[go: up one dir, main page]

NL8004584A - Heterocyclische verbindingen en werkwijzen voor het bereiden en toepassen van deze verbindingen. - Google Patents

Heterocyclische verbindingen en werkwijzen voor het bereiden en toepassen van deze verbindingen. Download PDF

Info

Publication number
NL8004584A
NL8004584A NL8004584A NL8004584A NL8004584A NL 8004584 A NL8004584 A NL 8004584A NL 8004584 A NL8004584 A NL 8004584A NL 8004584 A NL8004584 A NL 8004584A NL 8004584 A NL8004584 A NL 8004584A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
group
component
formula
compounds
compound
Prior art date
Application number
NL8004584A
Other languages
English (en)
Other versions
NL188751B (nl
NL188751C (nl
Original Assignee
Sandoz Ag
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Sandoz Ag filed Critical Sandoz Ag
Publication of NL8004584A publication Critical patent/NL8004584A/nl
Publication of NL188751B publication Critical patent/NL188751B/nl
Application granted granted Critical
Publication of NL188751C publication Critical patent/NL188751C/nl

Links

Classifications

    • AHUMAN NECESSITIES
    • A01AGRICULTURE; FORESTRY; ANIMAL HUSBANDRY; HUNTING; TRAPPING; FISHING
    • A01NPRESERVATION OF BODIES OF HUMANS OR ANIMALS OR PLANTS OR PARTS THEREOF; BIOCIDES, e.g. AS DISINFECTANTS, AS PESTICIDES OR AS HERBICIDES; PEST REPELLANTS OR ATTRACTANTS; PLANT GROWTH REGULATORS
    • A01N43/00Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing heterocyclic compounds
    • A01N43/72Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing heterocyclic compounds having rings with nitrogen atoms and oxygen or sulfur atoms as ring hetero atoms
    • A01N43/74Biocides, pest repellants or attractants, or plant growth regulators containing heterocyclic compounds having rings with nitrogen atoms and oxygen or sulfur atoms as ring hetero atoms five-membered rings with one nitrogen atom and either one oxygen atom or one sulfur atom in positions 1,3
    • A01N43/761,3-Oxazoles; Hydrogenated 1,3-oxazoles
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C07ORGANIC CHEMISTRY
    • C07DHETEROCYCLIC COMPOUNDS
    • C07D263/00Heterocyclic compounds containing 1,3-oxazole or hydrogenated 1,3-oxazole rings
    • C07D263/02Heterocyclic compounds containing 1,3-oxazole or hydrogenated 1,3-oxazole rings not condensed with other rings
    • C07D263/08Heterocyclic compounds containing 1,3-oxazole or hydrogenated 1,3-oxazole rings not condensed with other rings having one double bond between ring members or between a ring member and a non-ring member
    • C07D263/16Heterocyclic compounds containing 1,3-oxazole or hydrogenated 1,3-oxazole rings not condensed with other rings having one double bond between ring members or between a ring member and a non-ring member with hetero atoms or with carbon atoms having three bonds to hetero atoms with at the most one bond to halogen, e.g. ester or nitrile radicals, directly attached to ring carbon atoms
    • C07D263/18Oxygen atoms
    • C07D263/20Oxygen atoms attached in position 2
    • C07D263/22Oxygen atoms attached in position 2 with only hydrogen atoms or radicals containing only hydrogen and carbon atoms, directly attached to other ring carbon atoms
    • CCHEMISTRY; METALLURGY
    • C07ORGANIC CHEMISTRY
    • C07DHETEROCYCLIC COMPOUNDS
    • C07D263/00Heterocyclic compounds containing 1,3-oxazole or hydrogenated 1,3-oxazole rings
    • C07D263/02Heterocyclic compounds containing 1,3-oxazole or hydrogenated 1,3-oxazole rings not condensed with other rings
    • C07D263/08Heterocyclic compounds containing 1,3-oxazole or hydrogenated 1,3-oxazole rings not condensed with other rings having one double bond between ring members or between a ring member and a non-ring member
    • C07D263/16Heterocyclic compounds containing 1,3-oxazole or hydrogenated 1,3-oxazole rings not condensed with other rings having one double bond between ring members or between a ring member and a non-ring member with hetero atoms or with carbon atoms having three bonds to hetero atoms with at the most one bond to halogen, e.g. ester or nitrile radicals, directly attached to ring carbon atoms
    • C07D263/18Oxygen atoms
    • C07D263/20Oxygen atoms attached in position 2
    • C07D263/26Oxygen atoms attached in position 2 with hetero atoms or acyl radicals directly attached to the ring nitrogen atom

Landscapes

  • Chemical & Material Sciences (AREA)
  • Organic Chemistry (AREA)
  • Life Sciences & Earth Sciences (AREA)
  • Agronomy & Crop Science (AREA)
  • Pest Control & Pesticides (AREA)
  • Plant Pathology (AREA)
  • Health & Medical Sciences (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Dentistry (AREA)
  • General Health & Medical Sciences (AREA)
  • Wood Science & Technology (AREA)
  • Zoology (AREA)
  • Environmental Sciences (AREA)
  • Agricultural Chemicals And Associated Chemicals (AREA)
  • Heterocyclic Carbon Compounds Containing A Hetero Ring Having Nitrogen And Oxygen As The Only Ring Hetero Atoms (AREA)

Description

Heterocyclische verbindingen en werkwijzen voor het bereiden en toepassen van deze verbindingen.
De uitvinding verschaft verbindingen die bruikbaar zijn voor het bestrijden van fytopathogene fungi.
De uitvinding heeft in het bijzonder betrekking op verbindingen met formule 1, waarin een groep met formule 1b 5 voorstelt, waarin R^ en Hg, onafhankelijk van elkaar, een alkyl- groep met ten hoogste k koolstofatomen, een halogeenatoom of een alkoxygroep met eveneens ten hoogste k koolstofatomen en R^ een waterstofatoom, een alkylgroep met ten hoogste k koolstofatomen of een halogeenatoom weergeven, R^ een -CO-R^ groep voor-10 stelt, waarin R1Q een ^ alkoxy-C1 ^ alkylgroep, ^ alkyl-thio-C1 ^alkylgroep, 2-furylgroep, 2-tetrahydrofurylgroep, een gehalo-geneerde 2-furylgroep, een gehalogeneerde 2-tetrahydrofurylgroep, een 1-imidazolylmethylgroep, een 1-pyrrazolylmethylgroep, een 2-tetrahydrofuryloxymethylgroep, een 2-tetrahydropyranyloxymethyl-15 groep of een ^ halogeenalkylgroep weergeeft en R^, R^, R^ en Rg, onafhankelijk van elkaar, een waterstofatoom of een alkylgroep met ten hoogste k koolstofatomen voorstellen, alsmede op werkwijzen voor het bereiden en toepassen van deze verbindingen.
Stelt een van de substituenten R^, R^, R,., Rg, R^, 20 Rg of R^ een alkylgroep voor of bevat deze een alkylgroep (bijvoorbeeld een alkoxygroep), dan is dit bij voorkeur een alkylgroep met ten hoogste 3 koolstofatomen, dat wil zeggen de methyl-, ethyl-, n-propyl- of i-propylgroep.
Geeft een van de substituenten R^ of Rg een 25 halogeenatoom weer, dan is dit fluor, chloor, broom of jodium, bij voorkeur· fluor, chloor of broom, in het blonder chloor of broom, vooral chloor.
o η n / * p l 2
Stelt êén van de substituenten R^ of R10 een halogeenatoom voor of bevat het een dergelijk atoom, dan is dit een fluor-, chloor-, broom- of joodatoom, bij voorkeur een fluor-, chloor- of broomatoom, in het bijzonder een chloor- of broomatoom.
5 Aanbevolen gehalogeneerde 2-furylgroepen van R10 zijn een monogehalogeneerde 2-furylgroep, bijvoorbeeld 5-chloor-2-furyl en 5-broom-2-furyl.
Aanbevolen ^ halogeenalkyl betekenissen van R1q zijn een ^ chlooralkylgroep of een ^ broomalkylgroep, 10 bijvoorbeeld de chloormethyl-, broommethyl en CgH^CHBr- groep.
Gehalogeneerde 2-tetrahydrofurylbetekenissen van R10 die de voorkeur hebben zijn monogehalogeneerde 2-tetrahydrofuryl-groepen, in het bijzonder een monogechloreerde of monogebromeerde 2-tetrahydrofurylgroep, bijvoorbeeld de 5-chloor-2-tetrahydrofuryl-15 groep.
Aanbevolen ^ alkoxy-C^ ^alkylbetekenissen van R10 zijn de C1 2 alkoxymethylgroep, in het bijzonder de CH^OCHg- en C^H^OCHg- groep.
^ alkylthio-C^ ^ alkylbetekenissen van R^q 20 die de voorkeur hebben zijn 3 alkylthiomethylgroepen, bijvoor beeld de CH3SCH2-groep.
Het verdient aanbeveling dat R^ een ^ alkoxy-^alkylgroep, 2-furylgroep of 5-halogeen-2-furylgroep is.
Geeft één van de substituenten Rg of R^ een alkyl-25 groep met ten hoogste U koolstofatomen veer, dan is de andere bij voorkeur een waterstofatoom.
Stelt êén van de substituenten of Rg een alkyl-groep met ten hoogste H koolstofatomen voor, dan is de andere bij voorkeur een waterstofatoom.
30 Een aanbevolen groep verbindingen wordt dus gevormd door verbindingen met formule 1a, waarin R2’ -C0CH20CH3, -COCH2OC2H5, -C0-(2-furyl) of -C0-(5-halogeen-2-furyl) voorstelt, R^' en Rg·, onafhankelijk van elkaar, een methylgroep, een chloor- of broomatoom weergeven en R^' een waterstof-, chloor-35 of broomatoom of een methylgroep is, waarbij R^' en Rg' bij voor- 800 4 5 84 * --i 3 keur gelijk zijn.
Volgens een ander aspect van de uitvinding worden de verbindingen met formule 1 bereid door intramolekulaire condensatie van een verbinding met formule 2, waarin , R^, R^, 5 Rj.» Rg en R1Q de hiervoor aangegeven betekenissen hebben en Y een halogeenatoom is. Y is bij voorkeur een chloor- of broom-atoom, in het bijzonder een chlooratoom.
Deze intramolekulaire condensatie kan op een gebruikelijke wijze worden uitgevoerd. De reaktie is exotherm.
10 Ze kan bijvoorbeeld worden uitgevoerd in een milieu dat geen water bevat onder toepassing van een ether, zoals dimethoxyethaan, een koolwaterstof, zoals tolueen, als oplosmiddel, of van een ander oplosmiddel dat onder de reaktieomstandigheden inert is.
De reaktietemperatuur is niet kritisch en kan tussen ongeveer 0°C 15 en 100°C liggen. Aangezien de reaktie exotherm is, vangt men de reaktie geschikt bij kamertemperatuur aan en laat men de reaktietemperatuur geleidelijk oplopen.
De reaktie wordt geschikt uitgevoerd in aanwezg-heid van een zuurbindend middel, zoals natriumhydride, natrium-20 amide of een natriumalkoholaat, bijvoorbeeld natriumethylaat.
De intramolekulaire condensatie kan eveneens worden uitgevoerd in een waterig-organisch tweefasensysteem in aanwezigheid van een anorganische base, bijvoorbeeld natriumhydroxyde en desgewenst een katalytische hoeveelheid van 25 een fasenoverdrachtskatalysator. De organische fase kan elk geschikt, inert, niet met water mengbaar, oplosmiddel, zoals koolwaterstoffen of gehalogeneerde koolstofverbindingen, bijvoorbeeld xyleen, tolueen, o-dichloorbenzeen of dichloormethaan, bevatten. Geschikte fasen overdrachtskatalysatoren zijn kwaternaire 30 ammoniumverbindingen, zoals benzyltrimethylammoniumbromide, kwaternaire fosfoniumverbindingen, zoals benzyltrifenylfosfonium-chloride en kroonethers-»zoals 1ö-kroon-6.
De verbindingen met formule 2 zijn nieuw. Ze kunnen worden verkregen door acylering van een-verbinding met 35 formule 3, waarin R^, R^, R^, R^, Rg en Y de hiervoor aangégeven 8 0 0 4 5 84 4 betekenissen hebben, met een verbinding met formule 1+, waarin R10 een hiervoor aangegeven betekenis heeft en Z een halogeen-atoom, in het bijzonder een chlooratoom, of -O-COR^ voorstelt, waarin R10 een hiervoor aangegeven betekenis heeft.
5 Geschikte oplosmiddelen voor deze acylerings- reaktie zijn koolwaterstoffen, zoals tolueen of gehalogeneerde koolwaterstoffen, zoals chloorbenzeen. De reaktie wordt geschikt uitgevoerd bij een temperatuur tussen ongeveer 50 en ongeveer 120°C, bijvoorbeeld 8o°C.
10 Men kan de verbindingen met formule 3 verkrijgen door reaktie van een verbinding met formule 5$ waarin R^ een hiervoor aangegeven betekenis heeft, met een verbinding met formule 6, waarin R^, R^, R^, Rg en Y de hiervoor aangegeven betekenissen hebben en X een halogeenatoom, in het bijzonder een 15 chlooratoom,is.
Deze reaktie kan bij een temperatuur tussen ongeveer 0°C en ongeveer 10°C in water of in een organisch oplosmiddel dat onder de reaktieomstandigheden inert is, geschikt in aanwezigheid van een base, bijvoorbeeld een organisch amine 20 of natriumwaterstofcarbonaat, worden uitgevoerd.
De bij de hiervoor beschreven werkwijzen toegepaste uitgangsmaterialen en reagentia zijn bekend of, voor zover dit kunnen niet het geval is,Vop analoge wijze als de hierin beschreven werkwijzen of bekende werkwijzen worden verkregen.
25 De verbindingen volgens de uitvinding met formule 1 hebben bruikbare fungicidale eigenschappen, in het bijzonder tegen fytopathogene fungi, in het bijzonder tegen fungi van de Oomycetes orde, zoals blijkt uit de krachtige werking beschreven in de volgende proeven.
30 Proef A; fungicide werking tegen Fhytophthora infestans
Men besproeide jong gepotte aardappelplanten (in het 3-5 bladstadium) met een waterige,te versproeien suspensie die 0,003 % (gew/vol.) van een verbinding met formule 1, bijvoorbeeld 2-methoxy-N-(2,6-dimethylfenyl)-!-(2-oxo-3-oxazolidinyl)-35 aceetamide (samengesteld volgens preparaatvoorbeeld I) bevatte.
800 4 5 84 5
Twee uren later entte men de behandelde planten met een sporensuspensie van Phytophthora infestans en bracht de planten daarna over in een tent waarin een relatieve vochtigheid van 100 JS, een temperatuur van 16°C en een daglengte van 16 uren 5 heerste. De mate van bestrijding van de aandoening werd U-5 dagen later door vergelijking van de behandelde planten met onbehandelde, op overeenkomstige wijze geënte, planten uitgevoerd. Onder toepassing van de hiervoor genoemde, onderzochte verbinding werd een aanzienlijke bestrijding van de schimmelinfektie, zonder 10 enige tekenen van fytotoxiciteit bij de gastplanten, waargenomen. Proef B: Fungicide werking tegen Plasmonara viticola
Men besproeide jong gepotte planten van de wijnstok(in het 3-6 bladstadium) met een waterige, sproeibare suspensie die 0,0008 % (gew./vol.) van een verbinding met formule 1, 15 bij voorbeeld 2-methoxy-N-(2,6-dimethylfenyl)-N-(2-oxo-3-oxazolidi-nyl)-aceetamide (samengesteld volgens preparaatvoorbeeld i) bevatte. 2 uren later entte men de behandelde planten met een sporensuspensie van Plasmouara viticola en bracht de planten daarna over in een tent waarin een relatieve vochtigheid van 100 % 20 bij een temperatuur tussen 15 en 22°C (fluctuerend over een periode van 2k uren) en een daglengte van 16 uren heerste. De bestrijding van de ziekte werd 6 dagen na het enten beoordeeld door de behandelde planten te vergelijken met onbehandelde, op een overeenkomstige wijze geënte, planten. Met behulp van de onderzochte verbinding 25 werd een aanzienlijke bestrijding van de schimmelinfektie waargenomen, zonder dat enige tekenen van fytotoxiciteit bij de gastplanten werden waargenomen.
Proef C: Curatieve fungicide werking tegen Plasmopara viticola
Men entte jong gepotte planten van de wijnstok 30 (in het 3-6 bladstadium) op dezelfde wijze als beschreven in proef B, doch diende de verbinding, bijvoorbeeld 2-methoxy-N-(2,6-dimethylfenyl)-N-(2-oxo-3-oxazolidinyl)-aceetamide (s amen-gesteld volgens preparaatvoorbeeld I) pas na 3 dagen na het enten toe. Verder warende incubatieomstandigheden dezelfde als beschreven 35 in proef B. De bestrijding van de aandoening werd beoordeeld op de 800 4 5 84 6 wijze als beschreven in proef B. Met behulp van de onderzochte verbinding werd een aanzienlijke bestrijding van de fungicide infektie waargenomen.
Proef D: Uitroeiende fungicide werking tegen Plasmopara 5 vitieola
De methode voor hst beoordelen van dit type werking geschiedde op de wijze als beschreven in proef C, behalve dat de behandeling pas 6 dagen na het enten, wanneer sporenvorming aan het oppervlak van de onderste bladen reeds duidelijk 10 was, werd uitgevoerd. De beoordeling van de bestrijding van de aandoening die 7 dagen na het toedienen van bijvoorbeeld 0,012 % van de verbinding 2-methoxy-N-(2,6-dimethylfenyl)-N-(2-oxo-3-oxazolidinyl)aceetamide (samengesteld volgens preparaatvoorbeeld I) werd uitgevoerd, toonde een remmend effekt op reeds sporenvormende 15 zones aan, waardoor de sporenvorming geheel ophield.
Proef E: Translokatie in behandelde bladeren van de wijnstok
Men behandelde af gesneden bladeren van de wijnstok met een waterige, te versproeien suspensie die 0,012 % van een verbinding met formule 1, bijvoorbeeld 2-methoxy-N-(2,6-20 dimethylfenyl)-N-(2-oxo-3-oxazolidinyl)-aceetamide (samengesteld volgens preparaatvoorbeeld i) bevatte, zodanig, dat slechts de onderste helft van dergelijke bladeren werden behandeld.
Twee uren daarna entte men het gehele blad met een sporensuspensie van Plasmonara vitieola , waarna de bladeren in een tent waarin 25 een vochtigheid van 100 % heerste, onder de omstandigheden als beschreven in proef B, werden geincubeerd. Hoewel slechts de onderste helft van de bladeren met de te onderzoeken verbinding was behandeld, zoals hiervoor vermeld, werd een aanzienlijke bestrijding van het gehele geënte blad waargenomen, eveneens 30 indien slechts de bovenste helft van de bladeren wag behandeld.
Uit deze proef blijkt dus dat 2-methoxy-N-(2,6-dimethylfenyl)-N-(-oxo-3-oxazolidinyl)-aceetamide (samengesteld volgens preparaatvoorbeeld I), zowel boven als onder in het blad was verspreid Proef F: Behandeling van de aarde.
35 In vivo, onder toepassing van Pythium aphanidermatum # 800 4 5 84 * 9 7
Men kweekte de schimmel in een steri/aengsel van zand en tarwemeel (97:3, vol/vol), waaraan water in een hoeveelheid van ongeveer 1:U (vol,/vol.) was toegevoegd en kweekte de schimmel gedurende H dagen bij 25°C. Daarna mengde men de schimmel in een ^ semi-steriel mengsel van turf en zand, dat men daarna behandelde met een suspensie die het samengestelde aktieve bestanddeel bevatte, totdat men een concentratie van 10 tot 160 ppm. (bijvoorbeeld 10, 40 of 160 ppm) berekend per volume substraat verkreeg.
Daarna bracht men het substraat in potten met een middellijn van 1Q 5 cm, waarin men komkommerzaden zaaide. Vervolgens incubeerde men de beplante potten gedurende 7 dagen bij een temperatuur van 2k°C en een relatieve vochtigheid van βθ-70 % in een incubatie- e kamer, waarna men de aantasting door de schimmel bepaald'door het aantal gezonde, uitgekomen planten te vergelijken met die in 15 onbehandelde, op een overeenkomstige wijze geënte, controle- potten. De verbinding van het hierna volgende voorbeeld I, toegepast in een bevochtigbaar, poedervormig preparaat, gaf hierbij een volledge bestrijding van de schimmel.
Proeven die overeenkomen met die van proef F 20 gaven overeenkomstige resultaten met erwten en suikerbieten.
Elk van de in de volgende voorbeelden vermelde verbindingen bleek fungicidale eigenschappen te bezitten, hetgeen betekent dat ze bruikbaar zijn als fungiciden.
Een bijzonder doeltreffende fungicide werking 25 bleken volgens de hiervoor beschreven proeven de verbindingen met formule 1a te hebben, daarin R2’ een -COCHgOCgH^ groep, R^' en Rq' een methylgroep en R^' een waterstofatoom voorstellen, waarin Rg' een -C0-(2-furyl) groep, R^' en Hg' een methylgroep en R^' een waterstofatoom weergeven, waarin Rg' een -C0-(5-broom-2-furyl) 30 groep, R^* en Rg' een methylgroep en R^’ een waterstofatoom voorstellen, waarin Rg' een -COCH^OCH^ groepen, R^' en Rg' een chloor-atoom en R^' een waterstofatoom weergeven of waarin R2' een -C0CH2 OCH^ groep, R^' en Rg' een methylgroep en R^’ een 3-broomatoom voorstellen en in het bijzonder de verbinding met formule 1a, 35 waarin R2' een -COCHgOCH^, R^' en Rg' een methylgroep en R^* een » η n l ·? « i 8 waterstofatoom weergeven.
De uitvinding verschaft dus eveneens een methode voor het bestrijden van fytopathogene fungi, in het bijzonder van de Oonycetes orde, in planten, zaden of in de aarde, welke 5 werkwijze omvat het behandelen van de planten, zaden of aarde met een fungicidaal doeltreffende hoeveelheid van één of een aantal verbindingen volgens de uitvinding met formule 1.
Fungi van de orde van Oomycetes« waarvoor de werkwijze volgens de uitvinding bijzonder doeltreffend is, zijn 10 die van de Phytophthora genus in planten zoals aardappelen, tomaten, tabak, citrus, cacao, rubber, appelen, aardbeien, groenten en sierplanten, bijvoorbeeld Phytophthora infestans in aardappelen en tomaten, van de genus Plasmopara viticola in de wijnstok, van de genus Peronospora in planten, zoals 15 tabak, bijvoorbeeld Peronospora tabacina in tabak, van de genus Pseudooeronospora in planten, zoals hop en komkommer, bijvoorbeeld Pseudoneronospora humuli in hopsoorten, van de genus Bremia in planten, zoals sla, bijvoorbeeld Bremia lactucae in sla, van de genus Pythium, die smeul en wortelbrand in een groot aantal 20 planten veroorzaakt, zoals groenten en suikerbieten, sierplanten en coniferen, bijvoorbeeld Pythium anhanidermatum in suikerbieten, van de genus Sclerospora in planten, zoals sorghum en tarwe, bijvoorbeeld Sclerospora sorghis in sorghum gierst.
Voor toepassing bij de uitvinding zal de hoeveel-25 heid van het toe te passen preparaat variëren, afhankelijk van faktoren zoals het soort te bestrijden schimmel, de tijd en de wijze van toedienen en de hoeveelheid en het type verbinding met formule 1 dat in het preparaat wordt toegepast.
In het algemeen worden echter bevredigende resul-30 taten verkregen indien men op een stuk grond, bijvoorbeeld een gewas of de aarde, een dosering tussen 0,05 tot 5kg, bij voorkeur tussen 0,3 en 3 kg, van één of een aantal verbindingen volgens de uitvinding met formule 1 per hectare behandeld stuk grond toepast, welke behandeling desgewenst kan worden herhaald. Past 35 men het preparaat met het zaaigoed toe, dan worden bevredigende 800 4 5 84 9 resultaten verkregen indien men een hoeveelheid tussen ongeveer 0,05 tot 0,5, hij voorkeur tussen ongeveer 0,1 en 0,3 g verbinding volgens de uitvinding met formule 1 per kg zaad toepast.
5 Volgens een aa¾evolen uitvoeringsvorm van de uitvinding past men de verbinding(en) volgens de uitvinding met formule 1 tezamen met fungiciden toe die doeltreffend zijn tegen fytopathogene fungi waartegen de verbindingen volgens de uitvinding met formule 1 niet of niet in voldoende mate doeltreffend 10 zijn; deze methode maakt het mogelijk een groter trajekt van fytopathogene fungi te behandelen dan bij toepassing van de verbindingen volgens de uitvinding met formule 1 alleen.
Volgens een bijzonder aanbevolen uitvoeringsvorm van de uitvinding brengt men op het te behandelen gebied fungici-15 daal doeltreffende hoeveelheden van een bestanddeel a) dat een verbinding met formule 1 bevat en van een bestanddeel b) gekozen uit een bestanddeel bl) een koperfungicide, of 20 een bestanddeel b2) captan of folpet, of een bestanddeel b3) maneozeb of maneb aan. Voorbeelden van koperfungiciden die geschikt zijn voor toepassing als bestanddeel bl) zijn koper (II) carbonaat, koper (il) calciumsulfaat, koper (II) calciumoxychloride, 25 tetracuprioxychloride-,Bordeaux mengsel, Burgundy-mengsel, cuprooxyde, cuprihydroxyde, koper(II)oxychloride en eveneens kopercomplexen, zoals kopertriethanolamine. hydroxyde met formule /“Cu lïiCHgCHgOH)^ 7-(0H)2, in de handel verkrijgbaar onder het merk K-Lox, of bis(ethyleendiamine)-koper(II)sulfaat met formule 30 /“CuiHgUCHgCHgHHgJg 7S0^, in de handel verkrijgbaar onder het merk Komeen en mengsels daarvan, in het bijzonder cuprooxyde, koper(II) oxychloride, cuprihydroxyde en een mengsel van koper(ll) calciumsulfaat en koper(ll) oxychloride.
Captan, Folpet, Maneozeb en Maneb zijn de gebruike-35 lijke namen voor beschermende fungiciden die doeltreffend zijn 800 4 5 84 10 tegen bladziekten (Pesticide Manual, 5th Ed., van H. Martin en C.R. Worthing, hlz. 76, 281, 328 en 329).
De methode volgens de uitvinding waarbij bestanddeel a) en bestanddeel b) worden toegepast is doeltreffend tegen een grote verscheidenheid aan fytopathogene fungi.
Bij voorkeur past men bestanddeel a) in een hoeveelheid van 100-U00 g/hectare en bestanddeel b) in een hoeveelheid van 200-2000 g per hectare toe.
Bij voorkeur zal de gewichtshoeveelheid van bestanddeel a) tot bestanddeel b) tussen 1:1 en 1:10, in het bijzonder tussen 1:2 en 1:10, vooral tussen 1:2 en 1:7, liggen.
De werkwijze volgens de uitvinding waarbij bestanddeel a) en bestanddeel b) worden toegepast is bijzonder doeltreffend tegen fytopathogene fungi in planten, zoals aardappelen, tomaten en andere Solanaceae. tabak, citrus, cacao, rubber, appels, aardbeien, groenten en sierplanten, bijvoorbeeld tegen fungi van de genus Plasmopara, bijvoorbeeld Plasmopara viticola in wijnstok, van de genus Guignardia. bijvoorbeeld Guignardia bidwelli in wijnstok van de genus Phoma in wijnstok, van de genus Pseudopeziza, bijvoorbeeld Pseudopeziza tracheiphila in wijnstok, van de genus Gloeosporiunu bijroorbeeld Gloeosporium ampelophagum in wijnstok van de genus Botrytis in wijnstok en sla, bijvoorbeeld Botrytis cinerea in wijnstok, van de genus Phytophthora, Phytophthora infestans in aardappelen, tomaten of andere Solanaceae. Phytophthora parasitica in tomaten of andere Solanaceae, Phytophthora cryptogaea in tomaten en andere Solanaceae, Phytophthora mexicana in tomaten en andere Solanaceae, Phytophthora nicotianae in tabak en Phytophthora palmivora in rubber of cacao, van de genus Peronospora, bijvoorbeeld Peronospora tabacina in tabak, van de genus Pseudoperonospora, bijvoorbeeld Pseudoperonospora humuli in hop, van de genus Bremia in planten, zoals sla, bijvoorbeeld Bremia lactucae. van de genus Pythium, bijvoorbeeld Pythium aphanidermatum in suikerbieten, van de genus Aflernaria, bijvoorbeeld Alternaria solani in aardappelen, tomaten en andere Solanaceae, Alternaria tenuis 800 45 84 11 • % in tabak, van de genus Spondylocladiura, bijvoorbeeld Spondylocladium atrovirens in aardappelen, van de genus Rhizoctonia, bijvoorbeeld Rhizoctonia solani in aardappelen, tomaten en andere Solanaceae, van de genus Cladosporiun, bijvoorbeeld Cladosporium fulvum 5 in tomaten of andere Solanaceae, van de genus Colletotrichum in planten, zoals cacao of tomaten, bijvoorbeeld Colletotrichum atramen-tarium in tomaten of andere Solanaceae- van de genus Glomerella, bijvoorbeeld Glomerella lycopersici in tomaten en andere Solanaceae van Corticium spp in tomaten en andere Solanaceae, van de genus 1 o Botryodiplodia, bijvoorbeeld Botryodiplodia theobromae in cacao.
De werkwijze volgens de uitvinding maakt eveneens bet bestrijden van een aanzienlijk grotere verscheidenheid van schimmelziekten mogelijk dan wanneer slechts één van de bestanddelen wordt toegepast.
In het algemeen wordt een groter dan additief 15 effekt, dus een synergistisch effekt, van de bestanddelen waargenomen, in het bijzonder bij behandeling met concentraties van bestanddeel a) en bestanddeel b), waardoor een vrijwel volledige, meer dan 80 #'s, bestrijding van de fungi mogelijk wordt, in het bijzonder indien koper (ll) oxychloride, cuprooxyde, 20 captan, mancozeb of maneb als bestanddeel b) wordt toegepast, vooral bij gebruik tegen fytopathogene fungi van de orde van Oomycetes, in het bijzonder tegen Oomycetes van de genus Phytophthora bijvoorbeeld Phytophthora infestans , van de genus Plasmopora bijvoorbeeld Plasmopora viticola jVan de genus Peronospora, 25 bijvoorbeeld Peronospora tabaccina^van de genus Pseudoperonospora bijvoorbeeld Pseudoperonospora humuli ^van de genus Bremia, bijvoorbeeld Bremia lactucae en van de genus Pythium, bijvoorbeeld Pythium aphanidermatum.
De methode volgens de uitvinding waarbij de 30 bestanddelen a) en b) worden toegepast, is in het bijzonder geïndiceerd voor het bestrijden of verhinderen van fungi in wijnstok, tomaten en andere Solanaceae en in cacao indien een verbinding bl) wordt toegepast, in wijnstok indien een verbinding b2) wordt gebruikt en in wijnstok, aardappelen, tomaten en 35 andere Solanaceae, tabak en hop indien een bestanddeel b3) wordt flnn lr ft* 12 toegepast.
De verbindingen a) en b) kunnen in preparaat-vorm worden toegepast en bijvoorbeeld als een mengsel of afzonderlijk worden aangebracht. Ze worden echter bij voorkeur toegepast in gemengde vorm in de vorm van een waterig sproeibaar preparaat of een geconcentreerd preparaat op oliebasis.
De bruikbare fungicide werking verkregen na behandeling met een bestanddeel a) en een bestanddeel b) wordt toegelicht door de volgende proeven.
Proef G: De fungicide werking tegen Phytophthora infestans
Deze proef werd uitgevoerd op de wijze als beschreven in proef A, waarbij de planten werden behandeld met een mengsel van een waterige, versproeibare suspensie die bestanddeel a) en bestanddeel b) in concentraties vermeld in de hierna volgende tabellen A^-Ag bevatte. De bestrijding werd it-5 dagen later beoordeeld door de resultaten ervan te vergelijken met het effekt dat zou zijn verkregen indien slechts een additief effekt zou zijn opgetreden. Zoals blijkt in de volgende tabellen A^- Ag is een meer dan additief effekt vermeld.
Tabel A^ bestanddeel a) van het hierna volgende voorbeeld I (in ppm) 0 2 8 32 0 0 30 70 90 ~ 0 i*0 80 100 w 2 ( 30) (80) (100) .........
20 60 90 100 S Ö 8 (lt5) (90) (90) _________________ ü 6o 8o ioo ioo 32 (70) (90) (95) 800 4 5 84 » * 13
Tabel bestanddeel a) van het hierna volgende voorbeeld I (in nm) 0 2 8 32 0 Ho 80 100 0) 0 x) s—' ' o 50 ioo ioo |p 2 (Ho) (80) (100) ——————————————— o 30 80 100 100 8 (6o) (85) (100)
3 CM
O '— " 75 90 100 100 32 (85) (95) (100) ( ) berekend additief effekt (1) in de in de handel verkrijgbare Copper-Sandoz vorm (2) in de in de handel verkrijgbare Kooide 101 vorm
Tabel bestanddeel a) van het hierna volgende voorbeeld I (in ppm) 0 2 8 32 ^ 0 0 30 80 100 g - S 20 50 100 100 e 2 (H5) (85) (100)
•H
g Ho 80 100 100 S 8 (60) (90) (100) 1-3 o ......... ...........- -------- ^ 70 90 100 100 32 (80) (95) (100)
Tabel A^ bestanddeel a) van het hierna _volgende voorbeeld I (in ppm) 0 2 8 32 S 0 0 Ho 80 100 C 1 ........ " —1 '1,1 ....... ’ w 2 30 70 90 100 5 (HO) (80) (100) ‘ g - < 20 90 100 100 ° 8_(50) (85) (100) 80 100 100 100 —g2_(90) (95) (100) 800 4 5 84
1U
Tabel hestanddeel a) van het hierna _volgende voorbeeld I (in ppm) 0 2 8 32 ^ n 0 20 80 95 I 2- ^ 0 20 80 100 100 .S (35) (85) (95) « a U0 90 100 100 S (50) (90) (100) o § 75 95 100 100 s 32 (80) (95) (100)
Tabel Ag bestanddeel a) van het hierna _volgende voorbeeld I (in ppm) 0 2 8 32 _ 0 0 30 70 95 ï gj p 30 70 90 100 a (50) (80) (100) W o Uo 85 100 100 •S (6o) (8o) (100) § - s 85 100 100 100 3 (90) (95) (100) ( ) berekend additief effekt.
Proef Hi Fungicide werking tegen Plasmopara viticola
Deze proef werd uitgevoerd op de wijze als beschreven in proef B,waarbij de planten werden behandeld met een mengsel van een waterige, sproeibare suspensie die bestanddeel a) en bestanddeel b) in de concentraties vermeld in de hierna volgende tabellen B^-Bg bevatte. Het waargenomen effekt is vermeld in de volgende tabellen B ^-Bg.
800 4 5 84 15
Tabel B, bestanddeel a) van het hierna _volgende voorbeeld I (in nnm) ï 0 2 8 32 ft ------------- ----------- ------ s Λ o 30 TO 100 •n u Λ 0 10 30 70 100 - 2 (35) (75) (100) (U - -......-......— ........
% A 50 60 100 100 g (65) (85) (100) - f ,0 80 85 100 100 32 (85) (95) (100)
Tabel bestanddeel a) van het hierna _volgende voorbeeld I (in ppm) 0 2 8 32 __ 0 U0 70 100 oj j| ü- ^ & 20 U0 70 100 £.g 2 (fc5) (75) (100) X''-* . ................................
I o l+o 60 100 100 £· ö (6o) (8o) (ioo) O . . . .......- £ 70 80 100 100 ü' 32 ( 80) (90) (100) ( ) berekend additief effekt (1) in de in de handel verkrijgbare Copper-Sandoz vorm.
(2) in de in de handel verkrijgbare Kocide 101 vorm.
800 4 5 84 16
Tabel B3 bestanddeel a) van het hierna _volgende voorbeeld I (in n-pm) 0 2 8 32 0 0 i+0 80 100 9 0 HO 60 100 100 S (65) (90) (100) ö — w q 70 8o ioo ioo eh ö (80) (95) (100)
PJ
P-i - o 100 100 100 100 32_(100) (100) (100)
Tabel bestanddeel a) van het hierna _volgende voorbeeld I (in npm) 0 2 8 32 Λ 0 Uo 70 100 è 0 1+0 80 100 e 2 (ito) (70) (100) a « 70 95 100 100 3 ö (80) (90) (100) ft < -------------------------------- u 100 100 100 100 32_(100) (100) (100)
Tabel bestanddeel a) van het hierna _volgende voorbeeld I (in pto) 0 2 8 32 „0 Uo 80 100 g 2- o 20 60 100 100 ö (50) (85) (100) o 70 95 100 100 g ö (80) (95) (100) 0 1 .......... ' '—......——— 1 90 100 100 100 S 32 (95) (100) (100) 80045 84 π
Tabel Bg bestanddeel a) van het hierna _volgende voorbeeld I (in ml 0 2 8 32 5 0 0 35 80 100 9. p 20 50 90 100 g (50) (85) (100) a - ~' * o o0 90 100 100 p (75) (90) (100) 4»--_____________ 10 | 95 100 100 100 5 (100) (100) (100) ( ) berekend additief effekt.
De verbindingen volgens de uitvinding met formule 1 worden geschikt, desgewenst tezamen met op landbouw-15 gebied aanvaardbare dragers en/of verdunningsmiddelen, in de vorm van preparaten met een fungicide werking toegepast. De uitvinding is dus eveneens gericht op een werkwijze voor het bereiden van een preparaat met fungicide werking door één of een aantal verbindingen volgens de uitvinding met formule 1, 20 desgewenst tezamen met een geschikte drager en/of verdunningsmiddel, in een voor een dergelijke toepassing geschikte toedieningsvorm te brengen en op de onder toepassing van deze werkwijze verkregen gevormde preparaten.
De preparaten kunnen behalve een verbinding 25 volgens de uitvinding met formule 1 als aktief bestanddeel tevens andere aktieve middelen, zoals fungiciden, in het bijzonder een fungicide gekozen uit de groep omvat door bestanddeel b), zoals hiervoor gedefinieerd, bevatten. Ze kunnen zowel in vaste als vloeibare preparaatvormen worden toegepast, bijvoorbeeld in 30 de vorm van een bevochtigbaar poeder, een geconcentreerde emulsie, een geconcentreerde, in water dispergeerbare, suspensie (vloeibaar), een verstuivingspoeder, een korrelvormig preparaat, een preparaat waarvan de aktieve bestanddelen over een lange tijdsperiode worden vrijgemaakt, welke preparaten desgewenst 35 geschikte dragers, verdunningsmiddelen en/of toevoegsels bevatten,
O Λ Λ Z R O Z
18
Dergelijke preparaten kunnen op een gebruikelijke Tij ze worden bereid of vervaardigd.
De preparaten volgens de uitvinding die beide bestanddelen a) en b) bevatten kunnen bijvoorbeeld worden ver-5 kregen door de genoemde bestanddelen a) en b), desgewenst tezamen met een drager en/of andere bestanddelen, te mengen.
In het bijzonder preparaten die zullen worden versproeid, zoals in water dispergeerbare, geconcentreerde preparaten of bevochtigbare poeders, kunnen oppervlakte aktieve 10 middelen, zoals bevochtigende en dispergeermiddelen, bevatten, bijvoorbeeld het condensatieprodukt van formaldehyde en nafthaleen-sulfonaat, een alkylarylsulfonaat, een ligninesulfonaat, een hoger alkylsulfaat, een geethoxyleerd alkylfenol en een geethoxy-leerd hoger alkohol.
15 In het algemeen zullen de preparaten 0,01-90 gev.% aktief bestanddeel bevatten, welk aktief bestanddeel uit tenminste één verbinding met formule 1 of mengsels daarvan met andere aktieve middelen, zoals fungiciden, bijvoorbeeld een bestanddeel b) als hiervoor gedefinieerd, zal bestaan.
20 Geconcentreerde preparaatvormen zullen in het algemeen tussen ongeveer 2 en 80 gev.%, bij voorkeur tussen ongeveer 5 en 70 gev.%, aktief bestanddeel bevatten. Vloeibare preparaatvormen kunnen 0,01-30 gew.%, bij voorkeur 0,01-5 gew.%, aktief bestanddeel bevatten, 25 De in de volgende voorbeelden opgegeven delen en percentages zijn resp. gewichtsdelen en gewichtspercentages.
Toepassingsvoorbeeld I:
Bevochtigbaar poeder
Men maalde 50 delen 2-methoxy-N-(2,6-dimethylfenyl)-30 N-(2-oxo-3-oxazolidinyl)-aceetamide met 2 delen laurylsulfaat, 3 delen natriumligninesulfaat en U5 delen fijn verdeelde kaoliniet, totdat de gemiddelde deeltjesgroottekLeiner dan 5 micron was.
Daarna verdunde men het aldus verkregen, bevochtigbare poeder voor het gebruik met water tot een concentratie tussen 0,01 en 5 % 35 aktief bestanddeel. De verkregen, sproeibare vloeistof kan zowel 800 4 5 84 19 door besproeien van het gebladerte als door opnemen via de wortels worden toegepast.
Toenassingsvoorbeeld 2;
Korrels 5 Men besproeide in een tuimelmenginri chting 9^,5 delen kwartszand met 0,5 delen van een bindmiddel (niet ionogeen oppervlakte aktief middel) en mengde deze bestanddelen innig. Daarna voegde men 5 delen poedervormig 2-methoxy-N-(2,6-dimethylfenyl)-N-(2-oxo-3-oxazolidinyl)-aceetamide toe en mengde 10 deze bestanddelen weer innig, waardoor men een korrelvormig preparaat met een deeltjesgrootte tussen 0,3 en 0,7 mm verkreeg. Deze korrels kunnen worden toegepast door opneming in de aarde naast de te behandelen planten.
Toenassingsvoorbeelden 3-6: 15 (bevochtigbare poeders) gew.#
Voorbeeld 3^56 bestanddeel a)^ 12,65 6,25 12,5 6,25 koper (il) oxychloride 20 (~56 % Cu) U7 ^7 cuprooxyde (^88 % Cu) 29 29 natriumlaurylsulfaat 11 11 ligninesulfonaat 10 10 10 10 kaoline 29,5 35,75 39,5 ^5,75 25 ^ bijv. 2-methoxy-IÏ-( 2,6-dimethylfenyl)-N-(2-oxo-3-oxazolidinyl)- aceet amide.
Alle bestanddelen van het preparaat werden op een gebruikelijke wijze gemengd, gemalen en weer gemengd.
800 4 5 84 20
Toepassingsvoorbeelden 7-9 (bevochtigbare poeders) gew. % voorbeeld 7 8 9 bestanddeel a) ^ 25 12,5 6,25 (2) bestanddeel b2 50 50 50 natriumoleoylmethyltauride 222 het condensatieprodukt van Na-alkylnafthaleensulfonaat en formaldehyde 555 silicagel 555 kaolin 13 25,5 31,75 ^ ^ ^bi.jv. 2-methoxy-N-( 2,6-dimethylfenyl)-N-( 2-oxo-3-oxazolidinyl)-aceetamide v 'bijv. Folpet
Alle bestanddelen van het preparaat verden op een gebruikelijke wijze gemengd, gemalen en weer gemengd.
Toepassingsvoorbeelden 10 - 12 (bevochtigbare poedert gew. % voorbeeld 10 11 12 bestanddeel a) ^ 25 12,5 6,25 bestanddeel b3)i^ 50 50 50
Na-laurylsulfaat 1 1 1 ligninesulfonaat k k k silicagel 555 kaoline 15 27,5 33,75 ^ ^ ^bijv. 2-methoxy-N-(2,6-dimethylfenyl)-N-(2-oxo-3-oxazolidinyl)-aceetamide (2) ..
bijv. mancozeb
Het preparaat werd verkregen door op een gebruikelijke wijze de bestanddelen te mengen, daarna het verkregen mengsel te malen en tenslotte dit mengsel weer te mengen.
800 45 84 21
Voorbeeld I: 2-methoxy-N-( 2,6-dimethylf enyl) -N-( 2-oxo-3- oxazolidinyl)-aceetamide_
Men voegde in porties, bij kamertemperatuur 5 en in een stikstofatmosfeer, 11,8 g (0,0375 mol) 2-chloorethyl 2-(methoxyacetyl)-2-(2,6-dimethylfenyl)-hydrazinecarboxylaat toe aan een suspensie van 2,0 g natriumhydride (in de vorm van ongeveer 55 gew.i» in minerale olie) in 100 ml absolute tolueen. Gedurende deze toevoeging steeg de reaktietemperatuur geleidelijk 10 tot Uo°C. Na het toevoegen roerde men het mengsel nog 30 min.
zonder koelen en daarna onder koelen tot 10°C. Vervolgens ontleedde men het niet gereageerde natriumhydride met ethanol, waste de verkregen oplossing met water, droogde boven magnesiumsulfaat en destilleerde het oplosmiddel onder verminderde druk af, waardoor 15 men de in de titel genoemde verbinding verkreeg, die men uit ethanol herkristalliseerde. Aldus verkreeg men de in de titel genoemde verbinding als kleurloze kristallen met een smeltpunt van 103-104°C.
Voorbeeld Ia; 20 2-chloorethyl 2-(methoxyacetyl)-2-(2,6-dimethyl- fenyl)-hydrazinecarboxylaat_
Hetdn voorbeeld I toegepaste uitgangsmateriaal werd als volgt verkregen:
Men roerde een mengsel van 1^,7 g (0,06 mol) 25 2-chloorethyl 2-(2,6-dimethylf enyl)-hydrazinecarboxylaat en 16,2 g (0,1 mol)methoxyazijnzuur-anhydride /“(CH^OC 11^00)^07 1 uur bij 80°C in 100 ml droge tolueen. Na afkoelen waste men de oplossing achtereenvolgens met water, een 5 /»’s oplossing van een natriumwaterstofcarbonaat in water en weer met water.
30 Door drogen van de aldus verkregen oplossing boven magnesiumsulfaat en verwijdering van het oplosmiddel onder verminderde druk verkreeg men de in de titel genoemde verbinding van voorbeeld Ia.
800 45 84 22
Voorbeeld lb: 2-chloorethyl 2-(2,6-dimethylfenyl)-hydrazine-carboxylaat
Men voegde aan een mengsel van 127 g (0,935 mol) 5 2,6-dimethylfenylhydrazine, 102,5 g (1,3 mol) pyridine en 1+00 ml water bij een temperatuur tussen 0 en 5°C 133,5 g (0,935 mol) van de 3-chloorethylester van chloormierenzuur toe. Na het toevoegen roerde men het mengsel 2 uren bij kamertemperatuur, filtreerde het gevormde neerslag af, waste het met water en 10 droogde het. Door herkristalliserenvan de aldus verkregen, in de titel genoemde, verbinding uit tolueen verkreeg men kleurloze kristallen met een smeltpunt van T1+~75°C.
Volgens een aanbevolen, alternatieve vorm van voorbeeld I, Ia en Ib ging men als volgt te werk: 15 Voorbeeld II: 2-methoxy-N-(2,6-dimethylfenyl)-N-(2-oxo-3-oxa-zolidinyl)-aceetamide
Men roerde 236,1 g (0,75 mol) 2-chloorethyl 2-(methoxyacetyl)-2-(2,6-dimethylfenyl)-hydrazinecarboxylaat, 20 375 mi xyleen en 187 ml water onder uitwendig koelen, terwijl men 82,5 ml (0,82 mol) van een oulossing van natriumhydroxyde in water (die 0,1+ g NaOH per ml bevatte) met een dusdanige . voegde . . o
snelheid toe/dat de inwendige temperatuur op ongeveer 20 C
werd gehouden.
25 Na het toevoegen roerde men het mengsel nog 1 uur bij 20°C en daarna 2 uren bij 0°C, Door affiltreren van het verkregen vaste produkt, uitwassen met 150 ml water en drogen verkreeg men de in de titel genoemde verbinding als een enigszins gekleurde, vaste stof met een smeltpunt van 102-103°C.
30 Voorbeeld Ha: 2-o hloorethyl 2-(methoxyacetyl)-2-(2,6-dimethyl-fenyl)-hydraainecarboxylaat Men warmde 200 g (0,825 mol) 2-chloorethyl 2-(2,6-dimethylfenyl)-hydrazinecarboxylaat in 500 ml xyleen op tot 35 80°C en voegde dit mengsel toe aan een warme (8o°C) oplossing van 800 4 5 84 23 2-methoxyacetylchloride in 250 ml xyleen, die in situ was bereid door 73,5 g (0,826 mol) 2-methoxyazijnzuur in 250 ml xyleen gedurende 2 uren bij 80°C te behandelen met 107,1 g (0,9 mol) thionylchloride. Nadat men dit mengsel 30 min. op 80°C had 5 verhit, werkte men het op op de wijze als beschreven in voorbeeld Ia.
Voorbeeld Ilb: 2-chloorethyl 2-(2,6-dimethylf enyl)-hydrazine-carboxylaat 10 Men roerde een mengsel van 17,7 g (0,1 mol) 2,6-dimethylfenylhydrazine.hydrochloride, 21,2 g (0,2 mol) natriumcarbonaat in 50 ml water en 50 ml xyleen 30 min. bij kamertemperatuur en koelde dit mengsel daarna af tot 5°C. Daarna voegde men gedurende een uur 1U,3 g (0,1 mol) van de 2-chloor- 15 ethylester van chloormierenzuur toe, waarbij men eb temperatuur hield op 5°C. Vervolgens roerde men het mengsel nog een uur bij 5°C, waarna men 100 ml water toevoegde, het aldus gevormde neerslag affiltreerde, uitwaste met water en droogde. Het verdere opwerken geschiedde als beschreven in voorbeeld Ib.
20 Op overeenkomstige wijze als beschreven in de voorgaande voorbeelden I en II heeft men eveneens de volgende verbindingen volgens de uitvinding met formule 1 bereid.
800 4 5 84 24
Voor- R_ R. RK R^ RT Rs Rn R1A smpt.
beeld 3 U 5 6 T 8 9 10 III Η Η Η H CH3 CH3 H CHgOC^ 62-4 IV HHHH CI^Cl H CHgOCI^ 99-100 V HHHH CH, CH_ H 190-1 3 3 o VI HHHH CH^ CH3 4-C1 CHgOCH 107-9· vii h ch3 ch3 h ch3 ch3 η ch2och3 VIII HHHH CH3 CH3 H CHgSCI^ 113-5 IX Η Η Η H CH3 CH3 H CH2C1 134-6 X Η Η Η H CH3 Cl H CHgCl 135-6 XI Η Η Η H CH3 CH3 H CH20CH(CH3)2 XII HHHH CH3 Cl H CHgOCHiCH^g XIII HHHH CH3 Cl H Ί0) 166-7 XIV HHHH CH3 CH3 H CHgSC^in) olie XV Η Η Η H CH3 Cl H CHgSC^U) olie XVI HHHH CH3 CH3 H CH-Cg^ 123-4
Br XVII HHHH CH3 CH3 H CH-CH3 147-8
Cl XVIII HHHH CH3 CH3 H CHgBr 143-4 _ 0r XIX HHHH CH3 CH3 H 119-20 XX Η Η Η H Cl Cl H CHgOCH^ 107-9 XXI HHHH Cl Cl H CHgCl 142-4 800 4 5 84 25
Voor- R R^ B Hg R K8 H B,0 smpt.
beeld
XXII Η Η Η H Cl Cl H IJ 173-U
XXIII Η Η Η H CH3 CH3 H CfyN^J 139Jn XXIV Η Η Η H CH3 CH3 4-CH3 CHgOC^ olie XXV Η Η Η H CH_ C_Hc Η CH0C1 olie 3 2 5 2 XXVI Η Η Η Η CH3 CH3 3-C1 CH20CH3 90-2 XXVII Η Η Η H CH3 CH3 3-Br CHgOC^ 96-7 XXVIII Η Η Η H CH_ CH_ 3-Br CH.C1 182-3 3 3 2 XXIX Η Η Η Η CH3 CH3 3-Br TÖ 114.5—8 XXX Η Η Η H CH3 Br 4-CH3 CH20CH3 125-6 XXXI Η Η Η H CH3 Br 4-CH3 CHgCl 12U-6 XXXII Η Η Η H CH3 Br 4-CH3 [j j) 193-4 XXXIII Η Η Η H CH, CH H CHOCH 90-4
5 J 1 J
CH3 XXXIV Η Η Η H CH3 CH3 H Ί±) 149-52 XXXV Η Η Η H CH3 CH3 4-C1 CH2C1 gom XXXVI Η Η Η H CH3 CH3 4-C1 U 164-5 XXXVII Η Η Η H H CH20CH3 109-12 XXXVIII Η Η Η H CH3 CH3 H CHgOC^in) olie 800 45 84 26
Voor- R, R. R- R,· R7 Rn Rn Rin smpt.
beeld 3 l. 5 6 7 8 9 10_ XXXIX Η Η Η H CH3 CH3 H CiyX^H^n) XL Η Η Η H CH3 CH3 H CH2OCH-C2H5 in3 XLI Η Η Η H CH3 CH3 H CH20CH2CH=CH2 98-100 XLII Η Η Η H CH3 CH3 H C^OCHgCSCH 91-93 CH2°>^0 XLIII Η Η Η H CH3 CH3 H [ ) 107-8 XLIV Η H CH3 H CH3 CH3 H CH2OCH3 79-80
/=-N
XLV Η Η Η H CH3 CH3 H CH?Nj 56 XLVI Η Η Η H C2H5 H "Ö lb2-h XLVII Η Η Η H C^ CH CHgCl 88-9 XL VIII Η Η Η H Br Br H CHgOC^ 150-2 XLIX Η Η Η H Cl Cl 1*-C1 CHgOC^ 128-9 L Η Η Η H C2H5 C2H5 U-Cl CHgOCEj 1 lU-6 LI Η Η Η H Br Cl MlH3 CH20CH3 131-¾
Lil Η Η Η H CH- C„H_ H CH0OCH_ 96-8 3 2 5 2 3 LUI Η Η Η H CH3 CH3 U-Br CHgOC^ 137-8 800 4 5 84

Claims (12)

1. Verbindingen met formule 1, waarin R1 een groep met formule 1b voorstelt, waarin en Rg, onafhankelijk van elkaar, een alkylgroep met ten hoogste ^ koolstofatomen, een 5 halogeenatoom of een alkoxygroep met eveneens ten hoogste H koolstof- atomen en R^ een waterstof- of halogeenatoom of een alkylgroep met ten hoogste ^ koolstofatomen weergeven, R2 een -CO-R10 groep voorstelt, waarin R1Q een C1 ^ alkoxv-C^alkylgroep, een ^ alkylthio -C1 ^ alkylgroep, een 2-furylgroep, een 2-tetra-10 hydrofurylgroep, een gehalogeneerde 2-furylgroep, een gehaloge- neerde 2-tetrahydrofurylgroep, een 1-imidazolylmethylgroep, een 1-pyrazolylmethylgroep, een 2-tetrabydrof uryloxymethylgroep, een 2-tetrahydropyranyloxymethylgroep of een ^ halogeen-alkylgroep weergeeft en R^, R^, R^ en Rg, onafhankelijk 15 van elkaar, een waterstofatoom of een alkylgroep met ten hoogste ^ koolstofatomen weergeven.
2. Verbindingen volgens conclusie 1, waarin Rg -COCHgOCHg, -COCHgOCgH^, -C0-(2-furyl) of -C0-(5-halogeen-2-furyl)groep en Rg, R^, R^, Rg, R^ en Rg, onafhankelijk van elkaar, 20 een methylgroep, chloor- of broomatoom en R^ een waterstof-, chloor- of broomatoom of een methylgroep voorstellen.
3. Verbindingen volgens conclusie 2, waarin R^ en Rg dezelfde betekenissen hebben. U. Verbindingen volgens conclusie 3, waarin 25 R^, Rg, Rp en R^0 resp. de methylgroep, de methylgroep, een waterstofatoom en de -CH^OCHg groep voorstellen.
5. Werkwijze voor het bestrijden van fyto-pathogene fungi in planten, zaden of de aarde, met het kenmerk, dat men hiervoor een fungicidaal doeltreffende hoeveelheid 30 van êén of een aantal verbindingen volgens conclusie 1—U toepast.
6. Werkwijze volgens conclusie 5, met het kenmerk, dat men fytopathogene fungi in of op een stuk grond bestrijdt door hierop of hierin een fungicidaal doeltreffende hoeveelheid 35 van een bestanddeel a), één of een aantal verbindingen volgens 800 45 84 de uitvinding met formule 1, als gedefinieerd in êên van de conclusies 1-1*, en een bestanddeel b), gekozen uit een bestanddeel bl) een koperfungicide, en/of een bestanddeel b2), 6X1 / captan en/of folpet, of een bestanddeel b3) mancozeb en/of maneb, 5 aan te brengen.
7. Werkwijze voor het bereiden van een preparaat met fungicide werking, met het kenmerk, dat men êên of een aantal verbindingen volgens de uitvinding met formule 1, als gedefinieerd in conclusie 1-1*, desgewenst te zamen met een op landbouwgebied 10 aanvaardbare drager en/of verdunningsmiddel, in een voor een dergelijke toepassing geschikte toedieningsvorm te brengen.
8. Werkwijze volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat men een bestanddeel a) en b), als gedefinieerd in conclusie 6, in een gewichtsverhouding tussen 1:1 en 1:10 van bestanddeel a): 15 bestanddeel b) toepast.
9. Werkwijze voor het bereiden van een heterocyclische verbinding, met het kenmerk, dat men een verbinding volgens de uitvinding met formule 1 als gedefinieerd in conclusie 1 bereidt door intramolekulaire condensatie van een verbinding met 20 formule 2, waarin R.j, R^, R^, R^, Rg en R10 de in conclusie 1 aangegeven betekenissen hebben en Y een halogeenatoom is.
10. Verbindingen met formule 2, waarin , R^, R^, Rj, Rg en R^q de in conclusie 1 aangegeven betekenissen hebben en Y een halogeenatoom voorstelt.
11. Werkwijzen als beschreven in de beschrijving en/of voorbeelden.
12. Gevormde preparaten met herbicide werking, verkregen onder toepassing van een werkwijze volgens conclusie 7 en 8 en 11. f 800 45 84 ^ R O _/^7 Λ»-» Λ, ei < «ίΜΛ ^ "Ή,
1 R‘ Rf Rs la 1b μ O R. R Rj Rt H „ ✓ u \/ * N -C— O — C - C -C - Y R„, 1 \ C - R - o c O O Rr R/ R> Rj; h \ / b \ / R1 - NH - NH - C - O - C - C — Y 3 o R - C - Z R - NH - NH 1 o 1 1 4 5 O R R, R. R; u *\/ 4 5n/ X - C - O -C - C -Y 6 SANDOZ A.G. te Bazel, Zwitserland 800 4 5 84
NLAANVRAGE8004584,A 1979-08-16 1980-08-13 3-(aromatisch gesubstitueerde amino)-2-oxazolidinonen, preparaat met fungicide werking en werkwijze voor het bestrijden van fungi. NL188751C (nl)

Applications Claiming Priority (8)

Application Number Priority Date Filing Date Title
GB7928603 1979-08-16
GB7928603 1979-08-16
GB8013721 1980-04-25
GB8013720 1980-04-25
GB8013719 1980-04-25
GB8013721 1980-04-25
GB8013719 1980-04-25
GB8013720 1980-04-25

Publications (3)

Publication Number Publication Date
NL8004584A true NL8004584A (nl) 1981-02-18
NL188751B NL188751B (nl) 1992-04-16
NL188751C NL188751C (nl) 1992-09-16

Family

ID=27449134

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NLAANVRAGE8004584,A NL188751C (nl) 1979-08-16 1980-08-13 3-(aromatisch gesubstitueerde amino)-2-oxazolidinonen, preparaat met fungicide werking en werkwijze voor het bestrijden van fungi.

Country Status (16)

Country Link
AT (1) AT380014B (nl)
AU (1) AU534946B2 (nl)
BR (1) BR8005179A (nl)
CA (1) CA1303046C (nl)
CH (1) CH646158A5 (nl)
DK (1) DK151960C (nl)
DZ (1) DZ248A1 (nl)
FR (1) FR2463132A1 (nl)
HU (1) HU186740B (nl)
IE (1) IE50501B1 (nl)
IL (1) IL60837A (nl)
IT (1) IT1194679B (nl)
KE (1) KE3439A (nl)
NL (1) NL188751C (nl)
PL (1) PL126290B1 (nl)
YU (1) YU42530B (nl)

Families Citing this family (2)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
IT1123564B (it) * 1979-09-07 1986-04-30 Montedison Spa N-aril-n-acil-3-ammino-ossazolidin-2-oni fungicidi
IT1152196B (it) * 1982-05-27 1986-12-31 Montedison Spa Composto fungicida

Family Cites Families (1)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
CH633942A5 (en) * 1977-02-04 1983-01-14 Ciba Geigy Ag Microbicidal composition, process for the preparation of the active substance, and its use for controlling phytopathogenic fungi

Also Published As

Publication number Publication date
DZ248A1 (fr) 2004-09-13
AT380014B (de) 1986-03-25
IE801723L (en) 1981-02-16
YU42530B (en) 1988-10-31
CH646158A5 (en) 1984-11-15
NL188751B (nl) 1992-04-16
FR2463132A1 (fr) 1981-02-20
AU6146280A (en) 1981-02-19
ATA416080A (de) 1985-08-15
IT8024168A0 (it) 1980-08-14
DK151960B (da) 1988-01-18
IL60837A (en) 1984-02-29
IE50501B1 (en) 1986-04-30
DK355280A (da) 1981-02-17
KE3439A (en) 1984-08-24
AU534946B2 (en) 1984-02-23
HU186740B (en) 1985-09-30
FR2463132B1 (nl) 1983-11-18
YU204080A (en) 1983-02-28
IT8024168A1 (it) 1982-02-14
PL226259A1 (nl) 1981-04-24
BR8005179A (pt) 1981-03-04
PL126290B1 (en) 1983-07-30
DK151960C (da) 1988-07-11
NL188751C (nl) 1992-09-16
IT1194679B (it) 1988-09-22
CA1303046C (en) 1992-06-09

Similar Documents

Publication Publication Date Title
JPS6078971A (ja) ニトロメチレン−テトラヒドロピリミジン誘導体,その製法及び殺虫,殺ダニ,殺センチユウ剤
CS221944B2 (en) Fungicide and/or bacteriocide means and method of making the active substances
HUT54130A (en) Derivates of 5-alkyl-1,3,4-thiadiazole, process for producing them and their usage as nematocide
HU180532B (en) Insecticide compositions containing thiasolyl-cinnamonic nitriles
JPS6050193B2 (ja) (2,3−ジヒドロ−2,2−ジメチル−ベンゾフラン−7−イル−メチルカルバモイル)−(n′−アルキルカルバモイル)−スルフイド類及びその製造方法並びに該化合物を含有する殺虫剤
HU193667B (en) Insecticides and acaricides comprising benzoyl-urea derivatives and process for preparing the benzoyl-urea derivatives
NL8004584A (nl) Heterocyclische verbindingen en werkwijzen voor het bereiden en toepassen van deze verbindingen.
JPH03287585A (ja) ウラシル誘導体および有害生物防除剤
DE2447095A1 (de) Harnstoffphosphonate, verfahren zu ihrer herstellung und ihre verwendung
JP4900546B2 (ja) 5−カルボキサニリド−2,4−ビス−トリフルオロメチル−チアゾール
JPS63126804A (ja) 農園芸用殺虫組成物
JPS595584B2 (ja) N−スルフイニルカルバメ−ト
JPH03271207A (ja) 殺虫殺菌剤組成物
JPS63126810A (ja) 農園芸用殺虫組成物
JPS6127962A (ja) N−置換ジカルボキシミド類およびこれを有効成分とする除草剤
JP3711581B2 (ja) セミカルバゾン誘導体及び有害生物防除剤
US4468389A (en) Pesticidal N-sulfonyl phosphorodiamido(di)thioates
JPS6372610A (ja) 農業用殺虫殺菌組成物
JP4512928B2 (ja) N−チアジアゾリルシクロアルカンカルボン酸アミド類およびこれを有効成分とする殺虫、殺ダニ剤
US4011341A (en) Ring-substituted n-(2,2-difluoroalkanoyl)-o-phenylenediamine insecticides
JPH05286970A (ja) 2−アシルアミノ−2−チアゾリン化合物、その製法及び有害生物防除剤
JPS61167675A (ja) 置換フラザン
EP0002941B1 (en) 2-substituted-n-(3-substituted phenyl)- oxazolidine-3-carbothioamides and their preparation, compositions and use
USRE29508E (en) Ring-substituted N-(2,2-difluoroalkanoyl)-o-phenylenediamine compounds
JPS5940830B2 (ja) アニリン誘導体、その製造方法および該化合物を含有する殺微生物剤並びにそれによる防除方法

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BA A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BC A request for examination has been filed
SNR Assignments of patents or rights arising from examined patent applications

Owner name: NOVARTIS AG

V4 Discontinued because of reaching the maximum lifetime of a patent

Free format text: 20000813