NL8004087A - Rotor- vergasserinrichting met een nullast- mengsel- vormingsorgaan voor een verbrandingsmotor. - Google Patents
Rotor- vergasserinrichting met een nullast- mengsel- vormingsorgaan voor een verbrandingsmotor. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8004087A NL8004087A NL8004087A NL8004087A NL8004087A NL 8004087 A NL8004087 A NL 8004087A NL 8004087 A NL8004087 A NL 8004087A NL 8004087 A NL8004087 A NL 8004087A NL 8004087 A NL8004087 A NL 8004087A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- load
- channel
- fuel
- rotor
- suction channel
- Prior art date
Links
- 238000002485 combustion reaction Methods 0.000 title claims description 15
- 238000002309 gasification Methods 0.000 title claims description 11
- 239000000446 fuel Substances 0.000 claims description 36
- 239000000203 mixture Substances 0.000 claims description 32
- 230000001965 increasing effect Effects 0.000 claims description 3
- 238000011144 upstream manufacturing Methods 0.000 claims description 3
- 230000007935 neutral effect Effects 0.000 claims 1
- 239000007789 gas Substances 0.000 description 7
- 239000007921 spray Substances 0.000 description 5
- 238000010276 construction Methods 0.000 description 2
- 238000004519 manufacturing process Methods 0.000 description 2
- VYPSYNLAJGMNEJ-UHFFFAOYSA-N Silicium dioxide Chemical compound O=[Si]=O VYPSYNLAJGMNEJ-UHFFFAOYSA-N 0.000 description 1
- 238000000889 atomisation Methods 0.000 description 1
- 239000000470 constituent Substances 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
- 230000002349 favourable effect Effects 0.000 description 1
- 238000009434 installation Methods 0.000 description 1
- 230000007257 malfunction Effects 0.000 description 1
- 230000004048 modification Effects 0.000 description 1
- 238000012986 modification Methods 0.000 description 1
- 238000009417 prefabrication Methods 0.000 description 1
- 230000000717 retained effect Effects 0.000 description 1
- 238000009958 sewing Methods 0.000 description 1
- 229910052814 silicon oxide Inorganic materials 0.000 description 1
- 238000005507 spraying Methods 0.000 description 1
- 229910001220 stainless steel Inorganic materials 0.000 description 1
- 239000010935 stainless steel Substances 0.000 description 1
- 230000007704 transition Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F02—COMBUSTION ENGINES; HOT-GAS OR COMBUSTION-PRODUCT ENGINE PLANTS
- F02M—SUPPLYING COMBUSTION ENGINES IN GENERAL WITH COMBUSTIBLE MIXTURES OR CONSTITUENTS THEREOF
- F02M3/00—Idling devices for carburettors
- F02M3/08—Other details of idling devices
- F02M3/12—Passageway systems
-
- F—MECHANICAL ENGINEERING; LIGHTING; HEATING; WEAPONS; BLASTING
- F02—COMBUSTION ENGINES; HOT-GAS OR COMBUSTION-PRODUCT ENGINE PLANTS
- F02M—SUPPLYING COMBUSTION ENGINES IN GENERAL WITH COMBUSTIBLE MIXTURES OR CONSTITUENTS THEREOF
- F02M17/00—Carburettors having pertinent characteristics not provided for in, or of interest apart from, the apparatus of preceding main groups F02M1/00 - F02M15/00
- F02M17/16—Carburettors having continuously-rotating bodies, e.g. surface carburettors
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Chemical & Material Sciences (AREA)
- Combustion & Propulsion (AREA)
- Mechanical Engineering (AREA)
- General Engineering & Computer Science (AREA)
- Control Of Throttle Valves Provided In The Intake System Or In The Exhaust System (AREA)
Description
Botor- vergasserinrichting met een nuiiast- mengselvormingsorgaan voor een verbrandingsmotor.
De uitvinding heeft betrekking op een rotor- vergasserin-richting met een nullast- mengselvormingsorgaan voor een verbrandingsmotor, dat van een in het aanzuigkanaal aangebrachte en door de aangezogen luchtstroom in draaiing gebracht schoepenrad is voorzien, 5 waardoor een rotor wordt aangedreven, en waarbij in de omtrek van deze rotor minstens een boring voor een brandstofuitvcermondstuk is aangebracht, dat via een vast aangebrachte brandstoftoevoerleiding met een brandstofruimte in de rotor in verbinding staat, waaraan de brandstof wordt toegeveerd, terwijl door dit schoepenrad een hoe-10 veelheid brandstof in de aangezogen lucht wordt afgegeven, die in hoofdzaak een lineair verband met het schoepenrad-toerental bezit; en van een stroomafwaarts ten opzichte van het schoepenrad in het aanzuigkanaal aangebrachte smoorklep om de doorgestroemde hoeveelheid brandstof- luchtmengsel te regelen.
15 Een dergelijke rotorvergasser is bijvoorbeeld uit het
Zwitserse octrooischrift 606.78¼ bekend. De bij een draaiende rotor door de spuitmondstukboring afgegeven brandstof wordt door een aan ae rotor bevestigde· verstuivingsring opgenomen en via de sproeikant ervan alsgevolg van de werkzame centrifugaalkrachten in fijne 20 druppels verstoven. De sproeikant bevindt zich boven de schoepen van het schoepenrad, waarbij de aangezogen lucht met de hierin verstoven brandstof door de. schoepen van het schoepenrad heen naar de smoorklep toestroomt. Het schoepenrad draait verhoudingsgewijs snel, dit vil zeggen met een toerental van enkele 10.000 omwentelingen/ 25 minuut. Door de zich over het volle toerental bereik van het schoepenrad van nullast tot vollast uit strekkende nauwkeurige brand-stofdosering, alsmede door de fijne verstuiving door middel van de roterende sproeikant er. door het van te veren mengen \ 800 4087 2 r van. het brandstof- luchtmengsel worden uitlaatgassen verkregen, die arm aanjschadelijke bestanddelen zijn, en waarbij de gehaltes aan CO, CH en ook ïiOx ver onder de gebruikelijke waarden kunnen liggen. Verdere voordelen van een dergelijke vergasser worden door de een-5 voudige constructie ervan en door het ontbreken van alle instel-organen gevormd.
Wanneer de spuitmondstukboring bij deze vergasser voor het verkrijgen van een minimaal CO-gehalte in het belastingsbereik is gedimensioneerd, dan is het nullastgedrag onbevredigend, omdat 10 het verkregen nullast mengsel met een CO-gehalte van o, 3# en lager te schraal is. Het is gebleken dat voor een bevredigend nullastgedrag een met brandstof verrijkt, rijker nullast—mengsel is gewenst, dat in de uitlaatgassen 0,5 - 0,8# CO (bij valstroomcarburators in het algemeen ongeveer 2% CO) geeft.
15 Een onbevredigend nullast-gedrag van een verbrandingsmotor oristaat in het algemeen bij die rotorcarbitrators, waarbij de brandstof door middel van de rotor en niet door middel van een afzonderlijke doseerinrichting, zoals bijvoorbeeld een bestuurde naaldklep wordt gedoseerd, en daarom heeft het ook niet aanfcogingen ontbroken -20 om een dergelijke rotorcarburator zodanig te construeren, dat hierdoor een met brandstof verrijkt nullast-mengsel wordt afgegeven.
Uit het Amerikaanse octrooischrift 2.668.698 is bijvoorbeeld een rotor- vergasserinrichting bekend, die evenals een gebruikelijke valstroomcarburator van een afzonderlijk nullast-spuitmondstukstelsel 25 is voorzien, Bij een in de nuiiast-stand ingestelde snoorklep wordt het brandstof- luchtmengsel slechts door het nullast-spuitmondstukst elsel bewerkstelligd en eerst bij het verstellen van de smoorklep vindt de brandstoftoevoer via de spuitmondstukboringen van de rotor plaats.
30 Bij een andere uit het Amerikaanse octrooischrift 2.823.906 bekende rotor- vergasserinrichting wordt het rotortoeren-tal in afhankelijkheid van de stand van de smoorklep geregeld. Het schoepenrad draait hierbij in een aanzuigcilinder, die door een ringvormige aanzuigruimte is omgeven. Onder het schoepenrad is de 35 aanzuigcilinder van openingen in de omtrek voorzien, waardoor de in- ί #; % ~ 8004087
V
3 wendige ruinte ervan net de uitwendige ruimte om de cilinder is verbonden. De grcctfcevan de docrvoeropeningen in de aansuigciiinder kar door het bedienen van de smoor klep worden gevarieerd en/'zfjn gesloten, wanneer de smoorklep zich in zijn nullast stand bevindt, 5 zodat de gehele hoeveelheid aangezogen lucht dan alleen door de aanzuigcilinder stroomt en door het dienovereenkomstig snel draaien van het schoepenrad een met brandstof verrijkt, rijkt nullast” mengsel met een lucht- brandstofverhouding van bijvoorbeeld 10:1 wordt verkregen. Bij een geopende smoorklep stroomt een gedeelte 10 van de aangezogen lucht langs het schoepenrad door de ringvormige ruimte heen, zodat de rotor dan langzamer draait en een schraler brandstof- luchtmengsel met een lucht- brandstofverhouding wordt verkregen, die wel 17: 1 kan bedragen.
Zowel het afzonderlijke nullastspuitnondstukstelsel met 15 meer dan één instelschroef, als het rotor- toerentalregelstelsel, waarbij bijvoorbeeld een mechanisch met de smoorklep gekoppeld gatafschermorgaan wordt toegepast, zijn niet alleen gecompliceerd en bovenal gevoelig voor storingen, doch geven in bepaalde bedrijstoestanden, zoals bijvoorbeeld het nullastspuitmondstukstelsel bij 20 nullast en het rotor- toerentalregelstelsel met geopende dooriaat-openingen bovenal in het bereik van de gemiddelde belasting, een minder goed voorbereid brandstof- luchtmengsel. Volgens de uitvinding wordt een vergasserinrichting van de beven omschreven soort verschaft, waarbij een met brandstof verrijkt nullast- brandstof-25 luchtmengsel met behulp van eenvoudige, en in vergelijking met de rotorvergasser gunstig geprijsde en in bedrijf betrouwbare middelen wordt verkregen en waardoor voor alle bedrij f stoestar.den van de verbrandingsmotor een steeds op goede wijze voorbereid brandstof-luchtmengsel wordt gewaarborgd.
30 Dit wordt volgens ae uitvinding bereikt doordat in de nabijheid van het aanzuigkanaal minstens een nullast—kanaal aanwezig is, waardoor de smoorklep in de gesloten stand wordt overbrugd, dat stroomafwaarts van de smoorklep in het aanzuigkanaal uitmondt en stroomopwaarts hiervan van een naar het schoepenrad 35 toe gerichte buisvormige inlaat is voorzien, die in het randgebied ' 8004087 τ k van het aanzuigkanaal een juist onder het door de onderkanten van de schoepen bepaalde rotatievlak gelegen inlaatopening bezit, ten einde het nuilast-nengsel door het verhogen van het schoepenrad— toerental voor de nullast-luchtdoorvoer met brandstof te verrijken.
5 Doordat in de gesloten stand van de smoorklep lucht door het nullast— kanaal net de op bijzonder vijze uitgevoerde inlaat wordt aangezogen, wordt het schoepenrad sneller gedraaid dan bij dezelfde luchtdoorvoer waarbij de lucht door de éên of andere andere opening wordt aangezogen, zoals bijvoorbeeld door middel van een iets ge-1Q openende smoorklep, hetgeen tot gevolg heeft dat tengevolge van het hogere rotortoerental uit de spuitmondstukboring ook dienovereenkomstig meer brandstof in de aangezogen hoeveelheid lucht wordt afgegeven en een voor nullast gewenste hogerCO-gehalte in het rijkere nullast-ifiengsel wordt verkregen, waardoor de uitlaatgassen worden 15 bewerkstelligd. Wanneer de smoorklep wordt geopend, stroomt de aangezogen lucht weer door het aanzuigkanaal, zodat de toerental verhogende werking van het nullast-kanaal onbeduidend klein wordt en een schraal belastingsbrandstof- luchtmengsel voor een gering percentage aan schadelijke bestanddelen in de -uitlaatgassen wordt 20 bewerkstelligd. Door het nullast-kanaal wordt slechts een reeds voorgemengd brandstof- luchtmengsel aangevoerd en daar de aanwezigheid hiervan in de aanzuigbuis op geen enkele wijze een beletsel voor het samenstellen van het brandstof- luchtmengsel door middel van de rotor vormt, wordt de verbrandingsmotor in alle bedrijfs-25 toestandecmet inbegrip van de nullast, door hetzelfde op goede wijze samengestelde mengsel verzorgd. De bedrijfzekerheid alsmede de kosten sparende vervaardiging van een dergelijk nullast-kanaal zal zonder meer duidelijk zijn.
Verdere voordelige uitvoeringsvormen van de uitvinding zijn 30 in de aan de beschrijving toegevoegde conclusies 2 t/m 7 opgenomen.
De uitvinding zal thans aan de hand van een tijvoorkeur uitgevoerd en in de figuren afgebeeld uitvoeringsvoorbeeld worden toegelicht.
Fig. 1 geeft een langsdoorsnede door een rotcr-vergasser-35 inrichting volgens de uitvinding weer;
O
1 800 4 0 87 m ύ' 5 * fig. 2 geeft een doorsnede van dezelfde inrichting volgens de lijn II-II in fig. 1 veer, en 'fig. 3 geeft het uitmondingsgebied van een nuliastkanaal weer, dat van een kogelkleo is voorzien.
5 De afgeteelde vergasserinrichting bevat de in het aanzuig- kanaal 1 van een verbrandingsmotor aangebrachte, gebruikelijke smoorklep 2, die voor het bedienen ervan mechanisch met het gaspedaal is gekoppeld , alsmede een in het aanzuigkanaal 1 met betrekking tot de smoorklep 2 in een. vaste stand aangebrachte rotorver-10 gasser 3 en een ten opzichte van het aanzuigkanaal 1 vast bevestigd, doch instelbaar nullast-kanaal 20.
De smoorklep 2 en het bedieningsmechanisme hiervoor zijn van een gebruikelijke constructie, waarbij de een of andere verandering hiervan noch nodig noch uitgevoerd is. De smoorklep 2 kan 15 door middel van het gaspedaal in elke willekeurige stand tussen de in fig. 1 afgeheelde ruststand, waarin het aanzuigkanaal 1 praetisch is gesloten, en een eindstand voer een maximaal geopend aanzuigkanaal 1 worden ingesteld. Om bij nullast van de verbrandingsmotor onder, de smoorklep 2 in het aanzuigkanaal 1 de gewenste 20 onderdruk te verkrijger., kan de smoorklep 2 van buitenaf door middel van een instelschroef op de hiervoor juiste nullast—stand worden ingesteld.
De in dit geval toegepaste rotorvsrgasser 3 is in principe bijvoorbeeld uitvoerig in het Zwitserse octrooischrift 606.78^ 25 beschreven. Een in het aanzuigkanaal 1 passende en in hoofdzaak cilindervormige bus h bezit aan de beide einde, ervan een aantal radiale verbindingsdelen 5, 6, waardoor twee ten opzichte van de haat lijn van de bus coaxiaal aangebrachte kogellagers 7 worden vastgehouden. In de kogellagers 7 is eer. rotor 8 gelegerd, waarop 30 een schoepenrad 9 niet meer dan één schoep 10 is bevestigd. De buitenkanten 10a van de schoepen 10 hebben ten opzichte var. de binnenwand 4a var. de buis 4 eer. kleine afstand in de orde van grcctteVan tienden-millimeters. De onderkanten 10b van de schoepen-10 liggen in een zich loodrecht op de draaiir.gsas 11 uit strekkend 35 vlak. De rotor 8 bezit een coaxiaal ten opzichte van de draaiings- ' Λ*·. \ - 8004087 \ \ 6 r r as 11 verlopende cilindrische boring 12, waarin een boven het bovenste verbindingsdeel 6 in de bus b vast, aangebrachte fcrandstoftoevoer-buis 13 steekc. nen van de bovenste radiale verbindingsdelen 6 is hol en hierdoor wordt het boveneinde van de brandstoftoevoerbuis 13 5 met een aansluitgedeelte 1U (fig. 2) verbonden, dat op zijn beurt weer met het brandstofreservoir, bijvoorbeeld een vlotter is verbonden. Juist onder de brandstoftoevoerbuis 13 is de rotor 3 van een cilindervormige brandstofruimte 15 voorzien, die door middel van een verbindingskanaal 16 in de rotor met een boven de schoepen 10 10 in de omtrek van de rotor aangebrachte uittrede---mondstukboring 17 is verbonden. Het boveneinde van het schoepenrad 9 is ringvormig uitgevoerd en bezit een binnenwand 18, die zich op een bepaalde afstand vanaf de mondstukboring 17 hiertegenover uitstrekt en boven de mondstuk-boring 17 in een sproeikant 19 eindigt, zodat bij het 15 draaien van de rotor de door de mondstukboring 17 afgegeven brandstof door de ringvormige binnenwand 18 wordt opgenomen en via de sproeikant 19 in fijne druppels wordt verstoven.
Het toerental van het schoepenrad is bij een dergelijk rotorcarburateur in stationaire bedrijfstoestand direct evenredig 20 aan de aangezogen hoeveelheid lucht en de door de spuitmondstuk- boring 16 afgegeven hoeveelheid brandstof is weer direct evenredig aan het toerental van het schoepenrad, zodat door de rotorcarburateur op zichzelf een brandstof- luchtmengsd. wordt afgeleverd, waarin de hoeveelheid brandstof vanaf een minimum-toerental voor alle voor-25 komende schoepenradtoerentallen osn lineaire constante verhouding net de hoeveelheid lucht bezit. De rotorcarburateur is zodanig gedimensioneerd, dat hierdoor eer. brandstof- luchtmengsel wordt af gegeven, waarin de gehaltes aan schadelijke bestanddelen in het bijzonder CO en CH in de uitlaatgassen zo gering mogelijk zijn, 30 dit wil zeggen dat het brandstof- luchtmengsel schraal is. Dit schrale brandstof- luchtmengsel wordt in het volgende in het kort "belastingsmengsel" genoemd. Het in tegenstelling hiermee aan brandstof verrijkte, rijke nuilastmengsel wordt met behulp van het nullast-kanaal 20 verkregen .
35 Het nullastkanaal 20 is in fig. 1 als een buis afgebeeld, f * . ·*» ‘ 'M: 800 4 0 87 τ 'JIV' die uit drie bochten is s amen g es teld',*^welke voor een genakkelijke bevestiging aan het aanzuignanaai 1 uit meer dan één stuk kan zijn samengesteld. Be smoorklep 2 wordt door het nullastkanaal20 zowel in de gesloten stand als de nullaststand overbrugd en bezit in het 5 afgebeelde uitvoeringsvoorbeeld een recht en parallel aan de draai-ingsas 11 van de rotor verlopend middendeel 21, dat aan de buitenwand van het aanzuigkanaal 1 is aangecracht, In het middendeel 21 van het nullastkanaal is een van buitenaf te bedienen instel- schroef 25 aangebracht, waarmee de doorvoer-doorsnede van het nul-10 lastkanaal kan worden gevarieerd. Stroomafwaarts ten opzichte van de smoorklep 2 loopt het nullastkanaal 20 met een bocht naar een uitlaat opening 22, die zich in de binnenwand 1a van het aanzuig-kanaal T bevindt en bijvoorbeeld een met de straal van de smoorklep vergelijkbare afstand .vanaf de gesloten smoorklep 2 is gelegen. Strccm-15 opwaarts van de smoorklep 2 gaat het nullastkanaal 20 met twee bochten in een recht inlaatdeei 23 over, dat tegen de binnenwand 1a van het aanzuigkanaal 1 respectievelijk tegence binnenwand ka van de rotorbus k is gelegen en volgens eer. zodanige stand is uitgericht, dat dit parallel aan de rotcrdraai-ingsas 11 verloopt.
20 Be inlaatopening 24 van het nullastkanaal 20 ligt juist onder de schoepen 10 van het schoepenrad 9 en bijvoorkeur in een zich loodrecht op de draaiingsas 11 uitstrekkend vlak. Boer het nullastkanaal· 20 wordt bewerkstelligd, dat het schoepenrad 9 in de nullast-' stand van de smoorklep bij dezelfde doorgevoerde hoeveelheid lucht 25 sneller draait, zodat door de spuitmondstukboring 17 meer brandstof in de aangazogen lucht wordt afgegeven. Voor deze verhogende werking van het schoepenradtoerental van het nullastkanaal 20 zijn de buisvormige vormgeving van de inlaat alsmede de positie van de inlaatopening 2k van betekenis, waardoor voor het schoepenrad een beter 30 gerichte en sneller stromende luchtstroom wordt verkregen. Het is van belang dat de inlaatopening 2k zo dicht mogelijk tegen de binnenwand van het aanzuigkanaal 1 of in de nabijheid van de buitenkanten 10a van de schoepen 10 is gelegen en niet ver van de onderkanten 1üb van de schoepen af, en dat de buisvormige inlaat 23 naar het
j J
V' y 35 schoepenrad is toegericht. Bij de in fig. 1 afgebeelde positie van 800 4087 f Ö r de inlaat-opening 2b zou de buisvormige inlaat 2b in plaats van parallel aan de draaiingsas 11 ook schuin naar boven naar de draai-ingsas hofgericht kunnen zijn.
ba inwendige diameter van het nullastkanaal 20, alsmede de c lengte van het inlaatdeel 23, het verloop hiervan ten opzichte van het schoepenrad aLsmede de positie en de richting van de inlaat-opening 2b met betrekking tot dit schoepenrad zijn min of meer van de van geval tot geval wisselende uitvoering van het schoepenrad 10 en de bus afhankelijk, alsmede van de nullast-voorvaarden voor de 10 betreffende verbrandingsmotor. Voor een gegeven vergasserinrichting kan de gunstigste vorm van het nullastkanaal in het bijzonder van het inlaatdeel hiervan op doelmatige wijze experimenteel worden bepaald. Het is echter gebleken, dat met betrekking tot een volledig bevredigend dullastkanaal nog genoeg variaties mogelijk zijn, zodat 15 voor een gegeven rotorcarburateur, in het bijzonder een gegeven bus b en een gegeven aanzuigkanaal 1 ook een voor de vervaardiging en de inbouw van het nullastkanaal zo goedkoop mogelijke uitvoering van dit kanaal kan worden gekozen. De kosten voor een dergelijk nullastkanaal zijn in vergelijking met die voor de rotorcarburateur 20 zelf slechts gering en belangrijk lager dan die van de reeds bekende nullastinrichtingen voor rotorcarburateurs.
Bij een uitgeprocaerd proefmodel had het in hoofdzaak volgens fig. 1 uitgevoerd nullastkanaal een binnendiameter van circa 3 mm en bedroeg de afstand van de inlaatopening 2b tot de onderkanten 25 10b van de schoepen ongeveer 1 mm. Met behulp van de instelschroef 25 kon een nullastmengsel worden ingesteld, waarbij het CO-gehalte in de uitlaatgassen tussen 0,3 er. 1,55 lag· Het nullastmotortoeren-tal kon op een willekeurige waarde tussen 800 en 1100 toeren/minuut worden ingesteld, waarbij de motor bij elk toerental "rustig" 30 Cfcund") en zonder haperingen lip .
Bij een rotorcarburateur van de bovenomschreven soort bestaan er tussen de afzonderlijke uitvoeringsvormen van een type carburateur met betrekking tot de brandstofdosering en het samenstellen van het mengsel geen noemenswaardige verschillen. Het nullastkanaal 20 kan 35 zonder bezwaren zodanig worden ontworpen, dat de voor het vervaardi- v \ 800 4 0 87 ^ k.
\4 ✓ gen ervan noodzakelijke toleranties practised geen invied op de versing van net nuiiastmengsei uitoefenen. Wanneer voor de afzonderlijke uitvoeringsvormen van een bepaald type verbrandingsmotor met betrekking tot een optimaal nuiiast-gedrag bij benadering hetzelfde 5 ^ullastnengsel nodig is, bestaat daarom de mogelijkheid om voor dit "type verbrandingsmotor een uniform nullastkanaai zender instelsc'nroef toe te passen, De vergasserinrichting bezit dan in het geheel geen instelorgaan meer. De instelscnroef 25 voor het nullastkanaai 20 is dan niet onvoorwaardglijk nodig doch wegens de zich toch '•zonder meer 10 voordoende variaties in de afzonderlijke exemplaren van een zelfde type verbrandingsmotor is deze voor het bereiken van een optimad. nullast—gedrag vel doelmatig.
Wanneer het gewenst is on het schoepenrad 9 op soepeler wijze door de sneller stromende luchtstroom bij nullast te belasten, kunnen 15 in plaats van slechts één nullastkanaai meer dan één worden toegepast, en bijzonder twee diametraal tegenover elkaar gelegen nullastkanaien, of zoals dit met gestreepte lijnen in fig. 2 is aangegeven, drie gelijkmatig over de omtrek van het aanzuigkanaal 1 verdeelde nullast-kanalen 20, 20a en 20b. Meer nullastkanalen bieden in het algemeen 20 slechts dan voordeel, wanneer door de afzonderlijke exemplaren van een bepaald type verbrandingsmotor voor een optimaal nullastgedrag hetzelfde of bij benadering netzelfde nullastmengsel nodig is, daar in een dergelijk geval hoogstens één nullastkanaai van een insnel-schroef voorzien behoeft te worden.
25 Bij de in fig. 3 afgeheelde uitvoeringsvorm is in het nullast kanaai 20 in het uitmondingsgebied hiervan in het aanzuigkanaal 1 een kcgelkiep 26 aangebracht, waardoor het nullastkanaai 20 kar. worden afgesloten wanneer de smoorklep 2 uit zijn nullaststand wordt gedraaid en stroomafwaarts ten opzichte van de smoorklep een kleinere onder-30 druk heerst dan bij een gesloten klep, zodat door deze maatregel wordt gewaarborgd, dat het hogere schoepenradtoerental slechts bij nullast optreedt.
H' Λ.
800 4 0 87
Claims (7)
1C r
1. Rotor-vergasserinrichting met een nullastmengselvormings-orgaan voor een verbrandingsmotor, dat uit een in het aanzuigkanaal 5 aangebrachte en door de aangezogen luchtstroom in draaiing gebracht schoepenrad is samengesteld, waardoor een rotor wordt aangedreven waarbij in het gebied aan de omtrek ervan minstens een spuitmond-stuk-boring voor de uitvoer van brandstof is aangetracht, welke met een brandstof-ruimte in de rotor is verbonden, die via een vast aan-10 gebrachte brandstoftoevoerleiding van brandstof wordt voorzien, en waardoor een hoeveelheid brandstof in de aangezogen lucht wordt afgegeven, die in hoofdzaak een lineaire verhouding met het schoepen-rad-toerental bezit; en uit een in het aanzuigkanaal stroomafwaarts van het schoepenrad aangebrachte smoorklep voor de regeling van de 15 grote van het brandstofmengsel, met het kenmerk dat in het aanzuigkanaal (1) minstens éên nullastkanaal (20) is aangebracht, waardoor de smoorklep (2) in de geslotenstand wordt overbrugd^‘*«dat stroomafwaarts van deze smoorklep (2) in het aanzuigkanaal (1) uitmondt en stroomopwaarts hiervan een naar het schoepenrad (9) toe^erichte 20 buisvormige inlaat (23) met een inlaatopening {2b) bezit, die zich juist onder het draaivlak bevindt, dat door de onderkanten (1Gb) van de schoepen wordt bepaald, teneinde het nullastmengsel door het verhogen van het schoepenradtoerental met betrekking tot de bij nul-last doorgevoerde hoeveelheid lucht met brandstof te verrijken.
2. Vergasserinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat aan het aanzuigkanaal (1) een enkel nullastkanaal (20) is aangebracht .
3. Vergasserinrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat aan het aanzuigkanaal (1) meer dan één nullastkanaal (20, 20a, 30 20b) en in het bijzonder twee diametraal tegenover elkaar gelegen of drie gelijkmatig over de omtrek van het aanzüigkanaal (1) verdeelde nullastkanalen zijn aangebracht. k. Vergasserinrichting volgens één van de voorgaande conclusies, met het kenmerk, dat de inlaatopening respectievelijk 35 inlaatopeningen (2k) van het nullastkanaal of de nullastkanalen in 8004087 \ / een vlak ligt respectievelijk liggen, dat zich loodrecht op de draaiingsas (11) van het schoepenrad uitstrekt.
5. Vergasserinrichting volgens een van de voorafgaande conclusies, met het kenmerk, dat de buisvormige inlaat (23) van het 5 qullastkanaal (20) respectievelijk van de nuliastkanalen (£C, 2Ca, 2Cb) tegen de wand (lb, ha.) van het aanzuigkanaal is gelegen en volgens een parallel ten opzichte van de schoepenrad draaiingsas (11) gerichte stand verloopt.
6. Vergasserinrichting volgens een- van de voorafgaande 10 conclusies, met het kenmerk, dat het nullastkanaal (20) respectievelijk minstens éën nulJastkanaal een van buitenaf ten opzichte van het aanzuigkanaal (1)' te bedienen instelscnroef (25) bezit cm.de grootte van de doorvoer door snede te kunnen veranderen.
7. Vergasserinrichting volgens éën van de voorafgaande 15 conclusies, met het kenmerk, dat het respectievelijk elk nullastkanaal (20) in het uitmondingsgebied ervan in het aanzuigkanaal (1) een kogelklep (26) bevat, die zodanig is ingesteld, dat het nullastkanaal (20} hierdoor bij een kleinere onderdruk in het aanzuigkanaal (1) dan de nullastonderdruk wordt gesloten. 20 6.Vergasserinrichting in hcofdzaak zoals beschreven in de beschrijving en/of afgeheeld in de figuren. IP' 800 4 0 87 i f ii
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| CH708779 | 1979-08-02 | ||
| CH708779A CH640603A5 (de) | 1979-08-02 | 1979-08-02 | Rotor-vergasereinrichtung mit leerlauf-gemischbildung fuer brennkraftmaschinen. |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8004087A true NL8004087A (nl) | 1981-02-04 |
Family
ID=4319729
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8004087A NL8004087A (nl) | 1979-08-02 | 1980-07-16 | Rotor- vergasserinrichting met een nullast- mengsel- vormingsorgaan voor een verbrandingsmotor. |
Country Status (9)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4283358A (nl) |
| JP (1) | JPS5623553A (nl) |
| BR (1) | BR8004853A (nl) |
| CH (1) | CH640603A5 (nl) |
| DE (1) | DE3024181A1 (nl) |
| FR (1) | FR2463289B1 (nl) |
| GB (1) | GB2058930B (nl) |
| IT (1) | IT1131599B (nl) |
| NL (1) | NL8004087A (nl) |
Families Citing this family (15)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3107064A1 (de) * | 1981-02-25 | 1982-09-16 | Central'nyj naučno-issledovatel'skij i konstruktorskij institut toplivnoj apparatury avtotraktornych i stacionarnych dvigatelej, Leningrad | Kraftstoffsystem fuer verbrennungsmotore |
| USRE33929E (en) * | 1982-05-28 | 1992-05-19 | Kwik Products International Corporation | Central injection device for internal combustion engines |
| US4474712A (en) * | 1982-05-28 | 1984-10-02 | Autoelektronik Ag | Central injection device for internal combustion engines |
| WO1984003735A1 (fr) * | 1983-03-24 | 1984-09-27 | Autoelektronik Ag | Dispositif pour regler le melange air-carburant a papillon ferme d'un moteur a combustion interne muni d'un carburateur rotatif |
| CH663823A5 (de) * | 1983-07-12 | 1988-01-15 | Kwik Products Corp | Rotor-vergaser zum starten und zum betrieb einer brennkraftmaschine auch bei hohen kraftstofftemperaturen. |
| US4594201A (en) * | 1984-04-16 | 1986-06-10 | Oliver V. Phillips | Multi-fuel system for internal combustion engines |
| ZA865041B (en) * | 1985-07-17 | 1987-05-27 | Kwik Products Corp | Fuel-air ratio(lambta)correcting apparatus for a rotor-type carburettor for internal combustion engines |
| US4726342A (en) * | 1986-06-30 | 1988-02-23 | Kwik Products International Corp. | Fuel-air ratio (lambda) correcting apparatus for a rotor-type carburetor for integral combustion engines |
| US4869850A (en) * | 1986-06-30 | 1989-09-26 | Kwik Products International Corporation | Rotor-type carburetor apparatus and associated methods |
| US4725385A (en) * | 1986-06-30 | 1988-02-16 | Kwik Products International Corporation | Turbine rotor assembly for a rotor-type carburetor |
| JPS6357865A (ja) * | 1986-08-22 | 1988-03-12 | クウィク・プロダクツ・インタ−ナショナル・コ−ポレイション | ロ−タ型気化器 |
| DE3804453A1 (de) * | 1988-02-12 | 1989-09-14 | Glotur Trust Reg | Verfahren zur gemischaufbereitung von brennkraftmaschinen und vergaser hierfuer |
| JPH02504537A (ja) * | 1988-06-02 | 1990-12-20 | ノーヴァ‐ウエルケ・アクチェンゲゼルシャフト | 内燃機関用の混合気改良装置 |
| AU2439792A (en) * | 1992-08-21 | 1994-03-15 | Beat A. Frei | Controlled mixture formation |
| KR20010100491A (ko) * | 2000-05-02 | 2001-11-14 | 이상석 | 트로틀 바디 |
Family Cites Families (8)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| FR587580A (fr) * | 1924-10-17 | 1925-04-21 | Carburateur épurateur | |
| US2595719A (en) * | 1946-05-18 | 1952-05-06 | Charles R Snyder | Carburetor |
| US2664279A (en) * | 1950-08-31 | 1953-12-29 | Bascle Joseph Albon | Pressure carburetor and fuel-air ratio regulator |
| US2668698A (en) * | 1952-01-23 | 1954-02-09 | Eugene C Rollins | Carburetor |
| US2823906A (en) * | 1955-07-25 | 1958-02-18 | James G Culbertson | Internal combustion engine carburetor |
| US3654909A (en) * | 1970-08-06 | 1972-04-11 | Eugene C Rollins | Carburetor having auxiliary turbine and idle fuel shutoff mechanism |
| US3991144A (en) * | 1973-06-01 | 1976-11-09 | Autoelektronik Ag | Carburetor for an Otto cycle engine |
| CH606784A5 (nl) * | 1975-07-28 | 1978-11-15 | Autoelektronik Ag |
-
1979
- 1979-08-02 CH CH708779A patent/CH640603A5/de not_active IP Right Cessation
-
1980
- 1980-06-27 DE DE19803024181 patent/DE3024181A1/de not_active Ceased
- 1980-07-16 IT IT8023477A patent/IT1131599B/it active
- 1980-07-16 US US06/169,624 patent/US4283358A/en not_active Expired - Lifetime
- 1980-07-16 NL NL8004087A patent/NL8004087A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-07-24 JP JP10065280A patent/JPS5623553A/ja active Pending
- 1980-07-25 GB GB8024493A patent/GB2058930B/en not_active Expired
- 1980-07-31 FR FR8016998A patent/FR2463289B1/fr not_active Expired
- 1980-08-01 BR BR8004853A patent/BR8004853A/pt unknown
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| JPS5623553A (en) | 1981-03-05 |
| US4283358A (en) | 1981-08-11 |
| IT8023477A0 (it) | 1980-07-16 |
| DE3024181A1 (de) | 1981-02-19 |
| GB2058930A (en) | 1981-04-15 |
| GB2058930B (en) | 1983-05-05 |
| FR2463289A1 (fr) | 1981-02-20 |
| IT1131599B (it) | 1986-06-25 |
| CH640603A5 (de) | 1984-01-13 |
| BR8004853A (pt) | 1981-02-10 |
| FR2463289B1 (fr) | 1987-01-02 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| NL8004087A (nl) | Rotor- vergasserinrichting met een nullast- mengsel- vormingsorgaan voor een verbrandingsmotor. | |
| US8616179B2 (en) | Rotary throttle valve carburetor | |
| US3991144A (en) | Carburetor for an Otto cycle engine | |
| US3093699A (en) | Carburetor | |
| US2668698A (en) | Carburetor | |
| US3814389A (en) | Carburetor | |
| US4349489A (en) | Jet for the production of a vaporized idling mixture in an internal combustion engine | |
| US5441673A (en) | Carburetor for an internal combustion engine | |
| US4474712A (en) | Central injection device for internal combustion engines | |
| US6047956A (en) | Atomizing fuel carburetor | |
| US4044081A (en) | Device in carburettors, particularly for internal combustion engines | |
| US6123322A (en) | Single screw carburetor | |
| US2211552A (en) | Carburetor construction | |
| US2595719A (en) | Carburetor | |
| US4170975A (en) | Fuel metering valve assembly for internal combustion engines | |
| US4670195A (en) | Carburetor | |
| US3932567A (en) | Gas aerating carburetor | |
| US4211198A (en) | Air/fuel mixing arrangement for an internal combustion engine | |
| US4125095A (en) | Carburetors for internal combustion engines | |
| US1106258A (en) | Carbureter. | |
| US2225804A (en) | Carburetor for internal combustion engines | |
| US4290405A (en) | Carburetor with sonic fuel atomizer | |
| US1982945A (en) | Carburetor | |
| US1711748A (en) | Carburetor | |
| US2664279A (en) | Pressure carburetor and fuel-air ratio regulator |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A85 | Still pending on 85-01-01 | ||
| BV | The patent application has lapsed |