[go: up one dir, main page]

NL8005268A - Registreerinrichting met alarmeer- en dienstverzoek- stelsels voor een patieent, welke inrichting kan worden gebruikt met een automatisch werkzame, inplantbare de- fibrillator. - Google Patents

Registreerinrichting met alarmeer- en dienstverzoek- stelsels voor een patieent, welke inrichting kan worden gebruikt met een automatisch werkzame, inplantbare de- fibrillator. Download PDF

Info

Publication number
NL8005268A
NL8005268A NL8005268A NL8005268A NL8005268A NL 8005268 A NL8005268 A NL 8005268A NL 8005268 A NL8005268 A NL 8005268A NL 8005268 A NL8005268 A NL 8005268A NL 8005268 A NL8005268 A NL 8005268A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
patient
signal
data
physiological
event
Prior art date
Application number
NL8005268A
Other languages
English (en)
Other versions
NL191011B (nl
NL191011C (nl
Original Assignee
Medrad Inc
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Medrad Inc filed Critical Medrad Inc
Publication of NL8005268A publication Critical patent/NL8005268A/nl
Publication of NL191011B publication Critical patent/NL191011B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL191011C publication Critical patent/NL191011C/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61NELECTROTHERAPY; MAGNETOTHERAPY; RADIATION THERAPY; ULTRASOUND THERAPY
    • A61N1/00Electrotherapy; Circuits therefor
    • A61N1/18Applying electric currents by contact electrodes
    • A61N1/32Applying electric currents by contact electrodes alternating or intermittent currents
    • A61N1/36Applying electric currents by contact electrodes alternating or intermittent currents for stimulation
    • A61N1/372Arrangements in connection with the implantation of stimulators
    • A61N1/37211Means for communicating with stimulators
    • A61N1/37217Means for communicating with stimulators characterised by the communication link, e.g. acoustic or tactile
    • A61N1/37223Circuits for electromagnetic coupling
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61BDIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B5/00Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
    • A61B5/24Detecting, measuring or recording bioelectric or biomagnetic signals of the body or parts thereof
    • A61B5/316Modalities, i.e. specific diagnostic methods
    • A61B5/318Heart-related electrical modalities, e.g. electrocardiography [ECG]
    • A61B5/333Recording apparatus specially adapted therefor
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61BDIAGNOSIS; SURGERY; IDENTIFICATION
    • A61B5/00Measuring for diagnostic purposes; Identification of persons
    • A61B5/24Detecting, measuring or recording bioelectric or biomagnetic signals of the body or parts thereof
    • A61B5/316Modalities, i.e. specific diagnostic methods
    • A61B5/318Heart-related electrical modalities, e.g. electrocardiography [ECG]
    • A61B5/333Recording apparatus specially adapted therefor
    • A61B5/336Magnetic recording apparatus
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61NELECTROTHERAPY; MAGNETOTHERAPY; RADIATION THERAPY; ULTRASOUND THERAPY
    • A61N1/00Electrotherapy; Circuits therefor
    • A61N1/18Applying electric currents by contact electrodes
    • A61N1/32Applying electric currents by contact electrodes alternating or intermittent currents
    • A61N1/36Applying electric currents by contact electrodes alternating or intermittent currents for stimulation
    • A61N1/362Heart stimulators
    • A61N1/37Monitoring; Protecting
    • A61N1/3702Physiological parameters
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61NELECTROTHERAPY; MAGNETOTHERAPY; RADIATION THERAPY; ULTRASOUND THERAPY
    • A61N1/00Electrotherapy; Circuits therefor
    • A61N1/18Applying electric currents by contact electrodes
    • A61N1/32Applying electric currents by contact electrodes alternating or intermittent currents
    • A61N1/36Applying electric currents by contact electrodes alternating or intermittent currents for stimulation
    • A61N1/372Arrangements in connection with the implantation of stimulators
    • A61N1/37211Means for communicating with stimulators
    • A61N1/37252Details of algorithms or data aspects of communication system, e.g. handshaking, transmitting specific data or segmenting data
    • A61N1/37258Alerting the patient
    • AHUMAN NECESSITIES
    • A61MEDICAL OR VETERINARY SCIENCE; HYGIENE
    • A61NELECTROTHERAPY; MAGNETOTHERAPY; RADIATION THERAPY; ULTRASOUND THERAPY
    • A61N1/00Electrotherapy; Circuits therefor
    • A61N1/18Applying electric currents by contact electrodes
    • A61N1/32Applying electric currents by contact electrodes alternating or intermittent currents
    • A61N1/38Applying electric currents by contact electrodes alternating or intermittent currents for producing shock effects
    • A61N1/39Heart defibrillators
    • A61N1/3925Monitoring; Protecting

Landscapes

  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Biomedical Technology (AREA)
  • Animal Behavior & Ethology (AREA)
  • Public Health (AREA)
  • Veterinary Medicine (AREA)
  • Cardiology (AREA)
  • Nuclear Medicine, Radiotherapy & Molecular Imaging (AREA)
  • Radiology & Medical Imaging (AREA)
  • Heart & Thoracic Surgery (AREA)
  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Biophysics (AREA)
  • Medical Informatics (AREA)
  • Pathology (AREA)
  • Molecular Biology (AREA)
  • Surgery (AREA)
  • Physiology (AREA)
  • Electromagnetism (AREA)
  • Acoustics & Sound (AREA)
  • Electrotherapy Devices (AREA)
  • Measurement And Recording Of Electrical Phenomena And Electrical Characteristics Of The Living Body (AREA)

Description

ί t να 1013
Registrserinrichting met alarmeer- en dienstverzoekstelsels voor een patiënt, welke inrichting kan worden gebruikt met een automatisch werkzame, inplantbars defibrillator.
De uitvinding heeft betrekking op een stelsel en een inrichting, in het bijzonder uitgevoerd om te worden gebruikt met een automatisch werkzame, inplantbare defibrillator voor het bewaken, registreren en opslaan voor daaropvolgend lezen van gegevens met 5 betrekking tot verstoringen in de hartwerkzaamheid. Bovendien zijn het voorgestelde stelsel en de voorgestelde inrichting werkzaam voor het automatisch waarschuwen van de patiënt, dat hartkamerfi-brillatie is waargenomen en dat moet worden getracht te defibrille-ren, zodat passende voorzorgsmaatregelen kunnen worden genomen.
10 Bovendien wordt de patiënt na het defibrilleren op een duidelijke manier gewaarschuwd, dat defibrillatie is opgetreden, en dat zo snel mogelijk een arts moet worden gewaarschuwd.
Een volledig inplantbare en automatisch werkzame defibrillator is reeds vaorgesteld en beschreven in de Nederlandse octrooi-15 aanvrage 71/00469. Deze inplantbare, automatisch werkzame defibril lator spreekt aan op het waarnemen van een slechte hartwerking, b.v. hartkamerfibrillatie, en legt automatisch een of meer defi-hrillatie-impulsen van hoge energie aan het hart. De werking van het hart van de patiënt wordt dus bewaakt door middelen, die onder-20 scheiden tussen een normale en een abnormale hartwerking, waarbij wanneer een abnormale toestand wordt waargenomen, d.w.z. wanneer fibrillatie optreedt, een opslagcondensator in de defibrillator tot een hoog spanningsniveau wordt geladen, en vervolgens wordt ontladen als een defibrillatie-impuls, gelegd aan het hart van de pa-25 tiënt, tenzij het hart zijn normale werking binnen een vooraf geko zen tijdsverloop weer begint. Indien de eerste defibrillatie-impuls faalt in het naar de normale werking terugbrengen van het hart , van de patiënt, zijn maatregelen getroffen voor het automatisch 8005268 - .2 - aanleggen van een aantal aanvullende defibrillatie-impulsen.
Zoals gezegd is de onderhavige voorgestelde registreerinrich-ting bestemd om te worden gebruikt met een ingeplante, automatisch werkzame defibrillator, b.v. voor het bewaken van de ECG-gegevens 5 van de patiënt teneinde een registratie te verschaffen van de toe stand, die in eerste instantie het activeren van de defibrillator veroorzaakte en het leggen van een of meer defibrillatie-impulsen aan het hart van de patiënt. Deze geregistreerde informatie helpt de arts van de patiënt in belangrijke mate bij het stellen van een 10 diagnose over de hartmoeilijkheden van de patiënt.
Overeenkomstig de uitvinding registreert de voorgestelde re-gistreerinrichting bovendien ECG-gegevens gedurende de defibrilla-tiepoging, en dient deze dus voor het toetsen van de werking van de ingeplante defibrillator alsmede van de respons van de patiënt. 15 De voorgestelde registreerinrichting is ontworpen om het bij op dracht door de arts van de patiënt uitlezen mogelijk te maken, b.v. wanneer de patiënt de arts in zijn bureau bezoekt of een ziekenhuis of ander medisch centrum.
Overeenkomstig de uitvinding wordt tevens voorgesteld dat 20 een afzonderlijke alarminrichting in aanspreking op het waarnemen dat fibrillatie is opgetreden, de patiënt voorziet van een juiste vroegtijdige waarschuwing of alarm, zodat de patiënt passende voor-zorgsstappen kan nemen voor het tot een minimum beperken van de gevaren, samenhangende met hartkamerfibrillatie. Wanneer een pati-25 ent hartkamerfibrillatie ondervindt, volgt meer in het bijzonder een bewusteloze toestand gewoonlijk ergens tussen de 5 en 15 seconden volgende op het begin van het fibrilleren als gevolg van een zuurstofgebrek naar de hersenen. Indien derhalve de patiënt gewikkeld is in een bezigheid, zoals het besturen van een automobiel 30 of het staan, is het wanneer het begin van het fibrilleren optreedt, gebiedend dat een waarschuwing wordt gegeven van de op handen zijnde bewusteloosheid, zodat passende actie kan worden ondernomen door de patiënt voor het verminderen van de mogelijkheid, dat hij zichzelf letsel toebrengt wanneer hij bewusteloos wordt. Overeenkomstig 35 de uitvinding bevat het voorgestelde stelsel bovendien voorzienin- 8005268 é t - 3 - gen voor het aan de patiënt verschaffen van een dienstverzoekwaar-schuwing volgende op een met goed gevolg plaats gevonden hebbende defibrillatie, aangevende dat een hartabnormal!teit en een daaropvolgende defibrillatie zijn opgetreden, zodat de patiënt zo snel 5 mogelijk zijn arts bezoekt voor onderzoek.
Met het oog op de voorgaande bespreking is een doel van de uitvinding het verschaffen van een registreerstelsel/inrichting, die kan worden gebruikt in samenhang met een inplantbare, automatisch werkzame defibrillator voor het verschaffen van een betrouw-10 bare registratie van de ECG-gegevens van de patiënt zowel direct voorafgaande aan als gedurende een fibrillatie-episode (defibrilla-tiepogingvolgorde].
Een ander doel van de uitvinding is het verschaffen van een alarminrichting, waarin een waarschuw-maatregel is opgenomen voor 15 de patiënt, waardoor de patiënt wordt gewaarschuwd voor het begin van een hartabnormaliteit b.v. hartkamerfibrillatie, en voor een op handen zijnde defibrillatiepoging, en tevens door middel van een dienstverzoekwaarschuwing volgende op een met goed gevolg plaats gevonden hebbende defibrillatie gewaarschuwd, dat zo snel als prak-20 tisch mogelijk medische aandacht moet worden verkregen.
Een verder doel van de uitvinding is het verschaffen van een registreerinrichting, die ontvankelijk is voor microminiaturisatie door het gebruik van een digitale logische schakeling met lage ener-gie-eisen, en derhalve, indien gewenst, aanpasbaar voor inplanting 25 samen met de automatisch werkzame defibrillator.
Nog een verder doel van de uitvinding is het verschaffen van een door de patiënt gedragen registreerinrichting, die bij opdracht kan worden uitgelezen gedurende een bezoek aan het kantoor van de arts teneinde het de arts mogelijk te maken de ECG-gegevens van de 30 patiënt, overeenkomende met de hartwerkzaamheid, die een ingeplante, automatisch werkzame defibrillator deed werken, en eveneens met betrekking tot de hartwerkzaamheid, die gedurende de defibrillatiepoging optrad, te analyseren. Dergelijke geregistreerde informatie is zeer waardevol voor de arts bij het stellen van een diagnose van de 35 moeilijkheden van de patiënt teneinde een doeltreffender behandeling 8005268 - 4 - te verschaffen, en helpt de arts tevens (en het technische construe-tiepersoneel, betrokken bij het ontwerpen van een defibrillator] bij het analyseren van de werking van de ingeplante defibrillator.
Weer een ander doel van de door de patiënt gedragen inrich-5 ting is het verschaffen van audio en/of visuele aanduidingen aan de patiënt, die dienen als de patiënt alarm en dienstverzoekwaarschu-wing, die reeds zijn beschreven.
De uitvinding wordt nader toegelicht aan de hand van de tekening, waarin: 10 Fig.l een blokschema is van een uitvoeringsvorm van het onder havige registreerstelsel;
Fig.2 een schematische afbeelding is van de verschillende werktoestanden van de voorgestelde registreerinrichting;
Fig.3 een stuurschema is, dat de gebruikelijke werking toont 15 van de voorgestelde registreerinrichting met inbegrip van de ver schillende werktoestanden, weergegeven in fig.2;
Fig.4 een golfvormgrafiek is, die de gebruikelijke werking toont van een automatisch werkzame, inplantbare defibrillator in aanspreking op het waargenomen fibrilleren van het hart van de pa-20 tiënt; en een bijbehorend ECG-signaal;
Fig.5a - h een gedetailleerd schema vormen van de uitvoeringsvorm van fig.l, waarbij gebruik wordt gemaakt van een digitale logische schakeling;
Fig.6 een stuurschema is, samenhangende met het omzetten van 25 analoge ECG-gegevens in een digitaal gegevensformaat; en
Fig.7 een nauwkeurigheidstabel is, die het opwekken van opeenvolgende stuursignalen, gebruikt bij het multiplexeren van opgeslagen gegevens gedurende het lezen uit de registreerinrichting.
Alvorens te beginnen met een gedetailleerde beschrijving van 30 de constructie en de werking van het voorgestelde registreerstel sel, kan een algemeen begrip van de uitvinding worden verkregen aan de hand van het in fig.2 weergegeven werktoestandschema. Gedurende de tijdsduur tussen bezoeken aan de arts, blijft de registreer-inriebting wanneer nog geen fibrillatie-episode is opgetreden, in 35 de afgebeelde BEWAAK-toestand. In deze toestand wordt een klein, 8005268 Λ 4 - 5 - bepaald gedeelte Caangeduid als "voorloper”) van het registreer-inrichtinggeheugen gebruiKt voor het bewaren van een 10 seconden-registratie met normale ECG-gegevens ter referentie en vergelijking.
De hoeveelheid zodoende geregistreerde ECG-gegevens kan natuurlijk 5 langer of korter zijn dan 10 seconden. Nieuwe gegevens worden onaf gebroken geschreven in dit ”voorloper"-geheugengedeelte, zodat de laatste (gewoonlijk) 10 seconden-tijdsduur van de ECG-informatie op elk willekeurig moment in het registreerinrichtinggeheugen aanwezig is. Wanneer de voorgestelde registreerinrichting wordt ge-10 bruikt in combinatie met een automatisch werkzame, inplantbare de fibrillator, wordt het ECG-gegevenssignaal van de patiënt, dat door de registreerinrichting wordt bewaakt, gelijktijdig als ingang gelegd aan de defibrillator.
Indien een fibrillatietoestand optreedt, wordt een schok-15 vporlopersignaal (b.v. ontstaan in de inplantbare defibrillator) ontvangen door het voorgestelde registreerstelsel, waardoor dit wordt geschakeld vanuit de BEWAAK.-toestand naar de EERSTE EPISODE^ OPSLAG-toestand. Op dit punt gebeuren twee dingen, t.w. een "alarm”-signaal wordt opgewekt (zie fig.3) om de patiënt te waarschuwen, 20 dat een hartabnormaliteit is opgetreden en dat een defibrillatie- impuls of -schok of een stel schokken op het punt staat op te treden, en een onafgebroken registreren van ECG-gegevens wordt begonnen in het overige grotere gedeelte van het geheugen (b.v. 70 seconden), dat niet wordt gebruikt voor het opslaan van voorlopergege-25 vens. Dit bewaart de volgende 70 seconden (of meer of minder tijd) van de ECG-gegevens, die de totale defibrillatiepoging omvatten, d.w.z. de tijdsduur, nodig voor het maximum aantal impulsen, vervat in een defibrillatiepoging of een volgorde van pogingen. Geen gegevens kunnen meer worden opgeslagen in het voorlopergeheugen ge-30 deelte wanneer eenmaal een fibrillatiewaarneming is opgetreden, zo dat het totale geheugen dan 80 seconden met ECG-gegevens bevat, hetgeen zowel de tijdsduur (gewoonlijk 10 seconden) vlak voorafgaande aan het begin van het fibrilleren als de tijdsduur (gewoanlijk 70 seconden) van de fibrillatie/defibrillatlepogingvolgorde, dekt.
35 Wanneer het geheugen van de registreerinrichting eenmaal is 8005268 - 6 - gevuld met gegevens van deze eerste fibrillatie/defibrillatie-epi-sode, gaat de registreerinrichting in een HOUD-toestand. Het verder schrijven van ECG-gegevens in het geheugen is uitgesloten, waarbij een "dienstverzoek"-waarschuwing of -stimulatie wordt opgewekt 5 teneinde de patiënt aan te sporen zijn arts te bezoeken. Deze "dienstverzoek”-waarschuwing, die een eigenschap heeft, die onderscheidend is van het "alarm"-signaal, zoals hiervoor vermeld, wordt bij voorkeur met regelmatige tussenpozen herhaald (b.v. elke 45 minuten) totdat het bezoek aan de arts is afgelegd. Indien volgende 10 fibrillatie-episoden optreden gedurende de HOUD-toestand, wordt in een andere registreerschakeling een registratie aangehouden van zowel het aantal episoden als het aantal defibrillatie-impulsschokken, dat in aanspreking daarop wordt aangelegd. Een tijd-lijnweergeving van de hiervoor besproken drie toestanden is in de bovenste helft 15 van fig.3 gegeven.
In het kantoor van de arts zijn maatregelen getroffen, b.v. door middel van een magnetische uitleesopdracht- of stuurspoel, die over de ingeplante defibrillator/registreerinrichting wordt geplaatst, zodat de arts een "uitleesopdracht" kan mededelen aan b.v. 20 een magnetische schakelaar, vervat in de registreerinrichting. Dit plaatst de registreerinrichting in zijn afgebeelde VOORBEREIDING VDOR LEZEN-toestand, een 70 seconden tussenpoos [zie onderste gedeelte van fig.3), gedurende welke de registreerinrichting een be-ginblokimpulsen [alle nullen) uitzendt teneinde het een uitwendige 25 ontvanger mogelijk te maken te synchroniseren met de kloksnelheid van de registreerinrichting. Tegen het einde van deze volgorde wordt tevens een beeldsynchronisatie-modulatiepatroon ontwikkeld voor het markeren van het begin van werkelijke gegevens.
Dp dit punt wordt de registreerinrichting geschakeld naar 30 een van twee LEES-toestanden. Gewoonlijk, d.w.z. dat meer dan een vooraf gekozen tijdsverloop (b.v. 10 minuten) is verlopen sinds de laatste poging voor het lezen van gegevens uit de registreerinrichting, is dit de LATE LEES-toestand, waarbij de VROEGE LEES-toestand samenhangt met het uitlezen van volgorden met minder dan 35 10 minuten ertussen. Wanneer een LEES-toestand is binnengegaan, 8005268 Ί * - 7 - leest de registreerinrichting alle gegevens althans tweemaal uit CAO seconden per uitlezing} teneinde het de ontvangende uitrusting van de arts mogelijk te maken de integriteit van de gegevens te toetsen, b.v. zelfs indien de magnetische opdrachtspoel direct na-5 dat de magnetische leesopdrachtschakelaar is bediend, wordt verwij- derd. In dit geval doet het voltooien van het tweede uitlezen alle gebeurtenissentellers in de registreerinrichting terugstellen, zoals hierna wordt beschreven, waarbij de registreerinrichting teruggaat naar de BEWAAK-toestand. Indien meer dan twee uitlezingen wen-10 selijk zijn, wordt de uitleesopdrachtspoel op zijn plaats gelaten totdat alle gewenste informatie is ontvangen. Wanneer het uitlees-opdrachtmiddel tenslotte wordt verwijderd, verandert de registreerinrichting onmiddellijk naar de BEWAAK-toestand en worden alle inwendige tellers teruggesteld. Het uitleessturen voor de zojuist be-15 schreven volgorde is weergegeven in de onderste helft van fig.3.
Zelfs indien geen fibrillatie-episoden zijn opgetreden, kan een routinebezoek aan de arts worden gebruikt voor het toetsen van de voorgestelde registreerinrichting en de bijbehorende inplantbare defibrillator. In dit geval doet het over de inrichting plaatsen 20 van de uitleesopdrachtspoel, de registreerinrichting veranderen
van de BEWAAK-toestand naar de OPSLAG VOOR LEZEN-toestand, waarbij de werking soortgelijk is aan de EERSTE EPISODE-OPSLAG-toestand in de zin, dat de ECG-gegevens van de patiënt dan worden opgeslagen in het grotere of hoofdgedeelte van het geheugen gedurende een tijds-25 duur van 70 seconden. Deze toestand lijkt echter tevens op de VOOR
BEREIDING VOOR LEZEN-toestand, omdat hij een impulsstroom van nullen verschaft, die wordt uitgezonden naar de uitwendige ontvanger voor synchronisatiedoeleinden. Aan het einde van deze 70 seconden opslag/voorbereidingswerking gaat de registreerinrichting in de 30 LATE LEES-toestand, en zendt hij gegevens uit, zoals hiervoor be schreven. Het uitzenden van een minimum van twee uitleeskringlopen verdient weer de voorkeur.
Aanvullend toetsen kan warden uitgevoerd door de arts van de patiënt hetgeen de afgebeelde VROEGE LEES-toestand meebrengt van 35 de voorgestelde ECG-registreerinrichting. Meer in het bijzonder gaat 8005268 - a - de registreerinrichting van de BEWAAK- en OPSLAG VOOR LEZEN-toestanden naar de VROEGE LEES-toestand indien een leesopdracht op gang wordt gebracht binnen 10 minuten vanaf het moment, dat de registreerinrichting zijn BEWAAK-toestand ingaat, waardoor de arts dus 5 een aanvullende uitlezing Kan verkrijgen van het normale ECG Kort na een van de hiervoor beschreven uitleesvolgorden. Het is in deze VROEGE LEES-toestand eveneens mogelijk een toetsvolgorde te ontwikkelen van "alarm" en "dienstverzoek” signalen teneinde de patiënt vertrouwd te maken met hun eigenschappen of hem daaraan te herinne-10 ren. Indien dus b.v. de uitleesopdrachtspoel op zijn plaats wordt gezet en dan kort daarna wordt verwijderd, worden twee uitleeskring-lopen uitgezonden, waarbij een " a'larm"-signaal, gevolgd door een ”dienstverzaek”-signaal wordt opgewekt. Indien alleen een ECG-regi-stratie gewenst is, sluit het langer op zijn plaats laten van de 15 uitleesspoel dan de tijdspanne van twee uitlezingen, het opwekken uit van de alarm- en dienstverzoeksignalen voor de patiënt. Het is voor een deskundige duidelijk, dat de "alarm”- en "dienstverzoek"-signalen verschillende vormen kunnen hebben, b.v. een hoorbaar alarm wanneer de gehele inrichting uitwendig is of (zoals in de 20 voorkeursuitvoeringsvormj een milde onderhuidse elektrische stimu latie, die een kriebelgevoel produceert, dat gemakkelijk kan worden waargenomen door de patiënt.
Een gegeneraliseerd blokschema van een inplantbare uitvoeringsvorm van het voorgestelde registreerstelsel is weergegeven in 25 fig.l, en bevat een kristaloscillator 10 van een gebruikelijk ont werp, die stabiele klokimpulsen verschaft, b.v. op 12,9 kHz, voor de later te beschrijven tijdstuurketen- en logische stuurwerkingen (vertegenwoordigd door het blok 11). Gelijkstroomingangenergie op de gewenste spanning wordt geleverd via een spanningsregelaar 12 30 vanaf een aangepaste batterijbron b.v. (niet weergegeven), die bij voorkeur opnieuw kan worden geladen wanneer het voorgestelde registreerstelsel is bestemd voor ingeplant gebruik.
Het voorgestelde registreerstelsel is werkzaam verbonden voor het ontvangen en bewaken van de analoge ECG-golfvorm van de pa-35 tiënt en het bij 13 omzetten daarvan in een passend digitaal for- 8005268 - 9 - maat met een aantal bits. In een praktische toepassing b.v. zet de analoog/digitaalomzetter 13 de analoge ECG-ingangsgegevens om in een 6 bits-code. Deze digitale ECG-gegevens worden dan opgeslagen in het geheugen 14. Teneinde de gemiddelde energieverspilling 5 te verminderen wordt tevens de energie naar de analoog/digitaal omzetter 13 bij voorkeur alleen ingeschakeld gedurende de tijd, dat een ECG-gegevensmonster wordt omgezet en opgeslagen in het geheugen 14. Alle andere ketens kunnen onafgebroken worden voorzien van energie.
10 Zoals aangegeven in fig.l bevat het voorgestelde registreer- stelsel tevens verschillende tellerketens voor het nagaan van het optreden van gekozen gebeurtenissen, d.w.z. dat een episode- of gebeurtenissenteller 15 een registratie bijhoudt van het aantal fibrillatiegebeurtenissen, dat tussen uitlezingen is waargenomen, 15 dat een schokteller 16 het totale aantal defibrillatieschokken, aangelegd gedurende hetzelfde tijdsverloop, registreert, dat een tijdsverloop-tot-eersta-fibrillatie-teller 17 de verlopen tijd registreert vanaf de laatste uitlezing tot de eerste fibrillatie-episode, en dat een totaal verlopen tijdteller 18 een maat ver-20 schaft van de tijd, die is verlopen vanaf de laatste uitlezing, en een controle mogelijk maakt van de betrouwbaarheid van de stuur-keten in de registreerinrichting. De details van deze tellereenhe-den worden hierna beschreven.
Een inrichtingsidentificatiegetal CID)-generator 19 is even-25 sens opgenomen voor het gedurende het uitlezen in de gegevensstroom plaatsen van een vast patroonaanhangsel om te helpen bij een daaropvolgend registreren. De multiplexeerketen 20 regelt de inhoud van het geheugen 14 en de verschillende tellers 15 - 18, alsmede het ID-aanhangsel, tot een uitgangsgegevensstroom in serievorm, die 30 wordt gelegd aan een modulator/zendereenheid 21, waar de gegevens zodanig worden gecodeerd, dat zij kunnen worden teruggewonnen door de afgebeelde, uitwendige ontvanguitrusting zonder een afzonderlijk kloksignaal te zenden.
De voorgestelde inrichting bevat ook een patiëntalarmgenera-35 toreenheid 22, die is verbonden met een passende, onderhuidse sti- 8005268 - 10 - mulatiealarmelektrode 23 b.v. of een soortgelijke seininrichting, en die, zoals wordt beschreven, werkzaam is voor het leveren van patiëntwaarschuwingssignalen teneinde de patiënt te waarschuwen, dat fibrillatie optreedt (en dat bewusteloosheid en een defibrilla-5 tiepoglng volgen] en vervolgens dat een met goed gevolg plaats ge vonden hebbende defibrillatie heeft plaatsgevonden, zodat onmiddellijk een bezoek wordt afgelegd bij de arts van de patiënt (d.w.z. de dienstverzoekwaarschuwing].
Zoals opgemerkt, is het voorgestelde registreerstelsel bij-10 zonder geschikt om te worden gebruikt net een automatisch werkzame inplantbare defibrillator, zoals beschreven in de Nederlandse octrooiaanvrage 71/00469, waarbij een opslagcondensator of opslag-condensatoren is of zijn verbonden met een batterij-energiebron via een DC/DC-omzetschakeling. Een waarneemketen, aansprekende op 15 de druk in de hartkamer b.v., of op het ECG-signaal van de patiënt, neemt waar dat het normale hartritme van de patiënt ophoudt bij het begin van het fibrilleren (zie fig.4] en de opslagcondensator begint te laden. Indien de hartwerkzaamheid van de patiënt gedurende meer dan een vooraf gekozen tijdsduur in een fibrillatietoestand blijft, 20 wordt de opslagcondensatorspanning een- of meermalen, indien nodig, ontladen in het hart van de patiënt (zoals in fig.4 aangeduid door de defibrillatie-impuls] voor het terug in zijn normale ritme activeren of stoten van het hart. Overeenkomstig de uitvinding spreekt het voorgestelde registreerstelsel tevens aan op het ECG-signaal 25 van de patiënt, en ontvangt het bovendien een ingang van de defi brillator, welke ingang elk moment aangeeft dat een defibrillatie-impuls of -schok wordt aangelegd.
De details van een uitvoeringsvorm van het voorgestelde registreerstelsel zijn afgebeeld in fig.5a - h en uitgevoerd met een 30 afzonderlijke, digitale logische schakeling. Meer in het bijzonder wordt bij de grondstuurketen voor de afgebeelde uitvoeringsvorm (zie fig.Sh] gebruik gemaakt van een 12,8 kHz grondkloksignaal, opgewekt door de kristaloscillator 10 en gelegd aan een paar in serie geschakelde binaire tellers 30 en 31, welke tellers werkzaam zijn 35 voor het afbreken van de grondklokfrequentie in de verschillende tijdsduur- en logische stuursignalen, gebruikt in de afgebeelde uit- 8005268 - 11 - voeringsvorm. Deze twee tellers 30 en 31 ontvangen tevens een TERUGSTEL-ingang op een leiding 32, zoals hierna wordt beschreven.
Het 12,8 KHz· grondkloksignaal van de oscillator 10 wordt ook gelegd als ingang aan een EN-poort 33, een flip-flopketen 34 5 en een EN-poort 35 (zie fig.5h), die samen werkzaam zijn voor het produceren van A/D START- en A/D KLQK-stuursignalen op leidingen 34a en 34b voor het sturen van de werking van de analoogrnaar-digitaal-omzetterschakeling, weergegeven in fig.5f. Bovendien ontvangt de EN-poort 35 een ingang van de eerste drie trappen van de 10 tellereenheid 30, zodat hij dus uitgangsimpulsen produceert met een 3 frequentie van 1,6 kHz, d.w.z. 12,8 kHz t 2 . Op soortgelijke wijze worden de volgende vijf hogere trappen van de teller 30 gelegd aan een EN-poort 36 voor het opwekken van een poortimpuls met een energie van 50 Hz aan de uitgangsleiding 36a, die voert naar fig.Sf 15 en werkzaam is voor het inschakelen van de A/D-omzetterschakeling voor het digitaliseren van de analoge ECG (ingang op de leiding 37 in fig,5f) op een frequentie van 50 Hz, waarbij elke energiepoort-impuls in breedte 640 ms is (zie fig.6). Het analoge ECG-signaal wordt m.a.w. per seconde 50-maal getoetst, waarbij gedurende elke 20 640 ms toetstussenpoos, de A/D-omzetterschakeling van fig.5f het analoge ECG-signaal op de leiding 37 omzet in een overeenkomstige 6 bits-digitale code (leidingen DO - D5 in fig.5f).
Meer in het bijzonder wordt het energiepoortsignaal, opgewekt op de leiding 36a in fig.Sh, als een stuuringang gelegd aan 25 een opvolgend benaderingsregister 38 van een gebruikelijk ontwerp, die vooraf kan worden ingesteld op de helft van een vooraf bepaald referentiespanningsniveau. Als gevolg hiervan kan het opvolgende benaderingsregister 38 alleen gedurende de energiepoortimpuls werkzaam zijn voor het uitvoeren van het A/D-omzetten van het analoge 30 ECG-ingangssignaal. Dienovereenkomstig wordt een willekeurige be langrijke energieaftap, vertegenwoordigd door de A/D-omzetterschakeling, gedwongen alleen te bestaan wanneer absoluut noodzakelijk, d.w.z. wanneer het ECG-signaal wordt omgezet in digitale vorm. Het register 38 ontvangt als ingang tevens het A/D KLOK-signaal op de 35 leiding 34b, welk signaal wordt opgewekt door de EN-poort 33 in 8005268 - 12 - fig.5h met de 12,8 KHz grondKlokfrequentie, door het verbinden van het grondkloksignaal en de uitgang van een F/F-keten 34 als ingangen daaraan. Het A/D START-signaal op de leiding 34a wordt geleverd aan het opvolgende benaderingsregister 38 van fig.5f in de 5 vorm van een positieve impuls, opgewekt door de F/F-keten 34 Czie fig.5h] in aanspreking op het tijdstuurgrondkloksignaal en de niet-geïnverteerde uitgang van de energiepoort EN-keten 36.
Het A/D START-signaal op de leiding 34a wordt in flg.5f ook gelegd aan een multiplexeerketen 39 samen met het analoge ECG-sig-10 naai 37, b.v. ontvangen van dezelfde waarneem- en impulselektrode, gebruikt door de ingeplante defibrillator. De multiplexeereenheid 39 is samen met de condensator 40 werkzaam als een toets- en houd-keten, verbonden met de negatieve (-) ingang van een vergelijker-keten 41. De positieve (+) zijde van de vergelijker 41 is via de 15 weerstand 42 verbonden met een zijde van een weerstandladdernet- werk 43, dat samen met een versterkerketen 44 werkzaam is voor het uitvoeren van het D/A omzetten op de uitgang van het opvolgende benaderingsregister 38, zodat dit bij de vergelijker 41 kan worden vergeleken met de analoge ECG-ingang op de leiding 37. Overeenkom-20 stig het aanlegregister 38 wordt meer in het bijzonder het analoge ECG-ingangssignaal 37 in volgorde vergeleken met een veranderlijk referentiespanningsniveau van het weerstandsnetwerk 43, waarbij het register 38 b.v. in eerste instantie (gedurende de bitpositie D5] is ingesteld teneinde de helft van een maximum referentiespanning 25 van de weerstandsladder 43 bij 41 te doen vergelijken met het ana loge ECG-ingangssignaal, en afhankelijk van de uitgang van de vergelijker 41 de bitpositie (D5) op een binaire 1 of 0 wordt ingesteld. Gedurende de volgende bitpositie (D4) wordt de referentiespanning, gebruikt gedurende de eerste stap, met de helft verhoogd of ver-30 laagd en wordt een tweede vergelijkingsstap gemaakt. Deze bewerking wordt herhaald voor de volgende bits D3, D2, enz., totdat de uiteindelijke binaire uitgangscode van het register 38 (weergegeven als een 6 bits-digitale code op de leidingen DO - D5) een opeenvolgende benadering vertegenwoordigt van het analoge ECG-ingangssignaal.
35 . Deze digitale 6 bits-ECG-code wordt dan volgens de leiding 8005268 - 13 - 45 gelegd aan het geheugengedeelte 14 van de gedetailleerd in fig.
5b weergegeven registreerinrichting. Meer in het bijzonder omvat het afgebeelde geheugen zes vrij toegankelijke geheugens [RAM), aangeduid bij 46a - 46f in fig.5b, waarbij het meest significante 5 bit (D5) wordt gelegd aan de RAM 46a en het minst significante bit CDO) wordt gelegd aan de RAM 46f. In een praktische toepassing van het voorgestelde registreerstelsel omvat elke RAM een geheugen, dat één bit breed is en 4K bits diep, d.w.z. dat slechts een enkele bitpositie van de digitale ECG-code is toegewezen aan elke RAM-10 trap. Zoals eveneens afgebeeld in fig.5b, wordt het A/D START- signaal als een openend signaal gelegd aan de RAM-trappen, zodat de digitale ECG-code wordt opgeslagen in het geheugen aan de achterste rand van het A/D-START-impulssignaal [zie fig.6).
Een RAM-adresseerteller 47 is verschaft voor het sturen van 15 zowel het opslaan als uitlezen van de digitale ECG-code. Het op slaan vindt plaats in de lagere hoofdniveaus van het RAM-geheugen in fig.5b, overeenkomende met 70 seconden van ECG-gegevens, die een defibrillatiepoging omvatten of in de overige bovenste RAM-geheugenniveaus, die overeenkomen met een 10 seconden tussenpoos 20 en die zijn gereserveerd voor het opslaan van bijgewerkte ECG-gege vens direct volgende op het begin van het fibrilleren. Meer in het bijzonder wordt het bovenste 10 seconden gedeelte van het geheugen geadresseerd zo lang de registreerinrichting zich in zijn BEWAAK-toestand bevindt (zie fig.2), d.w.z. dat de drie OF-poortketens 25 48, 49 en 50 in fig.5b aanspreken op het BEWAAK-stuurspanningsni- veau op de leiding 51, en een binaire één op de adresleidingen A9, AIO en All (MSB) dwingen de RAM’s in hun bovenste (10 seconden) ap-slagtoestand te houden wanneer de registreerinrichting zich in zijn BEWAAK-toestand bevindt. Als gevolg circuleert de RAM-adrestelier 30 47 de RAM's 46a - 46f onafgebroken door hun bovenste 1/8 gedeelte voor het verschaffen van de recentelijkste 10 seconden van de ECG-gegevens voorafgaande aan het begin van het fibrilleren. Wanneer echter het stuursignaal op de leiding 51 hoog gaat (om aan te geven dat de registreerinrichting vanuit zijn BEWAAK-toestand is bediend) 35 worden de 0F-poorten 48, 49 en 50 vrijgemaakt om aan te spreken op 8005268 - 14 - de teller 57 en de volgende optredende ECG-gegevens In de overige onderste 7/8 te schrijven van het geheugen, overeenKomende met 70 seconden van ECG-gegevens, die een fibrillatie/defibrillatiepoging-volgorde omvatten, zoals wordt beschreven.
5 Verwijzende naar fig.5g en de tijdsduur-stuurschakeling, wordt besturing van de werktoestand van de afgebeelde registreer-inrichtingsuitvoering verschaft door drie flip-flopketens 52, 53 en 54 en terugkoppelstuurpoorten 55, 56, 57, 58 en 59. De zeven uitgangstoestanden, overeenkomende met de nomenclatuur van fig.2, 10 worden dus afgebakend of uitgelezen van de toestandstuurflip-flops 52, 53 en 54, zoals aangeduid op de uitgangsleidingen MON, IES, HLD, LRD, ERD, PRS en PRP van de decodeerketens 60 en 61. De toestandstuurflip-flops 52, 53 en 54 worden op hun beurt gestuurd door een flip-flopketen 62 met klokwerking in aanspreking op de 15 grondklokingang van fig.Sh op de leiding 10a, een met de hand te rug te stellen ingang op de leiding 63 en de uitgang van de EN-. poort 64 in fig.5g, zoals thans wordt beschreven.
Wanneer het voorgestelde registreerstelsel zich bij wijze van voorbeeld in zijn BEWAAK-toestand bevindt (zie fig.2), waarin 20 het stelsel toetst, A/D omzet en de analoge ECG-ingang opslaat in het bovenste 1/8 van het RAM-geheugen, zoals hiervoor besproken in samenhang met fig.5b, produceert de inverteerketen 65 in fig.5g, een laag stuursignaalniveau op de leiding 51, die zich uitstrekt naar fig.Sb voor het zodoende via de drie OF-poorten 48, 49 en 50 25 het aangewezen voorlopergedeelte te adresseren van de RAM's 46a - 46f. Verwijzende naar de fig.2 en 5h wordt aan het einde van elke A/D-omzettussenpoos, zoals afgebakend door de uitgang van de EN-poort 36 in fig.Sh, de RAM-adresteller 47 op het ritme van de klok gestuurd door de uitgang van de EN-poort 66 via het 1/8 voorloperge-30 deelte van het RAM-geheugen, waardoor dus voortdurend bijgewerkte ECG-gegevens in de opslag worden verschaft. Zoals reeds opgemerkt, is de A/D-toetstussenpoos in fig.2 afgebeeld als 20 ms, overeenkomende met de toetsfrequentie van 50 Hz, d.w.z. dat elke 20 ms een nieuw woord met voorloper ECG-gegevens in het RAM-geheugen wordt ge-35 voerd. Hierbij moet ook worden opgemerkt, dat de RAM’s 46a - 46f 8005268 - 15 - en de adrestaller 47 eenheden zijn die warden geactiveerd door de achterste rand, zodat elK ECG-gegevenswoord in het geheugen wordt opgeslagen bij de achterste rand van het A/D START-signaal op de leiding 34a Czie fig.2], waarbij de RAM-adresteller 47 wordt ver-5 meerderd bij de achterste rand van het VOORUITSCHUIF-signaal op de leiding 36a. Het opslaan of schrijven van de digitale ECG-gegevens in het geheugen 46a - 46f is afhankelijk van het laag zijn van het SCHRIJF-signaal op de leiding 67a, hetgeen plaatsvindt wanneer de OFrpoart 67 in fig.5g is geopend door de MON Cd.w.z. BEWAAK]-uit-10 gang van de F/F-toestandsdecodeerketen 61.
Weer verwijzende naar fig.Sh stelt de teller 70 met de afgeheelde registreerinrichting in zijn BEWAAK-toestand, zoals zojuist beschreven! gewoonlijk een vooraf gestelde tellingtoestand in, waarbij de uitgangsleiding 71 zich in een hoge signaaltoestand bevindt. 15 Wanneer fibrillatie wordt waargenomen, b.v. door de automatisch werkzame, inplantbare defibrillator, die hiervoor is besproken, wordt een SCHOKVOGRLQPER-signaal ontvangen van de eenheid op de leiding 72 in fig.5h Czie eveneens fig.l], dat de teller 70 terugstelt, zodat de uitgangsleiding 71 dan teruggaat naar een lage sig-20 naaitoestand Chet EPISODE-uitgangssignaal op de leiding 73a van de inverteerketen 73 gaat hoog], en de poort 74 werkzaam wordt gemaakt voor het leggen van klokimpulsen van de klokverdeelketen 30 aan de teller 70 met een frequentie, die de teller 70 bedient voor het terugbrengen naar zijn vooraf ingestelde tellingtoestand in ongeveer 25 40 seconden, d.w.z. dat het hoge signaalniveau op de leiding 73a en het bijbehorende lage signaalniveau op de leiding 71 gedurende ongeveer 40 seconden aanwezig zijn volgende op een eerste optreden van fibrillatie en de ontvangst van een schokvoorlopersignaal op de leiding 72, 30 Thans verwijzende naar de fig.2 en 3, bedient dit schokvoor lopersignaal het registreerstelsel naar zijn EERSTE EPISODE OPSLAG CIES]-toestand. Wanneer de teller 70 in fig.5h vanuit zijn gebruikelijke vooraf ingestelde tellingtoestand is teruggesteld, wordt meer in het bijzonder de flip-flopketen, gevormd door de onderling 35 verbonden 0F-poorten 75 en 76, geactiveerd voor het produceren van 8005268 - 16 - een hoog signaalniveau op de leiding 76a en een laag signaalniveau op de uitgangsleiding 75a. Het signaalniveau op de leiding 76a wordt gelegd aan de·OF-poort 77 in fig.Sg voor het openen van de EN-poort 80 voor het leggen van klokimpulsen van de leiding 79a 5 (met de 50 Hz frequentie en verschijnende aan het einde van de latente A/D-omzettussenpoos) aan de tellereenheid 81. Wanneer vervolgens de teller 81 zijn teltoestand bereikt, waarin de uitgangsleiding 81a wordt geopend, opent de OF-poort 82 de EN-poort 64 en activeert hij de F/F-keten 62, die met het ritme van de klok de 10 · toestandsflip-flopketens 52, 53 en 54 stuurt, d.w.z. dat de toe- standsflip-flops 52, 53 en 54 dan één telling vooruit worden geschoven vanuit de BEWAAK.-toestand naar de EERSTE EPISODE 0PSLAG-toestand (zie fig.2).
Op. dat moment wordt de IES-uitgang van de decodeerkèten 61 15 gelegd aan de GF-poort 67 voor het weer produceren van een laag sig naalniveau op de leiding 67a, die voert naar fig.Sb, en de schrijf-besturing omvat voor het RAM-geheugen. Dit plaatst de RAM’s in een toestand voor het registreren van een digitale ECG-gedurende een 70 seconden tussenpoos, die de defibrillatiepoging omvat. Zoals 20 hiervoor besproken worden de ECG-gegevens getoetst en gedigitali seerd met een 50 Hz frequentie onder besturing van het A/D START-signaal, verschijnende op de leiding 34a tussen de fig.Sh en 5f, d.w.z. dat eenmaal gedurende elke 20 ms het analoge ECG-signaal wordt omgezet in een digitaal woord, waarvan de afzonderlijke bits 25 worden gelegd aan een bijbehorende RAM 46a, b, enz., van het geheu gen, en in volgorde vooruit worden geschoven door het 70 seconden hoofd (b.v. onderste) gedeelte van het geheugen wanneer de binaire adresteller 47 met het ritme van de klok wordt gestuurd door het signaal op de leiding 66a.
30 Het begin van het fibrilleren vindt natuurlijk op een wille keurig tijdstip tijdens het in nummervolgorde brengen van het voor-lopergeheugen plaats. Teneinde dit op te nemen levert de in fig.5g weergegeven schakeling, die de inverteerketen 83 en de OF-poort 84 omvat, verbonden met de uitgang van de teller 81, twee markeersigna-35 len op de leidingen 83a en 84a aan de multiplexeerketen 38 in fig.Sf 8005268 - 17 - voor hetanaloge ECG-signaal, en brengt hij een vooraf bepaalde mar-Keercode aan in het voorlopergeheugengedeelte, welKe code de plaats markeert (in- het geheugen] waar het begin van de eerste fi-brillatie-episode optreedt. Deze markeercode maakt een juiste -uit-5 leesvolgorde mogelijk voor de 10 seconden van de voorloper ECG- gegevens uit de opslag.
De afgebeelde uitvoeringsvorm van het registreerstelsel bevat een patiëntalarmgeneratoreenheid 22, in fig.Se, waarvan het doel bestaat uit het verschaffen van duidelijke signalen, die zowel 10 de patiënt waarschuwen wanneer fibrillatie is waargenomen (een "alarm"] en de patiënt adviseert medische aandacht te vragen volgende op de defibrillatievolgorde (een "dienstverzoek"]. Meer in het bijzonder omvatten de patiëntalarm- en dienstverzoekstelsels EN-poorten 90 en 91 voor het resp. kiezen tussen de patiëntalarm- en 15 dienstverzoektoestanden, waarbij de patiënt duidelijke signaalaan- wijzingen of prikkels ontvangt, bv. als twee duidelijke formaten prikkelstroom, onderhuids aangelegd voor het veroorzaken van een zacht prikkelend gevoel en/of duidelijke hoorbare waarschuwingen en/of temperatuurveranderingen en/of mechanische bewegingen, enz.
20 Meer in het bijzonder wordt de EN-poort 90 geopend door de gewoonlijk hoge uitgang van de EN-poort 94 (waarvan de werking hierna wordt beschreven in samenhang met het trainen van de patiënt], de uitgang van de EN-poort 92, die is verbonden met gekozen trappen van de klokteller 30 (fig.5hJ voor het zodoende produceren van lage 25 uitgangsimpulsniveaus, die in tijd op onderlinge afstanden liggen van 40 ms, en de uitgang van de teller 70 (fig.5h), die, zoals hiervoor beschreven, een laag signaalniveau produceert op de leiding 71 bij het waarnemen van een fibrillatietoestand. Wanneer de poort 90 door deze drie ingangen is geopend, legt de 0F-poort 95 een ononder-30 broken reeks impulsen (op onderlinge afstanden van 40 ms] aan een onderhuidse prikkelelektrode 23, die b.v. onderhuids is aangebracht voor het verschaffen van een duidelijke prikkeling met een tussenpoos van 40 seconden aan de patiënt (zie fig.3], aangevende dat fibrillatie is waargenomen en dat een defibrillatievolgorde op het 35 punt staat te beginnen. Deze vorm van onderhuidse elektrische prik- 8005268 - 18 - keling waarschuwt de patiënt voor het feit, dat bewusteloosheid op het punt staat .op te treden als gevolg van het fibrilleren, en dat passende voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen, b.v. In-dien de patiënt op dat moment een voertuig bestuurt of zich in een 5 andere mogelijk hachelijke situatie bevindt.
Volgende op de met goed gevolg plaats gevonden hebbende de-fibrillatie, wordt op soortgelijke wijze de EN-poort 91 geopend door zijn drie ingangen, weergegeven in fig.5e, voor het door de OF-poort 95 elke 45 minuten aan de patiënt doen aanleggen van twee 10 impulsen Celk ongeveer 1,3 seconde in duur en op onderlinge afstan den van 10 seconden], d.w.z. een "dienstverzoek" totdat de patiënt medische aandacht vraagt. De drie ingangen naar de EN-poort 91 zijn dus de op onderlinge afstanden van 40 ms liggende impulsen van de EN-poort 92, de 1,3 seconde brede impulsen op onderlinge afstanden 15 van 10 seconden van de EN-poort 93a, verbonden met de teller 30
Cfig,5h], en de uitgang van de EN-poort 93, die is verbonden met de teller 31 voor het zodoende produceren van één uitgangsimpuls voor elke 45 minuten.
Zoals reeds opgemerkt, wordt de teller 71 telkens wanneer 20 een schokvoorlopersignaal wordt ontvangen van de ingeplante defi brillator op de leiding 72 in fig.5h, teruggesteld voor het opwekken van duidelijke uitgangssignaalniveaus op de leidingen 71 en 73a. Het signaal op de leiding 73a wordt aangelegd voor het bedienen van de episodeteller 15 (zie fig.5d] voor het opslaan van het totale 25 aantal fibrillatie-episoden, ondervonden door de patiënt tussen be zoeken aan het bureau van de arts. Telkens wanneer de schokvoorloper op de leiding 72 wordt ontvangen vanaf de inplantbare defibrillator ter voorbereiding van het aanleggen van elke defibrillatie-impuls, vermeerdert deze schokvoorloper tevens de schokteller 16 van fig.5d 30 zodat de arts bij uitlezen in staat is het totale aantal defibrilla- tie-impulsen of -schokken vast te stellen waaraan de patiënt werd onderworpen sinds zijn laatste bezoek.
Zoals reeds opgemerkt, registreert de teller 17 in fig.5d de tijd, verlopen tussen het laatste bezoek van de patiënt aan de 35 arts en het optreden van de eerste fibrillatiegebeurtenis. Wanneer .
dus het signaalniveau op de leiding 75a aan de uitgang van de flip- 8005268 - 19 - flopschakeling 75 - 76 in fig.5h laag gaat, wordt de poort 96 in fig.Sd diohtgedruKt voor het beëindigen van het tellen door de teller 17 door het bloKKeren van ingangsklokimpulsen van de poort 97, die elke 45 minuten optreden in aanspreking op de klokimpulsen, 5 die daaraan worden gelegd volgens de leiding 97a vanaf de tijds- duur/stuurschakeling van fig.5h. Deze 45 minuten klokimpulsen komen als uitgang van de teller 31 en zijn verkregen door het afbreken van het 12,8 kHz grondkloksignaal. Dezelfde 45 minuten klokimpulsen aan de uitgang van de poort 97 worden bij 99 onafgebroken geregi-10 streerd in de teller 18 voor de totaal verlopen tijd voor hst ver schaffen van een registratie van de totale tijd (op grond van de 45 minuten vermeerderingen) tussen de bezoeken van de patiënt aan het kantoor van de arts.
Zoals hiervoor beschreven verschaft het 6-traps RAM-gebeugen 15 46a - 46f, weergegeven in fig.5b, in opslag een digitale vertegen woordiging van de ECG van de patiënt voor zowel de 10 seconden tussenpoos direct volgende op de eerste fibrillatiegebeurtenis als voor de 70 seconden tussenpoos, die de fibrillatie/defibrillatie-volgorde omvat. Wanneer de patiënt vervolgens de arts bezoekt, 20 worden deze ECG-gegevens uit opslag gelezen door de arts teneinde de hartwerkzaamheid van de patiënt te analyseren, die de defibrillator deed werken, alsmede de respons van de patiënt op de defi-brillatiepoging. In het bijzonder wanneer de arts een uitleesvolgorde op gang brengt, b.v. door het bij de ingeplante zenderspoel, 25 weergegeven in fig.l, plaatsen van een uitleesspoel, verschijnt een uxtleesopdracht op de leiding 100 in fig.l en 5g. Dit opdrachtsig-naal wordt bij 101 in fig.5g geïnverteerd en gelegd aan de poort 102 samen met het HLD-signaal, dat verschijnt aan de uitgangen van de toestandsdecodeerketen 61 en de inverteerketen 103 wanneer het 30 registreerstelsel wordt geactiveerd naar zijn HOUD'-toestand (zie de fig.2 en 3) aan het einde van de EERSTE EPISODE OPSLAG (IES)-toestand. Als gevolg hiervan worden de poorten 102, 82 en 64 opeenvolgend geopend (teneinde het de impuls op de leiding 79a mogelijk te maken de flip-flop 62 te openen), waarbij dan de toestandsstuur-35 flip-flops 52, 53 en 54 worden gestuurd (door F/F 62) voor het voor- 8005268 - 20 - uitschuiven vanuit de HOUD-toestand naar de VOORBEREIDING VOOR LEZEN-toestand (zie fig.2), waarin sen signaal verschijnt op de leiding PRP van de decodeerketen 60. Dit PRP-signaal opent de QF-poort 104 in fig.5g, die op zijn beurt een openend signaalniveau 5 (leiding 104a) legt aan de zenderstuurpoortsn 105 en 106 in de modulator/zendereenheid 21 van fig.5a, en het onderhavige stelsel werkzaam maakt voor het beginnen van een communicatievolgorde, gedurende welke de inhoud van het RAM-geheugen Cgedigetaliseerde ECG) en de verschillende gebeurtenissentellers 15 - 18 (alsmede 10 het ID-woord 19 van de patiënt) worden gezonden, zoals wordt be schreven, naar een passende uitwendige uitleesontvanginrichting van een willekeurig gebruikelijk ontwerp, die zich in het kantoor van de arts bevindt.
Zoals weergegeven in fig.l is aangenomen dat het onderhavige 15 registreerstelsel is geplant in de patiënt samen met de automatisch werkzame defibrillator in dezelfde omsluiting of in afzonderlijke omsluitingen. Het ligt voor de hand dat als alternatief het voorgestelde registreerstelsel een door een batterij van energie voorzien pakket kan zijn, dat uitwendig wordt gedragen door de patiënt, 20 indien gewenst. In een dergelijke toepassing worden het analoge ECG-signaal en de defibrillatieschakvoorlopersignalen gekoppeld met de registreerinrichting door een willekeurige passende verbinding, b.v. door inductief opnemen door de huid van de patiënt of door een directe, door de huid lopende, leidingverbindingsklem.
25 Verwijzende naar fig.3 zendt de afgebeelde uitvoeringsvorm van de ingeplante registreerinrichting in eerste instantie gedurende de 70 seconden tussenpoos van de VOORBEREIDING VOOR LEZEN-toestand, een volgorde van binaire nullen uit, hetgeen synchronisatie mogelijk maakt tussen de uitwendige uitleesontvangerinrichting en 30 de inwendige klokfrequentie van de registreerinrichting. Tegen het einde van deze volgorde wordt tevens een beeldsynchronisatiemodula-tiepatroon opgewekt voor het markeren van het begin van reële gegevens. Neer in het bijzonder levert de poort 107 in de tijdsduur/ stuurschakeling van fig.5g telkens wanneer de uitgang van de flip-35 flop 62 een verandering afbakent in de werktoestand van het regi streerstelsel, een VRIJ-signaal op de leiding 107a aan de RAM-adres- 8005268 - 21 - teller 47 in fig.5b. Wanneer dienovereenkomstig de VOORBEREIDING VOOR LEZEN-toestand wordt binnengegaan» begint de teller 47 te herhalen met de 20 ms frequentie, ingesteld door het kloksignaal op , de leiding 66a door de 12 bits-adrescode op de leidingen AO - All.
5 RAM-uitlezing vindt echter niet plaats totdat de toestandsstuur- flip-flops 52, 54 in fig.5g zijn bediend naar de LATE LEES-toestand (zie fig.2).
Omdat de RAM-adresleidingen AO CLSB] - All CNSB3 in volgorde worden gestuurd voor het registreren van de binaire RAM-adrescode, 10 wekken de EN-poorten 106 en 109 Cfig.5a) een paar poortsignalen AG2 en AG3 op, die worden gelegd aan de poort 110 en samen met andere te beschrijven signaalingangen het modulatiepatroon sturen van de informatie, uitgezonden door de eenheid 21. Overeenkomstig gebruikelijke binaire codemodulatietechnieken wordt het modulatie-15 patroon geacht doublets te zijn met twee niveaus opdat samen met de gegevens klokijkpunten in het uitgezonden signaal kunnen worden geplaatst. Het AG2-poortsignaal wordt volgens de leiding 109a tevens gelegd aan de poort 111 in fig.Sc, waarvan de andere ingang is verbonden met de A9-adresleiding, en waarvan de uitgang is ver-20 bonden met de poorten 112 en 113 samen met resp. de A2- en geïnver teerde A2-adressignalen. De uitgang van de poort 111 wordt eveneens gelegd aan de uitschakelende ingang van een multiplexeerketen 114 voer ECG-gegevens.
De uitgangen van de poorten 112 en 113 zijn een paar poort-25 signalen AG1 en AGO, welke signalen worden gelegd aan en het openen sturen van een paar decodeereenheden 115 en 116, welke eenheden de A0- en A1-adresleidingsignalen omzetten of decoderen in een reeks tijdsleuven G0-- G7 voor het uitvoeren van gegevens overeenkomstig de in fig.7 weergegeven nauwkeurigheidstabel. Zoals hierna 30 wordt uiteengezet, sturen de GCf - G7 signalen, opgewekt door de decodeerketens 115/116 het gekozen multiplexeren van de inhoud van de tellers 15'- 18 en de I.D.-generator 19 in een serie-uitgangsge-gevensstroom (leidingen QS in fig.5c3, die door het stelsel wordt uitgezonden. Gedurende de G7-tijdsleuf is tevens het signaalniveau 35 op de leiding 115a werkzaam voor het openen van de poort 106 in fig.5a en het zodoende plaatsen van het vooraf gekozen beeldsynchro- 8005268 -22- nisatiemodulatiepatroon in de seriegegevensstroom voor het markeren van het begin van reële gegevens.
De BO, BI en· B2 klok- of stuursignalen, opgewekt op de leidingen 30a door de frequentiedeelketen 30 in fig.5h, verschaffen 5 een bitkeuzebesturing voor het multiplexeren van alle gegevens op de gegevensleiding QS, d.w.z. dat de BO (LSB), B1 en B2 (MSB) bit-signalen worden gelegd aan en bit voor bit het overbrengen van gege-venssturen bij alk der multiplexeereenheden 114 en 120 - 125, afgeheeld in fig.5c. Wanneer b.v. het registreerstelsel zich in zijn 10 VOORBEREIDING VOOR LEZEN-toestand bevindt, dwingt het hoge SCHRIJF- signaalniveau op de leiding 126a (van de OF-poort 126 in de tijds-duur/stuurschakeling van fig.5g) de uitgangen van de poorten 127 en 128 in fig.5c naar een lage (binaire nul) toestand, zodat alleen het BO-bitskiessignaal werkzaam is voor het afwisselend ver-15 binden van de bovenste twee geaarde ingangsleidingen met de QS-gege- vensleiding. Dit produceert een opeenvolging van binaire nul-uit-gangsgegevensbits op de QS-gegevensleiding gedurende ongeveer de 70 seconden tussenpoos, gedurende welke de multiplexeerketen 114 is geopend door de uitgang van de poort 111 in aanspreking op een 20 in nummervolgorde brengen van de adresteller 47 door de adressen overeenkomende met het merendeel van het onderste of hoofd 7/6 van dit RAM-geheugen. Zoals opgemerkt, wordt deze opeenvolging binaire nullen uitgezonden (zie fig.3) teneinde.het de uitwendige ontvanger-inr&chting mogelijk te maken te worden "gesynchroniseerd" met de 25 uitgang van het registreerstelsel, zoals dit nodig is voor toepas singen, waarbij de registreerinrichting samen met de defibrillator is ingeplant.
Tegen het einde van de 70 seconden tussenpoos is het G7-tijdstuursleufsignaal, opgewekt door de decodeerketen 115 in fig.5c, 30 (gedurende de organisatorische tussenpoos van acht woorden, weerge geven in fig.7) via de poort 106 werkzaam voor het tot stand brengen van het opwekken van het beeldsynchronisatiemodulatiepatroon, dat het einde afbakent van een uitzendbeeld en in dit geval het begin van gegevens.
35 Thans verwijzende naar fig.5g en het in herinnering roepen 8005268 - 23 - dat hst einde van de 70 seconden VOORBEREIDING VOOR LEZEN-tussen-poos, de adresteller 47 op het punt staat in het voorlopergedeelte te gaan van het RAM-geheugen (adresleidingen A9, AIO en All zijn alle een binaire ëén3, wordt de poort 129 geopend door de adreslei-5 ding A9, AÏO en All en de uitgang van de OF-poort 130. Als gevolg hiervan wordt de OF-poort 82 geopend zodat de volgende klokimpuls op de leiding 79a wordt gepasseerd door de poort 64 en de flipflop 62 instelt voor het vooruitschoven van de toestandsstuurflip-flops 52, 53 en 54 naar de LATE LEES-toestand (zie fig.2.}, waarin 10 de LRD-uitgang van de decodeerketen 60 hoog is. Dit LRD-signaal wordt gelegd aan de OF-poort 126 en doet het signaalniveau op de leiding 126a laag gaan voor het zodoende openen van de OF-poort 105 in de modulator/zenderschakeling van fig.5a en een zenderpoorttus-senpoos opwekken, gedurende welke de opgeslagen ECG-gegevens en de 15 inhouden van de tellers 14 - 18 en de ID-generator 19 naar de uit wendige ontvangerinrichting worden gezonden.
Wanneer de LATE LEES-toestand is binnengegaan, wekt de EN-poort 107 het VRIJ-signaal op op de leiding 107a, zich uitstrekkende naar de RAM-adresteller 47 in fig.5b, zoals hiervoor besproken.
20 Als gevolg hiervan begint de adresteller 47 weer in nummervolgorde te brengen met de 50 Hz frequentie, vastgesteld door de impulsen met onderlinge afstand van 20 ms op de leiding 66a door de 12 bitsadrescode A0 - All. Beginnende met het eerste RAM-adres in het hoofd-geheugengedeelte, wordt elk der 6 bits-woorden, vervat in het geheu-25 gen, in volgorde afgevoerd op de leidingen 00 - 05 naar de multi- plexeerketen 114 voor de ECG-gegevens (fig.5c3 en vervolgens bit voor bit in serieformaat langs de leiding 05 gelegd aan de modulator/zenderschakeling in fig.5a. Hier wordt elk gegevenswoord bij 131 door een EN-poort geleid met de uitgang van het binaire teller/ 30 schuifregister 132 voor het opwekken van een duidelijk binair gege- vensmodulatiepatroon.
Het opeenvolgend uitlezen van Eiet eerste of onderste 7/8 hoofdgedeelte van het RAM-geheugen (70 seconden van het ECG na het fibrilleren) gaat door totdat het laatste 8 woorden-gedeelte van 35 het hoofd RAPT-gedeelte is bereikt (zie fig.73, op welk moment de 8005268 - 24 - uitgang van de EN-poort 111 in fig.5c de RAM-multiplaxeerketen 114 uitsluit. Gedurende de daaruit voortvloeiende tussenpoos van acht woorden, worden de organisatiegegevens, die de uitlezing omvatten van de verschillende tellers 15 - 18, weergegeven in fig.5d en de 5 ID-generator 19, gemultiplexeerd naar de modulator/zender 21 Czie fig.5a] voor communicatie naar de uitwendige ontvangeruitrusting. Meer in het bijzonder worden gedurende het ui-tlezen de tellers 15 -18 opeenvolgend gemultiplexeerd door resp. de multiplexeerketens 121 - 125 op de QA-gegevensleiding door de GO - G4 tijdsduursigna-10 len, geproduceerd door de decodeerketens 115/116 in fig.5c, waarbij gedurende de tijdsduursleuven G5, G6 en G7 de multiplexeerketen 120 drie opeenvolgende ID-woorden van de generator 19 herhaalt op de QS-gegevensleiding. Indien gewenst, b.v. voor het uitbreiden van de andere organisatiegegevens, kan slechts één ID-woord worden uit-15 gezonden. Zoals eerder opgemerkt, bevat gedurende de laatste tijds- duursleuf G7 in de organisatorische tussenpoos van acht woorden, de uitgezonden gegevensstroom tevens het beeldsynchronisatiemodula-tiepatroon.
Op dit moment begint de RAM-adresteller 47 in fig.5b de ove-20 rige 1/8 CIO seconden! te adresseren van het RAM-geheugen, dat de ECG-gegevens bevat voor de patiënt direct volgende op het begin van het fibrillersn. Deze voorloper ECG-gegevens worden vervolgens uitgelezen door de multiplexeerketen 114 in fig.5c, die dan is geopend door het verwijderen van het uitsluitende stuursignaal aan de uit-25 gang van de EN-poort 111. Wanneer het RAN-geheugen volledig is uit gelezen, zijn de stuursignalen aan de uitgangen van de EN-poorten 108 en 109 in fig.Sa beide reëel voor het openen van de EN-poort 110 en het zodoende in de uitgezonden uitgangsgegevsns als een beeldsynohronisatiemarkering plaatsen van het modulatiepatroon.
30 Zoals reeds opgemerkt en is weergegeven in fig.2, plaatst de uitleesopdracht, indien de patiënt bij aanlegging van een uit-leesopdracht 100 Cin fig.5g] geen fibrillatie heeft ondervonden sinds het laatste bezoek aan de arts, het registreerstelsel in de OPSLAG VOOR LEZEN-toestand in plaats van in de VOORBEREIDING VOOR 35 LEZEN-toestand. In ds tijdsduur/stuurschakeling van fig.5g is dus 8005268 - 25 - op te merken, dat ontvangst van de uitleesopdracht op de leiding 100 via de OF-poort 77 en de poort Q0 werkzaam is voor het door de impulsen op de leiding 79a met het ritme van de klok laten sturen van de teller 81. Dientengevolge wordt een markeercode in het voor-5 lopergeheugengedeelte gebracht, soortgelijk aan de code in staat gesteld voor het tot stand brengen van een verandering in de toe-standsstuurflip-flops 52 - 54 van de BEWAAK- naar de OPSLAG VOOR LEZEN-toestand. Als gevolg van deze toestandsverandering maakt het signaal op de leiding 107a de RAM-adresteller 47 vrij en brengt het 10 het in nummervolgorde brengen op gang door het 7/8 hoofdgedeelte van het geheugen met de 50 Hz frequentie voor het opslaan van het dan geldende ECG van de patiënt, volgende op-de A/D-omzetting daarvan, zoals hiervoor beschreven.
Op een soortgelijke wijze als hiervoor beschreven bij het be-15 spreken van de VOORBEREIDING VOOR LEZEN-toestand, zendt het regi- streerstelsel gedurende de OPSLAAN VOOR LEZEN-toestand 70 seconden binaire nullen uit voor het synchroniseren van de ontvangerinrich-ting met de klokfrequentie van de registreerinrichting, d.w.z. dat de OF-poorten 104 en 105 in resp. de fig.Sg en 5a elk worden geo-20 pend gedurende de OPSLAAN VOOR LEZEN-toestand voor het poorten op de zenderschakeling. Bij het beëindigen van de 70 seconden tussenpoos van de OPSLAAN VOOR LEZEN-toestand Cwanneer de RAM-adresteller het bovenste 1/8 binnengaat van het geheugen), doet de werking van de ketens 129, 82 en 64 in fig.5g met poortwerking het registreer-25 stelsel vooruit schuiven naar de LATE LEES-toestand, zoals hiervoor besproken. Gedurende deze toestand worden de zojuist opgeslagen ECG-gegevens door de multiplexeerketen 114 uitgelezen als een serie-gegevensstroom Cop de leiding QS), gevolgd door de inhoud van de tellers 15 - 18, de ID-woordgenerator 19 en de voorloper ECG-gege-30 vens.
Verwijzende naar fig.5h wordt de keuze tussen de VROEGE en LATE LEES-toestanden gestuurd door de uitgang op de leiding 140a van de klokverdeeleenheid 31 en de flip-flop, gevormd door de onderling verbonden OF-poorten 141 en 142 Czie fig.5h), hetgeen een laag 35 signaal produceert op de leiding 114 ongeveer 10 minuten nadat het 8005268 - 26 - registreerstelsel de BEWAAK.-toestand binnengaat. Indien dus de arts weer een ondervraag- of uitleesopdracht in werking stelt binnen 10 minuten van een eerdere uitleeswerking, doet het signaalni-veau op de leiding 141a de toestandsstuurflip-flops 52 - 54 in 5 fig.5g de VROEGE LEES-toestand CERDD binnengaan, waarbij indien al thans 10 minuten zijn verlopen tussen de uitleeswerkingen, de re-gistreerinrichting, de gebruikelijke of LATE LEES (LRD)-toestand binnengaat.
Nogmaals verwijzende naar het uitleesstuurschema van fig.3 10 moet worden opgemerkt, dat het voorgestelde registreerstelsel een minimum van twee uitlezingen verschaft in het geval, dat de uitlees-spoel direct volgende op de communicatie van een uitleesopdracht wordt verwijderd. Dit minimum van twee uitlezingen wordt verzekerd door de werking van de flip-flops 143 en 144 in fig.Sg. Meer in het 15 bijzonder levert de voorste rand van het All-signaal op de stuur- leiding 145a vanaf de adresteller 47 in fig.5b een schakelingang aan de flip-flop 143 aan het einde van de eerste uitleeswerking.
Als gevolg hiervan gaat de flip-flopuitgangsleiding 143a reëel Choog] aan het einde van de eerste uitleeswerking, en blijft in de-20 ze toestand gedurende de tweede uitleeswerking. Omgekeerd is de andere uitgangsleiding 143b van de flip-flop 143, hoog gedurende de eerste uitleeswerking, waarbij deze laag gaat gedurende de tweede uitleeswerking en aan het einde van de tweede uitleeswerking teruggaat naar hoog. De flip-flopeenheid 144, die ook bestaat uit een 25 door de voorste rand geactiveerde eenheid, wordt derhalve gescha keld, waarbij zijn uitgangsleiding 144b alleen laag gaat aan het einde van de tweede uitleeswerking. Bovendien blijft de flip-flop 144 in deze toestand totdat hij wordt teruggesteld door het VRIJ-signaal aan de uitgang van de EN-poort 107 wanneer de toestands-30 stuurflip-flops 52 - 54 op het ritme van de klok zijn gestuurd van uit een LEES- naar de BEWAAK-toestand. Deze bepaalde toestandsverandering wordt gestuurd om plaats te vinden wanneer de uitgang van de EN-poort 146 in fig.5g hoog gaat, d.w.z. dat wanneer de uitleesopdracht afwezig is van de leiding 100, de uitgangsleiding 144b 35 van de flip-flop 144 laag is, en de uitgang van de OF-poort 126 8005268 - 27 - eveneens laag is om aan te geven, dat het registreerstelsel zich in een LEES-toestand bevindt. Zo lang dus een uitleesopdracht aanwezig is op de leiding 100, is de poort 146 dichtgedrukt Com een verandering van de LEES-toestand te voorkomen), waarbij uitlezingen 5 doorgaan zo lang het uitleesopdrachtsignaal aanwezig is, waarbij wanneer de uitleesspoel wordt verwijderd, de toestandverandering naar BEWAAK wordt uitgesteld totdat twee uitleesKringlopen plaatsvinden .
Teneinde de patiënt vertrouwd te maken met de "alarm”- en 10 (bezoek Uw arts) ”dienstverzoek”-waarschuwingssignalen, verschaft gedurende de werking van het voorgestelde registreerstelsel, zijn in de afgebeelde uitvoeringsvorm maatregelen getroffen waardoor de arts deze twee waarschuwingssignalen kan nabootsen, b.v. door het op zijn plaats brengen van de uitleesopdrachtspoel. en het dan di-15 reet weer verwijderen daarvan. Meer in het bijzonder openen bij het verwijderen van de uitleesopdrachtspoel op een wijze voor het opwekken van de zojuist beschreven VROEGE LEES-toestand, de hoge signaalniveaus, die opeenvolgend verschijnen op de leidingen 143b en 143a van de flip-flopeenheid 143 (fig.5g) opeenvolgend resp. de 20 EN-poorten 149 en 148. De reële uitgang van de EN-poort 149 wordt via de leiding 149a gelegd aan de ingang van de EN-poort 150 Cin de patiënt prikkelaar van fig.Se) samen met de adresleidingsigna-len A6, A7, A8, AIO en All van de RAN-adresteller 47 in fig.5b.
Als gevolg hiervan is de uitgang van de EN-poort 150 een paar 1,25 25 seconde lange impulsen op een onderlinge afstand van 10 seconden, welke impulsen door de OF-poort 95 worden aangelegd voor het nabootsen van de dienstverzoekwaarschuwing, die zoals hiervoor beschreven, optreedt nadat de patiënt een defibrillatievolgorde heeft ondergaan en is gewaarschuwd om zijn/haar arts direct te bezoeken.
30 Het signaal op de leiding 148a aan de uitgang van de EN-poort 148 in fig.5c wordt op soortgelijke wijze samen met de adressignaalleiding All gelegd aan de EN-poort 151 in fig.Se, die aanspreekt door het opwekken van een 40 seconden durende signaalimpulsingang naar de OF-poort 95 voor het nabootsen van de ”alarm”-signaalwaarschu-35 wing, die aan de patiënt wordt gegeven bij het begin van hartkamer- 8005268 - 28 - fibrillatie.
Hoewel hier niet gedetailleerd beschreven, Kan de in het Kantoor van de arts- zich bevindende ontvangerinrichting van een willeKeurig passend ontwerp zijn voor het ontvangen en decoderen 5 van de seriegegevensbitstroom, uitgezonden door het registreerstel- sel, en dit dan naar wens weergeven. Dit omvat het eenvoudig af-breKen van de seriegegevensbitstroom op juiste wijze in de acht bits-toeneming of het woordformaat, gebruiKt voor het uitzenden van zowel de ECG-gegevens van het RAM-geheugen als de organisatorische 10 gegevens, geleverd door de verschillende tellers en het opgeweKte orgaanidentificatiegetal, vervat in het registreerstelsel. OoK moet duidelijK zijn, dat, zoals hiervoor opgemerKt, de beginselen van het voorgestelde registreerstelsel even goed Kunnen worden toegepast, bij een uitwendig zich bevindende registreerinrichting, en dat in 15 een dergelijK geval het niet nodig is een afzonderlijKe ontvanger- uitrusting te gebruiKen. De ECG-gegevens Kunnen ma.w. gemaKKelijK direct worden afgevoerd naar een passende D/A-omzatter en dan worden weergegeven Cb.v. op een strooKtabel) en de organisatorische gegevens Kunnen direct worden gelegd aan passende visuele weerge-20 vingen Cb.v. onder toepassing van LED-alfanumerica).
Verschillende andere wijzigingen, aanpassingen en veranderingen zijn natuurlijK mogelijK in het licht van de voorgaande leer. Het is derhalve thans duidelijK, dat de uitvinding binnen de streK-King van de conclusies anders Kan worden toegepast dan hiervoor in 25 details beschreven.
8005268

Claims (23)

1. Biomedische inrichting, die in aanspreking op het optreden van een vooraf gekozen fysiologische gebeurtenis, die een toestand kenmerkt in een bepaalde fysiologische werking, welke toestand een corrigering vereist, werkzaam is voor het automatisch in werking 5 stellen van deze corrigering, welke inrichting een registreerstel- sel omvat, dat aanspreekt op een fysiologisch signaal, dat een aanwijzing vormt van de bepaalde fysiologische werking, gekenmerkt door een eerste opslagmiddel voor het verschaffen van een onafgebroken bijgewerkte opslag van het fysiologische signaal voorafgaan-10 de aan de werking van de biomedische inrichting, verder door een tweede opslagmiddel dat aanspreekt op de werking van de biomedische inrichting voor het verschaffen van een opslag van het fysiologische signaal gedurende en na de werking van de biomedische inrichting, en door te instrueren middelen voor het uitlezen van de ge-15 gevensopslag verschaft door elk der eerste en tweede opslagmidde- len.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat deze bestaat uit een automatisch werkzame defibrillator, die werkzaam wordt gemaakt bij het optreden van een abnormale hartwerking voor 20 het leggen van een of meer elektrische defibrillatie-impulsen aan het hart van de patiënt met het oog op het naar een gebruikelijke werking terugbrengen van het hart, waarbij het registreerstelsel aanspreekt op het elektrocardiogramsignaal (ECG) van de patiënt.
3. Inrichting volgens conclusie 2, met het kenmerk, dat het 25 registreerstelsel een middel omvat voor het omzetten van het ana loge elektrocardiogramsignaal (ECG) van de patiënt in een opeenvolging van overeenkomstige digitale gegevenswoorden, en een geheugen-middel, dat is onderverdeeld in een eerste gedeelte, dat onafgebroken wordt bijgewerkt voor het opslaan van de digitale codewoorden, 30 overeenkomende met een vooraf gekozen eerste ECG-tussenpoos vooraf gaande aan de werking van de defibrillator, en een tweede gedeelte voor het opslaan van de digitale codewoorden, overeenkomende met 8005268 - 30 - een tweede vooraf gekozen ECG-tussenpoos, die de werking omvat van de defibrillator en de respons van de patiënt aangeeft op de elektrische defibrillatie-impulsen.
4. Inrichting volgens conclusie 2, gekenmerkt door een middel, 5 dat werkzaam wordt gemaakt bij het optreden van de abnormale hart- werkzaamheid voor het verschaffen van een eerste alarmwaarschuwings-signaal aan de patiënt voor het aangeven van dit optreden, en na de werking van de automatisch werkzame defibrillator werkzaam wordt gemaakt voor het verschaffen van een tweede dienstverzoekwaarschu-10 wingssignaal aan de patiënt, aangevende dat de automatisch werkzame defibrillator heeft gewerkt.
5. Inrichting volgens conclusie 4, met het kenmerk, dat de eerste en tweede waarschuwingssignalen door de patiënt van elkaar kunnen worden onderscheiden.
6. Inrichting volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat het tweede w.aarschuwingssignaal met gekozen tussenpozen wordt herhaald voor het ononderbroken herinneren van de patiënt aan het vragen om medische aandacht.
7. Inrichting volgens conclusie 2, gekenmerkt door een opslag-20 middel, dat kan worden teruggesteld bij opdracht door de arts van de patiënt, en kan aanspreken op de werking van de automatische defibrillator voor het afzonderlijk registreren van een of meer van de volgende gegevens: Ca) het aantal fibrillatie-episoden ondervonden door een patiënt tussen bezoeken aan de arts, Cb] het aantal 25 defibrillatie-impulsen, gelegd aan het hart van de patiënt gedurende een defibrillatiepoging, Cc] het tijdsverloop tussen het laatste onderzoek van de patiënt door een arts en de eerste fibrillatie-episode, die daarna optreedt, en Cd] het tijdsverloop tussen onderzoekingen door een arts.
8. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat hét re- gistreerstelsel kan worden ingeplant en verder een communicatiemiddel bevat, dat gedeeltelijk kan worden ingeplant en gedeeltelijk buiten het lichaam van de patiënt ligt voor het mededelen van een uitleesopdracht, gekozen door de arts van de patiënt, aan het re-35 gistreerstelsel, welke opdracht werkzaam is voor het op gang bren- 8005268 - 31 - gen van het uitlezen uit de eerste en tweede opslagmiddelen en het uitzenden van de door deze opslagmiddelen opgeslagen gegevens naar de uitwendige ontvanginrichting.
9. Inrichting volgens conclusie 3, met het kenmerk, dat het 5 te instrueren uitleesmiddel een multiplexeermiddel bevat voor het organiseren van het digitale codewoord, opgeslagen in het geheugen-middel, tot een seriegegevensuitgangsbitstroom.
10. Inrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat het re-gistreerstelsel verder een middel bevat voor het speciaal coderen 10 van de uitzending naar de uitwendige ontvanginrichting voor elke bepaalde patiënt.
11. Inrichting volgens conclusie 8, met het kenmerk, dat het re-gistreerstelsel verder een middel bevat dat werkzaam wordt gemaakt bij het mededelen van de uitleesopdracht voor het op gang brengen 15 van het uitzenden door het communicatiemiddel van een vooraf be paald uitzendpatroon volgende op het uitzenden van de opgeslagen gegevens voor het synchroniseren van de uitwendige antvanginrich-ting met de gegevensuitzending.
12. Inrichting volgens conclusie 9., gekenmerkt door een coramuni- 20 catiemiddel voor het uitzenden van de seriegegevensuitgangsbit stroom naar de ontvanginrichting, verder door een klokmiddel voor het tot stand brengen van de gegevensbitfrequentie voor de gegevens-uitgangsbitstroom, door een middsl dat aanspreekt op het klokmiddel voor het opwekken van een vooraf bepaald bitpatroon, en door een 25 middel dat werkzaam wordt gemaakt bij het mededelen van een uitlees opdracht voor het op gang brengen van het uitzenden van het vooraf bepaalde bitpatroon voorafgaande aan het uitzenden van de seriegegevensuitgangsbitstroom voor het synchroniseren van de ontvanginrichting met de gegevensbitfrequentie van de gegevensuitgangsbitstroom. 30 13. Inrichting volgens conclusie 8, gekenmerkt door een middel voor het sturen van het communicatiemiddel voor het althans tweemaal uitzenden van de gegevens telkens wanneer een uitleesopdracht door de arts van de patiënt wordt gekozen.
14. Inrichting volgens conclusie 13, met het kenmerk, dat het 35 communicatiemiddel onafgebroken de gegevens uitzendt zo lang een 8005268 ~ -32- uitleesopdracht onafgebroken door de arts van de patient wordt gekozen .
15. Inrichting volgens conclusie 4, gekenmerkt door een middel, bestuurd door de arts van de patiënt, voor het gekozen opdragen 5 van de eerste alarm- en tweede dienstverzoekwaarschuwingssignalen.
16. Begistreerstelsel, dat kan aanspreken op een gekozen fysiologisch signaal van een patiënt voor het bewaken, opslaan en uitlezen bij opdracht van gegevens met betrekking tot een bepaalde fysiologische werking, vertegenwoordigd door het fysiologische signaal, 10 gekenmerkt door een middel voor het toetsen en omzetten van het fy siologische signaal vanuit een analoge vorm in een overeenkomstig digitaal gegevenssignaalformaat, verder door een tB adresseren ge-heugenmiddel voor het opslaan van het digitale gegevenssignaal, welk geheugenmiddel is verdeeld In eerste en tweede opslaggedeelten, 15 door een middel voor het herhaaldelijk adresseren van het eerste op- slaggedeelte van het geheugenmiddel voorafgaande aan het optreden van een vooraf gekozen fysiologische gebeurtenis voor het onafgebroken bijwerken van de digitale gegevens, opgeslagen in het eerste opslaggedeelte, door een middel dat werkzaam wordt gemaakt bij het 20 optreden van de vooraf gekozen fysiologische gebeurtenis voor het dan in het eerste opslaggedeelte opgeslagen houden van de recente-lijkste digitale gegevens, overeenkomende met een eerste vooraf bepaalde tussenpoos na de gebeurtenis, door een middel dat werkzaam wordt gemaakt bij het optreden van de vooraf gekozen fysiologische 25 gebeurtenis voor het daarna adresseren van het tweede apslaggedeel- te van het geheugenmiddel voor het opslaan van de digitale gegevens, overeenkomende met het fysiologische signaal gedurende een tweede vooraf bepaalde tussenpoos volgende op de gebeurtenis, en door een te instrueren middel voor het uitlezen van de digitale 30 gegevens, opgeslagen in elk der eerste en tweede opslaggedeelten van het geheugenmiddel.
17. Stelsel volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat het fysiologische signaal vanuit een analoge vorm wordt omgezet in een opeenvolging van digitale gegevenswoorden met een aantal bits, waar- 35 bij het te adresseren geheugenmiddel een aantal vrij toegankelijke 80 ü 5 2 6 8 I - 33 - * geheugentrappen CRAM) omvat, in aantal overeenkomende met het aantal gegevensbits in elk digitaal gegevenswoord waardoor elke RAM-trap samenhangt met een vooraf bepaalde bitpositie in elk digitaal gegevenswoord. 5 1Θ. Stelsel volgens conclusie 17, met het kenmerk, dat het te instrueren uitleesmiddel een multiplexeermiddel bevat voor het organiseren van de digitale gegevensbits, opgeslagen in de RAM-trap-pen, tot een seriegegevensuitgangsbitstroom gedurende het uitlezen.
19. Stelsel volgens conclusie 16, gekenmerkt door een middel 10 dat werkzaam wordt gemaakt bij het optreden van de vooraf gekozen fysiologische gebeurtenis voor het verschaffen van een duidelijk waarschuwingssignaal aan de patiënt, indicatief voor het optreden van de gebeurtenis.
20. Stelsel volgens conclusie 16, met het kenmerk, dat het 15 toets- en omzetmiddel, het geheugenmiddel en het multiplexeermiddel van het stelsel inplantbaar zijn in het lichaam van de patiënt, waarbij het te instrueren uitleesmiddel een middel omvat, dat gedeeltelijk inwendig en gedeeltelijk uitwendig is met betrekking tot het lichaam van de patiënt voor het mededelen van een uitwendig ge-20 kozen uitleesopdrachtsignaal aan het ingeplante gedeelte van het stelsel, en een ingeplant zendermiddel aanwezig is, dat werkzaam wordt gemaakt volgende op het mededelen van de uitleesopdracht voor het uitzenden van de seriegegevensuitgangsbitstroom naar de uitwendige ontvanginrichting.
21. Stelsel volgens conclusie 16, gekenmerkt door een tijdst'Uur- middel dat kan worden teruggesteld door de arts van de patiënt en kan aanspreken op het optreden van de vooraf gekozen fysiologische gebeurtenis voor het verschaffen van een registratie van gekozen tijdsverloopinformatie, die van belang is voor de arts bij het ana-30 lyseren van de fysiologische werking van de patiënt, vertegenwoor digd door het fysiologische signaal.
22. Stelsel volgens conclusie 21, met het kenmerk, dat het tijd-stuurmiddel een bronmiddel omvat voor het opwekken van tijdstuur-klokimpulsen, en een terugstelbaar impulstellermiddel, verbonden 35 met het bronmiddel en aansprekende op het fysiologische signaal 8005268 - 34 - •voor het registreren van een lopende telling van het aantal tijd-stuurKloKimpulsen voor het afbaKenen van de geRozen tijdsverloop-informatie. ·
23. Stelsel volgens conclusie 22, met het Kenmerk, dat de tijds- 5 verloopinformatie het tijdsverloop bevat tussen het laatste onder zoek van de patient door een arts, en het optreden van de gebeurtenis, en het tijdsverloop tussen onderzoekingen.
24. Stelsel volgens conclusie 23, gekenmerkt door een gebeurte-nissentellermiddel, dat aanspreekt op het fysiologische signaal 10 voor het registreren van een telling van het aantal fysiologische gebeurtenissen, optredende tussen onderzoekingen.
25. Stelsel volgens conclusie 24, met het kenmerk, dat het sig-naaltoets- en omzetmiddel, het geheugenmi'ddel, het impulstellermid-del en het gebeurtenissentellermiddel inplantbaar zijn in het li- 15 chaam van de patiënt, waarbij een inplantbaar multiplexeermiddel is aangebracht voor het organiseren van de gegevens, opgeslagen in het geheugenmiddel en van de tellingregistraties van de impuls- en gebeurtenissentellermiddelen tot een seriebitstroomformaat, en een inplantbaar zendermiddel, dat werkzaam is verbonden met het multi-20 plexeermiddel voor het voor weergeving uitzenden van de seriebit- stroom naar de uitwendige inrichting. ✓ 8005268
NL8005268A 1979-10-02 1980-09-22 Registreerstelsel met een defibrillator voor een patiënt. NL191011C (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US06/081,167 US4295474A (en) 1979-10-02 1979-10-02 Recorder with patient alarm and service request systems suitable for use with automatic implantable defibrillator
US8116779 1979-10-02

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8005268A true NL8005268A (nl) 1981-04-06
NL191011B NL191011B (nl) 1994-07-18
NL191011C NL191011C (nl) 1994-12-16

Family

ID=22162509

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8005268A NL191011C (nl) 1979-10-02 1980-09-22 Registreerstelsel met een defibrillator voor een patiënt.

Country Status (6)

Country Link
US (1) US4295474A (nl)
JP (1) JPS5689239A (nl)
CA (1) CA1161121A (nl)
DE (1) DE3035732A1 (nl)
GB (1) GB2060174B (nl)
NL (1) NL191011C (nl)

Families Citing this family (120)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
DE3171984D1 (en) * 1980-04-16 1985-10-03 Medtronic Inc Patient interactive stimulator
JPS5759556A (en) * 1980-09-22 1982-04-09 Mirowski Mieczyslaw Recorder for arrhythmia
DE3038856A1 (de) * 1980-10-10 1982-05-27 Siemens AG, 1000 Berlin und 8000 München Herzschrittmacher
FR2492562A1 (fr) * 1980-10-16 1982-04-23 Ela Medical Sa Procede et dispositif implantable d'acquisition d'informations relatives au rythme d'activite cardiaque
US4374382A (en) * 1981-01-16 1983-02-15 Medtronic, Inc. Marker channel telemetry system for a medical device
US4466440A (en) * 1981-11-12 1984-08-21 Telectronics Pty. Ltd. Heart pacer time-domain processing of internal physiological signals
US4523595A (en) * 1981-11-25 1985-06-18 Zibell J Scott Method and apparatus for automatic detection and treatment of ventricular fibrillation
DE3150534A1 (de) * 1981-12-21 1983-06-30 Honeywell and Philips Medical Electronics B.V., 5611 Eindhoven Anzeigegeraet fuer defibrillatoren
US4509520A (en) * 1982-02-22 1985-04-09 Biolectron, Inc. Electrical stimulating apparatus
US4459988A (en) * 1982-02-22 1984-07-17 Biolectron, Inc. Electrical stimulating apparatus
US4614192A (en) * 1982-04-21 1986-09-30 Mieczyslaw Mirowski Implantable cardiac defibrillator employing bipolar sensing and telemetry means
JPS5917360A (ja) * 1982-04-21 1984-01-28 ミエツチスラ−フ・ミロ−スキ 双極性感知手段及びテレメトリ−手段を用いた植え込み式心臓除細動器
US4541417A (en) * 1982-06-07 1985-09-17 Krikorian Paul P Coronary augmenter
US4591854A (en) * 1982-10-12 1986-05-27 Roundel Electronics Limited Touch control identification system with portable encoder
US4567883A (en) * 1983-06-09 1986-02-04 Mieczyslaw Mirowski Data compression of ECG data using delta modulation
FR2571603B1 (fr) * 1984-10-11 1989-01-06 Ascher Gilles Enregistreur portatif d'electrocardiogrammes
US4625730A (en) * 1985-04-09 1986-12-02 The Johns Hopkins University Patient ECG recording control for an automatic implantable defibrillator
US4925443A (en) * 1987-02-27 1990-05-15 Heilman Marlin S Biocompatible ventricular assist and arrhythmia control device
US4984572A (en) * 1988-08-18 1991-01-15 Leonard Bloom Hemodynamically responsive system for and method of treating a malfunctioning heart
US4774950A (en) * 1987-10-06 1988-10-04 Leonard Bloom Hemodynamically responsive system for and method of treating a malfunctioning heart
US4945477A (en) * 1987-10-22 1990-07-31 First Medic Medical information system
JPH01305926A (ja) * 1988-06-02 1989-12-11 Medical Instr Japan Kk 携帯用心電図記録解析装置
GB8825800D0 (en) * 1988-11-04 1988-12-07 Baker J Cardiac device
US5027814A (en) * 1989-05-19 1991-07-02 Ventritex, Inc. Implantable medical device employing an improved waveform digitization network
US5012814A (en) * 1989-11-09 1991-05-07 Instromedix, Inc. Implantable-defibrillator pulse detection-triggered ECG monitoring method and apparatus
US5085213A (en) * 1990-06-01 1992-02-04 Leonard Bloom Hemodynamically responsive system for and method of treating a malfunctioning heart
US5054485A (en) * 1990-06-01 1991-10-08 Leonard Bloom Hemodynamically responsive system for and method of treating a malfunctioning heart
US5113869A (en) * 1990-08-21 1992-05-19 Telectronics Pacing Systems, Inc. Implantable ambulatory electrocardiogram monitor
US5330504A (en) * 1992-03-16 1994-07-19 Telectronics Pacing Systems, Inc. Cardioverting defibrillating device with off-line ECG analysis
US5336245A (en) * 1992-05-20 1994-08-09 Angeion Corporation Storage interrogation apparatus for cardiac data
US5383840A (en) * 1992-07-28 1995-01-24 Vascor, Inc. Biocompatible ventricular assist and arrhythmia control device including cardiac compression band-stay-pad assembly
US5312446A (en) * 1992-08-26 1994-05-17 Medtronic, Inc. Compressed storage of data in cardiac pacemakers
US5332400A (en) * 1992-12-24 1994-07-26 Incontrol, Inc. Atrial defibrillator and method for providing pre-cardioversion warning
US5879374A (en) * 1993-05-18 1999-03-09 Heartstream, Inc. External defibrillator with automatic self-testing prior to use
US5404877A (en) * 1993-06-04 1995-04-11 Telectronics Pacing Systems, Inc. Leadless implantable sensor assembly and a cardiac emergency warning alarm
FR2712501B1 (fr) * 1993-11-17 1996-02-09 Ela Medical Sa Appareil médical, notamment défibrillateur implantable, à fonctions d'enregistrement Holter intégrées .
US5413594A (en) * 1993-12-09 1995-05-09 Ventritex, Inc. Method and apparatus for interrogating an implanted cardiac device
US5522850A (en) * 1994-06-23 1996-06-04 Incontrol, Inc. Defibrillation and method for cardioverting a heart and storing related activity data
US5620473A (en) * 1995-03-08 1997-04-15 Pacesetter, Inc. Calibration system for pacemaker-generated intracardiac electrogram
US5609615A (en) * 1995-09-22 1997-03-11 Intermedics, Inc. Implantable cardiac stimulation device with warning system and conductive suture point
US5908392A (en) * 1996-03-13 1999-06-01 Pacesetter, Inc. System and method for recording and storing medical data in response to a programmable trigger
US5776168A (en) * 1996-04-03 1998-07-07 Medtronic, Inc. EGM recording system for implantable medical device
US5745019A (en) * 1996-05-16 1998-04-28 Pacesetter, Inc. Magnetic annunciator
US6178079B1 (en) 1996-05-16 2001-01-23 Pacesetter, Inc. Magnetic annunciator
US5732708A (en) * 1996-08-09 1998-03-31 Pacesetter, Inc. Method for storing EGM and diagnostic data in a read/write memory of an implantable cardiac therapy device
US5792205A (en) * 1996-10-21 1998-08-11 Intermedics, Inc. Cardiac pacemaker with bidirectional communication
US5741307A (en) * 1997-01-21 1998-04-21 Pacesetter, Inc. Method for determining an ICD replacement time
US5792188A (en) * 1997-01-23 1998-08-11 Pacesetter, Inc. Capacitor reformation and measurement in an implantable cardioverter/defibrillator (ICD)
US5836971A (en) * 1997-02-26 1998-11-17 Pacesetter, Inc. Dynamic rezoning of a tiered therapy inplantable cardioverter defibrillator/pacemaker (ICD) device
AU7106298A (en) * 1997-04-08 1998-10-30 Surviva-Link Corporation Field programmable automated external defibrillator
US6088616A (en) * 1997-04-10 2000-07-11 Survivalink Corporation Field programmable automated external defibrillator
US5899925A (en) * 1997-08-07 1999-05-04 Heartstream, Inc. Method and apparatus for aperiodic self-testing of a defibrillator
US5961540A (en) * 1997-09-05 1999-10-05 Pacesetter, Inc. Pancake annunciator
US6647296B2 (en) * 1997-10-27 2003-11-11 Neuropace, Inc. Implantable apparatus for treating neurological disorders
US6016449A (en) * 1997-10-27 2000-01-18 Neuropace, Inc. System for treatment of neurological disorders
US6354299B1 (en) 1997-10-27 2002-03-12 Neuropace, Inc. Implantable device for patient communication
US5974339A (en) * 1997-11-26 1999-10-26 Procath Corporation High energy defibrillator employing current control circuitry
US6091989A (en) * 1998-04-08 2000-07-18 Swerdlow; Charles D. Method and apparatus for reduction of pain from electric shock therapies
US6091986A (en) * 1998-04-27 2000-07-18 Medtronic, Inc. Method and apparatus for storage of physiologic signals
US6330474B1 (en) * 1999-01-25 2001-12-11 Pacesetter, Inc. Annunciator for implantable system
US6112116A (en) * 1999-02-22 2000-08-29 Cathco, Inc. Implantable responsive system for sensing and treating acute myocardial infarction
US6272379B1 (en) 1999-03-17 2001-08-07 Cathco, Inc. Implantable electronic system with acute myocardial infarction detection and patient warning capabilities
US6317626B1 (en) 1999-11-03 2001-11-13 Medtronic, Inc. Method and apparatus for monitoring heart rate
US6497655B1 (en) * 1999-12-17 2002-12-24 Medtronic, Inc. Virtual remote monitor, alert, diagnostics and programming for implantable medical device systems
US20060189854A1 (en) * 1999-12-17 2006-08-24 Medtronic, Inc. Method and apparatus for remotely programming implantable medical devices
US7060031B2 (en) 1999-12-17 2006-06-13 Medtronic, Inc. Method and apparatus for remotely programming implantable medical devices
US6405087B1 (en) 2000-02-25 2002-06-11 Pacesetter, Inc. Cardiac stimulation system providing implantable device performance evaluation and method
US7006865B1 (en) 2000-03-09 2006-02-28 Cardiac Science Inc. Automatic defibrillator module for integration with standard patient monitoring equipment
US6438407B1 (en) 2000-03-20 2002-08-20 Medtronic, Inc. Method and apparatus for monitoring physiologic parameters conjunction with a treatment
US7747332B2 (en) 2000-05-08 2010-06-29 International Rehabilitative Sciences, Inc. Electrical stimulation combined with a biologic to increase osteogenesis
US6675048B2 (en) 2000-05-08 2004-01-06 International Rehabilitative Sciences, Inc. Electro-medical device for use with biologics
US6393328B1 (en) 2000-05-08 2002-05-21 International Rehabilitative Sciences, Inc. Multi-functional portable electro-medical device
US6560487B1 (en) 2000-05-08 2003-05-06 International Rehabilitative Sciences, Inc. Electro-medical device for use with biologics
US6480744B2 (en) * 2000-12-04 2002-11-12 Medtronic, Inc. Implantable medical device telemetry control systems and methods of use
US6468263B1 (en) 2001-05-21 2002-10-22 Angel Medical Systems, Inc. Implantable responsive system for sensing and treating acute myocardial infarction and for treating stroke
US7801596B2 (en) * 2002-09-20 2010-09-21 Angel Medical Systems, Inc. Physician's programmer for implantable devices having cardiac diagnostic and patient alerting capabilities
WO2004034982A2 (en) * 2002-10-15 2004-04-29 Medtronic Inc. Treatment termination in a medical device
US20040138518A1 (en) * 2002-10-15 2004-07-15 Medtronic, Inc. Medical device system with relaying module for treatment of nervous system disorders
WO2004036376A2 (en) * 2002-10-15 2004-04-29 Medtronic Inc. Multi-modal operation of a medical device system
US8738136B2 (en) * 2002-10-15 2014-05-27 Medtronic, Inc. Clustering of recorded patient neurological activity to determine length of a neurological event
ATE537748T1 (de) * 2002-10-15 2012-01-15 Medtronic Inc Medizinisches vorrichtungssystem zur bewertung von gemessenen neurologischen ereignissen
WO2004036377A2 (en) * 2002-10-15 2004-04-29 Medtronic Inc. Configuring and testing treatment therapy parameters for a medical device system
EP1578487B1 (en) * 2002-10-15 2012-01-25 Medtronic, Inc. Channel-selective blanking for a medical device system
AU2003301255A1 (en) * 2002-10-15 2004-05-04 Medtronic Inc. Screening techniques for management of a nervous system disorder
WO2004034882A2 (en) * 2002-10-15 2004-04-29 Medtronic Inc. Measuring a neurological event using clustering
US7146211B2 (en) * 2002-10-15 2006-12-05 Medtronic, Inc. Signal quality monitoring and control for a medical device system
WO2004034883A2 (en) * 2002-10-15 2004-04-29 Medtronic Inc. Synchronization and calibration of clocks for a medical device and calibrated clock
ATE449561T1 (de) * 2002-10-15 2009-12-15 Medtronic Inc Phasenverschiebung von neurologischensignalen in einem medizinischen vorrichtungssystem
US7715919B2 (en) * 2002-10-15 2010-05-11 Medtronic, Inc. Control of treatment therapy during start-up and during operation of a medical device system
WO2004036454A2 (en) * 2002-10-15 2004-04-29 Creo Inc. Automated information management system and methods
DE10248894B4 (de) * 2002-10-18 2008-02-07 Niehaus, Michael, Prof. Dr. Verfahren zur Überwachung physiologischer Körperzustände sowie zur Notfallfeststellung
US20040230247A1 (en) * 2003-05-15 2004-11-18 Stein Richard E. Patient controlled therapy management and diagnostic device with human factors interface
US20040230246A1 (en) * 2003-05-15 2004-11-18 Stein Richard E. Patient controlled therapy management and diagnostic device with human factors interface
US7225015B1 (en) * 2003-06-24 2007-05-29 Pacesetter, Inc. System and method for detecting cardiac ischemia based on T-waves using an implantable medical device
US7274959B1 (en) * 2003-06-24 2007-09-25 Pacesetter, Inc. System and method for detecting cardiac ischemia using an implantable medical device
US20050113886A1 (en) * 2003-11-24 2005-05-26 Fischell David R. Implantable medical system with long range telemetry
US7239915B2 (en) * 2003-12-16 2007-07-03 Medtronic, Inc. Hemodynamic optimization system for biventricular implants
US7515963B2 (en) * 2003-12-16 2009-04-07 Cardiac Pacemakers, Inc. Method of patient initiated electro-cardiogram storage, status query and therapy activation
US7587237B2 (en) 2004-02-02 2009-09-08 Cardionet, Inc. Biological signal management
US20070249944A1 (en) 2004-05-26 2007-10-25 Fischell David R Means and method for the detection of cardiac events
US20060064136A1 (en) * 2004-09-23 2006-03-23 Medtronic, Inc. Method and apparatus for facilitating patient alert in implantable medical devices
EP1827209B1 (en) 2004-12-20 2016-10-05 Hyposafe A/S Apparatus for warning of hypoglycaemic attacks using eeg signals
US20070016089A1 (en) * 2005-07-15 2007-01-18 Fischell David R Implantable device for vital signs monitoring
US8838215B2 (en) * 2006-03-01 2014-09-16 Angel Medical Systems, Inc. Systems and methods of medical monitoring according to patient state
US8781566B2 (en) * 2006-03-01 2014-07-15 Angel Medical Systems, Inc. System and methods for sliding-scale cardiac event detection
US8002701B2 (en) 2006-03-10 2011-08-23 Angel Medical Systems, Inc. Medical alarm and communication system and methods
US7606618B1 (en) 2006-04-07 2009-10-20 Pacesetter, Inc. Implantable medical device with notification system
US8326431B2 (en) * 2006-04-28 2012-12-04 Medtronic, Inc. Implantable medical device for the concurrent treatment of a plurality of neurological disorders and method therefore
US8562524B2 (en) 2011-03-04 2013-10-22 Flint Hills Scientific, Llc Detecting, assessing and managing a risk of death in epilepsy
US12383190B2 (en) 2011-03-04 2025-08-12 Flint Hills Scientific, Llc Detecting, assessing and managing extreme seizure events
US8562523B2 (en) 2011-03-04 2013-10-22 Flint Hills Scientific, Llc Detecting, assessing and managing extreme epileptic events
US8684921B2 (en) 2010-10-01 2014-04-01 Flint Hills Scientific Llc Detecting, assessing and managing epilepsy using a multi-variate, metric-based classification analysis
US8374691B2 (en) 2011-01-10 2013-02-12 Pacesetter, Inc. Methods and systems for determining if an arrhythmia initiated in an atrium or a ventricle
US9504390B2 (en) 2011-03-04 2016-11-29 Globalfoundries Inc. Detecting, assessing and managing a risk of death in epilepsy
US8649852B2 (en) 2011-05-02 2014-02-11 Medtronic, Inc. Method of signal enhancement for ECG devices
US10448839B2 (en) 2012-04-23 2019-10-22 Livanova Usa, Inc. Methods, systems and apparatuses for detecting increased risk of sudden death
US9486154B2 (en) * 2014-08-15 2016-11-08 Mediatek Inc. Device and method for recording physiological signal
NL2021115B1 (en) * 2018-06-13 2019-12-19 Stichting Cardiovasculaire Biologie Scb Device for recording a multi-channel-ecg using and a method there for
WO2022109064A1 (en) * 2020-11-17 2022-05-27 TriVirum, Inc. Method and system for continuous monitoring of patients for arrthymias
JP7684340B2 (ja) * 2023-02-28 2025-05-27 日本ライフライン株式会社 除細動制御装置

Citations (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3724455A (en) * 1970-06-02 1973-04-03 P Unger Cardiac warning device
US3799148A (en) * 1972-01-13 1974-03-26 St Marys Hospital Two recorder apparatus for monitoring heart action
US3805795A (en) * 1972-03-17 1974-04-23 Medtronic Inc Automatic cardioverting circuit
US3874370A (en) * 1974-04-15 1975-04-01 American Optical Corp Electrocardiographic waveform analyzer
DE2604460A1 (de) * 1976-02-05 1977-08-11 Michael S Dipl Ing Lampadius Einrichtung zur langzeitaufzeichnung von herzaktionspotentialen
NL7712073A (nl) * 1976-11-03 1978-05-08 Medtronic Inc Stimulatie-apparaat voor lichaamsweefsel, voorzien van een waarschuwingsinrichting.
FR2379104A1 (fr) * 1977-01-26 1978-08-25 Pacesetter Syst Stimulateur programmable de tissus humains
EP0004243A2 (fr) * 1978-03-14 1979-09-19 Cardiofrance - Compagnie Francaise D'electrocardiologie Stimulateur cardiaque implantable à fonctions thérapeutique et diagnostique
GB2026870A (en) * 1978-07-20 1980-02-13 Medtronic Inc Body implantable pacemaker
GB2034046A (en) * 1978-09-18 1980-05-29 Bennish A Cardiac Arrhythmia Detector and Recorder
US4210149A (en) * 1978-04-17 1980-07-01 Mieczyslaw Mirowski Implantable cardioverter with patient communication
NL8005271A (nl) * 1980-09-18 1982-04-16 Mirowski Mieczyslaw Inrichting voor het registreren van arrhythmia.

Family Cites Families (6)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB1538522A (en) * 1975-09-30 1979-01-17 Mirowski M Apparatus for detecting the state of a heart and for cardioverting a malfunctioning heart
DE2627427C2 (de) * 1976-06-18 1986-06-26 Joachim A. River Plaza N.J. Maass Vorrichtung zur Aufzeichnung des zeitlichen Verlaufs von Herzaktionsspannungen
US4164946A (en) * 1977-05-27 1979-08-21 Mieczyslaw Mirowski Fault detection circuit for permanently implanted cardioverter
US4098267A (en) * 1977-07-05 1978-07-04 Clinical Data, Inc. System for display and analysis of physiological signals such as electrocardiographic (ECG) signals
JPS54112589A (en) * 1978-02-23 1979-09-03 Sanei Sokki Kk Defibrillation device
US4223678A (en) * 1978-05-03 1980-09-23 Mieczyslaw Mirowski Arrhythmia recorder for use with an implantable defibrillator

Patent Citations (12)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US3724455A (en) * 1970-06-02 1973-04-03 P Unger Cardiac warning device
US3799148A (en) * 1972-01-13 1974-03-26 St Marys Hospital Two recorder apparatus for monitoring heart action
US3805795A (en) * 1972-03-17 1974-04-23 Medtronic Inc Automatic cardioverting circuit
US3874370A (en) * 1974-04-15 1975-04-01 American Optical Corp Electrocardiographic waveform analyzer
DE2604460A1 (de) * 1976-02-05 1977-08-11 Michael S Dipl Ing Lampadius Einrichtung zur langzeitaufzeichnung von herzaktionspotentialen
NL7712073A (nl) * 1976-11-03 1978-05-08 Medtronic Inc Stimulatie-apparaat voor lichaamsweefsel, voorzien van een waarschuwingsinrichting.
FR2379104A1 (fr) * 1977-01-26 1978-08-25 Pacesetter Syst Stimulateur programmable de tissus humains
EP0004243A2 (fr) * 1978-03-14 1979-09-19 Cardiofrance - Compagnie Francaise D'electrocardiologie Stimulateur cardiaque implantable à fonctions thérapeutique et diagnostique
US4210149A (en) * 1978-04-17 1980-07-01 Mieczyslaw Mirowski Implantable cardioverter with patient communication
GB2026870A (en) * 1978-07-20 1980-02-13 Medtronic Inc Body implantable pacemaker
GB2034046A (en) * 1978-09-18 1980-05-29 Bennish A Cardiac Arrhythmia Detector and Recorder
NL8005271A (nl) * 1980-09-18 1982-04-16 Mirowski Mieczyslaw Inrichting voor het registreren van arrhythmia.

Also Published As

Publication number Publication date
GB2060174B (en) 1983-10-19
NL191011B (nl) 1994-07-18
US4295474A (en) 1981-10-20
JPH0233378B2 (nl) 1990-07-26
GB2060174A (en) 1981-04-29
DE3035732C2 (nl) 1989-03-02
CA1161121A (en) 1984-01-24
NL191011C (nl) 1994-12-16
JPS5689239A (en) 1981-07-20
DE3035732A1 (de) 1981-05-07

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8005268A (nl) Registreerinrichting met alarmeer- en dienstverzoek- stelsels voor een patieent, welke inrichting kan worden gebruikt met een automatisch werkzame, inplantbare de- fibrillator.
EP0120250B1 (en) Biomedical system with improved marker channel means and method
US5413594A (en) Method and apparatus for interrogating an implanted cardiac device
US5899928A (en) Descriptive transtelephonic pacing intervals for use by an emplantable pacemaker
US7016721B2 (en) Medical device ECG marker for use in compressed data stream
EP0761255B1 (en) A system and method for storing and displaying historical medical data measured by an implantable medical device
US5836989A (en) Method and apparatus for controlling an implanted medical device in a time-dependent manner
US4791936A (en) Apparatus for interpreting and displaying cardiac events of a heart connected to a cardiac pacing means
US5732708A (en) Method for storing EGM and diagnostic data in a read/write memory of an implantable cardiac therapy device
US5749907A (en) System and method for identifying and displaying medical data which violate programmable alarm conditions
US7289851B2 (en) Method and apparatus for identifying lead-related conditions using impedance trends and oversensing criteria
US5605158A (en) Apparatus for annotating physiological waveforms
US4825869A (en) System for automatically performing a clinical assessment of an implanted pacer based on information that is telemetrically received
JPH04502262A (ja) 移動式心臓診断ユニット
US8433397B2 (en) Methods and systems to correlate arrhythmic and ischemic events
EP0545628A2 (en) Method and apparatus for comparing the ST segment of an electrocardiogram with a stored template
DE60212467T2 (de) Vorrichtung zur Festsetzung des Einfangens und des Schwellwertes mittels einer Programmiereinrichtung
EP1879653B1 (en) System for capture management
US20150025404A1 (en) Methodology for automated signal morphology analysis in implantable electrotherapy and diagnostic systems
Machado et al. Pacemaker patient‐triggered event recording: Accuracy, utility, and cost for the pacemaker follow‐up clinic
WO1989001803A1 (en) Pacemaker system
Junge et al. “Natural death” of a patient with a deactivated implantable-cardioverter-defibrillator (ICD)?
RU2665019C1 (ru) Способ выявления нарушений ритма и проводимости сердца у пациентов с эпилепсией при помощи имплантированного подкожного петлевого регистратора ЭКГ
US20220354427A1 (en) Methods and systems for arrhythmia episode prioritization and improving arrhythmia detection and classification to reduce clinical review burden
Levine et al. Follow-up management of the paced patient

Legal Events

Date Code Title Description
A1A A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
A85 Still pending on 85-01-01
CNR Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection)

Free format text: INTEC SYSTEMS, INC. EN THE JOHNS HOPKINS UNIVERSITY

CNR Transfer of rights (patent application after its laying open for public inspection)

Free format text: UNIVERSITY. THE JOHNS HOPKINS -

V4 Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent

Free format text: 20000922