 zeer nauwe toleranties zijn gelegen en zeer dicht bij de gewenste afmetingen zijn.
Verondersteld wordt, dat de plaat 26 door lassen reeds bevestigd is aan de secties 27 en 28 en dat de aldus verkregen gedeeltelijke samenstelling wordt omgekeerd en rust op een geschikt platform 15 29, zoals in figuur 1 is aangegeven. Het is vervolgens gewenst de plaat 25 te lassen aan de secties 27 en 28. Zoals in figuur 2 is aangegeven, is de constructie van dien aard, dat de sectie 27 voorzien is van een binnenschouder 30 voor het vormen van een ondersteuningsrand 31, waarop het longitudinale randgedeelte van de plaat 25 rust.
20 De plaat 25 staat inwendig op afstand van de sectie 27, teneinde een driezijdige lasgroef 32 te vormen met een bodem gevormd door de rand 31, met een buitenzijwand of oppervlak 33 gevormd door de sectie 27, en met een binnenzijwand 3h gevormd door de rand van de plaat 25- 25 Het is in de praktijk gebruikelijk, en in het bijzon der indien de groef 32 langs een gedeelte van zijn lengte van contouren ' l is voorzien, zoals in figuur 1 is weergegeven, dat een verticaal geplaatste aftastprobe 35, bestaande uit een huis 36 en een uit door een veer bekrachtigd gecentreerd punt 37s vast bevestigd is op het buitenste 30 eindgedeelte van de ondersteuning 21. Wanneer het lassen parallel aan de Y-as verloopt, zal, na het bekrachtigen van de motor 8, de probe 25 zich voor de laskop 32 verplaatsen en er voor zorgen, dat op de gebruikelijke wijze de laskop door middel van de bekrachtigingsmotor 11 elke verandering in de basiscontour van de groef 32 volgt.
35 Teneinde ervoor te zorgen, dat de probe 35 op de juiste wijze de groef 32 volgt, is de punt 37 electrisch voorbelast ten opzich- 8 00 6 6 4 6 5 -4 τ te van de "binnenwand van de groef 3^·» d.w.z. de rand van de plaat 25·
Voor dit doel, en verwijzende naar figuur 1+, heeft de probepunt 37 een naar een centrale positie gerichte spanning die verkregen wordt door middel van een veer 38. De uit gangs spanning van de probe wordt via een 5 leiding 39 toegevoerd aan een brugketen 1+0, die op zijn beurt verbonden is met de ingangsleiding 1+1 van een nul-type versterker 1+2, die verbonden is met de motor 11. De brugketen 1*0 omvat een vermogenstrans format or 1+3 en een tweetal variabele weerstanden UI en 1+5, die parallel met elkaar verbonden zijn. Wanneer de variabele weerstanden in balans zijn, wordt 10 geen signaal toegevoerd aan de versterker 1+2 of aan de motor 11. Onder bepaalde omstandigheden evenwel, wanneer er een verandering optreedt in de algemene richting van de groef 32, zal het signaal van de probe 35 in de weerstanden en de brugketen een onbalans veroorzaken, als gevolg waarvan een signaal wordt opgewekt, dat wordt toegevoerd aan de 15 versterker k2 en dus aan de motor 11. De motor 11 zal werkzaam blijven tot de keten opnieuw is gebalanceerd.
De hierboven vermelde electrische voorbelasting wordt verkregen met behulp van een hand-bediende schakelaar 1+6 van een op zich bekend type, en welke schakelaar is verbonden met een vermogensbron. De 20 uitgang van de schakelaar is via een leiding 1+7 verbonden met een tweede of extra ingang van de versterker 1+2. Door een geschikt instelling van de uit gangs spanning van de schakelaar 1+6 kan de versterker 1+2 de motor 11 bekrachtigen, zelfs indien de brugketen 1+0 niet in balans is. Nadat de motor 11 in de gewenste richting werkzaam wordt, zal de slede 7 25 de aandrijf probepunt 37 verplaatsen naar de wand 3U. De brugketen 1+0 zal daardoor in onbalans geraken en een tweede signaal toevoeren aan de versterker 1+2 en zal het proces voortgaan tot de keten opnieuw gebalanceerd is. Op dit punt wordt door de probepunt 37 dat in belaste aanraking is met de groefwand 3¾ een kunstmatige nul opgewekt.
30 Zoals tot nu toe is besproken kon een las verkregen worden met een hoge kwaliteit, ten minste wanneer de laskopaandrijfmotor 8 met een constante snelheid wordt aangedreven, de groef 3l+ over zijn gehele lengte een uniforme normale breedte heeft, en de Xasdraadtoevoer de juiste constante snelheid heeft. Evenwel zal in'-werkelijkheid als 35 gevolg van: willekeurige onregelmatigheden van de rand 3l+, de groef een variabele breedte hebben. Een constante lassnelheid is derhalve ongewenst .
8006646 8
Het is derhalve een aspect van de uitvinding, dat gedurende Het dwars over de groef 32 gaan, de groefbreedte automatisch en continu wordt bewaakt en dat de snelheid van de laskopaandrijving automatisch en continu bijgeregeld wordt, zodat afhankelijk van de breedte 5 van de groef op een bepaald punt de juiste hoeveelheid lasdraad aan de lasnaad wordt toegevoerd. In het genoemde voorbeeld wordt dit verkregen door het toepassen van de uniforme afmetingen van het vlak nabij gelegen sectie 27» zoals in figuur 2 is aangegeven. Volgens de uitvoeringsvorm wordt het uniforme buitenoppervlak bj (figuren 2 en 3) toe-10 gepast. Het vlak bj is parallel aan de centrale groefas en aan de gewenste hoofdrichting van de binnengroefwand 3^· Het vlak 37 heeft dezelfde richting ala de .wand 3¼.
Zoals weergegeven, is een tweede of hulpaftast probe b8 aangebracht, die voorzien is van een huis by en een punt 50, en die vast 15 verbonden is met een lateraal uitstekend gedeelte van de ondersteuning 21. De probe U8 is in het algemeen geplaatst boven het vlak bj. Om werkstukken van verschillende afmetingen te verwerken, kunnen de probes 35 en bQ ten opzichte van elkaar ingesteld worden en ten opzichte van de ondersteuning 25 vastgezet worden. Zoals in figuur 5 is aangegeven, kan 20 de probe bQ eveneens voorzien zijn van een veer 51» teneinde de punt 50 te centreren, maar deze laatste kan eveneens, indien gewenst, vrijelijk hangen. Verder kan de probepunt 50 voorbelast zijn tegen het vlak i+7, bij voorkeur mechanisch met behulp van een laterale veer 52, die in de figuren 2 en 5 schematisch is aangegeven. In de aanvangspositie, kan 25 de punt 50 juist het vlak b'J aanraken en niet buiten het -centrum voorgespannen zijn met betrekking tot zijn huis ^9·.
Conform de schakeling van de probe 35, wordt op overeenkomstige wijze het uitgangssignaal van de hulpprobe U8 via een leiding 53 toegevoerd aan een brugketen 5^ die op zijn beurt met behulp 30 van een ingangsleiding 55 verbonden is met een nul-type versterker 56, die verbonden is met een motor 8. De brugketen 5b omvat een vermogens-transformator 57 en een tweetal parallel geschakelde variabele weerstanden 58 en 59· Wanneer de variabele weerstanden in balans zijn, en de probepunt 50 niet uit het centrum is belast, wordt geen signaal toe-35 gevoerd aan de versterker 56 of aan de motor 8. Wanneer nu de punt 50 ten opzichte van het centrum verschoven wordt in de richting loodrecht 8006646 9 t op liet vlak bj, ontstaat er een onbalans in de brugketen, als gevolg waarvan het signaal wordt toegevoerd aan de versterker 56, teneinde de snelheid van de motor 8 te veranderen.
De versterker 56 is voorzien van een extra ingang met 5 behulp waarvan de hoofdsnelheid van de motor 8 geregeld kan worden.
Voor dit doel is een variabele weerstand 60 met zijn ene einde verbonden met de uitgang van de programmeerbare regeleenheid 1¼ (kan ook met de hand bekrachtigd worden) en is met zijn andere einde via een leiding 61 verbonden met de tweede ingang van de versterker.
10 Zoals in figuur 3 is aangegeven, is de plaat 25 varia bel gedimensioneerd en heeft een variabele groefwand of rand 3b. De sectie 27 is uniform gedimensioneerd en heeft dus uniforme oppervlakken inclusief de groefwand 33 en heeft een buitenoppervlak ^7 die parallel is gelegen aan laatstgenoemde wand. De afstand tussen de wand 33 en het 15 vlak 1+7 wordt geacht over de lengte van de groef 32 uniform te zijn, en is aangegeven met A. De afstand tussen de wand 33 en de wand 3^ (de groefbreedte) is over de lengte van de groef 32 variabel en is aangegeven met B. Op overeenkomstige wijze is de afstand tussen de wand 3^ en het vlak lj-7 eveneens over de lengte van de groef variabel en correspon-20 deert met de willekeurige afwijking in groefbreedte en is aangegeven met C. De betrekkingen zijn zodanig, dat B = C - A. Aangezien A constant is, verschaft de meting van C een indicatie van de afwijking in B. De eerder beschreven constructie heeft tot taak de meting C automatisch en continu uit te voeren en vervolgens deze meting te compenseren voor de 25 willekeurige afwijkingen van de normaal, teneinde de snelheid van de laskopaandrijfmotor 8 te veranderen.
Figuur 3 toont schematisch de in de figuren 1 en 2 aangegeven inrichting, die dwars over de groef 32 gaat in een richting van rechts naar links. De groef 32 is bij zijn begin aangegeven met een nor-30 male breedte, zodat de aandrijfmotor vooraf op een constante snelheid ingesteld wordt, de groef wordt vervolgens smaller en breder tot de normale breedte opnieuw plaatsvindt aan het linkereinde.
Daar het lassen aanvangt langs het normale gedeelte van de groef, zullen de probepunten 37a en 50a resp. rusten tegen de 35 wand 3*+ en vlak i+7· De motor 8 werkt met de vooraf gekozen constante normale snelheid en de brugketens ^0 en 5b zijn gebalanceerd. De laskop 8006646 10 * » 22 volgt de hoofdpositieregeling van de probe 35·
Als de tweede probepunten de vernauwing bereiken, die veroorzaakt wordt door een opwaartse afwijking in de wand 3^, zal de probepunt 37b op een zodanige wijze lateraal verschoven worden in de 5 richting van het vlak ^7, dat de brugketen Uo in onbalans komt, zodat het primaire ingangssignaal via de leiding M toegevoerd aan de versterker b2 daarin een signaal opwekt ten behoeve van het bekrachtigen van de motor 11, teneinde de slede 7 langs de X-as in een opwaartse richting aan te drijven, zoals weergegeven in figuur 3. Daar de probe 10 U8 in feite een gang vormt met de probe 35 via de ondersteuningsplaat 21, zal de probe b8 die het huis b9 omvat, eveneens van het vlak U7 afgaan. De probepunt 50b zal vanwege de spanning van de veer 52, uniform het vlak 47 volgen, maar het probemechanisme zal nu van het centrum opgelicht worden met betrekking tot zijn huis b9. Het gevolg hier-15 van is een onbalans in de brugketen 5b, als gevolg waarvan een signaal wordt toegevoerd aan de versterker 56 waardoor de motor 8 in snelheid zal toenemen. De beide ingangssignalen aan de versterker 56 worden op de gebruikelijke wijze gesommeerd. Het effect is, dat minder lasdraad . in het versmalde gedeelte van de groef komt te liggen en de laskop 22 20 met een grotere snelheid over dit gedeelte heen gaat.
Tijdens de lasprocedure naderen de beide probepunten geleidelijk een verbreding van de groef, na de normale groef, en zal de probepunt 37c lateraal worden verschoven in de tegengestelde richting en wel van het vlak hj af. De brugketen UO zal opnieuw in onbalans komen, 25 maar electrisch tegengesteld aan de hierboven beschreven onbalans. Het resultaat is dat de motor 11 de slede 7 in neerwaartse richting zal aandrijven, zoals in figuur 3 is aangegeven. De probe U8 en het huis ^9 zullen nu in de richting van het vlak bj bewegen en zelfs het gedeelte 27 overlappen, waarbij de probepunt 50c vooitgaat met het volgen van het 30 vlak bj. Het probemechanisme zal opnieuw uit zijn centrum gelicht worden, maar tegengesteld aan de eerder genoemde richting. De in onbalans gekomen brugketen 5^ zorgt ervoor, dat de motor 8 in snelheid toeneemt nadat de signalen in de versterker 56 zijn gesommeerd. Het effect hiervan is dat meer lasdraad in het wijdere gedeelte van de groef wordt gelegd, 35 terwijl de laskop 22 met een lagere snelheid over dit gedeelte heengaat.
Aan het einde van de lascyclus keert de groef 32 terug 8006646 - i 11 tot zijn normale "breedte, waarbij de probepunten 37d en 50d weer de positie innemen als bij bet begin van het voorbeeld als gevolg waarvan de brugketens in balans komen.
Zoals eerder is aangegeven, kan de situatie zich voor-5 doen, waarbij de plaat 25 binnen de toleranties gedimensioneerd is, terwijl dat niet het geval is voor de sectie 27. In dit geval zal, daar de primaire probepunt 37 ie groefzijwand 3^ volgt, de laskop 22 in de juiste positie worden gehouden, er zal dus geen afwijking zijn om de ondersteuning 21 te doen verschuiven en geen onbalans zijn in de hulp-10 probe U8. Wanneer evenwel de veerbelaste hulpprobepunt 50 een afwijking tegenkomt in het vlak kft zal de punt uit zijn centrum gaan ten opzichte van zijn huis ^9. Het effect is in hoofdzaak hetzelfde alsof de ondersteuning 21 verschoven is om de punt 50 op te lichten. Het eindresultaat is hetzelfde, d.w.z. dat de probe bQ electrisch in onbalans 15 komt, waardoor de snelheid van de laskopaandrijfmotor 8 verandert.
Een verdere situatie kan zich voordoen, dat ondanks het feit dat de aan elkaar te lassen delen alle binnen hun toleranties liggen, de delen op een onjuiste wijze met betrekking tot elkaar geplaatst zijn. Indien de sectie 27 op de juiste wijze is geplaatst en 20 de plaat 25 daarentegen scheef is geplaatst, zal het systeem werken op een wijze overeenkomstig de wijze, zoals geïllustreerd in de tekening, en wel alsof de wand 3^ van de plaat 26 niet binnen zijn toleranties is gelegen. Op overeenkomstige wijze zal, in de omgekeerde situatie, het systeem werken op een wijze overeenkomstig de wijze beschreven in 25 de voorgaande paragraaf.
Bij al deze gevallen steunt de uitvinding op het feit, dat de afmeting A, zoals weergegeven in figuur 3, constant is. Indien het. gedeelte buiten zijn tolerantie is, als gevolg van een bocht of dergelijke, wordt verondersteld, dat de afstand A desalniettemin dezelf-30 de blijft.
Alhoewel in de tekening is aangegeven dat de laskoppunt 23 in hoofdzaak op afstand staat van de probepunt 37» is dit uitsluitend bedoeld als illustratie. In werkelijkheid kunnen deze punten in overeenstemming met de normale praktijk zeer dicht bij elkaar geplaatst 35 zijn. Verder zijn de afwijkingen in de groefbreedten overdreven getekend, omwille van de duidelijkheid, maar normaliter gebeurt dat meer 8006646 12 geleidelijk.
Alhoewel de werking van de inrichting volgens de uitvinding beschreven is met betrekking tot een rechtlijnige groef, die parallel verloopt aan een van de assen van de machine, is de uitvinding 5 eveneens van toepassing op groeven die in verschillende richtingen wijzen en op veranderende basisconfiguraties. Bij het veranderen van configuraties kan een rotator, van het type zoals weergegeven in de reeds eerder genoemde Amerikaanse octrooiaanvrage 24.696, nöclig zijn*. Verder kunnen meerdere motoren en andere regelinrichtingen die vaak in een las-10 machine zijn aangebracht, toegepast worden, zonder buiten het kader van de uitvinding te geraken.
8 00 6 6 4 5

Claims (10)

1» Lasmachine voor het aaneenlassen ran eerste en tweede metalen delen,.die zodanig ten opzichte van elkaar geplaatst zijn, dat zij een lasgroef vormen, waarbij de groefbreedte willekeurig ten opzichte van de gewenste uniforme breedte kan afwijken, gekenmerkt door 5 een machineframe; door een slede, die aan het frame is bevestigd; door een laskop, die aan de slede hangt en welke laskop over de groef gaat; door aandrijfmiddelen om de slede en de laskop met een bepaalde snelheid over de groef te laten gaan; door een regelinrichting die gehangen is aan de slede en geplaatst is voor de laskop, en voor de verplaatsing 10 met de laatste is verbonden en die responsief is op de genoemde willekeurige afwijkingen in groefbreedte, teneinde automatisch de snelheid van de aandrijfmiddelen te veranderen in overeenstemming met de afwijkingen.
2. Lasmachine volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat 15 de aandrijfmiddelen ervoor zorgen, dat genoemde verplaatsing plaatsvindt met in het algemeen een constante normale snelheid en dat de regelmid-delen automatisch de snelheid van de aandrijfmiddelen toe of af doet nemen en derhalve de snelheid van de verplaatsing van de normale snelheid in responsie op de respectieve toe- of afname in de groefbreedte.
3. Lasmachine volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de regelmiddelen voorzien zijn van sensormiddelen, die in contact staan met elk van de eerste en de tweede metalen platen, ii. Lasmachine volgens conclusie 1 of 2, met het kenmerk, dat de regelmiddelen voorzien zijn van een eerste sensor, die geplaatst 25 is voor de laskop om de laskop gedurende het gaan over de groef op de juiste wijze te verplaatsen, waarbij de eerste sensor in aanrakend verband een wand van de groef, gevormd door het eerste metalen gedeelte, volgt en van een tweede sensor, die vast verbonden is met de eerste sensor, waarbij de tweede sensor in aanrakingsverband een oppervlak van 30 het tweede metalen gedeelte volgt.
5. Lasmachine volgens conclusie U, met het kenmerk, dat deze voorzien is van middelen, die responsief zijn op een positieveran-dering van de tweede sensor met betrekking tot de eerste sensor, teneinde de snelheid van de aandrijfmiddelen te veranderen. 35 8006646 r
6. Lasmachine volgens conclusie k, gekenmerkt door een balansbrugketen die aangebracht is tussen de tweede sensor en de aandrijfmiddelen, waarbij de constructie zodanig is, dat willekeurige afwijkingen in de groefwand of het oppervlak van het tweede gedeelte de 5 brug in onbalans doet geraken als gevolg waarvan de snelheid van de aandrijfmiddelen verandert.
7. Lasmachine volgens conclusie 6, gekenmerkt door een versterker, die aangebracht is tussen de brugketen en de aandrijfinidde-len, een en ander zodanig, dat aan de versterker het uitgangssignaal 10 van de brugketen wordt toegevoerd, en door middelen voor het leveren van een tweede ingangssignaal aan de versterker, teneinde de gegeven snelheid van de verplaatsing via de aandrijfmiddelen te leveren.
8. Lasmachine volgens conclusie J, met het kenmerk, dat de ingangssignalen van de versterker een gecombineerde versterkeruit- 15 gangssignaal levert voor het regelen van de aandrijfmiddelen.
9. Lasmachine volgens conclusie J+, met het kenmerk, dat het oppervlak van het tweede gedeelte op afstand is.gelegen van de groefwand; dat de tweede sensor rust tegen het oppervlak; dat een regel-keten is aangebracht tussen de tweede sensor en de aandrijfmiddelen; 20 dat de aftasting van de willekeurige afwijkingen van een van de sensoren ervoor zorgt, dat de tweede sensor een snelheidsveranderingssignaal levert aan de regelketen en derhalve aan de aandrijfmiddelen.
10. Lasmachine volgens conclusie 9, gekenmerkt door een ondersteuning voor de laskop, voor de eerste sensor en voor de tweede 25 sensor, en door een tweede aandrijfmiddel voor het verplaatsen van de ondersteuning in hoofdzaak lateraal ten opzichte van de groef, waarbij het tweede aandrijfmiddel responsief is op de positie van de eerste sensor, teneinde de positie van de tweede sensor te verschuiven.
11. Lasmachine volgens conclusie 6, voorzien van een elec-30 trische keten voor het belasten van de eerste sensor tegen de groefwand. 8 0 0 6 6 4 6
NL8006646A 1979-12-31 1980-12-05 Automatische snelheidsregeling voor een lasinrichting. NL8006646A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US06/102,521 US4316076A (en) 1979-12-31 1979-12-31 Automatic speed control for seam welding
US10252179 1979-12-31

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8006646A true NL8006646A (nl) 1981-08-03

Family

ID=22290298

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8006646A NL8006646A (nl) 1979-12-31 1980-12-05 Automatische snelheidsregeling voor een lasinrichting.

Country Status (10)

Country Link
US (1) US4316076A (nl)
JP (1) JPS5699085A (nl)
CA (1) CA1150782A (nl)
DE (1) DE3047722A1 (nl)
FR (1) FR2472439A1 (nl)
GB (1) GB2067310A (nl)
IT (1) IT1134694B (nl)
NL (1) NL8006646A (nl)
NO (1) NO803510L (nl)
SE (1) SE8009082L (nl)

Families Citing this family (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4477712A (en) * 1982-04-26 1984-10-16 General Electric Company Arc-welding seam-tracking applications employing passive infrared sensors
US4484059A (en) * 1982-04-26 1984-11-20 General Electric Company Infrared sensor for arc welding
DE3403541A1 (de) * 1984-02-02 1985-08-08 Deutsche Gesellschaft für Wiederaufarbeitung von Kernbrennstoffen mbH, 3000 Hannover Verfahren und vorrichtung zum automatischen und/oder fernhantierten verschweissen des deckels und/oder des bodens mit dem mantel von behaeltern zur aufnahme von radioaktiven brennelementen und abfaellen
FR2656555B1 (fr) * 1989-12-29 1994-10-28 Serimer Systeme mecanique de guidage automatique d'une ou plusieurs torches d'une unite de soudage a l'arc.
US5961858A (en) * 1996-06-06 1999-10-05 Engauge Inc. Laser welding apparatus employing a tilting mechanism
US5925268A (en) * 1996-06-06 1999-07-20 Engauge Inc. Laser welding apparatus employing a tilting mechanism and seam follower
EP2632625B1 (en) * 2010-10-28 2021-01-27 Esab AB Welding device
US8210418B1 (en) * 2011-06-09 2012-07-03 Landoll Corporation Multi-station, gantry-based automated welding system
CN108620783B (zh) * 2018-05-16 2019-07-12 永康市钜风科技有限公司 一种用于桥梁的焊接设备

Family Cites Families (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DD77394A (nl) *
US2719899A (en) * 1953-03-09 1955-10-04 American Car & Foundry Co Automatic dual electrode control for arc-welding machines
SE370887B (nl) * 1969-06-13 1974-11-04 Messer Griesheim Gmbh
FR2060468A5 (en) * 1969-09-02 1971-06-18 Zentralinstitut Schweiss Controlling elec arc weld seam formation
US3855446A (en) * 1972-11-17 1974-12-17 V Kotova Device for directing the movement of welding electrode along the butt of joining parts
US3924094A (en) * 1973-11-15 1975-12-02 Crayton John W Welding control arrangement with orbital torch-mounted transducing assembly
DE2741728A1 (de) * 1977-09-16 1979-03-22 Karlsruhe Augsburg Iweka Verfahren zum identifizieren und optimieren mechanischer groessen

Also Published As

Publication number Publication date
US4316076A (en) 1982-02-16
DE3047722A1 (de) 1981-09-17
IT8026595A0 (it) 1980-12-12
SE8009082L (sv) 1981-07-01
JPS5699085A (en) 1981-08-10
FR2472439A1 (fr) 1981-07-03
IT1134694B (it) 1986-08-13
CA1150782A (en) 1983-07-26
GB2067310A (en) 1981-07-22
NO803510L (no) 1981-07-01

Similar Documents

Publication Publication Date Title
KR102028839B1 (ko) 폼워크생산용 자동용접장치
EP3689529B1 (en) System for and method of additive manufacturing with providing dynamic bead spacing and weave fill
NL8006646A (nl) Automatische snelheidsregeling voor een lasinrichting.
NL1003403C2 (nl) Inrichting voor het bewerken van een werkstuk.
CN108176918B (zh) 用于使链节电阻对焊的链条焊接机
US3602687A (en) Arc length control
EP0076018A1 (en) Method of arc welding with a consumable electrode
NL8902060A (nl) Rijdbare bewerkingsmachine voor spoorbanen, met een inrichting voor het sturen van de werkstand van zijn werkaggregaten respectievelijk werktuigen.
DE4312565A1 (de) Biegemaschine zum Biegen flächiger Werkstücke
US3908881A (en) Centering sensor and controller
CA2266613A1 (en) Apparatus for friction stir welding
CN105382410A (zh) 具有自动跟踪功能的激光焊接设备
JP2022519202A (ja) レーザ加工に及ぼすレーザ加工パラメータの影響を自動的に特定する方法ならびにレーザ加工機械およびコンピュータプログラム製品
US6518545B1 (en) Welding arc penetrating power real-time detection system
CN205437486U (zh) 具有自动跟踪功能的激光焊接设备
CA1228649A (en) Method of automatically controlling height of a weld bead
US3783222A (en) Welding torch oscillator and positioner
GB1040659A (en) Vertical welding machine
NL1005318C2 (nl) Inrichting voor het bewerken van een werkstuk, alsmede werkwijzen voor toepassing bij een dergelijke inrichting.
DE112012005889T5 (de) Laserbearbeitungsverfahren
JP4117526B2 (ja) X開先継手の多層盛溶接方法
WO1979000004A1 (en) Edge followers
Garašić et al. Sensors and their classification in the fusion welding technology
JP2014193490A (ja) 溶接制御
JPH0687075A (ja) 傾き制御溶接方法

Legal Events

Date Code Title Description
BV The patent application has lapsed