NL8003739A - Inslaggarengeleiding voor een fluidumstraalweefgetouw. - Google Patents
Inslaggarengeleiding voor een fluidumstraalweefgetouw. Download PDFInfo
- Publication number
- NL8003739A NL8003739A NL8003739A NL8003739A NL8003739A NL 8003739 A NL8003739 A NL 8003739A NL 8003739 A NL8003739 A NL 8003739A NL 8003739 A NL8003739 A NL 8003739A NL 8003739 A NL8003739 A NL 8003739A
- Authority
- NL
- Netherlands
- Prior art keywords
- fluid
- guide
- blow holes
- pair
- base
- Prior art date
Links
- 239000012530 fluid Substances 0.000 title claims description 92
- 238000009941 weaving Methods 0.000 title claims description 5
- 238000003780 insertion Methods 0.000 claims description 17
- 230000037431 insertion Effects 0.000 claims description 17
- 238000007664 blowing Methods 0.000 description 2
- 238000010791 quenching Methods 0.000 description 2
- 239000002759 woven fabric Substances 0.000 description 2
- 244000089486 Phragmites australis subsp australis Species 0.000 description 1
- 235000014676 Phragmites communis Nutrition 0.000 description 1
- 230000007423 decrease Effects 0.000 description 1
- 230000000694 effects Effects 0.000 description 1
Classifications
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D03—WEAVING
- D03D—WOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
- D03D47/00—Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms
- D03D47/28—Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms wherein the weft itself is projected into the shed
- D03D47/30—Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms wherein the weft itself is projected into the shed by gas jet
- D03D47/3006—Construction of the nozzles
- D03D47/302—Auxiliary nozzles
-
- D—TEXTILES; PAPER
- D03—WEAVING
- D03D—WOVEN FABRICS; METHODS OF WEAVING; LOOMS
- D03D47/00—Looms in which bulk supply of weft does not pass through shed, e.g. shuttleless looms, gripper shuttle looms, dummy shuttle looms
- D03D47/27—Drive or guide mechanisms for weft inserting
- D03D47/277—Guide mechanisms
- D03D47/278—Guide mechanisms for pneumatic looms
Landscapes
- Engineering & Computer Science (AREA)
- Textile Engineering (AREA)
- Looms (AREA)
Description
% *
Inslaggarengeleiding voor een fluldums traalweefge touw.
De uitvinding heeft betrekking op een inslaggaren-geleiding voor een fluidumstraalweefgetouw en betreft meer in het bijzonder een inslaggarengeleiding voor een luchtstraalweef-getouw.
5 Het Britse octrooischrift 1.424.703 beschrijft een inslaggarengeleiding voor een straalweefgetouw dat bestaat uit: een basisgedeelte dat is gekoppeld met een lade, een paar geleidingsdelen die door een vork met het basisgedeelte zijn verbonden teneinde een inslaginsteekopening te vormen, en een 10 aantal fluidumblaasgaten die zich bevinden op de ontrek van het paar van geleidingsdelen rond de inslaginsteekopening.
In deze inslaggarengeleiding wordt een luchtstroom toegevoerd door een luchtdoorgang die is gevormd binnen zowel het basisgedeelte als het paar van geleidingsdelen. Indien deze inslag-15 garengeleiding in werkelijkheid wordt gebruikt treedt het nadeel op, dat de intensiteiten van de hulpluchtstralen die worden geblazen door de fluidunblaasgaten daarover niet gelijkmatig zijn en daardoor kan het inslaggaren niet op de juiste wijze worden overgebracht, omdat het inslaggaren naar boven wordt gedrukt.
20 Teneinde het nadeel van deze bekende inrichting op te heffen is een ander type van inslaggarengeleiding voorgesteld, waarin fluidumblaasgaten alleen maar zijn gevormd op de bovenvlakken van de gevorkte geleidingsdelen, zodat luchtstralen die het inslaggaren caihoog kunnen drukken, niet aanwezig zijn. In deze inslag-25 garengeleiding wordt echter geen rekening gehouden met het ontwerp van de luchtdoorgang die is gevormd binnen het basisgedeelte en het paar van geleidingsdelen, in het bijzonder aan de samenkomst van het basisgedeelte en het paar van geleidingsdelen, en daardoor 800 3 7 39 % 2 botst de luchtstroom die wordt toegevoerd vanuit het basisgedeelte tegen de bovengelegen binnenwand van de luchtdoorgang aan de samenkomst en veroorzaakt turbulenties, en daardoor kunnen de intensiteiten van de hulpluchtstralen die door de fluidurrblaas-5 gaten worden geblazen, niet gelijkmatig zijn.
Het is een oogmerk van de uitvinding van een inslag-garengeleiding te leveren voor een fluidumstraalweefgetouw met behulp waarvan de stroamweerstand aan de fluidumstraal kan worden verminderd en de intensiteiten van de hulpfluidumstralen 10 die worden geblazen door de fluidunblaasgaten, gelijkmatig kan zijn en daardoor het insteken van het inslaggaren kan worden gewaarborgd en gelijkmatig teweeg wordt gebracht.
Volgens de uitvinding is één en ander bereikt door een inslaggarengeleiding voor een fluidumstraalweefgetouw dat 15 bestaat uit: een basisgedeelte dat kan worden verbonden met een lade, een paar geleidingsdelen die zijn gekoppeld met het boveneinde van het basisgedeelte en die gevorkt zijn teneinde een inslaginsteek-opening daartussen te vormen, een bas is f luidumdoorgang die is gevormd binnen het basisgedeelte, en een aantal fluidumblaasgaten 20 die zijn gevormd op het oppervlak van de gevorkte geleidingsdelen behalve op de onderoppervlakken daarvan, en die zijn verbonden met de basisfluidumdporgang. De inslaggarengeleiding volgens de uitvinding wordt gekenmerkt, doordat een aftakwand is geprojec— teerd vanaf de bovenste binnenwand van de basisfluidumdoorgang, 25 zodat fluidumstroom die wordt toegevoerd uit de basis fluidumdoor-gang wordt verdeeld in twee stromen, en een paar van aftakdoorgangen, waarbij de ondereinden daarvan zijn verbonden met de basisfluidumdoorgang en die in verbinding staan met de fluidumblaasgaten die zijn gevormd op de gevorkte geleidingsdelen, zijn gevormd binnen 30 de geleidingsdelen, zodat de afgetakte stromen worden geblazen door de fluidumblaasgaten.
De uitvinding zal hieronder nader worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin bij wijze van voorbeeld een uitvoeringsvorm van een inslaggeleiding volgens de inslaggeleiding 35 is weergegeven. In de tekening toont: 800 3 7 39 * 3
Fig. 1 een zijaanzicht van een bekende inslaggarengeleiding, de fig. 2 en 3 zijaanzichten en gedeeltelijke dwarsdoorsneden van een andere bekende inslaggarengeleiding, 5 fig. 4 een zijaanzicht van een inslaggarengeleiding volgens de uitvinding/ fig. 5 een doorsnede volgens de lijn V-V van fig. 4, fig. 6 op grotere schaal een doorsnede van een deel van de geleiding van fig. 4, 10 fig. 7 een dwarsdoorsnede van de geleiding van fig. 4 waarbij het bovengedeelte is weggelaten, en fig. 8 een zijaanzicht van een andere inslaggarengeleiding volgens de uitvinding.
Voorafgaande aan het toelichten van de uitvoeringsvormen 15 van de uitvinding, zullen enkele inslaggarengeleidingen die tot de bekende stand der techniek behoren, worden toegelicht aan de hand van de fig. 1-3 teneinde de nadelen van de bekende inslaggarengeleidingen te verduidelijken.
Bij een bekende inslaggarengeleiding 1 van het 20 gesloten type voor een fluidumstraalweefgetouw, zoals weergegeven in fig. 1, is een ringvormig lichaam 3 gevormd uit een gebogen geleidingsdeel la van de inslaggarengeleiding 1 en een verticaal geleidingsdeel lb van de inslaggarengeleiding 1, en het ringvormige lichaam heeft een inwendige ontrek die ligt tegenover de inslaggaren-25 insteekrichting. Een aantal fluidumblaasgaten 2 voor het blazen van hulpluchtstralen is gevormd op de inwendige onttrek. De fluidumblaasgaten 2 dienen dus voor het blazen van hulpluchtstralen in de inslaginsteekrichting door gebruik te maken van lucht die wordt aangevoerd door een luchtdoorgang 4 die is gevormd binnen de 30 inslaggarengeleiding 1. In dit geval worden de luchtstralen zo geblazen dat zij de gehele buitenomtrek omringen van een hoofd-luchtstrocm die afkomstig is van een (niet weergegeven) hoofdmondstuk in de inslaginsteekrichting. In deze inslaggarengeleiding wordt de luchtstrocm die wordt toegevoerd uit de luchtdoorgang 4 , 35 echter direct door de fluidumblaasgaten 2 geblazen die zijn gevormd 800 3 739 i 4 aan het ondergedeelte grenzend aan het basisgedeelte van de inslag-garencpGeiding l en daardoor wordt de intensiteit van de hulplucht-stralen die door deze onderste fluidumblaasgaten 2 worden geblazen, sterker dan de intensiteit van de hulpluchtstralen die worden ge-5 blazen door de andere fluidumblaasgaten die zich bevinden aan de bovenoppervlakken van de geleidingsdelen la en lb. Hierdoor wordt een inslaggaren dat gaat door een inslaginsteekopening die wordt omringd door de geleidingsdelen la en lb, naar boven gedrukt naar een lade 5 van de inslaggarengeleiding 1, en het het inslaggaren 10 kan niet correct in de insteekrichting worden voortbewogen. Deze garengeleiding heeft dus het nadeel, dat het inslaggaren scans door de lade 5 omhoog wordt gedrukt en het weven kan dan niet doorgaan.
Voor het opheffen van het bovengenoemde nadeel is een verbetering voorgesteld, waarbij de binnendiameter van de fluidum-15 blaasgaten 2 die zich bevinden aan het ondergedeelte, kleiner is gemaakt dan de andere fluidumblaasgaten 2, zodat de intensiteiten van de Lichtstralen die door alle fluidumblaasgaten wordt geblazen, uniform zijn. Het instellen van de afmetingen van de fluidurrblaas-gaten in overeenstemming met dit voorstel is echter moeilijk en 20 het toepassen op echter inrichtingen is onmogelijk gebleken.
Er is ook een inslaggarengeleiding voorgesteld die de bovengenoemde nadelen opheft, in welke geleiding de onderste fluidumblaasgaten 2 (fig. 1) die hulpluchtstralen kunnen blazen met hoge sterkte, worden weggelaten, zoals weergegeven in fig. 2.
25 In deze inslaggarengeleiding 1 botst de luchtstroom die uit een luchtdoorgang 4 wordt toegevoerd die is gevormd binnen het basisgedeelte, direct tegen een inwendige bovenwand 6 van de luchtdoorgang 4, en wordt dan verspreid. De stroomsnelheid van de luchtstroom wordt minder en de luchtstroom veroorzaakt daarin 30 turbulenties en vervolgens wordt de luchtstroom die turbulenties bevat, toegevoerd naar fluidumblaasgaten 7 die zich bevinden in het bovengedeelte van de geleiding 1. Vanwege de turbulenties wordt de stroamweerstand van de luchtstroom groot en de intensiteiten van de hulpluchtstralen die worden geblazen door de fluidumblaasgaten, 35 kan niet gelijkmatig zijn. Verder moet worden opgemerkt, dat zoals in fig. 3 is weergegeven, de hulpluchtstralen die worden geblazen door 800 3 7 39 i 5 de fluidumblaasgaten, kan niet gelijkmatig zijn. Verder moet worden opgemerkt, dat zoals in fig. 3 is weergegeven, de hulp-luchtstralen die worden geblazen door de fluidumblaasgaten 7, naar roven worden geblazen en een grote hoek Θ vormen rij net 5 botsen tegen het horizontale vlak omdat het fluidum recht stroomt ten gevolge van zijn traagneid, en dat daardoor een soortgelijk effect optreedt als bij de geleiding van fig. 1, waarbij het inslaggaren omhoog wordt gedrukt.
De eerste uitvoeringsvorm van een inslaggarengeleiding 10 voor een fluidumstraalweefgetouw dat is opgebouwd als een inslaggarengeleiding voor een luchtstraalweefgetouw volgens de uitvinding, zal nu worden toegelicht aan de hand van de fig. 4-7. Verwijzings-cijfer 10 van fig. 4 duidt in zijn algemeenheid op een inslaggarengeleiding die bestaat uit een basisgedeelte 11 dat is ingericht 15 om te worden gekoppeld met een (niet weergegeven) lade, een gebogen geleidingsdeel 12 dat is af getakt van het boveneinde van het basisgedeelte 11 en zich uitstrekt naar de (niet weergegeven) geweven stof, en een verticaal geleidingsdeel 13 dat ook is afgetakt van het boveneinde van het basisgedeelte 11 en naar boven loopt teneinde 20 te liggen tegenover het gebogen geleidingsdeel 12. Een cirkel- vormige inslaggareninsteekopening 14 wordt gevormd door het gebogen geleidingsdeel 12 en het verticale geleidingsdeel 13, en tussen de boveneinden van het gebogen geleidingsdeel 12 en het verticale geleidingsdeel 13 is een sleuf 15 gevormd, zodat het opgenomen 25 (niet weergegeven) inslaggaren kan worden overgebracht naar buiten door de sleuf 15 indien de inslaggarengeleiding 10 wordt gezwenkt naar de geweven stof teneinde de (niet weergegeven) rieten aan te slaan.
Een basisfluidumdoorgang 16 is gevormd binnen het 30 basisgedeelte 11, en de bovenste binnenwanden van de fluidum-doorgang 16 zijn zodanig gevormd, dat er een aftakwand 17 is gevormd die convergeert in de richting van de bodem van het basisgedeelte 11 en die de basisfluidumdoorgang 16 verdeelt in een aftakdoorgang 18 die is gevormd binnen het gebogen geleidings-35 deel 12 en een aftakdoorgang 19 die is gevormd binnen het verticale 800 3 7 38 0 6 geleidingsdeel 13. De aftakwand 17 heeft een zodanige dikte, dat de aftakdoorgangen 18 en 19 die zijn gevormd binnen het gebogen geleidingsdeel 12 en het verticale geleidingsdeel 13, worden afgebogen naar de buitenzijde van de gebogen en verticale 5 geleidingsdelen 12 respectievelijk 13. Verder wordt de verhouding van de dwarsdoorsnedeoppervlakken van de aftakdoorgangen 18 en 19 aan de ondereinden 18a en 19a, waar zij zijn gekoppeld met de basisfluidumdoorgang 16, bepaald op basis van de verhouding van de oppervlakken van de fluidumblaasgaten 21 en 23, zoals nog zal 10 worden toegelicht, zodat de intensiteiten van de hulpludhtstralen die worden geblazen door de fluidumblaasgaten 21 en 23, gelijkmatig wordt.
Ben fluidumkamer 20 is gevormd oinnen het Dovengedeelte van het getogen geleidingsdeel 12 en is verbonden met net Doveneinde 15 18b van de aftakdoorgang 18, die is gevormd binnen het gebogen geleidingsdeel 12. Zoals is weergegeven in fig. 7 is de Dinnendia-meter van de fluidumKamer 20 groter dan de diameter van de aftakdoorgang die is gevormd tinnen het gebogen geleidingsdeel 12, omdat de binnenwand van de fluidumkamer 20 is uitgebold in de richting 20 van de binnenwand van het gebogen geleidingsdeel 12. Een aantal fluidumblaasgaten 21, in de weergegeven uitvoeringsvorm zes stuks, is gevormd op het binnenoppervlak van het gebogen geleidingsdeel 12, welk oppervlak ligt tegenover de inslaginsteekrichting, zoals is weergegeven in de fig. 4 en 5, zodat de luchtstraal die wordt 25 toegevoerd uit de'basisfluidumdoorgang 16 en wordt vertakt in de aftakdoorgang 18 en de fluidumkamer 20 die is gevormd binnen het gebogen geleidingsdeel 12, als hulpludhtstralen worden geblazen door de zes fluidumblaasgaten 21 in de richting van de centrale as van de inslaginsteekopening 14.
30 Een fluidumkaner 22 is gevormd binnen het bovengen deel te van het verticale geleidingsdeel 13 en staat in verbinding met het boveneinde 19b van de aftakdoorgang 19, die is gevormd binnen het verticale geleidingsdeel 13. Zoals is weergegeven in de fig. 6 en 7 is de binnendiameter van de fluidumkamer 22 groter 35 dan die van de aftakdoorgang 19 die is gevormd binnen het verticale 800 3 7 39 « 7 geleidingsdeel 13, omdat de binnenwand van de fluidumkamer 22 uitpuilt in de richting van de binnenwand van het verticale geieidings- .· deel 14. Een aantal fluidumbiaasgaten 23, in de weergegeven uitvoeringsvorm vier stuks, is gevormd op het binnenvlak van het 5 verticale geleidingsdeel 13, welk oppervlak ligt in de inslag-insteekrichting, zoals is weergegeven in de fig. 4 en 5, zodat de luchtstroom die wordt toegevoerd uit de basisfluidumdoorgang 16 en wordt afgetakt in de aftakdoorgang 19 en de fluidumkamer 22 gevormd binnen het verticale geleidingsdeel 13, wordt geblazen 10 als hulpluchtstralen door de vier fluidumbiaasgaten 23 in de richting van de centrale as van de inslaginsteekopening 14.
De eerste uitvoeringsvorm werkt als volgt. De luchtstroom die wordt toegevoerd uit de basisfluidumdoorgang 16 wordt geleidelijk afgetakt door de aftakwand 17 in de aftakdoorgang 15 18 die is gevormd binnen het gebogen geleidingsdeel 12, en de aftakdoorgang 19 die is gevormd binnen het verticale geleidingsdeel 13, zonder een aanmerkelijke weerstand te ondervinden, en de afgetakte luchtstromen worden geblazen door de fluidunb laasgaten 21 en 23. Indien de luchtstroom is afgetakt wordt geen vermindering 20 van de luchtstrocmsnelheid en turbulentie in de luchtstroom teweeg gebracht of verminderd ten opzichte van de bekende geleidingen, en de stroonweerstand kan kleiner worden gemaakt.
In aanvulling is de verhouding van het dwarsdoorsnede-oppervlak van de aftakdoorgang 18 aan zijn ondereinde 18a, welke 25 doorgang is gevormd binnen het gebogen geleidingdeel 12, tot het dwarsdoorsnedeoppervlak van de aftakdoorgang 19 en zijn ondereinde 19a, welke doorgang is gevormd binnen het verticale geleidingsdeel 13, zodanig gekozen dat hij correspondeert met de verhouding van het totale oppervlak van de fluidurrblaasgaten 21 die zijn „ 30 gevormd op het gebogen geleidingsdeel 12, tot het totale oppervlak van de fluidumbiaasgaten 23 die zijn gevormd op het verticale geleidingsdeel 13, en dienovereenkomstig kunnen de intensiteiten van de hulpluchtstralen die worden geblazen door de fluidumbiaasgaten 21 en 23, uniform zijn.
35 Zoals verder in fig. 6 is weergegeven wordt, aangezien het binnenvlak van het boveneinde 19b van de aftakdoorgang 19 800 3 7 38 w 8 die is gevormd binnen het verticale geleidingsdeel 13 is gescheiden van de fluidumblaasgaten 23 die zijn gevormd op het binnenvlak van de fluidumkamsr 22 die is gevormd binnen het verticale geleidingsdeel 13 vanwege de dikte van de aftakwand 5 17, de luchtstroom die stroomt uit de aftakdoorgang 19, afgetogen naar de fluidumblaasgaten 23, en daardoor is de botshoek Θ van de hulpluchtstralen die worden geblazen door de fluidumblaasgaten 23, kleiner dan die wordt opgewekt door de bovengenoemde bekende inslaggarengeleiding. Afhankelijk van de botshoek van 10 de hulpluchtstralen kan, indien de dikte van de binnenwand waarop de fluidumblaasgaten 23 zijn gevormd, wordt vergroot tot een bepaalde waarde die geen bovenmatige strocnweerstand geeft, de botshoek Θ van de hulpluchtstralen verder worden vergroot. De zojuist gevoerde discussie is ook toepasbaar op de aftakdoorgang 15 18 die is gevormd binnen het gebogen geleidingsdeel 12 en de fluidumblaasgaten 21 die zijn gevormd op het gebogen geleidingsdeel 12.
De uitvinding is niet beperkt tot de zojuist toegelichte eerste uitvoeringsvorm en verschillende wijzigingen of verbeteringen 20 kunnen aan de eerste uitvoeringsvorm worden toebedeeld, zoals bijvoorbeeld beschreven aan de hand van de tweede uitvoeringsvorm die hieronder zal worden toegelicht. De tweede uitvoeringsvorm van de inslaggarengeleiding die in fig. 8 is weergegeven, omvat een verticaal geleidingsdeel 13 dat ook wordt toegepast in de 25 eerste uitvoeringsvorm maar onder een helling naar binnen is opgesteld, zodat een inslaggarengeleiding 26 wordt verkregen.
Volgens de uitvinding kan de stroorweerstand van de luchtstroom zo klein mogelijk worden gemaakt en op hetzelfde moment de intensiteiten van de hulpluchtstralen die worden ge-30 blazen door de fluidumblaasgaten, gelijkmatig worden gemaakt en daardoor het insteken van het inslaggaren pp veilige en canfortabele wijze teweeg worden gebracht. Daardoor heeft de inslaggarengeleiding volgens de uitvinding een aanmerkelijk voordeel indien het wordt gebruikt in een luchtstraalweefgetouw.
800 3739
Claims (5)
1. Inslaggarengeleiding voor een fluidumstraalweef-getouw, bestaande uit: een basisgedeelte dat in verbinding kan worden gébracht met een lade, 5 een paar geleidingsdelen die zijn verbonden met het boveneinde van het basisgedeelte en die zijn gevorkt teneinde daartussen een inslaginsteekopening te vormen, een basisfluidumdoorgang die is gevormd binnen het basisgedeelte, en 10 een aantal fluidunfolaasgaten die zijn gevormd op het bovenoppervlak van de gevorkte geleidingsdelen maar niet zijn gevormd op het onderoppervlak van de gevorkte geleidingsdelen en die in verbinding staan met de basisfluidumdoorgang, met het kenmerk, dat hij verder bestaat uit: 15 een aftakwand die is geprojecteerd vanaf de bovenste binnenwand van de basisfluidumdoorgang zodat de1 fluidumstroam die wordt toegevoerd uit de basisfluidumdoorgang in twee stromen wordt verdeeld, en een paar aftakdoorgangen, waarvan de ondereinden in verbinding 20 staan met de basisfluidumdoorgang en die in verbinding zijn gebracht met de fluidumblaasgaten die zijn gevormd op de gevorkte geleidingsdelen, zodat de afgetakte stromen worden geblazen door de fluidumblaasgaten.
2. Inslaggarengeleiding voor een fluidumstraalweefge-25 touw volgens conclusie l.met het kenmerk, dat de aftakwand die is geprojecteerd van de bovenwand van de basisfluidumdoorgang convergeert naar de basisfluidumdoorgang, zodat de fluidumstroam die wordt toegevoerd uit de basisfluidumdoorgang gelijkmatig wordt ' afgetakt naar de twee stromen die voortbewegen in het paar van 30 aftakdoorgangen zonder het teweeg brengen van turbulenties binnen de toegevoerde fluidumstroon.
3. Inslaggarengeleiding voor een fluidumstraalweefgetouw volgens conclusie 1 met het kenmerk, dat de verhouding van de dwarsdoorsnedeoppervlakken van het paar van aftakdoorgangen aan 800 3739 10 * de ondereinden correspondeert met de verhouding van de oppervlakken van de fluidumblaasgaten die zijn gevormd op de respectieve gevorkte geleidingsdelen, zodat de intensiteiten van de hulplucht-stralen die worden geblazen door de fluidumblaasgaten, gelijkmatig 5 zijn.
4. Inslaggarengeleiding voor een fluidumstraalweef-getouw volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat verder een paar fluidumkamers aanwezig is die zijn gevormd binnen het paar van gevorkte geleidingsdelen, zodat de fluidumkamers zich bevinden 10 achter de fluidunblaasgaten en die zijn verbonden met dé boveneinden van het paar van aftakdoorgangen, waarbij de binnenwandne van het paar van aftakdoorgangen aan de boveneinden, welke wanden zich bevinden nabij de inslaginsteekopening, worden gescheiden van de fluidumblaasgaten, 'zodat de botshoek van hulpfluidumstralen die 15 worden geblazen door de fluidumblaasgaten, klein is.
5. Inslaggarengeleiding zoals weergegeven in de tekening en/of besproken aan de hand daarvan. 8003739
Applications Claiming Priority (2)
| Application Number | Priority Date | Filing Date | Title |
|---|---|---|---|
| JP9040779 | 1979-06-30 | ||
| JP1979090407U JPS5852305Y2 (ja) | 1979-06-30 | 1979-06-30 | 流体噴射式織機における緯糸ガイド |
Publications (1)
| Publication Number | Publication Date |
|---|---|
| NL8003739A true NL8003739A (nl) | 1981-01-05 |
Family
ID=13997723
Family Applications (1)
| Application Number | Title | Priority Date | Filing Date |
|---|---|---|---|
| NL8003739A NL8003739A (nl) | 1979-06-30 | 1980-06-27 | Inslaggarengeleiding voor een fluidumstraalweefgetouw. |
Country Status (5)
| Country | Link |
|---|---|
| US (1) | US4442871A (nl) |
| JP (1) | JPS5852305Y2 (nl) |
| CH (1) | CH647016A5 (nl) |
| CS (1) | CS221546B2 (nl) |
| NL (1) | NL8003739A (nl) |
Families Citing this family (6)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| DE3370035D1 (en) * | 1983-12-09 | 1987-04-09 | Sulzer Ag | Auxiliary nozzle for an air jet loom |
| EP0828878B1 (de) * | 1995-06-02 | 1999-08-25 | Sulzer RàTi Ag | Monolithisches fachhalteelement zu dem webrotor einer reihenfachwebmaschine |
| NL1004173C2 (nl) * | 1996-10-02 | 1998-04-06 | Te Strake Bv | Weefinrichting. |
| SE511065C2 (sv) * | 1998-03-24 | 1999-07-26 | Texo Ab | Anordning för att vid vävmaskin skjuta ut och accelerera en skyttel |
| BE1015261A3 (nl) * | 2002-12-19 | 2004-12-07 | Picanol Nv | Spuitmondstuk voor het ondersteunen van een inslagdraad bij een weefmachine. |
| CN102691158A (zh) * | 2012-06-08 | 2012-09-26 | 烟台宋和宋科学技术应用工程有限责任公司 | 一种纺织机引纬装置 |
Family Cites Families (5)
| Publication number | Priority date | Publication date | Assignee | Title |
|---|---|---|---|---|
| US1552190A (en) * | 1924-11-24 | 1925-09-01 | Jay M Axtell | Gas burner |
| US1791509A (en) * | 1928-06-06 | 1931-02-10 | Hotstream Heater Co | Burner |
| DE1098456B (de) * | 1958-05-09 | 1961-01-26 | Mira Zd Y Na Pletene A Stavkov | Vorrichtung an Webmaschinen mit durch eine Duese erfolgender pneumatischer Schusseintragung |
| CS149198B1 (nl) * | 1971-07-27 | 1973-05-24 | ||
| US4190067A (en) * | 1975-09-27 | 1980-02-26 | Vyzkumny A Vyvojovy Ustav Zavodu Vseobecneho Strojirenstvi | Method and apparatus for insertion of weft threads in jet weaving machines |
-
1979
- 1979-06-30 JP JP1979090407U patent/JPS5852305Y2/ja not_active Expired
-
1980
- 1980-06-25 US US06/163,212 patent/US4442871A/en not_active Expired - Lifetime
- 1980-06-25 CS CS804508A patent/CS221546B2/cs unknown
- 1980-06-27 NL NL8003739A patent/NL8003739A/nl not_active Application Discontinuation
- 1980-06-30 CH CH500480A patent/CH647016A5/de not_active IP Right Cessation
Also Published As
| Publication number | Publication date |
|---|---|
| US4442871A (en) | 1984-04-17 |
| JPS5611279U (nl) | 1981-01-30 |
| CH647016A5 (de) | 1984-12-28 |
| CS221546B2 (en) | 1983-04-29 |
| JPS5852305Y2 (ja) | 1983-11-29 |
Similar Documents
| Publication | Publication Date | Title |
|---|---|---|
| US5054379A (en) | Air release box | |
| NL8003739A (nl) | Inslaggarengeleiding voor een fluidumstraalweefgetouw. | |
| CN1427795A (zh) | 用于在气垫上导引金属带条的装置 | |
| NL7906879A (nl) | Werkwijze en inrichting voor het spuiten van hulp- fluidum in een straalweefgetouw. | |
| US6372092B1 (en) | Headbox and process for supplying a material suspension | |
| KR19990072756A (ko) | 건조및/또는고정장치 | |
| US6502735B1 (en) | Device for the suspension guidance of a travelling web | |
| US4585038A (en) | Auxiliary blow nozzle for a pneumatic weaving machine | |
| NL8001448A (nl) | Geleidingskam voor de inslagdraad bij een onder invloed van een fluidumstraal werkende weefinrichting. | |
| EP3212838B1 (en) | Garment steaming appliance | |
| US5028173A (en) | Apparatus for the floatable guiding of webs of material by air blown against the web | |
| KR940007104B1 (ko) | 공기 분사식 직기용 보조 노-즐 | |
| CN219991846U (zh) | 喷气式织机的引纬装置 | |
| NL8000836A (nl) | Spuitmondstuk met afgeschermd aangebrachte spuitopening, bestemd voor een spoelloze weefmachine. | |
| CA2372958A1 (en) | Systems and methods for air embossing fabrics utilizing improved air lances | |
| NL8603069A (nl) | Hoofdblazer met verhoogde trekkracht voor weefmachines. | |
| KR840000453Y1 (ko) | 유체분사식 직기에 있어서의 위사가이드 | |
| EP0976856B1 (en) | Yarn treatment jet | |
| US4422484A (en) | Weft guide device in a jet loom | |
| KR850001114B1 (ko) | 젯트직기에 있어서의 위사안내장치 | |
| GB2031033A (en) | An Apparatus for Inserting a Weft into a Shed in a Jet Loom | |
| BE1022812B1 (nl) | Hulpblaasmondstuk voor een weefmachine | |
| JP2002115154A (ja) | 空気噴射織機用筬 | |
| CS212787B2 (en) | Weft thread inserting apparatus in weaving looms by means of fluid media | |
| JPS6011136B2 (ja) | 空気噴射式織機の緯入れ装置 |
Legal Events
| Date | Code | Title | Description |
|---|---|---|---|
| A1A | A request for search or an international-type search has been filed | ||
| BB | A search report has been drawn up | ||
| BC | A request for examination has been filed | ||
| BV | The patent application has lapsed |