NL8005628A - Zipper with woven webs and fasteners woven into them. - Google Patents
Zipper with woven webs and fasteners woven into them. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8005628A NL8005628A NL8005628A NL8005628A NL8005628A NL 8005628 A NL8005628 A NL 8005628A NL 8005628 A NL8005628 A NL 8005628A NL 8005628 A NL8005628 A NL 8005628A NL 8005628 A NL8005628 A NL 8005628A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- elements
- ground
- warp threads
- closing elements
- weft
- Prior art date
Links
Classifications
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A44—HABERDASHERY; JEWELLERY
- A44B—BUTTONS, PINS, BUCKLES, SLIDE FASTENERS, OR THE LIKE
- A44B19/00—Slide fasteners
- A44B19/24—Details
- A44B19/40—Connection of separate, or one-piece, interlocking members to stringer tapes; Reinforcing such connections, e.g. by stitching
- A44B19/406—Connection of one-piece interlocking members
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A44—HABERDASHERY; JEWELLERY
- A44B—BUTTONS, PINS, BUCKLES, SLIDE FASTENERS, OR THE LIKE
- A44B19/00—Slide fasteners
- A44B19/24—Details
- A44B19/34—Stringer tapes; Flaps secured to stringers for covering the interlocking members
- A44B19/346—Woven stringer tapes
-
- A—HUMAN NECESSITIES
- A44—HABERDASHERY; JEWELLERY
- A44B—BUTTONS, PINS, BUCKLES, SLIDE FASTENERS, OR THE LIKE
- A44B19/00—Slide fasteners
- A44B19/42—Making by processes not fully provided for in one other class, e.g. B21D53/50, B21F45/18, B22D17/16, B29D5/00
- A44B19/52—Securing the interlocking members to stringer tapes while making the latter
- A44B19/54—Securing the interlocking members to stringer tapes while making the latter while weaving the stringer tapes
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D03—WEAVING
- D03D—WOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
- D03D1/00—Woven fabrics designed to make specified articles
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D10—INDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBLASSES OF SECTION D, RELATING TO TEXTILES
- D10B—INDEXING SCHEME ASSOCIATED WITH SUBLASSES OF SECTION D, RELATING TO TEXTILES
- D10B2501/00—Wearing apparel
- D10B2501/06—Details of garments
- D10B2501/063—Fasteners
- D10B2501/0631—Slide fasteners
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Textile Engineering (AREA)
- Slide Fasteners (AREA)
- Woven Fabrics (AREA)
- Details Of Garments (AREA)
- Looms (AREA)
- Slide Fasteners, Snap Fasteners, And Hook Fasteners (AREA)
Description
f ,* < N/2 9.919-Jb/hf - 1 -f, * <N / 2 9,919-Jb / hf - 1 -
Ritssluiting met geweven draagbanden en daarin ingeweven sluitelementen.Zipper with woven straps and fasteners woven into it.
De uitvinding heeft betrekking op een ritssluiting met geweven draagbanden en daarin ingeweven, bij het weven gevormde, sluitelementen uit kunststofmonofilamentdraden, waarbij de draagbanden uit grondkettingdraden en naast elkaar 5 liggende dubbelinslagen van een doorlopende grondinslagdraad zijn opgebouwd en de rijen sluitelementen elk in de vorm van een kunststofmonofilament-dubbelinslag met in een projectie op het vlak van de ritssluiting in hoofdzaak boven elkaar j liggende onderste en bovenste benen van de sluitelementen, met 10 koppelkoppen en achterste verbindingsdelen,zijn uitgevoerd en door ten opzichte van elkaar in de langsrichting van de ritssluiting met betrekking tot de inslagligging verplaatste bind-kettingdraden aan de bovenzijde zijn omgrepen en daardoor met de draagband zijn verenigd, waarbij dubbelinslagen van de 15 grondinslagdraden in het gebied tussen de sluitelementen zijn aangebracht, terwijl bovendien dubbelinslagen van de grondinslagdraden onder de sluitelementen in eigen grond-kettingdraadzakken van een onder de sluitelementen liggend draagbandgebied aangebracht zijn.The invention relates to a zipper with woven webbing tapes and closure elements woven from weaving formed from synthetic monofilament threads, woven therein, the webbing threads being constructed from ground warp threads and adjacent double wefts of a continuous ground weft thread and the rows of closure elements each in the form of a plastic monofilament double weft with lower and upper legs of the closing elements lying substantially on top of one another in a projection on the zipper, with 10 coupling heads and rear connecting parts, and are formed in relation to each other in the longitudinal direction of the zipper binding warp threads, which have been moved up to the weft position, have been gripped at the top and are thus joined to the sling, whereby double wefts of the 15 weft threads are arranged in the area between the closing elements, while moreover double wefts of the ground weft threads are placed under the closing elements. in its own ground warp bags of a sling area lying below the closure elements.
20 Bij de ritssluitingen van deze soort liggen de grondinslagdraad-dubbelinslagen enerzijds, de monofilament-dubbelinslagen anderzijds in de beide ritssluitinghelften in loodrecht op het vlak van de ritssluiting boven elkaar liggende, gescheiden zakken, waarbij op de beschreven wijze de 25 binding van de rijen sluitelementen is verwezenlijkt. Op deze wijze ontstaat een zachte en buigzame ritssluiting, want de inslagdraden van de draagband en de draagband in zijn geheel kunnen bij buigbelastingen in het vlak van de ritssluiting en bij uitknikkingen over de rijen sluitelementen 30 verschuiven. Voorts wordt een ritssluiting verkregen met een zeer stabiele spoed, waarbij deze spoed bij verven, wassen of strijken niet verandert.In the case of zippers of this type, the ground weft thread double wefts on the one hand, the monofilament double wefts on the other hand lie in the two zipper halves in separate bags lying perpendicular to the plane of the zipper, the binding of the rows of closure elements being described in the manner described. has been accomplished. In this way a soft and flexible zipper is created, because the weft threads of the sling and the sling as a whole can shift over the rows of closure elements during bending loads in the plane of the zipper and when buckling. Furthermore, a zipper is obtained with a very stable pitch, whereby this pitch does not change during dyeing, washing or ironing.
Een probleem van de ritssluitingen van de in de aanhef genoemde soort is de weerstand tegen knikken. Hieronder 35 wordt de weerstand tegen trek in dwarsrichting van een ritssluiting verstaan bij uitknikkingen van de ritssluiting uit fl fl fl *5 fi 2 8 - 2 - het vlak van de ritssluiting naar "boven" of naar "beneden". Zoals bekend neemt de weerstand tegen knikken met de straal van de kromming in het gebied van de knikhoek meer of minder parabolisch af. Hoe kleiner de knikhoek is, des te kleiner is 5 de weerstand tegen knikken.A problem with the zippers of the type mentioned in the opening paragraph is the resistance to kinks. By 35 is meant the resistance to transverse pull of a zipper when the zipper buckles out fl fl fl * 5 fi 2 8 - 2 - the plane of the zipper to "up" or "down". As is known, the resistance to buckling with the radius of curvature in the region of the buckling angle decreases more or less parabolically. The smaller the buckling angle, the smaller the buckling resistance.
De onderhavige uitvinding beoogt de weerstand tegen knikken bij een ritssluiting van de in de aanhef genoemde soort te verbeteren.The object of the present invention is to improve the resistance to kinking of a zipper of the type mentioned in the preamble.
Hiertoe wordt de ritssluiting volgens de uitvinding 10 daardoor gekenmerkt, dat de grondinslagdraad-dubbelinslagen in het gebied tussen de sluitelementen door ten minste een van de bindkettingdraden boven het vlak van de draagbanden tot in het gebied tussen de sluitelementen omhooggetrokken zijn.For this purpose, the zipper according to the invention is characterized in that the ground weft thread double wefts are pulled up in the region between the closing elements by at least one of the binding warp threads above the plane of the carrying straps into the region between the closing elements.
15 Een bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm wordt daardoor gekenmerkt, dat de bindkettingdraden steeds twee sluitelementen aan de bovenzijde omgrijpen, onder een aan de onderzijde omgrijpen van de daartussen aangebrachte grondinslagdraad-dubbelinslag, een volgend tussen het 20 onderste been en de daaronder aangebrachte grondinslagdraad-dubbelinslag aan de onderzijde omgrijpen, en daarna in het onder de sluitelementen liggende draagbandgebied zijn gebonden, terwijl de grondinslagdraad-dubbelinslagen in het gebied tussen de sluitelementen door ten minste een van de bindket-25 tingdraden als grondinslagdraad-steunlus tot in of boven het niveau van de bovenste benen van de sluitelementen zijn getrokken.A preferred embodiment is characterized in that the binding warp threads always engage two closing elements on the top side, underneath an engaging on the underside of the ground weft thread double weft arranged between them, a next one between the lower leg and the ground weft thread double weft arranged therebetween. grasp the underside, and then be tied in the sling area below the closure members, while the ground weft thread double wefts in the region between the closure members by at least one of the binder warp threads as a ground weft support loop up to or above the level of the upper legs of the fasteners are pulled.
De uitvinding gaat uit van het inzicht, dat bij ritssluitingen van de in de aanhef genoemde soort de weer-30 stand tegen knikken door steunende kussens tussen de bovenste benen van de sluitelementen wordt verbeterd. De steunende kussens verminderen bij een uitknikken de bij bepaalde knik-krachten optredende kromming (en verhinderen derhalve, dat een te kleine krommingsstraal op de knikplaats optreedt), 35 waardoor de weerstand tegen knikken wordt verbeterd. Het effect kan beïnvloed worden, doordat de grondinslagdraad-dubbelinslagen in het gebied tussen de sluitelementen door meer dan een van de bindkettingdraden tot een grondinslagdraad-steunlus omhooggetrokken worden.The invention is based on the insight that with zippers of the type mentioned in the preamble, the resistance to kinking by supporting cushions between the upper legs of the closing elements is improved. The supporting cushions, upon buckling, reduce the curvature occurring at certain buckling forces (and thus prevent too small a radius of curvature at the buckling site), thereby improving the buckling resistance. The effect can be influenced in that the ground weft thread double wefts are pulled up into a ground weft thread support loop by more than one of the binding warp threads in the area between the closure elements.
40 Tot het nagestreefde steunresultaat kan bovendien 80 0 5 62 840 In addition, up to the target aid result, 80 0 5 62 8
r Jr J
- 3 - bijdragen, dat verder ten minste een van de grondkettingdra-den tussen naburige sluitelementen als grondkettingdraad-steunlus tot in of boven het niveau van de bovenste benen van de sluitelementen is getrokken.- 3 - contribute that at least one of the ground warp threads between adjacent closing elements as ground warp thread support loop is pulled into or above the level of the upper legs of the closing elements.
5 De binding van de bindkettingdraden kan in het ka der der uitvinding in principe willekeurig zijn.The binding of the binding warp threads can in principle be arbitrary within the scope of the invention.
Een gunstige uitvoeringsvorm van de uitvinding wordt daardoor gekenmerkt, dat de bindkettingdraden bij de binding in het onder de sluitelementen liggende draagbandgebied steeds 10 twee grondinslagdraad-dubbelinslagen aan de onderzijde omgrijpen, en wel de ene in het gebied tussen naburige sluitelementen en de andere onder de sluitelementen.A favorable embodiment of the invention is characterized in that the binding warp threads in each case engage two ground weft thread double wefts on the underside in the carrying strap area below the closing elements, one in the area between adjacent closing elements and the other under the closing elements. .
Verder heeft bij proefnemingen een andere uitvoeringsvorm goed voldaan, welke daardoor wordt gekenmerkt, dat 15 de bindkettingdraden bij de binding in het onder de sluitelementen liggende draagbandgebied steeds de tussen naburige sluitelementen liggende grondinslagdraad-dubbelinslag aan de onderzijde omgrijpen en daarna tussen het onderste been van het volgende sluitelement en de daaronder liggende grond-20 inslagdraad-dubbelinslag door weer voor het aan de bovenzijde omgrijpen van de volgende beide sluitelementen zijn geleid.Furthermore, another embodiment has proved satisfactory in experiments, which is characterized in that the binding warp threads always engage the ground weft thread double weft on the underside and then between the lower leg of the lower leg of the binding band in the carrier band area below the closing elements. The next closing element and the underlying ground-weft thread-double weft have been passed through again for re-engaging the next two closing elements.
Indien een uitvoering wordt gekozen, waarbij de grondinslagdraad-steunlussen en/of de grondkettingdraad-steun-lussen in de gekoppelde toestand van de sluitelementen de 25 ruimte tussen de naburige bovenste benen en de gekoppelde koppelkop als een kussen opvullen, dan wordt verder geheel algemeen een verbetering van de weerstand tegen openbreken bereikt, doch wordt in het bijzonder evenwel ook de weerstand tegen knikken vergroot, daar via deze kussenondersteuning de 30 koppelvlakken van de koppelkoppen in de gekoppelde toestand als het ware onder voorspanning tegen elkaar gedrukt zijn.If an embodiment is chosen in which the ground weft thread support loops and / or the ground warp thread support loops in the coupled state of the closing elements fill the space between the adjacent upper legs and the coupled coupling head as a cushion, then furthermore a general improvement in the resistance to breaking open is achieved, but in particular, however, the resistance to kinking is also increased, since via this cushion support the coupling surfaces of the coupling heads are pressed together under pretension, as it were, in the coupled state.
De uitvinding zal hierna worden toegelicht aan de. hand van de tekening, die enige uitvoeringsvoorbeelden op schematische wijze en op ten opzichte van de werkelijkheid 35 zeer vergrote schaal weergeeft.The invention will be explained below to the. with reference to the drawing, which shows some exemplary embodiments in a schematic manner and on a very enlarged scale compared to reality.
Fig. 1 is een bindingsschema voor een ritssluiting volgens de uitvinding.Fig. 1 is a bonding scheme for a zipper according to the invention.
Fig. 2 is een gedeeltelijk bovenaanzicht van een ritssluiting, die volgens het bindingsschema van fig. 1 is 40 opgebouwd.Fig. 2 is a partial plan view of a zipper constructed in accordance with the bonding scheme of FIG. 1.
η λ n r .** η ö Fig· 3 is een doorsnede in de richting A - A door de - 4 - ritssluiting volgens fig. 2.η λ n r. ** η ö Fig · 3 is a section in direction A - A through the - 4 - zipper according to fig. 2.
Fig. 4 toont het aanzicht B van de ritssluiting volgens fig. 2.Fig. 4 shows the view B of the zipper according to FIG. 2.
Fig. 5 is een bovenaanzicht overeenkomstig fig. 2 van het produkt in een meer natuurgetrouwe weergave.Fig. 5 is a plan view similar to FIG. 2 of the product in a more natural representation.
5 Fig. 6 toont een ander bindingsschema voor een rits sluiting volgens de uitvinding.FIG. 6 shows another bonding scheme for a zip closure according to the invention.
Fig. 7 is een gedeeltelijk bovenaanzicht van een ritssluiting, die volgens het bindingsschema van fig. 6 is opgebouwd.Fig. 7 is a partial plan view of a zipper constructed in accordance with the bonding scheme of FIG. 6.
10 Fig. 8 is een doorsnede in de richting C - C door de ritssluiting volgens fig. 7.FIG. 8 is a sectional view in the C - C direction through the zipper of FIG. 7.
Fig. 9 is een aanzicht van de ritssluiting volgens fig. 7 gezien vanuit de richting D.Fig. 9 is a view of the zipper of FIG. 7 viewed from the direction D.
Fig. 10 is een bovenaanzicht van een ritssluiting 15 volgens de uitvinding overeenkomstig fig. 7 in een meer natuurgetrouwe weergave,Fig. 10 is a top plan view of a zipper 15 according to the invention according to FIG. 7 in a more natural representation,
Fig. 11 toont een verdere uitvoeringsvorm van de ritssluiting volgens de uitvinding.Fig. 11 shows a further embodiment of the zip according to the invention.
Fig. 12 is een doorsnede in de richting E - E door 20 de ritssluiting volgens fig. 11.Fig. 12 is a sectional view in the direction E - E through the zipper of FIG. 11.
De in de fig. 1-10 weergegeven ritssluiting bezit geweven draagbanden en daarin ingeweven, bij het weven gevormde, sluitelementen 2 uit kunststofmonofilamentdraden.The zipper shown in FIGS. 1-10 has woven slings and woven-in elements 2 of synthetic monofilament threads formed during weaving woven into them.
De draagbanden 1 zijn uit grondkettingdraden 3 en naast elkaar 25 liggende dubbelinslagen 4, 5 van een doorlopende grondinslag-draad 6 opgebouwd. De rijen 7 van sluitelementen bezitten elk in de vorm van een kunststofmonofilament-dubbelinslag uitgevoerde sluitelementen 2 met in een projectie op het vlak van de ritssluiting in hoofdzaak boven elkaar liggende benen 30 8, 9, namelijk een onderste been 8 en een bovenste been 9, en voorts koppelkoppen 10 en achterste verbindingsdelen 11.The carrying belts 1 are constructed from ground warp threads 3 and adjacent double wefts 4, 5 of a continuous ground weft thread 6. The rows 7 of closure elements each have closure elements 2 in the form of a plastic monofilament double-impact, with legs 8, 9 lying substantially one above the other in a projection on the plane of the zipper, namely a lower leg 8 and an upper leg 9, and further coupling heads 10 and rear connecting parts 11.
Zij zijn door bindkettingdraden 12 aan de bovenzijde omgrepen en daardoor met de draagband 1 verenigd. De dubbel-inslagen 4, 5 van de grondinslagdraden 6 zijn enerzijds in het gebied 35 tussen de sluitelementen 2 en bovendien onder de sluitelementen 2 in eigen grondkettingdraadzakken 13 van een onder de sluitelementen 2 liggend draagbandgebied aangebracht. In het bijzonder uit de fig. 1 en 6 blijkt, dat de bindkettingdraden 12 steeds twee sluitelementen 2 aan de bovenzijde om-40 grijpen, terwijl de daartussen aangebrachte grondinslagdraad- 30 0 5 62 8 r λ - 5 - dubbelinslag 5 aan de onderzijde omgrepen wordt. Hier blijkt ook de reeds genoemde verplaatsing van de binnenkettingdraden 12 over steeds een "stap" in de langsrichting van de ritssluiting. Ter verduidelijking werden in fig. 1 de verplaatste 5 kettingdraden door verschillende soorten strepen onderscheiden. Een volgend sluitelement 2 wordt tussen zijn onderste been 8 en de daaronder aangebrachte grondinslagdraad-dubbel-inslag 4 aan de onderzijde omgrepen. Hierna zijn de bind-kettingdraden 12 in het onder de sluitelementen 2 liggende 10 draagbandgebied gebonden. De fig. 1 en 6 maken voorts bijzonder duidelijk, dat de grondinslagdraad-dubbelinslagen 5 tussen de sluitelementen 2 door ten minste een van de bind-kettingdraden 12 als grondinslagdraad-steunlus 14 tot in of boven het niveau van de bovenste benen 9 van de sluitele-15 menten 2 zijn getrokken. Wat hieronder wordt verstaan kan evenwel ook uit een vergelijkende beschouwing van de fig.They are gripped at the top by binding warp threads 12 and are thus joined to the carrying strap 1. The double wefts 4, 5 of the ground weft threads 6 are arranged on the one hand in the region 35 between the closing elements 2 and, moreover, below the closing elements 2 in their own ground warp thread bags 13 of a sling area lying below the closing elements 2. In particular from Figs. 1 and 6 it can be seen that the binding warp threads 12 always engage two closing elements 2 at the top, while the ground weft thread arranged between them grips double weft 5 at the bottom. is becoming. Here also the already mentioned displacement of the inner warp threads 12 appears in each case a "step" in the longitudinal direction of the zipper. For clarification, in Fig. 1, the displaced warp threads were distinguished by different types of stripes. A next closing element 2 is gripped between its lower leg 8 and the ground weft thread double weft 4 disposed below it at the bottom. After this, the binding warp threads 12 are bound in the sling region lying below the closing elements 2. Figures 1 and 6 furthermore make it particularly clear that the ground weft thread double wefts 5 between the closure elements 2 through at least one of the binding warp threads 12 as ground weft thread support loop 14 up to or above the level of the upper legs 9 of the closure element. -15 ments 2 have been drawn. What is meant by this can, however, also be seen from a comparative consideration of the fig.
2-5, respectievelijk 7 - 10, worden vastgesteld. De fig.2-5, 7-10 respectively. The fig.
5 en 10 tonen, dat de steunlussen 14 tussen de bovenste benen 9 van de naburige sluitelementen 2 als het ware een 20 kussen vormen. Verder kunnen een of meer grondkettingdraden 3 tussen naburigs sluitelementen 2 als grondkettingdraad-steunlussen 15 tot in of boven het niveau van de bovenste benen 9 van de sluitelementen zijn getrokken, zoals in het bijzonder in fig. 6 en voorts in de fig. 7 - 10 is weergege-25 ven. In de uitvoeringsvorm volgens de fig. 1 - 5 is de binding van de bindkettingdraden 12 op bijzondere wijze verwezenlijkt. Hierbij omgrijpen de bindkettingdraden 12 bij de binding in het onder de sluitelementen 2 liggende draagbandgebied steeds twee grondinslagdraad-dubbelinslagen 4, 5 aan 30 de onderzijde en wel de ene, 5, in het gebied tussen naburige sluitelementen 2 en de andere, 4, onder de sluitelementen 2.5 and 10 show that the support loops 14 between the upper legs 9 of the neighboring closing elements 2 form, as it were, a cushion. Furthermore, one or more ground warp threads 3 between adjacent closure elements 2 as ground warp thread support loops 15 may be drawn into or above the level of the upper legs 9 of the closure elements, such as in particular in Fig. 6 and further in Figs. 7-10. is shown. In the embodiment according to Figs. 1 - 5, the binding of the binding warp threads 12 is realized in a special way. In this case, the binding warp threads 12 always engage two ground weft thread double wefts 4, 5 on the underside, one, 5, in the area between neighboring closing elements 2 and the other, 4, underneath the binding locking elements 2.
De uitvoering volgens de fig. 6 - 10 is in dit opzicht iets anders. Hierbij omgrijpen de bindkettingdraden 12 bij de binding in het onder de sluitelementen 2 liggende draagbandge-35 bied, steeds de tussen naburige sluitelementen 2 liggende grondinslagdraad-dubbelinslag 5 aan de onderzijde, terwijl zij daarna evenwel tussen het onderste been 8 van het volgende sluitelement 2 en de daaronder liggende grondinslagdraad-dubbelinslag 4 door weer voor het aan de bovenzijde omgrijpen 40 van de volgende beide sluitelementen 2 zijn geleid. De fig. o n f\ r -to o - 6 - 5 en 10 tonen een bij voorkeur toegepaste uitvoeringsvorm van de uitvinding, waarbij de grondinslagdraad-steunlussen 14 en/of de grondkettingdraad-steunlussen 15 in de gekoppelde toestand van de sluitelementen 2 de ruimte tussen de nabu-5 rige bovenste benen 9 van de sluitelementen 2 en de gekoppelde koppelkop als kussen opvullen, zodat de koppelvlakken als het ware met voorspanning tegen elkaar aan liggen. De gedeeltelijk in de fig. 11 en 12 weergegeven ritssluiting bezit geweven draagbanden 1 en daarin ingeweven tijdens het 10 weven gevormde rijen 7 van sluitelementen uit kunststof-monofilament. Teneinde de duidelijkheid van de tekening te vergroten werden in de figuren de grondinslagdraden 6 van de draagband 1 overdreven dik getekend, terwijl de grondketting-draden 3 van de draagband 1 daarentegen overdreven dun als 15 enkele strepen zijn afgebeeld. In de doorsnedefiguur 12 werden de hierna toegelichte bindkettingdraden 12 dik getrokken, in streep-stippellijnen of met streeplijnen aangeduid, teneinde verschillend geleide bindkettingdraden 12 te onderscheiden. In overeenstemming met de fig. 1-10 kan uit de fig.The embodiment according to Figs. 6-10 is slightly different in this respect. In this connection, the binding warp threads 12, at the binding in the sling area lying below the closing elements 2, always engage the ground weft thread double weft 5 lying between adjacent closing elements 2, while at the same time, however, they pass between the lower leg 8 of the next closing element 2 and the underlying ground weft thread-double weft 4 has been passed through again for re-gripping 40 of the next two closing elements 2 at the top. FIGS. 6-5 and 10 show a preferred embodiment of the invention, wherein the ground weft thread support loops 14 and / or the ground warp thread support loops 15 in the coupled state of the closure elements 2 are the space between fill the adjacent upper legs 9 of the closing elements 2 and the coupled coupling head as a cushion, so that the coupling surfaces lie against each other with pretension, as it were. The zipper shown partly in Figs. 11 and 12 has woven carrier tapes 1 and rows 7 of plastic monofilament closure elements formed therein during weaving. In order to increase the clarity of the drawing, in the figures the ground weft threads 6 of the carrying strap 1 are drawn excessively thick, while the ground warp threads 3 of the carrying strap 1 are shown exaggeratedly thin as single stripes. In the cross-sectional figure 12, the binding warp threads 12 explained below were drawn thick, indicated in dashed-dotted lines or dashed lines, to distinguish differently guided binding warp threads 12. In accordance with FIGS. 1-10, FIG.
20 11 en 12 allereerst worden vastgesteld, dat de draagbanden 1 uit de kettingdraden 3, 12 en naast elkaar liggende dubbel-inslagen 4, 5 van een doorlopende grondinslagdraad 6 zijn opgebouwd. De rijen 7 van sluitelementen zijn elk in de vorm van een kunststofmonofilament-dubbelinslag schroeflijn-25 vormig uitgeveerd, en wel met in een projectie op het vlak van de ritssluiting meer of minder boven elkaar liggende benen 8, 9 van de sluitelementen 2, welke koppelkoppen 10 en achterste verbindingsdelen 11 omvatten. De grondinslag-draden 6 zijn als dubbelinslag tot aan de koppelkoppen 10 30 van de sluitelementen 2 geleid, welke koppelkoppen vanzelfsprekend vrij liggen. De sluitelementen 2 zijn hunnerzijds door de bindkettingdraden 12 afwisselend aan de bovenzijde omgrepen. De bindkettingdraden 12 omgrijpen aan de onderzijde afwisselend de dubbelinslagen van de grondinslagdraden 6, 35 waardoor de rijen 7 van sluitelementen in hun geheel met de bijbehorende draagband 1 zijn verenigd. De uitvoering is steeds zodanig, dat elke tweede dubbelinslag 4 van de grondinslagdraden 5 onder de sluitelementen 2 in eigen grondketting-draadzakken 13 is aangebracht. De draagbanden 1 bezitten in 40 het gebied van de sluitelementen 2 een in de langsrichting 8 0 U 0 0 L o - 7 - ψ * van de ritssluiting in de langsrichting verlopend draagband-gedeelte 16 uit grondinslagdraad-dubbelinslagen 4, 5 en grond-kettingdraden 3. Hierbij zijn de dubbelinslagen 4, 5 met het oog op de spoed enerzijds onder de sluitelementen 2 en ander-5 zijds tussen de sluitelementen 2 aangebracht. De bindketting-draden 12, die de verbinding van de sluitelementen 2 met de draagbanden 1 vormen, zijn afwisselend op een bijzondere wijze geleid. Hiertoe wordt naar fig. 12 verwezen. Uit deze figuur blijkt, dat boven het vlak van de draagband verlopende, steeds 10 over twee inslagliggingen verplaatste bindkettingdraden 12 zijn aangebracht, die elk in een op elkaar volgend rapport afwisselend een paar sluitelementen 2 en een volgend sluit-element 2 aan de bovenzijde omgrijpen, het volgende aan de onderzijde omgrijpen, enzovoort. Anderzijds is de uitvoering 15 zodanig, dat elke bindkettingdraad 12 tussen het geneenschappe-lijke aan de bovenzijde omgrepen paar 17 van sluitelementen en het volgende sluitelement 2 de aldaar aangebrachte grond-inslagd-r-aad-dubbelinslag 5 aan de onderzijde omgrijpt. De bindkettingdraden 12 omgrijpen bovendien aan de onderzijde 20 steeds tussen het afzonderlijke aan de bovenzijde omgrepen en het volgende aan de onderzijde omgrepen sluitelement 2 de aldaar aangebrachte grondinslagdraad-dubbelinslag 5. in de fig. 11 en 12 zijn vier op de beschreven wijze geleide bindkettingdraden 12 aangebracht. In het kader der uitvinding kun-25 nen evenwel ook meer of minder dan vier van dergelijke bindkettingdraden worden toegepast, terwijl men voorts gelijk geleide bindkettingdraden ook tot groepen kan verenigen.11 and 12, first of all, it is established that the carrying straps 1 are built up from the warp threads 3, 12 and adjacent double wefts 4, 5 of a continuous ground weft thread 6. The rows 7 of closing elements are each designed in the form of a plastic monofilament double weft helically-shaped, namely with legs 8, 9 of the closing elements 2 lying more or less one above the other in a projection in the plane of the zipper, which coupling heads 10 and rear connecting members 11. The ground weft threads 6 are guided as a double weft to the coupling heads 10 of the closing elements 2, which coupling heads are of course exposed. The closure elements 2 are alternately gripped alternately at the top by the binding warp threads 12. The binding warp threads 12 alternately engage the double wefts of the ground weft threads 6, 35 on the underside, whereby the rows 7 of closing elements are united in their entirety with the associated carrier tape 1. The design is always such that every second double weft 4 of the soil weft threads 5 is arranged under the locking elements 2 in its own soil warp thread bags 13. In the region of the closing elements 2, the carrying straps 1 have a carrying strap section 16 in the longitudinal direction of the zipper extending in the longitudinal direction of the zipper, consisting of ground weft thread double wefts 4, 5 and ground warp threads 3. The double wefts 4, 5 are herein arranged with a view to the pitch on the one hand under the closing elements 2 and on the other side between the closing elements 2. The binding warp threads 12, which form the connection of the closing elements 2 with the carrying straps 1, are alternately guided in a special manner. For this, reference is made to Fig. 12. It can be seen from this figure that binding warp threads 12, which are always displaced over two weft positions, are arranged above the plane of the carrier tape, each of which in a successive report alternately grips a pair of closing elements 2 and a subsequent closing element 2 at the top, grasp the following at the bottom, and so on. On the other hand, the embodiment 15 is such that each binding warp thread 12 between the common pair 17 of closing elements gripped at the top and the next closing element 2 grips the ground weft-thad double weft 5 disposed there at the bottom. In addition, the binding warp threads 12 always engage on the underside 20 between the individual grips on the top side and the next closure element 2 grips on the underside. The ground weft thread double weft 5 disposed therein. In Figs. 11 and 12 are four binding warp threads 12 guided in the manner described applied. Within the scope of the invention, however, more or less than four such binding warp threads can also be used, while it is also possible to combine equally guided binding warp threads into groups.
Zowel de uitvoeringsvormen volgens de fig. 1-10 als die volgens de fig. 11 en 12 lichten het grondprincipe 30 van de uitvinding toe. Dit wordt daardoor gekenmerkt, dat de grondinslagdraad-dubbelinslagen 5 in het gebied tussen de sluitelementen 2 door ten minste een van de bindkettingdraden 12 boven het vlak van de draagbanden 1 tot in het gebied tussen de sluitelementen 2 omhoog getrokken zijn.Both the embodiments according to Figs. 1-10 and those according to Figs. 11 and 12 illustrate the basic principle of the invention. This is characterized in that the ground weft thread double wefts 5 are pulled upwards in the region between the closing elements 2 by at least one of the binding warp threads 12 above the plane of the carrying straps 1 into the region between the closing elements 2.
80056218005621
Claims (8)
Applications Claiming Priority (4)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| DE2941067A DE2941067C2 (en) | 1979-10-10 | 1979-10-10 | Zipper |
| DE2941067 | 1979-10-10 | ||
| DE3007276 | 1980-02-27 | ||
| DE3007276A DE3007276C2 (en) | 1980-02-27 | 1980-02-27 | Zip fastener with woven support tapes and fasteners made of plastic monofilament woven into them |
Publications (2)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8005628A true NL8005628A (en) | 1981-04-14 |
| NL187754C NL187754C (en) | 1992-01-02 |
Family
ID=25781441
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NLAANVRAGE8005628,A NL187754C (en) | 1979-10-10 | 1980-10-10 | WOVEN ZIPPER. |
Country Status (28)
| Country | Link |
|---|---|
| JP (1) | JPH0191804A (en) |
| AR (1) | AR221662A1 (en) |
| AT (1) | AT367808B (en) |
| AU (1) | AU531352B2 (en) |
| BG (2) | BG44027A3 (en) |
| BR (1) | BR8006489A (en) |
| CA (1) | CA1160024A (en) |
| CH (1) | CH649202A5 (en) |
| CS (1) | CS234022B2 (en) |
| DD (1) | DD153573A5 (en) |
| DK (1) | DK152525C (en) |
| ES (1) | ES495845A0 (en) |
| FI (1) | FI68956C (en) |
| FR (1) | FR2466961B1 (en) |
| GR (1) | GR69868B (en) |
| IE (1) | IE50325B1 (en) |
| IL (1) | IL61183A (en) |
| IT (1) | IT1132942B (en) |
| MX (1) | MX151280A (en) |
| NL (1) | NL187754C (en) |
| NO (1) | NO149909C (en) |
| NZ (1) | NZ195075A (en) |
| PH (1) | PH20667A (en) |
| PL (1) | PL126612B1 (en) |
| PT (1) | PT71892B (en) |
| RO (1) | RO85925B (en) |
| SE (1) | SE442811B (en) |
| YU (1) | YU40607B (en) |
Families Citing this family (1)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| JPWO2012035823A1 (en) * | 2010-09-17 | 2014-02-03 | Ykk株式会社 | Fastener stringers and slide fasteners |
Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2065435A5 (en) * | 1969-10-09 | 1971-07-23 | Interbrev Sa | |
| NL7812350A (en) * | 1977-12-29 | 1979-07-03 | Yoshida Kogyo Kk | WOVEN ZIPPER STRAP. |
| BE875859A (en) * | 1978-04-27 | 1979-08-16 | Heilmann Optilon | ZIPPER WITH WOVEN SUPPORT TAPE |
-
1980
- 1980-09-24 YU YU2425/80A patent/YU40607B/en unknown
- 1980-09-26 GR GR62966A patent/GR69868B/el unknown
- 1980-09-29 NZ NZ195075A patent/NZ195075A/en unknown
- 1980-09-30 AT AT0486280A patent/AT367808B/en not_active IP Right Cessation
- 1980-09-30 IL IL61183A patent/IL61183A/en unknown
- 1980-09-30 AU AU62829/80A patent/AU531352B2/en not_active Ceased
- 1980-10-07 CH CH7475/80A patent/CH649202A5/en not_active IP Right Cessation
- 1980-10-08 RO RO102313A patent/RO85925B/en unknown
- 1980-10-08 MX MX184249A patent/MX151280A/en unknown
- 1980-10-08 AR AR282813A patent/AR221662A1/en active
- 1980-10-08 PT PT71892A patent/PT71892B/en unknown
- 1980-10-08 NO NO802991A patent/NO149909C/en unknown
- 1980-10-08 BR BR8006489A patent/BR8006489A/en unknown
- 1980-10-08 PH PH24688A patent/PH20667A/en unknown
- 1980-10-09 IT IT25260/80A patent/IT1132942B/en active
- 1980-10-09 CA CA000362271A patent/CA1160024A/en not_active Expired
- 1980-10-09 FI FI803199A patent/FI68956C/en not_active IP Right Cessation
- 1980-10-09 IE IE2097/80A patent/IE50325B1/en not_active IP Right Cessation
- 1980-10-09 FR FR8021612A patent/FR2466961B1/en not_active Expired
- 1980-10-09 SE SE8007091A patent/SE442811B/en not_active IP Right Cessation
- 1980-10-09 DK DK426680A patent/DK152525C/en not_active IP Right Cessation
- 1980-10-10 PL PL1980227206A patent/PL126612B1/en unknown
- 1980-10-10 DD DD80224472A patent/DD153573A5/en unknown
- 1980-10-10 CS CS806871A patent/CS234022B2/en unknown
- 1980-10-10 ES ES495845A patent/ES495845A0/en active Granted
- 1980-10-10 BG BG049330A patent/BG44027A3/en unknown
- 1980-10-10 NL NLAANVRAGE8005628,A patent/NL187754C/en not_active IP Right Cessation
- 1980-10-10 BG BG079348A patent/BG44372A3/en unknown
-
1988
- 1988-05-12 JP JP63115955A patent/JPH0191804A/en active Granted
Patent Citations (3)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR2065435A5 (en) * | 1969-10-09 | 1971-07-23 | Interbrev Sa | |
| NL7812350A (en) * | 1977-12-29 | 1979-07-03 | Yoshida Kogyo Kk | WOVEN ZIPPER STRAP. |
| BE875859A (en) * | 1978-04-27 | 1979-08-16 | Heilmann Optilon | ZIPPER WITH WOVEN SUPPORT TAPE |
Also Published As
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US4307764A (en) | Bulk material transport bag | |
| US4623004A (en) | Woven slide fastener stringer | |
| NL8103482A (en) | ZIPPER CARRIER. | |
| NL7909029A (en) | ZIPPER CARRIER. | |
| NL7905885A (en) | ZIPPER. | |
| NL8004602A (en) | METHOD FOR MANUFACTURING A COVERED ZIP CLOSURE WITH SINGLE-SEWN CLOSURE ELEMENTS. | |
| NL8005628A (en) | Zipper with woven webs and fasteners woven into them. | |
| US4383558A (en) | Woven slide fastener stringer | |
| US5794460A (en) | Knit slide fastener stringer | |
| NL7908807A (en) | ZIPPER CARRIER. | |
| US4231138A (en) | Slide fastener | |
| US5313989A (en) | Slide fastener with continuous coupling coil woven into the support tape | |
| KR850001283Y1 (en) | Detachable Slide Fasteners | |
| US5415614A (en) | Manufacture of bulk bags | |
| GB2072228A (en) | Sliding clasp fastener stringer and method for its manufacture | |
| SU936793A3 (en) | Zipper | |
| AU593756B1 (en) | Woven slide fastener stringer | |
| US4250598A (en) | Woven slide fastener stringer with molded fastening elements | |
| NL8103483A (en) | WOVEN ZIP CLOTHING STRAP. | |
| NL8105808A (en) | ZIPPER CARRIER. | |
| FI80371C (en) | BLIXTLAOSENHET. | |
| NL7905399A (en) | ZIPPER. | |
| EP0720956B1 (en) | Manufacture of bulk bags | |
| CA1284574C (en) | Separable slide fastener | |
| CA2139560C (en) | Manufacture of bulk bags |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| CNR | Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection) |
Free format text: OPTI PATENT-, FORSCHUNGS- UND FABRIKATIONS-AG. |
|
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| V4 | Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent |
Free format text: 20001010 |