[go: up one dir, main page]

NL8004679A - Onderdrukkingsketen. - Google Patents

Onderdrukkingsketen. Download PDF

Info

Publication number
NL8004679A
NL8004679A NL8004679A NL8004679A NL8004679A NL 8004679 A NL8004679 A NL 8004679A NL 8004679 A NL8004679 A NL 8004679A NL 8004679 A NL8004679 A NL 8004679A NL 8004679 A NL8004679 A NL 8004679A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
signal
circuit
video
output
blanking
Prior art date
Application number
NL8004679A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Rca Corp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Rca Corp filed Critical Rca Corp
Publication of NL8004679A publication Critical patent/NL8004679A/nl

Links

Classifications

    • HELECTRICITY
    • H04ELECTRIC COMMUNICATION TECHNIQUE
    • H04NPICTORIAL COMMUNICATION, e.g. TELEVISION
    • H04N5/00Details of television systems
    • H04N5/76Television signal recording
    • H04N5/91Television signal processing therefor
    • H04N5/93Regeneration of the television signal or of selected parts thereof
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B21/00Head arrangements not specific to the method of recording or reproducing
    • G11B21/02Driving or moving of heads
    • G11B21/03Driving or moving of heads for correcting time base error during transducing operation, by driving or moving the head in a direction more or less parallel to the direction of travel of the recording medium, e.g. tangential direction on a rotating disc
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B27/00Editing; Indexing; Addressing; Timing or synchronising; Monitoring; Measuring tape travel
    • G11B27/36Monitoring, i.e. supervising the progress of recording or reproducing
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B2220/00Record carriers by type
    • G11B2220/20Disc-shaped record carriers

Landscapes

  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Multimedia (AREA)
  • Signal Processing (AREA)
  • Television Signal Processing For Recording (AREA)
  • Signal Processing Not Specific To The Method Of Recording And Reproducing (AREA)
  • Optical Recording Or Reproduction (AREA)
  • Noise Elimination (AREA)

Description

i *5* VO 795
OnderdrukKingsketen.
De uitvinding heeft betrekking op een onderdrukkingsketen en meer in het bijzonder op een onderdrukkingsketen ten gebruike bij een videaschijfweergeefinrichting van het type, voorzien van een videosignaalcorrectieservostelsel.
5 De videoschijfweergeefinrichtingen omvatten meer in het bij zonder een type videosignaalcorrectieservostelsel. Zo beschrijft b.v. het Amerikaanse octrooischrift 3.965.482 een videoschijfweer-geefinrichting, welke is voorzien van een videosignaalcorrectie-servostelsel om signalen aan een met de opneemnaald van de weergeef-10 inrichting gekoppelde tangentiële-snelheidscorrectietransducent toe te voeren teneinde relatieve snelheidsfouten tussen de draaitafel en de naald tot een minimum terug te brengen en daardoor frequentie-fouten in het teruggewonnen videosignaal tot een minimum terug te brengen. Als een ander voorbeeld beschrijft het Amerikaanse octrooi-15 schrift 3,996.606 een videoschijfweergeefinrichting voorzien van een videosignaalcorrectieservostelsel, dat signalen levert om de center-frequentie van een videosignaalkamfilterketen in de weergeefinrich-ting zodanig te regelen, dat de centerfrequentie van het filter in overeenstemming met frequentiefouten in het teruggewonnen videosig-20 naai varieert, waardoor het filterrendement maximaal wordt gemaakt.
Als een verder voorbeeld beschrijft het Amerikaanse octrooischrift 3.872.496 een videoschijfweergeefinrichting voorzien van een video-signaalcorrectieservostelsel, dat vóórziet in een transcodering [omzetting naar boven) van de videosignalen uit een "begraven onder-25 draaggolf"-type naar een NTSC-type.
Een probleem, dat voor de drie verschillende videosignaal-correctieservostelsels, welke boven zijn genoemd, gemeenschappelijk is, is, dat elk een periode om te stabiliseren vereist nadat een weergeefwerking in de weergeefinrichting is ingeleid. Tijdens deze 30 stabilisatieperiode kan het beeld, dat door de weergeefinrichting fl η n &«7 α i - 2 - wordt verschaft, een slechte signaal-ruisverhouding hebben, of de Kleurweergave kan slecht zijn of de weergave kan andere storende eigenschappen vertonen. Ter vermijding hiervan is in het Amerikaanse octrooischrift 4.017.677 voorgesteld de weergeefinrichting uit 5 te rusten met een traag vrijgevende onderdrukkingsketen. Meer in het bijzonder is de in dit Amerikaanse octrooischrift gegeven oplossing voor het probleem van de slechte beeldkwaliteit gedurende de servostelselstabilisatietijd het toevoegen van een vertragingsketen aan het onderdrukkingsstelsel van de weergeefinrichting, die de au-10 dio-videoketens van de weergeefinrichting in een onderdrukkingstoe- stand houdt gedurende een periode, die na het inleiden van een weer-geefhandeling een voldoende lengte Cb.v. 1 sec] heeft om ervoor te zorgen, dat de videosignaalcorreetieservo is gestabiliseerd. In het ' Amerikaanse octrooischrift is irua.w. een· voorstel gedaan tot een 15 compromis van de terugstelt!jd van het onderdrukkingsstelsel ten gunste van de stabilisatietijd van het servostelsel.
Aangezien het probleem van de onderdrukkingsterugsteltijd in hoofdzaak afhankelijk is van de servostelselstabilisatietijd schijnt het logisch te zijn slechts de servolus-filtertijdconstan-20 ten te verkleinen in een poging om de servolus-acquisitietijd te vergroten. Het kan evenwel zijn, dat deze benadering niet praktisch is in gevallen waarin de servolus-tijdconstanten optimaal zijn gemaakt ten opzichte van parameters van de registratie of dynamische eigenschappen van de mechanische stelsels van.de weergeefinrichting.
25 Een andere parameter van een servolus, welke men zou kunnen wijzigen, "is de lusversterking en dit kan in sommige gevallen een in het algemeen gunstig effect hebben. In het bovengenoemde Amerikaanse octrooischrift 3.965.482 wordt b.v. een onderdrukkingssignaal aan een actief filter in het snelheidscorrectieservostelsel toege-30 voerd om de versterking daarvan tot de eenheid te reduceren wanneer een registratiedrager niet wordt weergegeven. In dit Amerikaanse octrooischrift is dit geschied om een gelijkstroomkoppeling in de servo mogelijk te maken, terwijl tegelijkertijd een grote gelijkstroom in de correctietransducent in een toestand zonder signaal 35 (een onderdrukkingstoestand) wordt belet, waardoor de noodzaak tot 80 04 679 » - 3 - een grote gelijkstroomblokkeercondensator en het probleem van een ongewenste faseverschuiving, die door een dergelijke condensator kan worden geïntroduceerd, wordt vermeden. Ofschoon een lusverster-kingsreductie voor het in het Amerikaanse octrooischrift beoogde 5 doel gewenst is, garandeert een dergelijke reductie geen minimale stabilisatietijd van het servostelsel bij het eindigen van het on-derdrukkingssignaal.
De uitvinding beoogt te voldoen aan de eis van een snel herstellende onderdrukkingsketen ten gebruike bij een videoschijfweer-10 geefinrichting, waarin de totale stabilisatietijd van de weergeef- inrichting in hoofdzaak wordt gereduceerd en waarbij de noodzaak tot het wachten gedurende een vooraf bepaalde periode na het inleiden van een weergeefcommando voordat een bruikbaar beeldsignaal wordt opgewekt, wordt vermeden.
15 De onderdrukkingsketen volgens de uitvinding is bijzonder geschikt om te worden toegepast bij een videoschijfweergeefinrichting van het type, voorzien van een opneemtransducent voor het opwekken van een FM-uitgangssignaal, dat representatief is voor informatie, die op een videoschijf is geregistreerd, een videodemodula-2G tor, die in responsie op het FM-signaal een videosignaal opwekt, en een videosignaalcorrectieservostelsel, dat in responsie op het videosignaal en een referentiesignaal een foutsignaal opwekt, dat representatief is voor deviaties van het videosignaal ten opzichte van een voorgeschreven relatie met het referentiesignaal, en orga-25 nen om tenminste één correctiesignaal naar een punt in de video- schijfweergeefinrichting terug te voeren in een zin , waarbij de deviatie tot een minimum wordt teruggebracht.
Volgens de uitvinding is in een videoschijfweergeefinrichting van het bovenbeschreven type een onderdrukkingsketen aanwezig om de 30 videodemodulator buiten werking te stellen en het videosignaalcorrec- tieservostelsel vooraf op een vooraf bepaald punt van het bedrijfs-besturingsgebied daarvan te conditioneren.
Verder omvat volgens de uitvinding het videosignaalcorrectie-servostelsel een vasthoudcondensator voor het opslaan van een fout-35 signaal en omvat de onderdrukkingsketen een schakelaar, welke dient 80 0 4 679 - 4 - om de vasthoudcondensator op een referentiespanningspunt te vergrendelen wanneer de schakelaar Is gesloten, waarbij de referentiespan-ning een vooraf bepaalde waarde heeft, en organen aanwezig zijn om de schakelaar in responsie op het onderdrukkingssignaal te sluiten.
5 Voorts omvat volgens de uitvinding het videosignaalcorrectie- servostelsel een casoadeverbinding van laagdoorlaatfilters, welke dienen om het foutsignaal aan een spanningsbesturingsoscillator toe te voeren, terwijl de onderdrukkingsketen voorts is voorzien van een dode-zoneversterker, die in responsie op het uitgangsfoutsignaal 10 · van de casoadeverbinding van laagdoorlaatfilters een tegenwerkend signaal naar de ingang van de casoadeverbinding terugvoert wanneer het uitgangsfoutsignaal een vooraf bepaalde grenswaarde overschrijdt, waarbij organen aanwezig zijn om de vooraf bepaalde waarde in responsie op het onderdrukkingssignaal te reduceren.
15 Verder zijn volgens de uitvinding organen aanwezig, die in responsie op het beëindigen van het FM-signaal een signaal opwekken, dat het verloren gaan van de draaggolf aangeeft, een geheugenketen, instelorganen om het geheugen in een insteltoestand te brengen teneinde de uitschakeling van de videodemodulator en de voorconditione-20 ring van het servastelsel te onderhouden in responsie op het gelijk tijdig optreden van het onderdrukkingssignaal en het signaal, dat representatief is voor het verloren gaan van de draaggolf, en terug-stelorganen, die in responsie op het beëindigen van het signaal, dat het verloren gaan van de draaggolf voorstelt, het geheugen in een 25 terugsteltoestand brengen.
De uitvinding zal onderstaand nader worden toegelicht onder verwijzing naar de tekening. Daarbij toont: fig.l een blokschema van een onderdrukkingsketen volgens de uitvinding; 30 fig.2 gedetailleerd blokschema van een videoschijfweergeef- inrichting volgens de uitvinding; fig.3 een schema van een onderdrukkingsgeheugen en een logische keten, welke geschikt zijn voor het vervullen van de onderdrukkingsgeheugen- en logische functies van de voorbeelden volgens fig.
35 1 en 2; en 80 0 4 6 79 f « - 5 - i fig.4 sen schema van een detector, welke geschikt is voor het detecteren van het verloren gaan van de draaggolf bij de in fig.l en 2 afgebeelde uitvoeringsvormen.
, Zoals uit fig.l blijkt, bezit de besturingsketen 10 van de 5 weergeefinrichting een eerste uitgang 12 voor het leveren van een onderdrukkingssignaal om de geheugen- en logische keten 14 bij het inleiden van een eerste bedrijfsmodus van de videoschijfweergeef-inrichting te onderdrukken, en een tweede uitgang 16 voor het leveren van een hulpondardrukkingssignaal om de geheugen- en logische 10 keten 14 bij het inleiden van een tweede bedrijfsmodus van de weer geefinrichting te onderdrukken. De eerste bedrijfsmodus kan overeen komen met een toestand, waarin de gebruiker de weergeefinrichting uitschakelt of met een toestand, waarin de gebruiker een videoschijf-registratiedrager in de weergeefinrichting brengt, of met een toe-15 stand, waarin de gebruiker de werking van de weergeefinrichting een ogenblik onderbreekt Cb.v. een ”pauze"-bedrijfsmodus3. De eerste bedrijfsmodus komt avereen met een toestand, waarin geen beeld in de weergeefinrichting moet worden waargenomen. De tweede bedrijfs-modus kan overeenkomen met een toestand, waarin de gebruiker rege-20 laars beïnvloedt om te veroorzaken, dat de weergeefinrichting de videoschijf op zoek naar een gewenste keuze aftast, gedurende welke tijd het gewenst is, dat de weergeefinrichting een beeld in de bijbehorende weergeefinrichting levert om de gewenste keuze visueel te lokaliseren. Een geschikte schakeling voor het realiseren van de 25 besturingsketen 10 van de weergeefinrichting vindt men in fig.3,
De onderdrukkingsgeheugen- en logische keten 14 ontvangt ook een ingangssignaal uit de detector 18 voor het verloren gaan van de draaggolf, welke detector dient om het eind van een FM-uitgangssig-naal, dat door de opneemtransducent van de weergeefinrichting wordt 30 opgewekt, te detecteren. Bij videoschijfweergeefinrichtingen van het type, waarbij de opneemtransducent een naald omvat, die zich normaliter dicht bij het oppervlak van de schijf tijdens een weergave bevindt om capaciteitsvariaties .in, in de schijf geregistreerde informatiesporen af te tasten, levert het uitgangssignaal van de 35 detector 18 een indicatie voor de beweging van de opneemnaald vanaf het oppervlak van de schijf. M.a.w. kan de detector 18 worden be- - 6 - ) schouwd als een naaldpositie-indicator bij een videoschijfweergeef-inrichting van hefccapacitiéve opneemtype. De detector 18 kan een geschikte schakeling omvatten, die in staat is deviaties van hst FM-uitgangssignaal voorbij vooraf bepaalde grenzen of de afwezigheid 5 van het FM-uitgangssignaal te detecteren. Een voorbeeld van een schakeling, die geschikt is voor het realiseren van de functie van de detector 18, vindt men in fig,4 en de bijbehorende beschrijving.
De onderdrukkingsgeheugen- en logische keten 14 bezit uitgangen, welke dienen voor het besturen van een audio-onderdrukkings-10 keten 20, een-video-onderdrukkingsketen 22, een defectmaskeerbelemme- rin gs:keten 24 en een videosignaalcorrectieservovooroonditioneer-keten 26 in de videoschijfweergeefinrichting. Zoals later onder verwijzing naar fig.2 zal worden bespraken, verdient het de voorkeur dat het ingangssignaal voor de videosignaalcorrectieservo afkomstig 15 is uit de uitgang van de video-onderdrukkingsketen via een baan over de defeotmaskeerketen.
De audio-onderdrukkingsketen 20 kan op een aantal verschillende wijzen worden gerealiseerd. Zo kan men b.v. een schakelaar in de uitgang van de audioketens van de videoschijfweergeefinrichting op-20 nemen. De schakelaar kan in serie of in shunt zijn verbonden om het audio-uitgangssignaal in responsie op een door de keten 14 geleverd onderdrukkingssignaal te dempen. De audio-onderdrukkingsketen 20 kan ook worden uitgevoerd als een versterker in de audiosignaalver-werkingsketen, welke versterker een variabele versterkingskarakte-25 ristiek heeft. Voor dit doel zijn bekende operationele transconduc- tantieversterkers geschikt. Een ander alternatief voor het realiseren van de audio-onderdrukkingsketen 20 bestaat in het toevoeren van het door de keten 14 opgewekte onderdrukkingssignaal aan de be-grenzingsschakeling in een audio-FM-demodulator, zoals is beschre-30 ven in het eerder genoemde Amerikaanse octrooischrift 4.017.677.
De video-onderdrukkingsketen 22 kan worden gerealiseerd door middel van normale versterkers met variabele versterking of schakel-stelsels. Het is evenwel voor de uitvinding van belang, dat de video-onderdrukkingsketen zich bevindt in een punt van de videoschijf-35 weergeefsignaalverwerkingsketen, dat vooraf gaat aan het videosig- 80 04 679 ♦ * - 7 - t naalcorrectieservostelsel. Het verdient verder de voorkeur, dat de video-onderdrukkingsketen 22 van een type is, dat bij activering geen verandering in de rustgelijkspanning veroorzaakt.
De defectmaskeerbelemmeringsketen 24 kan bestaan uit een lo-5 gische poort, een schakelaar of een ander geschikt orgaan, dat met een defectmaskeerketen (bij voorkeur van het hercirculerende video-type} is gekoppeld en in responsie op een door de keten 14 opgewekt uitgangssignaal de hercirculatie of substitutie van videosignalen in de defectmaskeerketen belemmert. Voorbeelden van geschikte defect-10 maskeerketens vindt men in een aantal Amerikaanse octrooischriften.
Gewezen wordt b.v. op het Amerikaanse octrooischrift 3.969.757, 4.001.496, 4.038.686 en 4.017.678.
In de genoemde Amerikaanse octrooischriften vindt men inrichtingen voor het substitueren van een opgeslagen eerder videosignaal 15 voor het videosignaal, dat door de opneemketens van de weergeefin richting wordt opgewekt, in een toestand met een sterk beelddefect, waarbij meer in het bijzonder het gesubstitueerde signaal, dat in de defectmaskeerketen wordt rondgevoerd, de eerdere horizontale regel van video-informatie of een gedeelte daarvan omvat. Het doel van de 20 defectmaskeerbelemmeringsketen 24 is het beletten van een dergelijke hercirculatie in responsie op het door de keten 14 opgewekte onder-drukkingssignaal teneinde daardoor een "nul"-ingangssignaal aan het videosignaalcorrectieservostelsel toe te voeren (waarbij de hier gebruikte uitdrukking "nul” een gedempt of belemmerd signaal aangeeft}.
25 ’ Dit is een gevolg van de opname van de defectmaskeerketen tussen de video-onderdrukkingsketen en het videosignaalcorrectieservostelsel in de videoschijfweergeefinrichting. Bij onderdrukking wordt het nul-signaal, dat door de video-onderdrukkingsketen wordt opgewekt, op een doeltreffende wijze via de defectmaskeerketen aan het video-30 signaalcorrectieservostelsel toegevoerd, terwijl indien de defect maskeerketen bij onderdrukking niet werd belemmerd, deze de opgeslagen eerdere horizontale regel van video-informatie bij onderdrukking aan de videosignaalcorre.ctieservo zou toevoeren.
De videosignaalcorrectieservovoorconditioneerketen 26 omvat 35 een stelsel voor het voorconditioneren van een videosignaalcorrec- 80 0 4 679 -8 - tieservostelsel in de weergaefinrichting op een vooraf bepaald punt van het besturingsgebied daarvan. Het servostelsel Kan uit elK van de eerder besproken typen bestaan voor het verschaffen van een snel-heidscorreotie of Kamfiltercenterfrequentieregeling, of omzetting 5 naar boven van de begraven onderdraaggolf of een combinatie hiervan.
Bij voorkeur omvat de videosignaalcorrectieservovoorconditio-neerketen 26 een schakelaar, welke bestemd is om een foutspannings-vasthoudcondensator in het videosignaalcorrectieservostelsel bij sluiting op een referentiespanningspunt te vergrendelen, waarbij de 10 referentiespanning een vooraf bepaalde waarde heeft, en organen, die in responsie op het uitgangssignaal van de keten 14 de schakelaars sluiten. Bij videoschijfweergeefinrichtingen van het type, waarbij het videosignaalcorrectieservostelsel is voorzien van een cascadeverbinding van laagdoorlaatfilters, die bestemd zijn om een 15 foutsignaal aan een spanningsbesturingsoscillator toe te voeren, verdient het verder de voorkeur, dat de keten 26 een dode-zonever-sterker omvat, die in responsie op het uitgangsfoutsignaal van de cascadeverbinding van laagdoorlaatfilters een tegenwerkend signaal aan de ingang van de cascadeverbinding terugvoert wanneer het uit-20 gangsfoutsignaal een vooraf bepaalde grenswaarde overschrijdt, waar bij een schakeling aanwezig is, die in responsie op het door de keten 14 opgewekte onderdrukkingssignaal de vooraf bepaalde grenswaarde van de dode-zoneversterker reduceert.
De keten 14 omvat een flip-flop, die in een insteltoestand 25 wordt gebracht in responsie op de gelijktijdige aanwezigheid (lo gisch produkt) van het onderdrukkingssignaal aan de uitgang 12 van de besturingsketen 10- van de weergeefinrichting en het door de detector 18 opgewekte signaal, dat het verloren gaan van ds draaggolf aangeeft, en wordt in responsie op het beëindigen van dit laatste 30 signaal in de terugsteltoestand gebracht. Het door de flip-flop opge wekte instelsignaal wordt logisch met de onderdrukkings- en hulponder-drukkingssignalen gecombineerd om een inschakelsignaal aan de audio-onderdrukkingsketen 20 via de geleider 19 toe te voeren wanneer een of meer van de drie signalen (instel-, onderdrukkings-, hulponder-35 drukkingssignaal) aanwezig is. M.a.w. wordt in positieve logica de 80 0 4 6 79 + ·* - 9 - t audio-onderdrukkingsketen 20 in werking gesteld in responsie op de logische inclusieve som van de onderdrukkings-, hulponderdrukkings-en instelsignalen. Het instelsignaal wordt ook logisch gecombineerd met het onderdrukkingssignaal teneinde inschakelsignalen aan de ke-5 tens 22, 24 en 26 via de respectieve geleiders 21, 23 en 25 toe te voeren wanneer een of beide van de instel- en onderdrukkingssignalen aanwezig zijn. M.a.w., weer in positieve logica, worden de video-onderdrukkingsketen 22, de defectmaskeerbelemmeringsketen 24 en de videosignaalcorrectieservovoorconditioneerketen 26 alle door de ke-10 ten 14 in werking gesteld in responsie op de inclusieve logische som van de onderdrukkings- en instelsignalen.
De bovengenoemde functies van de keten 14 kunnen op een eenvoudige wijze worden gerealiseerd onder gebruik van positieve of negatieve logische conventie door middel van normale poorten en flip-15 flops. Bij wijze van voorbeeld wordt aangenomen, dat de aanwezigheid van elk aan de keten 14 toegevoerd ingangssignaal wordt aangeduid door een logische "een" en dat de aanwezigheid van elk door de keten 14 opgewekt uitgangssignaal eveneens wordt aangeduid door een logische "een”. Onder deze verandèrstellingen kunnen de genoemde fünc-20 ties worden verwezenlijkt door middel van twee DF-poorten, een EN- poort, een invertor en een R-S-flip-flop. Een van de GF-poorten bezit ingangen, welke dienen voor het ontvangen van het hulponderdruk-kingssignaal, het onderdrukkingssignaal en het Q-uitgangssignaal van de flip-flop voor het toevoeren van de inclusieve logische som daar-25 van aan de audio-onderdrukkingsketen 20. De andere OF-poort bezit ingangen, welke dienen voor het ontvangen van het onderdrukkingssigr-naal en het Q-uitgangssignaal van de flip-flop om de inclusieve logische som daarvan aan de ketens 22, 24 en 26 toe te voeren. De instel-klem van de flip-flop is verbonden met de uitgang van de EN-poort en 30 de terugstelklem is verbonden met de uitgang van de invertor. De in gangen van de EN-poort dienen voor het ontvangen van het onderdruk-kingssignaal en het signaal, dat het verloren gaan van de draaggolf aangeeft, en de ingang van de inverter dient voor het ontvangen van laatstgenoemd signaal.
35 Een probleem bij het realiseren van de keten 14 met gebruike lijke logische elementen, zoals boven is voorgesteld, is, dat een Q Λ Λ A ft 7Ö - 10 - t groot aantal elementen nodig is. Bovendien Kan elK element zelf 1 -4 of meer transistoren omvatten (waarbij het werkelijke aantal afhankelijk is van de gekozen logische familie]. Dientengevolge lijdt de betrouwbaarheid daaronder eenvoudig in verband met het betrekke-5 lijk grote aantal vereiste onderdelen, terwijl de kosten van de ke ten in zowel geld als ruimte (oppervlak indien de keten is geïntegreerd] om dezelfde reden ook hoog zullen zijn. Een realisatie waaraan de voorkeur wordt gegeven en waarbij aan kosten wordt bespaard en de betrouwbaarheid wordt verbeterd, zal later onder verwijzing 10 naar fig.3 worden besproken, waaruit blijkt, dat alle functies van de keten 14 met slechts drie transistoren en één diode kunnen wor-den vervuld.
In de hierna volgende toelichting op de totale werking van de onderdrukkingsketen volgens fig.l zal in de eerste plaats worden 15 aangenomen, dat de videoschijfweergeefinrichting in de normale of "weergeef"-bedrijfsmodus werkt. Onder deze omstandigheden bevindt de opneemtransducent van de weergeefinrichting zich in de buurt van het oppervlak van de videoschijf, welke wordt weergegeven, en de bijbehorende uitgangsketen levert een FM-uitgangssignaai, dat 20 representatief is voor video-informatie, die op de schijf is gere gistreerd. Het FH-üitgangssignaal wordt afgetast door de detector 18, die via de geleider 17 aan de keten 14 een signaal levert, dat de eerder genoemde flip-flop in de terugsteltoestand daarvan brengt. Aangezien de weergeefinrichting zich in de weergeefmodus en niet in 25 de eerder genoemde aftast-, uit-, belastings- of pauze-modus bevindt, levert de besturingsketen 10 van de weergeefinrichting noch een on-derdrukkingssignaal noch een hulponderdrukkingssignaal aan de keten 14. Dientengevolge levert de keten 14 uitschakelsignalen via de geleiders 19, 21, 23 en 25 aan de respectieve ketens 20, 22, 24 en 26.
30 Derhalve worden de audio- en videoketens in de weergeefinrichting niet onderdrukt door de ketens 20 en 22, wordt een defectmaskeer-keten in de weergeefinrichting niet belemmerd door de keten 24 (en vervult deze derhalve zijn normale functie van het detecteren van beelddefecten en het substitueren van de eerdere horizontale regel 35 van video-informatie of een ander gedeelte daarvan voor de geldende 80 04 679 - 11 - i informatisregel wanneer een defect optreedt) en wordt de videasig-naalcorrectieservoweergeefinriohting niet vooraf geconditioneerd in een vooraf bepaald punt binnen het besturingsgebied daarvan door de Keten 26.
5 Thans wordt aangenomen, dat de gebruiKer de normale werking van de weergeefinrichting een ogenblik wenst te onderbreken doordat de weergeefinrichting in een “pauze"-bedrijfsmodus wordt geplaatst.
Deze verandering in bedrijfsmodus wordt vastgesteld door de bestu-ringsketen 10 van de weergeefinrichting, die onmiddellijk een on-10 derdrukkingsingangssignaal via de geleider 12 aan de keten 14 toe voert. Onafhankelijk van de toestand van het uitgangssignaal van de detector 18 levert de keten 14 dan het onderdrukkingssignaal via de geleiders 19, 21,.23 en 25 aan de ketens 20, 22, 24 en 26. Zeer kort nadat de gebruiker de "pauze"-bedrijfsmodus heeft ingeleid, zal een 15 schakeling in de weergeefinrichting de opneemtransducent van de weergeefinrichting automatisch uit de positie daarvan in de nabijheid van het oppervlak van de registratiedrager naar een positie op een afstand van het oppervlak van de registratiedrager bewegen teneinde een slijtage van de opneemtransducent tijdens de pauze-20 bedrijfsmodus te vermijden. Hierdoor treedt een verlies aan het FM- uitgangssignaal van de opneemtransducentketen op, dat door de detector 18 wordt gedetecteerd. Wanneer dit het geval is wordt een signaal aan de keten 14 via de geleider 17 toegevoerd, dat het verlies aan draaggolf aangeeft en aangezien het onderdrukkingssignaal tegelijker-25 tijd aanwezig is zal de flip-flop in de keten 14 in de insteltoe- stand daarvan worden gebracht, waardoor het onderdrukkingssignaal op de geleiders 19, 21, 23 en 25 wordt onderhouden, zoals reeds is beschreven.
Het onderdrukkingssignaal op cbgeleider 19 stelt de audio-30 onderdrukkingsketen 20 in werking, die op zijn beurt een verdere opwekking van audio-uitgangssignalen door de weergeefinrichting belet. De reden voor het onderdrukken van audioketens in de weergeefinrichting bij de pauze-bedrijfsmodus is, dat aangezien geen FM-signaal door de begrenzingsinrichtingen in de weergeefinrichting 35 wordt opgewekt, de audiodemodulatieschakeling anders ruis zou ver- 80 0 4 679 - 12 - t oorzaken, welke zou worden gedemoduleerd en versterkt en storend voor de gebruiker zou zijn.
Het onderdrukkingssignaal op de lijn 21 stelt de video-onder-drukkingsketen 22 in werking, die, zoals reeds vermeld, in de weer-5 geefsignaalbehandëlingsketen aan de videosignaalcorrectieketen voor afgaat. Bij inschakeling veroorzaakt de keten 22, dat de vidsoschake-ling in de weergeefinrichting een nul-uitgangssignaal in plaats van een normaal video-uitgangssignaal levert, waarbij het nul-uitgangs-signaal bij.voorkeur hetzelfde rustgelijkstroomniveau als het nor-10 male videocuitgangssignaal heeft.
Door de aanwezigheid van het onderdrukkingssignaal op de lijn 23 wordt de defectmaskeerbelemmeringsketen 24 in werking gesteld, die belet, dat een defectmaskeerketen in de weergeefinrichting in de defectmaskeermodus daarvan werkt. Indien dit niet zou 15 geschieden, zou de defectmaskeerketen beginnen met de substitutie van de voorafgaande horizontale regel van video-informatie- voor het ingangssignaal daarvan zodra de FM-draaggolf werd beëindigd aangezien de beëindigde draaggolf in een bepaalde zin een defectief beeld voorstelt. Derhalve zouden videosignalen, opgeslagen in de defect-20 maskeerketen, continu aan de uitgang van de videoschijfweergeefin richting in de pauze-bedrijfsmodus worden toegevoerd en zou het door de keten 22 opgewekte nul-signaal niet naar de -ingang van de video-signaalcorrectieservoweergeefinrichting worden doorgegeven. M.a.w. vervult de keten 24 twee functies: in de eerste plaats belet deze 25 een hercirculatie of substitutie van voorafgaande video-informatie in de weergeefdefectmaskeerketen, welke anders aan de uitgang van de weergeefinrichting zou optreden als een willekeurig patroon op het scherm van de TV-monitor van de weergeefinrichting, terwijl in de tweede plaats door de keten 24 de defectmaskeerketen in zekere 30 zin als een leiding werkt waarover het door de onderdrukte video- keten in de weergeefinrichting opgewekte nul-signaal naar de weer-geefvideosignaalcorrectieservo wordt gevoerd.
Door de aanwezigheid van het onderdrukkingssignaal op de lijn 25 wordt de videosignaalcorrectieservovoorconditioneerketen 26 35 in..werking gesteld, die op zijn beurt veroorzaakt, dat de videosig- 80 0 4 679 - 13 - i naalcarrsotieservo in de wesrgeefinrichting een vooraf bepaald punt van het besturingsgebied daarvan aanneèmt. Bij voorkeur komt dit punt overeen met het midden van het servobesturingsgebied. Waar de weergeefinrichting, zoals reeds vermeld, drie servostelsels omvat, 5 verdient het de voorkeur elk van de servostelsels op het midden van het besturingsgebied daarvan in te stellen.
Door het toevoeren van een nul-ingangssignaal aan de video-signaalcorrectieservo en het voarconditioneren van de servo op het midden van bet besturingsgebied daarvan, wordt het algemene probleem 10 van het maximaal maken van de hersteltijd van het onderdrukkings- stelsel opgelost en tevens een oplossing gegeven voor het schijnbaar niet gerelateerde bepaalde probleem, dat in het":Amerikaanse octrooischrift 3,965.482 is onderkend bij videoschijfweergeefinrichtingen van het type, waarbij gebruik wordt gemaakt van snelheids-15 oorrectieservotransducentea.
fleer gedetailleerd voert elk van de driejservostelsels, welke boven zijn besproken, in responsie op het FM-signaal, dat door de opneemketens van de weergeefinrichting wordt opgewekt, wanneer de weergeefbedrijfmodus aanwezig is, zijn correctiefunctie uit. Wanneer 20 de weergeefinriohting voor de eerste maal in bedrijf wordt gesteld is het waarschijnlijk, dat de FM-signaalfrequentie in een bepaalde mate foutief is. Het is ook waarschijnlijk, dat deze frequentiefout voldoet aan een bepaald type waarschijnlijkheidsverdeling. Het is zeer waarschijnlijk dat in afwezigheid van een kracht, welke de nei-25 ging heeft om de waarschijnlijkheidsverdelingsfunctie te vervormen, deze gelijkt op een verdeling volgens Gauss. Volgens de uitvinding wordt van deze waarschijnlijkheden voordeel getrokken door het ser-vocorrectiestelsel vooraf te conditioneren in een punt van het besturingsgebied daarvan, dat in wezen overeenkomt met het midden van 30 deze verdeling van te verwachten frequentiefouten in het FM-signaal-
Oientengevolge hebben op het moment, dat een weergeefwerking wordt hervat, de uitgangssignalen van het servostelsel reeds een waarde, welke dicht ligt bij de uiteindelijke waarde, welke zij het meest waarschijnlijk moeten aannemen. Zelfs in het minder waarschijnlijke 35 geval, dat het initieel opgewekte FM-signaal bij de ene of de ande- 80 04 679 i - 14 - rs van de mogelljke extreme waarden daarvan is gelegen, behoeven de servostelseluitgangssignalen slechts te veranderen met een bedrag, dat gelijk is aan de helft van het volledige uitgangsgebied daarvan teneinde met de correctie van het signaal te beginnen. Dit 5 laatstgenoemde slechtste geval stelt niet slechts de minst waar schijnlijke starttoestand van het servostelsel voor, doch door het feit, dat het servostelsel zijn uitgangssignaal slechts behoeft te veranderen met een bedrag, dat gelijk is aan de helft van het volledige uitgangssignaalgebied daarvan, wordt een minimale acquisitie-10 tijd verzekerd onafhankelijk van de richting van de frequentiefout in het FM-signaal.
Wat betreft de oplossing van het probleem van het bovengenoemde Amerikaanse octrooischrift 3,965.482, leidt de voorconditio-nering van de videosignaalcorrectieservo op het midden van het be-15 sturingsgebied daarvan tot een uitgangsgelijkspanning, welke overeen komt met een waarde, die de tangentiële snelheidscorrectietransdu-cent in videoschijfweergeefinrichtingen, welke dergelijke inrichtingen omvatten, op het midden van het besturingsgebied daarvan houdt. Wanneer de transducent uit een solenoids (of "spreekspoel") bestaat, 20 komt dit overeen met een toestand met een stroom nul door de soleno- ide tijdens de onderdrukkingsbedrijfmodus. Derhalve kan de soleno-ide voor gelijkstroom zijn gekoppeld met de uitgang van de videosignaalcorrectieservo, zonder dat het nodig is, dat de solenoide-stroom tijdens de onderdrukkingshandeling wordt begrensd.
25 Thans zal het geval worden beschouwd, waarin de gebruiker de weergeefinrichting weer in de normale weergeefbedrijfsmodus daarvan uit de boven besproken pauze-bedrijfsmodus terugbrengt. Het eerste, dat plaats vindt, is, dat het door de besturingsketen 10 van de weergeefinrichting opgewekte onderdrukkingssignaal onmiddellijk 30 wordt beëindigd en de opneemtransducent van de weergeefinrichting naar de positie daarvan bij het oppervlak van de registratiedrager, welke wordt weergegeven, wordt teruggebracht. Op dit punt houdt de geheugen- en logische keten 14 inschakelsignalen op de geleiders 19, 21, 23 en 25 in tact, waardoor de weergeefinrichting in de on-35 derdrukkingstoestand wordt gehouden omdat de flip-flop in de keten 80 0 4 679 - 15 - i 14 tijdens de pauze-bedrijfsmodus was ingesteld. Deze toestand duurt voort totdat de detector 18 het signaal op de geleider 17 beëindigt, waardoor de flip-flcp wordt teruggesteld. Hierdoor worden op hun beurt de inschakel-(onderdrukkings)signalen op de geleiders 19, 21, 5 23 en 25 beëindigd, waardoor de audio- en videoketens in de weer geef inrichting onmiddellijk in werking worden gesteld, de defect-maskeerketen in de weergeefinriohting zodanig wordt ingesteld, dat deze in de normale modus daarvan werkt waarbij voorafgaande horizontale regels van video-informatie worden gesubstitueerd voor die, 10 welke defecten bevatten, en het voorgeconditioneerde videosignaal- correctieservostelsel snel op het FM-signaal wordt vergrendeld, dat door de opneemtransducent van de weergeefinriohting wordt opgewekt en dit stelsel correctiesignalen begint op te wekken. In tegenstelling met de eerder beschreven bekende benadering treden al deze ge-15 beurtenissen onmiddellijk bij de detectie van de FM-draaggolf door de detector 18 op zonder dat gedurende een vooraf bepaalde tijd behoeft te worden gewacht voor een stabilisatie van de videosignaal-correctieservo.
Zoals reeds is vermeld, levert de besturingsinrichting 10 20 een hulponderdrukkingssignaal aan de uitgang 16 tijdens de "aftast"- bedrijfsmodus van de weergeefinriohting. In deze modus beïnvloedt de gebruiker een regelaar om te veroorzaken, dat de weergeefinrichting het oppervlak van de videoschijf aftast voor het lokaliseren van een bepaalde keuze. Ter ondersteuning van dit zoeken worden de 25 ketens 22, 24~en 26 niet in werking gesteld, waardoor de gebruiker het beeld op de videoschijfmonitor kan waarnemen wanneer de opneemtransducent weer bij het oppervlak van de schijf wordt gebracht.
De audio-onderdrukkingsketen 20 wordt evenwel door de keten 14 in responsie op het hulponderdrukkingssignaal geactiveerd aangezien het 30 audiogedeelte van het geregistreerde signaal niet voor zoekdoelein- den nodig is en tijdens de aftastbedrijfsmodus enigszins wordt vervormd en ruis vertoont.
Een preconditionering van het servostelsel voor het reduceren van de acquisitie- of stabilisatietijd, geschiedt door het ge-35 lijktijdig toevoeren van een nul-ingangssignaal, opgewekt door de 80 04 67 9 ί - IB - ) video-onderdrukkingsketen, aan de ingang van ds videosignaalcorrec-tieservo via de defectmaskeerketen en het instellen van de uitgangs-spanning van de videosignaalcorrectieservo in het midden van het besturingsgebied daarvan. Deze laatste stap geschiedt door een lus-5 foutspanningsvasthoudcondensator in de servo op een referentiespan- ningspunt met een vooraf bepaalde waarde te vergrendelen. In die gevallen, waarin de servo voor snelheidscorrectiedoeleinden wordt gebruikt, wordt de dode-zonebreedte van een dode-zoneversterker, die parallel aan de.lusfliters is verbonden, in wezen tot nul geredu-10 ceerd. Bij de aftastbedrijfsmodus levert de besturingsketen 10 een signaal, dat slechts de audioketen of in het geval van een stereo-werking de audioketens onderdrukt.
Ter vereenvoudiging van de illustratie en toelichting is de videoschijfweergeefinrichting volgens fig.2 door horizontale stip-15 pellijnen in drie gedeelten gesplitst. Het’ bovenste gedeelte 201 omvat de signaaldetectie- en onderdrukkingssignaalgeneratorketens van de weergeefinrichting. Het centrale gedeelte 202 omvat defect-maskeer- en kamfilterketens. Het onderste gedeelte 203 omvat een videosignaalcorrectieservostelsel, dat bij een bepaalde construc-20 tie de functies van de drie eerder genoemde servostelsels vervult.
Zoals uit het onderstaande blijkt, is de uitvinding in het algemeen van toepassing op videoschijfweergeefinrichtingen met videosignaal-correctieservostelsels, waarin de stelsels of zijn "verenigd" als aangegeven, of "gescheiden” zijn.
25 Het signaaldetectie- en onderdrukkingssignaalgeneratorgedeel- te van de weergeefinrichting volgens fig.2 omvat een opneemketen 30 voor het leveren van FM-uitgangssignalen, die representatief zijn voor geregistreerde video- en audio-informatie, aan een FM-audio-demodulator 32 en een FM-videodemodulator 34. Bij wijze van voor-30 beeld wordt aangenomen, dat de weergeefinrichting bestemd is om te worden toegepast bij registratiedragers, waarin informatie is opgeslagen in de vorm van typografische variaties, en bij wijze van voorbeeld omvat de opneemketen 30 een capaciteit-spanningsomzetter, die in responsie op capaciteitsvariaties tussen een naald en de re-35 gistratiedrager, welke wordt weergegeven, een FM-uitgangssignaalspan- 80 0 4 679 i - 16 - ning opwekt, die representatief is voor de geregistreerde informatie. Dergelijke registratiedragers en geschikte ketens voor het realiseren van de capaciteit-spanningsomzetfunctie van de opneemketen 30 zijn bekend. Gewezen wordt ap de Amerikaanse octrooischri'ften 5 3.783.196, 3.972.064 en 3.711.641.
Oe FM-audiodemodulator 32 $t het door de opneemketen 30 opgewekte FM-signaal om in een audio-uitgangssignaal. De onder verwijzing naar fig.l besproken audio-onderdrukkingsketen 20 bevindt zich in de demodulatorketen 32 om het audio-uitgangssignaal in responsie 10 op een inschakel-(onderdrukkings]signaal op de geleider 19 te onder drukken. De demodulator 32 kan van normaal type zijn en kan bestaan uit een geïntegreerde keten, zoals de CA2111 "FM IF Amplifier-Limiter and Quadrature Detector", welke in de handel verkrijgbaar is. De audio-onderdrukking kan worden verkregen door middel van een 15 normale serie- of shuntschakeling van de demodulatoruitgang in res ponsie op het onderdrukkingssignaal op de geleider 19. De noodzaak tot de uitgangschakeling kan evenwel volledig worden vermeden door het signaal op de geleider 19 aan de begrenzertrap in de demodulator toe te voeren om de begrenzer buiten werking te stellen wanneer het 20 onderdrukkingssignaal aanwezig is. Deze oplossing voor het onder drukken van de audioschakeling in een videoschijfweergeefinrichting is bekend uit het eerder genoemde, Amerikaanse octrooischrift 4.017.677.
De FM-videodemodulatorketen 34 zet het door da opneemketen 30 25 opgewekte FM-signaal om in een video-uitgangssignaal. Ter illustra tie van de werking van het onderdrukkingsstelsel wordt aangenomen, dat de op de schijf geregistreerde videosignalen van het ”begraven onderdraaggolf"-(B5C)-type zijn in plaats van van het gebruikelijke NTSC-type, Zoals b.v. uit het Amerikaanse octrooischrift 3.872.498 30 bekend is, wordt bij het BSC-type de chrominantie-informatie voorge steld door een kleuronderdraaggolf van de algemene vorm, zoals deze bij het bekende NTSC-stelsel wordt toegepast. De chrominantiecompo-nent bevindt zich evenwel niet in het hoge uiteinde van de luminan-tiesignaalvideoband, zoals bij het NTSC-stelsel, doch is in plaats 35 daarvan in een onderste gedeelte van de videoband begraven. Een 80 0 4 6 79 i - 17 - illustratieve onderdraaggolffrequentieKeuze ligt in de buurt van 1,53 MHz, waarbij de kleuronderdraaggolfzijbanden zich om deze waarde over +_ 50Q kHz uitstrekken en waarbij de luminantiesignaalband zich boven de hoogste kleuronderdraaggolffrequentie Cb.v. tot 3 ftiz] 5 uitstrekt.
De defectdetector 36 detecteert in responsie op door de FM-demodulator 34 opgewekte signalen beelddefecten en levert een signaal aan het defectmaskeergedeelte van de weergeefinrichting, waardoor de maskeerketen een voorafgaande regel van het videosignaal of 10 een gedeelte van de voorafgaande regel in de plaats stelt van de geldende regel, die het defect bevat. De defectsignalen worden via de belemmeringspoort 38 geleverd, welke overeenkomt met de defect-maskeerbelemmeringsketen 24 van fig.l. De belemmeringsketen kan b.v. bestaan uit een serie- of shuntschakelaar, welke dient om de defect-15 detectoruitgangssignalen te blokkeren wanneer het onderdrukkingssig- naal op de geleider 23 aanwezig is en in alle andere gevallen de signalen door te laten. Poorten, die geschikt zijn voor het blokkeren of doorlaten van signalen, zijn bekend.
De realisatie van de detector 36 is in een bepaalde mate af-20 hankelijk van de realisatie van de FM-demodulator 34, die b.v. van het pulsteltype of van het fasegrendellustype kan zijn.
Wanneer de FM-demodulator van het pulsteltype is, kan de defectdetector 36 worden uitgevoerd als aangegeven in het Amerikaanse octrooischrift 4.038.686. De FM-demodulator 34 en de defectdetector 25 36 kunnen ook van het fasevergrendellustype zijn, zoals aangegeven in de Amerikaanse octrooiaanvrage Serial No.948.013.
De door de FM-videodemodulator 34 geleverde BSC-videosigna-len worden aan het defectmaskeer- en kamfiltergedeelte van de weergeefinrichting gevoerd via de videoversterker 40, welke bij deze 30 uitvoeringsvorm volgens de uitvinding overeenkomt met de video-onder- drukkingsketen 22 van fig.l. De versterker bezit een belemmerings-ingang, die in responsie op de aanwezigheid van het onderdrukkings-signaal op de geleider 21 van de onderdrukkingslijn de overdracht van het BSC-videosignaal naar de defectmaskeer- an kamfilterketens 35 belemmert en in plaats daarvan een nul- of gedempt uitgangssignaal 80 04 679 - 18 - stelt. Bij voorkeur verandert, zoals boven is vermeld, het rustge-lijkstroomuitgangsniveau van de versterker niet tussen de ingeschakelde en belemmerde toestanden van de versterker. Een te belemmeren versterker met deze eigenschappen is b.v. beschreven in de Ameri-5 kaanse octrooiaanvrage Serial No.41.752.
De detector 18 dient, zoals reeds is vermeld bij de bespreking van fig.l, voor het detecteren van het eind van het door de op-neemketen 30 opgewekte FM-signaal. Ofschoon dit direct kan plaatsvinden (b.v. door de maximale of minimale periode van het FM-signaal 10 af de signaal-ruisverhouding daarvan te metenJ bestaat een voorkeurs wijze daarin, dit indirect te doen, zoals is aangegeven, waarbij voordeel wordt getrokken van het feit, dat het uitgangssignaal van de defectdetector 36 met betrekkelijk weinig extra schakelingen verder kan worden behandeld om tot hetzelfde eindresultaat te komen.
15 Fig,4, welke hierna zal worden besproken, geeft een voorbeeld van de wijze waarop dit kan geschieden.
De detector 18, de keten 14 en de besturingsketen 10 worden in het algemeen als aangegeven in fig.l en onder verwijzing daarvan beschreven uitgevoerd, onderling verbonden en bedreven. De totale 20 werking van het onderdrukkingsstelsel-als toegepast op de weergeef- inrichting volgens fig.2, zal later opnieuw worden bezien onder verwijzing naar een bespreking van de resterende gedeelten van de weergeef inrichting.
□e naadlhefinrichting 42 is met de uitgang 12 van de bestu-25 ringsketen 10 van de weergeefinrichting gekoppeld om de opneemnaald vanuit de normale weergeefpositie daarvan bij het oppervlak van de registratiedrager te bewegen in responsie op het door de keten 10 opgewekte onderdrukkingssignaal wanneer de weergeefinrichting zich in een "uit"-, "belasting”- of "pauze"-bedrijfsmodus bevindt. De naald-30 hefinrichting kan b.v. bestaan uit een solenoïde of een elektromag neet, die op een geschikte wijze met de naald is gekoppeld. Gewezen wordt b.v. op de Amerikaanse octrooischriften 3.972.533, 4.053.161, en 4.059.277.
Het centrale gedeelte van fig.2 omvat een kamfilterketen en 35 een defectschakelaar. De filterketen onttrekt een BSC-chrominantie- 80 0 4 6 79 - 19 - signaal sn een NTSC-luminantiesignaal aan het samengestelde BSC-videoaignaal, dat door de videoversterker 40 wordt geleverd. De de-fectschakelaar 50 wordt door het uitgangssignaal van de belemmerings-poort 38 bestuurd voor het verschaffen van de defectmaskering.
5 Met uitzondering van de defectschakelaar 50 komt de kamfilter- keten overeen met het variabele kamfilter, beschreven in de Amerikaanse octrooiaanvrage Serial No.966.512. Ofschoon de uitvinding ook van toepassing is op andere geschikte variabele centerfrequentiekam-filterstelsels, zoals b.v. beschreven in het Amerikaanse octrooi-10 schrift 3.996.610, af niet-variabele centerfrequentiekamfilterstel- sels, zie b.v. het Amerikaanse octrooischrift 3.872.49Θ, wordt de voorkeur gegeven aan de constructie volgens de Amerikaanse octrooiaanvrage 966.512, gemodifeerd voor het omvatten van de defectschakelaar 50.
15 De redenen voor deze voorkeur houden gedeeltelijk verband met het filterrendement en gedeeltelijk met vereenvoudiging van de onder-drukkingsschakeling. Zowel bij de Amerikaanse octrooiaanvrage Serial No.966.512 als die volgens het Amerikaanse octrooischrift 3.996.610 verkrijgt men een verbeterd filterrendement ten opzichte van de fil-20 terstelsels met constante centerfrequentie door de centerfrequentie in een zodanige zin te variëren, dat storende frequentiefouten, die in het BSC - video-ingangssignaal aanwezig kunnen zijn, worden gecompenseerd. Het kamfilter volgens de Amerikaanse octrooiaanvrage Serial No.966.512 verdient de voorkeur boven dat volgens het Ameri-25 kaanse octrooischrift 3,996.610 omdat in het eerstgenoemde stelsel hetzelfde servostelsel, dat voorziet in een omzetting naar boven van het teruggewonnen BSC-chrominantiesignaal, tevens het signaal levert voor het regelen van de centerfrequentie van het kamfilter, terwijl bij de inrichting volgens het Amerikaanse octrooischrift 30 3.996.610 voor dit doel gebruik wordt gemaakt van een afzonderlijke servo. Derhalve wordt de onderdrukkingsschakeling voor het realiseren van de uitvinding vereenvoudigd omdat slechts één servostelsel tijdens de onderdrukkingsperiode vooraf geconditioneerd behoeft te worden.
35 Wanneer thans de details van de defectmaskeer- en kamfilter- 80 0 4 6 79 i - 20 -
Ketens nader worden beschouwd, vervullen de schakelaar 50 en de vertragingslijn 52, die bij voorkeur van het CCD-type is, de functie van de defectmaskering. De schakelaar 50, welke wordt bestuurd door het uitgangssignaal van de belemmeringspoort 38, verbindt de ingang 5 van de CCD-vertragingslijn 52 met de uitgang van de videoversterker 40 wanneer deze in de "normale (N)"-toestand verkeert en verbindt de uitgang van de vertragingslijn 52 met de ingang daarvan wanneer deze in de "hercirculatie"-toestand CR] verkeert. Tijdens het bedrijf zal wanneer geen onderdrukkingssignaal wordt toegevoerd om de 10 poort 38 of de videoversterker 40 te belemmeren, een door de defect- detector 36 opgewekt defectsignaal via de belemmeringspoort 38 aan de schakelaar 50 worden toegevoerd om deze laatste in hercirculatie-toestand te brengen, waarop het in de vertragingslijn 52 aanwezige videosignaal continu wordt rondgevoerd. Deze "hercirculatie" komt in 15 wezen overeen met een substitutie van het voorafgaande videosignaal voor het geldende videosignaal, dat het "defect" bevat en duurt voort zo lang als de schakelaar 50 in de positie R blijft. Het beëindigen van het defectsignaal, dat door de defectdetector 36 wordt opgewekt, brengt de schakelaar 50 in de normale positie daarvan, 20 waarop de kamfilterschakeling onmiddellijk begint met de behandeling van het door de versterker 40 geleverde videosignaal.
Bij onderdrukking blokkeert de poort 38 het toevoeren van de-fectpulsen aan de schakelaar 50, waardoor de schakelaar 50 in de normale positie daarvan wordt gehouden. Tegelijkertijd levert de vi-25 deoversterker 40 een nul-uitgangssignaal en aangezien de schakelaar 50 zich in da normale positie daarvan bevindt, wordt dit nul-signaal aan de ingang van de vertragingslijn 52 toegevoerd. Zoals later meer' gedetailleerd zal worden toegelicht, wordt het bij onderdrukking door de videoversterker 40 geleverde nul-signaal in wezen over de kamfil-30 terketens gevoerd, waardoor het opwekken van de BSC-chrominantie-en NTSC-luminantiesignalen wordt belemmerd en waarbij tevens voor de videosignaalcorrectieservo de werking van de fasedetector daarvan wordt belemmerd. Dit omvat een van drie stappen voor het voorconditi-oneren van het servostelsel van deze bepaalde uitvoeringsvorm val-35 gens de uitvinding op een vooraf bepaald punt in het besturingsgebied daarvan. ()4 6 79 - 21 -
Ten aanzien van de details van de kamfilterketens wordt opgemerkt, dat de vertragingslijn 52 een dubbele functie heeft nl. het opslaan van videosignalen voor defectmaskering, zoals eerder is beschreven, en het vertragen vanvideosignalen voor kamfiltering.
5 Bij voorkeur bestaat de vertragingslijn 52 uit een CCD-vertragings lijn van het begraven-kanaaltype (zoals b.v. beschreven in het artikel van J.Matov, getiteld "Charge Coupled Devices”, in Wireless World van januari 1975). De door de vertragingslijn 52 verschafte vertraging wordt bestuurd door de vertragingsbesturingsketen 54, 10 die, zoals aangegeven in de bovengenoemde Amerikaanse octrooiaan vrage Serial No.948.013 is voorzien van een fasevergrendellusfrequen-tievermenigvuldiger met een uitgang, die met de klokaandrijfschakeling is gekoppeld om de snelheid van ladingsoverdracht via de vertragingslijn en derhalve de mate van vertraging te regelen. Aange-15 zien de centerfrequentie van een kamfilter een functie is van de door het vertragingselement verschafte vertraging, regelt de frequentie van het aan de vertragingsbesturingsketen 54 toegevoerde bestu-ringssignaal derhalve noodzakelijkerwijs de centerfrequentie van het filter.
20 Het kamfiltercenterfrequentiebesturingssignaal wordt opgewekt door de videosignaalcorrectieservo, zoals later zal worden toegelicht, en wordt aan een banddoorlaatfilter onderworpen door het band-doorlaatfilter 56 voordat het signaal aan de PLL-frequentievermenig-vuldiger in de vertragingsbesturingsketen 54 wordt toegevoerd. De re-25 den voor de banddoorlaatfiltering is, dat het besturingssignaal door een vermenigvuldigingsproces in het servostelsel wordt opgewekt en derhalve ongewenste pradukttermen kan bevatten.
De ingangs- en uitgangssignalen van de vertragingslijn 52 worden toegevoerd aan een optelinrichting 58 waarin zij additief worden 30 gecombineerd, waardoor een kamfilter wordt gevormd, dat de luminan- tiecomponent van het samengestelde kleurvideosignaal scheidt. Wanneer het aan de vertragingsbesturingsketen 54 toegevoerde besturingssignaal f een nominale frequentie heeft.(welke wijst op geen storen-c de deviaties van de samengestelde-signaalfrequenties) heeft dit lumi-35 nantiekamfilter een frequentieresponsie, welke is gekenmerkt door 80 0 4 679 - 22 - t een aantal responsiepieken, welke optreden bij even veelvouden van de helft van de nominale horizontale regelfrequentie en een aantal afwijsgebieden, welke optreden bij oneven gehele veelvouden van de helft van de nominale regelfrequentie.
5 Het uitgangssignaal van de vertragingslijn 52 wordt van het ingangssignaal daarvan afgetrokken door de aftrekinrichting 60, waardoor nog een kamfilter wordt gevormd, dat chrominatiecamponent van het samengestelde videosignaal doorlaat. Wanneer het besturings-signaal f de nominale frequentie daarvan heeft, bezit dit chromi-10 nantiekamfilter een frequentieresponsiekarakteristiek met een aantal responsiepieken, welke optreden bij oneven gehele veelvouden van de helft van de nominale regelfrequentie, en een aantal afwijsgebieden, welke optreden bij even gehele veelvouden van de helft van de nominale regelfrequentie.
15 Aangezien het frequentiegebied van de luminantiesignaalcompo- nent bij het BSC-type hetzelfde is als bij het NTSC-type, is het enige, dat nodig is voor het verschaffen van een juist NTSC-luminan-tie-uitgangssignaal, het compenseren van het opduwen, dat bij het registratieproces heeft plaatsgevonden, en het supplementeren van 20 het signaal met informatie, welke verband houdt met het verticale detail, dat bij het luminantiekamfilterprcces verloren is gegaan.
Het supplementeren van het verticale detail geschiedt door de uitgang van de opteiinrichting 58 via een vertragingselement S4 en een laagdoorlaatfilter 66 met één ingang van een verdere optelinrichting 25 62 te koppelen en de uitgang van de aftrekinrichting 60 via een laagdoorlaatfilter 68 met de andere ingang van de optelinrichting 62 te koppelen. Geschikte ontwerpparameters voor de koppelelementen zijn de volgende: een vertraging van ongeveer 500 nsec voor het vertragingselement 64 Cdit compenseert de verlaging via het laagdoor-30 laatfilter 68}j een doorlaatband van 0-5 MHz voor het laagdoorlaat filter 66; en een doorlaatband van 0 - 500 kHz voor het laagdoorlaatfilter 68. De compensatie van het opduwen geschiedt door de uitgang van de optelinrichting 62 met de ingang van de terugduwketen 72 te koppelen, welke bij voorkeur een overdrachtskarakteristiek 35 heeft, die complementair is aan die van de bij het registreren van de videoschijf gebruikte opduwketen.
80 0 4 679 - 23 -
Het uitgangssignaal van de aftrekinrichting SO bevat zowel laagfrequente informatie (die door het laagdoorlaatfilter 68 wordt doorgelaten voor het supplementeren van het verticale detail van het luminantiesignaal, zoals boven is beschreven] en het chrominan-5 tiesignaal van het BSC-type. De laagfrequente informatie wordt ver wijderd door de uitgang van de aftrekinrichting 60 met de ingang van het banddoorlaatfilter 70 te verbinden, welk filter bij voorkeur een doorlaatband van ongeveer 1 MHz heeft, welke is gecentreerd bij de BSC-kleursaivofrequentie van nominaal 1,53 MHz.
10 Aangezien het frequentiegebied van het ohrominantiesignaal met het BSC-type lager ligt dan het gebied daarvan bij het NTSC-type, is een omzetting van het uitgangssignaal van het banddoorlaatfilter 70 naar boven nodig voordat de chrominantie- en luminantie-signalen kunnen worden toegevoegd (in de optelinrichting 74] voor 15 het verschaffen van een samengesteld NTSC-videosignaal. Dit is een van de verschillende functies, welke wordt vervuld door het video-signaalcorreetieservostelsel, dat in het onderste gedeelte van fig.l is afgedeeld.
Voordat de details van het videosignaalcorrectieservostelsal 20 nader worden beschouwd, verdient het de voorkeur eerst de taken te bezien, welke men met dit stelsel onder normaal bedrijf beoogt te vervullen en op welke wijze deze taken veranderen bij de anderdruk-kingsmodus. Onder normale bedrijfsomstandigheden (weergeef- of af-tastmodus) is het afgebeelde servostelsel zodanig ontworpen, dat het 25 voorziet in alle functies van de drie afzonderlijke servostelsels, welke boven zijn besproken. Meer in het bijzonder voorziet het servostelsel in: (1] een omzetting van het chrominantiesignaal van het BSC-type naar boven naar het NTSC-type,· (2] een kamfiltercenterfre-quentieregeling voor het maximaal maken van het filterrendement en 30 het compenseren van storende variaties daarvan; en (3] een besturing van een transducent voor het regelen van de tangentiale naaldpositie teneinde een snelheidsfoutcorrectie te verkrijgen.
Bij de onderdrukkingsmodus reageert het servostelsel op het direct daaraan via de geleider 25 toegevoerde. onderdrukkingssignaal 35 en het door de videoversterker 40 geleverde nul-signaal (dat, zoals boven is vermeld, zowel de BSC-chrominantie- als de NTSC-luminantie- 80 04 679 - 24 - Λ signalen bij de servostelselingangen beëindigt of opheft] om Cl) een BSE=naar-NTSC-chrominantiesignaalmodulator in het midden van het besturingsgebied daarvan in te stellens C2) de KamfilterKeten op het midden van het besturingsgebied daarvan in te stellens en 5 (3) de snelheidscorrectietransducent op het midden van het bestu ringsgebied daarvan in te stellen.
Het voordeel van het gebruik van een "unitair” servostelsel voor het vervullen van de drie normale bedrijfsfuncties, welke boven zijn vermeld, is, dat de onderdrukkingsschakeling, welke nodig is 10 om de drie onderdrukkingsmodusfuncties te vervullen, sterk wordt vereenvoudigd. Hierdoor wordt zowel de betrouwbaarheid van de weergeef inrichting verbeterd alswel een kostenbesparing verkregen.
Een omzetting naar boven van het BSC-chrominantiesignaal Cnominaa.1 1,53 MHz) naar de NTSC-frequentie Cnominaal 3,5Θ ΓΉζ) 15 voor optelling bij het NTSC-luminantiesignaal in de optelinrichting 74 geschiedt in het servostelsel volgens fig.2 door de spanningsbe-stuurde oscillator (VCQ) 100, de vermenigvuldiger 102 en het band doorlaatfilter 104. De uitgangsfrequentie van de VCD 100 is wanneer deze zich in het midden van het besturingsgebied daarvan bevindt, 20 nominaal 5,11 MHz. Derhalve levert de vermenigvuldiger 102, die het aan de uitgang van het banddoorlaatfilter 70 opgewekte BSC-chrominantiesignaal met het uitgangssignaal van de VCO 100 mengt of vermenigvuldigt, uitgangssignalen met nominaal 3,58 en 6,64 MHz. Het banddoorlaatfilter 104 laat het signaal met de laagste frequentie 25 Cdat met de NTSC-chraminantiesignaalnorm overeenkomt) door naar de optelinrichting 74, waar het signaal wordt gesommeerd met het aan de uitgang van de terugduwketen 72 opgewekte NTSC-luminantiesignaal teneinde daardoor te voorzien in een samengesteld video-uitgangssignaal van het NTSC-type voor de videoschijfweergeefinrichting.
30 - De vermenigvuldiger 102 en het banddoorlaatfilter 104 kunnen van normaal type zijn. Het is evenwel gewenst·.·:, dat de VCO 100 een grote stabiliteit bezit en tot een grote frequentiedeviatie in staat is aangezien deze inrichting dient voor het compenseren van fouten in de frequentie van het BSC-chrominantiesignaal en de centerfrequen-35 tie van de kamfilterketens. Een spanningsbestuurde oscillator met 80 0 4 6 79 i - 25 - een groot deviatiegebied waaraan de voorkeur wordt gegeven, is beschreven in de Amerikaanse octrooiaanvrage Serial Νο.051.θ26.
De kamfiltercenterfrequentiebesturing vindt plaats door de videosignaalcorrectieservo en wel door de VCO 100, de oscillator 5 106 en de vermenigvuldiger 108. De oscillator 106 is kristalbestuurd voor het opwekken van een uitgangssignaal met een frequentie, welke gelijk is aan de genormaliseerde NTSC-onderdraaggolffrequentie van 3.579.545 Hz. De vermenigvuldiger 108, die het uitgangssignaal van de VCQ 100 en het referentiesignaal van de oscillator 106 ontvangt, 10 levert uitgangssignaalfrequenties van nominaal 1,53 en 8,69 MHz wanneer de VCO 100 zich op de nominale centerfrequentie daarvan (5,11 MHz} bevindt. Een van deze signalen (bij voorkeur het signaal met de laagste frequentie} wordt door het banddoorlaatfilter 56 doorgelaten om het centerfrequentiebesturingssignaal f toe te voeren 15 aan de ver±rag.ngsbesturingsketen 54, welke, zoals reeds is toege licht, de centerfrequentie van de kamfilters bestuurt.
De nominale frequentie van de VCO 100 (5,11 MHz} komt overeen met een vooraf bepaalde waarde van de stuurspanning, die aan de ingang daarvan wordt aangelegd en de parameters van de vertra-20 gingsbesturingsketen 54 en de vertragingslijn 52 zijn zodanig, dat het karafilter nominaal in het besturingsgebied daarvan is gecentreerd wanneer f gelijk is aan 1,53 MHz (alternatief 8,69 MHz}.
Derhalve wordt bij het toevoeren van de vooraf bepaalde referentie-spanning aan de ingang van de VCO 100 de kamfilterketen in het mid-25 den van het besturingsgebied daarvan gebracht d.w.z. in het gebied waarin maximale luminantie- en chrominantie-uitgangssignalen worden opgewekt wanneer wordt aangenomen, dat in het aan de kamfilter-ketens toegevoerde samengestelde BSC-videosignaal geen frequentie-fout aanwezig is, 30 De snelheidsfoutcorrectie vindt in het servostelsel volgens fig.2 plaats door middel van de transducent 110, die mechanisch met de opneemtransducent van de weergeefinrichting is gekoppeld om de tangentiale positie van de opneemnaald ten opzichte van het op de videoschijf geregistreerde video-informatiespoor te regelen. Indien 35 de schijf b.v. niet rond is, verandert de transducent 100 de effec- 80 0 4 679 - 26 - tieve lengte van de apneemarm in overeenstemming met de rotatie van de schijf in een richting;, waarbij de excentriciteit daarvan wordt gecompenseerd, De transducenten tgewoonlijk ,,armstrek"-transducen-ten genoemd] die geschikt zijn om deze functie te vervullen, zijn 5 b.v. beschreven in de Amerikaanse octrooischriften 3.882.267 en 3.983.318.
□e besturing van de VCO 100 en de transducent 110 geschiedt door middel van een kleursalvogesleutelde fasedetector 120, die de kleursalvocomponent van het aan de uitgang van het banddoorlaatfil-1G ter 104 opgewekte chrominantiesignaal vergelijkt met de genormali seerde NTSC-referentiefrequentie C3.579.545 Hz) welke door de refe-rentie-oscillator 106 wordt geleverd. Het sleutelen van de fasedetector 120 geschiedt door een synchronisatiescheidingsinrichting 122, welke de horizontale synchronisatiepuls detecteert in het luminantie-15 signaal van het NTSC-type, dat aan de uitgang van de terugduwketen 72 wordt opgewekt, en aan de salvopoort 124 een inschakelsignaal toevoert wanneer elke horizontale synchronisatiepuls optreedt.
De salvopoort 124 stelt daarna de fasedetector 120 tijdens het zogenaamde ”achterstoep"-interval van de horizontale synchronisatiepuls, 20 waar zich het kleursalvosignaal bevindt, in werking. Aangezien de fasedetector 120 slechts tijdens het kleursalvo-interval in werking wordt gesteld, wordt het uitgangssignaal daarvan (dat de servostel-selbesturings- of "fout"-spanning voorstelt) tijdens de rest van het horizontale regelinterval door middel van de vasthoudcondensator 25 130 opgeslagen.
De foutspanning van de condensator 130 wordt toegevoerd aan de ingang van een cascadeverbinding van twee laagdoorlaatfilters 132 en 134 en gesommeerd met het uitgangssignaal van de cascadeverbinding door de sommeerketen 136 teneinde de besturingsspanning van de VCD 30 100 te verschaffen. Het uitgangssignaal van het eerste filter 132 van de cascadeverbinding wordt toegevoerd aan de transducent 110.
De filters 132 en 134 dienen om de servolusversterking voor de transducent 110 bij een frequentie van ongeveer 7,5 Hz en de lusversterking voor de VCO 100 bij een frequentie van ongeveer 0,27 Hz maximaal te 35 maken. Op deze wijze worden de servofuncties van de VCO 100 en de 8004679 - 27 - t transducent 110 gescheiden, waarbij de transducent 110 in hoofdzaak grove snelheidsfouten corrigeert, zoals deze b.v. kunnen worden veroorzaakt door een kromgetrokken of excentrische registratiedra-ger. De VCO 100 compenseert dan in hoofdzaak fouten met zeer lage 5 . frequentie (die b.v. een gevolg zijn van voedingslijnfrequentie-variaties, welke de rotatiesnelheid van de draaitafel beïnvloeden] en fouten met een relatief hoge frequentie (die b.v. een gevolg zijn van storende variaties in het teruggewonnen videosignaal].
De filters 132 en 134 kunnen worden uitgevoerd zoals b.v. is be-10 schreven in het Amerikaanse octrooischrift 3,965.482.
De werking van het tot dusver beschreven gedeelte van het servostelsel kan het gemakkelijkst worden begrepen door eerst het geval te beschouwen, waarbij de frequentie van het. kleursalvosignaal gelijk issaan die van de oscillator 106 en in fasekwadratuur daar-15 mede is. In dat geval is geen fout aanwezig en zal de condensator 130 door de fasedetector 120 worden geladen tot een spanning, die de VCO 100 bij de nominale centerfrequentiewaarde daarvan (5,11 MHz] en de positietransducent 110 bij het midden van het besturingsge-bied daarvan houdt. Wanneer een verandering in de kleursalvofrequen-20 tie af -fase optreedt, zal de spanning op de condensator 130 veran deren, waardoor de frequentie van de VCO 100 en de positie van de transducent 110 worden gevarieerd in een richting, waarbij de verandering in het kleursalvosignaal wordt tegengewerkt.
De onderdrukkingsschakeling voor het servostelsel omvat -25 de schakelaar 150, welke wanneer deze is gesloten de vasthoudconden- sator 130 met een referentiespanningsbron 152 vergrendelt. De refe-rentiespanning heeft een vooraf bepaalde waarde, welke overeenkomt met de nul-fouttoestand van het servostelsel en het onderdrukkings-signaal op de geleider 25 wordt aan de schakelaar toegevoerd om deze 30 te sluiten wanneer het onderdrukkingssignaal aanwezig is.
De onderdrukkingsschakeling omvat voorts een dode-zoneverster-ker 160, die op het uitgangsfoutsignaal van de cascadeverbinding van de laagdoorlaatfilters 132, 134 reageert, teneinde een tegenwerkend signaal naar de ingang van de cascadeverbinding (via de som-35 meerketen 140] terug te voeren wanneer het uitgangsfoutsignaal een 80 0 4 679 i - 28 - vooraf bepaalde grenswaarde overschrijdt. Oe schakeling in de versterker, welke op het onderdrukkingssignaal op de geleider 25 reageert, reduceert de vooraf bepaalde grenswaarde wanneer het onderdrukkingssignaal aanwezig is. Bij voorkeur is de versterker 160 5 van het type met een dode zone met regelbare breedte, die de vooraf bepaalde grenswaarde bepaalt, waarbij de breedte van de dode zone bij voorkeur tot nul wordt gereduceerd in responsie op de aanwezigheid van het onderdrukkingssignaal op de geleider 25. Een dodë-zoneversterker, welke voor dit doel geschikt is, is beschreven in 10 het Amerikaanse octrooischrift 3.851.259. Een dode-zoneversterker waaraan de voorkeur wordt gegeven, vindt men in de Amerikaanse octrooiaanvrage Serial No.58.022.
De versterker 160 beschermt de transducent 110 tegen een te grote gelijkstroom bij zowel een onderdrukte als een niet-onderdruk-15 te bedrijfsmodus van de weergeefinrichting. De beveiliging bij de niet-onderdrukte modus wordt verkregen door de positie van de dode zone zodanig in te stellen, dat deze gelijk is aan het gelijkspan-ningsniveau op de uitgang van het laagdoorlaatfilter 134, overeenkomende met het nominale ''midden" van het servobedrijfsgebied en door 20 de breedte van de dode zone zodanig i-n te stellen, dat deze gelijk is aan de maximaal te verwachten piek-tot-piekvariaties van de gelijkspanning. Derhalve zal indien een gelijkstroomovergangsverschijnsel optreedt, dat groter is dan het normale servosignaal, dit door de versterker 160 worden versterkt en als een negatief terugkoppel-25 signaal naar de sommeerketen 140 worden gevoerd, waardoor de servo- lusversterking wordt gereduceerd en de stroom naar de transducent 110 tot een maximale^waarde wordt begrensd.
Bij de onderdrukkingsmodus reduceert het via de geleider 25 aan de versterker ISO toegevoerde onderdrukkingssignaal de dode-30 zone-breedte daarvan tot nul. Derhalve levert de versterking 160 het uitgangssignaal van het laagdoorlaatfilter 134 continu aan de ingang van de sommeerketen 140, waardoor de servolusversterking wordt gereduceerd en de stroom naar de transducent 110 wordt begrensd. Tegelijkertijd vergrendelt de schakelaar 150 de vasthoudcondensator 35 130 met de referentiespanningsbron 152, overeenkomende met de nul- 80 0 4 679 - 29 - t foutspanning van het servostelsel. Dientengevolge worden de VCO 100 en de transducent 110 béide op het midden van de respectieve bestu-ringsgebieden daarvan ingesteld.
De totale werking van de rest van de onderdrukkingsschake-5 ling volgens fig.2 is in hoofdzaak dezelfde als die, welke eerder onder verwijzing naar fig.l is beschreven en derhalve zal deze hier niet worden herhaald. Eén punt, dat bij de voorafgaande bespreking niet uitvoerig is beschouwd, heeft evenwel betrekking op de invloed op het servostelsel van het nul-signaal, dat door de videoversterker 10 40 wordt opgewekt. Men zal zich herinneren, dat üj onderdrukking dit nul-signaal zich via de defectmaskeer- en kamfilterketens naar het servostelsel voortplant. Bij deze voortplanting wordt de vertra-gingslijn 52 vrijgemaakt van voorafgaande video-informatie, welke het optreden va^iwillekeurige patronen bij de TV-monitor, die de uit-15 gangssignalen van de weergeefinrichting ontvangt, belet. De invloed daarvan op het servostelsel dient om de werking van de gesleutelde fasedetector 120 te beletten. Dit is het geval omdat de fasedetector 120 wordt gesleuteld door synchronisatiepulsen, die door de synchro-nisatiescheidingsinrichting 122 van het NTSC-luminantiesignaal wordt 20 afgescheiden en waarbij het NTSC-luminantiesignaal bij onderdrukking door het nul-signaal wordt vervangen.
Het belang van de werking van het servostelsel bij het uitschakelen van de fasedetector 120 is, dat hierdoor de aan de schakelaar 150 gestelde eisen sterk worden gereduceerd. Men zal zich her-25 inneren, dat de schakelaar 150 dient om de condensator 130 bij onder drukking op de potentiaal van de referentiespanningsbron 152 te vergrendelen. Indien de fasedetector 120 niet tegelijkertijd werd uitgeschakeld, zou deze kunnen pogen de condensatorspanning periodiek te wijzigen en zou de schakelaar 150 een veel lagere impedantiebron 30 voor de condensator 130 moeten vormen dan de fasedetector 120,
Deze'eis wordt geëlimineerd door de fasedetector 120 buiten werking te stellen, zodat de schakelaar 150 van elk geschikt ontwerp kan zijn. Men kan voor de schakelaar 150 b.v. gebruik maken van een complementaire fout-effecttransmissiepoort. De schakelaar kan ook 35 worden gerealiseerd door een relais of door een complementaire of 80 0 4 679 1 ♦ - 30 - niet-complementaire bipolaire transmissiepoort. Resumerende is de constructie van de schakelaar 150 niet kritisch omdat de videodemor-dulator bij onderdrukking buiten werking wordt gesteld en aangezien deze in de videosignaalbehandelingsketen aan het servostelsel vooraf 5 gaat wordt de fasedetector daardoor buiten werking gesteld.
Zoals uit fig.3 blijkt, omvat de onderdrukkingsgeheugen- en logische keten 14 een paar kruiselings gekoppelde transistoren 01 en Q2 welke een flip-flop vormen. De collector van de transistor 01 met geaarde emitter is via een belastingsweerstand R1 met een voe-10 dingsspanningsbron +V en via een stroombegrenzingsweerstand RZ met de basis van· de transistor 02 gekoppeld. De collector van de transistor 02 is via een belastingsweerstand R3 met de voedingsspan-ningsbron en via een stroombegrenzingsweerstand R4 met de basis van de transistor 01 gekoppeld, waarbij de gemeenschappelijke verbinding 15 van de weerstanden R3 en R4 een ingangs/uitgangsknooppunt A vormt.
Het knooppunt A dient zowel als een bidirectionele informatie poort voor de flip-flop alswel als een bedrade OF-(negatieve logische conventie)verbinding voor het verschaffen van de inclusieve logische som van twee variabelen. Het knooppunt is gekoppeld met de 20 aansluitingen 321, 323 en 325, met de kathode van de diode D1 en de · ingangsklem 312. De anode van de diode D1 is met de uitgangsklem 319 en met de ingangsklem 316 gekoppeld,
De geleidingsbaan van de transistor Q3 is in serie verbonden met die van de transistor Q2 tussen het knooppunt A en aarde. De 25 basis van de transistor 03 is via een stroombegrenzingsweerstand R5 met de ingangsklem 317 gekoppeld. De transistor Q3 vervult de dubbele functie van het instellen en terugstellen van de door de transistoren Q1 en 02 gevormde flip-flop.
De uitgangsklemmen 319, 321, 323 en 325 dienen voor het ver-30 schaffen van uitgangssignalen aan de geleiders 19, 21, 23 resp. 25 bij de uitvoeringsvormen volgens fig.l en 2. De ingangsklem 317 dient voor de verbinding met de uitgang van de detector 18, welke daaraan een positieve spanning aanlegt wanneer de FM-draaggolf niet aanwezig is en een aardniveauspanning daaraan aanlegt wanneer de draaggolf 35 wel aanwezig is. De ingangsklemmen 312 en 316 zijn resp. met de uit- 80 0 4 6 79 - 31 - gangen 12 en 16 van de besturingsKeten 10 van de weergeefinrichting verbonden. Deze Keten omvat een eerste schakelaar. S1, welke de lijn 12 aardt wanneer de weergeefinrichting zich in een UIT-, BELASTINGS- of PAUZE-bedrijfsmodus bevindt. De keten 10 omvat ook 5 een tweede schakelaar S2, welke de lijn 16 aardt wanneer de weer geef inrichting zich in een aftastbedrijfmodus bevindt.
De bij de ketens 14 en 10 gebruikte logische conventie is, dat een aardniveausignaal éen ldgische een, een "echte" of inscha-keltoestand voorstelt, en een positief spanningsniveausignaal een lü logiscbe nul, een "onjuiste” of uitschakeltoestand voorstelt. In dien het in een bepaalde situatie nodig is een complementair uitgangssignaal te verkrijgen voor koppeling met een of meer elementen van de stelsels volgens fig.l of 2, heeft men een aantal mogelijkheden. Zo kan b.v. een invertor tussen de gewenste uitgangsklem en 15 de keten, welke moet worden gekoppeld, worden verbonden. Men kan ook het gewenste complementaire uitgangssignaal uit de collector van de transistor 01 afnemen. Als een ander alternatief kan men op een eenvoudige wijze de logische conventie veranderen door de tran-sistorgeleidingstypen, de poling van de diode D1 en alle voedings-20 en aardverbindingen om te keren. Andere varianten, zoals een sub stitutie van veldeffecttransistoren voor de weergegeven bipolaire transistoren liggen voor de hand.
De logische functies van de onderdrukkingsgeheugen- en logische keten zijn dezelfde als die, welke hier bij fig.l zijn bespro-25 ken. De ketenfuncties zijn als volgt. De klem 319 is geaard om een inschakelsignaal aan de audio-onderdrukkingsketen 20 via de geleider 19 toe te voeren wanneer of de schakelaar S2 is gesloten of de schakelaar S1 is gesloten of de flip-flop is ingesteld [knooppunt A geaard, 02 en 03 in). De klemmen 321, 323 en 325 worden geaard voor 30 het leveren van inschakelsignalen aan de video-onderdrukkingsketen 22, de defectmaskeerbelemmeringsketen 24 en de videosignaalcorrec-tieservovoorconditioneerketen 26 via de geleiders 21, 23 en 25 wanneer of de schakelaar S1 wordt gesloten of de flip-flop wordt ingesteld.
35 Het instellen van de flip-flop in de onderdrukkingsgeheugen- 80 0 4 679 i .-32- en logische Reten 14 is een functie van het logische produkt van twee variabelen nl. de positie van de schakelaar S1 en de uitgangs-spanning van de detector IS, Ter illustratie wordt aangenomen, dat de weergeefinrichting zich in een normale of "weergeef"-bedrijfsmo-5 dus bevindt, In dat geval zal de schakelaar S1 open zijn en zal het uitgangssignaal van de detector 18 klein zijn Caardniveau], hetgeen wijst op de aanwezigheid van de FM-draaggolf, Dientengevolge zullen de schakelaars Q2 en Q3 zijn uitgeschakeld, zal Q1 zijn ingeschakeld en zal het knooppunt A hoog zijn. Indien nu de weergeef-1G inrichting in de ”pauze”-modus wordt gebracht, zal de schakelaar S1 worden gesloten, waardoor het knooppunt A op aardpotentiaal wordt vergrendeld. Hierdoor wordt op zijn beurt de transistor Q1 uitgeschakeld, waardoor de collectorspanning daarvan een positieve waarde aanneemt en waardoor op zijn beurt via de weerstand R2 een 15 inschakelvoorspanning aan de basis van Q2 wordt aangelegd. De tran sistor Q2 kan evenwel op dit punt nog niet inschakelen omdat de geleidingsbaan daarvan in serie staat met die van de transistor Q3, welke door het uitgangssignaal van de detector 18 uitgeschakeld wordt gehouden. Het FM-signaal zal evenwel worden beëindigd en wan-20 neer dit door de detector 18 wordt gedetecteerd, zal de transistor Q3 worden ingeschakeld, Wanneer dit het geval is zal de flip-flop in de insteltoestand daarvan worden vergrendeld, waarbij de beide transistoren Q2 en Q3 geleiden en de transistor Q1 niet geleidt.
De flip-flop zal ingesteld blijven zo lang als de detector 18 een 25 positieve spanning aan de klem 317 toevoert en zal zelfs nadat de schakelaar S1 wordt geopend, ingesteld blijven im.verband met de regeneratieve terugkoppeling tussen de transistoren Q1 en 02, Het terugstellen van de flip-flop Cof meer nauwkeurig het uitschakelen van de vergrendelde insteltoestand daarvan] vindt plaats wanneer 30 het aan de klem 317 toegevoerde signaal, dat het verloren gaan van de draaggolf voorstelt, wordt beëindigd [hetgeen wijst op de aanwezigheid van de FM-draaggolf3.
De in verband met fig.l en 2 beschreven detector 18 kan , zoals aangegeven in fig.4, worden gerealiseerd door een cascadeverbin-35 ding van een unidirectionele pulsaandrijfinrichting 400, een RC- 80 0 4 6 79 - 33 - i integrator 41Ü en een drempeldetector 420. De pulsaandrijfinrichting 400 omvat een emittervolgtransistor 401, waarvan de collector met een voedingsspanningsklem 402 is verbonden voor het ontvangen van een voedingsspanning (welke niet-geregeld kan zijn). De basis van 5 de transistor 401 is verbonden met een ingangsklem 403 voor het ontvangen van "defectpulsen" uit de uitgang van de defectdetector 36 (fig.2). De emitter van de transistor 401 is via de belastings-weerstand 404 geaard en met de anode van de diode 405 gekoppeld.
De emittervolger dient voor het verschaffen van een laad-10 stroombron met. kleine impedantie voor de integrator 410, zodat de laadtijdconstante daarvan wordt bepaald door de waarden van de elementen daarvan en niet door de uitgangsimpedantie van de defectdetector. De diode 405 dient om het mogelijk te maken, dat eeb laad-stroom naar de integrator vloeit wanneer een defectpuls optreedt, 15 terwijl een ontlading van de integrator via de emittervolger in afwezigheid van defectpulsen wordt- belet, zodat de ontlaadtijdconstante van de integrator door de elementwaarden daarvan en iet door de karakteristieken van de aandrijfketen wordt bepaald.
De integrator 410 omvat een condensator 411 waarvan één be-20 kleedsel- is geaard, een laadweerstand 412, die tussen het andere be kleedsel van de condensator 411 en de kathode van de diode 404 is verbonden, en een ontlaadweerstand 413, die parallel aan de condensator is verbonden. De laadtijdconstante wordt bepaald door de keuze van de waarden van de weerstandm 412 en 413 en de condensa-25 tor 411. Indien de waarde van de weerstand 413 veel groter is dan die van de weerstand 412, zal de laadtijdconstante in hoofdzaak afhankelijk zijn van de weerstand 412 en de waarde van de condensator 411 (het hoofddoel van de weerstand 413 is eenvoudig het verschaffen van een ontladingsbaan voor de condensator 411).
30 0e drempeldetector 420 omvat een paar emitter-gekoppelde transistoren 421 en 422 waaraan een emitterstroom wordt toegevoerd via een weerstand 423, die met aarde is verbonden. De basis van de transistor 421 is verbonden met de uitgang van de integrator 410 en de basis van de transistor 422 is verbonden met een voedings-35 klem 424 voor het ontvangen van een drempelinstelspanning V2 uit 80 0 4 679 - 34 - t sen niet afgeheelde drempslspanningsbron. De collector van de transistor 421 en de collector van een seriedoorlaatspanningsregel-transistor 425 en de collector van een emittervolger-uitgangstran-sistor 426 zijn alle verbonden met de Klem 402 voor het ontvangen • 5 van een niet-geregelde voedingsspanning V1.
De basis van de transistor 425 is met de voedingsKlem 427 verbonden voor het ontvangen van een geregelde spanning V3, die tussen V1 en V2 is gelegen. De transistor 425 dient om een geregelde spanning aan de collectorbelastingsweerstand 428 toe te voe-10 ren, die tussen de collector van de transistor 422 en de emitter van de transistor 425 is verbonden. Het voordeel van deze ’’lokale regeling" in de detector 420 is, dat een veel Kleinere regeltran-sistor Kan worden toegepast dan het geval zou zijn indien de collec-torspanningen van de transistoren 401, 421 en 426 werden geregeld 15 (waarbij het duidelijk is, dat de transistor 401 een pulsaandrijf- inrichting is en derhalve een grote intermitterende stroom eist).
De basis van de emittervolgertransistor 426 is verbonden met de collector van de transistor 428 en de emitter van de transistor 426 is via een belastingsweerstand 429 geaard en met de uitgangsklem 20 430 verbonden.
Tijdens het bedrijf wordt eerst aangenomen, dat de condensator 411 is ontladen en geen defectpulsen aan de Klem 403 worden toegevoerd. In dat geval zal de transistor 421 zijn uitgeschakeld, zal de transistor 422 zijn ingeschakeld en zal op de uitgangsklem 25 430 een relatief lage uitgangsspanning worden opgewekt tengevolge van de spanningsval, die over de belastingsweerstand 428 optreedt.
Er wordt op gewezen, dat defectpulsen door de defectdetector 36 wordt opgewekt wanneer de frequentie (of fase) van het FM-videosig-naal de normale grenzen overschrijdt. Voortgezette defectpulsen 30 stellen derhalve of een beeld met abnormaal veel ruis of een volle dig verloren gaan van het FM-draaggolfsignaal voor. Wanneer een dergelijke situatie zich voordoet, zullen de pulsen, die via de puls-aandrijfinrichting 400 aan de integrator 410 worden toegevoerd, de condensator 411 laden tot een spanningsniveau, dat hoger ligt dan 35 dat van de drempelspanning V2, die aan de klem 424 wordt aangelegd.
80 04 679 - 35 -
Wanneer dit het geval is zal de transistor 421 worden ingeschaksld, en zal de transistor 422 worden uitgeschakeld, waardoor de span-ningsval over de belastingsweerstand 428 afneemt. Dientengevolge zal de uitgangsspanning op de uitgangsklem 430 toenemen tot de po-5 tentiaal V3 [verminderd met de som van de basis-emitterverschui- vingsspanningen van de transistoren 425 en 426). Deze hoge uitgangsspanning wijst op de toestand van het FM-signaal waarbij de draag-golf verloren is gegaan of veel defecten vertoont.
80 04 679

Claims (9)

1. Onderdrukkingsketen ten gebruike bij een videoschijfweergeef inrichting van het type, voorzien van een opneemtransducent voor het opwekken van een FM-uitgangssignaal, dat representatief is voor op een videoschijf geregistreerde informatie, een videodemodu- 5 lator, die in responsie op het FM-signaal een videosignaal opwekt, en een videosignaalcorrectieservostelsel, dat in responsie op het videosignaal en een referentiesignaal een foutsignaal opwekt, dat representatief is voor deviaties van het videosignaal ten opzichte van een voorgeschreven relatie met het referentiesignaal, organen 10 om tenminste één correctiesignaal naar een punt van de videoschijf- weergeefinrichting terug te voeren in een zin, waarbij deze deviaties tot een minimum worden teruggebracht, en welke onderdrukkings-keten zodanig is uitgevoerd, dat deze een onderdrukkingssignaal aan een punt van het videosignaalcorrectieservostelsel toevoert, 15 gekenmerkt door ketenorganen (22, 26), die in responsie op het on derdrukkingssignaal C12D de videodemodulator C34) onderdrukken en het videosignaalcorrectieservostelsel C203) op een vooraf bepaald punt van het besturingsgebied daarvan voorconditioneren.
2. Onderdrukkingsketen volgens conclusie 1, waarbij het video- 20 signaalcorrectieservostelsel is voorzien van een vasthoudcondensa- tor voor het opslaan van een foutsignaal, met het kenmerk, dat de ketenorganen zijn voorzien van een schakelaar, welke dient om wanneer de schakelaar is gesloten de vasthoudcondensator op een refe-rentiespanningsbron te vergrendelen, waarvan de referentiespanning 25 een vooraf bepaalde waarde heeft, en organen in de ketenorganen om de schakelaar in responsie op het onderdrukkingssignaal te sluiten.
3. Onderdrukkingsketen volgens conclusie 2, waarbij het video-signaalcorrectieservostelsel is voorzien van een cascadeverbinding 30 van laagdoorlaatfliters, welke bestemd zijn om het foutsignaal aan een spanningsbestuurde oscillator toe te voeren, met het kenmerk, dat de ketenorganen zijn voorzien van een dade-zoneversterker, die 80 0 4 6 79 3 - 37 - in responsie op het uitgangsfoutsignaal van de cascadeverbinding van laagdoorlaatfilters een tegenwerkend signaal naar de ingang van de cascadeverbinding terugvoert wanneer het uitgangsfoutsignaal een vooraf bepaalde grenswaarde overschrijdt, en organen, die in 5 responsie op het onderdrukkingssignaal de vooraf bepaalde grens waarde reduceren.
4. Qnderdrukkingsketen volgens conclusie 2, gekenmerkt door organen, die in responsie op het beëindigen van het FM-signaal een signaal verschaffen, dat het verloren gaan van de draaggolf aan- 10 geeft, geheugenorganen in de ketenorganen, instalorganen om de ge- heugenorganen in een insteltoestand te brengen om de onderdrukking van dB videodemodulator en de voorconditionering van het servo-stelsel te onderhouden in responsie op het gelijktijdig optreden van het onderdrukkingssignaal en het signaal, dat het verloren gaan 15 van de draaggolf aangeeft, en terugstelorganen, die in responsie op het beëindigen van het signaal, dat het verloren gaan van de draaggolf aangeeft, de geheugenorganen in een terugsteltoestand brengen.
5. Qnderdrukkingsketen volgens· conclusie 4, met het kenmerk, 20 dat de geheugenorganen zijn voorzien van een flip-flop met een paar kruiselings gekoppelde transistoren, de instelorganen zijn voorzien van organen om het onderdrukkingssignaal aan de stuurelektrode van een van de transistoren en schakelorganen in serie met de ge-leidingsbaan van de anders van de transistoren toe te voeren in 25 responsie op het signaal, dat het verloren gaan van de draaggolf aangeeft, om de schakelorganen te sluiten, waarbij de terugstelorganen zijn voorzien van organen, die in responsie op het beëindigen van het signaal, dat het verloren gaan,van de draaggolf aangeeft, de schakelorganen openen. 3Q
6. Onderdrukkingsketen volgens conclusie 2, gekenmerkt door een defectmaskeerketen van het hercirculatievideotype en organen, die in responsie op het onderdrukkingssignaal een hercirculatie van videosignalen in de defectmaskeerketen belemmeren.
7. Onderdrukkingsketen volgens conclusie 6, met het kenmerk, 35 dat de defectmaskeerketen is voorzien van een uitgang voor het toe- 80 0 4 679 - 38 - ï voeren van een/videosignaal aan het videosignaalcorrectieservastel-sel, waardoor in responsie op het onderdruKKingssignaal een nul-signaal, dat door de videodemodulator in de onderdrukte toestand daarvan wordt opgewekt, via de defectmaskeerketen aan het video-- 5 signaalcorrectieservastelsel wordt toegevoerd.
8. Onderdrukkingsketen volgens conclusie 2, gekenmerkt door een besturingsketen in de videoschijfweergeefinrichting voorzien van een eerste uitgang voor het leveren van het onderdrukkingssig-naal bij het inleiden van een eerste bedrijfsmodus van de weergeef- . 10 inrichting en een tweede uitgang voor het leveren van een hulp- anderdrukkingssignaal bij het inleiden van een tweede bedrijfsmodus van de weergeefinriehting, een te onderdrukken audio-FM-demodulator voor het terugwinnen van een audiosignaal uit het FM-signaal en organen om de logische som van het onderdrukkingssignaal en het 15 hulponderdrukkingssignaal aan de te onderdrukken audio-FM-demodula- tor toe te voeren teneinde de audio-uitgang van de weergeefinrich-ting tijdens de beide bedrijfsmodes te onderdrukken.
9. Qnderdrukkingsketen volgens conclusie 2, waarbij de video-signaalcorrectieservo een eerste signaal voor het regelen van de 20 centerfrequentie van een kamfilterketen in de weergeefinriehting en een tweede uitgangssignaal voor het besturen van de positie van een met de opneemtransducent gekoppelde tangentiële-snelheidscorrectie-transducent, met het kenmerk, dat de ketenorganen zijn voorzien van organen, die in responsie op het onderdrukkingssignaal het 25 eerste uitgangssignaal op een niveau brengen waarbij de centerfre quentie van het kamfilter op een vooraf bepaalde waarde wordt ingesteld, en het tweede uitgangssignaal op een niveau brengen, dat overeenkomt met een nul-snelheidsfoutpositie van de tangentiële-snelheidscorrectietransducent. 80 0 4 6 79
NL8004679A 1979-08-20 1980-08-19 Onderdrukkingsketen. NL8004679A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US6801579 1979-08-20
US06/068,015 US4286290A (en) 1979-08-20 1979-08-20 Fast recovery squelch circuit for a video disc player

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8004679A true NL8004679A (nl) 1981-02-24

Family

ID=22079882

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8004679A NL8004679A (nl) 1979-08-20 1980-08-19 Onderdrukkingsketen.

Country Status (10)

Country Link
US (1) US4286290A (nl)
JP (1) JPS6046596B2 (nl)
KR (1) KR830002528B1 (nl)
AU (1) AU536121B2 (nl)
DE (1) DE3031466C2 (nl)
FR (1) FR2464004B1 (nl)
GB (1) GB2058514B (nl)
IT (1) IT1132348B (nl)
NL (1) NL8004679A (nl)
PL (1) PL135029B1 (nl)

Families Citing this family (20)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US6195502B1 (en) 1979-08-15 2001-02-27 Discovision Associates Stop motion video apparatus including improved dynamic range
US4357628A (en) * 1980-09-23 1982-11-02 Rca Corporation Video disc player with burst remover
US4385374A (en) * 1980-11-21 1983-05-24 Rca Corporation Video disc player with RFI reduction circuit including an AGC amplifier and dual function peak detector
US4387407A (en) * 1981-08-27 1983-06-07 Rca Corporation Video disc player having auxiliary vertical synchronizing generator
US4484174A (en) * 1982-01-07 1984-11-20 Rca Corporation Video disc player having improved squelch system
JPS58128028A (ja) * 1982-01-25 1983-07-30 Matsushita Electric Ind Co Ltd 光デイスク再生装置
GB2123596B (en) * 1982-05-23 1986-04-16 Sony Corp Reproducing apparatus
US4975963A (en) * 1983-08-01 1990-12-04 Zvie Liberman Muting circuit
JPS61166283A (ja) * 1985-01-18 1986-07-26 Tokyo Electric Co Ltd テレビジヨン同期信号波形処理装置
JPS61186083A (ja) * 1985-02-13 1986-08-19 Pioneer Electronic Corp ビデオデイスク並びにその記録及び再生装置
JPS61193581A (ja) * 1985-02-21 1986-08-28 Fuji Photo Film Co Ltd 映像信号再生装置における同期制御方式
US4628539A (en) * 1985-02-25 1986-12-09 Rca Corporation Muting circuit
US4627101A (en) * 1985-02-25 1986-12-02 Rca Corporation Muting circuit
JPH051187Y2 (nl) 1985-06-18 1993-01-13
US5166805A (en) * 1985-06-18 1992-11-24 Pioneer Electronic Corporation Disk player with a blanking during fast scanning
JP2751351B2 (ja) * 1989-03-24 1998-05-18 ソニー株式会社 映像信号再生処理回路
JPH0668092U (ja) * 1993-02-26 1994-09-22 マクロ株式会社 移調・変調変換器
US6982935B2 (en) 2002-02-01 2006-01-03 Discovision Associates Pause control for a media player with a movable pickup
DE102009009287A1 (de) 2009-02-17 2010-09-09 Uhlenbrock, Christel Sitzmöbel, insbesondere Bürodrehstuhl
US11769935B1 (en) * 2022-10-12 2023-09-26 Lunar Energy, Inc. Wiring harness for energy storage system

Family Cites Families (7)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB1427928A (en) * 1972-04-19 1976-03-10 Rca Corp Control signal apparatus for detecting signal presence or absence
NL7412152A (nl) * 1974-09-13 1976-03-16 Philips Nv Weergave-inrichting met storingsonderdrukkings- schakeling.
US3965482A (en) * 1974-11-12 1976-06-22 Rca Corporation Velocity correction circuit for video discs
GB1531214A (en) * 1974-11-18 1978-11-08 Rca Corp Squelch circuit
GB1523284A (en) * 1974-11-18 1978-08-31 Rca Corp End of play circuit
US3996606A (en) * 1975-03-18 1976-12-07 Rca Corporation Comb filter for video processing
US4119812A (en) * 1977-04-20 1978-10-10 Rca Corporation Signal defect detection and compensation with signal de-emphasis

Also Published As

Publication number Publication date
IT1132348B (it) 1986-07-02
FR2464004B1 (fr) 1985-10-25
AU6141680A (en) 1981-02-26
DE3031466A1 (de) 1981-03-26
IT8024051A0 (it) 1980-08-07
AU536121B2 (en) 1984-04-19
PL135029B1 (en) 1985-09-30
JPS5631281A (en) 1981-03-30
GB2058514A (en) 1981-04-08
DE3031466C2 (de) 1983-01-05
GB2058514B (en) 1984-02-29
PL226284A1 (nl) 1981-04-10
FR2464004A1 (fr) 1981-02-27
US4286290A (en) 1981-08-25
KR830002528B1 (ko) 1983-11-07
JPS6046596B2 (ja) 1985-10-16

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8004679A (nl) Onderdrukkingsketen.
US4007429A (en) Phase-locked loop having a switched lowpass filter
CA1054705A (en) Chrominance signal correction
US4012774A (en) Drop-out responsive color video reproducing apparatus
KR920008108B1 (ko) 확장된 동적영역을 갖는 vtr용 신호 판별장치
US4247866A (en) Nested loop video disc servo system
US5005079A (en) Automatic frequency control circuit
JPH0147077B2 (nl)
US3873990A (en) Chrominance signal correction
DE3318322C2 (nl)
US4366451A (en) Chrominance subcarrier regeneration network
US4809097A (en) Magnetic recording and reproducing apparatus
US5260841A (en) Clock extracting circuit
US4956719A (en) Low-frequency converter for carrier chrominance signal
KR900002308B1 (ko) 자동위상 제어회로
US4860120A (en) Low-frequency converter for carrier chrominance signal
US4275416A (en) PCM Detector
JP2539492B2 (ja) 非標準信号検出回路
KR790000849B1 (ko) 색도신호 교정장치
EP0546440A1 (en) Automatic phase controlling circuit for processing reproduced chroma signal
JPS6358436B2 (nl)
JPH05207413A (ja) 映像信号の処理装置
JPH0151120B2 (nl)
JP2589846B2 (ja) Pll方式fm復調回路
JPH0563068B2 (nl)