[go: up one dir, main page]

NL8006022A - Viscosimeter. - Google Patents

Viscosimeter. Download PDF

Info

Publication number
NL8006022A
NL8006022A NL8006022A NL8006022A NL8006022A NL 8006022 A NL8006022 A NL 8006022A NL 8006022 A NL8006022 A NL 8006022A NL 8006022 A NL8006022 A NL 8006022A NL 8006022 A NL8006022 A NL 8006022A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
housing
speed
sleeve
hanging weight
drive
Prior art date
Application number
NL8006022A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Halliburton Co
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Halliburton Co filed Critical Halliburton Co
Publication of NL8006022A publication Critical patent/NL8006022A/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G01MEASURING; TESTING
    • G01NINVESTIGATING OR ANALYSING MATERIALS BY DETERMINING THEIR CHEMICAL OR PHYSICAL PROPERTIES
    • G01N11/00Investigating flow properties of materials, e.g. viscosity, plasticity; Analysing materials by determining flow properties
    • G01N11/10Investigating flow properties of materials, e.g. viscosity, plasticity; Analysing materials by determining flow properties by moving a body within the material
    • G01N11/14Investigating flow properties of materials, e.g. viscosity, plasticity; Analysing materials by determining flow properties by moving a body within the material by using rotary bodies, e.g. vane

Landscapes

  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Analytical Chemistry (AREA)
  • Biochemistry (AREA)
  • Immunology (AREA)
  • General Physics & Mathematics (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Pathology (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Control Of Direct Current Motors (AREA)
  • Investigation Of Foundation Soil And Reinforcement Of Foundation Soil By Compacting Or Drainage (AREA)
  • Catching Or Destruction (AREA)
  • Testing Of Engines (AREA)

Description

X ,♦ ' 1 Viscosimeter.
De uitvinding heeft in het algemeen betrekking op viscosimeters, en meer in het bijzonder hoewel niet bij wijze van beperking op viscosimeters, ingericht voor het meten van de viscositeit, de vloeigrens en de gelsterkte van spoelingmengsels voor gebruik in 5 putboorwerkzaamheden.
De stand van de techniek omvat zeer vele viscosimeters, voorzien van een voetstuk,verder van een huis, van een draagmiddel voor het op het voetstuk dragen van het huis, van een draaibare buisvormige huls, die zich vanaf het huis naar beneden uitstrekt, van 10 middelen voor het draaien van de huls, een cilindrisch hanggewicht, dat met betrekking tot de huls zodanig is geplaatst, dat het draaien van de huls in een vloeistof de vloeistof doet draaien en zodoende een visceuze sleepkracht uitoefent op het hanggewicht, van middelen die een veer bevatten voor het uitoefenen van een koppel op het hang-15 gewicht evenredig aan de uitslag van het hanggewicht vanuit een nul-stand, en van middelen voor het meten van de uitslag van het hanggewicht vanuit de nulstand.
Twee voorbeelden van dergelijke bekende viscosimeters zijn beschreven in de Amerikaanse octrooischriften 3.327.825 en 20 2.703.006,
De uitvinding verschaft vele verbeteringen van deze bekende inrichtingen.
Een verbeterd draagmiddel is verschaft voor het op het voetstuk dragen van het huis. Dit draagmiddel bevat één enkele draag- 8006022 2 poot die verstelmiddelen heeft voor het verstellen van de lengte van de draagpoot, en richtmiddelen voor het boven een vaste plaats op het voetstuk van de viscosimeter houden van de draaibare buisvormige huls van de viscosimeter.
5 Het onderhavige aandrij fmiddel voor het draaien van de huls van de viscosimeter bevat een veerkrachtige getande riem zonder einde, verbonden tussen getande schijven, bevestigd aan een electromotor en aan de draaibare huls. Een dergelijk aandrijfstelsel verschaft een positieve, nauwkeurige overbrenging van draaisnelheid vanaf de motor 10 naar de huls en verschaft tegelijkertijd een denying in het aandrijf-stelsel voor het opheffen van trillingen.
Een verbeterd energietoevoer- en motorregelstelsel is verschaft,. dat het mogelijk maakt energie te verkrijgen van een aantal andere mogelijke bronnen, en dat een veiligheidsuitschakelkenmerk 15 verschaft in het geval dat de draaiende huls van de viscosimeter vast komt te zitten.
Andere door de uitvinding verschafte verbeteringen omvatten een niet metalen hanggewicht, dat zich in de draaibare huls bevindt, en een verwijderbaar kunststoffen deksel met snapvefbinding 20 voor het beschermen van het middel voor het verstellen van de kalibre-ring van de viscosimeter.
Dw uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de tekening, waarin: fig. 1 een doorsnede is van de viscosimeter, 25 fig. 2 een doorsnede is volgens de lijn II-II in fig. 1, fig. 3 een ruimtelijk aanzicht is van boven van de viscosimeter, fig. 4 een ruimtelijk aanzicht is van onder van de viscosimeter, 30 fig. 5 een voorkeursuitvoeringsvorm toont van het keten schema van het snelheidswaameemmiddel van de viscosimeter, fig. 6 een voorkeursuitvoeringsvorm toont van het ketenschema van het middel voor in en buiten werking stellen van de motor en het middel voor het verstellen van de meter voor de relatieve snel-35 heid van de viscosimeter, en 800602? * 9 3 fig. 7 een voorkeursuitvoeringsvorm toont van het ketenschema van de energietoevoer van de viscosimeter.
Thans verwijzende naar de tekening en in het bijzonder naar fig. 1 is de onderhavige viscosimeter in zijn algemeenheid aangeduid 5 door het verwijzingscijfer 10. De viscosimeter 10 bevat een voetstuk 12, verder een huis 14 en een draagpoot 16 voor het dragen van het huis 14 op het voetstuk 12.
De draagpoot 16 kan in zijn algemeenheid worden aangeduid als een draagmiddel, waarbij is opgemerkt dat het draagmiddel 16 be-10 staat uit één enkele poot.
De draagpoot 16 bevat een bovenste pootdeel 18 en een onder-’ ste pootdeel 20. Het bovenste pootdeel 18 is telescopisch opgenomen in een binnenboring 22 van het onderste pootdeel 20. De binnenboring 22 heeft een blind onderste einde 24. Een van schroefdraad voorziene 15 kleinere boring 26 plaatst het blinde einde 24 in verbinding met het onderste einde 28 van het onderste pootdeel 20. Een platkopschroefbout 30 verbindt het onderste pootdeel 20 met het voetstuk 12. Het onderste einde 28 van het onderste pootdeel 20 is nauwsluitend opgenomen in een opneembus 32 van het voetstuk 12.
20 Het bovenste pootdeel 18 bevat een boring 34, voorzien van een blind bovenste einde 36 en open bij het onderste einde 38 van het bovenste pootdeel 18.
Een schroefdrukveer 40 is opgenomen in de boring 34 van het bovenste pootdeel 18 en grijpt met zijn bovenste en onderste ein-25 den aan in het blinde einde 36 van de boring 34 en het blinde einde 24 van de boring 22.
Het bovenste pootdeel 18 bevat een axiale sleuf 42, die zich in het cilindrische buitenoppervlak 44 bevindt. Het onderste pootdeel 20 bevat een radiaal naar binnen uitstekende pen 46, die is 30 bevestigd aan het onderste pootdeel 20 en radiaal naar binnen reikt tot in aangrijping in de axiale sleuf 42 van het bovenste pootdeel 18 voor het zodoende toelaten van een onderlinge axiale beweging tussen de bovenste en onderste pootdelen 18 en 20 maar voorkomen van een onderlinge draaibeweging daartussen. De pen 46 en de sleuf 42 kunnen 35 in het algemeen worden aangeduid als een richtmiddel voor het handhaven 8006022 4 van de onderlinge stand van het huis 14 en de daaraan bevestigde onderdelen boven het voetstuk 12.
Aan het bovenste einde 48 van het onderste pootdeel 20 is door schroeven een kraagmiddel 50 bevestigd, dat een radiaal naar 5 binnen uitstekende schouder 52 bevat.
De schouder 52 grijpt een bovenste einde aan van een ringvormig pakkingdruksstukmiddel 54. Het pakkingdrukstukmiddel 54 is een middel voor het wigvormig opsluiten tussen de bovenste en onderste pootdelen 18 en 20 en het voorkomen van een onderlinge axiale beweging 10 daartussen. Het pakkingdrukstukmiddel 54 is wigvormig in dwarsdoorsnede en grijpt een afgeschuinde binnenrand 49 aan bij het bovenste einde van de boring 22 van het onderste pootdeel 20.
Wanneer het kraagmiddel 50 wordt gedraaid voor het zodoende vastschroeven van de schroefverbinding met het onderste pootdeel 20, 15 wordt het ringvormige pakkingdrukstuk 54 naar beneden gedrukt en wigvormig tussen de bovenste en onderste pootdelen 18 en 20 voor het zodoende aan elkaar grendelen daarvan. Het kraagmiddel 50 en het pakkingdrukstuk 54 kunnen in hun algemeenheid worden aan geduid als een losmaakbaar grendelmiddel voor het gekozen vastzetten van het bovenste 20 pootdeel 18 met betrekking tot het onderste pootdeel 20 en het van het onderste pootdeel 20 losmaken van het bovenste pootdeel 18.
Het veerdrukmiddel 40, verbonden tussen de onderste en bovenste pootdelen 18 en 20 druk het bovenste pootdeel 18 naar boven ten opzichte van het onderste pootdeel 20 zodat kan worden gezegd, 25 dat het de telescopische bovenste en onderste pootdelen 18 en 20 naar een uitgedrukte stand drukt.
De lengte van de draagpoot 16 wordt versteld door het losmaken van de kraag 50 en het telescopisch bewegen van het bovenste pootdeel 18 in het onderste pootdeel 20 naar de gewenste plaats. Dan 30 wordt het kraagmiddel 50 vastgeschroefd voor het zodoende aan elkaar grendelen van de bovenste en onderste pootdelen.
Het huis 14 is een niet metalen huis, dat een hoofhuisge-deelte 56 omvat, waarvan de bovenkant is afgedekt door een huisdeksel 58. Het huisdeksel 58 is aan het hoofdhuisgedeelte 56 bevestigd door 35 een aantal passende bevestigingsschroeven 59 (zie fig. 3).
8006022 * + 5
Het hoofdhuisgedeelte 56 bevat een vak 60 voor het opnemen van een batterij en een energietoevoer, verder een vak 62 voor het opnemen van een motor en een vak 64 voor het opnemen van een rotor.
Een bodem 66 van het hoofdhuisgedeelte 56 bevat een naar 5 beneden zich uitstrekkende opneembus 68, die nauwsluitend een bovenste einde 70 opneemt van het bovenste pootdeel 18. Het bovenste pootdeel 18 is verbonden met de bodem 66 door een platkopschroefbout 72.
In het vak 60 voor het opnemen van een batterij bevindt zich een batterij 74, die ook kan worden aangeduid als een inwendige 10 gelijkstroombron.
Zoals het duidelijkst is te zien in fig. 2, bevatten zijwanden 76 en 78 van het hoofdhuisgedeelte 56 elk een paar naar binnen zich uitstrekkende op onderlinge afstand liggende flenzen 80. Tussen de flenzen 80 en de vakken 60 en 62 scheidende wordt een ketenplaat 15 82 vastgehouden. De ketenplaat 82 bevat de electronische regelschake- ling, die hierna gedetailleerd wordt beschreven.
Het vak 64 voor het opnemen van een rotor bevat een vertikaal cilindrische boring 84 in het onderste gedeelte daarvan. Een rotor 86 bevat een cilindrische rotoras 88, die draaibaar is gemon-20 teerd in de cilindrische boring 84 door bovenste en onderste rotorlegers 89 en 90. Een naar boven gerichte ringvormige schouder 92 van de rotor 86 grijpt een onderste oppervlak aan van het onderste rotorleger 90, waarbij een rotorsnapring 94 is opgenomen in een ringvormige groef in de rotoras 88 boven het bovenste rotorleger 89 voor het zodoende 25 vertikaal op zijn plaats ten opzichte van het huis 14 vastzetten van de rotor 86.
Een rotorschijf 96, die ook kan worden aan geduid als een aangedreven schijf, is vast bevestigd aan de rotoras 88 door een stel-schroef 98.
30 Een electromotor of aandrijfmiddel 100 bevindt zich in het vak 62 voor het opnemen van de motor, en is bevestigd aan de bodem 66 van het hoofdhuisgedeelte 56 door een aantal passende bevestigings-schroeven 102. Vanaf de motor 100 strekt zich een draaibare motoras 104 uit. Aan het bovenste einde van de motoras 104 is een motorasknop 35 105 bevestigd, die het mogelijk maakt de motoras 104 met de hand te draaien.
8006022 6
Een aandrijfschijf 106 is vast bevestigd aan de motoras 104 door een stelschroef 108.
Tussen de aandrijfschijf 106 en de rotorasschijf 96 is een veerkrachtige getande riem 110 zander einde verbonden.
5 De aandrijfriem 110 is bij voorkeur gemaakt van urethaan.
De getande urethaan aandrijfriem 110 verschaft een zuivere tijdstuur-nauwkeurigheid bij hoge snelheden, waarbij zijn veerkrachtige eigenschappen bovendien een mate van demping verschaffen in het aandrijf-stelsel, hetgeen helpt om het trillen van de rotor 86 te verminderen.
10 Een draaibare buisvormige huls 112 is bevestigd aan een onderste einde van de rotor 86 bij de schroefverbinding 114.
Concentrisch in de huls 112 bevindt zich een hanggewicht 116. Het hanggewicht 116 is bij voorkeur gemaakt van een niet metallisch materiaal, zoals polyvinylchloride. Het hanggewicht 116 heeft 15 een in hoofdzaak massieve constructie met uitzondering van een midden-boring 118, waarin door schroeven een hanggewichtas 120 is opgenomen. Bekende hanggewichten zijn in het algemeen uitgevoerd als een hol metalen deel, zoals het in het Amerikaanse octrooischrift 2.703.006 getoonde hanggewicht. Ook zijn in hoofdzaak massieve hanggewichten 20 gemaakt van metallische materialen, zoals messing of roestvrijstaal.
Door de toepassing van een in hoofdzaak massief niet metalen hanggewicht, zoals het hanggewicht 116 wordt een aantal voordelen verwezenlijkt. Het niet metallische materiaal, zoals polyvinylchloride, heeft een lagere soortelijke warmte en een lagere thermische geleid-25 baarheid, zodat wanneer het hanggewicht 116 is gedompeld in een monster van het te onderzoeken fluïdum, zeer weinig warmte wordt geabsorbeerd uit of overgebracht naar het fluïdum vanaf het hanggewicht 116, zodat betrekMijk weinig tijd nodig is voor het door het monster bereiken van thermisch evenwicht, waardoor een nauwkeurig onderzoek kan worden 30 uitgevoerd.
Bovendien is het niet metalen hanggewicht 116 niet aantastbaar. Het niet metalen hanggewicht 116 aanvaardt oppervlakteafwerkingen, die vergelijkbaar zijn met die, welke tot nu toe worden aangebracht op gebruikelijke metalen hanggewichten, zodat de oppervlakte-eigenschappen 35 van het niet metalen hanggewicht 116 vergelijkbaar zijn met bekende metalen hanggewichten.
8005022 « « 7
Ook heeft het niet metalen hanggewicht 116 een betrekkelijk laag gewicht, en belast het derhalve de legers niet even zwaar als een massieve metalen eenheid dit zou doen.
De hanggewichtas 120 is draaibaar gemonteerd in de rotor 5 86 door bovenste en onderste hanggewichtaslegers 122 en 124. Onder het onderste hanggewichtasleger 124 bevindt zich een hanggewichtasafstands-stuk 126, dat op zijn plaats wordt gehouden door een snapring 128.
Onder de snapring 128 bevindt zich een stofscherm 130, dat een cilindrisch gedeelte 132 bevat, aangebracht rond de hanggewichtas 120, en 10 een cirkelvormig plaatgedeelte 134 aan het bovenste einde van het cilindrische gedeelte 132 voor het afschermen van deze onderdelen boven het bovenste plaatgedeelte 134 ten opzichte van het onderzoekingsfluïdum, dat de neiging heeft rondgegooid te worden door het draaien van de huls 112. Het cirkelvormige plaatgedeelte 132 doet tevens de stro-15 ming van aantastende gassen, zoals zwavelwaterstof, afbuigen naar buiten door de ontluchtingsgaten 135 in de zijde van de rotor 86.
Een meterwijzersamenstel 136 is bevestigd aan het bovenste einde van de hanggewichtas 120 door een stelschroef 138. Een aantal schijftekens (niet weergegeven) bevindt zich op het bovenoppervlak 140 20 van de meterschijf 136 en kan worden gezien door een lens 142, aangebracht in het huisdeksel 58, zodat de draaiuitslag van het hanggewicht 116 ten opzichte van het huis 14 kan worden waargenomen. Een licht uitzendend element 550, dat hierna gedetailleerd wordt beschreven is aangebracht bij de lens 142 voor het verlichten van het metershhijf-25 samenstel 136.
Het meterschijfsamenstel 136 bevat een cilindrische boring 144 in het bovenste einde daarvan.
Het deksel 58 van het huis 14 bevat een kalibreeropening 146, waaromheen concentrisch een naar boven uitstekende ringvormige 30 schouder 148 is aangebracht.
Een kalibreerknop 150 bevat een naar beneden zich uitstrekkend, cilindrisch, kalibreerhulsgedeelte 152, dat is opgenomen in de kalibreeropening 146. De kalibreerknop 150 kan worden vastgezet ten opzichte van de schouder 148 door een stelschroef 154, aangebracht 35 door de schouder 148 voor het aangrijpen van de kalibreerhuls 152.
8008022 8
Een beveiligend kunststoffen deksel 157 met snapverbinding snapt over de schouder 148 voor het zodoende afdekken van de kalibreer-knop 150 gedurende de gebruikelijke werking van de viscosimeter 10 voor het voorkomen van een ongewilde aangrijping van de kalibreerknop 5 150f hetgeen een verandering zou kunnen veroorzaken van de kalibrering van de viscosimeter 10.
Een schroeftorsieveer 156 grijpt met zijn bovenste einde strak de kalibreerhuls 152 aan door een ringvormige gedeelde drukhuls 158. De drukhuls 158 is een ringvormig deel met een vertikale spleet 10 in een gedeelte daarvan, welke spleet het mogelijk maakt de huls 158 samen te drukken wanneer deze in de binnenboring wordt gedrukt van de kalibreerhuls 152. Dit samendrukken van de huls 158 doet hem strak het bovenste einde aangrijpen van de schroefveer 156, en tegelijkertijd strak de binnenboring aangrijpen van de kalibreerhuls 152.
15 Op soortgelijke wijze is het onderste einde van de veer 156 nauwsluitend verbonden met de binnenboring 144 van het meterschijf-samenstel 136 door een tweede ringvormige gedeelde drukhuls 160.
De viscosimeter 10 bevat tevens een regelmiddel voor het regelen van de snelheid van de motor 100. Dit regelmiddel maakt het 20 mogelijk de snelheid waarmee de motor 100 de huls 112 draait, nominaal te kiezen en daarna te handhaven.
In het algemeen bevat het regelmiddel een middel voor het waarnemen van de draaisnelheid van het aandrijfmiddel 100, en een middel voor het vergelijken van de waargenomen draaisnelheid met een ge-25 kozen snelheid uit een aantal snelheidsvergelijkingshoogten, en voor het veranderen van de draaisnelheid overeenkomstig de verkregen vergelijking tussen de waargenomen snelheid en de gekozen vergelijkings-hoogte. Bovendien bevat het regelmiddel een middel voor het stilzetten van het bekrachtigen van het aandrijfmiddel 100 in aanspreking op 30 het door het waameemmidde 1 waarnemen van een draaisnelheid van nul van het aandrijfmiddel 100. Het regelmiddel bevat ook een energie-toevoerketen, voorzien van een inwendige gelijkstroombron. Het regelmiddel kan verder een middel bevatten voor het verstellen van de grootte van de uitgang van een middel voor het aangeven van de rela-35 tieve snelheid van het aandrijfmiddel 100.
8006022 a * 9
Aan de hand van de fig. 5-7, wordt thans het regelmiddel beschreven voor het regelen van de snelheid van het aandrijfmiddel.
In het bijzonder wanneer het aandrijfmiddel een motor is, zoals de motor 100, is het regelmiddel een inrichting voor het regelen van de 5 draaisnelheid van de aandrijfas 104 van de motor (en dus ook de draaisnelheid van de huls, die is gekoppeld met de aandrijfas door de riem). Deze inrichting stelt veranderlijk de draaisnelheid in van de aandrijfas 104 van de motor 100 en handhaaft de snelheid dan op die gekozen snelheid. De regelinrichting bevat een middel voor het waarnemen van 10 de draaisnelheid van de aandrijfas 104 van de motor 100, en voor het in de in fig. 5 weergegeven voorkeursuitvoeringsvorm omzetten van die snelheid in een evenredig electrisch signaal. Dit waameemmiddel is aangeduid door het verwijzingscijfer 500. Fig. 6 toont, dat de regelinrichting tevens een middel bevat voor het afwisselerd in en buiten 15 werking stellen van de motor 100 zodat de snelheid van de aandrijfas 104 wordt geregeld. Dit middel is in zijn algemeenheid aangeduid door het verwijzingscijfer 502. Fig. 6 toont tevens, dat de regelinrichting een middel bevat voor het verstellen van de grootte van de uitgang van een middel voor het aangeven van de relatieve draaisnelheid 20 van de aandrijfas 104 voor elke gekozen snelheid. Dit middel is in zijn algemeenheid aangeduid door het verwijzingscijfer 504. De regelinrichting bevat verder een energietoevoerketen 506, zoals is weergegeven in fig. 7.
Thans verwijzende naar fig. 5 wordt de voorkeursuitvoerings-25 vorm van het ketenschema van het waameemmiddel 500 beschreven. Op de eerste plaats wordt aangenomen, dat het aandrijfmiddel van de viscosimeter de motor 100 is, voorzien van de daardoor gedraaide aandrijfas 104. Zoals schematisch afgebeeld in fig. 5 is met de aandrijfas 104 een draaibaar deel 512 verbonden, dat een eerste gedeelte vormt van 30 het waameemmiddel 500. in de voorkeurs uitvoeringsvorm bevat het draaibare deel 512 een aantal afwisselend aangebrachte, lichtdoorla-tende en lichtabsorberende elementen. De lichtdoorlatende elementen kunnen bijvoorbeeld doorzichtige kunststoffen gedeelten zijn, waarbij de lichtabsorberende elementen ondoorzichtige kunststoffen gedeelten 35 kunnen zijn.
8006022 10
Een tweede gedeelte van het waarneemmiddel 500 wordt gevormd door een middel voor het opwekken van een reeks electrische impulsen in aanspreking op het draaien van het draaibare deel 512. Dit opwek-middel is in fig. 5 aangeduid door het verwijzingscijfer 514. Het 5 opwekmiddel 514 heeft een licht-uitzendelement en een licht-ontvang-element, opgesteld aan weerszijden van het draaibare deel 512 zodat de lichtdoorlatende en lichtabsorberende elementen tussen het lichtuit-zendelement en het lichtonvangelement doorgaan wanneer het draaibare 10 deel draait. In het bijzonder geeft fig. 5 aan, dat het lichtuitzend-element een lichtuitzenddiode 516 is, en dat het lichtontvangelement een fotogevoelige transistor 518 is. De lichtuitzenddiode 516 is op afstand geplaatst van de transistor 518, zodat het draaibare deel 512 daartussendoor kan gaan tijdens het draaien. In het bijzonder kunnen 15 de lichtuitzenddiode 516 en de transistor 518 de hoofde lemen ten omvatten van een orgaan 520, zoals een optische spleeteindschakelaar.
Verwijzende naar fig. 1 is het draaibare deel 512 afge-beeld als een draaibare schijf 512, gemonteerd aan een naaf 513, die vast is bevestigd aan de aandrijfas 104 door een stelschroef 515. Het 20 orgaan 520, dat de lichtuitzenddiode 516 en de transistor 518 bevat, is schematisch afgeheeld in fig. 1 en gemonteerd aan de ketenplaat 82.
Bij de lichtuitzenddiode 516 en de transistor 518 kan het opwekmiddel 514 een aantal andere onderdelen bevatten, zoals een netwerk 522 van weerstanden, condensatoren en dioden, en een tweede 25 transistor 524, zoals is weergegeven in de figuur. Bovendien kan het opwekmiddel en spanningsregelaar 526 bevatten voor het verschaffen van een geregeld spanningsniveau aan de rest van de keten van het waarneemmiddel 500.
Deze samenstellende delen van het waarneemmiddel 500 30 zijn, zoals weergegeven in fig. 5, zodanig verbonden, dat een reeks electrische inpulsen, evenredig aan de draaisnelheid van de aandrijfas 104, zoals is waargenomen door de onderlinge samenwerking tussen het draaibare deel 512 en de lichtuitzenddiode 516 en de fotogevoelige transistor 518, wordt geproduceerd aan de collector van de tweede 35 transistor 524. Deze uitgang is aangeduid door de omcirkelde letter D. Het evenredige velband tussen het aantal geproduceerde impulsen en de 8003022 11 draaisnelheid van de aandrijfas wordt bepaald door het aantal afwisselend aangebrachte lichtdoorlatende en lichtabsorberende elementen in het draaibare deel 512.
Thans verwijzende naar fig. 6 wordt het middel voor het '5 in en buiten werking stellen beschreven, Het middel 502 voor het in en buiten werking stellen spreekt aan op de reeks electrische impulsen, verschaft door het waameemmiddel 500, zoals aangegeven door de omcirkelde letter D, die de verbinding weergeeft van het middel 502 voor het in en buiten werking stellen met het waameemmiddel 500. Deze 10 verbinding vanaf het waameemmiddel 500 wordt in voorkeursuitvoerings-vorm gemaakt met de juiste ingang van een geïntegreerde keten voor het regelen van de motorsnelheid. Deze is in fig. 6 weergegeven als het element 528. In de voorkeursuitvoeringsvorm bevat het element 528 een middel voor het vergelijken van de grootten van een eerste elec-15 trisch signaal en een tweede electrisch signaal, die beide samenhangen met de reeks electrische impulsen, evenredig aan de draaisnelheid, zoals verschaft door het waameemmiddel 500, en voor het verschaffen van een derde electrisch signaal, evenredig aan de vergelijking van de eerste en tweede signalen. Dit middel is in zijn algemeenheid aan-20 geduid door het verwijzingscijfer 530, zoals is weergegeven in fig. 6.
Voor het tot stand brengen van het eerste electrische signaal, dat moet worden vergeleken, is in het middel 502 voor het in en buiten werking stellen een weerstand-condensatornetwerk 532 opgenomen, dat schakelbaar is verbonden met een eerste ingang van het 25 vergelijkingsmiddel 530. Het weerstand-condensatornetwerk 532 bevat een eerste schakelmiddel 534 voor het verbinden van de weerstand-con-densatoronderdelen tot een gekozen combinatie van een aantal combinaties voor het zodoende tot stand brengen van het hiervoor vermelde eerste electrische vergelijkingssignaal. In de in fig. 6 weergegeven 30 voorkeursuitvoeringsvorm kan het schakelmiddel 534 een van de drie daarin weergegeven weerstanden verbinden in de bedieningsketen van het element 528. Door het op juiste wijze bedienen van het schakelmiddel 534 kan een van drie weerstand-condensatorcombinaties, elk met een andere tijdconstante, worden verbonden met de ingang van het vergelij-35 kingsmiddel 530 voor het daaraan verschaffen van een signaal, dat 8005022 12 samenhangt met de reeks electrische impulsen.
Voor het tot stand brengen van het tweede electrische signaal, samenhangende met de reeks electrische impulsen, toont fig. 6 dat er een weerstandsnetwerk 536 is, voorzien van een tweede schakel-5 middel 538 voor het verbinden van betreffende weerstanden in het weerstandsnetwerk met een tweede ingang van het vergelijkingsmiddel 530.
In het weerstandsnetwerk 536 is een aantal regelbare weerstanden opgenomen. In de voorkeursuitvoeringsvorm van fig. 6 zijn drie van dergelijke regelbare weerstanden aangeduid door de verwijzingscijfers 10 540, 542 en 544. Elk van deze regelbare weerstanden kan zijn ingesteld voor het verschaffen van een voorafbepaalde snelheidsvergelijkingshoogte aan het vergelijkingsmiddel 530. Door het dus bewegen van het schakel-middel 538 van één stand naar de volgende, kan een betreffende regelbare weerstand worden verbonden met de tweede ingang van het verge-15 lijkingsmiddel 530, zodat de nominale snelheid, waarop de motor moet worden gedreven, zodoende kan worden ingesteld. Op te merken is, dat het eerste schakelmiddel 534 en het tweede schakelmiddel 538 synchroon worden bediend in de voorkeursuitvoeringsvorm, zodat een betreffende weerstand-condensatorcombinatie, verschaft door het weerstand-conden-20 satometwerk 532 wordt verbonden met de eerste ingang van het vergelijkingsmiddel 530 wanneer een betreffende regelbare weerstand in het weerstandsnetwerk 536 is verbonden met de tweede ingang van het vergelijkingsmiddel 530. Dat wil zeggen, dat de schakelmiddelen 534 en 538 worden bediend voor het handhaven van een voorafbepaalde overeenkomst 25 tussen betreffende regelbare weerstanden in het weerstandsnetwerk 536 en betreffende weerstand-condensatorcombinaties, verschaft door het weerstand-condensatometwerk 532. In de voorkeursuitvoeringsvorm wordt dit synchroon bedienen tot stand gebracht door het omzetten van één enkele omzethefboom 539 (weergegeven in fig. 4), die mechanisch is ver-30 bonden met de twee schakelmiddelen 534 en 538 voor het zodoende vormen van de onderhavige snelheidsschakelaar.
Wanneer het vergelijkingsmiddel 530 de juiste vergelijkings-signalen heeft vergeleken, verschaft door het weerstand-condensator-netwerk 532 en het weerstandsnetwerk 536, verschaft het een uitgangs-35 signaal, dat is verbonden met de motor 100, zoals aangeduid door de 8006022 13 omcirkelde letters B. Door het zodoende verbinden van de uitgang met de motor 100, wordt de motor 100 met tussenpozen in en buiten werking gesteld, zoals bepaald door de vergelijking tussen de eerste en tweede signalen, verschaft aan de ingangen van het vergelijkingsmiddel 530, 5 zodat de snelheid daarvan op de nominale snelheid wordt gehouden, aangegeven door de instelling van het tweede schakelmiddel 538, Het element 530, het weerstand-condensatometwerk 532 en het weerstandsnetwerk 536 verschaffen dus een middel voor het vergelijken van de waargenomen draaisnelheid met een gekozen snelheidsvergelijkingshoogte van een aan-10 tal snelheidsvergelijkingshoogten, en voor het veranderen van de draaisnelheid overeenkomstig de vergelijking van de waargenomen snelheid en de gekozen vergelijkingshoogte.
Bij het element 530, het weerstand-cöndensatometwerk 532 en het weerstandsnetwerk 536, bevat het middel 502 voor het in en bui-15 ten werking stellen een middel voor het stilzetten van het bekrachtigen van de motor 100 in aanspreking op het ophouden van het opwekken van de reeks electrische impulsen door het opwekmiddel 514. Dat wil zeggen dat wanneer de aandrijfas 104 van de motor 100 niet draait hoewel de motor 100 nog wordt bekrachtigd (zoals wanneer de huls 112, 20 die door de motor 100 wordt aangedreven, klem zit), omvat de uitvinding een middel voor het stroomloos maken van de motor 100 op dat moment, zodat deze niet wordt beschadigd. Dit middel is in fig. 6 aangeduid door het verwijzingscijfer 548. Dit kan bijvoorbeeld een regelaar zijn, die wanneer hij geen ingang ontvangt om aan te geven dat de aandrijfas 25 104 niet langer draait, de uitgang van het element 530 zodanig doet zijn, dat deze de motor 100 stroomloos maakt. Fig. 6 toont tevens een voorkeursuitvoeringsvorm van de ketenschema voor het uitvoeren van het middel 504 voor het verstellen van de meter. De meter zelf is in de voorkeursuitvoeringsvorm een aanwijslamp 550, zoals een lichtuitzend-30 diode. Voor het regelen van de sterkte van de verlichting van de licht-uitzenddiode 550, is er een middel 552 voor het regelen van de bediening van de meter aanwezig, zoals een regelaar met een geïntegreerde keten. Met de regelaar 552 voor het bedienen van de meter is een aantal weerstanden en condensatoren verbonden, zoals op dit gebied bekend, 35 voor het vaststellen van de tijdsduur van de uitgangsimpulsen, verschaft 8006022 14 door de regelaar 552 in aanspreking op een bedieningssignaal, ontvangen van het middel 502 voor het in en buiten werking stellen. Dit bedie- " ningssignaal is hetzelfde signaal, dat wordt verschaft voor het regelen van het in en buiten werking plaatsen van de motor 100. In aan-5 spreking op het electrische signaal, verschaft door het element 530, verschaft de regelaar 552 een impulsuitgang, die de sterkte veranderd van de lichtuitzenddiode 550 overeenkomstig de frequentie, waarmee deze impulsuitgang wordt verschaft. De frequentie is afhankelijk van de vergelijking door het element 530 van de feitelijke draaisnelheid 10 van de aandrijfas met de nominale snelheid, gekozen door het schakel-middel 538, Zodoende is een middel verschaft voor het verstellen van de grootte van de uitgang van het aangeefmiddel 550 voor het aangeven, van de relatieve draaisnelheid van de aandrijfas voor één bepaalde instelling van het tweede schakeImidde 1 538. Wanneer het aangeefmid-15 del de aangeeflamp 550 is, geeft de lamp 550 niet alleen de relatieve snelheid aan, maar verschaft deze ook een verlichting van de schijf 136, zoals is weergegeven in fig. 1, door de onderlinge plaatsen van de lamp 550 en de schijf 136.
Thans verwijzende naar fig. 7 wordt de voorkeursuitvoe-20 ringsvorm van de energietoevoerketen 506 beschreven. Zoals fig. 7 aangeeft, bevat de energietoevoerketen de inwendige gelijkstroombron 74, zoals een 12 volts batterij. Omdat het een inwendige energietoevoer is, is de batterij 74 opgenomen in het huis 14, dat de rest van de middelen bevat voor het regelen van de motorsnelheid. De batterij 25 74 is verbonden met de rest van de regelmiddeIketen en met de motor 100, zoals is aangeduid door de omcirkelde letter A. Deze verbinding wordt gemaakt door een weerstand en een aantal zeefcondensatoren, aangeduid door het verwijzingscijfer 556.
Bij een inwendige gelijkstroombron, kan de onderhavige energietoevoerketen een middel bevatten voor het verbinden van een 30 uitwendige gelijkstroombron, zoals de accu van een motorvoertuig, met de energietoevoerketen. Dit wordt in de voorkeursuitvoeringsvorm tot stand gebracht door de electrische leidingen 558, zoals is weergegeven in fig. 7. De leidingen 558 verbinden de betreffende uitwendige gelijk-stroombronmantels van een energieverbindingsklem 559 (weergegeven in 3 8 0 0 S 0 2 2 15 fig. 4) met de rest van de energietoevoerketen.
De nergietoevoerketen kan ook een middel bevatten voor het via de energieverbindingsklem 559 in de voorkeursuitvoeringsvorm verbinden van een uitwendige wisselstroombron met de energietoevoerketen.
5 Fig. 7 toont, dat de wisselstroombron door een smeltveiligheid 560, gemonteerd in een smelveiligheidshuid 561 (zoals is weergegeven in fig. 4) is verbonden met een transformator 562. De transformator 562 bevat een primaire wikkeling, voorzien van een eerste onderwikkeling 564 en een tweede onderwikkeling 566. Deze onderwikkelingen zijn, zoals 10 is weergegeven in fig. 7, verbonden met de uitwendige wisselstroombron en met een schakelmiddel 568, zodat wanneer de uitwendige wisselstroombron een eerste voorafbepaalde nominale spanning heeft, zoals 110 VAC, het schakelmiddel 568 is geplaatst voor het parallel verbinden van de onderwin dingen 564 en 566, en zodat wanneer de uitwendige wisselstroom-15 bron een tweede voorafbepaalde nominale spanning heeft, zoals 220 VAC, het schakelmiddel 568 is geplaatst voor het in serie verbinden van de onderwikkelingen 564 en 566.
Wanneer het schakelmiddel 568 in de juiste stand is voor de betreffende uitwendige wisselstroombron, wordt de uitwendige bron 20 gelegd aan de transformator 562. De uitgang van de transformator 562 wordt gelijk gericht door een gelijkrichtketen 570, zodat een bron met in hoofdzaak een gelijkstroom wordt verkregen voor gebruik door de rest van de regelmiddelketen.
Op te merken is, dat in de fig. 5-7 een aantal bepaalde 25 onderdeelwaarden is getoond. Deze waarden zijn weergegeven ten behoeve van het volledig beschrijven van een voorkeursuitvoeringsvorm van het daardoor vertegenwoordigde regelmiddel. Deze waarden zijn niet te beschouwen als beperkend voor de aard van de onderdelen of voor hun waarden, omvat door de onderhavige strekking.
30 Met weer een algemene verwijzing naar de fig. 5-7, wordt de werking van het regelmiddel beschreven. Eerst wordt de snelheid, waarop de motor werkzaam moet zijn gekozen, door het in hun passende standen plaatsen van de schakelmiddelen 534 en 538. In de voorkeursuitvoeringsvorm kan een van de drie snelheidsvergelijkingshoogten van 35 300 omwentelingen per minuut, 600 omwentelingen per minuut of 900 om- 8 0 ü 6 0 2 2 16 wentelingen per minuut worden gekozen. Wanneer deze keuze is gedaan, wordt de energietoevoer verbonden met één aansluiting van de motor 100 door het sluiten van een in-uitschakelaar 572 (zie fig. 4 voor zijn monteerplaats). Wanneer de schakelaar 572 in eerste instantie wordt 5 gesloten, bevindt de uitgang van het element 530 zich op aardpoten-tiaal, zodat de motor wordt bekrachtigd voor het draaien van de aandrijfas 104.
Wanneer de as 104 draait, draait ook het draaibare deel 512. Als gevolg van de afwisselend geplaatste lichtdoorlatende en 10 lichtabsorberende elementen van het draaibare deel 512, wordt een reeks electrische impulsen verschaft door het opwekmiddel 514 wanneer het licht van de lichtuitzenddiode 516 afwisselend wordt doorgelaten naar en geblokkeerd van de fotogevoelige transistor 518 door de elementen van het draaibare deel 512.
15 Deze reeks electrische impulsen wordt gelegd aan het mid del 502 voor het in en buiten werking stellen, zodat de reeks kan worden omgezet door het weerstand-condensatometwerk 534 en het weerstands-netwerk 536 in samenhangende eerste en tweede electrische signalen voor het invoeren in het vergelijkingsmiddel 530. Het vergelijkingsmiddel 20 530 vergelijkt de signalen en verschaft een derde electrisch signaal aan zijn uitgang voor het inschakelen of uitschakelen van de motor 100. In de in de figuren weergegeven voorkeursuitvoeringsvorm bijvoorbeeld, is de uitgang van het element 530 een op een impulsbreedte gemoduleerd signaal. De motor 100 wordt dus gedurende veranderlijke 25 tijdsduren uitgeschakeld in afhankelijkheid van de breedte van de impulsen met een hoog logisch niveau, verschaft aan de uitgang van het element 530. Wanneer de uitgang zich op een laag logisch niveau .bevindt, wordt de motor 100 bekrachtigd door het draaien van de aandrijfas 104.
30 Verder wordt de uitgang van het element 530 gelegd aan het middel 504 voor het verstellen van de uitgang van de meter.
Wanneer de uitgang van het element 530 veranderd van een hoog logisch naar een laag logisch niveau (dat wil zeggen wanneer de motor wordt geschakeld vanuit een "uit" toestand naar een "in" toestand), wekt de 35 regelaar 552 voor het bedienen van de meter een impuls op, die het 8006022 17 aangeef middel 550 verlicht. Het verstelmiddel 504 is zodanig geconstrueerd, dat wanneer de motor 100 met de nominale snelheid draait, zoals is ingesteld door de schakelmiddelen 534 en 538, het aangeef-middel 550 met een maximale helderheid wordt verlicht. Wanneer echter 5 de motor 100 met een andere dan de gekozen nominale snelheid draait, doet het in impulsbreedte gemoduleerde signaal, verschaft door het element 530, het aangeefmiddel 550 betrekkelijk minder sterk oplichten. Op deze manier van regelen van de sterkte van de belichting in aanspreking op de snelheid van de motoraandrijfas, geeft het aan-10 geefmiddel 550 de relatieve draaisnelheid aan van de aandrijfas 104 voor elke instelling van het tweede schakelmiddel 538.
Wanneer verder de schakelaar 572 is gesloten voor het beginnen van de werking van de motor 100, zoals hiervoor beschreven, neemt het element 548 indien op een willekeurig moment daarna maar 15 voorafgaande aan het openen van de schakelaar 572 de aandrijfas 104 klem zou komen te zitten of anderszins zou woden gehinderd in het draaien, deze draaisnelheid van nul waar en doet het de uitgang van het element 530 de motor 100 uitschakelen. Dit beschermt de motor wanneer de aandrijfas tot stilstand komt.
20 Gedurende deze werking van de motor en het middel voor het regelen van de motorsnelheid, kan de energie voor het tot stand brengen van deze werking worden verschaft door de inwendige gelijk-stroombron 74. Ook kan de energie worden verschaft door een uitwendige gelijkstroombron of een uitwendige wisselstroombron, die op pas-25 sende wijze is verbonden met de betreffende ingangen van de energie-toevoerketen 506.
Gedurende deze werking van het hiervoor beschreven regel-middel, wordt de draaisnelheid van de aandrijfas 104 van de motor 100 in eerste instantie gekozen uit een aantal snelheidsvergelijkingshoog-30 ten, en dan op die gekozen hoogte gehouden.
De afmeting van het hanggewicht 116 en de huls 112 zijn soortgelijk aan die, beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 2.703.006, zodat de in dit Amerikaanse octrooischrift geopenbaarde vergelijkingen toepasbaar zijn voor het zodoende verschaffen van een 35 meterschijf 136, die een direkte aflezing geeft van de plastische 8003022 18 viscositeit, de viscositeit van Newton, de schijnbare viscositeit, de vloeigrens en de gelsterkte van het onderzoeksfluldum. De onderhavige viscosimeter 10 wordt in het algemeen op de volgende manier bediend. De viscosimeter 10 wordt gebruikt met een maatbeker 200, die 5 met streep stippellijnen is weergegeven in fig. 1 en is geplaatst op het voetstuk 12 onder de draaibare huls 112. De beker wordt gevuld met boorspoeling of een ander te onderzoeken fluïdum, waarna de huls 112 naar beneden wordt bewogen tot in de beker met het onderzoeksfluldum door het verstellen van de hoogte van de draagpoot 16.
10 De keuzeschakelaar 539 met drie standen voor de snelheid wordt toegepast voor het bepalen van de draaisnelheid van de huls 112, zoals hiervoor beschreven. Voor het vaststellen van de plastische viscositeit en de vloeigrens van het onderzoeksfluldum, wordt de snel-heidskeuzeschakelaar 539 in zijn middenstand geplaatst, teneinde zo-15 doende de huls 122 te draaien met 600 omwentelingen per minuut.
Wanneer de meterschijf 136 stabiliseert, wordt daarvan een aflezing genomen. De voor de schijf 136 benodigde tijd voor het stabiliseren is afhankelijk van de eigenschappen van het fluïdum, dat wordt onderzocht, zoals duidelijk is voor deskundigen op dit gebied. Dan wordt 20 de snelheidskeuzeschakelaar bewogen naar de lage snelheidsinstelling voor het zodoende draaien van de huls 112 met 300 omwentelingen per minuut. Nadat de schijf 136 weer is gestabiliseerd wordt daarvan een tweede aflezing gedaan.
Voor het bepalen van de plastische viscositeit in cP wordt 25 de aflezing bij 300 omwentelingen per minuut afgetrokken van de aflezing bij 600 omwentelingen per minuut. De vloeigrens in veelvouden van 450 gram per 100 vierkante voet is gelijk aan de aflezing bij 300 omwentelingen per minuut minus de plastische viscositeit. De viscositeit van Newton in cP is gelijk aan de aflezing bij 300 omwente-30 lingen per minuut. De schijnbare viscositeit in cP is de aflezing bij 600 omwentelingen per minuut gedeeld door twee.
Voor het bepalen van de gelsterkte van het fluïdum, wordt de snelheidskeuzeschakelaar geplaatst in de hoge snelheidsinstelling, zodat de huls 112 draait met 900 omwentelingen per minuut totdat het 35 onderzoeksfluldum grondig is gemengd, waarna het onderzoeksfluldum 8006022 19 gedurende 10 sec. tot rust kan komen. Dan wordt de motorasknop 105, die ook kan worden aangeduid als de gelknop, met de hand gedraaid met een snelheid van 3 omwentelingen per minuut. De maximale aflezing op de meterschijf 136 is de eerste gelsterkte in veelvouden van 450 gram 5 per 100 vierkante voet.
De onderhavige viscosimeter is dus goed ingericht voor het bereiken van de doeleinden en voordelen, zoals hiervoor vermeld, alsmede die, die daaraan inherent zijn.
Het is duidelijk, dat veranderingen en verbeteringen kunnen 10 worden aangebracht zonder buiten het kader van de uitvinding te treden.
8006022

Claims (48)

1. Viscosimeter, gekenmerkt door een voetstuk, verder door een huis, door een draaibare buisvormige huls die zich naar beneden uitstrekt vanaf het huis, door een draagmiddel voor het op het voet- 5 stuk dragen van het huis, welk draagmiddel één enkele draagpoot bevat, verder een verstelmiddel voor het verstellen van de lengte van de draagpoot voor het veranderen van de afstand tussen de buisvormige huls en het voetstuk, en een richtmiddel voor het boven een vaste plaats op het voetstuk houden van de buisvormige huls, door een aan-10 drijfmiddel voor het draaien van de huls, welk aandrijfmiddel een electromotor bevat, verder een getande aandrijfschijf, bevestigd aan de motor, een getande aangedreven schijf, verbonden met de draaibare buisvormige huls, en een veerkrachtige getande riem zonder einde, die * de aandrijfschijf en de aangedreven schijf aangrijpt, door een cilin- 15 drisch niet metalen hanggewicht, dat concentrisch is geplaatst in de buisvormige huls, door een hanggewichtas, waarvan het onderste einde is verbonden met het hanggewicht en het bovenste einde is opgenomen in het huis, door een torsieveermiddel, verbonden tussen de hanggewichtas en het huis, en door een aangeefmiddel voor het meten van een 20 draaiuitslag van het hanggewicht.
2. Viscosimeter volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de draagpoort een bovenste pootdeel bevat en een onderste pootdeel, waarbij een van de pootdelen telescopisch is opgenomen in het andere.
3. Viscosimeter volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat 25 het verstelmiddel van het draagmiddel een losmaakbaar grendelmiddel bevat voor het gekozen vastzetten van het bovenste pootdeel ten opzichte van het onderste pootdeel en van het onderste pootdeel losmaken van het bovenste pootdeel.
4. Viscosimeter volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat 30 het richtmiddel van het draagmiddel een vertikale sleuf bevat, aangebracht in het bovenste of onderste pootdeel, en een pen, bevestigd aan het onderste of het bovenste pootdeel, welke pen verschuifbaar is opgenomen in de sleuf voor het zodoende toelaten van een lengtebewe-ging van het bovenste pootdeel ten opzichte van het onderste pootdeel, 35 en het voorkomen van een onderlinge draaibeweging tussen de bovenste 8006022 en onderste pootdelen.
5. Viscosimeter volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat het bovenste pootdeel telescopisch is opgenomen in het onderste poot-deel, waarbij het losmaakbare grendelmiddel een pakkingdrukstükmiddel 5 bevat voor samenwigging tussen de bovenste en onderste pootdelen voor het voorkomen van een onderlinge beweging daartussen, en een kraagmid-del, dat door schroeven is verbonden met een bovenste einde van het onderste pootdeel, en een radiaal naar binnen uitstekende schouder bevat voor aangrijping van het pakkingdrukstükmiddel, zodat de boven- 10 ste en onderste pootdelen aan elkaar kunnen worden gegrendeld door het aanschroeven van het kraagmiddel voor het tussen de bovenste en onderste pootdelen wiggen van het pakkingdrukstükmiddel.
6. Viscosimeter volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het draagmiddel verder een veerdrukmiddel bevat voor het naar een uit- 15 gedrukte stand drukken van de telescopische bovenste en onderste pootdelen.
7. Viscosimeter volgens conclusie 2, met het kenmerk ,dat het richtmiddel van het draagmiddel een vertikale sleuf bevat,'die is aangebracht in het bovenste of het onderste pootdeel, en een pen, die 20 is bevestigd aan het onderste of het bovenste pootdeel, welke pen verschuifbaar is opgenomen in de sleuf voor het zodoende toelaten van een lengtebeweging van het bovenste pootdeel ten opzichte van het onderste pootdeel en het voorkomen van een onderlinge draaibeweging tussen de bovenste en onderste pootdelen.
8. Viscosimeter volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de riem zonder einde is gemaakt van urethaan.
9. Viscosimeter volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een kunststoffen dekselmiddel is aangebracht voor het snappen over een ringvormige schouder van een bovendeksel van het huis voor het bedek- 30 ken van een kalibreerknop, verbonden met het torsieveermiddel.
10. Viscosimeter volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een middel is aangebracht voor het regelen van de draaisnelheid van een aandrijfas van de electromotor, welk middel een draaibaar deel bevat, verbonden met de aandrijfas van de motor, welk draaibare deel 35 een aantal afwisselend aangebrachte lichtdoorlatende en lichtabsorbe- 8006022 rende elementen heeft, verder een middel voor het opwekken van een reeks electrische impulsen in aanspreking op het draaien van het draaibare deel, welk middel voor het opwekken van impulsen een lichtuitzend-element en een lichtontvangelement heeft, opgesteld aan weerszijden 5 van het draaibare deel zodat de lichtdoorlatende en lichtabsorberende elementen tussen het lichtuitzendelement en het lichtontvangelement doorgaan wanneer het draaibare deel draait, en een middel dat aanspreekt op de reeks electrische impulsen voor het afwisselend in en buiten werking plaatsen van de motor zodat de snelheid van de aandrijfas daarvan 10 wordt geregeld.
11. Viscosimeter volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat het middel voor het in en buiten werking plaatsen een middel bevat dat aanspreekt op het ophouden van het opwekken van de reeks electrische impulsen door het opwekmiddel voor het stilzetten van het bekrach- 15 tigen van de motor.
12. Viscosimeter volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een middel is aangebracht voor het veranderlijk instellen van de draaisnelheid van een aandrijfas van de motor, welk middel een middel bevat voor het waarnemen van de· draaisnelheid van de aandrijfas en i 20 het omzetten van de snelheid in een evenredig electrisch signaal, verder een weerstand-condensatornetwerk, voorzien van een eerste scha-kelmiddel voor het verbinden van een betreffend weerstand-condensator-onderdeel in een betreffende combinatie voor het tot brengen van een eerste electrisch vergelijkingssignaal, dat samenhangt met het evenre-25 dige electrische signaal, een weerstandsnetwerk, voorzien van een tweede schakelmiddel voor het overeenkomstig de betreffende weerstand -condensatorcombinatie, verbonden door het eerste schakelmiddel, kiezen van een betreffende weerstand in het weerstandsnetwerk voor het verschaffen van een tweede electrisch vergelijkingssignaal, dat samen-30 hangt met het evenredige signaal, en een middel voor het vergelijken van de eerste en tweede electrische vergelijkingssignalen en het verschaffen van een electrisch signaal voor het regelen van de motorsnel-heid, samenhangende met de vergelijking van de eerste en tweede electrische vergelijkingssignalen.
13. Viscosimeter volgens conclusie 12, met het kenmerk, 8006022 dat een middel is aangebracht dat aanspreekt op het electrische signaal voor het regelen van de motorsnelheid, verschaft door het verge-lijkingsmiddel/ voor het verstellen van de grootte van de uitgang van een middel voor het aangeven van de relatieve draaisnelheid van de 5 aandrijfas voor elke instelling van het tweede schakelmiddel.
14. Viscosimeter volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat een middel is aangebracht voor het regelen van de draaisnelheid van één aandrijfas van de motor, welk middel een middel bevat voor het waarnemen van de draaisnelheid van de aandrijfas, verder een middel 10 voor het vergelijken van de waargenomen draaisnelheid met een gekozen snelheidsvergelijkingshoogte, en voor het veranderen van de draaisnelheid overeenkomstig de vergelijking van de waargenomen snelheid en de gekozen vergelijkingshoogte,en een energietoevoerketen, verbonden met het waarneemmiddel en de vergelijkings- en veranderingsmiddelen, welke 15 energietoevoerketen een inwendige gelijkstroombron bevat.
15. Viscosimeter, gekenmerkt door een voetstuk, verder door een huis, door een draaibare buisvormige huls die zich naar beneden uitstrekt vanaf het huis, door een draagmiddel voor het op het voetstuk dragen van het huis, door een aandrijfmiddel met een aandrijf- 20 as voor het draaien van de huls, door een cilindrisch hanggewicht concentrisch aangebracht in de buisvormige huls, door een hanggewicht-as, waarvan het onderste einde is verbonden met het hanggewicht en het bovenste einde is opgenomen in het huis, door een torsieveermiddel verbonden tussen de hanggewichtas en het huis, door een middel voor 25 het meten van een draaiuitslag van het hanggewicht, door een draaibaar deel, verbonden met de aandrijfas van het aandrijfmiddel en voorzien van een aantal afwisselend aangebracht lichtdoorlatende en lichtabsor-berende elementen, door middelen voor het opwekken van een reeks electrische impulsen die aanspreken op het draaien van het draaibare deel, 30 welk middel voor het opwekken van de impulsen is voorzien van een licht- · uitzendelement en een lichtontvangelement, opgesteld aan weerszijden van het draaibare deel zodat de lichtdoorlatende en lichtabsorberende elementen tussen het lichtuitzendelement en het lichtontvangelement doorgaan wanneer het draaibare deel draait, en door middelen die aan-35 spreken op de reeks electrische impulsen voor het afwisselend in en 8006022 buiten werking stellen van de aandrij fmiddelen, zodat de snelheid van de aandrijfas wordt geregeld.
16. Viscosimeter volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat het middel voor het in en buiten werking plaatsen een middel bevat 5 voor het vergelijken van de grootten van eerste en tweede electrische signalen, samenhangende met de reeks electrische impulsen, en voor het verschaffen van een derde electrisch signaal evenredig aan de vergelijking van de eerste en tweede signalen, verder een weerstand-con-densatornetwerk dat schakelbaar is verbonden met een eerste ingang van 10 het vergelijkingsmiddel, welk netwerk is voorzien van een eerste scha-kelmiddel voor het verbinden van de weerstand-condensatoronderdelen tot een gekozen combinatie, zodat het eerste electrische signaal, samenhangende met de reeks electrische impulsen, zodoende tot stand wordt gebracht, en een weerstandsnetwerk, voorzien van een tweede schalk kelmiddel voor het verbinden van een betreffende weerstand in het weerstandsnetwerk met een tweede ingang van het vergelijkingsmiddel voor het zodoende tot stand brengen van het tweede electrische signaal, samenhangende met de reeks electrische impulsen, zodat de nominale snelheid, waarop het aandrijfmiddel werkzaam moet zijn, kan worden 20 veranderd.
17. Viscosimeter volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat een middel is aangebracht dat aanspreekt op het derde electrische signaal verschaft door het vergelijkingsmiddel, voor het verstellen van de grootte van de uitgang van een middel voor het aangeven van 25 de relatieve draaisnelheid van de aandrijfas voor elke instelling van het tweede schakelmiddel.
18. Viscosimeter volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat een energietoevoerketen is verbonden met het opwekmiddel, met het middel voor het in en buiten werking stellen en met het verstelmiddel, 30 welke energietoevoerketen een inwendige gelijkstroombron bevat.
19. Viscosimeter volgens conclusie 18, met het kenmerk, dat de energietoevoerketen een middel bevat voor het verbinden vajj een uitwendige gelijkstroombron met de energietoevoerketen, en een middel voor het verbinden van een uitwendige wisselstroombron met de 35 energietoevoerketen, welk middel een transformator bevat voorzien van 8005022 een primaire wikkeling, die twee onderwikkelingen omvat, en een middel voor het parallel verbinden van de twee onderwikkelingen wanneer de uitwendige wisselstroombron een eerste voorafbepaalde nominale spanning heeft, en voor het in serie verbinden van de twee onderwikkelingen 5 wanneer de uitwendige wisseistroombron een tweede voorafbepaalde nominale spanning heeft.
20. Viscosimeter volgens conclusie 15, met het kenmerk, dat het middel voor het in en buiten werking stellen een middel bevat dat aanspreekt op het ophouden van het opwekken van de reeks electri- 10 sche impulsen door het opwekmiddel voor het stilzetten van de bekrachtiging van het aandrij fmidde1.
21. Viscosimeter, gekenmerkt door een voetstuk, verder door een huis, door een draaibare buisvormige huls die zich naar beneden uitstrekt vanaf het huis, door een draagmiddel voor het op het voet- 15 stuk dragen van het huis, door een aandrijfmiddel met een aandrijfas voor het draaien van de huls, door een cilindrisch hanggewicht concentrisch aangebracht in de buisvormige huls, door een hanggewichtas, waarvan het onderste einde is verbonden met het hanggewicht en het bovenste einde is opgenomen in het huis, door een torsieveermiddel 20 verbonden tussen de hanggewichtas en het huis, door middelen voor het meten van een draaiuitslag van het hanggewicht, door middelen voor het waarnemen van de draaisnelheid van de aandrijfas en het omzetten daarvan in een evenredig electrisch signaal, door een weerstand-condensa-tometwerk, voorzien van een eerste schakelmiddel voor het verbinden 25 van betreffende weerstand-condensatorcomponenten tot een betreffende combinatie voor het tot stand brengen van een eerste electrisch ver-gelijkingssignaal, dat samenhangt met het evenredige electrische signaal, door een weerstandsnetwerk, voorzien van een tweede schakelmiddel voor het overeenkomstig de betreffende weerstandcondensatorcombi-30 natie, verbonden door het eerste schakelmiddel, kiezen van een betreffende weerstand in het weerstandsnetwerk voor het verschaffen van een tweede electrisch vergelijkingssignaal, dat samenhangt met het evenredige signaal, en door een middel voor het vergelijken van de eerste en tweede electrische vergelijkingssignalen en het verschaffen van een 35 electrisch signaal voor het regelen van de snelheid van het aandrijf- 8005022 middel, welk signaal samenhangt met de vergelijking van de eerste en tweede electrische vergelijkingssignalen.
22. Viscosimeter volgens conclusie 21, met het kenmerk, dat een middel is aangebracht dat aanspreekt qp het electrische signaal 5 voor het regelen van de snelheid van het aandrijfmiddel, verschaft door het vergelijkingsmiddel, voor het verstellen van de grootte van de uitgang van een middel voor het aangeven van de relatieve draaisnelheid van de aandrijfas voor elke instelling van het tweede scha-kelmiddel.
23. Viscosimeter volgens conclusie 21, met het kenmerk, dat een energietoevoerketen is verbonden met het waameemmiddel en het vergelijkingsmiddel, en een inwendige gelijkstroombron bevat.
24. Viscosimeter volgens conclusie 23, met het kenmerk, dat de energietoevoerketen een middel bevat voor het verbinden van 15 een uitwendige gelijkstroombron met de energietoevoerketen, en een middel voor het verbinden van een uitwendige wisselstroombron met de energietoevoerketen, welk middel voor het verbinden van de wisselstroombron een transformator bevat, voorzien van een primaire wikkeling, die twee onderwikkelingen omvat, en een middel voor het parallel i 20 verbinden van de twee onderwikkelingen wanneer de uitwendige wisselstroombron een eerste voorafbepaalde nominale spanning heeft en het in serie verbinden van de twee onderwikkelingen wanneer de uitwendige wisselstroombron een tweede voorafbepaalde nominale spanning heeft.
25. Viscosimeter volgens conclusie 24, met het kenmerk, 25 dat een middel is aangebracht dat aanspreekt op het signaal voor het regelen van de snelheid van het aandrijfmiddel, verschaft door het vergelijkingsmiddel, voor het verstellen van de grootte van de uitgang van het middel voor het aangeven van de relatieve draaisnelheid van de aandrijfas voor elke instelling van het tweede schakelmiddel.
26. Viscosimeter volgens conclusie 21, met het kenmerk, dat een middel is aangebracht dat aanspreekt· op de afwezigheid van het evenredige electrische signaal voor het stilzetten van de bekrachtiging van het aandrijfmiddel.
27. Viscosimeter, gekenmerkt door een voetstuk, verder 35 door een huis, door een draaibare buisvormige huls die zich naar bene- 8006022 den uitstrekt vanaf het huis, door een draagmiddel voor het op het voetstuk dragen van het huis, door een aandrijfmiddel met een aandrijfas voor het dtaaien van de huls, door een cilindrisch hanggewicht concentrisch aangebracht in de buisvormige huls, door een hanggewicht-5 as, waarvan het onderste einde is verbonden met het hanggewicht en het bovenste einde is opgenomen in het huis, door een torsieveermiddel verbonden tussen de hanggewichtas en het huis, door een middel voor het meten van een draaiuitslag van het hanggewicht, door een middel voor het waarnemen van de draaisnelheid van de aandrijfas, door een 10 middel voor het vergelijken van de waargenomen draaisnelheid met een gekozen snelheidsvergelijkingshoogte en voor het verandem van de draaisnelheid overeenkomstig de vergelijking van de waargenomen snelheid en de gekozen vergelijkingshoogte en door een energietoevoerketen verbonden met het waameemmiddel en de vergelijking- en veranderings-15 middelen, welke energietoevoerketen een inwendige gelijkstroombron bevat.
28. Viscosimeter volgens conclusie 27, met het kenmerk, dat de eisrgietoevoerketen een middel bevat voor het verbinden van een uitwendige gelijkstroombron met de nergietoevoerketen, en een middel 20 voor het verbinden van een uitwendige wisselstroombron met de Qiergie-toevoerketen, welk verbindingsmiddel een transformator bevat, voorzien van een primaire wikkeling, die twee onderwikkelingen omvat, en een middel voor het parallel verbinden van de twee onderwikkelingen wanneer de uitwendige wisselstroombron een eerste voorafbepaalde nominale 25 spanning heeft, en voor het in serie verbinden van de twee onderwikkelingen wanneer de uitwendige wisselstroombron een tweede voorafbepaalde nominale spanning heeft.
29. Viscosimeter volgens conclusie 28, met het kenmerk, dat het waarneemmiddel een draaibaar deel bevat, verbonden met de 30 aandrijfas van de motor en voorzien van een aantal afwisselend aangebrachte lichtdoorlatende en lichtabsorberende elementen, en een middel voor het opwekken van een reeks electrische impulsen in aanspreking op het draaien van het draaibare deel, welk opwekmiddel is voorzien van een lichtuitzendelement en een lichtontvangelement, opgesteld aan weers-35 zijden van het draaibare deel zodat de lichtdoorlatende en lichtabsor- 8006022 berende elementen tussen het lichtuitzendelement en het lichtontvang-element doorgaan wanneer het draaibare deel draait.
30. Viscosimeter volgens conclusie 27, met het kenmerk, dat een middel is aangebracht dat aanspreekt op het waameemmiddel 5 wanneer dit een draaisnelheid van nul waarneemt voor het stilzetten van de bekrachtiging van het aandrijf middel.
31. Viscosimeterinrichting, voorzien van een voetstuk, verder van een huis, van een draagmiddel voor het op het voetstuk dragen van het huis, van een draaibare buisvormige huls die zich naar 10 beneden uitstrekt vanaf het huis, van een middel voor het draaien van de huls , van een cilindrisch hanggewicht, dat met betrekking tot de huls zodanig is geplaatst, dat het draaien van de huls in een vloeistof deze doet draaien en zodoende een visceuze sleepkracht uitoefent op het hanggewicht, van een middel dat een veer bevat voor het uitoe- 15 fenen van een koppel op het hanggewicht, evenredig aan de uitslag van het hanggewicht vanaf een nulstand, en vein een middel voor het meten van de uitslag van het hanggewicht vanaf de nulstand, met het kenmerk, dathet draagmiddel één enkele draagpoot bevat, verder een verstelmid-del voor het verstellen van de lengte van de draagpoot voor het veran- 20 deren van de afstand tussen de buisvormige huls en het voetstuk, en een richtmiddel voor het boven een vaste plaats op het voetstuk houden van de buisvormige huls.
32. Inrichting volgens conclusie 31, met het kenmerk, dat de draagpoot een bovenste pootdeel bevat en een onderste pootdeel, 25 waarbij een van de pootdelen telescopisch is opgenomen in het andere.
33. Inrichting volgens conclusie 32, met het kenmerk, dat het verstelmiddel een losmaakbaar grendelmiddel bevat voor het gekozen vastzetten van een bovenste pootdeel ten opzichte van het onderste pootdeel, en het van het onderste pootdeel losmaken van het bovenste 30 pootdeel.
34. Inrichting volgens conclusie 33, met het kenmerk, dat het richtmiddel een vertikale sleuf bevat, aangebracht in het bovenste of het onderste pootdeel, en een pen,bevestigd aan het onderste of het bovenste pootdeel, welke pen verschuifbaar is opgenomen in de sleuf 35 voor het zodoende toelaten van een lengtebeweging van het bovenste 8006022 pootdeel ten opzichte van het onderste pootdeel, en het voorkomen van een onderlinge draaibeweging tussen de bovenste en onderste pootdelen.
35. Inrichting volgens conclusie 33, met het kenmerk, dat het bovenste pootdeel telescopisch is opgenomen in het onderste poot- 5 deel, waarbij het losmaakbare grendelmiddel een pakkingdrukstukmiddel bevat voor het wiggen tussen de bovenste en onderste pootdelen voor het voorkomen van een onderlinge beweging daartussen, en een kraagmid-del, dat door schroeven is verbonden met het bovenste einde van het onderste pootdeel en een radiaal naar binnen uitstekende schouder bevat 10 voor aangrijping van het pakkingdrukstukmiddel, zodat de bovenste en onderste pootdelen aan elkaar kunnen worden gegrendeld door het aanschroeven van hetvkraagmiddel voor het tussen de bovenste en onderste pootdelen wiggen van het pakkingdrukstukmiddel.
36. Inrichting volgens conclusie 33, met het kenmerk, dat 15 het draagdeel een veerdrukmiddel bevat voor het naar een uitgedrukte stand drukken van de telescopische bovenste en onderste pootdelen.
37. Inrichting volgens conclusie 32, met het kenmerk, dat het richtmiddel een vertikale sleuf bevat, aangebracht in het bovenste of onderste pootdeel, en een pen, bevestigd aan het onderste of het 20 bovenste pootdeel, welke pen verschuifbaar is opgenomen in de sleuf voor het zodoende toelaten van een lengtebeweging van het bovenste pootdeel ten opzichte van het onderste pootdeel en het voorkomen van een onderlinge draaibeweging tussen de bovenste en onderste pootdelen.
38. Viscosimeterinrichting voorzien van een voetstuk, 25 verder van een huis, van een draagmiddel voor het op het voetstuk dragen van het huis, van een draaibare buisvormige huls die zich naar beneden uitstrekt vanaf het huis, van aandrijfmiddelen voor het draaien van de huls, van een cilindrisch hanggewicht, dat met betrekking tot de huls zodanig is geplaatst, dat het draaien van de huls in een vloei-30 stof het draaien veroorzaakt van de vloeistof en zodoende een visceuze sleepkracht geeft op het hanggewicht, van een middel dat een veer bevat voor het uitoefenen van een koppel op het hanggewicht, evenredig aan de uitslag van het hanggewicht vanuit een nulstand, en van een middel voor het meten van de uitslag van het hanggewicht vanuit de 35 nulstand, met het kenmerk, dat het aandrijfmiddel een electromotor 8006022 bevat, verder een getande aandrijfschijf, bevestigd aan de motor, een getande aangedreven schijf, verbonden met de draaibare ringvormige huls, en een veerkrachtige, getande riem zonder einde, verbonden tussen de aandrijfschijf en de aangedreven schijf.
39. Inrichting volgens conclusie 38, met het kenmerk, dat de riem zonder einde is gemaakt van urethaan.
40. Viscosimeterinrichting, voorzien van een voetstuk, verder van een huis, van een draagmiddel voor het op het voetstuk dragen van het huis, van een draaibare buisvormige huls die zich naar 10 beneden uitstrekt vanaf het huis, van aandrijfmiddelen voor het draaien van de huls, van een cilindrisch hanggewicht dat met betrekking tot de huls zodanig is opplaatst, dat het draaien van de huls een vloeistof doet draaien, die zich bevindt tussen het hanggewicht en de huls, en zodoende een visceuze sleepkracht uitoefent op het hanggewicht, van 15 middelen die een veer bevatten voor het uitoefenen van een koppel op het hanggewicht evenredig aan de uitslag van het hanggewicht vanuit een nulstand, en van middele voor het meten van de uitslag van het hanggewicht vanuit de nulstand, gekenmerkt door een regelmiddel voor het regelen van de snelheid van het aandrijfmiddel, welk regelmiddel 20 een middel bevat voor het waarnemen van de draaisnelheid van het aandrijfmiddel, verder een middel voor het vergelijken van de waargenomen draaisnelheid met een gekozen snelheidsvergelijkingshoogte, en voor het veranderen van de draaisnelheid overeenkomstig de verkregen vergelijking tussen de waargenomen snelheid en de gekozen vergelijkings-25 hoogte, en een middel voor het stilzetten van de bekrachtiging van het aandrijfmiddel in aanspreking op het door het waarneemmiddel waarnemen van een draaisnelheid van nul van het aandrijfmiddel.
41. Viscosimeterinrichting, voorzien van een voetstuk, verder van een huis, van een draagmiddel voor het op het voetstuk 30 dragen van het huis, van een draaibare buisvormige huls die zich naar beneden uitstrekt vanaf het huis, van een aandrijfmiddel voor het draaien van de huls, van een cilindrisch hanggewicht dat met betrekking tot de huls zodanig is geplaatst dat het draaien van de huls een vloeistof draait, die zich bevindt tussen het hanggewicht en de huls 35 en zodoende een visceuze sleepkracht uitoefent op het hanggewicht, §006022 van een middel dat een veer bevat voor het uitoefenen van een koppel op het hanggewicht evenredig aan de uitslag van het hanggewicht vanuit een nulstand, en van een middel voor het meten van de uitslag van het hanggewicht vanuit de nulstand, gekenmerkt door een regelmiddel voor 5 het regelen van de snelheid van het aandrijfmiddel, welk regelmiddel een middel bevat voor het waarnemen van de draaisnelheid van het aan-drijfmiddel, en een middel voor het vergelijken van de waargenomen draaisnelheid met een gekozen snelheidsvergelijkingshoogte, en voor het veranderen van de draaisnelheid overeenkomstig de verkregen ver-10 gelijking tussen de waargenomen snelheid en de gekozen vergelijkings-hoogte, en door een energietoevoerketen, verbonden met het waarneem-middel en de vergelijkings- en veranderingsmiddelen, welke energietoevoerketen een inwendige gelijkstroombron bevat, verder een middel voor het verbinden van een uitwendige gelijkstroombron met de energietoe-15 voerketen, en een middel voor het verbinden van een uitwendige wissel-stroombron met de energietoevoerketen, welk laatste verbindingsmiddel een transformator bevat, voorzien van een primaire wikkeling, die twee onderwikkelingen omvat, en een middel voor het parallel verbinden van de twee onderwikkelingen wanneer de uitwendige wisselstroombron een 20 eerste voorafbepaalde nominale spanning heeft, en voor het in serie verbinden van de twee onderwikkelingen wanneer de uitwendige wisselstroombron een tweede voorafbepaalde nominale spanning heeft.
42. Werkwijze voor het onderzoeken van een reologische eigenschap van een fluïdum onder toepassing van een viscosimeter, 25 voorzien van een voetstuk, verder van een huis, van een draaibare buisvormige huls die zich naar beneden uitstrekt vanaf het huis, van een draagmiddel voor het op het voetstuk dragen van het huis, van een aandrijfmiddel voor het draaien van de huls, van een cilindrisch hanggewicht dat concentrisch is geplaatst in de buisvormige huls, van een 30 hanggewichtas, waarvan het onderste einde is verbonden met het hanggewicht en het bovenste einde is opgenomen in het huis, van een tor-sieveermiddel verbonden tussen de hanggewichtas en het huis, en van een aangeefmiddel voor het meten van een draaiuitslag van het hanggewicht, gekenmerkt door de stappen van het plaatsen van een monster 35 van het fluïdum in een houder op het voetstuk onder de buisvormige 8006022 huls, het verstellen van de lengte van het draagmiddel voor het naar beneden bewegen van de buisvormige huls in het fluïdum, welk draagmiddel een enkele draagpoot bevat voorzien van een onderste pootdeel en een bovenste pootdeel, telescopisch opgenomen in het onderste poot-5 deel, verder van een pakkingdrukstukmiddel voor het wiggen tussen de bovenste en onderste pootdelen voor het voorkomen van een onderlinge beweging daartussen, van een kraagmiddel, dat door schroeven is verbonden met één bovenste einde van het onderste pootdeel en een radiaal naar binnen uitstekende schouder bevat voor aangrijping van het pak-10 kingdrukstukmiddel, zodat de bovenste en onderste pootdelen aan elkaar kunnen worden gegrendeld door het vastschroeven van het kraagmiddel voor het tussen de bovenste en onderste pootdelen wiggen van het pakkingdrukstukmiddel, en van een veerdrukmiddel voor het naar een uitgedrukte stand drukken van de telescopische bovenste en onderste poot-15 delen, en het draaien van de buisvormige huls met het aandrijfmiddel voor het onderzoeten van het fluïdum, welk aandrijfmiddel een electromotor bevat, verder een daaraan bevestigde getande aandrijfschijf, een met de draaibare buisvormige huls verbonden getande aangedreven schijf en een veerkrachtige getande riem zonder einde, die de aandrijfschijf 20 en de aangedreven schijf aangrijpt.
43. Werkwijze volgens conclusie 42, met het kenmerk, dat het verstellen van de lengte van het draagmiddel de stappen omvat van het samendrukken van het veerdrukmiddel voor het naar beneden in het fluïdum bewegen van de buisvormige huls, verder het aanschroeven van 25 het kraagmiddel, en het tussen de bovenste en onderste pootdelen wiggen van het pakkingdrukstukmiddel voor het aan elkaar grendelen van de pootdelen.
44. Werkwijze volgens conclusie 22, met het kenmerk, dat het draaien van de buisvormige huls de stappen omvat van het draaien 30 van de getande aandrijfschijf, verder het aandrijven van de veerkrachtige getande riem zonder einde vanaf de aandrijfschijf, en het draaien van de getande aangedreven schijf door aandrijfaangrijping met de veerkrachtige getande riem zonder einde.
45. Werkwijze voor het regelen van de draaisnelheid, waar-35 mee een reologische eigenschap van fluïdum moet worden bepaald door 1006022 een viscosimeter, voorzien van een voetstuk, verder van een huis, van een draaibare buisvormige huls die zich naar beneden uitstrekt vanaf het huis, van een draagmiddel voor het op het voetstuk dragen van het huis, van een aandrijfmiddel voor het draaien van de huls, 5 van een cilindrisch hanggewicht dat concentrisch is geplaatst in de buisvormige huls, van een hanggewichtas, waarvan het onderste einde is verbonden met het hanggewicht en het bovenste einde is opgenomen in het huis, van een torsieveermiddel verbonden tussen de hanggewichtas en het huis, en van een aangeefmiddel voor het meten van een draai-10 uitslag van het hanggewicht, gekenmerkt door de stappen van het verbinden van een draaibaar deel, voorzien van een aantal afwisselend aangébrachte lichtdoorlatende en lichtabsorberende delen, met de aandrijfas van het aandrijfmiddel, verder het kiezen van een weerstand-condensatorcombinatie en een bijbehorende regelbare weerstand, het op-15 wekken van een reeks electrische impulsen in aanspreking op het door het aandrijfmiddel draaien van het draaibare deel tussen een lichtuit-zendelement en een lichtontvangelement door, het leggen van de reeks electrische impulsen aan de gekozen weerstand-condensatorcombinatie voor het verkrijgen van een eerste vergelijkingssignaal, en aan de 20 gekozen regelbare weerstand voor het verkrijgen van een tweede verge-lijkingssignaal, het vergelijken van het eerste vergelijkingssignaal met het tweede vergelijkingssignaal en verkrijgen van een derde signaal daaruit, het zenden van het derde signaal naar het aandrijfmiddel voor het met tussenpozen in en buiten werking stellen van het aandrijfmid-25 del zodat de snelheid van het aandrijfmiddel wordt geregeld, en het buiten werking stellen van het aandrijfmiddel wanneer geen reeks electrische impulsen wordt opgewekt.
46. Werkwijze volgens conclusie 45, gekenmerkt door de stap van het toepassen van een energietoevoerketen, voorzien van een 30 inwendige gelijkstroombron, van een verbindingsmiddel naar een uitwendige gelijkstroombron, en van een verbindingsmiddel naar een uitwendige wisselstroombron voor het bekrachtigen van een electronische keten voor het uitvoeren van de stappen van het opwekken, aanleggen, vergelijken, zenden en buiten werking stellen.
47. Viscosimeter in hoofdzaak zoals in de beschrijving 8006022 beschreven en in de tekening weergegeven.
48. Werkwijze in hoofdzaak zoals in de beschrijving beschreven en in de tekening weergegeven. 8006022
NL8006022A 1979-11-19 1980-11-04 Viscosimeter. NL8006022A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US06/095,589 US4299118A (en) 1979-11-19 1979-11-19 Viscometer
US9558979 1979-11-19

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8006022A true NL8006022A (nl) 1981-06-16

Family

ID=22252696

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8006022A NL8006022A (nl) 1979-11-19 1980-11-04 Viscosimeter.

Country Status (9)

Country Link
US (1) US4299118A (nl)
BR (1) BR8007452A (nl)
CA (1) CA1150974A (nl)
DE (1) DE3042803A1 (nl)
FR (1) FR2472746A1 (nl)
GB (1) GB2067296A (nl)
IT (1) IT1134342B (nl)
NL (1) NL8006022A (nl)
NO (1) NO803471L (nl)

Families Citing this family (35)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
USD274227S (en) 1981-03-09 1984-06-12 Halliburton Company Hydraulic filter press for pressing liquid from a drilling mud or the like
USD270718S (en) 1981-03-09 1983-09-27 Halliburton Company Field hand pump for use in the measuring of properties of drilling mud, or the like
US4485450A (en) * 1982-01-12 1984-11-27 Bridger Scientific, Inc. Monitoring build-up of fouling deposits on surfaces of fluid handling systems
US4484468A (en) * 1982-08-27 1984-11-27 Halliburton Company Automatic viscometer
US4570478A (en) * 1985-04-08 1986-02-18 The Regents Of The University Of California Concentric-cylinder rheometer
US4648264A (en) * 1985-07-19 1987-03-10 Halliburton Company Multi-function apparatus for testing a sample of material
US4653313A (en) * 1985-10-18 1987-03-31 Halliburton Company Positive stirring consistometer cup and method of using the same
US4622846A (en) * 1985-11-05 1986-11-18 Halliburton Company Consistency and static gel strength measuring device and method
US4668911A (en) * 1985-11-26 1987-05-26 Halliburton Company Apparatus for making non-contact angular deflection measurements
US4648263A (en) * 1985-12-09 1987-03-10 Pennzoil Company Support and centering attachments for sensitive viscometers
US4691558A (en) * 1986-06-19 1987-09-08 Halliburton Company Pressure pulse gelation test apparatus and method
SE461058B (sv) * 1987-09-04 1989-12-18 Btg Kaelle Inventing Ab Anordning vid en viskositetsmaetare
US4829811A (en) * 1988-04-08 1989-05-16 Halliburton Company Fluid testing apparatus and method
US4878377A (en) * 1988-10-07 1989-11-07 Atlantic Richfield Company Viscometer apparatus and method
US5315864A (en) * 1993-04-06 1994-05-31 Halliburton Company Start/stop method to determine static gel strength
US5365777A (en) * 1993-12-03 1994-11-22 Halliburton Company Rheometer with flow diverter to eliminate end effects
US5548994A (en) * 1994-09-20 1996-08-27 Tannas Co. Stator connector
US5604300A (en) * 1995-08-15 1997-02-18 Halliburton Company Crosslink test method
FR2801382B1 (fr) * 1999-11-23 2002-02-08 Cuir Viscosimetre rotatif a controle de couple de freinage
CA2334437A1 (en) 2000-02-08 2001-08-08 Phillip C. Harris Testing device and method for viscosified fluid containing particulate material
GB0007719D0 (en) * 2000-03-31 2000-05-17 Central Research Lab Ltd Method and apparatus for viscosity measurement
AU2001259272A1 (en) * 2000-05-01 2001-11-12 Chandler Engineering Company, L.L.C. Viscometer
US6874353B2 (en) * 2003-01-30 2005-04-05 Halliburton Energy Services, Inc. Yield point adaptation for rotating viscometers
US6951127B1 (en) * 2003-03-31 2005-10-04 Hongfeng Bi Digital viscometer with non contact distance sensor
FR2892814B1 (fr) * 2005-10-27 2008-01-04 Commissariat Energie Atomique Procede et dispositif pour la determination d'au moins une propriete dynamique d'un materiau fluide ou solide deformable
DE102005062718A1 (de) * 2005-12-28 2007-07-05 Robert Bosch Gmbh Vorrichtung zur Bestimmung der Viskosität von Flüssigkeiten
US8196649B2 (en) 2006-11-28 2012-06-12 T-3 Property Holdings, Inc. Thru diverter wellhead with direct connecting downhole control
DE102007060908A1 (de) * 2007-12-14 2009-06-18 Thermo Electron (Karlsruhe) Gmbh Rotationsrheometer und Verfahren zur Bestimmung von Materialeigenschaften mit einem Rotationsrheometer
US9574437B2 (en) 2011-07-29 2017-02-21 Baker Hughes Incorporated Viscometer for downhole use
EP3055668A4 (en) * 2013-08-28 2017-08-09 Victoria Link Limited Rheological measurement device with torque sensor
WO2016148704A1 (en) * 2015-03-17 2016-09-22 Halliburton Energy Services, Inc. Multi-surface viscosity measurement
DE102017106400A1 (de) * 2017-03-24 2018-09-27 Endress+Hauser SE+Co. KG Konfigurationsschalter sowie Busteilnehmer mit einem solchen Konfigurationsschalter
AT521097B1 (de) * 2018-03-26 2022-05-15 Anton Paar Gmbh Rotationsviskosimeter zur Messung der Viskosität von Stoffen
WO2021003134A1 (en) * 2019-06-30 2021-01-07 M-I L.L.C. Bob and shaft designs for portable rheometry units
EP4293341A4 (en) * 2021-02-10 2024-06-05 Panasonic Intellectual Property Management Co., Ltd. ROTARY VISCOMETER AND FLUID TRANSPORT DEVICE

Family Cites Families (14)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE81265C (nl) *
DE711446C (de) * 1939-08-20 1941-10-01 I G Farbenindustrie Akt Ges Rotationsviscosimeter
US2703006A (en) * 1953-04-10 1955-03-01 Socony Vacuum Oil Co Inc Rotational viscometer
US3327825A (en) * 1966-03-21 1967-06-27 James D Fann Constant speed drive
US3435666A (en) * 1966-07-18 1969-04-01 Champion Lab Inc Viscometer
US3514685A (en) * 1967-04-24 1970-05-26 Fan Tron Corp Optical speed transducer
AT283517B (de) 1968-03-11 1970-08-10 Goerz Electro Gmbh Impuls-Drehzahlregeleinrichtung eines Elektromotors
US3803903A (en) * 1972-03-23 1974-04-16 Du Pont Apparatus and method for measuring the rheological properties of a fluid
US3935726A (en) * 1973-06-18 1976-02-03 Werner Heinz Apparatus for measuring viscosity of liquids
US4062225A (en) * 1976-08-23 1977-12-13 Nl Industries, Inc. Rotational viscometer and plastometer
DE2733099C2 (de) * 1977-07-22 1979-12-13 Brabender Ohg, 4100 Duisburg Rotationsviskosimeter
US4148216A (en) * 1978-01-18 1979-04-10 Do Mau T Apparatus for determining the viscous behavior of a liquid during coagulation thereof
US4214475A (en) * 1978-06-30 1980-07-29 Texaco Inc. Adapter for a sensitive viscometer
US4184364A (en) * 1978-09-22 1980-01-22 International Telephone And Telegraph Corporation Viscosimeter

Also Published As

Publication number Publication date
DE3042803A1 (de) 1981-10-01
GB2067296A (en) 1981-07-22
BR8007452A (pt) 1981-05-26
US4299118A (en) 1981-11-10
IT8026074A0 (it) 1980-11-19
IT1134342B (it) 1986-08-13
NO803471L (no) 1981-08-17
FR2472746A1 (fr) 1981-07-03
CA1150974A (en) 1983-08-02

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8006022A (nl) Viscosimeter.
US4062225A (en) Rotational viscometer and plastometer
US5944152A (en) Apparatus mountings providing at least one axis of movement with damping
CN103561853B (zh) 可调整的轨道不平衡补偿轨道式振动器
US9261446B2 (en) Rotational viscometer
JPS63317710A (ja) 高さ測定装置
US4726220A (en) Method of and apparatus for measuring rheological characteristics of substances
DE59409153D1 (de) Laborzentrifuge mit Unwuchtabschaltung
US5072610A (en) Device for measuring the modification time of the physical state of a fluid medium
EP0570391A4 (nl)
US5096295A (en) Scanning monochromator
CN211453353U (zh) 一种旋转式载样台
JP2000024478A (ja) 容器内に入れられた液体を振動するための振動デバイス
ATE149619T1 (de) Einrichtung zum bewegen von schiebetüren
GB2066483A (en) Viscosity measuring device
Sesa et al. The design and implementation of an instrument for converting angular velocity to linear velocity based on arduino atmega 2560
CN106768969A (zh) 特型弹簧刚度自动检测机构
CN210896118U (zh) 力学演示装置
CN110632022A (zh) 一种旋转式载样台
GB2151774A (en) Measuring displacement
JP5533116B2 (ja) 容器の内容物の検査方法及びその装置
Dragan Motion generation and data acquisition for a rotational process rheometer
JPH11311594A (ja) 回転式粘度計
SU842487A1 (ru) Ротационный вискозиметр
RU1786398C (ru) Устройство дл измерени в зкости жидкостей

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed