[go: up one dir, main page]

NL8003308A - Eentoets-akkoord systeem voor elektronisch klavier- instrument. - Google Patents

Eentoets-akkoord systeem voor elektronisch klavier- instrument. Download PDF

Info

Publication number
NL8003308A
NL8003308A NL8003308A NL8003308A NL8003308A NL 8003308 A NL8003308 A NL 8003308A NL 8003308 A NL8003308 A NL 8003308A NL 8003308 A NL8003308 A NL 8003308A NL 8003308 A NL8003308 A NL 8003308A
Authority
NL
Netherlands
Prior art keywords
gate
chord
key
tone
signal
Prior art date
Application number
NL8003308A
Other languages
English (en)
Original Assignee
Cbs Inc
Priority date (The priority date is an assumption and is not a legal conclusion. Google has not performed a legal analysis and makes no representation as to the accuracy of the date listed.)
Filing date
Publication date
Application filed by Cbs Inc filed Critical Cbs Inc
Publication of NL8003308A publication Critical patent/NL8003308A/nl

Links

Classifications

    • GPHYSICS
    • G10MUSICAL INSTRUMENTS; ACOUSTICS
    • G10HELECTROPHONIC MUSICAL INSTRUMENTS; INSTRUMENTS IN WHICH THE TONES ARE GENERATED BY ELECTROMECHANICAL MEANS OR ELECTRONIC GENERATORS, OR IN WHICH THE TONES ARE SYNTHESISED FROM A DATA STORE
    • G10H1/00Details of electrophonic musical instruments
    • G10H1/36Accompaniment arrangements
    • G10H1/38Chord
    • G10H1/386One-finger or one-key chord systems
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10STECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10S84/00Music
    • Y10S84/22Chord organs
    • YGENERAL TAGGING OF NEW TECHNOLOGICAL DEVELOPMENTS; GENERAL TAGGING OF CROSS-SECTIONAL TECHNOLOGIES SPANNING OVER SEVERAL SECTIONS OF THE IPC; TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10TECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC
    • Y10STECHNICAL SUBJECTS COVERED BY FORMER USPC CROSS-REFERENCE ART COLLECTIONS [XRACs] AND DIGESTS
    • Y10S84/00Music
    • Y10S84/23Electronic gates for tones

Landscapes

  • Physics & Mathematics (AREA)
  • Engineering & Computer Science (AREA)
  • Acoustics & Sound (AREA)
  • Multimedia (AREA)
  • Electrophonic Musical Instruments (AREA)

Description

49 643/AH/AS - 1 - ï <* Eéntoets-akkoord systeem voor elektronisch klavier-instrument.
t De uitvinding heeft betrekking op een ééntoets- akkoord systeem voor een elektronisch klavierinstrument, waarbij het bedienen van een enkele toets op een klavier-bord een volledig akkoord teweeg brengt in plaats van i 5 een enkele toon op een enkele toonhoogte of meerdere toonhoogten.
In tot nu toe bekende systemen voor het tot stand brengen van een akkoord met één toets op een standaardklavier hebben kenmerkend wisselstroom toets- of akkoord-10 toonsignalen onder gebruikmaking van meervoudige contacten, die behoren bij elke toets van het klavier, of gelijkstroom toets- of ééntoets-akkoord systeem, beschreven in het Amerikaanse octrooischrift 4.000.674, dat is bestemd om te worden gebruikt in een elektronisch klavier-15 instrument, waarbij enkelvoudige contacttoetsschakelaars worden gebruikt voor het gelijkstroom-poorten van toonsignalen. Een primair poortsignaal vanuit een bediende toetsschakelaar stuurt een van een aantal akkoordpoorten teneinde een akkoordpoortsignaal te leveren, dat door 20 één van een groep logische akkoordeenheden wordt omgezet in secundaire poortsignalen. De primaire en secundaire poortsignalen bedienen toonsignaalpoorten voor toonsignalen, die corresponderen met een muziekakkoord. De akkoordpoorten worden ten alle tijden bekrachtigd en 25 door een sterketen van de besturing van een werkstand regelketen wordt verhinderd, dat de akkoordpoorten reageren op secundaire poortsignalen, waardoor het enkelvoudige toetsakkoordsysteem wordt uitgeschakeld teneinde het orgel te doen terugkeren naar haar normale werkstand.
30 Een verder bekend ééntoets-akkoord systeem is het "Magie Genie Chords" systeem, gebruikt in het Lowrey-orgel en beschreven in het Service Manual for Lowrey's Model TG-1. Met dit systeem kunnen 48 akkoorden worden weergegeven, waarbij semi-automatisch gebruik wordt 35 gemaakt van 13 toetsen van de onderste manuaal plus een voetschakelaar aan één zijde van de uitdrukpedaal 800 33 08
V
- 2 - van het orgel. De 12 majoorakkoorden van de muziekschaal kunnen worden voortgebracht door slechts één toets tegelijk te bespelen, waarbij steeds de naam van de toets wordt ingedrukt, die correspondeert met de naam van het 5 weergegeven akkoord. Een tweede onderste A-toets (A2) is gereserveerd voor het veranderen van een één vinger-akkoord van een majeur-akkoord naar een zevende dominant-akkoord, d.w.z. door het bedienen van de toetsen C en A2 zal een zevende C-dominant-akkoord worden voortgebracht, 10 of door het gelijktijdig indrukken van een D-toets en de toets A2 zal een zevende D-dominantakkoord worden voortgebracht, enz. Elk majeur-akkoord of zevende dominant-akkoord kan worden veranderd in een mineur-akkoord door het gelijktijdig indrukken van de bovengenoemde voet-15 schakelaar aan het uitdrukpedaal.
De uitvinding heeft ten doel een éêntoets-akoord systeem voor een gelijkstroom-gepoort elektronisch klavierinstrument te verschaffen, waarbij dezelfde klavier contacten en gelijkstroompoorten worden gebruikt als 20 bij de normale meervoudige toets-akkoordbediening van het instrument, dat dezelfde akkoordbespelingscapaciteit vertoont als het bovengenoemde Lowrey-systeem, doch waarvan de uitvoering eenvoudiger is dan één van de bovengenoemde bekende systemen, waardoor een elektro-25 nisch klavierinstrument met minimum kosten kan worden verschaft.
Voor het bereiken van het bovengenoemde oogmerk wordt volgens de uitvinding voorzien in een ééntoets-akkoord systeem, waarbij dezelfde toetsschakelaars en gelijk-30 stroomtoonsignaalpoorten worden gebruikt als bij de normale meervopdige toets-akkoordbediening van het muziekinstrument. Een eerste groep toetsschakelaars (de onderste twaalf toetsen in het geval van een spinet-orgel) zijn verbonden met een gemeenschappelijke lijn, 35 die op haar beurt is aangesloten op een speelwijze-kies-keten, voor het selectief toevoeren van een gelijkstroom-potentiaal van een positieve of negatieve polariteit en elk van een tevoren bepaalde amplitude. In het gegeven uitvoeringsvoorbeeld zal wanneer een tevoren bepaalde 80 0 3 3 08 - 3 - ’r negatieve potentiaal wordt aangelegd aan de gemeenschappelijke lijn en één van de toetsschakelaars van de eerste groep wordt bediend, één van een groep logische akkoord-^ ketens worden bediend teneinde een aantal hulppoort- 5 signalen te leveren voor het bedienen van toonsignaal- "poortorganen"(keyers) voor het afgeven van toonsignalen, die corresponderen met een muziekakkoord. Door een alpha-numeriek aanwijspaneel in de nabijheid van het klavier, dat gestuurd wordt door signalen vanuit de logische 10 akkoordketens, wordt het door middel van het ééntoets- akkoord systeem bespeelde akkoord aangewezen. Wanneer de speelwijzekiesketen wordt -bediend voor het aanleggen van een tevoren bepaalde positieve potentiaal aan de gemeenschappelijke lijn zullen de logische akkoordketen buiten 15 werking worden gesteld en keert het muziekinstrument -terug naar haar normale bespelingswerkstand.Door de polariteit van de potentiaal, aangelegd aan de gemeenschappelijke lijn voor de akkoordtoetsschakelaars wordt vastgesteld of het systeem zich in de normale bespelings-20 werkstand of in de één vinger-akkoord werkstand bevindt, waarbij de kans op het gelijktijdig werkzaam zijn van beide spelingswijzen wordt uitgesloten. Het systeem is derhalve bedieningsfoutvrij en relatief goedkoop uit te voeren doordat geen blokkeer- of andere logische ketens 25 nodig zijn.
De uitvinding zal hieronder nader worden toegelicht aan de hand van de tekening, waarin bij wijze van voorbeeld een gunstige uitvoeringsvorm van de ééntoets-akkood inrichting voor een elektronisch klavierinstrument 30 volgens de uitvinding is weergegeven.
Hierin toont:
Pig. 1 een blokschema van een gunstige uitvoeringsvorm van het ééntoets-akkoord systeem volgens de uitvinding, 35 Pig. 2 gedeeltelijk blokschematisch één van de toonsignaalpoortorganen, toegepast in het systeem volgens fig. 1,
Pig. 3 gedeeltelijk blokschematisch de logische akkoordketens, toegepast in het systeem volgens fig. 1, 8003308 - 4 -
Fig. 4 een elektrisch schema van een speelwijze-kiesketen, geschikt om te worden toegepast in het systeem volgens fig. 1,
Fig. 5 de wijze, waarop fig. 6 en 7 kunnen worden 5 aaneengevoegd voor het verkrijgen van een volledige logische uitleesketen,
Fig. 6 en 7 tezamen een elektrisch schema van de logische keten voor het besturen van een alpha-nume-rieke aanwijzing van de naam van het door middel van het 10 systeem volgens fig. 1 bespeelde akkoord,
Fig. 7A een logisch diagram van de alpha-numerieke afbeelding, toegepast in de keten volgens fig. 6 en 7,
Fig. 7B op vergrote schaal de alpha-numerieke afbeelding, die een zevende B° akkoord aangeeft, en 15 Fig. 8 schematisch een vooraanzicht van een elektronisch orgel, waarop het akkoordbesturingssysteem volgens de uitvinding is toegepast.
De in fig. 1 weergegeven êëntoets-akkoord inrichting voor een elektronisch klavierinstrument bevat 20 de volgende bekende elementen: een toongenerator 10 voor het leveren van toonsignalen, die corresponderen met tonen van de muziekschaal, een uitgangssysteem 12, dat weergeef- en andere signaalwijzigingsketens bevat van het bekende type voor het omzetten van de toonsignalen 25 in hoorbare muziektonen, een groep toonsignaalpoortor-ganen (keyers), één voor elke toets van het klavierin-strument, waarvan er zeven zijn weergegeven en aangeduid met 14-26, die elk één van de toonsignalen van de toongenerator 10 ontvangen en reageren op een poortsignaal 30 teneinde het toonsignaal te poorten naar het uitgangssysteem, en een klavier met een aantal toetsschakelaars, welk aantal correspondeert met het aantal toetsen op het klavier, waarvan er zeven zijn weergegeven en aangeduid met 28-40. Van de toetsschakelaars is het e’ne con-35 tact telkens aangesloten op een gelijkstroompotentiaal-bron en wanneer een toetsschakelaar wordt bediend zal een primair poortsignaal worden aangelegd aan de ingangs-poortsignaallijn van een bijbehorend poortorgaan. De signaalpoortorganen kunnen van een bekende vorm zijn, 80 0 3 3 08 - 5 - waarbij de keuze afhankelijk is van de aard van de toon-generator 10.
Fig. 2 toont meer in detail een dergelijk toon-signaalpoortorgaan, dat een omhullende-keten bevat, 5 bestaande uit een met een respectieve toetsschakelaar verbonden weerstand 42 en met een referentiepotentiaal-bron zoals aarde verbonden condensator 44, welke omhullende keten een omhullende stuursignaal aanleggen aan één of meer audiopoorten 46, die een toonsignaal vanuit de 10 toongenerator 10 poorten naar het uitgangssysteem 12.
Ook kan elk toontsignaalpoortorgaan bestaan uit een gestemde oscillator, die werkzaam wordt in antwoord op een poortsignaal vanuit de bijbehorende toetsschakelaar teneinde de geschikte toon te leveren aan het uitgangs-15 systeem. De details van de toonsignaalpoortketen zijn onbelangrijk voor de uitvinding en volstaan wordt te vermelden, dat elk hiervan reageert op een poortsignaal aan haar ingangspoortlijn teneinde een toonsignaal te poorten naar het uitgangssysteem van het muziekinstrument. 20 Een éëntoets-akoord bediening wordt bereikt door een eerste groep van 12 toetsschakelaars, in het gegeven uitvoeringsvoorbeeld volgens fig. 1 voor de toetsen Fl... E2, te verbinden met een gemeenschappelijke lijn 48, waarop een gelijkstroompotentiaal wordt aangelegd door 25 een spanningskiesketen 50, gestuurd door een speelwijze-regelorgaan, dat schematisch is voorgesteld als een schakelaar 52, die naar keuze verbindbaar is met hetzij een aansluitpunt van positieve potentiaal 54 of een aansluitpunt van negatieve potentiaal 56. in het gegeven 30 uitvoeringsvoorbeeld bedraagt de positieve potentiaal aan het aansluitpunt 54 circa 15 Volt en de negatieve potentiaal aan het aansluitpunt 56 circa 6 Volt, beide ten opzichte van "aarde. Wanneer de speelwijzeschakelaar 52 (die bevestigd kan zijn aan de console van het muziek-35 instrument) is ingesteld in de normale stand en de toetsschakelaar 28 (Fl) gesloten is, wordt een positief potentiaal via een diode 58 gevoerd naar het toonsignaalpoort-orgaan 14, waarmede het bijbehorende toonsignaal vanuit de toongenerator 10 wordt gepoort naar het uitgangs- 800 3 3 08 - - 6 - systeem 12. Evenzo zal zolang de potentiaal aan de ver-zamellijn 48 positief is door het sluiten van één van de andere toetsschakelaars van de genoemde eerste groep van 12 toetsschakelaars (waarvan er slechts twee andere 5 zijn weergegeven) een poortsignaal worden aangelegd aan een bijbehorend poortorgaan via bijbehorende dioden, bijvoorbeeld de dioden 60 en 62, die resp. behoren bij de toetsschakelaars 30 en 32.
Een tweede groep van 10 toetsschakelaars, be-10 horende bij de toetsen F2 ... D3, waarvan er twee zijn weergegeven en aangeduid met 34 en 36, zijn verbonden met een tweede gemeenschappelijke lijn 64, gescheiden van de lijn 48, waarop een positief gelijkstroomsignaal van circa 15 Volt is aangelegd vanuit een aansluitcontact 15 66. Om redenen, die later duidelijker zullen worden, is elk van de toetsschakelaars van deze tweede groep via een diode 68, resp. 70, verbonden met een respectief toonsignaalpoortorgaan. De overige toetsschakelaars van het toetsenbord (dit zijn die, welke niet behoren bij 20 de toetsen van de eerste en de tweede groep) zijn eveneens verbonden met de gemeenschappelijke lijn 64 en elk hiervan is direct verbonden met een respectief toonsignaalpoortorgaan. Het zal duidelijk zijn, dat wanneer het speel-wijzeschakelorgaan 52 in de "normale" speelstand is, 25 de lijnen 48 en 64 beide op een positief potentiaal zijn, waardoor de normale speelwerking met meervoudige toets-bediening voor het voortbrengen van akkoorden is vrijgegeven .
Een akoord voortbrenging door middel van 30 één toets wordt bereikt met behulp van een groep logische akkoordketens, die elk zijn verbonden met één toetsschakelaar van de eerste tevoren gekozen groep, van welke groep logische akkoordketens er één in fig. 1 is voorgesteld door het met streeplijnen getekende blok 35 72, welke logische akkoordketen 72 is verbonden met de toetsschakelaar 28, die behoort bij de toets Fl. Hierbij is de toetsschakelaar 28 via een diode 74, die tegengesteld gepoold is aan de diode 58, aangesloten op de ene ingang van een ΝΙΕΤ/ΞΝ- poort 76, die in een grendel- 800 3 3 08 - 7 - *· configuratie is geschakeld met een tweede NIET/EN -poort 78, d.w.z. de uitgang van de poort 76 is verbonden met de ene ingang van de poort 78 en omgekeerd. Indien het speelwijzeschakelorgaan 52 wbrdt geschakeld naar de 5 "akkoord"-speelwijze teneinde de negatieve potentiaal van -5 Volt aan te leggen aan de gemeenschappelijke lijn 48, zal door het sluiten van de schakelaar 28 geen poortsignaal worden toegevoerd aan het poortorgaan 14, doordat de diode 48 een voorspanning in de speelrich-10 ting verkrijgt. In plaats hiervan zal de diode 74 geleidend worden, waardoor de uitgang van de NIET/EN-poort 76 positief wordt en krachtens de grendelconfiguratie-schakeling met de poort 78 zal de uitgangs van deze poort 78 op een laag logisch niveau komen. De uitgang 15 van de poort 76 wordt aangelegd aan de ingang van een bufferversterker 80, die aan haar uitgangen positieve spanning afgeeft, waarmede het F-pedaal van het orgel een P-pedaaltoon kan voortbrengen.
De uitgang van de NIET/EN-poort 76 is verder 20 aangesloten op de ene ingang van elk van drie aanvullende NIET/EN-poorten 82, 84 en 86, welke poorten met hun uitgang elk op een logisch laag niveau gaan wanneer de uitgang van de poort 76 op een logisch hoog niveau is en een positief potentiaal is aangelegd aan de andere 25 ingang van deze poort 76. Op een aansluitpunt 90 van positief potentiaal is een schakelaar 88 aangesloten, waarmede deze positieve potentiaal naar keuze kan worden aangelegd aan de tweede ingang van hetzij de poort 82, hetzij de poort 84,(doch niet aan beide). Wanneer de 30 poort 82 wordt gekozen zal een hulppoortsignaal aan haar uitgang worden geleverd, terwijl wanneer de poort 84 wordt bekrachtigd aan haar uitgang een hulpsignaal zal worden afgegeven. De uitgangen van de poorten 82 en 84 zijn resp. aangesloten op de poortingangsklem van het 35 toonsignaalpoortorgaan, dat behoort bij de speeltoetsen A2 en G2$= (of A2°) . De toets A2 moet dus worden bespeeld in een geval van een majeur-akkoord, terwijl de toets G2£ (A2°) moet worden bespeeld in een mineur-akkoord.
De in fig. 1 schematisch weergegeven schakelaar 88 kan 800 3 3 08 - 8 - een externe keuzeschakelaar zijn, die gemonteerd is aan de orgellessenaar of een logische keten zijn voor het kiezen tussen majeur- en mineur-akkoorden. Hetzij de majeur-, hetzij de mineur-akkoorden kunnen worden ge-5 wijzigd naar zevende akkoorden door vanuit de positieve potentiaalklemmen 92 een positieve potentiaal toe te voeren naar de tweede ingang van de poort 86 door het sluiten van een schakelaar 94. Het signaal aan de uitgang van de poort 86 wordt aangelegd aan de poortingang 10 van het toonsignaalpoortorgaan, dat behoort bij de toets D2. De uitgang van de NIET/EN-poort 78 wordt via dioden 96 en 98 toegevoerd en bevat hulppoortsignalen voorde poortorganen, behorende bij de toetsen F2 en C2, dit zijn de andere twee constante tonen in het P-akkoord. 15 Elke toets van het klavier, dat bepaald wordt onder besturing van het ëéntoets-akoord systeem fen dat toetsen van de bovengenoemde tweede groep en enkele toetsen van de eerste groep zal bevatten) is voorzien van een bufferketen 100 voor het overdragen van het hulp-20 poortsignaal vanuit de logische akkoordketen naar het poortorgaan. Elk van deze ketens, waarvan er slechts één is weergegeven, die de diode 96 koppelt met de poortingang van het toonsignaalpoortorgaan 20, behorende bij de toets F2, bevat een l>uff er ver sterker 102, waarvan de 25 uitgangsklem is aangesloten op de basiselektrode van een transistor 104, waarvan de emittor is aangesloten op een aansluitcontact 106 van positieve potentiaal, terwijl deze emittor zich via een weerstand 108 met de basis van deze transistor is verbonden. Het aan de collec-30 tor van de transistor 104 geleverde signaal wordt via een leiding 110 toegevoerd aan de poortingang van het toonsignaalpoortorgaan 20. Het zal duidelijk zijn , dat elk van de andere uitgangen van het weergegeven logische akkoordsysteem eveneens via een dergelijke bufferketen 35 100 is aangesloten op het poortingangcontact van de bijbehorende toonsignaalpoortketen. Wanneer dus de toets-schakelaar F1 wordt ingedrukt en het majeur-akkoord wordt gekozen zullen door tussenkomst van de genoemde logische keten de toetsen F2, C2 en A2 worden bespeeld en het F-pedaal worden bediend. Indien de schakelaar 94 tegelijk-
800 3 3 OS
v - 9 - ertijd wordt gesloten wordt bovendien de toets D2 bespeeld. Indien het mineur-akkoord wordt gekozen zal door tussenkomst van de genoemde logische keten het F-pedaal worden bediend en zullen de toetsen F2, C2 en G2& (A2 j 5 worden bespeeld.
Teneinde te waarborgen, dat de logische akkoord-keten wordt vrijgegeven wanneer de bespeelde toets (in dit geval Fl) wordt losgelaten zal een pulstrein vanuit een pulsgenerator 112 met een pulsherhalingsfrequentie 10 van kenmerkend 100 Hz worden aangelegd aan de tweede ingang van de NIET/EN-poort 78, teneinde aldus een terugstelpuls aan de grendelconfiguratie 76, 78 toe te voeren in elke tien millisec. Zolang de toets Fl wordt vastgehouden zal de uitgang van de poort 76 positief 15 zijn en zal de uitgang van de poort 78 in hoofdzaak negatief blijven met uitzondering van korte positieve perioden gedurende het optreden van de vrijgeefpulsen, doch deze pulsen, die aanzienlijk korter zijn dan de gebruikelijk poortingsomhullende van de toonsignaal-20 poortorganen, zullen niet worden gehoord in het uit-gangssysteem. Wanneer de bespeelde toets wordt losgelaten zal door de volgende puls vanuit de pulsgenerator 112 de grendelketen worden teruggesteld in de uit-toestand, waarbij de hulppoortingssignalen niet langer 25 worden geleverd, waardoor de tonen, die het akkoord vormen, ophouden.
Zoals eerder opgemerkt is elk van de toetsen van de eerste tevoren gekozen groep voorzien van een logisch akkoordketen van de beschreven configuratie (waarvan er 30 in fig. 1 twee blokschematisch zijn voorgesteld door de blokken 120 en 122), die elk verbonden zijn met een bijbehorende toetsschakelaar via een diode, die tegengesteld gepoold is aan de diode, .die het primaire poort-signaal verlaat. De bij de logische akkoordketens 120 35 en 122 behorende dioden zijn resp. aangeduid met 124 en 126. Het zal duidelijk zijn, dat de door elk van de andere elf logische akoordketens afgegeven hulppoort-signalen worden toegevoerd aan de bijbehorende poortorganen voor het laten klinken van de tonen van de 800 3 3 08 - 10 - bijbehorende akkoorden.
In het ééntoets-akkoord systeem volgens de uitvinding is voor elke toetsschakelaar van de eerste tevoren gekozen groep een logische akkoordketen nodig, 5 welke eerste groep in het geval van een spinetorgel de toetsschakelaars omvat, die behoren bij de eerste twaalf tonen, t.w. F1 ... E2. In een speeltafelorgel moeten logische ketens zijn aangesloten op elk van de toetsen 6 ... 17 (corresponderende met de toetsen F1 ... E2).
10 De beschreven logische akkoordketen en verdere ketenconstructie kan derhalve voor een speeltafelorgel hetzelfde zijn als voor een spinetorgel. Een bufferketen 100 is vereist voor elke toets, die bespeeld wordt vanuit de twaalf logische akkoordketens en uiteraard is een 15 toonsignaalpoortorgaan vereist voor elke toets van het klavierinstrument. Er is slechts één pulsgenerator 112 vereist voor het terugstellen van de grendels van alle logische akkoordketens.
Na het bovenstaande zal het duidelijk, dat de 20 polariteit van de lijn, die gemeenschappelijk is voor toe ts schakel aars, die logische akkoosiketend hebben, het gehele ééntoets-akkoord systeem bestuurt. Wanneer de lijnpotentiaal negatief is worden de logische akkoordketens vrijgegeven en de normale poorting geblokkeerd, 25 terwijl wanneer de lijnpolariteit positief is de logische akkoordketens automatisch buiten werking worden gesteld en het klaviersysteem normaal werkt. Er zijn geen aanvullende logische en blokkeerketens nodig doordat het systeem hetzij in de ene, hetzij in de andere speel-30 wijzewerkstand is en het niet mogelijk is om het systeem tegelijkertijd in beide gaeelwij zewerks tanden te laten zijn.
Fig. 3 toont het elektrische verbindingsschema , van de twaalf logische akkoordketens, die resp. behoren 35 bij de toetsschakelaars F1 ... E2. De interene verbindingen van de logische akkoordketen 72, die is aangesloten op de Fl-toetsschakelaar, zijn in de linker bovenhoek van fig. 3 weergegeven. De andere elf logische akoord-ketens hebben dezelfde interne verbindingen. Het zal 8 0 0 3 3 08 - 11 - duidelijk zijn, dat de ingangs- en uitgangsverbindingen naar, van de blokken, die de logische akkoordketens #2... #12 voorstellen dezelfde relatieve plaatsen hebben als de ingangs- en uitgangsverbindingen, die in fig. 3 5 schematisch zijn voorgesteld voor de logische keten 72.
De logische akkoord-keten #2 ... f=12 zijn via een diode resp. verbonden met de toetsschakelaar, die behoren bij de speeltoetsen F#, G, G#, A, A#, B, C, C#, D, D| en E en leveren resp. een signaal voor het weergeven van een 10 corresponderend genaamde pedaaltoon. Opgemerkt wordt, dat een "vrijgeef"puls (van de pulsgenerator 112 in fig. 1) wordt aangelegd aan de ene ingang van de NIET/EN-poort, die correspondeert met de poort 78 in al de logische ketens, en dat stuurlijnen zijn aangesloten op 15 de tweede ingang van de NIET/EN-poorten in elk van de logische akkoordketens, corresponderende met de poorten 82, 84 en 86 voor het aanleggen van resp. "zevende vrijgeef"-, "mineur-vrijgeefen "majeur-vrijgeef"-stuursignalen. De vijf uitgangslijnen van elk van de 20 logische akkoordketens (in aanvulling op de pedaaltoon-uitgang) zijn verbonden met vijf gekozen lijnen van een groep van twaalf uitgangslijnen, die via (in fig. 3 niet nader weergegeven) respectieve buffers zijn verbonden met de toonsignaalpoortorganen, behorende bij de speeltoetsen 25 Dl ... D2. De beschreven en weergegeven onderlinge verbindingen waarborgen, dat de naam van het voortgebrachte akkoord correspondeert met de naam van de ingedrukte toets.
Zoals bij de beschrijving van de logische akoord-30 keten 72 werd opgemerkt, zal door het indrukken van de bijbehorende toetsschakelaar de grendelconfiguratie de uitgang van de NIET/EN-poort 78 op een laag logisch niveau brengen. Deze signalen van de uitgang van de poort 78 in elk van de twaalf logische akoordketens 35 worden toegevoerd aan een (nog nader te beschrijven) logische keten voor een alpha numerieke afbeelding, die het gespeêlde akkoord aangeeft. De aan de logische afleeseenheid toe te voeren signalen van de logische akkoordketen worden van het bekrachtigingssignaal van 800 3 3 08 - 12 - een bijbehorende 'toetsschakelaar onderscheiden sloor aan de aanduidingen van de logische afleessignalen een accent toe te voegen. In het geval van de logische akkoordketen 72 is bijvoorbeeld het inkomende signaal voor wat de-5 toetsschakelaar betreft, aangeduid met F, terwijl het aan de logische afleeseenheid toegevoerde signaal is aangeduid met F'.
Fig. 4 toont het elektrische schakelschema van een geschikte speelwijzeregel- en spanningskiesketen 10 voor het schakelen van de polariteit en potentiaal van de gelijkspanning, aangelegd aan de lijn, die gemeenschappelijk is voor de bovengenoemde eerste groep toets-schakelaars. Deze keten wordt geregeld door middel van een "akkoord aan/uit" schakelaar 52, waarvan het ene 15 vaste contact is aangesloten op een spanningsklem 150 van -5 Volt, terwijl het andere contact via een weerstand 152 is aangesloten op de klokingang van een JK-flipflop 154, De Q-uitgang van de flipflop is via een diode 56 en een weerstand 58 aangelegd aan de basiselektrode van 20 een transistor 160, terwijl de Q-uitgang van deze flipflop via een diode 162 en een weerstand 164 is aangelegd aan de basiselektrode van een verdere transistor 166.
De emittors van de transistoren 160 en 166 zijn elk aangesloten op een spanningsklem van -6 Volt en verder via 25 een weerstand verbonden met de basiselektrode. De collector van de transistor 166 is via een weerstand 168 verbonden met de basiselektrode van een transistor 170, waarvan de emittorelektrode is verbonden met de emittor-elektrode van een verdere transistor 180 en via een 30 weerstand 174 met de basiselektrode. De collector van de transis,tor 170 is via een weerstand 176 aangesloten op een spanningsklem 178 van -6 Volt en verder op de gemeenschappelijke toetsschakelaarlijn 48. De basis van de transistor 180 is verbonden met de gemeenschappelijke 35 normale toetsschakelaarlijn 64 voor de toetsen 13 ... 44 (in het geval van een spinetorgel) en haar collector is aangesloten op een spanningsklem 172 van +15 Volt. De gemeenschappelijke toetsschakelaarlijn 48 is aangesloten op de basiselektrode van een transistor 182 en via een 800 3 3 08 - 13 - weerstand 184 op de emittor van de transistor 182, welke emittor verder verbonden is met de collectorelektrode van de transistor 160. De collector van de transistor 182 is aangesloten op de éne ingang van NIET/EN-poort 186.
5 De collector van de transistor 182 zal op aardpotentiaal of de potentiaal nul zijn wanneer geen toetsschakelaars in het akkoordkiesgebied van het klavier worden vastgehouden. Wanneer een schakelaar wordt ingedrukt zal de collector van de transistor 182 op eeft laag logisch 10 niveau komen en een potentiaal van circa -5 Volt aanleggen aan de ene ingang van de NIET/EN-poort 186. De andere ingang van de NIET/EN-poort 186 is verbonden met een schakelaar 194, die schakelt tussen de akkoordgeheugen-standen "aan" en "uit".
15 Wanneer de schakelaar 194 in de geheugen uit-stand is, is het andere ingangscontact van de poort 186 aangesloten op -5 Volt. Een negatieve ingang aan één van de ingangsklemmen van de NIET/EN-poort 186 zal de uitgang hiervan op een hoog of positief logisch niveau brengen, 20 dat in dit geval de aardpotentiaal is. De uitgang van de poort 186 is aangelegd aan de ene ingang van een tweede NIET/EN-poort 188, aan de andere ingangsklem waarvan een smelle pulstrein wordt toegevoerd vanuit een klokgene-rator 190. De werkfractie van deze pulsen is zeer kort 25 t.w. circa 2% of minder. De frequentie is niet kritisch, < doch in het gegeven uitvoeringsvoorbeeld bedraagt zij enige honderden Hz. Indien beide ingangsklemmen van de NIET/EN-poort 188 positief zijn (d.w.z. dat een positieve potentiaal is toegevoerd vanuit een uitgangsklem 30 van de NIET/EN-poort 186 en positieve pulsen vanuit de klokpulsgenerator 190) zal aan de uitgang van de poort 188 een negatieve pulstrein verschijnen, die wordt af-gegeven aan de wis-lijn van de akkoordgrendelketens (fig. 3). Telkens wanneer een negatieve puls verschijnt 35 zal enigerlei informatie, die is vastgehouden in de logische akkoordgrendelketens, worden gewist. In de geheugenuit-stand van de schakelaar 194 zal de uitgang van de NIET/EN-poort 186 steeds positief zijn, bij elke negatieve ingang de uitgang positief doet worden. Der- 8 0 0 3 3 08 - 14 - halve zullen steeds klokpulsen toegevoerd aan de "wis"-lijn worden, zodat telkens wanneer een toets wordt losgelaten de betreffende informatie direct verloren gaat.
Indien nu de schakelaar 194 wordt geschakeld 5 bij de geheugen aan-stand zal een "positieve" potentiaal worden toegevoerd aan de eerste ingangsklem van de NIET/EN-poort 186 en telkens wanneer een toets wordt ingedrukt zal de collector van de transistor 182 weer een negatieve ingang doen verschijnen aan de andere ingangs-10 klem van de poort 186. Derhalve zal de uitgangen van de NIET/EN-poort 186 uitsluitend positief zijn terwijl de toets wordt vastgehouden, waardoor alleen gedurende het indrukken van de toets negatieve pulsen zullen verschijnen aan de uitgang van de NIET/EN-poort 188. Wanneer de 15 toets wordt losgelaten zullen derhalve geen verdere wis- of terugstelpulsen worden toegevoerd aan de grendel-ketens en de laatst ievergrendelen keten zal vergrendeld blijven totdat een verdere toets wordt ingedrukt. Aldus verschaffen de poorten 186, 188, de klokgenerator 190 20 en de bijbehorende ketens een geheugenfunctie, waarmede het akkoord wordt vastgehouden, dat gespeeld werd en dit akkoord wordt vastgehouden totdat een volgend wordt gespeeld of totdat een vrijgeefschakelaar wordt bediend. Door het indrukken van een geheugenvrijgeefschakelaar 25 186, die geschakeld is tussen de uitgang van de poort 188 en een spanningsklem van -5 Volt zal een permanente "wis"-toe stand ontstaan, waardoor alle grendelketens (fig. 3) zullen ontgrendelen. Een paar dioden 198 en 200 verschaffen een NIET/OF-functie van de ingangen op 30 de wislijnen vanuit de NIET/EN-poort 188 of de geheugenvrij geef schakelaar 196. Het zal duidelijk zijn, dat wanneer de flipflopketen 154 in haar uit-stand of in haar eerste stabiele stand is, dezelfde positieve potentiaal, die normaal is aangelegd aan de overige toetsen, wordt 35 aangelegd aan de gemeenschappelijke lijn 48 voor de eerste twaalf toetsschakelaars. In deze werkstand zullen derhalve de eerste twaalf toetsschakelaars en bijbehorende poortorganen op de normale wijze bekrachtigen. Wanneer de schakelaar 52 tijdelijk gesloten is voor het 8G0 6608 - 15 - ‘ instellen van de flipflop 154 in 'de tweede stabiele stand of akkoord-werkstand zal de gecombineerde werking van de flipflop 154 en de logische functie, verschaft door de genoemde schakelingen van de transistoren 160, 5 166, 170, 180 en 182, de gemeenschappelijke toetsschake- laarlijn voor de eerste twaalf toetsschakelaars doen verbreken van de normale positieve gelijkspanning en aansluitènd op de spanningsklem 178 van -6 Vólt. Meer in het bijzonder zal wanneer het systeem in de normale 10 werkstand is de flipflop 154 worden vergrendeld in de toestand, waarin de uitgang Q op een logisch laag niveau is, welke uitgang Q een potentiaal van -5 Volt heeft krachtend de werking van de fliflop en de logische werking bij -5 Volt (nominaal) teneinde aanpasbaar te 15 zijn met de TTL-logica, toegepast in de logische akkoord-ketens. Door een negatieve spanning aan de flipflop-uitgang Q zal de transistor 160 worden afgeknepen, waardoor de verbinding met de transistor 182 wordt geopend en de transistor 182 en de gemeenschappelijke toets-20 schakelaarlijn 48, verbonden met de basiselektrode van de transistor 182, komen op een meer positieve spanning. Tegelijkertijd is de Q-uitgang van de flipflop 184 tegengesteld aan de Q-uitgang, in dit geval op de nul-potentiaal en wanneer deze wordt aangelegd aan de basis 25 van de transistor 166 zal deze transistor in de verza-digingstoestand komen, waardoor op haar beurt de pnp-transistor 170 in de verzadigingstoestand wordt gebracht. Doordat de 'transistor 170 in de verzadigingstoestand komt, zal de collectorspanning hiervan worden opegetrokken 30 tot een positieve potentiaal van de emittor hiervan. De basis van de transistor 180 is aangesloten op de gemeen- 9 schappelijke normale toetsschakelaar-lijn 64 en de emittor is aangesloten op de gemeenschappelijke lijn 48 voor de eerste groep van twaalf toetsschakelaars. Aldus wordt 35 door de werking van de transistoren 170 en 180 en hun bijbehorende ketens aan de gemeenschappelijke lijn 48 een potentiaal aangelegd, die gelijk is aan +15 Volt, verminderd met de spanningsval over de emittor-basis-wegen van de twee transistoren.
800 3 3 08 - 16 -
Wanneer de schakelaar 52 wordt ingedrukt voor het kiezen van de akkoord-speelwijzewerkstand zal een signaal van -5 Volt worden aangelegd aan de klokingang van de flipflop 154, waardoor deze flipflop zal vergren-5 delen in de toestand, tegengesteld aan die, waarbij haar Q-uitgang op een hoog logisch niveau is (in het gegeven, uitvoeringsvoorbeeld 0 Volt) en haar Q-uitgang op een laag logisch niveau is. Wanneer de hoge uitgang Q wordt aangelegd aan de basis van de transistor 160 zal deze 10 transistor in de verzadigingstoestand komen, waardoor haar collectorpotentiaal wordt gebracht op de emittor-potentiaal van -6 Volt. Doordat de collector van de transistor 160 via de weerstand 184 en de emittor-basis-weg van de transistor 182 is aangesloten op de gemeen-15 schappelijke lijn 48 zal aan deze lijn een potentiaal van circa -5 Volt worden aangelegd. Tegelijkertijd zal de Q-uitgang van de flipflop 154 op een logisch laag niveau komen, waardoor de transistor 166 wordt afgeknepen, die op haar beurt de transistor 170 afknijpt en de 20 gemeenschappelijke lijn 48 vrijmaakt van de positieve potentiaal aan de basis van de transistor 180. Telkens wanneer een toetsschakelaar van de eerste groep toetsen wordt ingedrukt zal doordat de stroom door de emittor-basisweg van de transistor 182 in de geleidingsrichting 25 gaat deze transistor verzadigd worden, waardoor een wis-vrijgeefsignaal verschijnt in antwoord op een "neer-gedrukte toets" toestand zoals eerder beschreven. Wanneer de akkoord-schakelaar 52 weer wordt ingedrukt wordt de flipflop 154 weer vergrendeld in haar normale toestand 30 en zal door het logische systeem weer een positieve potentiaal worden aangelegd aan zowel de gemeenschappelijke toetsschakelaarlijn 48 als aan de lijn 64.
Een belangrijk kenmerk van de uitvinding is dat de naam van het gespeelde akkoord door het ééntoets-35 akkoord systeem continu kan worden weergegeven door middel van een alpha numeriek aanwijsorgaan aan de orgel-speeltafel op een plaats, waar zij voor de organist gemakkelijk zichtbaar is. De aanwijsinrichting bestaat bij voorkeur uit een licht emitterende diode van het 800 3 3 08 -17- twee-elementstype, waarbij elk element 14 segmenten heeft, die wanneer selectief bekrachtigd een groot aantal letters kunnen aanwijzen. Deze vorm van afbeeldinrichting is in fig. 7B viervoudig vergroot weergegeven en is in 5 de handel beschikbaar gebracht door Litronix Corp., afdeling no. DL2614. Elk van de segmenten is een afzonderlijk licht emitterende diode met een anode en een kathode en een stroom gestuurd orgaan, waarbij een segment wordt belicht door een positieve stroombron aan te 10 sluiten op de anode en de kathode op aardpotentiaal te brengen.
Teneinde de naam van het gespeelde akkoord aan te wijzen in antwoord op de signalen van de logische akkbord-keten uit fig. 3 is de logische afleesketen, 15 weergegeven in fig. 6 en 7 gebundeld teneinde haar op een tijdwinningsbasis aan aarde te leggen, waarbij tevoren gekozen groepen kathoden van de 28 licht emitterende dioden het uit twee elementen opgebouwde beeld vormen.
De beeldperiode is verdeeld in vier tijdsegmenten, waar-20 bij één groep kathoden gedurende een vierde beeldperiode aan aarde is gelegd, een tweede groep kathoden voor de volgende kwartsperiode aan aarde is gelegd, enz..De betekenis van deze bundeling zal duidelijk worden uit fig. 7A, dat een logisch diagram voorstelt van het uit 25 licht emitterende dioden opgebouwde beeld 220 uit fig.7B, waarbij elk van de segmenten van elk van de twee elementen van het beeld is geïdentificeerd door de combinatie van een letter en een nummer. In fig. 7A is bijvoorbeeld het bovenste horizontale segment van het linker element 30 aangeduid met Al,. het onderste horizontale segment van dit element met A2, het bovenste horizontale segment m van het rechter element met A3 en het onderste horizontale segment van het rechter element met A4. Het letterdeel van elke aanduiding duidt op de anode van het betref-35 fende segment, terwijl het bijbehorende cijfer duidt op de kathode. Voor het afbeelden van de namen van alle mogelijke akkoorden zijn zeven afzonderlijke groepen anoden vereist, die zijn aangeduid met A, B, C, D, E, F en G, tezamen met vier groepen kathoden, aangeduid 800 3 3 08 - 18 - met 1, 2, 3, 4 die opeenvolgend aan aarde worden gelegd volgens een gebu-ndelde tijdsverdelingsbasis. In het logische diagram volgens fig. 7A hebben alle segmenten met de letteraanduiding A op doelmatige wijze een gemeen-5 schappelijke anode, alle segmenten met de letteraanduiding B een verdere gemeenschappelijke anode, enz. Evenzo hebben alle segmenten met dezelfde cijferaanduiding een gemeenschappelijke kathode, d.w.z. alle segmenten met de cijferaanduiding 1 hebben een gemeenschappelijke 10 kathode, alle segmenten met de cijferaanduiding 2 hebben een gemeenschappelijke kathode, enz. Ter vereenvoudiging van de logische ketens, die nodig zijn voor het correct bekrachtigen van gekozen segmenten zijn de anoden A, B, C en D op geschikte wijze toegewezen aan respectieve 15 tijdsporen, waarvan de betekenis hieronder duidelijk zal worden aan de hand van de beschrijving van de logische afleeseenheid.
De tijdverdelingsbundeling van de kathoden 1, 2, 3 en 4 van de lichtemissiediodegroep 220 wordt bewerk-20 stelligd door het uitvoeren van een deling op de uit gang van een oscillator 222, die bestaat uit een keten van drie NIET/EN-poorten 224, 226 en 228, waarvan de ene ingangsklem telkens aan aarde is gelegd, terwijl de uitgangsklem telkens is verbonden met de andere ingangs-25 klem van één van de andere poorten. Meer in het bijzonder is de uitgang van de poort 224 via een weerstand 230 aangesloten op de tweede ingang van de poort 226, is de uitgang van de poort 226 aangesloten op de tweede ingang van de poort 228, en is de uitgang van de poort 228 30 aangesloten op de- tweede ingang van de poort 224 en verder via een condensator 232 en een weerstand 234 op de tweede ingang van de poort 226. De beschreven keten is een eenvoudige conventionele oscillator, die in hoofdzaak een blokgolfsignaal levert, waarbij de para-35 meters zodanig zijn gekozen, dat'een frequentie van ca. 1 KHz wordt voortgebracht. De frequentie is niet kritisch en de enige eis is dat zij voldoende hoog is om een flikkeren van het beeld te vermijden. Het signaal van de uitgangsklempoort 224 wordt aangelegd aan een 80 0 3 3 08 -19- gexntergreerde keten, die twee flipflops 236 en 238 bevat. Door de flipflop 236 wordt het ingangssignaal door twee gedeeld teneinde twee uitgangssignalen Q1 en Q2 af te geven, waarvan het signaal Q2 wordt toegevoerd 5 aan de flipflop 238 voor een verdere deling door twee, teneinde twee aanvullende blokgolfvormen af te geven, die eveneens zijn aangeduid met Q1 en Q2.
Deze vier uitgangssignalen worden gecodeerd in een NIET/OF-poort 240, die gevormd kan zijn als 10 enkele geïntegreerde keten, die vier afzonderlijke NIET/OF-poorten 242, 244, 246 en 148 bevat. De uitgang Q1 van de flipflop 236 wordt aangelegd aan de ene ingang van elk van de NIET/OF-poorten 244 en 248, terwijl de uitgang Q2 van de flipflop 236 wordt aangelegd aan 15 de ene ingang van elk van de andere NIET/OF-poorten 240 en 246. De uitgang Q1 van de flipflop 238 wordt aangelegd aan de tweede ingangsklem van elk van de poorten 242 en 244, terwijl de uitgang Q2 van de flipflop 238 wordt aangelegd aan de tweede ingangsklem van 20 elk van de poorten 246 en 248. De gecombineerde werking van de flipflops en de NIET/OF-poorten heeft tot gevolg, dat de uitgangsklemmen van elk van de NIET/OF-poorten positief zijn voor eenvierde van de periode en de opeenvolging continu een cyclus doorloopt. 25 De signalen, die aan de uitgangsklemmen van de NIET/OF- poorten 242, 244, 247 en 248 verschijnen, worden via geschikte resistieve koppelingsnetwerken aangelegd aan de basiselektrode van resp. een transistor 250, 252, 254 en 256, van welke transistoren de emittor telkens 30 is aangesloten op een spanningsklem van -5 Volt, teneinde een geïnverteerd ingangssignaal te doen verschijnen aan de collectorelektrode van elk van de transistoren. Door de vier transistoren worden uitgangssignalen 0^, 02i ^3/ en 04 direct afgegeven aan de kathoden van 35 het lichtemissiediodesamenstel 220, die resp. gegroe peerd zijn volgens de nos. 1, 2, 3 en 4. In het geval van een Litronix afbeeldeenheid zijn de signalen 0^, 02> 02 en 04 resp. aangelegd aan aansluitpennen 15, 10, 8 en 5, Het blijkt nu, dat elke groep kathoden op 80 0 3 3 08 ' ' - 20- doe 1 tref fend e wijze cyclisch telkens voor een andere eenvierde tijdsperiode aan aarde wordt gelegd en voor de overige drievierde tijdsperiode niet aan aarde wordt gelegd.
5 Het uitgangssignaal 0^ van de transistor 250 wordt verder aangelegd aan de ene ingang van elk van een zevental OF-poorten 258 ... 270, het signaal 0^ wordt aangelegd aan de ene ingang van elk van een zestal verdere OF-poorten 272 ... 282, het signaal 0^ 10 wordt aangelegd aan de ene ingang van elk van twee verdere OF-poorten 284 en 286, en het signaal 0^ wordt aangelegd aan de ene ingang van een OF-poort 288. Voor de juiste werking van het overige deel van de logische keten is het van belang, dat voor elk van de OF-15 poorten vereist is, dat beide ingangen op een laag logisch niveau zijn teneinde een laag logisch niveau aan de uitgangsklem te verschaffen. Om later nader toe te lichten redenen is tussen de logische akkoordketen uit fig. 3 en de OF-poorten een eerste logische diode-20 matrix geplaatst, terwijl achter de OF-poorten een tweede logische diodematrix is geplaatst. Wanneer bijvoorbeeld de toets F wordt ingedrukt zal de ingang F' van de logische akkoordketen op een logisch laag niveau zijn, waardoor de ene ingang van de OF-poort 268 25 op een laag niveau komt, terwijl de andere ingang aan deze OF-poort eveneens op een logisch laag niveau komt gedurende deze tijdsperiode wanneer het signaal 0^^ van de transistor 250 op een logisch laag niveau is. Derhalve zal er alleen gedurende de eerste en vierde 30 tijdsleuf, waarin het signaal 0^^ op een logisch laag niveau is, een uitgang verschijnen aan de uitgangsklem van de poort 268. De uitgang van de OF-poort 268, die alleen gedurende de eerste tijdsleuf op een logisch laag niveau is, wordt gekoppeld door tussenkomst 35 van gekozen dioden in de tweede diodematrix en be krachtigt de gekozen transistoren van de groep van zes pnp-transistoren 290, 292, 294, 296, 298 en 300, van welke transistoren de collector telkens via een weerstand is aangesloten op een spanningsklem van 800 3 3 08 - 21 - - 5 Volt, terwijl de emittor van deze transistoren elk aan aarde zijn gelegd. De collector van de transistor 290 is verbonden met de gemeenschappelijke anode E van het lichtemissiediodesamenstel 220 en de collectors 5 van de transistoren 292, 294, 296, 298 en 300 zijn resp. verbonden met de anoden A, B, C, De, G van het lichtemissiediodesamenstel 220. Wanneer een minus-stroom wordt aangelegd aan de basiselektrode van een transistor zal een positieve stroom worden toegevoerd 10 aan de respectieve anoden van deze segmenten van de afbeeldinrichting. In het geval, dat de toets F is gekozen zal de positieve stroom alleen worden aangelegd aan de segmenten in het linker element van de afbeeldeenheid, die nodig zijn voor het weergeven van 15 een F, dit zijn de segmenten Al, BI, Cl en Dl. Aldus zullen de kathoden van al deze segmenten gedurende de eerste tijdsleuf aan aarde worden gelegd, met andere woorden door deze segmenten, die een F opbouwen, worden alle tegelijkertijd bekrachtigd en voor slechts één 20 vierde van de tijdsperiode. De herhalingsfrequentie van de oscillator 222 is evenwel voldoende hoog, dat voor het oog geen flikkering wordt waargenomen. Doordat de uitgang van de OF-poort 268 op een logisch laag niveau is wanneer de toets F wordt ingedrukt en het 25 signaal door de tweede diodematrix volgt, zal de tran sistor 292 (voor de anode A) worden vrijgegeven via dioden 302, 303 en 304. De transistor 294 (voor de anodegolf B) wordt vrijgegeven via dioden 302, 303 en 305. De transistor 296 (voor de anode C) wordt 30 vrijgegeven via dioden 302, 303 en 306. Tenslotte wordt de transistor 298 (voor de anode D) vrijgegeven via de dioden 302 en 308. Voor de af te beelden letter F is het derhalve nodig om de anoden A, B, C en D te voeden en tegelijkertijd de kathoden 1 vrij te geven.
35 Alvorens een meer gecompliceerd voorbeeld te beschouwen, waarin gekozen segmenten van beide elementen van het beeld worden bekrachtigd, moet worden opgemerkt, dat van de muziektonen alleen de mollen worden afgeheeld en niet de kruisen. Het mol-teken 800 3 3 08 - 22 - wordt in het rechter element afgebeeld door het verlichten van de segmenten B3, C3, G3 en D3, waarvan de kathoden alle aan aarde zijn gelegd wanneer het signaal 03 gedurende de derde tijdsleuf op een logisch laag 5 niveau is. Aldus wordt zoals in fig. 6 boven is voor gesteld de toon Gft= afgebeeld als Ab, A# afgebeeld als Bb, Cft afgebeeld als Bb, D# afgebeeld als Eb en F# afgebeeld als G . Dit feit wordt ontleedn aan de constructie van de eerste diodematrix teneinde in aanmer-10 king te nemen, dat twee mogelijkheden bestaan voor het aanduiden van een gegeven noot. De noot G zal bijvoorbeeld kunnen zijn een G of een G^. Aldus wordt het logisch lage signaal, dat wordt geleverd wanneer de toets G wordt ingedrukt, via een diode 310 aangelegd 15 aan de ingangsklem van de OF-poort 270 en zal de toon fSf, die identiek is met G° in plaats van te worden aangelegd aan een afzonderlijke OF-poort worden aangelegd aan dezelfde ingang van de OF-poort 270 via de diode 311. Evenzo worden B en B° beide aangelegd aan 20 de ingang van een gemeenschappelijke OF-poort 260, D en D||= beide aangelegd als één ingang van een gemeen- •μ.
schappelijke OF-poort 264, en E en E° beide aangelegd aan één ingang van een gemeenschappelijke OF-poort 266. Verder zijn teneinde het aantal vereiste OF-poorten 25 en het aantal dioden in de tweede logische diodematrix tot een minimum te beperken alle lijnen, waaraan een mol is weergegeven, via respectieve dioden 314, 316, 318, 320 en 322 aangesloten op de ene ingang van een ^ enkele OF-poort 284. Een verdere besparing van keten·? 30 elementen wordt bereikt door het voorgroeperen van bepaalde groepen segmenten, die gemeenschappelijk zijn voor een aantal tekens. Uit een nadere beschouwing van het linker element in fig. 7A blijkt bijvoorbeeld dat de segmenten BI en Cl worden gebruikt als paar 35 voor elk van de letters A, C, E, F en G. Daar telkens wanneer deze segmenten worden gebruikt hetzij tezamen worden gebruikt, zijn zij hiermede logisch voorgecombineerd teneinde het aantal dioden, vereist in de tweede diodematrix, te reduceren.
800 3 3 08 - 23 -
Een zevende akkoord wordt afgeheeld op het rechter element van het beeld door het bekrachtigen van de segmenten A3 en B4 en teneinde de verhoudingen van het cijfer 7 te verbeteren (en ook het uiterlijk 5 van het beeld van het kruis-teken te verbeteren) is de linker bovenhoek van het element gemaskeerd teneinde het boveneinde van het segment B3 en ongeveer de linker helft van het segment A3 te bedekken. Beide van deze segmenten worden geheel belicht, toch 'door het masker 10 wordt verhinderd, dat deze delen worden gezien. Met betrekking tot het logische afleesinrichtingdeel, waarmee de segmenten A3 en B4 worden bekrachtigd, wordt opgemerkt dat wanneer de schakelaar 94 uit fig. 1 wordt bediend een negatieve spanning van circa -5 Volt 15 wordt aangelegd aan de ene ingangsklem van elk van de OF-poorten 286 en 288 en hierbij wordt het signaal 0^ vanuit de transistor 254 aangelegd aan de tweede ingang van de OF-poort 286, terwijl het signaal 0^ van de transistor 256 wordt aangelegd aan de tweede ingang 20 van de OF-poort 288. Een logisch laag niveau aan de uitgang van de OF-poort 286 wordt via een diode 326 gekoppeld met het basiselektrode van de transistor 292, waardoor de anode A wordt bekrachtigd, terwijl een logisch laag niveau aan de uitgangsklem van de OF-25 poort 288 via de diode 324 wordt gekoppeld met de > basiselektrode van de transistor 294 teneinde de anode B te bekrachtigen. Aldus wordt het segment A3 verlicht gedurende de derde tijdsleuf, terwijl het segment B4 wordt verlicht gedurende de vierde tijdsleuf.
30 De werking van de logische uitleesinrichting zal duidelijker worden aan de hand van de beschrijving van de werking hiervan voor het afbeelden van het zevende B° akkoord. De B wordt afgebeeld in het linker element van de afbeeldinrichting 220 door het ver-35 lichten van de segmenten Al, B2, C2, El, D2 en Ξ2.
Het kruis-teken wordt afgebeeld in het rechter element door het verlichten van de segmenten B3, C3, D3, en G3, en zoals zojuist is beschreven, wordt het cijfer 7 (voor zevende akkoord) afgebeeld in het rechter element 800 3 3 08 4 - 24 - door het verlichten van de segmenten A3 en B4. Een logisch laag niveau aan de A}f ingang (van de logische akkoordketen uit fig. 3), die dezelfde is als B , wordt via een diode 328 aangelegd aan telkens de ene 5 ingang van de OF-poorten 260 en 274, en verder via de diode 316 aan de ene ingang van de OF-poort 284.
Het resulterende lage logische niveau aan de uitgang van de poort 260 gedurende het lage logische deel van het signaal 0^, aangelegd aan de andere ingang, 10 wordt via een diode 330 aangelegd aan de basiselek trode van de transistor 290 teneinde de anode E te bekrachtigen en bovendien via de diode 333 aan de basiselektrode 292 teneinde de anode A te bekrachtigen. Daar de uitgang van de OF-poort 260 alleen op een logisch 15 laag niveau is, wanneer het signaal 0^^ tegelijkertijd aanwezig is en de anoden E en A worden bekrachtigd wanneer het signaal 0-j^, aangelegd aan de bijbehorende kathoden 1, op een logisch laag niveau is, zullen aldus de segmenten Al en El worden verlicht. Wanneer de uit-20 gang van de uitgang van de OF-poort 274 op een logisch
laag niveau is (dit is bij toevoer van een logisch laag niveau vanuit de logische akkoordketen en tegelijkertijd op een logisch laag niveau zijn van het signaal zal het signaal via een diode 334 worden 25 toegevoerd aan de transistor 290 teneinde de anode E
te bekrachtigen, via dioden 334 en 332 worden toegevoerd aan de basiselektrode van de transistor 292 teneinde de anoden A te bekrachtigen, via dioden 336 en 338 worden toegevoerd aan de basiselektrode van de tran-30 sistor 294 teneinde de anoden B te bekrachtigen, via de diode 336 en een diode 340 worden toegevoerd aan de basiselektrode van de transistor 296 teneinde de anode C te bekrachtigen, en via de diode 336 en een diode 342 worden toegevoerd aan de basiselektrode van de tran-35 sistor 298 teneinde de anoden D te bekrachtigen. Aan elk van de anoden E, A, B, C en D wordt een positieve stroom toegevoerd gedurende de perioden, dat het signaal, aangelegd aan de kathoden 2, op een logisch laag niveau is. Derhalve worden de segmenten Al, El, 80 0 3 3 08 - 25 - A2, D2, E2, C2 en B2 van het linker element verlicht voor het afbeelden van de letter B zoals in fig. 7B is voorgesteld.
Het afbeelden van het kruis-teken in het 5 rechter element wordt bereikt door het logisch lage niveau aan de ingang A& via de diode 316 te koppelen met de ene ingang van de OF-poort 284, die wanneer het signaal 0^ vanuit de transistor 354 ook op een logisch laag niveau is aan de uitgang van de poort 284 een 10 logisch laag niveau doet ontstaan. Dit signaal wordt direct aangelegd aan de basiselektrode van de transistor 300 teneinde de anoden G te bekrachtigen, en verder via de dioden 344 en 340 aan de basiselektrode van de transistor 296 teneinde de anoden C te bekrachtigen, 15 via de dioden 344 en 338 aan de basiselektrode van de transistor 294 teneinde de anoden B te bekrachtigen, en via de dioden 344 en 342 aan de basiselektrode van de transistor 298 teneinde de anoden B te bekrachtigen. Daar deze vier anoden alleen worden bekrachtigd wan-20 neer het signaal 0^, aangelegd aan de kathoden 3, op een logisch laag niveau is·,, worden de segmenten B3, C3 en E3 en G3 verricht voor het afbeelden van het kruis-teken, voorgesteld in fig. 7B.
Tenslotte wordt het cijfer 7 in het rechter 25 element afgeheeld door (in antwoord op het bedienen van de "zevende-vrijgeefschakelaar") een negatieve potentiaal aan te leggen aan telkens de ene ingang van elk van de OF-poorten 286 en 288, en aan de andere ingang van deze poorten resp. de signalen 0^ en 0^ 30 aan te leggen. ,Het resulterende logisch lage niveau aan de uitgang van de OF-poort 286 wordt via de diode ψ 326 aangelegd aan de transistor 292 teneinde de anode A te bekrachtigen, en het logisch lage niveau aan de ' uitgang van de OF-poort -288 wordt via de diode 324
35 toegevoerd aan de transistor 294, waardoor de anode B
wordt bekrachtigd. Aldus worden de segmenten A3 en B4 verlicht.
Het spelen van een mineur-akkoord wordt aangegeven door een afzonderlijk beeld 364, dat geplaatst 800 3 3 08 - 26 - wordt in de nabijheid van het beeld 220, voorgesteld in fig. 7B en bestaat uit een fotografisch negatief met een onderste huis m hierop, waarachter een kleine licht emitterende diode is geplaatst teneinde te 5 schijnen door het groothoek negatief. Zoals in fig. 7 onder is weergegeven zal wanneer het mineur-akkoord wordt vrijgegeven (zie fig. 1) een nagatieve potentiaal worden aangelegd aan de kathode van de licht emitterende diode 348, waarvan de anode aan aarde is gelegd via een 10 weerstand 350, waardoor de licht emitterende diode wordt verlicht.
Na het bovenstaande zal het duidelijk zijn, dat elke letter, die kan worden voorgesteld door de veertien segmenten van één van de elementen van het beeld, kan 15 worden weergegeven mits de juiste anoden worden gevoed met een positieve stroom en de juiste kathoden aan aarde worden gelegd gedurende de vier tijdsleuven van de klokpuls teneinde de juiste segmenten te verlichten. Alle segmenten, die moeten worden verlicht voor het 20 afbeelden van de door tussenkomst van het beschreven systeem bespeelbare akkoorden, worden bepaald door de beschreven diodelogica. De anoden worden bekrachtigd door tussenkomst van de OF-poorten via een pnp-transistor, één voor elk van de anodesegmenten. Een eerste 25 groep van zeven OF-poorten wordt bekrachtigd gedurende de eerste tijdsleuf, een tweede groep van zes OF-poorten wordt bekrachtigd gedurende de tweede tijdsleuf, een derde groep van twee OF-poorten wordt bekrachtigd gedurende de derde tijdsleuf, en een enkele OF-30 poort 288 wordt bekrachtigd gedurende de vierde tijdsleuf.
Door aarden van de bijbehorende kathoden tegelijkertijd wanneer de samenwerkende anoden worden bekrachtigd wordt vastgesteld welke elementen worden verlicht en op welke tijden.
35 Pig. 8 toont een vooraanzicht van het klavier en bedieningspaneel van een elektronisch orgel, waarbij de wijze is voorgesteld, waarop de ééntoets-akkoord inrichting volgens de uitvinding is ondergebracht in een orgel. Het orgel bevat een kast 360 met een boven- 80 0 3 3 08 - 27 - ste manuaal 362/ een onderste manuaalklavier 364, een aantal registerplaten 364 en andere bedieningselementen die kenmerkend zijn voor een elektronisch orgel. De bedieningsschakelaar 52 uit fig. 1 voor het kiezen van 5 de akkoord speelwijze wanneer dit gewenst is heeft bij voorkeur de vorm van een stop 52, die direct onder het onderste klavier 364 is geplaatst. De "geheugen aan/uitJI schakelaar uit fig. 4 is bij voorkeur uitgevoerd als tweede stop 194, die geplaatst is in de nabijheid van 10 ' de stop 52, en de "geheugen vrijgeef"-schakelaar wordt bediend door een derde stop 196. Het kiezen van het gewenste begeleidingsakkoord wordt bewerkstelligd door het indrukken van geschikte toetsen aan het ondereinde van het onderste klavier 364 in samenwerking met een 15 geschikte instelling van de bedieningsschakelaar 52.
De naam van het door tussenkomst van de éëntoets-akkoord inrichting volgens de uitvinding gespeelde akkoord wordt zichtbaar afgebeeld door middel van de afbeeld-inrichting 220, die in een enigszins schuine stand is 20 geplaatst en enigszins links van het midden van het bedieningspaneel teneinde gemakkelijk zichtbaar te zijn voor de organist.
Het zal voor de vakman duidelijk zijn, dat de beschreven logische aflees- en weergeefsysteem niet 25 uitsluitend geschikt is om te worden toegepast in combinatie met het boven aan de hand van fig. 1 en 3 beschreven logische akkoordsysteem, doch dat de naam van het gespeelde akkoord ook zichtbaar kan worden afgebeeld met andere ééntoets-akoord inrichtingen, die 30 thans bekend zijn of in de nabije toekomst kunnen wor den ontwikkeld. De enige voorwaarde is het afleiden van signalen vanuit het alternatieve logische akkoordsysteem, die functioneel corresponderen met de twaalf signalen, aangelegd aan de eerste logische diodematrix.
35 Verder zal het duidelijk zijn, dat de logische aflees- inrichting andere construct!edetails kan vertonen dan die uit het bovenbeschreven uitvoeringsvoorbeeld zonder hierbij buiten het kader van de uitvinding te treden.
Conclusies.
800 3 3 08

Claims (15)

1. Eêntoets-akkoord inrichting, bestemd voor een elektronisch klavierinstrument, bestaande uit een toonsignaalgenerator voor het leveren van toonsignalen, die corresponderen met tonen van de muziekschaal, uit 5 een uitgangssysteem die voor het omzetten van de toon signalen in hoorbare muziektonen, uit een groep toon-signaalpoortorganen, die elk één van de toonsignalen ontvangen en reageren op een poortsignaal aan een poortingangsklem. teneinde het toonsignaal te poorten naar 10 het uitgangssysteem, en uit een klavier, voorzien van een aantal toetsschakelaars, die elk in standaard muziektermen zijn aangeduid met een betreffende toon van de muziekschaal, met het kenmerk, dat deze ééntoets-akkoord inrichting bestaat uit organen, 15 die een eerste tevoren gekozen groep van de toetsscha- kelaars verbinden met een eerste gemeenschappelijke lijn, uit organen, die elke toetsschakelaar van de eerste tevoren gekozen groep verbinden met de poort-ingangsklem van een respectief toonsignaalpoortorgaan 20 en normaal werkzaam zijn in antwoord op een tevoren bepaalde gelijkspanningpotentiaal van een bepaalde polariteit aan de eerste gemeenschappelijke lijn en het bedienen van een toetsschakelaar teneinde een primair poortsignaal aan te leggen aan de poortingangsklem 25 van het respectieve toontsignaalpoortorgaan, uit een groep logische akkoordketens, die elk zijn verbonden met één-toetsschakelaar van de eerste tevoren gekozen groep en werkzaam zijn in antwoord op een tevoren gekozen gelijkspanningspotentiaal van tegengestelde 30 polariteit aan de eerste gemeenschappelijke lijn en het bedienen van genoemde ééntoetsschakelaar teneinde hulppoortsignalen toe te voeren aan de poortingangsklem van een aantal toonsignaalpoortorganen van een tevoren gekozen groep poortorganen zodanig, dat de hulppoort-35 signalen een groep toonsignaalpoortorganen zullen be krachtigen, die behoren bij tonen van een muziekakkoord, 800 3 3 08 - 29 - en uit een speelwijzeregelorgaan, dat is verbonden met de eerste gemeenschappelijke lijn voor het selectief toevoeren van een gelijkspanningspotentiaal van hetzij, hetzij de andere polariteit aan de eerste gemeenschap-5 pelijke lijn voor het verschaffen van een éêntoets- akoord speelwijze, resp. een normale speelwijze.
2. Inrichting volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat de organen, die een toetsschakelaar met telkens een respectief toonsignaalpoortorgaan ver- 10 binden elk bestaan uit een eerste, in één richting geleidend element, dat gepoold is in een richting voor het geleiden van een potentiaal van de ene polariteit, en dat de organen, die een toetsschakelaar telkens verbinden met een respectieve logische akkoordketen, welke 15 bestaat uit een tweede, in één richting geleidend element, dat gepoold is in een richting voor het geleiden van een potentiaal van de tegengestelde polariteit.
3. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, m e t 20. e t k e n m e r k, dat de ene polariteit positief is.
4. Inrichting volgens conclusie 1 of 2, m e t het kenmerk, dat zij verder bestaat uit organen, die een tweede tevoren gekozen groep van de toetsschakelaars verbinden met een gemeenschappelijke 25 gelijkspanningspotentiaal van de ene polariteit teneinde de toetsschakelaars van de tweede groep normaal in werking te stellen in de normale speelwijzewerkstand, en dat de toonsignaalpoortorganen, behorende bij de toetsschakelaars van de tweede groep, elk zijn aange- 30 sloten voor het aan hun poortingangsklem ontvangen van een hulppoortsignaal vanuit een logische akkoordketen.
5. Inrichting volgens conclusie 4, m e t het kenmerk, dat de organen, die een toetsschakelaar van de tweede groep verbinden met een respectief toon- 35 signaalpoortorgaan, elk bestaan uit een in één rich ting geleidend element, dat gepoold is in een richting voor het geleiden van een potentiaal van ene polariteit. 800 3 3 08 - 30 -
6. Inrichting volgens conclusie 4, m e t het kenmerk, dat zij verder bestaat uit organen, die de overige, niet in de eerste en tweede groep opgenomen toetsschakelaars verbinden met de gemeenschappelijke 5 gelijkspanningsbron en elk hiervan aansluiten op een respectief toonsignaalpoortorgaan teneinde deze overige toetsschakelaars alleen in de normale speelwijze in werking te stellen.
7. Inrichting volgens conclusie 6, m e t het 10 kenmerk, dat de organen, die telkens een toets- schakelaar van de overige toetsschakelaars verbinden met een respectief toonsignaalpoortorgaan, een directe verbinding vormen.
8. Inrichting volgens conclusie 1, m e t het 15 kenmerk, dat elk van de logische akoordketens bestaat uit een bistabiele grendelketen, die schakelbaar is van een normale eerste toestand naar een tweede toestand in antwoord op een gelijkspanning aan de tegengestelde polariteit en in de tweede .toestand eerste 20 en tweede uitgangssignalen van verschillende niveaus levert, uit een orgaan voor het van het eerste uitgangssignaal afleiden van een verder signaal voor het regelen van een pedaaltoon met dezelfde naam als de respectieve toetsschakelaar en ten minste één van drie hulppoort-25 signalen, corresponderende met tonen, vervat in het muziekakkoord met de naam van de respectieve toetsschakelaar, en uit een orgaan voor het van het tweede uitgangssignaal afleiden van twee hulppoortsignalen, die corresponderen met tonen, die constant zijn in het 30 muziekakkoord met de naam van de respectieve toets schakelaar.
9. Inrichting volgens conclusie 8, m e t het kenmerk, dat zij verder een orgaan bevat voor het terugstellen van de grendelketen in haar normale eerste 35 stand na het loslaten van de respectieve toetsschakelaar. 800 3 3 08 - 31 -
10. Inrichting volgens conclusie 9, m e t het kenmerk, dat zij verder voorzien is van een orgaan voor het blokkeren van de terugstelling van de grendel-keten naar haar normale eerste stand na het loslaten 5 van een eerste respectieve toetsschakelaar van de eerste groep toetsschakelaars, en het vrijgeven van de terugstelling van de grendelketen naar haar normale eerste stand na het indrukken van de tweede respectieve toetsschakelaar teneinde de akkoordinformatie, bepaald door 10 het laatst ingedrukte toetsschakelaar voort te zetten zonder dat een van de toetsschakelaars ingedrukt moet worden gehouden.
11. Inrichting volgens conclusie 10, m e t het kenmerk, dat zij verder bestaat uit een hulp- 15 schakelorgaan voor het doen terugstellen van de grendel keten naar haar eerste normale (uit)stand.
12. Inrichting volgens conclusie 1, m e t het kenmerk, dat met de logische akkoordketens een aanwijsorgaan is verbonden voor het zichtbaar aanwijzen 20 van de naam van het muziekakkoord, dat bespeeld wordt door tussenkomst van de ééntoets-akkoord inrichting.
13. Inrichting volgens conclusie 12, me the t kenmerk, dat het aanwijsorgaan bestaat uit een elektronisch licht emitterend alpha numeriek aanwijs- 25 orgaan, en uit logische ketenmiddelen, die de logische akkoordketens verbinden met het alpha numerieke aanwi jsorgaan.
14. Eéntoets-akkoord inrichting, bestemd voor een elektronisch klavierinstrument, bestaande uit een 30 pulssignaalgenerator voor het leveren van toonsignalen, corresponderende met tonen van de muziekschaal, uit een uitleessysteem voor het omzetten van toonsignalen in hoorbare muziektonen, uit een groep toonsignaal-poortorganen, die elk één van de toonsignalen ontvangen 35 en reageren op een poortsignaal aan een poortingangs- klem teneinde het toonsignaal te poorten naar het uit-gangssysteem, en uit een klavier met een aantal toets- 800 33 08 - 32 - schakelaars, die elk in standaard muziektermen zijn aangeduid met een betreffende toon van de muziekschaal, welke ééntoets-akkoord inrichting reageert op een poort-signaal voor het in werking stellen van een aantal 5 toonsignaalpoortorganen voor toonsignalen, die corres ponderen met een muziekakkoord, met het kenmerk, dat een aanwijsorgaan is verbonden met de ééntoets-akkoord inrichting voor het zichtbaar aanwijzen van de naam van het door tussenkomst van de ééntoets-10 akoord inrichting gespeelde akoord.
15. Inrichting volgens conclusie 14, me t het k enmerk, dat het aanwijsorgaan bestaat uit een elektronisch licht emitterend alpha numeriek aanwijsorgaan, en dat logische ketenmiddelen de éêntoets-14 akkoord inrichting verbinden met het alpha numerieke aanwijsorgaan. ' "WÊÊk. ' * .¾11 . * 800 3 3 03
NL8003308A 1979-06-08 1980-06-06 Eentoets-akkoord systeem voor elektronisch klavier- instrument. NL8003308A (nl)

Applications Claiming Priority (2)

Application Number Priority Date Filing Date Title
US4717179 1979-06-08
US06/047,171 US4274320A (en) 1979-06-08 1979-06-08 One key chording system for electronic keyboard instrument

Publications (1)

Publication Number Publication Date
NL8003308A true NL8003308A (nl) 1980-12-10

Family

ID=21947433

Family Applications (1)

Application Number Title Priority Date Filing Date
NL8003308A NL8003308A (nl) 1979-06-08 1980-06-06 Eentoets-akkoord systeem voor elektronisch klavier- instrument.

Country Status (4)

Country Link
US (1) US4274320A (nl)
JP (1) JPS561095A (nl)
IT (1) IT1129002B (nl)
NL (1) NL8003308A (nl)

Family Cites Families (3)

* Cited by examiner, † Cited by third party
Publication number Priority date Publication date Assignee Title
US4054868A (en) * 1976-05-12 1977-10-18 Rokore Concepts Associates Ltd. Electronic musical scale and chord display apparatus
JPS5332711A (en) * 1976-09-08 1978-03-28 Nippon Gakki Seizo Kk Electronic musical instrument
CA1087391A (en) * 1977-11-15 1980-10-14 Maurice Collin Automatic visual teaching device for the learning of music or component parts thereof

Also Published As

Publication number Publication date
IT8048906A0 (it) 1980-06-06
IT1129002B (it) 1986-06-04
US4274320A (en) 1981-06-23
JPS561095A (en) 1981-01-08

Similar Documents

Publication Publication Date Title
US3929051A (en) Multiplex harmony generator
US3822407A (en) Multi-tone arpeggio system for electronic organ
US4059039A (en) Electrical musical instrument with chord generation
US3708602A (en) An electronic organ with automatic chord and bass systems
US3624263A (en) Electronic musical instrument with automatic bass performance circuitry
US3707594A (en) Automatic rhythm sound producing device adapted for use with keyboard musical instruments
GB1295994A (nl)
US3902397A (en) Electronic musical instrument with variable amplitude time encoded pulses
US3649736A (en) Electronic rhythm apparatus for a musical instrument
US4466324A (en) Automatic performing apparatus of electronic musical instrument
US3646242A (en) Automatic rhythm instrument with cycle-end termination circuit
US3697664A (en) Electronic musical instrument having automatic bass tone selector
US4463647A (en) Musical instrument
US3764722A (en) Automatic rhythm system providing drum break
GB1362640A (en) Musical instruments
US3916750A (en) Electronic organ employing time position multiplexed signals
US3665088A (en) Keyer circuit for an electronic musical instrument wherein a single switch may actuate a single note or a chord
NL8003308A (nl) Eentoets-akkoord systeem voor elektronisch klavier- instrument.
US3941024A (en) Electrical musical instrument with automatic sequential tone generation
US3921491A (en) Bass system for automatic root fifth and pedal sustain
US3407260A (en) Electric organ polyphonic percussion system having multiple use keyers
USRE28999E (en) Automatic rhythm system providing drum break
US4100831A (en) Automatic digital circuit for generating chords in a digital organ
US3808349A (en) Beat indicator for an automatic rhythm instrument
US3908502A (en) Electronic organ with chord control

Legal Events

Date Code Title Description
A1A A request for search or an international-type search has been filed
BB A search report has been drawn up
BV The patent application has lapsed