[go: up one dir, main page]

NL8003620A - Armaandrijfinrichting voor een grammofoon met lineaire aftasting. - Google Patents

Armaandrijfinrichting voor een grammofoon met lineaire aftasting. Download PDF

Info

Publication number
NL8003620A
NL8003620A NL8003620A NL8003620A NL8003620A NL 8003620 A NL8003620 A NL 8003620A NL 8003620 A NL8003620 A NL 8003620A NL 8003620 A NL8003620 A NL 8003620A NL 8003620 A NL8003620 A NL 8003620A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
arm
carriage
coil
output signal
magnetic circuit
Prior art date
Application number
NL8003620A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Sony Corp
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Sony Corp filed Critical Sony Corp
Publication of NL8003620A publication Critical patent/NL8003620A/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B3/00Recording by mechanical cutting, deforming or pressing, e.g. of grooves or pits; Reproducing by mechanical sensing; Record carriers therefor
    • G11B3/02Arrangements of heads
    • G11B3/08Raising, lowering, traversing otherwise than for transducing, arresting, or holding-up heads against record carriers
    • G11B3/085Raising, lowering, traversing otherwise than for transducing, arresting, or holding-up heads against record carriers using automatic means
    • G11B3/08503Control of drive of the head
    • G11B3/08519Control of drive of the head for pick-up arms moving parallel to itself
    • G11B3/08525Control of drive of the head for pick-up arms moving parallel to itself using optical detecting means
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B3/00Recording by mechanical cutting, deforming or pressing, e.g. of grooves or pits; Reproducing by mechanical sensing; Record carriers therefor
    • G11B3/02Arrangements of heads
    • G11B3/10Arranging, supporting, or driving of heads or of transducers relatively to record carriers
    • G11B3/12Supporting in balanced, counterbalanced or loaded operative position during transducing, e.g. loading in direction of traverse
    • G11B3/125Supporting in balanced, counterbalanced or loaded operative position during transducing, e.g. loading in direction of traverse by using electric or magnetic means
    • G11B3/127Providing horizontal force, e.g. anti-skating force
    • GPHYSICS
    • G11INFORMATION STORAGE
    • G11BINFORMATION STORAGE BASED ON RELATIVE MOVEMENT BETWEEN RECORD CARRIER AND TRANSDUCER
    • G11B3/00Recording by mechanical cutting, deforming or pressing, e.g. of grooves or pits; Reproducing by mechanical sensing; Record carriers therefor
    • G11B3/02Arrangements of heads
    • G11B3/10Arranging, supporting, or driving of heads or of transducers relatively to record carriers
    • G11B3/34Driving or guiding during transducing operation
    • G11B3/36Automatic-feed mechanisms producing progressive transducing traverse across record carriers otherwise than by grooves, e.g. by lead-screw

Landscapes

  • Moving Of Heads (AREA)
  • Moving Of Head For Track Selection And Changing (AREA)
  • Moving Of The Head To Find And Align With The Track (AREA)

Description

« V
ί X Sch/Se/1142 Sony
Arraaandrijfinrichting voor een grammofoon met lineaire aftasting
De uitvinding betreft een aandrijfinrichting voor het aandrijven van een arm in een grammofoon met lineaire aftasting, die wordt gebruikt voor de weergave van op een grammofoonplaat geregistreerd geluid of op 5 een videoplaat geregistreerde video-informatie.
Als opneeminrichting, waarbij een totale onderdrukking van de zijdelingse spoorvolgfout en naar binnen gerichte krachten optreedt, is voorgesteld en in de praktijk uitgevoerd een grammofoon van het type met zogenaam-10 de lineaire aftasting.
In bepaalde platenspelers van dit type met lineaire aftasting is een schroefaandrijfmechanisme met een draad toegepast voor het lineair aandrijven van de arm. Aangezien de fabricagenauwkeurigheid van het schroef-15 ' aandrijfmechanisme en de draad niet zo hoog zijn, kan de am evenwel niet vloeiend worden verplaatst. Anderzijds is een grammofoon voorgesteld, waarvan de am langs staven werd aangedreven door middel van een lineaire motor.
Bij het 'afschakelen van de bekrachtiging van de lineaire 20 motor kan de arm vrij bewegen, aangezien er geen krachten op de arm werkzaam bleven. In het algemeen wordt de 'am gedragen door een wagen en te zamen daarmee bewogen. Het gewicht van het bewegende gedeelte is aanzienlijk. Wanneer de platenspeler een helling met het horizontale vlak ver-25 toont, bewegen de am en de wagen tengevolge van de zwaartekracht. Wanneer de platenspeler door flexibele steunorga-nen aan het chassis wordt gedragen, bestaat het gevaar dat de grammofoon een helling gaat vertonen onder invloed van de verplaatsing van de am.
30 Wanneer gedurende het afspelen van de grammofoon plaat de arm onverwachte verplaatsingen vertoont tengevolge van trillingen van de motor of trillingen van de vloer, wordt het uitgangssignaal gemoduleerd en treedt bij stereo-weergave een verhoogde overspraak op tussen de signalen van 800 3620 -2- het rechter en het linker kanaal. Indien de trillingsfre-quentie zich in de buurt bevindt van of samenvalt met de resonantiefrequentie va^i de arm, zijn deze verschijnselen opvallend.
5 Bij de platenspeler van het type met lineaire aftasting wordt de arm geroteerd door de grammofoonplaat-groef, en zodoende onderworpen aan een hoekverplaatsing in de richting, normaal ten opzichte van de grammofoon-plaatgroef. Wanneer de hoekverplaatsing van de arm een 10 voorafbepaalde waarde bereikt, wordt de arm zodanig line air aangedreven, dat de hoekverplaatsing wordt opgeheven. Aldus vindt een afwisselende herhaling plaats van rotatie van de arm en lineaire verplaatsing daarvan. De arm verplaatst zich lineair en zwaait rond zijn as. Wanneer 15 de zwaai te zeer intermitterend optreedt, kunnen de af te geven signalen niet getrouw worden weergegeven. Het is gewenst, dat de herhaling van de rotatie/lineaire verplaatsing van de arm zeer fijn en frequent is, en de arm vloeiend wordt bewogen.
20 Wanneer een tegengewicht wordt gebruikt voor het instellen van de kracht tussen de transducent en de grammofoonplaat, valt de rotatieas van de arm niet samen met het massamiddelpunt van de arm. Met de lineaire verplaatsing van de arm is een rotatiekoppel op de arm werk-25 zaam. Een zekere hoekverplaatsing wordt toegevoegd aan de juiste hoekverplaatsing. De lineaire beweging van de am wordt instabiel.
Bij de platenspeler van het type met lineiare aftasting, wordt verder de am roteerbaar gedragen in een 30 wagen, die aan lineaire verplaatsing is onderworpen. In een dergelijke rangschikking dient de rotatie van de arm ten opzichte van de wagen te worden afgeremd, bijvoorbeeld door een besturing van het type met bewegingstegen-koppeling, teneinde de am een vloeiende lineaire verplaat-35 sing te doen ondergaan. Een .rotatiewaarneemorgaan en een aandrijfmotor komen in aanmerking voor toepassing in de besturing met bewegingstegenkoppeling. Wanneer zij zijn aangebracht op de wagen, is een grote ruimte vereist in 800 3 6 20 « » -3- de lengterichting van de rotatie-as van de arm.
De instelling van het niveau van de arm is beperkt.
De uitvinding stelt zich derhalve in het algemeen ten doel, een armaandrijfinrichting voor een arm van 5 het type met lineaire aftasting te verschaffen, waarbij verbeteringen zijn aangebracht met het oog op de nadelen van de bovenbeschreven stand der techniek.
Een ander doel van de uitvinding is het verschaffen van een armaandrijfinrichting voor een arm van 10 het type met lineaire aftasting, met behulp waarvan de arm vloeiend op een grammofoonplaat kan worden bewogen.
Een verder doel van de uitvinding is het verschaffen van een armaandrijfinrichting voor een arm met lineaire aftasting, met behulp waarvan de arm vrij kan wor-15 den verplaatst over een. grammofoonplaat door middel van een lineaire motor, terwijl tegenkoppelmiddelen aanwezig zijn ter voorkoming van onregelmatige verplaatsingen van de arm.
Weer een ander doel van de uitvinding is het 20 verschaffen van een armaandrijfinrichting voor een arm met lineaire aftasting, waarbij de arm wordt aangedreven door een lineaire motor, en middelen aanwezig zijn voor het tegengaan van on-nodige beweging van de arm , zelfs indien de platenspeler niet volmaakt horizontaal is geplaatst.
25 Weer een verder doel van de uitvinding is het verschaffen van een armaandrijfinrichting voor een arm met lineaire aftasting, waarbij bewegings- tegenkoppelmiddelen aanwezig zijn ter vermijding van nadelige beïnvloeding van de weergave van een grammofoonplaat, indien ongewenste 30 trillingen worden uitgeoefend op de de plaat aftastende arm.
Nog een ander doel van de uitvinding is het verschaffen van een armaandrijfinrichting voor een arm met lineaire aftasting, waarbij waarneemmiddelen aanwezig 35 zijn voor het waarnemen van de beweging van de door een lineaire motor aangedreven arm, middelen voor het terugkoppelen van het uitgangssignaal van de waarneemmiddelen naar een aandrijfschakeling voor^ineaire motor, andere waar- -4- neemmiddelen voor het waarnemen van de verschuivingshoek van de arm, en andere middelen voor toevoer van een uitgangssignaal van de andere waarneemmiddelen aan de aandrijf schakeling van de lineaire motor, een en ander zo-5 danig, dat de arm vloeiend kan worden verplaatst geduren de weergave van een grammofoonplaat.
Nog weer een verder doel van de uitvinding is het verschaffen van een armaandrijfinrichting voor een arm met lineaire aftasting, waarbij kleine trillingen van 10 de arm in horizontale of vertikale richting, dan welklei-ne trillingen van de arm in zowel horizontale als vertikale richting, worden waargenomen gedurende het weergeven van een grammofoonplaat, waarbij het waarneem-uitgangssignaal wordt toegevoerd aan een horizontale-aandrijvingsmo-15 tor of een vertikale-aandrijvingsmotor, ofwel de waarneem-uitgangs signalen worden toegevoerd aan de horizontale-aandrijvingsmotor en de vertikale-aandrijvingsmotor, een en ander zodanig, dat voorkomen kan worden, dat de arm in trilling raakt, en een weergegeven uitgangssignaal van 20 hoge kwaliteit kan worden verkregen.
Weer een verdere doelstelling van de uitvinding is het verschaffen van een armaandrijfinrichting voor een arm met lineaire aftasting, waarbij de arm via een wagen op twee geleidingsrails wordt gedragen, en een horizontale 25 -rotatie-aandrijfmotor en een horizontale-rotatie-detec- tor voor de arm zijn gerangschikt tussen die geleidingsrails, een en ander zodanig, dat de grammofoon geringe afmetingen vertoont.
Nog weer een verdere doelstelling van de uitvin-30 ding is het verschaffen van een armaandrijfinrichting voor een arm met lineaire aftasting, waarbij een arm aanwezig is, die in horizontale richting lineair wordt verplaatst door een lineaire motor, een waarneemorgaan voor het waarnemen van de verschuivingshoek van de arm, een schakeling 35 voor toevoer van het uitgangssignaal van de waarneemmiddelen via een eerste schakelaar aan een aandrijfschakeling voor de lineaire motor, een waarneemschakeling voor het 800 3 6 20 -5- * * waarneiaen van de helling van de platenspeler, en een andere schakeling voor de toevoer van het uitgangssignaal van de waarneemschakeling via een tweede schakelaar aan de aandrijfschakeling van de lineaire motor, waarbij 5 de eerste schakelaar wordt gesloten bij omlaag gerichte verplaatsing van de arm en de tweede schakelaar wordt gesloten bij omhoog gerichte verplaatsing van de arm, een en ander zodanig, dat de aftastkwaliteiten van de arm kunnen worden verbeterd en ongewenste trillingen van de arm 10 kunnen worden voorkomen.
Volgens een aspekt van de uitvinding wordt een armaandrijfinrichting verschaft voor een grammofoon van het type met lineaire aftasting, die omvat: geleidings-middelen; een glijdbaar op die geleidingsmiddelen aange-15 brachte wagen? een aandrijfmotor voor het aandrijven van de wagen in de langsrichting van de geleidingsmiddelen; een verplaatsbaar op de wagen aangebrachte opnemereenheid, die een steunmechanisme omvat voor het dragen van een arm voor horizontale verplaatsing ten opzichte van een grammo-20 foonplaat? middelen voor opwekking en afgifte van een uitgangssignaal in afhankelijkheid van een hellingshoek van de wagen; en middelen voor toevoer van het uitgangssignaal aan de aandrijfmotor voor het stoppen van de wagen op een vooraf bepaalde positie, wanneer de am zich op afstand 25 van de grammofoonplaat bevindt.
Verdere kenmerken en bijzonderheden van de uitvinding zullen worden genoemd en toegelicht aan de hand van de tekening.
Hierin, tonen: 30 Fig.l een bovenaanzicht van een grammofoon, die een opneeminrichting van het type met lineaire aftasting volgens een uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding omvat?
Fig.2 een perspektivisch aanzicht van een arm-35 aandrijfinrichting in de grammofoon met lineaire aftasting volgens fig.l;
Fig.3 een vergrote dwarsdoorsnede langs de lijn III-III in fig.2? -6-
Fig.4 een vergrote dwarsdoorsnede langs de lijn IV-IV in fig.2;
Fig.5 een vergroot perspektivisch aanzicht van een arm-verschuivingshoekwaarneeiaorgaan in de inrichting 5 volgens fig.l?
Fig.6 een zijaanzicht van het waarneemorgaan volgens fig.5.
Fig.7 een perspektivisch aanzicht van een belangrijk onderdeel van het mechanisme voor het waarnemen 10 van vrije bewegingen van een wagen in de inrichting volgens fig.l.
Fig.8 een blokschema voor een bewegingstegen-koppelingsschakeling voor het lineair aandrijven van de arm volgens fig.l.
15 Fig.9 een blokschema van een bewegingstegen- koppelingsschakeling voor vertikale rotatie van de arm.
Fig.10 een blokschema van een bewegingstegen-kop-pelingsschakeling voor de horizontale rotatie van de arm; 20 Fig.lIA een grafische weergave van de laagste -resonantie karakteristiek van een gebruikelijke arm.
Fig.l1B een grafische weergave van de laagste-resonantie karakteristiek van de arm volgens dit uitvoe-ringsvoorbeeld van de uitvinding; 25 Fig.12 een blokschema van een schakeling ter voorkoming van vrije bewegingen van de arm;
Fig.l3A een vooraanzicht van een sleufplaat in de inrichting volgens fig.l
Fig.l3B een schematische weergave van de golf-30 vorm van het uitgangssignaal van een lichtgevoelig element in de inrichting volgens fig.l;
Fig.l3C een golfvorm van een uitgangssignaal van een rekenversterker, waaraan het in fig.l3B getoonde uitgangssignaal van het lichtgevoelige element wordt toe-35 gevoerd;
Fig.14 een vergrote weergave van de golfvorm van een deel van het signaal volgens fig.l3C;
Fig.15A een schematisch zijaanzicht van een 800 3 6 20 -7- belangrijk onderdeel van de platenspeler, die zodanig hellend ten opzichte van het horizontale vlak is geplaatst, dat zijn rechter zijde is opgeheven.
Fig.lSB een schematisch zijaanzicht van een be-5 langrijk onderdeel van de platenspeler, die zodanig hellend ten opzichte van het horizontale vlak is geplaatst, dat zijn linker zijde is opgeheven; en
Fig.16 een blokschema van een variant van een schakeling ter voorkoming van vrije bewegingen van de arm. 10 Nu volgt een beschrijving van een uitvoerings- voorbeeld van de uitvinding aan de hand van de tekening.
Fig.l toont een bovenaanzicht van een platenspeler, die een lineair aftastende grammofoon volgens een uitvoeringsvoorbeeld van de uitvinding omvat.
15 Zoals blijkt uit fig.l , is in een bovenplaat van de behuizing van de speler een grote cirkelvormige opening 2 aangebracht. Daarin is een draaitafel 3 gerangschikt, en deze wordt roterend gedragen door een spindel 4. Boven de bovenplaat 1 van de behuizing is een arm 5 geplaatst en 20 bevestigd aan een parallellepipedumvormig huis 6. Het huis 6 werkt samen met een horizontale aandrijfas 7. Deze as 7 is zodanig ontworpen, dat hij naar links en naar rechts lineair verplaatsbaar is (zie fig.l). Derhalve beweegt de arm 5 onder invloed van een geluidsgroef van een grammo- 25 foonplaat 8, waarbij zijn richting praktisch tangentieel ten opzichte van de groef op de grammofoonplaat 8 blijft, zodanig, dat een aan het uiteinde van de arm 5 aangebrachte transducent 9 de grammofoonplaat 8 lineair aftast. Een met de arm 5 gealigneerde achterarm 10 is aan de achter-30 wand van het huis 6 bevestigd. Aan deze achterste arm 10 is een contragewicht 11 bevestigd.
Nu zal aan de hand van de figuren 2 t/m 4 een mechanisme voor het lineair aandrijven van de arm 5 worden beschreven.
35 De horizontale aandrijfas 7 is vertikaal inge stoken door een bus 12, zoals in het bijzonder duidelijk te zien is in fig.3, en wordt roteerbaar gedragen door twee lagers 14, die zijn gerangschikt ter plaatse van het bo- β η n .7 fi 9 o -8- veneinde en het ondereinde van de bus 12. De bus 12 loopt door een boorgat 16 van een naafgedeelte 15 van een wagen .14. De bus 12 is bevestigd aan het naafgedeelte 15 door middel van een bevestigingsschroef 17, zoals in fig.4 is 5 weergegeven. Wanneer de schroef 17 wordt losgedraaid, kan de bus 12 in vertikale richting worden verplaatst. Hiermee kan de hoogte van de arm 5 worden ingesteld.
De door de horizontale -aandrijvingsas 7 gedragen wagen 14 wordt glijdbaar gedragen door twee rails 18 10 en 19. Daartoe zijn twee steunplaten 20 en een steunblok 21 aan het ondervlak van de wagen 14 bevestigd. De steunplaten 20 zijn in de lengterichting van de rail 18 van elkaar gescheiden. Glijlagers 22 worden in de. steunplaten 20 vastgehouden. De rail 18 wordt omsloten door de glijlagers 15 22. In het steunblok 21 is een uitsparing 23 gevormd. De rail 19 loopt door de uitsparing 23. Een rol 24 wordt via een steunpen 25 zodanig gedragen door het steunblok 21, dat hij in aangrijping verkeert met de rail 19. Op deze wijze wordt de wagen 14 door middel van de twee glijlagers 20 22 en de rol 24 op drie punten van de rails 18 en 19 onder steund. De twee rails 18 en 19 worden aan hun einden ondersteund door U-vormige vasthoudorganen 26 en 27, zoals in fig.2 is getekend.
Onder de rail 18 is op de in fig.3 getoonde wij-25 ze een lineaire motor 28 evenwijdig met de rail 18 gerangschikt. De lineaire motor 28 omvat twee onderling evenwijdige permanente magneten 29 en een spoel 30, die is gerangschikt in een de permanente magneten 29 omvattend magnetisch circuit. De permanente magneten 29 zijn door middel 30 van bevestigingsplaten 28 aan de houdorganen 26 en 27 bevestigd. De bevestigingsplaten 31 zijn magnetisch gekoppeld met de permanente magneten 29 en doen dienst als juk. De spoel 30 is op een spoeldrager 32 gewikkeld. Op deze spoeldrager 32 zijn omhoog uitstekende delen 33 gevormd, 35 en deze zijn bevestigd aan de steunplaten 20. Een juk 35 loopt door een middengat 34 van de spoeldrager 32 en wordt aan zijn einden gedragen door de houdplaten 26 en 27. Het magnetische circuit wordt gevormd door de bevestigingspla- 800 3 6 20 * * -9- ten 31 en het juk 35. Wanneer door de spoel 30 een stroom vloeit, wordt op de spoel 30 een kracht uitgeoefend in de lengterichting van de rail 18. Deze kracht wordt via de uitstekende delen 33 van de spoeldrager 32 en de steunpla-5 ten 20 overgedragen op de wagen 14. Op deze wijze wordt de wagen 14 langs de rails 18 en 19 verplaatst.
Onder de rail 19 is evenwijdig daarmee een lineair bewegingswaarneemorgaan 36 gerangschikt. Dit waar-neemorgaan 36 omvat een enkelvoudige permanente magneet 10 37, een als juk dienst doende bevestigingsplaat 39 en een magnetisch met de magneten 37 gekoppeld juk 43, tezamen een magnetisch circuit vormend, alsmede een in dat magnetisch circuit aangebrachte spoel 38. De magneet 37 wordt via de montageplaat 39 gedragen door de houdorganen 26 15 en 27j(zie fig.2). De spoel 38 is op de in fig.3 getoonde wijze op een spoeldrager 40 gewikkeld. Een omhoog uitstekend deel 41 op de spoeldrager 40 is bevestigd aan het steunblok 21. Het juk 43 loopt door een middengat van de spoeldrager 40 en wordt aan zijn einden gedragen door 20 de houdorganen 26 en 27. De spoel 38 wordt tezamen met de wagen 14 verplaatst. De van de magneet 37 afkomstige magnetische flux doorsnijdt de bewegende spoel 38. Daardoor vloeit een stroom door deze spoel 38.
De lineaire motor 28 en het lineaire verplaat-25 singswaarneemorgaan 36 zijn afzonderlijk van elkaar onder de rails 18 en 19 gerangschikt. Daardoor heeft van de lineaire motor 28 afkomstige lekflux geen invloed op het lineaire bewegingswaarneemorgaan 36·. Verder wordt van de lineaire motor 28 afkomstige ruis niet door het orgaan 36 30 waargenomen. Zoals hierna zal worden beschreven vindt be-wegingstegenkoppeling plaats door toepassing van het waar-neemorgaan 36. De arm 5 kan zeer vloeiend in horizontale richting worden verplaatst.
Nu zal een mechanisme voor het vertikaal aan-35 drijven van de arm 5 en een waarneemorgaan voor de verti-kale beweging worden beschreven.
Het boveneinde van de horizontale aandrijfas 7 is op de in fig.4 getoonde wijze bevestigd aan het onder- 800 3 6 20 -10- ste einde van een U-vormig verbindingselement 44.
Een horizontale as 45 is op dat verbindingselement 44 aangebracht. De arm 5 wordt vertikaal aangedreven rond de horizontale as 45. Beide eindgedeelten van de horizontale 5 as 45 lopen door de zijwanden van het huis 6. Het huis 6 en de daarin bevestigde arm 5 worden roteerbaar gedragen via de horizontale as 45, door de horizontale-aandrijvings-as 7. De arm 5 is roteerbaar rond de horizontale as 45 zodat hij in kontakt kan verkeren met de grammofoonplaat 8 10 en gescheiden daarvan kan zijn.
Zoals in fig.3 is getekend, zijn binnen het huis 6 een vertikale-aandrijvingsmotor 46 en een vertikaal bewe-gingswaarneemorgaan 47 aangebracht. De vertikale-aandrijvingsmotor 46 is aangebracht aan de armzijde t.o.v. de 15 hartlijn van de horizontale-aandrijvingsas 7.
De motor 46 omvat twee permanente magneten 48 (fig.2), een gedeelte van het huis 6 en een met de respektieve magneten 48 magnetisch gekoppeld juk 52 voor vorming van een magnetisch circuit, alsmede een daarin aangebrachte spoel 49.
20 De twee magneten 48 zijn aan de zijwanden van het huis 6 bevestigd. Het huis 6 doet dienst als juk. De spoel49. is gewikkeld op een aan het bevestigingselement 44 bevestigde, vierkante spoeldrager 50. Het juk 52 loopt door een midden-gat 51 van de spoeldrager 50 en is bevestigd aan het huis 25 6. Het boveneinde van het juk 52 verkeert in aangrijping met een afdekorgaan 53 van het huis 6.
Het vertikale - bewegingswaarneemorgaan 47 is op dezelfde wijze uitgevoerd als de vertikale-aandrijvingsmotor 46. Het bestaat uit twee permanente magneten 54, een 3.0 gedeelte van het huis 6 en een met de respektieve permanen-temagneten 54 magnetisch gekoppeld juk 58 voor vorming van een magnetisch circuit, alsmede een daarin gerangschikte spoel 56. De magneten 54 zijn aan de beide zijwanden van het huis 6 bevestigd. De op een spoeldrager 55 gewikkelde 35 spoel 56 is aangebracht tussen de magneten 54. De spoeldrager 55 is bevestigd aan het verbindingselement 44. Het juk 58 loopt door een middengat 57 van de spoeldrager 55 en is bevestigd aan het huis 6. Het boveneinde van het juk 800 36 20 -11- 58 verkeert in aangrijping met het afdekorgaan 53. Wanneer een stroom vloeit door de spoel49 wordt een kracht uitgeoefend op de magneten 48/ en daarmee op het huis 6 en de arm 5 , zodat een rotatie daarvan rond de horizon-5 tale as 45 optreedt. Bij de vertikale beweging van de arm 5 of vertikale trillingen daarvan vloeit een stroom door de spoel 56 van het waarneemorgaan 47. Op deze wijze is dit waarneemorgaan 47 in staat om vertikale rotatie of beweging van de arm 5 waar te nemen. Wanneer het waarneem-10 uitgangssignaal van het orgaan 47 wordt teruggekoppeld naar de motor 46 / wordt daarmee voorkomen, dat de arm 5 een omhoog en omlaag gerichte trilling uitvoert en dat daardoor uitgangssignalen worden afgegeven.
Nu volgt een beschrijving van een horizontale 15 aandrijvingsmotor en een horizontale-bewegingswaarneemor-gaan, die zijn gerangschikt aan de zijkanten van het onderste gedeeltevan de horizontale -aandrijvingsas 7.
Zoals in fig.4 duidelijk is weergegeven, is een verbin-dingsplaat 59 bevestigd aan de horizontale-aandrijvingsas 2.0 7. Spoeldragers 60 en 61 zijn aan die verbindingsplaat 59 bevestigd. Op de spoeldrager 60 is een spoel 62 gewikkeld? op de spoeldrager 61 een spoel 63. Twee permanente magneten 64 zijn respektievelijk boven en onder de spoel 62 geplaatst. Twee andere permanente magneten 65 zijn onder 25 de spoel 63 aangebracht. De magneten 64 en 65 zijn bevestigd aan de binnenwanden van een aan de bus 12 bevestigd huis 66. Het huis 66 doet dienst als juk. De jukken 67 en 68 lopen door middengaten 69 en 70 van de spoeldragers 60 en 6l en zijn aan de zijwand van het huis 66 bevestigd.
30 Een horizontale-aandrijvingsmotor 71 omvat de magneten 65, de jukken 66 en 68 voor vorming van een magnetisch circuit, alsmede de in dat magnetische circuit aangebrachte spoel 63. Verder omvat een horizontale-bewegings-waarneemorgaan 72 de magneten 64, de jukken 66 en 67 voor 35 vorming van een magnetisch circuit, alsmede een daarin aangebrachte spoel 62. Wanneer gedurende weergave van de grammofoonplaat de arm 5 in trilling verkeert, beweegt de op de spoeldrager 60 gewikkelde spoel 62 zich rond de hori- öλ λ 7 c on -12- zontale -aandrijvingsas 7. Aangezien de spoel 62 is aangebracht tussen de magneten 64 , vloeit een stroom door de spoel 62. Op deze wijze wordt de horizontale trilling van de arm 5 waargenomendoor het orgaan 72. Het waarneem-5 uitgangssignaal van het orgaan 72 wordt teruggekoppeld naar de spoel 63 van de motor 71. Door de spoel 63 wordt een stroom gestuurd. Op de spoeldrager 61 , waarop de spoel 63 is gewikkeld, wordt een kracht uitgeoefend, die via de verbindingsplaat 69 en de horizontale-aandrijvings-10 as 7 op de arm 5 wordt overgedragen. De richting van de kracht is tegengesteld aan die van de trillingskracht.
Op deze wijze worden de horizontale trillingen van de arm 5 voorkomen.
De horizontale-aandrijvingsmotor 71 en het ho-15 rizontale-bewegingswaarneemorgaan 72 zijn gerangschikt tussen de lineaire horizontale-aandrijvingsmotor 28 en het lineaire - bewegingswaarneemorgaan 36. Derhalve is geen extra ruimte nodig voor de horizontale-aandrijvingsmotor 71 en het horizontale - bewegingswaarneemorgaan 72. 20 De hoogte van de arm 5 kan over een aanzienlijke slag worden bijgeregeld. Door het losdraaien van de bevestigings-schroef 17 kan het de motor 71 en het waarneemorgaan 72 bevattende huis 66 in voldoende mate in vertikale richting wordenverplaatst tussen de rails 18 en 19, tezamen 25 met de bus 12.
Het massamiddelpunt van de aan de wagen 14 bevestigde onderdelen bevindt zich halverwege de rails 18 . en 19 en binnen de driehoek, waarvan de hoekpunten de drie punten zijn, waardoor de wagen 14 wordt gedragen door 30 middel van de glijlagers 22 (zie fig.3) en de rol 24 op de rails 18 en 19. Op deze wijze kan de. wagen 14 zeer vloeiend in horizontale richting worden verplaatst. Verder worden geen ongewenste krachten uitgeoefend op de rails 18 en 19.
35 Nu zal aan de hand van de figuren 4 t/m 6 een inrichting voor het detecteren van een verschuivingshoek worden beschreven.
800 3 6 20 -13-
Een houdplaat 73 is bevestigd aan het ondereinde van de horizontale-aandrijvingsas 7. Een sluiter 74 is bevestigd aan het boveneinde van de houdplaat 73. Een andere houdplaat 75 is bevestigd aan de bodem van het huis 5 66. Het boveneinde van de andere houdplaat 75 is U-vormig gebogen. Twee lichtgevoelige elementen 76 en 77 zijn bevestigd aan het bovenste gedeelte van het U-vormige einde van de houdplaat 75. Een lichtemitterend element 78 is bevestigd aan het onderste gedeelte van het U-vormicp einde 10 van de houdplaat 75. De sluiter 74 is aangebracht tussen de twee lichtgevoelige elementen 76 en 77, en het lichtend, tterende element 78. Met de rotatie van de horizontale -aandrijvingsas 7 beweegt de sluiter 74 ten opzichte van het lichtemitterende element 78 en de lichtgevoelige ele-15 menten 76 en 77, waardoor een verandering optreedt in de hoeveelheid licht, die wordt opgevangen door de lichtgevoelige elementen 76 en 77. Op deze wijze vindt een waarneming plaats van de verschuivingshoek van de horizontale-aandrijvingsas 7.
20 Nu volgt een beschrijving van een mechanisme voor het waarnemen van de verplaatsing van de wagen 14 tengevolge van de op een hellende.platenspeler werkende zwaartekracht. Zoals is weergegeven in fig.3, is een sleuf-plaat 79 evenwijdig met de rail 19 gerangschikt. De sleuf-25 plaat 79 is via de armen 81 aan beide einden bevestigd aan een door de houdorganen 26 en 27 vastgehouden frame 80.
De sleufplaat 79 bestaat uit niet-transparant materiaal. Zoals in fig.7 is getekend, vertoont de sleufplaat 79 een aantal op onderling regelmatige afstanden gerangschikte 30 sleuven 82. Zoals in fig.3 is getekend, is een zijarm 83 als één geheel gevormd met de wagen 14. Aan die zijarme 83 zijn twee omlaag gerichte uitsteeksels 84 en 85 gevormd. Een lichtemitterend element 86 is bevestigd aan het ene omlaag gerichte uitsteeksel 84. Aan het andere omlaag 35 gerichte uitsteeksel 85 is een lichtgevoelig element 87 bevestigd. De sleufplaat 79 is tussen het lichtemitterende element 86 en het lichtgevoelige element 87 geplaatst.
en n x (t on -14-
Wanneer de wagen 14 tengevolge van deverking van de zwaartekracht langs de rails 18 en 19 wordt bewogen, verplaatsen het lichtemitterende element 86 en het lichtgevoelige element 87 zich derhalve ten opzichte van de sleufplaat 5 79. Hierdoor genereert het lichtgevoelige element 87 een sinusvormig uitgangssignaal.
Nu volgt een beschrijving van de werking van de platenspeler tijdens automatisch bedrijf.
Bij het begin van het automatische afspelen, 10 bevindt de arm 5 zich in zijn rustpositie, zoals in fig.l met de streep-stippellijn is weergegeven. De lineaire motor 28 wordt bekrachtigd door middel van een niet-getekend bedieningsorgaan of op commando van een niet-getekend sys-teembesturingselement. De arm 5 wordt lineair naar links 15 verplaatst(fig.1).
Zoals in de fig.2 en 3 is weergegeven, wordt een stroom gestuurd door de spoel 30, waardoor een aandrijf-kracht wordt uitgeoefend op de lineaire motor 28. De wagen 14 wordt langs de rails 18 en 19 verplaatst onder in-20 vloed van de van de lineaire motor 28 afkomstige aandrijf-kracht. De arm 5 wordt via het huis 6, de horizontale aan-drijvingsas 7 en de bus 12 gedragen door de wagen 14. Zo wordt de arm 5 lineair verplaatst in een richting, normaal ten opzichte van de lengterichting van de arm 5.
25 De bewegingstegenkoppelingsbesturing vindt voor de lineaire motor 28 plaatst door middel van het li-neaire-bewegingswaarneemorgaan 36 (zie de figuren 2 en 3). Op deze wijze wordt de arm 5 vloeiend verplaatst. Zoals in fig.8 is weergegeven, wordt de waarneem-uitgangsspan-30 ning van de spoel 38 van het lineaire - bewegingswaarneem-orgaan 36 toegevoerd aan de ene ingangsaansluiting van een rekenversterker 88. Een aan de spoel 30 van de lineaire motor 28 aangelegde spanning wordt teruggekoppeld naar een andere ingangsaansluiting van de rekenversterker 88. Op 35 deze. wijze vergelijkt de versterker 88 deze twee spanningen met elkaar. De impedantie van de transistoren 89 en 90 varieert met de sterkte van het uitgangssignaal van de rekenversterker 88, waardoor de stroom door de aandrijf- 800 3 6 20 . -15- spoel 30 varieert.
Indien de impedantie van de transistor 89 laag is, is de stroom door de aandrijfspoel 30 sterk.
De am 5 verplaatst zich dan met een hoge snelheid. In 5 dit geval vertoont de arm 5 de neiging, de gewenste posi tie boven de grammofoonplaat 8 voorbij te schieten. Het is moeilijk^ de am 5 ter plaatse van de gewenste positie te stoppen. Volgens het onderhavige uitvoeringsvoor-beeld van de uitvinding echter, wordt het uitgangssig-10 naai van de spoel 38 toegevoerd aan de ene ingangsaanslui-ting van de rekenversterker 88, en is afhankelijk van de verplaatsingssnelheid van de arm 5 of de wagen 14. Derhalve neemt de impedantie van de transistor 89 toe met de verplaatsingssnelheid van de arm 5. Op deze wijze wordt • 15 het vloeien van stroom door de spoel 30 tegengewerkt en wordt de arm 5 met een vooraf bepaalde snelheid vanaf zijn rustpositie op de plaat 8 naar de gewenste positie daarop bewogen.
Tijdens de aanvoer-bedrijfstoestand, waarin de 20 arm 5 naar een positie op de plaat 8 vanaf een rustpositie wordt verplaatst, en in de afvoer-bedrijfstoestand waarin de am 5 vanaf de plaat 8 naar zijn rustpositie wordt gevoerd, wordt een voorspanning voor het beheersen van de geleidbaarheid van de transistoren 89 en 90 , 25 hoewel dat niet is getekend, aangelegd aan de ingangsaan-sluiting van de rekenversterker.
Een plaat afmetingen waarneemorgaan is ingericht om te detecteren, dat de door de am 5 gedragen trans-ducent 9 het buitenste gedeelte van de registratiegroef 30 op de grammofoonplaat 8 bereikt. De voor-gelijkspanning wordt van -e rekenversterker 88 afgeschakeld, zodat de lineaire motor 28 stopt. In de tekening is niet weergegeven, dat de arm 5 omlaag wordt verplaatst op commando van een systeem besturingselement. Een. stroom wordt door de 35 spoel 49 van de vertikale -aandrijvingsmotor 46 gestuurd zoals in de fig. 2 en 3 is getekend. De vertikale aandrijvingsmotor 46 wordt aangedreven voor rotatie van het huis 6, dat de magneten 48 en het juk 52 van de motor 46 draagt, flflfl 70 “16- rond de horizontale as 45 in de richting tegen de wijzers van de klok (zie fig.3). Op deze wijze wordt de arm 5 tegen de wijzers van de klok geroteerd, waardoor de trans-ducent in aangrijping raakt met de grammofoonplaat 8.
5 Hiermee begint de weergave van de grammofoonplaat.
Bij de vertikale rotatie van de arm 5 vindt een zodanige besturing met bewegingstegenkoppeling van het vertikale-rotatie-waarneemorgaan 47 plaats, dat het waarneem-uitgangssignaal van de snelheidswaarneemspoel 56 10 van het vertikale-rotatiewaarneemorgaan 47 door een schakeling volgens fig.9 constant wordt gehouden. Op deze wijze kan de arm 5 in een zeer vloeiende rotatie in vertikale richting worden gebracht. De schakeling volgens fig.9 is praktisch op dezelfde wijze opgebouwd als de in fig.8 ge-15 tekende aandrijfschakeling voor de lineaire motor 28.
Hij omvat een rekenversterker 91 voor het vergelijken van de aan de spoel 49 van de motor 46 aangelegde spanning met de uitgangsspanning van de waarneemspoel 56, alsmede twee transistoren 92 en 93, waarvan de respektieve impedanties 20 variëren met het uitgangssignaal van de rekenversterker 91. Wanneer de arm 5 omhoog en omlaag wordt aangedreven bij het begin van de weergave van een grammofoonplaat en aan het einde daarvan, wordt op niet getekende wijze een voor- gelijkspanning voor het selektief in de geleidende 25 of nietgeleidende toestand brengen van de transistoren 92 en 93 , aangelegd aan de ingangsaansluiting van de rekenversterker 91.
Nu zal de beweging van de arm 5 gedurende het weergeven van de plaat worden beschreven.
30 De geluidsgroef vertoont een spiraalvorm op de grammofoonplaat 8. De aan de arm 5 bevestigde transducent wordt geleidelijk in de richting van het middelpunt van de grammofoonplaat 8 bewogen tengevolge van de rotatie van de grammofoonplaat 8. De arm 5 wordt geleidelijk geroteerd 35 in de richting van de wijzers van de klok (zie fig.l) rond de horizontale -aandrijvingsas 7. Daardoor wordt de via het huis 6 en de horizontale aandrijfas 7 aan de arm 5 gekoppelde houdplaat 73 geleidelijk in dezelfde richting ge-^ 80036 20 -17- rot eerd. Een aan het boveneinde van de houdplaat 73 bevestigde sluiter 74 wordt in de radiele richting van de grammofoonplaat 8 bewogen en verplaatst ten opzichte van het lichtemitterende element 78 en de lichtgevoelige ele-5 menten 76 en 77. De door de twee lichtgevoelige elementen 76 en 77 ontvangen lichthoeveelheden worden onderling verschillend. Het verschil tussen deze lichthoeveelheden wordt waargenomen door een rekenversterker 94, zoals is getoond in fig.8. Het uitgangssignaal van de rekenver-10 sterker 94 wordt via een schakeling 101 toegevoerd aan de ene ingangsaansluiting van de rekenversterker 88. Daardoor daalt tengevolge van het uitgangssignaal van de rekenversterker 88 de impedantie van de transistor 89, waardoor de stroomsterkte door de spoel 30 van de motor 28 toeneemt. 15 Op deze wijze wordt de lineaire motor 28 aangedreven en verplaatst de arm 5 zich in de richting van het middelpunt van de grammofoonplaat 8 via de wagen 14 onder invloed van de lineaire motor 28.
In dit uitvoeringsvoorbeeld van de platenspeler 20 volgens de uitvinding wordt de am 5 aan hoekverplaatsing onderworpen onder invloed van de rotatie van de grammofoonplaat 8. De hoek-verplaatsing of verschuivingshoek van de arm 5 wordt waargenomen door de lichtgevoelige elementen 76 en 77. Bij deze waarneming wordt de lineaire motor 28 25 aangedreven voor verplaatsing van de wagen 14, teneinde de verschuivingshoek van de arm 5 te compenseren. Op deze wijze verplaatst de arm 5 zich lineair en voert een zwaaiende beweging uit rond de horizontale-aandrijvingsas 7.
De met de verschuivingshoek van de arm 5 korres-30 ponderende voorspanning wordt aangelegd aan de ene ingangsaansluiting van de rekenversterker 88 van de aandrijfschakeling voor de lineaire motor 28, opgeteld bij het waarneem-uitgangssignaal van de spoel 38. Aldus wordt de lineaire motor 28 zodanig aangedreven, dat de verschuivingshoek van 35 de arm 5 wordt gecompenseerd onder besturing met bewegings-tegenkoppeling op basis van de waarnemende werking van de spoel 38. De verschuivingshoekfout is zeer gering. De arm 5 kan zeer fijn, vloeiend en lineair worden geplaatst, on- -18- der het uitvoeren van fijne zwaaibewegingen rond de horizontale -aandrijvingsas 7. De schakeling voor het compenseren van de verschuivingshoek van de arm 5 en de aandrijfschakeling van de lineaire motor 28 zijn voor 5 een deel gemeenschappelijk. Daardoor zijn de schakelingen eenvoudiger van opbouw.
De besturing onder bewegingstegenkoppeling is eveneens voor de horizontale rotatie van de arm 5 door de horizontale-rotatie aandrijfmotor 71 en het horizonta-10 le-rotatiewaarneemorgaan 72 volgens fig.4 werkzaam om te voorkomen, dat de am 5 in horizontale richting trilt.
In het algemeen omvat een arm geen remmiddelen, behalve de wrijving in de armlagers. Derhalve vertoont de am de neiging tot resonerende trilling of trilling onder 15 invloed van uitwendige krachten, hoewel deze trillingen zeer gering kunnen zijn. Wanneer de arm 5 in horizontale richting trilt, neemt bij stereo weergave de overspraak tussen het rechter en het linker kanaal toe, ofwel het uitgangssignaal wordt gemoduleerd. Verder ligt het massa-20 middelpunt van de am 5 vóór de vertikale-aandrijvingsas 7, zoals in fig.l met het verwijzingsgetal 95 is aangeduid. Wanneer de am 5 in horizontale richting wordt verplaatst wordt tengevolge daarvan een zodanige kracht op de am 5 uitgeoefend, dat hij een zwaaibeweging gaat uitvoeren rond 25 het massamiddelpunt 95. Een van de werkelijke verschuivingshoek afwijkende component wordt waargenomen. De horizontale aandrijving van de am 5 zou zeer instabiel zijn.
In het onderhavige uitvoeringsvoorbeeld evenwel wordt het waarneemuitgangssignaal van de spoel 62 van het 30 waarneemorgaan 72 door de rekenversterker 96 op de in de figuren 4 en 10 getoonde wijze vergeleken met de aan de spoel 63 van de horizontale-aandrijvingsmotor 71 aangelegde spanning voor het selektief aandrijven van de twee tran-sistoren 97 en 98. Op deze wijze wordt door de aandrijf-35 spoel 63 een stroom in de nomale of omgekeerde richting gestuurd. De motor 71 wekt een zodanige aandrijfkracht op, dat het uitgangssignaal van de waarneemspoel 62 tot nul wordt teruggebracht. De rotatie van de am 5 rond de ho- 800 3620 “19- rizontale aandrijfas 7 wordt bestuurd door die aandrijf kracht. De arm 5 kan een vloeiende beweging in horizonta- · le richting ondergaan met hoge nauwkeurigheid en zonder fluctuaties.
5 Wanneer de arm 5 in horizontale richting trilt, wordt een met de sterkte en de richting van die trillingen korresponderende spanning in de spoel 62 opgewekt.
Deze spanning brengt de transistoren 97 en 98 selektief in hun geleidende en sperrende toestand. Daardoor vloeit 10 door de spoel 63 een stroom vanaf de +B aansluiting naar aarde of vanaf aarde naar de -B-aansluiting. Op deze wijze wordt de motor 71 zodanig aangedreven, dat de trillingen van de arm 5 worden tegengewerkt.
Door de besturing met de bewegings stegenkoppeling 15 van de horizontale rotatie van de arm 5 worden de horizontale trillingen van de arm 5 zeer klein. De overspraak wordt tot minimale waarden teruggebracht. Wanneer op de in fig.llA getoonde wijze de besturing met bewegingstegen-koppeling in horizontale rotatie voor de arm 5 niet plaats-20 vindt, vertoont het uitgangssignaal van de transducent een piek bij een laagste resonantiefrequentie f , terwijl bij stereoweergave de overspraak tussen de rechter- enlin-ker signalen in het gebied van de laagste resonantie frequentie sterk verslechtert.
25 Bij de besturing met bewegingstegenkoppeling volgens dit uitvoeringsvoorbeeld daarentegen, wordt het uitgangssignaal van de transducent, en tevens de overspraak, als funktie van de frequentie zelfs bij de laagste resonantiefrequentie f vlak, zoals in fig.HB is weergege-30 ven. Verder wordt voorkomen, dat het uitgangssignaal wordt gemoduleerd door het afremmen van de trillingen van de arm 5.
Gedurende het weergeven van de plaat ondervindt de arm 5 vertikale trillingen door een kromgetrokken plaat 35 of uitwendige oorzaken. In de spoel 56 van het vertikale-rotatiewaameemorgaan 47 wordt een met de richting en de grootte van de vertikale trillingen van de arm 5 overeenstemmende spanning opgewekt. Zoals in fig.9 is weergegeven ftnn te 9n -20- wordt deze spanning toegevoerd aan een rekenversterker 91, voor het selektief inschakelen en uitschakelen van de tran-sistoren 92 en 93. Dienovereenkomstig vloeit door de spoel 49 van de motor 46 een stroom vanaf de +B spanningsbron 5 naar aarde of vanaf de aarde naar de -B spanningsbron.
Zo wordt de motor 46 zodanig aangedreven, dat de trillingen van de arm 5 worden tegengewerkt. Bereikt wordt, dat de arm 5 altijd in aangrijping met de plaat verkeert met een vooraf bepaalde kracht. Zo kan altijd een uitgangssig-10 naai met hoge getrouwheid worden verkregen.
Nu volgt een beschrijving van de bedrijfstoe-stand, waarbij de lineaire verplaatsing van de arm 5 wordt verhinderd voor het geval, waarin het afspelen van degram-mofoonplaat halverwege wordt onderbroken.
15 Midden in de muziek of aan het einde daarvan, wordt de vertikale-rotatieaandrijfmotor 46 aangedreven op commando van een niet-getekende bedieningsinrichting, zodanig, dat de arm 5 rond de horizontale as 45 in de richting van de wijzers van de klok (zie fig.3) wordt geroteerd, 20 waardoor de transducent wordt opgelicht van de grammofoonplaat 8 en de weergave daarvan stopt. De beweging omhoog van de arm 5 wordt waargenomen door twee in fig.3 getekende waarneemorganen 99 en 100. Bij voorbeeld omvat het ene waarneemorgaan 99 een permanente magneet en het andere 25 waarneemorgaan 100 een Hallelement.
Wanneer de beweging omhoog van de arm 5 wordt waargenomen door het Hall element 100, schakelt een elektronische schakelaar 101 uit, terwijl een andere elektronische schakelaar wordt ingeschakeld, zoals in het blok-30 schema van fig.12 te zien is. Zo wordt het uitgangssignaal van een verschuivingshoekwaarneemorgaan 103 afgeschakeld van een positieservoschakeling 104, en wordt het uitgangssignaal van een positiewaarneemorgaan 105 aan deze positieservoschakeling 104 toegevoerd. Op deze wijze wekt de ho-35 rizontale -aandrijvingsmotor 28 van het lineaire type een zodanige aandrijfkracht op, dat vrije bewegingen van de arm 5 worden tegengewerkt. De verschuivingshoekdetector 103 omvat de sluiter 74, de lichtgevoelige elementen 76 800 36 20 -21- en 77 en het lichtemitterende element 78. Het positiewaar-neemorgaan 105 omvat de sleuvenplaat 79/ het lichtemitte-rende element 86 en het lichtgevoelige element 87. Fig,8 toont gedetailleerd de positieservoschakeling 104.
5 De reden, waarom de horizontale-aandrijvingsmo- tor 28 bij de omhoog gerichte beweging van de arm 5 wordt aangedreven, is de volgende:
De door de lineaire motor 28 aangedreven lineai-re-aftastingsarm 5 wordt vrij verplaatst over de rails 18 10 en 19, wanneer de speler een hellingshoek vertoont met het horizontale vlak. Wanneer de platenspeler wordt gedragen door flexibele steunorganen, vertoont de grammofoon een neiging, te hellen onder invloed van de beweging van de arm 5, aangezien de arm 5 samen met de wagen.14 zwaar 15 is.
Wanneer de arm 5 vrij beweegt, bewegen het aan de wagen 14 bevestigde licht emitterende element 86 en lichtgevoelige element 87 zich ten opzichte van de sleuf-plaat 79(zie fig.2 en fig.7). Zoals in fig,13A is weergege-20 ven, zijn in de sleufplaat 79 sleuven 82 gevormd met regelmatige onderlinge intervallen. Uit het lichtgevoelige element 87 wordt het in fig.l3B getoonde uitgangssignaal verkregen. Dit uitgangssignaal wordt versterkt door een rekenversterker 86 en vergeleken met een van een variabele 25 weerstand 107 afkomstige referentiespanning. Het in fig.l3C
getoonde sinusoidale uitgangssignaal wordt verkregen aan de uitgang van de rekenversterker 106 en toegevoerd aan de ene ingangsaansluiting van de in fig.8 getoonde rekenversterker 88, opgeteld bij het uitgangssignaal van de spoel 30 38.
Wanneer op de in fig.14 getoonde wijze het licht gevoelige element 87 volmaakt is gealigneerd met de sleuf 82, wordt het uitgangssignaal van de rekenversterker 106 positief maximaal. Wanneer het lichtgevoelige element 87 35 over de helft van de steek van de sleuven 82 is verschoven ten opzichte van de sleuf 82, wordt het uitgangssignaal van de rekenversterker 106 negatief maximaal. Wanneer het lichtgevoelige element 87 over een kwart van de steek 800 3 6 20 -22- van de sleuven 82 is verschoven vanaf de sleuf 82, wordt het uitgangssignaal van de rekenversterker 106 nul.
Deze spanning wordt toegevoerd aan de in fig.8 getekende bewegingstegenkoppelingsschakeling voor de lineaire motor 5 28. De met deze spanning korresponderende, door de lineaire motor 28 opgewekte aandrijfkracht verkeert in evenwicht met de component van het gewicht van de wagen 14 en de bijbehorende onderdelen in de lengterichting van de rails '18 en 19.
10 Wanneer de platenspeler horizontaal wordt neer gezet, verkeert de arm 5 in balans ter plaatse van de punten a , a ...., zoals in fig.14 is aangeduid, aangezien 1 2 de gewichtscomponent van de wagen 14 en bijbehorende onderdelen in de lengterichting van de rails 18 en 19 nul is.
15
Wanneer de speler naar rechts omhoog helt, zoals in fig.lSA is weergegeven, verkeert de arm 5 in balans ter plaatse van de punten /····/ waar de aandrijf kracht van de lineaire motor 28 in evenwicht is met een component Wg sinO van het gewicht van de wagen 14 en de bijbehorende onder- 20 delen in de lengterichting van de rails 18 en 19. In het geval waarin de platenspeler naar links omhoog helt, zoals in fig,15B is getoond, verkeert de arm 5 in evenwicht ter plaatse van de punten c^,^,___., wanneer de aandrijf- kracht van de lineaire motor 28 in balans is met de compo-25 nent van het gewicht van de wagen 14 en de bijbehorende onderdelen in de lengterichting van de rails 18 en 19.
Op deze wijze wordt de arm 5 in evenwicht gebracht binnen één steek van de sleuven 82.
Fig.16 toont een blokschema van een variant van 30 de schakeling die is ingericht voor het voorkomen van vrij-e verplaatsing van de arm 5. In dit blokschema, zijn de waarneemeenheid 100 voor het waarnemen van de omhoog- en omlaag beweging van de arm, alsmede de elektronische schakelaars 101 en 102 weggelaten uit de schakeling volgens 35 fig.12. Daardoor is de schakeling volgens fig.16 eenvoudiger dan die volgens fig.12. Bij de schakeling volgens fig. 16 vindt de servobesturing voor het compenseren van de verschuivingshoek van de arm 5 en die ter voorkoming van 800 3 6 90 -23- de vrije beweging van de arm 5 tegelijkertijd plaats.
In dit geval wordt, behalve de met de punten d1,d2,..., el'e2'**** ^responderende kracht, een kracht door het servosysteem opgewekt voor het teniet doen van de ver-5 schuivingshoek van de arm 5 (zie fig.8). Wanneer de twee servoregelingen tegelijkertijd effektief zijn, verplaatst de arm 5 zich stapsgewijze met de steek van de sleuven 82. Wanneer evenwel de steek van de sleuven 82 slechts 100^urn bedraagt en bewegingstegenkoppelingsbe-10 sturing plaatsvindt, is er praktisch geen sprake van een stapsgewijze verplaatsing van de arm 5, en vindt geen nadelige beïnvloeding van de weergave van de grammofoonplaat plaats.
Wanneer op de bovenbeschreven wijze bij de 15 platenspeler volgens dit uitvoeringsvoorbeeld de arm 5 omhoog wordt bewogen tijdens het afspelen van de plaat waardoor deze stopt, wordt voorkomen, dat de am 5 vrij gaat bewegen langs de rails 18 en 19. Op deze wijze stopt de am 5 in zijn hoogste positie. Wanneer in die toestand 20 de vertikale-aandrijvingsmotor 46 wordt aangedreven op commando van een niet-getekend bedieningsorgaan, verplaatst de arm 5 zich omlaag en komt de transducent in contact met de grammofoonplaat, waardoor het afspelen wordt begonnen. Bij het voortgaan van het afspelen beweegt de am 5 zich 25 in de richting van het middelpunt van de plaat 8 langs de rails 18 en 19. Inmiddels bereikt de transducent het binnenste gedeelte van de groef op de plaat 8, waardoor het afspelen stopt, zoals met de onderbroken lijnen in fig.l is weergegeven. Het bereiken van die toestand wordt waar-30 genomen door een niet-getekend waarneemorgaan. De vertikale-aandrijvingsmotor 46 wordt opnieuw aangedreven door de niet-getekende sensor. De arm 5 beweegt zich omhoog en wordt vervolgens door de lineaire motor 28 aangedreven in de richting van de in fig.l met de streep-stippellijn aan-35 geduide armrustpositie. De am 5 wordt in die armrustposi-tie gehouden en is klaar voor het weergeven van een volgende grammofoonplaat. In bovenstaande beschrijving is weggelaten, dat gedurende het afspelen van een grammofoonplaat 800 36 20 -24- voorspanningen voor het aandrijven van de motoren 46 en 71 worden afgeschakeld van de rekenversterkers 91 en 96.
De uitvinding is niet beperkt tot de beschreven uitvoeringsvoorbeelden. Diverse wijzigingen kunnen 5 worden aangebracht, zonder dat daardoor het kader van de uitvinding wordt overschreden.
800 38 20

Claims (13)

1. Armaandrijfinrichting voor een grammofoon van het type met lineaire aftasting, omvattende: geleidingsmiddelen (18,19); een glijdbaar/die geleidingsmiddelen aangebrachte wagen(14); een aandrijf-5 motor (28) voor het aandrijven van die wagen in de langs- richting van de geleidingsmiddelen; en een verplaatsbaar op die wagen aangebrachte opnemereenheid(5) voorzien van een steunmechanisme (6,7,12,13) voor het dragen van een arm voor horizontale verplaatsing ten opzichte van een 10 grammofoonplaat, gekenmerkt door middelen (105,79,86,87) voor opwekking en afgifte van een uitgangssignaal als reaktie op een helling van de wagen; en middelen (106,88, 89.90) voor toevoer van het genoemde uitgangssignaal aan de aandrijfmotor voor het stoppen van de wagen op een voor-15 af bepaalde positie, wanneer de arm is opgelicht van de grammofoonplaat.
2. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de middelen (105) voor opwekking en afgifte van een uitgangssignaal een lichtemitterend element (86) , een 20 daartegenover geplaatst lichtontvangend element (87), en een plaat (79) met een tussen het lichtemitterende element en het lichtontvangende element aangebrachte opening (82) omvat welk lichtemitterende element en welk lichtontvangende element zijn aangebracht op de wagen(14), en welke plaat 25 is aangebracht op een chasisorgaan (26,27).
3. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de hellingswaarneemmiddelen (105,79,82,86,87) middelen omvatten voor opwekking en afgifte van een sinusoi-daal waarneem-uitgangssignaal als reaktie op een verplaat- 30' sing van de genoemde wagen (14), alsmede middelen (106,88, 89.90) voor toevoer van het genoemde uitgangssignaal aan de aandrijfmotor (28).
4. Inrichting volgens conclusie 1, met het kenmerk, dat de aandrijfmotor (28) een lineaire motor omvat 35 die is voorzien van een evenwijdig aan de geleidingsmiddelen (18,19) gerangschikt magneetorgaan (29), een jukorgaan 800 3620 -26- (31,35)/ dat magnetisch is gekoppeld met het magneetorgaan voor vorming van een magnetisch circuit, alsmede een in dat magnetisch circuit aangebracht spoelorgaan (30), welke spoel is bevestigd aan de wagen (14).
5. Inrichting volgens conclusie 4, gekenmerkt door snelheidswaarneemmiddelen (36) voor het waarnemen van de snelheid van de verplaatsing van de arm (5) in de langsrichting van de geleidingsmiddelen (18,19), welke snelheidswaarneemmiddelen zijn voorzien van een evenwijdig 10 aan de geleidingsmiddelen (18,19) gerangschikt magneetorgaan (37), een jukorgaan (39,43), dat magnetisch is gekoppeld met het magneetorgaan voor vorming van een magnetisch circuit, alsmede een in dat magnetische circuit aangebracht spoelorgaan (38) , welke spoel is bevestigd aan de 15 wagen (14), waarbij in de spoel een uitgangssignaal wordt opgewekt als reaktie op een verplaatsing van de wagen, alsmede middelen (88,89,90) voor toevoer van het genoemde uitgangssignaal aan de lineaire motor (28) ter voorkoming van ongewenste beweging van de arm (5).
6. Armaandrijfinrichting voor een grammofoon van het type met lineaire aftasting, omvattende: geleidingsmiddelen (18,19); een glijdbaar op die geleidingsmiddelen aangebrachte wagen (14); een aan-drijfmotor (28) voorhet aandrijven van die wagen in de 25 langsrichting van de geleidingsmiddelen; en een verplaatsbaar op die wagen aangebrachte opnemer-eenheid (5), die is voorzien van een steunmechanisme (6,7,12,13) voor het dragen van een arm voor horizontale verplaatsing ten opzichte van een grammofoonplaat; met het kenmerk, dat de 30 opnemer-eenheid verder een waarneemorgaan (72) omvat, voor het waarnemen van geringe horizontale trillingen van de arm en voor opwekking en afgifte van een uitgangssignaal als reaktie op dergelijke trillingen, alsmede middelen (71) voor ontvangst van het van de genoemde waarneem-35 middelen afkomstige uitgangssignaal en ter voorkoming van de genoemde horizontale trillingen van de arm.
7. Inrichting volgens conclusie 6, met het kenmerk, dat de waarneemmiddelen (72) een magneetorgaan 800 3 6 20 -27- (64) omvatten, een met dat magneetorgaan magnetisch gekoppeld jukorgaan (66,67) voor vorming van een magnetisch circuit, en een in dat magnetische circuit aangebrachte spoel (62), waarbij de spoel of het magnetische circuit 5 aan de genoemde wagen (14) is bevestigd en respektieve- lijk het magnetische circuit of de spoel via een armas (7) is bevestigd aan de arm (5), en dat de genoemde middelen (71) een magneetorgaan (65 ) omvatten , een magnetisch met dat magneetorgaan gekoppeld jukorgaan (66,68) 10 voor vorming van een magnetisch circuit, alsmede een in dat magnetisch circuit geplaatste spoel (63) , waarbij de spoel of het magnetische circuit is bevestigd aan de wagen (14) en respektievelijk het magnetisch circuit of de spoel is bevestigd aan de armas (7).
8. Inrichting volgens conclusie 7, met het kenmerk, dat beide spoelen (62,63) zijn bevestigd aan de armas (7) en dat beide magnetische circuits zijn bevestigd aan de wagen (14).
9. Inrichting volgens conclusie 7 of 8, met 20 het kenmerk, dat de waarneemmiddelen (72) en de middelen (71) zijn aangebracht tussen de genoemde geleidings-middelen, die tenminste twee evenwijdige geleidingssta-ven (18,19) omvatten.
10. Inrichting volgens conclusie 6, met het 25 kenmerk, dat de opnemer-eenheid (5) verder middelen omvat voor het aandrijven van de genoemde arm in vertikale richting ten opzichte van de grammofoonplaat, welke middelen een aandrijfmotor (46) voor aandrijving van de arm omvatten, een waarneemorgaan (47) voor het waarnemen van 30 geringe vertikale trillingen van de arm en voor opwekking en afgifte van een uitgangssignaal als reaktie op dergelijke trillingen, alsmede middelen (91,92,93) voor toevoer van het genoemde uitgangssignaal aan de aandrijfmotor (46) ter voorkoming van de genoemde vertikale tril-35 lingen van de arm.
11. Inrichting volgens conclusie 10, met het kenmerk, dat de aandrijfmotor (46) een magneetorgaan (48) 8003620 -28- een met dat magneetorgaan magnetisch gekoppeld jukorgaan (6,52) voor vorming van een magnetisch circuit, alsmede een in dat magnetisch circuit aangebrachte spoel (49) omvat, en dat het waarneemorgaan (47) een magneetorgaan (54), 5 een met dat magneetorgaan magnetisch gekoppeld jukorgaan (6,58) voor vorming van een magnetisch circuit en een in dat magnetisch circuit aangebrachte spoel (56) omvat, waarbij de spoelen van de aandrijfmotor en de waarneem-middelen zijn bevestigd aan de wagen (14), terwijl de mag-10 netische circuits zijn bevestigd aan de am (5).
12. Armaandrijfinrichting voor een grammofoon van het type met lineaire aftasting omvattende: Geleidingsmiddelen (18,19), een glijdbaar op die geleidingsmiddelen aangebrachte wagen (14). een van 15 een motor aandrijfschakeling (88,89,90) voorziene lineaire motor (28) voor aandrijving van de wagen in de langsrich-ting van de geleidingsmiddelen? en een beweegbaar aan die wagen aangebrachte opnemer-eenheid (5), voorzien van een steunmechanisme (6,7,12,13) voor het dragen van een am 20 voor horizontale verplaatsing ten opzichte van een grammofoonplaat; gekenmerkt door: verschuivingshoekwaarneemmid-delen (103,74,76,77,78,) voor het waarnemen van een ver-schuivingshoek van de arm en voor opwekking en afgifte van een uitgangssignaal als reaktie op de waarde van die 25 verschuivingshoek; een eerste schakeling (94) voor het terugkoppelen van het uitgangssignaal van de motoraandrijf-schakeling (88,89,90) voor het zodanig aandrijven van de genoemde lineaire motor, dat de verschuivingshoek wordt gecompenseerd; en hellingswaarneemmiddelen (105,79,86, 87) 30 voor het waarnemen van een helling van de wagen (14) en voor opwekking en afgifte van een uitgangssignaal als reaktie op de helling van die wagen; een tweede schakeling (106) voor toevoer van het van de hellingswaarneemmiddelen afkomstige uitgangssignaal aan de motoraandrijfschakeling ter 35 voorkoming van ongewenste bewegingen van de wagen? waarbij de eerste schakeling wordt bekrachtigd bij het aftasten van de grammofoonplaat, en de tweede schakeling wordt 800 36 20 -29 - bekrachtigd, wanneer de arm is opgelicht van de grammofoonplaat .
13. Inrichting volgens conclusie 12, met het kenmerk, dat de eerste en de tweede schakeling zijn voor-5 zien van een schakelaar (101,102), die wordt bestuurd door een armpositiewaarneemorgaan met een op de wagen (14) aangebracht eerste orgaan (99) en een met de arm (5) gekoppeld tweede orgaan (100). 800 36 20
NL8003620A 1979-06-22 1980-06-23 Armaandrijfinrichting voor een grammofoon met lineaire aftasting. NL8003620A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
JP7934879A JPS563402A (en) 1979-06-22 1979-06-22 Record player
JP7934879 1979-06-22

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8003620A true NL8003620A (nl) 1980-12-24

Family

ID=13687388

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8003620A NL8003620A (nl) 1979-06-22 1980-06-23 Armaandrijfinrichting voor een grammofoon met lineaire aftasting.

Country Status (8)

Country Link
US (1) US4322840A (nl)
JP (1) JPS563402A (nl)
CA (1) CA1141027A (nl)
DE (1) DE3023125A1 (nl)
FR (1) FR2460019B1 (nl)
GB (1) GB2056154B (nl)
IT (1) IT1131366B (nl)
NL (1) NL8003620A (nl)

Families Citing this family (16)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
JPS5730862U (nl) * 1980-07-29 1982-02-18
US4512010A (en) * 1981-09-28 1985-04-16 Matsushita Electric Industrial Co., Ltd. Apparatus for controlling linear tracking arm in record player
JPS5969318A (ja) * 1982-10-12 1984-04-19 Nippon Kogaku Kk <Nikon> 移動装置
US4614986A (en) * 1983-10-31 1986-09-30 Labudde Edward V Magnetic servo with improved tracking system
US4823336A (en) * 1986-02-14 1989-04-18 Ricoh Company, Limited Optical disk drive
JPH01118275A (ja) * 1987-10-31 1989-05-10 Toshiba Corp 光学ヘッド駆動装置
AU2004294936B2 (en) * 2003-11-26 2011-02-03 Lanxess Deutschland Gmbh Method for controlling fungi and mites in textile substrates
JP2007212876A (ja) * 2006-02-10 2007-08-23 Sony Corp 像ぶれ補正装置、レンズ装置及び撮像装置
TWI412026B (zh) 2010-05-06 2013-10-11 Univ Nat Chiao Tung 感測裝置
US9019806B1 (en) * 2014-03-17 2015-04-28 Thomas Lloyd Bowden, Sr. Low friction linear tracking tone arm
US11948612B2 (en) 2021-04-19 2024-04-02 Seagate Technology Llc Zero skew elevator system
US11348611B1 (en) 2021-04-19 2022-05-31 Seagate Technology Llc Zero skew elevator system
US11361787B1 (en) 2021-07-30 2022-06-14 Seagate Technology Llc Zero skew disk drive with dual actuators
US11488624B1 (en) 2021-09-20 2022-11-01 Seagate Technology Llc Ball bearing cartridge for linear actuator
US11468909B1 (en) 2021-11-02 2022-10-11 Seagate Technology Llc Zero skew with ultrasonic piezoelectric swing suspension
US11430472B1 (en) 2021-11-17 2022-08-30 Seagate Technology Llc Triple magnet linear actuator motor

Family Cites Families (9)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
GB1361610A (en) * 1971-08-09 1974-07-30 Plessey Co Ltd Apparatus for playing disc records
US4039195A (en) * 1974-07-25 1977-08-02 Nippon Gakki Seizo Kabushiki Kaisha Pickup arm driving device in linear tracking pickup apparatus
JPS5334504A (en) * 1976-09-09 1978-03-31 Plessey Handel Investment Ag Disk record player
GB1585553A (en) * 1977-06-03 1981-03-04 Plessey Co Ltd Disc record players
JPS6012681B2 (ja) * 1977-07-11 1985-04-03 ソニー株式会社 レコ−ドプレ−ヤのト−ンア−ム制御装置
JPS5446008A (en) * 1977-09-20 1979-04-11 Pioneer Electronic Corp Device of driving tone arm
DE2921016C2 (de) * 1978-05-23 1985-06-13 Pioneer Electronic Corp., Tokio/Tokyo Steuereinrichtung zur Positionierung eines auf einem Schlitten angeordneten Abtastarms
JPS6059653B2 (ja) * 1978-08-19 1985-12-26 ソニー株式会社 ト−ンア−ム装置
US4254959A (en) * 1979-06-28 1981-03-10 Masterson Engineering Inc. Phonograph tone arm control system

Also Published As

Publication number Publication date
JPS563402A (en) 1981-01-14
US4322840A (en) 1982-03-30
IT8022890A0 (it) 1980-06-20
FR2460019A1 (fr) 1981-01-16
JPS6118830B2 (nl) 1986-05-14
GB2056154B (en) 1983-04-13
IT1131366B (it) 1986-06-18
DE3023125A1 (de) 1981-01-08
GB2056154A (en) 1981-03-11
CA1141027A (en) 1983-02-08
FR2460019B1 (fr) 1987-04-30

Similar Documents

Publication Publication Date Title
NL8003620A (nl) Armaandrijfinrichting voor een grammofoon met lineaire aftasting.
US4539664A (en) Control system for optical information signal reproduction device
KR940003551B1 (ko) 광 디스크장치의 트랙 액세스 제어회로
JPS6012681B2 (ja) レコ−ドプレ−ヤのト−ンア−ム制御装置
GB1590250A (en) Apparatus for controlling an arm of a record player
EP0209853B1 (en) Track jump servo system disc players
US7106670B2 (en) Method and apparatus for long seeking control of pickup head
US5138593A (en) Vibration control for an optical pickup actuator driving device
KR100297771B1 (ko) 광픽업용 액츄에이터
US4471476A (en) Pickup arm drive device
JPS6120047B2 (nl)
JP3798639B2 (ja) 光ディスク装置及びその駆動方法
JPS6231428B2 (nl)
JPS6059654B2 (ja) ト−ンア−ム装置
JP2652697B2 (ja) 光学再生装置
JPS6315645B2 (nl)
JP2663797B2 (ja) 光ピックアップアクチュエータ
JPH0264971A (ja) ディスク再生装置
JPH02110877A (ja) ディスク装置
JPS61170968A (ja) トラックアクセス装置
JP3994621B2 (ja) 光学式ディスク駆動装置
JPS6059656B2 (ja) ト−ンア−ム装置
JP2805651B2 (ja) 対物レンズ駆動装置
KR100267253B1 (ko) 광 디스크 드라이버 트래킹 액츄에이터의 위치 제어장치
JPS5826105B2 (ja) ジツタ−ホシヨウソウチ

Legal Events

Date Code Title Description
A85 Still pending on 85-01-01
BV The patent application has lapsed